Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Akte, betreffende de voorwaarden voor de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen
Voor de in artikel 1, onder c) en d), van Verordening (EEG) nr. 2727/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen bedoelde produkten wordt het compenserende bedrag afgeleid van het compenserende bedrag dat van toepassing is op de graansoorten waarvan deze produkten zijn gemaakt, met behulp van nader te bepalen coëfficiënten.
Artikel 323
Artikel 288 is van toepassing op de in artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 2727/75 bedoelde steun voor durum tarwe.
Onderafdeling 5. - Varkensvlees
A). Eerste etappe
Artikel 324
De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector varkensvlees, zijn de volgende:
- a). afschaffing van de JNPP als staatsorganisme aan het einde van de eerste etappe, alsmede geleidelijke vrijmaking van de binnenlandse handel, de invoer en uitvoer, met het oog op de invoering van een stelsel van vrije concurentie en vrije toegang tot de Portugese markt;
- b). oprichting van een interventieorgaan en vorming van een materiële en menselijke infrastructuur om de interventietransacties te kunnen verrichten, aangepast aan de nieuwe marktvoorwaarden in Portugal;
- c). vrije prijsvorming op nader te bepalen representatieve markten;
- d). totstandbrenging van een informatiedienst betreffende de landbouwmarkten met het oog op het noteren van de prijzen, alsmede een passende opleiding van de administratieve diensten die onmisbaar zijn voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening;
- d). tenuitvoerlegging van maatregelen om de modernisering van de produktie-, verwerkings- en afzetsectoren te moderniseren met het oog op een betere rentabiliteit van de sector;
- f). voortzetting en intensifiëring van de bestrijding van de Afrikaanse varkenspest en inzonderheid ontwikkeling van produktie-eenheden in gesloten circuit.
B). Tweede etappe
Artikel 325
In de sector varkensvlees wordt het compenserende bedrag berekend op basis van de compenserende bedragen die gelden voor voedergranen. Te dien einde wordt bij de berekening van het compenserende bedrag dat per kilogram geslachte varkens van toepassing is, uitgegaan van de compenserende bedragen die van toepassing zijn op de hoeveelheid voedergranen die nodig is om in de Gemeenschap een kilogram varkensvlees te produceren.
Indien dit bedrag niet representatief is, zijn evenwel de artikelen 240, 285 en 287 van toepassing op de prijs van dit produkt in Portugal en in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.
De artikelen 241, 242 en 255 zijn eveneens van toepassing in deze sector.
Voor andere produkten dan geslachte varkens, genoemd in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2759/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees, wordt het compenserende bedrag met behulp van nader te bepalen coëfficiënten afgeleid van het bedrag dat overeenkomstig lid 1 of lid 2 wordt toegepast.
Onderafdeling 6. - Eieren
A). Eerste etappe
Artikel 326
De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector eieren, zijn de volgende:
- a). afschaffing van de JNPP als staatsorganisme aan het einde van de eerste etappe, vrijmaking van de invoer en de uitvoer met het oog op de invoering van een stelsel van vrije concurrentie en vrije toegang tot de Portugese markt alsmede geleidelijke vrijmaking van de binnenlandse markt;
- b). vrije prijsvorming;
- c). totstandbrenging van een informatiedienst betreffende de landbouwmarkten met het oog op het noteren van de prijzen;
- d). tenuitvoerlegging van maatregelen om de modernisering van produktie- en verwerkingsstructuren te bevorderen.
B). Tweede etappe
Artikel 327
De artikelen 240, 241, 242 en 255 zijn in de sector eieren van toepassing onder voorbehoud van de onderstaande leden.
Het compenserende bedrag dat van toepassing is per kilogram eieren in de schaal wordt berekend op basis van de compenserende bedragen die van toepassing zijn op de hoeveelheid voedergranen die nodig is om in de Gemeenschap een kilogram eieren in de schaal te produceren.
Het compenserende bedrag dat per broedei van toepassing is, wordt berekend op basis van de compenserende bedragen die van toepassing zijn op de hoeveelheid voedergranen die nodig is om in de Gemeenschap een broedei te produceren.
Voor de produkten bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2771/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren wordt het compenserende bedrag met behulp van nader te bepalen coëfficiënten afgeleid van het compenserende bedrag voor eieren in de schaal.
Onderafdeling 7. - Geslacht pluimvee
A). Eerste etappe
Artikel 328
De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector geslacht pluimvee, zijn dezelfde als die welke in artikel 326 worden vermeld voor eieren.
B). Tweede etappe
Artikel 329
De artikelen 240, 241, 242 en 255 zijn in de sector slachtpluimvee van toepassing onder voorbehoud van de onderstaande leden.
Het compenserende bedrag dat van toepassing is per kilogram geslacht pluimvee wordt berekend op basis van de compenserende bedragen die van toepassing zijn op de hoeveelheid voedergranen die nodig is om in de Gemeenschap, al naar gelang van de soort, een kilogram geslacht pluimvee te produceren.
Het compenserende bedrag dat van toepassing is per kuiken wordt berekend op basis van de compenserende bedragen die van toepassing zijn op de hoeveelheid voedergranen die nodig is om in de Gemeenschap een kuiken te produceren.
Voor de produkten bedoeld in artikel 1, lid 2, onder d), van Verordening (EEG) nr. 2777/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee wordt het compenserende bedrag met behulp van nader te bepalen coëfficiënten afgeleid van het compenserende bedrag voor geslacht pluimvee.
Onderafdeling 8. - Rijst
A). Eerste etappe
Artikel 330
De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector rijst, zijn dezelfde als die welke in artikel 319 worden vermeld voor granen.
Artikel 331
De Portugese Republiek past tijdens de eerste etappe het monopolie van de EPAC voor de invoer en afzet van rijst in Portugal geleidelijk aan, zodat bij het verstrijken van de eerste etappe elke vorm van discriminatie tussen onderdanen van de Lid-Staten voor wat betreft de voorzienings- en afzetvoorwaarden is uitgesloten.
Artikel 320 is mutatis mutandis van toepassing op de invoer van rijst in Portugal.
B). Tweede etappe
Artikel 332
In de sector rijst zijn de artikelen 240, 285 en 287 van toepassing op de interventieprijs voor padie.
De artikelen 241, 242 en 255 zijn eveneens van toepassing in deze sector.
Het compenserende bedrag voor gedopte rijst is het compenserende bedrag dat geldt voor padie, omgerekend met behulp van het omrekeningsgetal bedoeld in artikel 1 van Verordening nr. 467/67/EEG.
Voor volwitte rijst is het compenserende bedrag het bedrag dat geldt voor gedopte rijst, omgerekend met behulp van het omrekeningsgetal bedoeld in artikel 1 van Verordening nr. 467/67/EEG.
Voor halfwitte rijst is het compenserende bedrag het bedrag dat geldt voor volwitte rijst, omgerekend met behulp van het omrekeningsgetal bedoeld in artikel 1 van Verordening nr. 467/67/EEG.
Voor de produkten bedoeld in artikel 1, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 1418/76 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt wordt het compenserende bedrag met behulp van nader te bepalen coëfficiënten afgeleid van het bedrag dat geldt voor de produkten waarvan zij zijn gemaakt.
Het compenserende bedrag voor breukrijst wordt op een zodanig peil vastgesteld dat rekening wordt gehouden met het verschil tussen de voorzieningsprijs in Portugal en de drempelprijs.
Onderafdeling 9. - Wijn
A). Eerste etappe
Artikel 333
De in artikel 264 bedoelde specifieke doelstellingen die tijdens de eerste etappe door de Portugese Republiek moeten worden verwezenlijkt in de sector wijn, zijn de volgende:
- a). afschaffing van de Junta Nacional do Vinho (JNV) als staatsorganisme aan het einde van de eerste etappe en aanpassing van de andere overheidsorganen in de sector wijn tijdens de eerste etappe, alsmede vrijmaking van de binnenlandse handel, de invoer en uitvoer en overdracht van de door de Staat gecontroleerde activiteiten inzake opslagen distillatie aan de producenten en producentenverenigingen;
- b). geleidelijke invoering van een regeling inzake en toezicht op de aanplantingen, vergelijkbaar met die van de Gemeenschap, zulks ten einde een efficiënte aanplantingsdiscipline mogelijk te maken;
- c). totstandbrenging van een ampelografieproject (indeling van de wijnstokrassen) en van een synonimieproject (gelijkwaardigheid van benamingen van wijnstokrassen in Portugal enerzijds en gelijkwaardigheid van Portugese benamingen en in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gebruikte benamingen anderzijds) voorafgaand aan het totstandbrengen van een systeem van statistische enquêtes betreffende het wijnbouwareaal in de zin van de communautaire regeling en verwezenlijking van specifieke werkzaamheden op het gebied van het wijnbouwkadaster;
- d). oprichting of verplaatsing van distillatiecentra in toereikend aantal en met een toereikende capaciteit om de verplichte distillatie mogelijk te maken;
- e). totstandbrenging van een informatiedienst betreffende de landbouwmarkten, met name van een prijsregistratie en een regelmatige statistische analyse;
- f). opleiding van de administratieve diensten, noodzakelijk voor de goede werking van de gemeenschappelijke ordening van de wijnbouwmarkt;
- g). geleidelijke aanpassing van het Portugese prijsstelsel aan het communautaire prijsstelsel;
- h). verbod tot irrigatie van wijnbouwgebieden waar wijndruiven worden verbouwd, alsmede verbod van nieuwe aanplantingen op geïrrigeerde arealen.
- i). tenuitvoerlegging, in het kader van de aanplantregeling, van het herstructurerings- en omschakelingsplan voor het Portugese wijnbouwareaal dat beantwoordt aan de doelstellingen van het gemeenschappelijk beleid inzake de wijnbouw.
Artikel 334
De Portugese Republiek neemt passende maatregelen om te voorkomen dat tijdens de eerste etappe de oppervlakte van het wijnbouwareaal dat wijn oplevert met een natuurlijk alcoholgehalte van 7% vol of minder, wordt uitgebreid.
Artikel 335
In afwijking van de communautaire regeling inzake het maximumgehalte aan zwaveldioxyde in wijn, mag de Portugese Republiek tijdens de eerste etappe op wijn die op haar grondgebied wordt geproduceerd, de grenswaarden toepassen die onder de voordien geldende nationale regeling werden goegepast.
De Portugese Republiek stelt evenwel passende maatregelen vast om het gehalte aan zwaveldioxyde tijdens de eerste etappe geleidelijk te verlagen tot de communautaire niveaus, ten einde deze niveaus te bereiken aan het begin van de tweede etappe.
Artikel 336
Tijdens de eerste etappe stelt de Portugese Republiek op basis van de in artikel 333 bedoelde ampelografie- en synonimiestudie een indeling op van de wijnstokrassen van het Portugese areaal, overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EEG) nr. 337/79 en de toepassingsbepalingen van laatstgenoemd artikel.
B). Tweede etappe
Artikel 337
In de wijnbouwsector zijn de artikelen 285 en 287 van toepassing op de oriëntatieprijzen van tafelwijn.
Artikel 338
Er wordt een mechanisme van regulerende bedragen ingesteld bij invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling van de in lid 2 bedoelde produkten van herkomst uit Portugal waarvoor in het kader van de gemeenschappelijke marktordening een referentieprijs wordt vastgesteld.
Voor dit mechanisme gelden de volgende regels:
- a). voor tafelwijn wordt een regulerend bedrag geheven gelijk aan het verschil tussen de oriëntatieprijzen in Portugal en in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. De hoogte van dit bedrag kan evenwel worden aangepast volgens de procedure van artikel 67 van Verordening (EEG) nr. 337/79 om rekening te houden met de situatie van de marktprijzen, beoordeeld volgens de verschillende categorieën wijn en aan de hand van de kwaliteit ervan;
- b). voor bepaalde wijnen met een benaming van oorsprong en voor andere produkten die verstoringen op de markt kunnen veroorzaken, kan een regulerend bedrag worden vastgesteld volgens de onder a) bedoelde procedure. Dit regulerende bedrag wordt volgens nader te bepalen regels afgeleid van het bedrag dat van toepassing is op tafelwijn.
Aan het regulerende bedrag wordt een zodanig maximu gesteld dat een behandeling wordt gewaarborgd die niet minder gunstig is dan de behandeling volgens de regeling die gold vóór de toetreding. Daartoe wordt dit bedrag zo berekend dat het bedrag dat verkregen wordt door de in Portugal voor het betrokken produkt geldende oriëntatieprijs te verhogen met het regulerende bedrag en de douanerechten die daarop van toepassing zijn, de voor dit produkt tijdens het betrokken wijnoogstjaar geldende referentieprijs niet overschrijdt.
Met inachtneming van de bijzondere marktsituatie van de verschillende in lid 2 bedoelde produkten, kan volgens de procedure van artikel 67 van Verordening (EEG) nr. 337/79 worden besloten een regulerend bedrag vast te stellen voor de uitvoer van een of meer van deze produkten uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling naar Portugal.
Dit bedrag wordt op een zodanig peil vastgesteld dat een normale handelsstroom tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstellingen Portugal wordt gewaarborgd die voor de betrokken produkten geen verstoringen op de Portugese markt veroorzaakt.
Het toegekende regulerende bedrag wordt door de Gemeenschap gefinancierd ten laste van het Europese Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling „Garantie”.
Artikel 339
Artikel 288 is van toepassing op de steun voor het gebruik van druivemost en geconcentreerde druivemost met het oog op de vervaardiging van druivesap.
Artikel 340
De Portugese Republiek gaat tijdens de eerste etappe over tot afschaffing van het verbouwen op percelen van wijnstokrassen die tijdelijk zijn toegestaan volgens de overeenkomstig artikel 333 opgestelde indeling.
De Portugese Republiek gaat tijdens de tweede etappe over tot de afschaffing van het verbouwen op percelen van wijnstokrassen van hybriden voor rechtstreekse teelt die niet zijn opgenomen in de indeling volgens de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3800/81.
Tot het einde van de tweede etappe worden deze wijnstokrassen gelijk gesteld met tijdelijk toegestane wijnstokrassen.
In afwijking van artikel 49 van Verordening (EEG) nr. 337/79 mogen druiven van de krachtens leden 1 en 2 tijdelijk toegestane wijnstokrassen vóór het einde van de tweede etappe worden gebruikt voor de vervaardiging van de in dat artikel bedoelde produkten.
Artikel 341
Tot eind 1995 kunnen in het gebied van de „vinho verde” geproduceerde wijnen met een alcoholgehalte van minder dan 8,5% vol alleen in het produktiegebied onverpakt in het verkeer worden gebracht.
Voor deze wijn moet het effectieve alcoholgehalte op het etiket worden vermeld.
Afdeling VI. Andere bepalingen
Onderafdeling 1. - Veterinaire maatregelen
Artikel 342
Wat het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee binnen haar grondgebied betreft, mag de Portugese Republiek de toepassing van Richtlijn 71/118/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee uitstellen tot en met uiterlijk 31 december 1988.
Artikel 343
De Portugese Republiek mag uiterlijk tot en met 31 december 1990 beperkingen handhaven bij de invoer van fokstieren van zuiver ras, indien de betrokken rassen niet voorkomen op de lijst van in Portugal toegestane rassen.
Onderafdeling 2. - Maatregelen betreffende de wetgeving op het gebied van zaaizaad en pootgoed
Artikel 344
De Portugese Republiek mag de toepassing op haar grondgebied van de volgende richtlijnen uitstellen volgens onderstaand tijdschema:
- a). uiterlijk tot en met 31 december 1988, wat betreft de Richtlijnen
- -. 66/401/EEG betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen, voor de soorten Lolium multiflorum lam., Lolium perenne L. en Vicia Sativa L.;
- -. 66/402/EEG betreffende het in de handel brengen van zaaigranen, voor de soorten Hordeum vulgare L., Oryza Sativa L., Tricicum Aestivum L., emend. Fiori en Pool. Tricicum Durum Desf. en Zea maïs L.;
- -. 70/457/EEG betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen, voor de in bovenstaande streepjes bedoelde soorten.
- b). uiterlijk tot en met 31 december 1990, wat betreft de Richtlijnen
- -. 66/400/EEG betreffende het in de handel brengen van bietezaad,
- -. 66/401/EEG voor andere dan de onder a), eerste streepje bedoelde soorten,
- -. 66/402/EEG voor andere dan de onder a), tweede streepje bedoelde soorten,
- -. 66/403/EEG betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen,
- -. 66/404/EEG betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal,
- -. 68/193/EEG betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken,
- -. 69/208/EEG betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen,
- -. 70/457/EEG voor andere dan de onder a), derde streepje bedoelde soorten,
- -. 70/458/EEG betreffende het in de handel brengen van groentezaad,
- -. 71/161/EEG betreffende de normen voor de uitwendige kwaliteit van bosbouwkundig teeltmateriaal dat binnen de Gemeenschap in de handel wordt gebracht.
De Portugese Republiek:
- a). neemt alle nodige maatregelen om geleidelijk en uiterlijk bij het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijnen te voldoen aan de in dat lid bedoelde richtlijnen;
- b). kan vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijnen het in de handel brengen van zaaizaad of pootgoed geheel of gedeeltelijk beperken tot de variëteiten die op haar grondgebied in de handel mogen worden gebracht. Wat de in de Richtlijnen 70/457/EEG en 70/458/EEG bedoelde soorten betreft, zijn de variëteiten die met ingang van 1 maart 1986 op haar grondgebied in de handel mogen worden gebracht, die welke voorkomen in de lijst die aan de Conferentie is meegedeeld. Gedurende de periodes waarbinnen de Portugese Republiek aan bovengenoemde twee richtlijnen moet voldoen, breidt deze Lid-Staat deze lijst jaarlijks uit, ten einde de Portugese markt geleidelijk open te stellen voor de andere variëteiten die in de gemeenschappelijke rassenlijst zijn opgenomen;
- c). voert naar het grondgebied van de huidige Lid-Staten alleen zaaizaad en pootgoed uit dat voldoet aan de communautaire bepalingen;
- d). onderwerpt uit derde landen ingevoerd zaaizaad en pootgoed:
- -. aan de communautaire voorwaarden inzake gelijkwaardigheid, en
- -. wat de variëteit betreft, ten minste aan dezelfde beperkingen inzake het in de handel brengen als die welke worden toegepast op de variëteiten die voorkomen in de gemeenschappelijke rassenlijsten.
Gedurende de looptijd van de in lid 1 bedoelde afwijkingen kan tot de geleidelijke vrijmaking van het handelsverkeer in zaaizaad en pootgoed van bepaalde soorten tussen Portugal en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden besloten volgens de procedure van het Permanent Comité Teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw. Deze vrijmaking heeft er in de eerste plaats betrekking op zaaizaad ten aanzien waarvan vóór de toetreding een communautair besluit inzake gelijkwaardigheid is genomen. Deze liberalisatie heeft betrekking op andere soorten zodra blijkt dat aan de voorwaarden voor een dergelijke vrijmaking is voldaan.
Onderafdeling 3. - Fytosanitaire maatregelen
Artikel 345
De Portugese Republiek mag de toepassing van Richtlijn 69/465/EEG betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje uiterlijk tot en met 31 december 1990 uitstellen.
Hoofdstuk 4. Visserij
Afdeling I. Algemene bepalingen
Artikel 346
Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk, zijn de voorschriften van deze Akte van toepassing op de sector visserij.
Artikel 234, lid 3, artikel 237, artikel 253, onder c), en artikel 257 zijn van toepassing op visserijprodukten.
Afdeling II. Toegang tot de wateren en de visbestanden
Artikel 347
Met het oog op hun integratie in de communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 170/83, geldt de in deze afdeling omschreven regeling voor de toegang tot de wateren die vallen onder de soevereiniteit of jurisdictie van de huidige Lid-Staten en die worden bestreken door de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES), voor schepen die de vlag van Portugal voeren.
Artikel 348
Alleen de in artikel 349 bedoelde vaartuigen mogen visserijactiviteiten uitoefenen en zulks uitsluitend in de zones en onder de voorwaarden omschreven in dat artikel.
Artikel 349
De visserijactiviteiten van Portugese vaartuigen zijn beperkt tot de ICES-sectoren Vb, VI, VII en VIII a, b, d, met uitzondering, gedurende de periode vanaf de toetreding tot en met 31 december 1995, van de sector bezuiden 56°30' noorderbreedte, ten oosten van 12° westerlengte en benoorden 5O°3O' noorderbreedte, zulks binnen de grenzen en onder de voorwaarden vastgesteld in de leden 2 tot en met 4.
Overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83 worden jaarlijks en voor de eerste maal vóór 1 januari 1986 vismogelijkheden, beperkt tot de vangst van blauwe wijting en horsmakreel, alsmede het aantal desbetreffende vaartuigen en de wijze van toegang en toezicht vastgesteld.
Voorts kunnen vismogelijkheden voor de soorten waarvoor geen regeling van de totaal toegestane vangsten geldt, hierna TAC te noemen, alsmede het aantal desbetreffende vaartuigen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83, zulks op de grondslag van de situatie van de Portugese visserijactiviteiten in de wateren van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gedurende het tijdvak dat onmiddellijk aan de toetreding voorafgaat alsmede van de noodzaak de instandhouding van de visbestanden te waarborgen en voorts met inachtneming van de grenzen die zijn gesteld aan het vissen door vaartuigen van de huidige Lid-Staten in de Portugese wateren voor soortgelijke soorten.
De voorwaarden voor het uitoefenen van gespecialiseerde visserijactiviteiten stemmen overeen met de voorwaarden die voor het vissen op dezelfde vissoorten zijn vastgesteld in artikel 160.
De maatregelen die genomen moeten worden met het oog op de naleving van de in dit artikel neergelegde reglementering door het bedrijfsleven, met inbegrip van de mogelijkheid om het betrokken vaartuig geen toestemming te verlenen om gedurende een bepaalde periode te vissen, worden vóór 1 januari vastgesteld volgens de procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83.
De technische voorschriften overeenkomende met die bedoeld in artikel 163, lid 3, tweede alinea, worden vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.
De toepassingsbepalingen van dit artikel worden vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.
Artikel 350
Vóór 31 december 1992 dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de situatie en de vooruitzichten van de visserij in de Gemeenschap aan de hand van de toepassing van de artikelen 349 en 351. Op basis van dit verslag worden de eventueel noodzakelijke aanpassingen van de in artikel 349 en artikel 351 bedoelde regeling met inbegrip van die inzake de toegang tot andere gebieden dan die welke in artikel 349, lid 1, zijn vermeld, vóór 31 december 1993 vastgesteld volgens de procedure van artikel 43 van het EEG-Verdrag; deze aanpassingen treden in werking op 1 januari 1996.
Artikel 351
Alleen de vaartuigen die de vlag voeren van een in dit artikel bedoelde huidige Lid-Staat mogen visserijactiviteiten uitoefenen in de wateren die onder de soevereiniteit en de jurisdictie van de Portugese Republiek vallen en zulks uitsluitend in de zones en onder de voorwaarden omschreven in de volgende leden.
Het aantal van deze vaartuigen die de visserij mogen uitoefenen voor pelagische soorten waarvoor geen TAC's of quota gelden, met uitzondering van sterk migrerende soorten, in de ICES-sectoren IX en X en in de COPACE-zone wordt jaarlijks vastgesteld overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83 waarbij wordt uitgegaan van de bestaande situatie van de visserij-activiteiten van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling in de Portugese wateren gedurende het tijdvak dat onmiddellijk voorafgaat aan de toetreding alsmede van de noodzaak handhaving van de bestanden te verzekeren en voorts met inachtneming van de begrenzingen die voor de visserij door Portugese vaartuigen in de wateren van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling voor soortgelijke soorten zijn gesteld en voor de eerste maal vóór 1 januari 1986.
De voorwaarden voor het uitoefenen van de gespecialiseerde visserijactiviteiten komen overeen met die welke voor het vissen op dezelfde soorten zijn voorzien in artikel 160.
Tot en met 31 december 1995 is in ICES-sector X en in de COPACE-zone, onverminderd lid 4 en op de grondslag van de visserijpraktijken van de huidige Lid-Staten gedurende de jaren die aan de toetreding voorafgaan, alleen het vissen op witte tonijn toegestaan gedurende een periode van ten hoogste acht weken tussen 1 mei en 31 augustus van het betreffende jaar door ten hoogste 110 vaartuigen die met de lijn vissen met een afmeting van ten hoogste 26 meter tussen de loodlijnen en die uitsluitend sleephengels gebruiken. De lijst van de toegelaten vaartuigen wordt door de betrokken Lid-Staten aan de Commissie gezonden uiterlijk op de 30e dag die voorafgaat aan de opening van het visseizoen.
Voor tropische tonijn zijn de visserijactiviteiten tot en met 31 december 1995 beperkt voor ICES-sector X ten zuiden van 36°30' noorderbreedte alsmede voor de COPACE-zone ten zuiden van 31° noorderbreedte en ten noorden van deze breedtegraad ten westen van 17°30'.
De maatregelen die genomen moeten worden met het oog op de naleving van de in dit artikel neergelegde reglementering door het bedrijfsleven, met inbegrip van de mogelijkheid om het betrokken vaartuig geen toestemming te verlenen om gedurende een bepaalde periode te vissen, worden vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83.
De technische voorschriften overeenkomende met die bedoeld in artikel 163, lid 3, tweede alinea, worden vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.
De toepassingsbepalingen van dit artikel worden vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.
Artikel 352
Met het oog op hun integratie in de communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 170/83, geldt voor de toegang van vaartuigen die de vlag van Spanje voeren en die zijn ingeschreven en/of geregistreerd in een haven die ligt op het grondgebied waarop het gemeenschappelijk visserijbeleid van toepassing is, tot de wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de Portugese Republiek vallen en die worden bestreken door de ICES en de COPACE, tot en met 31 december 1995 de in de leden 2 tot en met 9 omschreven regeling.
De volgende activiteiten mogen bij wijze van voornaamste visserijactiviteit door de in lid 1 bedoelde vaartuigen worden uitgeoefend:
| Soorten | Hoeveelheid (ton) | Gebied | Toegestane vistuig | Totaal aantal vaartuigen dat mag vissen (basislijst) | Aantal vaartuigen dat tegelijkertijd mag vissen (periodieke lijst) | Tijdvak waarin mag worden gevist gehele jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Demersale soorten | ||||||
| - Heek | 850 | ICES IX + COPACE (continentale kust) | trawlnetten | Ten noorden van de breedtegraad van Peniche (Cabo Carvoeiro): 17 Ten zuiden van de breedtegraad van Peniche (Cabo Carvoeiro): 4 | Ten noorden van de breedtegraad van Peniche Cabo Carvoeiro): 9 Ten zuiden van de breedtegraad van Peniche (Cabo Carvoeiro): 2 | gehele jaar |
| - Andere | ICES IX + COPACE (continentale kust) | trawlnetten | Ten noorden van de breedtegraad van Peniche Cabo Carvoeiro): 9 Ten zuiden van de breedtegraad van Peniche (Cabo Carvoeiro): 2 | |||
| Pelagische soorten | gehele jaar | Ten noorden van de breedtegraad van Peniche Cabo Carvoeiro): 9 Ten zuiden van de breedtegraad van Peniche (Cabo Carvoeiro): 2 | ||||
| - Horsmakreel | 2 250 | ICES IX + COPACE (continentale kust) | trawlnetten | Ten noorden van de breedtegraad van Peniche Cabo Carvoeiro): 9 Ten zuiden van de breedtegraad van Peniche (Cabo Carvoeiro): 2 | ||
| -Grote migrerende soorten met uit zondering van tonijn: zwaardvis, blauwe haai, braam | ICESIX + COPACE (continentale kust) | Oppervlakte beug | - | Ten noorden van de breedtegraad van Penicfc (Cabo Carvoeiro): 75 Ten zuiden van de breedtegraad van Peniche (Cabo Carvoeiro): 15 | gehele jaar | |
| - Witte tonijn | ICES IX + COPACE (continentale kust) | Sleephengel | - | nader te bepalen | mei-juni |
Het gebruik van kiewnetten is verboden.
Elk vaartuig dat met de beug vist kan niet meer dan 2 beugen per dag uitzetten; de maximale lengte van elk van deze beugen bedraagt 20 zeemijl; de afstand tussen de haken mag niet minder dan 2,70 m bedragen.
Het vissen op schaaldieren is niet toegestaan. Vangsten zijn evenwel toegestaan bij de gerichte vangsten op heek en andere demersale soorten binnen een grens van 10% van de omvang van de vangsten van die soorten die zich aan boord bevinden.
Het aantal vaartuigen dat op witte tonijn mag vissen, wordt vóór 1 maart 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83.
De mogelijkheden en voorwaarden voor toegang tot de wateren die onder de soevereiniteit of jurisdictie van Portugal vallen in ICES-sector X en de COPACE-zone worden vastgesteld volgens de procedure bedoeld in artikel 155, lid 3.
De technische toepassingsbepalingen van dit artikel worden naar analogie van die welke zijn opgenomen in bijlage XI vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.
De maatregelen die genomen moeten worden met het oog op de naleving van de in dit artikel neergelegde reglementering door het bedrijfsleven, met inbegrip van de mogelijkheid om het betrokken vaartuig geen toestemming te verlenen om gedurende een bepaalde tijd te vissen, worden vóór 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 170/83.
Artikel 353
De in de artikelen 347 tot en met 350 omschreven regeling, met imbegrip van de aanpassingen die door de Raad krachtens artikel 350 kunnen worden vastgesteld, blijft van toepassing tot het verstrijken van de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 170/83 bedoelde periode.
Afdeling III. Externe visbestanden
Artikel 354
Onmiddellijk bij de toetreding wordt het beheer van de visserijovereenkomsten tussen de Portugese Republiek en derde landen door de Gemeenschap waargenomen.
De rechten en plichten die voor de Portugese Republiek voortvloeien uit de in lid 1 bedoelde overeenkomsten blijven onverlet gedurende de periode waarin de bepalingen van deze overeenkomsten voorlopig worden gehandhaafd.
Zo spoedig mogelijk en in ieder geval vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde overeenkomsten stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de passende besluiten vast voor het handhaven van de daaruit voortvloeiende visserijactiviteiten, met inbegrip van de mogelijkheid om bepaalde van deze overeenkomsten met ten hoogste een jaar te verlengen.
Artikel 355
De tariefvrijstellingen, -schorsingen of -contingenten die door de Portugese Republiek zijn verleend voor verse visserijprodukten van oorsprong uit Marokko en afkomstig van gemeenschappelijke visserijondernemingen van natuurlijke of rechtspersonen uit Portugal en uit Marokko bij rechtstreekse aanvoer in Portugal worden uiterlijk op 31 december 1992 afgeschaft.
De produkten die onder deze regeling worden ingevoerd, kunnen niet worden beschouwd als produkten in het vrije verkeer in de zin van artikel 10 van het EEG-Verdrag, wanneer zij naar een andere Lid-Staat wederuitgevoerd worden.
Voor de in dit artikel bedoelde maatregelen komen alleen in aanmerking de in lid 1 bedoelde produkten van Portugees-Marokkaanse gemeenschappelijke ondernemingen en van vaartuigen die door deze ondernemingen worden geëxploiteerd, waarvan de lijst is opgenomen in bijlage XXVII.
De betrokken vaartuigen mogen in geen geval worden vervangen in geval van verkoop, verdwijning of oplegging.
De toepassingsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3796/81.
Afdeling IV. Gemeenschappelijke ordening der markten
Artikel 356
De oriëntatieprijzen die van toepassing zijn op sardines uit de Atlantische Oceaan enerzijds in Portugal en anderzijds in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden aan elkaar aangepast overeenkomstig het bepaalde in lid 2, waarbij de eerste aanpassing plaatsvindt op 1 maart 1986.
De oriëntatieprijzen die enerzijds in Portugal en anderzijds in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling van toepassing zijn, worden in tien jaarlijkse etappes aangepast aan het peil van de oriëntatieprijs van sardines uit de Middellandse Zee, op de grondslag van de prijzen van 1984, achtereenvolgens met een tiende, een negende, een achtste, een zevende, een zesde, een vijfde, een kwart, een derde en de helft van het verschil tussen deze oriëntatieprijzen die vóór elke aanpassing van toepassing zijn; de prijzen die uit deze berekening voortvloeien worden naar evenredigheid gemoduleerd aan de hand van de eventuele aanpassing van de oriëntatieprijs voor het komende verkoopseizoen; de gemeenschappelijke prijs wordt toegepast vanaf de datum van de tiende aanpassing.
Artikel 357
Gedurende de in artikel 356 bedoelde periode waarin de prijzen worden aangepast, wordt een stelsel van toezicht ingesteld, gebaseerd op referentieprijzen die van toepassing zijn op de invoer van sardines uit de Atlantische Oceaan in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling van herkomst uit Portugal.
Tijdens elke etappe van de aanpassing van de prij zen worden de in lid 1 bedoelde referentieprijzen vastgesteld op het niveau van de ophoudprijzen die in de andere Lid-Staten voor sardines uit de Middellandse Zee van toepassing zijn.
Ingeval van verstoring van de markt ingevolge de in lid 1 bedoelde invoer tegen lagere prijzen dan de referentieprijzen, kunnen soortgelijke maatregelen als die welke worden bedoeld in artikel 21 van Verordening (EEG) nr. 3796/81 worden genomen volgens de procedure van artikel 33 van genoemde verordening.
De toepassingsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3796/81.
Artikel 358
Onmiddellijk na de toetreding wordt voor de producenten van sardines uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling een stelsel van compenserende vergoedingen ingesteld in verband met de bijzondere regeling voor de aanpassing van de prijzen die voor deze vissoort geldt uit hoofde van artikel 356.
Vóór het einde van de periode waarin de prijzen worden aangepast, besluit de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen of, en, in voorkomend geval, in hoeverre het in dit artikel bedoelde stelsel moet worden verlengd.
De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vóór 31 december 1985 de toepassingsbepalingen van dit artikel vast.
Artikel 359
Gedurende de periode waarin de prijzen worden aangepast, worden de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3796/81 bedoelde aanpassingscoëfficiënten die in 1984 golden voor sardines, niet gewijzigd.
Afdeling V. Regeling voor het handelsverkeer
Artikel 360
In afwijking van artikel 190 worden de douanerechten bij invoer van de visserijprodukten van de posten 03.01, 03.02, 03.03, 05.15 A, 16.04, 16.05 en 23.01 B van het gemeenschappelijk douanetarief geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:
- a). voor de produkten die in de andere Lid-Staten worden ingevoerd uit Portugal:
- -. op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 85,7% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 71,4% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 57,1% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 42,8% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 28,5% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 14,2% van het basisrecht,
- -. de laatste verlaging, ten bedrage van 14,2% vindt plaats op 1 januari 1992.
- b). voor de produkten die in Portugal worden ingevoerd uit de andere Lid-Staten:
- -. op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 87,5% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 75% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 62,5% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 50% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 37,5% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 25% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 12,5% van het basisrecht,
- -. de laatste verlaging, ten bedrage van 12,5%, vindt plaats op 1 januari 1993.
In afwijking van lid 1, worden de douanerechten bij invoer van bereidingen en conserven van sardines van post 16.04 D van het gemeenschappelijk douanetarief tussen Portugal en de andere Lid-Staten geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:
- -. op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 90,9% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 81,8% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 72,7% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 63,6% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 54,5% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 45,4% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 36,3% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1993 wordt elk recht verlaagd tot 27,2% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1994 wordt elk recht verlaagd tot 18,1% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1995 wordt elk recht verlaagd tot 9% van het basisrecht,
- -. de laatste verlaging, ten bedrage van 9%, vindt plaats op 1 januari 1996.
In afwijking van lid 1, worden de douanerechten bij invoer in de Lid-Staten uit Portugal voor sardines, vers, gekoeld en bevroren van post 03.01 B I d van het gemeenschappelijk douanetarief en bereidingen en conserven van tonijn en ansjovis van de posten 16.04 E en 16.04 ex F van het gemeenschappelijk douanetarief geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:
- -. op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 87,5% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 75% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 62,5% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 50% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 37,5% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 25% van het basisrecht,
- -. op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 12,5% van het basisrecht,
- -. de laatste verlaging, ten bedrage van 12,5%, vindt plaats op 1 januari 1993.
In afwijking van artikel 197 wijzigt de Portugese Republiek voor de in lid 1 bedoelde visserijprodukten zijn tarief voor derde landen door het verschil tussen de basisrechten en de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief volgens onderstaande regels te verkleinen:
- -. vanaf 1 maart 1986 past de Portugese Republiek een recht toe, waarbij het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief met 12,5% wordt verkleind,
- -. vanaf 1 januari 1987:
- a). worden voor tariefposten waarvoor de basisrechten met niet meer dan 15%, meer of minder, afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, deze laatste rechten toegepast,
- b). past de Portugese Republiek, in de andere gevallen, een recht toe, waarbij het verschil tussen de basisrechten en de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief in zeven gelijke tranches van 12,5% op onderstaande data wordt verkleind:
- -. 1 januari 1987,
- -. 1 januari 1988,
- -. 1 januari 1989,
- -. 1 januari 1990,
- -. 1 januari 1991,
- -. 1 januari 1992.
De Portugese Republiek past het gemeenschappelijke douanetarief vanaf 1 januari 1993 volledig toe.
Artikel 361
Tot en met 31 december 1992 geldt voor de invoer in Portugal van de in bijlage XXVIII, onder a), vermelde produkten van herkomst uit de andere Lid-Staten de in het onderhavige artikel omschreven aanvullende regeling voor het handelsverkeer.
Bovendien geldt tot en met 31 december 1990 voor de invoer in Portugal van de in bijlage XXVIII, onder b), vermelde produkten van herkomst uit Spanje de in lid 1 bedoelde regeling.
Vóór het begin van elk jaar wordt op basis van de invoer tijdens de drie voorafgaande jaren voor elk betrokken produkt een voorlopige balans van de voorziening van Portugal opgesteld. Uit deze balans moet zowel de invoer uit de andere Lid-Staten als die uit derde landen blijken. Het intracommunautaire aandeel in deze balans wordt jaarlijks verhoogd met een stijgingsfactor van 15%.
Boven de drempel van het intracommunautaire aandeel mogen maatregelen ter beperking of schorsing van de invoer worden genomen.
Boven de drempel die is vastgesteld voor de algemene voorzieningsbalans kan de Republiek Portugal conservatoire maatregelen nemen die onmiddellijk van toepassing zijn. Deze maatregelen worden onverwijld medegedeeld aan de Commissie die de toepassing ervan kan schorsen in de maand volgend op deze mededeling.
De toepassingsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3796/81.
Artikel 362
Gedurende de periode waarin de douanerechten tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal geleidelijk worden afgeschaft, kunnen de volgende produkten van herkomst uit Portugal jaarlijks in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden ingevoerd met volledige schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief binnen de onderstaande grenzen:
| Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief | Omschrijving | Hoeveelheid in ton |
|---|---|---|
| 16.04 | Bereiden en conserven van vis, (kaviaar en kaviaarsurrogaten daaronder begrepen): | |
| D. Sardines | 5 000 | |
| E. Tonijn | 1 000 | |
| ex F. Bonieten, makreel en ansjovis: | ||
| - Makreel | 1 000 |
Artikel 363
Tot en met 31 december 1992 kan de Portugese Republiek voor de in bijlage XXIX vermelde produkten ten aanzien van derde landen kwantitatieve beperkingen handhaven binnen de grenzen en op de wijze als door de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld.
Het communautaire stelsel van referentieprijzen is van toepassing op elk produkt zodra de bij dat produkt behorende kwantitatieve beperkingen zijn afgeschaft.
Hoofdstuk 5. Buitenlandse betrekkingen
Afdeling I. Gemeenschappelijke handelspolitiek
Artikel 364
De Portugese Republiek handhaaft ten aanzien van derde landen kwantitatieve invoerbeperkingen voor de produkten die ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling nog niet zijn geliberaliseerd. Zij verleent derde landen geen enkel ander voordeel ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling wat de contingenten voor deze produkten betreft.
Deze kwantitatieve beperkingen blijven ten minste van kracht zolang er voor dezelfde produkten ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling nog kwantitatieve beperkingen bestaan.
De Portugese Republiek handhaaft ten aanzien van de in de Verordeningen (EEG) nr. 1765/82, nr. 1766/82 en nr. 3420/83 bedoelde landen met staatshandel kwantitatieve invoerbeperkingen voor de produkten die nog niet zijn geliberaliseerd ten opzichte van de landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is. Zij verleent landen met staatshandel geen enkel ander voordeel ten opzichte van de landen waarop Verordening (EEG) nr. 288/82 van toepassing is, wat de contingenten voor deze produkten betreft.
Deze kwantitatieve beperkingen blijven ten minste van kracht zolang er voor dezelfde produkten ten opzichte van de in Verordening (EEG) nr. 288/82 bedoelde landen nog kwantitatieve beperkingen bestaan.
Wijzigingen van de regeling voor de invoer in Portugal van produkten die de Gemeenschap ten opzichte van landen met staatshandel niet heeft geliberaliseerd, vinden plaats volgens de voorschriften en procedures van Verordening (EEG) nr. 3420/83 en onverminderd het bepaalde in de eerste alinea.
De Portugese Republiek is evenwel niet gehouden ten opzichte van landen met staatshandel opnieuw kwantitatieve invoerbeperkingen in te voeren voor de ten opzichte van deze landen geliberaliseerde produkten waarvoor ten opzichte van de leden-landen van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel nog kwantitatieve beperkingen gelden.
De Portugese Republiek kan, onverminderd de leden 1 en 2, tot en met 31 december 1992 kwantitatieve invoerbeperkingen in de vorm van contingenten handhaven voor de produkten en tot de bedragen als vermeld in bijlage XXX bij wijze van tijdelijke afwijking van de gemeenschappelijke regelingen voor de liberalisatie van de invoer als bedoeld in de Verordeningen (EEG) nr. 288/82, nr. 1765/82, nr. 1766/82 en nr. 3419/83, gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 453/84, mits, wat de ledenlanden van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel betreft, van deze beperkingen vóór de toetreding kennis is gegeven in het kader van die Overeenkomst.
De invoer van deze produkten is volledig onderworpen aan de gemeenschappelijke liberalisatieregelingen die op 1 januari 1993 van kracht zijn. De contingenten worden tot die datum geleidelijk verhoogd overeenkomstig lid 4.
Het minimumpercentage van de geleidelijke verhoging van de in lid 3 bedoelde contingenten bedraagt 25% aan het begin van elk jaar voor in Ecu uitgedrukte contingenten en 20% aan het begin van elk jaar voor in volume uitgedrukte contingenten. De verhoging wordt aan elk contingent toegevoegd en de volgende verhoging wordt berekend over het verkregen totaalbedrag.
Indien gedurende het tijdvak waarin de overgangsmaatregelen worden toegepast, de invoer in twee opeenvolgende jaren minder dan 90% bedraagt van de overeenkomstig lid 3 geopende jaarcontingenten, schaft de Portugese Republiek, onverminderd de leden 1 en 2, de van kracht zijnde kwantitatieve beperkingen af.
De Portugese Republiek handhaaft ten opzichte van alle derde landen kwantitatieve invoerbeperkingen in de vorm van contingenten voor de produkten als vermeld in Protocol nr. 23 die door de Gemeenschap niet zijn geliberaliseerd ten opzichte van derde landen en waarvoor de Portugese Republiek ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling kwantitatieve invoerbeperkingen handhaaft, een en ander tot de in dat Protocol vermelde bedragen en ten minste tot de aldaar genoemde data.
Wijzigingen van de regeling voor de invoer in Portugal van de in de eerste alinea bedoelde produkten vinden plaats overeenkomstig de voorschriften en procedures van de Verordeningen (EEG) nr. 288/82 en nr. 3420/83 en onverminderd de leden 1 en 2.
Ten einde te voldoen aan de verplichtingen die voor de Gemeenschap uit de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel voortvloeien ten opzichte van bij die Overeenkomst aangesloten landen met staatshandel, breidt de Portugese Republiek in voorkomend geval en voor zover noodzakelijk de liberalisatiemaatregelen die het ten aanzien van andere bij de Overeenkomst aangesloten derde landen moet treffen uit tot eerder genoemde landen, zulks met inachtneming van de overeengekomen overgangsmaatregelen.
Artikel 365
Met ingang van 1 maart 1986 past de Portugese Republiek het stelsel van algemene preferenties toe voor andere produkten dan die welke in bijlage II van het EEG-Verdrag zijn vermeld. Wat evenwel de in bijlage XXXI vermelde produkten betreft, past de Portugese Republiek zich tot en met 31 december 1992 geleidelijk aan aan de rechten van het stelsel van algemen preferenties, uitgaande van de basisrechten bedoeld in artikel 189, lid 2. Het ritme waarin deze aanpassingen plaatsvinden is gelijk aan het in artikel 197 bedoelde ritme.
- a). Ten aanzien van de in bijlage II van het Verdrag vermelde produkten worden de vastgestelde of berekende preferentiële percentages geleidelijk toegepast op de daadwerkelijk door de Portugese Republiek ten aanzien van derde landen geheven rechten, zulks volgens de algemene regels bedoeld onder b), of de bijzondere regels bedoeld in de artikelen 289 en 295.
- b). Met ingang van 1 maart 1986 past de Portugese Republiek een recht toe waardoor het verschil tussen het basisrecht en het preferentiële recht volgens onderstaand ritme wordt verkleind: De Portugese Republiek past de preferentiële rechten volledig toe met ingang van 1 januari 1996.
- -. op 1 maart 1986 wordt het verschil verkleind tot 90,9% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1987 wordt het verschil verkleind tot 81,8% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1988 wordt het verschil verkleind tot 72,7% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1989 wordt het verschil verkleind tot 63,6% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1990 wordt het verschil verkleind tot 54,4% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 45,4% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 36,3% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1993 wordt het verschil verkleind tot 27,2% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1994 wordt het verschil verkleind tot 18,1% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1995 wordt het verschil verkleind tot 9,0% van het oorspronkelijke verschil.
- c). In afwijking van het bepaalde onder b), past de Portugese Republiek voor de visserijprodukten van de posten 03.01, 03.02, 03.03, 05.15 A, 16.04, 16.05 en 23.01 B van het gemeenschappelijk douanetarief vanaf 1 maart 1986 een recht toe waarbij het verschil tussen het basisrecht en het preferentiële recht wordt verkleind volgens onderstaande regels: De Portugese Republiek past de preferentiële rechten volledig toe vanaf 1 januari 1993.
- -. op 1 maart 1986 wordt het verschil verkleind tot 87,5% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1987 wordt het verschil verkleind tot 75,0% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1988 wordt het verschil verkleind tot 62,5% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1989 wordt het verschil verkleind tot 50,0% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1990 wordt het verschil verkleind tot 37,5% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 25,0% van het oorspronkelijke verschil;
- -. op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 12,5% van het oorspronkelijke verschil.
Afdeling II. Overeenkomsten tussen de Gemeenschappen en bepaalde derde landen
Artikel 366
De Portugese Republiek past vanaf 1 januari 1986 de bepalingen van de in artikel 368 genoemde overeenkomsten toe.
De overgangsmaatregelen en de eventuele aanpassingen zullen worden opgenomen in met de landen waarmee overeenkomsten zijn gesloten, te sluiten protocollen. Deze protocollen worden aan bedoelde overeenkomsten gehecht.
Deze overgangsmaatregelen dienen te bewerkstelligen dat na afloop daarvan de Gemeenschap in haar betrekkingen met elk met haar door overeenkomst verbonden derde land een gemeenschappelijke regeling toepast en dat de rechten en verplichtingen van de Lid-Staten aan elkaar gelijk worden.
Deze overgangsmaatregelen die van toepassing zijn op de in artikel 366 genoemde landen mogen er niet toe leiden dat deze landen door de Portugese Republiek op enig gebied gunstiger worden behandeld dan de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.
In het bijzonder zijn op alle produkten waarvoor overgangsmaatregelen gelden met betrekking tot kwantitatieve beperkingen van toepassing op de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, dezelfde maatregelen van toepassing ten aanzien van alle in artikel 368 genoemde landen en wel voor een zelfde periode, zulks onder voorbehoud van eventuele specifieke afwijkingen.
Deze overgangsmaatregelen die van toepassing zijn op de in artikel 368 genoemde landen, mogen er niet toe leiden dat deze landen door de Portugese Republiek minder gunstig worden behandeld dan andere derde landen. In het bijzonder mogen geen overgangsmaatregelen met betrekking tot kwantitatieve beperkingen ten aanzien van de in artikel 368 genoemde landen worden overwogen voor produkten die vrij zijn van dergelijke beperkingen, indien zij in Portugal uit andere landen worden ingevoerd.
Artikel 367
Indien de in artikel 366, lid 1, genoemde protocollen op 1 januari 1986 om redenen onafhankelijk van de wil van de Gemeenschap of de Portugese Republiek niet zijn gesloten, treft de Gemeenschap de nodige maatregelen om onmiddellijk bij de toetreding aan deze situatie het hoofd te bieden.
In ieder geval wordt door de Portugese Republiek vanaf 1 januari 1986 op de in artikel 368 genoemde landen de meestbegunstigingsclausule toegepast.
Artikel 368
De artikelen 366 en 367 zijn van toepassing:
- -. op de met Algerije, Cyprus, Egypte, Finland, IJsland, Israël, Joegoslavië, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Noorwegen, Oostenrijk, Syrië, Tunesië, Turkije, Zweden en Zwitserland gesloten overeenkomsten, alsmede op andere met derde landen gesloten overeenkomsten die uitsluitend betrekking hebben op de handel in produkten van bijlage II van het EEG-Verdrag,
- -. op de op 8 december 1984 ondertekende nieuwe overeenkomst tussen de Gemeenschap en de landen in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan.
De regelingen die voortvloeien uit de op 31 oktober 1979 ondertekende tweede ACS-EEG-Overeenkomst en uit het op dezelfde datum ondertekende Akkoord betreffende de produkten die onder de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, zijn niet van toepassing in de betrekkingen tussen de Portugese Republiek en de Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan.
Artikel 369
De Portugese Republiek zegt de op 4 januari 1960 ondertekende Overeenkomst tot oprichting van de Europese Vrijhandelsassociatie per 1 januari 1986 op.
Afdeling III. Textiel
Artikel 370
Vanaf 1 januari 1986 past de Portugese Republiek de regeling van 20 december 1973 betreffende de internationale handel in textiel alsmede de door de Gemeenschap krachtens deze regeling of met andere derde landen gesloten bilaterale overeenkomsten toe. Over de protocollen inzake aanpassing van deze overeenkomsten wordt door de Gemeenschap met derde landen die partij zijn bij de overeenkomsten onderhandeld, ten einde te bewerkstelligen dat de uitvoer naar Portugal vrijwillig wordt beperkt voor zover het produkten en een oorsprong betreft waarvoor op de uitvoer naar de Gemeenschap beperkingen gelden.
Indien deze protocollen niet op 1 januari 1986 zijn gesloten, treft de Gemeenschap de maatregelen om aan deze situatie het hoofd te bieden en die betrekking hebben op de overgangsvoorzieningen die nodig zijn om de toepassing van de overeenkomsten door de Gemeenschap te waarborgen.
Hoofdstuk 6. Financiële bepalingen
Artikel 371
Het besluit van 21 april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de Lid-Staten door eigen middelen van de Gemeenschappen, hierna „besluit van 21 april 1970” te noemen, wordt toegepast overeenkomstig de artikelen 372 tot en met 375.
Elke verwijzing naar het besluit van 21 april 1970 in de artikelen van dit hoofdstuk geldt als verwijzing naar het besluit van 7 mei 1985 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen vanaf de inwerkingtreding van dit laatste besluit.
Artikel 372
De „landbouwheffingen” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, eerste alinea, onder a), van het besluit van 21 april 1970, omvatten eveneens de ontvangsten afkomstig van alle bedragen die worden vastgesteld bij invoer in het handelsverkeer tussen Portugal en de andere Lid-Staten en tussen Portugal en derde landen uit hoofde van de artikelen 233 tot en met 345, van artikel 210, lid 3, en van artikel 213.
Deze ontvangsten omvatten evenwel pas vanaf het begin van de tweede etappe de heffingen en andere bedragen, bedoeld in de eerste alinea, die zijn vastgesteld voor produkten waarvoor uit hoofde van de artikelen 309 tot en met 341 een overgangsregeling in etappes geldt.
In afwijking van het bepaalde in de tweede alinea, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen voor het einde van de eerste etappe besluiten Portugal, binnen nader te bepalen grenzen en op een nader te bepalen wijze en voor een tijdvak van ten hoogste twee jaar, de ontvangsten uit de door Portugal op de invoer van granen uit de andere Lid-Staten toegepaste monetaire bedragen „toetreding” terug te betalen.
Artikel 373
De „douanerechten” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, eerste alinea onder b), van het besluit van 21 april 1970, omvatten tot en met 31 december 1992 de douanerechten die worden berekend alsof de Portugese Republiek vanaf de toetreding in het handelsverkeer met derde landen de rechten toepaste die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief en de verlaagde rechten die voortvloeien uit door de Gemeenschap toegepaste tarief preferenties. Voor de douanerechten inzake oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen, alsmede voor landbouwprodukten waarvoor een overgangsregeling in etappes geldt uit hoofde van de artikelen 309 tot en met 341, geldt dezelfde regel tot en met 31 december 1995.
Deze ontvangsten omvatten gedurende de eerste etappe niet de douanerechten die van toepassing zijn op de in Portugal ingevoerde landbouwprodukten waarvoor uit hoofde van de artikelen 309 tot en met 341 een overgangsregeling in etappes geldt.
In geval van toepassing van de door de Commissie uit hoofde van artikel 210, lid 3, van deze Akte vastgestelde bepalingen, komen de douanerechten, in afwijking van de eerste alinea, overeen met het bedrag dat wordt berekend volgens het in deze bepalingen vastgestelde recht van de compenserende heffing voor produkten uit derde landen die bij de vervaardiging worden gebruikt.
De Portugese Republiek berekent deze douanerechten maandelijks op de grondslag van de douane-aangiften van dezelfde maand. Zij worden onder de voorwaarden van Verordening (EEG/Euratom/EGKS) nr. 2891/77 ter beschikking van de Commissie gesteld voor de aldus berekende douanerechten, aan de hand van de vaststellingen die in de loop van de betreffende maand zijn gedaan.
Met ingang van 1 januari 1993 is het totaalbedrag van de vastgestelde douanerechten volledig verschuldigd. Wat betreft de in de artikelen 309 tot en met 341 bedoelde produkten waarvoor een overgangsregeling in etappes geldt, alsmede voor oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen, is het totaalbedrag van deze rechten evenwel volledig verschuldigd met ingang van 1 januari 1996.
Artikel 374
Het bedrag van de rechten vastgesteld uit hoofde van de eigen middelen afkomstig uit de belasting over de toegevoegde waarde of de financiële bijdragen die berusten op het bruto nationaal produkt krachtens artikel 4, leden 1 tot en met 5, van het besluit van 21 april 1970 is volledig verschuldigd vanaf 1 januari 1986.
De in artikel 15, punt 15, van de zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad bedoelde afwijking is niet van invloed op het bedrag van de rechten die uit hoofde van de eerste alinea verschuldigd zijn.
De Gemeenschap restitueert de Portugese Republiek uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen in de loop van de maand die volgt op het ter beschikking stellen aan de Commissie, een evenredig gedeelte van het bedrag van de stortingen uit hoofde van de eigen middelen afkomstig uit de belasting over de toegevoegde waarde of de financiële bijdragen die berusten op het bruto nationaal produkt, zulks volgens onderstaande regels:
87% in 1986
70% in 1987
55% in 1988
40% in 1989
25% in 1990
5% in 1991.
Het percentage van deze degressive restitutie is niet van toepassing op het bedrag dat overeenstemt met het aandeel van Portugal in de financiering van de verlaging ten gunste van het Verenigd Koninkrijk bedoeld in artikel 3, lid 3, onder b), c) en d), van het besluit van de Raad van 7 mei 1985 betreffende het stelsel van de eigen middelen van de Gemeenschap.
Artikel 375
Om te voorkomen dat de terugbetaling van de voorschotten die vóór 1 januari 1986 door de Lid-Staten aan de Gemeenschap zijn verleend, ten laste komt van de Portugese Republiek, ontvangt de Portugese Republiek een financiële compensatie uit hoofde van deze terugbetaling.
Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
Artikel 376
In afwijking van artikel 60 van het EGKS-Verdrag en de toepassingsbepalingen daarvan, kunnen Portugese staalondernemingen in de autonome gebieden van de Azoren en Madeira tot en met 31 december 1992 een c.i.f.-prijs haven van bestemming toepassen die gelijk is aan een pariteitsprijs die op het continentale grondgebied van de Portugese Republiek geldt.
Artikel 377
Tot en met 31 december 1992 kan de Portugese Republiek, wat betreft de accijnzen op tabaksfabrikaten die zijn geproduceerd in de autonome gebieden van de Azoren en Madeira, afwijken van het bepaalde in artikel 95 van het EEG-Verdrag, zulks onder de voorwaarden die in bijlage XXXII zijn vastgesteld voor de toepassing van Richtlijn 72/464/EEG van de Raad van 19 december 1972.
TITEL IV. ANDERE BEPALINGEN
Artikel 378
De in de lijst in bijlage XXXII van deze Akte genoemde besluiten zijn ten aanzien van de nieuwe Lid-Staten van toepassing op de wijze als bepaald in die bijlage.
Naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van het Koninkrijk Spanje of de Portugese Republiek kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen vóór 1 januari 1986 maatregelen nemen houdende tijdelijke afwijkingen van de besluiten van de Instellingen van de Gemeenschappen die tussen 1 januari 1985 en de datum van ondertekening van deze Akte zijn vastgesteld.
Artikel 379
Tot en met 31 december 1992 kan een nieuwe Lid-Staat, in geval van ernstige en mogelijk aanhoudende moeilijkheden in een sector van het economische leven, alsmede van moeilijkheden die de economische toestand van een bepaalde streek ernstig kunnen verstoren, machtiging vragen om vrijwaringsmaatregelen te nemen, waardoor de toestand werderom in evenwicht kan worden gebracht en de betrokken sector kan worden aangepast aan de economie van de gemeenschappelijke markt.
Onder dezelfde voorwaarden kan een van de huidige Lid-Staten verzoeken gemachtigd te worden vrijwaringsmaatregelen te nemen ten opzichte van een of beide nieuwe Lid-Staten.
Deze bepaling is van toepassing tot en met 31 december 1995 ten aanzien van de produkten en sectoren waarvoor afwijkende overgangsmaatregelen van gelijke duur in deze Akte zijn opgenomen.
Op verzoek van de betrokken Staat stelt de Commissie door middel van een spoedprocedure onverwijld de vrijwaringsmaatregelen vast welke zij noodzakelijk acht, waarbij zij de voorwaarden en de wijze van toepassing nader aangeeft.
In geval van ernstige economische moeilijkheden spreekt de Commissie zich op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken Lid-Staat uit binnen een termijn van vijf werkdagen na de ontvangst van het met redenen omkleed verzoek. De aldus genomen maatregelen zijn onmiddellijk van toepassing.
Wanneer op het gebied van de landbouw en de visserij, onverminderd het bepaalde in hoofdstukken 3 van de Titels II en III, de markt van een Lid-Staat ernstige storingen ondervindt of dreigt te ondervinden door het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en een van de nieuwe Lid-Staten of tussen de nieuwe Lid-Staten onderling, spreekt de Commissie zich, op verzoek van de betrokken Lid-Staat, binnen 24 uur na ontvangst van het verzoek uit over de door haar noodzakelijk geachte vrijwaringsmaatregelen. De aldus genomen maatregelen zijn onmiddellijk van toepassing en daarbij wordt rekening gehouden met de belangen van alle betrokken partijen en met name met vervoersvraagstukken.
De overeenkomstig lid 2 toegestane maatregelen kunnen afwijkingen van de regels van het EEG-Verdrag, het EGKS-Verdrag en deze Akte inhouden, voor zover en voor zolang deze strikt noodzakelijk zijn ter bereiking van de in lid 1 bedoelde doelstellingen. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van de gemeenschappelijke markt het minst verstoren.
In geval van ernstige en mogelijk aanhoudende moeilijkheden op de arbeidsmarkt van het Groothertogdom Luxemburg, kan deze Staat machtiging vragen om volgens de procedure van lid 2, eerste en tweede alinea, en onder de in lid 3 neergelegde voorwaarden, tot en met 31 december 1995, in het kader van de nationale bepalingen inzake verandering van werkkring, tijdelijk vrijwaringsmaatregelen te nemen jegens werknemers die onderdaan zijn van een nieuwe Lid-Staat en na de datum waarop deze machtiging is verleend toestemming hebben gekregen om in het Groothertogdom te immigreren ten einde aldaar werkzaamheden in loondienst te verrichten.
Artikel 380
Indien de Commissie tot het verstrijken van de geldigheidsduur van de in deze Akte voor elk geval vastgestelde overgangsmaatregelen, op verzoek van een Lid-Staat of van enig andere belanghebbende en volgens procedurevoorschriften die de Raad onmiddelijk bij de toetreding, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde stemmen vaststelt, constateert dat tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de nieuwe Lid-Staten of tussen de nieuwe Lid-Staten onderling dumping wordt toegepast, doet zij aan degene of degenen die zich aan deze praktijken schuldig maken aanbevelingen ten einde daaraan een eind te maken.
Ingeval deze praktijken voortduren, machtigt de Commissie de benadeelde Lid-Staat of Lid-Staten tot het nemen van beschermende maatregelen waarvan zij de voorwaarden en de wijze van toepassing bepaalt.
Voor de toepassing van het onderhavige artikel op de in bijlage II van het EEG-Verdrag genoemde produkten beoordeelt de Commissie alle omstandigheden, met name het peil van de prijzen waartegen de invoer van andere herkomst op de betrokken markt plaatsvindt, met inachtneming van de bepalingen van het EEG-Verdrag inzake de landbouw en in het bijzonder het bepaalde in artikel 39.
De maatregelen die vóór de toetreding uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 2176/84 en Beschikking nr. 2177/84/EGKS ten aanzien van de nieuwe Lid-Staten zijn vastgesteld, alsmede de maatregelen die vóór de toetreding uit hoofde van de anti-dumpingwetgeving van de nieuwe Lid-Staten ten aanzien van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling zijn vastgesteld, blijven voorlopig van kracht en zullen door de Commissie aan een onderzoek worden onderworpen ten einde te beslissen of zij moeten worden gewijzigd of afgeschaft. Deze wijziging of afschaffing wordt afhankelijk van het geval door de Commissie of door de betrokken nationale autoriteiten ten uitvoer gelegd. De procedures die vóór de toetreding in Spanje, Portugal of de Gemeenschap in haar huidige samenstelling zijn ingeleid worden overeenkomstig lid 1 voortgezet.
DEEL VIJFDE. BEPALINGEN BETREFFENDE DE TENUITVOERLEGGING VAN DEZE AKTE
TITEL I. HET IN WERKING STELLEN VAN DE INSTELLINGEN
Artikel 381
De Vergadering komt uiterlijk een maand na de toetreding bijeen. Zij brengt in haar Reglement van Orde de wijzigingen aan die noodzakelijk zijn geworden door deze toetreding.
Artikel 382
De Raad brengt in zijn Reglement van Orde de aanpassingen aan welke door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.
Artikel 383
Onmiddellijk bij de toetreding wordt de Commissie aangevuld door de benoeming van drie extra leden en de aanwijzing van een zesde vice-voorzitter uit de leden van de uitgebreide Commissie. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.
Het mandaat van de zesde vice-voorzitter eindigt op dezelfde datum als het mandaat van de vijf andere vice-voorzitters.
Vóór 31 december 1986 onderzoekt de Raad voor de eerste maal of artikel 14, vierde alinea van het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, dient te worden toegepast.
De Commissie brengt in haar Reglement van Orde de aanpassingen aan welke door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.
Artikel 384
Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Hof van Justitie aangevuld door de benoeming van twee rechters.
De ambtstermijn van een van de overeenkomstig lid 1 benoemde rechters loopt op 6 oktober 1988 af. Deze rechter wordt door het lot aangewezen. De ambtstermijn van de andere rechter loopt op 6 oktober 1991 af.
Onmiddellijk bij de toetreding wordt een zesde advocaat-generaal benoemd. Zijn ambtstermijn loopt op 6 oktober 1988 af.
Het Hof brengt in zijn reglement voor de procesvoering de aanpassingen aan welke door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. Het aldus aangepaste reglement voor de procesvoering moet door de Raad met eenparigheid van stemmen worden goedgekeurd.
Voor het wijzen van vonnis in zaken die op 1 januari 1986 bij het Hof aanhangig zijn en waarvoor de mondelinge procedure vóór deze datum is geopend, komen het Hof in voltallige zitting of de Kamers bijeen in de samenstelling van voor de toetreding en passen zij het reglement voor de procesvoering toe zoals dit op 31 december 1985 gold.
Artikel 385
Onmiddellijk bij de toetreding wordt de Rekenkamer aangevuld door de benoeming van twee nieuwe leden. De ambtstermijn van de aldus benoemde leden loopt op 17 oktober 1987 af.
Artikel 386
Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Economisch en Sociaal Comité aangevuld door de benoeming van drieëndertig leden die alle sectoren van het economische en sociale leven van de nieuwe Lid-Staten vertegenwoordigen. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.
Artikel 387
Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Raadgevend Comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal aangevuld door de benoeming van extra leden. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.
Artikel 388
Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Wetenschappelijk en Technisch Comité aangevuld door de benoeming van vijf nieuwe leden. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt op hetzelfde tijdstip als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.
Artikel 389
Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Monetair Comité aangevuld door de benoeming van leden die de nieuwe Lid-Staten vertegenwoordigen. Hun mandaat verstrijkt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.
Artikel 390
De door de toetreding noodzakelijk geworden aanpassingen van de Statuten en van de Reglementen van Orde van de bij de oorspronkelijke Verdragen ingestelde Comités geschieden zo spoedig mogelijk na de toetreding.
Artikel 391
Voor wat de in bijlage XXXIII vermelde Comités betreft, verstrijkt het mandaat der nieuwe leden tegelijk met dat van de leden die op het tijdstip van de toetreding zitting hebben in die Comités.
De in bijlage XXXIV vermelde Comités worden volledig vernieuwd op het tijdstip van de toetreding.
TITEL II. TOEPASSING VAN DE BESLUITEN DER INSTELLINGEN
Artikel 392
Vanaf het tijdstip van toetreding wordt ervan uitgegaan dat de richtlijnen en beschikkingen in de zin van artikel 189 van het EEG-Verdrag en van artikel 161 van het EGA-Verdrag, alsmede de aanbevelingen en beschikkingen in de zin van artikel 14 van het EGKS-Verdrag, eveneens tot de nieuwe Lid-Staten zijn gericht, en dat daarvan kennis is gegeven aan deze Staten, voor zover van deze richtlijnen, aanbevelingen en beschikkingen aan alle huidige Lid-Staten kennis is gegeven.
Artikel 393
De toepassing in elk der nieuwe Lid-Staten van de in de lijst die is opgenomen in bijlage XXXV van deze Akte voorkomende besluiten wordt uitgesteld tot de in die lijst vermelde data.
Artikel 394
Tot 1 maart 1986 worden uitgesteld:
- a). de toepassing ten aanzien van de nieuwe Lid-Staten van de communautaire reglementering die is ingesteld voor de produktie van en de handel in landbouwprodukten en voor het handelsverkeer in bepaalde goederen welke zijn verkregen door de verwerking van landbouwprodukten waarvoor een bijzondere regeling geldt;
- b). de toepassing ten aanzien van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling van de wijzigingen die bij deze Akte in die reglementering zijn aangebracht, met inbegrip van de wijzigingen welke voortvloeien uit artikel 396.
Lid 1 is niet van toepassing op de aanpassingen van de besluiten van de Instellingen van de Gemeenschap op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid die overeenkomstig artikel 396 zullen worden verricht om het aantal stemmen te bepalen die vanaf de toetreding nodig zijn voor het bereiken van de gekwalificeerde meerderheid in het kader van de procedures van de Comités van beheer of andere soortgelijke comités op landbouwgebied.
Tot en met 28 februari 1986 is de regeling voor het handelsverkeer tussen een nieuwe Lid-Staat enerzijds en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, de andere nieuwe Lid-Staat of derde landen anderzijds, die welke vóór de toetreding van toepassing was.
Artikel 395
De nieuwe Lid-Staten stellen de maatregelen in werking die nodig zijn om vanaf het tijdstip van hun toetreding uitvoering te geven aan de richtlijnen en beschikkingen in de zin van artikel 189 van het EEG-Verdrag en van artikel 161 van het EGA-Verdrag alsmede aan de beschikkingen en aanbevelingen in de zin van artikel 14 van het EGKS-Verdrag, tenzij in de lijst die is opgenomen in bijlage XXXVI of in andere bepalingen van de onderhavige Akte een bepaalde termijn is vastgesteld.
Artikel 396
De niet in deze Akte of de bijlagen daarvan vervatte aanpassingen van de besluiten van de Instellingen der Gemeenschappen, die door de Instellingen vóór de toetreding worden verricht volgens de in lid 2 vastgestelde procedure ten einde die besluiten in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de onderhavige Akte, met name die welke voorkomen in het vierde deel daarvan, treden onmiddellijk bij de toetreding in werking.
De daartoe noodzakelijke teksten worden, op voorstel van de Commissie, door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, of door de Commissie vastgesteld, naargelang de oorspronkelijke besluiten door de ene dan wel door de andere Instelling zijn aangenomen.
Artikel 397
De vóór de toetreding aanvaarde teksten van de besluiten van de Instellingen der Gemeenschappen die door de Raad of de Commissie in de Spaanse en Portugese taal zijn vastgesteld, zijn vanaf het tijdstip van toetreding op gelijke wijze authentiek als de in de zeven huidige talen vastgestelde teksten. Zij worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt, wanneer de teksten in de huidige talen aldus zijn bekendgemaakt.
Artikel 398
Van de op het tijdstip van toetreding bestaande overeenkomsten, besluiten en onderling samenhangende gedragingen die ingevolge de toetreding onder de werkingssfeer van artikel 65 van het EGKS-Verdrag vallen, moet aan de Commissie kennis worden gegeven binnen een termijn van ten hoogste drie maanden, te rekenen vanaf de toetreding. Alleen overeenkomsten en besluiten waarvan kennis is gegeven, blijven voorlopig van kracht totdat de Commissie heeft beslist.
Artikel 399
De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor de bescherming van dr gezondheid van de bevolking en van de werknemers op het grondgebied van de nieuwe Lid-Staten tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren worden, overeenkomstig artikel 33 van het EGA-Verdrag, door deze Staten aan de Commissie medegedeeld binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de toetreding.
TITEL III. SLOTBEPALINGEN
Artikel 400
De aan deze Akte gehechte bijlagen I tot en met XXXVI en de Protocollen nr. 1 tot en met 25 maken daar een integrerend deel van uit.
Artikel 401
De Regering van de Franse Republiek zendt aan de Regeringen van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toe van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de verdragen waarbij dit Verdrag is gewijzigd.
Artikel 402
De Regering van de Italiaanse Republiek zendt aan de Regeringen van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse en de Nederlandse taal toe van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Verdragen tot wijziging of aanvulling daarvan, met inbegrip van de Verdragen betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en van de Helleense Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
De teksten van deze Verdragen, die zijn opgesteld in de Spaanse en Portugese taal, worden aan de onderhavige Akte gehecht. Deze teksten zijn op gelijke wijze authentiek als de teksten van de in de eerste alinea genoemde Verdragen die zijn opgesteld in de huidige talen.
Artikel 403
De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen zal een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de internationale overeenkomsten die zijn nedergelegd in het archief van het Secretariaat-Generaal, aan de Regeringen van de nieuwe Lid-Staten toezenden.
DEEL EERSTE. AANPASSING VAN DE STATUTEN VAN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK
Artikel 1
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.
Artikel 2
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.
Artikel 3
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.
Artikel 4
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.
Artikel 5
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.
Artikel 6
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.
Artikel 7
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992.
DEEL TWEEDE. ANDERE BEPALINGEN
Artikel 8
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)