Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 april 2010, nr. WJZ/204802 (8258), houdende regels voor de subsidiëring van cultuuruitingen (Regeling op het specifiek cultuurbeleid)
33 versions
· 2025-08-21
2025-08-21
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2024-06-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2023-11-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2023-07-06
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2023-03-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2022-09-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2021-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2020-09-08
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 2 más
Wijzigingen op 2020-09-08
@@ -86,13 +86,13 @@
1. De artikelen van dit hoofdstuk zijn uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies als bedoeld in [artikel 4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) of [4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c).
2. [Paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2020-06-12&g=2020-06-12) is niet van toepassing op de verstrekking van subsidies op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c).
2. [Paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2020-09-08&g=2020-09-08) is niet van toepassing op de verstrekking van subsidies op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c).
#### § 2.2. Subsidieaanvraag
##### Artikel 2.2. Aanvraagtermijnen
Om in aanmerking te komen voor subsidie, dient de instelling overeenkomstig de aanvraagtermijn in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2020-06-12&g=2020-06-12) een subsidieaanvraag in.
Om in aanmerking te komen voor subsidie, dient de instelling overeenkomstig de aanvraagtermijn in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2020-09-08&g=2020-09-08) een subsidieaanvraag in.
##### Artikel 2.3. In te dienen documenten
@@ -170,7 +170,7 @@
4. De liquiditeitsbehoefte, bedoeld in het derde lid, volgt uit documenten van de aanvrager, dan wel wordt ambtshalve vastgesteld door de minister.
5. Indien de subsidie wordt gewijzigd op grond van [artikel 2.10, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2020-06-12&g=2020-06-12), wordt de bevoorschotting overeenkomstig de wijziging aangepast.
5. Indien de subsidie wordt gewijzigd op grond van [artikel 2.10, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2020-09-08&g=2020-09-08), wordt de bevoorschotting overeenkomstig de wijziging aangepast.
#### § 2.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
@@ -214,9 +214,9 @@
4. De prestatieverantwoording bevat een beknopt inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop het bestuursverslag betrekking heeft.
5. Op het bestuursverslag en de prestatieverantwoording is [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2020-06-12&g=2020-06-12) van toepassing. Het bestuur van de subsidieontvanger ondertekent het bestuursverslag.
6. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2020-06-12&g=2020-06-12), [2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-06-12&g=2020-06-12) en [2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2020-06-12&g=2020-06-12) van toepassing.
5. Op het bestuursverslag en de prestatieverantwoording is [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2020-09-08&g=2020-09-08) van toepassing. Het bestuur van de subsidieontvanger ondertekent het bestuursverslag.
6. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2020-09-08&g=2020-09-08), [2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-09-08&g=2020-09-08) en [2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2020-09-08&g=2020-09-08) van toepassing.
##### Artikel 2.16. Reserveringen
@@ -250,7 +250,7 @@
1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van zijn beleid.
2. Als bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2020-06-12&g=2020-06-12) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie te overleggen.
2. Als bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2020-09-08&g=2020-09-08) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie te overleggen.
##### Artikel 2.21. Code
@@ -268,11 +268,11 @@
##### Artikel 2.23. Aanvraag voor vaststelling van subsidie
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een bestuursverslag, een jaarrekening en een prestatieverantwoording als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-06-12&g=2020-06-12). Het bestuursverslag geeft een toelichting op het vierde jaar van de subsidie.
2. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-06-12&g=2020-06-12), van overeenkomstige toepassing.
3. Op de prestatieverantwoording is [artikel 2.15, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-06-12&g=2020-06-12), van overeenkomstige toepassing.
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een bestuursverslag, een jaarrekening en een prestatieverantwoording als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-09-08&g=2020-09-08). Het bestuursverslag geeft een toelichting op het vierde jaar van de subsidie.
2. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-09-08&g=2020-09-08), van overeenkomstige toepassing.
3. Op de prestatieverantwoording is [artikel 2.15, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-09-08&g=2020-09-08), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 2.24. Aanvraag voor vaststelling van subsidie onder € 125.000
@@ -308,7 +308,7 @@
1. Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie stelt de minister de subsidie binnen 22 weken vast.
2. Onverminderd [artikel 4.46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:46) kan de subsidie lager worden vastgesteld, indien het percentage of bedrag, bedoeld in [artikel 2.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2020-06-12&g=2020-06-12), wordt overschreden.
2. Onverminderd [artikel 4.46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:46) kan de subsidie lager worden vastgesteld, indien het percentage of bedrag, bedoeld in [artikel 2.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2020-09-08&g=2020-09-08), wordt overschreden.
##### Artikel 2.30. Terugvordering
@@ -328,9 +328,9 @@
1. Uiterlijk op 31 januari in het jaar voorafgaand aan de aanvang van de subsidieperiode van vier kalenderjaren worden een begroting en een beleidsplan ingediend.
2. Op de begroting is [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2020-06-12&g=2020-06-12) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2020-06-12&g=2020-06-12) is van overeenkomstige toepassing bij de indiening van de begroting.
2. Op de begroting is [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2020-09-08&g=2020-09-08) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2020-09-08&g=2020-09-08) is van overeenkomstige toepassing bij de indiening van de begroting.
4. Het beleidsplan wordt opgesteld aan de hand van het voor het desbetreffende fonds door de minister bekendgemaakte beleidskader.
@@ -342,7 +342,7 @@
2. De minister kan voorschriften verbinden aan het toevoegen of onttrekken van middelen aan het bestemmingsfonds OCW. Hij maakt deze bekend op de website www.cultuursubsidie.nl.
3. Toevoegingen of onttrekkingen aan het bestemmingsfonds OCW worden toegelicht in de documenten, bedoeld in de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-06-12&g=2020-06-12), en [2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2020-06-12&g=2020-06-12).
3. Toevoegingen of onttrekkingen aan het bestemmingsfonds OCW worden toegelicht in de documenten, bedoeld in de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-09-08&g=2020-09-08), en [2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2020-09-08&g=2020-09-08).
4. Tegelijkertijd met de vaststelling van de subsidie neemt de minister een besluit over de besteding van het bedrag van het bestemmingsfonds OCW.
@@ -372,7 +372,7 @@
1. Een aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.
2. Op het activiteitenplan is [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2020-06-12&g=2020-06-12) van overeenkomstige toepassing.
2. Op het activiteitenplan is [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2020-09-08&g=2020-09-08) van overeenkomstige toepassing.
3. De begroting behelst een overzicht van de geraamde baten en lasten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
@@ -380,9 +380,9 @@
5. Indien de minister hierom verzoekt, verstrekt de aanvrager tevens een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.
6. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2020-06-12&g=2020-06-12) is van overeenkomstige toepassing.
7. In afwijking van het eerste lid gaat een subsidieaanvraag voor reeds verrichte activiteiten vergezeld van een verslag van de aard, duur en omvang van de gerealiseerde activiteiten en een jaarrekening of financieel verslag. Op de jaarrekening of het financieel verslag zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2020-06-12&g=2020-06-12) en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-06-12&g=2020-06-12), onderscheidenlijk [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2020-06-12&g=2020-06-12) van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2020-09-08&g=2020-09-08) is van overeenkomstige toepassing.
7. In afwijking van het eerste lid gaat een subsidieaanvraag voor reeds verrichte activiteiten vergezeld van een verslag van de aard, duur en omvang van de gerealiseerde activiteiten en een jaarrekening of financieel verslag. Op de jaarrekening of het financieel verslag zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2020-09-08&g=2020-09-08) en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-09-08&g=2020-09-08), onderscheidenlijk [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2020-09-08&g=2020-09-08) van overeenkomstige toepassing.
#### § 3.2.2. Dans
@@ -394,17 +394,17 @@
3. Een beschikking tot subsidieverlening vermeldt de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, het subsidiebedrag en de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn afgerond.
4. Indien de minister op een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.3&z=2020-06-12&g=2020-06-12), beslist tot subsidieverstrekking, stelt hij de subsidie zonder voorafgaande verlening vast.
4. Indien de minister op een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.3&z=2020-09-08&g=2020-09-08), beslist tot subsidieverstrekking, stelt hij de subsidie zonder voorafgaande verlening vast.
5. In gevallen waarbij de minister besluit tot subsidieverstrekking zonder daarvoor een financiële of inhoudelijke verantwoording noodzakelijk te achten, kan hij, onverminderd het vierde lid, de subsidie zonder voorafgaande verlening vaststellen.
##### Artikel 5.5. Weigeringsgronden
[Artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2020-06-12&g=2020-06-12) is van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2020-09-08&g=2020-09-08) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.6. Voorschotten en betaling
1. [Artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2020-06-12&g=2020-06-12) is van overeenkomstige toepassing op de bevoorschotting.
1. [Artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2020-09-08&g=2020-09-08) is van overeenkomstige toepassing op de bevoorschotting.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een verleend subsidiebedrag dat minder dan € 25.000 bedraagt bij de subsidieverlening in één keer als voorschot betaald.
@@ -412,9 +412,9 @@
##### Artikel 5.7. Overeenkomstige verplichtingen
1. De verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.12&z=2020-06-12&g=2020-06-12), [2.13, tweede tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13&z=2020-06-12&g=2020-06-12), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2020-06-12&g=2020-06-12) en [2.17 tot en met 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.17&z=2020-06-12&g=2020-06-12), zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een verleende subsidie die € 25.000 of meer bedraagt.
2. De minister kan bij de verlening van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2020-06-12&g=2020-06-12) toepassen.
1. De verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.12&z=2020-09-08&g=2020-09-08), [2.13, tweede tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13&z=2020-09-08&g=2020-09-08), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2020-09-08&g=2020-09-08) en [2.17 tot en met 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.17&z=2020-09-08&g=2020-09-08), zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een verleende subsidie die € 25.000 of meer bedraagt.
2. De minister kan bij de verlening van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2020-09-08&g=2020-09-08) toepassen.
##### Artikel 5.8. Publicaties en auteursrecht
@@ -432,21 +432,21 @@
3. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan de minister, indien aannemelijk is dat:
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2020-06-12&g=2020-06-12), zijn verricht; of
- b. voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2020-06-12&g=2020-06-12), niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2020-09-08&g=2020-09-08), zijn verricht; of
- b. voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2020-09-08&g=2020-09-08), niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
#### § 5.5. Subsidievaststelling
##### Artikel 5.10. Aanvraag
1. De ontvanger van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, dient binnen 13 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2020-06-12&g=2020-06-12), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
1. De ontvanger van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, dient binnen 13 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2020-09-08&g=2020-09-08), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. In afwijking van het eerste lid kan een subsidieontvanger die tevens een subsidie op grond van artikel 4a of 4c van de wet ontvangt ervoor kiezen, een aanvraag tot vaststelling in te dienen door verantwoording af te leggen in:
- a. de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-06-12&g=2020-06-12), indien de activiteiten waarvoor subsidie is verleend dienen te zijn afgerond in het eerste, tweede of derde jaar van de vierjaarsperiode, bedoeld in [artikel 4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c); of
- b. de aanvraag tot vaststelling, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2020-06-12&g=2020-06-12), indien de activiteiten waarvoor subsidie is verleend dienen te zijn afgerond in het laatste jaar van de vierjaarsperiode, bedoeld in [artikel 4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c), voor zover de verantwoording van de subsidie daarin voldoende inzichtelijk is.
- a. de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-09-08&g=2020-09-08), indien de activiteiten waarvoor subsidie is verleend dienen te zijn afgerond in het eerste, tweede of derde jaar van de vierjaarsperiode, bedoeld in [artikel 4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c); of
- b. de aanvraag tot vaststelling, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2020-09-08&g=2020-09-08), indien de activiteiten waarvoor subsidie is verleend dienen te zijn afgerond in het laatste jaar van de vierjaarsperiode, bedoeld in [artikel 4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c), voor zover de verantwoording van de subsidie daarin voldoende inzichtelijk is.
3. In afwijking van het eerste lid en onverminderd het tweede lid, kan de minister bij de subsidieverlening bepalen dat de ontvanger van een subsidie die twee of meer jaren bestrijkt, jaarlijks voor een in de beschikking tot verlening van de subsidie op te nemen datum een aanvraag tot vaststelling indient.
@@ -458,21 +458,21 @@
3. Het activiteitenverslag beschrijft de aard, duur en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend. De minister kan een model vaststellen voor het activiteitenverslag op de website www.cultuursubsidie.nl.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-06-12&g=2020-06-12), van overeenkomstige toepassing.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2020-06-12&g=2020-06-12), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-06-12&g=2020-06-12), van overeenkomstige toepassing.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2020-09-08&g=2020-09-08), van overeenkomstige toepassing.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2020-09-08&g=2020-09-08), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-09-08&g=2020-09-08), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.12. Financieel verslag
1. Het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger. Het financieel verslag sluit aan op de indeling van de begroting, die voorafgaand aan de subsidieverlening is overgelegd. Belangrijke verschillen tussen financieel verslag en begroting worden toegelicht.
2. Op het financieel verslag is [artikel 2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-06-12&g=2020-06-12), van overeenkomstige toepassing.
2. Op het financieel verslag is [artikel 2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-09-08&g=2020-09-08), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.13. Vaststelling
1. Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie stelt de minister de subsidie binnen 22 weken vast.
2. Indien het verleende subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie binnen 22 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2020-06-12&g=2020-06-12), ambtshalve vast.
2. Indien het verleende subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie binnen 22 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2020-09-08&g=2020-09-08), ambtshalve vast.
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
@@ -498,7 +498,7 @@
##### Artikel 6.11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010, met uitzondering van [artikel 6.5, onderdeel C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.5&z=2020-06-12&g=2020-06-12), dat in werking treedt met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010, met uitzondering van [artikel 6.5, onderdeel C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.5&z=2020-09-08&g=2020-09-08), dat in werking treedt met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.
##### Artikel 6.12. Citeertitel
@@ -1864,13 +1864,13 @@
1. Een aanvraag voor subsidie voor de jaren 2021 tot en met 2024 op grond van dit hoofdstuk wordt ontvangen na 1 december 2019 en uiterlijk ontvangen op 3 februari 2020 om 17.00 uur.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag voor subsidie voor de jaren 2021 tot en met 2024 op grond van [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2020-06-12&g=2020-06-12) ontvangen na 1 december 2019 en uiterlijk ontvangen op 28 februari 2020 om 17.00 uur.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag voor subsidie voor de jaren 2021 tot en met 2024 op grond van [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2020-09-08&g=2020-09-08) ontvangen na 1 december 2019 en uiterlijk ontvangen op 28 februari 2020 om 17.00 uur.
##### Artikel 3.4. Wijze van indiening
1. De indiening van een aanvraag voor subsidie geschiedt op een door de minister te bepalen elektronische wijze.
2. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2020-06-12&g=2020-06-12), kan tevens worden aangemerkt als een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 3.9, derde lid.
2. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2020-09-08&g=2020-09-08), kan tevens worden aangemerkt als een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 3.9, derde lid.
##### Artikel 3.5. Wijze verdeling beschikbare middelen
@@ -1878,11 +1878,11 @@
2. Indien na beoordeling van alle aanvragen een bepaald beschikbaar bedrag niet geheel wordt verleend, kan de minister het resterende bedrag toevoegen aan een ander subsidieplafond binnen die paragraaf onderscheidenlijk afdeling.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op [paragraaf 3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&z=2020-06-12&g=2020-06-12).
3. Het tweede lid is niet van toepassing op [paragraaf 3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&z=2020-09-08&g=2020-09-08).
##### Artikel 3.6. Weigeringsgronden
1. Onverminderd [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2020-06-12&g=2020-06-12) wordt subsidieverlening in ieder geval geweigerd, voor zover de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat hij:
1. Onverminderd [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2020-09-08&g=2020-09-08) wordt subsidieverlening in ieder geval geweigerd, voor zover de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat hij:
- a. de navolgende codes onderschrijft:
@@ -1920,7 +1920,7 @@
1. Indien in de navolgende afdelingen een maximum is gesteld aan het aantal instellingen waaraan per regio of kernpunt subsidie kan worden verstrekt, en geen van de subsidieaanvragen ingediend voor die regio of dat kernpunt voldoet aan alle daarvoor in deze regeling gestelde vereisten, kan de minister niettemin aan ten hoogste het voor de betreffende regio of kernpunt gestelde aantal instellingen subsidie verstrekken, voor zover het met deze regeling te dienen doel van geografische spreiding naar zijn oordeel in onvoldoende mate zou worden bereikt ingeval van het niet verstrekken van subsidie.
2. Het eerste lid vindt in ieder geval geen toepassing, voor zover een aanvraag naar het oordeel van de minister in onvoldoende mate beantwoordt aan het criterium, bedoeld in [artikel 3.7, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.7&z=2020-06-12&g=2020-06-12).
2. Het eerste lid vindt in ieder geval geen toepassing, voor zover een aanvraag naar het oordeel van de minister in onvoldoende mate beantwoordt aan het criterium, bedoeld in [artikel 3.7, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.7&z=2020-09-08&g=2020-09-08).
### Afdeling 3.2. Podiumkunsten
@@ -1952,11 +1952,11 @@
##### Artikel 3.10. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 2.824.500; en
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.692.500.
1. Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 2.824.500; en
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 1.692.500.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is ten hoogste 110 procent van het daar genoemde bedrag beschikbaar voor ten hoogste één instelling die zich internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau.
@@ -1972,7 +1972,7 @@
- d. een beleid voert dat talentontwikkeling bevordert.
2. De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste vier instellingen, waarvan:
2. De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste vijf instellingen, waarvan:
- a. één instelling voorziet in een voor Nederland onderscheidend grootschalig repertoire op het gebied van ballet in een internationale context en zich richt op een groot landelijk publieksbereik;
@@ -1980,21 +1980,21 @@
- c. één instelling voorziet in de productie en distributie van grootschalig, onderscheidend dansaanbod en in de productie en distributie van jeugddans; en
- d. één instelling die voorziet in de productie en distributie van grootschalig, onderscheidend dansaanbod.
- d. twee instellingen die voorzien in de productie en distributie van grootschalig, onderscheidend dansaanbod.
3. Per kernpunt verstrekt de minister op grond van dit artikel aan niet meer dan één instelling subsidie.
##### Artikel 3.12. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 7.375.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 6.887.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 3.073.000; en
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.746.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 7.375.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 6.887.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 3.073.000; en
- d. voor de instellingen, bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 3.510.000.
##### Artikel 3.13. Symfonieorkesten
@@ -2004,7 +2004,7 @@
- b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt in de regio of het verzorgingsgebied waarin zij haar standplaats heeft;
- c. ten minste eenmaal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-06-12&g=2020-06-12) of [3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-06-12&g=2020-06-12);
- c. ten minste eenmaal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-09-08&g=2020-09-08) of [3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-09-08&g=2020-09-08);
- d. een beleid voert dat talentontwikkeling bevordert; en
@@ -2018,27 +2018,27 @@
De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteiten het begeleiden van operaproducties en het verzorgen van symfonisch aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.13, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-06-12&g=2020-06-12);
- a. voldoet aan [artikel 3.13, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-09-08&g=2020-09-08);
- b. in aanvulling op haar activiteiten een relevante seizoensprogrammering aanbiedt van symfonische concerten in het verzorgingsgebied van de gemeente Haarlem; en
- c. ten minste zes maal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-06-12&g=2020-06-12).
- c. ten minste zes maal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-09-08&g=2020-09-08).
##### Artikel 3.15. Symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten voor dans
De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het begeleiden van dansproducties, indien de instelling:
- a. beschikbaar is voor de begeleiding van de producties van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.11, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-06-12&g=2020-06-12); en
- b. ten minste eenmaal per jaar beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.11, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-06-12&g=2020-06-12); voor zover de begeleiding in de basisbezetting van haar orkest om niet plaatsvindt, en niet meer dan een redelijke prijs in rekening wordt gebracht voor de kosten die verband houden met een aanvullende bezetting bij repertoire waarbij een basisbezetting naar algemeen gangbare artistieke maatstaven niet volstaat.
- a. beschikbaar is voor de begeleiding van de producties van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.11, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-09-08&g=2020-09-08); en
- b. ten minste eenmaal per jaar beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.11, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-09-08&g=2020-09-08); voor zover de begeleiding in de basisbezetting van haar orkest om niet plaatsvindt, en niet meer dan een redelijke prijs in rekening wordt gebracht voor de kosten die verband houden met een aanvullende bezetting bij repertoire waarbij een basisbezetting naar algemeen gangbare artistieke maatstaven niet volstaat.
##### Artikel 3.16. Symfonieorkest met aanbod van pop- en jazzmuziek
De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verzorgen van pop- en jazzaanbod in een symfonische bezetting, indien de instelling voldoet aan [artikel 3.13, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-06-12&g=2020-06-12).
De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verzorgen van pop- en jazzaanbod in een symfonische bezetting, indien de instelling voldoet aan [artikel 3.13, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-09-08&g=2020-09-08).
##### Artikel 3.17. Muziekensembles en koren
1. De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van muziekaanbod van een ensemble of koor, niet zijnde aanbod of begeleiding als bedoeld in de [artikelen 3.13 tot en met 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-06-12&g=2020-06-12) onderscheidenlijk aanbod als bedoeld in [paragraaf 3.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&z=2020-06-12&g=2020-06-12), indien de instelling:
1. De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van muziekaanbod van een ensemble of koor, niet zijnde aanbod of begeleiding als bedoeld in de [artikelen 3.13 tot en met 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-09-08&g=2020-09-08) onderscheidenlijk aanbod als bedoeld in [paragraaf 3.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&z=2020-09-08&g=2020-09-08), indien de instelling:
- a. in een internationale context een repertoire aanbiedt van:
@@ -2056,21 +2056,21 @@
##### Artikel 3.18. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.13 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-06-12&g=2020-06-12), in de regio Noord: € 6.463.000;
- b. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-06-12&g=2020-06-12), in de regio Oost, gemeente Den Haag en de gemeente Rotterdam gezamenlijk en de regio Zuid: € 7.545.000;
- c. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-06-12&g=2020-06-12), in de gemeente Amsterdam: € 6.706.000;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.14&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 10.782.000;
- e. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.15&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 4.467.000;
- f. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.16&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 3.924.000; en
- g. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.17&z=2020-06-12&g=2020-06-12): in totaal € 5.379.000, met dien verstande dat de minister aan een instelling waaraan het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder verleent dan 90% van het bedrag van die subsidie.
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.13 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-09-08&g=2020-09-08), in de regio Noord: € 6.463.000;
- b. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-09-08&g=2020-09-08), in de regio Oost, gemeente Den Haag en de gemeente Rotterdam gezamenlijk en de regio Zuid: € 7.545.000;
- c. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.13&z=2020-09-08&g=2020-09-08), in de gemeente Amsterdam: € 6.706.000;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.14&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 10.782.000;
- e. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.15&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 4.467.000;
- f. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.16&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 3.924.000; en
- g. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.1&artikel=3.17&z=2020-09-08&g=2020-09-08): in totaal € 5.379.000, met dien verstande dat de minister aan een instelling waaraan het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder verleent dan 90% van het bedrag van die subsidie.
2. In afwijking van het eerste lid, onder a, b of c, is ten hoogste 110 procent van het daar genoemde bedrag beschikbaar voor ten hoogste één instelling die zich:
@@ -2086,7 +2086,7 @@
- b. zich richt op een groot landelijk publieksbereik;
- c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instellingen, bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-06-12&g=2020-06-12), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert en coördinerende activiteiten op dit gebied uitvoert; en
- c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instellingen, bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-09-08&g=2020-09-08), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert en coördinerende activiteiten op dit gebied uitvoert; en
- d. zich internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau.
@@ -2094,33 +2094,33 @@
1. De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Oost en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.19, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-06-12&g=2020-06-12);
- a. voldoet aan [artikel 3.19, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-09-08&g=2020-09-08);
- b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt; en
- c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instelling, bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-06-12&g=2020-06-12), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
- c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instelling, bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-09-08&g=2020-09-08), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Zuid en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.19, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-06-12&g=2020-06-12);
- a. voldoet aan [artikel 3.19, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-09-08&g=2020-09-08);
- b. haar activiteiten geografisch in ieder geval in haar regio op een geconcentreerde wijze spreidt;
- c. samenwerkt met andere instellingen die opera-aanbod verzorgen; en
- d. een beleid voert dat, in samenwerking met een instelling als bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-06-12&g=2020-06-12), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
- d. een beleid voert dat, in samenwerking met een instelling als bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-09-08&g=2020-09-08), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
#### § 3.2.4. Festival
##### Artikel 3.21. Subsidieplafonds opera
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-06-12&g=2020-06-12) en [3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 25.915.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 4.767.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.579.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-09-08&g=2020-09-08) en [3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.19&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 25.915.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 4.767.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&sub-paragraaf=3.2.3.2&artikel=3.20&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 1.579.000.
##### Artikel 3.22. Festivals
@@ -2136,7 +2136,7 @@
##### Artikel 3.23. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.22&z=2020-06-12&g=2020-06-12) is jaarlijks in totaal ten hoogste € 5.792.000 beschikbaar, met dien verstande dat de minister aan een instelling waaraan hij of het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder verleent dan 90% van het bedrag van die subsidie.
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.22&z=2020-09-08&g=2020-09-08) is jaarlijks in totaal ten hoogste € 5.843.449 beschikbaar, met dien verstande dat de minister aan een instelling waaraan hij of het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder verleent dan 90% van het bedrag van die subsidie.
##### Artikel 3.24. Jeugdpodiumkunsten
@@ -2148,7 +2148,7 @@
2. De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste 15 instellingen subsidie.
3. Aan een instelling waaraan subsidie wordt verstrekt op grond van [artikel 3.11, eerste lid juncto tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-06-12&g=2020-06-12), verstrekt de minister geen subsidie op grond van het eerste lid.
3. Aan een instelling waaraan subsidie wordt verstrekt op grond van [artikel 3.11, eerste lid juncto tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-09-08&g=2020-09-08), verstrekt de minister geen subsidie op grond van het eerste lid.
##### Artikel 3.25. Subsidieplafond
@@ -2174,19 +2174,19 @@
- a. bewustwording, deskundigheidsbevordering en kennisdeling over behoud en beheer, ontsluiting en netwerkvorming worden gestimuleerd; en
- b. de sectorcollecties in samenwerking met een instelling als bedoeld in [artikel 3.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.48&z=2020-06-12&g=2020-06-12) duurzaam digitaal verbonden en toegankelijk worden gemaakt volgens de uitgangspunten van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed.
- b. de sectorcollecties in samenwerking met een instelling als bedoeld in [artikel 3.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.48&z=2020-09-08&g=2020-09-08) duurzaam digitaal verbonden en toegankelijk worden gemaakt volgens de uitgangspunten van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed.
### Afdeling 3.3. Regionale musea en sectorcollecties
##### Artikel 3.29. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.26 tot en met 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 250.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.27&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 500.000.
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.28&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.000.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.26 tot en met 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 250.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.27&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 500.000.
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.28&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 1.000.000.
##### Artikel 3.30. Presentatie-instellingen
@@ -2216,13 +2216,13 @@
##### Artikel 3.32. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-06-12&g=2020-06-12) en [3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-06-12&g=2020-06-12): in totaal € 3.083.000, met dien verstande dat voor twee instellingen die zich specifiek richten op een groot landelijk en internationaal publieksbereik elk een aanvullend bedrag van € 250.000 beschikbaar is; en
- b. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2020-06-12&g=2020-06-12): in totaal € 5.253.000 en per deelnemer ten hoogste € 50.000.
2. De minister verleent aan een instelling als bedoeld in het eerste lid, waaraan hij of het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in de [artikelen 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-06-12&g=2020-06-12) of [3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2020-06-12&g=2020-06-12), een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder dan 90% van het bedrag van die subsidie.
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-09-08&g=2020-09-08) en [3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-09-08&g=2020-09-08): in totaal € 3.083.000, met dien verstande dat voor twee instellingen die zich specifiek richten op een groot landelijk en internationaal publieksbereik elk een aanvullend bedrag van € 250.000 beschikbaar is; en
- b. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2020-09-08&g=2020-09-08): in totaal € 5.262.702 en per deelnemer ten hoogste € 50.000.
2. De minister verleent aan een instelling als bedoeld in het eerste lid, waaraan hij of het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in de [artikelen 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-09-08&g=2020-09-08) of [3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2020-09-08&g=2020-09-08), een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder dan 90% van het bedrag van die subsidie.
##### Artikel 3.33. Festivals
@@ -2270,11 +2270,11 @@
##### Artikel 3.35. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2020-06-12&g=2020-06-12) en [3.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.34&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2020-06-12&g=2020-06-12) gezamenlijk: € 4.657.000; en
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.34&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 2.081.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2020-09-08&g=2020-09-08) en [3.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.34&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2020-09-08&g=2020-09-08) gezamenlijk: € 4.657.000; en
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.34&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 2.081.000.
##### Artikel 3.36. Ondersteunende instellingen
@@ -2298,17 +2298,17 @@
##### Artikel 3.38. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-06-12&g=2020-06-12) en [3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.37&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.978.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 888.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 423.000;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 500.000; en
- e. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.37&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 300.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-09-08&g=2020-09-08) en [3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.37&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 1.978.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 888.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 423.000;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.36&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 500.000; en
- e. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.37&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 300.000.
### Afdeling 3.8. Bibliotheken
@@ -2332,7 +2332,7 @@
- 1°. bewustwording, deskundigheidsbevordering en kennisdeling over behoud en beheer, ontsluiting en netwerkvorming worden gestimuleerd; en
- 2°. de sectorcollecties in samenwerking met een instelling als bedoeld in [artikel 3.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.48&z=2020-06-12&g=2020-06-12) duurzaam digitaal verbonden en toegankelijk worden gemaakt volgens de uitgangspunten van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed.
- 2°. de sectorcollecties in samenwerking met een instelling als bedoeld in [artikel 3.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.48&z=2020-09-08&g=2020-09-08) duurzaam digitaal verbonden en toegankelijk worden gemaakt volgens de uitgangspunten van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed.
##### Artikel 3.40. Future lab design en technologie
@@ -2370,19 +2370,19 @@
##### Artikel 3.43. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.39 tot en met 3.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.39&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.39&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.625.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.40&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.000.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.41&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.000.000; en
- d. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.42&z=2020-06-12&g=2020-06-12): in totaal € 1.400.000, met een minimum van € 300.000 per instelling en een maximum van € 800.000 per instelling, en met dien verstande dat de minister aan een instelling waaraan het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in artikelen 3.42 een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder dan 90% van het bedrag van die subsidie verleent.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.39 tot en met 3.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.39&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.39&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 1.625.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.40&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 1.000.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.41&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 1.000.000; en
- d. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.42&z=2020-09-08&g=2020-09-08): in totaal € 1.400.000, met een minimum van € 300.000 per instelling en een maximum van € 800.000 per instelling, en met dien verstande dat de minister aan een instelling waaraan het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in artikelen 3.42 een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder dan 90% van het bedrag van die subsidie verleent.
##### Artikel 3.44. Ontwikkelinstellingen
1. De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling die als kernactiviteit heeft het faciliteren, begeleiden en ontwikkelen van talentvolle of innovatieve makers of het ontwikkelen, aan de hand van onderzoek, van een discipline op een terrein als bedoeld in [afdeling 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2&z=2020-06-12&g=2020-06-12), [3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&z=2020-06-12&g=2020-06-12), [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&z=2020-06-12&g=2020-06-12). [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&z=2020-06-12&g=2020-06-12) of [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&z=2020-06-12&g=2020-06-12) dan wel een combinatie daarvan, indien de instelling:
1. De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling die als kernactiviteit heeft het faciliteren, begeleiden en ontwikkelen van talentvolle of innovatieve makers of het ontwikkelen, aan de hand van onderzoek, van een discipline op een terrein als bedoeld in [afdeling 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2&z=2020-09-08&g=2020-09-08), [3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&z=2020-09-08&g=2020-09-08), [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&z=2020-09-08&g=2020-09-08). [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&z=2020-09-08&g=2020-09-08) of [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&z=2020-09-08&g=2020-09-08) dan wel een combinatie daarvan, indien de instelling:
- a. beschikt over voorzieningen die daarvoor geschikt zijn; en
@@ -2400,7 +2400,7 @@
##### Artikel 3.45. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.44&z=2020-06-12&g=2020-06-12) is jaarlijks in totaal ten hoogste € 8.687.000 beschikbaar, met een minimum van € 300.000 per instelling en een maximum van € 800.000 per instelling, en met dien verstande dat de minister aan een instelling waaraan hij of het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.44, een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder verleent dan 90% van het bedrag van die subsidie.
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.44&z=2020-09-08&g=2020-09-08) is jaarlijks in totaal ten hoogste € 8.687.000 beschikbaar, met een minimum van € 300.000 per instelling en een maximum van € 800.000 per instelling, en met dien verstande dat de minister aan een instelling waaraan hij of het bestuur van een fonds voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.44, een subsidie heeft verleend voor de jaren 2017 tot en met 2020, niet minder verleent dan 90% van het bedrag van die subsidie.
##### Artikel 3.46. Cultuureducatie en cultuurparticipatie
@@ -3022,31 +3022,31 @@
##### Artikel 3.52. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.46 tot en met 3.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.46&z=2020-06-12&g=2020-06-12) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.46&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 5.103.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.47&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 984.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.48&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 864.000;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.49&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.261.500;
- e. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.50&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 1.685.000; en
- f. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.51&z=2020-06-12&g=2020-06-12): € 250.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.46 tot en met 3.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.46&z=2020-09-08&g=2020-09-08) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.46&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 5.103.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.47&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 984.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.48&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 864.000;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.49&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 1.261.500;
- e. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.50&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 1.685.000; en
- f. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.51&z=2020-09-08&g=2020-09-08): € 250.000.
##### Artikel 3.53. Indieningstermijn en reikwijdte
In afwijking van [artikel 3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.3&z=2020-06-12&g=2020-06-12), kunnen aanvragen om subsidie op grond van [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-06-12&g=2020-06-12) tevens tussen het tijdstip van inwerkingtreding van de [Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19](onbekend) en voor 4 juli 2020 om 17:00 uur worden ontvangen, voor zover:
- a. de subsidieaanvrager op grond van [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-06-12&g=2020-06-12) reeds een aanvraag heeft ingediend in de periode, bedoeld in [artikel 3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.3&z=2020-06-12&g=2020-06-12), waarover de Raad in zijn advies aan de minister van 4 juni 2020 een positief advies heeft gegeven; en
- b. de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op de activiteiten, bedoeld in [artikel 3.32, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.32&z=2020-06-12&g=2020-06-12), en op het daarvoor beschikbare budget.
In afwijking van [artikel 3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.3&z=2020-09-08&g=2020-09-08), kunnen aanvragen om subsidie op grond van [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-09-08&g=2020-09-08) tevens tussen het tijdstip van inwerkingtreding van de [Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19](onbekend) en voor 4 juli 2020 om 17:00 uur worden ontvangen, voor zover:
- a. de subsidieaanvrager op grond van [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-09-08&g=2020-09-08) reeds een aanvraag heeft ingediend in de periode, bedoeld in [artikel 3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.3&z=2020-09-08&g=2020-09-08), waarover de Raad in zijn advies aan de minister van 4 juni 2020 een positief advies heeft gegeven; en
- b. de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op de activiteiten, bedoeld in [artikel 3.32, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.32&z=2020-09-08&g=2020-09-08), en op het daarvoor beschikbare budget.
##### Artikel 3.54. Specifieke weigeringsgrond
Onverminderd [artikel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.6&z=2020-06-12&g=2020-06-12) komen aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in [artikel 3.53, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.53&z=2020-06-12&g=2020-06-12), slechts voor subsidie in aanmerking voor zover na beoordeling van de aanvragen ingediend op grond van [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-06-12&g=2020-06-12) in de periode, bedoeld in [artikel 3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.3&z=2020-06-12&g=2020-06-12), het beschikbare bedrag voor de desbetreffende activiteiten niet geheel wordt verleend.
Onverminderd [artikel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.6&z=2020-09-08&g=2020-09-08) komen aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in [artikel 3.53, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.53&z=2020-09-08&g=2020-09-08), slechts voor subsidie in aanmerking voor zover na beoordeling van de aanvragen ingediend op grond van [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2020-09-08&g=2020-09-08) in de periode, bedoeld in [artikel 3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.3&z=2020-09-08&g=2020-09-08), het beschikbare bedrag voor de desbetreffende activiteiten niet geheel wordt verleend.
##### Artikel 3.55. Tussentijds aanvullend bedrag vervanging en verbetering huisvesting
@@ -3154,11 +3154,11 @@
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-06-12&g=2020-06-12), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-09-08&g=2020-09-08), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-06-12&g=2020-06-12), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2020-09-08&g=2020-09-08), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
2020-06-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2020-06-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2020-02-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 12 más
2020-01-31
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 17 más
2019-11-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2019-06-25
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 13 más
2019-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2018-07-18
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2018-04-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2017-04-11
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 15 más
2016-09-20
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 6 más
2016-06-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2016-01-15
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 6 más
2015-11-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2013-12-19
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 2013, 1 y 53 más
2013-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 1, 2 y 44 más
2012-09-18
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 2013, 2 y 89 más
2012-06-05
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 1, 2 y 85 más
2011-12-23
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2013, 2013 y 79 m
2011-11-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2013, 2013 y 80 m
2011-02-17
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 1 y 15 más
2010-11-17
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2010-07-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2, 125 y 158 más
2010-04-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 1, 2, 2 y 18 más
2010-04-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
original version
Tekst op deze datum