Wet van 4 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht)

Type Wet
Publication 2026-08-15
State In force
Source BWB
artikelen 645
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Spoorwegwet

Tabakswet

Telecommunicatiewet, met uitzondering van:

  • a. artikel 3.4, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft een aanwijzing
  • b. de artikelen 3.10 en 18.9, eerste en tweede lid
  • c. alsmede, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt:
    1. hoofdstuk 6, tenzij beroep kon worden ingesteld voor de inwerkingtreding van de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002
    1. de hoofdstukken 6A, 6B, en 12
    1. hoofdstuk 15, met uitzondering van een besluit op grond van de artikelen 15.2a en 15.4

Warenwet

Wet bekostiging financieel toezicht

Wet dieren: artikel 8.7

Wet financiële betrekkingen buitenland 1994

Wet geneesmiddelenprijzen: artikel 11

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: artikel 90

Wet handhaving consumentenbescherming

Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie: de artikelen 21 en 22

Wet inzake de geldtransactiekantoren,voor zover die wet nog van toepassing is op grond van artikel IX van de Wijzigingswet financiële markten 2012

Wet luchtvaart: de artikelen 8.25f, eerste lid, en 8.25g, eerste lid

Wet marktordening gezondheidszorg, voor zover het betreft een besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit als bedoeld in hoofdstuk 6, paragraaf 4

Wet op het financieel toezicht, met uitzondering van:

  • a. hoofdstuk 5.1 en de artikelen 5:77, eerste lid, en 5:81, derde lid
  • b. een besluit terzake van het ingevolge artikel 5:76, tweede lid, of 5:80b, vijfde lid, bepaalde, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80
  • c. de artikelen 6:1 en 6:2

Wet op het notarisambt, voor zover het de toepassing of overeenkomstige toepassing van de Wet verplichte beroepspensioenregeling betreft op grond van artikel 113c

Wet personenvervoer 2000: de artikelen 56, eerste lid, 59, eerste lid, 94, eerste lid, en 96, eerste lid

Wet privatisering APB, voor zover het de overeenkomstige toepassing van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 betreft op grond van artikel 21, vierde lid

Wet schadefonds olietankschepen

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Wet toezicht accountantsorganisaties

Wet toezicht financiële verslaggeving

Wet toezicht trustkantoren

Wet van ... tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) (Stb. ..., ...): artikel XX

Wet verplichte beroepspensioenregeling

Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000

Artikel 12. Hoger beroep bij een gerechtshof

Tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter omtrent een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan hoger beroep worden ingesteld bij een gerechtshof.

Algemene douanewet: artikel 8:2, tweede lid

Algemene wet inzake rijksbelastingen: artikel 26

Mijnbouwwet: de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 en 5.5

Wet strategische diensten: artikel 18, derde lid

Bijlage 1. Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g)

Tegen een besluit, genomen op grond van een in deze regeling genoemd voorschrift dan wel anderszins in deze regeling omschreven, kan geen bezwaar worden gemaakt.

Archiefwet 1995: artikel 38, betreffende de toepassing van de artikelen 124, 124a en hoofdstuk XVII van de Gemeentewet

Belemmeringenwet Privaatrecht: de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid, voor zover de verplichting noodzakelijk is voor de uitvoering van werken als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, onderdelen a en b, van de Crisis- en herstelwet of voor de uitvoering van een of meer besluiten als bedoeld in:

Elektriciteitswet 1998: artikel 51

Gaswet: artikel 19

Gemeentewet:

  • b. een beschikking tot ophouding als bedoeld in artikel 154a

Kaderwet dienstplicht: artikel 13

Kieswet:

Landbouwkwaliteitswet: een besluit van een tuchtgerecht of een centraal tuchtgerecht, ingesteld door een controle-instelling als bedoeld in artikel 13

Mededingingswet: de artikelen 37, eerste lid, 44, eerste lid, en 47, eerste lid

Postwet 2009: hoofdstuk 3A en artikel 58

Provinciewet:

Spoorwegwet: hoofdstuk 5, paragraaf 2, en artikel 71, tweede lid

Telecommunicatiewet, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt, genomen op grond van:

Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming: artikel 4

Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding: de artikelen 2 tot en met 4

Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening: artikel 7, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt

Uitvoeringswet verordening Europees burgerinitiatief: artikel 2, aanhef en onder c

Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225): de artikelen 16, 18 en 21

Verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PbEU 2017, L 168): de artikelen 20, eerste en vijfde lid, en 23, eerste lid

Vreemdelingenwet 2000:

  • e. de opheffing of tijdelijke opheffing van een inreisverbod

Waterschapswet: de artikelen 31, derde lid, 33, vierde lid, en 41, vijfde lid

Waterwet: artikel 3.13, derde lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften: artikel 32

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

  • a. een besluit inzake een verklaring als bedoeld in artikel 2.27

Wet gemeenschappelijke regelingen:

Wet luchtvaart: de artikelen 8.25ea, vierde lid, 8.25f, tweede, vierde en vijfde lid, 8.40f, vierde lid, en 8.40g, tweede, vierde en vijfde lid

Wet milieubeheer:

Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten: de artikelen 2, eerste lid, 3 en 5

Wet op het financieel toezicht:

Wet politiegegevens: artikelen 25 en 28

Wet ruimtelijke ordening:

  • a. een besluit op een verzoek om een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 6.8 of 6.9
  • b. een besluit omtrent herziening van een exploitatieplan, dat niet is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, een besluit omtrent de afrekening en herberekende exploitatiebijdragen van een exploitatieplan alsmede een besluit om geen exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid

Wet tijdelijk huisverbod

Artikel 1

Het tarief, genoemd in artikel 8:41, tweede lid, onderdeel a, dan wel genoemd in artikel 8:109, eerste lid, onderdeel a, geldt indien het beroep, dan wel hoger beroep, betreft:

  • b. een besluit inzake een uitkering op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid op grond van een wettelijk voorschrift waarbij de natuurlijke persoon ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid vanwege het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, of een besluit, genomen op grond van artikel P9 van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
  • c. een bestuurlijke boete van ten hoogste € 340;
  • d. een besluit waarbij de kosten van bestuursdwang op ten hoogste € 340 zijn vastgesteld.
Artikel 2

Het tarief, genoemd in artikel 8:41, tweede lid, onderdeel a, dan wel genoemd in artikel 8:109, eerste lid, onderdeel a, geldt voorts indien het beroep, dan wel hoger beroep, betreft een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven.

Algemene bijstandswet

Algemene Kinderbijslagwet

Algemene nabestaandenwet

Algemene Ouderdomswet

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, met uitzondering van een besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of van het College zorgverzekeringen

Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij het beroep of hoger beroep door een natuurlijke persoon is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit met betrekking tot de toepassing van:

  • a. de Wet op de dividendbelasting 1965
  • b. de Wet op de omzetbelasting 1968
  • c. de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992
  • d. de Wet op de accijns
  • e. de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten
  • f. de Wet belastingen op milieugrondslag

Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer: hoofdstuk IV

Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs, voor zover het betreft besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dan wel Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Besluit van 20 juni 1984, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur regelende de vergoeding van motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen (Stb. 1984, 364)

Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voor zover het betreft besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dan wel Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs, voor zover het betreft besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dan wel Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië, met inbegrip van een besluit op grond van de Algemene oorlogsongevallenregeling

Garantiewet Militairen K.N.I.L.

Garantiewet Surinaamse pensioenen

Kaderwet SZW-subsidies, voor zover het betreft een ministeriële regeling op grond van artikel 9

Liquidatiewet Ongevallenwetten

Mijnbouwwet: de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 en 5.5

Reglement eenmalige uitkering silicose-vergoeding oud-mijnwerkers, vastgesteld bij besluit van het bestuur van de Stichting Silicose Oud-Mijnwerkers van 18 april 1994

de reglementen van de Stichting Maror-gelden Overheid, de Stichting Joods Humanitair Fonds, de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en de Stichting Het Gebaar

Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960

Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-oorlogse generatie

Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria

Tijdelijke wet pilot loondispensatie

Toeslagenwet

Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen

Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956

Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen

Werkloosheidswet

Wet arbeid en zorg: hoofdstuk 3, afdeling 2

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen

Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Wet buitengewoon pensioen 1940–1945

Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet

Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers

Wet financiering sociale verzekeringen, voor zover het betreft een besluit van de Sociale verzekeringsbank of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen

Wet inburgering

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

Wet inkomensvoorziening oudere werklozen

Wet investeren in jongeren, met uitzondering van de artikelen 37, 57 en artikel 91, voor zover het besluiten betreft van de voorzitter van gedeputeerde staten

Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen: een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 2.3

Wet maatschappelijke ondersteuning

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Wet op de huurtoeslag

Wet op de rechtsbijstand: een besluit van de Raad voor rechtsbijstand, indien het beroep dan wel hoger beroep wordt ingesteld door een rechtzoekende als bedoeld in artikel 1, eerste lid

Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen

Wet pensioenvoorzieningen K.N.I.L.

Wet sociale werkvoorziening

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

Wet studiefinanciering 2000

Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen

Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945

Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945

Wet van 21 december 1951, houdende een onderstandsregeling ingevolge artikel 2 Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië (Stb. 1951, 592)

Wet van 16 juli 2001 tot het stellen van nadere regels in verband met de introductie van een toeslagregeling ter compensatie van het gemis aan overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 ten aanzien van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 en enkele andere overzeese pensioenwetten alsmede het actualiseren van die wetten in verband met de inwerkingtreding van de Algemene nabestaandenwet (Stb. 2001, 377)

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten

Wet werk en bijstand, met uitzondering van de artikelen 52 en 81 en paragraaf 6.5

Wet werk en inkomen kunstenaars, met uitzondering van artikel 14

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Ziektewet

Zorgverzekeringswet: de artikelen 9b, 9c, 18f, 18g, 69, 70 en 118a

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 8:89
1.

Indien de schade wordt veroorzaakt door een besluit waarover de Centrale Raad van Beroep of de Hoge Raad in enige of hoogste aanleg oordeelt, is de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd.

2.

In de overige gevallen is de bestuursrechter bevoegd voor zover de gevraagde vergoeding ten hoogste € 25 000 bedraagt met inbegrip van de tot aan de dag van het verzoek verschenen rente, en onverminderd het recht van de belanghebbende om op grond van andere wettelijke bepalingen schadevergoeding te vragen.

3.

De bestuursrechter is in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, niet bevoegd indien de belanghebbende het verzoek heeft ingediend nadat hij ter zake van de schade een geding bij de burgerlijke rechter aanhangig heeft gemaakt.

4.

Zolang het verzoek van de belanghebbende bij de bestuursrechter aanhangig is, verklaart de burgerlijke rechter een vordering tot vergoeding van de schade niet ontvankelijk.

Artikel 8:90
1.

Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de bestuursrechter die bevoegd is kennis te nemen van het beroep tegen het besluit.

2.

Ten minste acht weken voor het indienen van het in het eerste lid bedoelde verzoekschrift vraagt de belanghebbende het betrokken bestuursorgaan schriftelijk om vergoeding van de schade, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.

Artikel 8:91
1.

Indien het verzoek wordt gedaan gedurende het beroep tegen of het hoger beroep omtrent het schadeveroorzakende besluit, wordt het ingediend bij de bestuursrechter waarbij het beroep of het hoger beroep aanhangig is.

2.

In dat geval is artikel 8:90, tweede lid, niet van toepassing.

3.

Indien het verzoek wordt gedaan in hoger beroep beslist de hogerberoepsrechter op het verzoek, tenzij hij het verzoek naar de rechtbank verwijst omdat het naar zijn oordeel behandeling door de rechtbank behoeft.

Artikel 8:92
1.

Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

  • a. de naam en het adres van de verzoeker;
  • b. de dagtekening;
  • c. een aanduiding van de oorzaak van de schade;
  • d. een opgave van de aard van de geleden of de te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan;
  • e. de gronden van het verzoek.
2.

Bij het verzoekschrift worden zo mogelijk een afschrift van het schadeveroorzakende besluit waarop het verzoekschrift betrekking heeft, en van het verzoek, bedoeld in artikel 8:90, tweede lid, overgelegd.

3.

Artikel 6:5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8:93

Artikel 310 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op verzoeken om schadevergoeding op grond van deze titel. De verjaringstermijn vangt evenwel niet eerder aan dan de dag na die waarop:

  • a. de vernietiging van het schadeveroorzakende besluit onherroepelijk is geworden, of
  • b. het bestuursorgaan de onrechtmatigheid van het besluit heeft erkend.
Artikel 8:94
1.

Op het verzoek en de behandeling daarvan zijn de artikelen 6:6, 6:14, 6:15, 6:17, 6:21, 6:24, 8:8 tot en met 8:28, 8:29 tot en met 8:51, 8:52 tot en met 8:55, 8:56 tot en met 8:69, 8:71, 8:74 tot en met 8:80 en 8:81 tot en met 8:87 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing is indien de schade is veroorzaakt door een besluit als bedoeld in artikel 26 van die wet.

2.

In afwijking van het eerste lid is bij indiening van het verzoek overeenkomstig artikel 8:91 geen griffierecht verschuldigd.

Artikel 8:95

Indien de bestuursrechter het verzoek geheel of gedeeltelijk toewijst, veroordeelt hij het bestuursorgaan tot vergoeding van schade.

Titel 8.4. Schadevergoeding

Titel 8.6. Herziening

Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen

Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften

Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Titel 10.1. Mandaat, delegatie en attributie

Afdeling 10.1.1. Mandaat

Afdeling 10.1.2. Delegatie

Titel 10.2. Toezicht op bestuursorganen

Afdeling 10.1.3. Attributie

Afdeling 10.2.3. Schorsing

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Bijlage 1. : Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g)

Tegen een besluit, genomen op grond van een in deze regeling genoemd voorschrift dan wel anderszins in deze regeling omschreven, kan geen bezwaar worden gemaakt.

Ambtenarenwet:

Archiefwet 1995: artikel 38, betreffende de toepassing van de artikelen 124, 124a en hoofdstuk XVII van de Gemeentewet

Belemmeringenwet Privaatrecht: de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid, voor zover de verplichting noodzakelijk is voor de uitvoering van werken als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, onderdelen a en b, van de Crisis- en herstelwet of voor de uitvoering van een of meer besluiten als bedoeld in:

Elektriciteitswet 1998: artikel 51

Gaswet: artikel 19

Gemeentewet:

  • b. een beschikking tot ophouding als bedoeld in artikel 154a

Kaderwet dienstplicht: artikel 13

Kieswet:

Landbouwkwaliteitswet: een besluit van een tuchtgerecht of een centraal tuchtgerecht, ingesteld door een controle-instelling als bedoeld in artikel 13

Mededingingswet: de artikelen 37, eerste lid, 44, eerste lid, en 47, eerste lid

Postwet 2009: hoofdstuk 3A en artikel 58

Provinciewet:

Spoorwegwet: hoofdstuk 5, paragraaf 2, en artikel 71, tweede lid

Telecommunicatiewet, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt, genomen op grond van:

Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming: artikel 4

Uitvoeringswet verordening Europees burgerinitiatief: artikel 2, aanhef en onder c

Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225): de artikelen 16, 18 en 21

Vreemdelingenwet 2000:

  • e. de opheffing of tijdelijke opheffing van een inreisverbod

Waterschapswet: de artikelen 31, derde lid, 33, vierde lid, en 41, vijfde lid

Waterwet: artikel 3.13, derde lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften: artikel 32

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

  • a. een besluit inzake een verklaring als bedoeld in artikel 2.27

Wet gemeenschappelijke regelingen:

Wet luchtvaart: de artikelen 8.25ea, vierde lid, en 8.25f, tweede, vierde en vijfde lid

Wet milieubeheer:

Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten: de artikelen 2, eerste lid, 3 en 5

Wet op het financieel toezicht:

Wet politiegegevens: artikelen 25 en 28

Wet raadgevend referendum: de artikelen 6, 14, 21b, derde lid, 22 juncto D 6 respectievelijk D 8 van de Kieswet, 32, eerste lid, 44, eerste lid, 60 juncto K 8 van de Kieswet, 61 juncto L 11 van de Kieswet, 62 juncto M 4 van de Kieswet, 79, 80 en 81

Wet ruimtelijke ordening:

  • a. een besluit op een verzoek om een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 6.8 of 6.9
  • b. een besluit omtrent herziening van een exploitatieplan, dat niet is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, een besluit omtrent de afrekening en herberekende exploitatiebijdragen van een exploitatieplan alsmede een besluit om geen exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid

Wet tijdelijk huisverbod

Bijlage 2. : Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (artikelen 8:5, 8:6, 8:7, 8:105 en 8:106)

Artikel 11. Hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter omtrent een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Aanbestedingswet 2012, artikel 4.21

Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, artikel 3.8

Bankwet 1998: artikel 9c, eerste en tweede lid

Burgerlijk Wetboek: de artikelen 63d, tweede lid, 156 en 266 van Boek 2

Drinkwaterwet: artikel 50, derde lid, in samenhang met artikel 70a van de Mededingingswet

Elektriciteitswet 1998: de artikelen 77h en 77i

Gaswet: de artikelen 16, 60ac en 60ad

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren: artikel 120b, eerste lid

Instellingswet Autoriteit Consument en Markt

Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet

Loodsenwet, met uitzondering van de artikelen 21, derde lid, 27b, vierde lid, 27d, 27e, 27f, 27h en 27l

Mededingingswet

Meststoffenwet: artikel 51

Muntwet 2002: artikel 11, eerste en tweede lid

Overgangswet elektriciteitsproductiesector

Pensioenwet

Postwet 2009, met uitzondering van hoofdstuk 3A en artikel 58

Sanctiewet 1977: de artikelen 10ba tot en met 10d

Spoorwegwet, met uitzondering van de artikelen 19, 21 en hoofdstuk 5, paragraaf 2, en artikel 71, tweede lid

Tabaks- en rookwarenwet

Telecommunicatiewet, met uitzondering van:

  • c. alsmede, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt:

Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225), met uitzondering van de artikelen 16, 18 en 21

Warenwet

Warmtewet: artikel 18

Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie: hoofdstuk 3

Wet bekostiging financieel toezicht

Wet bestrijding maritieme ongevallen

Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies, voor zover de boete is opgelegd ter zake van het niet voldoen aan een bijzondere meldingsplicht die is verbonden aan een krachtens de Kaderwet EZ-subsidies verstrekte subsidie

Wet dieren: artikel 8.7

Wet financiële betrekkingen buitenland 1994

Wet geneesmiddelenprijzen: artikel 11

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: artikel 90

Wet handhaving consumentenbescherming

Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie: de artikelen 21 en 22

Wet inkomstenbelasting 2001: een boetebesluit als bedoeld in artikel 3.52a, elfde lid, en een daarmee samenhangende correctie-RDA-beschikking als bedoeld in het tweede lid van dit artikel

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)