Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa
Bij de ondertekening van dit Verdrag verstrekt elke Partij aan alle andere Partijen technische gegevens, overeenkomstig de in de Bijlage bij dit Protocol overeengekomen categorieën, te zamen met foto's die het boven-, voor- en zijaanzicht, rechts of links, weergeven van elk van haar bestaande typen conventionele wapensystemen genoemd in de Titels I en II van dit Protocol. Bovendien dienen foto's van op een gepantserd personeelsvoertuig en op een pantserinfanteriegevechtsvoertuig lijkende voertuigen afbeeldingen van die voertuigen te omvatten die het inwendige ervan weergeven, opdat het specifieke kenmerk wordt getoond waardoor het betrokken voertuig zich onderscheidt als een op een gepantserd personeelsvoertuig of een pantserinfanteriegevechtsvoertuig lijkend voertuig. Elke Partij kan naar goeddunken foto's verstrekken naast de krachtens deze paragraaf vereiste.
2
Voor elk bestaand type van conventionele wapensystemen genoemd in de Titels I en II van dit Protocol dient eeri model of versie van dat type te bestaan dat wordt aangewezen als standaardexemplaar. Van elk aangewezen standaardexemplaar moeten foto's worden verstrekt overeenkomstig paragraaf 1 van deze Titel. Van modellen en versies van een type die geen noemenswaardige uitwendig waarneembare verschillen van het standaardexemplaar van dat type vertonen, zijn geen foto's vereist. De foto's van elk standaardexemplaar van een type moeten een aantekening bevatten betreffende de bestaande type-aanduiding en de nationale benaming voor alle modellen en versies van het type dat de foto's van het standaardexemplaar weergeven. De foto's van elk standaardexemplaar van een type dienen een aantekening te bevatten van de technische gegevens van dat type, overeenkomstig de in de Bijlage bij dit Protocol overeengekomen categorieën. Bovendien dienen in de aantekening alle modellen en versies te zijn vermeld van het type dat de foto's van het standaardexemplaar weergeven. Bedoelde technische gegevens moeten worden aangetekend op de foto van het zijaanzicht.
TITEL IV. BIJWERKEN VAN LIJSTEN VAN BESTAANDE TYPEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE PARTIJEN
1
Dit Protocol vormt slechts de weergave van de overeenstemming tussen de Partijen met betrekking tot bestaande typen conventionele wapensystemen, alsmede met betrekking tot de categorieën technische gegevens uiteengezet in de Titels I en II van de Bijlage bij dit Protocol.
2
Elke Partij is verantwoordelijk voor de juistheid van de technische gegevens betreffende uitsluitend haar eigen conventionele wapensystemen verstrekt in overeenstemming met Titel III van dit Protocol.
3
Elke Partij meldt aan alle andere Partijen:a) elk nieuw type van conventionele wapensystemen dat voldoet aan één van de.omschrijvingen in artikel II van dit Verdrag en dat tot een in dit Protocol genoemde categorie behoort, en b) elk nieuw model of nieuwe versie van een in dit Protocol genoemd type, zulks bij de indienststelling daarvan bij haar strijdkrachten in het toepassingsgebied. Tegelijkertijd verstrekt elke Partij alle andere Partijen de op grond van Titel III van dit Protocol vereiste technische gegevens en foto's.
4
Zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk 60 dagen na een bekendmaking uit hoofde van paragraaf 3 van deze Titel nemen de Partijen, in overeenstemming met de bepalingen van artikel XVI van het Verdrag en het Protocol inzake het Gemengd Overlegorgaan, maatregelen gericht op het bijwerken van de lijsten van bestaande typen conventionele wapensystemen in de Titels I en II van dit Protocol.
TITEL I. OVEREENGEKOMEN CATEGORIEËN TECHNISCHE GEGEVENS
TITEL II. SPECIFICATIES VOOR FOTO'S
De Partijen komen hierbij procedures en bepalingen overeen betreffende de algehele ontwapening en certificering van de onbewapende toestand van bepaalde modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit in overeenstemming met artikel VIII van het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa van 19 november 1990, hierna te noemen het Verdrag.
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
1
Elke Partij heeft het recht uit de getalsmatige beperkingen voor gevechtsvliegtuigen in de artikelen IV en VI van het Verdrag slechts die bepaalde modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit te lichten die zijn genoemd in Titel II, paragraaf 1, van dit Protocol, zulks in overeenstemming met de in dit Protocol vervatte procedures.
- A. Elke Partij heeft het recht uit de getalsmatige beperkingen voor gevechtsvliegtuigen in de artikelen IV en VI van het Verdrag de in Titel II, paragraaf 1, van dit Protocol genoemde bepaalde modellen of versies van vliegtuigen te lichten die onderdelen bevatten zoals omschreven in Titel III, paragrafen 1 en 2, van dit Protocol, zulks slechts door totale ontwapening en certificering.
- B. Elke Partij heeft het recht uit de getalsmatige beperkingen voor gevechtsvliegtuigen in de artikelen IV en VI van het Verdrag de in Titel II, paragraaf 1, van dit Protocol genoemde bepaalde modellen of versies van vliegtuigen te lichten die niet onderdelen bevatten zoals omschreven in Titel III, paragrafen 1 en 2, van dit Protocol, zulks door alleen certificering.
2
Modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit genoemd in Titel II van dit Protocol kunnen worden ontwapend en gecertificeerd of alleen gecertificeerd binnen 40 maanden na de inwerkingtreding van het Verdrag. Deze vliegtuigen worden meegeteld.voor de getalsmatige beperkingen voor gevechtsvliegtuigen in de artikelen IV en VI van het Verdrag totdat deze vliegtuigen zijn gecertificeerd als onbewapend in overeenstemming met de procedures vervat in Titel IV van dit Protocol. Elke Partij heeft het recht uit de getalsmatige beperkingen voor gevechtsvliegtuigen in de artikelen IV en VI van het Verdrag niet meer dan 550 van deze vliegtuigen te lichten, waarvan er niet meer dan 130 van het model of de versie MiG-25U mogen zijn.
3
Uiterlijk bij de inwerkingtreding van het Verdrag maakt elke Partij aan alle andere Partijen bekend:
- A. het totale aantal van elk bepaald model of elke bepaalde versie van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit dat de Partij voornemens is te ontwapenen en certificeren in overeenstemming met Titel I, paragraaf 1, letter A, Titel III en Titel IV van dit Protocol; en
- B. het totale aantal van elk bepaald model of elke bepaalde versie van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit dat de Partij voornemens is alleen te certificeren in overeenstemming met Titel I, paragraaf 1, letter B, en Titel IV van dit Protocol.
4
Elke Partij gebruikt ieder door haar noodzakelijk geacht technologische middel om de procedures voor algehele ontwapening vervat in Titel III van dit Protocol toe te passen.
TITEL II. MODELLEN OF VERSIES VAN LESVLIEGTUIGEN MET GEVECHTSCAPACITEIT DIE IN AANMERKING KOMEN VOOR ALGEHELE ONTWAPENING EN CERTIFICERING
1
Elke Partij heeft het recht uit de getalsmatige beperkingen voor gevechtsvliegtuigen in de artikelen IV en VI van het Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van dit Protocol slechts de volgende bepaalde modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit te lichten:
SU-15U
SU-17U
MiG-15U
MiG-21U
MiG-23U
MiG-25U
UIL-28.
2
De bovenstaande lijst van bepaalde modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit is definitief en niet vatbaar voor herziening.
TITEL III. PROCEDURES VOOR ALGEHELE ONTWAPENING
1
Modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit die algeheel worden ontwapend worden ongeschikt gemaakt voor verder gebruik van' welk type wapensysteem dan ook, alsmede voor verdere bediening van systemen voor elektronische oorlogvoering en verkenning, zulks door verwijdering van de volgende onderdelen:
- A. voorzieningen die met name zijn bedoeld voor het aanbrengen van wapensystemen, zoals speciale bevestigingspunten, lanceerinrichtingen of punten waaraan wapens kunnen worden gemonteerd;
- B. besturingseenheden en -panelen van wapencontrolesystemen, met inbegrip van systemen voor het kiezen, laden, afvuren of lanceren van wapens;
- C. besturingseenheden van het richtsysteem en wapengeleidesystemen die niet geïntegreerd zijn in navigatie- en vluchtcontrolesystemen; en
- D. besturingseenheden en -panelen van systemen voor elektronische oorlogvoering en verkenning, met inbegrip van de bijbehorende antennes.
2
Niettegenstaande paragraaf 1 van deze Titel worden speciale bevestigingspunten die zijn ingebouwd in het vliegtuig, alsmede speciale elementen van bevestigingspunten voor algemene doeleinden, die uitsluitend zijn bedoeld voor gebruik met de onderdelen beschreven in paragraaf 1 van deze Titel, ongeschikt gemaakt voor verder gebruik met zulke systemen. Elektrische circuits van de systemen voor wapens, elektronische oorlogvoering en verkenning beschreven in paragraaf 1 van deze Titel worden ongeschikt gemaakt voor verder gebruik door verwijdering van de bedrading of, indien dat technisch niet uitvoerbaar is, door op toegankelijke plaatsen delen van de bedrading eruit te snijden.
3
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen uiterlijk 42 dagen voor de algehele ontwapening van het eerste vliegtuig van elk model of elke versie van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit genoemd in Titel II van dit Protocol de volgende informatie:
- A. een schematische tekening waarop zijn aangegeven alle hoofdonderdelen van wapensystemen, met inbegrip van het richtsysteem en wapengeleidesystemen, voorzieningen bedoeld voor het aanbrengen van wapens, alsmede onderdelen van systemen voor elektronische oorlogvoering en. verkenning, de basisfunctie van de in paragraaf 1 van deze Titel beschreven onderdelen en de functionele verbindingen tussen deze onderdelen onderling;
- B. een algemene beschrijving van het ontwapeningsproces, met inbegrip van een lijst van te verwijderen onderdelen; en
- C. een foto van elk te verwijderen onderdeel die de plaats ervan in het vliegtuig weergeeft vóór verwijdering en een foto van dezelfde plaats nadat het desbetreffende onderdeel is verwijderd.
TITEL IV. PROCEDURES VOOR CERTIFICERING
1
Elke Partij die voornemens is modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit te ontwapenen en te certificeren of alleen te certificeren, neemt de onderstaande certificeringsprocedure in acht, ten einde te verzekeren dat deze vliegtuigen geen van.de in Titel III, paragrafen 1 en 2, van dit Protocol genoemde onderdelen bevatten.
2
In overeenstemming met Titel IX, paragraaf 3, van het Protocol inzake inspectie maakt elke Partij elke certificering bekend aan alle andere Partijen. Bij de eerste certificering van een vliegtuig waarvoor geen algehele ontwapening vereist is, verstrekt de Partij die voornemens is de certificering te verrichten alle andere Partijen de in Titel III, paragraaf 3, letters A, B en C, van dit Protocol de voor een bewapend model of bewapende versie van hetzelfde type vliegtuig voorgeschreven informatie.
3
Elke Partij heeft het recht de certificering van les vliegtuigen met gevechtscapaciteit te inspecteren in overeenstemming met Titel IX van het Protocol inzake inspectie.
4
Het proces van algehele ontwapening en certificering of van alleen certificering wordt geacht te zijn voltooid wanneer de certificeringsprocedures vervat in deze Titel zijn vervuld, ongeacht of een Partij de rechten met betrekking tot inspectie van de certificering beschreven in paragraaf 3 van deze Titel en Titel IX van het Protocol inzake inspectie uitoefent, mits binnen 30 dagen na ontvangst van de bekendmaking van voltooiing van de certificering en reclassificering ingevolge paragraaf 5 van deze Titel geen Partij aan alle andere Partijen heeft bekendgemaakt dat zij van mening is dat er sprake is van een onduidelijkheid met betrekking tot het certificerings- en reclassificeringsproces. Ingeval er wordt gesteld dat er sprake is van een onduidelijkheid, wordt deze reclassificering niet geacht te zijn voltooid totdat de kwestie aangaande de onduidelijkheid is opgelost.
5
De Partij die de certificering verricht, maakt aan alle andere Partijen de voltooiing van de certificering bekend in overeenstemming met Titel IX van het Protocol inzake inspectie.
6
De certificering wordt verricht in het toepassingsgebied. Partijen behorend tot dezelfde groep van Partijen hebben het recht gezamenlijk gebruik te maken van plaatsen voor certificering.
TITEL V. PROCEDURES VOOR INFORMATIE-UITWISSELING EN VERIFICATIE
De Partijen komen hierbij procedures overeen betreffende de vermindering van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen, zoals vervat in artikel VIII van het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa van 19 november 1990, hierna te noemen het Verdrag.
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
TITEL I. ALGEMENE VEREISTEN VOOR VERMINDERING
1
De bij het Verdrag beperkte wapensystemen worden verminderd in overeenstemming met de procedures vervat in dit Protocol en in de andere protocollen genoemd in artikel VIII, eerste lid van het Verdrag. Ieder van deze procedures wordt, wanneer zij wordt toegepast in overeenstemming met de bepalingen van artikel VIII van het Verdrag of van dit Protocol, toereikend geacht om verminderingen te verrichten.
2
Elke Partij heeft het recht alle technologische middelen te gebruiken die zij noodzakelijk acht ter toepassing van de procedures voor vermindering van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen.
3
Elke Partij heeft het recht de onderdelen en delen van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die zelf niet zijn onderworpen aan vermindering in overeenstemming met de bepalingen van Titel II van dit Protocol, te verwijderen, te behouden en te gebruiken, en resten af te voeren.
4
Tenzij in dit Protocol anders is bepaald, worden bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen op zodanige wijze verminderd dat verder gebruik of herstel ervan voor militaire doeleinden is uitgesloten.
5
Na de inwerkingtreding van het Verdrag kan iedere Partij bijkomende procedures voor vermindering voorstellen. Deze voorstellen worden medegedeeld aan alle andere Partijen en omvatten de details van zulke procedures in dezelfde vorm als de in dit Protocol vervatte procedures. Dergelijke procedures worden toereikend geacht om de vermindering van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen uit te voeren na een daartoe strekkende beslissing van het Gemengd Overlegorgaan.
TITEL II. NORMEN VOOR AANBIEDING OP VERMINDERINGSPLAATSEN
1
Elk bij het Verdrag beperkt conventioneel wapensysteem dat moet worden verminderd wordt op een verminderingsplaats aangeboden. Elk systeem bestaat ten minste uit de volgende delen en onderdelen:
- A. bij gevechtstanks: de romp, de koepel en ingebouwde hoofdbewapening. Voor de toepassing van dit Protocol wordt een ingebouwde hoofdbewapening van een gevechtstank geacht te omvatten de schietbuis, de stootbodem, de astappen en astapdragers.
- B. bij pantsergevechtsvoertuigen: de romp, de koepel en ingebouwde hoofdbewapening, indien aanwezig. Voor de toepasing van dit Protocol wordt een ingebouwde hoofdbewapening van een pantsergevechtsvoertuig geacht te omvatten de schietbuis, de stootbodem, de astappen en astapdragers. Voor de toepassing van dit Protocol wordt een ingebouwde hoofdbewapening geacht niet te omvatten machinegeweren met een kaliber van minder dan 20 mm, die alle kunnen worden hergebruikt.
- C. bij artillerie: de schietbuis, het kulasgedeelte, de affuit met inbegrip van de astappen en astapdragers en de staart, indien aanwezig; of de lanceerbuizen of lanceerlopen en de grondplaten daarvan, of mortierlopen en de grondplaten daarvan. In het geval van gemechaniseerde stukken artillerie worden de romp en koepel, indien aanwezig, ook aangeboden.
- D. bij gevechtsvliegtuigen: de romp; en
- E. bij aanvalshelikopters: de romp, met inbegrip van de bevestigingspunten voor de transmissie.
2
In alle gevallen bestaat het in overeenstemming met paragraaf 1 van deze Titel op de verminderingsplaats aangeboden wapensysteem uit één geheel.
3
Over delen en onderdelen van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen niet nader aangegeven in paragraaf 1 van deze Titel, alsook delen en onderdelen die niet behoeven te worden verminderd ingevolge de procedures van dit Protocol, met inbegrip van de koepels van gepantserde personeelsvoertuigen die alleen met machinegeweren zijn uitgerust, kan de Partij die de vermindering verricht, naar eigen inzicht beschikken.
TITEL III. PROCEDURES VOOR VERMINDERING VAN GEVECHTSTANKS DOOR VERNIETIGING
1
Elke Partij heeft het recht een van de onderstaande procedures te kiezen telkens wanneer zij overgaat tot vernietiging van gevechtstanks op verminderingsplaatsen.
2
Procedure voor vernietiging door versnijden:
- A. verwijderen van bijzondere uitrusting uit de romp, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van boordwapensystemen;
- B. verwijderen van de koepel, indien aanwezig ;
- C. wat het kulasgedeelte betreft:
-
- vastlassen van de kulas aan het sluitstuk op ten minste twee plaatsen; of
-
- versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kula;
- D. doorzagen van de schietbuis in twee delen op een afstand van niet meer dan 100 mm van het sluitstuk;
- E. versnijden van één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager in de koepel;
- F. uitzagen van twee delen uit de rand van de koepelopening in de romp, die elk een deel vormen van een cirkelsector met een hoek van ten minste 60 graden en met een lengte van minimaal 200 mm langs de straal, gecentreerd op de lengteas van het voertuig;
- G. uitzagen van delen uit beide zijden van de romp, die de openingen voor de eindaandrijvingen omvatten, door verticale en horizontale insnijdingen in het zijpantser en diagonale insnijdingen in het boven- of bodempantser en in het voor- of achterpantser, zodat de openingen voor de eindaandrijvingen zich in de uitgezaagde gedeelten bevinden.
3
Procedure voor vernietiging door opblazen:
- A. romp, luiken en hoekplaten staan open om een maximale luchtstroom te bewerkstelligen;
- B. er wordt een explosieve lading aangebracht in de schietbuis op de plaats waar de astappen zijn verbonden met de affuit;
- C. er wordt een explosieve lading aangebracht aan de buitenzijde van de romp tussen het tweede en derde wiel, of het derde en vierde wiel wanneer er zes wielen zijn, waarbij natuurlijke zwakke punten zoals lasnaden of ontsnappingsluiken worden vermeden. De lading moet binnen het door de koepel bestreken vlak worden geplaatst. Er wordt een tweede lading aangebracht aan de binnenzijde van de romp aan dezelfde zijde van de tank, tegenover de lading aan de buitenzijde.
- D. er wordt een explosieve lading aangebracht in de koepel bij de affuit van de hoofdbewapening; en
- E. alle ladingen worden tegelijkertijd tot ontploffing gebracht zodat de romp en de koepel barsten en worden verwrongen, de kulas van de schietbuis wordt afgerukt, daaraan vastsmelt of wordt vervormd, de schietbuis splijt of in de lengte wordt doorsneden; de affuit breekt zodat er geen schietbuis op geplaatst kan worden en bijkomende schade wordt toegebracht aan het loopwerk zodat ten minste één van de wielaandrijfpunten wordt vernietigd.
4
Procedure voor vernietiging door vervormen:
- A. verwijderen van bijzondere uitrusting uit de romp, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van boordwapensystemen;
- B. verwijderen van de koepel, indien aanwezig;
- C. wat het kulasgedeelte betreft:
-
- vastlassen van de kulas aan het sluitstuk op ten minste twee plaatsen; of
-
- versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas;
- D. doorzagen van de schietbuis in twee delen op een afstand van niet meer dan 100 mm van het sluitstuk;
- E. versnijden van één van beide astappen; en
- F. de romp en de koepel worden vervormd zodat hun breedte met ten minste 20 procent wordt verminderd.
5
Procedure voor vernietiging door pletten:
- A. er wordt een zware stalen sloopkogel of een soortgelijk apparaat herhaaldelijk neergelaten op de romp en de koepel totdat de romp op ten minste drie verschillende plaatsen is gescheurd en de koepel op ten minste één plaats;
- B. de slagen van de kogel op de koepel dienen één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager buiten werking te stellen en het sluitstuk zichtbaar te vervormen; en
- C. de schietbuis dient zichtbaar gescheurd of verbogen te zijn.
TITEL IV. PROCEDURES VOOR DE VERMINDERING VAN PANTSERGEVECHTSVOERTUIGEN DOOR VERNIETIGING
1
Elke Partij heeft het recht een van de onderstaande procedures te kiezen telkens wanneer zij overgaat tot vernietiging van pantsergevechtsvoertuigen op verminderingsplaatsen.
2
Procedure voor vernietiging door versnijden:
- A. bij alle pantsergevechtsvoertuigen verwijderen van bijzondere uitrusting uit de romp, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van boordwapensystemen;
- B. bij pantserrupsgevechtsvoertuigen, uitzagen van delen uit beide zijden van de romp die de. openingen voor de eindaandrijvingen omvatten, door verticale en horizontale insnijdingen in het zijpantser en diagonale insnijdingen in het boven- of bodempantser en het voorof achterpantser, zodat de openingen voor de eindaandrij vingen zich in de uitgezaagde gedeelten bevinden;
- C. bij pantserwielgevechtsvoertuigen uitzagen van delen uit beide zijden van de romp, die de bevestigingspunten voor de voorwieleindaandrijvingen omvatten, verticale, horizontale en onregelmatige insnijdingen in het zij-, voor-, boven- en bodempantser, zodat de bevestigingspunten voor de voorwieleindaandrijvingen zich in de uitgezaagde gedeelten bevinden op een afstand van niet minder dan 100 mm van de insnijdingen; en
- D. daarnaast bij pantserinfanteregevechtsvoertuigen en zwaarbewapende gevechtsvoertuigen:
-
- verwijderen van de koepel;
-
- versnijden van één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager in de koepel;
-
- wat het kulasgedeelte betreft:
- a. vastlassen van de kulas aan het sluitstuk op ten minste twee plaatsen;
- b. versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas; of
- c. doorzagen van het uitwendige deel van de kulas in twee ongeveer gelijke delen;
-
- doorzagen van de schietbuis in twee delen op een afstand van niet meer dan 100 mm van het sluitstuk; en
-
- uitzagen van twee delen uit de rand van de koepelopening in de romp, die elk een deel vormen van een cirkelsector met een hoek van ten minste 60 graden en met een lengte van minimaal 200 mm langs de straal, gecentreerd op de lengteas van het voertuig.
3
Procedure voor vernietiging door opblazen:
- A. er wordt een explosieve lading aangebracht op de vloer in het inwendige in het midden van het voertuig;
- B. er wordt een tweede explosieve lading aangebracht als volgt:
-
- bij zwaarbewapende gevechtsvoertuigen, in de schietbuis waar de astappen zijn verbonden met de affuit;
-
- bij pantserinfanteriegevechtsvoertuigen, aan de buitenzijde van het uitwendige deel van de kulas en het onderste kanondeel;
- C. alle luiken worden vergrendeld; en
- D. de ladingen worden tegelijkertijd tot ontploffing gebracht zodat de zijkanten en de bovenkant van de romp splijten. Bij zwaarbewapen de gevechtsvoertuigen en pantserinfanteriegevechtsvoertuigen dient de schade aan het wapensysteem overeen te komen met dieaangegeven in paragraaf 2, letter D, van deze Titel.
4
Procedure, voor vernietiging door pletten:
- A. er wordt een zware stalen sloopkogel ofeen soortgelijk apparaat herhaaldelijk neergelaten op de romp en de koepel, indien aanwezig, totdat de romp op ten minste drie verschillende plaatsen is gescheurd en de koepel, indien aanwezig, op één plaats;
- B. daarnaast, bij zwaarbewapende gevechtsvóertuigen:
-
- dienen de slagen van de kogel op de koepel één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager buiten werking te stellen en het sluitstuk zichtbaar te vervormen; en
-
- dient de schietbuis zichtbaar gescheurd of verbogen te zijn.
TITEL V. PROCEDURES VOOR DE VERMINDERING VAN ARTILLERIE DOOR VERNIETIGING
1
Elke Partij heeft het recht een van de onderstaande procedures te kiezen telkens wanneer zij overgaat tot'vernietiging van kanonnen, houwitsers, stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen, meervoudige raketwerpers of mortieren op verminderingsplaatsen.
2
Procedure voor vernietiging door versnijden van kanonnen, houwitsers, stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen, of mortieren (niet gemechaniseerd):
- A. verwijderen van bijzondere uitrusting, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van het kanon, de houwitser, het stuk artillerie dat de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigt, of het mortier;
- B. wat het kulasgedeelte betreft, indien aanwezig, van het kanon, de houwitser, het stuk artillerie dat de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigt, of het mortier:
-
- vastlassen van de kulas aan het sluitstuk op ten minste twee plaatsen; of
-
- versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas;
- C. doorzagen van de schietbuis in twee delen op een afstand van niet meer dan 100 mm van het sluitstuk;
- D. versnijden van de linker astap van de affuit en astapdrager in de bovenaffuit; en
- E. versnijden van de staart of de grondplaat van het mortier in twee ongeveer gelijke delen.
3
Procedure voor vernietiging door opblazen van kanonnen, houwitsers of stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen (niet gemechaniseerd):
- A. er worden explosieve ladingen aangebracht in de schietbuis, op een wieglagering in de bovenaffuit en op de staart en tot ontploffing gebracht, zodat:
-
- de schietbuis splijt of in de lengte is gescheurd binnen 1,5 m van de kulas;
-
- de kulas wordt afgerukt, vervormd of gedeeltelijk gesmolten;
-
- de verbindingsstukken tussen de schietbuis en het sluitstuk en tussen een van de astappen van de affuit en de bovenaffuit worden vernietigd of voldoende beschadigd om deze onge schikt te maken voor verder gebruik; en
-
- de staart wordt gescheiden in twee ongeveer gelijke delen of voldoende wordt beschadigd om deze ongeschikt te maken voor verder gebruik.
4
Procedure voor vernietiging door opblazen van niet gemechaniseerde mortieren:
Er worden explosieve ladingen aangebracht in de mortierloop en op de grondplaat zodat, wanneer de ladingen tot ontploffing worden gebracht, de onderste helft van de mortierloop is gescheurd en de grondplaat is losgeslagen in twee ongeveer gelijke delen.
5
Procedure voor vernietiging door vervormen van niet gemechaniseerde mortieren:
- A. de mortierloop dient zichtbaar verbogen te zijn in het midden; en
- B. de grondplaat dient te zijn verbogen ongeveer op de middellijn onder een hoek van ten minste 45 graden.
6
Procedure voor vernietiging door versnijden van gemechaniseerde kanonnen, houwitsers, stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen, of mortieren:
- A. verwijderen van speciale uitrusting, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van het kanon, de houwitser of het stuk artillerie dat de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigt, of het mortier;
- B. wat het kulasgedeelte, indien aanwezig, van het kanon, de houwitser, het stuk artillerie dat de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigt, of het mortier betreft:
-
- vastlassen van de kulas aan het sluitstuk op ten minste twee plaatsen; of
-
- versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas;
- C. versnijden van de schietbuis in twee delen op een afstand van niet meer dan 100 mm van het sluitstuk;
- D. versnijden van de linker astap en astapdrager; en
- E. uitzagen van delen uit beide zijden van de romp, die de openingen voor de eindaandrijvingen omvatten, door verticale en horizontale insnijdingen in het zijpantser en diagonale insnijdingen in het boven- of bodempantser en het voor- of achterpantser, zodat de openingen voor de eindaandrijvingen zich in de uitgezaagde gedeelten bevinden.
7
Procedure voor vernietiging door opblazen van gemechaniseerde kanonnen, houwitsers, stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen, of mortieren:
- A. bij gemechaniseerde kanonnen, houwitsers, stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen, of mortieren met een koepel: de methode aangegeven voor gevechtstanks in Titel III, paragraaf 3 van dit Protocol wordt toegepast ten einde resultaten te bereiken die overeenkomen met het aldaar bepaalde; en
- B. bij gemechaniseerde kanonnen, houwitsers, stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen, of mortieren zonder koepel: er wordt een explosieve lading aangebracht in de romp onder de voorrand van de bovenkant van het mechanisme voor de breedterichting waarop de schietbuis steunt en tot ontploffing gebracht, zodat hét bovenpantser van de romp wordt gescheiden. Voor de vernietiging van het wapensysteem dient de in paragraaf 3 van deze Titel aangegeven methode voor kanonnen, houwitsers of stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen te worden toegepast ten einde resultaten te bereiken die overeenkomen met het aldaar bepaalde.
8
Procedure voor vernietiging door pletten van gemechaniseerde kanonnen, houwitsers, stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen, of mortieren:
- A. er wordt een zware stalen sloopkogel, of een gelijkwaardig apparaat, herhaaldelijk neergelaten op de romp en de koepel, indien aanwezig, totdat de romp op ten minste drie verschillende plaatsen is gescheurd en de koepel op ten minste één plaats;
- B. de slagen van de kogel op de koepel dienen één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager buiten werking te stellen en het sluitstuk zichtbaar te vervormen; en
- C. de schietbuis dient zichtbaar gescheurd of verbogen te zijn, ongeveer in het midden.
9
Procedure voor vernietiging door versnijden van meervoudige raketwerpers:
- A. verwijderen van bijzondere uitrusting uit de meervoudige raketwerper, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van zijn gevechtssystemen; en
- B. verwijderen van schietbuizen of lanceerrails, schroeven (drijfwerk) van delen van het mechanisme voor hoogterichting, schietbuisof lanceerrailsdragers en hun draaibare delen en het zagen daarvan in twee ongeveer gelijke delen op plaatsen die geen lasnaden zijn.
10
Procedure voor vernietiging door opblazen van meervoudige raketwerpers:
er wordt een lineaire holle lading aangebracht dwars op de schietbuizen of lanceerrails en de dragers daarvan. Bij ontploffing dient de.lading de schietbuizen of lanceerrails en de dragers daarvan en hun draaibare delen los te rukken in twee ongeveer gelijke delen op plaatsen die geen lasnaden zijn.
11
Procedure voor vernietiging door vervormen van meervoudige raketwerpers:
alle schietbuizen of lanceerrails, dragers daarvan en het richtsysteem dienen ongeveer in het midden zichtbaar verbogen te zijn.
TITEL VI. PROCEDURES VOOR DE VERMINDERING VAN GEVECHTSVLIEGTUIGEN DOOR VERNIETIGING
1
Elke Partij heeft het recht een van de onderstaande procedures te kiezen telkens wanneer zij overgaat tot vernietiging van gevechtsvliegtuigen op verminderingsplaatsen.
2
Procedure voor vernietiging door versnijden:
de romp van het vliegtuig wordt verdeeld in drie delen, niet langs de lasnaden, door de neus onmiddellijk voor de cockpit en de staart op de plaats waar de vleugels bevestigd te zijn, eraf te zagen zodat de lasnaden, indien deze in de door te zagen delen liggen, zich in de afgezaagde gedeelten bevinden.
3
Procedure voor vernietiging door vervormen:
de romp wordt in zijn geheel vervormd door deze samen te drukken, zodat de hoogte, breedte of lengte wordt verminderd met ten minste dertig procent.
4
Procedure voor vernietiging door gebruik als doelvliegtuigen:
- A. elke Partij heeft het recht tijdens het verminderingstijdvak van 40 maanden ten hoogste 200 gevechtsvliegtuigen te verminderen door gebruik als doelvliegtuig;
- B. het doelvliegtuig wordt tijdens de vlucht vernietigd door munitie afgevuurd door de strijdkrachten van de Partij die het doelvliegtuig bezit;
- C. indien de poging om het doelvliegtuig neer te schieten mislukt en het vervolgens wordt vernietigd dooreen systeem voor zelfvernietiging, blijven de procedures van deze paragraaf van toepassing. In andere gevallen kan het doelvliegtuig worden geborgen of kan worden gemeld dat het door een ongeval is vernietigd in overeenstemming met Titel IX van dit Protocol, afhankelijk van de omstandigheden; en
- D. de vernietiging dient aan alle andere Partijen te worden bekendgemaakt. Deze bekendmaking omvat het type van het vernietigde doelvliegtuig en de plaats waar het werd vernietigd. Binnen 90 dagen na de bekendmaking zendt de Partij die deze vermindering meldt bewijsstukken, zoals het verslag van het onderzoek, aan alle andere Partijen. In gevalvan onduidelijkheden met betrekking tot de vernietiging van een bepaald doelvliegtuig, wordt de vermindering nietgeacht te zijn voltooid totdat de aangelegenheid definitief is opgelost.
TITEL VII. PROCEDURE VOOR DE VERMINDERING VAN AANVALSHELIKOPTERSDOOR VERNIETIGING
1
Elke Partij heeft het recht een van de onderstaande procedures te kiezen telkens wanneer zij overgaat tot vernietiging van aanvalshelikopters op verminderingsplaatsen.
2
Procedure voor vernietiging door versnijden:
- A. de staartdrager of het staartgedeelte wordt afgezaagd van de romp op zodanige wijze dat de lasnaad in het afgezaagde gedeelte ligt; en
- B. ten minste twee, bevestigingspunten voorde transmissie op de romp worden afgezaagd, versmolten of vervormd.
3
Procedure voor vernietiging door opblazen:
elk willekeurig type en aantal springstoffen kan worden, gebruikt zodat na ontploffing ten minste de romp is gebroken in twee stukken in dat deel van de romp waar zich de bevestigingspunten voor de transmissie bevinden.
4
Procedure voor vernietiging door vervorming:
de romp wordt in zijn geheel vervormd door deze. samen te drukken, zodat de hoogte, breedte of lengte ervan wordt verminderd met ten minste dertig procent.
TITEL VIII. REGELS EN PROCEDURES VOOR VERMINDERING VAN BU HET VERDRAG BEPERKTE CONVENTIONELE WAPENSYSTEMEN DOOR CONVERSIE VOOR NIET-MILITAIRE DOELEINDEN
1
Elke Partij heeft het recht een bepaald aantal gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen te verminderen door conversie. De typen voertuigen die kunnen worden geconverteerd, zijn genoemd in paragraaf 3 van deze Titel en de specifieke niet-militaire doeleinden waarvoor zij kunnen worden geconverteerd zijn genoemd in paragraaf 4 van deze Titel. Geconverteerde voertuigen mogen niet in dienst worden gesteld bij de conventionele strijdkrachten van een Partij.
2
Elke Partij bepaalt het aantal gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen dat zij zal converteren. Dit aantal mag niet groter zijn dan:
- A. wat gevechtstanks betreft, 5,7 procent (niet meer dan 750 gevechtstanks) van het maximumaantal gevechtstanks dat zij bij ondertekening van het Verdrag heeft bekendgemaakt ingevolge artikel VII van het Verdrag, of 150 stuks, naar gelang welk aantal het grootst is; en
- B. wat pantsergevechtsvoertuigen betreft, 15 procent (niet meer dan 3.000 pantsergevechtsvoertuigen) van het maximumaantal pantsergevechtsvoertuigen dat zij bij ondertekening van het Verdrag heeft bekendgemaakt ingevolge artikel VII van het Verdrag, of 150 stuks, naar gelang welk aantal het grootst is.
3
De volgende voertuigen kunnen worden geconverteerd voor niet-militaire doeleinden: T-54, T-55, T-62, T-64, T-72, Leopard 1, BMP-1, BTR-60, OT-64. De Partijen kunnen, in het kader van het Gemengd Overlegorgaan, wijzigingen aanbrengen in de lijst van voertuigen die voor niet-militaire doelen kunnen worden geconverteerd. Deze wijzigingen ingevolge artikel XVI, vijfde lid, van het Verdrag worden geacht verbeteringen te zijn met het oog op de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van het Verdrag, die slechts betrekking hebben op ondergeschikte kwesties van technische aard.
4
Deze voertuigen worden geconverteerd voor de volgende specifieke niet-militaire doeleinden:
- A. tractors voor algemeen gebruik;
- B. bulldozers;
- C. brandweervoertuigen;
- D. kraanwagens;
- E. generatorvoertuigen;
- F. rijdende steenmolens;
- G. voertuigen voor dagbouw;
- H. reddingsvoertuigen;
- I. ambulances;
- J. transportvoertuigen;
- K. voertuigen voor olieboring;
- L. voertuigen voor het opruimen van weggestroomde olie en chemische produkten;
- M. rupsijsbrekers;
- N. voertuigen voor milieu werkzaamheden.
De Partijen kunnen in het kader van het Gemengd Overlegorgaan wijzigingen aanbrengen in de lijst van specifieke niet-militaire doeleinden. Deze wijzigingen ingevolge artikel XVI, vijfde lid, van het Verdrag worden geacht verbeteringen te zijn met het oog op de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van het Verdrag, die slechts betrekking hebben op ondergeschikte kwesties van technische aard.
5
Bij de inwerkingtreding van het Verdrag maakt elke Partij aan alle andere Partijen het aantal gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen bekend die zij voornemens is te converteren in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag. Bekendmaking van het voornemen van een Partij om over te gaan tot conversie in overeenstemming met deze Titel geschiedt aan alle andere Partijen ten minste 15 dagen van tevoren in overeenstemming met Titel X, vijfde lid van het Protocol inzake inspectie. In de bekendmaking worden het aantal en de typen voertuigen die zullen worden geconverteerd, de aanvangsd'a'tum en de datum van voltooiing van het converteren, alsmede de voertuigen voor specifieke niet-militaire doeleinden die aldus zullen ontstaan, aangegeven.
6
De volgende procedures worden uitgevoerd voor het converteren van gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen op verminderingsplaatsen:
- A. bij gevechtstanks:
-
- verwijderen van speciale uitrusting uit de romp, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van de boordwapensystemen;
-
- verwijderen van de koepel, indien aanwezig;
-
- wat het kulasgedeelte betreft:
- a. vastlassen van de kulas op het sluitstuk op ten minste twee plaatsen; of
- b. versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas;
-
- doorzagen van de schietbuis in twee delen op een afstand van niet meer dan 100 mm van het sluitstuk;
-
- versnijden van één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager in de koepel; en
-
- uitzagen en verwijderen van een deel van het bovenpantser van de romp vanaf de voorpantserplaat tot het midden van de koepelopening in de romp, te zamen met de bijbehorende delen van het zijpantser op een hoogte van niet minder dan 200 mm (bij de T-64 en de T-72 niet minder dan 100 mm) onder het niveau van het bovenpantser van de romp, alsmede het bijbehorende deel van de voorpantserplaat die op dezelf de hoogte wordt uitgezaagd. Het afgezaagde gedeelte van deze voorpantserplaat bestaat ten minste uit het bovenste derde deel; en
- B. bij pantsergevechtsvoertuigen:
-
- bij alle pantsergevechtsvoertuigen, verwijderen van bijzon dere uitrusting uit de romp, met inbegrip van uitneembare uitrusting, bestemd voor het gebruik van de boordwapensys temen;
-
- bij voertuigen met de motor achterin, uitzagen en verwijde ren van een deel van het bovenpantser van de romp vanaf de voorpantserplaat tot het schot van het motor- en transmissie compartiment, te zamen met de bijbehorende delen van het zij- en voorpantser op een hoogte van niet minder dan 300 mm onder het niveau van de bovenkant van het comparte ment voor de gevechtsgroep;
-
- bij voertuigen met de motor voorin, uitzagen en verwijderen van een deel van het bovenpantser van de romp vanaf het schot van het motor- en transmissiecompartiment tot de achterkant van het voertuig, te zamen met de bijbehorende delen van het zijpantser op een hoogte van niet minder dan 300 mm onder het niveau van de bovenkant van het compartiment voor de gevechtsgroep;
-
- daarnaast bij pantserinfanteriegevechtsvoertuigen en zwaarbewapende gevechtsvoertuigen:
- a. verwijderen van de koepel;
- b. versnijden van één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager in de koepel;
- c. wat het kulasgedeelte betreft:
- i. vastlassen van de kulas op het sluitstuk op ten minste twee plaatsen;
- ii. versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas; of
- iii. doorzagen van het uitwendige deel van de kulas in twee ongeveer gelijke delen; en
- d. doorzagen van dé schietbuis in twee delen op een afstand van niet meer dan 100 mm van het sluitstuk.
7
Gevechtstanks en pantsergevechtsvpertuigen die worden verminderd ingevolge paragraaf 6 van deze Titel zijn onderworpen aan inspectie, zonder recht van weigering, in overeenstemming met Titel X van het Protocol inzake inspectie. Gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen worden geacht te zijn verminderd na voltooiing van de procedures bepaald in paragraaf 6 van deze Titel en bekendmaking in overeenstemming met Titel X van het Protocol inzake inspectie.
8
Voertuigen verminderd ingevolge paragraaf 7 van deze Titel blijven onderworpen aan bekendmaking ingevolge Titel IV van het Protocol inzake informatie-uitwisseling tot de definitieve conversie voor niet-militaire doeleinden is voltooid en deze is bekendgemaakt in overeenstemming met Titel X, paragraaf 12, van het Protocol inzake inspectie.
9
Voertuigen die definitieve conversie voor niet-militaire doeleinden ondergaan zijn eveneens onderworpen aan inspectie in overeenstemming met Titel X van het Protocol inzake inspectie, met de onderstaande wijzigingen:
- A. de definitieve conversie op een verminderingsplaats is niet onderworpen aan inspectie;
- B. alle andere Partijen nebben het recht geheel geconverteerde voertuigen te inspecteren, zonder recht van weigering, na ontvangst van een bekendmaking van de Partij die de definitieve conversie verricht, waarin is aangegeven wanneer de procedures voor definitieve conversie zullen zijn voltooid.
10
Indien, na voltooiing van de procedures aangegeven in paragraaf 6 van dezeTitel voor een bepaald voertuig; wordt besloten niet over te gaan tot definitieve conversie, wordt het voertuig vernietigd binnen de termijnen voor conversie genoemd in artikel VIII van het Verdrag, zulks in overeenstemming met de desbetreffende procedures elders in dit Protocol.
TITEL IX. PROCEDURE INGEVAL VAN VERNIETIGING DOOR EEN ONGEVAL
1
Elke Partij heeft het recht haar verminderingsverplichting voor elke categorie bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen te verminderen in geval van vernietiging door een ongeval, zulks met een aantal niet groter dan 1,5 procent van de maximumaantallen die zij bij ondertekening van het Verdrag voor die categorie heeft bekendgemaakt.
2
Een bij het Verdrag beperkt conventioneel wapensysteem wordt geacht te zijn verminderd, in overeenstemming met artikel VIII van het Verdrag, indien het ongeval waarbij het werd vernietigd binnen zeven dagen nadat het ongeval zich heeft voorgedaan; wordt bekendgemaakt aan alle andere Partijen. De bekendmaking omvat het type van het vernietigde exemplaar, de datum van het ongeval, de bij benadering aangegeven plaats van het ongeval en de met het ongeval samenhangende omstandigheden.
3
Binnen 90 dagen na de bekendmaking verstrekt de Partij die deze vermindering meldt bewijsstukken, zoals een rapport van het onderzoek, aan alle andere Partijen in overeenstemming met artikel XVII van het Verdrag. In geval van onduidelijkheden betreffende het ongeval wordt deze vermindering niet geacht te zijn voltooid totdat de aangelegenheid definitief is opgelost.
TITEL X. PROCEDURE VOOR VERMINDERING DOOR MIDDEL VAN TENTOONSTELLING
1
Elke Partij heeft het recht te verminderen door een bepaald aantal bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen tentoon te stellen.
2
Een Partij mag ten hoogste een procent of acht exemplaren, naar gelang welk aantal het grootst is, van haar maximumaantallen die zij heeft opgegeven bij ondertekening van het Verdrag voor elke categorie bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen, verminderen door middel van tentoonstelling.
3
Niettegenstaande de paragrafen 1 en 2 van deze Titel heeft elke Partij tevens het recht twee exemplaren van elk bestaand type bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen in werkende staat te houden voor tentoonstelling. Deze conventionele wapensystemen worden tentoongesteld in musea of op andere soortgelijke plaatsen.
4
Conventionele wapensystemen die worden tentoongesteld of zich in musea bevinden vóór de ondertekening van dit Verdrag zijn niet onderworpen aan de getalsmatige beperkingen vervat in het Verdrag, met inbegrip van de getalsmatige beperkingen vervat in de paragrafen 2 en 3 van deze Titel.
5
De exemplaren die zullen worden verminderd door middel van tentoonstelling dienen de volgende procedures te ondergaan op verminderingsplaatsen:
- A. bij alle tentoon te stellen exemplaren die worden aangedreven door eigen motoren, worden de brandstoftanks onbruikbaar gemaakt; en:
-
- worden de motor(en) en de transmissie verwijderd en de bevestigingspunten daarvan beschadigd, zodat deze onderdelen niet opnieuw kunnen worden aangebracht; of
-
- wordt het motorcompartiment gevuld met beton of een polymeerhars;
- B. bij alle tentoon te stellen exemplaren die zijn uitgerust met kanonnen met een kaliber van 75 mm of groter met ingebouwd vast mechanisme voor hoogte- en breedterichting worden de mechanismen voor hoogte- en breedterichting vastgelast, zodat de schietbuis niet in de hoogte of breedte kan worden bewogen. Daarnaast worden bij de tentoon te stellen exemplaren die draaikransaandrijvingen hebben voor het in de hoogte of breedte bewegen, drie opeenvolgende tanden afgezaagd in de heugel of ring aan elke zijde van het rondsel van de schietbuis;
- C. bij alle tentoon te stellen exemplaren die zijn uitgerust met wapensystemen die niet voldoen aan de criteria vervat in letter b van deze paragraaf worden de schietbuis en het kulasgedeelte gevuld met beton of polymeerhars, te beginnen bij de voorzijde van de kulas tot 100 mm voor de tromp.
TITEL XI. PROCEDURE VOOR VERMINDERING DOOR GEBRUIK ALS GRONDDOELEN
1
Elke Partij heeft het recht een bepaald aantal gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en gemechaniseerde stukken artillerie te verminderen door deze te gebruiken als gronddoelen.
2
Een Partij mag aantallen gevechtstanks of pantsergevechtsvoertuigen tot ten hoogste 2,5 procent van haar maximumaantallen in elk van beide categorieën, zoals bekendgemaakt bij de ondertekening van het Verdrag ingevolge artikel VII van het Verdrag, verminderen door gebruik als gronddoelen. Daarnaast heeft geen enkele Partij het recht meer dan 50 stukken gemechaniseerde artillerie te verminderen door gebruik als gronddoelen.
3
Conventionele wapensystemen in gebruik als gronddoelen vóór de ondertekening van het Verdrag zijn niet onderworpen aan de getalsmatige beperkingen vervat in de artikelen IV, V of VI van het Verdrag, of aan de getalsmatige beperkingen vervat in paragraaf 2 van deze Titel.
4
Deze door gebruik als gronddoelen te verminderen exemplaren ondergaan de volgende procedures op verminderingsplaatsen:
- A. bij gevechtstanks en gemechaniseerde artillerie:
-
- wat het kulasgedeelte betreft:
- a. vastlassen van de kulas aan het sluitstuk op ten minste twee plaatsen; of
- b. versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas;
-
- versnijden van één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager in de koepel; en
-
- uitzagen van delen aan beide zijden van de romp, die de openingen voor de eindaandrijvingen omvatten, door verticale en horizontale insnijdingen in het zijpantser en diagonale insnijdingen in het boven- of bodempantser en het voor- of achterpantser, zodat de openingen voor de eindaandrijvingen zich in de uitgezaagde gedeelten bevinden; en
- B. bijpantsergevechtsvoertuigen:
-
- wat het kulasgedeelte betreft:
- a. vastlassen van de kulas op het sluitstuk op ten minste twee plaatsen;
- b. versnijden van ten minste een kant van het sluitstuk langs de lengteas van de opening voor de kulas; of
- c. versnijden van het uitwendige deel van de kulas in twee ongeveer gelijke delen.
-
- versnijden van één van beide astappen en de bijbehorende astapdrager in de koepel;
-
- bij pantserrupsgevechtsvoertuigen, uitzagen van delen aan beide zijden van de romp, die de openingen voor de eindaandrijvingen omvatten, door verticale en horizontale insnijdingen in het zijpantser en diagonale insnijdingen in het bovenof bodempantser en het voor- of achterpantser, zodat de openingen voor de eindaandrijvingen zich in de uitgezaagde gedeelten bevinden; en
-
- bij pantserwielgevechtsvoertuigen, uitzagen van delen aan beide zijden van de romp, die de bevestigingspunten voor de voorwieleindaandrijvingen omvatten, door verticale, horizontale en onregelmatige insnijdingen in het zij-, voor-, boven- en bodempantser, zodat de bevestigingspunten voor de voorwieleindaandrijvingen zich in de afgezaagde gedeelten bevinden op een afstand van niet minder dan 100 mm van de insnijdingen.
TITEL XII. PROCEDURE VOOR VERMINDERING DOOR GEBRUIK VOOR INSTRUCTIEDOELEINDEN OP DE GROND
1
Elke Partij heeft het recht een bepaald aantal gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters te verminderen door gebruik voor instructiedoeleinden op de grond.
2
Een Partij mag aantallen gevechtsvliegtuigen of aanvalshelikopters tot ten hoogste vijf procent van haar maximumaantallen in elk van beide categorieën, zoals bekendgemaakt bij de ondertekening van het Verdrag ingevolge artikel VII van het Verdrag, verminderen door gebruik voor instructiedoelen op de grond.
3
Bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die in gebruik zijn voor instructiedoeleinden op de grond vóór de ondertekening van het Verdrag zijn niet onderworpen aan de getalsmatige beperkingen vervat in de artikelen IV, V of VI van het Verdrag of de getalsmatige beperkingen vervat in paragraaf 2 van deze Titel.
4
De exemplaren die worden verminderd door gebruik voor instructiedoeleinden op de grond ondergaan de volgende procedures op verminderingsplaatsen:
- A. bij gevechtsvliegtuigen:
-
- versnijden van de romp in twee delen op de plaats waar de vleugels bevestigd zijn;
-
- verwijderen van motoren, onbruikbaar maken van de bevestigingspunten voor motoren en hetzij vullen van alle brandstoftanks met beton, polymeer- of harshoudende stollende verbindingen, hetzij verwijderen van de brandstoftanks en onbruikbaar maken van de bevestigingspunten voor de brandstoftanks; of
-
- verwijderen van alle inwendige, uitwendige en uitneembare wapensystemen, verwijderen van de staartvin en onbruikbaar maken van de bevestigingspunten voor de staartvin, en vullen van alle brandstoftanks op een na met beton, polymeer- of harshoudende stollende verbindingen; en
- B. bij aanvalshelikopters: afzagen van de staartdrager of het staartgedeelte van de romp, zodat de lasnaad zich in het afgezaagde gedeelte bevindt.
De Partijen komen hierbij procedures en bepalingen overeen betreffende de categorisering van gevechtshelikopters en de recategorisering van algemeen inzetbare aanvalshelikopters zoals bepaald in artikel VIII van .het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa van 19 november 1990, hierna te noemen het Verdrag.
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
TITEL I. ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE CATEGORISERING VAN GEVECHTSHELIKOPTERS
1
Gevechtshelikopters worden gecategoriseerd als gespecialiseerde aanvalshelikopters, algemeen inzetbare aanvalshelikopters of gevechtsondersteunende helikopters en worden als zodanig genoemd in het Protocol inzake bestaande typen.
2
Alle modellen of versies van een gespecialiseerde aanvalshelikopter worden gecategoriseerd als gespecialiseerde aanvalshelikopters.
3
Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2 van deze Titel en als enige uitzondering op die paragraaf, kunnen de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, de Republiek Georgië, de Republiek Kazachstan, de Republiek Moldavië, Oekraïne en de Russische Federatie in totaal ten hoogste 100 Mi-24Ren Mi-24K helikopters bezitten, die zijn uitgerust voor het verkennen, lokaliseren of het nemen van chemische, biologische of radiologische monsters, welke niet zijn onderworpen aan de beperkingen voor aanvalshelikopters in de artikelen IV en VI van het Verdrag. Deze helikopters zijn onderworpen aan uitwisseling van informatie in overeenstemming met het Protocol inzake informatie-uitwisseling en aan inwendige inspectie in overeenstemming met Titel VI, paragraaf 30, van het Protocol inzake inspectie. Mi-24R en Mi-24K helikopters boven dit totaal worden gecategoriseerd als gespecialiseerde aanvalshelikopters, ongeacht hoe zij zijn uitgerust, en tellen mee voor de getalsmatige beperkingen voor aanvalshelikopters in de artikelen IV en VI van het Verdrag.
4
Elke Partij die zowel gevechtsondersteunende als algemeen inzetbare aanvalsmodellen of -versies van een helikopter bezit, categoriseert als aanvalshelikopters alle helikopters die een of meer in Titel III, paragraaf 1, van dit Protocol genoemde kenmerken hebben en is gerechtigd alle helikopters die geen van de in Titel III, paragraaf 1, van dit Protocol genoemde kenmerken hebben, te categoriseren als gevechtsondersteunende helikopters.
5
Elke Partij die alleen gevechtsondersteunende modellen of versies bezit van een type helikopter dat zowel in de lijst van algemeen inzetbare aanvalshelikopters als in de lijst van gevechtsondersteunende helikopters in het Protocol inzake bestaande typen is opgenomen, is gerechtigd die helikopters te categoriseren als gevechtsondersteunende helikopters.
TITEL II. ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR RECATEGORISERING
1
Alleen gevechtshelikopters die zijn gecategoriseerd als algemeen inzetbare aanvalshelikopters in overeenstemming met de voorwaarden voor categorisering vervat in dit Protocol komen in aanmerking voor recategorisering als gevechtsondersteunende helikopters.
2
Elke Partij heeft het recht individuele algemeen inzetbare aanvalshelikopters die een of meer van de in Titel III, paragraaf 1, van dit Protocol genoemde kenmerken hebben, alleen door conversie en certificering te recategoriseren. Elke Partij heeft het recht individuele algemeen inzetbare aanvalshelikopters die geen van de in Titel III, paragraaf 1, van dit Protocol genoemde kenmerken hebben, te recategoriseren door alleen certificering.
3
Elke Partij gebruikt alle door haar noodzakelijk geachte technologische middelen om de procedures voor conversie vervat in Titel III van dit Protocol toe te passen.
4
Elke gevechtshelikopter die is onderworpen aan de recategoriseringsprocedure moet het oorspronkelijke serienummer van de fabrikant dragen, duurzaam aangebracht in een deel van de hoofdstructuur van de romp.
TITEL III. PROCEDURES VOOR CONVERSIE
1
Algemeen inzetbare aanvalshelikopters die worden geconverteerd, worden ongeschikt gemaakt voor verder gebruik van geleide wapens door de verwijdering van de volgende onderdelen:
- A. voorzieningen die met name zijn bedoeld voor het aanbrengen van geleide wapens, zoals speciale bevestigingspunten of lanceerinrichtingen. Zulke speciale bevestigingspunten die zijn ingebouwd in de helikopter, alsmede speciale elementen van bevestigingspunten voor algemene doeleinden die uitsluitend zijn bedoeld voor gebruik door geleide wapens, worden ongeschikt gemaakt voor verder gebruik met geleide wapens; en
- B. alle ingebouwde vuurleidings- en richtsystemen voor geleide wapens, met inbegrip van bedrading.
2
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen de volgende informatie, hetzij ten minste 42 dagen voor de conversie van de eerste helikopter van een type, hetzij bij de inwerkingtreding van het Verdrag ingeval een Partij zowel algemeen inzetbare aanvalshelikopters als gevechtsondersteunende helikopters van hetzelfde type opgeeft:
- A. een schematische tekening waarop zijn aangegeven alle hoofdonderdelen van ingebouwde vuurleidings- en richtsystemen voor geleide wapens, alsmede onderdelen van uitrusting bestemd voor het aanbrengen van geleide wapens, de basisfunctie van de in paragraaf 1 van deze Titel beschreven onderdelen en de functionele verbindingen tussen deze onderdelen onderling;
- B. een algemene beschrijving van het conversieproces met inbegrip van een lijst van te verwijderen onderdelen; en
- C. een foto van elk te verwijderen onderdeel die de plaats ervan in, de helikopter weergeeft vóór de verwijdering en een, foto van dezelfde plaats nadat het desbetreffende onderdeel is verwijderd.
TITEL IV. PROCEDURES VOOR CERTIFICERING
1
Elke Partij die algemeen inzetbare aanvalshelikopters recatego-. riseert, neemt de onderstaande certificeririgsprocedüres in acht, ten einde te verzekeren dat deze helikopters geen van de in Titel III, paragraaf 1, van dit Protocol genoemde kenmerken hebben.
2
Elke Partij maakt elke certificering bekend aan alle andere Partijen in overeenstemming met Titel IX, paragraaf 3, van het Protocol inzake inspectie.
3
Elke Partij heeft het recht de certificering van helikopters te inspecteren in overeenstemming met Titel IX van het Protocol inzake inspectie.
4
Het proces van recategorisering wordt geacht te zijn voltooid wanneer de certificeringsprocedures vervat in deze Titel zijn voltooid, ongeacht of een Partij de rechten met betrekking tot inspectie van de certificering beschreven in paragraaf 3 van deze Titel en Titel IX van het Protocol inzake inspectie uitoefent, mits binnen 30 dagen na ontvangst van de bekendmaking van voltooiing van de certificering en recategorisering ingevolge paragraaf 5 van deze Titel geen Partij aan alle andere Partijen heeft bekendgemaakt dat zij van mening is dat er sprake is van een onduidelijkheid met betrekking tot het certificeringsen recategoriseringsproces. Ingeval er wordt gesteld dat er sprake is van een onduidelijkheid wordt deze recategorisering niet geacht te zijn voltooid totdat de kwestie aangaande de onduidelijkheid is opgelost.
5
De Partij die de certificering verricht, maakt aan alle andere Partijen de voltooiing van de certificering en recategorisering bekend in overeenstemming met Titel IX van het Protocol inzake inspectie.
6
De certificering, wordt verricht binnen het toepassingsgebied. Partijen behorend tot dezelfde groep van Partijen hebben het recht gezamenlijk gebruik te maken van plaatsen voor certificering.
TITEL V. PROCEDURES VOOR INFORMATIE-UITWISSELING EN VERIFICATIE
De Partijen komen hierbij procedures en bepalingen overeen betreffende de bekendmaking en uitwisseling van informatie ingevolge artikel XIII van het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa van 19 november 1990, hierna te noemen het Verdrag.
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
TITEL I. INFORMATIE OVER DE STRUCTUUR VAN DE LANDSTRIJDKRACHTEN, DE LUCHTSTRIJDKRACHTEN EN DE LUCHTVERDEDIGINGSSTRUDKRACHTEN VAN ELKE PARTIJ BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED
1
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen de volgende informatie over de structuur van haar landstrijdkrachten, luchtstrijdkrachten en luchtverdedigingsstrijdkrachten binnen het toepassingsgebied:
- A. de bevelsorganisatie van haar landstrijdkrachten, onder vermelding van de benaming en de subordinatie van alle gevechtsformaties en -eenheden en gevechtsondersteunende en logistieke formaties en eenheden op elk bevelsniveau in neergaande lijn tot aan het niveau van brigade/regiment of daaraan gelijkwaardig, met inbegrip van luchtverdedigingsformaties en -eenheden ondergeschikt aan of onder het niveau van militair district of een gelijkwaardig niveau. Zelfstandigeeenheden op het eerstvolgende bevelsniveau onder dat van brigade/regiment die rechtstreeks ondergeschikt zijn aan formaties boven het niveau van brigade/regiment (d.w.z. zelfstandige bataljons) dienen te worden aangeduid, onder vermelding van de formatie of eenheid waaraan die eenheden ondergeschikt zijn; en
- B. de bevelsorganisatie van haar luchtstrijdkrachten en luchtverdedigingsstrijdkrachten, onder vermelding van de benaming en de subordinatie van formaties en eenheden op elk bevelsniveau in neergaande lijn tot aan het niveau van wing/luchtmachtregiment of daaraan gelijkwaardig. Zelfstandige eenheden op het eerstvolgende bevelsniveau onder dat van wing/luchtmachtregiment (d.w.z. zelfstandige squadrons) dienen te worden aangeduid, onder vermelding van de formatie of eenheid waaraan die eenheden ondergeschikt zijn.
TITEL II. INFORMATIE OVER DE TOTALE AANTALLEN IN ELKE CATEGORIE BIJ HET VERDRAG BEPERKTE CONVENTIONELE WAPENSYSTEMEN
1
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen informatie over:
- A. de totale aantallen en de aantallen per type van hetgeen zij bezit in elke categorie bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen; en
- B. de totale aantallen en de aantallen per type van hetgeen zij bezit wat betreft bij het Verdrag beperkte gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en artillerie in elk van de gebieden omschreven in de artikelen IV en V van het Verdrag.
TITEL III. INFORMATIE OVER DE PLAATS, AANTALLEN EN TYPEN VAN CONVENTIONELE WAPENSYSTEMEN IN DIENST BIJ DE: CONVENTIONELE STRIJDKRACHTEN VAN DE PARTIJEN
1
Voor elk van haar ingevolge Titel I, paragraaf 1, letters A en B, van dit Protocol bekendgemaakte formaties en eenheden, alsmede afzonderlijk gelegerde bataljons/squadrons, of gelijkwaardige eenheden, die aan die formaties en eenheden ondergeschikt zijn, verstrekt elke Partij aan alle andere Partijen de volgende informatie:
- A. de benaming en de plaats in vredestijd van haar formaties en eenheden waar zich bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen in de onderstaande categorieën bevinden, met inbegrip van het hoofdkwartier, onder vermelding van de aardrijkskundige naam en de coördinaten:
-
- gevechtstanks;
-
- pantsergevechtsvoertuigen;
-
- artillerie;
-
- gevechtsvliegtuigen; en
-
- aanvalshelikopters;
- B. hetgeen haar ingevolge letter A van deze paragraaf bekendgemaakte formaties en eenheden bezitten wat betreft de in letter A van deze paragraaf genoemde conventionele wapensystemen, met opgave van aantallen (per type ingeval van formaties en eenheden op het niveau van divisie, of daaraan gelijkwaardig, en daaronder) alsmede wat betreft:
-
- gevechtsondersteunende helikopters;
-
- onbewapende transporthelikopters;
-
- brugleggende tanks, met opgave van die welke zich in actieve eenheden bevinden;
-
- op een pantserinfanteriegevechtsvoertuig lijkende voertuigen;
-
- op een gepantserd personeelsvoertuig lijkende voertuigen;
-
- lesvliegtuigen ontworpen en gebouwd voor de initiële vliegopleiding;
-
- gereclassificeerde lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit; en
-
- Mi-21R en Mi-24K helikopters die niet zijn onderworpen aan de in artikel IV, eerste lid, en artikel VI van het Verdrag genoemde getalsmatige beperkingen');
- C. de benaming en de plaats in vredestijd van andere dan haar ingevolge letter A van deze paragraaf bekendgemaakte formaties en eenheden, waar zich de volgende categorieën conventionele wapensystemen, zoals omschreven in artikel II van het Verdrag, genoemd in het Protocol inzake bestaande typen of vermeld in het Protocol inzake de reclassificering van vliegtuigen, bevinden, met inbegrip van het hoofdkwartier, onder vermelding van de aardrijkskundige naam en de coördinaten:
-
- gevechtsondersteunende helikopters;
-
- onbewapende transporthelikopters;
-
- brugleggende tanks;
-
- op een pantserinfanteriegevechtsvoertuig lijkende voertuigen;
-
- op een gepantserd personeelsvoertuig lijkende voertuigen;
-
- lesvliegtuigen ontworpen en gebouwd voor de initiële vliegopleiding;
-
- gereclassificeerde lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit; en
-
- Mi-21R en Mi-24K helikopters die niet zijn onderworpen aan de in artikel IV, eerste lid, en artikel VI van het Verdrag genoemde getalsmatige beperkingen1)Overeenkomstig Titel I, paragraaf 3, van het Protocol inzake de recategorisering van helikopters.; en
- D. hetgeen haar ingevolge letter C van deze paragraaf bekendgemaakte formaties en eenheden bezitten in elke hierboven genoemde categorie, met opgave van aantallen (per type ingeval van formaties en eenheden op het niveau van divisie, of daaraan gelijkwaardig, en daaronder) en, in geval van brugleggende tanks, die welke zich in actieve eenheden bevinden;
2
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen informatie over conventionele wapensystemen die in dienst zijn gesteld bij haar conventionele strijdkrachten, doch niet in het bezit zijn van haar landstrijdkrachten, luchtstrijdkrachten of luchtverdedigingsstrijdkrachten, zulks onder vermelding van:
- A. de benaming en de plaats in vredestijd van haar formaties en eenheden in neergaande lijn tot het niveau van brigade/regiment, wing/luchtmachtregiment of gelijkwaardige eenheden, alsmede eenheden op het eerstvolgende bevelsniveau onder dat van brigade/regiment.of wing/luchtmachtregiment die afzonderlijk gelegerd of zelfstandig zijn (d.w.z. bataljons/squadrons of gelijkwaardige eenheden) waar zich bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen in de onderstaande categorieën bevinden, met inbegrip van het hoofdkwartier, onder vermelding van de aardrijkskundige naam en de coördinaten:
-
- gevechtstanks;
-
- pantsergevechtsvoertuigen;
-
- artillerie;
-
- gevechtsvliegtuigen; en
-
- aanvalshelikopters; en
- B. hetgeen haar ingevolge letter A van deze paragraaf bekendgemaakte formaties en eenheden bezitten wat betreft de in letter. A van deze paragraaf genoemde conventionele wapensystemen, met opgave van aantallen (per type ingeval van formaties en eenheden op het niveau van divisie, of daaraan gelijkwaardig, en daaronder) en wat betreft:
-
- gevechtshelikopters;
-
- onbewapende transporthelikopters;
-
- brugleggende tanks, onder vermelding van die welke zich in actieve eenheden bevinden;
-
- op een paritserinfanteriegevechtsvoertuig lijkende voertuigen;
-
- op een gepantserd personeelsvoertuig lijkende voertuigen;
-
- lesvliegtuigen ontworpen en gebouwd voor de initiële vliegopleiding;
-
- gereclassificeerde lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit; en
-
- Mi-24R en Mi-24K helikopters die niet zijn onderworpen aan de in artikel IV, eerste lid, en artikel VI van-het Verdrag genoemde getalsmatige beperkingen1)Overeenkomstig Titel 1, paragraaf 3, van het Protocol inzake de recategorisering van helikopters..
3
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen de volgende informatie:
- A. de ligging van haar aangewezen permanente, opslagplaatsen, onder vermelding van de aardrijkskundige naam en de coördinaten, en de aantallen en typen van conventionele wapensystemen in de in paragraaf 1, letters A en B, van deze Titel genoemde categorieën die op die plaatsen aanwezig zijn;
- B. de ligging van haar militaire opslagplaatsen die niet-organiek behoren tot als verificatie-object aangeduide formaties en eenheden, zelfstandige reparatie- en onderhoudseenheden, militaire opleidingsinstellingen en militaire vliegvelden, onder vermelding van de aardrijkskundige naam en de coördinaten, waar zich conventionele wapensystemen in de in paragraaf 1, letters A eri B, van deze Titel genoemde categorieën bevinden of routinematig aanwezig zijn, met opgave van hetgeen zij per type in elke categorie op die plaatsen bezit; en
- C. de ligging van haar plaatsen waar de vermindering van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen zal plaatsvinden overeenkomstig het Protocol inzake vermindering, onder vermelding van de plaats door middel van de aardrijkskundige naam en de coördinaten, en hetgeen zij bezit per type in elke categorie van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die wachten op vermindering op die plaatsen, waarbij wordt vermeld dat het een verminderingsplaats is.
TITEL IV. INFORMATIE OVER DE PLAATS EN AANTALLEN VAN GEVECHTSTANKS, PANTSERGEVECHTSVOERTUIGEN, ARTILLERIE, GEVECHTSVLIEGTUIGEN EN AANVALSHELIKOPTERS BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED, DOCH NIET IN DIENST BIJ CONVENTIONELE STRIJDKRACHTEN
1
Elke Partij vertrekt alle andere Partijen informatie over de plaats en de aantallen van haar gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters binnen het toepassingsgebied die niet in dienst zijn bij haar conventionele strijdkrachten, doch die van militaire betekenis kunnen zijn.
- A. Elke Partij verstrekt derhalve de volgende informatie:
-
- met betrekking tot haar gevechtstanks, artillerie, gevechts vliegtuigen en gespecialiseerde aanvalshelikopters, alsmede pantsergevechtsvoertuigen zoals omschreven in artikel XII van het Verdrag, in het bezit van organisaties tot het niveau, in neergaande lijn, van zelfstandig of afzonderlijk gelegerd bataljon, of daaraan gelijkwaardig, die qua opzet en struc tuur zijn bedoeld om in vredestijd binnenlandse veiligheids taken te verrichten, de ligging, met inbegrip van de aardrijks kundige naam en de coördinaten, van de plaatsen waar deze wapensystemen zich bevinden, alsook de aantallen en typen van conventionele wapensystemen in die categorieën die elk van die organisaties bezit;
-
- met betrekking tot haar gepantserde personeelsvoertuigen, zwaarbewapende gevechtsvoertuigen en algemeen inzetbare aanvalshelikopters in het bezit van organisaties die qua opzet en structuur zijn bedoeld om in vredestijd binnenlandse veiligheidstaken te verrichten, de totale aantallen in elke categorie van deze wapensystemen in elke bestuurlijke regio of afdeling;
-
- met betrekking tot haar gevechtstanks, pantsergevechtsvoer tuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters die, in afwachting van een andere bestemming, uit dienst zijn gesteld in overeenstemming met artikel IX van het Verdrag, de ligging, met inbegrip van de aardrijkskundige naam en de coördinaten, van plaatsen waar deze wapensystemen zich bevinden, alsmede de aantallen en typen per plaats;
-
- met betrekking tot haar gevechtstanks, pantsergevechtsvoer tuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters verstrekt elke Partij alle andere Partijen na de inwerkingtreding van het Verdrag en bij elke jaarlijkse uitwisseling van informatie ingevolge Titel VII, paragraaf 1, letter C, van dit Protocol, een herkenbare aanduiding van elke plaats, waar zich gewoonlijk meer dan in totaal 15 gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie of meer dan 5 gevechtsvliegtuigen of meer dan 10 aanvalshelikopters bevinden die, ingevolge artikel III, eerste lid, letter E, van het Verdrag in afwachting zijn van of worden opgeknapt voor uitvoer of wederuitvoer en tijdelijk in het toepassingsgebied worden gehouden. Elke Partij verstrekt alle andere Partijen na de inwerkingtreding van het Verdrag en bij elke jaarlijkse uitwisseling van informatie ingevolge Titel VII, paragraaf 1, letter C, van dit Protocol, de aantallen van die gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters. De Partijen komen in het kader van het Gemengd Overlegorgaan de vorm overeen waarin de informatie over de aantallen uit hoofde van deze bepaling zal worden verstrekt.
-
- met betrekking tot haar gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen die zijn verminderd en wachten op conversie ingevolge Titel VIII van het Protocol.inzake vermindering, de ligging, met inbegrip van de aardrijkskundige naam en de coördinaten, van elke plaats waar zich deze wapensystemen bevinden, alsmede de aantallen en typen per plaats; en
-
- met betrekking tot haar gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters die uitsluitend worden gebruikt voor onderzoeksof ontwikkelingsdoeleinden ingevolge artikel III, eerste lid, letter B, van het Verdrag, verstrekt elke Partij alle andere Partijen na de inwerkingtreding van het Verdrag en bij elke jaarlijkse uitwisseling van informatie ingevolge Titel VII, paragraaf 1, letter C, van dit Protocol, de totale aantallen in elke categorie van deze conventionele wapensystemen.
TITEL V. INFORMATIE OVER VERIFICATIE-OBJECTEN EN OPGEGEVEN INSPECTIEPLAATSEN
1
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen informatie waarin zij haar verificatie-objecten aanduidt, met inbegrip van het totale aantal en de benaming van elk verificatie-object, en waarin zij haar opgegeven inspectieplaatsen, als-omschreven in Titel I van het Protocol inzake inspectie, noemt, waarbij zij over elke inspectieplaats de volgende informatie verstrekt:
- A. de benaming en de ligging van elke inspectieplaats, met inbegrip van de aardrijkskundige naam en de coördinaten;
- B. de benaming van alle verificatie-objecten, als omschreven in Titel I, paragraaf 1, letter J, van het Protocol inzake inspectie, op die inspectieplaats, met dien verstande dat ondergeschikte onderdelen op het eerstvolgende bevelsniveau onder dat van brigade/regiment of wing/luchtmachtregiment, gelegerd in de nabijheid van elkaar of van het hoofdkwartier dat rechtstreeks boven deze onderdelen staat, als niet afzonderlijk gelegerd kunnen worden beschouwd, indien de afstand tussen deze afzonderlijk gelegerde bataljons/squadrons of gelijkwaardige eenheden onderling of tot hun hoofdkwartier niet groter is dan 15 kilometer;
- C. de totale aantallen, per type, van conventionele wapensystemen in elke in Titel III van dit Protocol genoemde categorie die op die inspectieplaats en bij elk verificatie-object aanwezig zijn, alsmede die welke behoren tot een verificatie-object dat zich bevindt op een andere opgegeven inspectieplaats, onder vermelding van de benaming van elk van die verificatie-objec ten;
- D. daarnaast, voor elke opgegeven inspectieplaats, het aantal conventionele wapensystemen die niet in dienst zijn gesteld bij haar conventionele strijdkrachten, waarbij tevens worden vermeld:
-
- gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters die, in afwachting van een andere bestemming, buiten dienst zijn gesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel IX van het Verdrag, dan wel zijn verminderd en wachten op conversie ingevolge het Protocol inzake vermindering; en
-
- gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters in het bezit van organisaties die qua opzet en structuur zijn bedoeld om in vredestijd binnenlandse veiligheidstaken te verrichten;
- E. opgegeven inspectieplaatsen waar zich gevechtstanks, pantsergevechtsvliegtuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters bevinden die in afwachting zijn van of worden opgeknapt voor uitvoer of wederuitvoer en tijdelijk binnen het toepassingsgebied worden gehouden, of uitsluitend worden gebruikt voor onderzoeksof ontwikkelingsdoeleinden, dienen als zodanig te worden aangeduid en de totale aantallen in elke categorie op een inspectieplaats dienen te worden verstrekt; en
- F. het/de desbetreffende punt(en) van binnenkomst/vertrek voor elke opgegeven inspectieplaats, met inbegrip van de aardrijkskundige naam en de coördinaten.
TITEL VI. INFORMATIE OVER DE LIGGING VAN INSPECTIEPLAATSEN WAARAAN CONVENTIONELE WAPENSYSTEMEN ZIJN ONTTROKKEN
1
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen jaarlijks, bij de jaarlijkse uitwisseling van informatie ingevolge Titel VII, paragraaf 1, letter C, van dit Protocol, informatie over de ligging van plaatsen die eerder zijn bekendgemaakt als opgegeven inspectieplaatsen waaraan alle conventionele wapensystemen in de in Titel III, paragraaf 1, van dit Protocol genoemde categorieën zijn onttrokken sinds de ondertekening van het Verdrag, indien die inspectieplaatsen nog worden gebruikt door de conventionele strijdkrachten van die Partij. De ligging van die inspectieplaatsen wordt voor de duur van driejaar na de onttrekking bekendgemaakt.
TITEL VII. TIJDSCHEMA VOOR HET VERSTREKKEN VAN INFORMATIE INGEVOLGE DE TITELS I TOT EN MET V VAN DIT PROTOCOL
1
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen de informatie ingevolge de Titels I tot en met V van dit Protocol op de volgende wijze:
- A. bij de ondertekening van het Verdrag, de informatie over de toestand op die datum; en, uiterlijk 90 dagen na ondertekening van het Verdrag, verstrekt elke Partij alle andere Partijen in het kader van het Gemengd Overlegorgaan alle noodzakelijke rechtzettingen betreffende de ingevolge de Titels III, IV en V van dit Protocol verschafte informatie. Deze rechtzettingen worden beschouwd als informatie verstrekt bij de ondertekening van het Verdrag en als informatie over de toestand op die datum;
- B. 30 dagen na de inwerkingtreding van het Verdrag, de informatie over de toestand op de datum van inwerkingtreding;
- C. op 15 december van het jaar waarin het Verdrag in werking treedt (tenzij de inwerkingtreding binnen 60 dagen voor 15 december plaatsvindt), en op 15 december van elk jaar daarna, de informatie over de toestand op 1 januari van het volgende jaar; en
- D. na het verstrijken van het in artikel VIII van het Verdrag genoemde verminderingstijdvak van 40 maanden, de informatie over de toestand op die datum.
TITEL VIII. INFORMATIE OVER WIJZIGINGEN IN DE ORGANISATORISCHESTRUCTUREN VAN DE STRIJDKRACHTEN OF DE AANTALLEN CONVENTIONELE WAPENSYTEMEN IN HUN BEZIT
1
Elke Partij maakt aan alle andere Partijen bekend:
- A. een permanente wijziging in de organisatorische structuur van haar conventionele strijdkrachten binnen het toepassingsgebied zoals bekendgemaakt ingevolge Titel I van dit Protocol, zulks ten minste 42 dagen vóór de wijziging; en
- B. elke wijziging van 10 procent of meer, sinds de laatste jaarlijkse uitwisseling van informatie, in één van de categorieën van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die zijn ondergebracht bij haar gevechtsformaties en -eenheden of gevechtsondersteunende of logistieke formaties en eenheden in neergaande lijn tot het niveau van brigade/regiment, wing/ luchtmachtregiment, zelfstandig of afzonderlijk gelegerd bataljon/squadron of daaraan gelijkwaardig, zoals bekendgemaakt in Titel III, paragraaf 1, letters A en B, en paragraaf 2, letters A en B, van dit Protocol. Deze bekendmaking wordt uiterlijk vijf dagen nadat de wijziging zich voordoet afgegeven, onder vermelding van hetgeen zij feitelijk bezit na de bekendgemaakte wijziging.
TITEL IX. INFORMATIE OVER DE INDIENSTSTELLING EN DE UITDIENSTSTELLING VAN BIJ HET VERDRAG BEPERKTE CONVENTIONELE WAPENSYSTEMEN BIJ DE CONVENTIONELE STRIJDKRACHTEN VAN EEN PARTIJ
1
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen na de inwerkingtreding van het Verdrag of bij elke jaarlijkse uitwisseling van informatie ingevolge Titel VII, paragraaf 1, letter C, van dit Protocol:
- A. samengevoegde informatie over de aantallen en typen van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die in dienst zijn gesteld bij haar conventionele strijdkrachten binnen het toepassingsgebied gedurende de voorafgaande 12 maanden; en
- B. samengevoegde informatie over de aantallen en typen van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die uit dienst zijn gesteld bij haar conventionele strijdkrachten binnen het toepassingsgebied gedurende de voorafgaande 12 maanden.
TITEL X. INFORMATIE OVER HET OVERBRENGEN NAAR OF HET VERWIJDEREN UIT HET TOEPASSINGSGEBIED VAN BIJ HET VERDRAG BEPERKTE CONVENTIONELE WAPENSYSTEMEN IN DIENST BIJ DE CONVENTIONELE STRIJDKRACHTEN VAN DE PARTIJEN
1
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen jaarlijks na de inwerkingtreding van het Verdrag en bij elke jaarlijkse uitwisseling van informatie ingevolge Titel VII, paragraaf 1, letter C, van dit Protocol:
- A. samengevoegde informatie over de aantallen en typen van elke categorie bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die in dienst zijn gesteld bij haar conventionele strijdkrachten en die gedurende de laatste 12 maanden werden overgebracht naar het toepassingsgebied, alsmede informatie over het feit of enige van de wapensystemen een formatie of eenheid vormen;
- B. samengevoegde informatie over de aantallen en typen van elke categorie bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die in dienst zijn gesteld bij haar conventionele strijdkrachten en die gedurende de laatste 12 maanden werden verwijderd uit het toepassingsgebied, en daarbuiten blijven, alsmede informatie over de laatste gemelde plaatsen binnen het toepassingsgebied waar die conventionele wapensystemen zich bevonden; en
- C. bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die in dienst zijn bij haar conventionele strijdkrachten binnen het toepassingsgebied en die binnen een tijdvak van zeven dagen uit het toepassingsgebied werden verwijderd en wederom daarnaar werden overgebracht, mede voor doeleinden als opleiding en militaire activiteiten, zijn niet onderworpen aan de bepalingen- inzake melding in deze Titel.
TITEL XI. CONVENTIONELE WAPENSYSTEMEN DIE DOOR HET TOEPASSINGSGEBIED WORDEN DOORGEVOERD
1
De bepalingen van dit Protocol zijn niet van toepassing op conventionele wapensystemen die door het toepassingsgebied worden overgebracht van een plaats buiten het toepassingsgebied naar een eindbestemming buiten het toepassingsgebied. Conventionele wapensystemen in de in Titel III van dit Protocol genoemde categorieen die binnen het toepassingsgebied zijn gebracht met het oog op doorvoer worden gemeld overeenkomstig dit Protocol indien zij langer dan zeven dagen binnen het toepassingsgebied verblijven.
TITEL XII. DE VORM WAARIN DE INFORMATIE WORDT VERSTREKT
1
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen de in dit Protocol genoemde informatie in overeenstemming met de procedures vervat in artikel XVII van het Verdrag en de Bijlage inzake de vormvoorschriften. In overeenstemming met artikel XVI, vijfde lid, van het Verdrag worden wijzigingen op de Bijlage inzake de vormvoorschriften beschouwd als verbeteringen betreffende de uitvoerbaarheid en de doeltreffendheid van het Verdrag die betrekking hebben op ondergeschikte kwesties van technische aard.
TITEL XIII. ANDERE BEKENDMAKINGEN OP GROND VAN HET VERDRAG
1
Na de ondertekening van het Verdrag en voor de inwerkingtreding daarvan stelt het Gemengd Overlegorgaan een document op betreffende de door het Verdrag voorgeschreven bekendmakingen. Dit document noemt alle bekendmakingen, onder vermelding van die welke móeten worden afgegeven in overeenstemming met artikel XVII van het Verdrag, en omvat, voor zover noodzakelijk, mede de passende vormvoorschriften voor die bekendmakingen. In overeenstemming met artikel XVI, vijfde lid, van het Verdrag worden wijzigingen op dit document, waaronder de vormvoorschriften, beschouwd als verbeteringen betreffende de uitvoerbaarheid en de doeltreffendheid van het Verdrag die betrekking hebben op ondergeschikte kwesties van-technische aard.
1
Elke Partij verstrekt alle andere Partijen informatie ingevolge het Protocol inzake informatie-uitwisseling, hierna te noemen het Protocol, zulks in overeenstemming met de in deze Bijlage beschreven vormvoorschriften. De informatie in elk gegevensoverzicht wordt verstrekt in mechanisch of elektronisch gedrukte vorm en in één van de zes officiële talen van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa. In elk schema (kolom a) wordt aan de ingevoerde gegevens telkens een volgend regelnummer toegekend.
2
Elke bundel van gegevensoverzichten begint met een schutblad waarop de naam is vermeld van de Partij die de overzichten verstrekt, de taal waarin de overzichten zijn gesteld, de datum waarop de overzichten zullen worden uitgewisseld en de datum met ingang waarvan de in de overzichten verstrekte informatie van toepassing is.
TITEL I. INFORMATIE OVER DE STRUCTUUR VAN DE LANDSTRIJDKRACHTEN, DE LUCHTSTRIJDKRACHTEN EN DE LUCHTVERDEDIGINGSSTRIJDKRACHTEN BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED
1
Ingevolge Titel I van het Protocol verstrekt elke Partij informatie over de bevelsorganisatie van haar landstrijdkrachten, met inbegrip van luchtverdedigingsformaties en -eenheden ondergeschikt aan of onder het niveau van militair district of een gelijkwaardig niveau, en haar luchtstrijdkrachten alsmede haar luchtverdedigingsstrijdkrachten, zulks in de vorm van twee afzonderlijke overzichten van hiërarchiegegevens als weergegeven in Schema I.
2
De te verstrekken gegevensoverzichten beginnen bij het hoogste bevelsniveau en bestrijken alle bevelsniveaus in neergaande lijn tot aan het niveau van brigade/regiment, zelfstandig bataljon en wing/ luchtmachtregiment, zelfstandig squadron of daaraan gelijkwaardig. Een militair district/leger/korps wordt bijvoorbeeld gevolgd door ondergeschikte zelfstandige regimenten, zelfstandige bataljons, depots, opleidingsinstellingen, vervolgens elke ondergeschikte divisie met haar regimenten/zelfstandige bataljons. Na vermelding van alle ondergeschikte organisaties volgen de gegevens betreffende het volgende militaire district/leger/korps. Dezelfde procedure wordt toegepast voor luchtstrijdkrachten en luchtverdedigingsstrijdkrachten.
- A. Elke organisatie wordt aangeduid (kolom b) door middel van een eigen identificatiecode (d.w.z. het registratienummer van de formatie of eenheid) die in latere overzichten en alle latere uitwisselingen van informatie voor die organisatie wordt gebruikt; haar nationale benaming (d.w.z. de naam, in kolom c) en, in het geval van divisies, brigades/regimenten, zelfstandige bataljons, en wing/luchtmachtregiment, zelfstandige squadrons of gelijkwaardige organisaties, indien van toepassing, het soort formatie of eenheid (bijvoorbeeld infanterie-, tank-, artillerie-, jachtvliegtuig-, bommenwerper-, bevoorradings-); en
- B. 'voor elke organisatie worden de twee bevelsniveaus binnen het toepassingsgebied aangeduid die onmiddellijk boven die-organisatie staan (kolommen d en e).
Schema I. bevelsorganisatie van de landstrijdkrachten, de LUCHTSTRIJDKRACHTEN EN DE LUCHTVERDEDIGINGSSTRUDKRACHTEN van (Partij) per (datum)
TITEL II. INFORMATIE OVER DE TOTALE AANTALLEN CONVENTIONELE WAPENSYSTEMEN DIE ZIJN ONDERWORPEN AAN DE GETALSMATIGE BEPERKINGEN OVEREENKOMSTIG DE ARTIKELEN IV EN V VAN HET VERDRAG
1
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)