Wet van 4 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht)

Type Wet
Publication 2026-08-15
State In force
Source BWB
artikelen 645
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Indien de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, legt het bestuursorgaan niettemin een lagere bestuurlijke boete op indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is.

4.
Artikel 5:47

Een bestuurlijke boete die is opgelegd wegens een gedraging die tevens een strafbaar feit is, vervalt indien het gerechtshof met toepassing van artikel 12i van het Wetboek van Strafvordering de vervolging van de overtreder voor dat feit beveelt.

Afdeling 5.4.1. Algemene bepalingen

Artikel 5:48
1.

Het bestuursorgaan en de voor de overtreding bevoegde toezichthouder kunnen van de overtreding een rapport opmaken.

2.

Het rapport is gedagtekend en vermeldt:

  • a. de naam van de overtreder;
  • b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
  • c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
3.

Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.

4.

Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze afdeling in de plaats van het rapport.

Artikel 5:49
1.

Het bestuursorgaan stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.

2.

Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt het bestuursorgaan er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal.

Artikel 5:50
1.

Indien de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen,

  • a. wordt het rapport reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt;
  • b. zorgt het bestuursorgaan voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.
2.

Indien het bestuursorgaan nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat:

  • a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of
  • b. de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd,

wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.

Artikel 5:51
1.

Indien van de overtreding een rapport is opgemaakt, beslist het bestuursorgaan omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport.

2.

De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuursorgaan weer bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.

Artikel 5:52

De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt:

  • a. de naam van de overtreder;
  • b. het bedrag van de boete.
Artikel 5:53
1.

Dit artikel is van toepassing indien voor de overtreding een bestuurlijke boete van meer dan € 340 kan worden opgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

2.

In afwijking van artikel 5:48 wordt van de overtreding steeds een rapport of proces-verbaal opgemaakt.

3.

In afwijking van afdeling 4.1.2 wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.

Artikel 5:54

Deze titel is van overeenkomstige toepassing op andere bestraffende sancties, voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.

Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep

Afdeling 5.4.2. De procedure

Afdeling 6.2. Overige algemene bepalingen

Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep

Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de administratieve rechter

Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar

Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar

Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep

Titel 8.1. Algemene bepalingen

Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep

Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid

Afdeling 8.1.2. Behandeling door een enkelvoudige en een meervoudige kamer

Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid

Artikel 8:28a
1.

Indien het beroep is ingesteld tegen een bestuurlijke boete is, in afwijking van de artikelen 8:27 en 8:28, de partij aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, niet verplicht omtrent de overtreding verklaringen af te leggen.

2.

Voor de bestuursrechter deze partij verhoort, deelt hij haar mede dat zij niet verplicht is tot antwoorden.

Afdeling 8.1.5. Partijen

Titel 8.2. Behandeling van het beroep

Afdeling 8.1.6. Getuigen, deskundigen en tolken

Afdeling 8.2.1. Griffierecht

Afdeling 8.1.6. Getuigen, deskundigen en tolken

Afdeling 8.1.5. Partijen

Afdeling 8.1.6. Getuigen, deskundigen en tolken

Artikel 8:72a

Indien de bestuursrechter een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete vernietigt, neemt hij een beslissing omtrent het opleggen van de boete en bepaalt hij dat zijn uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde beschikking.

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Titel 8.4. Herziening

Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling

Titel 8.4. Herziening

Afdeling 8.2.4a. Beroep bij niet tijdig handelen

Afdeling 8.2.6. Uitspraak

Afdeling 8.2.6. Uitspraak

Titel 9.2. Klachtbehandeling door een ombudsman

Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak

Afdeling 9.2.2. Bevoegdheid

Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Titel 8.4. Schadevergoeding

Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen

Afdeling 9.2.3. Procedure

Artikel 10:21

Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan zijn bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten overdraagt aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent, met dien verstande dat artikel 10:19 van overeenkomstige toepassing is voor zover de aard van de handeling zich daartegen niet verzet.

Afdeling 10.1.3. Attributie

Artikel 10:22
1.

Indien een bevoegdheid tot het nemen van besluiten bij wettelijk voorschrift is toegedeeld aan een persoon of college, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, kan dit bestuursorgaan per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de toegedeelde bevoegdheid.

2.

Degene aan wie de bevoegdheid is toegedeeld, verschaft het bestuursorgaan op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.

Artikel 10:23

Artikel 10:22 is van overeenkomstige toepassing indien bij wettelijk voorschrift een bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten is toegedeeld aan een persoon of college, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan.

Titel 9.1. Klachtbehandeling door een bestuursorgaan

Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen

Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen

Afdeling 10.2.1. Goedkeuring

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht

A. Ministerie van Justitie

B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

G. Ministerie van Defensie

C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

4.

Artikel 43 van de Wet bodembescherming, voor zover inhoudende de afwijzing van een verzoek.

E. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

6.

De artikelen 2.27, eerste lid, 2.34, eerste lid, met uitzondering van beroep dat wordt ingesteld door het bevoegde gezag ter zake van het besluit waarop de verklaring of aanwijzing betrekking heeft, 5.7, eerste lid, 5.8, eerste lid, laatste volzin, 5.9, eerste lid, 5.9, zesde lid, voor zover het een aanwijzing betreft ter zake van de uitvoering van het bepaalde krachtens artikel 5.3 en 5.24, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

7.

De artikelen 2.27, eerste lid, met uitzondering van beroep dat wordt ingesteld door het bevoegde gezag ter zake van het besluit waarop de verklaring betrekking heeft, en 5.8, eerste lid, laatste volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 7:14a

Indien door een ander dan de aanvrager bezwaar is gemaakt tegen een besluit op aanvraag, wordt de aanvrager voor de toepassing van paragraaf 4.1.3.2 gelijkgesteld met de indiener van het bezwaarschrift.

Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep

Artikel 7:27a

Indien het beroep tegen een besluit op aanvraag is ingesteld door een ander dan de aanvrager, wordt de aanvrager voor de toepassing van paragraaf 4.1.3.2 gelijkgesteld met degene die het beroep heeft ingesteld.

Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over beroep bij de rechtbank

Titel 8.1. Algemene bepalingen

Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar

Afdeling 8.1.2. Behandeling door een enkelvoudige en een meervoudige kamer

Afdeling 8.1.3. Verwijzing, voeging en splitsing

Afdeling 8.1.4. Wraking en verschoning van rechters

Afdeling 8.1.2a. Conclusie

Afdeling 8.1.4. Wraking en verschoning van rechters

Afdeling 8.1.2. Behandeling door een enkelvoudige, meervoudige of grote kamer

Titel 8.2. Behandeling van het beroep

Afdeling 8.1.6. Getuigen, deskundigen en tolken

Afdeling 8.2.1. Griffierecht

Afdeling 8.1.6a. Verkeer langs elektronische weg met de bestuursrechter

Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken

Afdeling 8.2.2. Vooronderzoek

Afdeling 8.2.1. Griffierecht

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Afdeling 8.2.5. Onderzoek ter zitting

Afdeling 8.2.5. Onderzoek ter zitting

Afdeling 8.2.4a. Beroep bij niet tijdig handelen

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak

Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak

Afdeling 8.2.6. Uitspraak

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Titel 8.6. Herziening

Afdeling 10.1.1. Mandaat

Afdeling 10.1.2. Delegatie

Afdeling 10.1.1. Mandaat

Titel 8.6. Herziening

Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure

Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure

Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht

A. Ministerie van Justitie

B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

E. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

5.

Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, met uitzondering van beslissingen ten aanzien van de algemeen secretaris en de medewerkers van het bureau.

C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

D.2. De artikelen 3.4, eerste lid, onder b, voorzover het een aanwijzing betreft, 3.10 en 18.9, eerste en tweede lid, van de Telecommunicatiewet.

Hoofdstuk 1. Van beroep uitgezonderde besluiten (artikel 8:5)

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 4.1.3.1. Beslistermijn

§ 4.1.3.2. Dwangsom bij niet tijdig beslissen

Titel 4.2. Subsidies

Afdeling 4.2.1. Inleidende bepalingen

Afdeling 4.2.1. Inleidende bepalingen

Afdeling 4.2.2. Het subsidieplafond

Afdeling 4.2.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Afdeling 4.2.5. De subsidievaststelling

Afdeling 4.2.5. De subsidievaststelling

Afdeling 4.2.6. Intrekking en wijziging

Afdeling 4.2.7. Betaling en terugvordering

Paragraaf 4.2.8.1. Inleidende bepalingen

Paragraaf 4.2.8.2. De aanvraag

Paragraaf 4.2.8.2. De aanvraag

Paragraaf 4.2.8.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Paragraaf 4.2.8.5. De subsidievaststelling

Titel 4.3. Beleidsregels

Titel 4.3. Beleidsregels

Afdeling 4.4.1. Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling

Afdeling 4.4.2. Verzuim en wettelijke rente

Afdeling 4.4.2. Verzuim en wettelijke rente

Paragraaf 4.4.4.1. De aanmaning

Paragraaf 4.4.4.2. Invordering bij dwangbevel

Afdeling 4.4.5. Bezwaar en beroep

Hoofdstuk 5. Handhaving

Titel 5.1. Algemene bepalingen

Titel 5.2. Toezicht op de naleving

Titel 5.3. Herstelsancties

Afdeling 5.3.1. Last onder bestuursdwang

Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom

Titel 5.4. Bestuurlijke boete

Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom

Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep

Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom

Afdeling 6.2. Overige algemene bepalingen

Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep

Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de administratieve rechter

Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar

Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep

Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over beroep bij de rechtbank

Titel 8.1. Algemene bepalingen

Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid

Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid

Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken

Titel 8.2. Behandeling van het beroep

Afdeling 8.1.2b. Opmerkingen door anderen dan partijen

Afdeling 8.2.1. Griffierecht

Artikel 8:55a

Vervallen

Artikel 8:55b
1.

Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, doet de bestuursrechter binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54, tenzij de bestuursrechter een onderzoek ter zitting nodig acht.

2.

Indien de bestuursrechter een onderzoek ter zitting nodig acht, deelt hij dit zo spoedig mogelijk aan partijen mede.

3.

Indien de bestuursrechter een onderzoek ter zitting nodig acht, behandelt hij het beroep zo mogelijk met toepassing van artikel 8:52. In dat geval doet de bestuursrechter zo mogelijk binnen dertien weken uitspraak.

Artikel 8:55c

Indien het beroep gegrond is, stelt de bestuursrechter desgevraagd tevens de hoogte van de ingevolge afdeling 4.1.3 verbeurde dwangsom vast. De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8:55d
1.

Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de bestuursrechter dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.

2.

De bestuursrechter verbindt aan zijn uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

In bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, kan de bestuursrechter een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.

Artikel 8:55e
1.

Indien tegen de met toepassing van artikel 8:54 gedane uitspraak verzet wordt gedaan, beslist de bestuursrechter daarover binnen zes weken.

2.

Artikel 8:55, derde lid, is niet van toepassing.

3.

Indien het verzet gegrond is, beslist de bestuursrechter zo spoedig mogelijk op het beroep.

Afdeling 8.2.1. Griffierecht

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Titel 8.4. Herziening

Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen

Afdeling 8.2.6. Uitspraak

Titel 9.2. Klachtbehandeling door een ombudsman

Afdeling 9.2.2. Bevoegdheid

Afdeling 9.2.3. Procedure

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Titel 8.5. Hoger beroep

Afdeling 10.1.1. Mandaat

Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften

Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften

Titel 9.2. Klachtbehandeling door een ombudsman

Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen

Afdeling 9.2.2. Bevoegdheid

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht

A. Ministerie van Justitie

B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

A. Ministerie van Justitie

E. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Hoofdstuk 2. Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikel 8:6)

Hoofdstuk 3. Beroep in eerste aanleg bij een andere rechtbank (artikel 8:7, vierde lid)

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

E. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Hoofdstuk 1. Van beroep uitgezonderde besluiten (artikel 8:5)

H. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2.

Artikel 45, eerste lid, van de Algemene Bijstandswet en de artikelen 74 en 140 en hoofdstuk VII van de Algemene bijstandswet, paragraaf 6.5 van de Wet werk en bijstand en de artikelen 52 en 81 van de Wet werk en bijstand, artikel 37, artikel 57 en artikel 91, voor zover het besluiten van de voorzitter van gedeputeerde staten betreft, van de Wet investeren in jongeren en artikel 14 van de Wet werk en inkomen kunstenaars.

I. Ministerie van Financiën

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 4.1.3.3. Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen

Titel 4.2. Subsidies

Afdeling 4.2.1. Inleidende bepalingen

Afdeling 4.2.2. Het subsidieplafond

Afdeling 4.2.3. De subsidieverlening

Afdeling 4.2.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Afdeling 4.2.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Afdeling 4.2.3. De subsidieverlening

Afdeling 4.2.7. Betaling en terugvordering

Afdeling 4.2.8. Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen

Paragraaf 4.2.8.1. Inleidende bepalingen

Paragraaf 4.2.8.2. De aanvraag

Paragraaf 4.2.8.3. De subsidieverlening

Paragraaf 4.2.8.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Paragraaf 4.2.8.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Titel 4.3. Beleidsregels

Titel 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden

Afdeling 4.4.1. Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling

Afdeling 4.4.3. Verjaring

Afdeling 4.4.4. Aanmaning en invordering bij dwangbevel

Paragraaf 4.4.4.1. De aanmaning

Paragraaf 4.4.4.2. Invordering bij dwangbevel

Afdeling 4.4.5. Bezwaar en beroep

Hoofdstuk 5. Handhaving

Titel 5.1. Algemene bepalingen

Titel 5.1. Algemene bepalingen

Titel 5.2. Toezicht op de naleving

Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom

Titel 5.4. Bestuurlijke boete

Afdeling 5.4.1. Algemene bepalingen

Afdeling 5.4.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep

Afdeling 5.4.2. De procedure

Afdeling 5.4.2. De procedure

Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep

Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de administratieve rechter

Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar

Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep

Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over beroep bij de rechtbank

Titel 8.1. Algemene bepalingen

Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid

Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep

Artikel 8:13a

Vervallen

Afdeling 8.1.4. Wraking en verschoning van rechters

Afdeling 8.1.3. Verwijzing, voeging en splitsing

Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken

Titel 8.2. Behandeling van het beroep

Afdeling 8.2.2. Vooronderzoek

Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken

Artikel 8:55f
1.

Tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege kan de belanghebbende beroep bij de bestuursrechter instellen.

2.

Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken

Titel 8.4. Herziening

Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Afdeling 8.2.4. Vereenvoudigde behandeling

Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak

Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure

Afdeling 9.2.3. Procedure

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Titel 8.5. Hoger beroep

Afdeling 9.2.3. Procedure

Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften

Titel 10.2. Toezicht op bestuursorganen

Afdeling 9.2.3. Procedure

Afdeling 9.2.3. Procedure

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht

A. Ministerie van Justitie

B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Hoofdstuk 2. Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikel 8:6)

Vervallen.

Vervallen.

H. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4:20a
1.

Deze paragraaf is van toepassing indien dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.

2.

Paragraaf 4.1.3.2 is niet van toepassing indien deze paragraaf van toepassing is.

Artikel 4:20b
1.

Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde beschikking van rechtswege gegeven.

2.

De verlening van rechtswege geldt als een beschikking.

3.

In afwijking van artikel 3:40 treedt de beschikking in werking op de derde dag na afloop van de beslistermijn.

Artikel 4:20c
1.

Het bestuursorgaan maakt de beschikking bekend binnen twee weken nadat zij van rechtswege is gegeven.

2.

Bij de bekendmaking en mededeling van de beschikking wordt vermeld dat de beschikking van rechtswege is gegeven.

Artikel 4:20d
1.

Indien het bestuursorgaan de beschikking niet overeenkomstig artikel 4:20c binnen twee weken heeft bekendgemaakt, verbeurt het na een daarop volgende ingebrekestelling door de aanvrager een dwangsom vanaf de dag dat twee weken zijn verstreken sinds die ingebrekestelling.

2.

De dwangsom wordt berekend overeenkomstig artikel 4:17, eerste en tweede lid.

3.

De artikelen 4:17, vijfde lid, onder a en b, en 4:18 tot en met 4:20 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4:20e

Indien in een wettelijk voorschrift of een beleidsregel is bepaald dat in een beschikking steeds bepaalde voorschriften worden opgenomen, dan maken deze ook deel uit van de beschikking van rechtswege.

Artikel 4:20f
1.

Het bestuursorgaan kan aan de beschikking van rechtswege alsnog voorschriften verbinden of de beschikking intrekken voor zover dit nodig is om ernstige gevolgen voor het algemeen belang te voorkomen.

2.

Een beschikking als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden genomen binnen zes weken na de bekendmaking van de beschikking van rechtswege.

3.

Het bestuursorgaan vergoedt de schade die door de wijziging of intrekking bedoeld in het eerste lid wordt veroorzaakt.

Titel 4.2. Subsidies

Afdeling 4.2.3. De subsidieverlening

Afdeling 4.2.8. Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen

Paragraaf 4.2.8.1. Inleidende bepalingen

Paragraaf 4.2.8.3. De subsidieverlening

Paragraaf 4.2.8.2. De aanvraag

Titel 4.3. Beleidsregels

Titel 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden

Afdeling 4.4.1. Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling

Afdeling 4.4.3. Verjaring

Paragraaf 4.4.4.1. De aanmaning

Paragraaf 4.4.4.2. Invordering bij dwangbevel

Afdeling 4.4.5. Bezwaar en beroep

Hoofdstuk 5. Handhaving

Titel 4.5. Nadeelcompensatie

Titel 5.2. Toezicht op de naleving

Titel 5.1. Algemene bepalingen

Afdeling 5.3.1. Last onder bestuursdwang

Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom

Titel 5.4. Bestuurlijke boete

Afdeling 5.4.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep

Afdeling 6.1. Inleidende bepalingen

Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep

Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de bestuursrechter

Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de bestuursrechter

Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over beroep en hoger beroep bij de bestuursrechter

Titel 8.1. Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg

Afdeling 8.1.2a. Conclusie

Titel 8.2. Behandeling van het beroep

Afdeling 8.1.6a. Verkeer langs elektronische weg met de bestuursrechter

Afdeling 8.2.2a. Bestuurlijke lus

Afdeling 8.2.1. Griffierecht

Afdeling 8.2.1. Griffierecht

Afdeling 8.2.1a. Algemene bepaling

Afdeling 8.2.4. Vereenvoudigde behandeling

Afdeling 8.2.2a. Bestuurlijke lus

Titel 8.4. Herziening

Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling

Titel 9.1. Klachtbehandeling door een bestuursorgaan

Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak

Titel 9.2. Klachtbehandeling door een ombudsman

Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen

Afdeling 9.2.3. Procedure

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Titel 10.1. Mandaat, delegatie en attributie

Afdeling 10.1.1. Mandaat

Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen

Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure

Titel 10.2. Toezicht op bestuursorganen

Afdeling 9.2.3. Procedure

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht

A. Ministerie van Justitie

Hoofdstuk 1. Van beroep uitgezonderde besluiten (artikel 8:5)

Hoofdstuk 2. Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikelen 8:4, tweede lid, en 8:6)

Hoofdstuk 3. Beroep in eerste aanleg bij een andere rechtbank (artikel 8:7, derde lid)

3.

Artikel 3, vierde lid, van de Wet op de jeugdzorg, alsmede artikel 6, eerste lid, van die wet voor zover dit besluit is genomen ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van die wet of in artikel 10, eerste lid, onder c, van die wet met uitzondering van de daarin bedoelde nazorg en de daarin genoemde begeleiding, bedoeld in artikel 77hh van het Wetboek van Strafrecht, en de artikelen 29o tot en met 29r, 29t en 29v van de Wet op de jeugdzorg.

4.

Artikel 9a van de Zorgverzekeringswet, alsmede artikel 18f, eerste lid, juncto artikel 18d of artikel 18e, van die wet, voor zover een besluit is genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.

1.

Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)