Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 15 juli 2008, houdende samenvoeging van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme)
37 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2025-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2025-03-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2025-02-04
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2024-09-06
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2022-11-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2022-10-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2022-07-07
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2022-01-28
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2021-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2021-06-30
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2021-05-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-10-15
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-09-27
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-07-10
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-07-08
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2020-05-21
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2020-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2019-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2018-07-25
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2016-08-11
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2016-04-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2015-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2014-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2014-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2013-09-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
Wijzigingen op 2013-09-01
@@ -98,13 +98,7 @@
- h. **transitrekening:** bankrekening die bij een in Nederland gevestigde bank wordt aangehouden door een bank gevestigd in een staat die geen lidstaat is en die door een cliënt van laatstbedoelde bank gedebiteerd of gecrediteerd kan worden zonder tussenkomst van de in Nederland gevestigde bank;
- i. **financieren van terrorisme:**
- 1°. opzettelijk verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen met geldswaarde, bestemd tot het begaan van een misdrijf als bedoeld in [artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83);
- 2°. opzettelijk verschaffen van middelen met geldswaarde tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in [artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83); of
- 3°. het verlenen van geldelijke steun, alsmede het opzettelijk werven van geld ten behoeve van een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in [artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83);
- i. **financieren van terrorisme:** de gedraging strafbaar gesteld in [artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=421);
- j. **shellbank:** bank of een onderneming die zich met vergelijkbare activiteiten bezig houdt, opgericht in een staat waar zij geen fysieke aanwezigheid heeft en die geen onderdeel uitmaakt van een onder toezicht staand financieel conglomeraat in de zin van de [Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368) of een daarmee vergelijkbare groep;
@@ -114,13 +108,13 @@
- m. **transactie:** handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt waarvan de instelling ten behoeve van haar dienstverlening aan die cliënt heeft kennisgenomen;
- n. **ongebruikelijke transactie:** transactie die op grond van de indicatoren bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), als ongebruikelijk is aan te merken;
- n. **ongebruikelijke transactie:** transactie die op grond van de indicatoren bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=15&z=2013-09-01&g=2013-09-01), als ongebruikelijk is aan te merken;
- o. **melding:** melding als bedoeld in artikel 16, eerste lid;
- p. **Uitvoeringsrichtlijn:** [Richtlijn nr. 2006/70/EG](32006L0070) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van [Richtlijn 2005/60/EG](32005L0060) van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde cliëntenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten (PbEU L 214);
- q. **Financiële inlichtingen eenheid:** de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- q. **Financiële inlichtingen eenheid:** de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=12&z=2013-09-01&g=2013-09-01);
- r. **bank:** een bank als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
@@ -132,9 +126,9 @@
##### Artikel 2
1. Een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8°, 18° of 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft in een staat die geen lidstaat is, draagt er zorg voor dat het bijkantoor onderscheidenlijk de dochtermaatschappij cliëntenonderzoek verricht dat gelijkwaardig is aan dat, geregeld in [artikel 3, eerste tot en met vierde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en gegevens met betrekking tot het cliëntenonderzoek vastlegt en bewaart op een wijze die gelijkwaardig is aan hetgeen is geregeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=33&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
2. Indien het recht van de betrokken staat toepassing van het eerste lid niet toelaat, stelt de instelling degene die ingevolge [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-01-01&g=2013-01-01) belast is met het toezicht op de naleving van deze wet door de instelling daarvan in kennis en neemt zij maatregelen om het risico van witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen.
1. Een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8°, 18° of 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft in een staat die geen lidstaat is, draagt er zorg voor dat het bijkantoor onderscheidenlijk de dochtermaatschappij cliëntenonderzoek verricht dat gelijkwaardig is aan dat, geregeld in [artikel 3, eerste tot en met vierde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), en gegevens met betrekking tot het cliëntenonderzoek vastlegt en bewaart op een wijze die gelijkwaardig is aan hetgeen is geregeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=33&z=2013-09-01&g=2013-09-01).
2. Indien het recht van de betrokken staat toepassing van het eerste lid niet toelaat, stelt de instelling degene die ingevolge [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-09-01&g=2013-09-01) belast is met het toezicht op de naleving van deze wet door de instelling daarvan in kennis en neemt zij maatregelen om het risico van witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen.
### Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende cliëntenonderzoek
@@ -214,7 +208,7 @@
6. Een instelling kan het cliëntenonderzoek afstemmen op de risicogevoeligheid voor witwassen of financiering van terrorisme van het type cliënt, zakelijke relatie, product of transactie.
7. Het eerste tot en met zesde lid is niet van toepassing op trustkantoren als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, onder 10°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), voor zover zij diensten verlenen als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht trustkantoren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016189&artikel=1) en op taxateurs als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 24°.
7. Het eerste tot en met zesde lid is niet van toepassing op trustkantoren als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, onder 10°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), voor zover zij diensten verlenen als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht trustkantoren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016189&artikel=1) en op taxateurs als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 24°.
8. Een instelling neemt op risico gebaseerde en adequate maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens die ingevolge het tweede, derde en vierde lid zijn verzameld over daar bedoelde personen, actueel gehouden worden.
@@ -226,37 +220,37 @@
##### Artikel 4
1. Een instelling voldoet aan [artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), voordat de zakelijke relatie wordt aangegaan of een incidentele transactie als bedoeld in [artikel 3, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), wordt uitgevoerd.
1. Een instelling voldoet aan [artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), voordat de zakelijke relatie wordt aangegaan of een incidentele transactie als bedoeld in [artikel 3, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), wordt uitgevoerd.
2. In afwijking van het eerste lid is het een instelling toegestaan de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende te verifiëren tijdens het aangaan van de zakelijke relatie, indien dit noodzakelijk is om de dienstverlening niet te verstoren en indien er weinig risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. In dat geval verifieert de instelling de identiteit zo spoedig mogelijk na het eerste contact met de cliënt.
3. In afwijking van het eerste lid is het een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), toegestaan de begunstigde van een polis te identificeren en de identiteit te verifiëren nadat de zakelijke relatie is aangegaan. In dat geval vindt het identificeren en het verifiëren van de identiteit plaats op of voor het tijdstip van uitbetaling, dan wel op of voor het tijdstip waarop de begunstigde zijn rechten krachtens de polis wil uitoefenen.
4. In afwijking van het eerste lid is het een bank als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), toegestaan een rekening te openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden, indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden.
5. In afwijking van het eerste lid kan een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 12°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende verifiëren op het moment dat identificatie op grond van [artikel 39 van de Wet op het notarisambt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010388&artikel=39) is vereist.
3. In afwijking van het eerste lid is het een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), toegestaan de begunstigde van een polis te identificeren en de identiteit te verifiëren nadat de zakelijke relatie is aangegaan. In dat geval vindt het identificeren en het verifiëren van de identiteit plaats op of voor het tijdstip van uitbetaling, dan wel op of voor het tijdstip waarop de begunstigde zijn rechten krachtens de polis wil uitoefenen.
4. In afwijking van het eerste lid is het een bank als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), toegestaan een rekening te openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden, indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden.
5. In afwijking van het eerste lid kan een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 12°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende verifiëren op het moment dat identificatie op grond van [artikel 39 van de Wet op het notarisambt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010388&artikel=39) is vereist.
##### Artikel 5
1. Onverminderd [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is het een instelling verboden een zakelijke relatie aan te gaan met of een transactie uit te voeren voor een cliënt, tenzij:
- a. zij zelf ten aanzien van die cliënt onderzoek heeft verricht conform [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), of ten aanzien van die cliënt onderzoek is verricht conform artikel 3 of op daarmee overeenkomende wijze door:
- 1°. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13° of 23°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met zetel in Nederland of een andere lidstaat;
- 2°. een instelling als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, onder 10°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met zetel in Nederland;
- 3°. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, 5° tot en met 8°, 18° tot en met 20° of 22°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), of een bijkantoor daarvan met zetel onderscheidenlijk vestigingsplaats in Nederland of een andere lidstaat;
- 4°. een instelling als bedoeld onder 2°, met zetel in een door Onze Minister van Financiën aangewezen staat die geen lidstaat is, in welke staat wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de [artikel 3, tweede, derde, vierde, vijfde en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften, of een bijkantoor van de instelling in Nederland;
- b. dit onderzoek heeft geleid tot het in [artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, c, e, f en g, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en e, en vierde lid, aanhef, onderdelen a, b, c, d, f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bedoelde resultaat; en
- c. de instelling beschikt over alle identificatie- en verificatiegegevens en overige gegevens inzake de identiteit van de in [artikel 3, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedoelde personen.
2. Indien een instelling met betrekking tot een zakelijke relatie niet kan voldoen aan [artikel 3, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), beëindigt de instelling die zakelijke relatie.
3. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de gevallen als bedoeld in de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
1. Onverminderd [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-09-01&g=2013-09-01) is het een instelling verboden een zakelijke relatie aan te gaan met of een transactie uit te voeren voor een cliënt, tenzij:
- a. zij zelf ten aanzien van die cliënt onderzoek heeft verricht conform [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), of ten aanzien van die cliënt onderzoek is verricht conform artikel 3 of op daarmee overeenkomende wijze door:
- 1°. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13° of 23°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), met zetel in Nederland of een andere lidstaat;
- 2°. een instelling als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, onder 10°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), met zetel in Nederland;
- 3°. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, 5° tot en met 8°, 18° tot en met 20° of 22°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), of een bijkantoor daarvan met zetel onderscheidenlijk vestigingsplaats in Nederland of een andere lidstaat;
- 4°. een instelling als bedoeld onder 2°, met zetel in een door Onze Minister van Financiën aangewezen staat die geen lidstaat is, in welke staat wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de [artikel 3, tweede, derde, vierde, vijfde en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), en [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-09-01&g=2013-09-01), en [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=9&z=2013-09-01&g=2013-09-01) en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften, of een bijkantoor van de instelling in Nederland;
- b. dit onderzoek heeft geleid tot het in [artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, c, e, f en g, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en e, en vierde lid, aanhef, onderdelen a, b, c, d, f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01) bedoelde resultaat; en
- c. de instelling beschikt over alle identificatie- en verificatiegegevens en overige gegevens inzake de identiteit van de in [artikel 3, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), bedoelde personen.
2. Indien een instelling met betrekking tot een zakelijke relatie niet kan voldoen aan [artikel 3, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), beëindigt de instelling die zakelijke relatie.
3. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de gevallen als bedoeld in de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2013-09-01&g=2013-09-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=7&z=2013-09-01&g=2013-09-01).
4. Het is een bank verboden een correspondentbankrelatie aan te gaan of voort te zetten met een shellbank of met een bank waarvan bekend is dat deze een shellbank toestaat van haar rekeningen gebruik te maken.
@@ -264,11 +258,11 @@
##### Artikel 6
1. Onverminderd het in de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bepaalde, kan een instelling [artikel 3, eerste lid, vijfde lid, aanhef en onderdelen a, b en d tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), achterwege laten ten aanzien van de volgende cliënten:
- a. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8° en 18° tot en met 20°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met zetel in Nederland of in een andere lidstaat;
- b. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8° en 18° tot en met 20°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien in die staat op de instelling wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de [artikelen 3, tweede tot en met vijfde en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften;
1. Onverminderd het in de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-09-01&g=2013-09-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=9&z=2013-09-01&g=2013-09-01) bepaalde, kan een instelling [artikel 3, eerste lid, vijfde lid, aanhef en onderdelen a, b en d tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), en [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-09-01&g=2013-09-01), achterwege laten ten aanzien van de volgende cliënten:
- a. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8° en 18° tot en met 20°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), met zetel in Nederland of in een andere lidstaat;
- b. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8° en 18° tot en met 20°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien in die staat op de instelling wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de [artikelen 3, tweede tot en met vijfde en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-09-01&g=2013-09-01), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=9&z=2013-09-01&g=2013-09-01) en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften;
- c. rechtspersonen die effecten hebben uitgegeven die in een lidstaat zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
@@ -296,7 +290,7 @@
##### Artikel 7
1. [Artikel 3, eerste lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), alsmede [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), zijn niet van toepassing voor zover het betreft zakelijke relaties of transacties met betrekking tot:
1. [Artikel 3, eerste lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), alsmede [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-09-01&g=2013-09-01), zijn niet van toepassing voor zover het betreft zakelijke relaties of transacties met betrekking tot:
- a. levensverzekeringsovereenkomsten als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1), waarvan het bedrag van de jaarlijks te betalen premie € 1 000 of minder bedraagt of waarvan het bedrag van de eenmalige premie € 2 500 of minder bedraagt;
@@ -318,7 +312,7 @@
##### Artikel 8
1. Een instelling verricht, onverminderd [artikel 3, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), verscherpt cliëntenonderzoek indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar haar aard of in verband met de staat waar de cliënt woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën zakelijke relaties en transacties worden aangewezen die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen.
1. Een instelling verricht, onverminderd [artikel 3, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), verscherpt cliëntenonderzoek indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar haar aard of in verband met de staat waar de cliënt woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën zakelijke relaties en transacties worden aangewezen die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen.
2. Onverminderd het eerste lid neemt een instelling, indien een cliënt niet fysiek aanwezig is voor verificatie van diens identiteit, maatregelen om het hogere risico te compenseren. De instelling kan aan de vorige volzin voldoen indien zij:
@@ -358,7 +352,7 @@
##### Artikel 9
1. Onverminderd [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat bij die regeling aangewezen instellingen bijzondere maatregelen nemen met betrekking tot cliënten die woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in bij die regeling aangewezen staten met strategische tekortkomingen in de preventie van witwassen en financieren van terrorisme of transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan die staten. In de regeling kan onderscheid worden gemaakt naar categorie instelling.
1. Onverminderd [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-09-01&g=2013-09-01), kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat bij die regeling aangewezen instellingen bijzondere maatregelen nemen met betrekking tot cliënten die woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in bij die regeling aangewezen staten met strategische tekortkomingen in de preventie van witwassen en financieren van terrorisme of transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan die staten. In de regeling kan onderscheid worden gemaakt naar categorie instelling.
2. Als bijzondere maatregelen met betrekking tot cliënten die woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in een ingevolge het eerste lid aangewezen staat en hun uiteindelijk belanghebbenden kunnen worden aangewezen:
@@ -384,7 +378,7 @@
##### Artikel 10
1. Een instelling kan het cliëntenonderzoek, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), voor zover het betrekking heeft op het in het [tweede lid, onderdelen a, b, en c, van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bepaalde, laten verrichten door een derde, onverminderd haar verplichting om te voldoen aan het in die onderdelen bepaalde.
1. Een instelling kan het cliëntenonderzoek, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), voor zover het betrekking heeft op het in het [tweede lid, onderdelen a, b, en c, van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01) bepaalde, laten verrichten door een derde, onverminderd haar verplichting om te voldoen aan het in die onderdelen bepaalde.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde uitbesteding een structureel karakter heeft legt de instelling de opdracht daartoe schriftelijk vast.
@@ -434,13 +428,13 @@
- 1°. de bedrijfstakken en beroepsgroepen;
- 2°. de personen die krachtens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast;
- 2°. de personen die krachtens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-09-01&g=2013-09-01) met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast;
- 3°. het openbaar ministerie en de overige ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten;
- 4°. het publiek;
- g. het geven van inlichtingen aangaande het meldgedrag van de instellingen aan de personen die krachtens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast;
- g. het geven van inlichtingen aangaande het meldgedrag van de instellingen aan de personen die krachtens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-09-01&g=2013-09-01) met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast;
- h. het onderhouden van contacten met buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die een vergelijkbare taak hebben als de Financiële inlichtingen eenheid;
@@ -448,7 +442,7 @@
##### Artikel 14
1. Bij de Financiële inlichtingen eenheid kunnen persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van de taak, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
1. Bij de Financiële inlichtingen eenheid kunnen persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van de taak, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=13&z=2013-09-01&g=2013-09-01).
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de categorieën van personen waarover de Financiële inlichtingen eenheid gegevens verwerkt, de gegevensverstrekking en verbanden met andere verzamelingen van persoonsgegevens, de bewaring en vernietiging van gegevens en de protocolplicht.
@@ -482,33 +476,33 @@
- g. aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens.
3. In afwijking van het tweede lid verstrekt een taxateur als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, onder 24°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), de gegevens bedoeld in het tweede lid voor zover zij daarover beschikt, alsmede een beschrijving van de desbetreffende onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen.
4. De meldingsplicht, bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing indien een cliëntenonderzoek als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), niet leidt tot het in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, c, e, f en g, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en e, en vierde lid, aanhef en onderdelen a, b, c, d, f en g, bedoelde resultaat of een zakelijke relatie wordt beëindigd ingevolge [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en er tevens indicaties zijn dat de desbetreffende cliënt betrokken is bij witwassen of financieren van terrorisme. Bij de melding van een dergelijke transactie ingevolge het eerste lid verstrekt een instelling naast de gegevens bedoeld in het tweede lid een beschrijving van de redenen waarom het cliëntenonderzoek niet leidde tot het in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, bedoelde resultaat, of de redenen waarom niet kon worden voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
3. In afwijking van het tweede lid verstrekt een taxateur als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, onder 24°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), de gegevens bedoeld in het tweede lid voor zover zij daarover beschikt, alsmede een beschrijving van de desbetreffende onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen.
4. De meldingsplicht, bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing indien een cliëntenonderzoek als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), niet leidt tot het in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, c, e, f en g, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en e, en vierde lid, aanhef en onderdelen a, b, c, d, f en g, bedoelde resultaat of een zakelijke relatie wordt beëindigd ingevolge [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2013-09-01&g=2013-09-01), en er tevens indicaties zijn dat de desbetreffende cliënt betrokken is bij witwassen of financieren van terrorisme. Bij de melding van een dergelijke transactie ingevolge het eerste lid verstrekt een instelling naast de gegevens bedoeld in het tweede lid een beschrijving van de redenen waarom het cliëntenonderzoek niet leidde tot het in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, bedoelde resultaat, of de redenen waarom niet kon worden voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
##### Artikel 17
1. De Financiële inlichtingen eenheid kan ten behoeve van de uitvoering van haar taak als bedoeld in [artikel 13, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bij de instelling die een melding heeft gedaan, alsmede bij de instelling die bij een transactie is betrokken waarover de Financiële inlichtingen eenheid gegevens heeft verzameld, nadere inlichtingen vragen.
1. De Financiële inlichtingen eenheid kan ten behoeve van de uitvoering van haar taak als bedoeld in [artikel 13, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=13&z=2013-09-01&g=2013-09-01), bij de instelling die een melding heeft gedaan, alsmede bij de instelling die bij een transactie is betrokken waarover de Financiële inlichtingen eenheid gegevens heeft verzameld, nadere inlichtingen vragen.
2. De instelling waaraan overeenkomstig het eerste lid deze gegevens of inlichtingen zijn gevraagd, verstrekt deze schriftelijk, alsmede in spoedeisende gevallen mondeling, aan de Financiële inlichtingen eenheid binnen de door de Financiële inlichtingen eenheid gestelde termijn.
##### Artikel 18
De Financiële inlichtingen eenheid bepaalt de wijze waarop een melding moet worden gedaan, of gegevens of inlichtingen als bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-01-01&g=2013-01-01), moeten worden verstrekt.
De Financiële inlichtingen eenheid bepaalt de wijze waarop een melding moet worden gedaan, of gegevens of inlichtingen als bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-09-01&g=2013-09-01), moeten worden verstrekt.
#### § 3.3. Vrijwaring
##### Artikel 19
1. Gegevens of inlichtingen die in overeenstemming met de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-01-01&g=2013-01-01) te goeder trouw zijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens witwassen of financieren van terrorisme door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
2. Gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt in de redelijke veronderstelling dat uitvoering wordt gegeven aan de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-01-01&g=2013-01-01) kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens, overtreding van [artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=272) door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
1. Gegevens of inlichtingen die in overeenstemming met de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-09-01&g=2013-09-01) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-09-01&g=2013-09-01) te goeder trouw zijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens witwassen of financieren van terrorisme door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
2. Gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt in de redelijke veronderstelling dat uitvoering wordt gegeven aan de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-09-01&g=2013-09-01) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-09-01&g=2013-09-01) kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens, overtreding van [artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=272) door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personen die werkzaam zijn voor een instelling die gegevens of inlichtingen heeft verstrekt als omschreven in het eerste of tweede lid en die daaraan hebben meegewerkt.
##### Artikel 20
1. Een instelling die op grond van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01) een melding heeft gedaan of op grond van [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-01-01&g=2013-01-01) nadere inlichtingen heeft verstrekt in de redelijke veronderstelling uitvoering te geven aan die artikelen, is niet aansprakelijk voor enige schade die een derde dientengevolge lijdt.
1. Een instelling die op grond van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-09-01&g=2013-09-01) een melding heeft gedaan of op grond van [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-09-01&g=2013-09-01) nadere inlichtingen heeft verstrekt in de redelijke veronderstelling uitvoering te geven aan die artikelen, is niet aansprakelijk voor enige schade die een derde dientengevolge lijdt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personen die werkzaam zijn voor een instelling die een melding heeft gedaan of inlichtingen heeft verstrekt als omschreven in het eerste lid en die daaraan hebben meegewerkt.
@@ -522,7 +516,7 @@
- a. de inrichting en uitvoering van de meldingsplicht;
- b. de vaststelling van de indicatoren bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=15&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
- b. de vaststelling van de indicatoren bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=15&z=2013-09-01&g=2013-09-01).
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de samenstelling en de organisatie van de commissie.
@@ -554,33 +548,33 @@
- b. na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten.
5. In dit artikel wordt verstaan onder toezichthouder: Onze Minister van Financiën of een persoon aan wie Onze Minister van Financiën bevoegdheden heeft overgedragen op grond van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=31&z=2013-01-01&g=2013-01-01), alsmede de toezichthouder, bedoeld in [artikel 1 van de Wet toezicht trustkantoren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016189&artikel=1).
5. In dit artikel wordt verstaan onder toezichthouder: Onze Minister van Financiën of een persoon aan wie Onze Minister van Financiën bevoegdheden heeft overgedragen op grond van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=31&z=2013-09-01&g=2013-09-01), alsmede de toezichthouder, bedoeld in [artikel 1 van de Wet toezicht trustkantoren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016189&artikel=1).
##### Artikel 23
1. Een instelling en de personen die werkzaam zijn voor een instelling zijn, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit, verplicht tot geheimhouding jegens een ieder van:
- a. een melding ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01) door die instelling;
- b. nadere inlichtingen verstrekt ingevolge [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-01-01&g=2013-01-01) door die instelling;
- a. een melding ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-09-01&g=2013-09-01) door die instelling;
- b. nadere inlichtingen verstrekt ingevolge [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-09-01&g=2013-09-01) door die instelling;
- c. het gegeven dat een melding of verstrekking aanleiding heeft gegeven tot een onderzoek naar witwassen van geld of financieren van terrorisme of dat het voornemen bestaat een dergelijk onderzoek te verrichten;
- d. overleg over de naleving van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met betrekking tot een transactie.
2. De instelling die ingevolge [artikel 13, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01), gegevens of inlichtingen verkrijgt, is verplicht tot geheimhouding daarvan.
- d. overleg over de naleving van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-09-01&g=2013-09-01) met betrekking tot een transactie.
2. De instelling die ingevolge [artikel 13, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=13&z=2013-09-01&g=2013-09-01), gegevens of inlichtingen verkrijgt, is verplicht tot geheimhouding daarvan.
3. Een ieder die kennis neemt van gegevens waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat ter zake op een instelling de geheimhoudingsplicht, bedoeld in het eerste of tweede lid, rust, is verplicht tot geheimhouding hiervan, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
4. De in het eerste en derde lid bedoelde geheimhoudingsplicht is niet van toepassing op een mededeling gedaan door een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11°, 12° en 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), aan een cliënt met als doel deze te doen afzien van een onwettige handeling.
4. De in het eerste en derde lid bedoelde geheimhoudingsplicht is niet van toepassing op een mededeling gedaan door een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11°, 12° en 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), aan een cliënt met als doel deze te doen afzien van een onwettige handeling.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op mededelingen:
- 1°. van een instelling aan een andere instelling die behoort tot dezelfde groep en is gevestigd in een lidstaat of een derde land;
- 2°. tussen instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), gevestigd in een lidstaat of een derde land, die hun werkzaamheden, al dan niet als werknemer, uitoefenen binnen eenzelfde rechtspersoon of netwerk;
- 3°. van een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1 tot en met 3, 5 tot en met 9, 11° tot en met 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), aan een instelling behorende tot dezelfde categorie, voor zover:
- 2°. tussen instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), gevestigd in een lidstaat of een derde land, die hun werkzaamheden, al dan niet als werknemer, uitoefenen binnen eenzelfde rechtspersoon of netwerk;
- 3°. van een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1 tot en met 3, 5 tot en met 9, 11° tot en met 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), aan een instelling behorende tot dezelfde categorie, voor zover:
- a. de mededeling betrekking heeft op een cliënt van beide instellingen en een transactie waarbij beide instellingen betrokken zijn;
@@ -602,7 +596,7 @@
1. Bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kunnen personen worden aangewezen die belast zijn met het toezicht op de naleving door de instellingen van deze wet.
2. De personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de instellingen, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° tot en met 15° en 23°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), kunnen het toezicht op een risicogeoriënteerde wijze uitoefenen.
2. De personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de instellingen, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° tot en met 15° en 23°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), kunnen het toezicht op een risicogeoriënteerde wijze uitoefenen.
3. De Nederlandsche Bank N.V. en de daartoe bij besluit van De Nederlandsche Bank N.V. aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van de [Verordening nr. 2006/1781/EG](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler.
@@ -620,19 +614,19 @@
##### Artikel 26
1. Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3, eerste tot en met derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=10&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [23 eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=33&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=34&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=35&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van deze wet, [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), het bepaalde in [Verordening (EG) nr. 2006/1781](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345) en het bepaalde in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).
1. Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [3, eerste tot en met derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=7&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=10&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=11&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [23 eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=23&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=33&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=34&z=2013-09-01&g=2013-09-01) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=35&z=2013-09-01&g=2013-09-01) van deze wet, [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), het bepaalde in [Verordening (EG) nr. 2006/1781](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345) en het bepaalde in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan bij wet geregelde tuchtrechtspraak.
##### Artikel 27
1. Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3, eerste tot en met derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=10&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [16, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=33&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=34&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=35&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van deze wet, [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), het bepaalde in [Verordening (EG) nr. 2006/1781](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345) en het bepaalde in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).
1. Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [3, eerste tot en met derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=7&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=10&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=11&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [16, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=23&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=33&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=34&z=2013-09-01&g=2013-09-01), en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=35&z=2013-09-01&g=2013-09-01) van deze wet, [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), het bepaalde in [Verordening (EG) nr. 2006/1781](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345) en het bepaalde in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan bij wet geregelde tuchtrechtspraak.
##### Artikel 28
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2013-09-01&g=2013-09-01).
2. Het bedrag van de bestuurlijke boete wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 4 000 000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld.
@@ -684,17 +678,17 @@
##### Artikel 31
1. De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van dit hoofdstuk heeft kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan personen die ingevolge [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-01-01&g=2013-01-01), zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende persoon.
1. De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van dit hoofdstuk heeft kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan personen die ingevolge [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-09-01&g=2013-09-01), zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende persoon.
2. Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
##### Artikel 32
Indien een instelling niet voldoet aan haar verplichtingen ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-01-01&g=2013-01-01), kan de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-01-01&g=2013-01-01), aangewezen persoon door middel van het geven van een aanwijzing de instelling verplichten binnen een door de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-01-01&g=2013-01-01), aangewezen persoon gestelde termijn een bepaalde gedragslijn te volgen aangaande:
Indien een instelling niet voldoet aan haar verplichtingen ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-09-01&g=2013-09-01) of [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=17&z=2013-09-01&g=2013-09-01), kan de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-09-01&g=2013-09-01), aangewezen persoon door middel van het geven van een aanwijzing de instelling verplichten binnen een door de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-09-01&g=2013-09-01), aangewezen persoon gestelde termijn een bepaalde gedragslijn te volgen aangaande:
- a. de ontwikkeling van interne procedures en controles ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme; en
- b. de opleiding van werknemers als bedoeld in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=35&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
- b. de opleiding van werknemers als bedoeld in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=35&z=2013-09-01&g=2013-09-01).
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
@@ -702,7 +696,7 @@
##### Artikel 33
1. Een instelling die op grond van deze wet een persoon heeft geïdentificeerd en zijn identiteit heeft geverifieerd, of bij wie de cliënt is geïntroduceerd conform de procedure van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), legt op opvraagbare wijze de volgende gegevens vast:
1. Een instelling die op grond van deze wet een persoon heeft geïdentificeerd en zijn identiteit heeft geverifieerd, of bij wie de cliënt is geïntroduceerd conform de procedure van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2013-09-01&g=2013-09-01), legt op opvraagbare wijze de volgende gegevens vast:
- a. van natuurlijke personen:
@@ -748,7 +742,7 @@
##### Artikel 34
Een instelling bewaart de gegevens, bedoeld in [artikel 16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en legt deze vast, op zodanige wijze dat die gegevens opvraagbaar zijn en de desbetreffende transactie reconstrueerbaar is gedurende vijf jaar na het tijdstip van het doen van de melding.
Een instelling bewaart de gegevens, bedoeld in [artikel 16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=16&z=2013-09-01&g=2013-09-01), en legt deze vast, op zodanige wijze dat die gegevens opvraagbaar zijn en de desbetreffende transactie reconstrueerbaar is gedurende vijf jaar na het tijdstip van het doen van de melding.
#### § 5.3. Opleiding
@@ -760,35 +754,35 @@
##### Artikel 36
De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling van een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), welke is verricht in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels is niet uit dien hoofde aantastbaar.
De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling van een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-09-01&g=2013-09-01), welke is verricht in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels is niet uit dien hoofde aantastbaar.
##### Artikel 37
Een ontheffing die is verleend op grond van [artikel 2, zesde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330&artikel=2), berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op [artikel 3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
Een ontheffing die is verleend op grond van [artikel 2, zesde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330&artikel=2), berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op [artikel 3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01).
##### Artikel 38
1. Ten aanzien van cliënten die reeds op grond van de Wet identificatie bij dienstverlening zijn geïdentificeerd of ten aanzien van wie geen verplichting tot identificatie op grond van die wet was vereist, alsmede in voorkomende gevallen de trust ten behoeve waarvan zij handelen, verricht een instelling het cliëntenonderzoek, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), in de navolgende gevallen binnen de daarbij genoemde termijn na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip:
- a. zes maanden ingeval van cliënten op welke [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van toepassing is;
- b. een jaar ingeval van cliënten op welke [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van toepassing is of waarvan de instelling bekend is dat artikel 8, vierde lid, van toepassing is;
1. Ten aanzien van cliënten die reeds op grond van de Wet identificatie bij dienstverlening zijn geïdentificeerd of ten aanzien van wie geen verplichting tot identificatie op grond van die wet was vereist, alsmede in voorkomende gevallen de trust ten behoeve waarvan zij handelen, verricht een instelling het cliëntenonderzoek, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), in de navolgende gevallen binnen de daarbij genoemde termijn na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip:
- a. zes maanden ingeval van cliënten op welke [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=9&z=2013-09-01&g=2013-09-01) van toepassing is;
- b. een jaar ingeval van cliënten op welke [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-09-01&g=2013-09-01), van toepassing is of waarvan de instelling bekend is dat artikel 8, vierde lid, van toepassing is;
- c. twee jaar ingeval van cliënten op wie de onderdelen a en b niet van toepassing zijn en die rechtspersoon zijn met zetel buiten Nederland of handelen ten behoeve van een trust;
- d. bij eerste gelegenheid ingeval van cliënten op welke de onderdelen a tot en met c niet van toepassing zijn.
De [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid verricht een instelling in geval van een zakelijke relatie met betrekking tot een levensverzekeringsovereenkomst als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) het cliëntenonderzoek, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), wanneer een geldelijke uitkering plaatsvindt aan de cliënt.
De [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=7&z=2013-09-01&g=2013-09-01) en [8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-09-01&g=2013-09-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid verricht een instelling in geval van een zakelijke relatie met betrekking tot een levensverzekeringsovereenkomst als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) het cliëntenonderzoek, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01), wanneer een geldelijke uitkering plaatsvindt aan de cliënt.
3. Gegevens van de in het eerste lid bedoelde personen die reeds op grond van de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) zijn vastgelegd, worden geacht te zijn vastgelegd ingevolge deze wet.
4. Onverminderd [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), draagt een instelling er zorg voor dat een persoon als bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel a, beslist omtrent het voortzetten van de zakelijke relatie met cliënten als bedoeld in het eerste lid.
4. Onverminderd [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2013-09-01&g=2013-09-01), draagt een instelling er zorg voor dat een persoon als bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel a, beslist omtrent het voortzetten van de zakelijke relatie met cliënten als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 39
Een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet was opgelegd ter zake van overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) of de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331), wordt aangemerkt als een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=26&z=2013-01-01&g=2013-01-01) onderscheidenlijk [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
Een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet was opgelegd ter zake van overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) of de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331), wordt aangemerkt als een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=26&z=2013-09-01&g=2013-09-01) onderscheidenlijk [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2013-09-01&g=2013-09-01).
##### Artikel 40
@@ -796,15 +790,15 @@
##### Artikel 41
1. Met het toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) en de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331), zijn belast de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-01-01&g=2013-01-01), aangewezen personen.
2. De personen die op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-01-01&g=2013-01-01), zijn belast met het toezicht op de naleving van deze wet, kunnen na inwerkingtreding van deze wet tot drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opleggen terzake van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) of de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331).
1. Met het toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) en de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331), zijn belast de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-09-01&g=2013-09-01), aangewezen personen.
2. De personen die op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2013-09-01&g=2013-09-01), zijn belast met het toezicht op de naleving van deze wet, kunnen na inwerkingtreding van deze wet tot drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opleggen terzake van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) of de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331).
3. Op een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid blijft het recht van toepassing dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
##### Artikel 42
Een aanwijzing die is gegeven op grond van [artikel 17u van de Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331&artikel=17u), wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als een aanwijzing als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=32&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
Een aanwijzing die is gegeven op grond van [artikel 17u van de Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331&artikel=17u), wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als een aanwijzing als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=32&z=2013-09-01&g=2013-09-01).
##### Artikel 43
@@ -878,7 +872,7 @@
##### Artikel 42a
De [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=19&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=20&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=22&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [33 tot en met 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=33&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een platform voor de veiling van emissierechten.
De [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=19&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=20&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=22&z=2013-09-01&g=2013-09-01), [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=23&z=2013-09-01&g=2013-09-01) en [33 tot en met 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=33&z=2013-09-01&g=2013-09-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een platform voor de veiling van emissierechten.
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
@@ -886,7 +880,7 @@
##### Artikel 2a
1. Ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme verricht een instelling cliëntenonderzoek en meldt zij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transacties overeenkomstig de bij of krachtens de [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01) gestelde regels. Daarbij besteedt een instelling bijzondere aandacht aan ongebruikelijke transactiepatronen en aan transacties die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen.
1. Ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme verricht een instelling cliëntenonderzoek en meldt zij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transacties overeenkomstig de bij of krachtens de [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&z=2013-09-01&g=2013-09-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&z=2013-09-01&g=2013-09-01) gestelde regels. Daarbij besteedt een instelling bijzondere aandacht aan ongebruikelijke transactiepatronen en aan transacties die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen.
2. Een instelling treft adequate maatregelen ter voorkoming van risico’s op witwassen en financieren van terrorisme die kunnen ontstaan door het gebruik van nieuwe technologieën in het economisch verkeer.
2013-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2012-10-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2012-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2012-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2011-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2011-04-30
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2009-11-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2009-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2009-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2008-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2008-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — ver
original version
Tekst op deze datum