Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666113, op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over het elektriciteitssysteem (Systeemcode elektriciteit 2026)

Type ZBO-regeling
Publication 2026-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 390
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Een tijdsblokgebonden transportrecht geeft de aangeslotene transportrecht gedurende de in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde tijdsblokken in hele uren tot een hoeveelheid ter grootte van het in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde deel van het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen voor afname of voor invoeding, indien van toepassing gedifferentieerd per tijdsblok, met inachtneming van paragraaf 7.4 en 7.5, met uitzondering van de artikelen 7.25, eerste lid, en 7.26, eerste en derde lid.

2.

De voorwaarden voor het tijdsblokgebonden transportrecht worden in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd en bevatten tenminste de voorwaarden, bedoeld in bijlage 1, tweede lid.

3.

Het tijdsblokgebonden transportrecht, bedoeld in het eerste lid, is beschikbaar voor een aangeslotene met een grote aansluiting aangesloten op een distributiesysteem, waarbij geldt dat:

  • a. de systeembeheerder door middel van berekeningen aannemelijk kan maken welke blokken voor de desbetreffende aangeslotene beschikbaar zijn, waarbij de piekbelasting inclusief de bijdrage van de aangeslotene op de desbetreffende locatie of elders in het systeem niet hoger wordt dan de piekbelasting zonder die bijdrage; en
Artikel 7.8
1.

Een groep van twee of meer aangeslotenen kan op grond van artikel 3.46, derde lid, van de Energiewet, en indien de systeembeheerder daartoe de mogelijkheid biedt, met de systeembeheerder een groepstransportovereenkomst af sluiten indien:

  • a. elke aangeslotene voor de afzonderlijke aansluiting(en) waarmee hij deelneemt aan de groep een aansluitovereenkomst met de systeembeheerder heeft afgesloten;
  • b. elke aangeslotene voor de aansluiting(en) waarmee hij deelneemt aan de groep geen andere transportovereenkomst heeft afgesloten;
  • c. alle aangeslotenen die deel uitmaken van de groep gezamenlijk een gemachtigde in de zin van artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek hebben aangewezen om namens hen met de systeembeheerder te handelen en de groepstransportovereenkomst met de systeembeheerder af te sluiten;
  • d. elke aansluiting voorzien is van een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit bij een grote aansluiting;
  • e. de dimensionering van elke meetinrichting en de meethulpmiddelen van de aansluitingen is afgestemd op de aansluitcapaciteit van de desbetreffende aansluiting;
  • f. in geval van aansluitingen op een systeem met een spanningsniveau lager dan 110 kV, alle aansluitingen waarmee wordt deelgenomen aan de groep:
  • 1°. grote aansluitingen zijn;
  • i). aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.3 tot en met 1.5 gezamenlijk één groep kunnen vormen;
  • ii). indien de systeembeheerder daartoe de mogelijkheid biedt, aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.3 tot en met 1.5 en 1.6, voor zover de 1.6 aansluitingen alleen gebruikt worden om elektriciteit in te voeden, gezamenlijk één groep kunnen vormen;
  • iii). aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie 1.6 gezamenlijk één groep kunnen vormen;
  • iv). aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie 1.7 gezamenlijk één groep kunnen vormen; en
  • v). indien de systeembeheerder daartoe de mogelijkheid biedt, aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.6 en 1.7 gezamenlijk één groep kunnen vormen;
  • 3°. in de normale bedrijfsvoering zijn aangesloten op:
  • i). een middenspanningsrail of middenspanningsrails die galvanisch met elkaar verbonden zijn, of middenspanningsring(en), of MS/LS-transformatorstations, of een combinatie van deze aansluitwijzen voor aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.3 tot en met 1.5 en aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie 1.6 en die alleen gebruikt worden om elektriciteit in te voeden;
  • ii). een middenspanningsrail of middenspanningsrails die galvanisch met elkaar verbonden zijn voor aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.6 of 1.7; of
  • iii). een hoogspanningsrail of hoogspanningsrails die galvanisch met elkaar verbonden zijn voor aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.6 of 1.7;
  • 4°. de betrouwbaarheid en veiligheid van het systeem en het doelmatig systeembeheer geborgd blijven, waarbij de systeembeheerder voor de beoordeling hiervan de volgende criteria in acht neemt:
  • i). de mate waarin de spanningshuishouding door het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen wordt beïnvloed;
  • ii). de belastbaarheid van systeemelementen die benodigd zijn voor het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen;
  • iii). de mate waarin het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen aanleiding geeft tot directe systeeminvesteringen; en
  • iv). de mate waarin het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen invloed heeft op de vermogensstromen in het betreffende systeemdeel;
  • g. in geval van aansluitingen op een systeem met een spanningsniveau van 110 kV of hoger:
  • 1°. aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie 1.7 gezamenlijk één groep kunnen vormen;
  • 2°. alle afzonderlijke aansluitingen waarmee wordt deelgenomen aan de groep zijn aangesloten op hetzelfde station; en
  • 3°. de betrouwbaarheid en veiligheid van het systeem en het doelmatig systeembeheer geborgd blijven, waarbij de transmissiesysteembeheerder voor de beoordeling hiervan de criteria genoemd in onderdeel f, subonderdeel 4°, punt i tot en met iv, in acht neemt.
2.

De systeembeheerder informeert de gemachtigde van een groep over het beoordelingsproces, bedoeld in het eerste lid en de uitkomst daarvan, waarbij tenminste geldt dat:

  • a. de systeembeheerder de gemachtigde van een groep van aangeslotenen binnen een redelijke termijn schriftelijk informeert of het mogelijk is om op grond van het eerste lid een groep te vormen; en
  • b. de systeembeheerder de gemachtigde van een groep van aangeslotenen binnen een redelijke termijn schriftelijk informeert indien de systeembeheerder het op grond van het eerste lid niet mogelijk acht dat een groep gevormd wordt, waarbij de weigering van de systeembeheerder is voorzien van een deugdelijke motivering en de relevante informatie op basis waarvan de systeembeheerder tot de weigering is gekomen.
3.

De gemachtigde van een groep van aangeslotenen die gezamenlijk een groepstransportovereenkomst wil afsluiten of wijzigen, doet daartoe een verzoek bij de systeembeheerder.

4.

De systeembeheerder zet bij het aangaan van een groepstransportovereenkomst of bij een wijziging van de groepssamenstelling de individuele aansluit- en transportovereenkomsten om in een gezamenlijke groepstransportovereenkomst voor de groep en een individuele aansluitovereenkomst voor elk van de afzonderlijke aangeslotenen.

5.

In afstemming met de gemachtigde van een groep van aangeslotenen bepaalt de systeembeheerder bij het aangaan van de groepstransportovereenkomst, en bij een wijziging van de groepssamenstelling, behoudens de in het achtste lid omschreven situatie, binnen een redelijke termijn het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding en voor afname dat aan de groep aangeboden wordt, waarbij door de systeembeheerder ten minste de volgende gegevens worden betrokken:

  • a. het gewenste systeemgebruik van de groep;
  • b. indien aanwezig, de historische jaarprofielen van de afgelopen 24 maanden van aangeslotenen die individueel gecontracteerd transportvermogen hebben;
  • c. de geprognosticeerde gebruiksprofielen van aangeslotenen die individueel gecontracteerd transportvermogen hebben, maar waarvan geen historisch jaarprofiel beschikbaar is;
  • d. de gelijktijdigheid van het systeemgebruik van de aangeslotenen die deelnemen aan de groep, waaronder de gelijktijdigheid van invoeding en afname van elektriciteit; en
  • e. de verwachte toekomstige transportbehoefte van de aangeslotenen die deelnemen aan de groep en de concrete toekomstplannen waaruit blijkt dat zij dit vermogen binnen een redelijke termijn nodig hebben.
6.

Indien de systeembeheerder een aangeslotene die voor een aansluiting waarmee hij deelneemt aaneen groepstransportovereenkomst overeenkomstig artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet, een aanbod voor het uitvoeren van transport doet, dan deelt de aangeslotene de systeembeheerder mee of hij het aangeboden transportvermogen op grond van het vijfde lid inbrengt in de groep of dat hij een individuele aansluit- en transportovereenkomst aangaat voor de desbetreffende aansluiting en met de desbetreffende aansluiting uittreedt uit de groep.

7.

Een groep kan eenmalig bij het aangaan van een groepstransportovereenkomst bepalen of de individuele leden van de groep gedurende een transitieperiode van maximaal drie jaar vanaf het aangaan van de groepstransportovereenkomst bij het verlaten van de groep kunnen terugvallen op het gecontracteerde transportvermogen waar de desbetreffende aangeslotene voorafgaand aan deelname aan de groepstransportovereenkomst over beschikte, eventueel vermeerderd met aanvullend vermogen als bedoeld in het zesde lid, waarover de gemachtigde de systeembeheerder informeert.

8.

Indien de groep gedurende de transitieperiode de duur hiervan wenst in te korten ten opzichte van de duur die de groep bij het aangaan van de groepstransportovereenkomst in overeenstemming met het zevende lid heeft bepaald, informeert de gemachtigde de systeembeheerder hierover.

9.

Bij uittreden uit een groepstransportovereenkomst na afloop van de transitieperiode kan een aangeslotene die de groep verlaat een deel van het groepstransportvermogen meenemen indien:

  • a. de groep onderling afspraken heeft gemaakt en deze heeft vastgelegd over een verdeling tussen de aangeslotene die de groep verlaat en de groep; en
  • b. de systeembeheerder getoetst heeft of bij toepassing van de verdeling als bedoeld in onderdeel a de betrouwbaarheid en veiligheid van het systeem en het doelmatig systeembeheer geborgd blijven, waarbij de systeembeheerder voor de beoordeling hiervan de criteria genoemd in het eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 4°, punt i tot en met iv, in acht neemt.
10.

Bij uittreding uit de groep past de systeembeheerder de groepstransportovereenkomst aan en zet de systeembeheerder de groepstransportovereenkomst voor de uittredende aangeslotene binnen een redelijke termijn om in een individuele aansluit- en transportovereenkomst.

Artikel 7.9
1.

Indien op grond van artikel 7.8, eerste lid, onderdelen d en e, aanpassingen aan de meetinrichting of de meethulpmiddelen nodig zijn, zijn de voor onderdeel d benodigde aanpassingen gereed op het moment van afsluiten van de groepstransportovereenkomst en zijn de voor onderdeel e benodigde aanpassingen gereed uiterlijk zes maanden na het afsluiten van de groepstransportovereenkomst.

2.

De systeembeheerder kan, indien hij dit nodig acht om de veiligheid en betrouwbaarheid van het systeem en het doelmatig systeembeheer te borgen, bij het aangaan of wijzigen van een groepstransportovereenkomst aan één of meer aansluitingen die deelnemen aan een groep, in aanvulling op het door de groep gecontracteerde transportvermogen voor invoeding of voor afname en de aansluitcapaciteit van de individuele aansluitingen:

  • a. een beperking opleggen voor de maximale te benutten transportcapaciteit; en
  • b. verplicht stellen dat de aangeslotenen die deel uitmaken van de groep op de deelnemende aansluiting(en) op eigen kosten een technische voorziening installeren teneinde de opgelegde beperking te borgen.
3.

Indien de systeembeheerder het op grond van het tweede lid noodzakelijk acht om een beperking op te leggen en/of een voorziening te verplichten, informeert de systeembeheerder de gemachtigde van de groep van aangeslotenen hierover schriftelijk binnen een redelijke termijn, waarbij het standpunt van de systeembeheerder is voorzien van een deugdelijke motivering aan de hand van de criteria genoemd in artikel 7.8, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 4°, punt i tot en met iv, over de noodzaak van deze beperking en/of de voorziening, inclusief de relevante informatie die de systeembeheerder bij zijn standpunt heeft betrokken.

4.

De systeembeheerder houdt rekening met de belangen van de groep van aangeslotenen die deelneemt aan een groepstransportovereenkomst en informeert de gemachtigde van de groep vooraf indien aanpassing van het systeem nodig is vanuit het oogpunt van veiligheid, betrouwbaarheid of doelmatig systeembeheer voor zover die systeemaanpassing van invloed is op de groep.

5.

De systeembeheerder informeert de op de aansluitingen die deelnemen aan de groep gecontracteerde marktpartijen binnen een week na afsluiten of wijzigen van een groepstransportovereenkomst over het toetreden tot en uittreden uit de groepstransportovereenkomst.

Artikel 7.10
1.

Alvorens een groepstransportovereenkomst in werking treedt en voorts bij elke wijziging van de groepstransportovereenkomst vergewist de systeembeheerder zich ervan dat de groep in staat is te borgen dat het gecontracteerd transportvermogen en, indien van toepassing, de in artikel 7.11, tweede lid, bedoelde beperking, niet worden overschreden.

2.

Voor de toetsing, bedoeld in het eerste lid, stellen de gezamenlijke systeembeheerders in samenspraak met relevante organisaties transparante toetsingsprotocollen op, welke uiterlijk 1 juli 2026 gepubliceerd worden op een door of namens de gezamenlijke systeembeheerders beheerde website.

3.

Bij toetsing, bedoeld in het eerste lid, maakt de systeembeheerder gebruik van de volgens het tweede lid door de gezamenlijke systeembeheerders opgestelde toetsingsprotocollen, of van eigen transparante en vooraf bekend gemaakte toetsingsprotocollen indien de door de gezamenlijke systeembeheerders opgestelde toetsingsprotocollen nog niet beschikbaar zijn.

4.

De systeembeheerder rondt de toetsing, bedoeld in het eerste lid, af binnen een redelijke termijn en informeert de gemachtigde van een groep schriftelijk en op basis van een deugdelijke motivering over de uitkomst van de toetsing, waarbij de systeembeheerder de relevante informatie die is betrokken bij de toetsing deelt met de gemachtigde van een groep van aangeslotenen.

5.

De systeembeheerder stelt een groep van aangeslotenen in de gelegenheid om eventuele tekortkomingen die de systeembeheerder heeft geconstateerd in de toetsing, bedoeld in het eerste lid, binnen een redelijke termijn te herstellen, alvorens een groep af te wijzen indien niet is voldaan aan het eerste lid.

Artikel 7.11
1.

De systeembeheerder informeert de gemachtigde van een groep van aangeslotenen die deelneemt aan een groepstransportovereenkomst schriftelijk over elke overtreding van de voorwaarden in de artikelen 7.8 of 7.9.

2.

In aanvulling op artikel 7.3, eerste tot en met zesde lid, geldt dat de systeembeheerder bij een groepstransportovereenkomst het transportrecht, bedoeld in artikel 7.2, derde lid, onderdeel a, kan opschorten wanneer vast komt te staan dat de groep van aangeslotenen twee keer of meer de voorwaarden in de artikelen 7.8 of 7.9 heeft geschonden en de systeembeheerder de in artikel 7.8, eerste lid, onderdeel c, bedoelde gemachtigde hierover schriftelijk heeft geïnformeerd.

3.

Bij de beslissing om het transportrecht op te schorten houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden in de artikelen 7.8 of 7.9.

4.

De systeembeheerder beëindigt de in het derde lid bedoelde opschorting wanneer de gemachtigde aan de systeembeheerder aantoont dat de groep van aangeslotenen maatregelen heeft getroffen die voorkomen dat de groep nogmaals de voorwaarden in de artikelen 7.8 of 7.9 schendt.

5.

Indien de groep van aangeslotenen na beëindiging van de opschorting ondanks de getroffen maatregelen nogmaals de voorwaarden van de artikelen 7.8 of 7.9 schendt, kan de systeembeheerder het transportrecht waarvan de voorwaarden geschonden zijn, laten vervallen.

6.

Bij de beslissing om het transportrecht te laten vervallen houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden in de artikelen 7.8 of 7.9.

Artikel 7.12. [gereserveerd]

–

§ 7.2. Toekennen van transportrechten

Artikel 7.13
1.

In aanvulling op de raming van de benodigde transportcapaciteit als bedoeld in artikel 3.24 van het Energiebesluit ten behoeve van het opstellen van het investeringsplan, bedoeld in artikel 3.34 van de Energiewet, beoordeelt de systeembeheerder periodiek de ontwikkeling op korte termijn van de benodigde transportcapaciteit in zijn systeem, rekening houdend met de van toepassing zijnde ontwerpcriteria voor het systeem en operationele veiligheidsgrenzen.

2.

De systeembeheerder beoordeelt bij elke aanvraag om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport de toereikendheid van de in het desbetreffende systeem beschikbare transportcapaciteit om te voldoen aan de gevraagde transportcapaciteit.

Artikel 7.14
1.

De systeembeheerder hanteert bij de beoordeling van de aanwezige transportcapaciteit in een systeem de volgende aspecten:

  • a. de technische capaciteit van het systeem;
  • b. de van toepassing zijnde systeemontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen.
2.

De systeembeheerder hanteert bij de beoordeling van de benodigde transportcapaciteit in een systeem de volgende aspecten:

  • a. de periode waarover de beoordeling benodigd is;
  • b. het totaal van het gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding;
  • c. het meest aannemelijke profiel voor de belasting van het beperkende systeemelement op basis van een berekening van het verwachte profiel en richting van transport van de aangeslotenen, rekening houdend met de topologie van het systeem;
3.

De beoordelingen genoemd in het eerste en tweede lid worden uitgewerkt in de vorm van scenario’s.

4.

De beschikbare transportcapaciteit is het deel van de aanwezige transportcapaciteit dat niet wordt ingezet om aan de benodigde transportcapaciteit te voldoen en is gelijk aan het verschil tussen de aanwezige transportcapaciteit en de benodigde transportcapaciteit.

5.

Wanneer de benodigde transportcapaciteit, inclusief de eventuele gevraagde transportcapaciteit, de aanwezige transportcapaciteit overschrijdt, maakt de systeembeheerder een inschatting van de hoeveelheid niet te transporteren elektriciteit inclusief onzekerheidsmarge.

Artikel 7.15
1.

Indien bij een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet de gevraagde transportcapaciteit de beschikbare transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.14, vierde lid, overschrijdt, onderzoekt de systeembeheerder de mogelijkheden om op korte termijn de gevraagde transportcapaciteit en beschikbare transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. De systeembeheerder onderzoekt daartoe:

  • a. de mogelijkheid om de gevraagde transportcapaciteit te verlagen;
  • b. de mogelijkheid om door middel van technische maatregelen anders dan systeemverzwaring de beschikbare transportcapaciteit te vergroten;
  • e. in het geval van de transmissiesysteembeheerder, de mogelijkheid om overeenkomstig artikel 9.1, tweede en derde lid, het optreden van fysieke congestie op te lossen.
2.

Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het met één of meer van de genoemde mogelijkheden lukt de gevraagde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de beschikbare transportcapaciteit, voert de systeembeheerder dit zo snel mogelijk uit.

3.

Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid blijkt dat er geen of onvoldoende mogelijkheid is om de gevraagde transportcapaciteit en de beschikbare transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen, is de systeembeheerder niet verplicht een aanbod te doen voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet. De aanvrager krijgt in dat geval de mogelijkheid om zijn verzoek zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vijf werkdagen, zodanig aan te passen dat de gevraagde transportcapaciteit kleiner wordt dan of gelijk wordt aan de beschikbare transportcapaciteit, met inachtneming van het eerste lid.

4.

De systeembeheerder motiveert schriftelijk aan de verzoeker dat hij geen aanbod doet voor het uitvoeren van transport.

Artikel 7.16
1.

Indien de systeembeheerder op grond van artikel 7.13, eerste lid, voorziet dat in een systeem de beschikbare transportcapaciteit, als bedoeld in artikel 7.14, vierde lid, ontoereikend is en er geen sprake is van een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport maar van groei binnen de tussen de aangeslotenen en de systeembeheerder overeengekomen gecontracteerde transportvermogens voor afname en voor invoeding en de van toepassing zijnde doorlaatwaardes, of wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, onderzoekt de systeembeheerder de mogelijkheden om op korte termijn de benodigde transportcapaciteit en de aanwezige transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. De systeembeheerder onderzoekt daartoe:

  • a. de mogelijkheid om door middel van technische maatregelen anders dan systeemverzwaring de beschikbare transportcapaciteit te vergroten;
  • d. in het geval van de transmissiesysteembeheerder de mogelijkheid overeenkomstig artikel 9.1, tweede en derde lid, het optreden van fysieke congestie op te lossen.
2.

Indien uit het onderzoek als bedoeld in het eerste lid blijkt dat het met één of meer van de genoemde mogelijkheden lukt de benodigde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de aanwezige transportcapaciteit, voert de systeembeheerder dit zo snel mogelijk uit.

3.

Indien uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat er op korte termijn geen of onvoldoende mogelijkheid blijkt om de benodigde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de aanwezige transportcapaciteit, past de systeembeheerder de procedure overeenkomstig de artikelen 9.13 tot en met 9.19, en de artikelen 9.31 tot en met 9.34 toe om de benodigde transportcapaciteit te verlagen.

4.

Wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, als bedoeld in het eerste lid, door een wijziging in het beschikbare aanbod van flexibiliteitsdiensten als bedoeld in artikel 9.14, eerste lid, onderzoekt de systeembeheerder of in het congestiegebied aan artikel 13, derde lid, onder c of d, van Verordening (EU) 2019/943 wordt voldaan en gaat de systeembeheerder indien mogelijk over tot de toepassing van congestiemanagement overeenkomstig de artikelen 9.13 tot en met 9.30.

Artikel 7.17

Systeembeheerders communiceren op een publiek toegankelijke website aangeslotenen en overige belanghebbenden over de uitvoering van de artikelen 8.19, zesde lid, 9.1, 9.7, 9.11, 7.18 tot en met 7.20, 9.13, 9.15, 9.16, en 9.25 tot en met 9.34.

Artikel 7.18
1.

De systeembeheerder meldt op grond van de artikelen 7.15, eerste lid, of 7.16, eerste lid, door middel van een vooraankondiging op de in artikel 7.17 bedoelde website dat er voor een afgebakend en duidelijk gedefinieerd gebied dat geen kritisch systeemelement omvat sprake kan zijn van een tekort aan beschikbare transportcapaciteit.

2.

Indien de in het eerste lid bedoelde situatie zich voordoet op de deelsystemen van gekoppelde systemen die door verschillende systeembeheerders worden beheerd, doen de systeembeheerders van die systemen gezamenlijk de vooraankondiging dat er sprake kan zijn van een tekort aan beschikbare transportcapaciteit. In dat geval dient in de rest van dit artikel en in de artikelen 7.19 en 7.20 in plaats van ‘de systeembeheerder’ gelezen te worden ‘de betrokken systeembeheerders’. Voor zover nodig en beschikbaar delen de betrokken systeembeheerders onderling de informatie verkregen op grond van de artikelen 12.1 tot en met 12.19.

3.

De in het eerste en tweede lid bedoelde vooraankondiging zal ten minste de volgende gegevens bevatten:

  • a. het verwachte congestiegebied (geografische aanduiding);
  • b. de periode waarin een tekort aan beschikbare transportcapaciteit wordt verwacht in dat gebied;
  • c. de oorzaak van het verwachte tekort aan beschikbare transportcapaciteit;
  • d. de in het verwachte congestiegebied totale benodigde en totale aanwezige transportcapaciteit;
  • e. een planning van de systeemverzwaring die ten minste de benodigde werkzaamheden en de periode benoemt die resteert tot het moment waarop het (de) syste(e)m(en) zodanig verzwaard, gewijzigd of uitgebreid is (zijn) dat geen sprake meer is van tekort aan beschikbare transportcapaciteit; en
  • f. een uitnodiging aan belanghebbenden om met de systeembeheerder in overleg te treden over mogelijkheden bij te dragen aan het oplossen van het verwachte structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit in het desbetreffende gebied.
Artikel 7.19
1.

In het onderzoek, als bedoeld in de artikelen 7.15, eerste lid, en 7.16, eerste lid, onderzoekt de systeembeheerder voor een gebied waarvoor de systeembeheerder een vooraankondiging heeft afgegeven, de mogelijkheden voor de toepassing van congestiemanagement overeenkomstig de artikelen 9.13 tot en met 9.30.

2.

De volgende uitzonderingen gelden voor het toepassen van congestiemanagement, als bedoeld in het eerste lid:

  • a. de systeembeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen als de periode van het verwachte tekort aan beschikbare transportcapaciteit korter duurt dan 1 jaar en het congestiegebied in drie jaar daarvoor geen congestiegebied is geweest of onderdeel uitmaakte van een of meer congestiegebieden beheerd door de desbetreffende systeembeheerder;
  • b. de systeembeheerder past geen niet-marktgebaseerde redispatch toe om de vraag naar transport van verbruikende aangeslotenen te verminderen ten behoeve van een verzoek als bedoeld in artikel 7.15, eerste lid;
  • c. de systeembeheerder hoeft per congestiegebied geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor geldt dat de kosten voor congestiemanagement gedurende de periode vanaf de vooraankondiging als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, tot het moment dat er geen sprake meer is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit, groter is dan de financiële grens. Deze financiële grens bedraagt 1,02 euro per MWh van de hoeveelheid elektriciteit die met de aanwezige transportcapaciteit kan worden getransporteerd in dit congestiegebied gedurende de periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen;
  • d. de systeembeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor de benodigde transportcapaciteit groter is dan de technische grens van de aanwezige transportcapaciteit. Deze technische grens bedraagt 100% van de aanwezige transportcapaciteit vermeerderd met het aanwezige regelbaar vermogen, tot een maximum van 150% van de aanwezige transportcapaciteit. Bij de bepaling van deze technische grens worden aansluitingen die gebruik maken van artikel 7.5, artikel 7.6 of artikel 7.7 niet betrokken;
  • e. de technische grens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d bedraagt 100% van de aanwezige transportcapaciteit indien het beperkende systeemelement gelegen is in het laagspanningssysteem; of
  • f. de systeembeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waardoor het toegestane kortsluitvermogen van het systeem wordt overschreden.
3.

De systeembeheerder publiceert het onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, op de in artikel 7.17 bedoelde website voor invoedingscongestie binnen zes maanden na het doen van de vooraankondiging en voor afnamecongestie binnen twaalf maanden na het doen van de vooraankondiging, als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid. Het onderzoeksrapport bevat ten minste de elementen als benoemd in bijlage 2.

4.

Indien de systeembeheerder het in het eerste lid bedoelde onderzoek heeft uitgevoerd op grond van artikel 7.15, eerste lid, onderdeel d, en uit het in het eerste lid genoemde onderzoek blijkt dat congestiemanagement geen oplossing biedt of de in artikel 7.18, eerste lid, gemelde vooraankondiging, om wat voor reden dan ook, is komen te vervallen, doet de systeembeheerder hiervan binnen één week na afronding van het onderzoek, of na het bekend worden van elke andere reden, melding via de in artikel 7.17 bedoelde website. Deze melding zal ten minste bevatten:

  • a. het gebied waarop de melding betrekking heeft; en
  • b. een verklaring waarom de vooraankondiging is komen te vervallen.
5.

Indien de systeembeheerder het in het eerste lid bedoelde onderzoek heeft uitgevoerd op grond van artikel 7.16, eerste lid, onderdeel c, en uit het in het eerste lid genoemde onderzoek blijkt dat congestiemanagement geen oplossing biedt, doet de systeembeheerder hiervan binnen één week na afronding van het onderzoek, melding via de in artikel 7.17 bedoelde website. Deze melding zal ten minste bevatten:

  • a. het gebied waarop de melding betrekking heeft; en
Artikel 7.20
1.

Indien op basis van het in artikel 7.19, eerste lid, genoemde onderzoek blijkt dat in het congestiegebied waarvoor een vooraankondiging is afgegeven congestiemanagement overeenkomstig de artikelen 9.13 tot en met 9.34 een oplossing biedt, doet de systeembeheerder binnen één week na afronding van het onderzoek aan de hierna in onderdeel a bedoelde aangeslotenen in het congestiegebied hiervan melding.

2.

De melding bevat in ieder geval de volgende gegevens:

  • a. een aanduiding van het congestiegebied door middel van een lijst van EAN-codes in het desbetreffende gebied die op grond van Verordening (EU) 2016/679 gepubliceerd mogen worden en een geografische beschrijving van het betrokken gebied met het desbetreffende systeem in dat gebied;
  • b. de ingangsdatum van het verwachte structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit;
  • c. de verwachte periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen;
  • d. een onderbouwing en motivering, op grond waarvan duidelijk blijkt dat er binnen het gestelde gebied sprake is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit; en
  • e. een onderbouwing en motivering van de onmogelijkheid om de fysieke congestie binnen de in onderdeel c genoemde periode op andere wijze op te lossen dan door het toepassen van congestiemanagement.
3.

De melding als bedoeld in het eerste lid, alsmede het in het eerste lid bedoelde onderzoek en de uitkomsten daarvan, worden binnen één week na afronding van het in het eerste lid bedoelde onderzoek gepubliceerd op de in artikel 7.17 bedoelde website. Het onderzoeksrapport bevat de elementen zoals benoemd in bijlage 2.

4.

De systeembeheerder doet de in het eerste lid bedoelde melding tevens aan systeembeheerders van wie het systeem gekoppeld is met het systeem van het in het eerste lid bedoelde congestiegebied en aan de transmissiesysteembeheerder.

§ 7.3. Prioriteren van transportrechten

Artikel 7.21
1.

De systeembeheerder geeft alleen prioriteit bij de toekenning van transportcapaciteit indien:

  • a. het verzoek ziet op een gebied waar congestie is afgeroepen; en
  • b. een partij om prioriteit verzoekt; en
  • c. de partij die om prioriteit verzoekt voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdelen a of b.
2.

De systeembeheerder honoreert een verzoek om prioriteit voor zover:

  • a. een partij een functie heeft zoals opgenomen in tabel 1 van bijlage 3:
  • 1°. indien de systeembeheerder vaststelt dat de verzoekende partij een congestieverzachter is overeenkomstig de omschrijving in tabel 1 van bijlage 3; en
  • 2°. indien de verzoeker contractuele afspraken heeft gemaakt met de systeembeheerder waarin is vastgelegd dat hij zich zal gedragen als congestieverzachter als bedoeld in de omschrijving in tabel 1 van bijlage 3;
  • b. de (sub)functie is genoemd in tabel 2 of 3 van bijlage 3:
  • 1°. indien de verzoekende partij aangeeft dat hij een (sub)functie overeenkomstig de omschrijving in tabel 2 of 3 van bijlage 3 uitoefent;
  • 2°. indien de verzoekende partij de in tabel 4 van bijlage 3 genoemde bewijsstukken heeft overgelegd aan de systeembeheerder; en
  • 3°. indien de gevraagde transportcapaciteit alleen wordt gebruikt voor de afname van elektriciteit.
3.

De in tabel 4 van bijlage 3 bedoelde bestuursverklaring bevat:

  • a. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving zoals opgenomen per (sub)functie in tabel 2 of 3 van bijlage 3;
  • b. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of taken als bedoeld in tabel 2 of 3 van bijlage 3 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;
  • c. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;
  • d. een verklaring dat de bewijsstukken als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 compleet zijn;
  • e. een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld; en
  • f. instemming dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen indien de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of indien er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4 van bijlage 3.
4.

In aanvulling op het derde lid, bevat de in tabel 4 van bijlage 3 bedoelde bestuursverklaring voor de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3:

  • a. indien er sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren;
  • b. indien er sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.
5.

De systeembeheerder spant zich in om binnen elk gebied als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, partijen te vinden als bedoeld in tabel 1 van bijlage 3 en stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vast of de partij kwalificeert als congestieverzachter als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

6.

De systeembeheerder toetst binnen twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of de verzoekende partij voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel b.

7.

De systeembeheerder informeert een verzoekende partij als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, schriftelijk of het verzoek voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdelen a of b.

8.

Indien de systeembeheerder aanleiding heeft om te veronderstellen dat er oneigenlijk gebruik plaatsvindt van de mogelijkheid om een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, te doen, dan wel dat het indienen van verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dan wel het toekennen van prioriteit als bedoeld in het eerste lid niet goed functioneert, meldt hij dit aan de Autoriteit Consument en Markt. De systeembeheerder kan daarop in afstemming met de Autoriteit Consument en Markt besluiten:

  • a. om de toekenning van prioriteit tijdelijk te staken;
  • b. hoe tijdens de periode van staking wordt omgegaan met het toekennen van transportcapaciteit; en
  • c. hoe na een periode van staking, als bedoeld in onderdeel a, de werkwijze waarbij prioriteit wordt toegekend weer wordt gestart.
9.

In geval van een staking als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, vermeldt de systeembeheerder de reden voor het staken, de duur daarvan, hoe tijdens de periode van staking wordt omgegaan met het toekennen van transportcapaciteit, bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, en hoe na een periode van staking de werkwijze waarbij prioriteit wordt toegekend weer wordt gestart, bedoeld in het achtste lid, onderdeel c, op de website, bedoeld in artikel 7.17.

Artikel 7.22
1.

De systeembeheerder hanteert voor het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet:

  • a. indien het transportverzoek betrekking heeft op gebieden als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, de volgorde van prioriteit als bedoeld in het derde lid; of
  • b. indien het transportverzoek betrekking heeft op andere gebieden, de volgorde op basis van binnenkomst.
2.

Indien een aanvrager op basis van artikel 7.15, derde lid, zijn verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport wijzigt, blijft zijn initiële plaats bij de volgorde als bedoeld in het eerste lid behouden.

3.

De systeembeheerder bepaalt de volgorde van prioriteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, als volgt:

  • d. verzoeken van partijen zonder toegekende prioriteit krijgen geen prioriteit.
4.

Voor partijen als bedoeld in tabel 1 van bijlage 3 beoordeelt en rangschikt de systeembeheerder op een vooraf door de systeembeheerder vastgesteld moment de ontvangen verzoeken, bedoeld in artikel 7.21, tweede lid, onderdeel a, eerst op doelmatigheid. De systeembeheerder is transparant over de toetsingscriteria, de weging van de toetsingscriteria, de toepassing van de toetsingscriteria en de uitkomst van de toetsing op doelmatigheid, waarbij de systeembeheerder de uitkomst van de toetsing voorziet van een deugdelijke en voor partijen kenbare motivering. De systeembeheerder betrekt ten minste de volgende criteria bij de toets op doelmatigheid:

  • b. de door de partij, bedoeld in tabel 1 van bijlage 3, aangeboden hoeveelheid regelbaar vermogen;
  • c. de ingangsdatum waarop het door de partij, bedoeld in tabel 1 van bijlage 3, aangeboden regelbaar vermogen beschikbaar is en de datum waarop de systeembeheerder het regelbaar vermogen nodig heeft of verwacht te hebben;
  • d. de periode waarin de partij, bedoeld in tabel 1 van bijlage 3, het aangeboden regelbaar vermogen beschikbaar stelt aan de systeembeheerder; en
  • e. de prijs in €/MWh die de partij, bedoeld in tabel 1 van bijlage 3, vraagt voor de naar verwachting te leveren congestiemanagementdiensten, bedoeld in artikel 9.14, eerste lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026.
5.

Voor partijen als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, hanteert de systeembeheerder bij het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport, bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet de volgorde die volgt uit de rangschikking op doelmatigheid, bedoeld in het vierde lid, en voor partijen als bedoeld in het derde lid, onderdelen b, c en d, de volgorde van het moment van binnenkomst van het transportverzoek.

6.

Voordat de systeembeheerder een partij of meerdere partijen op basis van de volgorde, bedoeld in het derde en vierde lid, een aanbod doet voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet, toetst de systeembeheerder in lijn met artikel 7.21, zesde lid, eerst alle verzoeken als bedoeld in artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b, die de systeembeheerder heeft ontvangen tot de dag voorafgaand aan het vrijkomen van transportcapaciteit.

Artikel 7.23
1.

Indien de systeembeheerder op grond van artikel 7.22, derde lid, onderdeel a, prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel b, en deze partij de met de systeembeheerder gemaakte contractuele afspraken, bedoeld in artikel 7.21, tweede lid, onderdeel a, vervolgens niet nakomt, neemt de systeembeheerder de toegekende transportcapaciteit af.

2.

Indien de systeembeheerder op grond van artikel 7.22, derde lid, onderdelen b en c, prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel b, en vervolgens blijkt dat deze partij in strijd met artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b, onjuiste of frauduleuze bewijsstukken heeft overgelegd bij zijn prioriteringsverzoek, neemt de systeembeheerder de met prioriteit toegekende transportcapaciteit af.

3.

De systeembeheerder stelt de partij van wie transportcapaciteit is afgenomen, bedoeld in het eerste en tweede lid, in staat om een nieuw verzoek tot het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet en een verzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, in te dienen.

4.

De systeembeheerder meldt afgenomen transportcapaciteit als bedoeld in het eerste en tweede lid binnen een maand na afname aan de Autoriteit Consument en Markt.

§ 7.4. Wijzigen van transportrecht

Artikel 7.24
1.

Waar in deze paragraaf “gecontracteerd transportvermogen” staat, wordt zowel het gecontracteerd transportvermogen voor afname als het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding bedoeld, tenzij één van beide specifiek is aangeduid.

2.

De systeembeheerder en de aangeslotene met een grote aansluiting komen het gecontracteerd transportvermogen overeen en leggen dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst.

3.

Het gecontracteerd transportvermogen wordt aangepast overeenkomstig de bepalingen in deze paragraaf.

Artikel 7.25
1.

Voor aansluitingen die behoren tot een tariefcategorie als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de Tarievencode elektriciteit 2026 geldt dat bij overschrijding van het gecontracteerd transportvermogen voor afname in de normale bedrijfstoestand het gecontracteerd transportvermogen voor afname wordt aangepast naar de waarde van de overschrijding.

2.

De nieuwe waarde geldt voor het gehele kalenderjaar waarin de overschrijding zich voordoet.

3.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, past de systeembeheerder het gecontracteerd transportvermogen voor afname behorende bij aansluitingen als bedoeld in het eerste lid maximaal eenmaal per jaar naar boven of beneden aan, indien de aangeslotene hier op redelijke gronden om verzoekt, bijvoorbeeld naar aanleiding van sterk gewijzigde omstandigheden bij de verbruiker die vooraf niet in redelijkheid hadden kunnen worden voorzien. De systeembeheerder kan nadere onderbouwing van de aangegeven gronden voor het verzoek verlangen. De nieuwe waarde gaat ten vroegste in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin het verzoek is gedaan.

4.

Het eerste lid of een aanpassing naar boven als bedoeld in het tweede lid, is niet toegestaan indien de aansluiting zich bevindt in een congestiegebied voor dezelfde energierichting als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid.

Artikel 7.26
1.

Voor aansluitingen die behoren tot een tariefcategorie als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen e en f, van de Tarievencode elektriciteit 2026, geldt dat bij overschrijding van het gecontracteerd transportvermogen voor afname het gecontracteerd transportvermogen voor afname wordt aangepast naar de waarde van de overschrijding. De nieuwe waarde geldt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de overschrijding zich voordoet.

2.

Indien de aangeslotene hier om verzoekt, past de systeembeheerder het gecontracteerd transportvermogen voor afname naar boven of beneden aan, waarbij geldt dat de nieuwe waarde ten vroegste ingaat op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin het verzoek is gedaan maar voor een verlaging niet eerder ingaat dan twaalf maanden na de laatst opgetreden aanpassing naar boven van het gecontracteerd transportvermogen.

3.

Indien binnen twaalf maanden na een verzoek om aanpassing van het gecontracteerd transportvermogen voor afname naar beneden een overschrijding van de verlaagde waarde plaatsvindt, wordt het gecontracteerd transportvermogen voor afname aangepast naar de waarde van de overschrijding. Deze waarde geldt met terugwerkende kracht vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de hiervoor bedoelde aanpassing naar beneden heeft plaatsgevonden.

4.

Onverminderd het bepaalde in het eerste en het tweede lid past de systeembeheerder binnen twaalf maanden na de verhoging het gecontracteerd transportvermogen voor afname behorende bij aansluitingen als bedoeld in het eerste lid naar beneden aan, indien de aangeslotene hier op redelijke gronden om verzoekt, bijvoorbeeld naar aanleiding van sterk gewijzigde omstandigheden bij de verbruiker die vooraf niet in redelijkheid hadden kunnen worden voorzien. De systeembeheerder kan nadere onderbouwing van de aangegeven gronden voor het verzoek verlangen. De nieuwe waarde gaat ten vroegste in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin het verzoek is gedaan.

5.

Het eerste lid of een aanpassing naar boven als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid is niet toegestaan indien de aansluiting zich bevindt in een congestiegebied voor dezelfde energierichting als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid.

Artikel 7.27

De systeembeheerder past het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding omhoog of omlaag aan indien:

  • a. de aangeslotene hier om verzoekt; en
  • b. in geval van een aanpassing naar boven, overeenkomstig de artikelen 7.13 tot en met 7.20 blijkt dat de beschikbare transportcapaciteit toereikend is voor de gewenste verhoging.
Artikel 7.28. [gereserveerd]

–

§ 7.5. Terugnemen van transportrecht

Artikel 7.29
1.

De systeembeheerder kan het gecontracteerde transportvermogen van een aangeslotene verlagen indien:

  • b. de aangeslotene:
  • 1°. bij een aansluiting op een middenspanningssysteem gedurende de twaalf voorafgaande maanden ten hoogste 50% van het gecontracteerd transportvermogen heeft benut of gedurende de twaalf voorafgaande maanden 1 MW of meer van het gecontacteerd transportvermogen niet heeft benut;
  • 2°. bij een aansluiting op een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau lager dan 110 kV, gedurende de twaalf voorafgaande maanden ten hoogste 50% van het gecontracteerd transportvermogen heeft benut of gedurende de twaalf voorafgaande maanden 1 MW of meer van het gecontacteerd transportvermogen niet heeft benut; of
  • 3°. bij een aansluiting op een transmissiesysteem gedurende de twaalf voorafgaande maanden ten hoogste 50% van het gecontracteerd transportvermogen heeft benut of gedurende de twaalf voorafgaande maanden 10 MW of meer van het gecontacteerd transportvermogen niet heeft benut; en
  • c. het onder b bedoelde niet benutte deel van het transportvermogen, of een gedeelte daarvan, niet binnen een redelijke termijn benut zal worden door de aangeslotene, zoals beschreven in het tweede tot en met het vierde lid.
2.

Wanneer de systeembeheerder constateert dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdelen a en b:

  • a. stelt de systeembeheerder de aangeslotene hiervan schriftelijk op de hoogte;
  • b. stelt de systeembeheerder de aangeslotene in de gelegenheid om binnen twee maanden na de onder a bedoelde schriftelijke melding, in overleg te treden met de systeembeheerder over of, in welke mate en binnen welke termijn, het transportvermogen naar verwachting zal worden benut;
  • c. legt de systeembeheerder schriftelijk ten minste vast:
  • 1°. of het in onderdeel b genoemde overleg heeft plaatsgevonden;
  • 2°. indien het in onderdeel b genoemde overleg heeft plaatsgevonden, of, in welke mate en binnen welke termijn de aangeslotene verwacht het transportvermogen te zullen benutten; en
  • 3°. de informatie die aangeslotene naar voren heeft gebracht in het kader van subonderdeel 2°.
  • d. deelt de systeembeheerder de informatie als bedoeld in onderdeel c, binnen 10 werkdagen nadat het in onderdeel b bedoelde overleg heeft plaatsgevonden, of direct na afloop van de in onderdeel b genoemde termijn, indien het overleg niet heeft plaatsgevonden, met de aangeslotene.
  • e. stelt de systeembeheerder de aangeslotene in de gelegenheid binnen 10 werkdagen na het delen van de informatie als bedoeld in onderdeel d schriftelijk hierop te reageren.
3.

Binnen één maand na de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde termijn, of indien het in onderdeel b bedoelde overleg niet heeft plaatsgevonden, direct na afloop van de in het tweede lid, onderdeel b, genoemde termijn van twee maanden, stelt de systeembeheerder vast in welke mate de aangeslotene binnen een termijn van ten minste twaalf maanden, gerekend vanaf de in het tweede lid, onderdeel a genoemde schriftelijke melding, het gecontracteerd transportvermogen zal gebruiken. De systeembeheerder betrekt hierbij:

  • a. voor zover beschikbaar, de hoogste kWmax-waarde van de aangeslotene over de voorafgaande 24 maanden;
  • c. de informatie die volgt uit het tweede lid, onderdelen b, c en e; en
  • d. de informatie die volgt uit het zevende lid.
4.

Indien de systeembeheerder op grond van het derde lid vaststelt dat het gecontracteerd transportvermogen niet binnen de in het derde lid genoemde termijn van ten minste twaalf maanden volledig gebruikt wordt, stelt de systeembeheerder het nieuwe gecontracteerd transportvermogen vast op:

  • a. voor zover beschikbaar, de hoogste kWmax-waarde als bedoeld in het derde lid, onderdeel a;
  • b. of, indien dat hoger is dan de kWmax-waarde als bedoeld in onderdeel a en de aangeslotene dit aannemelijk maakt, naar de waarde die volgt uit de prognoses als bedoeld in het derde lid, onderdeel b;
  • c. of, indien dat hoger is dan de kWmax-waarde als bedoeld in onderdeel a en de aangeslotene dit aannemelijk maakt, naar de waarde zoals volgt uit het derde lid, onderdeel c.
5.

De in het vierde lid bedoelde aanpassing van het gecontracteerde transportvermogen gaat in op het moment dat de systeembeheerder het door de aangeslotene gecontracteerde transportvermogen aanpast in de aansluit- en transportovereenkomst en de systeembeheerder de aangeslotene hierover schriftelijk informeert.

6.

Na een aanpassing als bedoeld in het vijfde lid kan het gecontracteerd transportvermogen conform artikel 3.46 eerste lid, van de Energiewet verhoogd worden, indien de aangeslotene hier om verzoekt en, indien sprake is van een congestiegebied als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, de aangeslotene op grond van nieuwe prognoses als bedoeld in de artikelen 12.11, eerste lid, onderdeel e, 12.12, eerste lid, onderdeel e, 12.13, eerste lid, onderdeel b, of 12.14, eerste lid, onderdeel b, aannemelijk maakt dat hij het verzochte transportvermogen nodig heeft.

7.

Het gecontracteerd transportvermogen wordt niet aangepast bij:

  • a. aansluitingen ten behoeve van vitale processen zoals gepubliceerd door de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, anders dan aansluitingen van elektriciteitsproductie-installaties, indien het beperken van het gecontracteerd transportvermogen een risico vormt voor het functioneren van het desbetreffende vitale proces;
  • b. aansluitingen van de Dienst Justitiële Inrichtingen, ziekenhuizen en openbaar vervoersbedrijven voor zover het aanpassen van gecontracteerd transportvermogen direct van invloed is op het functioneren van maatschappelijke voorzieningen; en
  • c. aansluitingen waarvoor geldt dat de aangeslotene aantoont dat het gecontracteerd transportvermogen incidenteel en onverwacht moet kunnen worden aangesproken voor vanuit de technische veiligheid van de installatie onvermijdelijke belastingen.

Hoofdstuk 8. Kwaliteitsvoorwaarden

§ 8.1. Betrouwbaarheid

Artikel 8.1

De systeembeheerder stelt al hetgeen redelijkerwijs binnen zijn vermogen ligt in het werk om onderbreking van de transportdienst te voorkomen, of indien een onderbreking van de transportdienst optreedt, deze zo snel mogelijk te verhelpen, waarbij:

  • a. een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing in een systeem met een spanningsniveau tot en met 1 kV is binnen 4 uur hersteld;
  • b. een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing in een systeem met een spanningsniveau van groter dan 1 kV tot en met 35 kV is binnen 2 uur hersteld;
  • c. een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing in een systeem met een spanningsniveau groter dan 35 kV is binnen 1 uur hersteld.
Artikel 8.2
1.

Een systeembeheerder past een uniforme, door de gezamenlijke systeembeheerders overeengekomen werkwijze toe voor de registratie van onderbrekingen in het transport van elektriciteit, bedoeld in artikel 3.36, vijfde lid, van het Energiebesluit.

2.

De in het eerste lid bedoelde werkwijze omvat tevens de wijze waarop een systeembeheerder de prestatie-indicatoren, bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, onderdeel b, van de Energieregeling, vaststelt.

3.

De gezamenlijke systeembeheerders maken de in het eerste lid bedoelde werkwijze openbaar.

§ 8.2. Spanningskwaliteit

Artikel 8.3
1.

De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit voor aansluitingen op distributiesystemen met een spanningsniveau Un kleiner dan of gelijk aan 1 kV zijn als volgt gedefinieerd:

  • a. de langzame spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)