Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2005, nr. TRCJZ/2005/3295, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling Meststoffenwet)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-19
State In force
Source BWB
artikelen 635
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • e. beschikt over een voorziening waarmee de bewaarde gegevens en de datum en het tijdstip, bedoeld in onderdeel d, onmiddellijk worden verzonden aan rVDM, nadat de netwerkverbinding weer is hersteld dan wel nadat rVDM weer beschikbaar is, onder vermelding van het rVDM-nummer en de datum en het tijdstip van de verzending aan rVDM;
  • f. legt de reden van het gebruik van de software-applicatie, bedoeld in artikel 69n, vijfde lid, vast en verstrekt deze reden tegelijk met de verzending, bedoeld in onderdeel e;
  • g. bewaart de gegevens, bedoeld in de onderdelen c tot en met f, in ieder geval tot en met het moment waarop de gegevens met succes zijn verzonden aan rVDM, en
  • h. maakt de gegevens, bedoeld in de onderdelen c tot en met f, gedurende het vervoer raadpleegbaar en op een overzichtelijke wijze toonbaar aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 129.
3.

De apparatuur waarop de software-applicatie is geïnstalleerd beschikt over een voorziening waarmee inzichtelijk kan worden gemaakt of de netwerkverbinding of het mobiele dataverkeer handmatig is uitgeschakeld.

Artikel 69p
1.

Ingeval gebruik is gemaakt van de software-applicatie die door de minister beschikbaar is gesteld, volgt na afloop van het vervoer een namelding rechtstreeks aan rVDM, waarbij de vervoerder de gegevens bevestigd die via de software-applicatie ten behoeve van de vooraanmelding en de startmelding zijn vastgelegd en elektronisch zijn verstrekt.

2.

De namelding, bedoeld in het eerste lid, vindt uiterlijk plaats:

  • a. ingeval het ontbreken van een netwerkverbinding de reden was van de meldingen via de software-applicatie binnen zeven dagen na afloop van het vervoer; of
  • b. ingeval het niet beschikbaar zijn van rVDM de reden was van de meldingen via de applicatie binnen zeven dagen te rekenen vanaf de dag waarop rVDM weer beschikbaar is geworden.
3.

De meldingen, bedoeld in het eerste lid, geschieden onder vermelding van het rVDM-nummer, bedoeld in artikel 69n, derde lid.

Artikel 69q
1.

In afwijking van artikel 61, bevestigen de leverancier en de afnemer uiterlijk zeven dagen na de laatst ontvangen melding die betrekking heeft op het betreffende vervoer, de door rVDM ontvangen gegevens van het vervoer.

2.

Artikel 61, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 69r
1.

Indien en voor zover sprake is van een uitzonderlijke situatie waarin de software-applicatie, bedoeld in artikel 69m, naar het oordeel van de minister niet toereikend is, worden de gegevens met betrekking tot het vervoer vermeld op een daartoe door de minister beschikbaar gesteld middel.

2.

In de volgende situaties is de software-applicatie, bedoeld in artikel 69m, naar het oordeel van de minister in ieder geval niet toereikend:

  • a. de door de minister of door een andere partij beschikbaar gestelde software-applicatie, bedoeld in artikel 69o, eerste lid, functioneert niet naar behoren;
  • b. het besturingssysteem van de door de minister of door een andere partij beschikbaar gestelde software-applicatie, bedoeld in artikel 69o, eerste lid, functioneert niet naar behoren;
  • c. voor de door de minister of door een andere partij beschikbaar gestelde software-applicatie, bedoeld in artikel 69o, eerste lid, is een update vereist en deze kan door een storing in het externe updatemiddel niet plaatsvinden;
  • d. er zijn geen rVDM-nummers beschikbaar die benodigd zijn bij het gebruik van de applicatie.
3.

Ingeval een door een andere partij beschikbaar gestelde software-applicatie wordt gebruikt en een situatie, bedoeld in het tweede lid, doet zich voor, gelden de volgende beperkingen: voor het gebruik van het middel, bedoeld in het eerste lid:

  • a. enkel gedurende de dag waarop deze software-applicatie niet naar behoren functioneert en de volgende werkdag mag gebruik worden gemaakt van het middel, bedoeld in het eerste lid;
  • b. indien na de periode, genoemd in onderdeel a, de betreffende software-applicatie nog steeds niet naar behoren functioneert, wordt ofwel gebruik gemaakt van de door de minister beschikbaar gestelde software-applicatie, ofwel van een door een andere dan de oorspronkelijke partij beschikbaar gestelde applicatie.
4.

In aanvulling op het tweede lid, kan de minister in concrete gevallen besluiten dat de software-applicatie, bedoeld in artikel 69m, niet toereikend is.

Artikel 69s

De minister informeert de gebruikers van rVDM op passende wijze wanneer er sprake is van een situatie, bedoeld in artikel 69r, vierde lid, waarin de applicatie, bedoeld in artikel 69m, niet toereikend is en informeert hen voorts op passende wijze vanaf wanneer niet langer sprake is van een dergelijke situatie.

Artikel 69t
1.

Op het door de minister beschikbaar gestelde middel, bedoeld in artikel 69r, eerste lid, vermeldt de vervoerder tenminste de gegevens, bedoeld in artikel 54, eerste lid.

2.

Op het door de minister beschikbaar gestelde middel, bedoeld in artikel 69r, eerste lid, is een rVDM-nummer vermeld dat voor het betreffende vervoer wordt gebruikt.

3.

Het middel dat is voorzien van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, is tijdens het betreffende vervoer aanwezig in het voertuig.

Artikel 69u
1.

Ingeval gebruik is gemaakt van het middel, bedoeld in artikel 69r, eerste lid, doet de vervoerder na afloop van het vervoer een namelding rechtstreeks aan rVDM, bestaande uit een vooraanmelding en een startmelding.

2.

Bij de namelding, bedoeld in het eerste lid, neemt de vervoerder de gegevens vermeld op het door de minister beschikbaar gestelde middel over en verstrekt deze aan rVDM.

3.

De namelding, bedoeld in het eerste lid, vindt uiterlijk plaats:

  • a. binnen zeven dagen na afloop van het vervoer; of
  • b. indien de namelding vanwege het niet beschikbaar zijn van rVDM niet plaats kan vinden binnen de termijn, bedoeld in onderdeel a, binnen zeven dagen te rekenen vanaf de dag waarop rVDM weer beschikbaar is geworden.
4.

De weegmelding geschiedt zodra de vervoerder de mogelijkheid heeft om meldingen te verzenden aan rVDM, maar uiterlijk binnen zeven dagen na afloop van het vervoer. Indien de functionaliteit later dan zeven dagen na afloop van het vervoer weer beschikbaar is, geschiedt de weegmelding uiterlijk binnen zeven dagen nadat de mogelijkheid om meldingen te verzenden aan rVDM weer beschikbaar is geworden.

5.

De melding, bedoeld in de artikelen 62, zesde lid, 63, vijfde lid, 64, vijfde lid, 66, vijfde lid, 67, vijfde lid, 68, zesde lid, 69, veertiende lid, 69c, vijfde lid of 69d, vijfde lid, 69e, tiende lid, geschiedt zodra de vervoerder de mogelijkheid heeft om meldingen te verzenden aan rVDM, maar uiterlijk binnen zeven dagen na afloop van het vervoer. Indien de mogelijkheid om meldingen te verzenden aan rVDM later dan zeven dagen na afloop van het vervoer weer beschikbaar is, geschiedt de melding uiterlijk binnen zeven dagen nadat de mogelijkheid om meldingen te verzenden aan rVDM weer beschikbaar is geworden.

6.

De meldingen, bedoeld in het eerste, vierde en vijfde lid, geschieden onder vermelding van het rVDM-nummer, bedoeld in artikel 69t, tweede lid.

7.

De vervoerder vermeldt bij de namelding, bedoeld in het eerste lid, tevens de reden waarom gebruik is gemaakt van het middel, bedoeld in artikel 69r, eerste lid.

Artikel 69v
1.

Ingeval van gebruik van het middel, bedoeld in artikel 69r, eerste lid, bevestigen, in afwijking van artikel 61, de leverancier en de afnemer uiterlijk zeven dagen na de laatste melding die betrekking heeft op het betreffende vervoer, de door rVDM ontvangen gegevens van het vervoer.

2.

Artikel 61, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 69va

Vervallen

Artikel 69vb

Vervallen

Artikel 69vc

Vervallen

Artikel 69vd

Vervallen

Artikel 69ve

Vervallen

Artikel 69w
1.

Als vervoersbewijs als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het besluit wordt vastgesteld het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost dat overeenkomt met het model dat is opgenomen in bijlage G, onderdeel A.

2.

Het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost wordt door de minister verstrekt en is voorzien van een uniek nummer.

Artikel 69x
1.

Uiterlijk bij het laden van meststoffen worden de onderdelen 1, 3a, 3b en 3c, met uitzondering van het gewicht van de vracht, de hoeveelheden fosfaat en stikstof en het drogestofgehalte, van het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevuld en wordt het vervoersbewijs door de leverancier ondertekend. In voorkomend geval wordt bij onderdeel 1 het registratienummer van de desbetreffende opslag ingevuld.

2.

Bij onderdeel 3c wordt als analysenummer ingevuld het bij de desbetreffende vracht behorende analysenummer, bedoeld in artikel 92b, derde lid, dan wel indien het een vracht vloeibaar zuiveringsslib betreft die afkomstig is uit een opslagruimte voor vloeibaar zuiveringsslib als bedoeld in artikel 39, tweede lid, van het besluit of in artikel 51, vierde lid, het ter zake van de ontvangst van de overeenkomstig artikel 48, vijfde lid, of 52, vijfde lid, verstrekte gegevens door de minister uitgegeven samenstellingsnummer.

3.

Het netto gewicht van de vracht wordt terstond na de weging bij onderdeel 3 van het op de vracht betrekking hebbende vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevuld.

4.

Uiterlijk bij het lossen van de meststoffen worden de onderdelen 3d en 5 van het op die vracht betrekking hebbende en overeenkomstig het eerste lid ingevulde vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevuld en wordt het vervoersbewijs door de vervoerder en de afnemer ondertekend. Ingeval de afnemer een intermediair is, wordt bij onderdeel 5, in voorkomend geval, het registratienummer van de desbetreffende opslag ingevuld.

5.

Met de ondertekening verklaren de leverancier en de vervoerder dat de desbetreffende vracht zuiveringsslib of compost voldoet aan artikel 16 onderscheidenlijk artikel 17 van het besluit.

6.

Indien zich ter zake van het vervoer één of meer van de in bijlage G, onderdeel B, vermelde omstandigheden voordoen, worden de hiermee corresponderende codes terstond bij onderdeel 4 van het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevuld.

7.

In zoverre in afwijking van de voorgaande leden, kunnen de gegevens op het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost worden vermeld door het printen van deze gegevens in een aan de invulvelden gerelateerde volgorde binnen de daarvoor op het vervoersbewijs bestemde vrije ruimte.

Artikel 69y
1.

De vervoerder van een vracht zuiveringsslib of compost verstrekt uiterlijk tien werkdagen na het vervoer de leverancier en de afnemer een afschrift van het op die vracht betrekking hebbende vervoersbewijs.

2.

De op het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost ingevulde gegevens worden door de vervoerder uiterlijk tien werkdagen na het vervoer van de vracht zuiveringsslib of compost op elektronische wijze bij de minister ingediend.

Artikel 69z
1.

In afwijking van artikel 55, zevende lid, van het besluit, kunnen de leverancier of de afnemer, de vervoerder ter zake van de ondertekening van het vervoersbewijs zuiveringsslib en compost machtigen onder de volgende voorwaarden:

  • a. de machtiging geschiedt voordat het vervoer van de vracht waarop de machtiging betrekking heeft plaatsvindt;
  • b. er wordt een schriftelijk bewijsstuk van de machtiging opgemaakt dat door de betrokken partijen is ondertekend en dat in ieder geval de datum en de duur van de machtiging en de door de minister ter identificatie van de bedrijven of ondernemingen van de betrokken partijen verstrekte relatienummers bevat; en
  • c. een afschrift van het bewijsstuk van de machtiging, bedoeld in onderdeel b, wordt tijdens het vervoer van de vracht waarop de machtiging betrekking heeft desgevraagd aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 129 verstrekt.
Artikel 69aa

Artikel 55 van het besluit is niet van toepassing op het vervoer van:

  • a. compost verpakt in eenheden van ten hoogste 25 kilogram; en
  • b. compost naar een particulier in leveringen tot een maximum van 3.000 kilogram per levering.

Hoofdstuk 8a. Mestverwerking

Artikel 79a

Indien het mestmonster voor de overdracht aan het laboratorium verloren is gegaan, meldt de vervoerder dit onverwijld aan de minister.

§ 9. Gewasopbrengst

Hoofdstuk 10. Overgang van een productierecht, voorwaarden uitzondering uitbreidingsverbod fosfaatrechten voor jongvee zoogkoeienhouderij en de verplaatsing van een varkens-, kippen- of kalkoenhouderij binnen een bedrijf

§ 1. Kennisgeving van overgang

§ 2. Blokkaderecht

§ 3. Vervallen van een productierecht

§ 3a. Voorwaarden toepasselijkheid uitzondering op uitbreidingsverbod fosfaatrechten voor jongvee zoogkoeienhouderij

§ 4. Leges

§ 4a. Versoepeling compartimentering bij mestverwerking of mestvergisting

§ 5. Uitbreiding buiten rechten

Hoofdstuk 10a. Regelen betreffende de wijze van uitvoering van het controleprogramma

Hoofdstuk 11. Overige bepalingen

Artikel 128b

Vervallen

Artikel 133a

De artikelen 40, 42, 43, 45 tot en met 48a, 50, 53 tot en met 69a, 75f, 76 tot en met 78a, 78h, 78i, 78u, 80 tot en met 91b, 122, Bijlage E, Bijlage Ea, Bijlage F, Bijlage G, Bijlage H, Bijlage I en Bijlage M, zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, blijven van toepassing op het vervoer van dierlijke meststoffen dat is aangevangen voor dat tijdstip.

Bijlage

Tabel met de verschillende rechtsgrondslagen in de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet van de artikelen van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Artikel meststoffenwet Artikelen Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
1, eerste lid, onderdeel f 3
5d (10 nieuw), eerste lid 28
5f (12 nieuw), derde lid 29
5e (11 nieuw), vijfde lid 30 tot en met 33
5f (12 nieuw), vijfde lid 34
5e (11 nieuw), zesde lid 35
28, tweede lid, onderdeel b 36
36, onderdeel a 37
36, onderdeel b 38, 40
36, onderdeel c 39
26, tweede lid, onderdeel b 41
36, onderdeel d, 35, tweede lid 42
59d (38 nieuw) 36, onderdeel e 43, 44
41, onderdeel a 45
41, onderdelen b en c 46, 51
41, onderdeel b 47, 49
41, onderdelen d en e 48
46, onderdeel a 50
46, onderdeel d 52
52, eerste lid, onderdelen c en d, 70, vierde lid, onderdeel b 53
52, eerste lid, onderdelen a, c en d 54
52, eerste lid, onderdeel e 55, 56
52, eerste lid, onderdeel a 57, 59
51, 52, eerste lid, onderdeel b 58
52, derde lid 60
54, onderdeel b 61 tot en met 63, 66
54, onderdelen d en e 64, eerste tot en met derde lid
54, onderdeel c 65, 67
55, derde lid 68
56, onderdelen b en c 69
61, derde lid, 64, tweede lid, onderdeel c 70
64, eerste lid 71
64, tweede lid, onderdeel b 72
70, eerste lid, onderdeel a en derde lid 73, 74, eerste lid
70, vierde lid, onderdeel a 74, tweede lid, 83, 92, 93, eerste en tweede lid, 94 en 95
70, vierde lid, onderdeel c 74, derde lid, 80 en 125
59d (38 nieuw) 74, vierde en vijfde lid, 75, 82, derde lid, 93, derde lid, en 126
70, vierde lid, onderdelen a en c 76, 77 en 98
70, vierde lid, onderdelen a tot en met d 78, 79 en 82, eerste en tweede lid
70, vierde lid, onderdelen c tot en met e 81
70, tweede lid, onderdeel b 84 tot en met 91
70, eerste lid, onderdeel c 96, 102 en 103
70, vierde lid, onderdelen a t/m c 98, 100 en 101, eerste lid
70, vierde lid, onderdeel e 99
70, eerste lid, onderdeel b 101, tweede lid
70, eerste lid, onderdeel c en tweede lid, onderdeel a 101, derde lid
58f (27 nieuw), derde lid 104
58i (30 nieuw), tweede en derde lid 105 t/m 109
58j (31 nieuw), derde lid 110
60, tweede en derde lid 111
36, onderdeel d, 41, onderdeel d en 46, onderdeel d 122, 123 en 127
36, onderdelen b en d, 41 onderdelen b en d, 46, onderdelen b en d 124
71 128
69 (47 nieuw) 129
Artikel Wet bodembescherming Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
64 134

Bijlage

Tabel met de verschillende rechtsgrondslagen in de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet van de artikelen van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Artikel meststoffenwet Artikelen Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
1, eerste lid, onderdeel f 3
5d (10 nieuw), eerste lid 28
5f (12 nieuw), derde lid 29
5e (11 nieuw), vijfde lid 30 tot en met 33
5f (12 nieuw), vijfde lid 34
5e (11 nieuw), zesde lid 35
28, tweede lid, onderdeel b 36
36, onderdeel a 37
36, onderdeel b 38, 40
36, onderdeel c 39
26, tweede lid, onderdeel b 41
36, onderdeel d, 35, tweede lid 42
59d (38 nieuw) 36, onderdeel e 43, 44
41, onderdeel a 45
41, onderdelen b en c 46, 51
41, onderdeel b 47, 49
41, onderdelen d en e 48
46, onderdeel a 50
46, onderdeel d 52
52, eerste lid, onderdelen c en d, 70, vierde lid, onderdeel b 53
52, eerste lid, onderdelen a, c en d 54
52, eerste lid, onderdeel e 55, 56
52, eerste lid, onderdeel a 57, 59
51, 52, eerste lid, onderdeel b 58
52, derde lid 60
54, onderdeel b 61 tot en met 63, 66
54, onderdelen d en e 64, eerste tot en met derde lid
54, onderdeel c 65, 67
55, derde lid 68
56, onderdelen b en c 69
61, derde lid, 64, tweede lid, onderdeel c 70
64, eerste lid 71
64, tweede lid, onderdeel b 72
70, eerste lid, onderdeel a en derde lid 73, 74, eerste lid
70, vierde lid, onderdeel a 74, tweede lid, 83, 92, 93, eerste en tweede lid, 94 en 95
70, vierde lid, onderdeel c 74, derde lid, 80 en 125
59d (38 nieuw) 74, vierde en vijfde lid, 75, 82, derde lid, 93, derde lid, en 126
70, vierde lid, onderdelen a en c 76, 77 en 98
70, vierde lid, onderdelen a tot en met d 78, 79 en 82, eerste en tweede lid
70, vierde lid, onderdelen c tot en met e 81
70, tweede lid, onderdeel b 84 tot en met 91
70, eerste lid, onderdeel c 96, 102 en 103
70, vierde lid, onderdelen a t/m c 98, 100 en 101, eerste lid
70, vierde lid, onderdeel e 99
70, eerste lid, onderdeel b 101, tweede lid
70, eerste lid, onderdeel c en tweede lid, onderdeel a 101, derde lid
58f (27 nieuw), derde lid 104
58i (30 nieuw), tweede en derde lid 105 t/m 109
58j (31 nieuw), derde lid 110
60, tweede en derde lid 111
36, onderdeel d, 41, onderdeel d en 46, onderdeel d 122, 123 en 127
36, onderdelen b en d, 41 onderdelen b en d, 46, onderdelen b en d 124
71 128
69 (47 nieuw) 129
Artikel Wet bodembescherming Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
64 134

bijlage Aa. behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

I. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

    1. reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van suiker uit suikerbieten en die met name bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof afkomstig van suikerbieten en water (schuimaarde).
    1. Reststof, die uitsluitend bestaat uit calciumcarbonaat in de vorm van tot granulaat vermalen eierschalen die zijn vrijgekomen bij de industriële verwerking van eieren, en die is gehygiëniseerd door verhitting (calciumcarbonaat van verwerkte eierschalen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabriekmatige productie van drinkwater uit grond- of oppervlaktewater en die met name bestaat uit calciumcarbonaat (kalkslib van drinkwaterbereiding).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fermentatieve productie van het antibioticum 7-amino-de-acetoxy-cefalosporinezuur en die met name bestaat uit zwavel, kalium en stikstof (reststof bij 7-ADCA productie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de zuivering van steenzout bij de fabrieksmatige productie van zuiver natriumchloride en die bestaat uit calciumcarbonaat, water, magnesiumhydroxide en sporen gips en keukenzout (kalkhoudende reststof van zoutwinning),
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van urean uit kalkammonsalpeter en ureum en die bestaat uit calciumcarbonaat (kalk), water en de filterhulpstof amorf aluminiumsilicaat (kalkhoudende filterkoek die vrijkomt bij de productie van anorganische meststoffen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de industriële productie van bakkersgist door fermentatie van verdunde melasse van suikerbieten en suikerriet en die bestaat uit een donkerbruine viskeuze suspensie van kristallen van kaliumsulfaat (kaliumsulfaatsuspensie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van alcohol door fermentatie van melasse die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit een donkerbruine stroperige vloeistof (vinassekali) of bestaat uit een ingedikte donkerbruine stroperige vloeistof (ingedikte vinassekali).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van lucht uit een bedrijfshal, waar (gecomposteerd) zuiveringsslib met houtsnippers wordt gecomposteerd door middel van het wassen met een verdunde waterige oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een pH-neutrale oplossing van ammoniumsulfaat in water (ammoniumsulfaathoudende spuiwater van chemische luchtwassers van composteerhallen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van blauwzuur (waterstofcyanide) uit methaan en ammoniak volgens het BMA-proces en die bestaat uit een oplossing van ammoniumsulfaat in water met een maximaal blauwzuurgehalte van 0,00027% (ammoniumsulfaatoplossing in water van blauwzuurproductie volgens BMA-proces).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van fabrieksaardappelen tot zetmeel en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater (ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol door fermentatie van het glucosehoudend bijproduct van de verwerking van tarwe tot tarwegluten en tarwezetmeel na toevoeging van gist, waaruit de alcohol door destillatie is verwijderd en dat met propionzuur en boterzuur gestabiliseerd kan zijn en die bestaat uit waterig slib met residuen van vergiste tarwebestanddelen en gist (tarwegistconcentraat)
    1. Reststof die is vrijgekomen bij het verwijderen van kalium uit glycerine van biodieselproductie uit koolzaad door middel van precipitatie en in hoofdzaak bestaat uit gedroogde kaliumsulfaat (Kaliumsulfaat van biodieselproductie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de ontzwaveling van rookgassen afkomstig van afgedankte katalysatorpellets gebruikt voor het kraken van olie van olieraffinaderijen al dan niet onder toevoeging van metaalhoudende slibben en/of filterkoeken, nadat deze in een wervel bed oven of een roterende trommeloven thermisch zijn behandeld om molybdeen, kobalt, nikkel en vanadium terug te winnen. De rookgassen worden gefilterd en met luchtwassers wordt zwaveldioxide aan magnesiumhydroxide tot magnesiumsulfiet gebonden dat vervolgens geoxideerd wordt tot een oplossing van magnesiumsulfaat in water met minder dan 100 mg fluoride per kg (waterige oplossing van magnesiumsulfaat van rookgasreiniging).
    1. Vervallen.
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bewerking van wei van kaasproductie na verwijdering van eiwit en calcium- en magnesiumfosfaten en die bestaat uit een oplossing van natriumchloride en kaliumchloride in water (natrium- en kaliumchlorideoplossing in water afkomstig van kaasproductie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van methionine en die bestaat uit een waterige oplossing van kaliumbicarbonaat, enig kaliumcarbonaat en resten methionine, alanine en dimeren van methionine (kaliumbicarbonaat uit methionineproductie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van papier en karton en die bestaat uit een mengsel van geschoond papiercellulose en oppervlaktewater (stabilisator voor het bodemoppervlak op basis van papiercellulose).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumhydroxide-suspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalk uit poederkoolgestookte elektriciteitscentrale).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumcarbonaatsuspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalksteen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van lucht uit een bedrijfshal met tunnels waarin pluimveemest wordt gecomposteerd, gedroogd en gepelleteerd, door middel van het wassen met een verdunde waterige oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een zure oplossing van ammoniumsulfaat in water (ammoniumsulfaathoudend spuiwater van chemische luchtwassers van mestkorrelinstallaties voor pluimveemest).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van uien en dat uitsluitend bestaat uit het perssap van pulp van vermalen en gekookte uien, dat resteert na het kook- en destillatieproces ten behoeve van de winning van uienolie (uienperssap).
    1. Reststof die vrijkomt door hydrolyse van schaafsel, snippers, schilfers en vergelijkbaar materiaal resterend bij de bewerking van gelooid leer en bestaat uit een amberkleurige vloeistof met daarin dierlijke aminozuren en peptiden (Vloeistof van aminozuren en peptiden verkregen door hydrolyse van restanten van gelooid leer).
    1. Reststof die is vrijgekomen door afdekaarde na de teelt van machinaal geoogste champignons met een vijzel te scheiden van de onderliggende afgewerkte champignonmest en die bestaat uit dekaarde van veenproducten en schuimaarde en teeltresten gevormd door champignonvoetjes en schimmelmassa van de teelt van champignons en resten afgewerkte champignonmest. In het teeltproces worden geen gewasbeschermingsmiddelen of biociden toegepast, anders dan een biocide op basis van formaldehyde (afgewerkte dekaarde van de teelt van machinaal geoogste champignons).
    1. Reststof, die vrijgekomen is bij het ontzwavelen van aardgas of biogas door winning van waterstofsulfide uit de gasstroom die onder invloed van bacteriën omgezet wordt tot elementair zwavel en bestaat uit een suspensie van elementair zwavel in water (suspensie van elementair zwavel in water).
    1. Reststof (calciumcarbonaat) die is vrijgekomen bij biologisch zuiveren van afvalwater van papierindustrieën tot een op oppervlaktewater loosbaar effluent gevolgd door een ontkalkingsstap (calciumcarbonaat uit gecombineerd effluent van papierindustrieën).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van magnesiumcalciumhydroxide uit gebrand dolomietkalksteen (magnesiumcalciumoxide gevormd uit magnesiumcalciumcarbonaat) en die bestaat uit grijswit granulaat van magnesiumcalciumoxide en magnesiumcalciumhydroxide (granulaat van magnesiumcalciumhydroxide).
    1. Reststof die vrijgekomen is bij het gecontroleerd herwinnen van calciumsulfaat als fijn poeder uit gipshoudend sloopafval via zuivering door sortering, verkleining, breken, vermalen en zeven, handmatige zuivering en verwijdering van ijzer middels magneetscheiding. De reststof bestaat uit gips en inerte materialen afkomstig van natuurgips en organische stof van papier of karton (herwonnen gipspoeder).

II. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

(Categorieën afvalstoffen of reststoffen)

    1. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van de stallucht met ammoniak in een verdunde oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een ammoniumsulfaatoplossing in water (spuiwater uit luchtwassers met een chemische wasstap).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de biologische reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van stallucht met water en geleid over materiaal met een ruimtelijke structuur waarop nitrificerende bacteriën ammonium omzetten in nitriet en vervolgens in nitraat en die bestaat uit een zeer sterk verdunde pH-neutrale zwavel- en stikstofhoudende oplossing in water (spuiwater luchtwassers met een biologische wasstap).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van stallucht met water (spuiwater uit luchtwassers met een waterwasstap).

III. Stoffen die bij de productie van meststoffen kunnen worden gebruikt

    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van magnesiumcalciumhydroxide uit gebrand dolomietkalksteen (magnesiumcalciumoxide gevormd uit magnesiumcalciumcarbonaat) en die bestaat uit grijswit granulaat van magnesiumcalciumoxide en magnesiumcalciumhydroxide (granulaat van magnesiumcalciumhydroxide),
    1. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumhydroxide-suspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalk uit poederkoolgestookte elektriciteitscentrale).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumcarbonaatsuspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalksteen).
    1. Reststof die vrijgekomen is bij het gecontroleerd herwinnen van calciumsulfaat als fijn poeder uit gipshoudend sloopafval via zuivering door sortering, verkleining, breken, vermalen en zeven, handmatige zuivering en verwijdering van ijzer middels magneetscheiding. De reststof bestaat uit gips en inerte materialen afkomstig van natuurgips en organische stof van papier of karton (herwonnen gipspoeder).

IV. Eindproducten van bewerkingsprocédés die als meststof kunnen worden verhandeld

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)