Maritiem arbeidsverdrag, 2006
-
- Wanneer een lading die als gevaarlijk wordt aangemerkt niet is opgenomen in de meest recente uitgave van de Handleiding voor medische eerste hulp bij ongevallen met gevaarlijke stoffen, zou de nodige informatie over de aard van de stoffen, over de risico’s, de nodige voorzieningen voor persoonlijke bescherming, de relevante medische procedures en specifieke tegengiffen voor zeevarenden toegankelijk moeten zijn. De specifieke tegengiffen en persoonlijke beschermingsmiddelen moeten aan boord aanwezig zijn wanneer gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Deze informatie zou moeten zijn opgenomen in de beleidsregels en in de programma’s van het schip betreffende arbeidsomstandigheden als beschreven in voorschrift 4.3 en in de daaraan gerelateerde bepalingen in de Code.
-
- Op alle schepen zou een volledige en actuele lijst van radiostations aanwezig moeten zijn via welke medisch advies kan worden verkregen; indien het schip met een satellietcommunicatiesysteem is uitgerust moet bovendien een actuele en volledige lijst aan boord zijn van kust-grondstations via welke medisch advies kan worden verkregen. Zeevarenden die verantwoordelijk zijn voor de medische zorg of eerste hulp aan boord moeten zijn geïnstrueerd in het gebruik van de medische handleiding van het schip en het medisch gedeelte van de meest recente uitgave van het Internationaal Seinboek teneinde hen in staat te stellen te begrijpen welke informatie de adviserende arts nodig heeft alsmede te begrijpen wat dit advies inhoudt.
-
- Het standaardformulier voor medische rapportage als vereist ingevolge Deel A van deze Code zou zodanig moeten zijn ontworpen dat de uitwisseling van medische en daaraan gerelateerde informatie betreffende individuele zeevarenden tussen het schip en de wal in geval van ziekte of ongeval wordt vergemakkelijkt.
-
- De medische voorzieningen aan wal voor de behandeling van zeevarenden zouden voor het doel geschikt moeten zijn. De artsen, tandartsen en het overige medisch personeel zouden naar behoren gekwalificeerd moeten zijn.
-
- Maatregelen zouden moeten worden genomen om zeevarenden, wanneer zij in de haven zijn, de toegang te bieden tot:
- a. een poliklinische behandeling bij ziekte of ongeval;
- b. ziekenhuisopname indien nodig; en
- c. tandheelkundige behandeling, vooral in noodgevallen.
-
- Passende maatregelen zouden moeten worden getroffen om de behandeling van zeevarenden die aan een kwaal lijden te vergemakkelijken. In het bijzonder moeten zeevarenden onverwijld en zonder problemen worden toegelaten tot klinieken en ziekenhuizen aan wal, ongeacht hun nationaliteit of godsdienst, en waar mogelijk moeten – indien nodig – regelingen worden getroffen om voortzetting van de behandeling ter aanvulling op de medische voorzieningen die hen ter beschikking staan, te waarborgen.
-
- Elk Lid zou ervoor moeten zorgen dat zeevarenden niet worden verhinderd om van boord te gaan om volksgezondheidsredenen en dat ze in staat zijn om de scheepsvoorraden, brandstof, water, voedsel en voorraden te kunnen aanvullen.
-
- Zeevarenden worden geacht onmiddellijk medische zorg nodig te hebben in geval van, maar niet beperkt tot:
- a. elk ernstig letsel of elke ernstige ziekte;
- b. letsel dat of ziekte die tot tijdelijke of blijvende invaliditeit kunnen leiden;
- c. een overdraagbare ziekte waarbij een risico van overdracht op andere bemanningsleden bestaat;
- d. enig letsel met botbreuken, hevig bloedverlies, afgebroken of ontstoken tanden of ernstige brandwonden;
- e. ernstige pijn die aan boord van het schip niet kan worden behandeld, rekening houdend met het operationele patroon van het schip, de beschikbaarheid van geschikte pijnstillers en de gevolgen voor de gezondheid van het innemen daarvan gedurende langere tijd;
- f. zelfmoordrisico; en
- g. een geneeskundige adviesdienst op afstand die behandeling aan wal aanbeveelt.
-
- Elk Lid zou de nodige aandacht moeten geven aan deelname aan internationale samenwerking op het gebied van bijstand, programma’s en onderzoek op het gebied van gezondheidsbescherming en medische zorg. Een dergelijke samenwerking zou betrekking kunnen hebben op:
- a. het ontwikkelen en coördineren van opsporings- en reddingsacties en het organiseren van snelle medische hulp en evacuatie op zee in geval van ernstige ziekte of bij een ernstig ongeval aan boord van een schip, door middel van systemen voor periodieke melding van de scheepspositie, coördinatiecentra voor reddingsoperaties en de inzet van helikopters bij noodgevallen, zulks in overeenstemming met het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee, 1979, als gewijzigd, en de International Aeronautical and Maritime Search and Rescue (IAMSAR) Manual;
- b. het optimaal gebruik maken van alle schepen die een arts aan boord hebben en van op zee gestationeerde schepen die hospitaal- en reddingsfaciliteiten kunnen verschaffen;
- c. het opstellen en bijhouden van een internationale lijst van artsen en medische instellingen die over de hele wereld beschikbaar zijn voor het verlenen van spoedeisende medische hulp aan zeevarenden;
- d. het debarkeren van zeevarenden voor spoedeisende hulp;
- e. het repatriëren, zodra dit mogelijk is, van zeevarenden die in het buitenland in een ziekenhuis zijn opgenomen overeenkomstig het medisch advies van de behandelende artsen en rekening houdend met de wensen en de behoeften van de zeevarende;
- f. het zorgen voor persoonlijke bijstand aan zeevarenden tijdens de repatriëring overeenkomstig het medisch advies van de behandelende artsen en rekening houdend met de wensen en de behoeften van de zeevarende;
- g. het streven naar de oprichting van gezondheidscentra voor zeevarenden teneinde:
- i. onderzoek te doen naar de gezondheidstoestand, de medische behandeling en de preventieve gezondheidszorg voor zeevarenden; en
- ii. medici en personeel in de gezondheidszorg op te leiden in de maritieme geneeskunde;
- h. het verzamelen en evalueren van statistische gegevens inzake arbeidsongevallen, beroepsziekten en sterfgevallen van zeevarenden en het opnemen van de statistieken in een nationaal systeem van statistieken dat de arbeidsongevallen en beroepsziekten van andere categorieën werknemers omvat en ze daarmee in overeenstemming brengen;
- i. het organiseren van internationale uitwisselingen van technische informatie, lesmateriaal en docenten, alsmede het organiseren van internationale cursussen, seminars en werkgroepen;
- j. het verschaffen van speciale, zowel curatieve als preventieve gezondheidszorg- en medische diensten aan alle zeevarenden in de havens of het hen ter beschikking stellen van algemene gezondheids- en revalidatiediensten; en
- k. het regelen van de repatriëring van het stoffelijk overschot of van de as van overleden zeevarenden overeenkomstig hun wensen of de wensen van hun nabestaanden, zoals gepast is en zo spoedig als dit praktisch mogelijk is.
-
- De internationale samenwerking op het gebied van gezondheidsbescherming en medische zorg voor zeevarenden zou gebaseerd moeten zijn op bilaterale of multilaterale overeenkomsten of op overleg tussen Leden.
-
- Elk Lid zou maatregelen moeten nemen ter waarborging van behoorlijke en voldoende medische zorg voor de gezinsleden van zevarenden die van hen afhankelijk zijn die op zijn grondgebied woonachtig zijn, hangende de ontwikkeling van een medische dienst voor werknemers en hun gezinsleden indien dergelijke diensten niet bestaan, en moet het Internationaal Arbeidsbureau op de hoogte brengen van de voor dit doel getroffen maatregelen.
Voorschrift 4.2. – Aansprakelijkheid van de reder
Doel:Verzekeren dat zeevarenden worden beschermd tegen de financiële gevolgen van ziekte, ongeval of overlijden die voortvloeien uit hun werkzaamheden
-
- Elk Lid dient te waarborgen dat er, in overeenstemming met de Code, op schepen die zijn vlag voeren maatregelen zijn getroffen om zeevarenden die op de schepen werkzaam zijn recht geven op materiële bijstand en ondersteuning door de reder ter zake van de financiële gevolgen van ziekte, ongeval of overlijden terwijl zij werkzaam zijn uit hoofde van een arbeidsovereenkomst voor zeevarenden of voortvloeiend uit hun tewerkstelling ingevolge een dergelijke overeenkomst.
-
- Dit voorschrift doet geen afbreuk aan andere rechtsmiddelen die een zeevarende zou kunnen aanwenden.
-
- Elk Lid neemt wet- en regelgeving aan waarin wordt vereist dat reders van schepen die zijn vlag voeren verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de gezondheid en medische zorg van alle zeevarenden die aan boord van de schepen werken, in overeenstemming met de volgende minimumnormen:
- a. reders zijn aansprakelijk voor de kosten gemaakt door op hun schepen werkzame zeevarenden met betrekking tot ziekte en ongevallen van de zeevarenden die zich voordoen tussen de datum van de aanvang van de dienst en de datum waarop zij worden geacht naar behoren te zijn gerepatrieerd, of voortvloeiend uit hun tewerkstelling tussen die data;
- b. reders moeten financiële zekerheid stellen ten behoeve van compensatie in het geval van overlijden of langdurige arbeidsongeschiktheid van zeevarenden als gevolg van een bedrijfsongeval, beroepsziekte of bedrijfsrisico, als vervat in de nationale wetgeving, de arbeidsovereenkomst voor zeevarenden of collectieve arbeidsovereenkomst;
- c. reders zijn aansprakelijk voor de vergoeding van kosten van medische zorg, met inbegrip van medische behandeling en de verstrekking van de benodigde geneesmiddelen en overige therapeutische middelen en kost en inwoning buiten het land waar hij thuisbehoort totdat de zieke of gewonde zeevarende is hersteld, of verklaard is dat de ziekte of arbeidsongeschiktheid van blijvende aard is; en
- d. reders zijn aansprakelijk voor de betaling van de uitvaartkosten in geval van overlijden aan boord van het schip of aan wal gedurende de periode van aanstelling.
-
- De nationale wet- en regelgeving kan de aansprakelijkheid van de reder voor de vergoeding van de kosten van medische zorg en kost en inwoning beperken tot een tijdvak van ten minste 16 weken, te rekenen vanaf de datum van het ongeval of van de aanvang van de ziekte.
-
- Wanneer de ziekte of het letsel leidt tot arbeidsongeschiktheid is de reder aansprakelijk:
- a. voor de betaling van het volledige loon zolang de zieke of gewonde zeevarenden aan boord blijven of totdat de zeevarenden in overeenstemming met dit Verdrag zijn gerepatrieerd; en
- b. voor de gehele of gedeeltelijke betaling van de lonen als voorgeschreven door de nationale wet- en regelgeving of als voorzien in collectieve arbeidsovereenkomsten, vanaf het tijdstip waarop de zeevarenden worden gerepatrieerd of gedebarkeerd totdat zij zijn hersteld of, eerder indien die datum eerder valt, totdat zij recht hebben op een uitkering ingevolge de wetgeving van het betrokken Lid.
-
- De nationale wet- en regelgeving kan de aansprakelijkheid van de reder voor de betaling van het gehele of gedeeltelijke loon van een zeevarende die niet langer aan boord is, beperken tot een tijdvak van ten minste 16 weken, te rekenen vanaf de datum van het ongeval of van de aanvang van de ziekte.
-
- De nationale wet- en regelgeving kan aansprakelijkheid van de reder uitsluiten ten aanzien van:
- a. letsel ontstaan anders dan tijdens de dienstbetrekking met het het schip;
- b. letsel of ongeval als gevolg van opzettelijk onjuist handelen van de zieke, gewonde of overleden zeevarende; en
- c. opzettelijk verzwegen ziekten of aandoeningen bij het aangaan van het dienstverband.
-
- De nationale wet- en regelgeving mag aansprakelijkheid van de reder uitsluiten voor de betaling van kosten van medische zorg aan boord en accommodatie- en begrafeniskosten voor zover deze aansprakelijkheid door de overheid wordt overgenomen.
-
- Reders of hun vertegenwoordigers moeten maatregelen nemen voor het veilig bewaren van eigendommen die aan boord zijn achtergelaten door zieke, gewonde of overleden zeevarenden en voor het teruggeven ervan aan hen of aan hun naaste verwanten.
-
- In de nationale wet- en regelgeving wordt bepaald dat het stelsel van financiële zekerheid ter waarborging van compensatie als voorzien in het eerste lid, onderdeel b, van deze norm van contractuele vorderingen als omschreven in norm A4.2.2, aan de volgende minimumvereisten voldoet:
- a. de contractuele compensatie wordt, voor zover vervat in de arbeidsovereenkomst van de zeevarende en onverminderd het bepaalde onder c van dit lid, volledig en onverwijld betaald;
- b. er wordt geen druk uitgeoefend om een betaling lager dan het contractuele bedrag te aanvaarden;
- c. indien de aard van de langdurige arbeidsongeschiktheid van een zeevarende vaststelling van de hoogte van de volledige vergoeding waarop de zeevarende recht zou hebben bemoeilijkt, worden een of meer tussentijdse betalingen aan de zeevarende gedaan om onbillijke gevolgen te voorkomen;
- d. overeenkomstig voorschrift 4.2, tweede lid, ontvangt de zeevarende de betaling onverminderd andere wettelijke rechten. Deze betaling kan door de reder echter worden verrekend met schadevergoedingen uit een eventuele andere vordering van de zeevarende jegens de reder die voortvloeit uit hetzelfde incident; en
- e. de vordering voor contractuele compensatie kan rechtstreeks worden ingesteld door de betrokken zeevarende, zijn naaste familie, een vertegenwoordiger van de zeevarende of een aangewezen begunstigde.
-
- In de nationale wet- en regelgeving wordt gewaarborgd dat zeevarenden vooraf in kennis worden gesteld indien de financiële zekerheid van een reder wordt geannuleerd of beëindigd.
-
- In de nationale wet- en regelgeving wordt gewaarborgd dat de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat door de aanbieder van de financiële zekerheid in kennis wordt gesteld indien de financiële zekerheid van een reder wordt geannuleerd of beëindigd.
-
- Elk Lid verlangt dat schepen die zijn vlag voeren een certificaat of ander bewijsstuk van financiële zekerheid aan boord hebben dat is afgegeven door de aanbieder van de financiële zekerheid. Een kopie wordt op een duidelijk zichtbare en voor de zeevarenden toegankelijke plaats aan boord opgehangen. Wanneer meer dan één aanbieder van financiële zekerheid dekking biedt, wordt het document van elke aanbieder meegenomen aan boord.
-
- De financiële zekerheid wordt niet vóór het einde van geldigheidsduur van de financiële zekerheid beëindigd, tenzij de aanbieder van de financiële zekerheid de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat daar ten minste 30 dagen voor de beëindiging van in kennis heeft gesteld.
-
- De financiële zekerheid wordt gesteld voor de betaling van alle contractuele vorderingen die gedekt zijn die ontstaan tijdens de periode waarvoor het document geldt.
-
- Het certificaat of ander bewijsstuk van financiële zekerheid bevat de op grond van aanhangsel A4-I vereiste informatie. Het wordt in het Engels opgesteld of gaat vergezeld van een vertaling in het Engels.
-
- Voor de toepassing van norm A4.2.1, achtste lid, en van deze norm, wordt onder de term „contractuele vordering” verstaan elke vordering in verband met het overlijden of langdurige arbeidsongeschiktheid van zeevarenden als gevolg van een bedrijfsongeval, beroepsziekte of beroepsrisico, als vervat in de nationale wetgeving, de arbeidsovereenkomst voor zeevarenden of collectieve arbeidsovereenkomst.
-
- Het stelsel van financiële zekerheid, als voorzien in norm A4.2.1, eerste lid, onderdeel b, kan een socialezekerheidsregeling, een verzekering. een nationaal fonds of soortgelijke regeling betreffen. De vorm ervan wordt door het Lid bepaald na overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden.
-
- In de nationale wet- en regelgeving wordt gewaarborgd dat is voorzien in doeltreffende regelingen voor het ontvangen, behandelen en op onpartijdige wijze afwikkelen van contractuele vorderingen met betrekking tot de compensatie bedoeld in norm A4.2.1, achtste lid, door middel van snelle en eerlijke procedures.
-
- De volgens het derde lid, onderdeel a, van norm A4.2.1 vereiste betaling van het volledige loon kan exclusief bonussen zijn.
-
- De nationale wet- en regelgeving kan erin voorzien dat een reder niet langer aansprakelijk is voor de betaling van de kosten van een zieke of gewonde zeevarende vanaf het tijdstip waarop die zeevarende recht heeft op medische verstrekkingen op grond van een stelsel van verplichte ziekteverzekering of verplichte ongevallenverzekering of op schadeloosstelling bij arbeidsongevallen.
-
- De nationale wet- en regelgeving kan erin voorzien dat door de reder betaalde begrafeniskosten door een verzekeringsmaatschappij worden vergoed in gevallen waarin ingevolge de wet- en regelgeving inzake sociale verzekering of schadeloosstelling van werknemers ten gunste van de overleden zeevarende een uitvaartverzekering wordt uitgekeerd.
-
- In de nationale wet- of regelgeving moet worden bepaald dat de partijen bij de uitbetaling op grond van een contractuele vordering gebruik kunnen maken van het in Aanhangsel B4-I omschreven model van het ontvangst- en vrijgaveformulier.
Voorschrift 4.3. – Bescherming van de gezondheid en veiligheid en ongevallenpreventie
Doel: Verzekeren dat de werkomgeving van zeevarenden bevorderlijk is voor de arbeidsomstandigheden
-
- Elk Lid moet waarborgen dat de gezondheid op het werk van zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren, wordt beschermd en dat zij aan boord van het schip in een veilige en hygiënische omgeving kunnen wonen, werken en worden opgeleid.
-
- Elk Lid ontwikkelt en publiceert nationale richtlijnen ten behoeve van de arbeidsomstandigheden aan boord van schepen die zijn vlag voeren, na overleg met de representatieve organisaties van reders en zeevarenden en met inachtneming van de toepasselijke codes, richtlijnen en normen aanbevolen door internationale organisaties, nationale overheden en organisaties in de maritieme sector.
-
- Elk Lid neemt wet- en regelgeving alsmede andere maatregelen aan ten behoeve van de in de Code genoemde aangelegenheden, met inachtneming van de desbetreffende internationale instrumenten, en stelt normen op voor de bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie op schepen die zijn vlag voeren.
-
- De in overeenstemming met het derde lid van voorschrift 4.3 aan te nemen wet- en regelgeving en andere maatregelen moeten de volgende onderwerpen behelzen:
- a. het aannemen en daadwerkelijk uitvoeren en bevorderen van beleid en regelingen voor de arbeidsomstandigheden aan boord van schepen die de vlag van het Lid voeren, met inbegrip van risicobeoordeling alsmede opleiding en training van zeevarenden;
- b. redelijke voorzorgen ter voorkoming van bedrijfsongevallen, letsel en ziekten aan boord van schepen, met inbegrip van de verstrekking van alle noodzakelijke persoonlijke beschermingsmiddelen in gepaste maten en maatregelen ter vermindering en voorkoming van het risico van blootstelling aan schadelijke niveaus van omgevingsfactoren en chemische stoffen alsmede van het risico van letsel of ziekte voortvloeiend uit het gebruik van uitrusting en machines aan boord van schepen;
- c. programma’s aan boord ter voorkoming van bedrijfsongevallen, letsel en ziekten en voor de voortdurende verbetering van de bedrijfsveiligheid en bescherming van de gezondheid, met betrokkenheid van de vertegenwoordigers van zeevarenden en alle overige personen die betrokken zijn bij de uitvoering hiervan, met inachtneming van preventieve maatregelen, met inbegrip van toezicht op bouw en ontwerp, vervanging van processen en procedures voor collectieve en individuele taken, en gebruikmaking van persoonlijke beschermende uitrusting; en
- d. vereisten voor het inspecteren, rapporteren en corrigeren van onveilige omstandigheden en voor het onderzoeken en rapporteren van bedrijfsongevallen aan boord.
-
- In de in het eerste lid van deze norm bedoelde bepalingen:
- a. moet rekening worden gehouden met de van toepassing zijnde internationale instrumenten op het gebied van bescherming van arbeidsomstandigheden in het algemeen en met specifieke risico’s, en moeten alle aangelegenheden aan bod komen die relevant zijn voor de voorkoming van bedrijfsongevallen, letsel en ziekten die van toepassing kunnen zijn op de werkzaamheden van zeevarenden en in het bijzonder die welke eigen zijn aan de arbeid in de zeevaart;
- b. moeten duidelijk de verplichtingen van reders, zeevarenden en andere betrokkenen worden vermeld met betrekking tot de naleving van de toepasselijke normen, beleidsregels en de programma’s aan boord voor de arbeidsomstandigheden, waarbij bijzondere aandacht moet uitgaan naar de gezondheid en veiligheid van zeevarenden onder de leeftijd van 18 jaar;
- c. moeten de taken van de kapitein en/of een door de kapitein aangewezen persoon worden vermeld met betrekking tot het nemen van specifieke verantwoordelijkheid voor de uitvoering en naleving van de beleidsregels en de programma’s aan boord voor arbeidsomstandigheden; en
- d. moet de bevoegdheid worden omschreven van de als veiligheidvertegenwoordigers aangewezen of gekozen zeevarenden van het schip bevoegd zijn deel te nemen aan de vergaderingen van de veiligheidscommissie van het schip. Een dergelijke commissie moet worden ingesteld aan boord van schepen met vijf of meer zeevarenden.
-
- De in het derde lid van voorschrift 4.3 bedoelde wet- en regelgeving en andere maatregelen moeten regelmatig in overleg met de vertegenwoordigers van de organisaties van reders en zeevarenden worden getoetst en, indien nodig, worden herzien om rekening te houden met de veranderingen op het gebied van technologie en onderzoek teneinde de voortdurende verbetering van beleid en regelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden te vergemakkelijken en een veilige werkomgeving te bieden aan zeevarenden op schepen die de vlag van het Lid voeren.
-
- Naleving van de vereisten van de toepasselijke internationale instrumenten met betrekking tot de aanvaardbare niveaus van blootstelling aan gevaren op de werkplek aan boord van schepen en met betrekking tot de ontwikkeling en uitvoering van beleid en programma’s voor de arbeidsomstandigheden aan boord van schepen wordt geacht toereikend te zijn om aan de vereisten van dit Verdrag te voldoen.
-
- Elk Lid ziet erop toe dat:
- a. alle sterfgevallen van zeevarenden die tewerkgesteld zijn, in dienst zijn, of werkzaamheden verrichten op een schip dat zijn vlag voert, naar behoren worden onderzocht en geregistreerd, en jaarlijks worden gerapporteerd aan de directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, om te worden gepubliceerd in een wereldwijd register;
- b. bedrijfsongevallen, letsel en ziekten naar behoren worden gerapporteerd, met inachtneming van de door de Internationale Arbeidsorganisatie verstrekte aanwijzingen met betrekking tot de melding en registratie van bedrijfsongevallen en ziekten;
- c. van dergelijke ongevallen en ziekten uitgebreide statistieken worden bijgehouden, geanalyseerd en gepubliceerd en, waar nodig, aangevuld met onderzoek naar algemene trends en onderkende risico’s; en
- d. bedrijfsongevallen worden onderzocht.
-
- De meldings- en onderzoeksactiviteiten op het gebied van arbeidsomstandigheden moeten zodanig worden opgezet dat de bescherming van de persoonsgegevens van de zeevarenden wordt gewaarborgd, waarbij rekening moet worden gehouden met de door de Internationale Arbeidsorganisatie op dit gebied verschafte aanwijzingen.
-
- De bevoegde autoriteit werkt met de organisaties van reders en zeevarenden samen bij het treffen van maatregelen om informatie betreffende specifieke risico’s aan boord van schepen onder de aandacht van alle zeevarenden te brengen, bijvoorbeeld door het aanbrengen van officiële mededelingen met relevante instructies.
-
- De bevoegde autoriteit moet verlangen dat reders die risico-evaluaties uitvoeren ten behoeve van het beheer van de arbeidsomstandigheden verwijzen naar de eigen statistische informatie omtrent hun schepen en naar de door de bevoegde autoriteit verstrekte algemene statistieken.
-
- Bij de ingevolge norm A4.3 vereiste bepalingen zou rekening moeten worden gehouden met de Code of practice on Accident prevention on board ship at sea and in port, 1996 en latere versies en andere daaraan gerelateerde normen van de Internationale Arbeidsorganisatie en overige internationale normen en leidraden en codes met betrekking tot de bedrijfsveiligheid en de bescherming van de gezondheid op het werk, met inbegrip van de eventueel hierin vastgestelde blootstellingsniveaus. Tevens moet rekening worden gehouden met de recentste versie van de richtlijnen voor het vermijden van intimidatie en pesterijen aan boord van schepen (Guidance on eliminating shipboard harassment and bullying) die gezamenlijk zijn uitgegeven door de Internationale Koopvaardijkamer (ICS) en de Internationale Transportarbeiders Federatie (ITF).
-
- De bevoegde autoriteit zou ervoor moeten zorgdragen dat de nationale richtlijnen ten behoeve van het beheer van de arbeidsomstandigheden gericht zijn op de volgende punten, in het bijzonder:
- a. algemene en fundamentele bepalingen;
- b. de constructie van het schip, met inbegrip van toegangsmiddelen en asbestgerelateerde risico’s;
- c. machines;
- d. de effecten van extreem lage of hoge temperaturen van oppervlakken waarmee zeevarenden in aanraking kunnen komen;
- e. de effecten van lawaai op de werkplek en in de verblijven aan boord;
- f. de effecten van trillingen op de werkplek en in de verblijven aan boord;
- g. de effecten van omgevingsfactoren, anders dan in de onderdelen e en f bedoelde factoren, op de werkplek en in de verblijven aan boord, met inbegrip van tabaksrook;
- h. bijzondere veiligheidsmaatregelen boven- en benedendeks;
- i. laad- en losvoorzieningen;
- j. het voorkomen en blussen van branden;
- k. ankers, kettingen en trossen;
- l. gevaarlijke lading en ballast;
- m. persoonlijke beschermende uitrusting voor zeevarenden;
- n. werken in gesloten ruimten;
- o. fysieke en mentale effecten van oververmoeidheid;
- p. de effecten van drugs- en alcoholverslaving;
- q. hiv/aids-bescherming en –preventie; en
- r. hulp bij nood en ongevallen.
-
- Bij de beoordeling van risico’s en de vermindering van de blootstelling aan hetgeen in het tweede lid van deze leidraad genoemd wordt zou rekening moeten worden gehouden met de fysieke gezondheidseffecten van de beroepsuitoefening, waaronder het tillen van lasten, lawaai en trillingen, de chemische en biologische gezondheidseffecten van de beroepsuitoefening, de effecten van de beroepsuitoefening op de mentale gezondheid, de fysieke en mentale effecten van oververmoeidheid en bedrijfsongevallen. De nodige maatregelen zouden gebaseerd moeten zijn op het beginsel van preventie, waarbij het aanpakken van de risico’s bij de bron, aanpassing van het werk aan de persoon – in het bijzonder wat betreft de inrichting van werkplekken – en het vervangen van gevaarlijk werk door ongevaarlijk of minder gevaarlijk werk, voorrang hebben boven de persoonlijke beschermende uitrusting voor zeevarenden.
-
- Daarnaast zou de bevoegde autoriteit ervoor zorg moeten dragen dat rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de gezondheid en veiligheid, in het bijzonder op de volgende gebieden:
- a. hulp bij nood en ongevallen;
- b. de effecten van drugs- en alcoholverslaving;
- c. hiv/aids-bescherming en -preventie; en
- d. intimidatie en pesten.
-
- De bevoegde autoriteit zou, samen met de bevoegde internationale organen en met de betrokken vertegenwoordigers van organisaties van reders en zeevarenden, het probleem van lawaai aan boord van schepen voortdurend moeten toetsen teneinde de bescherming van zeevarenden, voor zover praktisch uitvoerbaar, tegen de nadelige gevolgen van blootstelling aan lawaai te verbeteren.
-
- Bij de in het eerste lid van deze leidraad bedoelde toetsing zou rekening moeten worden gehouden met de nadelige gevolgen van blootstelling aan overmatig lawaai voor het gehoor, de gezondheid en het welzijn van zeevarenden en met de maatregelen die worden voorgeschreven of aanbevolen om het lawaai aan boord van schepen te verminderen teneinde zeevarenden te beschermen. De te overwegen maatregelen zouden het volgende moeten omvatten:
- a. onderricht aan zeevarenden over de gevaren voor het gehoor en de gezondheid van langdurige blootstelling aan hoge lawaainiveaus en over het juiste gebruik van gehoorbeschermingsmiddelen;
- b. de verstrekking van goedgekeurde gehoorbeschermingsmiddelen aan zeevarenden, waar nodig; en
- c. risicobeoordeling en vermindering van blootstellingsniveaus aan lawaai in alle verblijven en recreatie- en eetvoorzieningen, alsmede machinekamers en andere motorruimten.
-
- De bevoegde autoriteit zou, samen met de bevoegde internationale organisaties en met de betrokken vertegenwoordigers van organisaties van reders en zeevarenden, en waar passend met in achtneming van de relevante internationale normen, het probleem van trillingen aan boord van schepen voortdurend moeten toetsen teneinde de bescherming van zeevarenden, voor zover praktisch uitvoerbaar, tegen de nadelige gevolgen van blootstelling aan trillingen te verbeteren.
-
- De in het eerste lid van deze leidraad bedoelde toetsing zou rekening moeten houden met de nadelige gevolgen van blootstelling aan overmatige trillingen voor de gezondheid en het welzijn van zeevarenden en met de maatregelen die worden voorgeschreven of aanbevolen om de trillingen aan boord van schepen te verminderen teneinde zeevarenden te beschermen. De te overwegen maatregelen zouden het volgende moeten omvatten:
- a. onderricht aan zeevarenden over de gevaren voor hun gezondheid van langdurige blootstelling aan trillingen;
- b. de verstrekking van goedgekeurde persoonlijke beschermende uitrusting aan zeevarenden, waar nodig; en
- c. risico-evaluatie en vermindering van de blootstelling aan trillingen in alle verblijven en recreatie- en eetvoorzieningen door het nemen van maatregelen in overeenstemming met de aanwijzingen in de Code of practice on Ambient factors in the workplace, 2001, en eventuele latere herzieningen, met inachtneming van het verschil tussen de blootstelling in die gedeelten en op de werkplek.
-
- Elke verplichting voor de reder om te voorzien in beschermende uitrusting of andere waarborgen voor de voorkoming van ongevallen zou in het algemeen vergezeld moeten gaan van bepalingen waarin wordt vereist dat zeevarenden deze gebruiken en van verplichtingen voor zeevarenden om zich aan de desbetreffende maatregelen voor ongevallenpreventie en de bescherming van de gezondheid te houden.
-
- Tevens zou rekening moeten worden gehouden met de artikelen 7 en 11 van het Verdrag betreffende de beveiliging van machines, 1963 (Nr. 119), en de overeenkomstige bepalingen van de Aanbeveling betreffende de beveiliging van machines, 1963 (Nr. 118), waarin de werkgever verplicht wordt erop toe te zien dat in gebruik zijnde machines naar behoren worden beveiligd en het gebruik ervan zonder deugdelijke beveiliging wordt voorkomen, terwijl het de werknemer verboden wordt de machines te gebruiken zonder dat de beveiliging is aangebracht of de aangebrachte beveiliging buiten werking te stellen.
-
- Alle bedrijfsongevallen en -ziekten zouden moeten worden gerapporteerd zodat deze kunnen worden onderzocht en uitgebreide statistieken kunnen worden bijgehouden, geanalyseerd en gepubliceerd, met inachtneming van de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokken zeevarenden. Rapporten zouden niet beperkt mogen worden tot sterfgevallen of ongelukken waarbij het schip betrokken is.
-
- In de in het eerste lid van deze leidraad bedoelde statistieken zouden de aantallen, aard, oorzaken en gevolgen van bedrijfsongevallen en -ziekten moeten worden geregistreerd, met, indien van toepassing, een duidelijke vermelding van de afdeling aan boord van het schip, het soort ongeval en of het ongeval zich op zee of in een haven heeft voorgedaan.
-
- Elk Lid zou eventuele door de Internationale Arbeidsorganisatie ingestelde internationale systemen of modellen voor de registratie van ongevallen met zeevarenden naar behoren moeten toepassen.
-
- De gegevens over sterfgevallen die moeten worden gerapporteerd krachtens onderdeel a. van het vijfde lid van Norm A4.3 moeten worden gerapporteerd in het formaat en met gebruikmaking van de classificatie zoals gespecificeerd door het Internationaal Arbeidsbureau.
-
- De gegevens over sterfgevallen moeten onder andere informatie bevatten over het soort sterfgeval (classificatie), scheepstype en brutotonnage, plaats van het sterfgeval (op zee, in de haven, op ankerplaats), en geslacht, leeftijd, functie en afdeling van de zeevarende.
-
- De bevoegde autoriteit zou onderzoek moeten verrichten naar de oorzaken en omstandigheden van alle bedrijfsongevallen en -ziekten die overlijden of ernstig letsel tot gevolg hebben, en andere gevallen als in de nationale wet- en regelgeving vervat.
-
- Overwogen zou moeten worden de volgende onderwerpen in onderzoeken op te nemen:
- a. werkomgeving, zoals werkoppervlakken, configuratie van machines, toegangen, verlichting en werkmethoden;
- b. frequentie van bedrijfsongevallen en -ziekten in verschillende leeftijdsgroepen;
- c. bijzondere fysiologische of psychologische problemen die door het leefklimaat aan boord worden veroorzaakt;
- d. problemen veroorzaakt door fysieke stress aan boord, in het bijzonder als gevolg van toegenomen werkdruk;
- e. problemen met en gevolgen van technische ontwikkelingen en de invloed hiervan op de samenstelling van de bemanning;
- f. problemen als gevolg van menselijk falen; en
- g. problemen als gevolg van intimidatie en pesten.
-
- Teneinde een gezonde basis te bieden voor maatregelen ter bevordering van de bescherming van arbeidsomstandigheden en de preventie van ongevallen, letsel en ziekten die toe te schrijven zijn aan de specifieke risico’s van het werken op zee, zou onderzoek moeten worden verricht naar algemene trends en naar de risico’s die uit de statistieken blijken.
-
- De uitvoering van beschermings- en preventieprogramma’s ter bevordering van de arbeidsomstandigheden zou zodanig moeten worden opgezet dat de bevoegde autoriteit, reders en zeevarenden of hun vertegenwoordigers en andere aangewezen organisaties een actieve rol kunnen vervullen, onder andere door middel van voorlichting en leidraden aan boord betreffende maximumniveaus van blootstelling aan mogelijk schadelijke omgevingsfactoren op de werkplek en andere risico’s of resultaten van een systematisch risicobeoordelingsproces. In het bijzonder zouden nationale of lokale gezamenlijke commissies voor bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie of ad-hoc werkgroepen en commissies aan boord moeten worden ingesteld, waarin de betrokken organisaties van reders en zeevarenden vertegenwoordigd zijn.
-
- Wanneer deze activiteiten op het niveau van de reder plaatsvinden, moet worden overwogen de zeevarenden in alle veiligheidscommissies aan boord van schepen van die reder te laten vertegenwoordigen.
-
- Overwogen zou moeten worden de volgende punten op te nemen in de functies van de in het tweede lid van leidraad B4.3.7 bedoelde commissies en andere organisaties:
- a. de opstelling van nationale richtlijnen en beleidsregels op het gebied van managementsystemen voor arbeidsomstandigheden en op het gebied van bepalingen, regels en handboeken voor ongevallenpreventie;
- b. het organiseren van opleidingen en programma’s voor bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie;
- c. het regelen van publiciteit op het gebied van bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie, waaronder films, posters, mededelingen en brochures; en
- d. het verspreiden van literatuur en voorlichting op het gebied van bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie, zodanig dat hiermee zeevarenden aan boord van schepen worden bereikt.
-
- Degenen die teksten opstellen op het gebied van maatregelen of aanbevelingen doen ten behoeve van de bedrijfsveiligheid en bescherming van de gezondheid op het werk en ongevallenpreventie zouden rekening moeten houden met de relevante bepalingen of aanbevelingen die zijn aangenomen door de desbetreffende nationale autoriteiten of organisaties of internationale organisaties.
-
- Bij de opstelling van programma’s voor bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie zou elk Lid naar behoren rekening moeten houden met eventuele door de Internationale Arbeidsorganisatie gepubliceerde gedragscodes betreffende de veiligheid en gezondheid van zeevarenden.
-
- Het curriculum voor de in het eerste lid, onderdeel a, van norm A4.3 bedoelde opleiding zou periodiek moeten worden herzien en geactualiseerd in het licht van ontwikkelingen in scheepstypen en hun afmeting en uitrusting, alsmede de veranderingen op het gebied van bemannen, nationaliteit, taal en organisatie van de werkzaamheden aan boord.
-
- Er zou voortdurend publiciteit moeten zijn voor bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie. Deze publiciteit zou de volgende vormen kunnen aannemen:
- a. audiovisuele leermiddelen zoals films, te gebruiken in opleidingscentra voor zeevarenden en waar mogelijk voor vertoning aan boord van schepen;
- b. het ophangen van posters aan boord van schepen;
- c. artikelen in tijdschriften die door zeevarenden worden gelezen over de risico’s van het werken op zee en over maatregelen op het gebied van bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie; en
- d. speciale campagnes met gebruikmaking van uiteenlopende media om zeevarenden voorlichting te geven, met inbegrip van campagnes voor veilig werken.
-
- Bij de in het tweede lid van deze leidraad bedoelde publiciteit moet rekening worden gehouden met de uiteenlopende nationaliteiten, talen en culturen van zeevarenden aan boord van schepen.
-
- Veiligheids- en gezondheidsvoorschriften zouden moeten verwijzen naar algemene bepalingen inzake medisch onderzoek voor en gedurende de periode van tewerkstelling en naar ongevallenpreventie en gezondheid op het werk, die mogelijk op de werkzaamheden van zeevarenden van toepassing zijn. Deze voorschriften zouden maatregelen moeten aangeven die de beroepsrisico’s voor jonge zeevarenden bij de uitvoering van hun taken tot een minimum beperken.
-
- Behoudens wanneer een jonge zeevarende door de bevoegde autoriteit voor een bepaalde vaardigheid volledig bekwaam is verklaard, zouden de voorschriften beperkingen moeten aangeven voorjonge zeevarenden die, zonder deugdelijk toezicht en aanwijzingen, bepaalde typen werkzaamheden verrichten die bijzondere risico’s van een ongeval of schadelijke gevolgen voor hun gezondheid of lichamelijke ontwikkeling met zich meebrengen, of een bepaalde mate van volwassenheid, ervaring of vaardigheid vereisen. Bij het vaststellen welke typen werkzaamheden door de voorschriften moeten worden beperkt, kan de bevoegde autoriteit in het bijzonder werkzaamheden in overweging nemen die het volgende omvatten:
- a. het tillen, verplaatsen of dragen van zware lasten of voorwerpen;
- b. het binnengaan van ketels, tanks en kofferdammen;
- c. blootstelling aan schadelijke lawaai- en trillingsniveaus;
- d. het bedienen van lieren en andere elektrische machines en gereedschappen, of het geven van aanwijzingen aan degenen die deze apparatuur bedienen;
- e. het gebruik van meer- of sleeptrossen of ankeruitrusting;
- f. optuigen;
- g. werk op hoogte of aan dek bij zwaar weer;
- h. wachtlopen bij nacht;
- i. onderhoud en reparatie van elektrische apparatuur;
- j. blootstelling aan potentieel gevaarlijke materialen, of fysische stoffen zoals gevaarlijke of toxische stoffen en ioniserende straling;
- k. het reinigen van voedselverwerkende machines; en
- l. het omgaan met of leiding nemen over de sloepen van het schip.
-
- Via de bevoegde autoriteit of de aangewezen mechanismen zouden praktische maatregelen moeten worden getroffen om informatie betreffende ongevallenpreventie en de bescherming van de gezondheid aan boord van schepen onder de aandacht van jonge zeevarenden te brengen. Deze maatregelen zouden onder andere kunnen bestaan uit adequate voorlichting in de vorm van cursussen, officiële publicaties op het gebied van ongevallenpreventie gericht op jongeren en de verzorging van beroepsopleidingen voor en toezicht op jonge zeevarenden.
-
- Scholing en training van jonge zeevarenden zowel aan wal als aan boord van schepen zou voorlichting moeten omvatten over de schadelijke gevolgen voor hun gezondheid en welzijn van alcohol- en drugsmisbruik en andere potentieel schadelijke stoffen, en de risico’s en zorgen met betrekking tot HIV/AIDS of andere activiteiten die een risico voor de gezondheid met zich meebrengen.
-
- De Leden zouden ernaar moeten streven om, eventueel met de hulp van intergouvernementele en andere internationale organisaties, samen te werken aan het bereiken van de grootst mogelijke eenheid van optreden ter bevordering van bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie.
-
- Bij de ontwikkeling van programma’s ter bevordering van bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie ingevolge norm A4.3 zou elk Lid de desbetreffende door de internationale Arbeidsorganisatie gepubliceerde gedragscodes en de desbetreffende normen van internationale organisaties naar behoren in acht moeten nemen.
-
- De Leden zouden zich rekenschap moeten geven van de noodzaak van internationale samenwerking bij de permanente bevordering van activiteiten op het gebied van bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie. Deze samenwerking zou de volgende vormen kunnen aannemen:
- a. bilaterale of multilaterale regelingen voor uniformiteit van de normen en waarborgen op het gebied van bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie;
- b. uitwisseling van informatie over specifieke risico’s voor zeevarenden en over middelen ter bevordering van bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie;
- c. assistentie bij het testen van uitrusting en inspectie overeenkomstig de nationale voorschriften van de vlaggenstaat;
- d. samenwerking bij de opstelling en verspreiding van bepalingen, regels of handleidingen op het gebied van bescherming van arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie;
- e. samenwerking bij de vervaardiging en het gebruik van hulpmiddelen voor scholing; en
- f. gezamenlijke voorzieningen voor, of wederzijdse bijstand bij, de opleiding van zeevarenden op het gebied van bescherming van arbeidsomstandigheden, ongevallenpreventie en veilig werken.
Voorschrift 4.4. – Toegang tot welzijnsvoorzieningen aan wal
Doel: Verzekeren dat zeevarenden die aan boord van een schip werkzaam zijn toegang hebben tot voorzieningen en diensten aan wal ten behoeve van hun gezondheid en welzijn
-
- Elk Lid draagt er zorg voor dat welzijnsvoorzieningen aan wal, indien aanwezig, gemakkelijk toegankelijk zijn. Elk Lid moet tevens de ontwikkeling van welzijnsvoorzieningen, zoals in de Code vermeld, in aangewezen havens bevorderen om zeevarenden op schepen die zich in zijn havens bevinden, toegang te verlenen tot geschikte welzijnsvoorzieningen en -diensten.
-
- De verantwoordelijkheden van elk Lid met betrekking tot voorzieningen aan wal, zoals voorzieningen op het gebied van welzijn, cultuur, recreatie en informatie en diensten, zijn vervat in de Code.
-
- Elk Lid vereist, wanneer op zijn grondgebied welzijnsvoorzieningen bestaan, dat deze beschikbaar zijn voor gebruik door alle zeevarenden, ongeacht nationaliteit, ras, huidskleur, geslacht, godsdienst, politieke overtuiging of sociale achtergrond en ongeacht de vlaggenstaat van het schip waarop zij zijn tewerkgesteld, zijn aangesteld of werkzaam zijn.
-
- Elk Lid moet de ontwikkeling van welzijnsvoorzieningen in daartoe geschikte havens van het land bevorderen en, na overleg met de betrokken organisaties van reders en zeevarenden, vaststellen welke havens als geschikt moeten worden aangemerkt.
-
- Elk Lid moet de instelling van welzijnsraden bevorderen die de welzijnsvoorzieningen en -diensten regelmatig doorlichten om te waarborgen dat deze geschikt blijven gelet op de veranderingen in de behoeften van zeevarenden voortvloeiend uit technische, bedrijfsmatige en andere ontwikkelingen in de scheepvaartsector.
-
- Elk Lid zou :
- a. maatregelen moeten treffen om te garanderen dat voor zeevarenden in aangewezen aanloophavens geschikte welzijnsvoorzieningen en -diensten beschikbaar zijn en dat zeevarenden adequate bescherming wordt geboden bij de uitoefening van hun beroep; en
- b. bij de uitvoering van deze maatregelen rekening moeten houden met de bijzondere behoeften van zeevarenden wat betreft hun veiligheid, gezondheid en recreatie, met name in het buitenland en bij het binnenvaren van oorlogsgebieden.
-
- In de maatregelen voor het toezicht op welzijnsvoorzieningen en -diensten zou deelname van de betrokken representatieve organisaties van reders en van zeevarenden moeten zijn geregeld.
-
- Elk Lid zou maatregelen moeten treffen gericht op het bespoedigen van de vrije verspreiding tussen schepen, centrale bevoorradingsorganen en welzijnsinstanties van welzijnsmaterialen zoals films, boeken, kranten en sportbenodigdheden voor gebruik door zeevarenden aan boord van hun schepen en in welzijncentra aan wal..
-
- De Leden zouden met elkaar moeten samenwerken om het welzijn van zeevarenden op zee en in de havens te bevorderen. Deze samenwerking zou de volgende maatregelen moeten omvatten:
- a. overleg tussen de bevoegde autoriteiten gericht op het verschaffen en verbeteren van welzijnsvoorzieningen en -diensten, zowel op zee als in de haven;
- b. overeenkomsten inzake het gemeenschappelijk gebruik van middelen en het gezamenlijk voorzien in welzijnsvoorzieningen in grote havens teneinde onnodige doublures van voorzieningen te vermijden;
- c. de organisatie van internationale sportwedstrijden en het aanmoedigen van deelname daaraan door zeevarenden; en
- d. de organisatie van internationale seminars die betrekking hebben op het welzijn van zeevarenden op zee en in de haven.
-
- Elk Lid zou die welzijnsvoorzieningen en -diensten moeten verschaffen, dan wel erop toezien dat zij worden verschaft, die nodig worden geacht in de daarvoor geschikte havens van het land.
-
- De welzijnsvoorzieningen en -diensten zouden moeten worden verschaft in overeenstemming met de nationale omstandigheden en gebruiken door een of meer van de volgende instellingen:
- a. overheden;
- b. betrokken organisaties van reders en zeevarenden krachtens collectieve overeenkomsten of andere overeengekomen regelingen; en
- c. vrijwilligersorganisaties.
-
- In de havens zouden de noodzakelijke faciliteiten voor welzijn en recreatie in het leven moeten worden geroepen of ontwikkeld. Deze zouden het volgende moeten omvatten:
- a. vergader- en recreatieruimten al naargelang de behoefte;
- b. sportfaciliteiten en andere voorzieningen in de openlucht, inclusief wedstrijdverband;
- c. scholingsfaciliteiten; en
- d. waar toepasselijk voorzieningen voor godsdienstige plechtigheden en voor het verkrijgen van persoonlijke raad.
-
- Deze voorzieningen kunnen worden verschaft door het naar behoefte beschikbaar stellen aan zeevarenden van voorzieningen voor meer algemeen gebruik.
-
- Leden zouden, voor zover redelijkerwijs mogelijk, aan zeevarenden aan boord van schepen in hun havens en bij daaraan verbonden ankerplaatsen internettoegang moeten bieden, en de daaraan, eventueel, verbonden kosten moeten redelijk zijn.
-
- Wanneer een groot aantal zeevarenden van verschillende nationaliteiten in een bepaalde haven behoefte heeft aan voorzieningen zoals hotels, clubs en sportfaciliteiten, zouden de bevoegde autoriteiten of organisaties van de landen van herkomst van de zeevarenden en van de vlaggenstaten alsmede de betrokken internationale verenigingen, overleg moeten plegen en samenwerken, zowel met elkaar als met de bevoegde autoriteiten en instellingen van het land waarin de betreffende haven is gelegen, teneinde hun middelen te bundelen en onnodige doublures te vermijden.
-
- Daar waar er behoefte aan is, zouden hotels of tehuizen voor zeevarenden beschikbaar moeten zijn. Deze hotels of tehuizen zouden voorzieningen moeten bieden die gelijk zijn aan die van goede hotels en waar mogelijk in een goede buurt gelegen zijn, buiten de onmiddellijke omgeving van de haven. Dergelijke hotels of tehuizen moeten naar behoren onder toezicht staan, de tarieven moeten redelijk zijn en, waar nodig en mogelijk, zouden regelingen moeten worden getroffen voor het onderbrengen van de gezinnen van zeevarenden.
-
- Deze accommodaties zouden toegankelijk moeten zijn voor alle zeevarenden, ongeacht nationaliteit, ras, huidskleur, geslacht, godsdienst, politieke overtuiging of sociale achtergrond en ongeacht de vlaggenstaat van het schip waarop zij zijn tewerkgesteld, zijn aangesteld of werkzaam zijn. Zonder dit beginsel te schenden kan het in sommige havens nodig zijn verschillende soorten voorzieningen te creëren, die kwalitatief vergelijkbaar zijn, maar zijn aangepast aan de gebruiken en behoeften van verschillende groepen zeevarenden.
-
- Er zouden maatregelen moeten worden genomen om te waarborgen dat er, voor zover nodig, naast eventuele vrijwilligers, vakbekwaam personeel met een volledige dagtaak in dienst wordt genomen voor het beheer van de welzijnsvoorzieningen en -diensten.
-
- Er zouden welzijnscommissies op haven- op regionaal of op nationaal niveau moeten worden ingesteld. Deze zouden onder andere de volgende functies kunnen hebben:
- a. zich ervan vergewissen of de bestaande welzijnsvoorzieningen voldoen en te bepalen of het nodig is bijkomende voorzieningen te verschaffen of voorzieningen waarvan te weinig gebruik wordt gemaakt, op te heffen; en
- b. het bijstaan en adviseren van hen die verantwoordelijk zijn voor de verschaffing van welzijnsvoorzieningen en het verzekeren van samenwerking tussen hen.
-
- Van de welzijnscommissies zouden vertegenwoordigers vanuit de organisaties van reders en van zeevarenden, de bevoegde autoriteiten en indien van toepassing, vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke organisaties deel moeten uitmaken.
-
- Waar nodig zouden consuls van zeevarende naties en plaatselijke vertegenwoordigers van buitenlandse welzijnsorganisaties, in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving, moeten worden betrokken bij het werk van de welzijnscommissies in de haven, de regio of op landelijk niveau.
-
- In overeenstemming met de nationale omstandigheden en de praktijk zou de financiële ondersteuning voor welzijnsvoorzieningen in havens beschikbaar moeten worden gesteld vanuit een van de volgende bronnen:
- a. overheidssubsidies;
- b. heffingen of andere te betalen leges uit scheepvaartbronnen;
- c. vrijwillige prestaties van reders, van zeevarenden of van hun organisaties; en
- d. vrijwillige bijdragen uit andere bronnen.
-
- Wanneer belastingen, heffingen en speciale leges worden opgelegd, zouden deze uitsluitend moeten worden gebruikt voor het doel waarvoor zij worden geheven.
-
- Onder zeevarenden zou informatie moeten worden verspreid over alle voor het algemene publiek toegankelijke voorzieningen in de aanleghavens – in het bijzonder wat betreft vervoer, welzijn, amusement, educatie en gebedshuizen – alsook over de speciaal aan zeevarenden ter beschikking gestelde voorzieningen.
-
- Er zouden tegen billijke prijzen op ieder redelijk tijdstip passende transportmiddelen beschikbaar moeten zijn om de zeevarenden in staat te stellen vanuit geschikte punten in het havengebied een stad te bereiken.
-
- De bevoegde autoriteiten zouden alle nodige maatregelen moeten treffen om reders en zeevarenden die in een haven aankomen in kennis te stellen van alle speciale wetten en gebruiken, die bij schending kunnen leiden tot vrijheidsstraffen.
-
- De bevoegde autoriteiten zouden de havenzones en de toegangswegen moeten voorzien van voldoende verlichting en bewegwijzering en regelmatige surveillance, ter waarborging van de veiligheid van de zeevarenden.
-
- Met het oog op de bescherming van zeevarenden in buitenlandse havens zouden maatregelen moeten worden genomen ter vereenvoudiging van:
- a. de toegang tot consuls van de Staat van hun nationaliteit of van de Staat waarin zij woonachtig zijn; en
- b. efficiënte samenwerking tussen de consuls en de lokale en nationale autoriteiten.
-
- Zeevarenden die in een buitenlandse haven zijn gedetineerd, zouden zo snel mogelijk moeten worden berecht, met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang en met de nodige consulaire bescherming.
-
- Wanneer een zeevarende op het grondgebied van een Lid gedetineerd is, om welke reden dan ook, zou de bevoegde autoriteit, indien de zeevarende daarom verzoekt, de vlaggenstaat en de Staat van de nationaliteit van de zeevarende daarvan onverwijld in kennis moeten stellen. De bevoegde autoriteit moet de zeevarende onverwijld op de hoogte brengen van zijn recht een dergelijk verzoek in te dienen. De Staat van de nationaliteit van de zeevarende moet onverwijld diens naaste familieleden waarschuwen. De bevoegde autoriteit zou de consulaire vertegenwoordigers van deze Staten onmiddellijk toegang tot de zeevarende moeten verlenen en deze zolang de detinering daarna voortduurt geregeld te bezoeken.
-
- Elk Lid zou maatregelen moeten nemen om, indien nodig, zeevarenden te beschermen tegen agressie en andere wederrechtelijke gedragingen wanneer schepen zich in hun territoriale wateren bevinden en in het bijzonder in de aanlooproutes tot havens.
-
- Degenen die hiervoor in de haven en aan boord verantwoordelijk zijn, zouden al het mogelijke in het werk moeten stellen om walverlof voor zeevarenden zo spoedig mogelijk na aankomst van het schip in de haven aan wal willen gaan, te vergemakkelijken.
Voorschrift 4.5. – Sociale zekerheid
Doel: Verzekeren dat maatregelen worden getroffen om zeevarenden toegang te verschaffen tot socialezekerheidsbescherming
-
- Elk Lid draagt er zorg voor dat alle zeevarenden en, voor zover voorzien in zijn nationale recht, hun gezinsleden toegang hebben tot socialezekerheidsbescherming in overeenstemming met de Code, zonder evenwel afbreuk te doen aan eventueel gunstiger voorwaarden als bedoeld in artikel 19, achtste lid, van het Statuut.
-
- Elk Lid verplicht zich ertoe in overeenstemming met zijn nationale omstandigheden, individueel en door middel van internationale samenwerking, maatregelen te treffen om geleidelijk te komen tot volledige socialezekerheidsbescherming voor zeevarenden.
-
- Elk Lid waarborgt dat zeevarenden op wie zijn wetgeving inzake sociale zekerheid van toepassing is en, voor zover voorzien in zijn nationale recht, hun gezinsleden, recht hebben op socialezekerheidsbescherming die niet minder gunstig is dan die welke werknemers aan wal genieten.
-
- De takken van sociale zekerheid die met het oog op het geleidelijk bereiken van volledige socialezekerheidsbescherming ingevolge voorschrift 4.5 in aanmerking moeten worden genomen, zijn: medische zorg, uitkering bij ziekte, werkloosheidsuitkering, ouderdomspensioen, uitkering bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, kinderbijslag, moederschapsuitkering, arbeidsongeschiktheidsuitkering en nabestaandenuitkering, ter aanvulling van de bescherming voorzien in voorschrift 4.1, inzake medische zorg, en 4.2, inzake aansprakelijkheid van de reder, en ingevolge andere titels van dit Verdrag.
-
- Op het tijdstip van bekrachtiging moet de door elk Lid in overeenstemming met het eerste lid van voorschrift 4.5 verschafte bescherming ten minste drie van de negen in het eerste lid van deze norm genoemde takken omvatten.
-
- Elk Lid neemt overeenkomstig zijn nationale omstandigheden stappen om te voorzien in de in het eerste lid van deze norm bedoelde aanvullende socialezekerheidsbescherming voor alle zeevarenden die normaliter op zijn grondgebied woonachtig zijn. Dit kan bijvoorbeeld worden bewerkstelligd door middel van passende bilaterale of multilaterale overeenkomsten of op premie gebaseerde stelsels. De hieruit voortvloeiende bescherming mag niet minder gunstig zijn dan die welke wordt genoten door werknemers aan wal die op hun grondgebied woonachtig zijn.
-
- Onverminderd de toewijzing van verantwoordelijkheden in het derde lid van deze norm, mogen Leden, door middel van bilaterale en multilaterale overeenkomsten en door middel van bepalingen aangenomen in het kader van regionale organisaties voor economische integratie, andere regels aannemen inzake de socialezekerheidswetgeving die op zeevarenden van toepassing is.
-
- De verantwoordelijkheden van elk Lid ten aanzien van zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren omvatten die welke zijn voorzien in de voorschriften 4.1 en 4.2 en de daaraan gerelateerde bepalingen van de Code, alsmede die welke daaraan in zijn algemene verplichtingen ingevolge het internationale recht inherent zijn.
-
- Elk Lid bestudeert de verschillende mogelijkheden waarop, in overeenstemming met het nationale recht en de praktijk, vergelijkbare uitkeringen aan zeevarenden worden verschaft in geval van afwezigheid van een passende dekking in de in het eerste lid van deze norm genoemde takken .
-
- De in het eerste lid van voorschrift 4.5 genoemde bescherming kan, naargelang van het geval, zijn vervat in wet- en regelgeving, in private regelingen of in collectieve arbeidsovereenkomsten of in een combinatie hiervan.
-
- Voor zover verenigbaar met hun nationale recht en praktijk werken de Leden, door middel van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of andere regelingen, samen ter waarborging van de instandhouding van socialezekerheidsrechten, al dan niet verschaft via op premiegebaseerde stelsels, die door alle zeevarenden ongeacht hun woonplaats zijn of worden verworven.
-
- Elk Lid stelt eerlijke en doeltreffende procedures op voor de regeling van geschillen.
-
- Elk Lid geeft op het tijdstip van bekrachtiging aan voor welke onderdelen bescherming wordt verschaft in overeenstemming met het tweede lid van deze norm. Daarna doet elk Lid aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau kennisgeving van elke uitbreiding van de socialezekerheidsbescherming met een of meer andere van de in het eerste lid van deze norm genoemde takken. De Directeur-Generaal houdt een register van deze informatie bij en stelt dit ter beschikking aan alle geïnteresseerde partijen.
-
- De verslagen ten behoeve van het Internationaal Arbeidsbureau ingevolge artikel 22 van het Statuut moeten mede informatie bevatten met betrekking tot de in overeenstemming met het tweede lid van voorschrift 4.5 genomen stappen om de bescherming tot andere takken uit te breiden.
-
- De in overeenstemming met het tweede lid van norm A4.5 op het tijdstip van bekrachtiging te verschaffen bescherming zou ten minste de takken medische zorg, ziekte-uitkering en uitkering bij arbeidsongevallen en beroepsziekten moeten omvatten.
-
- Onder de in het zesde lid van norm A4.5 bedoelde omstandigheden mogen, met inachtneming van de bepalingen van de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomsten, vergelijkbare uitkeringen worden verschaft door middel van verzekering, bilaterale en multilaterale overeenkomsten of op een andere doeltreffende wijze. Wanneer dergelijke maatregelen worden aangenomen, zouden de zeevarenden op wie deze maatregelen van toepassing zijn op de hoogte moeten worden gebracht van de wijze waarop de uiteenlopende vormen van socialezekerheidsbescherming worden verschaft.
-
- Wanneer op zeevarenden meer dan een nationale socialezekerheidswetgeving van toepassing is, zouden de betrokken Leden moeten samenwerken om in onderlinge overeenstemming vast te stellen welke wetgeving toepasselijk is, rekening houdend met factoren als het type en niveau van bescherming ingevolge de respectieve wetgevingen dat voor de betrokken zeevarende gunstiger is alsmede met de voorkeur van de zeevarende.
-
- De ingevolge het negende lid van norm A4.5 in te stellen procedures zouden zodanig moeten zijn geformuleerd dat alle geschillen met betrekking tot vorderingen van de betrokken zeevarenden worden gedekt, ongeacht de wijze waarop in de dekking wordt voorzien.
-
- Elk Lid dat zeevarenden heeft die al dan niet zijn nationaliteit hebben en werkzaam zijn op schepen die zijn vlag voeren, zou de in het Verdrag genoemde toepasselijke socialezekerheidsbescherming moeten verschaffen en regelmatig de in het eerste lid van norm A4.5 genoemde takken van socialezekerheidsbescherming toetsen, teneinde eventuele voor de betrokken zeevarenden in aanmerking komende aanvullende takken in kaart te brengen.
-
- De arbeidsovereenkomst voor zeevarenden zou moeten vermelden in welke vorm de uiteenlopende takken van socialezekerheidsbescherming door de reder aan de zeevarende worden verschaft, alsmede alle overige relevante informatie waarover de reder beschikt, zoals verplichte inhoudingen op de lonen van de zeevarenden en prestaties van de reders die ingevolge de relevante nationale verzekeringsstelsels conform de vereisten van erkende instanties zouden kunnen worden toegepast.
-
- Het Lid waarvan het schip de vlag voert zou zich er bij de uitoefening van zijn rechtsbevoegdheid inzake sociale aangelegenheden van moeten vergewissen of de verantwoordelijkheden van de reders op het gebied van socialezekerheidsbescherming worden nagekomen, met inbegrip van de betaling van de verschuldigde premie aan de socialezekerheidsstelsels.
TITEL 5. NALEVING EN HANDHAVING
Voorschrift 5.1. – Verantwoordelijkheden van de vlaggenstaat
Doel: Verzekeren dat elk Lid zijn verantwoordelijkheden ingevolge dit Verdrag implementeert ten aanzien van schepen die zijn vlag voeren
Voorschrift 5.1.1. – Algemene beginselen
Elk Lid is verantwoordelijk voor de nakoming van zijn verplichtingen ingevolge dit Verdrag op schepen die zijn vlag voeren.
Elk Lid stelt een doeltreffend systeem in voor inspectie en certificering van maritieme arbeidsomstandigheden, in overeenstemming met de voorschriften 5.1.3 en 5.1.4 en staat ervoor in dat de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren, voldoen aan de normen van dit Verdrag en hieraan blijven voldoen.
Bij de instelling van een doeltreffend systeem voor de inspectie en certificering van maritieme arbeidsomstandigheden kan een Lid, waar passend, publieke instanties of andere organisaties (met inbegrip van die van een ander Lid, indien deze hiermee instemt) die het als bevoegd en onafhankelijk erkent, toestemming geven inspecties uit te voeren en/of certificaten af te geven. In alle gevallen blijft het Lid volledig verantwoordelijk voor de inspectie en certificering van de werk- en leefomstandigheden van de betrokken zeevarenden op schepen die zijn vlag voeren.
Een certificaat maritieme arbeid aangevuld met een verklaring naleving maritieme arbeid vormt prima facie bewijs dat het schip naar behoren is geïnspecteerd door het Lid waarvan het de vlag voert en dat aan de vereisten van dit Verdrag met betrekking tot de werk- en leefomstandigheden van de zeevarenden overeenkomstig de certificering is voldaan.
Informatie met betrekking tot het in het tweede lid van dit voorschrift bedoelde systeem, met inbegrip van de gehanteerde methode voor de beoordeling van de doeltreffendheid ervan, moet worden opgenomen in de verslagen van het Lid aan het Internationaal Arbeidsbureau ingevolge artikel 22 van het Statuut.
Norm A5.1.1 – Algemene beginselen
-
- Elk Lid stelt duidelijke doelen en normen vast die betrekking hebben op de administratie van zijn inspectie- en certificeringssystemen, alsmede geschikte algemene procedures voor de beoordeling van de mate waarin die doelen en normen worden gehaald.
-
- Elk Lid moet verlangen dat op alle schepen die zijn vlag voeren een exemplaar van dit Verdrag aan boord aanwezig is.
Leidraad B5.1.1 – Algemene beginselen
-
- De bevoegde autoriteit zou de nodige regelingen moeten treffen ter bevordering van effectieve samenwerking tussen de in de voorschriften 5.1.1 en 5.1.2 bedoelde publieke instanties en andere organisaties die zich bezig houden met de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden aan boord van schepen.
-
- Teneinde de samenwerking tussen inspecteurs en reders, zeevarenden en hun organisaties beter te waarborgen en de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden in stand te houden of te verbeteren, zou de bevoegde autoriteit regelmatig overleg moeten plegen met de vertegenwoordigers van deze organisaties zoveel als nodig is om genoemde doelen te verwezenlijken. De wijze waarop dit overleg plaatsvindt, zou moeten worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit, na overleg met de organisaties van reders en zeevarenden.
Voorschrift 5.1.2. – Bevoegdverklaring van erkende organisaties
De in het derde lid van voorschrift 5.1.1 bedoelde publieke instanties of andere organisaties („erkende organisaties”) moeten door de bevoegde autoriteit zijn erkend als te hebben voldaan aan de in de Code vervatte vereisten met betrekking tot competentie en onafhankelijkheid. De inspectie- of certificeringstaken waarvoor de erkende organisaties bevoegd mogen worden verklaard, moeten vallen binnen de activiteiten waarvan uitdrukkelijk in de Code wordt vermeld dat deze door de bevoegde autoriteit of een erkende organisatie worden vervuld.
De in het vijfde lid van voorschrift 5.1.1 bedoelde rapporten moeten informatie bevatten ten aanzien van alle erkende organisaties, de reikwijdte van de bevoegdverklaringen en de regelingen die het Lid heeft getroffen om te verzekeren dat de toegestane activiteiten volledig en doeltreffend worden verricht.
Norm A5.1.2 – Bevoegdverklaring van erkende organisaties
-
- Ten behoeve van de erkenning in overeenstemming met het eerste lid van voorschrift 5.1.2, toetst de bevoegde autoriteit de competentie en onafhankelijkheid van de betrokken organisatie en stelt zij vast of deze organisatie, in de mate vereist voor het verrichten van de activiteiten waarop de verleende erkenning van toepassing is, heeft aangetoond dat deze:
- a. de nodige expertise bezit op het gebied van de relevante aspecten van dit Verdrag alsmede de nodige kennis van de bedrijfsvoering van schepen, met inbegrip van de minimumvereisten voor zeevarenden om op een schip te werken, arbeidsomstandigheden, accommodatie, recreatieve voorzieningen, voeding en catering, ongevallenpreventie, bescherming van de gezondheid, medische zorg, welzijn en socialezekerheidsbescherming ;
- b. in staat is de deskundigheid van haar personeel op peil te houden en te actualiseren;
- c. de nodige kennis heeft van de vereisten van dit Verdrag alsmede van de toepasselijke nationale wet- en regelgeving en relevante internationale instrumenten; en
- d. de juiste omvang, structuur, ervaring en capaciteit bezit die beantwoorden aan het type en het niveau van de bevoegdverklaring.
-
- Bevoegdverklaringen die ten aanzien van inspecties worden verleend, moeten de erkende organisaties minimaal in staat stellen te eisen dat vastgestelde tekortkomingen op het gebied van de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden worden gecorrigeerd en in dit verband uit te voeren op verzoek van een havenstaat.
-
- Elk Lid zorgt voor de instelling van:
- a. een stelsel dat borg staat voor de adequaatheid van de door erkende organisaties verrichte werkzaamheden, dat informatie omvat met betrekking tot alle toepasselijke nationale wet- en regelgeving en relevante internationale instrumenten; en
- b. procedures voor communicatie met en toezicht op dergelijke organisaties.
-
- Elk Lid verstrekt het Internationaal Arbeidsbureau een actuele lijst van alle erkende organisaties die bevoegd zijn om namens hem op te treden en blijft deze lijst actualiseren. Op deze lijst wordt vermeld voor welke taken de erkende organisaties bevoegd zijn verklaard. Het bureau maakt de lijst openbaar.
Leidraad B5.1.2 – Bevoegdverklaring van erkende organisaties
-
- De om erkenning verzoekende organisatie zou moeten aantonen over de technische, administratieve en managementcompetentie en -capaciteiten te beschikken om tijdig diensten van behoorlijke kwaliteit te leveren.
-
- Bij de beoordeling van de capaciteiten van een organisatie zou de bevoegde autoriteit moeten vaststellen of de organisatie:
- a. beschikt over afdoende technisch, management- en ondersteunend personeel;
- b. over voldoende gekwalificeerd personeel beschikt voor het verlenen van de vereiste dienst, met een afdoende geografische dekking;
- c. heeft aangetoond in staat te zijn tijdig diensten van behoorlijke kwaliteit te leveren; en
- d. qua bedrijfsvoering onafhankelijk is en verantwoording kan afleggen.
-
- De bevoegde autoriteit zou een schriftelijke overeenkomst moeten sluiten met elke organisatie die zij ten behoeve van een bevoegdverklaring erkent. Deze overeenkomst zou de volgende onderdelen moeten omvatten:
- a. reikwijdte;
- b. doel;
- c. algemene voorwaarden;
- d. de uitvoering van taken uit hoofde van de bevoegdverklaring;
- e. de juridische basis van de taken uit hoofde van de bevoegdverklaring;
- f. rapportage aan de bevoegde autoriteit;
- g. specificatie van de bevoegdverklaring van de bevoegde autoriteit aan de erkende organisatie; en
- h. het toezicht van de bevoegde autoriteit over de activiteiten die aan de erkende organisatie zijn gedelegeerd.
-
- Elk Lid zou van de erkende organisaties moeten verlangen dat zij een systeem ontwikkelen voor de kwalificering van door hen als inspecteur tewerkgesteld personeel om te waarborgen dat zij hun kennis en expertise tijdig actualiseren.
-
- Elk Lid zou van de erkende organisaties moeten verlangen dat zij de door hen verrichte diensten registreren, zodat zij kunnen aantonen dat zij voldoen aan de vereiste normen op de onderdelen die door de diensten worden bestreken.
-
- Bij het instellen van de in het derde lid, onderdeel b, van norm A5.1.2 bedoelde toezichtprocedures zou elk Lid rekening moeten houden met de Richtlijnen voor de bevoegdverklaring van organisaties die namens de Administratie optreden, aangenomen in het kader van de Internationale Maritieme Organisatie.
Voorschrift 5.1.3. – Certificaat maritieme arbeid en Verklaring naleving maritieme arbeid
Dit voorschrift is van toepassing op schepen:
- a. van 500 GT of meer die internationale reizen maken; en
- b. van 500 GT ton of meer, die de vlag voeren van een Lid en werkzaam zijn vanuit een haven, of tussen havens, in een ander land.
Voor de toepassing van dit voorschrift wordt verstaan onder „internationale reis”, een reis van een land naar een haven buiten dat land.
Op verzoek van de reder aan het desbetreffende Lid is dit voorschrift eveneens van toepassing op alle schepen die de vlag voeren van een Lid waarop het eerste lid van dit voorschrift niet van toepassing is.
Elk Lid verlangt dat schepen die zijn vlag voeren een certificaat maritieme arbeid aan boord hebben en bijhouden waarin wordt verklaard dat de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden op het schip, met inbegrip van maatregelen ten behoeve van voortdurende naleving die moeten worden opgenomen in de in lid 4 van dit voorschrift bedoelde verklaring naleving maritieme arbeid, zijn geïnspecteerd en voldoen aan de vereisten van de nationale wet- en regelgeving of andere maatregelen ter uitvoering van dit Verdrag.
Elk Lid verlangt dat schepen die zijn vlag voeren een verklaring naleving maritieme arbeid aan boord hebben en bijhouden waarin de nationale vereisten ter uitvoering van dit Verdrag worden vermeld voor de werk- en leefomstandigheden voor zeevarenden en waarin de door de reder aangenomen maatregelen ter waarborging van de naleving van de vereisten op het betreffende schip of de betreffende schepen worden vermeld.
Het certificaat maritieme arbeid en de verklaring naleving maritieme arbeid moeten overeenstemmen met het in de Code voorgeschreven model.
Wanneer de bevoegde autoriteit van het Lid of een voor dat doel naar behoren gemachtigde erkende organisatie via inspectie heeft vastgesteld dat een schip dat de vlag van het Lid voert, voldoet of nog steeds voldoet aan de normen van dit Verdrag, geeft het daartoe een maritiem arbeidscertificaat af of verlengt dit en houdt daarvan een publiekelijk toegankelijk register bij.
De gedetailleerde vereisten ten behoeve van het certificaat maritieme arbeid en de verklaring naleving maritieme arbeid, met inbegrip van een lijst van hetgeen moet worden geïnspecteerd en goedgekeurd, zijn vervat in Deel A van de Code.
Norm A5.1.3 – Maritiem arbeidscertificaat en verklaring naleving maritieme arbeid
-
- Het certificaat maritieme arbeid wordt aan het schip afgegeven door de bevoegde autoriteit, of door een voor dit doel naar behoren gemachtigde erkende organisatie, voor een tijdvak van ten hoogste vijf jaar. In Appendix A5-I is een lijst opgenomen van zaken die moeten worden geïnspecteerd en moeten voldoen aan de nationale wet- en regelgeving of andere maatregelen ter uitvoering van de vereisten van dit Verdrag betreffende de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden aan boord voordat een maritiem arbeidscertificaat kan worden afgegeven.
-
- De geldigheid van het certificaat maritieme arbeid wordt onderworpen aan een tussentijdse inspectie door de bevoegde autoriteit, of door een daartoe naar behoren gemachtigde erkende organisatie, teneinde voortdurende naleving van de nationale vereisten ter uitvoering van dit Verdrag te waarborgen. Indien slechts een tussentijdse inspectie wordt uitgevoerd en het tijdvak van geldigheid van het certificaat vijf jaar bedraagt, moet deze inspectie plaatsvinden tussen de tweede en derde verjaardatum van het certificaat. Onder verjaardatum wordt verstaan de dag en maand van elk jaar die overeenkomen met de datum waarop het certificaat maritieme arbeid verloopt. De reikwijdte en intensiteit van de tussentijdse inspectie zijn gelijk aan een inspectie voor de verlenging van het certificaat. Na een naar tevredenheid verlopen tussentijdse inspectie wordt het certificaat geviseerd.
-
- Onverminderd het eerste lid van deze norm, indien de verlengingsinspectie wordt afgerond binnen drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat maritieme arbeid, is het nieuwe certificaat maritieme arbeid geldig vanaf de datum waarop de verlenginginspectie is afgerond voor een tijdvak van ten hoogste vijf jaar gerekend vanaf de datum waarop het bestaande certificaat verloopt. Wanneer de verlengingsinspectie meer dan drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat maritieme arbeid verstrijkt wordt afgerond, is het nieuwe certificaat maritieme arbeid geldig voor een tijdvak van ten hoogste vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van voltooiing van de verlengingsinspectie.
-
- Niettegenstaande het eerste lid van deze norm kan de bevoegde autoriteit, of de erkende organisatie die daartoe naar behoren gemachtigd is, wanneer na een vóór de vervaldatum van een maritieme arbeidscertificaat uitgevoerde verlengingsinspectie wordt vastgesteld dat het schip nog steeds voldoet aan de nationale wet- en regelgeving of andere maatregelen ter uitvoering van de vereisten van dit Verdrag, maar er niet onmiddellijk een nieuw certificaat kan worden afgegeven en aan boord van dat schip ter beschikking kan worden gesteld, de geldigheid van het certificaat met ten hoogste vijf maanden na de vervaldatum van het bestaande certificaat verlengen, en het certificaat dienovereenkomstig bekrachtigen. Het nieuwe certificaat is geldig voor een periode van ten hoogste vijf jaar vanaf de in het derde lid van deze norm bedoelde datum.
-
- Een tijdelijk certificaat maritieme arbeid kan worden afgegeven:
- a. aan nieuwe schepen wanneer deze worden opgeleverd;
- b. wanneer een schip van vlag wisselt; of
- c. wanneer een reder de verantwoordelijkheid aanvaardt voor de exploitatie van een schip dat voor die reder nieuw is.
-
- Een voorlopig certificaat maritieme arbeid kan voor een tijdvak van ten hoogste zes maanden worden afgegeven, door de bevoegde autoriteit of door een voor dit doel naar behoren gemachtigde erkende organisatie.
-
- Een voorlopig certificaat maritieme arbeid mag uitsluitend worden afgegeven nadat geverifieerd is of:
- a. het schip, voor zover redelijk en praktisch uitvoerbaar, is geïnspecteerd op de in Aanhangsel A5-I genoemde punten, met inachtneming van de verificatie van onderwerpen genoemd in de onderdelen b, c, en d van dit lid;
- b. de reder ten genoegen van de bevoegde autoriteit of erkende organisatie heeft aangetoond dat op het schip voldoende procedures gelden om aan dit Verdrag te voldoen;
- c. de kapitein op de hoogte is van de vereisten van dit Verdrag en van de verantwoordelijkheden voor de naleving ervan; en
- d. aan de bevoegde autoriteit of erkende organisatie relevante informatie is verstrekt om een verklaring naleving maritieme arbeid af te geven.
-
- Teneinde de afgifte van een certificaat maritieme arbeid voor de volle looptijd mogelijk te maken, moet voor het verlopen van het voorlopig certificaat een volledige inspectie worden uitgevoerd in overeenstemming met het eerste lid van deze norm. Na het verstrijken van de in het zesde lid van deze norm bedoelde eerste zes maanden mag niet nogmaals een voorlopig certificaat worden afgegeven. Voor het tijdvak van geldigheid van het tijdelijke certificaat hoeft geen verklaring naleving maritieme arbeid te worden afgegeven.
-
- Het certificaat maritieme arbeid, het voorlopige certificaat maritieme arbeid en de verklaring naleving maritieme arbeid moeten worden opgesteld in de vorm die overeenkomt met de in Appendix A5-II opgenomen modellen.
-
- De verklaring naleving maritieme arbeid moet aan het certificaat maritieme arbeid worden gehecht. De verklaring moet uit twee delen bestaan: De bevoegde autoriteit of voor dit doel naar behoren gemachtigde erkende organisatie certificeert Deel II en geeft de verklaring naleving maritieme arbeid af.
- a. Deel I wordt door de bevoegde autoriteit opgesteld en bevat:
- i. een lijst van zaken die in overeenstemming met het eerste lid van deze norm moeten worden geïnspecteerd;
- ii. de nationale vereisten die invulling geven aan de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag door middel van een verwijzing naar de desbetreffende nationale wettelijke bepalingen alsmede, voor zover nodig, beknopte informatie over de kern van de nationale vereisten;
- iii. verwijzingen naar scheepsspecifieke vereisten ingevolge de nationale wetgeving;
- iv. een registratie van wezenlijk gelijkwaardige bepalingen aangenomen ingevolge het derde lid van artikel VI; en
- v. een duidelijke vermelding van eventueel door de bevoegde autoriteiten verleende vrijstellingen als bedoeld in titel 3; en
- b. Deel II wordt door de reder opgesteld en bevat de maatregelen die zijn aangenomen ter waarborging van voortdurende naleving van de nationale vereisten tussen de inspecties en de voorgestelde maatregelen om te waarborgen dat er voortdurend verbetering is.
-
- De uitkomsten van alle volgende inspecties of andere verificaties die met betrekking tot het desbetreffende schip worden uitgevoerd alsmede alle zwaarwegende tekortkomingen die tijdens een dergelijke verificatie worden aangetroffen, moeten worden geregistreerd, tezamen met de datum waarop is vastgesteld dat de tekortkomingen zijn verholpen. Deze registratie, tezamen met een vertaling in het Engels – indien de registratie niet in het Engels geschiedt – moet, in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving, worden bijgeschreven op of toegevoegd aan de verklaring naleving maritieme arbeid of op een of andere wijze beschikbaar worden gesteld aan zeevarenden, inspecteurs van de vlaggenstaat, bevoegde officieren in havenstaten en vertegenwoordigers van de reders en zeevarenden.
-
- Aan boord van het schip moet een actueel en geldig certificaat maritieme arbeid en een verklaring naleving maritieme arbeid aanwezig zijn, tezamen met een vertaling in de Engelse taal – indien een andere taal dan het Engels gebruikt is – en een afschrift hiervan moet op een duidelijk zichtbare plaats aan boord worden opgehangen, waar het voor de zeevarenden toegankelijk is. Op verzoek moet in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving een afschrift beschikbaar worden gesteld aan zeevarenden, inspecteurs van de vlaggenstaat, bevoegde officieren in havenstaten alsmede aan vertegenwoordigers van reders en zeevarenden.
-
- Het in het elfde en twaalfde lid van deze norm genoemde vereiste van een vertaling in de Engelse taal is niet van toepassing indien een schip geen internationale reizen maakt.
-
- Een ingevolge het eerste of vijfde lid van deze norm afgegeven certificaat verliest zijn geldigheid in de volgende gevallen:
- a. indien de desbetreffende inspecties niet zijn afgerond binnen de termijnen vermeld in het tweede lid van deze norm;
- b. indien het certificaat niet is geviseerd in overeenstemming met het tweede lid van deze norm;
- c. wanneer een schip van vlag wisselt;
- d. wanneer een reder weigert de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van een schip te continueren; en
- e. wanneer ingrijpende wijzigingen zijn aangebracht aan de bouw of uitrusting waarop titel 3 van toepassing is.
-
- In de in het veertiende lid, onderdelen c, d, of e van deze norm bedoelde gevallen wordt een nieuw certificaat uitsluitend afgegeven wanneer de bevoegde autoriteit of erkende organisatie die het nieuwe certificaat afgeeft, er volledig van overtuigd is dat het schip voldoet aan de vereisten van deze norm.
-
- Een certificaat maritieme arbeid wordt door de bevoegde autoriteit of de voor dit doel naar behoren door de vlaggenstaat gemachtigde erkende organisatie ingetrokken wanneer er bewijzen zijn dat het betrokken schip niet aan de vereisten van dit Verdrag voldoet en de vereiste corrigerende maatregelen niet zijn getroffen.
-
- Bij de beoordeling van de vraag of een certificaat maritieme arbeid moet worden ingetrokken overeenkomstig het zestiende lid van deze norm, moet de bevoegde autoriteit of de erkende organisatie rekening houden met de ernst of de frequentie van de tekortkomingen.
Leidraad B5.1.3 – Certificaat maritieme arbeid en verklaring naleving maritieme arbeid
-
- In de opsomming van de nationale vereisten in Deel I van de verklaring naleving maritieme arbeid zouden de wettelijke bepalingen inzake de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden dan wel een verwijzing daarnaar moeten zijn opgenomen van elk van de in Aanhangsel A5-I vermelde zaken. Wanneer de nationale wetgeving exact de in dit Verdrag vermelde vereisten volgt, kan volstaan worden met een enkele verwijzing.. Wanneer een bepaling van het Verdrag wordt geïmplementeerd via wezenlijk gelijkwaardige bepalingen als bedoeld in artikel VI, derde lid, zou deze bepaling moeten worden vermeld en een beknopte uitleg worden verschaft. Wanneer door de bevoegde autoriteit vrijstelling wordt verleend als bedoeld in titel 3, zou de desbetreffende bepaling duidelijk moeten worden vermeld.
-
- In de in Deel II van de verklaring naleving maritieme arbeid bedoelde maatregelen die door de reder worden opgesteld, zou in het bijzonder moeten worden vermeld in welke gevallen wordt geverifieerd of specifieke nationale vereisten voortdurend worden nageleefd, welke personen voor de verificatie verantwoordelijk zijn, welke zaken moeten worden geregistreerd, alsmede welke procedures moeten worden gevolgd wanneer sprake is van niet-naleving. Deel II kan uiteenlopende vormen aannemen. Deel II zou kunnen verwijzen naar andere uitgebreidere documentatie waarin beleid en procedures met betrekking tot andere aspecten van de maritieme sector zijn opgenomen, bijvoorbeeld documenten vereist door de Internationale Veiligheidsmanagementscode (ISM-code) of de informatie vereist in voorschrift 5 van Hoofdstuk XI-1 van het SOLAS-Verdrag met betrekking tot het scheepsgegevensoverzicht (CSR).
-
- De maatregelen ter waarborging van voordurende naleving zouden algemene internationale eisen aan de reder en de kapitein moeten omvatten om op de hoogte te blijven van de laatste technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot de inrichting van de werkplek, met inachtneming van de inherente gevaren van het werken op zee, en om de vertegenwoordigers van zeevarenden dienovereenkomstig op de hoogte te brengen, om hiermee een beter beschermingsniveau van de werk- en leefomstandigheden van zeevarenden aan boord te garanderen.
-
- De verklaring naleving maritieme arbeid zou bovenal moeten worden opgesteld in duidelijke bewoordingen om alle betrokkenen, zoals inspecteurs van de vlaggenstaat, bevoegde officieren in havenstaten en zeevarenden te helpen bij de controle of de vereisten naar behoren worden uitgevoerd.
-
- In Aanhangsel B5-I wordt een voorbeeld gegeven van het soort informatie dat in een verklaring naleving maritieme arbeid zou kunnen worden opgenomen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)