Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 15 juli 2008, houdende samenvoeging van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme)

37 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2025-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2025-03-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2025-02-04
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2024-09-06
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2022-11-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2022-10-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2022-07-07
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2022-01-28
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2021-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2021-06-30
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2021-05-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-10-15
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-09-27
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-07-10
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-07-08
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2020-05-21
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2020-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2019-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2018-07-25
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2016-08-11
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2016-04-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2015-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2014-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2014-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2013-09-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2013-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2012-10-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2012-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2012-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2011-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2011-04-30
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2009-11-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2009-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2009-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2008-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.

Wijzigingen op 2008-08-01

@@ -691,967 +691,3 @@
### Categorie-indeling
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
##### Artikel 42a
De [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=19&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=20&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=23&z=2012-01-01&g=2012-01-01) en [33 tot en met 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2012-01-01&g=2012-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een platform voor de veiling van emissierechten.
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
##### Artikel 2a
1. Ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme verricht een instelling cliëntenonderzoek en meldt zij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transacties overeenkomstig de bij of krachtens de [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01) gestelde regels. Daarbij besteedt een instelling bijzondere aandacht aan ongebruikelijke transactiepatronen en aan transacties die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen.
2. Een instelling treft adequate maatregelen ter voorkoming van risico’s op witwassen en financieren van terrorisme die kunnen ontstaan door het gebruik van nieuwe technologieën in het economisch verkeer.
### Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende cliëntenonderzoek
#### § 2.1. Cliëntenonderzoek
#### § 2.2. Vereenvoudigd cliëntenonderzoek
#### § 2.3. Verscherpt cliëntenonderzoek
#### § 2.4. Uitbesteding van cliëntenonderzoek
#### § 2.5. Documenten die voor de verificatie van de identiteit gebruikt kunnen worden
### Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende het melden van ongebruikelijke transacties
#### § 3.1. De Financiële inlichtingen eenheid
#### § 3.2. De Meldingsplicht
#### § 3.3. Vrijwaring
#### § 3.4. De Commissie inzake de meldingsplicht ongebruikelijke transacties
#### § 3.5. Geheimhouding
### Hoofdstuk 4. Bepalingen betreffende toezicht en handhaving
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
#### § 5.1. Gegevens met betrekking tot cliëntenonderzoek
#### § 5.2. Gegevens met betrekking tot een ongebruikelijke transactie
#### § 5.3. Opleiding
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
#### § 1.1. Begrips- en reikwijdtebepalingen
##### Artikel 1a
1. Deze wet is van toepassing op banken en andere financiële ondernemingen, alsmede op de ingevolge het vierde lid aangewezen natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten.
2. Als bank wordt aangemerkt een bank als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1), niet zijnde een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap waarvoor op grond van [artikel 2:11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:11), of [artikel 2:16, vierde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:16) geen vergunning tot uitoefening van het bedrijf van bank vereist is, of een bijkantoor in Nederland van een bank met zetel buiten Nederland.
3. Als andere financiële ondernemingen worden aangemerkt:
- a. degenen die, geen bank zijnde, in hoofdzaak hun bedrijf maken van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden opgenomen onder de punten 2, 3, 5, 6, 9, 10, 12 en 14 van bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten;
- b. degenen die, geen bank zijnde, in hoofdzaak hun bedrijf maken van het verrichten van betaaldiensten als bedoeld in bijlage I bij de richtlijn betaaldiensten;
- c. beleggingsondernemingen als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- d. beleggingsinstellingen als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- e. elektronischgeldinstellingen als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) voor zover deze andere transacties verrichten dan bedoeld in [artikel 1:5a, tweede lid, onderdeel k, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:5a);
- f. wisselinstellingen als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- g. levensverzekeraars als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) met uitzondering van levensverzekeraars die uitsluitend het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in dat artikel uitoefenen;
- h. icbe’s als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- i. financiële dienstverleners als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) voor zover deze bemiddelen in levensverzekeringen;
- j. betaaldienstagenten als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- k. bijkantoren in Nederland van andere financiële ondernemingen als bedoeld onder a tot en met i, met zetel buiten Nederland.
4. Als natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten waarop deze wet van toepassing is worden aangewezen:
- a. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als belastingadviseur zelfstandig onafhankelijk beroepsactiviteiten uitoefenen, dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, voor zover zij anderszins zelfstandig onafhankelijk daarmee vergelijkbare activiteiten beroeps- of bedrijfsmatig verrichten;
- b. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als externe registeraccountant of externe accountant-administratieconsulent zelfstandig onafhankelijk beroepsactiviteiten waaronder forensische accountancy uitoefenen, dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, voor zover die anderszins zelfstandig onafhankelijk daarmee vergelijkbare activiteiten beroeps- of bedrijfsmatig verrichten;
- c. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als advocaat:
- 1°. zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig advies geven of bijstand verlenen bij:
- i. het aan- of verkopen van registergoederen;
- ii. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden;
- iii. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2);
- iv. het aan- of verkopen van aandelen in, of het geheel of gedeeltelijk aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen, vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2);
- v. werkzaamheden op fiscaal gebied die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van de in onderdeel a beschreven beroepsgroepen;
- vi. het vestigen van een recht van hypotheek op een registergoed; of
- 2°. zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig optreden in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële transactie of onroerende zaaktransactie;
- d. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris:
- 1°. zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig advies geven of bijstand verlenen bij:
- i. het aan- of verkopen van registergoederen;
- ii. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden;
- iii. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in [artikel 2, eerstel lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2);
- iv. het aan- of verkopen van aandelen in, of het geheel of gedeeltelijk aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen, vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2);
- v. werkzaamheden op fiscaal gebied die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van de in onderdeel a beschreven beroepsgroepen;
- vi. het vestigen van een recht van hypotheek op een registergoed; of
- 2°. zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig optreden in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële transactie of onroerende zaaktransactie;
- e. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die in de uitoefening van een aan dat van advocaat, notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf de in onderdeel c of d genoemde werkzaamheden verrichten;
- f. trustkantoren als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht trustkantoren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016189&artikel=1);
- g. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig een adres of postadres ter beschikking stellen, niet zijnde een trustkantoor als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht trustkantoren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016189&artikel=1);
- h. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig bemiddelen bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten inzake onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen, of inzake koop en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen;
- i. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat;
- j. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig gelegenheid geven als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de kansspelen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002469&artikel=1) of die activiteiten verrichten als bedoeld in [artikel 7a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002469&artikel=7a), [30b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002469&artikel=30b), [30h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002469&artikel=30h) of [30z van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002469&artikel=30z).
- k. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig taxaties uitvoeren van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;
- l. pandhuizen als bedoeld in [artikel 131, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=131);
- m. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie beroepen of personen.
5. Deze wet is niet van toepassing op belastingadviseurs als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, en personen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, d en e, voor zover zij voor een cliënt werkzaamheden verrichten betreffende de bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.
6. Indien een beleggingsinstelling als bedoeld in het derde lid, onderdeel d, een beleggingsmaatschappij met aparte beheerder is of een beleggingsfonds of indien een icbe als bedoeld in het derde lid, onderdeel h, een fonds voor collectieve belegging in effecten of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten met aparte beheerder is, draagt de beheerder van de betreffende instelling zorg voor de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels door de instelling.
##### Artikel 1b
1. Bij regeling van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen instellingen als bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25), zo nodig onder het stellen van aanvullende regels, geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, indien, rekening houdend met de aard en de omvang van de te verlenen diensten, voor die instellingen een bewezen laag risico op witwassen en financieren van terrorisme bestaat.
2. Geen vrijstelling kan worden verleend aan instellingen als bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25), die activiteiten verrichten als bedoeld in [artikel 27g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002469&artikel=27g) of [31 van de Wet op de kansspelen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002469&artikel=31).
##### Artikel 1c
1. Onze Minister van Financiën kan, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, ontheffing verlenen van de bij of krachtens deze wet gestelde regels aan instellingen die incidenteel of in zeer beperkte mate financiële werkzaamheden verrichten, indien er een bewezen laag risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. Aan een ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
2. Onze Minister van Financiën kan een op grond van het eerste lid verleende ontheffing wijzigen, geheel of gedeeltelijk intrekken of beperken, dan wel daaraan nadere voorschriften verbinden, indien:
- a. is gebleken dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
- b. de houder van een ontheffing omstandigheden of feiten heeft verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop de ontheffing werd verleend zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, de ontheffing zou zijn geweigerd;
- c. de houder van een ontheffing niet langer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel niet meer voldoet aan de aan de ontheffing verbonden voorschriften of de gestelde beperkingen niet naleeft.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen, wijzigen, intrekken of beperken van een ontheffing.
##### Artikel 1d
1. Met de uitvoering en handhaving van deze wet zijn belast:
- a. de Nederlandsche Bank N.V.: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in [artikel 1a, tweede lid, derde lid, onderdeel a, b, e, f, g en j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25), of bijkantoren van dergelijke instellingen met zetel buiten Nederland, alsmede instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel f;
- b. de Stichting Autoriteit Financiële Markten: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in [artikel 1a, derde lid, onderdeel c, d, h en i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25) of bijkantoren van dergelijke instellingen met zetel buiten Nederland, alsmede beheerders als bedoeld in artikel 1a, zesde lid;
- c. het Bureau Financieel Toezicht: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel a, b, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25);
- d. de deken, bedoeld in [artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002093&artikel=22): voor zover het betreft instellingen als bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25);
- e. Onze Minister van Financiën: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel g, h, i, k en l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25);
- f. de kansspelautoriteit: voor zover het betreft instellingen als bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25).
2. De Nederlandsche Bank N.V. is belast met de uitvoering en handhaving van de verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie.
3. De Stichting Autoriteit Financiële Markten is belast met de uitvoering en handhaving van de verordening inzake de veiling van broeikasgasemissierechten.
4. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen kunnen, indien een verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betrekking heeft op een onderwerp dat verband houdt met de voorkoming van witwassen of financieren van terrorisme, bij algemene maatregel van bestuur tevens worden belast met de uitvoering en handhaving van de bij of krachtens die verordening gestelde regels.
5. De bij of krachtens een verordening als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid gestelde regels worden voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met bij of krachtens deze wet gestelde regels.
6. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen oefenen hun taak uit op een risico gebaseerde en effectieve wijze en nemen artikel 48, zesde tot en met achtste lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn daarbij in acht.
7. Bij regeling van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de taakuitoefening van de op grond van dit artikel bevoegde bestuursorganen, met uitzondering van de deken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
##### Artikel 1e
Bij regeling van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen banken die deel uitmaken van een groep banken die blijvend is aangesloten bij een centrale kredietinstelling die controle uitoefent op de bedrijfsvoering en uitbesteding van die banken worden vrijgesteld van het toezicht door de Nederlandsche Bank N.V., indien de centrale kredietinstelling toezicht houdt op die groep banken en in voldoende mate bevoegd is voor de naleving van deze wet noodzakelijke instructies te geven aan die banken. Aan deze vrijstelling kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
##### Artikel 1f
Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk publiceren elke twee jaar een verslag van de geïdentificeerde, geanalyseerde en beoordeelde nationale risico’s op witwassen en het financieren van terrorisme, bedoeld in artikel 7 van de vierde anti-witwasrichtlijn.
##### Artikel 2b
1. Een instelling neemt maatregelen om haar risico’s op witwassen en financieren van terrorisme vast te stellen en te beoordelen, waarbij de maatregelen in verhouding staan tot de aard en de omvang van de instelling.
2. Bij het vaststellen en beoordelen van de risico’s, bedoeld in het eerste lid, houdt de instelling in ieder geval rekening met de risicofactoren die verband houden met het type cliënt, product, dienst, transactie en leveringskanaal en met landen of geografische gebieden.
3. Een instelling legt de resultaten van het vaststellen en beoordelen van haar risico’s vast, houdt deze actueel en verstrekt deze resultaten desgevraagd aan de toezichthoudende autoriteit.
4. De toezichthoudende autoriteit kan ontheffing verlenen van het eerste tot en met derde lid, indien de instelling behoort tot een sector waarvan de inherente specifieke risico’s op witwassen en financieren van terrorisme duidelijk en inzichtelijk zijn.
##### Artikel 2c
1. Een instelling beschikt over gedragslijnen, procedures en maatregelen om de risico’s op witwassen en financieren van terrorisme en de risico’s die zijn geïdentificeerd in de meest recente versies van de supranationale risicobeoordeling en de nationale risicobeoordeling te beperken en effectief te beheersen.
2. De gedragslijnen, procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn evenredig aan de aard en de omvang van de instelling en hebben ten minste betrekking op de naleving van de bepalingen in [hoofdstuk 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&z=2018-07-25&g=2018-07-25), [paragraaf 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&z=2018-07-25&g=2018-07-25), [1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.3&z=2018-07-25&g=2018-07-25), [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&z=2018-07-25&g=2018-07-25), [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&z=2018-07-25&g=2018-07-25), [paragraaf 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&z=2018-07-25&g=2018-07-25) en [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&z=2018-07-25&g=2018-07-25).
3. De gedragslijnen, procedures en maatregelen behoeven de goedkeuring van de personen die het dagelijks beleid van een instelling bepalen.
4. Een instelling draagt zorg voor een systematische toetsing van de gedragslijnen, procedures en maatregelen en draagt waar nodig zorg voor een bijstelling hiervan.
##### Artikel 2d
1. Indien het dagelijks beleid van een instelling wordt bepaald door twee of meer personen, wijst een instelling één van de personen die het dagelijks beleid van de instelling bepalen aan die is belast met de verantwoordelijkheid voor de naleving door de instelling van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
2. Voor zover passend bij de aard en omvang van de instelling, beschikt een instelling over een onafhankelijke en effectieve compliancefunctie.
3. De compliancefunctie is gericht op het controleren van de naleving van wettelijke regels en interne regels die de instelling zelf heeft opgesteld en omvat onder meer de taak die strekt tot het verstrekken van de gegevens, bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2018-07-25&g=2018-07-25), aan de Financiële inlichtingen eenheid.
4. Indien van toepassing en voor zover passend bij de aard en de omvang van de instelling, draagt een instelling er zorg voor dat op onafhankelijke wijze een auditfunctie wordt uitgeoefend ten aanzien van haar werkzaamheden. De auditfunctie controleert de naleving door een instelling van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en de uitoefening van de compliancefunctie.
##### Artikel 2e
1. Een instelling als bedoeld in [artikel 1a, derde lid, onderdeel b of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25), met hoofdkantoor in een andere lidstaat en met vestigingen niet zijnde bijkantoren in Nederland, wijst in Nederland op verzoek van de toezichthoudende autoriteit een centraal contactpunt aan met het oog op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels.
2. Het centraal contactpunt bewerkstelligt namens de instelling en met inachtneming van het bepaalde op grond van artikel 45, elfde lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn, de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en draagt zorg voor het aanleveren van de door de toezichthoudende autoriteit op grond van deze wet verzochte informatie.
3. De toezichthoudende autoriteit kan een instelling verzoeken een centraal contactpunt als bedoeld in het eerste lid aan te wijzen in de op grond van artikel 45, elfde lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn aangewezen gevallen.
##### Artikel 2f
1. Een instelling die deel uitmaakt van een groep past de op het niveau van de groep geldende gedragslijnen en procedures op effectieve wijze toe, voor zover die voldoen aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels.
2. Een instelling draagt tevens zorg voor een effectieve toepassing van de in het eerste lid bedoelde gedragslijnen en procedures door haar bijkantoren of meerderheidsdochterondernemingen met zetel buiten Nederland.
3. Onder de gedragslijnen en procedures, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden in ieder geval verstaan gedragslijnen en procedures inzake gegevensbescherming en gedragslijnen en procedures voor het delen van informatie binnen de groep, voor zover deze gegevens en informatie betrekking hebben op het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme.
4. Indien het recht van een betrokken staat die geen lidstaat is in de weg staat aan de toepassing van het tweede lid, stelt de instelling de toezichthoudende autoriteit hiervan in kennis en ziet de instelling er op toe dat het bijkantoor of de meerderheidsdochteronderneming aanvullende maatregelen neemt om het risico op witwassen en financieren van terrorisme doeltreffend te beheersen. Indien van toepassing neemt zij hierbij het bepaalde op grond van artikel 45, zevende lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn in acht.
5. Indien de aanvullende maatregelen, bedoeld in het vierde lid, onvoldoende zijn, neemt de toezichthoudende autoriteit aanvullende toezichtmaatregelen, waarbij onder meer wordt verlangd dat de groep geen zakelijke relaties aangaat of die relaties beëindigt en geen transacties uitvoert, dan wel waarbij de groep, indien nodig, wordt verzocht haar bedrijfsactiviteiten in de betrokken staat te beëindigen.
##### Artikel 3a
1. In aanvulling op [artikel 3, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2018-07-25&g=2018-07-25), stelt het cliëntenonderzoek een bank of andere financiële onderneming in staat om onverwijld nadat een begunstigde van een levensverzekering is geïdentificeerd of aangewezen:
- a. de naam van de persoon vast te leggen, indien de begunstigde als met name genoemde natuurlijke persoon of rechtspersoon of juridische constructie is geïdentificeerd;
- b. voldoende informatie in te winnen betreffende de begunstigde om ervan overtuigd te zijn dat op het tijdstip van uitbetaling de identiteit van de begunstigde kan worden vastgesteld, indien de begunstigde door middel van kenmerken of naar categorie of anderszins is aangewezen.
2. Verificatie van de identiteit van de begunstigde, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats op het tijdstip van uitbetaling van de levensverzekering.
3. Indien een levensverzekering aan een derde wordt overgedragen, identificeert een bank of andere financiële onderneming die op de hoogte is van de overdracht de uiteindelijk belanghebbende op het tijdstip van de overdracht aan de natuurlijke persoon, rechtspersoon of juridische constructie die de waarde van de overgedragen polis te eigen voordele ontvangt.
#### § 2.3. Verscherpt cliëntenonderzoek
#### § 2.4. Uitbesteding van cliëntenonderzoek
### Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende het melden van ongebruikelijke transacties
#### § 3.1. De Financiële inlichtingen eenheid
##### Artikel 13a
1. Ten behoeve van de uitoefening van haar taken op grond van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2018-07-25&g=2018-07-25), werkt de Financiële inlichtingen eenheid zoveel mogelijk samen met de financiële inlichtingen eenheden van andere lidstaten.
2. De Financiële inlichtingen eenheid wisselt met een financiële inlichtingen eenheid van een andere lidstaat, uit eigen beweging of op verzoek van die andere financiële inlichtingen eenheid en zo nodig onder het stellen van voorwaarden of beperkingen, alle beschikbare informatie uit die relevant kan zijn voor de verwerking of de analyse door die financiële inlichtingen eenheid van informatie met betrekking tot witwassen of financieren van terrorisme en de betrokken natuurlijke of rechtspersonen.
3. De informatie, bedoeld in het tweede lid, wordt ook uitgewisseld indien:
- a. op het tijdstip van uitwisseling niet is vastgesteld welk basisdelict bij de te analyseren of de te verwerken informatie is betrokken;
- b. de definitie van een betrokken misdrijf van fiscale aard in de andere lidstaat anders is dan naar Nederlands recht omschreven.
4. Een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt door de Financiële inlichtingen eenheid in behandeling genomen, indien:
- a. het verzoek de relevante feiten en achtergrondinformatie bevat; en
- b. in het verzoek uiteen is gezet wat de redenen zijn voor het verzoek en hoe de gevraagde informatie zal worden gebruikt.
5. Indien een verzoek als bedoeld in het tweede lid in behandeling wordt genomen, gebruikt de Financiële inlichtingen eenheid voor het vergaren van de verzochte informatie al haar bevoegdheden op grond van deze wet en verstrekt zij de verzochte informatie onverwijld aan de financiële inlichtingen eenheid van de andere lidstaat.
6. Aan een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt niet voldaan indien het verstrekken van de gevraagde informatie zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet.
7. Indien een financiële inlichtingen eenheid van een andere lidstaat verzoekt om toestemming voor het delen van informatie afkomstig van de Financiële inlichtingen eenheid met bevoegde autoriteiten in een andere lidstaat, verstrekt de Financiële inlichtingen eenheid deze toestemming onverwijld en zo ruim mogelijk, tenzij het verlenen van toestemming:
- a. niet past binnen het kader van de wetgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
- b. strijdig is met wettelijke bepalingen;
- c. een strafrechtelijk onderzoek kan schaden; of
- d. de belangen van natuurlijke of rechtspersonen op wie de informatie betrekking heeft onevenredig kan schaden.
8. Indien het verstrekken van informatie of het verlenen van toestemming op grond van het zesde lid, respectievelijk het zevende lid, wordt geweigerd, wordt dit gemotiveerd kenbaar gemaakt aan de financiële inlichtingen eenheid die om de informatie of toestemming heeft verzocht.
##### Artikel 13b
1. De Financiële inlichtingen eenheid kan, ten behoeve van haar taken, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2018-07-25&g=2018-07-25), een financiële inlichtingen eenheid van een andere lidstaat verzoeken om informatie die relevant kan zijn voor de verwerking of de analyse van informatie met betrekking tot witwassen of financieren van terrorisme en de betrokken natuurlijke of rechtspersonen, indien zij daarbij ten minste de volgende informatie verstrekt:
- a. relevante feiten en achtergrondinformatie bij het verzoek;
- b. de redenen voor het verzoek; en
- c. de wijze waarop de verzochte informatie zal worden gebruikt.
2. De Financiële inlichtingen eenheid gebruikt informatie die zij heeft ontvangen van een financiële inlichtingen eenheid van een andere lidstaat uitsluitend indien:
- a. het gebruik van de informatie noodzakelijk is voor het vervullen van haar taken, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2018-07-25&g=2018-07-25);
- b. het gebruik van de informatie alleen plaatsvindt voor het doel waarvoor de informatie is gevraagd of verstrekt, dan wel met voorafgaande toestemming van de financiële inlichtingen eenheid die de informatie heeft verstrekt; en
- c. wordt voldaan aan de beperkingen en voorwaarden die aan het gebruik van de informatie zijn gesteld door de financiële inlichtingen eenheid die de informatie heeft verstrekt.
3. Informatie afkomstig van een financiële inlichtingen eenheid van een andere lidstaat wordt door de Financiële inlichtingen eenheid niet zonder voorafgaande toestemming van die financiële inlichtingen eenheid verstrekt aan de personen, bedoeld in [artikel 13, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2018-07-25&g=2018-07-25).
##### Artikel 13c
1. De Financiële inlichtingen eenheid werkt bij de toepassing van geavanceerde technologieën samen met de financiële inlichtingen eenheden van andere lidstaten. Deze technologieën stellen de Financiële inlichtingen eenheid in staat om, onder de voorwaarden gesteld in de [artikelen 13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13a&z=2018-07-25&g=2018-07-25) en [13b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13b&z=2018-07-25&g=2018-07-25), anoniem verbanden te leggen tussen de eigen gegevens en de gegevens van andere financiële inlichtingen eenheden, zodat personen die in verband worden gebracht met witwassen en het financieren van terrorisme kunnen worden opgespoord en hun opbrengsten en geldmiddelen kunnen worden geïdentificeerd.
2. De Financiële inlichtingen eenheid maakt voor de contacten met de financiële inlichtingen eenheden van de andere lidstaten gebruik van beschermde kanalen.
##### Artikel 14a
1. In het kader van haar taak op grond van [artikel 13, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2018-07-25&g=2018-07-25), kan de Financiële inlichtingen eenheid op verzoek informatie verstrekken aan de in dat onderdeel bedoelde personen, indien het verzoek betrekking heeft op aangelegenheden die verband houden met witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten, of financieren van terrorisme.
2. De Financiële inlichtingen eenheid kan een verzoek om informatie als bedoeld in het eerste lid weigeren indien zwaarwegende belangen zich tegen het verstrekken van informatie verzetten.
3. De toezichthoudende autoriteit en de personen, bedoeld in [artikel 13, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2018-07-25&g=2018-07-25), informeren de Financiële inlichtingen eenheid over de wijze waarop gebruik is gemaakt van de overeenkomstig dit artikel verstrekte informatie en over het resultaat van de op grond van deze informatie uitgevoerde onderzoeken of inspecties.
#### § 3.2. De Meldingsplicht
##### Artikel 16a
Een melding als bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2018-07-25&g=2018-07-25) die betrekking heeft op een andere lidstaat, wordt door de Financiële inlichtingen eenheid onverwijld gedeeld met de financiële inlichtingen eenheid van die lidstaat, tenzij het verstrekken van de melding:
- a. strijdig is met een wettelijk voorschrift;
- b. een strafrechtelijk onderzoek kan schaden;
- c. de belangen van natuurlijke of rechtspersonen op wie de informatie betrekking heeft onevenredig kan schaden.
##### Artikel 18a
Ten behoeve van de naleving van de in de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2018-07-25&g=2018-07-25) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2018-07-25&g=2018-07-25) opgenomen verplichtingen, zijn de instellingen, bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25), niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in [artikel 11a van de Advocatenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002093&artikel=11a) en zijn de instellingen, bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel d, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht in [artikel 22 van de Wet op het notarisambt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010388&artikel=22).
#### § 3.3. Vrijwaring
##### Artikel 20a
Een instellingen beschikt over adequate voorzieningen, die passend zijn bij de aard en omvang van de instelling en die het hun werknemers of personen in een vergelijkbare positie mogelijk maken om een overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels intern en op anonieme wijze te melden via een specifiek, onafhankelijk kanaal, dat passend is ten opzichte van de aard en omvang van de instelling.
##### Artikel 20b
Een instelling mag een persoon die voor haar werkzaam is en die te goeder trouw en naar behoren namens de instelling aan de Financiële inlichtingen eenheid een melding doet als bedoeld in [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2018-07-25&g=2018-07-25), aan de Financiële inlichtingen eenheid gegevens of inlichtingen verstrekt als bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2018-07-25&g=2018-07-25), of intern binnen de instelling een overtreding van het in deze wet bepaalde meldt als bedoeld in [artikel 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=20a&z=2018-07-25&g=2018-07-25), niet benadelen.
##### Artikel 23a
Onverminderd [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=23&z=2018-07-25&g=2018-07-25), deelt een instelling informatie over een melding ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2018-07-25&g=2018-07-25) door die instelling binnen de groep, tenzij door de Financiële inlichtingen eenheid anders wordt bepaald.
#### § 4.1. Toezicht op de naleving en samenwerking
#### § 4.2. Handhavingsbevoegdheden
##### Artikel 32a
De toezichthoudende autoriteit kan in afwijking van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=31&z=2018-07-25&g=2018-07-25) een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste tweemaal het bedrag van het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen.
##### Artikel 32b
1. Indien tegen een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete bezwaar, beroep of hoger beroep wordt aangetekend, schorst dit de verplichting tot betaling van de boete totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep of hoger beroep is ingesteld, op het beroep of hoger beroep is beslist.
2. De schorsing van de verplichting tot betaling schorst niet de berekening van de wettelijke rente.
##### Artikel 32c
1. Bij een overtreding die beboetbaar is met een boete gerangschikt in de tweede of derde boetecategorie, bedoeld in [artikel 31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=31&z=2018-07-25&g=2018-07-25), kan de toezichthoudende autoriteit de overtreder de bevoegdheid ontzeggen om bij een instelling als bedoeld in [artikel 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25) beleidsbepalende functies uit te oefenen.
2. Indien de overtreding, bedoeld in het eerste lid, is begaan door een rechtspersoon, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daar feitelijk leiding aan hebben gegeven.
3. Een ontzegging als bedoeld in het eerste lid kan worden opgelegd voor de duur van ten hoogste een jaar en eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.
##### Artikel 32d
1. De toezichthoudende autoriteit kan ten aanzien van vestigingen als bedoeld in [artikel 2e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.3&artikel=2e&z=2018-07-25&g=2018-07-25), passende en evenredige maatregelen nemen om ernstige gebreken die onmiddellijke maatregelen vereisen, te adresseren.
2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn van tijdelijke aard en worden beëindigd wanneer de geconstateerde gebreken zijn hersteld.
#### § 4.3. Publicatiebevoegdheden toezichthoudende autoriteit
##### Artikel 32e
De toezichthoudende autoriteit kan een waarschuwing of verklaring publiceren, onder vermelding van de overtreding en de overtreder, bij overtreding van de in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=30&z=2018-07-25&g=2018-07-25) bedoelde voorschriften, voor zover deze overtreding beboetbaar is met een boete gerangschikt in de tweede of derde boetecategorie, bedoeld in [artikel 31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=31&z=2018-07-25&g=2018-07-25).
##### Artikel 32f
1. De toezichthoudende autoriteit maakt een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie ingevolge deze wet openbaar. De openbaarmaking geschiedt zodra het besluit onherroepelijk is geworden.
2. Indien tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid bezwaar, beroep of hoger beroep is ingesteld, wordt de uitkomst daarvan tezamen met het besluit openbaar gemaakt.
3. In aanvulling op [artikel 5:2, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:2) wordt onder bestuurlijke sanctie mede verstaan: het door de toezichthoudende autoriteit wegens een overtreding beëindigen of beperken van een recht of bevoegdheid alsmede het opleggen van een verbod.
4. In afwijking van het eerste lid maakt de toezichthoudende autoriteit een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete zo spoedig mogelijk openbaar, indien het een bestuurlijke boete betreft ter zake een overtreding van een voorschrift dat op grond van [artikel 31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=31&z=2018-07-25&g=2018-07-25), is gerangschikt in de derde categorie.
5. De toezichthoudende autoriteit maakt in afwijking van het eerste lid een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom ingevolge deze wet zo spoedig mogelijk openbaar, indien een dwangsom wordt verbeurd.
6. De toezichthoudende autoriteit maakt de indiening van een bezwaar of de instelling van een beroep of hoger beroep tegen een besluit als bedoeld in het vierde of vijfde lid, alsmede de beslissing op bezwaar en de uitkomst van dat beroep of hoger beroep, zo spoedig mogelijk openbaar, tenzij het besluit op grond van [artikel 32g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32g&z=2018-07-25&g=2018-07-25) niet openbaar is gemaakt.
7. Een besluit dat ingevolge het eerste, vierde of vijfde lid openbaar is gemaakt, blijft, tenzij bij wettelijk voorschrift anders bepaald, gedurende een periode van vijf jaar na bekendmaking beschikbaar op de website van de toezichthoudende autoriteit, met uitzondering van de persoonsgegevens die deel uitmaken van het besluit indien enig wettelijk voorschrift daaraan in de weg staat.
##### Artikel 32g
1. Openbaarmaking op grond van [artikel 32f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32f&z=2018-07-25&g=2018-07-25) wordt uitgesteld of geschiedt in zodanige vorm dat de openbaar te maken gegevens niet herleidbaar zijn tot afzonderlijke personen voor zover:
- a. die gegevens herleidbaar zijn tot een natuurlijke persoon en bekendmaking van zijn persoonsgegevens onevenredig zou zijn;
- b. betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend;
- c. een lopend strafrechtelijk onderzoek of een lopend onderzoek door de personen, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=24&z=2018-07-25&g=2018-07-25), naar mogelijke overtredingen zou worden ondermijnd; of
- d. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht.
2. Openbaarmaking op grond van [artikel 32f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32f&z=2018-07-25&g=2018-07-25) blijft achterwege, indien openbaarmaking overeenkomstig het eerste lid:
- a. onevenredig zou zijn gezien de geringe ernst van de overtreding, tenzij het een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete betreft; of
- b. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou brengen.
##### Artikel 32h
1. Alvorens over te gaan tot openbaarmaking van gegevens die tot afzonderlijke personen herleidbaar zijn op grond van deze paragraaf, neemt de toezichthoudende autoriteit een besluit tot openbaarmaking. Dit besluit bevat de openbaar te maken gegevens en de wijze en termijn waarop de openbaarmaking zal plaatsvinden.
2. Onverminderd [artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:11) kan de toezichthoudende autoriteit bij het nemen van een besluit op grond van [artikel 32e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32e&z=2018-07-25&g=2018-07-25) de toepassing van [artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) achterwege laten, indien van de betrokken persoon geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.
##### Artikel 32i
1. De toezichthoudende autoriteit gaat pas over tot openbaarmaking op grond van [artikel 32e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32e&z=2018-07-25&g=2018-07-25) of [32f, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32f&z=2018-07-25&g=2018-07-25), nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop de betrokken persoon van het besluit tot het publiceren van een waarschuwing of verklaring in kennis is gesteld of het besluit tot opleggen van een boete of last onder dwangsom aan hem bekend is gemaakt.
2. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in [artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:81) om openbaarmaking op grond van deze paragraaf te voorkomen, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
3. De toezichthoudende autoriteit beëindigt het openbaar beschikbaar houden van gegevens die tot afzonderlijke personen herleidbaar zijn op grond van [artikel 32e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32e&z=2018-07-25&g=2018-07-25) en [32f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32f&z=2018-07-25&g=2018-07-25) onverwijld voor zover:
- a. het besluit tot openbaarmaking wordt ingetrokken;
- b. het besluit tot openbaarmaking door de bestuursrechter onherroepelijk wordt vernietigd.
4. In de gevallen bedoeld in het derde lid, biedt de toezichthoudende autoriteit de belanghebbende aan de intrekking of de vernietiging openbaar te maken.
##### Artikel 32j
1. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in [artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:81) om openbaarmaking op grond van deze paragraaf te voorkomen, vindt het onderzoek ter zitting plaats met gesloten deuren.
2. Indien de voorzieningenrechter openbaarmaking op grond van deze paragraaf heeft verboden, of indien op grond van [artikel 32g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32g&z=2018-07-25&g=2018-07-25) nog geen tot personen herleidbare openbaarmaking heeft plaatsgevonden, vindt het horen van belanghebbenden ter zake van het bezwaar tegen het besluit tot openbaarmaking of het besluit tot het opleggen van de bestuurlijke sanctie niet in het openbaar plaats.
3. Indien de voorzieningenrechter openbaarmaking op grond van deze paragraaf heeft verboden, of indien op grond van [artikel 32g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=32g&z=2018-07-25&g=2018-07-25) nog geen tot afzonderlijke personen herleidbare openbaarmaking heeft plaatsgevonden, en beroep of hoger beroep wordt ingesteld tegen de beslissing op het bezwaar tegen het besluit tot openbaarmaking of het besluit tot het opleggen van de bestuurlijke sanctie, vindt het onderzoek ter zitting plaats met gesloten deuren.
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
#### § 5.1. Het bewaren van bewijsstukken
#### § 5.2. Gegevensbescherming
##### Artikel 34a
1. Persoonsgegevens, verzameld op grond van deze wet, worden door een instelling alleen verwerkt met het oog op het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme en worden niet verder verwerkt voor commerciële doeleinden of andere doeleinden die niet verenigbaar zijn met dat doel.
2. Een instelling verstrekt, alvorens een zakelijke relatie aan te gaan of een incidentele transactie te verrichten, informatie aan een cliënt over de krachtens deze wet geldende verplichtingen ter zake van de verwerking van persoonsgegevens met het oog op het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme.
3. Een instelling vernietigt de persoonsgegevens die zij uit hoofde van deze wet heeft verkregen onmiddellijk na het verstrijken van de termijn, bedoeld in [artikel 33, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2018-07-25&g=2018-07-25), en [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=34&z=2018-07-25&g=2018-07-25), tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
#### § 5.3. Opleiding en kwalificaties
##### Artikel 35a
1. De instellingen, bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel a tot en met e en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2018-07-25&g=2018-07-25), voor zover zij bemiddelen bij het tot stand brengen en sluiten van overeenkomsten inzake onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen, verstrekken op verzoek aan de toezichthoudende autoriteit een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid afgegeven verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194&artikel=28) met betrekking tot de personen die het beleid bepalen of mede bepalen, binnen een door de toezichthoudende autoriteit te stellen redelijke termijn.
2. Indien een verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de personen die het beleid bepalen of mede bepalen op grond van [artikel 35, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194&artikel=35) wordt geweigerd, nemen de instellingen, bedoeld in het eerste lid, de noodzakelijke maatregelen om te voorkomen dat deze personen een beleidsbepalende of medebeleidsbepalende functie binnen de instelling bekleden.
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
##### Artikel 22a
1. Het Bureau Financieel Toezicht is in afwijking van [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bevoegd gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak ten aanzien van een instelling als bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), te verstrekken aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van taken van de Stichting Autoriteit Financiële Markten op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
2. [Artikel 22, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
#### § 4.1. Toezicht op de naleving en samenwerking
#### § 4.2. Handhavingsbevoegdheden
#### § 4.3. Publicatiebevoegdheden toezichthoudende autoriteit
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
#### § 5.1. Het bewaren van bewijsstukken
#### § 5.2. Gegevensbescherming
#### § 5.3. Opleiding en kwalificaties
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
##### Artikel 9a
Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk stellen een lijst met de functies vast die in Nederland kwalificeren als prominente publieke functies. Deze lijst wordt actueel gehouden.
### Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende het melden van ongebruikelijke transacties
#### § 3.1. De Financiële inlichtingen eenheid
#### § 3.2. De Meldingsplicht
#### § 3.3. Vrijwaring
##### Artikel 22b
1. De toezichthoudende autoriteit, bedoeld in [artikel 1d, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1d&z=2020-05-21&g=2020-05-21), is in afwijking van [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22&z=2020-05-21&g=2020-05-21), bevoegd gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, te verstrekken aan:
- a. een andere toezichthoudende autoriteit of een toezichthoudende instantie die belast is met het toezicht op de instellingen, bedoeld in [artikel 1a, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2020-05-21&g=2020-05-21);
- b. een buitenlandse toezichthoudende instantie in een andere lidstaat die is belast met het toezicht op de instellingen, bedoeld in [artikel 1a, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2020-05-21&g=2020-05-21), of een buitenlandse toezichthoudende instantie in een derde land die belast is met het toezicht op deze instellingen en waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 57bis, vijfde lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn;
- c. de Europese Centrale Bank;
- d. de instanties genoemd in [artikel 22a, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22a&z=2020-05-21&g=2020-05-21).
2. De in het eerste lid bedoelde informatie wordt niet verstrekt indien:
- a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is;
- b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van deze wet, prudentiële regelgeving of het toezicht op de instellingen, bedoeld in [artikel 1a, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2020-05-21&g=2020-05-21);
- c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde;
- d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;
- e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of
- f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
3. [Artikel 22a, derde tot en met het vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22a&z=2020-05-21&g=2020-05-21), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 22c
1. Het Bureau Financieel Toezicht is in afwijking van [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22&z=2020-05-21&g=2020-05-21), bevoegd gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak ten aanzien van een instelling als bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2020-05-21&g=2020-05-21), te verstrekken aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van taken van de Stichting Autoriteit Financiële Markten op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
2. [Artikel 22a, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22a&z=2020-05-21&g=2020-05-21), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 3A. Registratie van aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees
##### Artikel 23b
1. Een ieder die in of vanuit Nederland beroeps- of bedrijfsmatig diensten aanbiedt voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta registreert zich bij de Nederlandsche Bank.
2. Een ieder die in of vanuit Nederland beroeps- of bedrijfsmatig bewaarportemonnees aanbiedt registreert zich bij de Nederlandsche Bank.
##### Artikel 23c
1. Een verzoek tot registratie als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. Deze gegevens kunnen betrekking hebben op:
- a. gegevens van feitelijke aard;
- b. gegevens die verband houden met de naleving van voorschriften op grond van deze wet of de [Sanctiewet 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296).
2. De Nederlandsche Bank registreert een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) binnen twee maanden na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
3. Een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) kan enkel diensten als bedoeld in dit hoofdstuk aanbieden indien hij geregistreerd is.
##### Artikel 23d
1. De Nederlandsche Bank gaat niet over tot registratie van een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) indien:
- a. de gegevens bedoeld in [artikel 23c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23c&z=2020-05-21&g=2020-05-21), niet volledig zijn;
- b. zij na verificatie van de gegevens bedoeld in [artikel 23c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23c&z=2020-05-21&g=2020-05-21), niet overtuigd is van de juistheid van deze gegevens;
- c. een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) niet voldoet aan [artikel 23h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23h&z=2020-05-21&g=2020-05-21), eerste, tweede of vierde lid.
2. DNB stelt de aanbieder onverwijld op de hoogte indien zij op grond van het eerste lid niet over gaat tot registratie.
3. De Nederlandsche Bank kan de registratie van een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) doorhalen indien:
- a. de aanbieder hierom verzoekt;
- b. de aanbieder bij het verzoek tot registratie onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens ertoe zou hebben geleid dat De Nederlandsche Bank niet tot registratie zou zijn overgegaan;
- c. de aanbieder relevante omstandigheden of feiten heeft verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop de registratie heeft plaatsgevonden zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, De Nederlandsche Bank niet zou zijn overgegaan tot registratie;
- d. de aanbieder niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet of de [Sanctiewet 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296) gestelde regels;
- e. de aanbieder niet voldoet aan de verplichting tot betaling van een bedrag op grond van de [Wet bekostiging financieel toezicht 2019](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041548);
- f. de aanbieder geen diensten heeft verleend binnen een termijn van zes maanden na registratie;
- g. de aanbieder zijn dienstverlening heeft beëindigd, dan wel zijn dienstverlening gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt;
- h. de aanbieder de onderneming ten behoeve waarvan de registratie heeft plaatsgevonden, geheel of gedeeltelijk overdraagt;
- i. de aanbieder in staat van faillissement is komen te verkeren;
- j. doorhaling of beëindiging heeft plaatsgevonden van de inschrijving van de aanbieder in het handelsregister bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=1);
- k. de aanbieder is opgehouden te bestaan.
##### Artikel 23e
1. Een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) meldt schriftelijk aan de Nederlandsche Bank een voornemen tot wijziging van:
- a. de identiteit van degenen die het beleid van de aanbieder bepalen of mede bepalen;
- b. de identiteit van degenen die al dan niet middellijk een gekwalificeerde deelneming houden in de aanbieder.
2. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid wordt niet doorgevoerd dan nadat de Nederlandsche Bank hiervoor toestemming heeft gegeven.
3. Een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) meldt onverwijld schriftelijk aan de Nederlandsche Bank een wijziging van:
- a. de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur van de groep waartoe de aanbieder behoort;
- b. de antecedenten van degenen die het beleid van de aanbieder bepalen of mede bepalen;
- c. de antecedenten van degenen die een gekwalificeerde deelneming houden in de aanbieder alsmede de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming;
- d. de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur of de bedrijfsvoering van de aanbieder;
- e. een wijziging van de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming;
- f. overige bij ministeriële regeling te bepalen gegevens.
4. De houder van een gekwalificeerde deelneming verschaft een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) alle informatie die noodzakelijk is om te voldoen aan dit artikel.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de bij de in het eerste en derde lid bedoelde kennisgeving te verstrekken gegevens.
##### Artikel 23f
1. Er is een openbaar register van aanbieders als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) die door de Nederlandsche Bank zijn geregistreerd. Het register wordt gehouden door de Nederlandsche Bank en wordt in ieder geval gepubliceerd op een daartoe geschikte website.
2. De Nederlandsche Bank verricht de inschrijving en doorhaling in het register op zodanige wijze dat uit het register is op te maken vanaf welk tijdstip, welke diensten als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) een geregistreerde aanbieder mag verrichten.
3. In het register worden ten aanzien van een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) de volgende gegevens opgenomen:
- a. de naam en het adres en, indien van toepassing, de statutaire zetel en de naam en het adres van zijn bijkantoren;
- b. de datum van inschrijving van de aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) in het register;
- c. het nummer van de inschrijving van de aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) bij de Kamer van Koophandel.
4. De Nederlandsche Bank draagt onverwijld zorg voor de inschrijving van de aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21).
5. Indien van toepassing vermeldt de Nederlandsche Bank bij doorhaling dat het desbetreffende besluit nog niet onherroepelijk is.
6. De Nederlandsche Bank versterkt aan een ieder desgevraagd, tegen betaling van de kostprijs, afschriften uit het register.
##### Artikel 23g
1. Het is een ieder die in een derde land woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft verboden beroeps- of bedrijfsmatig in Nederland diensten aan te bieden voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta.
2. Het is een ieder die in een derde land woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft verboden beroeps- of bedrijfsmatig in Nederland bewaarportemonnees aan te bieden.
3. Het verbod in het eerste onderscheidenlijk het tweede lid is niet van toepassing op een aanbieder die in een door Onze Minister aangewezen derde land woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft, waar toezicht op het uitoefenen van het beroep of bedrijf, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk het tweede lid, wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen en de aanbieder in het desbetreffende derde land onder toezicht staat.
##### Artikel 23h
1. Het beleid van een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) wordt bepaald of mede bepaald door personen die geschikt zijn in verband met de door die aanbieder verleende diensten. Indien binnen die aanbieder een orgaan belast is met het toezicht op het beleid en de algemene zaken van de aanbieder, wordt dit toezicht gehouden door personen die geschikt zijn voor de uitoefening van dit toezicht.
2. Het beleid van een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen die aanbieder een orgaan belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de aanbieder, wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.
3. De betrouwbaarheid van een persoon staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door de Nederlandsche Bank of de stichting Autoriteit Financiële Markten voor de toepassing van deze wet, de [Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368) of de [Wet toezicht trustkantoren 2018](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041583) is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
4. Indien sprake is van een gekwalificeerde deelneming wordt die gehouden door natuurlijke personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat, of in geval van een rechtspersoon, de betrouwbaarheid van de bestuurders van die rechtspersoon buiten twijfel staat.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of de betrouwbaarheid van een persoon buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen, alsmede regels met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.
##### Artikel 23i
1. Een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de aanbieder.
2. Een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur indien het recht van een staat, dat op die personen van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de aanbieder.
##### Artikel 23j
1. Een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) voert een adequaat beleid dat een integere en beheerste uitoefening van het bedrijf waarborgt, met in achtneming van de [artikelen 2 tot en met 2f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=20a&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [20b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=20b&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [23e tot en met 23j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23e&z=2020-05-21&g=2020-05-21) en [33 tot en met 35a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2020-05-21&g=2020-05-21).
2. Een aanbieder als bedoeld in [artikel 23b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23b&z=2020-05-21&g=2020-05-21) richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt, met inachtneming van de [artikelen 2 tot en met 2f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=20a&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [20b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=20b&z=2020-05-21&g=2020-05-21), [23e tot en met 23j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3A&artikel=23e&z=2020-05-21&g=2020-05-21) en [33 tot en met 35a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2020-05-21&g=2020-05-21).
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen in dit artikel. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
- a. een integere bedrijfsuitoefening, waaronder wordt verstaan het tegengaan van:
- 1°. belangenverstrengeling;
- 2°. strafbare feiten of andere wetsovertredingen door de aanbieder of zijn werknemers, die het vertrouwen in de aanbieder kunnen schaden;
- 3°. relaties met cliënten of derden, die het vertrouwen in de aanbieder kunnen schaden
- b. het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s.
### Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
#### § 4.1. Toezicht op de naleving en samenwerking
#### § 4.2. Handhavingsbevoegdheden
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
#### § 5.1. Het bewaren van bewijsstukken
#### § 5.2. Gegevensbescherming
#### § 5.3. Opleiding en kwalificaties
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
##### Artikel 10a
1. In afwijking van [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1&z=2020-07-08&g=2020-07-08), wordt in deze paragraaf onder uiteindelijk belanghebbende verstaan: de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een vennootschap of andere juridische entiteit.
2. In deze paragraaf wordt onder vennootschap of andere juridische entiteit verstaan: een in Nederland opgerichte vennootschap of andere juridische entiteit die een van de volgende rechtsvormen heeft:
- a. een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een naamloze vennootschap, niet zijnde een vennootschap die als uitgevende instelling is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten als bedoeld in [Richtlijn 2004/109/EG](32004L0109) van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van [Richtlijn 2001/34/EG](32001L0034) (PbEU 2004, L 390), dan wel aan vergelijkbare internationale standaarden met inbegrip van een 100 procent dochtermaatschappij van een dergelijke vennootschap, een Europese naamloze vennootschap met de statutaire zetel in Nederland en een Europese coöperatieve vennootschap met de statutaire zetel in Nederland;
- b. een kerkgenootschap;
- c. een vereniging, een vereniging van eigenaars, een onderlinge waarborgmaatschappij, een coöperatie of een stichting;
- d. een maatschap, een commanditaire vennootschap, een vennootschap onder firma, een rederij of een Europese economisch samenwerkingsverband;
- e. overige privaatrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=6).
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden de categorieën natuurlijke personen aangewezen die in elk geval moeten worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 10b
1. Vennootschappen en andere juridische entiteiten winnen de gegevens en de bescheiden, bedoeld in [artikel 15a, tweede, onderscheidenlijk derde lid, van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=15a), over wie hun uiteindelijk belanghebbenden zijn in en houden deze bij. Deze gegevens en bescheiden zijn toereikend, accuraat en actueel.
2. Een uiteindelijk belanghebbende verschaft de vennootschap of andere juridische entiteit alle informatie die noodzakelijk is om te voldoen aan het eerste lid.
##### Artikel 10c
1. Een instelling doet melding aan de Kamer van Koophandel van iedere discrepantie die zij aantreft tussen een gegeven omtrent een uiteindelijk belanghebbende dat zij verstrekt heeft gekregen uit het handelsregister, bedoeld in [artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=2), en de informatie over die uiteindelijk belanghebbende waarover zij uit anderen hoofde beschikt.
2. Op een melding als bedoeld in het eerste lid is het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=33), [34, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=35) en [36 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=36) van toepassing.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien een instelling op grond van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2020-07-08&g=2020-07-08) een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie meldt aan de Financiële inlichtingen eenheid.
4. Ten behoeve van de naleving van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, zijn de instellingen, bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2020-07-08&g=2020-07-08), niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in [artikel 11a van de Advocatenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002093&artikel=11a), en zijn de instellingen, bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel d, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht in [artikel 22 van de Wet op het notarisambt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010388&artikel=22).
#### § 2.5. Documenten die voor de verificatie van de identiteit gebruikt kunnen worden
### Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende het melden van ongebruikelijke transacties
#### § 3.1. De Financiële inlichtingen eenheid
#### § 3.2. De Meldingsplicht
#### § 3.4. De Commissie inzake de meldingsplicht ongebruikelijke transacties
### Hoofdstuk 3A. Registratie van aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees
### Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
#### § 4.1. Toezicht op de naleving en samenwerking
#### § 4.3. Publicatiebevoegdheden toezichthoudende autoriteit
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
#### § 5.1. Het bewaren van bewijsstukken
#### § 5.2. Gegevensbescherming
#### § 5.3. Opleiding en kwalificaties
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
##### Artikel 23bb
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder uiteindelijk belanghebbende: uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in [artikel 10a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4a&artikel=10a&z=2022-07-07&g=2022-07-07), van deze wet.
### Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
#### § 4.3. Publicatiebevoegdheden toezichthoudende autoriteit
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
#### § 5.2. Gegevensbescherming
#### § 5.3. Doorlichting, opleiding en kwalificaties
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
##### Artikel 22e
1. De toezichthoudende autoriteit, bedoeld in [artikel 1d, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1d&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is in afwijking van [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bevoegd gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak ten aanzien van een instelling als bedoeld in [artikel 1a, vierde lid, onderdeel n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), te verstrekken aan de kansspelautoriteit, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van taken van de kansspelautoriteit op grond van de [Wet op de kansspelen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002469).
2. [Artikel 22a, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 3A. Registratie van aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees
### Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
#### § 4.1. Toezicht op de naleving en samenwerking
#### § 4.2. Handhavingsbevoegdheden
#### § 4.3. Publicatiebevoegdheden toezichthoudende autoriteit
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
#### § 5.1. Het bewaren van bewijsstukken
#### § 5.3. Doorlichting, opleiding en kwalificaties
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
##### Artikel 22d
1. De toezichthoudende autoriteit verstrekt, indien zij deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in de [Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049962), in afwijking van [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22&z=2024-09-06&g=2024-09-06), aan het samenwerkingsverband gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, en die behoren tot de in [hoofdstuk 2 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049962&hoofdstuk=2) of bij algemene maatregel van bestuur op grond van die wet aangewezen categorieën, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel van dat samenwerkingsverband, tenzij naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten.
2. Indien voor de verstrekking aan bepaalde partijen op grond van de [artikelen 22 tot en met 22c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22&z=2024-09-06&g=2024-09-06) bijzondere regels gelden, geschiedt de in het eerste lid bedoelde verstrekking steeds met inachtneming van die regels.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de verstrekkingen op grond van dit artikel.
##### Artikel 23aa
In afwijking van de geheimhoudingsplicht, bedoeld in [artikel 23, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=23&z=2024-09-06&g=2024-09-06), verstrekt een instelling, indien zij deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in de [Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049962), aan het samenwerkingsverband gegevens behorend tot de in [hoofdstuk 2 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049962&hoofdstuk=2) of bij algemene maatregel van bestuur op grond van die wet aangewezen categorieën, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel van dat samenwerkingsverband, tenzij naar het oordeel van de instelling zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de verstrekkingen op grond van dit artikel.
### Hoofdstuk 3A. Registratie van aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees
### Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
#### § 4.1. Toezicht op de naleving en samenwerking
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
#### § 5.3. Doorlichting, opleiding en kwalificaties
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
#### § 1.2. Risicomanagement
##### Artikel 1g
1. Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk publiceren een verslag van de geïdentificeerde, geanalyseerde en beoordeelde nationale risico’s op witwassen en het financieren van terrorisme, bedoeld in artikel 7 van de vierde anti-witwasrichtlijn. Dit verslag wordt elke twee jaar geactualiseerd.
2. Ter voorbereiding van dit verslag publiceren Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk de statistieken, bedoeld in artikel 44 van de vierde anti-witwasrichtlijn. Deze statistieken worden jaarlijks geactualiseerd.
### Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende cliëntenonderzoek
#### § 2.1. Cliëntenonderzoek
#### § 2.2. Vereenvoudigd cliëntenonderzoek
#### § 2.5. Documenten die voor de verificatie van de identiteit gebruikt kunnen worden
### Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende het melden van ongebruikelijke transacties
#### § 3.1. De Financiële inlichtingen eenheid
##### Artikel 17a
1. De Financiële inlichtingen eenheid kan ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in[artikel 13, aanhef en onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), een instelling verzoeken het uitvoeren van een transactie of meerdere transacties gedurende een periode van ten hoogste vijf werkdagen aan te houden ingeval de Financiële inlichtingen eenheid aanwijzingen heeft dat deze transactie of transacties verband kan of kunnen houden met witwassen of financieren van terrorisme, of indien een financiële inlichtingen eenheid uit een andere staat hierom verzoekt.
2. De in het eerste lid genoemde periode kan met een termijn van ten hoogste vijf werkdagen worden verlengd indien de Financiële inlichtingen eenheid het in het eerste lid bedoelde verzoek doet op verzoek van een financiële inlichtingen eenheid van een andere staat.
3. De Financiële inlichtingen eenheid trekt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, voor het aflopen van de termijn, genoemd in het eerste en tweede lid, in zodra zulks mogelijk is.
4. De instelling waaraan overeenkomstig het eerste lid een verzoek is gedaan, geeft hieraan onverwijld gevolg.
5. Een instelling beschikt over gedragslijnen, procedures en maatregelen die haar in staat stellen te voldoen aan het vierde lid.
6. Een instelling informeert een cliënt terstond over toepassing van het vierde lid.
##### Artikel 20c
[Artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=20&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [artikel 20b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=20b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op instellingen die gevolg geven aan een verzoek als bedoeld in [artikel 17a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17a&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
#### § 3.4. De Commissie inzake de meldingsplicht ongebruikelijke transacties
#### § 3.5. Geheimhouding
### Hoofdstuk 3A. Registratie van aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees
### Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving
#### § 4.2. Handhavingsbevoegdheden
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
#### § 5.1. Het bewaren van bewijsstukken
#### § 5.2. Gegevensbescherming
#### § 5.3. Doorlichting, opleiding en kwalificaties
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
2008-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — ver
original version Tekst op deze datum