Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2005, nr. TRCJZ/2005/3295, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling Meststoffenwet)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-19
State In force
Source BWB
artikelen 635
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Indien het recht van hypotheek op grond waarvan de registratie van het bedrijf plaatsvond is tenietgegaan, wordt de registratie van het bedrijf voor de toepassing van deze paragraaf door de minister doorgehaald.

3.

De hypotheekhouder doet van het tenietgaan van het recht van hypotheek binnen 30 dagen mededeling aan de minister.

4.

Indien de in het tweede lid bedoelde mededeling niet binnen 30 dagen na het tenietgaan van het recht van hypotheek door de minister is ontvangen, kan de minister ten aanzien van de hypotheekhouder besluiten hem of haar voor de duur van ten hoogste twee jaar van de toepassing van deze paragraaf uit te sluiten.

Artikel 109

Aan de hypotheekhouder die een bedrijf voor de toepassing van deze paragraaf heeft laten registreren, kunnen ter zake van het bedrijf waarop de registratie betrekking heeft door de minister de volgende gegevens worden verstrekt:

  • a. gegevens over het geregistreerde productierecht;
  • b. gegevens over het aantal varkenseenheden, onderscheidenlijk pluimvee-eenheden, of kilogrammen fosfaat waarop de kennisgeving betrekking heeft;

§ 2. Afgevoerde en aangevoerde dierlijke meststoffen

Artikel 110
1.

De kennisgeving, bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de wet, geschiedt bij de minister.

2.

Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:

  • a. het door de minister ter identificatie van het bedrijf verstrekte relatienummer; en
  • b. indien een gedeelte van het productierecht komt te vervallen, het aantal varkenseenheden, onderscheidenlijk pluimvee-eenheden, of kilogrammen fosfaat dat komt te vervallen.

§ 2. Blokkaderecht

Artikel 111
1.

Een kennisgeving van overgang, bedoeld in artikel 104, eerste lid, wordt eerst geregistreerd nadat de verwerver een bedrag van € 100 aan de minister heeft voldaan.

2.

Een kennisgeving van overgang, bedoeld in artikel 104, vijfde en zesde lid, wordt geregistreerd nadat de verwerver die het productierecht later gedurende hetzelfde kalenderjaar teruggeeft, een bedrag van € 100 aan de Minister heeft voldaan.

3.

Een aanmelding ter registratie, bedoeld in artikel 105, eerste of zesde lid, wordt voor de toepassing van paragraaf 2 eerst in behandeling genomen nadat een bedrag van € 35 aan de minister is voldaan.

4.

Indien de minister op grond van artikel 29, eerste lid, van de wet niet tot registratie overgaat, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste of tweede lid, aan de betaler gerestitueerd.

5.

Het bedrag, bedoeld in het derde lid, geldt per verzoek per bedrijf.

§ 9. Vervoersbewijs zuiveringsslib en compost

Artikel 112
1.

De minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de artikelen 19, eerste lid, en 20, eerste lid van de wet.

2.

De minister kan een ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken indien een houder van een ontheffing niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in deze paragraaf.

Artikel 113
1.

Het aantal varkenseenheden waarvoor ontheffing kan worden verleend bedraagt 121.622.

2.

Het aantal pluimvee-eenheden waarvoor ontheffing kan worden verleend bedraagt 1.200.000.

Artikel 114
1.

Een aanvraag voor ontheffing kan worden ingediend in de periode van 5 januari 2015, 9:00 uur, tot 30 januari 2015, 17:00 uur.

2.

Een aanvraag kan worden ingediend voor:

  • a. ontheffing waarbij de varkens of het pluimvee waarop de uitbreiding betrekking heeft worden gehouden in een integraal duurzame stal, of
  • b. ontheffing waarbij de varkens of het pluimvee waarop de uitbreiding betrekking heeft niet in een integraal duurzame stal worden gehouden.
3.

Per bedrijf waarop een productierecht rust, kan maximaal één aanvraag voor een ontheffing voor varkenseenheden en maximaal één aanvraag voor een ontheffing voor pluimvee-eenheden worden ingediend.

4.

Een aanvraag die niet compleet is moet uiterlijk op 13 februari 2015 compleet zijn.

Artikel 115
1.

Een aanvraag voor ontheffing wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel a, wordt ingediend en de aanvrager met een stalcertificaat als bedoeld in artikel 117, tweede lid, onderdeel c, wil aantonen dat de varkens of het pluimvee waarop de uitbreiding betrekking heeft in een integraal duurzame stal worden gehouden, gaat de aanvraag vergezeld van een kopie van dat stalcertificaat.

Artikel 116
1.

De minister verdeelt het aantal beschikbare varkenseenheden in de volgorde van rangschikking, waarbij de aanvragen, bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel a, hoger worden gerangschikt dan de aanvragen, bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel b.

2.

Indien er meer aanvragen voor varkenseenheden worden ingediend dan het aantal, genoemd in artikel 113, eerste lid, verdeelt de minister het aantal beschikbare varkenseenheden door middel van loting tussen de aanvragen die op grond van de rangschikking voor verdeling in aanmerking komen.

3.

De minister verdeelt het aantal beschikbare pluimvee-eenheden in de volgorde van rangschikking, waarbij de aanvragen, bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel a, hoger worden gerangschikt dan de aanvragen, bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel b.

4.

Indien er meer aanvragen voor pluimvee-eenheden worden ingediend dan het aantal, genoemd in artikel 113, tweede lid, verdeelt de minister het aantal beschikbare pluimvee-eenheden door middel van loting tussen de aanvragen die op grond van de rangschikking voor verdeling in aanmerking komen.

Artikel 117
1.

De aanvrager die een aanvraag als bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel a, heeft ingediend, houdt de varkens of het pluimvee waarop de uitbreiding betrekking heeft in een integraal duurzame stal.

2.

De aanvrager kan aantonen dat hij beschikt over een integraal duurzame stal indien hij beschikt over:

  • c. een stal ontwerp certificaat of een definitief stalcertificaat Maatlat Duurzame Veehouderij afgegeven door de Stichting Milieukeur.
Artikel 118
1.

De houder van een ontheffing laat 100% van de hoeveelheid dierlijke meststoffen van zijn bedrijfsoverschot overeenkomstig artikel 33a, derde lid, onderdeel a of b, van de Meststoffenwet verwerken.

2.

Indien de ontheffing niet op 1 januari wordt verleend, laat de houder van de ontheffing 100% van de hoeveelheid meststoffen van zijn bedrijfsoverschot overeenkomstig artikel 33a, derde lid, onderdeel a of b, van de Meststoffenwet verwerken die evenredig is met de periode van dat jaar waarvoor de ontheffing is verleend.

Artikel 119
1.

De minister verleent ontheffing voor 50% van de uitbreiding met een maximum van 2.500 varkenseenheden of 20.000 pluimvee-eenheden per ontheffing.

2.

Een landbouwer verwerft de overige varkenseenheden of pluimvee-eenheden die vereist zijn voor de uitbreiding uiterlijk op 31 december 2015.

3.

Een landbouwer heeft de uitbreiding niet voor 28 september 2011 gerealiseerd en realiseert de uitbreiding uiterlijk 31 december 2015.

Artikel 120

Indien het gehele bedrijf ongewijzigd wordt voortgezet door een andere landbouwer gaan de rechten en voorschriften verbonden aan de ontheffing op hem over indien partijen zulks ter zake van de registratie van de overgang van het op dat bedrijf rustende productierecht aan de minister hebben gemeld. De ontheffing is in andere gevallen niet overdraagbaar.

Artikel 121
1.

Op ontheffingen die op grond van artikel 112 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet zijn verleend voor de datum waarop deze regeling in werking treedt, blijft paragraaf 5 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, zoals deze luidde op de dag voor inwerkingtreding van deze regeling van toepassing.

2.

De landbouwer aan wie ontheffing op grond van artikel 112 van de Uitvoeringsregeling Meststoffen wet is verleend voor de datum waarop deze regeling in werking treedt, voldoet tevens aan de voorwaarden van paragraaf 5 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet indien hij 100% van de hoeveelheid dierlijke meststoffen van zijn bedrijfsoverschot overeenkomstig artikel 33a, derde lid, onderdeel a of b, van de Meststoffenwet laat verwerken.

3.

In afwijking van artikel 119 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van deze regeling, vervallen de ontheffingen, bedoeld in het eerste lid, op 1 januari 2018.

Hoofdstuk 11. Overige bepalingen

Bijlage

Tabel met de verschillende rechtsgrondslagen in de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet van de artikelen van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Artikel meststoffenwet Artikelen Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
1, eerste lid, onderdeel f 3
5d (10 nieuw), eerste lid 28
5f (12 nieuw), derde lid 29
5e (11 nieuw), vijfde lid 30 tot en met 33
5f (12 nieuw), vijfde lid 34
5e (11 nieuw), zesde lid 35
28, tweede lid, onderdeel b 36
36, onderdeel a 37
36, onderdeel b 38, 40
36, onderdeel c 39
26, tweede lid, onderdeel b 41
36, onderdeel d, 35, tweede lid 42
59d (38 nieuw) 36, onderdeel e 43, 44
41, onderdeel a 45
41, onderdelen b en c 46, 51
41, onderdeel b 47, 49
41, onderdelen d en e 48
46, onderdeel a 50
46, onderdeel d 52
52, eerste lid, onderdelen c en d, 70, vierde lid, onderdeel b 53
52, eerste lid, onderdelen a, c en d 54
52, eerste lid, onderdeel e 55, 56
52, eerste lid, onderdeel a 57, 59
51, 52, eerste lid, onderdeel b 58
52, derde lid 60
54, onderdeel b 61 tot en met 63, 66
54, onderdelen d en e 64, eerste tot en met derde lid
54, onderdeel c 64, vierde lid, 65, 67
55, derde lid 68
56, onderdelen b en c 69
61, derde lid, 64, tweede lid, onderdeel c 70
64, eerste lid 71
64, tweede lid, onderdeel b 72
70, eerste lid, onderdeel a en derde lid 73, 74, eerste lid
70, vierde lid, onderdeel a 74, tweede lid, 83, 92, 93, eerste en tweede lid, 94 en 95
70, vierde lid, onderdeel c 74, derde lid, 80 en 125
59d (38 nieuw) 74, vierde en vijfde lid, 75, 82, derde lid, 93, derde lid, en 126
70, vierde lid, onderdelen a en c 76, 77 en 98
70, vierde lid, onderdelen a tot en met d 78, 79 en 82, eerste en tweede lid
70, vierde lid, onderdelen c tot en met e 81
70, tweede lid, onderdeel b 84 tot en met 91
70, eerste lid, onderdeel c 96, 102 en 103
70, vierde lid, onderdelen a t/m c 98, 100 en 101, eerste lid
70, vierde lid, onderdeel e 99
70, eerste lid, onderdeel b 101, tweede lid
70, eerste lid, onderdeel c en tweede lid, onderdeel a 101, derde lid
58f (27 nieuw), derde lid 104
58i (30 nieuw), tweede en derde lid 105 t/m 109
58j (31 nieuw), derde lid 110
60, tweede en derde lid 111
36, onderdeel d, 41, onderdeel d en 46, onderdeel d 122, 123 en 127
36, onderdelen b en d, 41 onderdelen b en d, 46, onderdelen b en d 124
71 128
69 (47 nieuw) 129
Artikel Wet bodembescherming Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
64 134

Bijlage A. Stikstofgebruiksnormen behorende bij artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Gewas Klei Klei Klei Klei Zand/löss en Veen Zand/löss en Veen Zand/löss en Veen Zand/löss en Veen
2006 2007 2008 2009 2006 2007 2008 2009
Grasland (kg N per ha per jaar)
Grasland met beweiden, klei 345 345 325 310
Grasland met beweiden, veen 290 290 265 265
Grasland met beweiden, zand/löss 300 290 275 260
Grasland met volledig maaien, klei1Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid. 385 385 365 350
Grasland met volledig maaien, veen1Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid. 330 330 300 300
Grasland met volledig maaien, zand/löss1Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid. 355 350 345 340
Tijdelijk grasland (kg N per ha per periode)
van 1 januari tot minstens 15 april 70 70 65 60 60 60 55 50
van 1 januari tot minstens 15 mei2Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen. 120 120 115 110 105 100 95 90
van 1 januari tot minstens 15 augustus2Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen. 275 275 260 250 240 230 220 210
van 1 januari tot minstens 15 september2Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen. 310 310 295 280 270 260 250 235
van 1 januari tot minstens 15 oktober2Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen. 345 345 325 310 300 290 275 260
vanaf 15 april tot minstens 15 oktober 345 345 325 310 300 290 275 260
vanaf 15 mei tot minstens 15 oktober 310 310 295 280 270 260 250 235
vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktober 105 105 100 95 90 85 85 80
vanaf 15 september tot minstens 15 oktober 35 35 30 30 30 30 25 25
vanaf 15 oktober 0 0 0 0 0 0 0 0
Akkerbouwgewassen (kg N per ha per teelt)
Consumptieaardappelrassen hoge norm3Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de helft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm). (zie bijlage A.1) 300 300 275 275 290 275
Consumptieaardappelrassen overig3Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de helft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm). 275 275 250 250 265 250
Consumptieaardappelrassen lage norm3Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de helft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm). (zie bijlage A.1) 250 250 225 225 240 225
Consumptieaardappel, vroeg (loofvernietiging voor 15 juli) 130 130 120 120 120 120
Pootaardappelrassen hoge norm (zie bijlage A.2) 150 150 140 140 140 140
Pootaardappelrassen overig 130 130 120 120 120 120
Pootaardappelrassen lage norm (zie bijlage A.2) 110 110 100 100 100 100
Pootaardappelen, uitgroeiteelt (loofvernietiging na 15 augustus) 200 200 180 180 180 170
Zetmeelaardappelen 265 265 240 240 240 230
Suikerbieten 165 165 150 150 150 145
Cichorei 75 75 70 70 70 70
Voederbieten 180 180 165 165 165 165
Wintertarwe3Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de helft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm).7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. 240 240 220 220 160 160
Zomertarwe 155 155 140 140 140 140
Wintergerst7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. 155 155 140 140 140 140
Zomergerst 90 90 80 80 80 80
Triticale7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. 175 175 160 160 160 150
Winterrogge7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. 155 155 140 140 140 140
Haver7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. 110 110 100 100 100 100
Maïs, bedrijven met derogatie4De normen van maïs zijn inclusief de norm van de daarop aansluitend geteelde groenbemesters. 160 160 160 160 155 155 155 150
Maïs, bedrijven zonder derogatie4De normen van maïs zijn inclusief de norm van de daarop aansluitend geteelde groenbemesters. 205 205 185 185 185 175
Luzerne, eerste jaar 45 45 40 40 40 40
Luzerne, volgende jaren 0 0 0 0 0 0
Graszaad, Engels raaigras, 1e jaars 180 180 165 165 165 155
Graszaad, Engels raaigras, overjarig 220 220 200 200 200 190
Graszaad, rietzwenkgras 155 155 140 140 140 135
Graszaad, rietzwenkgras, volgteelt 65 65 60 60 60 55
Graszaad, veldbeemd 120 120 110 110 110 105
Graszaad, veldbeemd, volgteelt 65 65 60 60 60 55
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars 95 95 85 85 85 80
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars, volgteelt 40 40 35 35 35 35
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig 125 125 115 115 115 110
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig, volgteelt 50 50 45 45 45 45
Graszaad, westerwolds 120 120 110 110 110 105
Graszaad, Italiaans 145 145 130 130 130 125
Graszaad, overig 100 100 90 90 90 85
Graszaad, overig, volgteelt 50 50 45 45 45 45
Graszoden 375 375 340 340 340 340
Ui, zaaiui, overig 130 130 120 120 120 120
Winterui, 2e jaars plantui 185 185 170 170 170 160
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 145 145 130 130 130 125
Blauwmaanzaad 120 120 110 110 110 105
Karwij 165 165 150 150 150 145
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 100 100 90 90 90 85
Koolzaad, winter 225 225 205 205 205 195
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 175 175 160 160 160 150
Koolzaad, zomer 130 130 120 120 120 120
Vlas 75 75 70 70 70 70
Akkerbouw overig 220 220 200 200 200 190
Bladgewassen (kg N per ha per teelt)
Spinazie, 1e teelt 285 285 260 260 210 200
Spinazie, volgteelt 205 205 185 185 160 150
Slasoorten, 1e teelt 200 200 180 180 180 170
Slasoorten, volgteelt 115 115 105 105 105 105
Andijvie, 1e teelt 200 200 180 180 180 170
Andijvie, volgteelt 100 100 90 90 90 90
Selderij, bleek/groen 220 220 200 200 200 190
Prei 270 270 245 245 245 235
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 110 110 100 100 100 95
Bladgewassen, overig, eenmalige oogst 165 165 150 150 150 145
Bladgewassen, overig, meermalige oogst 300 300 275 275 275 260
Koolgewassen (kg N per ha per teelt)
Spruitkool 320 320 290 290 290 275
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 55 55 50 50 50 50
Wittekool 350 350 320 320 320 305
Rodekool 315 315 285 285 285 270
Savooiekool 315 315 285 285 285 270
Spitskool 315 315 285 285 285 270
Bloemkool 255 255 230 230 230 220
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 130 130 120 120 120 115
Broccoli 295 295 270 270 270 255
Chinese kool 200 200 180 180 180 170
Boerenkool 185 185 170 170 170 160
Paksoi 200 200 180 180 180 170
Raapstelen 155 155 140 140 140 135
Kruiden (kg N per ha per teelt)
Kruiden, bladgewas, eenmalige oogst 165 165 150 150 150 145
Kruiden, bladgewas, meermalige oogst 300 300 275 275 275 260
Kruiden, wortelgewassen 220 220 200 200 200 190
Kruiden, zaadgewassen 110 110 100 100 100 95
Vruchtgewassen (kg N per ha per teelt)
Aardbei (wachtbed, vermeerdering) 130 130 120 120 120 115
Aardbei (productie) 185 185 170 170 170 160
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 90 90 80 80 80 75
Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) 210 210 190 190 190 180
Suikermaïs 220 220 200 200 200 190
Stam/stokboon, vers 130 130 120 120 120 115
Landbouwstambonen, rijp zaad 150 150 135 135 135 135
Veld- en tuinbonen, vers +rijp zaad 55 55 50 50 50 50
Tuinbonen, vers/peulen 80 80 75 75 75 75
Erwt, vers + rijp zaad 35 35 30 30 30 30
Peul 100 100 90 90 90 85
Stengel/knol/wortelgewassen (kg N per ha per teelt)
Asperge (excl. opkweek) 95 95 85 85 85 80
Knolselderij 220 220 200 200 200 190
Knolvenkel/venkel 200 200 180 180 180 170
Koolraap 185 185 170 170 170 160
Koolrabi 200 200 180 180 180 170
Kroten/rode bieten 205 205 185 185 185 175
Winterpeen/waspeen 120 120 110 110 110 110
Bospeen 55 55 50 50 50 50
Rabarber 275 275 250 250 250 240
Radijs 90 90 80 80 80 80
Schorseneer 185 185 170 170 170 170
Witlof 110 110 100 100 100 100
Vollegrondsgroenten, overig 220 220 200 200 200 190
Groenbemesters 5 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden. Voor groenbemesters op zand geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 december ploegen. Op klei geldt: inzaaien voor 15 september en na 1 december ploegen. Een uitzondering wordt gemaakt voor groene braak en indien de groenbemester minimaal 10 weken in het groeiseizoen op het land staat indien aansluitend daarop een volggewas wordt geteeld. De normen gelden niet voor groenbemesters die aansluiten op maïs. (kg N per ha per teelt)
Niet-vlinderbloemige groenbemesters (o.a. bladrammenas, gele mosterd, gras, granen) 65 65 60 60 60 60
Vlinderbloemige groenbemesters (wikke) 35 35 30 30 30 30
Tagetes 100 100 90 90 90 90
Bloembollengewassen (kg N per ha per teelt 7 De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten.
Acidanthera 280 280 255 255 255 240
Anemone coronaria 145 145 130 130 130 125
Fritillaria imperialis 150 150 135 135 135 130
Hyacint 240 240 220 220 220 210
Iris, grofbollig 185 185 170 170 170 160
Iris, fijnbollig 155 155 140 140 140 135
Krokus, grote gele 190 190 175 175 175 165
Krokus, overig 100 100 90 90 90 85
Narcis 160 160 145 145 145 140
Tulp 220 220 200 200 200 190
Dahlia 120 120 110 110 110 105
Gladiool, pitten 285 285 260 260 260 245
Gladiool, kralen 210 210 190 190 190 180
Knolbegonia 165 165 150 150 150 145
Lelie 170 170 155 155 155 145
Zantedeschia 120 120 110 110 110 110
Overige bolgewassen 180 180 165 165 165 155
Fruitteeltgewassen (kg N per ha per jaar)
Appel 195 195 175 175 175 165
Blauwe bes 110 110 100 100 100 95
Braam 165 165 150 150 150 140
Framboos 165 165 150 150 150 140
Kers 195 195 175 175 175 165
Peer 195 195 175 175 175 165
Pruim 195 195 175 175 175 165
Rode bes 165 165 150 150 150 140
Druif 110 110 100 100 100 95
Zwarte bes 195 195 175 175 175 165
Buitenbloemen (kg N per ha per teelt)
Buitenbloemen hoge norm (zie bijlage A3) 220 220 200 200 200 200
Buitenbloemen overig 165 165 150 150 150 150
Boomkwekerijgewassen (kg N per ha per jaar)
Laanbomen: onderstammen 45 45 40 40 40 40
Laanbomen: spillen 100 100 90 90 90 90
Laanbomen: opzetters 125 125 115 115 115 115
Sierheesters 85 85 75 75 75 75
Coniferen (incl. kerstsparren en -dennen) 90 90 80 80 80 80
Rozen (incl. zaailingen, onderstammen) 75 75 70 70 70 70
Bos- en Haagplantsoen 105 105 95 95 95 95
Vaste planten 195 195 175 175 175 175
Vruchtbomen: onderstammen 35 35 30 30 30 30
Vruchtbomen: moerbomen 120 120 110 110 110 110
Vruchtbomen 100 100 90 90 90 90
Trek- en besheesters 90 90 80 80 80 80
Snijgroen 105 105 95 95 95 95
Ericaceae 75 75 70 70 70 70
Buxus 105 105 95 95 95 95
Bosbouw (kg N per ha per jaar)
Snelgroeiend houtsoorten voor biomassaproductie 100 100 90 90 90 90
Vaste norm op bedrijfsniveau 6 Deze vaste norm op bedrijfsniveau geldt als het gewogen gemiddelde van de gebruiksnormen van de geteelde gewassen of gewasgroepen uit tabel A op het bedrijf in dat kalenderjaar minstens 100 kg N/ha bedraagt. (kg N per ha per jaar)
Vaste norm 110 110 110 110 110 110
Akkerbouwgewassen op löss
Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie bijlage A.1) 275 265
Consumptieaardappelrassen overig 250 240
Consumptieaardappelrassen lage norm (zie bijlage A.1) 225 215
Wintertarwe 220 220

Bijlage A.1. behorende bij artikel 28: Consumptieaardappelrassen

Consumptieaardappelrassen hoge norm

Berber

Bintje

Felsina

Berber

Berber

Berber

Bintje

Felsina

Fontane

Innovator

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

CSS 99020: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of total nitrogen – Dry combustion method (Dumas) (www.ecn.nl/horizontal).

Maritiema

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige organische stoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

CSS 99020: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of total nitrogen – Dry combustion method (Dumas) (www.ecn.nl/horizontal).

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige organische stoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

Total phosphorous in soil, biowaste and sewage sludge. (www.ecn.nl/horizontal).

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

EN 15477: Fertilizers – Determination of the water-soluble potassium content.

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

CSS 99020: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of total nitrogen – Dry combustion method (Dumas) (www.ecn.nl/horizontal).

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

CSS 99020: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of total nitrogen – Dry combustion method (Dumas) (www.ecn.nl/horizontal).

Bijlage A.2. behorende bij artikel 28: Pootaardappelrassen

1. Stikstof (N)

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

CSS 99020: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of total nitrogen – Dry combustion method (Dumas) (www.ecn.nl/horizontal).

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige organische stoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

Total phosphorous in soil, biowaste and sewage sludge. (www.ecn.nl/horizontal).

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

EN 15477: Fertilizers – Determination of the water-soluble potassium content.

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

Methode BNL-K-1: Bepaling van kalium, oplosbaar in water, in aanwezigheid van organische stof.

Horizontal methoden: (www.ecn/nl/horizontal):

EN 12945: Liming materials – Determination of neutralizing value – Titrimetric methods.

CSS 99026: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of elements in aqua regia and nitric acid digests – Inductively coupled plasma – optical emissions spectrometry (ICP OES) method.

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

CSS 99023 Sludge, treated biowaste and soil – Determination of loss on ignition. (www.ecn.nl/horizontal).

CSS 99022: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of dry matter – Gravimetric method (www.ecn.nl/horizontal).

CSS 99023 Sludge, treated biowaste and soil – Determination of loss on ignition. (www.ecn.nl/horizontal).

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

CSS 99020: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of total nitrogen – Dry combustion method (Dumas) (www.ecn.nl/horizontal).

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

IV. Protocol analyse droge stofgehalte in meststoffen

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

CSS 99020: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of total nitrogen – Dry combustion method (Dumas) (www.ecn.nl/horizontal).

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige organische stoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

Total phosphorous in soil, biowaste and sewage sludge. (www.ecn.nl/horizontal).

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

EN 15477: Fertilizers – Determination of the water-soluble potassium content.

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

Methode BNL-K-1: Bepaling van kalium, oplosbaar in water, in aanwezigheid van organische stof.

CSS 99027: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of elements in aqua regia and nitric acid digests – Inductively coupled plasma – mass spectrometry (ICP MS) method.

CSS 99028: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of elements in aqua regia and nitric acid digests – Flame atomic absorption spectrometry method.

CSS 99029: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of elements in aqua regia and nitric acid digests – Graphite furnace atomic absorption spectrometry method.

Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met grafietoventechniek.

Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek.

CSS 99023 Sludge, treated biowaste and soil – Determination of loss on ignition. (www.ecn.nl/horizontal).

CSS 99023 Sludge, treated biowaste and soil – Determination of loss on ignition. (www.ecn.nl/horizontal).

EN 12945: Liming materials – Determination of neutralizing value – Titrimetric methods.

Bijlage A. Stikstofgebruiksnormen behorende bij de artikelen 28 en 28a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

grondsoort kleigrond kleigrond zandgrond zandgrond lössgrond lössgrond veengrond veengrond
jaar 2010/2011 2012/2013 2010/2011 2012/2013 2010/2011 2012/2013 2010/2011 2012/2013
Gewas
Grasland (kg N per ha per jaar)
Grasland met beweiden 310 310 250 250 250 250 265 265
Grasland met volledig maaien1Onder ‘grasland met volledig maaien’ wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voor zover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren of waar hobbymatig gehouden dieren worden geweid. 350 350 320 320 320 320 300 300
Tijdelijk grasland (kg N per ha per periode)
van 1 januari tot minstens 15 april 60 60 50 50 50 50 50 50
van 1 januari tot minstens 15 mei 110 110 90 90 90 90 90 90
van 1 januari tot minstens 15 augustus 250 250 210 210 210 210 210 210
van 1 januari tot minstens 15 september 280 280 235 235 235 235 235 235
van 1 januari tot minstens 15 oktober 310 310 250 250 250 250 265 265
vanaf 15 april tot minstens 15 oktober 310 310 250 250 250 250 265 265
vanaf 15 mei tot minstens 15 oktober 280 280 235 235 235 235 235 235
vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktober 95 95 80 80 80 80 80 80
vanaf 15 september tot minstens 15 oktober 30 30 25 25 25 25 25 25
vanaf 15 oktober 0 0 0 0 0 0 0 0
Akkerbouwgewassen (kg N per ha per teelt)
Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie tabel 2) 275 275 270 260 265 255 270 270
Consumptieaardappelrassen overig 250 250 245 235 240 230 245 245
Consumptieaardappelrassen lage norm (zie tabel 2) 225 225 220 210 215 205 220 220
Consumptieaardappel, vroeg 120 120 120 120 120 120 120 120
Pootaardappelrassen hoge norm (zie tabel 3) 140 140 140 140 140 140 140 140
Pootaardappelrassen overig 120 120 120 120 120 120 120 120
Pootaardappelrassen lage norm (zie tabel 3) 100 100 100 100 100 100 100 100
Pootaardappelen, uitgroeiteelt 180 180 170 165 170 165 170 170
Zetmeelaardappelen 240 240 230 230 230 230 230 230
Suikerbieten 150 150 145 145 145 145 145 145
Cichorei 70 70 70 70 70 70 70 70
Voederbieten 165 165 165 165 165 165 165 165
Wintertarwe 245 245 160 160 195 190 160 160
Zomertarwe 150 150 140 140 140 140 140 140
Wintergerst 140 140 140 140 140 140 140 140
Zomergerst 80 80 80 80 80 80 80 80
Triticale 160 160 150 150 150 150 150 150
Winterrogge 140 140 140 140 140 140 140 140
Haver 100 100 100 100 100 100 100 100
Maïs, bedrijven met derogatie 160 160 150 140 150 140 150 150
Maïs, bedrijven zonder derogatie 185 185 150 140 150 140 150 150
Luzerne, eerste jaar 40 40 40 40 40 40 40 40
Luzerne, volgende jaren 0 0 0 0 0 0 0 0
Graszaad, Engels raaigras, 1e jaars 165 165 155 150 155 150 155 155
Graszaad, Engels raaigras, overjarig 200 200 190 185 190 185 190 190
Graszaad, rietzwenkgras 140 140 135 130 135 130 135 135
Graszaad, rietzwenkgras, volgteelt 60 60 55 50 55 50 55 55
Graszaad, veldbeemd 110 110 105 100 105 100 105 105
Graszaad, veldbeemd, volgteelt 60 60 55 50 55 50 55 55
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars 85 85 80 75 80 75 80 80
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars, volgteelt 35 35 35 35 35 35 35 35
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig 115 115 110 105 110 105 110 110
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig, volgteelt 45 45 45 45 45 45 45 45
Graszaad, westerwolds 110 110 105 100 105 100 105 105
Graszaad, Italiaans 130 130 125 120 125 120 125 125
Graszaad, overig 90 90 85 80 85 80 85 85
Graszaad, overig, volgteelt 45 45 45 45 45 45 45 45
Graszoden 340 340 340 340 340 340 340 340
Ui, overig 120 120 120 120 120 120 120 120
Zaaiui 145 120 120 120 120 120 120 120
Winterui, 2e jaars plantui 170 170 160 155 160 155 160 160
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 130 130 125 120 125 120 125 125
Blauwmaanzaad 110 110 105 100 105 100 105 105
Karwij 150 150 145 140 145 140 145 145
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 90 90 85 80 85 80 85 85
Koolzaad, winter 205 205 195 190 195 190 195 195
waarvan ten hoogste voor 31/12 (winterteelt) 45 45 45 45 45 45 45 45
Koolzaad, zomer 120 120 120 120 120 120 120 120
Vlas 70 70 70 70 70 70 70 70
Akkerbouw overig 200 200 190 185 190 185 190 190
Bladgewassen (kg N per ha per teelt)
Spinazie, 1e teelt 260 260 200 190 200 190 200 200
Spinazie, volgteelt 185 185 150 145 150 145 150 150
Slasoorten, 1e teelt 180 180 170 165 170 165 170 170
Slasoorten, volgteelt 105 105 105 105 105 105 105 105
Andijvie, 1e teelt 180 180 170 170 170 170 170 170
Andijvie, volgteelt 90 90 90 90 90 90 90 90
Selderij, bleek/groen 200 200 190 185 190 185 190 190
Prei 245 245 235 225 235 225 235 235
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 100 100 95 90 95 90 95 95
Bladgewassen, overig, eenmalige oogst 150 150 145 140 145 140 145 145
Bladgewassen, overig, meermalige oogst 275 275 260 250 260 250 260 260
Koolgewassen (kg N per ha per teelt)
Spruitkool 290 290 275 265 275 265 275 275
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 50 50 50 50 50 50 50 50
Witte kool 320 320 305 290 305 290 305 305
Rode kool 285 285 270 260 270 260 270 270
Savooiekool 285 285 270 260 270 260 270 270
Spitskool 285 285 270 260 270 260 270 270
Bloemkool 230 230 220 210 220 210 220 220
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 120 120 115 110 115 110 115 115
Broccoli 270 270 245 235 245 235 245 245
Chinese kool 180 180 160 155 160 155 160 160
Boerenkool 170 170 160 155 160 155 160 160
Paksoi 180 180 170 165 170 165 170 170
Raapstelen 140 140 135 130 135 130 135 135
Kruiden (kg N per ha per teelt)
Kruiden, bladgewas, eenmalige oogst 150 150 145 140 145 140 145 145
Kruiden, bladgewas, meermalig oogsten 275 275 260 250 260 250 260 260
Kruiden, wortelgewassen 200 200 190 185 190 185 190 190
Kruiden, zaadgewassen 100 100 95 90 95 90 95 95
Vruchtgewassen (kg N per ha per teelt)
Aardbei (wachtbed, vermeerdering) 120 120 115 110 115 110 115 115
Aardbei (productie) 170 170 160 155 160 155 160 160
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 80 80 75 70 75 70 75 75
Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) 190 190 180 175 180 175 180 180
Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) 190 190 180 175 180 180
Suikermaïs 200 200 190 185 190 185 190 190
Stam/stokboon, vers 120 120 115 110 115 110 115 115
Landbouwstambonen, rijp zaad 135 135 135 135 135 135 135 135
Veld- en tuinbonen, vers + rijp zaad 50 50 50 50 50 50 50 50
Tuinbonen, vers/peulen 75 75 75 75 75 75 75 75
Erwt, vers + rijp zaad 30 30 30 30 30 30 30 30
Peul 90 90 85 85 85 85 85 85
Stengel/knol/wortelgewassen (kg N per ha per teelt)
Asperge (excl. opkweek) 85 85 80 75 80 75 80 80
Knolselderij 200 200 190 185 190 185 190 190
Knolvenkel/venkel 180 180 170 165 170 165 170 170
Koolraap 170 170 160 155 160 155 160 160
Koolrabi 180 180 170 165 170 165 170 170
Kroten/rode bieten 185 185 175 170 175 170 175 175
Winterpeen/waspeen 110 110 110 110 110 110 110 110
Bospeen 50 50 50 50 50 50 50 50
Rabarber 250 250 240 230 240 230 240 240
Radijs 80 80 80 80 80 80 80 80
Schorseneer 170 170 170 170 170 170 170 170
Witlof 100 100 100 100 100 100 100 100
Vollegrondsgroenten, overig 200 200 190 185 190 185 190 190
Groenbemesters (kg N per ha per teelt)
Niet-vlinderbloemige groenbemesters (bladrammenas, gele mosterd, gras/granen) 60 60 50 50 50 50 60 60
Vlinderbloemige groenbemesters (wikke) 30 30 25 25 25 25 30 30
Tagetes 90 90 80 80 80 80 90 90
Bloembollengewassen (kg N per ha per teelt)
Acidanthera 255 255 240 240 240 240 240 240
Anemone coronaria 130 130 125 125 125 125 125 125
Fritillaria imperialis 135 135 130 130 130 130 130 130
Hyacint 220 220 210 210 210 210 210 210
Iris, grofbollig 170 170 160 160 160 160 160 160
Iris, fijnbollig 140 140 135 135 135 135 135 135
Krokus, grote gele 175 175 165 165 165 165 165 165
Krokus, overig 90 90 85 85 85 85 85 85
Narcis 145 145 140 140 140 140 140 140
Tulp 200 200 190 190 190 190 190 190
Dahlia 110 110 105 105 105 105 105 105
Gladiool, pitten 260 260 245 245 245 245 245 245
Gladiool, kralen 190 190 180 180 180 180 180 180
Knolbegonia 150 150 145 145 145 145 145 145
Lelie 155 155 145 145 145 145 145 145
Zantedeschia 110 110 110 110 110 110 110 110
Overige bolgewassen 165 165 155 155 155 155 155 155
Fruitteeltgewassen (kg N per ha per jaar)
Appel 175 175 165 165 165 165 165 165
Blauwe bes 100 100 95 95 95 95 95 95
Braam 150 150 140 140 140 140 140 140
Framboos 150 150 140 140 140 140 140 140
Kers 175 175 165 165 165 165 165 165
Peer 175 175 165 165 165 165 165 165
Pruim 175 175 165 165 165 165 165 165
Rode bes 150 150 140 140 140 140 140 140
Wijnbouw 100 100 95 95 95 95 95 95
Zwarte bes 175 175 165 165 165 165 165 165
Buitenbloemen (kg N per ha per teelt)
Buitenbloemen hoge norm (zie tabel 4) 200 200 200 200 200 200 200 200
Buitenbloemen overig 150 150 150 150 150 150 150 150
Boomkwekerijgewassen (kg N per ha per jaar)
Laanbomen: onderstammen 40 40 40 40 40 40 40 40
Laanbomen: spillen 90 90 90 90 90 90 90 90
Laanbomen: opzetters 115 115 115 115 115 115 115 115
Sierheesters 75 75 75 75 75 75 75 75
Coniferen (inclusief kerstsparren en dennen) 80 80 80 80 80 80 80 80
Rozen (incl. zaailingen, onderstammen) 70 70 70 70 70 70 70 70
Bos- en Haagplantsoen 95 95 95 95 95 95 95 95
Vaste planten 175 175 175 175 175 175 175 175
Vruchtbomen: onderstammen 30 30 30 30 30 30 30 30
Vruchtbomen: moerbomen 110 110 110 110 110 110 110 110
Vruchtbomen 135 135 105 105 105 105 105 105
Trek- en besheesters 80 80 80 80 80 80 80 80
Snijgroen 95 95 95 95 95 95 95 95
Ericaceae 70 70 70 70 70 70 70 70
Buxus 95 95 95 95 95 95 95 95
Bosbouw (kg N per ha per jaar)
Snelgroeiende houtsoorten voor biomassaproductie 90 90 90 90 90 90 90 90
Consumptieaardappelrassen met een hoge stikstofnorm Consumptieaardappelrassen met een lage stikstofnorm
--- ---
Adora Annabelle Bintje Carlita Courage Draga Felsina Fontane Innovator Inova Jaerla Lady Blanca Lady Olympia Lady Rosetta Liseta Maritiema Marlen Miranda Ramos Redstar Sante Satellite Victoria VR 808 Zorba Agria Allure Alpha Aprilia Asterix Aziza Ballys Baraka Bartina Caesar Dore Eigenheimer El Paso Futura Gloria Irene Maradonna Markies Milva Minerva Mondial Morene Mozart Producent Remarka Rodeo Safari Saphire Simply Red Spirit Terra Gold Ukama Vision
Pootaardappelrassen met een hoge stikstofnorm Pootaardappelrassen met een lage stikstofnorm
--- ---
Adora Agata Annabelle Arinda Berber Binella Climax Donald Elisabeth Fontane Gloria Inova Jaerla Junior Lady Rosetta Lady Olympia Leyla Linzer Delikatess Miriam Orinana Premiere Primura Prior Rikea Romano Satellite Sirco Sirtema Sofia (AR 93-272) Tresor Ukama Arcade Astarte Asterix Baraka Bartina Diamant Dolce Vita Elles Elvira Everest Florijn Kardal Karnico Maradonna Mondial Morene Mozart Picasso Remarka Resonant Rodeo Saphire Sifra Simply Red Spirit Van Gogh Vebesta Vento Voyager
Alchemilla mollis
Carthamus
Gypsophila paniculata
Lymonium
Lysimachia
Paeonia
Solidago
Veronica
Accord Agria Amora Anosta Arcade Asterix Bintje Challenger Daisy Dolce Vita Donald Fianna Felsina Florida Fresco Fontane Frieslander Innovator Kennebec Lady Amarilla Lady Blanca Lady Olympia Marijke Maritiema Markies Miranda Miriam Premiere Ramos Remarka Russet Burbank Sagitta Santana Shepody Spirit Sinora Ukama Umatilla Russet Van Gogh Victoria Zorba

13. Molybdeen (Mo)

Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:

CSS 99023 Sludge, treated biowaste and soil – Determination of loss on ignition. (www.ecn.nl/horizontal).

CSS 99023 Sludge, treated biowaste and soil – Determination of loss on ignition. (www.ecn.nl/horizontal).

EN 12945: Liming materials – Determination of neutralizing value – Titrimetric methods.

EN 12945: Liming materials – Determination of neutralizing value – Titrimetric methods.

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:

Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:

ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.

bijlage Aa. , behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

I. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

    1. reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van suiker uit suikerbieten en die met name bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof afkomstig van suikerbieten en water (schuimaarde).
    1. Reststof, die uitsluitend bestaat uit calciumcarbonaat in de vorm van tot granulaat vermalen eierschalen die zijn vrijgekomen bij de industriële verwerking van eieren, en die is gehygiëniseerd door verhitting (calciumcarbonaat van verwerkte eierschalen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabriekmatige productie van drinkwater uit grond- of oppervlaktewater en die met name bestaat uit calciumcarbonaat (kalkslib van drinkwaterbereiding).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fermentatieve productie van het antibioticum 7-amino-de-acetoxy-cefalosporinezuur en die met name bestaat uit zwavel, kalium en stikstof (reststof bij 7-ADCA productie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de zuivering van steenzout bij de fabrieksmatige productie van zuiver natriumchloride en die bestaat uit calciumcarbonaat, water, magnesiumhydroxide en sporen gips en keukenzout (kalkhoudende reststof van zoutwinning),
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van urean uit kalkammonsalpeter en ureum en die bestaat uit calciumcarbonaat (kalk), water en de filterhulpstof amorf aluminiumsilicaat (kalkhoudende filterkoek die vrijkomt bij de productie van anorganische meststoffen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de industriële productie van bakkersgist door fermentatie van verdunde melasse van suikerbieten en suikerriet en die bestaat uit een donkerbruine viskeuze suspensie van kristallen van kaliumsulfaat (kaliumsulfaatsuspensie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van alcohol door fermentatie van melasse die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit een donkerbruine stroperige vloeistof (vinassekali) of bestaat uit een ingedikte donkerbruine stroperige vloeistof (ingedikte vinassekali).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van lucht uit een bedrijfshal, waar (gecomposteerd) zuiveringsslib met houtsnippers wordt gecomposteerd door middel van het wassen met een verdunde waterige oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een pH-neutrale oplossing van ammoniumsulfaat in water (ammoniumsulfaathoudende spuiwater van chemische luchtwassers van composteerhallen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van blauwzuur (waterstofcyanide) uit methaan en ammoniak volgens het BMA-proces en die bestaat uit een oplossing van ammoniumsulfaat in water met een maximaal blauwzuurgehalte van 0,00027% (ammoniumsulfaatoplossing in water van blauwzuurproductie volgens BMA-proces).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van fabrieksaardappelen tot zetmeel en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater (ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol door fermentatie van het glucosehoudend bijproduct van de verwerking van tarwe tot tarwegluten en tarwezetmeel na toevoeging van gist, waaruit de alcohol door destillatie is verwijderd en dat met propionzuur en boterzuur gestabiliseerd kan zijn en die bestaat uit waterig slib met residuen van vergiste tarwebestanddelen en gist (tarwegistconcentraat)
    1. Reststof die is vrijgekomen bij het verwijderen van kalium uit glycerine van biodieselproductie uit koolzaad door middel van precipitatie en in hoofdzaak bestaat uit gedroogde kaliumsulfaat (Kaliumsulfaat van biodieselproductie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de ontzwaveling van rookgassen afkomstig van afgedankte katalysatorpellets gebruikt voor het kraken van olie van olieraffinaderijen al dan niet onder toevoeging van metaalhoudende slibben en/of filterkoeken, nadat deze in een wervel bed oven of een roterende trommeloven thermisch zijn behandeld om molybdeen, kobalt, nikkel en vanadium terug te winnen. De rookgassen worden gefilterd en met luchtwassers wordt zwaveldioxide aan magnesiumhydroxide tot magnesiumsulfiet gebonden dat vervolgens geoxideerd wordt tot een oplossing van magnesiumsulfaat in water met minder dan 100 mg fluoride per kg (waterige oplossing van magnesiumsulfaat van rookgasreiniging).
    1. Vervallen.
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bewerking van wei van kaasproductie na verwijdering van eiwit en calcium- en magnesiumfosfaten en die bestaat uit een oplossing van natriumchloride en kaliumchloride in water (natrium- en kaliumchlorideoplossing in water afkomstig van kaasproductie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van methionine en die bestaat uit een waterige oplossing van kaliumbicarbonaat, enig kaliumcarbonaat en resten methionine, alanine en dimeren van methionine (kaliumbicarbonaat uit methionineproductie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van papier en karton en die bestaat uit een mengsel van geschoond papiercellulose en oppervlaktewater (stabilisator voor het bodemoppervlak op basis van papiercellulose).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumhydroxide-suspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalk uit poederkoolgestookte elektriciteitscentrale).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumcarbonaatsuspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalksteen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van lucht uit een bedrijfshal met tunnels waarin pluimveemest wordt gecomposteerd, gedroogd en gepelleteerd, door middel van het wassen met een verdunde waterige oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een zure oplossing van ammoniumsulfaat in water (ammoniumsulfaathoudend spuiwater van chemische luchtwassers van mestkorrelinstallaties voor pluimveemest).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van uien en dat uitsluitend bestaat uit het perssap van pulp van vermalen en gekookte uien, dat resteert na het kook- en destillatieproces ten behoeve van de winning van uienolie (uienperssap).
    1. Reststof die vrijkomt door hydrolyse van schaafsel, snippers, schilfers en vergelijkbaar materiaal resterend bij de bewerking van gelooid leer en bestaat uit een amberkleurige vloeistof met daarin dierlijke aminozuren en peptiden (Vloeistof van aminozuren en peptiden verkregen door hydrolyse van restanten van gelooid leer).
    1. Reststof die is vrijgekomen door afdekaarde na de teelt van machinaal geoogste champignons met een vijzel te scheiden van de onderliggende afgewerkte champignonmest en die bestaat uit dekaarde van veenproducten en schuimaarde en teeltresten gevormd door champignonvoetjes en schimmelmassa van de teelt van champignons en resten afgewerkte champignonmest. In het teeltproces worden geen gewasbeschermingsmiddelen of biociden toegepast, anders dan een biocide op basis van formaldehyde (afgewerkte dekaarde van de teelt van machinaal geoogste champignons).
    1. Reststof, die vrijgekomen is bij het ontzwavelen van aardgas of biogas door winning van waterstofsulfide uit de gasstroom die onder invloed van bacteriën omgezet wordt tot elementair zwavel en bestaat uit een suspensie van elementair zwavel in water (suspensie van elementair zwavel in water).
    1. Reststof (calciumcarbonaat) die is vrijgekomen bij biologisch zuiveren van afvalwater van papierindustrieën tot een op oppervlaktewater loosbaar effluent gevolgd door een ontkalkingsstap (calciumcarbonaat uit gecombineerd effluent van papierindustrieën).

II. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

(Categorieën afvalstoffen of reststoffen)

    1. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van de stallucht met ammoniak in een verdunde oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een ammoniumsulfaatoplossing in water (spuiwater uit luchtwassers met een chemische wasstap).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de biologische reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van stallucht met water en geleid over materiaal met een ruimtelijke structuur waarop nitrificerende bacteriën ammonium omzetten in nitriet en vervolgens in nitraat en die bestaat uit een zeer sterk verdunde pH-neutrale zwavel- en stikstofhoudende oplossing in water (spuiwater luchtwassers met een biologische wasstap).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van stallucht met water (spuiwater uit luchtwassers met een waterwasstap).

III. Stoffen die bij de productie van meststoffen kunnen worden gebruikt

    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van magnesiumcalciumhydroxide uit gebrand dolomietkalksteen (magnesiumcalciumoxide gevormd uit magnesiumcalciumcarbonaat) en die bestaat uit grijswit granulaat van magnesiumcalciumoxide en magnesiumcalciumhydroxide (granulaat van magnesiumcalciumhydroxide),
    1. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumhydroxide-suspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalk uit poederkoolgestookte elektriciteitscentrale).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumcarbonaatsuspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalksteen).

IV. Eindproducten van bewerkingsprocédés die als meststof kunnen worden verhandeld

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)