Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Akte, betreffende de voorwaarden voor de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen

Type Verdrag
Publication 1986-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 493
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • -. vrijmaking van het handelsverkeer met het oog op de invoering van een stelsel van vrije mededinging en vrije toegang tot de Spaanse markt en wijziging van het sectoriële commerciële instrumentarium voor de uitvoer om het verenigbaar te maken met de eisen van het vrije verkeer.
3.

Ten einde de verwezenlijking van de algemene doelstellingen te bevorderen:

  • a). is de communautaire regeling op sociaal-structureel gebied, met inbegrip van de regeling betreffende producentenorganisaties, in Spanje onmiddellijk bij de toetreding van toepassing;
  • b). neemt de Gemeenschap deel in de financiering van de interventies die gedurende de eerste fase in Spanje worden verricht door producentenorganisaties voor produkten die aan de gemeenschappelijke kwaliteitsnormen voldoen.

Het percentage van deze communautaire financiële deelneming wordt evenwel voor elk produkt beperkt tot het percentage van de produktie dat voor rekening komt van producentenorganisaties in Spanje die door de Commissie worden erkend als zijnde in overeenstemming met de communautaire voorschriften, zowel wat betreft de oprichtings- als de werkingsvoorwaarden.

De Commissie stelt voor elk verkoopseizoen het in de vorige alinea bedoeld percentage vast; daartoe verricht zij controles ter plaatse in samenwerking met de Spaanse autoriteiten.

Artikel 134
1.

Met het oog op de verwezenlijking van de algemene doelstellingen werkt de Commissie gedurende de interimperiode in nauwe samenwerking met de Spaanse autoriteiten een actieprogramma uit.

2.

Vervolgens volgt de Commissie de ontwikkeling van de situatie in Spanje op de voet, in het licht van:

  • -. de vooruitgang die bij de verwezenlijking van genoemde doelstellingen wordt geboekt,
  • -. de resultaten die worden verkregen door tenuitvoerlegging van horizontale of specifieke structurele maatregelen.
3.

De Commissie spreekt haar oordeel uit over deze ontwikkeling in verslagen die zij aan de Raad zendt:

  • -. aan het einde van de interimperiode met het oog op de opstelling van een balans van de ontwikkeling die vóór de datum van toetreding heeft plaatsgevonden,
  • -. tijdig voor het einde van het vierde jaar na de toetreding,
  • -. op elk ander tijdstip waarop zij zulks nuttig of noodzakelijk acht.
4.

Met inachtneming inzonderheid van de beraadslagingen van de Raad over de in lid 3 bedoelde verslagen, kan de Commissie zo nodig aanbevelingen tot het Koninkrijk Spanje richten met betrekking tot de acties die moeten worden ondernomen met het oog op de verwezenlijking van de betrokken doelstellingen.

Artikel 135

Gedurende de eerste fase past het Koninkrijk Spanje de volgende disciplines toe:

    1. Een prijsdiscipline:
  • a). Het Koninkrijk Spanje stelt onmiddellijk bij de toetreding institutionele prijzen vast voor produkten waarvoor gemeenschappelijke prijzen bestaan, zulks volgens criteria die zo dicht mogelijk liggen bij die welke in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten zijn omschreven, aan de hand van een nader te bepalen referentieperiode en op een niveau dat overeenstemt met de economische realiteit.
  • b). Wanneer deze Spaanse prijzen, uitgedrukt in Ecu, lager zijn dan of gelijk zijn aan de gemeenschappelijke prijzen, mogen de jaarlijkse prijsverhogingen in principe in waarde de verhoging van de gemeenschappelijke prijzen niet overschrijden. De Spaanse prijzen mogen in geen geval het peil van de gemeenschappelijke prijzen overschrijden.
  • c). Wanneer de Spaanse prijzen, uitgedrukt in Ecu, hoger zijn dan de gemeenschappelijke prijzen, mogen zij niet worden verhoogd ten opzichte van het vorige peil. Voorts past het Koninkrijk Spanje zijn prijzen aan voor zover zulks nodig is om te voorkomen dat het verschil tussen zijn prijzen en de gemeenschappelijke prijzen groter wordt.
  • d). Het Koninkrijk Spanje kan zijn prijzen aanpassen indien de interventies op de markt een niet gerechtvaardigde omvang bereiken. In dat geval treedt de aangepaste prijs in de plaats van de oorspronkelijke prijs voor de toepassing van de onder b, en c), bedoelde voorschriften.
  • e). De Commissie ziet erop toe dat de bovengenoemde voorschiften worden nageleefd. Overschrijdingen van het prijspeil dat voortvloeit uit deze voorschriften, worden niet in aanmerking genomen bij de vaststelling van het prijspeil dat als aanvangsniveau moet worden aangehouden voor de in artikel 148 bedoelde aanpassing van de prijzen tijdens de tweede fase.
    1. Een steundiscipline: Uit hoofde van deze discipline mag het Koninkrijk Spanje gedurende de eerste fase zijn nationale steunmaatregelen handhaven. Tijdens deze periode ziet het Koninkrijk Spanje er evenwel op toe dat nationale steunmaatregelen die niet in overeenstemming zijn met het Gemeenschapsrecht in zekere mate worden afgebouwd en dat in de ordening van zijn interne markt geleidelijk het schema van de communautaire steunmaatregelen wordt ingevoerd zonder dat het niveau van deze steunmaatregelen het gemeenschappelijke niveau overschrijdt.
    1. Een produktiediscipline: Uit hoofde van deze discipline past het Koninkrijk Spanje dezelfde produktiediscipline toe als die welke, in voorkomend geval, van toepassingzijn in de andere Lid-Staten of in de Lid-Staten die zich ten aanzien van een dergelijke discipline in een vergelijkbare situatie bevinden.

B). Regeling die van toepassing is in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje

Artikel 136
1.

Behoudens artikel 75 en de artikelen 137 tot en met 139, mag het Koninkrijk Spanje in zijn handelsverkeer met de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gedurende de eerste fase voor de in artikel 131 bedoelde produkten de regeling handhaven die voor de toetreding zowel bij invoer als bij uitvoer gold voor dit handelsverkeer.

2.

Gedurende de eerste fase past de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, behoudens artikel 75, lid 2, en artikel 140, op de invoer van de in artikel 131 bedoelde produkten uit Spanje de regeling toe die zij vóór de toetreding ten opzichte van Spanje toepaste.

3.

Gedurende de eerste fase past de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, behoudens artikel 141, op de uitvoer van de in artikel 131 bedoelde produkten naar Spanje de regeling toe die zij toepast op de uitvoer naar derde landen.

Artikel 137
1.

Onder voorbehoud van lid 2, schaft het Koninkrijk Spanje met ingang van 1 maart 1986 de toepassing af van alle kwantitatieve beperkingen en alle maatregelen van gelijke werking alsmede van alle heffingen van gelijke werking als een douanerecht bij invoer van de in artikel 131 bedoelde produkten uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling.

2.

Tot en met 31 december 1989 mag het Koninkrijk Spanje kwantitatieve beperkingen toepassen bij invoer uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling van de onderstaande produkten:

Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief Omschrijving
07.01 Groenten en moeskruiden, vers of gekoeld:
B. Kool en spruitjes: I. Bloemkool
G. Wortelen, rapen, kroten, schorseneren, knolselderij, radijs en andere dergelijke eetbare wortelen en knollen: ex II. Wortelen en rapen: - Wortelen ex H. Uien, sjalotten en knoflook: - Uien en knoflook M. Tomaten
08.02 Citrusvruchten, vers of gedroogd:
A. Sinaasappelen
B. Mandarijnen tangerines en satsuma's daaronder begrepen; clementines, wilkings en andere dergelijke kruisingen van citrusvruchten: II. andere: - Mandarijen, tangerines en satsuma's daaronder begrepen
C. Citroenen
08.04 Druiven,rozijnen en krenten:
A. Druiven: I. voor tafelgebruik
08.06 Appelen, peren en kweeperen, vers:
A. Appelen
B. Peren
08.07 Steenfruit, vers:
A. Abrikozen
B. Perziken, nectarines daaronder begrepen: - Perziken
  • a). De in lid 2 bedoelde kwantitatieve beperkingen bestaan uit jaarlijkse contingenten die zonder discriminatie openstaan voor handelaars.
  • b). Het oorspronkelijk contingent wordt in 1986 voor elk produkt, uitgedrukt in volume, vastgesteld op:
  • -. hetzij 3% van het gemiddelde van de Spaanse jaarproduktie tijdens de laatste drie jaren vóór de toetreding waarvoor statistieken beschikbaar zijn,
  • -. hetzij het gemiddelde van de Spaanse invoer tijdens de laatste drie jaren voor de toetreding waarvoor statistieken beschikbaar zijn, als dit criterium tot een groter volume leidt,
  • c). Het minimumritme van de geleidelijke verhoging van de contingenten bedraagt 10% aan het begin van elk jaar. De verhoging wordt aan elk contingent toegevoegd en de volgende verhoging wordt berekend op het verkregen totaalcijfer.
  • d). Wanneer de invoer in Spanje tijdens twee opeenvolgende jaren minder bedraagt dan 90% van het geopende jaarcontingent, worden de in Spanje van kracht zijnde kwantitatieve beperkingen afgeschaft.
  • e). Voor het tijdvak van 1 maart tot en met 31 december 1986 is het toepasselijke contingent gelijk aan het oorspronkelijke contingent verminderd met een zesde.
4.

In het kader van de in lid 2 bedoelde kwantitatieve beperkingen wordt op de invoer in Spanje van de volgende produkten een tijdschema toegepast vergezeld van invoerhoeveelheden die worden vastgesteld in verhouding tot het voor elk jaar vastgestelde contingent:

Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief Omschrijving Hoeveelheid uitgedrukt in een percentage van het jaarlijkse contingent
08.06 Appelen, peren en kweeperen, vers: 15%
A. Appelen: 15%
ex I. Persappelen, los verladen, van 16 september tot en met 15 december: - van 16 september tot en met 30 november II. andere: ex a) van 1 augustus tot en met 31 december - van 1 september tot en met 30 november 15%
B. Peren: 25%
ex I. Persperen, los verladen, van 1 augustus tot en met 31 december: - van 1 augustus tot en met 16 december II. andere c) van 16 juli tot en met 31 juli ex d) van 1 augustus tot en met 31 december: - van 1 augustus tot en met 16 december 25%
08.07 Steenfruit, vers: ex A. Abrikozen: - van 1 mei tot en met 31 juli 25%
ex B. Perziken, nectarines daaronder begrepen: - Perziken, van 15 juni tot en met 15 september 25%
Artikel 138

Gedurende de eerste fase kent het Koninkrijk Spanje voor de in artikel 131 bedoelde produkten die worden uitgevoerd naar de huidige Lid-Staten, in beginsel geen steun of uitvoersubsidie toe.

Indien de toekenning van deze steun of subsidies wenselijk blijkt, is het bedrag ervan evenwel beperkt tot ten hoogste het verschil tussen de institutionele prijzen of, bij gebreke daarvan, tussen de in Spanje en in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling geconstateerde prijzen en, in voorkomend geval, tot de invloed van de douanerechten.

De vaststelling van deze steun of subsidies mag pas plaatsvinden nadat de raadplegingsprocedure van artikel 142 is afgewikkeld.

Artikel 139
1.

Het Koninkrijk Spanje schaft met ingang van 1 maart 1986 de toepassing af van alle kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking bij uitvoer van de in artikel 131 bedoelde produkten naar de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.

2.

Tijdens de eerste fase mag het Koninkrijk Spanje evenwel het sectoriële commerciële instrumentarium handhaven dat het op de uitvoer toepast, met dien verstande dat het dat instrumentarium tijdens deze fase wijzigt om ervoor te zorgen dat het aan het einde van deze fase verenigbaar is met de eisen van het vrije verkeer.

Artikel 140
1.

In afwijking van artikel 136, lid 2, worden eventuele compenserende heffingen bij invoer van produkten uit Spanje, die voortvloeien uit de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1035/72, evenwel verlaagd met:

  • -. 2% in het eerste jaar,
  • -. 4% in het tweede jaar,
  • -. 6% in het derde jaar,
  • -. 8% in het vierde jaar,

volgend op de datum van toetreding.

2.

In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en derde landen wordt tijdens de eerste fase voor de berekening van de referentieprijzen geen rekening gehouden met de prijzen van Spaanse produkten.

Artikel 141
1.

Gedurende de eerste fase past de Gemeenschap in haar huidige samenstelling in beginsel op de uitvoer van de in artikel 131 bedoelde produkten naar Spanje geen uitvoerrestituties toe.

Indien de toekenning van deze restituties noodzakelijk blijkt, is het bedrag ervan evenwel beperkt tot ten hoogste het verschil tussen de institutionele prijzen of, bij ontstentenis daarvan, tussen de in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en in Spanje geconstateerde prijzen en, in voorkomend geval, tot de invloed van de douanerechten.

De vaststelling van deze restituties kan pas plaatsvinden nadat de raadplegingsprocedure van artikel 142 is afgewikkeld.

2.

De in dit artikel bedoelde restituties worden door de Gemeenschap gefinancierd ten laste van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw, afdeling „Garantie”.

Artikel 142

Het Koninkrijk Spanje kan de in artikel 138 bedoelde steun of subsidies en de Gemeenschap kan de in artikel 141 bedoelde restituties pas toepassen indien vooraf overleg is gevoerd volgens de volgende procedure:

    1. Over elk ontwerp betreffende de vaststelling van: wordt van gedachten gewisseld in het kader van periodieke vergaderingen van het bij Verordening (EEG) nr. 1035/72 ingestelde Comité van Beheer.
  • -. subsidies bij uitvoer uit Spanje naar de Gemeenschap in haar huidige samenstelling of naar derde landen, dan wel
  • -. restituties bij uitvoer uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling naar Spanje
    1. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het onder 1 bedoelde ontwerp ter behandeling voor aan het Comité; deze behandeling heeft met name betrekking op de economische aspecten van de overwogen uitvoer, alsmede op de situatie en het prijspeil op de Spaanse markt, de markt van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de wereldmarkt.
    1. Het Comité brengt over het ontwerp advies uit binnen een termijn die de Voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie. Het spreekt zich uit met een meerderheid van vierenvijftig stemmen. Het advies wordt onverwijld medegedeeld aan de autoriteit die bevoegd is ter zake van de vaststelling, te weten, al naargelang van het geval, het Koninkrijk Spanje of de Commissie.

C). Regeling van toepassing in het handelsverkeer tussen Spanje en derde landen

Artikel 143

Voor de in artikel 131 bedoelde produkten en onder voorbehoud van artikel 137, past het Koninkrijk Spanje met ingang van 1 maart 1986 de communautaire voorschriften toe betreffende de regeling die van toepassing is bij invoer in de Gemeenschap van uit derde landen ingevoerde produkten.

Wat de referentieprijs betreft, past het Koninkrijk Spanje bij invoer uit derde landen evenwel de regeling toe die door de Gemeenschap in haar huidige samenstelling wordt toegepast krachtens artikel 140, lid 2.

Artikel 144

Tot en met 31 december 1989 mag het Koninkrijk Spanje, overeenkomstig volgens de procedure van artikel 91 te bepalen regels, kwantitatieve beperkingen handhaven bij invoer uit derde landen voor in artikel 137, lid 2, bedoelde produkten.

Artikel 145

Het Koninkrijk Spanje mag voor de in artikel 131 bedoelde produkten de geleidelijke toepassing bij invoer van door de Gemeenschap aan bepaalde derde landen toegekende autonome of conventionele preferenties uitstellen tot het begin van de tweede fase.

Artikel 146
1.

Voor de in artikel 131 bedoelde produkten en onder voorbehoud van lid 2, mag het Koninkrijk Spanje gedurende de eerste fase bij uitvoer naar derde landen de vóór de toetreding voor dit handelsverkeer geldende regeling handhaven.

2.

Het bedrag van de steun of subsidies die het Koninkrijk Spanje in voorkomend geval toekent bij uitvoer naar derde landen, moet beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is om de afzet van het betrokken produkt op de markt van bestemming te waarborgen.

Deze steun of subsidies mogen pas worden toegepast nadat de procedure van artikel 142 is afgewikkeld. Dit overleg heeft met name betrekking op het economische aspect van de beoogde uitvoer, de prijzen die voor de berekening van die uitvoer zijn aangehouden en de situatie op de markten van herkomst en van bestemming.

Onderafdeling 2. - De tweede fase

Artikel 147

Met ingang van de tweede fase zijn de communautaire voorschriften betreffende de in artikel 131 bedoelde produkten in Spanje volledig van toepassing onder voorbehoud van de artikelen 75, 81, 82, 83 en 85 en van de artikelen 148 tot en met 153.

Artikel 148
1.

Tot aan de eerste aanpassing van de in artikel 149 bedoelde prijzen wordende in Spanje met ingang van 1 januari 1990 toe te passen prijzen, onverminderd artikel 136, punt 1, onder e), volgens de regels van de betrokken gemeenschappelijke marktordening vastgesteld op het peil van de prijzen die aan het einde van de eerste fase in Spanje waren vastgesteld.

2.

Indien aan het begin van de tweede fase wordt vastgesteld dat het verschil tussen het prijspeil voor een produkt in Spanje en het peil van de gemeenschappelijke prijs van geringe betekenis is, kan de gemeenschappelijke prijs in Spanje worden toegepast op het betrokken produkt.

Het prijsverschil wordt van geringe betekenis geacht wanneer het niet meer dan 3% van de gemeenschappelijke prijs bedraagt.

Artikel 149

Indien de toepassing van artikel 148, lid 1, in Spanje leidt tot een prijspeil dat afwijkt van het peil van de gemeenschappelijke prijzen, worden de in Spanje geldende prijzen met ingang van het begin van het verkoopseizoen 1990/1991 in zes etappes aan de gemeenschappelijke prijzen aangepast, met toepassing mutatis mutandis van artikel 70.

De gemeenschappelijke prijzen worden in Spanje toegepast op het tijdstip van de zesde aanpassing.

Artikel 150

Artikel 76 , lid 1, en de artikelen 80, 87 en 90 zijn met ingang van 1 januari 1990 van toepassing in Spanje.

De in artikel 90 genoemde datum 31 december 1987 wordt evenwel vervangen door de datum 31 december 1991.

Artikel 151

Indien tijdens de eerste fase in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid een steun wordt ingesteld, wordt deze steun in Spanje ingevoerd of wordt het peil van de in Spanje bestaande soortgelijke steun in zes etappes aangepast aan het gemeenschappelijke niveau, waarbij artikel 79 van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 152
1.

Tijdens de tweede fase wordt bij invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling een mechanisme van compenserende bedragen ingesteld voor groenten en fruit van herkomst uit Spanje waarvoor ten opzichte van derde landen een referentieprijs wordt vastgesteld.

2.

Voor dit mechanismen gelden de volgende voorschriften:

  • a). er wordt een vergelijking gemaakt tussen een aanbiedingsprijs van het Spaanse produkt, berekend overeenkomstig het bepaalde onder b), en een communautaire aanbiedingsprijs. Laatstgenoemde prijs wordt jaarlijks berekend: Bovengenoemde produktieprijzen komen overeen met het gemiddelde van de prijzen die zijn geconstateerd tijdens de drie jaar voorafgaande aan de datum waarop de communautaire aanbiedingsprijs wordt vastgesteld. De communautaire aanbiedingsprijs mag het peil van de ten opzichte van derde landen toegepaste referentieprijs niet overschrijden.
  • -. aan de hand van het rekenkundige gemiddelde van de produktieprijzen van elke Lid-Staat van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, vermeerderd met de vervoers- en verpakkingskosten voor de produkten vanaf de produktiegebieden tot de representatieve consumptiecentra van de Gemeenschap,
  • -. met inachtneming van de ontwikkeling van de produktiekosten.
  • b). De Spaanse aanbiedingsprijs wordt elke marktdag berekend op de grondslag van de geconstateerde of tot het stadium van de importeurgrossier in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling omgerekende representatieve prijzen. De prijs voor een produkt van herkomst uit Spanje is gelijk aan de laagste representatieve prijs of aan het gemiddelde van de laagste representatieve prijzen geconstateerd voor ten minste 30% van de hoeveelheden van de betrokken herkomst die op alle representatieve markten waarvoor prijzen beschikbaar zijn worden afgezet. Deze prijs of prijzen worden vooraf verminderd:
  • -. met het douanerecht berekend overeenkomstig het bepaalde onder c),
  • -. met het eventueel volgens het bepaalde onder d) ingestelde corrigerende bedrag.
  • c). Het van de prijzen van het Spaanse produkt af te trekken douanerecht is het recht van het gemeenschappelijk douanetarief dat jaarlijks aan het begin van het verkoopseizoen geleidelijk wordt verminderd met eenzesde; voor 1990 vindt de vermindering evenwel plaats op 1 januari.
  • d). Indien de overeenkomstig het bepaalde onder b) berekende prijs van het Spaanse produkt lager is dan de onder a) bedoelde communautaire aanbiedingsprijs, wordt bij invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling door de Lid-Staat van invoer een corrigerend bedrag geheven dat gelijk is aan het verschil tussen deze prijzen.
  • e). De heffing van het corrigerende bedrag vindt plaats totdat uit de prijsnoteringen blijkt dat de prijs van het Spaanse produkt gelijk is aan of hoger dan de onder a) genoemde communautaire prijs.
3.

Indien de Spaanse markt wordt verstoord door invoer uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, kan met betrekking tot de invoer in Spanje van groenten en fruit van herkomst uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling waarvoor een referentieprijs wordt vastgesteld, worden besloten tot passende maatregelen, die inzonderheid kunnen voorzien in de toepassing van een corrigerend bedrag volgens nader te bepalen voorschriften.

    1. Het Koninkrijk Spanje past met ingang van 1 januari 1990 bij invoer van de in artikel 131 bedoelde produkten geleidelijk de door de Gemeenschap aan bepaalde derde landen toegekende autonome of conventionele preferenties toe.
    1. Daartoe past het Koninkrijk Spanje een recht toe waardoor het verschil tussen het recht dat op 31 december 1989 daadwerkelijk wordt toegepast en het preferentiële recht volgens onderstaand ritme wordt verkleind: Het Koninkrijk Spanje past de preferentiële rechten volledig toe vanaf 1 januari 1996.
  • -. op 1 januari 1990 wordt het verschil verkleind tot 85,7% van het oorspronkelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 71,4% van het oorspronkelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 57,1% van het oorspronkelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1993 wordt het verschil verkleind tot 42,8% van het oorspronkelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1994 wordt het verschil verkleind tot 28,5% van het oorspronkelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1995 wordt het verschil verkleind tot 14,2% van het oorspronkelijke verschil.

Hoofdstuk 4. Visserij

Afdeling I. Algemene bepalingen

Artikel 154
1.

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk, zijn de voorschriften van deze Akte van toepassing op de sector visserij.

2.

Artikel 89, lid 2, en artikel 90 zijn van toepassing op visserijprodukten.

Artikel 155
1.

Behoudens lid 2 en onverminderd Protocol nr. 2, is het gemeenschappelijk visserijbeleid niet van toepassing op de Canarische Eilanden en evenmin op Ceuta en Melilla.

2.

Op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen:

  • a). bepaalt de Raad de communautaire structurele maatregelen die ten gunste van de in lid 1 genoemde grondgebieden zouden kunnen worden aangenomen;
  • b). bepaalt de Raad passende modaliteiten om de belangen van de in lid 1 genoemde grondgebieden volledig of ten dele in aanmerking te nemen bij de besluiten die hij, van geval tot geval, neemt met het oog op onderhandelingen door de Gemeenschap gericht op het overnemen of sluiten van visserijovereenkomsten met derde landen, alsmede de specifieke belangen van deze gebieden in het kader van internationale overeenkomsten betreffende de visserij waarbij de Gemeenschap overeenkomstsluitende partij is.
3.

De Raad stelt, op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen, in voorkomend geval, de mogelijkheden en de voorwaarden vast voor de wederzijdse toegang tot de respectieve visserijzones en de visbestanden daarvan.

Afdeling II. Toegang tot de wateren en de visbestanden

Artikel 156

Met het oog op hun integratie in de communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 170/83, geldt de in deze afdeling omschreven regeling voor de toegang tot de wateren die vallen onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de huidige Lid-Staten en die worden bestreken door de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES), voor schepen die de vlag van Spanje voeren en ingeschreven en/of geregistreerd zijn in een haven gelegen op het grondgebied waarop het gemeenschappelijk visserijbeleid van toepassing is.

Artikel 157

Alleen de in artikelen 158, 159 en 160 bedoelde vaartuigen mogen visserijactiviteiten uitoefenen en zulks uitsluitend in de zones en onder de voorwaarden omschreven in die artikelen.

Artikel 158
1.

Een aantal van 300 welbepaalde vaartuigen die met hun technische kenmerken voorkomen op de nominatieve lijst in bijlage IX, hierna „basislijst” te noemen, kunnen gemachtigd worden om hun visserijactiviteiten uit te oefenen in de ICES-sectoren Vb, VI, VII, VIIIa, b, d met uitzondering, gedurende de periode van de datum van toetreding tot en met 31 december 1995, van de sector bezuiden 56°30' noorderbreedte, ten oosten van 12° westerlengte en benoorden 50°30' noorderbreedte.

2.

Slechts 150 standaardvaartuigen, waarvan 5 alleen voor het vissen op andere soorten dan demersale soorten kunnen worden gebruikt, die voorkomen op de basislijst, mogen tegelijkertijd hun visserijactiviteiten uitoefenen, op voorwaarde dat zij voorkomen op een periodieke lijst die door de Commissie wordt vastgesteld, zulks met de volgende verdeling

  • a). 23 in de ICES-sectoren Vb en VI,
  • b). 70 in ICES-sector VII,
  • c). in ICES-sector VIlla, b, d.

Onder standaardvaartuig wordt een vaartuig verstaan met een remkracht van 700 paardekrachten (BHP). De omrekeningsgetallen voor schepen met een ander vermogen luiden als volgt:

Vermogen Coëfficiënt
minder dan 300 pk 0,57
ten minste 300 pk maar minder dan 400 pk 0,76
ten minste 400 pk maar minder dan 500 pk 0,85
ten minste 500 pk maar minder dan 600 pk 0,90
ten minste 600 pk maar minder dan 700 pk 0,96
ten minste 700 pk maar minder dan 800 pk 1,00
ten minste 800 pk maar minder dan 1 000 pk 1,07
ten minste 1000 pk, maar niet meer dan 1200 pk 1,11
meer dan 1 200 pk 2,25
vaartuigen die met de beug vissen, andere dan die bedoeld in artikel 160 onder b), 1,00
vaartuigen die met de beug vissen, andere dan bedoeld in artikel 160 onder b), en uitgerust met een mechanisme voor het automatisch aanbrengen van het aas of het mechanisch ophalen van de beugen. 2,00

Voor de toepassing van deze omrekeningsgetallen op vaartuigen die de zogenaamde visactiviteiten „parejas” en „trios” uitoefenen, worden de motorvermogens van de deelnemende vaartuigen bij elkaar opgeteld.

3.

De eventuele aanpassingen van de basislijst die voortvloeien uit het vóór de toetreding buiten gebruik stellen van een vaartuig wegens overmacht worden uiterlijk op 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83. Deze aanpassingen mogen geen afbreuk doen aan het aantal vaartuigen en de verdeling daarvan over elke categorie en evenmin leiden tot een verhoging van de totale tonnage of het totale vermogen van elke van deze categorieën, bovendien mogen de ter vervanging aangewezen vaartuigen slechts worden gekozen uit de vaartuigen vermeld op de lijst in bijlage X.

Artikel 159
1.

Het aantal standaardvaartuigen als bedoeld in artikel 158, lid 2, kan worden verhoogd aan de hand van de ontwikkeling van de globale visserijmogelijkheden die aan Spanje zijn toegekend voor de bestanden waarvoor het stelsel van de totaal toegestane vangsten geldt, hierna TAC te noemen, zulks volgens de procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

2.

Naarmate de op de basislijst vermelde vaartuigen buiten gebruik worden gesteld en uit de basislijst worden geschrapt, kunnen zij worden vervangen door vaartuigen van dezelfde categorie ten belope van de helft van het vermogen van de aldus geschrapte vaartuigen, totdat de basislijst is vastgesteld op een peil dat zich zodanig verhoudt ten opzichte van de toegewezen visbestanden dat een normale exploitatie gewaarborgd is.

De voorwaarden voor vervanging als bedoeld in de eerste alinea zijn slechts van toepassing voor zover de capaciteit van de vloot van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling niet wordt uitgebreid in de communautaire wateren van de Atlantische Oceaan.

Artikel 160
1.

De volgende gespecialiseerde visserijactiviteiten zijn toegestaan:

Soort visserij Soort visserij gebied Totaal aantal vaartuigen met een machtiging (basislijst) Aantal vaartuigen die tegelijkertijd mogen vissen (periodieke lijst) Tijdvak waarin mag worden gevist
a) vaartuigen voor de sardinevangst die met de zegen vissen van minder dan 100 BRT) VIII a, b, d 71 40 1 januari -28 februari en 1 juli-31 december
b) vaartuigen die met de beug vissen van minder dan 100 BRT VIII a 25 10 het gehele jaar
c) het vissen vanaf vaartuigen van ten hoogste 50 BRT, uitsluitend uitgeoefend met vishengels VIII a,b,d - 64 het gehele jaar
d) vaartuigen voor de ansjovisvangst als hoofdvangst VIII a,b,d - 160 1 maart-30 juni
e) vaartuigen waarmee op ansjovis wordt gevist die wordt gebruikt als levend aas VIII a, b, d - 120 1 juli-31 oktober
f) vaartuigen voor de tonijnvangst alle gebieden - onbeperkt het gehele jaar
g) vaartuigen waarmee op zeebaars wordt gevist VII g,h,j,k - 25 1 oktober-31 december
2.

Vanaf 1 januari 1986 is het samenstel van bepalingen betreffende het uitoefenen van de in lid 1 bedoelde visserijactiviteiten identiek aan die welke onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de onderhavige Akte van toepassing waren.

De in lid 1, onder c), bedoelde visserijactiviteiten mogen in de desbetreffende ICES-sector evenwel overal worden verricht buiten de grens van 12 zeemijlen berekend vanaf de basislijnen.

Artikel 161
1.

Het aandeel in de TAC van de soorten waarvoor TAC's en aan Spanje toe te kennen quota gelden, wordt per soort en per gebied als volgt vastgesteld:

Soort ICES-sector Aandeel van Spanje
a) Heek Vb, VI, VII VIII a, b 30%
b) zeeduivel Vb, VI VII VIII a,b,d VIII c, IX 3,846% 3,672% 15,233% 99,9%
met inbegrip van het aandeel voor Portugal
c) Schotse schol Vb, VI VII VIII a,b,d 11,363% 30% 55,334%
d) Langoustine Vb, VI VII VIll a, b VIII c VIII d 0,2% 6% 6% 96% 0
e) Witte koolvis, pollak of vlaswijting Vb, VI VII VIII a, b VIII c VIII d 0,2% 0,2% 17% 90% 0
f) Ansjovis VIII 90%
2.

Naast het in lid 1, onder a), bedoelde aandeel in de TAC's van heek, wordt jaarlijks gedurende een periode van 3 jaar vanaf 1 januari 1986 een forfaitaire extra hoeveelheid van 4500 ton toegekend.

Indien de totale hoeveelheid van deze TAC's meer bedraagt dan 45 000 ton, wordt deze extra forfaitaire hoeveelheid zodanig verlaagd dat het peil van het totale quotum voor Spanje wordt aangevuld tot 18000 ton.

3.

Het aan Spanje toe te wijzen aandeel in de soorten waarvoor TAC's gelden zonder een verdeling van quota, wordt als volgt forfaitair vastgesteld per soort en per gebied:

Soort ICES-gebied Aandeel van Spanje
a) Blauwe wijting Vb, VI, VII 30 000 ton
VIII a, b, d
b) Horsmakreel Vb, VI, VII, 31 000 ton
VIII a, b, d
4.

De voor Spanje vastgestelde visserijmogelijkheden en de daaruit voortvloeiende quota voor de andere Lid-Staten van de Gemeenschap worden jaarlijks en voor de eerste maal voor 1 januari 1986 vastgesteld overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

Artikel 162

Voor 31 december 1992 dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de situatie en de vooruitzichten van de visserij in de Gemeenschap, aan de hand van de toepassing van de artikelen 158 en 161. Op basis van dit verslag worden de noodzakelijke aanpassingen van de regeling bedoeld in artikel 158, in artikel 159, lid 2, eerste alinea, en in artikel 161, leden 1, 2 en 3, met inbegrip van de aanpassingen inzake de toegang tot andere gebieden dan die welke in artikel 158, lid 1, zijn vermeld, voor 31 december 1983 vastgesteld volgens de procedure van artikel 43 van het EEG-Verdrag. Deze aanpassingen worden van kracht op 1 januari 1996.

Artikel 163
1.

De Spaanse autoriteiten stellen voor de in artikel 160, lid 1, onder a) en b), bedoelde visserijactiviteiten basislijsten op; voor de in artikel 160, lid 1, bedoelde andere visserijactiviteiten stellen zij een lijst op met de vermelding van de technische kenmerken van elk vaartuig.

Zij dienen bij de Commissie ontwerpen in van de periodieke lijsten bedoeld in artikel 158, lid 2, en artikel 160, lid 1.

2.

Voor de in artikel 158 en artikel 160, lid 1, onder g), bedoelde vaartuigen, dekken de periodieke lijsten een periode van tenminste een maand.

Voor de andere soorten vaartuigen worden de modaliteiten voor de activiteiten vastgesteld overeenkomstig artikel 160, lid 2, en volgens de in lid 3, tweede alinea, van het onderhavige artikel bedoelde procedure.

Na verificatie worden deze lijsten goedgekeurd door de Commissie die deze lijsten toezendt aan de Spaanse autoriteiten en aan de controlerende autoriteiten van de andere betrokken Lid-Staten.

3.

De maatregelen die genomen moeten worden met het oog op de naleving van de in dit artikel neergelegde reglementering door het bedrijfsleven, met inbegrip van de mogelijkheid om het betrokken vaartuig geen toestemming te verlenen om gedurende een bepaalde periode te vissen vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

De technische voorschriften die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de artikelen 156 tot en met 162 alsmede de voorschriften opgenomen in bijlage XI worden vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

Artikel 164
1.

Het aantal vaartuigen dat de vlag van een huidige Lid-Staat voert en dat mag vissen in de wateren van de Atlantische Oceaan die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van het Koninkrijk Spanje vallen en die door de ICES worden bestreken, wordt jaarlijks vastgesteld:

  • a). voor de soorten waarvoor TAC's en quota gelden, afhankelijk van de toegekende vangstmogelijkheden;
  • b). voor de soorten waarvoor geen TAC's of quota gelden, met inachtneming van de relatieve stabiliteit en de noodzaak de instandhouding van de bestanden te waarborgen.
2.

De gespecialiseerde visserij door vaartuigen die de vlag van een huidige Lid-Staat voeren in de in lid 1 bedoelde wateren wordt uitgeoefend binnen dezelfde kwantitatieve grenzen en volgens dezelfde voorschriften inzake toegang en controle als die welke zijn vastgesteld voor Spaanse vaartuigen die mogen vissen in de visserijzones van de huidige Lid-Staten en met inachtneming van de andere bepalingen betreffende de instandhouding van de bestanden.

3.

De algemene regels inzake de toepassing van dit artikel, met name de jaarlijkse vaststelling van het aantal vaartuigen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83 en voor de eerste maal vóór 1 januari 1986.

4.

De toepassingsbepalingen van dit artikel worden voor 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

Artikel 165
1.

Met het oog op hun integratie in de communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 170/83, geldt voor de toegang van vaartuigen die de vlag van Portugal voeren tot de wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van het Koninkrijk Spanje vallen en die door de ICES en het Comité voor de Visserij in het Centraal-Oostelijk gedeelte van de Atlantische Oceaan (COPACE) worden bestreken tot en met 31 december 1995 de in de leden 2 tot en met 8 omschreven regeling, onverminderd de in artikel 155 bedoelde bijzondere bepalingen.

2.

De volgende activiteiten mogen bij wijze van voornaamste visserijactiviteit door de in lid 1 bedoelde vaartuigen worden uitgeoefend:

Soorten Hoeveelheid (ton) Gebied Toegestane vistuig Totaal aantal vaartuigen dat mag vissen (basislijst) Aantal vaartuigen dat mag vissen (periodiekelijst) Tijdvak waarin mag worden gevist
Demersale soorten
- Heek 850 ICES VIII + IX+COPACE (continentale kust) trawlnetten gehele jaar
- Andere ICES VIII + IX + COPACE (continentale kust) trawlnetten Ten noorden van de grens Rio Mino: 17 ten oosten van de grens Rio Guadiana: 4 Ten noorden van de grens Rio Mino: 9 ten oosten van de grens Rio Guadiana: 2 gehele jaar
Pelagische soorten Ten noorden van de grens Rio Mino: 9 ten oosten van de grens Rio Guadiana: 2
- Horsmakreel 2 250 ICES VIII + IX + COPACE (continentale kust) trawlnetten gehele jaar Ten noorden van de grens Rio Mino: 9 ten oosten van de grens Rio Guadiana: 2
- Grote migrerende soorten met uitzondering van tonijn: zwaardvis, blauwe haai, braam ICES VIII + IX + COPACE (continentale kust) oppervlaktebeug 20 gehele jaar
- Witte tonijn ICES VIII + IX + COPACE (continentale kust) sleephengel nader te bepalen mei-juni
3.

Het gebruik van kieuwnetten is verboden.

4.

Elk vaartuig dat met de beug vist kan niet meer dan 2 beugen per dag uitzetten; de maximale lengte van elk van deze beugen bedraagt 20 zeemijl; de afstand tussen de haken mag niet minder dan 2,70 m bedragen.

5.

Het vissen op schaaldieren is niet toegestaan. Vangsten zijn evenwel toegestaan bij de gerichte vangst op heek en andere demersale soorten binnen een grens van 10% van de omvang van de vangsten van die soorten die zich aan boord bevinden.

6.

Het aantal vaartuigen dat op witte tonijn mag vissen, wordt voor 1 maart 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

7.

De toepassingsbepalingen van dit artikel worden naar analogie van die welke zijn opgenomen in bijlage XI vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

8.

De maatregelen die genomen moeten worden met het oog op de naleving van de in dit artikel neergelegde reglementering door het bedrijfsleven, met inbegrip van de mogelijkheid het betrokken vaartuig geen toestemming te verlenen om gedurende een bepaalde periode te vissen, worden vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

Artikel 166

De in de artikelen 156 tot en met 164 omschreven regeling, met inbegrip van de aanpassingen die door de Raad krachtens artikel 162 kunnen worden vastgesteld, blijft van toepassing tot het verstrijken van de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 170/83 bedoelde periode.

Afdeling III. Externe visbestanden

Artikel 167
1.

Onmiddellijk bij de toetreding wordt het beheer van de visserijovereenkomst tussen het Koninkrijk Spanje en derde landen door de Gemeenschap waargenomen.

2.

De rechten en plichten die voor het Koninkrijk Spanje voortvloeien uit de in lid 1 bedoelde overeenkomsten blijven onverlet gedurende de periode waarin de bepalingen van deze overeenkomsten voorlopig worden gehandhaafd.

3.

Zo spoedig mogelijk en in ieder geval voor het verstrijken van de in lid 1 bedoelde overeenkomsten stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de passende besluiten vast voor het handhaven van de daaruit voortvloeiende visserijactiviteiten, met in de mogelijkheid om bepaalde van deze overeenkomsten met ten hoogste een jaar te verlengen.

Artikel 168
1.

De tariefvrijstellingen, -schorsingen of -contingenten die door het Koninkrijk Spanje zijn verleend voor visserijprodukten afkomstig van gemeenschappelijke ondernemingen van natuurlijke of rechtspersonen uit Spanje en uit andere landen worden tijdens een periode van 7 jaar als volgt afgeschaft:

Periode waarin de contingenten zijn geopend Toegestane globale hoeveelheden tegen nulrecht (t) Verlaging in(%)
van 1.3.86 tot en met 31.12.86 66 300
van 1.1.87 tot en met 31.12.87 62 985 5
van 1.1.88 tot en met 31.12.88 56 355 10,5
van 1.1.89 tot en met 31.12.89 46 410 17,6
van 1.1.90 toten met 31.12.90 34 808 24,9
van 1.1.91 tot en met 31.12.91 23 206 33,3
van 1.1.92 tot en met 31.12.92 11 603 50
vanaf 1.1.93 0 100
2.

Binnen de jaarlijkse toegestane globale hoeveelheden vindt de verdeling van de contingenten per post of onderverdeling van het gemeenschappelijk douanetarief naar evenredigheid plaats volgens de verdeling in 1983.

3.

De produkten die onder deze regeling worden ingevoerd, kunnen niet worden beschouwd als produkten in het vrije verkeer in de zin van artikel 10 van het EEG-Verdrag, wanneer zij naar een andere Lid-Staat wederuitgevoerd worden.

4.

Voor de maatregelen van dit artikel komen slechts produkten van gemeenschappelijke ondernemingen en van door deze ondernemingen geëxploiteerde vaartuigen in aanmerking waarvan de lijst is opgenomen in bijlage XII.

5.

De toepassingsbepalingen van dit artikel, inzonderheid de jaarlijkse hoeveelheden van de contingenten per post of onderverdeling van het gemeenschappelijk douanetarief worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3796/81.

Afdeling IV. Gemeenschappelijke ordening der markten

Artikel 169
1.

De oriëntatieprijzen die in Spanje gelden voor sardines uit de Atlantische Oceaan en voor ansjovis en de oriëntatieprijzen die in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gelden, worden aan elkaar aangepast overeenkomstig het bepaalde in de leden 2 en 3, waarbij de eerste aanpassing plaatsvindt op 1 maart 1986.

2.

Wat sardines uit de Atlantische Oceaan betreft, worden de oriëntatieprijzen die enerzijds van toepassing zijn in Spanje en anderzijds in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling in tien jaarlijkse etappes aangepast aan het peil van de oriëntatieprijs van sardines uit de Middellandse Zee op de grondslag van de prijzen van 1984, achtereenvolgens met een tiende, een negende, een achtste, een zevende, een zesde, een vijfde, een kwart, een derde en de helft van het verschil tussen deze oriëntatieprijzen die vóór elke aanpassing van toepassing waren; de prijs die uit deze berekening voortvloeit, wordt naar evenredigheid gemoduleerd aan de hand van de eventuele aanpassing van de oriëntatieprijs voor het komende verkoopseizoen; de gemeenschappelijke prijs wordt toegepast vanaf de datum van de tiende aanpassing.

3.

Wat ansjovis betreft, worden de oriëntatieprijzen die respectievelijk voor Spanje en de andere Lid-Staten van toepassing zijn, in vijf jaarlijkse etappes aangepast, respectievelijk met een vijfde, een kwart en de helft van het verschil tussen deze oriëntatieprijzen, met dien verstande dat deze aanpassing voor de helft op elk van deze prijzen wordt toegepast door een verhoging van de laagste prijs en een verlaging van de hoogste prijs; de prijs die uit deze berekening voortvloeit, wordt naar evenredigheid gemoduleerd aan de hand van de eventuele aanpassing van de oriëntatieprijs voor het komende verkoopseizoen; de gemeenschappelijke prijs wordt toegepast vanaf de datum van de vijfde aanpassing.

Artikel 170
1.

Gedurende de in artikel 169 bedoelde periode waarin de prijzen worden aangepast, wordt een stelsel van toezicht ingesteld, gebaseerd op referentieprijzen die van toepassing zijn op:

  • -. de invoer van sardines uit de Atlantische Oceaan in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling van herkomst uit Spanje,
  • -. de invoer van ansjovis in Spanje van herkomst uit de andere Lid-Staten van de Gemeenschap.
2.

Tijdens elke etappe van de aanpassing van de prijzen worden de in lid 1 bedoelde referentieprijzen vastgesteld op het niveau van de ophoudprijzen die respectievelijk in Spanje voor ansjovis en in de andere Lid-Staten voor sardines uit de Middellandse Zee van toepassing zijn.

3.

Ingeval van verstoring van de markt ingevolge de in lid 1 bedoelde invoer tegen lagere prijzen dan de referentieprijzen, kunnen soortgelijke maatregelen als die bedoeld in artikel 21 van Verordening (EEG) nr. 3796/81 worden genomen volgens de procedure van artikel 33 van genoemde verordening.

4.

De toepassingsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3796/81.

Artikel 171
1.

Onmiddellijk na de toetreding wordt voor de producenten van sardines uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling een stelsel van compenserende vergoedingen ingesteld in verband met de bijzondere regeling voor de aanpassing van de prijzen die voor deze vissoort geldt uit hoofde van artikel 169, lid 2.

2.

Voor het einde van de periode waarin de prijzen worden aangepast, besluit de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen of, en, in voorkomend geval, in hoeverre het in dit artikel bedoelde stelsel moet worden verlengd.

3.

De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, vóór 31 december 1985 de toepassingsbepalingen van dit artikel vast.

Artikel 172

Gedurende de periode waarin de prijzen worden aangepast, worden de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3796/81 bedoelde aanpassingscoëfficiënten die in 1984 golden voor sardines, niet gewijzigd.

Afdeling V. Regeling voor het handelsverkeer

Artikel 173
1.

In afwijking van artikel 31 worden de douanerechten bij invoer van de visserijprodukten van de posten 03.01, 03.02, 03.03, 05.15 A, 16.04, 16.05 en 23.01 B van het gemeenschappelijk douanetarief tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:

  • -. op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 87,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 75% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 62,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 50% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 37,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 25% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 12,5% van het basisrecht,
  • -. de laatste verlaging, ten bedrage van 12,5%, vindt plaats op 1 januari 1993.
2.

In afwijking van lid 1, worden de douanerechten bij invoer van bereidingen en conserven van sardines van post 16.04 D van het gemeenschappelijk douanetarief tussen Spanje en de andere Lid-Staten geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:

  • -. op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 90,9% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 81,8% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 72,7% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 63,6% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 54,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 45,4% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 36,3% van het basisrecht,
  • -. op 1 janauri 1993 wordt elk recht verlaagd tot 27,2% van het basisrecht,
  • -. op 1 janauri 1994 wordt elk recht verlaagd tot 18,1% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1995 wordt elk recht verlaagd tot 9% van het basisrecht,
  • -. de laatste verlaging, ten bedrage van 9% vindt plaats op 1 janauri 1996.
3.

Onmiddellijk bij de toetreding schaft het Koninkrijk Spanje alle compenserende heffingen op de invoer in Spanje van de in lid 1 bedoelde visserijprodukten van herkomst uit de andere Lid-Staten af.

4.

In afwijking van artikel 37 wijzigt het Koninkrijk Spanje voor de in lid 1 bedoelde visserijprodukten zijn tarief voor derde landen door het verschil tussen de basisrechten en de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief volgens onderstaande regels te verkleinen:

  • -. vanaf 1 maart 1986 past het Koninkrijk Spanje een recht toe, waarbij het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief met 12,5% wordt verkleind,
  • -. vanaf 1 januari 1987:
  • a). worden voor tariefposten waarvoor de basisrechten met niet meer dan 15%, meer of minder, afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, deze laatste rechten toegepast,
  • b). past het Koninkrijk Spanje, in de andere gevallen, een recht toe, waarbij het verschil tussen de basisrechten en de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief in zeven gelijke tranches van 12,5% op onderstaande data wordt verkleind:
  • -. 1 januari 1987,
  • -. 1 januari 1988,
  • -. 1 januari 1989,
  • -. 1 januari 1990,
  • -. 1 januari 1991,
  • -. 1 januari 1992.

Het Koninkrijk Spanje past het gemeenschappelijk douanetarief vanaf 1 januari 1993 volledig toe.

Artikel 174
1.

Tot en met 31 december 1992 geldt voor de invoer in Spanje van de in bijlage XIII vermelde produkten van herkomst uit de andere Lid-Staten de in het onderhavige artikel omschreven aanvullende regeling voor het handelsverkeer.

2.

Bovendien geldt tot en met 31 december 1990 voor de invoer in Spanje van conserven van sardines van post 16.04 D van het gemeenschappelijk douanetarief van herkomst uit Portugal de in lid 1 bedoelde regeling.

3.

Voor het begin van elk jaar wordt op basis van de invoer tijdens de drie voorafgaande jaren voor elk betrokken produkt een voorlopige balans van de voorziening van Spanje opgesteld. Uit deze balans moet zowel de invoer uit de andere Lid-Staten als die uit derde landen blijken. Het intracommunautaire aandeel in deze balans wordt jaarlijks verhoogd met een stijgingsfactor van 15%.

4.

Boven de drempel van het intracommunautaire aandeel mogen maatregelen ter beperking of schorsing van de invoer worden genomen.

5.

Boven de drempel die is vastgesteld voor de algemene voorzieningsbalans kan het Koninkrijk Spanje conservatoire maatregelen nemen die onmiddellijk van toepassing zijn. Deze maatregelen worden onverwijld medegedeeld aan de Commissie die de toepassing ervan kan schorsen in de maand volgend op deze mededeling.

6.

De toepassingsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3796/81.

Artikel 175
1.

De kwantitatieve beperkingen die in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling van toepassing zijn op produkten van herkomst uit Spanje onder de voorwaarden van artikel 19, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3796/81, worden geleidelijk afgeschaft en dienen op 1 januari 1993 te zijn verdwenen voor conserven van tonijn en op 1 januari 1996 voor conserven van sardines.

2.

De toepassingsbepalingen van lid 1 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3796/81.

Artikel 176
1.

Tot en met 31 december 1992 kan het Koninkrijk Spanje voor de in bijlage XIV vermelde produkten ten aanzien van derde landen kwantitatieve beperkingen handhaven binnen de grenzen en op de wijze als door de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld.

2.

Het communautaire stelsel van referentieprijzen is van toepassing op elk produkt zodra de bij dat produkt behorende kwantitatieve beperkingen zijn afgeschaft.

Hoofdstuk 5. Buitenlandse betrekkingen

Afdeling I. Gemeenschappelijke handelspolitiek

Artikel 177
1.

Het Koninkrijk Spanje handhaaft ten aanzien van derde landen kwantitatieve invoerbeperkingen voor de produkten die ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling nog niet zijn geliberaliseerd. Het verleent derde landen geen enkel ander voordeel ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling wat de contingenten voor deze produkten betreft.

Deze kwantitatieve beperkingen blijven ten minste van kracht zolang er voor dezelfde produkten ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling nog kwantitatieve beperkingen bestaan.

2.

Het Koninkrijk Spanje handhaaft ten aanzien van de in de Verordeningen (EEG) nr. 1765/82, nr. 1766/82 en nr. 3420/83 bedoelde landen met staatshandel kwantitatieve invoerbeperkingen voor de produkten die nog niet zijn geliberaliseerd ten opzichte van de landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is. Het verleent landen met staatshandel geen enkel ander voordeel ten opzichte van de landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, wat de contingenten voor deze produkten betreft.

Deze kwantitatieve beperkingen blijven ten minste van kracht zolang er voor dezelfde produkten ten opzichte van de in Verordening (EEG) nr. 288/82 bedoelde landen nog kwantitatieve beperkingen bestaan.

Wijzigingen van de regeling voor de invoer in Spanje van produkten die de Gemeenschap ten opzichte van landen met staatshandel niet heeft geliberaliseerd, vinden plaats volgens de voorschriften en procedures van Verordening (EEG) nr. 3420/83 en onverminderd het bepaalde in de eerste alinea.

Het Koninkrijk Spanje is evenwel niet gehouden ten opzichte van landen met staatshandel opnieuw kwantitatieve invoerbeperkingen in te voeren voor de ten opzichte van deze landen geliberaliseerde produkten waarvoor ten opzichte van de ledenlanden van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel nog kwantitatieve beperkingen gelden.

3.

Het Koninkrijk Spanje kan, onverminderd de leden 1 en 2, tot en met 31 december 1991 kwantitatieve invoerbeperkingen in de vorm van contingenten handhaven voor de produkten en tot de bedragen als vermeld in bijlage XV bij wijze van tijdelijke afwijking van de gemeenschappelijke regelingen voor de liberalisatie van de invoer als bedoeld in de Verordeningen (EEG) nr. 288/82, nr. 1765/82, nr. 1766/82 en nr. 3419/83, gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 453/84, mits, wat de leden-landen van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel betreft, van deze beperkingen vóór de toetreding kennis is gegeven in het kader van die Overeenkomst.

De invoer van deze produkten is volledig onderworpen aan de gemeenschappelijke liberalisatieregelingen die op 1 januari 1992 van kracht zijn. De contingenten worden tot die datum geleidelijk verhoogd overeenkomstig lid 4.

4.

Het minimumpercentage van de geleidelijke verhoging van de in lid 3 bedoelde contingenten bedraagt 17% aan het begin van elk jaar voor in Ecu uitgedrukte contingenten en 12% aan het begin van elk jaar voor in volume uitgedrukte contingenten. De verhoging wordt aan elk contingent toegevoegd en de volgende verhoging wordt berekend over het verkregen totaalbedrag.

Wanneer de invoer in twee opeenvolgende jaren minder dan 90% bedraagt van de overeenkomstig lid 3 geopende jaarcontingenten, schaft het Koninkrijk Spanje, onverminderd de leden 1 en 2, de van kracht zijnde kwantitatieve beperkingen af.

5.

Het Koninkrijk Spanje handhaaft ten opzichte van alle derde landen kwantitatieve invoerbeperkingen in de vorm van contingenten voor de produkten als vermeld in bijlage XVI die door de Gemeenschap niet zijn geliberaliseerd ten opzichte van derde landen en waarvoor het Koninkrijk Spanje ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling kwantitatieve invoerbeperkingen handhaaft, een en ander tot de in die bijlage vermelde bedragen en ten minste tot de aldaar genoemde data.

Wijzigingen van de regeling voor de invoer in Spanje van de in de eerste alinea bedoelde perodukten vinden plaats overeenkomstig de voorschriften en procedures van de Verordeningen (EEG) nr. 288/82 en nr. 3420/83 en onverminderd de leden 1 en 2.

6.

Ten einde te voldoen aan de verplichtingen die voor de Gemeenschap uit de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel voortvloeien ten opzichte van bij die Overeenkomst aangesloten landen met staatshandel, breidt het Koninkrijk Spanje in voorkomend geval en voor zover noodzakelijk de liberalisatiemaatregelen die het ten aanzien van de andere bij de Overeenkomst aangesloten derde landen moet treffen uit tot eerder genoemde landen, zulks met inachtneming van de overeengekomen overgangsmaatregelen.

Artikel 178
1.

Met ingang van 1 maart 1986 past het Koninkrijk Spanje geleidelijk het stelsel van algemene preferenties toe voor andere produkten dan die welke in bijlage II van het EEG-Verdrag zijn vermeld, uitgaande van de basisrechten bedoeld in artikel 30, lid 1. Wat evenwel de in bijlage XVII vermelde produkten betreft, past het Koninkrijk Spanje zich tot en met 31 december 1992 geleidelijk aan aan de rechten van het stelsel van algemene preferenties, uitgaande van de basisrechten bedoeld in artikel 30, lid 2. Het ritme waarin deze aanpassingen plaatsvinden is gelijk aan het in artikel 37 bedoelde ritme.

  • a). Ten aanzien van de in bijlage II van het Verdrag vermelde produkten worden de vastgestelde of berekende preferentiële percentages geleidelijk toegepast op de daadwerkelijk door het Koninkrijk Spanje ten aanzien van derde landen geheven rechten, zulks volgens de algemene regels bedoeld onder b), of de bijzondere regels bedoeld in de artikelen 97 en 153.
  • b). Met ingang van 1 maart 1986 past het Koninkrijk Spanje een recht toe waardoor het verschil tussen het basisrecht en het preferentiële recht volgens onderstaand ritme wordt verkleind: Het Koninkrijk Spanje past de preferentiële rechten volledig toe met ingang van 1 januari 1996.
  • -. op 1 maart 1986 wordt het verschil verkleind tot 90,9% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1987 wordt het verschil verkleind tot 81,8% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1988 wordt het verschil verkleind tot 72,7% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1989 wordt het verschil verkleind tot 63,6% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1990 wordt het verschil verkleind tot 54,5% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 45,4% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 36,3% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1993 wordt het verschil verkleind tot 27,2% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1994 wordt het verschil verkleind tot 18,1% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1995 wordt het verschil verkleind tot 9,0% van het oorspronkelijke verschil;
  • c). In afwijking van het bepaalde onder b), past het Koninkrijk Spanje voor de visserijprodukten van de posten 03.01, 03.02, 03.03, 05.15 A, 16.04, 16.05 en 23.01 B van het gemeenschappelijk douanetarief vanaf 1 maart 1986 een recht toe waarbij het verschil tussen het basisrecht en het preferentiële recht wordt verkleind volgens onderstaande regels: Het Koninkrijk Spanje past de preferentiële rechten volledig toe vanaf 1 januari 1993.
  • -. op 1 maart 1986 wordt het verschil verkleind tot 87,5% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1987 wordt het verschil verkleind tot 75,0% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1988 wordt het verschil verkleind tot 62,5% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1989 wordt het verschil verkleind tot 50,0% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1990 wordt het verschil verkleind tot 37,5% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 25,0% van het oorspronkelijke verschil;
  • -. op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 12,5% van het oorspronkelijke verschil.

Afdeling II. Overeenkomsten tussen de Gemeenschappen en bepaalde derde landen

Artikel 179
1.

Het Koninkrijk Spanje past vanaf 1 januari 1986 de bepalingen van de in artikel 181 genoemde overeenkomsten toe.

De overgangsmaatregelen en de eventuele aanpassingen zullen worden opgenomen in met de landen waarmee overeenkomsten zijn gesloten, te sluiten protocollen. Deze protocollen worden aan bedoelde overeenkomsten gehecht.

2.

Deze overgangsmaatregelen dienen te bewerkstelligen dat na de afloop daarvan de Gemeenschap in haar betrekkingen met elk met haar door overeenkomst verbonden derde land een gemeenschappelijke regeling toepast en dat de rechten en verplichtingen van de Lid-Staten aan elkaar gelijk worden.

3.

Deze overgangsmaatregelen die van toepassing zijn op de in artikel 181 genoemde landen mogen er niet toe leiden dat deze landen door het Koninkrijk Spanje op enig gebied gunstiger worden behandeld dan de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.

In het bijzonder zijn op alle produkten waarvoor overgangsmaatregelen gelden met betrekking tot kwantitatieve beperkingen ten aanzien van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling dezelfde maatregelen van toepassing ten aanzien van alle in artikel 181 genoemde landen en wel voor een zelfde periode.

4.

Deze overgangsmaatregelen die van toepassing zijn op de in artikel 1.81 genoemde landen, mogen er niet toe leiden dat deze landen door het Koninkrijk Spanje minder gunstig worden behandeld dan andere derde landen. In het bijzonder mogen geen overgangsmaatregelen met betrekking tot kwantitatieve beperkingen ten aanzien van de in artikel 181 genoemde landen worden overwogen voor produkten die vrij zijn van dergelijke beperkingen, indien zij in Spanje uit andere landen worden ingevoerd.

Artikel 180
1.

Indien de in artikel 179, lid 1, genoemde protocollen op 1 januari 1986 niet zijn gesloten, treft de Gemeenschap de nodige maatregelen om onmiddellijk bij de toetreding aan deze situatie het hoofd te bieden.

In ieder geval wordt door het Koninkrijk Spanje vanaf 1 januari 1986 op de in artikel 181 genoemde landen de meestbegunstigingsclausule toegepast.

2.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde maatregelen geldt het volgende:

  • i). indien voornoemde protocollen op de datum van toetreding niet zouden zijn gesloten om redenen buiten de wil van de Gemeenschap of van het Koninkrijk Spanje, voorzien de door de Gemeenschap te treffen maatregelen in ieder geval in toepassing door het Koninkrijk Spanje, vanaf de datum van toetreding, van de meestbegunstigingsclausule op de betrokken landen die preferenties genieten of met de Gemeenschap zijn geassocieerd; ook zal rekening worden gehouden met de regeling die de betrokken derde landen op die datum ten aanzien van het Koninkrijk Spanje toepassen;
  • ii). indien voornoemde protocollen op de datum van toetreding niet zouden zijn gesloten om andere dan de in onder i) bedoelde redenen, gaat de Gemeenschap voor het treffen van de in lid 1 bedoelde maatregelen uit van de in de Conferentie overeengekomen overgangsmaatregelen en aanpassingen en houdt zij in voorkomend geval rekening met het resultaat dat tijdens de onderhandelingen met de betrokken derde landen is bereikt.
Artikel 181
1.

De artikelen 179 en 180 zijn van toepassing:

  • -. op de met Algerije, Cyprus, Egypte, Finland, IJsland, Israël, Joegoslavië, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Noorwegen, Oostenrijk, Syrië, Tunesië. Turkije, Zweden en Zwitserland gesloten overeenkomsten, alsmede op andere overeenkomsten met derde landen die uitsluitend betrekking hebben op de handel in produkten van bijlage II van het EEG-Verdrag;
  • -. op de op 8 december 1984 ondertekende nieuwe overeenkomst tussen de Gemeenschap en de landen in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan.
2.

De regelingen die voortvloeien uit de op 31 oktober 1979 ondertekende tweede ACS-EEG-Overeenkomst en uit het op dezelfde datum ondertekende Akkoord betreffende de produkten die onder de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, zijn niet van toepassing in de betrekkingen tussen het Koninkrijk Spanje en de Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan.

Artikel 182

Het Koninkrijk Spanje zegt de op 26 juni 1979 ondertekende overeenkomst met de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie per 1 januari 1986 op.

Afdeling III. Textiel

Artikel 183
1.

Vanaf 1 januari 1986 past het Koninkrijk Spanje de regeling van 20 december 1973 betreffende de internationale handel in textiel alsmede de door de Gemeenschap krachtens deze regeling of met andere derde landen gesloten bilaterale overeenkomsten toe. Over de protocollen inzake aanpassing van deze overeenkomsten wordt door de Gemeenschap met derde landen die partij zijn bij de overeenkomsten onderhandeld, ten einde te bewerkstelligen dat de uitvoer naar Spanje vrijwillig wordt beperkt voor zover het produkten en een oorsprong betreft waarvoor op de uitvoer naar de Gemeenschap beperkingen gelden.

2.

Indien deze protocollen niet op 1 januari 1986 zijn gesloten, treft de Gemeenschap de maatregelen om aan deze situatie het hoofd te bieden en die betrekking hebben op de overgangsvoorzieningen die nodig zijn om de toepassing van de overeenkomsten door de Gemeenschap te waarborgen.

Hoofdstuk 6. Financiële bepalingen

Artikel 184
1.

Het besluit van 21 april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de Lid-Staten door eigen middelen van de Gemeenschappen, hierna „besluit van 21 april 1970” te noemen, wordt toegepast overeenkomstig de artikelen 185 tot en met 188.

2.

Elke verwijzing naar het besluit van 21 april 1970 in de artikelen van dit hoofdstuk, geldt als verwijzing naar het besluit van de Raad van 7 mei 1985 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen vanaf de inwerkingtreding van dit laatste besluit.

Artikel 185

De „landbouwheffingen” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, eerste alinea, onder a), van het besluit van 21 april 1970, omvatten eveneens de ontvangsten afkomstig van alle bedragen die worden vastgesteld bij invoer in het handelsverkeer tussen Spanje en de andere Lid-Staten en tussen Spanje en derde landen uit hoofde van de artikelen 67 tot en met 153 en van artikel 50, lid 3, en van artikel 53.

Deze ontvangsten omvatten evenwel pas met ingang van 1 januari 1990 de compenserende heffingen die worden vastgesteld voor groenten en fruit die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen en die in Spanje worden ingevoerd.

Deze ontvangsten omvatten niet de eventuele bedragen die bij invoer op de Canarische Eilanden en in Ceuta en Melilla worden geheven.

Artikel 186

De „douanerechten” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, eerste alinea, onder b), van het besluit van 21 april 1970, omvatten tot en met 31 december 1992 de douanerechten die worden berekend alsof het Koninkrijk Spanje in het handelsverkeer met derde landen onmiddellijk bij de toetreding de rechten toepaste die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief en de verlaagde rechten die voortvloeien uit door de Gemeenschap toegepaste tariefpreferenties. Voor de douanerechten inzake oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen, alsmede voor groenten en fruit die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen, geldt dezelfde regel tot en met 31 december 1995.

Deze ontvangsten omvatten evenwel pas met ingang van 1 januari 1990 de aldus berekende douanerechten voor groenten en fruit die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen en die in Spanje worden ingevoerd.

In geval van toepassing van de door de Commissie uit hoofde van artikel 50, lid 3, van deze Akte vastgestelde bepalingen, komen de douanerechten, in afwijking van de eerste alinea, overeen met het bedrag dat wordt berekend volgens het in deze bepalingen vastgestelde recht van de compenserende heffing voor produkten uit derde landen die bij de vergadering worden gebruikt.

Deze ontvangsten omvatten niet de eventuele bedragen die bij invoer op de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla worden geheven.

Het Koninkrijk Spanje berekent deze douanerechten maandelijks op de grondslag van de douane-aangiften van dezelfde maand. Zij worden onder de voorwaarden van Verordening (EEG/Euratom/EGKS) nr. 2891/77 ter beschikking van de Commissie gesteld voor de aldus berekende douanerechten, aan de hand van de vaststellingen die in de loop van de betreffende maand zijn gedaan.

Met ingang van 1 januari 1993 is het totaalbedrag van de vastgestelde douanerechten volledig verschuldigd. Wat betreft groenten en fruit die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen en voor oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen, is het totaalbedrag van deze rechten evenwel vanaf 1 januari 1996 volledig verschuldigd.

Artikel 187

Het bedrag van de rechten die zijn geconstateerd uit hoofde van de eigen middelen afkomstig uit de belasting van de toegevoegde waarde is volledig verschuldigd vanaf 1 januari 1986.

Dit bedrag wordt berekend en gecontroleerd alsof de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla onder de territoriale werkingssfeer vallen van de zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag.

De Gemeenschap restitueert het Koninkrijk Spanje uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen in de loop van de maand die volgt op het ter beschikking stellen aan de Commissie, een evenredig gedeelte van het bedrag van de stortingen uit hoofde van de eigen middelen afkomstig uit de belasting over de toegevoegde waarde, zulks volgens onderstaande regels:

87% in 1986

70% in 1987

55% in 1988

40% in 1989

25% in 1990

5% in 1991.

Het percentage van deze degressieve restitutie is niet van toepassing op het bedrag dat overeenstemt met het aandeel van Spanje in de financiering van de verlaging ten gunste van het Verenigd Koninkrijk bedoeld in artikel 3, lid 3, onder b) en c), van het Besluit van de Raad van 7 mei 1985 betreffende het stelsel van de eigen middelen van de Gemeenschappen.

Artikel 188

Om te voorkomen dat de terugbetaling van de voorschotten die voor 1 januari 1986 door de Lid-Staten aan de Gemeenschap zijn verleend, ten laste komt van het Koninkrijk Spanje, ontvangt het Koninkrijk Spanje een financiële compensatie uit hoofde van deze terugbetaling.

TITEL III. OVERGANGSMAATREGELEN BETREFFENDE PORTUGAL

Hoofdstuk 1. Vrij verkeer van goederen

Afdeling I. Tariefbepalingen

Artikel 189
1.

Voor ieder produkt is het basisrecht waarop de in artikel 190 en artikel 243, punt 1), bedoelde achtereenvolgende verlagingen moeten worden toegepast, het recht dat op 1 januari 1985 werkelijk werd toegepast in het handelsverkeer in produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en Portugal.

2.

Het basisrecht dat als grondslag dient voor de in artikel 197, artikel 243, punt 2), en artikel 360, lid 4, bedoelde aanpassingen aan het gemeenschappelijk douanetarief en aan het eengemaakte EGKS-tarief, is voor elk produkt het op 1 januari 1985 door de Portugese Republiek werkelijk toegepaste recht.

3.

Indien na die datum en vóór de toetreding een tariefverlaging wordt toegepast, wordt het aldus verlaagde recht evenwel als basisrecht beschouwd.

4.

De Portugese Republiek treft de maatregelen die nodig zijn om er voor te zorgen dat onmiddellijk bij de toetreding haar maximumdouanetarief en de incidentele schorsingen van haar douanerechten worden afgeschaft.

De douanerechten van het maximumtarief en de tijdelijke geschorste douanerechten zijn geen basisrechten in de zin van de leden 1 en 2. Wanneer deze rechten daadwerkelijk worden toegepast, zijn de basisrechten de rechten van het minimumdouanetarief of, indien zij van toepassing zijn, de conventionele rechten.

5.

De Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de Portugese Republiek stellen elkaar van hun respectieve basisrechten in kennis.

6.

In afwijking van lid 1 zijn voor de in Protocol nr. 15 vermelde produkten de basisrechten de rechten die in dat Protocol naast elk produkt vermeld zijn.

Artikel 190
1.

De invoerrechten tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de Portugese Republiek worden geleidelijk afgeschaft volgens het onderstaande ritme:

  • -. op 1 maart 1986 wordt elk invoerrecht verlaagd tot 90% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1987 wordt elk invoerrecht verlaagd tot 80% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1988 wordt elk invoerrecht verlaagd tot 65% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1989 wordt elk invoerrecht verlaagd tot 50% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1990 wordt elk invoerrecht verlaagd tot 40% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1991 wordt elk invoerrecht verlaagd tot 30% van het basisrecht,
  • -. de overige twee verlagingen van elk 15% vinden plaats op 1 januari 1992 en 1 januari 1993.
2.

In afwijking van lid 1 zijn met ingang van 1 maart 1986 van douanerechten vrijgesteld:

  • a). de invoer waarvoor de bepalingen inzake de vrijstelling van belastingen in het kader van het verkeer van reizigers tussen de Lid-Staten gelden;
  • b). de invoer van goederen die het voorwerp zijn van kleine zendingen zonder handelskarakter, waarvoor de bepalingen inzake de vrijstelling van belastingen tussen de Lid-Staten gelden.
3.

Bij toepassing van de overeenkomstig lid 1 berekende rechten, wordt afgerond op de eerste decimaal door schrapping van de tweede decimaal.

Artikel 191

In geen geval worden de binnen de Gemeenschap douanerechten toegepast die hoger zijn dan die welke gelden ten opzichte van derde landen waarvoor de meestbegunstigingsclausule geldt.

In geval de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden gewijzigd of geschorst, de Portugese Republiek artikel 201 toepast, of in Portugal voor een zelfde tariefpost specifieke rechten ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en rechten ad valorem ten opzichte van derde landen bestaan, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de nodige maatregelen nemen ter handhaving van de communautaire preferentie.

Ingeval de rechten van het eengemaakte EGKS-tarief worden gewijzigd of geschorst, de Portugese Republiek artikel 201 toepast, of in Portugal voor een zelfde tariefpost specifieke rechten ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en rechten ad valorem ten opzichte van derde landen bestaan, kan de Commissie de nodige maatregelen nemen ter handhaving van de communautaire preferentie.

Artikel 192

De Portugese Republiek kan de heffing van de rechten die worden toegepast op uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling ingevoerde produkten geheel of gedeeltelijk schorsen. Zij stelt de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis.

De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de heffing van de rechten die worden toegepast op uit Portugal ingevoerde produkten geheel of gedeeltelijk schorsen.

Artikel 193

De heffingen van gelijke werking als invoerrechten die bestaan in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal worden op 1 maart 1986 afgeschaft.

Artikel 194

De volgende door Portugal in haar handelsverkeer met de Gemeenschap in haar huidige samenstelling toegepaste heffingen worden geleidelijk afgeschaft volgens het onderstaande ritme:

  • a). de heffing van 0,4% ad valorem, toegepast op: wordt:
  • -. tijdelijk ingevoerde goederen,
  • -. wederingevoerde goederen (met uitzondering van containers),
  • -. goederen die worden ingevoerd onder het stelsel van actieve veredeling, gekenmerkt door de teruggave, na uitvoer van de verkregen produkten, van de rechten die zijn geheven bij de invoer van de verwerkte goederen („drawback”),
  • -. op 1 januari 1987 verlaagd tot 0,2%,
  • -. op 1 januari 1988 afgeschaft;
  • b). de heffing van 0,9% ad valorem, die wordt toegepast op goederen die ter verbruik worden ingevoerd, wordt
  • -. op 1 januari 1989 verlaagd tot 0,6%,
  • -. op 1 januari 1990 verlaagd tot 0,3% en
  • -. op 1 januari 1991 afgeschaft.
Artikel 195

De uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking die bestaan in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal, worden op 1 maart 1986 afgeschaft.

Artikel 196
1.

De Portugese Republiek schaft op 1 januari 1986 de douanerechten van fiscale aard of het fiscale element van de douanerechten die op die datum bestaan af met betrekking tot de invoer uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.

2.

Voor de onderstaande produkten worden de douanerechten van fiscale aard of het fiscale element van de douanerechten die door de Portugese Republiek worden toegepast, afgeschaft volgens het ritme bedoeld in artikel 190.

Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief Omschrijving Douanerechten Douanerechten
Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief Omschrijving Fiscaal element Beschermingselement
17.04 Suikerwerk zonder cacao
A. Zoethoutextract (drop), bevattende meer dan 10 gewichtspercenten saccharose, zonder andere toegevoegde stoffen 5 Esc/kg 12 Esc/kg
21.03 Mosterdmeel en bereide mosterd:
A. Mosterdmeel 13% 22%
B. bereide mosterd 13% 22%
22.08 Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholgehalte van 80% vol of meer; gedenatureerde ethylalcohol, ongeacht het alcoholgehalte:
B. Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholgehalte van 80% vol of meer in verpakkingen inhoudende:
- 2 1 of minder 280 Esc. per hl pure alcohol 2 190 Esc. per hl pure alcohol
- meer dan 2 1 214 Esc. per hl pure alcohol 2 256 Esc. per hl pure alcohol
24.02 Tabaksfabrikaten, tabaksextracten en tabakssauzen:
A. Sigaretten 180 Esc/kg vrijstelling
ex B. Sigaren en cigarillo's:
- met dekblad van tabak 200 Esc/kg vrijstelling
Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief Omschrijving Douanerechten Douanerechten
--- --- --- --- ---
Fiscaal element Beschermingselement
ex C. Rooktabak -gehakte tabak 170 Esc/kg vrijstelling
ex D. Pruimtabak en snuif: -gehakte tabak 170 Esc/kg vrijstelling
ex E. andere, tabak geagglomereerd tot vellen daaronder begrepen: - gehakte tabak 170 Esc/kg vrijstelling
3.

De Portugese Republiek behoudt de mogelijkheid om alle douanerechten van fiscale aard of het fiscale element van deze douanerechten te vervangen door een binnenlandse belasting, overeenkomstig artikel 95 van het EEG-Verdrag.

Indien de Portugese Republiek van deze mogelijkheid gebruik maakt, vertegenwoordigt het eventueel niet door de binnenlandse belasting gedekte element het in artikel 189 bedoelde basisrecht. Dit element wordt in het handelsverkeer met de Gemeenschap afgeschaft en volgens het in de artikelen 190 en 197 bedoelde ritme aangepast aan het gemeenschappelijk douanetarief en het eengemaakte EGKS-tarief.

Artikel 197

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)