Wet van 4 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht)
Telecommunicatiewet, met uitzondering van:
- a. artikel 3.4, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft een aanwijzing
- b. de artikelen 3.10 en 18.9, eerste en tweede lid
- c. alsmede, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt:
-
- hoofdstuk 6, tenzij beroep kon worden ingesteld voor de inwerkingtreding van de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002
-
- de hoofdstukken 6A, 6B, en 12
-
- hoofdstuk 15, met uitzondering van een besluit op grond van de artikelen 15.2a en 15.4
Wet bekostiging financieel toezicht
Wet dieren: artikel 8.7
Wet financiële betrekkingen buitenland 1994
Wet geneesmiddelenprijzen: artikel 11
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: artikel 90
Wet handhaving consumentenbescherming
Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie: de artikelen 21 en 22
Wet inzake de geldtransactiekantoren,voor zover die wet nog van toepassing is op grond van artikel IX van de Wijzigingswet financiële markten 2012
Wet luchtvaart: de artikelen 8.25f, eerste lid, en 8.25g, eerste lid
Wet marktordening gezondheidszorg, voor zover het betreft een besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit als bedoeld in hoofdstuk 6, paragraaf 4
Wet op het financieel toezicht, met uitzondering van:
- a. hoofdstuk 5.1 en de artikelen 5:77, eerste lid, en 5:81, derde lid
- b. een besluit terzake van het ingevolge artikel 5:76, tweede lid, of 5:80b, vijfde lid, bepaalde, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80
- c. de artikelen 6:1 en 6:2
Wet op het notarisambt, voor zover het de toepassing of overeenkomstige toepassing van de Wet verplichte beroepspensioenregeling betreft op grond van artikel 113c
Wet personenvervoer 2000: de artikelen 56, eerste lid, 59, eerste lid, 94, eerste lid, en 96, eerste lid
Wet privatisering APB, voor zover het de overeenkomstige toepassing van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 betreft op grond van artikel 21, vierde lid
Wet schadefonds olietankschepen
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Wet toezicht accountantsorganisaties
Wet toezicht financiële verslaggeving
Wet van ... tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) (Stb. ..., ...): artikel XX
Wet verplichte beroepspensioenregeling
Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000
Artikel 12. Hoger beroep bij een gerechtshof
Tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter omtrent een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan hoger beroep worden ingesteld bij een gerechtshof.
Algemene douanewet: artikel 8:2, tweede lid
Algemene wet inzake rijksbelastingen: artikel 26
Mijnbouwwet: de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 en 5.5
Wet strategische diensten: artikel 18, derde lid
Bijlage 1. Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g)
Tegen een besluit, genomen op grond van een in deze regeling genoemd voorschrift dan wel anderszins in deze regeling omschreven, kan geen bezwaar worden gemaakt.
Archiefwet 1995: artikel 38, betreffende de toepassing van de artikelen 124, 124a en hoofdstuk XVII van de Gemeentewet
Belemmeringenwet Privaatrecht: de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid, voor zover de verplichting noodzakelijk is voor de uitvoering van werken als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, onderdelen a en b, van de Crisis- en herstelwet of voor de uitvoering van een of meer besluiten als bedoeld in:
- b. de artikelen 3.30, eerste lid, onder a, 3.33, eerste lid, onder a, en 3.35, eerste lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening
- c. artikel 15, tweede lid, van de Spoedwet wegverbreding: de verlegging van kabels en leidingen, verband houdende met de uitvoering van een wegaanpassingsbesluit
Elektriciteitswet 1998: artikel 51
- a. de artikelen 85, tweede lid, 124, 124a, 151d, derde lid, 155d en 268, eerste lid
- b. een beschikking tot ophouding als bedoeld in artikel 154a
- c. de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, betreffende de toepassing van de artikelen 124 en 124a
Kaderwet dienstplicht: artikel 13
- a. de artikelen D 7, G 1 tot en met G 4, I 4, K 8, L 11, M 4, Q 6, S 2, X 4, derde lid, X 4a, derde lid, X 5, derde lid, X 7, vierde lid, X 7a, vierde lid, en X 8, vierde lid
- b. artikel Y 2 in samenhang met artikel D 7, G 1, G 4, I 4, K 8, L 11 of M 4
- c. de artikelen Y 32 en Y 33
Landbouwkwaliteitswet: een besluit van een tuchtgerecht of een centraal tuchtgerecht, ingesteld door een controle-instelling als bedoeld in artikel 13
Mededingingswet: de artikelen 37, eerste lid, 44, eerste lid, en 47, eerste lid
Postwet 2009: hoofdstuk 3A en artikel 58
- a. de artikelen 83, tweede lid, 121, 151d en 261, eerste lid
- b. de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121
Spoorwegwet: hoofdstuk 5, paragraaf 2, en artikel 71, tweede lid
Telecommunicatiewet, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt, genomen op grond van:
- a. hoofdstuk 5
- b. hoofdstuk 6, tenzij bezwaar kon worden ingesteld voor de inwerkingtreding van de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002
- c. de hoofdstukken 6A, 6B en 12
Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming: artikel 4
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding: de artikelen 2 tot en met 4
Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening: artikel 7, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt
Uitvoeringswet verordening Europees burgerinitiatief: artikel 2, aanhef en onder c
Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225): de artikelen 16, 18 en 21
Verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PbEU 2017, L 168): de artikelen 20, eerste en vijfde lid, en 23, eerste lid
- b. een aanwijzing als bedoeld in artikel 55, eerste lid
- c. een kennisgeving als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, of 62b
- d. een inreisverbod als bedoeld in artikel 66a, eerste of tweede lid, dat door middel van een zelfstandige beschikking is uitgevaardigd
- e. de opheffing of tijdelijke opheffing van een inreisverbod
- f. de afdelingen 3 en 5 van hoofdstuk 7
Waterschapswet: de artikelen 31, derde lid, 33, vierde lid, en 41, vijfde lid
Waterwet: artikel 3.13, derde lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften: artikel 32
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:
- a. een besluit inzake een verklaring als bedoeld in artikel 2.27
- b. een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2.34 of 3.13, tweede lid
- c. artikel 5.2a, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet
- d. artikel 5.2a, tweede lid, betreffende de toepassing van de artikelen 124 en 124a van de Gemeentewet
- e. artikel 5.2a, derde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVIII van de Provinciewet
- f. artikel 5.2a, vierde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVII van de Gemeentewet
Wet gemeenschappelijke regelingen:
- a. een ontslagbesluit als bedoeld in artikel 16, vierde lid
- b. de artikelen 25, achtste lid, 32b, 32c, 36, eerste lid, 45a gelezen in samenhang met artikel 32b, 49 gelezen in samenhang met artikel 36, eerste lid, en 50h, eerste lid
- c. de artikelen 39c, vierde lid en 39e, tweede lid, betreffende de toepassing van de artikelen 32b en 32c, en artikel 49 gelezen in samenhang met dit onderdeel
Wet luchtvaart: de artikelen 8.25ea, vierde lid, 8.25f, tweede, vierde en vijfde lid, 8.40f, vierde lid, en 8.40g, tweede, vierde en vijfde lid
- b. artikel 17.15, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet
Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten: de artikelen 2, eerste lid, 3 en 5
Wet op het financieel toezicht:
- a. de artikelen 3A:17 tot en met 3A:19, 3A:85 en 3A:86
- b. de artikelen 5:77, eerste lid, en 5:81, derde lid
- c. een besluit terzake van het ingevolge artikel 5:76, tweede lid, of 5:80b, vijfde lid, bepaalde, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80
- d. de artikelen 6:1 en 6:2
Wet politiegegevens: artikelen 25 en 28
- a. een besluit op een verzoek om een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 6.8 of 6.9
- b. een besluit omtrent herziening van een exploitatieplan, dat niet is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, een besluit omtrent de afrekening en herberekende exploitatiebijdragen van een exploitatieplan alsmede een besluit om geen exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid
- c. een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, of artikel 3.26, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, zesde lid
- d. een ontheffing als bedoeld in artikel 4.1a of 4.3a
Artikel 1
Het tarief, genoemd in artikel 8:41, tweede lid, onderdeel a, dan wel genoemd in artikel 8:109, eerste lid, onderdeel a, geldt indien het beroep, dan wel hoger beroep, betreft:
- a. een besluit inzake een uitkering bij werkloosheid of ziekte, genomen ten aanzien van een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig, een militair ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 als zodanig, of een dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet dienstplicht als zodanig, hun nagelaten betrekkingen of hun rechtverkrijgenden;
- b. een besluit inzake een uitkering op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid op grond van een wettelijk voorschrift waarbij de natuurlijke persoon ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid vanwege het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, of een besluit, genomen op grond van artikel P9 van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
- c. een bestuurlijke boete van ten hoogste € 340;
- d. een besluit waarbij de kosten van bestuursdwang op ten hoogste € 340 zijn vastgesteld.
Artikel 2
Het tarief, genoemd in artikel 8:41, tweede lid, onderdeel a, dan wel genoemd in artikel 8:109, eerste lid, onderdeel a, geldt voorts indien het beroep, dan wel hoger beroep, betreft een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven.
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, met uitzondering van een besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of van het College zorgverzekeringen
Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij het beroep of hoger beroep door een natuurlijke persoon is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit met betrekking tot de toepassing van:
- a. de Wet op de dividendbelasting 1965
- b. de Wet op de omzetbelasting 1968
- c. de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992
- d. de Wet op de accijns
- e. de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten
- f. de Wet belastingen op milieugrondslag
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer: hoofdstuk IV
Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs, voor zover het betreft besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dan wel Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voor zover het betreft besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dan wel Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs, voor zover het betreft besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dan wel Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië, met inbegrip van een besluit op grond van de Algemene oorlogsongevallenregeling
Garantiewet Militairen K.N.I.L.
Garantiewet Surinaamse pensioenen
Kaderwet SZW-subsidies, voor zover het betreft een ministeriële regeling op grond van artikel 9
Liquidatiewet Ongevallenwetten
Mijnbouwwet: de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 en 5.5
Reglement eenmalige uitkering silicose-vergoeding oud-mijnwerkers, vastgesteld bij besluit van het bestuur van de Stichting Silicose Oud-Mijnwerkers van 18 april 1994
de reglementen van de Stichting Maror-gelden Overheid, de Stichting Joods Humanitair Fonds, de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en de Stichting Het Gebaar
Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960
Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-oorlogse generatie
Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria
Tijdelijke wet pilot loondispensatie
Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen
Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956
Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen
Wet arbeid en zorg: hoofdstuk 3, afdeling 2
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Wet buitengewoon pensioen 1940–1945
Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet
Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers
Wet financiering sociale verzekeringen, voor zover het betreft een besluit van de Sociale verzekeringsbank of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
Wet inkomensvoorziening oudere werklozen
Wet investeren in jongeren, met uitzondering van de artikelen 37, 57 en artikel 91, voor zover het besluiten betreft van de voorzitter van gedeputeerde staten
Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen: een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 2.3
Wet maatschappelijke ondersteuning
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Wet op de rechtsbijstand: een besluit van de Raad voor rechtsbijstand, indien het beroep dan wel hoger beroep wordt ingesteld door een rechtzoekende als bedoeld in artikel 1, eerste lid
Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
Wet pensioenvoorzieningen K.N.I.L.
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen
Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945
Wet van 21 december 1951, houdende een onderstandsregeling ingevolge artikel 2 Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië (Stb. 1951, 592)
Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten
Wet werk en bijstand, met uitzondering van de artikelen 52 en 81 en paragraaf 6.5
Wet werk en inkomen kunstenaars, met uitzondering van artikel 14
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Zorgverzekeringswet: de artikelen 9b, 9c, 18f, 18g, 69, 70 en 118a
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 8:89
Indien de schade wordt veroorzaakt door een besluit waarover de Centrale Raad van Beroep of de Hoge Raad in enige of hoogste aanleg oordeelt, is de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd.
In de overige gevallen is de bestuursrechter bevoegd voor zover de gevraagde vergoeding ten hoogste € 25 000 bedraagt met inbegrip van de tot aan de dag van het verzoek verschenen rente, en onverminderd het recht van de belanghebbende om op grond van andere wettelijke bepalingen schadevergoeding te vragen.
De bestuursrechter is in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, niet bevoegd indien de belanghebbende het verzoek heeft ingediend nadat hij ter zake van de schade een geding bij de burgerlijke rechter aanhangig heeft gemaakt.
Zolang het verzoek van de belanghebbende bij de bestuursrechter aanhangig is, verklaart de burgerlijke rechter een vordering tot vergoeding van de schade niet ontvankelijk.
Artikel 8:90
Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de bestuursrechter die bevoegd is kennis te nemen van het beroep tegen het besluit.
Ten minste acht weken voor het indienen van het in het eerste lid bedoelde verzoekschrift vraagt de belanghebbende het betrokken bestuursorgaan schriftelijk om vergoeding van de schade, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.
Artikel 8:91
Indien het verzoek wordt gedaan gedurende het beroep tegen of het hoger beroep omtrent het schadeveroorzakende besluit, wordt het ingediend bij de bestuursrechter waarbij het beroep of het hoger beroep aanhangig is.
In dat geval is artikel 8:90, tweede lid, niet van toepassing.
Indien het verzoek wordt gedaan in hoger beroep beslist de hogerberoepsrechter op het verzoek, tenzij hij het verzoek naar de rechtbank verwijst omdat het naar zijn oordeel behandeling door de rechtbank behoeft.
Artikel 8:92
Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de naam en het adres van de verzoeker;
- b. de dagtekening;
- c. een aanduiding van de oorzaak van de schade;
- d. een opgave van de aard van de geleden of de te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan;
- e. de gronden van het verzoek.
Bij het verzoekschrift worden zo mogelijk een afschrift van het schadeveroorzakende besluit waarop het verzoekschrift betrekking heeft, en van het verzoek, bedoeld in artikel 8:90, tweede lid, overgelegd.
Artikel 6:5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8:93
Artikel 310 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op verzoeken om schadevergoeding op grond van deze titel. De verjaringstermijn vangt evenwel niet eerder aan dan de dag na die waarop:
- a. de vernietiging van het schadeveroorzakende besluit onherroepelijk is geworden, of
- b. het bestuursorgaan de onrechtmatigheid van het besluit heeft erkend.
Artikel 8:94
Op het verzoek en de behandeling daarvan zijn de artikelen 6:6, 6:14, 6:15, 6:17, 6:21, 6:24, 8:8 tot en met 8:28, 8:29 tot en met 8:51, 8:52 tot en met 8:55, 8:56 tot en met 8:69, 8:71, 8:74 tot en met 8:80 en 8:81 tot en met 8:87 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing is indien de schade is veroorzaakt door een besluit als bedoeld in artikel 26 van die wet.
In afwijking van het eerste lid is bij indiening van het verzoek overeenkomstig artikel 8:91 geen griffierecht verschuldigd.
Artikel 8:95
Indien de bestuursrechter het verzoek geheel of gedeeltelijk toewijst, veroordeelt hij het bestuursorgaan tot vergoeding van schade.
Titel 8.4. Schadevergoeding
Titel 8.6. Herziening
Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling
Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen
Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften
Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure
Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen
Titel 10.1. Mandaat, delegatie en attributie
Afdeling 10.1.1. Mandaat
Afdeling 10.1.2. Delegatie
Titel 10.2. Toezicht op bestuursorganen
Afdeling 10.1.3. Attributie
Afdeling 10.2.3. Schorsing
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Bijlage 1. : Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g)
Tegen een besluit, genomen op grond van een in deze regeling genoemd voorschrift dan wel anderszins in deze regeling omschreven, kan geen bezwaar worden gemaakt.
- a. artikel 126, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet
- b. artikel 126, tweede lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVIII van de Provinciewet
Archiefwet 1995: artikel 38, betreffende de toepassing van de artikelen 124, 124a en hoofdstuk XVII van de Gemeentewet
Belemmeringenwet Privaatrecht: de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid, voor zover de verplichting noodzakelijk is voor de uitvoering van werken als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, onderdelen a en b, van de Crisis- en herstelwet of voor de uitvoering van een of meer besluiten als bedoeld in:
- b. de artikelen 3.30, eerste lid, onder a, 3.33, eerste lid, onder a, en 3.35, eerste lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening
- c. artikel 15, tweede lid, van de Spoedwet wegverbreding: de verlegging van kabels en leidingen, verband houdende met de uitvoering van een wegaanpassingsbesluit
Elektriciteitswet 1998: artikel 51
- a. de artikelen 85, tweede lid, 124, 124a, 155d en 268, eerste lid
- b. een beschikking tot ophouding als bedoeld in artikel 154a
- c. de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, betreffende de toepassing van de artikelen 124 en 124a
Kaderwet dienstplicht: artikel 13
- a. de artikelen D 3b, vierde lid, D 6, D 8, G 1 tot en met G 4, I 4, K 8, L 11, M 4, Q 6, S 2, X 4, derde lid, X 4a, derde lid, X 5, derde lid, X 7, vierde lid, X 7a, vierde lid, en X 8, vierde lid
- b. artikel Y 2 in samenhang met artikel D 3, achtste lid, D 6, D 8, G 1, G 4, I 4, K 8, L 11 of M 4
- c. de artikelen Y 32 en Y 33
Landbouwkwaliteitswet: een besluit van een tuchtgerecht of een centraal tuchtgerecht, ingesteld door een controle-instelling als bedoeld in artikel 13
Mededingingswet: de artikelen 37, eerste lid, 44, eerste lid, en 47, eerste lid
Postwet 2009: hoofdstuk 3A en artikel 58
- a. de artikelen 83, tweede lid, 121, 151d en 261, eerste lid
- b. de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121
Spoorwegwet: hoofdstuk 5, paragraaf 2, en artikel 71, tweede lid
Telecommunicatiewet, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt, genomen op grond van:
- a. hoofdstuk 5
- b. hoofdstuk 6, tenzij bezwaar kon worden ingesteld voor de inwerkingtreding van de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002
- c. de hoofdstukken 6A, 6B en 12
Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming: artikel 4
Uitvoeringswet verordening Europees burgerinitiatief: artikel 2, aanhef en onder c
Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225): de artikelen 16, 18 en 21
- b. een aanwijzing als bedoeld in artikel 55, eerste lid
- c. een kennisgeving als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, of 62b
- d. een inreisverbod als bedoeld in artikel 66a, eerste of tweede lid, dat door middel van een zelfstandige beschikking is uitgevaardigd
- e. de opheffing of tijdelijke opheffing van een inreisverbod
- f. de afdelingen 3 en 5 van hoofdstuk 7
Waterschapswet: de artikelen 31, derde lid, 33, vierde lid, en 41, vijfde lid
Waterwet: artikel 3.13, derde lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften: artikel 32
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:
- a. een besluit inzake een verklaring als bedoeld in artikel 2.27
- b. een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2.34 of 3.13, tweede lid
- c. artikel 5.2a, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet
- d. artikel 5.2a, tweede lid, betreffende de toepassing van de artikelen 124 en 124a van de Gemeentewet
- e. artikel 5.2a, derde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVIII van de Provinciewet
- f. artikel 5.2a, vierde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVII van de Gemeentewet
Wet gemeenschappelijke regelingen:
- a. een ontslagbesluit als bedoeld in artikel 16, vierde lid
- b. de artikelen 25, achtste lid, 32b, 32c, 36, eerste lid, 45a gelezen in samenhang met artikel 32b, 49 gelezen in samenhang met artikel 36, eerste lid, en 50h, eerste lid
- c. de artikelen 39c, vierde lid en 39e, tweede lid, betreffende de toepassing van de artikelen 32b en 32c, en artikel 49 gelezen in samenhang met dit onderdeel
Wet luchtvaart: de artikelen 8.25ea, vierde lid, en 8.25f, tweede, vierde en vijfde lid
- b. artikel 17.15, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet
Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten: de artikelen 2, eerste lid, 3 en 5
Wet op het financieel toezicht:
- b. hoofdstuk 5.1 en de artikelen 5:77, eerste lid, en 5:81, derde lid
- c. een besluit terzake van het ingevolge artikel 5:76, tweede lid, of 5:80b, vijfde lid, bepaalde, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80
- d. de artikelen 6:1 en 6:2
Wet politiegegevens: artikelen 25 en 28
Wet raadgevend referendum: de artikelen 6, 14, 21b, derde lid, 22 juncto D 6 respectievelijk D 8 van de Kieswet, 32, eerste lid, 44, eerste lid, 60 juncto K 8 van de Kieswet, 61 juncto L 11 van de Kieswet, 62 juncto M 4 van de Kieswet, 79, 80 en 81
- a. een besluit op een verzoek om een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 6.8 of 6.9
- b. een besluit omtrent herziening van een exploitatieplan, dat niet is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, een besluit omtrent de afrekening en herberekende exploitatiebijdragen van een exploitatieplan alsmede een besluit om geen exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid
- c. een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, of artikel 3.26, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, zesde lid
- d. een ontheffing als bedoeld in artikel 4.1a of 4.3a
Bijlage 2. : Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (artikelen 8:5, 8:6, 8:7, 8:105 en 8:106)
Artikel 11. Hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven
Tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter omtrent een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Aanbestedingswet 2012, artikel 4.21
Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, artikel 3.8
Bankwet 1998: artikel 9c, eerste en tweede lid
Burgerlijk Wetboek: de artikelen 63d, tweede lid, 156 en 266 van Boek 2
Drinkwaterwet: artikel 50, derde lid, in samenhang met artikel 70a van de Mededingingswet
Elektriciteitswet 1998: de artikelen 77h en 77i
Gaswet: de artikelen 16, 60ac en 60ad
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren: artikel 120b, eerste lid
Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
Loodsenwet, met uitzondering van de artikelen 21, derde lid, 27b, vierde lid, 27d, 27e, 27f, 27h en 27l
Muntwet 2002: artikel 11, eerste en tweede lid
Overgangswet elektriciteitsproductiesector
Postwet 2009, met uitzondering van hoofdstuk 3A en artikel 58
Sanctiewet 1977: de artikelen 10ba tot en met 10d
Spoorwegwet, met uitzondering van de artikelen 19, 21 en hoofdstuk 5, paragraaf 2, en artikel 71, tweede lid
Telecommunicatiewet, met uitzondering van:
- a. artikel 3.4, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft een aanwijzing
- c. alsmede, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt:
-
- hoofdstuk 6, tenzij beroep kon worden ingesteld voor de inwerkingtreding van de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002
-
- de hoofdstukken 6A, 6B, en 12
-
- hoofdstuk 15, met uitzondering van de artikelen 15.2, 15.2a en 15.4
Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225), met uitzondering van de artikelen 16, 18 en 21
Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie: hoofdstuk 3
Wet bekostiging financieel toezicht
Wet bestrijding maritieme ongevallen
Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies, voor zover de boete is opgelegd ter zake van het niet voldoen aan een bijzondere meldingsplicht die is verbonden aan een krachtens de Kaderwet EZ-subsidies verstrekte subsidie
Wet financiële betrekkingen buitenland 1994
Wet geneesmiddelenprijzen: artikel 11
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: artikel 90
Wet handhaving consumentenbescherming
Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie: de artikelen 21 en 22
Wet inkomstenbelasting 2001: een boetebesluit als bedoeld in artikel 3.52a, elfde lid, en een daarmee samenhangende correctie-RDA-beschikking als bedoeld in het tweede lid van dit artikel
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)