Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot het gedragstoezicht op financiële ondernemingen (Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)

Type AMvB
Publication 2026-07-24
Laatst bijgewerkt 2026-07-29
State In force
Source BWB
artikelen 913
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Het bestuursverslag van een icbe, bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de wet, bevat een verklaring van de beheerder van een icbe dat hij voor de icbe beschikt over een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering die voldoet aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, tweede lid, onderdeel c, en 4:14, eerste lid, van de wet, en dat de bedrijfsvoering van de icbe effectief en overeenkomstig de beschrijving functioneert.

2.

Het bestuursverslag van een icbe bevat ten minste de gegevens omtrent beloningen, bedoeld in artikel 69, derde lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 122
1.

De toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een icbe bevat ten minste de volgende gegevens:

  • a. een sluitend overzicht van het verloop gedurende het boekjaar van de beleggingen waarbij de beleggingen worden onderscheiden naar soort;
  • b. een overzicht van de samenstelling van de activa aan het einde van het boekjaar;
  • c. een vergelijkend overzicht over de laatste drie jaren van de intrinsieke waarde van de icbe, het aantal uitstaande rechten van deelneming en de intrinsieke waarde per recht van deelneming, een en ander per het einde van het boekjaar;
  • d. een mededeling in hoeverre activa die geen financiële instrumenten zijn die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten door een onafhankelijke deskundige zijn gewaardeerd, volgens welke methode de waardering heeft plaatsgevonden, alsmede de regelmaat waarmee deze waardering plaatsvindt;
  • e. het bedrag der verplichtingen, onderscheiden naar soort aan het einde van het boekjaar, die voortvloeien uit dekkingstransacties met betrekking tot koers- en wisselkoersrisico in verband met de beleggingen, voorzover een en ander niet reeds in de balans en winst- en verliesrekening is begrepen;
  • g. indien de icbe 85 procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling of icbe: de gegevens, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d en e, met betrekking tot de andere beleggingsinstelling of icbe.
2.

Onverminderd artikel 379, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vermeldt de beheerder van een icbe onder de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de wet, het totale persoonlijke belang dat de bestuurders van de beheerder van een icbe of de maatschappij voor collectieve belegging in effecten bij iedere belegging van de icbe aan het begin en het einde van het boekjaar hebben gehad.

Artikel 123
1.

De toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een icbe bevat de volgende gegevens:

  • a. voorzover van toepassing: de kosten van oprichting van de icbe, de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe en welk gedeelte ten goede is gekomen aan de beheerder van een icbe, de bewaarder van een icbe, de bestuurders van de beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe, of aan met de beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe gelieerde partijen;
  • b. de naar soort onderscheiden kosten, gemoeid met het beheer van de icbe, de bewaring van activa van de icbe, de accountant, het toezicht op de icbe en de marketing, met inbegrip van de berekeningsgrondslag en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe;
  • c. de transactiekosten die geïdentificeerd en gekwantificeerd kunnen worden en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe;
  • d. indien van toepassing: de kosten die zijn gemaakt of vergoedingen die zijn gevraagd in verband met het in- en uitlenen van financiële instrumenten en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe onderscheidenlijk aan wie deze vergoedingen ten goede zijn gekomen;
  • e. indien van toepassing: de kosten voor het uitbesteden van werkzaamheden in het kader van het beheer van de icbe of de bewaring van de activa van de icbe en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe;
  • f. het totaal betaalde bedrag aan vergoedingen voor het aanbrengen van deelnemers indien dit bedrag hoger is dan één tiende procent van het gemiddelde beheerde vermogen van de icbe, de wijze waarop dit bedrag ten laste is gekomen van het resultaat, in mindering is gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste is gekomen van de deelnemers in de icbe en, indien van toepassing, de namen van met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen aan wie deze aanbrengprovisies ten goede zijn gekomen;
  • g. alle andere dan in onderdeel a tot en met f bedoelde naar soort onderscheiden kosten die hoger zijn dan tien procent van de totale kosten, inclusief de berekeningsgrondslag, en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe;
  • h. de wijze waarop de op- en afslagen zijn berekend, aan wie de op- en afslagen ten goede zijn gekomen en, voor zover van toepassing, de wijze waarop zij zijn verwerkt in de jaarrekening;
  • i. de overige eenmalige kosten die deelnemers in de icbe betalen bij in- en uittreding, inclusief de berekeningsgrondslag;
  • j. een vergelijkend overzicht van de naar soort onderscheiden volgens het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de wet, te maken kosten en de daadwerkelijk gemaakte kosten;
  • k. de naar soort onderscheiden kosten die voortvloeien uit directe of indirecte beleggingen in andere beleggingsinstellingen of icbe’s of icbe’s;
  • l. het niveau van de kosten van de icbe gerelateerd aan haar gemiddelde intrinsieke waarde, onder vermelding van de kosten die daarbij buiten beschouwing zijn gelaten; indien de icbe gemiddeld tien procent of meer van haar vermogen direct of indirect in andere belegginginstellingen of icbe’s of icbe’s belegt, worden de kosten van de andere beleggingsinstellingen of icbe’s of icbe’s meegenomen bij het bepalen van het niveau van de kosten van de icbe of wordt vermeld dat en waarom het niet mogelijk is de kosten van een andere beleggingsinstelling of icbe mee te nemen, alsmede dat de kosten van de betreffende andere beleggingsinstelling of icbe van invloed zijn op het resultaat van de icbe;
  • m. indien de icbe 85 procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling of icbe: het niveau van de kosten van de andere beleggingsinstelling of icbe gerelateerd aan de gemiddelde intrinsieke waarde van de andere beleggingstelling of icbe, onder vermelding van de kosten die daarbij buiten beschouwing zijn gelaten;
  • n. indien van toepassing: de retourprovisies die niet ten goede zijn gekomen aan de icbe en aan wie deze retourprovisies ten goede zijn gekomen;
  • o. indien van toepassing: de door de beheerder van een icbe, de bestuurders van de beleggingsmaatschappij, de beheerder van een icbe of de bewaarden van de icbe, de bewaarder van de icbe, de met de beheerder van de icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van de icbe gelieerde partijen of derden voor het uitvoeren van opdrachten ten behoeve van icbe ontvangen of in het vooruitzicht gestelde goederen; en
  • p. de omloopsnelheid van de beleggingen en een vergelijking met de in het voorgaande boekjaar gerealiseerde omloopsnelheid van de beleggingen.
2.

Het eerste lid, onderdeel p, is niet van toepassing op icbe’s die uitsluitend of vrijwel uitsluitend beleggen in onroerende zaken.

3.

De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot de wijze waarop inzicht wordt verschaft in het niveau van de kosten van de icbe, bedoeld in het eerste lid, onderdelen l en m, en de daaraan ten grondslag liggende berekening en de wijze van berekening van de omloopsnelheid van de activa, bedoeld in het eerste lid, onderdeel p.

4.

De toelichting op de balans en de winst en verliesrekening van een beheerder bevat ten minste de volgende gegevens:

  • a. indien van toepassing: de door de beheerder van een icbe of diens bestuurders ontvangen retourprovisies;
  • b. indien van toepassing: de door de beheerder van een icbe of diens bestuurders voor het uitvoeren van opdrachten ten behoeve van de beheerder van een icbe of de door de beheerder van een icbe beheerde beleggingsinstellingen of icbe’s ontvangen of in het vooruitzicht gestelde goederen; en
  • c. de vergoedingen die zijn ontvangen in verband met het in- en uitlenen van financiële instrumenten van de door de beheerder van een icbe beheerde beleggingsinstellingen of icbe’s.
5.

De in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens worden cijfermatig en tekstueel toegelicht.

6.

In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beheerder van een icbe en de icbe worden de in het vierde onderscheidenlijk het eerste lid bedoelde gegevens in één paragraaf opgenomen.

Artikel 124
1.

Een icbe vermeldt in de toelichting op de balans en de winst en verliesrekening:

  • a. indien van toepassing: de met de met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen aangegane overeenkomsten en een beschrijving van de hoofdlijnen van die overeenkomsten;
  • b. welk percentage van het totale transactievolume van de beleggingsinstelling is uitgevoerd via de met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen;
  • c. indien van toepassing: een opsomming van de soorten transacties die via de met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen zijn uitgevoerd en de voorwaarden waaronder die transacties plaatsvinden. Indien een transactie met een gelieerde partij niet tegen marktconforme voorwaarden heeft plaatsgevonden wordt tevens de naam van de gelieerde partij, de prijs, de relevante voorwaarden, de getaxeerde waarde en de reden voor niet marktconform handelen vermeld;
  • d. indien van toepassing: het totaalbedrag gemoeid met transacties met de met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen die niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verricht;
  • e. indien van toepassing: dat de icbe direct of indirect belegt in een andere maatschappij voor collectieve belegging in effecten of beleggingsmaatschappij die een met de beheerder van de icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, of bewaarder van de icbe gelieerde partij is of in een andere icbe of beleggingsinstelling die beheerd wordt door een met de beheerder van de icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, of bewaarder van de icbe gelieerde partij en onder welke voorwaarden verkoop of inkoop van, alsmede terugbetaling op de rechten van deelneming in de andere icbe of beleggingsinstelling plaatsvindt;
  • f. indien van toepassing: beleggingen in met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beheerder van een icbe of bewaarder van een icbe gelieerde partijen, niet zijnde beleggingsinstellingen of icbe’s, die meer dan tien procent van het vermogen van de gelieerde partij of van het beheerde vermogen van de icbe uitmaken, met een uiteenzetting van de relatie met de gelieerde partijen en het land van vestiging van de betreffende gelieerde partijen indien dit niet Nederland is;
  • g. indien de beheerder van een icbe of bewaarder van een icbe in het kader van het beheer van de icbe onderscheidenlijk de bewaring van de activa van de icbe werkzaamheden heeft uitbesteed: de naam van degene aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed en een beschrijving van de werkzaamheden die zijn uitbesteed;
  • h. indien financiële instrumenten worden in- of uitgeleend:
  • 1°. de waarde van de in- en uitgeleende financiële instrumenten; deze informatie dient in de toelichting op de balans onder de balanspost financiële instrumenten te worden vermeld; en
  • 2°. de zekerheden die de icbe heeft verkregen;
  • i. indien de icbe gemiddeld twintig procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling of icbe:
  • 1°. waar de meest recente jaarrekening en het meest recente bestuursverslag van de andere beleggingsinstelling of icbe verkrijgbaar zijn;
  • 2°. of en, zo ja, waar de andere beleggingsinstelling of icbe onder toezicht staat;
  • 3°. het relatieve belang van de icbe in de andere beleggingsinstelling of icbe aan het begin en het einde van het boekjaar van de icbe;
  • 4°. de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming in de andere beleggingsinstelling of icbe aan het einde van het meest recente boekjaar van die andere beleggingsinstelling of icbe;
  • 5°. de samenstelling van de beleggingsportefeuille van de andere beleggingsinstelling of icbe aan het begin en het einde van het meest recente boekjaar van die andere beleggingsinstelling of icbe;
  • 6°. een beschrijving van het beleggingsresultaat van de andere beleggingsinstelling of icbe aan de hand van de meest recente jaarrekening van die andere beleggingsinstelling of icbe; en
  • 7°. indien van toepassing: de afspraken tussen de icbe en de andere beleggingsinstelling of icbe over de verdeling van kosten en aan wie het voordeel ten goede komt; en
  • j. indien de icbe 85 procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling of icbe: het beleggingsbeleid van de andere beleggingsinstelling of icbe.
2.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt opgenomen in de jaarrekening.

Artikel 125
1.

De halfjaarcijfers van een icbe bevatten ten minste de volgende gegevens:

  • a. de balans en winst- en verliesrekening, alsmede een mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten of van het beheerde vermogen van het fonds voor collectieve belegging in effecten met inachtneming, voorzover de aard van deze stukken dat toelaat, van de bepalingen van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden;
  • b. een overzicht van de samenstelling van de activa van de icbe;
  • c. een opgave van de intrinsieke waarde van de icbe en het aantal uitstaande rechten van deelneming en de intrinsieke waarde per recht van deelneming;
  • e. indien van toepassing: een mededeling dat de icbe interimdividend heeft uitgekeerd of voornemens is dat te doen.
2.

De halfjaarcijfers van een beheerder van een icbe bevatten ten minste de balans en winst- en verliesrekening, alsmede een mutatieoverzicht van het eigen vermogen met inachtneming, voorzover de aard van deze stukken dat toelaat, van de bepalingen van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van artikel 403, of de internationale jaarrekeningstandaarden.

3.

Indien de halfjaarcijfers van de beheerder van een icbe of de icbe door een accountant zijn onderzocht, wordt diens verklaring gevoegd bij de stukken die ingevolge artikel 4:51, tweede lid, van de wet aan de Autoriteit Financiële Markten worden verstrekt.

§ 8.1.4. Verplichte precontractuele informatie

Artikel 126
1.

Een beheerder die een icbe beheert of voornemens is te beheren op initiatief van een derde, inclusief het geval waarin de icbe de naam van de initiërende derde gebruikt, of wanneer een beheerder op grond van artikel 38a werkzaamheden uitbesteedt aan een initiërende derde, verstrekt in het kader van eventuele belangenconflicten uitleg en bewijs dat wordt voldaan aan artikel 4:59a, tweede lid, aan de Autoriteit Financiële Markten.

2.

De beheerder specificeert de maatregelen die hij heeft genomen om belangenconflicten als gevolg van de relatie met de derde te voorkomen of, indien belangenconflicten niet kunnen worden voorkomen, hoe hij deze belangenconflicten identificeert, beheert, monitort en, in voorkomend geval, openbaar maakt, om te voorkomen dat de belangen van de icbe en de beleggers worden geschaad.

Artikel 127

Vervallen

Artikel 128

De statuten of het fondsreglement van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet vermelden:

  • a. de wijze waarop de bepaling plaatsvindt van de prijs bij het aanbieden, de verkoop- of inkoopprijs, en het bedrag bij terugbetaling van de waarde van de rechten van deelneming; en
  • b. de aard van de kosten die ten laste komen van het resultaat, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de icbe;
  • c. de instrumenten voor liquiditeitsbeheer, bedoeld in artikel 4:45a van de wet, voor eventueel gebruik in het belang van de deelnemers in de icbe.
Artikel 129

Een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet die belegt in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen die door haar beheerder worden beheerd of die worden beheerd door een beheerder waarmee haar beheerder in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden, brengt geen kosten in rekening voor inschrijving of aflossing ten aanzien van de rechten van deelneming in die andere beleggingsinstellingen.

Artikel 130

Het beheerde vermogen van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt uitsluitend belegd in:

  • a. effecten en geldmarktinstrumenten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit;
  • b. effecten en geldmarktinstrumenten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, voorzover de statuten of het fondsreglement van de icbe voorzien in belegging in deze financiële instrumenten;
  • c. effecten waarvan het aannemelijk is dat zij binnen een jaar na emissie zullen worden toegelaten tot de notering of ter verhandeling zullen worden aangeboden op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is voorzover de statuten of het fondsreglement van de icbe voorzien in belegging in deze financiële instrumenten;
  • d. rechten van deelneming in icbe’s voor het aanbieden waarvan op grond van artikel 2:65 van de wet een vergunning is verleend of in icbe’s die overeenkomstig de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten in een andere lidstaat zijn toegelaten, indien de betreffende icbe’s volgens hun statuten of fondsreglementen niet meer dan tien procent van hun beheerde vermogen beleggen in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen;
  • e. rechten van deelneming in beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat of in icbe’s waarop het toezicht naar het oordeel van de toezichthoudende instanties in andere lidstaten gelijkwaardig is aan de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten en ten aanzien waarvan de samenwerking tussen de toezichthouders en de toezichthoudende instanties genoegzaam is gewaarborgd, indien:
  • 1°. de rechten van deelneming in de beleggingsinstellingen of icbe’s op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
  • 2°. het reglementaire of statutaire doel van de beleggingsinstellingen of icbe’s uitsluitend is het beleggen in effecten, geldmarktinstrumenten, deposito’s of financiële derivaten met toepassing van het beginsel van risicospreiding;
  • 3°. de op de beleggingsinstellingen of icbe’s toepasselijke regels inzake scheiding van het vermogen, opnemen en verstrekken van leningen en verkopen van effecten en geldmarktinstrumenten vanuit een ongedekte positie gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten; en
  • 4°. de beleggingsinstellingen of icbe’s volgens hun statuten of fondsreglementen niet meer dan tien procent van hun beheerde vermogen beleggen in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen of icbe’s;
  • f. deposito’s bij een bank met zetel in een lidstaat of in een staat die geen lidstaat is, mits de Nederlandsche Bank heeft vastgesteld dat het prudentieel toezicht in die staat die geen lidstaat is in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen;
  • g. financiële derivaten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, voorzover de waarde afhankelijk is van de in dit artikel genoemde financiële instrumenten en deposito’s, financiële indices, rentetarieven, wisselkoersen of valuta’s waarin de icbe krachtens haar statuten of reglementen mag beleggen;
  • h. financiële derivaten die niet op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is worden verhandeld, indien:
  • 1°. de waarde afhankelijk is van de in dit artikel genoemde financiële instrumenten en deposito’s, financiële indices, rentetarieven, wisselkoersen of valuta’s waarin icbe’s krachtens haar statuten of reglementen mag beleggen;
  • 2°. de tegenpartij een aan prudentieel toezicht onderworpen instelling is en behoort tot de categorieën die erkend zijn door de Autoriteit Financiële Markten of een toezichthoudende instantie in een andere lidstaat; en
  • 3°. zij aan betrouwbare en verifieerbare dagelijkse waardering onderworpen zijn en te allen tijde tegen hun waarde in het economisch verkeer op initiatief van de icbe kunnen worden verkocht, te gelde gemaakt of afgesloten door een compenserende transactie; of
  • i. geldmarktinstrumenten die niet op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is worden verhandeld, indien de emissie of de emittent van deze instrumenten zelf aan regelgeving is onderworpen met het oog op de bescherming van beleggers en spaargelden, en deze instrumenten:
  • 1°. worden uitgegeven of gegarandeerd door een centrale, regionale of plaatselijke overheid, de centrale bank van een lidstaat, de Europese Centrale Bank, de Europese Unie of de Europese Investeringsbank, een staat die geen lidstaat is, een deelstaat van een federale staat of een internationale publiekrechtelijke instelling waarin een of meer lidstaten deelnemen;
  • 2°. worden uitgegeven door een onderneming waarvan effecten worden verhandeld op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is;
  • 3°. worden uitgegeven of gegarandeerd door een instelling die in een lidstaat aan prudentieel toezicht is onderworpen of door een instelling die onderworpen is aan prudentieel toezicht dat in ieder geval gelijkwaardig is aan het ingevolge het gemeenschapsrecht geldende prudentieel toezicht; of
  • 4°. worden uitgegeven door andere instellingen waarvoor een gelijkwaardige bescherming van de belegger geldt als is vastgelegd in dit onderdeel, aanhef en onder 1°, 2° en 3°, indien de uitgevende instelling een onderneming is waarvan het kapitaal en de reserves in totaal ten minste € 10.000.000 bedragen en die haar jaarrekeningen presenteert en publiceert overeenkomstig de richtlijn jaarrekening, of een rechtspersoon is die binnen een groep waartoe een of meer ondernemingen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot notering aan een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is behoren, specifiek gericht is op de financiering van de groep, of een rechtspersoon is specifiek gericht op de financiering van effectiseringsinstrumenten waarvoor een bankliquiditeitenlijn bestaat.
Artikel 131
1.

In afwijking van artikel 130 kan het beheerde vermogen van een icbe:

  • a. voor ten hoogste tien procent worden belegd in effecten en geldmarktinstrumenten die niet zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten;
  • b. indien het een maatschappij voor collectieve belegging in effecten betreft: worden belegd in zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar werkzaamheid; of
  • c. worden aangehouden in accessoir liquide middelen.
2.

In afwijking van artikel 130 kan het beheerd vermogen van een feeder-icbe voor maximaal vijftien procent:

  • a. worden belegd in financiële derivaten, bedoeld in artikel 130, onderdelen g en h, die alleen met het doel om risico af te dekken mogen worden gebruikt;
  • b. indien het een maatschappij voor collectieve belegging in effecten betreft: worden belegd in zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar werkzaamheid; of
  • c. worden aangehouden in accessoir liquide middelen.
Artikel 132

Het beheerde vermogen van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt niet belegd in edele metalen of in certificaten die deze metalen vertegenwoordigen.

Artikel 133
1.

De icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet doet de Autoriteit Financiële Markten ten minste jaarlijks mededeling van de tot haar activa behorende soorten financiële derivaten, de onderliggende risico’s, de kwantitatieve begrenzingen en de methodes die zijn gekozen om de aan transacties in deze financiële instrumenten verbonden risico’s te ramen.

2.

De Autoriteit Financiële Markten evalueert de regelmatigheid en de volledigheid van de informatie, bedoeld in het eerste lid.

3.

Het totale risico van een icbe wordt dagelijks berekend.

4.

Voor de berekening van het totale risico in financiële derivaten van een feeder-icbe wordt het eigen directe risico in financiële derivaten, bedoeld in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de feeder-icbe gecombineerd met:

  • a. het reële risico in financiële derivaten van de master-icbe naar evenredigheid van de belegging van de feeder-icbe in rechten van deelneming in de master-icbe; of
  • b. het potentiële totale maximumrisico in financiële derivaten dat de master-icbe volgens haar fondsreglement of statuten, naar evenredigheid van de belegging van de feeder-icbe in rechten van deelneming in de master-icbe, mag aangaan.
5.

Het totale risico van de icbe bedraagt niet meer dan tweemaal de totale nettowaarde van de activa. Het totale risico van een beleggingsinstelling wordt met niet meer dan tien procent van de totale nettowaarde van haar portefeuille vergroot door het aangaan van kortlopende leningen, in welk geval het totale risico van de icbe niet meer dan 210 procent bedraagt van de totale nettowaarde van haar portefeuille.

6.

Het totale risico van de icbe in financiële derivaten overschrijdt niet de totale nettowaarde van de activa. Voor de berekening van het risico worden de dagwaarde van de onderliggende activa, het tegenpartijrisico, toekomstige marktbewegingen en de voor de liquidatie van de posities beschikbare tijd in aanmerking genomen.

7.

Het beheerde vermogen van de icbe kan in het kader van het beleggingsbeleid en binnen de in artikel 137 gestelde begrenzingen worden belegd in financiële derivaten voorzover het risico met betrekking tot de onderliggende activa in totaal niet de in de artikelen 134, 135, 136, eerste lid, en 137 gestelde begrenzingen overschrijdt. Indien het beheerde vermogen van de icbe in op een index gebaseerde financiële derivaten wordt belegd, worden die beleggingen voor de toepassing van de in de artikelen 134, 135, 136, eerste lid, en 137 gestelde begrenzingen bepaalde bovengrens niet samengeteld.

8.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de berekening van het risico, de wijze van vaststelling van de dagwaarde van de onderliggende activa, de soorten verplichtingen die leiden tot een tegenpartijrisico, het meewegen van toekomstige marktbewegingen bij de vaststelling en de methodes die mede afhankelijk van de aard van het financiële instrument waarin wordt belegd, voor berekening van de risico’s kunnen worden gehanteerd.

Artikel 134
1.

Het beheerde vermogen van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt tot ten hoogste tien procent belegd in effecten en geldmarktinstrumenten die zijn uitgegeven door dezelfde instelling. Een icbe belegt niet meer dan twintig procent van het beheerde vermogen in deposito’s bij één bank.

2.

Het tegenpartijrisico van de icbe bij een transactie in financiële derivaten die niet door een centrale tegenpartij met een vergunning als bedoeld in artikel 14 van de EMIR-verordening of met een erkenning als bedoeld in artikel 25 van de EMIR-verordening worden gecleard, bedraagt niet meer dan:

  • a. tien procent van haar vermogen wanneer de tegenpartij een bank met zetel in een lidstaat is of een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is, mits de Nederlandsche Bank heeft vastgesteld dat het prudentieel toezicht in die staat die geen lidstaat is in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen; of
  • b. vijf procent van haar vermogen, in andere gevallen.
3.

De totale waarde van de effecten en de geldmarktinstrumenten die de icbe houdt in uitgevende instellingen waarin zij per instelling voor meer dan vijf procent belegt, bedraagt niet meer dan veertig procent van het beheerde vermogen van de icbe. Deze begrenzing is niet van toepassing op deposito’s en transacties in financiële derivaten die niet door een centrale tegenpartij met een vergunning als bedoeld in artikel 14 van de EMIR-verordening of met een erkenning als bedoeld in artikel 25 van de EMIR-verordening worden gecleard, bij onderscheidenlijk met instellingen die aan prudentieel toezicht onderworpen zijn.

4.

Onverminderd de in het eerste en tweede lid bepaalde individuele begrenzingen wordt het beheerde vermogen van de icbe tot ten hoogste twintig procent belegd in één instelling in een combinatie van:

  • a. effecten en geldmarktinstrumenten die door die instelling zijn uitgegeven;
  • b. deposito’s bij die instelling; of
  • c. risico’s ten gevolge van transacties in financiële derivaten die niet door een centrale tegenpartij met een vergunning als bedoeld in artikel 14 van de EMIR-verordening of met een erkenning als bedoeld in artikel 25 van de EMIR-verordening worden gecleard, met betrekking tot die instelling.
5.

Bij de berekening van de door de icbe gelopen risico’s bij beleggingen als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt het risico bepaald aan de hand van het maximale verlies voor de icbe wanneer een tegenpartij in gebreke blijft. De Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot de berekening van het tegenpartijrisico en de daarbij in aanmerking te nemen zekerheden als beperking van het door de icbe gelopen tegenpartijrisico.

Artikel 135
1.

In afwijking van artikel 134 kan het beheerde vermogen van een icbe tot ten hoogste vijfentwintig procent worden belegd in geregistreerde gedekte obligaties van een bepaalde uitgevende bank.

2.

Indien het beheerde vermogen van een icbe voor meer dan vijf procent wordt belegd in obligaties als bedoeld in het eerste lid die door één instelling zijn uitgegeven, bedraagt de totale waarde van deze beleggingen niet meer dan tachtig procent van de activa van die uitgevende instelling.

Artikel 136
1.

In afwijking van artikel 134, eerste lid, kan het beheerde vermogen van een icbe tot ten hoogste vijfendertig procent worden belegd in effecten en geldmarktinstrumenten die zijn uitgegeven of gegarandeerd door een lidstaat, een openbaar lichaam met verordenende bevoegdheid in een lidstaat, een staat die geen lidstaat is, of een internationale organisatie waarin een of meer lidstaten deelnemen.

2.

De Autoriteit Financiële Markten kan een icbe op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid indien:

  • a. zij effecten en geldmarktinstrumenten van ten minste zes verschillende emissies van een in het eerste lid bedoelde uitgevende staat, openbaar lichaam of internationale organisatie in portefeuille heeft;
  • b. de financiële instrumenten van een zelfde emissie niet meer bedragen dan dertig procent van het beheerde vermogen van de icbe;
  • c. de uitgevende staat, het openbaar lichaam of de internationale organisatie in de statuten of het fondsreglement van de icbe wordt genoemd; en
  • d. de deelnemers in de icbe bescherming genieten die gelijkwaardig is aan de bescherming die voortvloeit uit het eerste lid en de artikelen 134, 135 en 137.
Artikel 137
1.

De in de artikelen 135 en 136, eerste lid, bedoelde financiële instrumenten worden niet in aanmerking genomen voor de toepassing van de in artikel 134, derde lid, bedoelde begrenzing van veertig procent.

2.

De overeenkomstig de artikelen 134, 135, en 136, eerste lid, verrichte beleggingen in door één instelling uitgegeven effecten en geldmarktinstrumenten dan wel in deposito’s bij of financiële derivaten van die instelling, bedragen samen in geen geval meer dan vijfendertig procent van het beheerde vermogen van de icbe.

3.

Voor de berekening van de in de artikelen 134, 135, en 136, eerste lid, gestelde begrenzingen worden ondernemingen die tot een groep worden gerekend voor de opstelling van geconsolideerde jaarrekeningen, overeenkomstig de richtlijn geconsolideerde jaarrekening of andere erkende internationale financiële verslagleggingsregels, tezamen als een instelling beschouwd, met dien verstande dat de beleggingen, bedoeld in artikel 134, eerste lid, eerste volzin, in de afzonderlijke ondernemingen die tot die groep behoren ten hoogste twintig procent van het beheerde vermogen van de icbe kunnen bedragen.

4.

De activa van beleggingsinstellingen in wier rechten van deelneming de icbe belegt worden voor het vaststellen van de in artikelen 134, 135, 136, eerste lid, en 137 bedoelde begrenzingen niet opgeteld bij de beleggingen van de icbe.

Artikel 138
1.

In afwijking van artikel 134, eerste lid, kan het beheerde vermogen van een icbe tot ten hoogste twintig procent worden belegd in aandelen en obligaties van dezelfde uitgevende instelling indien in het fondsreglement of de statuten van de icbe is bepaald dat het beleggingsbeleid van de icbe erop is gericht de samenstelling van een bepaalde aandelen- of obligatie-index te volgen, en deze index voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. de samenstelling van de index is gediversifieerd;
  • b. de index is representatief voor de markt waarop hij betrekking heeft; en
  • c. de index wordt op passende wijze bekendgemaakt.
2.

Artikel 134, derde lid, is niet van toepassing.

3.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid indien uitzonderlijke marktomstandigheden daartoe aanleiding geven. In dat geval kan het beheerde vermogen van de icbe tot ten hoogste vijfendertig procent worden belegd in aandelen en obligaties van dezelfde uitgevende instelling.

Artikel 139
1.

Het beheerde vermogen van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt tot ten hoogste twintig procent belegd in rechten van deelneming in beleggingsinstellingen of icbe’s als bedoeld in artikel 130, onderdeel d of e, die zijn uitgegeven door dezelfde beleggingsinstelling of icbe.

2.

De beleggingen in rechten van deelneming in beleggingsinstellingen of icbe’s als bedoeld in artikel 130, onderdeel e, bedragen in totaal niet meer dan dertig procent van het beheerde vermogen van de icbe.

Artikel 140
1.

Een beheerder van een icbe verwerft, voor de door hem beheerde icbe’s als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet gezamenlijk, niet meer dan twintig procent van de aandelen met stemrecht in dezelfde uitgevende instelling.

2.

Het beheerde vermogen van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt niet belegd in meer dan:

  • a. tien procent van de aandelen zonder stemrecht van dezelfde uitgevende instelling;
  • b. tien procent van de obligaties van dezelfde uitgevende instelling;
  • c. vijfentwintig procent van de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe’s waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald van dezelfde beleggingsinstelling of icbe’s; of
  • d. tien procent van de geldmarktinstrumenten van dezelfde uitgevende instelling.
3.

De begrenzingen, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen b, c en d, hoeven niet in acht te worden genomen indien de bruto waarde van de obligaties of geldmarktinstrumenten of de nettowaarde van de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe’s op het tijdstip van verwerving niet kan worden berekend.

Artikel 141

Artikel 140, eerste en tweede lid, is niet van toepassing op het verwerven van onderscheidenlijk het beleggen in:

  • a. effecten en geldmarktinstrumenten die zijn uitgegeven of worden gegarandeerd door een lidstaat, een openbaar lichaam met verordenende bevoegdheid in een lidstaat, een staat die geen lidstaat is of een internationale organisatie waarin een of meer lidstaten deelnemen;
  • b. aandelen in het kapitaal van een rechtspersoon, gevestigd in een staat die geen lidstaat is, die met inachtneming van de begrenzingen, bedoeld in de artikelen 134, 135, 136, eerste lid, 137, 139 en 140 zijn vermogen in hoofdzaak belegt in effecten van uitgevende instellingen, gevestigd in die staat, wanneer krachtens de wet van die staat een dergelijke deelneming voor de icbe de enige mogelijkheid is om in effecten van uitgevende instellingen in die staat te beleggen; of
  • c. aandelen in het kapitaal van een dochteronderneming van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten die uitsluitend ten behoeve van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten bepaalde beheers-, advies- of verhandelingswerkzaamheden verricht in de staat waar de dochteronderneming is gevestigd, met het oog op de inkoop van rechten van deelneming op verzoek van deelnemers.
Artikel 142
1.

De artikelen 134 tot en met 139 zijn gedurende zes maanden na het eerste aanbod van de rechten van deelneming in een icbe niet van toepassing. De icbe neemt gedurende die periode de beginselen van risicospreiding in haar beleggingen in acht.

2.

De artikelen 134 tot en met 139 zijn gedurende zes maanden na een fusie niet van toepassing op een verkrijgende icbe. De verkrijgende icbe neemt gedurende die periode de beginselen van risicospreiding in haar beleggingen in acht.

Artikel 143
1.

De in deze paragraaf gestelde begrenzingen gelden niet bij de uitoefening van voorkeurrechten die zijn verbonden aan effecten en geldmarktinstrumenten die deel uitmaken van de activa van de icbe.

2.

Wanneer de in deze paragraaf gestelde begrenzingen buiten de wil van de icbe of ten gevolge van de uitoefening van voorkeurrechten worden overschreden, treft de icbe, met inachtneming van de belangen van de deelnemers, de nodige maatregelen opdat deze overschrijding zo snel mogelijk ongedaan wordt gemaakt.

3.

Indien een beheerder van een icbe sidepockets als bedoeld in punt 9 van bijlage IIbis van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten activeert door scheiding van activa, mogen deze activa worden uitgesloten van de berekening van de in deze paragraaf gestelde begrenzingen.

Artikel 144

Het is een beheerder van een icbe of bewaarder van een icbe niet toegestaan om financiële instrumenten vanuit een ongedekte positie te verkopen.

Artikel 145
1.

Gelijktijdig met de verkrijgbaarstelling van het prospectus, bedoeld in artikel 4:50, tweede lid, van de wet, zendt de beheerder een afschrift van het prospectus en van het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie van de icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet aan de Autoriteit Financiële Markten.

2.

De beheerder van een icbe zendt wijzigingen in het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie aan de Autoriteit Financiële markten.

Artikel 146
1.

De balans en winst- en verliesrekening van een icbe of de toelichtingen daarop bevatten de volgende gegevens:

  • a. tegoeden bij banken;
  • 1°. financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de notering op een gereglementeerde markt;
  • 2°. financiële instrumenten die op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld;
  • c. een sluitend overzicht van de gesaldeerde mutaties in de verslagperiode in het eigen vermogen van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten of het beheerde vermogen van het fonds voor collectieve belegging in effecten ten gevolge van en uitgesplitst naar:
  • 1°. inkomsten uit beleggingen;
  • 2°. overige inkomsten;
  • 3°. belastingen;
  • 4°. de bestemming, of voorgestelde bestemming, van het nettoresultaat;
  • 5°. de vermeerdering of vermindering van het eigen vermogen van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten of van het beheerde vermogen van het fonds voor collectieve belegging in effecten;
  • 6°. meer- en minderwaarde op beleggingen; en
  • 7°. overige mutaties van de activa en passiva; en
  • d. het bedrag van de verplichtingen onderscheiden naar soort aan het einde van het boekjaar die voortvloeien uit verrichtingen met betrekking tot financiële derivaten en voorzover deze niet reeds in de balans en de winst- en verliesrekening zijn opgenomen.
2.

Onverminderd artikel 125, eerste lid, neemt een icbe in de halfjaarcijfers de gegevens op, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zoals deze luidden aan het einde van de eerste helft van het boekjaar.

Artikel 147
1.

Een icbe publiceert telkens wanneer zij of haar beheerder rechten van deelneming aanbiedt, verkoopt, inkoopt of daarop terugbetaalt de koers, de verkoop- onderscheidenlijk inkoopprijs en het bedrag van de terugbetaling op de website van haar beheerder.

2.

De Autoriteit Financiële Markten kan op verzoek toestaan dat de icbe eenmaal per maand de informatie, bedoeld in het eerste lid, publiceert indien de belangen van de deelnemers daardoor niet worden geschaad.

3.

Een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet verschaft desgevraagd aan een deelnemer gegevens betreffende kwantitatieve begrenzingen die van toepassing zijn op het risicobeheer, de daartoe gekozen methodes en de recente ontwikkeling van de risico’s en rendementen van de voornaamste categorie financiële instrumenten.

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Artikel 148
1.

De aanstelling van een schade-afhandelaar als bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdeel e, van de wet wordt niet beëindigd, tenzij de beëindiging gepaard gaat met de aanstelling van een opvolger.

2.

De schadeverzekeraar meldt de beëindiging van de aanstelling van de schade-afhandelaar binnen twee weken aan de Autoriteit Financiële Markten, onder overlegging van de akte van aanstelling van de opvolger van de schade-afhandelaar, waaruit diens naam, adres en bevoegdheden blijken.

Artikel 149
1.

De schade-afhandelaar houdt van rechtswege op schade-afhandelaar te zijn vanaf de dag van het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de verlening van surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer goederen, bedoeld in Titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling.

2.

De schadeverzekeraar meldt het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in Titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling van de schade-afhandelaar binnen twee weken aan de Autoriteit Financiële Markten, onder overlegging van de akte van aanstelling van de opvolger van de schade-afhandelaar met ingang van de dag van het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in Titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling. Uit de akte van aanstelling blijken de naam, het adres en de bevoegdheden van de opvolger van de schade-afhandelaar.

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 11.1. Algemeen

Artikel 150

Vervallen

Artikel 151

Vervallen

Afdeling 11.2. Krediet

Artikel 152

Artikel 4:74, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op:

  • a. overeenkomsten inzake krediet waarvoor bij het aangaan hypothecaire zekerheid wordt verleend of inzake krediet waarvoor reeds hypothecaire zekerheid bestaat, indien het krediet wordt verleend tegen een voor hypothecaire kredieten van de betrokken aanbieder gebruikelijk jaarlijks kostenpercentage;
  • b. overeenkomsten inzake krediet, voorzover het krediet wordt aangeboden tegen onderpand van effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling van het krediet aan een consument die reeds op het moment van aangaan van de overeenkomst inzake krediet bezitter is van de te verpanden effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, van welk krediet het totale kredietbedrag gedurende de looptijd van de overeenkomst inzake het krediet niet hoger is dan zeventig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel a van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, dan wel niet hoger is dan tachtig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, en:
  • 1°. die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt; of
  • 2°. de waarde van die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, door middel van een openbare prijsaanduiding voor een ieder kenbaar is.
Artikel 153
1.

De artikelen 154 tot en met 158 zijn uitsluitend van toepassing op het verlenen van financiële diensten met betrekking tot consumptief krediet.

2.

Het in deze afdeling bepaalde met betrekking tot de verhouding tussen een aanbieder en een bemiddelaar is van overeenkomstige toepassing op de verhouding tussen een bemiddelaar en een onderbemiddelaar.

Artikel 154

Een bemiddelaar heeft slechts aanspraak op provisie ter zake van tot stand gekomen overeenkomsten.

Artikel 155
1.

Een bemiddelaar heeft alleen per maand gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake krediet welke door zijn bemiddeling tot stand is gekomen aanspraak op provisie ten bedrage van een percentage van het uitstaand saldo ter zake van die overeenkomst, zoals dat saldo luidt op de laatste dag van de desbetreffende maand.

2.

De aanbieder en bemiddelaar kunnen het ter zake van de bemiddeling overeengekomen provisiepercentage, met uitzondering van het provisiepercentage voor reeds tot stand gekomen overeenkomsten inzake krediet, niet zijnde doorlopend krediet, wijzigen, met dien verstande dat:

  • a. een percentage telkens voor een aaneengesloten tijdvak van ten minste een maand wordt overeengekomen; en
  • b. ten aanzien van reeds tot stand gekomen overeenkomsten het percentage telkens eerst na 24 maanden kan worden gewijzigd uitsluitend in het percentage dat tussen de aanbieder en de bemiddelaar voor nieuw af te sluiten overeenkomsten geldt op het tijdstip waarop de wijziging plaatsvindt.
Artikel 156

Een bemiddelaar heeft over de periode waarin een consument ten minste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen termijnbedrag, geen aanspraak op provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst.

Artikel 157
1.

Met ingang van het tijdstip waarop een aanbieder het door een consument verschuldigde vervroegd opeist in een geval als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, heeft de bemiddelaar geen aanspraak meer op provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst.

2.

Met ingang van het tijdstip waarop een overeenkomst van rechtswege wordt ontbonden op grond van artikel 90, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, heeft de bemiddelaar geen aanspraak meer op provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst, met dien verstande dat indien de ontbinding ongedaan wordt gemaakt op grond van artikel 95, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, hij weer aanspraak heeft opprovisie over de periode gerekend vanaf het tijdstip waarop de ontbinding ongedaan is gemaakt.

Artikel 158
1.

Een bemiddelaar krijgt geen provisie uitbetaald indien hij uit hoofde van dit besluit geen aanspraak heeft op provisie.

2.

Provisie wordt uitsluitend betaald in giraal geld.

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

Artikel 159
1.

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering, bedoeld in de artikelen 4:75, eerste lid, en 4:74b, eerste lid, van de wet, dekt de aansprakelijkheid van de bemiddelaar wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is.

2.

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt gesloten bij:

  • a. een financiële onderneming die voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft voor de branche Algemene aansprakelijkheid; of
  • b. een financiële onderneming met zetel in een andere lidstaat die als schadeverzekeraar haar bedrijf mag uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland.
3.

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering van een bemiddelaar in verzekeringen dekt ten minste de bedragen, genoemd in artikel 10, vierde lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie.

Artikel 160
1.

Onder een vergelijkbare voorziening als bedoeld in de artikelen 4:75, eerste lid, en 4:74b, eerste lid, van de wet wordt verstaan een onvoorwaardelijke garantstelling voor alle verplichtingen voortvloeiend uit aansprakelijkheid van de bemiddelaar wegens fouten, verzuimen of nalatigheden, begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is.

2.

De onvoorwaardelijke garantstelling wordt verstrekt door:

  • a. een financiële onderneming die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft;
  • b. een financiële onderneming met zetel in een andere lidstaat die als bank haar bedrijf mag uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland; of
  • c. een bank met zetel in de Verenigde Staten van Amerika, Japan, Australië, Canada of Zwitserland die in de staat van haar zetel onder toezicht staat.
3.

De vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:75 van de wet, dekt ten minste de bedragen, genoemd in artikel 10, vierde lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie.

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Artikel 161

De artikelen 159 en 160 zijn van overeenkomstige toepassing op de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:76, eerste lid, van de wet.

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Artikel 162
1.

Een clearinginstelling stelt een cliënt na afloop van elke handelsdag schriftelijk of langs elektronische weg in kennis van de aantallen en waarden van de financiële instrumenten die op zijn naam staan.

2.

Indien de waarde van de verplichtingen worden berekend overeenkomstig tussen de clearinginstelling en een cliënt overeengekomen parameters en de waarde van de financiële instrumenten van de cliënt onvoldoende dekking bieden ten opzichte van de door de cliënt aangegane verplichtingen, stelt de clearinginstelling de cliënt daar onverwijld van in kennis.

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Artikel 163
1.

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland verstrekt de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:85, eerste lid, van de wet, wat de indeling en inhoud betreft in de vorm waarin deze zijn opgemaakt krachtens Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.

2.

Een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is verstrekt de jaarrekening en het bestuursverslag, bedoeld in artikel 4:85, vierde lid, wat de indeling en inhoud betreft in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge het recht van de staat waar de beleggingsonderneming haar zetel heeft of de internationale jaarrekeningstandaarden.

Artikel 164

Een bijkantoor van een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is, waarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 2:99a van de wet verstrekt de Autoriteit Financiële Markten jaarlijks de gegevens bedoeld in artikel 41, derde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014, met inachtneming van het zesde lid van dat artikel.

Artikel 165
1.

Een beleggingsonderneming:

  • a. houdt alle gegevens en rekeningen bij die noodzakelijk zijn om haar op elk moment onmiddellijk in staat te stellen de financiële instrumenten en gelden die voor een cliënt worden aangehouden, te onderscheiden van voor andere cliënten aangehouden financiële instrumenten en gelden en hun eigen financiële instrumenten en gelden;
  • b. houdt de onder a bedoelde gegevens en rekeningen op zodanige wijze bij dat deze altijd accuraat zijn en in elk geval de voor cliënten aangehouden financiële instrumenten en gelden weerspiegelen;
  • c. gaat regelmatig na of de onder a bedoelde gegevens en rekeningen overeenstemmen met die van eventuele derden door wie deze financiële instrumenten en gelden worden aangehouden;
  • d. draagt er zorg voor dat financiële instrumenten van cliënten die overeenkomstig artikel 165a bij een derde worden aangehouden, door middel van verschillend getitelde rekeningen in de boeken van de derde of door middel van andere vergelijkbare maatregelen waarmee hetzelfde beschermingsniveau wordt bereikt, kunnen worden onderscheiden van de financiële instrumenten die aan de beleggingsonderneming zelf toebehoren, en van de financiële instrumenten die aan de derde toebehoren;
  • e. draagt er zorg voor dat de gelden van cliënten die overeenkomstig artikel 165b worden aangehouden op een rekening of rekeningen die kan of kunnen worden onderscheiden van alle rekeningen die worden gebruikt voor het aanhouden van gelden die aan de beleggingsonderneming zelf toebehoren;
  • f. treft passende organisatorische maatregelen om het risico van verlies of vermindering van de financiële instrumenten en gelden van cliënten, dan wel van hun rechten daarop, als gevolg van misbruik van financiële instrumenten en gelden, fraude, wanbeheer, het bijhouden van ontoereikende gegevens of nalatigheid tot een minimum te beperken.
2.

De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot de maatregelen ter bescherming van de rechten van de cliënt en ter voorkoming van het gebruik van financiële instrumenten of gelden van de cliënt, bedoeld in artikel 4:87, eerste en tweede lid, van de wet.

Artikel 166

Een vermogensbeheerder die tevens beheerder van een icbe met zetel in Nederland is, belegt in het kader van het beheer van een individueel vermogen de gelden van de cliënt niet geheel of gedeeltelijk in door hem beheerde beleggingsinstellingen of icbe’s zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de cliënt.

Artikel 167

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:88, tweede lid, van de wet, brengt de cliënt, indien een belangenconflict onvermijdelijk blijkt te zijn, hiervan door middel van een duurzame drager op de hoogte. De beleggingsonderneming vermeldt daarbij, met inachtneming van de kenmerken van de cliënt, voldoende bijzonderheden om deze in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen ten aanzien van de beleggingsdienst, beleggingsactiviteit of nevendienst in verband waarmee het belangenconflict zich voordoet.

Artikel 168
1.

In een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:89, tweede lid, van de wet zijn ten minste bepaald:

  • a. de naar soort onderscheiden diensten die de beleggingsonderneming in het kader van de overeenkomst voor de cliënt zal verrichten;
  • b. een specificatie van de eventuele beperkingen met betrekking tot de markten waarop transacties in financiële instrumenten ten behoeve van de cliënt zullen worden afgewikkeld;
  • c. de naar soort onderscheiden kosten, anders dan de kosten ter zake van een aanbieding van effecten als bedoeld in de prospectusverordening, die aan de cliënt in rekening worden gebracht alsmede de aan die kosten ten grondslag liggende berekening;
  • d. de wijze waarop instructies van de cliënt en berichten van de beleggingsonderneming worden verstrekt en geadministreerd;
  • e. de wijze waarop gelden of financiële instrumenten van de cliënt worden verrekend, gedeponeerd en geadministreerd;
  • f. de wijze waarop over de rekeningen van de cliënt kan worden beschikt;
  • g. de regeling van de aansprakelijkheid van de beleggingsonderneming onderscheidenlijk de cliënt uit hoofde van de overeenkomst;
  • h. een verklaring van de cliënt dat hij heeft kennis genomen van de informatie die de beleggingsonderneming krachtens dit besluit aan hem dient te verstrekken en dat hij zich bewust is van de risico’s die aan de belegging zijn verbonden;
  • i. het toepasselijke recht en de wijze van beslechting van geschillen; en

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)