Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2005, nr. TRCJZ/2005/3295, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling Meststoffenwet)
| Artikel meststoffenwet | Artikelen Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet | Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet |
|---|---|---|
| 1, eerste lid, onderdeel f | 3 | |
| 5d (10 nieuw), eerste lid | 28 | |
| 5f (12 nieuw), derde lid | 29 | |
| 5e (11 nieuw), vijfde lid | 30 tot en met 33 | |
| 5f (12 nieuw), vijfde lid | 34 | |
| 5e (11 nieuw), zesde lid | 35 | |
| 28, tweede lid, onderdeel b | 36 | |
| 36, onderdeel a | 37 | |
| 36, onderdeel b | 38, 40 | |
| 36, onderdeel c | 39 | |
| 26, tweede lid, onderdeel b | 41 | |
| 36, onderdeel d, 35, tweede lid | 42 | |
| 59d (38 nieuw) | 36, onderdeel e | 43, 44 |
| 41, onderdeel a | 45 | |
| 41, onderdelen b en c | 46, 51 | |
| 41, onderdeel b | 47, 49 | |
| 41, onderdelen d en e | 48 | |
| 46, onderdeel a | 50 | |
| 46, onderdeel d | 52 | |
| 52, eerste lid, onderdelen c en d, 70, vierde lid, onderdeel b | 53 | |
| 52, eerste lid, onderdelen a, c en d | 54 | |
| 52, eerste lid, onderdeel e | 55, 56 | |
| 52, eerste lid, onderdeel a | 57, 59 | |
| 51, 52, eerste lid, onderdeel b | 58 | |
| 52, derde lid | 60 | |
| 54, onderdeel b | 61 tot en met 63, 66 | |
| 54, onderdelen d en e | 64, eerste tot en met derde lid | |
| 54, onderdeel c | 65, 67 | |
| 55, derde lid | 68 | |
| 56, onderdelen b en c | 69 | |
| 61, derde lid, 64, tweede lid, onderdeel c | 70 | |
| 64, eerste lid | 71 | |
| 64, tweede lid, onderdeel b | 72 | |
| 70, eerste lid, onderdeel a en derde lid | 73, 74, eerste lid | |
| 70, vierde lid, onderdeel a | 74, tweede lid, 83, 92, 93, eerste en tweede lid, 94 en 95 | |
| 70, vierde lid, onderdeel c | 74, derde lid, 80 en 125 | |
| 59d (38 nieuw) | 74, vierde en vijfde lid, 75, 82, derde lid, 93, derde lid, en 126 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a en c | 76, 77 en 98 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a tot en met d | 78, 79 en 82, eerste en tweede lid | |
| 70, vierde lid, onderdelen c tot en met e | 81 | |
| 70, tweede lid, onderdeel b | 84 tot en met 91 | |
| 70, eerste lid, onderdeel c | 96, 102 en 103 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a t/m c | 98, 100 en 101, eerste lid | |
| 70, vierde lid, onderdeel e | 99 | |
| 70, eerste lid, onderdeel b | 101, tweede lid | |
| 70, eerste lid, onderdeel c en tweede lid, onderdeel a | 101, derde lid | |
| 58f (27 nieuw), derde lid | 104 | |
| 58i (30 nieuw), tweede en derde lid | 105 t/m 109 | |
| 58j (31 nieuw), derde lid | 110 | |
| 60, tweede en derde lid | 111 | |
| 36, onderdeel d, 41, onderdeel d en 46, onderdeel d | 122, 123 en 127 | |
| 36, onderdelen b en d, 41 onderdelen b en d, 46, onderdelen b en d | 124 | |
| 71 | 128 | |
| 69 (47 nieuw) | 129 | |
| Artikel Wet bodembescherming | Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet | |
| 64 | 134 |
Bijlage
Tabel met de verschillende rechtsgrondslagen in de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet van de artikelen van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Artikel meststoffenwet | Artikelen Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet | Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet |
|---|---|---|
| 1, eerste lid, onderdeel f | 3 | |
| 5d (10 nieuw), eerste lid | 28 | |
| 5f (12 nieuw), derde lid | 29 | |
| 5e (11 nieuw), vijfde lid | 30 tot en met 33 | |
| 5f (12 nieuw), vijfde lid | 34 | |
| 5e (11 nieuw), zesde lid | 35 | |
| 28, tweede lid, onderdeel b | 36 | |
| 36, onderdeel a | 37 | |
| 36, onderdeel b | 38, 40 | |
| 36, onderdeel c | 39 | |
| 26, tweede lid, onderdeel b | 41 | |
| 36, onderdeel d, 35, tweede lid | 42 | |
| 59d (38 nieuw) | 36, onderdeel e | 43, 44 |
| 41, onderdeel a | 45 | |
| 41, onderdelen b en c | 46, 51 | |
| 41, onderdeel b | 47, 49 | |
| 41, onderdelen d en e | 48 | |
| 46, onderdeel a | 50 | |
| 46, onderdeel d | 52 | |
| 52, eerste lid, onderdelen c en d, 70, vierde lid, onderdeel b | 53 | |
| 52, eerste lid, onderdelen a, c en d | 54 | |
| 52, eerste lid, onderdeel e | 55, 56 | |
| 52, eerste lid, onderdeel a | 57, 59 | |
| 51, 52, eerste lid, onderdeel b | 58 | |
| 52, derde lid | 60 | |
| 54, onderdeel b | 61 tot en met 63, 66 | |
| 54, onderdelen d en e | 64, eerste tot en met derde lid | |
| 54, onderdeel c | 65, 67 | |
| 55, derde lid | 68 | |
| 56, onderdelen b en c | 69 | |
| 61, derde lid, 64, tweede lid, onderdeel c | 70 | |
| 64, eerste lid | 71 | |
| 64, tweede lid, onderdeel b | 72 | |
| 70, eerste lid, onderdeel a en derde lid | 73, 74, eerste lid | |
| 70, vierde lid, onderdeel a | 74, tweede lid, 83, 92, 93, eerste en tweede lid, 94 en 95 | |
| 70, vierde lid, onderdeel c | 74, derde lid, 80 en 125 | |
| 59d (38 nieuw) | 74, vierde en vijfde lid, 75, 82, derde lid, 93, derde lid, en 126 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a en c | 76, 77 en 98 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a tot en met d | 78, 79 en 82, eerste en tweede lid | |
| 70, vierde lid, onderdelen c tot en met e | 81 | |
| 70, tweede lid, onderdeel b | 84 tot en met 91 | |
| 70, eerste lid, onderdeel c | 96, 102 en 103 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a t/m c | 98, 100 en 101, eerste lid | |
| 70, vierde lid, onderdeel e | 99 | |
| 70, eerste lid, onderdeel b | 101, tweede lid | |
| 70, eerste lid, onderdeel c en tweede lid, onderdeel a | 101, derde lid | |
| 58f (27 nieuw), derde lid | 104 | |
| 58i (30 nieuw), tweede en derde lid | 105 t/m 109 | |
| 58j (31 nieuw), derde lid | 110 | |
| 60, tweede en derde lid | 111 | |
| 36, onderdeel d, 41, onderdeel d en 46, onderdeel d | 122, 123 en 127 | |
| 36, onderdelen b en d, 41 onderdelen b en d, 46, onderdelen b en d | 124 | |
| 71 | 128 | |
| 69 (47 nieuw) | 129 | |
| Artikel Wet bodembescherming | Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet | |
| 64 | 134 |
I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten
I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten
Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:
ISO 5315 – Fertilizers – Determination of total nitrogen – Titrimetric method after distillation.
3. Kaliumoxide (K2O)
CSS 99020: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of total nitrogen – Dry combustion method (Dumas) (www.ecn.nl/horizontal).
4. Calciumoxide (CaO)
6. Zwaveltrioxide (SO3)
Total phosphorous in soil, biowaste and sewage sludge. (www.ecn.nl/horizontal).
5. Magnesiumoxide (MgO)
Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststoffen van anorganische oorsprong:
10. Koper (Cu)
CSS 99023 Sludge, treated biowaste and soil – Determination of loss on ignition. (www.ecn.nl/horizontal).
IV. Protocol analyse droge stofgehalte in meststoffen
Voor overige organische meststoffen en kalkmeststoffen van organische oorsprong:
CSS 99022: Soil, sludge and treated biowaste – Determination of dry matter – Gravimetric method (www.ecn.nl/horizontal).
1. Ontsluiting en extractie Cd, Cr, Cu, Hg, Ni, Pb, Zn en As
2. Instrumentele analyse Cd, Cr, Cu, Ni, Pb, Zn en As
Bodem – Kwantitatieve bepaling van het gehalte van Organochloor Bestrijdingsmiddelen (OCB), polychloorbifenylen (PCB) en matig-vluchtige chloorbenzenen met gaschromatografie
6. Versturen van mesttransportgegevens
Bodem – Kwantitatieve bepaling van het gehalte aan minerale olie met gaschromatografie.
Tabel IB. Excretieforfaits en stikstofcorrectie biologisch gehouden dieren, behorende bij de artikelen 36, 43, 73, 74a en 96
2 Behorende bij artikel 36 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
4 Behorende bij artikel 73 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Alleen relevant voor de graasdieren en daarmee niet van toepassing op diercategorieën die vallen onder de staldieren.
Bijlage D. Diergebonden normen
Tabel III. Aan- en afvoer van staldieren, behorende bij artikel 102
2 Behorende bij artikel 36 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
Tabel IIA. Excretieforfaits per melkkoe drijfmest
4 Behorende bij artikel 73 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Alleen relevant voor de graasdieren en daarmee niet van toepassing op diercategorieën die vallen onder de staldieren.
Stikstofexcretie en fosfaatexcretie per koe (in kg N respectievelijk kg P2O5 per jaar) in relatie tot melkproductie per jaar en ureumgehalte in de melk. Excretie na aftrek vluchtige N.
Bijlage E. behorende bij de artikelen 53, 78, en 79
Stikstofexcretie en fosfaatexcretie per koe (in kg N respectievelijk kg P2O5 per jaar) in relatie tot melkproductie per jaar en ureumgehalte in de melk. Excretie na aftrek vluchtige N.
D. Prestatiekenmerken GR-apparatuur voor het vervoer van dierlijke meststoffen
1. Inlezen gegevens
2. Koppeling GR-apparatuur aan satellietvolgapparatuur
Indien in dit document de RvA wordt genoemd kan dit ook een andere nationale accreditatie-instantie zijn als bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU 2008, L 218). Om voor accreditatie voor AP06 in aanmerking te komen, moet de organisatie door de RvA geaccrediteerd zijn voor de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025 of voor de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020.
6. Opslag van gegevens van de GR-apparatuur
Voor het aantonen dat de organisaties onafhankelijk en deskundig zijn wordt gebruik gemaakt van accreditatie. Accreditatie gaat uit van vertrouwen en is gebaseerd op internationale en Europees geharmoniseerde normen, met indien van toepassing aanvullende eisen. Gezien de behoefte de kwaliteit en de vergelijkbaarheid (herhaalbaarheid) van de monsterneming van vaste dierlijke mest op langere termijn te waarborgen, zijn in het accreditatieprogramma eisen en voorwaarden opgenomen.
Het accreditatieprogramma bevat:
Accreditatieprogramma bemonstering vaste dierlijke meststoffen; AP06
5. Versturen van mesttransportgegevens
Het accreditatieprogramma bevat:
Organisaties die monsterneming als aparte activiteit op de verrichtingenlijst (scope van accreditatie) wensen, kunnen accreditatie verkrijgen op basis van NEN-EN-ISO/IEC 17025. In NEN-EN-ISO/IEC 17025 worden in 5.7 uitgebreide eisen gesteld aan de monsterneming en in 5.10.3.2 aan de rapportage van de resultaten van monsterneming.
Accreditatieprogramma bemonstering vaste dierlijke meststoffen; AP06
2.1. Zwavelzuur 5N
Indien een organisatie geaccrediteerd is of wordt voor inspectieactiviteiten (anders dan het nemen van monsters) volgens NEN-EN-ISO/IEC 17020, behoort een aparte monsternemingsactiviteit binnen de scope tot de mogelijkheden. In deze situatie worden, naast de eisen uit NEN-EN-ISO/IEC 17020 ook de eisen met betrekking tot monsterneming uit NEN-EN-ISO/IEC 17025 toegepast.
Indien in dit document de RvA wordt genoemd kan dit ook een andere nationale accreditatie-instantie zijn als bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU 2008, L 218). Om voor accreditatie voor AP06 in aanmerking te komen, moet de organisatie door de RvA geaccrediteerd zijn voor de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025 of voor de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020.
2.2. Toetredingsprocedure
4. Controle opdracht, te bemonsteren vracht en mestsoort
Ten behoeve van de toelating tot accreditatie dient de organisatie aan te tonen dat deze bekend is met de wijze van bemonsteren en dat de voorgeschreven werkwijze goed kan worden uitgevoerd.
Organisaties die wensen onafhankelijk monsternemer te worden in het kader van de Meststoffenwet, kunnen bij de RvA een accreditatie aanvragen. De organisatie vraagt tevens een erkenning aan bij de Minister, zoals verwoord in artikel 78c van de regeling.
4. Controle opdracht, te bemonsteren vracht en mestsoort
4.1. Controle van te bemonsteren vracht
Ter plaatse van de monsterneming en voorafgaand daaraan controleert de monsternemer of de te bemonsteren mest dezelfde mestcode(s) heeft als waarvoor bemonstering aangevraagd is. Als dat naar de overtuiging van de monsternemer niet het geval is, voert de monsternemer de bemonstering niet uit en legt hij dit vast als bijzonderheid.
Deze paragraaf beschrijft de wijze waarop een monster van een vracht vaste mest genomen en behandeld moet worden totdat het arriveert op het laboratorium. Het protocol dient onder alle (weers)omstandigheden te worden gevolgd, waarbij te allen tijde de ARBO veiligheidsrichtlijnen in acht genomen moeten worden.
5.1. Het nemen van een representatief monster
5.3. Bemonsteren in containerbakken en opleggers
Tijdens het draaien van de transportband wordt een bak, emmer of kruiwagen onder de band geplaatst en wordt met een (hand)schep in één beweging de mest over de hele bandbreedte daarin geschept of geschraapt. Deze handeling wordt ten minste acht keer herhaald. De grepen moeten van gelijke grootte zijn en evenredig verdeeld zijn over de vracht, dat wil zeggen evenredig verdeeld over de draaitijd van de band. Die draaitijd moet dus vooraf bekend zijn, anders kan niet worden bemonsterd.
5.5. Bemonstering in big bags
De grepen worden genomen uit de laadbak. In het geval van bemonstering bij het laden kort na het laden van de laadbak. In het geval van bemonstering bij het lossen kort voor het lossen van de laadbak. De monsternemer ziet toe op het laden en lossen van de mest in of uit de laadbak van het transportmiddel om zich te vergewissen dat de bemonsterde vracht volledig bestaat uit de aangemelde mestcode(s) en om te controleren of er geen andere materialen dan de bemonsterde mest in de laadbak worden toegevoegd. Om te bepalen waar grepen worden genomen wordt de bak van de wagen in acht denkbeeldige rechthoeken van vergelijkbare omvang ingedeeld. Vervolgens wordt in ieder vak een greep genomen. Deze grepen worden op willekeurige, maar wel verschillende, diepten genomen. Bemonstering uit een laadbak van een transportmiddel is alleen toegestaan indien voorzieningen aanwezig zijn waardoor de hele oppervlakte van de bak op een veilige manier bereikbaar is en de grepen op voldoende diepte genomen kunnen worden. Of deze voorzieningen beschikbaar zijn dient vooraf vastgesteld te worden. Indien dat niet het geval is of niet op een ARBOveilige manier mogelijk is wordt de bemonstering door de monsternemer niet aangevangen dan wel gestaakt.
De monsternemer is gedurende het lossen van de vracht aanwezig; er mag niet gelost worden voordat de monsternemer aanwezig is. De mest wordt bemonsterd als deze gelost op een hoop ligt.
5.6.2. Bemonstering met de Edelmanboor
Bijlage G
bijlage G. , behorende bij de artikelen 68 en 69 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
5.6.1. Gebruik van de instrumenten
5.6.1. Gebruik van de instrumenten
Draai de volle boor af, en haal de boor licht draaiend omhoog. Plaats voor het lossen van het materiaal de boor schuin met de punt in een verzamelbak of op een zeil. Klop met de boor op de basis van de bak of zeil. Het materiaal komt los en het resterende materiaal kan met de hand of anderszins uit de boor worden genomen.
5.6.1. Gebruik van de instrumenten
Het laboratoriummonster wordt zodanig vervoerd en bewaard dat de temperatuur niet oploopt (afgeschermd tegen zoninstraling). Indien het monster niet binnen 24 uur wordt overgedragen aan het laboratorium, dient het monster binnen 12 uur na monstername in een koeling te zijn gebracht bij 4˚C met een toegestane afwijking van ten hoogste 3˚C. Overdracht aan een koerier van of namens het laboratorium geldt ook als overdracht aan het laboratorium, waarna dus AP05 verder van toepassing is.
5.6.4. Het maken van een laboratoriummonster
Ieder laboratoriummonster heeft een begeleidend document met in ieder geval de volgende gegevens:
8.1. Eerstelijnscontrole
Het harmonisatieoverleg adviseert de Minister van LNV over het systeem van onafhankelijke monstername en het functioneren daarvan.
8.3. Ringonderzoek
De RvA heeft de mogelijkheid om een accreditatie in te trekken, of de gehele of een deel van de scope (tijdelijk) te schorsen. De RvA oordeelt naar bevinden.
A. Model vervoersbewijs zuiveringsslib en compost
Voor het mengen van monsters drijfmest geldt de volgende procedure:
§ 5.2. Monstervoorbehandeling
Er wordt een controlekaart voor stikstof en voor fosfor opgesteld waarin de gemiddelde waardes van de duplobepalingen worden uitgezet. Hierbij bedraagt de standaardafwijking van de gemiddelde waarde van het controlemonster voor stikstof 2,29% en voor fosfor 3,42%. Toelichting: Deze percentages zijn berekend aan de hand van de herhaalbaarheid, waarbij de vereiste herhaalbaarheid gedeeld wordt door 2,8 en vervolgens met 1,6 wordt vermenigvuldigd teneinde de variatie tussen meetreeksen mee te nemen: intralaboratoriumreproduceerbaarheid.
§ 6.2.3. Duplo-analyse
Alle mestmonsters worden, na de voorgeschreven monstervoorbehandeling, in duplo onder herhaalbaarheidscondities geanalyseerd. Indien de serie waarin het desbetreffende monster zich bevindt aan de eisen voldoet, worden vervolgens de meetresultaten van het individuele mestmonster beoordeeld aan de hand van de herhaalbaarheidseisen. Voldoet een monster aan de gestelde eisen dan wordt het gemiddelde berekend en geregistreerd.
§ 6.2.3. Duplo-analyse
De resultaten worden beoordeeld door een persoon die onafhankelijk is van de uitvoerende medewerkers.
Van onbeheerste kwaliteit (‘out of control’) is sprake in de volgende gevallen:
Wanneer sprake is van onbeheerste kwaliteit moet het laboratorium een onderzoek instellen naar de oorzaak. In het geval sprake is van niet voldoen aan de herhaalbaarheidseis, dan dient het tweedelijnscontrolemonster in een volgende serie opnieuw geanalyseerd te worden. De conclusies betreffende het onderzoek worden vermeld bij de kwaliteitscontrolekaart.
§ 6.4.1.2. Evaluatie van ringonderzoekresultaten
bijlage G. , behorende bij de artikelen 68 en 69 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Bijlage H. behorende bij artikel 80b en 81
§ 6.4.1.1. Procedurele aspecten
Een aantal keren per jaar worden op het laboratorium reeds geanalyseerde monsters aselect verzameld ten behoeve van heranalyse door het Wageningen Food Safety Research (WFSR). Het aantal te verzamelen monsters bedraagt per laboratorium en per keer 30 tot 40. Dit gebeurt indien daar aanleiding toe bestaat onaangekondigd.
§ 6.4.1.2. Evaluatie van ringonderzoekresultaten
Voor elk monster wordt voor stikstof en fosfaat het verschil berekend tussen het 10log getransformeerde meetresultaat van het laboratorium en het 10log getransformeerde meetresultaat van het WFSR.
§ 6.4.1.1. Procedurele aspecten
§ 6.4.1.3. Rapportage van ringonderzoekresultaten
De berekende hoeveelheden fosfaat en stikstof – gebaseerd op het gehalte maal de vrachtomvang – wordt uitgedrukt in kilogrammen en afgerond op hele getallen.
Hoofdstuk 8. Archivering van gegevens
AM: Analyse Mislukt
§ 7.3. Heranalyse
Heranalyse vindt plaats in duplo onder herhaalbaarheidscondities, op het gekoeld bewaarde analysemonster, binnen 21 dagen na de eerste verslaglegging.
De duploresultaten van de heranalyse dienen te voldoen aan de eisen voor de herhaalbaarheid, bedoeld in §6.1. Voldoet een monster niet aan deze eisen dan wordt de analyse opnieuw uitgevoerd in duplo. Voldoet het monster bij herhaling wel aan de gestelde eisen dan wordt het gemiddelde berekend van de laatste 2 meetresultaten. De eerder gevonden duploresultaten worden dan verworpen.
§ 7.3. Heranalyse
Analysemonsters moeten bewaard worden tot het verstrijken va de eindtermijn voor het doen van een heranalyse. Producenten en afnemers van de mest kunnen tot tien dagen na verzending van het analyserapport bij het laboratorium een verzoek indienen om heranalyse(s) uit te voeren. Dit verzoek moet schriftelijk via de vervoerder worden ingediend. Heranalyse is slechts één maal mogelijk en vindt in hetzelfde laboratorium plaats als waar het monster voor analyse is aangeboden.
§ 7.4. Rapportage aan de minister
Hoofdstuk 8. Archivering van gegevens
Het is toegestaan de meetgegevens elektronisch op te slaan vermits voldaan wordt aan de relevante eisen uit de NEN-EN-ISO/IEC 17025.
De aanvrager van de heranalyse ontvangt in dat geval van het laboratorium bericht van de bevestiging waarbij aangegeven wordt dat het eerder gerapporteerde resultaat onverkort van toepassing blijft.
§ 7.4. Rapportage aan de minister
Hoofdstuk 8. Archivering van gegevens
De RvA zal in een jaarlijkse geanonimiseerde rapportage aan de minister haar bevindingen weergeven. Tevens zullen de branchebreed waargenomen afwijkingen/tekortkomingen worden behandeld. Hiermee kunnen mogelijke knelpunten die zich in de praktijk voordoen worden opgespoord en zo nodig worden aangepast in het accreditatieprogramma.
Hoofdstuk 9. Controle op naleving
Opzet van ringonderzoeken en interpretatie van resultaten, R94.012 (3de versie), Kwaliteitsdienst Landbouwkundige Laboratoria, TNO voeding.
Hoofdstuk 10. Literatuur
Opzet van ringonderzoeken en interpretatie van resultaten, R94.012 (3de versie), Kwaliteitsdienst Landbouwkundige Laboratoria, TNO voeding.
Tabel I behorende bij de artikelen 54, 62, 63, 64, 66, 67, 68, 69 en 69c
NEN 7435 (2e ontwerp): Dierlijke mest en mestproducten. Bepaling van het gehalte aan fosfor in destruaten.
3. Fosfaat (P2O5)
In artikel 98 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet staat dat de ondernemer, in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd, het gehalte aan stikstof, fosfaat en droge stof baseert op:
3. Uitgangspunten
Onderhoud t.b.v. voortschrijdend gemiddelde gehalte
4.2.1. Nadat de onderneming volgens de onder 4.1 beschreven werkwijze per product per locatie het gemiddelde gehalte en de sd voor ds/vocht, ruw eiwit en fosfor heeft vastgesteld, dient hij dit gemiddelde gehalte te onderhouden. Hij volgt daartoe de hieronder beschreven werkwijze.
4.2.2. Het bedrijf stelt op basis van de sd en de tolerantie met behulp van figuur 1 vast hoeveel monsteronderzoek in de komende 12 maanden noodzakelijk zijn om het gemiddelde gehalte te kunnen onderhouden. (De in deze figuur genoemde frequenties voor jaarlijks monsteronderzoek zijn vastgesteld op basis van een 95% betrouwbaarheidsinterval, dwz de kans is 95% dat de afwijking van het werkelijke gemiddelde van het product t.o.v. het berekende gemiddelde binnen de toleranties valt.) Het minimale aantal analyse-uitslagen is 6 per jaar.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 91b
Vervallen
§ 3. Vervoersbewijs zuiveringsslib en compost
§ 6. Diervoeders
§ 1. Mestproductie
Hoofdstuk 10. Overgang van een productierecht
§ 8. Voorzieningen ingeval van storingen in de bereikbaarheid of beschikbaarheid van rVDM
§ 1. Mestproductie
§ 4. Voorraden meststoffen
§ 2. Afgevoerde en aangevoerde dierlijke meststoffen
Hoofdstuk 10. Overgang van een productierecht
Bijlage A. Stikstofgebruiksnormen behorende bij artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Gewas | Klei | Klei | Klei | Klei | Zand/löss en Veen | Zand/löss en Veen | Zand/löss en Veen | Zand/löss en Veen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
| Grasland (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Grasland met beweiden, klei | 345 | 345 | 325 | 310 | ||||
| Grasland met beweiden, veen | 290 | 290 | 265 | 265 | ||||
| Grasland met beweiden, zand/löss | 300 | 290 | 275 | 260 | ||||
| Grasland met volledig maaien, klei 1Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid. | 385 | 385 | 365 | 350 | ||||
| Grasland met volledig maaien, veen 1Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid. | 330 | 330 | 300 | 300 | ||||
| Grasland met volledig maaien, zand/löss 1Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid. | 355 | 350 | 345 | 340 | ||||
| Tijdelijk grasland (kg N per ha per periode) 8 De normen gelden niet voor tijdelijk grasland dat aansluit op maïs. | ||||||||
| van 1 januari tot minstens 15 april | 70 | 70 | 65 | 60 | 60 | 60 | 55 | 50 |
| van 1 januari tot minstens 15 mei 2Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen. | 120 | 120 | 115 | 110 | 105 | 100 | 95 | 90 |
| van 1 januari tot minstens 15 augustus 2Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen. | 275 | 275 | 260 | 250 | 240 | 230 | 220 | 210 |
| van 1 januari tot minstens 15 september 2Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen. | 310 | 310 | 295 | 280 | 270 | 260 | 250 | 235 |
| van 1 januari tot minstens 15 oktober 2Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen. | 345 | 345 | 325 | 310 | 300 | 290 | 275 | 260 |
| vanaf 15 april tot minstens 15 oktober | 345 | 345 | 325 | 310 | 300 | 290 | 275 | 260 |
| vanaf 15 mei tot minstens 15 oktober | 310 | 310 | 295 | 280 | 270 | 260 | 250 | 235 |
| vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktober | 105 | 105 | 100 | 95 | 90 | 85 | 85 | 80 |
| vanaf 15 september tot minstens 15 oktober | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | 25 | 25 |
| vanaf 15 oktober | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Akkerbouwgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Consumptieaardappelrassen hoge norm 3Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de helft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm). (zie bijlage A.1) | 300 | 300 | 275 | 275 | 290 | 275 | ||
| Consumptieaardappelrassen overig 3Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de helft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm). | 275 | 275 | 250 | 250 | 265 | 250 | ||
| Consumptieaardappelrassen lage norm 3Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de helft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm). (zie bijlage A.1) | 250 | 250 | 225 | 225 | 240 | 225 | ||
| Consumptieaardappel, vroeg (loofvernietiging voor 15 juli) | 130 | 130 | 120 | 120 | 120 | 120 | ||
| Pootaardappelrassen hoge norm (zie bijlage A.2) | 150 | 150 | 140 | 140 | 140 | 140 | ||
| Pootaardappelrassen overig | 130 | 130 | 120 | 120 | 120 | 120 | ||
| Pootaardappelrassen lage norm (zie bijlage A.2) | 110 | 110 | 100 | 100 | 100 | 100 | ||
| Pootaardappelen, uitgroeiteelt (loofvernietiging na 15 augustus) | 200 | 200 | 180 | 180 | 180 | 170 | ||
| Zetmeelaardappelen | 265 | 265 | 240 | 240 | 240 | 230 | ||
| Suikerbieten | 165 | 165 | 150 | 150 | 150 | 145 | ||
| Cichorei | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | ||
| Voederbieten | 180 | 180 | 165 | 165 | 165 | 165 | ||
| Wintertarwe 3Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de helft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm).7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. | 245 | 240 | 220 | 220 | 190 | 160 | ||
| Zomertarwe | 155 | 155 | 140 | 140 | 140 | 140 | ||
| Wintergerst 7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. | 155 | 155 | 140 | 140 | 140 | 140 | ||
| Zomergerst | 90 | 90 | 80 | 80 | 90 | 80 | ||
| Triticale 7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. | 175 | 175 | 160 | 160 | 160 | 150 | ||
| Winterrogge 7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. | 155 | 155 | 140 | 140 | 140 | 140 | ||
| Haver 7De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. | 110 | 110 | 100 | 100 | 100 | 100 | ||
| Maïs, bedrijven met derogatie 4De normen van maïs zijn inclusief de norm van de daarop aansluitend geteelde groenbemesters. | 160 | 160 | 160 | 160 | 155 | 155 | 155 | 150 |
| Maïs, bedrijven zonder derogatie 4De normen van maïs zijn inclusief de norm van de daarop aansluitend geteelde groenbemesters. | 205 | 205 | 185 | 185 | 185 | 175 | ||
| Luzerne, eerste jaar | 45 | 45 | 40 | 40 | 40 | 40 | ||
| Luzerne, volgende jaren | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Graszaad, Engels raaigras, 1e jaars | 180 | 180 | 165 | 165 | 165 | 155 | ||
| Graszaad, Engels raaigras, overjarig | 220 | 220 | 200 | 200 | 200 | 190 | ||
| Graszaad, rietzwenkgras | 155 | 155 | 140 | 140 | 140 | 135 | ||
| Graszaad, rietzwenkgras, volgteelt | 65 | 65 | 60 | 60 | 60 | 55 | ||
| Graszaad, veldbeemd | 120 | 120 | 110 | 110 | 110 | 105 | ||
| Graszaad, veldbeemd, volgteelt | 65 | 65 | 60 | 60 | 60 | 55 | ||
| Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars | 95 | 95 | 85 | 85 | 85 | 80 | ||
| Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars, volgteelt | 40 | 40 | 35 | 35 | 35 | 35 | ||
| Graszaad, roodzwenkgras, overjarig | 125 | 125 | 115 | 115 | 115 | 110 | ||
| Graszaad, roodzwenkgras, overjarig, volgteelt | 50 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | ||
| Graszaad, westerwolds | 120 | 120 | 110 | 110 | 110 | 105 | ||
| Graszaad, Italiaans | 145 | 145 | 130 | 130 | 130 | 125 | ||
| Graszaad, overig | 100 | 100 | 90 | 90 | 90 | 85 | ||
| Graszaad, overig, volgteelt | 50 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | ||
| Graszoden | 375 | 375 | 340 | 340 | 340 | 340 | ||
| Ui, zaaiui, overig | 130 | 130 | 120 | 120 | 120 | 120 | ||
| Winterui, 2e jaars plantui | 185 | 185 | 170 | 170 | 170 | 160 | ||
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 145 | 145 | 130 | 130 | 130 | 125 | ||
| Blauwmaanzaad | 120 | 120 | 110 | 110 | 110 | 105 | ||
| Karwij | 165 | 165 | 150 | 150 | 150 | 145 | ||
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 100 | 100 | 90 | 90 | 90 | 85 | ||
| Koolzaad, winter | 225 | 225 | 205 | 205 | 205 | 195 | ||
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 175 | 175 | 160 | 160 | 160 | 150 | ||
| Koolzaad, zomer | 130 | 130 | 120 | 120 | 120 | 120 | ||
| Vlas | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | ||
| Akkerbouw overig | 220 | 220 | 200 | 200 | 200 | 190 | ||
| Bladgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Spinazie, 1e teelt | 285 | 285 | 260 | 260 | 210 | 200 | ||
| Spinazie, volgteelt | 205 | 205 | 185 | 185 | 160 | 150 | ||
| Slasoorten, 1e teelt | 200 | 200 | 180 | 180 | 180 | 170 | ||
| Slasoorten, volgteelt | 115 | 115 | 105 | 105 | 105 | 105 | ||
| Andijvie, 1e teelt | 200 | 200 | 180 | 180 | 180 | 170 | ||
| Andijvie, volgteelt | 100 | 100 | 90 | 90 | 90 | 90 | ||
| Selderij, bleek/groen | 220 | 220 | 200 | 200 | 200 | 190 | ||
| Prei | 270 | 270 | 245 | 245 | 245 | 235 | ||
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 110 | 110 | 100 | 100 | 100 | 95 | ||
| Bladgewassen, overig, eenmalige oogst | 165 | 165 | 150 | 150 | 150 | 145 | ||
| Bladgewassen, overig, meermalige oogst | 300 | 300 | 275 | 275 | 275 | 260 | ||
| Koolgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Spruitkool | 320 | 320 | 290 | 290 | 290 | 275 | ||
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 55 | 55 | 50 | 50 | 50 | 50 | ||
| Wittekool | 350 | 350 | 320 | 320 | 320 | 305 | ||
| Rodekool | 315 | 315 | 285 | 285 | 285 | 270 | ||
| Savooiekool | 315 | 315 | 285 | 285 | 285 | 270 | ||
| Spitskool | 315 | 315 | 285 | 285 | 285 | 270 | ||
| Bloemkool | 255 | 255 | 230 | 230 | 230 | 220 | ||
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 130 | 130 | 120 | 120 | 120 | 115 | ||
| Broccoli | 295 | 295 | 270 | 270 | 270 | 255 | ||
| Chinese kool | 200 | 200 | 180 | 180 | 180 | 170 | ||
| Boerenkool | 185 | 185 | 170 | 170 | 170 | 160 | ||
| Paksoi | 200 | 200 | 180 | 180 | 180 | 170 | ||
| Raapstelen | 155 | 155 | 140 | 140 | 140 | 135 | ||
| Kruiden (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Kruiden, bladgewas, eenmalige oogst | 165 | 165 | 150 | 150 | 150 | 145 | ||
| Kruiden, bladgewas, meermalige oogst | 300 | 300 | 275 | 275 | 275 | 260 | ||
| Kruiden, wortelgewassen | 220 | 220 | 200 | 200 | 200 | 190 | ||
| Kruiden, zaadgewassen | 110 | 110 | 100 | 100 | 100 | 95 | ||
| Vruchtgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Aardbei (wachtbed, vermeerdering) | 130 | 130 | 120 | 120 | 120 | 115 | ||
| Aardbei (productie) | 185 | 185 | 170 | 170 | 170 | 160 | ||
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 90 | 90 | 80 | 80 | 80 | 75 | ||
| Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) | 210 | 210 | 190 | 190 | 190 | 180 | ||
| Suikermaïs | 220 | 220 | 200 | 200 | 200 | 190 | ||
| Stam/stokboon, vers | 130 | 130 | 120 | 120 | 120 | 115 | ||
| Landbouwstambonen, rijp zaad | 150 | 150 | 135 | 135 | 135 | 135 | ||
| Veld- en tuinbonen, vers +rijp zaad | 55 | 55 | 50 | 50 | 50 | 50 | ||
| Tuinbonen, vers/peulen | 80 | 80 | 75 | 75 | 75 | 75 | ||
| Erwt, vers + rijp zaad | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | ||
| Peul | 100 | 100 | 90 | 90 | 90 | 85 | ||
| Stengel/knol/wortelgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Asperge (excl. opkweek) | 95 | 95 | 85 | 85 | 85 | 80 | ||
| Knolselderij | 220 | 220 | 200 | 200 | 200 | 190 | ||
| Knolvenkel/venkel | 200 | 200 | 180 | 180 | 180 | 170 | ||
| Koolraap | 185 | 185 | 170 | 170 | 170 | 160 | ||
| Koolrabi | 200 | 200 | 180 | 180 | 180 | 170 | ||
| Kroten/rode bieten | 205 | 205 | 185 | 185 | 185 | 175 | ||
| Winterpeen/waspeen | 120 | 120 | 110 | 110 | 110 | 110 | ||
| Bospeen | 55 | 55 | 50 | 50 | 50 | 50 | ||
| Rabarber | 275 | 275 | 250 | 250 | 250 | 240 | ||
| Radijs | 90 | 90 | 80 | 80 | 80 | 80 | ||
| Schorseneer | 185 | 185 | 170 | 170 | 170 | 170 | ||
| Witlof | 110 | 110 | 100 | 100 | 100 | 100 | ||
| Vollegrondsgroenten, overig | 220 | 220 | 200 | 200 | 200 | 190 | ||
| Groenbemesters 5 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden. Voor groenbemesters op zand geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 december ploegen. Op klei geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 november ploegen. Een uitzondering wordt gemaakt voor groene braak en indien de groenbemester minimaal 10 weken in het groeiseizoen op het land staat indien aansluitend daarop een volggewas wordt geteeld. De normen gelden niet voor groenbemesters die aansluiten op maïs. (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Niet-vlinderbloemige groenbemesters (o.a. bladrammenas, gele mosterd, gras, granen) | 65 | 65 | 60 | 60 | 60 | 60 | ||
| Vlinderbloemige groenbemesters (wikke) | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | ||
| Tagetes | 100 | 100 | 90 | 90 | 90 | 90 | ||
| Bloembollengewassen (kg N per ha per teelt 7 De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten. | ||||||||
| Acidanthera | 280 | 280 | 255 | 255 | 255 | 240 | ||
| Anemone coronaria | 145 | 145 | 130 | 130 | 130 | 125 | ||
| Fritillaria imperialis | 150 | 150 | 135 | 135 | 135 | 130 | ||
| Hyacint | 240 | 240 | 220 | 220 | 220 | 210 | ||
| Iris, grofbollig | 185 | 185 | 170 | 170 | 170 | 160 | ||
| Iris, fijnbollig | 155 | 155 | 140 | 140 | 140 | 135 | ||
| Krokus, grote gele | 190 | 190 | 175 | 175 | 175 | 165 | ||
| Krokus, overig | 100 | 100 | 90 | 90 | 90 | 85 | ||
| Narcis | 160 | 160 | 145 | 145 | 145 | 140 | ||
| Tulp | 220 | 220 | 200 | 200 | 200 | 190 | ||
| Dahlia | 120 | 120 | 110 | 110 | 110 | 105 | ||
| Gladiool, pitten | 285 | 285 | 260 | 260 | 260 | 245 | ||
| Gladiool, kralen | 210 | 210 | 190 | 190 | 190 | 180 | ||
| Knolbegonia | 165 | 165 | 150 | 150 | 150 | 145 | ||
| Lelie | 170 | 170 | 155 | 155 | 155 | 145 | ||
| Zantedeschia | 120 | 120 | 110 | 110 | 110 | 110 | ||
| Overige bolgewassen | 180 | 180 | 165 | 165 | 165 | 155 | ||
| Fruitteeltgewassen (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Appel | 195 | 195 | 175 | 175 | 175 | 165 | ||
| Blauwe bes | 110 | 110 | 100 | 100 | 100 | 95 | ||
| Braam | 165 | 165 | 150 | 150 | 150 | 140 | ||
| Framboos | 165 | 165 | 150 | 150 | 150 | 140 | ||
| Kers | 195 | 195 | 175 | 175 | 175 | 165 | ||
| Peer | 195 | 195 | 175 | 175 | 175 | 165 | ||
| Pruim | 195 | 195 | 175 | 175 | 175 | 165 | ||
| Rode bes | 165 | 165 | 150 | 150 | 150 | 140 | ||
| Druif | 110 | 110 | 100 | 100 | 100 | 95 | ||
| Zwarte bes | 195 | 195 | 175 | 175 | 175 | 165 | ||
| Buitenbloemen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Buitenbloemen hoge norm (zie bijlage A3) | 220 | 220 | 200 | 200 | 200 | 200 | ||
| Buitenbloemen overig | 165 | 165 | 150 | 150 | 150 | 150 | ||
| Boomkwekerijgewassen (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Laanbomen: onderstammen | 45 | 45 | 40 | 40 | 40 | 40 | ||
| Laanbomen: spillen | 100 | 100 | 90 | 90 | 90 | 90 | ||
| Laanbomen: opzetters | 125 | 125 | 115 | 115 | 115 | 115 | ||
| Sierheesters | 85 | 85 | 75 | 75 | 75 | 75 | ||
| Coniferen (incl. kerstsparren en -dennen) | 90 | 90 | 80 | 80 | 80 | 80 | ||
| Rozen (incl. zaailingen, onderstammen) | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | ||
| Bos- en Haagplantsoen | 105 | 105 | 95 | 95 | 95 | 95 | ||
| Vaste planten | 195 | 195 | 175 | 175 | 175 | 175 | ||
| Vruchtbomen: onderstammen | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | ||
| Vruchtbomen: moerbomen | 120 | 120 | 110 | 110 | 110 | 110 | ||
| Vruchtbomen | 100 | 100 | 90 | 90 | 90 | 90 | ||
| Trek- en besheesters | 90 | 90 | 80 | 80 | 80 | 80 | ||
| Snijgroen | 105 | 105 | 95 | 95 | 95 | 95 | ||
| Ericaceae | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | ||
| Buxus | 105 | 105 | 95 | 95 | 95 | 95 | ||
| Bosbouw (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Snelgroeiend houtsoorten voor biomassaproductie | 100 | 100 | 90 | 90 | 90 | 90 | ||
| Vaste norm op bedrijfsniveau 6 Deze vaste norm op bedrijfsniveau geldt als het gewogen gemiddelde van de gebruiksnormen van de geteelde gewassen of gewasgroepen uit tabel A op het bedrijf in dat kalenderjaar minstens 100 kg N/ha bedraagt. (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Vaste norm | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | ||
| Akkerbouwgewassen op löss | ||||||||
| Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie bijlage A.1) | 275 | 265 | ||||||
| Consumptieaardappelrassen overig | 250 | 240 | ||||||
| Consumptieaardappelrassen lage norm (zie bijlage A.1) | 225 | 215 | ||||||
| Wintertarwe | 220 | 220 |
Consumptieaardappelrassen hoge norm
Consumptieaardappelrassen lage norm
Bijlage A.2. behorende bij artikel 28: Pootaardappelrassen
2. Fosfaat (P2O5)
2. Fosfaat (P2O5)
bijlage Ab. behorende bij de artikelen 8 en 9 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Zware metalen | Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel |
|---|---|---|---|---|
| MgO | SO3 | Na2O | CaO in CaSO4-meststof | |
| Cd | 33 | 33 | 42 | 2,5 |
| Cr | 2000 | 2000 | 2500 | 150 |
| Cu | 2000 | 2000 | 2500 | 150 |
| Hg | 20 | 20 | 25 | 1,5 |
| Ni | 800 | 800 | 1000 | 60 |
| Pb | 2667 | 2667 | 3333 | 200 |
| Zn | 8000 | 8000 | 10000 | 600 |
| As | 400 | 400 | 500 | 30 |
Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 75 kilogram magnesiumoxide, 75 kilogram zwaveltrioxide of 60 kilogram natriumoxide het éérst wordt bereikt. Voor calsiumsulfaat gelden de vermelde maximale waarden.
| Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | |
|---|---|---|---|---|
| Organische microverontreinigingen | MgO | SO3 | Na2O | CaO in CaSO4-meststof |
| Σ PCDD/PCDF | 0,020 | 0,020 | 0,025 | 0,00152 |
| α-ΗCH | 331 | 331 | 413 | 24,8 |
| β-ΗCH | 12,8 | 12,8 | 16 | 0,96 |
| γ-ΗCΗ (lindaan) | 1,3 | 1,3 | 1,6 | 0,10 |
| HCB | 41,6 | 41,6 | 52,0 | 3,12 |
| Aldrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Dieldrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Σ aldrin/dieldrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Endrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Isodrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Σ endrin/isodrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Σ DDT + DDD + DDE | 24,5 | 24,5 | 30,7 | 1,84 |
| PCB-28 | 19,7 | 19,7 | 24,7 | 1,48 |
| PCB-52 | 19,7 | 19,7 | 24,7 | 1,48 |
| PCB-101 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| PCB-118 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| PCB – 138 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| PCB – 153 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| PCB – 180 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| Σ 6-PCB (excl. PCB-118) | 400 | 400 | 500 | 30 |
| Naftaleen | 640 | 640 | 800 | 48 |
| Fenanthreen | 800 | 800 | 1000 | 60 |
| Antraceen | 640 | 640 | 800 | 48 |
| Fluoranteen | 197 | 197 | 247 | 15 |
| Benzo(a)antraceen | 245 | 245 | 307 | 18 |
| Chryseen | 245 | 245 | 307 | 18 |
| Benzo(k)fluoranteen | 288 | 288 | 360 | 22 |
| Benzo(a)pyreen | 309 | 309 | 387 | 23 |
| Benzo(g,h,i)peryleen | 224 | 224 | 280 | 17 |
| Indeno(1,2,3-c,d)pyreen | 251 | 251 | 313 | 19 |
| Σ 10-PAK | 12267 | 12267 | 15333 | 920 |
| Minerale olie | 997333 | 997333 | 1246667 | 74800 |
Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 75 kilogram magnesiumoxide, 75 kilogram zwaveltrioxide of 60 kilogram natriumoxide het éérst wordt bereikt. Voor calsiumsulfaat gelden de vermelde maximale waarden.
III. Protocol analyse neutraliserende waarde
Voor overige anorganische meststoffen en kalkmeststof van anorganische oorsprong:
Bijlage
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)