Maritiem arbeidsverdrag, 2006
Preambule
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen in haar vierennegentigste zitting op 7 februari 2006, en
Geleid door de wens een enkel, samenhangend instrument te creëren waarin voor zover mogelijk alle actuele normen van bestaande verdragen en aanbevelingen inzake internationale maritieme arbeid worden opgenomen, alsmede de grondbeginselen van andere internationale arbeidsverdragen, in het bijzonder:
het Verdrag betreffende gedwongen of verplichte arbeid, 1930 (Nr. 29);
het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948 (Nr. 87);
het Verdrag betreffende toepassing van het recht van organisatie en collectieve onderhandeling, 1949 (Nr. 98);
het Verdrag betreffende gelijke beloning, 1951 (Nr. 100);
het Verdrag betreffende afschaffing van gedwongen arbeid, 1957 (Nr. 105);
het Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep, 1958 (Nr. 111);
het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 (Nr. 138);
het Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, 1999 (Nr. 182); en
Indachtig het kernmandaat van de Organisatie, dat bestaat uit het bevorderen van fatsoenlijke voorwaarden voor werk; en
In herinnering roepend de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake de fundamentele beginselen en rechten in verband met werk, 1998, en
Tevens indachtig het feit dat op zeevarenden bepalingen van andere instrumenten van de Internationale Arbeidsorganisatie van toepassing zijn en dat zij andere rechten hebben die worden aangemerkt als fundamentele rechten en vrijheden die op alle personen van toepassing zijn, en
Overwegend dat, gezien het mondiale karakter van de scheepvaartbranche, zeevarenden bijzondere bescherming behoeven, en
Voorts indachtig de internationale normen inzake de veiligheid van schepen, de beveiliging van mensen en deugdelijk scheepsbeheer vervat in het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, als gewijzigd, het Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, als gewijzigd, en de vereisten voor zeevarenden inzake opleiding en vaardigheden vervat in het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978, als gewijzigd, en
In herinnering roepend dat het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, 1982, een algemeen juridisch kader vormt waarbinnen alle activiteiten op de oceanen en zeeën moeten plaatsvinden en dat dat Verdrag van strategisch belang is als basis voor nationale, regionale en mondiale maatregelen en samenwerking in de mariene sector, en dat de integriteit ervan moet worden gehandhaafd, en
In herinnering roepend dat in artikel 94 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, 1982, de taken en verplichtingen van een vlaggenstaat zijn vastgelegd met betrekking tot, onder andere, arbeidsomstandigheden, bemannen en sociale aangelegenheden op schepen die de vlag van die Staat voeren, en
In herinnering roepend artikel 19, achtste lid, van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie dat bepaalt dat het aannemen van een verdrag of een aanbeveling door de Conferentie, of de bekrachtiging van een verdrag door een Lid, in geen geval wordt beschouwd als zijnde van invloed op een wet, uitspraak, gewoonte of overeenkomst die de betrokken werknemers gunstiger voorwaarden biedt dan dat verdrag of die aanbeveling, en
Vastbesloten dat dit nieuwe instrument zodanig moet worden geformuleerd dat gewaarborgd wordt dat het zo breed mogelijk wordt aanvaard door regeringen, reders en zeevarenden die de beginselen van volwaardig werk onderschrijven, dat het gemakkelijk kan worden geactualiseerd en dat het effectief kan worden uitgevoerd en gehandhaafd, en
Besloten hebbend tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot het in het leven roepen van een dergelijk instrument, welk onderwerp als enig punt op de agenda van de zitting staat, en
Vastgesteld hebbend dat deze voorstellen de vorm dienen te krijgen van een verdrag;
Neemt heden, de drieëntwintigste februari van het jaar tweeduizendenzes, het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het Maritiem arbeidsverdrag, 2006.
Algemene verplichtingen
Artikel I
Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, verplicht zich ertoe de bepalingen ervan volledig op de in artikel VI vervatte wijze ten uitvoer te leggen om het recht op volwaardig werk voor alle zeevarenden te waarborgen.
De Leden werken met elkaar samen om de effectieve uitvoering en handhaving van dit Verdrag te waarborgen.
Begripsomschrijvingen en reikwijdte
Artikel II
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt, tenzij in specifieke bepalingen anders wordt bepaald, verstaan onder:
- a. bevoegde autoriteit, de minister die, het ministerie dat of een andere autoriteit die bevoegd is voorschriften, reglementen of andere instructies met kracht van wet uit te vaardigen en te handhaven met betrekking tot het onderwerp van de desbetreffende bepaling;
- b. verklaring naleving maritieme arbeid, de in voorschrift 5.1.3 bedoelde verklaring;
- c. brutotonnage, de brutotonnage berekend in overeenstemming met de voorschriften voor tonnagemetingen vervat in Bijlage I bij het Internationaal Verdrag van 1969 betreffende de meting van schepen, of elk volgend verdrag; voor schepen waarop de door de Internationale Maritieme Organisatie aangenomen voorlopige regeling voor tonnagemetingen van toepassing is, is de brutotonnage hetgeen is opgenomen in de kolom OPMERKINGEN van het internationaal tonnagecertificaat (1969);
- d. maritiem arbeidscertificaat, het in voorschrift 5.1.3 bedoelde certificaat;
- e. vereisten van dit Verdrag, de vereisten in deze artikelen en in de voorschriften en Deel A van de Code van dit Verdrag;
- f. zeevarende, elke persoon die werkzaam is of is gecontracteerd of in enige hoedanigheid werkzaamheden verricht aan boord van een schip waarop dit Verdrag van toepassing is;
- g. arbeidsovereenkomst van zeevarende, zowel een tewerkstellingscontract als een overeenkomst;
- h. wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst voor zeevarenden, personen, bedrijven, instellingen, bureaus of andere organisaties in de publieke of private sector, die zich bezighouden met de werving van zeevarenden in opdracht van reders of de plaatsing van zeevarenden bij reders;
- i. schip, een schip anders dan een schip dat uitsluitend vaart op binnenwateren of wateren binnen, of dicht grenzend aan, beschutte wateren of gebieden waar havenvoorschriften gelden;
- j. reder, de eigenaar van het schip of een andere organisatie of persoon, zoals de manager, de agent of de rompbevrachter, die de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het schip van de eigenaar heeft overgenomen en die, bij het aangaan van die verantwoordelijkheid, ermee heeft ingestemd de taken en verantwoordelijkheden die in overeenstemming met dit Verdrag aan reders worden opgelegd, te aanvaarden ongeacht het feit of andere organisaties of personen bepaalde taken of verantwoordelijkheden namens de reder vervullen.
Behoudens waar uitdrukkelijk anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle zeevarenden.
In geval van twijfel of bepaalde categorieën personen voor de toepassing van dit Verdrag al dan niet moeten worden beschouwd als zeevarenden, doet de bevoegde autoriteit in elke lidstaat na overleg met de bij deze kwestie betrokken organisaties van reders en zeevarenden uitspraak.
Behoudens waar uitdrukkelijk anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle schepen, hetzij in staatseigendom hetzij in private eigendom, die doorgaans worden gebruikt voor commerciële activiteiten, anders dan schepen die worden gebruikt voor de visvangst of voor soortgelijke doeleinden en op traditioneel gebouwde schepen zoals dhows en jonken. Dit Verdrag is niet van toepassing op oorlogsschepen of mariene hulpschepen.
Indien twijfel bestaat omtrent de vraag of dit Verdrag van toepassing is op een schip of een specifieke categorie schepen doet de bevoegde autoriteit in elke lidstaat na overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden uitspraak.
Wanneer de bevoegde autoriteit bepaalt dat het op dat tijdstip niet praktisch uitvoerbaar of niet redelijk is bepaalde onderdelen van de in artikel VI, eerste lid, bedoelde Code toe te passen op een schip of bepaalde categorieën schepen die de vlag van het Lid voeren, zijn de desbetreffende bepalingen van de Code niet van toepassing voor zover het onderwerp in de nationale wet- en regelgeving of in collectieve arbeidsovereenkomsten of via andere maatregelen wordt geregeld. Een dergelijke uitspraak kan uitsluitend worden gedaan in overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden en uitsluitend ten aanzien van schepen met een brutotonnage van minder dan 200 ton die geen internationale reizen maken.
Elke beslissing die door een Lid ingevolge het derde, vijfde, of zesde lid van dit artikel wordt genomen, moet aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau worden medegedeeld, die de Leden van de Organisatie hiervan in kennis stelt.
Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, vormt een verwijzing naar dit Verdrag tegelijkertijd een verwijzing naar de voorschriften en de Code.
Fundamentele rechten en beginselen
Artikel III
Elk Lid vergewist zich ervan dat de bepalingen van zijn wet- en regelgeving, in de context van dit Verdrag, de volgende fundamentele rechten eerbiedigen:
- a. de vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen;
- b. de uitbanning van alle vormen van gedwongen of verplichte arbeid;
- c. de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid; en
- d. de uitbanning van discriminatie ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening.
Arbeids- en sociale rechten van zeevarenden
Artikel IV
Elke zeevarende heeft recht op een veilige werkplek die aan de veiligheidsnormen voldoet.
Elke zeevarende heeft recht op eerlijke arbeidsvoorwaarden.
Elke zeevarende heeft recht op behoorlijke werk- en leefomstandigheden aan boord van een schip.
Elke zeevarende heeft recht op bescherming op het gebied van gezondheid, medische zorg, welzijnsmaatregelen en andere vormen van sociale bescherming.
Elk Lid draagt er, binnen de grenzen van zijn rechtsbevoegdheid, zorg voor dat de rechten op het gebied van arbeid en sociale rechten van zeevarenden als vervat in de voorgaande leden van dit artikel volledig worden geïmplementeerd in overeenstemming met de vereisten van dit Verdrag. Tenzij in het Verdrag anders is bepaald, kan dit worden bewerkstelligd door middel van nationale wet- en regelgeving, via geldende collectieve arbeidsovereenkomsten, via andere maatregelen of in de praktijk.
Verantwoordelijkheden op het gebied van uitvoering en handhaving
Artikel V
Elk Lid implementeert en handhaaft wet- en regelgeving of andere maatregelen die het heeft aangenomen ter nakoming van de verplichtingen ingevolge dit Verdrag ten aanzien van schepen en zeevarenden die onder zijn rechtsbevoegdheid vallen.
Elk Lid oefent daadwerkelijk zijn rechtsbevoegdheid en toezicht uit ten aanzien van schepen die zijn vlag voeren door instelling van een systeem ter waarborging van de naleving van de vereisten van dit Verdrag, met inbegrip van regelmatige inspecties, verslaglegging, monitoring en gerechtelijke procedures ingevolge de geldende wetgeving.
Elk Lid draagt er zorg voor dat schepen die zijn vlag voeren een maritiem arbeidscertificaat en een verklaring naleving maritieme arbeid aan boord hebben zoals door dit Verdrag vereist.
Een schip waarop dit Verdrag van toepassing is, kan, in overeenstemming met het internationaal recht, worden geïnspecteerd door een ander Lid dan de vlaggenstaat, wanneer het schip zich in een van zijn havens bevindt, teneinde vast te stellen of het schip voldoet aan de vereisten van dit Verdrag.
Elk Lid oefent daadwerkelijk zijn rechtsbevoegdheid en toezicht uit ten aanzien van wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten, indien deze op zijn grondgebied zijn gevestigd.
Elk Lid verbiedt schendingen van de vereisten van dit Verdrag en stelt, in overeenstemming met het internationaal recht, sancties op of verlangt het nemen, ingevolge zijn wetgeving, van corrigerende maatregelen die afdoende zijn om dergelijke schendingen te ontmoedigen.
Elk Lid komt zijn verplichtingen ingevolge dit Verdrag op zodanige wijze na dat gewaarborgd wordt dat de schepen die de vlag voeren van een Staat die dit Verdrag niet heeft bekrachtigd geen gunstiger behandeling ontvangen dan de schepen die de vlag voeren van een Staat die het Verdrag wel heeft bekrachtigd.
Voorschriften en Delen A en B van de Code
Artikel VI
De voorschriften en de bepalingen van Deel A van de Code zijn dwingend. De bepalingen van Deel B van de Code zijn niet dwingend.
Elk Lid verplicht zich ertoe de in de voorschriften vervatte rechten en beginselen te eerbiedigen en elk voorschrift te implementeren op de in de overeenkomstige bepalingen van Deel A van de Code genoemde wijze. Bovendien moet het Lid bij de nakoming van zijn verplichtingen de nodige aandacht schenken aan de manier die wordt geboden in Deel B van de Code.
Een Lid dat niet in staat is de rechten en beginselen op de in Deel A van de Code vervatte wijze te implementeren, kan, tenzij in dit Verdrag uitdrukkelijk anders is bepaald, Deel A implementeren door middel van bepalingen in zijn wet- en regelgeving of andere maatregelen die wezenlijk gelijkwaardig zijn aan de bepalingen van Deel A.
Voor het enkele doel van het derde lid van dit artikel worden alle wetten, regelgevingen, collectieve overeenkomsten of andere uitvoeringsmaatregelen, in de context van dit Verdrag, aangemerkt als wezenlijk gelijkwaardig, indien het Lid ervan overtuigd is dat:
- a. deze bevorderlijk zijn voor het volledig realiseren van het algemene doel van de bepaling of bepalingen van Deel A van de desbetreffende Code; en
- b. hiermee uitvoering wordt gegeven aan de bepaling of bepalingen van Deel A van de desbetreffende Code.
Overleg met organisaties van reders en zeevarenden
Artikel VII
Ten aanzien van afwijkingen, uitzonderingen of andere flexibele toepassingen van dit Verdrag waarvoor het Verdrag overleg verlangt met organisaties van reders en zeevarenden mag, in de gevallen waarin binnen een Lid geen representatieve organisaties van reders of van zeevarenden bestaan, door dat Lid uitsluitend een besluit worden genomen door middel van overleg met het in artikel XIII bedoelde Comité.
Inwerkingtreding
Artikel VIII
De formele bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau ten behoeve van registratie.
Dit Verdrag is alleen verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie waarvan de bekrachtigingen door de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau zijn geregistreerd.
Het Verdrag treedt in werking 12 maanden na de datum waarop de bekrachtigingen zijn geregistreerd van ten minste 30 Leden die tezamen een aandeel hebben van 33% in het wereldbrutoscheepstonnage.
Vervolgens treedt dit Verdrag voor elk Lid in werking 12 maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Opzegging
Artikel IX
Een Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaar na de datum waarop het Verdrag voor het eerst in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte akte ten behoeve van registratie. Deze opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.
Elk Lid dat niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaar bedoeld in het eerste lid van dit artikel, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na het verstrijken van elke nieuwe termijn van tien jaar onder de voorwaarden voorzien in dit artikel.
Gevolgen van de inwerkingtreding
Artikel X
Dit Verdrag herziet de volgende Verdragen:
Verdrag betreffende de minimumleeftijd (arbeid op zee), 1920 (Nr. 7)
Verdrag betreffende de werkloosheidsuitkering (schipbreuk), 1920 (Nr. 8)
Verdrag betreffende plaatsing van zeelieden, 1920 (Nr. 9)
Verdrag betreffende het geneeskundig onderzoek van kinderen en jeugdige personen werkzaam aan boord van schepen, 1921 (Nr. 16)
Verdrag betreffende de arbeidsovereenkomst van schepelingen, 1926 (Nr. 22)
Verdrag betreffende repatriëring van schepelingen, 1926 (Nr. 23)
Verdrag betreffende de minimumeisen van beroepsbekwaamheid van kapiteins en officieren ter koopvaardij, 1936 (Nr. 53)
Verdrag betreffende betaald verlof (arbeid op zee), 1936 (Nr. 54)
Verdrag betreffende aansprakelijkheid van reders (ziekte en ongeval zeelieden), 1936 (Nr. 55)
Verdrag betreffende ziekteverzekering van zeelieden, 1936 (Nr. 56)
Verdrag betreffende de arbeidsduur aan boord en de bemanningssterkte, 1936 (Nr. 57)
Verdrag betreffende de minimumleeftijd (arbeid op zee) (herzien), 1936 (Nr. 58)
Verdrag betreffende de voeding en de daarmee verband houdende verzorging (bemanning van schepen), 1946 (Nr. 68)
Verdrag inzake het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946 (Nr. 69)
Verdrag betreffende de sociale zekerheid van zeelieden, 1946 (Nr. 70)
Verdrag betreffende vakantie met behoud van loon voor zeelieden, 1946 (Nr. 72)
Verdrag betreffende het geneeskundig onderzoek van zeelieden, 1946 (Nr. 73)
Verdrag inzake bewijzen van bekwaamheid als volmatroos, 1946 (Nr. 74)
Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen, 1946 (Nr. 75)
Verdrag betreffende de lonen, de arbeidsduur aan boord en de bemanningssterkte, 1946 (Nr. 76)
Verdrag betreffende de vakantie met behoud van loon van zeelieden (herzien), 1949 (Nr. 91)
Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (herzien), 1949 (Nr. 92)
Verdrag betreffende de lonen, de arbeidsduur aan boord en de bemanningssterkte (herzien), 1949 (Nr. 93)
Verdrag betreffende de lonen, de arbeidsduur aan boord en de bemanningssterkte (herzien), 1958 (Nr. 109)
Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (aanvullende bepalingen), 1970 (Nr. 133)
Verdrag betreffende het voorkomen van ongevallen bij zeevarenden, 1970 (Nr. 134)
Verdrag betreffende de continuering van werkgelegenheid voor zeevarenden, 1976 (Nr. 145)
Verdrag betreffende jaarlijks verlof met behoud van loon voor zeevarenden, 1976 (Nr. 146)
Verdrag betreffende minimumnormen op koopvaardijschepen, 1976 (Nr. 147)
Protocol van 1996 bij het Koopvaardijverdrag (minimumnormen), 1976 (Nr. 147)
Verdrag betreffende het welzijn van zeevarenden, 1987 (Nr. 163)
Verdrag betreffende de bescherming van de gezondheid en de medische zorg, 1987 (Nr. 164)
Verdrag betreffende de sociale zekerheid van zeevarenden (herzien), 1987 (Nr. 165)
Verdrag betreffende de repatriëring van zeevarenden (herzien), 1987 (Nr. 166)
Arbeidsinspectieverdrag zeevarenden, 1996 (Nr. 178)
Verdrag betreffende werving van en arbeidsbemiddeling voor zeevarenden, 1996 (Nr. 179)
Verdrag betreffende de werktijden van zeevarenden en de bemanning van schepen, 1996 (Nr. 180).
Taken van Depositaris
Artikel XI
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen, aanvaardingen en opzeggingen ingevolge dit Verdrag.
Wanneer de in het artikel VIII, derde lid, bedoelde voorwaarden zijn vervuld, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop het Verdrag in werking treedt.
Artikel XII
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ten behoeve van registratie in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties, van alle bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen, aanvaardingen en opzeggingen die ingevolge dit Verdrag worden geregistreerd.
Bijzonder Tripartiet Comité
Artikel XIII
De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zorgt voor permanente toetsing van de werking van dit Verdrag door middel van een door hem ingesteld comité met bijzondere bevoegdheden op het gebied van maritieme arbeidsnormen.
Voor aangelegenheden die in overeenstemming met dit Verdrag worden behandeld, is het Comité samengesteld uit twee vertegenwoordigers benoemd door de Regering van elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, en uit de door de Raad van Beheer, na overleg met de Gemengde Maritieme Commissie, benoemde vertegenwoordigers van reders en zeevarenden.
De regeringsvertegenwoordigers van Leden die dit Verdrag nog niet hebben bekrachtigd, mogen in het Comité zitting hebben, maar hebben geen stemrecht ten aanzien van aangelegenheden die in overeenstemming met dit Verdrag worden behandeld. De Raad van Beheer kan andere organisaties of instellingen uitnodigen zich in het Comité door waarnemers te laten vertegenwoordigen.
De stemmen van elke vertegenwoordiger van reders en zeevarenden in het Comité worden zodanig gewogen dat gewaarborgd wordt dat de redersgroep en de zeevarendengroep elk de helft van het aantal stemmen bezitten van alle regeringen die op de betrokken vergadering vertegenwoordigd zijn en stemrecht hebben.
Wijziging van dit Verdrag
Artikel XIV
Wijzigingen van de bepalingen van dit Verdrag kunnen door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie worden aangenomen in het kader van artikel 19 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie en het reglement van orde van de Organisatie voor het aannemen van verdragen. Wijzigingen van de Code kunnen ook worden aangenomen volgens de procedures van artikel XV.
Aan Leden wier bekrachtigingen van dit Verdrag werden geregistreerd voorafgaand aan het aannemen van de wijziging, wordt de tekst van de wijziging ten behoeve van bekrachtiging aan hen toegezonden.
Aan de andere Leden van de Organisatie wordt de tekst van het Verdrag als gewijzigd toegezonden ten behoeve van bekrachtiging in overeenstemming met artikel 19 van het Statuut.
Een wijziging wordt geacht te zijn aanvaard op de datum waarop geregistreerde bekrachtigingen, van de wijziging of van het Verdrag als gewijzigd, naargelang van het geval, zijn ontvangen van ten minste 30 Leden met een gezamenlijk aandeel in de wereldbrutoscheepstonnage van ten minste 33 procent.
Een wijziging die is aangenomen in het kader van artikel 19 van het Statuut is uitsluitend verbindend voor de Leden van de Organisatie wier bekrachtigingen zijn geregistreerd door de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau.
Ten aanzien van elk in het tweede lid van dit artikel genoemde Lid wordt een wijziging van kracht 12 maanden na de datum van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde aanvaarding of 12 maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging van de wijziging is geregistreerd, naargelang van welke datum later valt.
Onverminderd het negende lid van dit artikel treedt het Verdrag als gewijzigd, ten aanzien van de in het derde lid van dit artikel bedoelde Leden, in werking 12 maanden na de datum van aanvaarding bedoeld in het vierde lid van dit artikel of 12 maanden na de datum waarop hun bekrachtigingen van het Verdrag zijn geregistreerd, naargelang van welke datum later valt.
Ten aanzien van de Leden wier bekrachtiging van dit Verdrag werd geregistreerd voorafgaand aan het aannemen van een wijziging, maar die de wijziging niet hebben bekrachtigd, blijft dit Verdrag van kracht zonder de desbetreffende wijziging.
Elk Lid waarvan de bekrachtiging van dit Verdrag is geregistreerd na het aannemen van de wijziging, doch voor de in het vierde lid van dit artikel bedoelde datum, kan – in een verklaring bij de akte van bekrachtiging – aangeven dat zijn bekrachtiging betrekking heeft op het Verdrag zonder de betrokken wijziging. Indien sprake is van een bekrachtiging zonder een dergelijke verklaring, treedt het Verdrag ten aanzien van het betrokken Lid in werking 12 maanden na de datum waarop de bekrachtiging werd geregistreerd. Wanneer een akte van bekrachtiging niet vergezeld gaat van een dergelijke verklaring, of wanneer de bekrachtiging wordt geregistreerd op of na de in het vierde lid bedoelde datum, treedt het Verdrag ten aanzien van het betrokken Lid in werking 12 maanden na de datum waarop de bekrachtiging werd geregistreerd en is de wijziging, zodra deze van kracht wordt in overeenstemming met het zevende lid van dit artikel, verbindend voor het betrokken Lid tenzij in de wijziging anders wordt bepaald.
Wijzigingen van de Code
Artikel XV
De Code kan worden gewijzigd door hetzij de procedure vervat in artikel XIV of, tenzij uitdrukkelijk anders is voorzien, in overeenstemming met de in dit artikel vervatte procedure.
Een wijziging van de Code kan worden voorgesteld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau door de regering van elk Lid van de Organisatie of door de groep van vertegenwoordigers van reders of de groep van vertegenwoordigers van zeevarenden die in het in artikel XIII bedoelde Comité zijn benoemd. Een wijziging die door een regering is voorgesteld, moet zijn voorgesteld door of worden ondersteund door ten minste vijf regeringen van Leden die het Verdrag hebben bekrachtigd of door de in dit lid bedoelde groep van vertegenwoordigers van reders of zeevarenden.
Nadat de Directeur-Generaal heeft geverifieerd of het voorstel tot wijziging voldoet aan de vereisten van het tweede lid van dit artikel, zendt hij het voorstel, voorzien van de nodig geachte commentaren of suggesties, onverwijld toe aan alle Leden van de Organisatie, met het verzoek aan hen om toezending van hun opmerkingen of suggesties betreffende het voorstel binnen een termijn van zes maanden of binnen een andere door de Raad van Beheer voorgeschreven termijn (die niet minder dan drie maanden en niet meer dan negen maanden mag bedragen).
Na verloop van de in het derde lid van dit artikel bedoelde termijn wordt het voorstel, voorzien van een samenvatting van eventuele opmerkingen of suggesties ingevolge dat lid, aan het Comité verzonden ten behoeve van behandeling tijdens een vergadering. Een wijziging wordt geacht door het Comité te zijn aangenomen indien:
- a. ten minste de helft van de regeringen van de Leden die dit Verdrag hebben bekrachtigd zijn vertegenwoordigd in de vergadering waarin het voorstel wordt behandeld; en
- b. een meerderheid van ten minste twee derde van de leden van het Comité voor de wijziging stemmen; en
- c. deze meerderheid van de stemmen voor omvat ten minste de helft van het aantal stemmen van de regeringen, de helft van het aantal stemmen van de reders en de helft van het aantal stemmen van de zeevarenden van de leden van het Comité die bij de vergadering zijn geregistreerd wanneer het voorstel ter stemming wordt gebracht.
Wijzigingen aangenomen in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel worden bij de volgende zitting van de Conferentie ter goedkeuring voorgelegd. Voor een dergelijke goedkeuring is een meerderheid vereist van twee derde van de stemmen die worden uitgebracht door de aanwezige afgevaardigden. Indien een dergelijke meerderheid niet wordt verkregen, wordt de voorgestelde wijziging voor hernieuwde behandeling naar het Comité terugverwezen, indien het Comité zulks wenselijk acht.
Van door de Conferentie goedgekeurde wijzigingen wordt door de Directeur-Generaal kennisgeving gedaan aan elk van de Leden wier bekrachtigingen van dit Verdrag werden geregistreerd voor de datum van de genoemde goedkeuring door de Conferentie. Deze Leden worden hieronder „de bekrachtigende Leden” genoemd. De kennisgeving omvat een verwijzing naar dit artikel en vermeldt de termijn voor de inzending van eventuele formele afwijzingen. Deze termijn bedraagt twee jaar, te rekenen vanaf de datum van kennisgeving, tenzij de Conferentie op het tijdstip van goedkeuring een andere termijn heeft vastgesteld, die ten minste een jaar bedraagt. Een afschrift van de kennisgeving wordt aan de andere Leden van de Organisatie ter informatie toegezonden.
Een door de Conferentie goedgekeurde wijziging wordt geacht te zijn aanvaard, tenzij aan het einde van de voorgeschreven termijn formele afwijzingen door de Directeur-Generaal zijn ontvangen van meer dan 40 procent van de Leden die het Verdrag hebben bekrachtigd en die ten minste 40 procent vormen van het bruto scheepstonnage van de Leden die het Verdrag hebben bekrachtigd.
Een wijziging die wordt geacht te zijn aanvaard, wordt zes maanden na afloop van de voorgeschreven termijn van kracht voor alle bekrachtigende Leden, behoudens voor die welke in overeenstemming met het zevende lid van dit artikel formeel kennis hebben gegeven van hun afwijzing en deze afwijzing niet hebben ingetrokken overeenkomstig het elfde lid. Niettemin:
- a. kan elk bekrachtigend Lid, voor het verstrijken van de voorgeschreven termijn, de Directeur-Generaal ervan in kennis stellen dat hij eerst door de wijziging wordt gebonden na een volgende uitdrukkelijke kennisgeving van zijn aanvaarding; en
- b. kan elk bekrachtigend Lid, voor de datum van het van kracht worden van de wijziging, de Directeur-Generaal ervan in kennis stellen dat hij die wijziging gedurende een aangegeven termijn niet uitvoert.
Een wijziging waarvoor een in het achtste lid, onderdeel a, van dit artikel bedoelde kennisgeving vereist is, wordt ten aanzien van het Lid dat deze kennisgeving doet van kracht zes maanden nadat het Lid aan de Directeur-Generaal kennis heeft gegeven van zijn aanvaarding van de wijziging of op de datum waarop de wijziging voor het eerst van kracht wordt, naargelang van welke datum later valt.
De in het achtste lid, onderdeel b, van dit artikel bedoelde termijn bedraagt ten hoogste een jaar, te rekenen vanaf de datum van het van kracht worden van de wijziging of een langere termijn die op het tijdstip van goedkeuring van de wijziging door de Conferentie is vastgesteld.
Een Lid dat formeel kennis heeft gegeven van zijn afwijzing van een wijziging, kan zijn afwijzing te allen tijde intrekken. Indien de kennisgeving van deze intrekking door de Directeur-Generaal wordt ontvangen nadat de wijziging van kracht is geworden, wordt de wijziging voor dat Lid van kracht zes maanden na de datum waarop de kennisgeving werd geregistreerd.
Na het van kracht worden van een wijziging kan het Verdrag uitsluitend worden bekrachtigd in de gewijzigde vorm.
Voor zover een maritiem arbeidscertificaat betrekking heeft op aangelegenheden die worden geregeld in een wijziging van het Verdrag die van kracht is geworden:
- a. is een Lid dat de wijziging heeft aanvaard niet verplicht het Verdrag toe te passen ten aanzien van maritieme arbeidscertificaten afgegeven aan schepen die de vlag voeren van een ander Lid dat:
- i. ingevolge het zevende lid van dit artikel formeel kennisgeving heeft gedaan van zijn afwijzing van de wijziging en een dergelijke afwijzing niet heeft ingetrokken; of
- ii. ingevolge het achtste lid, onderdeel a, van dit artikel kennis heeft gegeven van het feit dat zijn aanvaarding afhankelijk is van een latere uitdrukkelijke kennisgeving en de wijziging niet heeft aanvaard; en
- b. past een Lid dat de wijziging heeft aanvaard het Verdrag toe op de maritieme arbeidscertificaten afgegeven aan schepen die de vlag voeren van een ander Lid dat, ingevolge het achtste lid, onderdeel b, van dit artikel kennis heeft gegeven van het feit dat het die wijziging niet uitvoert gedurende de termijn die is vastgesteld in overeenstemming met het tiende lid van dit artikel.
Gezaghebbende talen
Artikel XVI
De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.
TITEL 1. MINIMUMVEREISTEN VOOR ZEEVARENDEN OM OP EEN SCHIP TE MOGEN WERKEN
Voorschrift 1.1. – Minimumleeftijd
Doel: Verzekeren dat er geen personen onder de minimumleeftijd op een schip werkzaam zijn
-
- Niemand onder de minimumleeftijd mag worden tewerkgesteld, in dienst worden genomen of werkzaam zijn op een schip.
-
- De minimumleeftijd op het tijdstip van de initiële inwerkingtreding van dit Verdrag is 16 jaar.
-
- Onder de in de Code vermelde omstandigheden is een hogere minimumleeftijd vereist.
-
- Het is verboden personen onder de leeftijd van 16 jaar op een schip te werk te stellen, in dienst te nemen of werkzaamheden te laten verrichten.
-
- Nachtarbeid van zeevarenden onder de 18 jaar is verboden. Voor de toepassing van deze norm wordt „nacht” omschreven in overeenstemming met de nationale wetten en gebruiken. De nacht bestrijkt een tijdvak van ten minste negen uur, dat uiterlijk aanvangt om middernacht en niet vroeger eindigt dan om 5 uur ’s ochtends.
-
- Op de strikte naleving van de beperking ten aanzien van nachtarbeid kan door de bevoegde autoriteit een uitzondering worden gemaakt wanneer:
- a. de feitelijke opleiding van de betrokken zeevarenden, in overeenstemming met vastgestelde programma’s en regelingen, in het geding zou komen; of
- b. de specifieke aard van de taak of een erkend opleidingsprogramma met zich meebrengt dat de zeevarenden waarop de uitzondering van toepassing is ’s nachts taken verrichten en de autoriteit, na overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden, bepaalt dat de werkzaamheden niet nadelig voor hun gezondheid of welzijn zullen zijn.
-
- Het is verboden zeevarenden onder de leeftijd van 18 jaar te werk te stellen, in dienst te nemen of werkzaamheden te laten verrichten wanneer de werkzaamheden hun gezondheid of veiligheid mogelijk in gevaar brengen. De in dit verband beoogde soorten werkzaamheden worden, na overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden, in overeenstemming met de desbetreffende internationale normen in de nationale wet- en regelgeving of door de bevoegde autoriteiten vastgesteld.
-
- Bij de regulering van de werk- en leefomstandigheden zouden de Leden bijzondere aandacht moeten schenken aan de behoeften van jongeren onder de 18 jaar.
Voorschrift 1.2. – Geneeskundige verklaring
Doel: Verzekeren dat alle zeevarenden medisch gezien in staat zijn hun taken op zee te vervullen
-
- Zeevarenden mogen niet op een schip werkzaam zijn, tenzij zij een officiële verklaring van medische geschiktheid voor de uitoefening van hun taken hebben.
-
- Uitzonderingen kunnen uitsluitend worden toegestaan voor zover omschreven in de Code.
-
- De bevoegde autoriteit verlangt dat zeevarenden, voorafgaand aan de aanvang van hun werkzaamheden op een schip, een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid bezitten waaruit blijkt dat zij medisch gezien in staat zijn de aan hen opgedragen taken op zee te vervullen.
-
- Teneinde te waarborgen dat geneeskundige verklaringen een juiste weergave geven van de gezondheidstoestand van zeevarenden in het licht van de taken die zij moeten vervullen, schrijft de bevoegde autoriteit, na overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden, en met behoorlijke inachtneming van de toepasselijke internationale leidraden bedoeld in Deel B van deze Code, de aard van het medisch onderzoek en de geneeskundige verklaring voor.
-
- Deze norm laat onverlet het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst („STCW-Verdrag”) van 1978, zoals gewijzigd. Een in overeenstemming met de vereisten van het STCW-Verdrag afgegeven medische verklaring wordt voor de toepassing van voorschrift 1.2 door de bevoegde autoriteit aanvaard. Wanneer het STCW-Verdrag op zeevarenden niet van toepassing is, wordt een medische verklaring die qua inhoud voldoet aan die vereisten eveneens aanvaard.
-
- De geneeskundige verklaring wordt afgegeven door een bevoegde geneeskundige of, in het geval van een verklaring die uitsluitend op het gezichtsvermogen betrekking heeft, door een medisch specialist die door de bevoegde autoriteit wordt erkend zijnde bevoegd tot afgifte van een dergelijke verklaring. Geneeskundigen en medisch specialisten moeten bij hun beroepsuitoefening volledig onafhankelijk zijn wat betreft hun medisch oordeel bij het verrichten van medische onderzoeksprocedures.
-
- Zeevarenden aan wie een verklaring is geweigerd of aan wie een beperking is opgelegd met betrekking tot hun arbeidsgeschiktheid, in het bijzonder ten aanzien van tijd, soort werk of vaargebied, worden in de gelegenheid gesteld zich nader te laten onderzoeken door een andere onafhankelijke geneeskundige of door een onafhankelijke als arbiter aangewezen medisch specialist.
-
- In elke geneeskundige verklaring moet met name worden vermeld dat:
- a. het gehoor en het gezichtsvermogen van de betrokken zeevarende, en het vermogen kleuren te onderscheiden in het geval van een zeevarende die belast wordt met taken waarbij de te verrichten werkzaamheden nadelig kunnen worden beïnvloed door verminderd kleurenonderscheidingsvermogen, toereikend zijn; en
- b. de betrokken zeevarende niet lijdt aan een medische aandoening die mogelijk wordt verergerd door werkzaamheden op zee of deze ongeschikt maakt voor dergelijke werkzaamheden of de gezondheid van andere opvarenden in gevaar kan brengen.
-
- Tenzij een kort tijdvak vereist is uit hoofde van de specifieke taken die door de betrokken zeevarende moeten worden vervuld of uit hoofde van het STCW-Verdrag:
- a. is een geneeskundige verklaring voor een tijdvak van ten hoogste twee jaar geldig, tenzij de zeevarende jonger is dan 18 jaar, in welk geval de geldigheidsduur ten hoogste een jaar bedraagt;
- b. is een verklaring betreffende het kleurenonderscheidingsvermogen voor een tijdvak van ten hoogste zes jaar geldig.
-
- In spoedeisende gevallen mag de bevoegde autoriteit een zeevarende toestaan zonder een geldige geneeskundige verklaring werkzaamheden te verrichten tot aan de volgende aanloophaven waar de zeevarende een medische verklaring kan verkrijgen van een geneeskundige of medisch specialist, mits:
- a. een dergelijke toestemming ten hoogste drie maanden geldt; en
- b. de betrokken zeevarende in het bezit is van een verlopen geneeskundige verklaring van recente datum.
-
- Indien de geldigheidstermijn van een verklaring gedurende een reis verstrijkt, blijft de verklaring van kracht tot aan de volgende aanloophaven waar de zeevarende een geneeskundige verklaring kan verkrijgen van een bevoegde arts, mits die termijn ten hoogste drie maanden bedraagt.
-
- De geneeskundige verklaringen voor zeevarenden die werkzaam zijn op schepen die als regel internationale reizen maken, moeten ten minste in het Engels worden opgesteld.
-
- De bevoegde autoriteit, geneeskundigen en medisch specialisten, onderzoekers, reders, vertegenwoordigers van zeevarenden en alle andere personen die betrokken zijn bij de uitvoering van onderzoeken naar de geneeskundige geschiktheid van kandidaat-zeevarenden en van actieve zeevarenden zouden rekening moeten houden met de Guidelines for Conducting Pre-sea and Periodic Medical Fitness Examinations for Seafarers van de Internationale Arbeidsorganisatie/Wereldgezondheidsorganisatie, alsmede aan alle latere versies hiervan, en aan alle andere van toepassing zijnde internationale richtlijnen die worden gepubliceerd door de Internationale Arbeidsorganisatie, de Internationale Maritieme Organisatie of de Wereldgezondheidsorganisatie.
Voorschrift 1.3. – Opleiding en kwalificaties
Doel: Verzekeren dat zeevarenden opgeleid of gekwalificeerd zijn om hun taken aan boord te verrichten
-
- Zeevarenden mogen uitsluitend op een schip werkzaam zijn, indien zij zijn opgeleid, een bevoegdheidsbewijs hebben of anderszins bevoegd zijn verklaard om hun taken te vervullen.
-
- Zeevarenden mogen uitsluitend op een schip werkzaam zijn, indien zij met succes een opleiding hebben voltooid voor persoonlijke veiligheid aan boord.
-
- Opleiding en afgifte van een bevoegdheidsbewijs in overeenstemming met de door de Internationale Maritieme Organisatie aangenomen bindende instrumenten worden beschouwd als toereikend voor de vereisten van het eerste en tweede lid van dit voorschrift.
-
- Elk Lid dat, op het tijdstip van zijn bekrachtiging van dit Verdrag, gebonden was door het Verdrag inzake bewijzen van bekwaamheid als volmatroos, 1946 (Nr. 74), blijft de verplichtingen ingevolge dat Verdrag vervullen tenzij en tot het moment waarop bindende bepalingen die op de in dat Verdrag behandelde onderwerpen betrekking hebben, zijn aangenomen door de Internationale Maritieme Organisatie en van kracht zijn geworden, of na afloop van vijf jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag in overeenstemming met het derde lid van artikel VIII, naargelang van welke datum eerder valt.
Voorschrift 1.4. – Werving en arbeidsbemiddeling
Doel: Verzekeren dat zeevarenden toegang hebben tot een doeltreffend en goed gereguleerd wervings- en arbeidsbemiddelingssysteem voor zeevarenden
-
- Alle zeevarenden moeten kosteloos toegang hebben tot een doeltreffend, adequaat en transparant systeem voor het vinden van werk aan boord van schepen.
-
- Werving- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden die actief zijn op het grondgebied van een Lid moeten voldoen aan de in de Code vervatte normen.
-
- Elk Lid verlangt, ten aanzien van zeevarenden die werkzaam zijn op schepen die zijn vlag voeren, dat reders die van wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten gebruikmaken die gevestigd zijn in landen of grondgebieden waar dit Verdrag niet van toepassing is, erop toezien dat die diensten voldoen aan de in de Code vervatte vereisten.
-
- Elk Lid dat een publieke wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst voor zeevarenden exploiteert, ziet erop toe dat die dienst op ordelijke wijze wordt geëxploiteerd, zodanig dat de arbeidsrechten van zeevarenden zoals in dit Verdrag voorzien worden beschermd en bevorderd.
-
- Wanneer op het grondgebied van een Lid private wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden actief zijn met als primair doel de werving en plaatsing van zeevarenden of die een aanzienlijk aantal zeevarenden werven en plaatsen, mogen deze uitsluitend worden geëxploiteerd in overeenstemming met een gestandaardiseerd systeem van vergunningen of certificering of andere vorm van regulering. Dit systeem mag alleen worden ingesteld, aangepast of gewijzigd na overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden. Indien twijfel bestaat omtrent de vraag of dit Verdrag van toepassing is op een private wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst doet de bevoegde autoriteit van elk Lid na overleg met de betrokken organisaties en van reders en zeevarenden uitspraak in deze kwestie. Excessieve groei van het aantal private wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten moet niet worden aangemoedigd.
-
- De bepalingen van het tweede lid van deze norm zijn – voor zover deze worden vastgesteld door de bevoegde autoriteiten, in overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden – eveneens van toepassing in het geval van wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten die worden geëxploiteerd door een organisatie van zeevarenden op het grondgebied van een Lid voor het aanbod van zeevarenden die ingezetene zijn van dat Lid voor schepen die zijn vlag voeren. Dit lid heeft betrekking op diensten die aan de volgende voorwaarden voldoen:
- a. de wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst wordt geëxploiteerd ingevolge een collectieve arbeidsovereenkomst tussen die organisatie en een reder;
- b. zowel de organisatie van zeevarenden als de reder zijn gevestigd op het grondgebied van het Lid;
- c. het Lid heeft nationale wet- en regelgeving of een procedure voor toestemming voor of vastlegging van de collectieve arbeidsovereenkomst waarmee de exploitatie van de wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst mogelijk wordt gemaakt; en
- d. de wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst wordt op ordelijke wijze geleid en teneinde de arbeidsrechten van zeevarenden te beschermen en te bevorderen zijn maatregelen genomen die vergelijkbaar zijn met de in het vijfde lid van deze norm genoemde maatregelen.
-
- Niets in deze norm of in voorschrift 1.4 wordt geacht:
- a. een Lid ervan te weerhouden een kosteloze publieke wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst voor zeevarenden in stand te houden in het kader van beleid gericht op het tegemoetkomen aan de behoeften van zeevarenden en reders, ongeacht of deze dienst deel uitmaakt van een publieke werkgelegenheidsinstantie voor alle werknemers en werkgevers of zijn werkzaamheden daarmee afstemt; of
- b. een Lid de verplichting op te leggen op zijn grondgebied een systeem in te stellen van private wervings- of arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden.
-
- Een Lid dat een systeem als bedoeld in het tweede lid van deze norm instelt, is gehouden in zijn wet- en regelgeving of via andere maatregelen, ten minste in het volgende te voorzien:
- a. verbieden dat wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden middelen, procedures of lijsten gebruiken die zijn bedoeld om zeevarenden te verhinderen of te ontmoedigen werk te vinden waarvoor zij gekwalificeerd zijn;
- b. verlangen dat er voor de werving en plaatsing van of het bieden van werk aan zeevarenden direct of indirect, geheel of ten dele, door de zeevarende geen heffingen of andere lasten verschuldigd zijn, behoudens de kosten die de zeevarende maakt voor het verkrijgen van een officiële nationale geneeskundige verklaring, het nationale monsterboekje en een paspoort of vergelijkbare persoonlijke reisdocumenten, evenwel afgezien van de kosten van visa, die door de reder worden gedragen; en
- c. verzekeren dat wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden op zijn grondgebied:
- i. ten behoeve van inspectie door de bevoegde autoriteit een actueel register wordt bijgehouden van alle zeevarenden die via hen zijn geworven of geplaatst;
- ii. ervoor zorgen dat zeevarenden vóór of bij het aangaan van hun verplichtingen op de hoogte worden gebracht van hun rechten en plichten uit hoofde van hun arbeidsovereenkomst en dat voor zeevarenden deugdelijke regelingen worden getroffen zodat zij hun arbeidsovereenkomst voor en na ondertekening kunnen bestuderen en er een afschrift van ontvangen;
- iii. verifiëren of zeevarenden die door hen worden geworven of geplaatst gekwalificeerd zijn en de benodigde documenten voor de desbetreffende betrekking bezitten, en dat de arbeidsovereenkomsten van de zeevarenden in overeenstemming zijn met de geldende wet- en regelgeving en met eventuele collectieve arbeidsovereenkomsten die deel uitmaken van de arbeidsovereenkomst;
- iv. ervoor zorgen, voor zover realiseerbaar, dat de reder de middelen heeft om te voorkomen dat zeevarenden in een buitenlandse haven worden achtergelaten;
- v. eventuele klachten betreffende hun activiteiten in behandeling nemen en hierop reageren en de bevoegde autoriteit van niet-afgehandelde klachten op de hoogte brengen;
- vi. een beschermingssysteem instellen, in de vorm van een verzekering of een gelijkwaardige passende maatregel, ter compensatie van financiële verliezen door zeevarenden als gevolg van eventuele nalatigheid door een wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst of de desbetreffende reder ingevolge de arbeidsovereenkomst van de zeevarende, van de verplichtingen ten aanzien van hen, en ervoor zorgen dat zeevarenden vóór of tijdens de wervingsprocedure, op de hoogte worden gebracht van hun rechten uit hoofde van dat systeem.
-
- De bevoegde autoriteit houdt nauwgezet toezicht op en controleert alle wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden die op het grondgebied van het betrokken Lid actief zijn. Alle vergunningen of certificaten of soortgelijke machtigingen voor de exploitatie van private diensten op het grondgebied worden uitsluitend verstrekt, verleend of verlengd zodra geverifieerd is of de betrokken wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst voor zeevarenden voldoet aan de vereisten van de nationale wet- en regelgeving.
-
- De bevoegde autoriteit moet ervoor zorg dragen dat er gepaste mechanismen en procedures bestaan voor onderzoek, indien nodig, naar klachten betreffende de activiteiten van wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden, waarbij, naargelang het geval, vertegenwoordigers van reders en zeevarenden worden betrokken.
-
- Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, moet voor zover mogelijk, zijn onderdanen wijzen op de problemen die zich kunnen voordoen bij het aanmonsteren op een schip dat de vlag voert van een Staat die het Verdrag niet heeft bekrachtigd, totdat het zekerheid heeft verkregen dat normen worden toegepast die gelijkwaardig zijn aan de normen die in dit Verdrag zijn vastgelegd. Daartoe strekkende maatregelen van het Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, mogen niet in strijd zijn met het beginsel van het vrije verkeer van werknemers, zoals bepaald in de verdragen waarbij de desbetreffende twee Staten eventueel partij zijn.
-
- Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd verlangt dat reders van schepen die zijn vlag voeren, die van wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten gebruikmaken die gevestigd zijn in landen of op grondgebieden waar dit Verdrag niet van toepassing is, erop – voor zover realiseerbaar – toezien dat die diensten voldoen aan de vereisten van deze norm.
-
- Niets in deze norm mag zodanig worden uitgelegd dat afgedaan wordt aan de verplichtingen en verantwoordelijkheden van reders of van een Lid ten aanzien van schepen die zijn vlag voeren.
-
- Bij het vervullen van haar verplichtingen ingevolge norm A1.4, eerste lid, zou de bevoegde autoriteit rekening moeten houden met:
- a. het nemen van de nodige maatregelen ter bevordering van daadwerkelijke samenwerking tussen wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden, ongeacht of deze publiek of privaat zijn;
- b. de behoeften van de maritieme industrie, zowel op nationaal als internationaal niveau, bij de ontwikkeling van opleidingsprogramma’s voor zeevarenden die deel uitmaken van de scheepsbemanning die verantwoordelijk is voor de veilige vaart van het schip en de voorkoming van verontreiniging, waarbij de reders, zeevarenden en de relevante opleidingsinstellingen betrokken worden;
- c. het maken van passende afspraken voor de samenwerking tussen de representatieve organisaties van reders en zeevarenden bij de organisatie en exploitatie van de publieke wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten, waar deze bestaan;
- d. het vaststellen van de voorwaarden, met zorgvuldige inachtneming van het recht op privacy en met de noodzaak de vertrouwelijkheid te beschermen, waaronder persoonsgegevens van zeevarenden door de wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden mogen worden verwerkt, met inbegrip van het verzamelen, opslaan, combineren en doorgeven aan derden van deze gegevens;
- e. de instandhouding van een regeling voor het verzamelen en analyseren van alle relevante informatie op de maritieme arbeidsmarkt, met inbegrip van het huidige en toekomstige aanbod aan zeevarenden die als bemanningsleden werkzaam zijn, gerangschikt naar leeftijd, geslacht, rang en bevoegdheden, en de behoeften van de bedrijfstak, waarbij het verzamelen van gegevens over leeftijd of geslacht uitsluitend is toegestaan voor statistische doeleinden of voor gebruik in het kader van een programma ter voorkoming van discriminatie op grond van leeftijd of geslacht;
- f. het erop toezien dat het personeel dat verantwoordelijk is voor het toezicht op publieke en private wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden een zich bezig houdt met bemanningsleden met taken op het gebied van de veilige vaart van het schip en de voorkoming van verontreiniging, een passende opleiding heeft genoten, met inbegrip van aantoonbare ervaring op zee, en de nodige kennis bezit van de maritieme sector, met inbegrip van de desbetreffende maritieme internationale instrumenten inzake opleiding, certificering en arbeidsnormen;
- g. het voorschrijven van exploitatienormen en gedragscodes en aannemen van ethische normen voor wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden; en
- h. het toezicht op het systeem van vergunningen of certificering op basis van een systeem van kwaliteitsnormen.
-
- Bij het instellen van het in norm A1.4, tweede lid, bedoelde systeem zou elk Lid moeten overwegen om van wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden die op zijn grondgebied gevestigd zijn, te verlangen dat deze verifieerbare exploitatiepraktijken ontwikkelen en in stand houden. In deze operationele praktijken voor private wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden en, voor zover van toepassing, voor publieke wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden, zouden de volgende aangelegenheden moeten worden geregeld:
- a. medische keuringen, identiteitsdocumenten voor zeevarenden en alle andere zaken die van zeevarenden kunnen worden verlangd bij het verkrijgen van een betrekking;
- b. met zorgvuldige inachtneming van het recht op privacy en van de noodzaak de vertrouwelijkheid te beschermen, het bijhouden van volledige registers van de zeevarenden die onder hun wervings- en arbeidsbemiddelingssysteem vallen, waarin ten minste zou dienen te worden vermeld:
- i. de kwalificaties van de zeevarende;
- ii. de staat van dienst;
- iii. de persoonsgegevens die relevant zijn voor de tewerkstelling; en
- iv. de medische gegevens die relevant zijn voor de tewerkstelling;
- c. het bijhouden van een actuele lijst van de schepen die de wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden van zeevarenden voorzien en ervoor zorgdragen dat er een manier is waarop de diensten in geval van nood te allen tijde kunnen worden bereikt;
- d. procedures om te garanderen dat zeevarenden niet worden uitgebuit door de wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden of het personeel hiervan met betrekking tot het aanbod van een betrekking op bepaalde schepen of door bepaalde maatschappijen;
- e. procedures om uitbuiting van zeevarenden te voorkomen, die zouden kunnen voorvloeien uit de uitbetaling van voorschotten op het salaris of andere financiële transacties tussen de reder en de zeevarenden die tot stand komen door tussenkomst van de wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor zeevarenden;
- f. duidelijk aangeven wat de eventuele kosten van het wervingsproces zijn die geacht worden door de zeevarende zelf te worden gedragen;
- g. verzekeren dat de zeevarenden op de hoogte worden gebracht van alle bijzondere voorwaarden die gelden voor de functie waarvoor zij worden aangenomen en van de bijzondere regels die door de reders worden gehanteerd met betrekking tot hun tewerkstelling;
- h. procedures voor de behandeling van gevallen van onbekwaamheid of onvoldoende discipline die in overeenstemming zijn met de beginselen van redelijkheid en billijkheid en met de nationale wetten en gebruiken en, indien van toepassing, met collectieve overeenkomsten;
- i. procedures om, voor zover uitvoerbaar, erop toe te zien dat alle verplichte certificaten en documenten die ter verkrijging van een betrekking worden overgelegd, actueel zijn en niet op frauduleuze wijze zijn verkregen en dat de referenties met betrekking tot hun arbeidsverleden worden geverifieerd;
- j. procedures om te waarborgen dat verzoeken om informatie of advies door familieleden van zeevarenden, wanneer de zeevarenden zich op zee bevinden, onverwijld, welwillend en kosteloos in behandeling worden genomen; en
- k. verifiëren of de arbeidsomstandigheden op schepen waarop zeevarenden te werk worden gesteld in overeenstemming zijn met de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten tussen een reder en een representatieve organisatie van zeevarenden en, overeenkomstig hun beleid, uitsluitend zeevarenden aanbieden aan reders die zeevarenden arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden bieden die voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving of collectieve overeenkomsten.
-
- Aandacht zou moeten worden besteed aan de bevordering van internationale samenwerking tussen Leden en relevante organisaties, door bijvoorbeeld:
- a. de systematische uitwisseling van informatie betreffende de maritieme sector en de maritieme arbeidsmarkt op bilaterale, regionale en multilaterale basis;
- b. de uitwisseling van informatie betreffende de maritieme arbeidswetgeving;
- c. de harmonisatie van beleid, werkwijzen en wetgeving op het gebied van de werving van en arbeidsbemiddeling voor zeevarenden;
- d. de verbetering van procedures en voorwaarden voor de internationale werving van en arbeidsbemiddeling voor zeevarenden; en
- e. de planning van het arbeidspotentieel, waarbij rekening moet worden gehouden met de vraag naar en het aanbod van zeevarenden en de behoeften van de maritieme sector.
TITEL 2. ARBEIDSVOORWAARDEN
Voorschrift 2.1. – Arbeidsovereenkomsten voor zeevarenden
Doel: Verzekeren dat zeevarenden een rechtvaardige arbeidsovereenkomst hebben
-
- De arbeidsvoorwaarden van een zeevarende moeten worden vastgelegd of er moet naar worden verwezen in een duidelijke, schriftelijke en rechtens afdwingbare overeenkomst en moeten in overeenstemming zijn met de in de Code vervatte normen.
-
- Een zeevarende gaat een arbeidsovereenkomst voor zeevarenden aan onder omstandigheden die waarborgen dat de zeevarende de gelegenheid heeft de in de overeenkomst genoemde voorwaarden en omstandigheden te bestuderen en hieromtrent advies in te winnen en deze op basis van vrijwilligheid te aanvaarden alvorens tot ondertekening over te gaan.
-
- Voor zover verenigbaar met het nationale recht en de gebruiken van het Lid wordt aangenomen dat eventuele toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten deel uitmaken van arbeidsovereenkomsten voor zeevarenden.
-
- Elk Lid neemt wet- en regelgeving aan waarin wordt bepaald dat schepen die zijn vlag voeren aan de volgende vereisten moeten voldoen:
- a. zeevarenden die op schepen werken die zijn vlag voeren, moeten een arbeidsovereenkomst voor zeevarenden hebben die door zowel de zeevarende als de reder of een vertegenwoordiger van de reder is ondertekend (of, wanneer zij geen werknemer zijn, een bewijs van een overeenkomst of soortgelijke regelingen) die hen de behoorlijke werk- en leefomstandigheden aan boord van het schip biedt die door dit Verdrag worden vereist;
- b. zeevarenden die een arbeidsovereenkomst voor zeevarenden ondertekenen, worden in de gelegenheid gesteld de overeenkomst vóór ondertekening te bestuderen en advies in te winnen, en krijgen alle andere benodigde faciliteiten om te waarborgen dat zij vrijwillig een overeenkomst zijn aangegaan met voldoende besef van hun rechten en verplichtingen;
- c. de betrokken zeevarende en reder moeten ieder een ondertekend origineel exemplaar van de arbeidsovereenkomst voor zeevarenden bezitten;
- d. er moeten maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat zeevarenden, met inbegrip van de kapitein van het schip, aan boord op eenvoudige wijze duidelijke informatie omtrent hun arbeidsvoorwaarden kunnen verkrijgen, en dat deze informatie, met inbegrip van een afschrift van de arbeidsovereenkomst voor zeevarenden, eveneens toegankelijk is voor toetsing door daartoe bevoegde functionarissen van een bevoegde autoriteit, met inbegrip van de autoriteiten in de havens die worden bezocht; en
- e. aan zeevarenden wordt een document uitgereikt dat een overzicht bevat van hun werkzaamheden aan boord van het schip.
-
- Wanneer een arbeidsovereenkomst voor zeevarenden geheel of gedeeltelijk onderdeel uitmaakt van een collectieve arbeidsovereenkomst, moet een afschrift van deze overeenkomst aan boord beschikbaar zijn. Wanneer de arbeidsovereenkomst voor zeevarenden en de eventueel toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst niet in het Engels is gesteld, moet het volgende eveneens in het Engels beschikbaar zijn (behoudens voor schepen die uitsluitend nationale reizen maken):
- a. een afschrift van het standaardmodel van de overeenkomst; en
- b. de gedeelten van de collectieve arbeidsovereenkomst die op grond van voorschrift 5.2 aan inspectie door een havenstaat onderworpen zijn.
-
- Het in het eerste lid, onderdeel e, van deze norm bedoelde document mag geen verklaring bevatten betreffende de kwaliteit van de werkzaamheden van de zeevarenden of betreffende hun loon. De vorm van het document, de vast te leggen gegevens alsmede de wijze waarop deze gegevens moeten worden ingevuld, wordt in de nationale wetgeving vastgesteld.
-
- Elk Lid neemt wet- en regelgeving aan waarin de aangelegenheden worden omschreven die moeten worden opgenomen in alle arbeidsovereenkomsten voor zeevarenden waarop zijn nationale recht van toepassing is. In alle gevallen moeten de arbeidsovereenkomsten voor zeevarenden de volgende gegevens bevatten:
- a. de volledige naam, geboortedatum of leeftijd, en de geboorteplaats van de zeevarende;
- b. de naam en het adres van de reder;
- c. de plaats waar en de datum waarop de arbeidsovereenkomst voor zeevarenden is gesloten;
- d. de functie waarin de zeevarende wordt tewerkgesteld;
- e. het bedrag van het loon van de zeevarende of, waar van toepassing, de formule die wordt gebruikt voor de berekening ervan;
- f. het bedrag van het tijdens het verlof doorbetaalde loon of, waar van toepassing, de formule die wordt gebruikt voor de berekening ervan;
- g. de beëindiging van de overeenkomst en de voorwaarden daarvan, met inbegrip van:
- i. indien de overeenkomst voor onbepaalde tijd is gesloten, de voorwaarden waaronder elke partij bevoegd is de overeenkomst te beëindigen, alsmede de vereiste opzegtermijn, die voor de reder niet korter mag zijn dan voor de zeevarende;
- ii. indien de overeenkomst voor bepaalde tijd is gesloten, de vastgestelde beëindigingsdatum van de overeenkomst; en
- iii. indien de overeenkomst is gesloten voor een reis, de haven van bestemming en de tijd die na aankomst moet zijn verstreken voordat de zeevarende van zijn taken moet worden ontheven;
- h. de door de reder aan de zeevarende te verstrekken prestaties voor ziektekosten- en socialezekerheidspremies;
- i. de aanspraak van de zeevarende op repatriëring;
- j. verwijzing naar de collectieve arbeidsovereenkomst, indien van toepassing; en
- k. alle overige bijzonderheden die uit hoofde van het nationale recht vereist kunnen zijn.
-
- Elk Lid neemt wet- en regelgeving aan waarin de minimumopzegtermijnen voor zeevarenden en reders zijn vastgelegd in geval van voortijdige beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor zeevarenden. De duur van deze minimumtermijnen wordt vastgesteld na overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden, maar bedraagt ten minste zeven dagen.
-
- Een kortere opzegtermijn dan de minimumtermijn kan worden gegeven onder omstandigheden die ingevolge de nationale wet- en regelgeving of toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten worden erkend als grond voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst met inachtneming van een kortere of zonder opzegtermijn. Bij de vaststelling van die omstandigheden verzekert elk Lid zich ervan dat rekening wordt gehouden met de wens van de zeevarende de arbeidsovereenkomst met inachtneming van een kortere opzegtermijn of, op humanitaire of andere dringende gronden zonder opzegtermijn en zonder sanctie te kunnen beëindigen.
-
- Bij de vaststelling van de bijzonderheden die in de in het eerste lid, onderdeel e, van norm A2.1 bedoelde staat van dienst moeten worden vastgelegd, zou elk Lid zich ervan moeten verzekeren dat dit document voldoende informatie bevat, met een vertaling in het Engels, om het verkrijgen van een latere betrekking te vergemakkelijken of te voldoen aan de vereisten van dienst op zee voor een hogere rang of promotie. Een monsterboekje van zeevarenden kan tegemoetkomen aan de vereisten van het eerste lid, onderdeel e, van die norm.
Voorschrift 2.2. – Lonen
Doel: Verzekeren dat zeevarenden voor hun diensten worden betaald
-
- Alle zeevarenden moeten regelmatig en volledig in overeenstemming met hun arbeidsovereenkomsten voor hun werk worden betaald.
-
- Elk Lid verlangt dat betalingen verschuldigd aan zeevarenden die werken op schepen die zijn vlag voeren met tussenpozen van ten hoogste een maand en in overeenstemming met iedere toepasselijke collectieve overeenkomst wordt voldaan.
-
- Aan zeevarenden wordt een maandelijks overzicht verstrekt van de verschuldigde betalingen en de betaalde bedragen, inclusief loon, aanvullende betalingen en de gehanteerde wisselkoers wanneer de betaling heeft plaatsgevonden in een munteenheid of tegen een koers die afwijkt van hetgeen werd overeengekomen.
-
- Elk Lid verlangt dat reders maatregelen treffen, zoals vervat in het vierde lid van deze norm, om zeevarenden de mogelijkheid te verschaffen hun verdiensten geheel of gedeeltelijk over te maken aan hun familie, van hen afhankelijke personen of rechthebbenden.
-
- Maatregelen om te waarborgen dat zeevarenden in staat zijn hun verdiensten aan hun familie over te maken omvatten:
- a. een systeem dat zeevarenden in staat stelt om, indien zij dat wensen, op het tijdstip waarop zij hun betrekking aangaan of gedurende de betrekking, met regelmatige tussenpozen een gedeelte van hun loon via bankoverschrijvingen of op soortgelijke wijze naar hun familie over te maken; en
- b. een vereiste dat overmakingen zowel binnen een bepaalde tijd moeten worden uitgevoerd als rechtstreeks aan de daartoe door de zeevarenden aangewezen persoon of personen.
-
- Eventuele heffingskosten voor de in het derde en vierde lid van deze norm bedoelde diensten moeten redelijk qua hoogte zijn, en de wisselkoers moet, tenzij anderszins bepaald, in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving, de op de markt geldende koers of de officieel gepubliceerde koers zijn en mag niet nadelig zijn voor de zeevarenden.
-
- Elk Lid dat nationale wet- en regelgeving aanneemt die van toepassing is op de lonen van zeevarenden moet de in Deel B van de Code aangereikte leidraad naar behoren in acht nemen.
-
- Voor de toepassing van deze leidraad wordt verstaan onder:
- a. volmatroos, een zeevarende die geacht wordt over de vakbekwaamheid te beschikken om elke taak te vervullen die van een aan dek dienst doende matroos kan worden verlangd, anders dan de taken van leidinggevend of specialistisch personeel, of overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving of nationale gebruiken, of krachtens een collectieve overeenkomst, als zodanig wordt aangemerkt;
- b. standaardbeloning of -loon, de beloning, ongeacht hoe deze is opgebouwd, voor normale arbeidsuren; hierin zijn niet begrepen betalingen voor overuren, premies, gratificaties, betaald verlof of enige andere aanvullende vergoeding;
- c. geconsolideerd loon, loon waarin de standaardbeloning en andere aan de beloning gerelateerde vergoedingen zijn begrepen; het geconsolideerde loon kan een vergoeding voor alle gemaakte overuren en alle andere aan de beloning gerelateerde vergoedingen omvatten, of, in geval van een partieel geconsolideerd- loon, alleen bepaalde vergoedingen omvatten;
- d. arbeidsuren, de tijd gedurende welke zeevarenden worden geacht werkzaamheden te verrichten ten behoeve van het schip;
- e. overuren, de arbeidsuren gemaakt boven de normale arbeidsuren.
-
- Voor zeevarenden wier vergoeding een aparte vergoeding voor gewerkte overuren behelst:
- a. zou het normale aantal arbeidsuren op zee en in de haven voor de berekening van het loon niet meer mogen bedragen dan acht uur per dag;
- b. zou voor de berekening van het aantal overuren, het aantal normale arbeidsuren per week waarvoor de standaardbeloning of -loon geldt moeten worden voorgeschreven door de nationale wet- en regelgeving, voor zover dit niet in collectieve overeenkomsten wordt bepaald; het normale aantal arbeidsuren zou evenwel niet meer mogen bedragen dan 48 uur per week en in collectieve overeenkomsten kan worden voorzien in een andere, doch niet minder gunstige behandeling;
- c. zou het tarief of de tarieven voor de vergoeding van overuren, dat niet minder dan 125% mag bedragen van de standaardbeloning of -loon per uur, moeten worden voorgeschreven door de nationale wet- en regelgeving of door middel van een collectieve overeenkomst, indien van toepassing; en
- d. zouden door de kapitein of door een door hem aangewezen persoon, overzichten van alle gemaakte overuren moeten worden bijgehouden, die met tussenpozen van ten hoogste een maand door de zeevarende moeten worden geparafeerd.
-
- Voor zeevarenden wier loon geheel of ten dele geconsolideerd is:
- a. zou in de arbeidsovereenkomst voor zeevarenden duidelijk, waar van toepassing, het aantal uren arbeid dat van de zeevarende in ruil voor deze vergoeding wordt verwacht, moeten worden aangegeven alsmede eventuele gratificaties die in aanvulling op het geconsolideerde loon verschuldigd zouden kunnen zijn, en onder welke omstandigheden;
- b. zou, wanneer overuren moeten worden uitbetaald voor arbeid verricht boven de uren waarvoor het geconsolideerde loon geldt, het uurtarief ten minste 125% moeten bedragen van het basispercentage dat geldt voor het in het eerste lid van deze leidraad omschreven normale aantal arbeidsuren; hetzelfde beginsel zou moeten worden toegepast op overuren die bij het geconsolideerde loon zijn inbegrepen;
- c. zou de vergoeding voor het deel van het geheel of ten dele geconsolideerde loon dat het in het eerste lid, onderdeel a, van deze leidraad omschreven normale aantal arbeidsuren betreft, niet lager mogen zijn dan het geldende minimumloon; en
- d. voor zeevarenden wier loon gedeeltelijk geconsolideerd is, zouden overzichten moeten worden bijgehouden van alle gemaakte overuren en overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, onderdeel d, van deze leidraad worden geparafeerd.
-
- In de nationale wet- en regelgeving of collectieve overeenkomsten kan worden bepaald dat overuren of werkzaamheden verricht op de wekelijkse rustdag en op algemene feestdagen kunnen worden gecompenseerd door ten minste een gelijk aantal uren verlof en verlof om van boord te gaan of door aanvullend verlof of door elke andere compensatie waarin kan worden voorzien.
-
- In de nationale wet- en regelgeving, aangenomen na overleg met de representatieve organisaties van reders en zeevarenden of, indien van toepassing, in de collectieve overeenkomsten, zou rekening moeten worden gehouden met de volgende beginselen:
- a. het principe van gelijke vergoeding voor gelijkwaardig werk zou moeten worden toegepast op alle zeevarenden werkzaam op hetzelfde schip, zonder discriminatie op grond van ras, huidskleur, geslacht, geloofsovertuiging, politieke overtuiging, nationale herkomst of sociale achtergrond;
- b. de arbeidsovereenkomst voor zeevarenden waarin de toepasselijke lonen of loonschalen worden vermeld, zou aan boord van het schip aanwezig moeten zijn; informatie over de hoogte van de lonen of loonschalen zou aan elke zeevarende ter beschikking moeten worden gesteld, hetzij door overhandiging aan de zeevarende van ten minste een ondertekend afschrift van de desbetreffende informatie in een voor hem te begrijpen taal, hetzij door een afschrift van de overeenkomst op te hangen op een voor de zeevarenden gemakkelijk toegankelijke plaats of op elke andere passende wijze;
- c. de lonen zouden moeten worden uitbetaald in een wettig betaalmiddel; waar van toepassing, in de vorm van een bankoverschrijving, bank- of girocheque of postwissel;
- d. bij de beëindiging van de tewerkstelling zouden alle verschuldigde vergoedingen zonder onnodige vertraging moeten worden betaald;
- e. de bevoegde autoriteit zou adequate sancties of andere passende dwangmiddelen moeten opleggen aan reders die de betaling van alle verschuldigde vergoedingen onnodig vertragen of niet tot de betaling ervan overgaan;
- f. de lonen zouden rechtstreeks moeten worden overgemaakt op de aangewezen bankrekeningen van de zeevarenden, tenzij zij schriftelijk anderszins verzoeken;
- g. onverminderd onderdeel h van dit lid zou de reder geen beperkingen mogen opleggen ten aanzien van de vrijheid van zeevarenden om over hun vergoeding te beschikken;
- h. inhoudingen op de vergoeding zouden alleen mogen worden toegestaan indien:
- i. er in de nationale wet- en regelgeving of een geldende collectieve overeenkomst een uitdrukkelijke bepaling bestaat en de zeevarende, op de door de bevoegde autoriteiten meest geschikt geachte wijze, op de hoogte is gebracht van de voorwaarden voor dergelijke inhoudingen; en
- ii. het totaal van deze inhoudingen niet de limiet overschrijdt die hiervoor ingevolge de nationale wet- en regelgeving, collectieve overeenkomsten of rechterlijke beslissingen kan zijn vastgesteld;
- i. op de vergoedingen van een zeevarende zouden geen inhoudingen mogen plaatsvinden die verband houden met het verkrijgen of behouden van werk;
- j. geldelijke boetes opgelegd aan zeevarenden anders dan toegestaan door de nationale wet- en regelgeving, collectieve overeenkomsten of andere maatregelen, zouden moeten worden verboden;
- k. de bevoegde autoriteit dient gemachtigd te zijn om, in het belang van de betrokken zeevarenden, de aan boord aanwezige winkels en diensten te inspecteren om te verifiëren of er eerlijke en redelijke prijzen worden gehanteerd; en
- l. voor zover vorderingen van zeevarenden met betrekking tot hun loon en andere aan hen met betrekking tot hun tewerkstelling verschuldigde bedragen niet worden gegarandeerd overeenkomstig de bepalingen van het Internationaal Verdrag inzake maritieme panden en hypotheken, 1993, dienen deze vorderingen te worden beschermd in overeenstemming met het Verdrag inzake de bescherming van de werknemersvorderingen in geval van betalingsonmacht van hun werkgever, 1992 (Nr. 173).
-
- Elk Lid zou, na overleg met representatieve organisaties van reders en zeevarenden, procedures moeten instellen om klachten in behandeling te nemen met betrekking tot elke aangelegenheid waarin deze leidraad voorziet.
-
- Onverminderd het beginsel van vrije collectieve onderhandelingen zou elk Lid, na overleg met de representatieve organisaties van reders en zeevarenden, procedures moeten instellen voor de vaststelling van de minimumlonen van zeevarenden. Bij de uitvoering van deze procedures zouden representatieve organisaties van reders en zeevarenden moeten worden betrokken.
-
- Bij de instelling van deze procedures en bij de vaststelling van de minimumlonen zou zorgvuldig rekening moeten worden gehouden met de internationale arbeidsnormen betreffende de vaststelling van het minimumloon, alsook met de volgende beginselen:
- a. bij de hoogte van de minimumlonen dient rekening te worden gehouden met de aard van de maritieme arbeid, met de bemanningssterkte aan boord van de schepen en met de normale arbeidsuren van zeevarenden; en
- b. de hoogte van de minimumlonen zou moeten worden aangepast aan de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud en aan de behoeften van de zeevarenden.
-
- De bevoegde autoriteit zou moeten verzekeren:
- a. dat door middel van een stelsel van toezicht en sancties de betaalde lonen niet lager zijn dan de vastgestelde hoogte; en
- b. dat zeevarenden die een lager bedrag ontvangen dan het minimumloon, de hun nog verschuldigde som kunnen invorderen door middel van een snelle, niet-kostbare gerechtelijke of andere procedure.
-
- De standaardbeloning of -loon voor een kalendermaand dienst door een volmatroos zou niet lager mogen zijn dan het periodiek door de Gemengde Maritieme Commissie of een ander hiertoe door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau gemachtigd orgaan vastgestelde bedrag. Naar aanleiding van een besluit hiertoe door de Raad van Beheer, stelt de Directeur-Generaal de Leden van de Organisatie in kennis van elke herziening van het vastgestelde bedrag.
-
- Niets in deze leidraad wordt geacht afbreuk te doen aan regelingen tussen reders of hun organisaties en de organisaties van zeevarenden met betrekking tot de regulering van standaard minimumarbeidsvoorwaarden, mits deze voorwaarden door de bevoegde autoriteit zijn erkend.
Voorschrift 2.3. – Arbeidstijden en rusttijden
Doel: Verzekeren dat zeevarenden gereguleerde arbeidstijden en rusttijden hebben
-
- Elk Lid moet ervoor zorgdragen dat de arbeidstijden en rusttijden voor zeevarenden worden gereguleerd.
-
- Elk Lid stelt maximumarbeidstijden of minimumrusttijden voor gegeven tijdvakken in die in overeenstemming zijn met de bepalingen van de Code.
-
- Voor de toepassing van deze norm wordt verstaan onder:
- a. arbeidstijden, de tijd gedurende welke zeevarenden worden geacht werkzaamheden te verrichten ten behoeve van het schip;
- b. rusttijden, de tijd die buiten de arbeidstijd valt; hieronder worden korte pauzes niet begrepen.
-
- Elk Lid stelt, binnen de in het vijfde tot en met achtste lid van deze norm genoemde grenzen, hetzij de maximumarbeidstijd vast die binnen een bepaald tijdvak niet mag worden overschreden, hetzij de minimumrusttijd die binnen een bepaald tijdvak moet worden verschaft.
-
- Elk Lid erkent dat de norm voor de arbeidstijden voor zeevarenden, evenals voor andere werknemers, acht uur per dag is, met een rustdag per week en rust op algemene feestdagen. Dit belet het Lid echter niet procedures te hebben voor het toestaan of vastleggen van een collectieve overeenkomst waarin de normale arbeidstijden voor zeevarenden worden vastgesteld op een basis die niet minder gunstig is dan deze norm.
-
- Bij de vaststelling van de nationale normen houdt elk Lid rekening met het gevaar van oververmoeidheid van zeevarenden, in het bijzonder van hen die taken verrichten die betrekking hebben op de veiligheid van de navigatie en de veilige bedrijfsvoering op het schip.
-
- De arbeids- en rusttijden moeten binnen de volgende grenzen worden vastgesteld:
- a. de maximumarbeidstijd mag niet meer bedragen dan: of
- i. 14 uur in ieder tijdvak van 24 uur; en
- ii. 72 uur in ieder tijdvak van zeven dagen;
- b. de minimumrusttijd mag niet minder bedragen dan:
- i. 10 uur in ieder tijdvak van 24 uur; en
- ii. 77 uur in ieder tijdvak van zeven dagen.
-
- Rusttijden mogen worden verdeeld in ten hoogste twee tijdvakken, waarvan er een ten minste zes uur moet bedragen, en het tijdsverloop tussen twee opvolgende rustperioden mag niet meer dan 14 uur bedragen.
-
- Monsteringen, brandweer- en reddingsoefeningen en oefeningen voorgeschreven door de nationale wet- en regelgeving en internationale instrumenten moeten zodanig worden uitgevoerd dat hierdoor de verstoring van de rustperioden zoveel mogelijk wordt beperkt en geen oververmoeidheid wordt veroorzaakt.
-
- Wanneer een zeevarende oproepbaar is, bijvoorbeeld wanneer een machinekamer onbemand is, moet de zeevarende een behoorlijke rustperiode ter compensatie krijgen indien de normale rustperiode wordt onderbroken vanwege werkoproepen.
-
- Indien er geen collectieve overeenkomsten of arbitraire beslissingen bestaan of indien de bevoegde autoriteit oordeelt dat het bepaalde in de overeenkomst of beslissing ten aanzien van het in het zevende of achtste lid van deze norm gestelde ontoereikend is, moet de bevoegde autoriteit de nodige bepalingen vaststellen teneinde te waarborgen dat de betrokken zeevarenden voldoende rust genieten.
-
- Elk Lid moet verlangen dat op een gemakkelijk toegankelijke plaats een overzicht wordt opgehangen van de organisatie van de werkzaamheden aan boord, dat voor elke functie ten minste de volgende gegevens moet bevatten:
- a. het rooster voor dienst op zee en dienst in de haven; en
- b. de maximumarbeidstijd of de minimumrusttijd vereist door nationale wet- en regelgeving of geldende collectieve overeenkomsten.
-
- Het in het tiende lid van deze norm bedoelde overzicht moet worden opgesteld in een standaardmodel in de werktaal of -talen van het schip en in het Engels.
-
- Elk Lid verlangt dat overzichten worden bijgehouden van de dagelijkse arbeidstijden of de dagelijkse rusttijden van zeevarenden om de naleving van het vijfde tot en met elfde lid van deze norm te controleren. De overzichten moeten gebaseerd zijn op een standaardmodel dat, met inachtneming van de beschikbare leidraden van de Internationale Arbeidsorganisatie, is opgesteld door de bevoegde autoriteit, of op een door de Organisatie opgesteld standaardmodel. Zij moeten zijn gesteld in de in het elfde lid 11 van deze norm vereiste talen. De zeevarenden ontvangen een afschrift van de op hen betrekking hebbende overzichten, die worden geparafeerd door de kapitein, of door een door de kapitein bevoegd verklaarde persoon, en door de zeevarenden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)