Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 15 juli 2008, houdende samenvoeging van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme)

37 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2025-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2025-03-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2025-02-04
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2024-09-06
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2022-11-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2022-10-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2022-07-07
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2022-01-28
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2021-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2021-06-30
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2021-05-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-10-15
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-09-27
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-07-10
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2020-07-08
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2020-05-21
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2020-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2019-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — art. 2
2018-07-25
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2016-08-11
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2016-04-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2015-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2014-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2014-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2013-09-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2013-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2012-10-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2012-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2012-01-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.

Wijzigingen op 2012-01-01

@@ -14,13 +14,13 @@
- a. **instelling:**
- 1°. kredietinstelling als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) die ingevolge [artikel 107, tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4° van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:107) geregistreerd is;
- 1°. bank als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) die ingevolge [artikel 107, tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4° van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:107) geregistreerd is;
- 2°. financiële instelling als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- 3°. onderneming, niet zijnde een kredietinstelling of financiële instelling, die werkzaamheden verricht die zijn opgenomen onder punt 14 van Bijlage I van [richtlijn nr. 2006/48/EG](32006L0048) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177);
- 4°. geldtransactiekantoor als bedoeld in [artikel 1 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=1), voor zover dit kantoor geldtransacties verricht als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° en 3°, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren;
- 3°. onderneming, niet zijnde een bank of financiële instelling, die werkzaamheden verricht die zijn opgenomen onder punt 14 van Bijlage I van [richtlijn nr. 2006/48/EG](32006L0048) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177);
- 4°. wisselinstelling als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1), voor zover deze wisseltransacties verricht als bedoeld in de onderdelen a en c van de definitie van het begrip wisseltransactie in dat artikel;
- 5°. levensverzekeraar als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1) met uitzondering van een levensverzekeraar die uitsluitend het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in dat artikel uitoefent;
@@ -102,23 +102,25 @@
- m. **transactie:** handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt in verband met het afnemen of het verlenen van diensten;
- n. **ongebruikelijke transactie:** transactie die ingevolge [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=15&z=2011-07-01&g=2011-07-01) als zodanig is aangemerkt;
- o. **melding:** melding als bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01);
- n. **ongebruikelijke transactie:** transactie die ingevolge [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=15&z=2012-01-01&g=2012-01-01) als zodanig is aangemerkt;
- o. **melding:** melding als bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01);
- p. **Uitvoeringsrichtlijn:** [Richtlijn nr. 2006/70/EG](32006L0070) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van [Richtlijn 2005/60/EG](32005L0060) van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde cliëntenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten (PbEU L 214);
- q. **meldpunt:** het Meldpunt ongebruikelijke transacties, bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=12&z=2011-07-01&g=2011-07-01);
- r. **bank:** een bank als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1).
- q. **meldpunt:** het Meldpunt ongebruikelijke transacties, bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=12&z=2012-01-01&g=2012-01-01);
- r. **bank:** een bank als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- s. **platform voor de veiling van emissierechten:** Platform voor de veiling van emissierechten als bedoeld in hoofdstuk VII van Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).
2. Deze wet is niet van toepassing op belastingadviseurs als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 11°, en de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 12° en 13°, voor zover zij voor een cliënt werkzaamheden verrichten betreffende de bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.
##### Artikel 2
1. Een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8°, 18° of 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft in een staat die geen lidstaat is, draagt er zorg voor dat het bijkantoor onderscheidenlijk de dochtermaatschappij cliëntenonderzoek verricht dat gelijkwaardig is aan dat, geregeld in [artikel 3, eerste tot en met het vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en gegevens met betrekking tot het cliëntenonderzoek vastlegt en bewaart op een wijze die gelijkwaardig is aan hetgeen is geregeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
2. Indien het recht van de betrokken staat toepassing van het eerste lid niet toelaat, stelt de instelling degene die ingevolge [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2011-07-01&g=2011-07-01) belast is met het toezicht op de naleving van deze wet door de instelling daarvan in kennis en neemt zij maatregelen om het risico van witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen.
1. Een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8°, 18° of 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft in een staat die geen lidstaat is, draagt er zorg voor dat het bijkantoor onderscheidenlijk de dochtermaatschappij cliëntenonderzoek verricht dat gelijkwaardig is aan dat, geregeld in [artikel 3, eerste tot en met het vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), en gegevens met betrekking tot het cliëntenonderzoek vastlegt en bewaart op een wijze die gelijkwaardig is aan hetgeen is geregeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
2. Indien het recht van de betrokken staat toepassing van het eerste lid niet toelaat, stelt de instelling degene die ingevolge [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2012-01-01&g=2012-01-01) belast is met het toezicht op de naleving van deze wet door de instelling daarvan in kennis en neemt zij maatregelen om het risico van witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen.
### Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende cliëntenonderzoek
@@ -152,7 +154,7 @@
4. Een instelling kan het cliëntenonderzoek afstemmen op de risicogevoeligheid voor witwassen of financiering van terrorisme van het type cliënt, zakelijke relatie, product of transactie.
5. Het eerste tot en met het vierde lid is niet van toepassing op trustkantoren als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, onder 10°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
5. Het eerste tot en met het vierde lid is niet van toepassing op trustkantoren als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, onder 10°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
6. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het in het eerste of tweede lid bepaalde.
@@ -160,21 +162,21 @@
##### Artikel 4
1. Een instelling voldoet aan [artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), voordat de zakelijke relatie wordt aangegaan of een incidentele transactie als bedoeld in [artikel 3, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), wordt uitgevoerd.
1. Een instelling voldoet aan [artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), voordat de zakelijke relatie wordt aangegaan of een incidentele transactie als bedoeld in [artikel 3, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), wordt uitgevoerd.
2. In afwijking van het eerste lid is het een instelling toegestaan de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende te verifiëren tijdens het aangaan van de zakelijke relatie, indien dit noodzakelijk is om de dienstverlening niet te verstoren en indien er weinig risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. In dat geval verifieert de instelling de identiteit zo spoedig mogelijk na het eerste contact met de cliënt.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is het een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), toegestaan de begunstigde van een polis te identificeren en de identiteit te verifiëren nadat de zakelijke relatie is aangegaan. In dat geval vindt het identificeren en het verifiëren van de identiteit plaats op of voor het tijdstip van uitbetaling, dan wel op of voor het tijdstip waarop de begunstigde zijn rechten krachtens de polis wil uitoefenen.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid is het een kredietinstelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), toegestaan een rekening te openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden, indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden.
5. In afwijking van het eerste en tweede lid kan een notaris of kandidaat-notaris als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 12°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende verifiëren op het moment dat identificatie op grond van [artikel 39 van de Wet op het notarisambt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010388&artikel=39) is vereist.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is het een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), toegestaan de begunstigde van een polis te identificeren en de identiteit te verifiëren nadat de zakelijke relatie is aangegaan. In dat geval vindt het identificeren en het verifiëren van de identiteit plaats op of voor het tijdstip van uitbetaling, dan wel op of voor het tijdstip waarop de begunstigde zijn rechten krachtens de polis wil uitoefenen.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid is het een bank als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), toegestaan een rekening te openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden, indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden.
5. In afwijking van het eerste en tweede lid kan een notaris of kandidaat-notaris als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 12°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende verifiëren op het moment dat identificatie op grond van [artikel 39 van de Wet op het notarisambt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010388&artikel=39) is vereist.
##### Artikel 5
1. Het is een instelling verboden een zakelijke relatie aan te gaan of een transactie uit te voeren, indien zij geen cliëntenonderzoek heeft verricht als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01) of indien het cliëntenonderzoek niet heeft geleid tot het in [artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), bedoelde resultaat. Indien de instelling reeds een zakelijke relatie met de cliënt heeft en de instelling niet kan voldoen aan het bepaalde in [artikel 3, eerste en tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), beëindigt de instelling de desbetreffende zakelijke relatie.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de gevallen als bedoeld in de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=6&z=2011-07-01&g=2011-07-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=7&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
1. Het is een instelling verboden een zakelijke relatie aan te gaan of een transactie uit te voeren, indien zij geen cliëntenonderzoek heeft verricht als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01) of indien het cliëntenonderzoek niet heeft geleid tot het in [artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), bedoelde resultaat. Indien de instelling reeds een zakelijke relatie met de cliënt heeft en de instelling niet kan voldoen aan het bepaalde in [artikel 3, eerste en tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), beëindigt de instelling de desbetreffende zakelijke relatie.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de gevallen als bedoeld in de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=6&z=2012-01-01&g=2012-01-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=7&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
3. Het is een bank verboden een correspondentbankrelatie aan te gaan of voort te zetten met een shellbank of met een bank waarvan bekend is dat deze een shellbank toestaat van haar rekeningen gebruik te maken.
@@ -182,11 +184,11 @@
##### Artikel 6
1. [Artikel 3, eerste lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), zijn niet van toepassing ten aanzien van de volgende cliënten:
- a. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8°, 18° en 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), met zetel in Nederland of in een andere lidstaat;
- b. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 9°, 18° en 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien in die staat op de instelling wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de [artikelen 3, tweede lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en d, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=8&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften;
1. [Artikel 3, eerste lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), en [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2012-01-01&g=2012-01-01), zijn niet van toepassing ten aanzien van de volgende cliënten:
- a. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8°, 18° en 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), met zetel in Nederland of in een andere lidstaat;
- b. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 9°, 18° en 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien in die staat op de instelling wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de [artikelen 3, tweede lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en d, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), en [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=8&z=2012-01-01&g=2012-01-01), en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften;
- c. rechtspersonen die effecten hebben uitgegeven die in een lidstaat zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
@@ -214,7 +216,7 @@
##### Artikel 7
1. [Artikel 3, eerste lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), alsmede [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), zijn niet van toepassing voor zover het betreft zakelijke relaties of transacties met betrekking tot:
1. [Artikel 3, eerste lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), alsmede [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2012-01-01&g=2012-01-01), zijn niet van toepassing voor zover het betreft zakelijke relaties of transacties met betrekking tot:
- a. levensverzekeringsovereenkomsten als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1), waarvan het bedrag van de jaarlijks te betalen premie € 1 000 of minder bedraagt of waarvan het bedrag van de eenmalige premie € 2 500 of minder bedraagt;
@@ -222,7 +224,7 @@
- c. elektronisch geld als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1), waarvan:
- 1°. indien de geldswaarde die is opgeslagen op de elektronische drager of die op afstand is opgeslagen in een centrale rekeningadministratie niet kan worden heropgeladen, het maximumbedrag niet meer dan € 150 bedraagt; of
- 1°. indien de geldswaarde die is opgeslagen op de elektronische drager of die op afstand is opgeslagen in een centrale rekeningadministratie niet kan worden heropgeladen, het maximumbedrag niet meer dan € 250 bedraagt; of
- 2°. indien de geldswaarde die is opgeslagen op de elektronische drager of die op afstand is opgeslagen in een centrale rekeningadministratie kan worden opgeladen, het totaalbedrag van de transacties die in een kalenderjaar kunnen worden verricht niet meer dan € 2.500 bedraagt, tenzij de houder een bedrag van € 1 000 of meer heeft laten terugbetalen in datzelfde kalenderjaar.
@@ -230,11 +232,13 @@
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen producten of transacties worden aangewezen waarop het eerste lid van overeenkomstige toepassing is.
4. Voor nationale betalingstransacties wordt het in het eerste lid genoemde bedrag van € 250 verdubbeld.
#### § 2.3. Verscherpt cliëntenonderzoek
##### Artikel 8
1. Een instelling verricht, onverminderd [artikel 3, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), verscherpt cliëntenonderzoek indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar haar aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën zakelijke relaties en transacties worden aangewezen die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen.
1. Een instelling verricht, onverminderd [artikel 3, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), verscherpt cliëntenonderzoek indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar haar aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën zakelijke relaties en transacties worden aangewezen die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen.
2. Onverminderd het eerste lid neemt een instelling, indien een cliënt niet fysiek aanwezig is voor identificatie, maatregelen om het hogere risico te compenseren. De instelling kan aan de vorige volzin voldoen indien zij:
@@ -268,17 +272,17 @@
##### Artikel 9
1. [Artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2011-07-01&g=2011-07-01), is niet van toepassing ten aanzien van cliënten die zijn geïdentificeerd en waarvan de identiteit reeds is geverifieerd, ingevolge [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01) of op daarmee overeenkomende wijze, door:
- a. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), met zetel in Nederland of een andere lidstaat; of
- b. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, 5° tot en met 10°, 18° of 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
1. [Artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2012-01-01&g=2012-01-01), is niet van toepassing ten aanzien van cliënten die zijn geïdentificeerd en waarvan de identiteit reeds is geverifieerd, ingevolge [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01) of op daarmee overeenkomende wijze, door:
- a. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), met zetel in Nederland of een andere lidstaat; of
- b. een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, 5° tot en met 10°, 18° of 19°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
2. Een instelling als bedoeld in het eerste lid stelt, op verzoek van de instelling waar zij een cliënt introduceert, de identificatie- en verificatiegegevens en overige gegevens en bescheiden inzake de identiteit van de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende onverwijld ter beschikking aan die instelling.
##### Artikel 10
1. Een instelling kan het cliëntenonderzoek, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), voor zover het betrekking heeft op het in het [tweede lid, onderdelen a, b, en c, van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01) bepaalde, laten verrichten door een derde, onverminderd haar verplichting om te voldoen aan het in die onderdelen bepaalde.
1. Een instelling kan het cliëntenonderzoek, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), voor zover het betrekking heeft op het in het [tweede lid, onderdelen a, b, en c, van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01) bepaalde, laten verrichten door een derde, onverminderd haar verplichting om te voldoen aan het in die onderdelen bepaalde.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde uitbesteding een structureel karakter heeft legt de instelling de opdracht daartoe schriftelijk vast.
@@ -318,7 +322,7 @@
- b. het verstrekken van persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met deze wet en het bij of krachtens de [Wet politiegegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022463) bepaalde;
- c. de instelling die overeenkomstig [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01) een melding heeft gedaan, berichten over de afdoening van de melding;
- c. de instelling die overeenkomstig [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01) een melding heeft gedaan, berichten over de afdoening van de melding;
- d. het verrichten van onderzoek naar ontwikkelingen op het gebied van witwassen en financieren van terrorisme en naar de verbetering van de methoden om witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen en op te sporen;
@@ -328,13 +332,13 @@
- 1°. de bedrijfstakken en beroepsgroepen;
- 2°. de personen die krachtens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2011-07-01&g=2011-07-01) met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast;
- 2°. de personen die krachtens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2012-01-01&g=2012-01-01) met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast;
- 3°. het openbaar ministerie en de overige ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten;
- 4°. het publiek;
- g. het geven van inlichtingen aangaande het meldgedrag van de instellingen aan de personen die krachtens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2011-07-01&g=2011-07-01) met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast;
- g. het geven van inlichtingen aangaande het meldgedrag van de instellingen aan de personen die krachtens [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2012-01-01&g=2012-01-01) met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast;
- h. het onderhouden van contacten met buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die een vergelijkbare taak hebben als het meldpunt;
@@ -342,7 +346,7 @@
##### Artikel 14
1. Bij het meldpunt kunnen persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van de taak, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
1. Bij het meldpunt kunnen persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van de taak, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de categorieën van personen waarover het meldpunt gegevens verwerkt, de gegevensverstrekking, de bewaring en vernietiging van gegevens en de protocolplicht.
@@ -378,27 +382,27 @@
##### Artikel 17
1. Het meldpunt kan bij de instelling die een melding heeft gedaan, alsmede bij de instelling die bij een transactie is betrokken waarover het meldpunt gegevens heeft verzameld, nadere gegevens of inlichtingen vragen, teneinde te kunnen beoordelen of verzamelde gegevens dienen te worden verstrekt op grond van zijn taak bedoeld in [artikel 13, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
1. Het meldpunt kan bij de instelling die een melding heeft gedaan, alsmede bij de instelling die bij een transactie is betrokken waarover het meldpunt gegevens heeft verzameld, nadere gegevens of inlichtingen vragen, teneinde te kunnen beoordelen of verzamelde gegevens dienen te worden verstrekt op grond van zijn taak bedoeld in [artikel 13, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
2. De instelling waaraan overeenkomstig het eerste lid deze gegevens of inlichtingen zijn gevraagd, verstrekt deze schriftelijk, alsmede in spoedeisende gevallen mondeling, aan het meldpunt binnen de door het meldpunt gestelde termijn.
##### Artikel 18
Het meldpunt bepaalt de wijze waarop een melding moet worden gedaan, of gegevens of inlichtingen als bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2011-07-01&g=2011-07-01), moeten worden verstrekt.
Het meldpunt bepaalt de wijze waarop een melding moet worden gedaan, of gegevens of inlichtingen als bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2012-01-01&g=2012-01-01), moeten worden verstrekt.
#### § 3.3. Vrijwaring
##### Artikel 19
1. Gegevens of inlichtingen die in overeenstemming met de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2011-07-01&g=2011-07-01) zijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens witwassen of financieren van terrorisme door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
2. Gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt in de redelijke veronderstelling dat uitvoering wordt gegeven aan de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2011-07-01&g=2011-07-01) kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens, overtreding van [artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=272) door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
1. Gegevens of inlichtingen die in overeenstemming met de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2012-01-01&g=2012-01-01) zijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens witwassen of financieren van terrorisme door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
2. Gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt in de redelijke veronderstelling dat uitvoering wordt gegeven aan de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2012-01-01&g=2012-01-01) kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens, overtreding van [artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=272) door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personen die werkzaam zijn voor een instelling die gegevens of inlichtingen heeft verstrekt als omschreven in het eerste of tweede lid en die daaraan hebben meegewerkt.
##### Artikel 20
De instelling die tot een melding op de voet van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01) is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan.
De instelling die tot een melding op de voet van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01) is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan.
#### § 3.4. De Commissie inzake de meldingsplicht ongebruikelijke transacties
@@ -410,7 +414,7 @@
- a. de inrichting en uitvoering van de meldingsplicht;
- b. de vaststelling van de indicatoren bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=15&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
- b. de vaststelling van de indicatoren bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=15&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de samenstelling en de organisatie van de commissie.
@@ -422,21 +426,21 @@
##### Artikel 23
1. Een instelling die ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01) een melding heeft gedaan of die ingevolge [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2011-07-01&g=2011-07-01) nadere informatie heeft verstrekt, is verplicht tot geheimhouding hiervan, alsmede van het gegeven dat deze melding of verstrekking aanleiding kan geven tot nader onderzoek, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
2. De instelling die ingevolge [artikel 13, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2011-07-01&g=2011-07-01), gegevens of inlichtingen verkrijgt, is verplicht tot geheimhouding daarvan.
3. De in het eerste lid bedoelde geheimhoudingsplicht is niet van toepassing op een mededeling gedaan door een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11°, 12° en 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), aan een cliënt met als doel deze te doen afzien van een onwettige handeling.
1. Een instelling die ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01) een melding heeft gedaan of die ingevolge [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2012-01-01&g=2012-01-01) nadere informatie heeft verstrekt, is verplicht tot geheimhouding hiervan, alsmede van het gegeven dat deze melding of verstrekking aanleiding kan geven tot nader onderzoek, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
2. De instelling die ingevolge [artikel 13, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=13&z=2012-01-01&g=2012-01-01), gegevens of inlichtingen verkrijgt, is verplicht tot geheimhouding daarvan.
3. De in het eerste lid bedoelde geheimhoudingsplicht is niet van toepassing op een mededeling gedaan door een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11°, 12° en 13°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), aan een cliënt met als doel deze te doen afzien van een onwettige handeling.
4. Een instelling kan, in afwijking van het eerste lid, mededelingen doen aan:
- a. instellingen die behoren tot hetzelfde financieel conglomeraat als bedoeld in [artikel 3:290 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:290) en die tenminste hebben voldaan aan de verplichting tot het vereenvoudigd cliëntenonderzoek, bedoeld in de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=6&z=2011-07-01&g=2011-07-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=7&z=2011-07-01&g=2011-07-01);
- b. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), met zetel in een lidstaat of een staat die geen lidstaat is die eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die in deze wet, en die hun werkzaamheden, al dan niet als werknemer, uitoefenen binnen eenzelfde rechtspersoon of netwerk;
- c. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 12°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), met zetel in een lidstaat, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
- d. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 12°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), met zetel in een staat die geen lidstaat is die eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die in deze wet, die zijn onderworpen aan gelijkwaardige verplichtingen op het gebied van het beroepsgeheim en de bescherming van persoonsgegevens, en tot dezelfde beroepscategorie behoren, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
- a. instellingen die behoren tot hetzelfde financieel conglomeraat als bedoeld in [artikel 3:290 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:290) en die tenminste hebben voldaan aan de verplichting tot het vereenvoudigd cliëntenonderzoek, bedoeld in de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=6&z=2012-01-01&g=2012-01-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=7&z=2012-01-01&g=2012-01-01);
- b. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), met zetel in een lidstaat of een staat die geen lidstaat is die eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die in deze wet, en die hun werkzaamheden, al dan niet als werknemer, uitoefenen binnen eenzelfde rechtspersoon of netwerk;
- c. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 12°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), met zetel in een lidstaat, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
- d. instellingen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 12°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), met zetel in een staat die geen lidstaat is die eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die in deze wet, die zijn onderworpen aan gelijkwaardige verplichtingen op het gebied van het beroepsgeheim en de bescherming van persoonsgegevens, en tot dezelfde beroepscategorie behoren, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
5. Een ieder die kennis neemt van een melding, het gegeven dat een melding aanleiding kan geven tot nader onderzoek, nadere informatie als bedoeld in het eerste lid of gegevens of inlichtingen als bedoeld in het tweede lid en weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat ter zake op een instelling de geheimhoudingsplicht bedoeld in het eerste lid rust, is verplicht tot geheimhouding hiervan, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
@@ -446,15 +450,17 @@
1. Bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kunnen personen worden aangewezen die belast zijn met het toezicht op de naleving door de instellingen van deze wet.
2. De personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de instellingen, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° tot en met 15°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), kunnen het toezicht op een risicogeoriënteerde wijze uitoefenen.
2. De personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de instellingen, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° tot en met 15°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), kunnen het toezicht op een risicogeoriënteerde wijze uitoefenen.
3. De Nederlandsche Bank N.V. is belast met het toezicht op de naleving van de [Verordening nr. 2006/1781/EG](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler.
4. Ten aanzien van personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de naleving van de artikelen, genoemd in het eerste en derde lid, zijn de bepalingen van [hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=5.2) van overeenkomstige toepassing.
5. Van een besluit tot aanwijzing op grond van het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
6. Bij ministeriële regeling kunnen banken die deel uitmaken van een groep banken die op 15 december 1977 blijvend was aangesloten bij een centrale kredietinstelling die controle uitoefent op de bedrijfsvoering en uitbesteding van die banken worden vrijgesteld van het toezicht door de Nederlandsche Bank N.V. op de naleving van deze wet, indien de centrale kredietinstelling toezicht houdt op die groep banken en in voldoende mate bevoegd is voor de naleving van deze wet noodzakelijke instructies te geven aan die banken. Aan deze vrijstelling kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
4. De Stichting Autoriteit Financiële Markten is belast met het toezicht op de naleving van Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).
5. Ten aanzien van personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de naleving van de artikelen, genoemd in het eerste en derde lid, zijn de bepalingen van [hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=5.2) van overeenkomstige toepassing.
6. Van een besluit tot aanwijzing op grond van het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
7. Bij ministeriële regeling kunnen banken die deel uitmaken van een groep banken die op 15 december 1977 blijvend was aangesloten bij een centrale kredietinstelling die controle uitoefent op de bedrijfsvoering en uitbesteding van die banken worden vrijgesteld van het toezicht door de Nederlandsche Bank N.V. op de naleving van deze wet, indien de centrale kredietinstelling toezicht houdt op die groep banken en in voldoende mate bevoegd is voor de naleving van deze wet noodzakelijke instructies te geven aan die banken. Aan deze vrijstelling kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
##### Artikel 25
@@ -462,19 +468,19 @@
##### Artikel 26
1. Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [3, eerste tot en met derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=6&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=7&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=8&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=10&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.5&artikel=11&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [23 eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=23&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.2&artikel=34&z=2011-07-01&g=2011-07-01) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.3&artikel=35&z=2011-07-01&g=2011-07-01) van deze wet, [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) en het bepaalde in [Verordening (EG) nr. 2006/1781](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345).
1. Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [3, eerste tot en met derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=6&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=7&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=8&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=10&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.5&artikel=11&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [23 eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=23&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.2&artikel=34&z=2012-01-01&g=2012-01-01) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.3&artikel=35&z=2012-01-01&g=2012-01-01) van deze wet, [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) en het bepaalde in [Verordening (EG) nr. 2006/1781](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345) en het bepaalde in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan bij wet geregelde tuchtrechtspraak.
##### Artikel 27
1. Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [3, eerste tot en met derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=6&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=7&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=8&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=10&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.5&artikel=11&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [16, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=23&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2011-07-01&g=2011-07-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.2&artikel=34&z=2011-07-01&g=2011-07-01), en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.3&artikel=35&z=2011-07-01&g=2011-07-01) van deze wet, [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) en het bepaalde in [Verordening (EG) nr. 2006/1781](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345).
1. Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [3, eerste tot en met derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=6&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=7&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=8&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=10&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.5&artikel=11&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [16, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=23&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.2&artikel=34&z=2012-01-01&g=2012-01-01), en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.3&artikel=35&z=2012-01-01&g=2012-01-01) van deze wet, [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) en het bepaalde in [Verordening (EG) nr. 2006/1781](33681R2006) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU L 345) en het bepaalde in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan bij wet geregelde tuchtrechtspraak.
##### Artikel 28
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
2. Het bedrag van de bestuurlijke boete wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 4 000 000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld.
@@ -526,17 +532,17 @@
##### Artikel 31
1. De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van dit hoofdstuk heeft, met uitzondering van [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2011-07-01&g=2011-07-01), kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan personen die ingevolge [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2011-07-01&g=2011-07-01), zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende persoon.
1. De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van dit hoofdstuk heeft, met uitzondering van [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2012-01-01&g=2012-01-01), kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan personen die ingevolge [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2012-01-01&g=2012-01-01), zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende persoon.
2. Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
##### Artikel 32
Indien een instelling niet voldoet aan haar verplichtingen ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01) of [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2011-07-01&g=2011-07-01), kan de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2011-07-01&g=2011-07-01), aangewezen persoon door middel van het geven van een aanwijzing de instelling verplichten binnen een door de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2011-07-01&g=2011-07-01), aangewezen persoon gestelde termijn een bepaalde gedragslijn te volgen aangaande:
Indien een instelling niet voldoet aan haar verplichtingen ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01) of [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=17&z=2012-01-01&g=2012-01-01), kan de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2012-01-01&g=2012-01-01), aangewezen persoon door middel van het geven van een aanwijzing de instelling verplichten binnen een door de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2012-01-01&g=2012-01-01), aangewezen persoon gestelde termijn een bepaalde gedragslijn te volgen aangaande:
- a. de ontwikkeling van interne procedures en controles ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme; en
- b. de opleiding van werknemers als bedoeld in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.3&artikel=35&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
- b. de opleiding van werknemers als bedoeld in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.3&artikel=35&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
### Hoofdstuk 5. Bepalingen met betrekking tot het bewaren van bewijsstukken en training
@@ -570,7 +576,7 @@
- 3°. de aard van de dienstverlening.
2. Indien bij een cliëntenonderzoek [artikel 3, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), van toepassing is, legt de instelling de gegevens waarmee zij voldoet aan de verplichtingen ingevolge die bepaling op toegankelijke wijze vast.
2. Indien bij een cliëntenonderzoek [artikel 3, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), van toepassing is, legt de instelling de gegevens waarmee zij voldoet aan de verplichtingen ingevolge die bepaling op toegankelijke wijze vast.
3. Een instelling bewaart de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens op toegankelijke wijze gedurende vijf jaar na het tijdstip van het beëindigen van de zakelijke relatie of tot vijf jaar na het uitvoeren van de desbetreffende transactie.
@@ -578,7 +584,7 @@
##### Artikel 34
Een instelling bewaart de gegevens, bedoeld in [artikel 16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2011-07-01&g=2011-07-01), op toegankelijke wijze gedurende vijf jaar na het tijdstip van het doen van de melding.
Een instelling bewaart de gegevens, bedoeld in [artikel 16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01), op toegankelijke wijze gedurende vijf jaar na het tijdstip van het doen van de melding.
#### § 5.3. Opleiding
@@ -590,21 +596,21 @@
##### Artikel 36
De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling van een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-01&g=2011-07-01), welke is verricht in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels is niet uit dien hoofde aantastbaar.
De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling van een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), welke is verricht in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels is niet uit dien hoofde aantastbaar.
##### Artikel 37
Een ontheffing die is verleend op grond van [artikel 2, zesde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330&artikel=2), berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op [artikel 3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
Een ontheffing die is verleend op grond van [artikel 2, zesde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330&artikel=2), berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op [artikel 3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
##### Artikel 38
1. [Artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2011-07-01&g=2011-07-01), is niet van toepassing ten aanzien van cliënten die reeds op grond van de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) zijn geïdentificeerd of ten aanzien van wie geen verplichting tot identificatie op grond van [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) was vereist.
1. [Artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), is niet van toepassing ten aanzien van cliënten die reeds op grond van de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) zijn geïdentificeerd of ten aanzien van wie geen verplichting tot identificatie op grond van [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) was vereist.
2. Gegevens van de in het eerste lid bedoelde personen die reeds op grond van de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) zijn vastgelegd, worden geacht te zijn vastgelegd ingevolge deze wet.
##### Artikel 39
Een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet was opgelegd ter zake van overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) of de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331), wordt aangemerkt als een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=26&z=2011-07-01&g=2011-07-01) onderscheidenlijk [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
Een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet was opgelegd ter zake van overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) of de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331), wordt aangemerkt als een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=26&z=2012-01-01&g=2012-01-01) onderscheidenlijk [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=27&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
##### Artikel 40
@@ -612,15 +618,15 @@
##### Artikel 41
1. Met het toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) en de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331), zijn belast de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2011-07-01&g=2011-07-01), aangewezen personen.
2. De personen die op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2011-07-01&g=2011-07-01), zijn belast met het toezicht op de naleving van deze wet, kunnen na inwerkingtreding van deze wet tot drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opleggen terzake van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) of de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331).
1. Met het toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) en de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331), zijn belast de op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2012-01-01&g=2012-01-01), aangewezen personen.
2. De personen die op grond van [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=24&z=2012-01-01&g=2012-01-01), zijn belast met het toezicht op de naleving van deze wet, kunnen na inwerkingtreding van deze wet tot drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opleggen terzake van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens de [Wet identificatie bij dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006330) of de [Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331).
3. Op een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid blijft het recht van toepassing dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
##### Artikel 42
Een aanwijzing die is gegeven op grond van [artikel 17u van de Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331&artikel=17u), wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als een aanwijzing als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=32&z=2011-07-01&g=2011-07-01).
Een aanwijzing die is gegeven op grond van [artikel 17u van de Wet melding ongebruikelijke transacties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006331&artikel=17u), wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als een aanwijzing als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=4&artikel=32&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
##### Artikel 43
@@ -691,3 +697,11 @@
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden,
##### Artikel 42a
De [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=19&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=20&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=22&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=23&z=2012-01-01&g=2012-01-01) en [33 tot en met 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&hoofdstuk=5&paragraaf=5.1&artikel=33&z=2012-01-01&g=2012-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een platform voor de veiling van emissierechten.
## Bijlage. als bedoeld in artikel 28 van de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Vervallen
2011-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2011-04-30
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2009-11-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2009-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
2009-07-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2008-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — arts.
2008-08-01
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme — ver
original version Tekst op deze datum