Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 april 2010, nr. WJZ/204802 (8258), houdende regels voor de subsidiëring van cultuuruitingen (Regeling op het specifiek cultuurbeleid)
33 versions
· 2025-08-21
2025-08-21
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2024-06-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2023-11-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2023-07-06
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2023-03-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2022-09-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2021-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2020-09-08
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 2 más
2020-06-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2020-06-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2020-02-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 12 más
2020-01-31
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 17 más
2019-11-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2019-06-25
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 13 más
2019-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2018-07-18
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2018-04-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2017-04-11
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 15 más
2016-09-20
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 6 más
2016-06-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2016-01-15
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 6 más
2015-11-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2013-12-19
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 2013, 1 y 53 más
Wijzigingen op 2013-12-19
@@ -74,7 +74,7 @@
In deze regeling wordt verstaan onder:
- **instelling:** privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid dan wel krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon;
- **instelling:** privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;
- **jaarlijkse instellingssubsidie:** subsidie als bedoeld in [artikel 1, tweede lid, van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027600&artikel=1);
@@ -102,7 +102,7 @@
1. Om in aanmerking te komen voor een jaarlijkse instellingssubsidie, dient de instelling uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het betreffende kalenderjaar een subsidieaanvraag in.
2. Om in aanmerking te komen voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie, dient de instelling overeenkomstig de aanvraagtermijn in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01) een subsidieaanvraag in.
2. Om in aanmerking te komen voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie, dient de instelling overeenkomstig de aanvraagtermijn in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2013-12-19&g=2013-12-19) een subsidieaanvraag in.
3. De minister kan in bijzondere gevallen een te laat ingediende aanvraag voor een jaarlijkse instellingssubsidie in behandeling nemen.
@@ -130,7 +130,7 @@
##### Artikel 2.6. Aanvullende bescheiden
1. De aanvraag gaat voorts vergezeld van een document waaruit de financiële positie van de aanvrager blijkt, tenzij de subsidieaanvraag wordt ingediend door een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon.
1. De aanvraag gaat voorts vergezeld van een document waaruit de financiële positie van de aanvrager blijkt.
2. Een document als bedoeld in het eerste lid is de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in [artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=361) of, indien geen jaarrekening voor handen is, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.
@@ -220,7 +220,7 @@
- a. het exploitatieresultaat van de subsidieontvanger;
- b. de financiële positie van de subsidieontvanger;
- b. de financiële positie van de subsidieontvanger, waarbij tevens wordt ingegaan op het beleggingsbeleid, voor zover de instelling beleggingen heeft;
- c. het al dan niet realiseren van de voorgenomen activiteiten;
@@ -230,39 +230,43 @@
- f. de samenstelling van het bestuur, de directie en, indien van toepassing, van de Raad van Toezicht, inclusief data van aan- en aftreden;
- g. de wijze waarop het bestuur de regels van goed bestuur (code cultural governance) heeft nageleefd;
- h. de uitvoering van de [Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562), dan wel de Wet normering topinkomens in geval die wet in werking is getreden;
- i. een reflectie op de educatieve activiteiten, waarbij wordt ingegaan op de wijze van evalueren en de samenwerking met scholen;
- j. een reflectie op de samenstelling en omvang van het publiek van de instelling, onderbouwd met publieksonderzoek;
- k. een reflectie op ondernemerschap en in het bijzonder de samenstelling van de eigen inkomsten en de strategie bij tegenvallende inkomsten;
- g. voor zover de verplichting tot het aansluiten bij een code als bedoeld in [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2013-12-19&g=2013-12-19) aan de subsidie is verbonden: de wijze waarop het bestuur toepassing heeft gegeven aan die code;
- h. de uitvoering van de Wet normering topinkomens;
- i. de educatieve activiteiten, waarbij wordt ingegaan op de wijze van evalueren en de samenwerking met scholen;
- j. de samenstelling en omvang van het publiek van de instelling, onderbouwd met publieksonderzoek;
- k. ondernemerschap en in het bijzonder de samenstelling van de eigen inkomsten en de strategie bij tegenvallende inkomsten;
- l. indien van toepassing de activiteiten op het gebied van talentontwikkeling, internationaal belang en wetenschappelijke functie; en
- m. indien van toepassing een reflectie op het museale veiligheidsplan en collectieplan.
- m. indien van toepassing het museale veiligheidsplan en collectieplan.
3. Voorts bevat het bestuursverslag een inzichtelijke kwalitatieve beschrijving in kort bestek van de verrichte activiteiten in het afgelopen jaar.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van toepassing. Het bestuur van de subsidieontvanger ondertekent het bestuursverslag.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van toepassing.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2013-12-19&g=2013-12-19) van toepassing. Het bestuur van de subsidieontvanger ondertekent het bestuursverslag.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2013-12-19&g=2013-12-19) van toepassing.
##### Artikel 2.16. Bestemmingsfonds OCW
1. Voor zover na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig deze regeling, het verleendesubsidiebedrag van een subsidie die € 125.000 of meer bedraagt, niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, wordt het gereserveerd in een bestemmingsfonds OCW.
2. Zonder toestemming van de minister kan een instelling slechts middelen onttrekken aan het bestemmingsfonds OCW indien het exploitatieresultaat in het desbetreffende jaar negatief is en de instelling heeft gehandeld overeenkomstig deze regeling en de beschikking tot subsidieverlening.
3. Het toevoegen en onttrekken aan het bestemmingsfonds OCW, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt plaats naar rato van de subsidie ten opzichte van de totale baten van de instelling.
1. Indien het resultaat van het boekjaar positief is, vindt toevoeging plaats aan een bestemmingsfonds OCW. Aan het bestemmingsfonds OCW wordt slechts onttrokken, indien het resultaat van het boekjaar negatief is.
2. Een toevoeging of onttrekking als bedoeld in het eerste lid, geschiedt naar rato van het aandeel subsidie in de totale baten van de instelling.
3. Een toevoeging of onttrekking als bedoeld in het eerste lid, wordt toegelicht in de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), en [2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
4. De minister kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste of het tweede lid.
5. Dit artikel is niet van toepassing op een subsidie aan een fonds of op een subsidie die minder dan € 125.000 bedraagt.
##### Artikel 2.17. Vergoeding voor vermogensvorming
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:41), is de subsidieontvanger aan de minister een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van goederenop het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van goederen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
3. Toepassing van het eerste lid blijft achterwege als de activiteiten van de subsidieontvanger, na toestemming van de minister, door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa tegen boekwaarde aan die rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen.
@@ -282,7 +286,7 @@
1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van zijn beleid.
2. Als bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie te overleggen.
2. Als bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2013-12-19&g=2013-12-19) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie te overleggen.
##### Artikel 2.21. Code
@@ -302,9 +306,9 @@
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie die € 125.000 of meer bedraagt, gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een jaarrekening.
2. In afwijking van het eerste lid gaat de aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie in plaats van een activiteitenverslag vergezeld van een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het bestuursverslag geeft een toelichting op het vierde jaar van de subsidie.
3. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid gaat de aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie in plaats van een activiteitenverslag vergezeld van een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19). Het bestuursverslag geeft een toelichting op het vierde jaar van de subsidie.
3. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 2.24. Aanvraag voor vaststelling van subsidie onder € 125.000
@@ -334,7 +338,7 @@
2. De jaarrekening van een ontvanger van vierjaarlijkse instellingssubsidie is tevens voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen over de prestatieverantwoording.
3. In de verklaring, bedoeld in het eerste lid, doet de accountant een uitspraak over de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger overeenkomstig de controleprotocollen opgenomen in de bij deze regeling gevoegde [bijlagen IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2013-01-01&g=2013-01-01) onderscheidenlijk [IIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIb&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met gebruikmaking van de bij die bijlagen opgenomen modellen voor accountantsverklaringen.
3. In de verklaring, bedoeld in het eerste lid, doet de accountant een uitspraak over de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger overeenkomstig de controleprotocollen opgenomen in de bij deze regeling gevoegde [bijlagen IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2013-12-19&g=2013-12-19) onderscheidenlijk [IIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIb&z=2013-12-19&g=2013-12-19) met gebruikmaking van de bij die bijlagen opgenomen modellen voor accountantsverklaringen.
4. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op een in de jaarrekening opgenomen prestatieverantwoording.
@@ -348,13 +352,11 @@
1. Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie stelt de minister de subsidie binnen 22 weken vast.
2. Tegelijkertijd met de vaststelling van de subsidie neemt de minister een besluit over de besteding van het bedrag van het bestemmingsfonds OCW, bedoeld in [artikel 2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
2. Tegelijkertijd met de vaststelling van de subsidie neemt de minister een besluit over de besteding van het bedrag van het bestemmingsfonds OCW, bedoeld in [artikel 2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2013-12-19&g=2013-12-19) of [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.3&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
##### Artikel 2.30. Terugvordering
1. Onverminderd [artikel 2.29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.29&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is de subsidieontvanger na de subsidievaststelling verplicht een teveel aan ontvangen voorschot onverwijld terug te betalen, tenzij de minister tot verrekening op andere wijze heeft besloten.
2. Bij terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten is de subsidieontvanger verplicht de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Tevens kan de minister in dat geval de verschuldigde wettelijke rente vorderen.
Vervallen
### Hoofdstuk 3. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies op grond van [artikel 4a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) voor de periode 2013–2016
@@ -364,2854 +366,2870 @@
##### Artikel 4.1. Toepassing
[Paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is niet van toepassing op de verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen.
[Paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19) is niet van toepassing op de verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen.
##### Artikel 4.2. Indiening van de begroting
1. De fondsen dienen uiterlijk op 1 februari in het jaar voorafgaand aan de aanvang van de subsidieperiode van vier kalenderjaren een begroting en een beleidsplan in.
2. Op de begroting is [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de minister hier om verzoekt, verstrekt de aanvrager tevens een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.
4. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de fondsen bij de indiening van de begroting.
5. Een fonds stelt zijn beleidsplan op aan de hand van het voor het desbetreffende fonds door de minister bekendgemaakte beleidskader.
1. Een fonds dient uiterlijk op 1 februari in het jaar voorafgaand aan de aanvang van de subsidieperiode van vier kalenderjaren een begroting en een beleidsplan in.
2. Op de begroting is [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2013-12-19&g=2013-12-19) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2013-12-19&g=2013-12-19) is van overeenkomstige toepassing op de fondsen bij de indiening van de begroting.
4. Een fonds stelt zijn beleidsplan op aan de hand van het voor het desbetreffende fonds door de minister bekendgemaakte beleidskader.
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
##### Artikel 4.3. Visitatie
##### Artikel 4.3. Bestemmingsfonds OCW
1. Een fonds houdt een bestemmingsfonds OCW aan.
2. De minister kan voorschriften verbinden aan het toevoegen of onttrekken van middelen aan het bestemmingsfonds OCW. Hij maakt deze bekend op de website www.cultuursubsidie.nl.
3. Toevoegingen of onttrekkingen aan het bestemmingsfonds OCW worden toegelicht in de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), en [2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
#### § 4.3. Subsidievaststelling
##### Artikel 4.4. Eisen aan de in te dienen bescheiden voor fondsen
Vervallen
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
##### Artikel 5.1. Reikwijdte
De artikelen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de verstrekking van projectsubsidies voor zover voor de subsidie geen specifieke regeling bestaat.
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
##### Artikel 5.2. Subsidieverstrekking
1. De minister kan op aanvraag een projectsubsidie verstrekken.
2. De minister kan ambtshalve aan een fonds een projectsubsidie verstrekken.
##### Artikel 5.3. In te dienen documenten
1. Een aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.
2. Op het activiteitenplan is [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2013-12-19&g=2013-12-19) van overeenkomstige toepassing.
3. De begroting behelst een overzicht van de geraamde baten en lasten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
4. De begroting bevat een postgewijze toelichting.
5. Indien de minister hierom verzoekt, verstrekt de aanvrager tevens een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.
6. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2013-12-19&g=2013-12-19) is van overeenkomstige toepassing.
7. In afwijking van het eerste lid gaat een subsidieaanvraag voor reeds verrichte activiteiten vergezeld van een verslag van de aard, duur en omvang van de gerealiseerde activiteiten en een jaarrekening of financieel verslag. Op de jaarrekening of het financieel verslag zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2013-12-19&g=2013-12-19), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19), onderscheidenlijk [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19) van overeenkomstige toepassing.
#### § 3.2.2. Dans
##### Artikel 5.4. Beslistermijn en de beschikking
1. De minister beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
2. De termijn, genoemd in het eerste lid, bedraagt 22 weken, indien de minister over de aanvraag advies inwint of een nader onderzoek naar de aanvraag instelt. Indien toepassing wordt gegeven aan de vorige volzin, doet de minister hiervan mededeling aan de aanvrager.
3. Een beschikking tot subsidieverlening vermeldt de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, het subsidiebedrag en de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn afgerond.
4. Indien de minister op een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.3&z=2013-12-19&g=2013-12-19), beslist tot subsidieverstrekking, stelt hij de subsidie zonder voorafgaande verlening vast.
5. In gevallen waarbij de minister besluit tot subsidieverstrekking zonder daarvoor een financiële of inhoudelijke verantwoording noodzakelijk te achten, kan hij, onverminderd het vierde lid, de subsidie zonder voorafgaande verlening vaststellen.
##### Artikel 5.5. Weigeringsgronden
[Artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19) is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van projectsubsidies.
##### Artikel 5.6. Voorschotten en betaling
1. [Artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19) is van overeenkomstige toepassing op de bevoorschotting van projectsubsidies.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een verleend subsidiebedrag dat minder dan € 25.000 bedraagt bij de subsidieverlening in één keer als voorschot betaald.
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
##### Artikel 5.7. Overeenkomstige verplichtingen
1. De verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [2.13, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [2.17 tot en met 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.17&z=2013-12-19&g=2013-12-19), zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een verleende projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt.
2. De minister kan bij de verlening van een projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt, [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2013-12-19&g=2013-12-19) toepassen.
##### Artikel 5.8. Publicaties en auteursrecht
1. Indien een gesubsidieerd project leidt tot een publicatie, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en de subsidieverstrekker van het project zijn geweest.
2. Indien de subsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in [artikel 10, onder 1, van de Auteurswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&artikel=10), draagt de subsidieontvanger er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk.
3. De subsidieontvanger vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties.
##### Artikel 5.9. Verplichtingen bij subsidies van minder dan € 25.000
1. Dit artikel is slechts van toepassing op een ontvanger van een subsidie die minder dan € 25.000 bedraagt.
2. Op verzoek van de minister toont de subsidieontvanger aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De subsidieontvanger toont dit zoveel mogelijk aan de hand van concrete en meetbare eenheden aan.
3. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan de minister, indien aannemelijk is dat:
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2013-12-19&g=2013-12-19), zijn verricht; of
- b. voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2013-12-19&g=2013-12-19), niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
#### § 5.5. Subsidievaststelling
##### Artikel 5.10. Aanvraag
1. De ontvanger van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, dient binnen 13 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2013-12-19&g=2013-12-19), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag tot vaststelling door een subsidieontvanger die tevens een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt, geschieden door verantwoording van de subsidie met de:
- a. bescheiden die vergezeld gaan van de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of vierjaarlijkse instellingssubsidie, of
- b. periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19),
voor zover de verantwoording van de subsidie daarin voldoende inzichtelijk is.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid en de activiteiten van de projectsubsidie zijn afgerond in het eerste, tweede of derde jaar van de subsidieperiode van de vierjaarlijkse instellingssubsidie, geschiedt de aanvraag tot vaststelling uiterlijk met de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de projectsubsidie is verleend, zijn afgerond.
4. In afwijking van het eerste lid en onverminderd het tweede en derde lid, kan de minister bij de subsidieverlening bepalen dat de ontvanger van een subsidie die twee of meer jaren bestrijkt, jaarlijks voor een in de beschikking tot verlening van de subsidie op te nemen datum een aanvraag tot vaststelling indient.
##### Artikel 5.11. In te dienen bescheiden
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een activiteitenverslag of bestuursverslag.
2. Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie tevens vergezeld van een jaarrekening of financieel verslag.
3. Op het activiteitenverslag is [artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.25&z=2013-12-19&g=2013-12-19) van overeenkomstige toepassing.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van overeenkomstige toepassing.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2013-12-19&g=2013-12-19), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.12. Financieel verslag
1. Het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger. Het financieel verslag sluit aan op de indeling van de begroting, die voorafgaand aan de subsidieverlening is overgelegd. Belangrijke verschillen tussen financieel verslag en begroting worden toegelicht.
2. Op het financieel verslag is [artikel 2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.13. Vaststelling
1. Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie stelt de minister de subsidie binnen 22 weken vast.
2. Indien het verleende subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie binnen 22 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2013-12-19&g=2013-12-19), ambtshalve vast.
3. Met betrekking tot terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten is [artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2013-12-19&g=2013-12-19) van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 6.1. Algemeen
##### Artikel 6.1. Hardheidsclausule
De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen of onderdelen daarvan buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
##### Artikel 6.2. Overgangsrecht
1. Aanvragen ingediend op grond van de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155) waar nog niet op is beslist op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling worden beschouwd als aanvragen ingediend op grond van deze regeling.
2. De bepalingen krachtens deze regeling die betrekking hebben op de vaststelling en de daarmee verbonden wettelijke verplichtingen zijn van toepassing op de subsidies verleend krachtens de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155), met dien verstande dat de minister binnen zes maanden beslist op de aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie die is verleend voor de inwerkingtreding van deze regeling. De beslistermijn van zes maanden is eveneens van toepassing op een projectsubsidie die tegelijkertijd met een vierjaarlijkse instellingssubsidie als bedoeld in de eerste volzin wordt verantwoord. In afwijking van de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), en [5.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19), bedraagt de termijn, genoemd in die artikelen, vier maanden voor subsidies die zijn verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. In afwijking van [artikel 2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2013-12-19&g=2013-12-19), dient de ontvanger van een subsidie die is verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling binnen 4 maanden na afloop van de subsidieperiode een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
3. De bevoorschotting van besluiten genomen op grond van de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155), vindt plaats overeenkomstig die regeling.
4. Bezwaar- en beroepsprocedures met betrekking tot besluiten genomen op grond van de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155), vinden plaats overeenkomstig die regeling.
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
##### Artikel 6.10. Intrekking
De [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155) wordt ingetrokken.
##### Artikel 6.11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010, met uitzondering van [artikel 6.5, onderdeel C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.5&z=2013-12-19&g=2013-12-19), dat in werking treedt met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.
##### Artikel 6.12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 (inclusief musea en sectorinstituten)
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen (hierna: handboek) is bedoeld voor rechtspersonen (zowel aangewezen als niet aangewezen instellingen) die op grond van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen. Daarnaast geldt dit handboek voor rechtspersonen die alleen een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. Als uw instelling een van dergelijke subsidies ontvangt, dient u over de besteding van de subsidie jaarlijks verantwoording aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) af te leggen. Dit is een verplichting die geldt voor ieder boekjaar waarvoor subsidie is verleend. Hoofdstuk 5 ‘wetgeving en richtlijnen’ van dit handboek verwijst naar de kaders waarbinnen deze verantwoordingsverplichting bestaat.
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie
In het verantwoordingsproces wordt een onderscheid gemaakt tussen instellingen die een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen en instellingen die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangen (aangewezen- én niet aangewezen instellingen). Op de verantwoording van vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt in dit hoofdstuk verder ingegaan. Voor de verantwoording door instellingen die een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van dit handboek.
U dient binnen dertien weken na het eerste, tweede en derde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode, over het betreffende boekjaar de verantwoording digitaal aan te leveren. De verantwoording over het vierde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode dient u tussen acht en dertien weken na afloop van het betreffende boekjaar digitaal aan te leveren.
Als u naast de vierjaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen in hoofdstuk 4 ‘verantwoording projectsubsidie’.
De jaarlijkse verantwoording voor vierjaarlijkse instellingssubsidies bestaat uit twee onderdelen: de jaarrekening (inclusief prestatieverantwoording) en het bestuursverslag. Daarnaast voegt de accountant een aantal accountantsproducten toe.
### Jaarrekening
De jaarrekening, als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Rsc), omvat de volgende onderdelen:
### Bestuursverslag
Het bestuursverslag is zakelijk van aard en wordt ondertekend door het bestuur. Al dan niet in aanvulling op elementen die zijn voorgeschreven in de RJ 640, bevat het bestuursverslag een toelichting op de volgende onderwerpen:
Voorts bevat het bestuursverslag:
### Accountantsproducten
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
### Verantwoording voor instellingen met een jaarlijkse subsidie
Bij de verantwoording van jaarlijkse instellingssubsidies wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies tot € 125.000 en subsidies vanaf € 125.000 (zie hierna).
De verantwoording van de jaarlijkse instellingssubsidie dient u tussen acht en dertien weken na afloop van het betreffende boekjaar digitaal aan te leveren.
Als u naast de jaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen in hoofdstuk 4 ‘verantwoording projectsubsidie’.
### Jaarlijkse subsidie OCW kleiner dan € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) kleiner is dan € 125.000, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling enkel een activiteitenverslag. Voor een toelichting op de inhoud van het activiteitenverslag: zie volgende paragraaf.
### Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) € 125.000 of meer bedraagt, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende verantwoordingsstukken:
### Verantwoording projectsubsidie
Voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie geldt in beginsel de termijn genoemd in het eerste lid van [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc. Het tweede lid van dit artikel geeft u, als ontvanger van een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie, echter de mogelijkheid in plaats daarvan uw aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie tegelijk in te dienen met de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of met de jaarlijkse verantwoording over uw vierjaarlijkse instellingssubsidie. U doet dit bij de verantwoording over het jaar waarin de activiteiten van het project, volgens de beschikking waarmee de projectsubsidie is verleend, uiterlijk worden afgerond.
Voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie geldt in beginsel de termijn genoemd in het eerste lid van [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Rsc. Het tweede lid van dit artikel geeft u, als ontvanger van een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie, echter de mogelijkheid in plaats daarvan uw aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie tegelijk in te dienen met de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of met de jaarlijkse verantwoording over uw vierjaarlijkse instellingssubsidie. U doet dit bij de verantwoording over het jaar waarin de activiteiten van het project, volgens de beschikking waarmee de projectsubsidie is verleend, uiterlijk worden afgerond.
Aandachtspunten:
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening, bestuursverslag of activiteitenverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd € 25.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000, dan dient u een aanvraag tot subsidievaststelling in vergezeld van een activiteitenverslag. Zie voor de inhoud van het activiteitenverslag hoofdstuk 3 bij **Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000**.
U kunt voor het project een afzonderlijk activiteitenverslag indienen, maar het is ook toegestaan deze op te nemen in:
In beide gevallen geldt als voorwaarde dat de activiteiten van het project afzonderlijk herkenbaar moeten zijn.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
U dient na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van een eindverantwoording die bestaat uit een activiteitenverslag (zie hoofdstuk 3 bij **Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000**) en een financieel verslag ([artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-07-01&g=2010-07-01) Rsc). Het financieel verslag:
U dient na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van een eindverantwoording die bestaat uit een activiteitenverslag (zie hoofdstuk 3 bij **Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000**) en een financieel verslag ([artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2011-02-17&g=2011-02-17) Rsc). Het financieel verslag:
In plaats van de hiervoor genoemde wijze van verantwoorden is het ook toegestaan om de verantwoording over de projectsubsidie op te nemen in de jaarlijkse verantwoording over uw instellingssubsidie. Dat betekent het volgende:
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
### Wetgeving en richtlijnen
De volgende wet- en regelgeving is van toepassing op de verantwoording:
U vindt de eerste vier documenten op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl of www.wetten.nl.
Krachtens [artikel 2.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Rsc, is [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) overeenkomstig van toepassing op deze verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening.
Krachtens [artikel 2.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2011-02-17&g=2011-02-17), van de Rsc, is [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) overeenkomstig van toepassing op deze verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening.
### Sica
### Modellen voor de verantwoording
### Toelichting op de modellen
### Toelichting op model I voor de balans
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Vaste activa
Als u subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. U neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie neemt u op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijk lopend met de afschrijvingstermijn van de investering.
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost Sponsoring onder de Langlopende schulden. Het is voor musea niet toegestaan collectieonderdelen te activeren.
### Vlottende activa
Alleen variabele voorbereidingslasten voor een activiteit (Onderhanden werk) die plaatsvindt in een op het verslagjaar volgend boekjaar, kunnen worden geactiveerd. Het is niet toegestaan personeelslasten en andere vaste lasten te activeren.
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
Over de bestemming van de, aan het einde van de betreffende subsidieperiode resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’, zal bij de vaststelling van de subsidie van de betreffende subsidieperiode een beslissing worden genomen.
### Aankoopfondsen (musea)
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen (hierna: handboek) is bedoeld voor rechtspersonen (zowel aangewezen als niet aangewezen instellingen) die op grond van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen in de periode 2009–2012. Daarnaast geldt dit handboek voor rechtspersonen die alleen een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. Als uw instelling een van dergelijke subsidies ontvangt, dient u over de besteding van de subsidie jaarlijks verantwoording aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) af te leggen. Dit is een verplichting die geldt voor ieder boekjaar waarvoor subsidie is verleend. Hoofdstuk 5 ‘wetgeving en richtlijnen’ van dit handboek verwijst naar de kaders waarbinnen deze verantwoordingsverplichting bestaat.
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Controleprotocol cultuursubsidies instellingen 2013-2016
**mei 2013**
### Inhoudsopgave
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van instellingen die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een jaarlijkse instellingssubsidie vanaf € 125.000, een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van de instelling een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van de instelling, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
In dit controleprotocol wordt verstaan onder:
### 1.2. Doelstelling van het controleprotocol
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de instelling die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangt. De Minister van OCW verlangt van de accountant van de instelling een controleverklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van de instelling, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van de NBA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. In deze vernieuwde versie is getracht het begrip financiële rechtmatigheid en de daarmee samenhangende accountantswerkzaamheden te verduidelijken. Verder zijn in deze versie een aantal technische wijzigingen meegenomen en geactualiseerde modellen.
### 1.3. Wettelijk kader
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2013–2016 op de verantwoording van de cultuurinstellingen is vermeld. In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
Volledige teksten van de geldende wet- en regelgeving zijn onder andere te vinden via www.wetten.nl.
### Toelichting op model III voor de prestatieverantwoording
### Jaarrekening
Waar instellingsaccountants hun controlewerkzaamheden ontoereikend hebben uitgevoerd, zal een sanctiebeleid worden toegepast. Dit sanctiebeleid is opgenomen in een brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer uit 2003 (Kamerstuk 28 779, nr.1).
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
Van de accountant worden de volgende producten verwacht:
### Verantwoording projectsubsidie
Ad 2. Dit vormvrije rapport van bevindingen is bedoeld voor het melden van bevindingen bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### Jaarlijkse subsidie OCW kleiner dan € 125.000
### 1.5. Controlecriteria
### 2.1. Definities
Bij de verantwoording van jaarlijkse instellingssubsidies wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies tot € 125.000 en subsidies vanaf € 125.000 (zie hierna).
### **Verantwoording projectsubsidie**
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording cultuursubsidies fondsen 2009–2012
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen met een belang groter dan de voorgeschreven toleranties. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Voor de strekking van het accountantsoordeel geldt de volgende tolerantietabel:
Projectsubsidies kunnen in de jaarrekening worden verantwoord. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert, in geval de projectsubsidies € 125.000 te boven gaan, de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties van de bovenstaande tabel moeten worden toegepast. Als deze toleranties worden overschreden, maar de grens voor de jaarrekeningcontrole niet, heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. In dat geval is sprake van uitzonderingsrapportage in het rapport van bevindingen.
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening, bestuursverslag of activiteitenverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### 2.2.1. Balans
Van een onzekerheid in de controle is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.
### SICA
Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten geldt voor de accountantscontrole van de jaarrekening:
### 2.1.4. Controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
Een (meerjarig) projectsubsidie kan, na afloop van de projectperiode, in een financieel verslag over de projectperiode worden verantwoord. De aanwijzingen voor de accountant in dit controleprotocol gelden ook in die situatie, tenzij de aanwijzingen alleen betrekking hebben op de controle van de jaarrekening. De accountant maakt gebruik van het model controleverklaring projectsubsidie (onderdeel 5) en hanteert daarbij de volgende tolerantietabel:
De accountant stelt vast dat de instelling een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### SICA
Het Ministerie van OCW steunt bij de berekening van de entreenorm met betrekking tot het verdienvermogen (eigen inkomsten/structurele subsidies) in belangrijke mate op de juiste rubricering en specificatie van de (eigen) inkomsten en overige bijdragen. Indien uit de jaarrekeningcontrole blijkt dat de instelling fouten in deze rubrieken niet heeft hersteld, meldt de accountant deze in zijn rapport van bevindingen. Hiervoor geldt een rapportagetolerantie van 0%.
### 2.2.2. [WNT](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249) getrouwheid
De accountant stelt, aan de hand van de administratie van de instelling integraal vast of de opgave in de toelichting van de jaarrekening van de instelling op grond van de [Wet normering en bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249) (WNT) juist en volledig is. Indien dit niet het geval is, geeft de accountant een ander dan goedkeurend getrouwheidsoordeel af en vermeldt hij de ontbrekende informatie in zijn verklaring. Hiervoor geldt een rapportagetolerantie van 0%. Daarbij zijn de volgende artikelen van de WNT van bijzonder belang: [artikel 1.7, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249&artikel=1.7), [artikel 4.1, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249&artikel=4.1), [artikel 4.2, lid 1 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249&artikel=4.2) en [artikel 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249&artikel=7.5).
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
### Model IIB voor de categoriale exploitatierekening
**– WOPT**
De financiële rechtmatigheid heeft betrekking op publieke middelen. Financiële rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie betrekking hebbende op publieke middelen waarvan de uitkomst in de jaarrekening dient te worden verantwoord, in overeenstemming is met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriele regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden.
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
(Podiumkunsten: toneelgezelschap, productiehuis, orkest, operagezelschap, jeugdgezelschap, dansgezelschap)
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen.
### Model III voor de prestatieverantwoording (1)
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
Voor de verdeling van baten en lasten over de vijf hoofdfuncties gebruikt u verdeelsleutels. De controleerbaarheid ten aanzien van het gebruik van deze verdeelsleutels staat voorop. U formuleert uw eigen verdeelsleutels, beschrijft en onderbouwt ze in de jaarrekening en hanteert ze consistent over de jaren heen.
### Model III voor de prestatieverantwoording (1)
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
Bij het maken van onderscheid tussen algemene reserve, bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen volgt u de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 640 (640.305-313). De resultaatbestemming, dit is de wijze waarop het exploitatieresultaat aan een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds wordt toegerekend en/of op een andere wijze wordt aangewend, voorziet u van een toelichting.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verklaring betreffende de jaarrekening
Wij hebben de in dit [verslag][rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomen jaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet – en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet – en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Als u subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. U neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie neemt u op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijklopend met de afschrijvingstermijn van de investering.
### Aankoopfondsen (musea)
### Vlottende activa
### Toelichting op de modellen IIA t/m F voor de categoriale en/of functionele exploitatierekening
### Oordeel **)
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Opzet voor model IIE (Musea)
Het voorgeschreven model IIE bestaat in grote lijnen uit een gecombineerde kostensoorten- en kostenplaatsen overzicht. De in model IID opgenomen baten en lasten van het huidig boekjaar neemt u over in model IIE, in de kolom **Totaal**. U rekent vervolgens de baten en lasten uit de kolom **Totaal** toe aan de in het model opgenomen kostenplaatsen; de museale functies. Daarbij houdt u rekening met de omschrijvingen van de museale functies, zoals vermeld in de **Toelichting op model IIE – definities van museale functies**, hierna. Het saldo van de kolom **Algemeen beheer** rekent u ook toe aan de overige functies (zie de pijl in het model).
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.* Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Toelichting op de modellen IIA t/m F voor de categoriale en/of functionele exploitatierekening
<<Naam accountant>>
* **De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op op winst gerichte rechtspersonen.**
****Indien niet wordt voldaan aan de WNT vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.**
Het voorgeschreven model IIE bestaat in grote lijnen uit een gecombineerde kostensoorten- en kostenplaatsen overzicht. De in model IID opgenomen baten en lasten van het huidig boekjaar neemt u over in model IIE, in de kolom **Totaal**. U rekent vervolgens de baten en lasten uit de kolom **Totaal** toe aan de in het model opgenomen kostenplaatsen; de museale functies. Daarbij houdt u rekening met de omschrijvingen van de museale functies, zoals vermeld in de **Toelichting op model IIE – definities van museale functies**, hierna. Het saldo van de kolom **Algemeen beheer** rekent u ook toe aan de overige functies (zie de pijl in het model).
Voor de verdeling van baten en lasten over de museale functies gebruikt u verdeelsleutels. De controleerbaarheid ten aanzien van het gebruik van deze verdeelsleutels staat voorop. U formuleert uw eigen verdeelsleutels, beschrijft en onderbouwt ze in de jaarrekening en hanteert ze consistent over de jaren heen. U kiest zoveel mogelijk voor objectieve gronden. Baten en lasten die niet zijn toe te rekenen aan de museale functies vermeldt u in de kolom **Algemeen Beheer**.
### Opzet voor model IIF (Sectorinstituten)
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
Wij hebben de bijgaande financiële verantwoording betreffende het project (naam project) van (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) over ...(periode/jaar) gecontroleerd.
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opstellen van de financiële verantwoording in overeenstemming met de voorwaarden en regelgeving van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de bestedingen die zijn opgenomen in de financiele verantwoording. Dit houdt in dat deze bestedingen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is ten slotte verantwoordelijk voor een zodanig interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de financiële verantwoording en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de financiële verantwoording op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies Fondsen. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de financiële verantwoording geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Subsidieverplichtingen
Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen van de financiële verantwoording door de entiteit, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het opstellen van de financiële verantwoording.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
Onder bijdragen van private partijen waarvan bedrijven verantwoordt u alle contributies, schenkingen, donaties of legaten en bijdragen van vriendenverenigingen van bedrijven. Deze bijdragen hoeft u verder niet te specificeren.
### Toelichting op model IIE – definities van museale functies
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
<<Plaats>>, <<datum>>
### Overige aangelegenheden
### C. Productiehuizen
<<Plaats>>, <<datum>>
### E. Overige instellingen
Deze functies zijn onderverdeeld in zes taakgebieden. Hieronder treft u daarvan een korte omschrijving ten behoeve van de toerekening van baten en lasten in model IIE.
### 1. Algemene uitgangspunten
Volg bij de kwantitatieve verantwoording van uw activiteiten de indeling volgens de eerder bij model IIF genoemde vijf hoofdfuncties. Vermeld de specifieke activiteiten die binnen uw instituut worden verricht op de wijze zoals opgenomen in uw activiteitenplan of prestatieoverzicht. Vermeld indien mogelijk ook het bereik in termen van aantal bezoekers, gebruikers of deelnemers.
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de cultuurfondsen (hierna te noemen ‘fonds’) die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van het fonds een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van het fonds, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de cultuurfondsen (hierna te noemen ‘fonds’) die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van het fonds een controleverklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van het fonds, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van de NBA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. In deze vernieuwde versie is getracht het begrip financiële rechtmatigheid en de daarmee samenhangende accountantswerkzaamheden te verduidelijken. Verder zijn in deze versie een aantal technische wijzigingen meegenomen en geactualiseerde modellen.
### 1.3. Wettelijk kader
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2013–2016 op de verantwoording van de cultuurinstellingen is vermeld.
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.3. Accountantsproducten
### D. Presentatie-instellingen
### E. Overige instellingen
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
### F. Sectorinstituten
Ad 1. De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een controleverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Van de accountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven controletolerantie tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. De verklaring heeft geen betrekking op de in een jaarrekening opgenomen prestatieverantwoording (Regeling op het specifiek cultuurbeleid, [artikel 2.27, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19)). Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde "WG-verklaring" af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van het fonds worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
Ad 2. Dit vormvrije rapport van bevindingen is bedoeld voor het melden van bevindingen bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol.
Ad 3. De jaarrekening is tevens voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen over de prestatieverantwoording (Regeling op het specifiek cultuurbeleid, [artikel 2.27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19)). De prestatieverantwoording van het fonds geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2013–2016. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in NV COS 4400.
### Onderdelen van de verantwoording
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
De accountant laat zich bij zijn werkzaamheden leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS).
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2013 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2016 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.7. Dossiervorming
Voor de documentatie van verrichte controlewerkzaamheden, de bevindingen en de conclusie daarbij gelden de eisen zoals genoemd in Standaard 230. In het controledossier van de instellingsaccountant dient per aandachtspunt van het controleprotocol **minimaal** aanwezig te zijn: de uitgevoerde werkzaamheden, de identificatie van het gecontroleerde stuk (opschrift, totaalsaldo) of een kopie van de laatste pagina, de bevindingen en de conclusie. Indien bijvoorbeeld proceduretests zijn uitgevoerd, dan zijn niet kopieën van de inkoopfacturen in het dossier aanwezig, maar wel een lijst met factuurnummers en van items waarop de facturen zijn gecontroleerd.
### 2. De controleverklaring bij de financiële verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
Dit onderdeel bevat nadere aanwijzingen voor de inrichting van de accountantscontrole en bestaat uit de volgende onderdelen
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarlijkse verantwoording van het fonds voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van het fonds verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen.
### 2.1.2. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole
### Toelichting op model I voor de balans
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat voor zover het de naleving van de wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.1.2. Referentiekader
Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door het fonds moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten, die betrekking hebben op rechtmatigheid geldt dat correctie veelal niet mogelijk is omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.
Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten geldt voor de accountantscontrole van de jaarrekening:
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
Een (meerjarig) projectsubsidie kan, na afloop van de projectperiode, in een financieel verslag over de projectperiode worden verantwoord. De aanwijzingen voor de accountant in dit controleprotocol gelden ook in die situatie, tenzij de aanwijzingen alleen betrekking hebben op de controle van de jaarrekening. De accountant maakt gebruik van het model controleverklaring projectsubsidie (onderdeel 5) en hanteert daarbij de volgende tolerantietabel:
### 2.2. **Getrouwheid**
**– Indirecte opbrengsten**
### Verantwoording projectsubsidie
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2013–2016. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit bij wijze van uitzonderingsrapportage op in zijn rapport van bevindingen.
Voorts stelt de accountant vast dat indien het fonds subsidieverplichtingen voor de volgende vierjaarlijkse subsidieperiode heeft aangegaan, in de desbetreffende beschikkingen een voorbehoud is gemaakt voor het verkrijgen van subsidie van het ministerie van OCW. Daarnaast stelt hij vast dat deze subsidieverplichtingen niet ten laste van de exploitatierekening zijn gebracht maar in de toelichting zijn opgenomen als ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
De financiële rechtmatigheid heeft betrekking op publieke middelen. Financiële rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie betrekking hebbende op publieke middelen waarvan de uitkomst in de jaarrekening dient te worden verantwoord, in overeenstemming is met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriele regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden.
### 2.2.2. Exploitatierekening
De accountant stelt vast dat het fonds geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen.
Zij zijn:
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
De volgende wet- en regelgeving is van toepassing op de verantwoording:
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Toelichting op de modellen
### Verklaring betreffende de jaarrekening
Wij hebben de in dit [verslag][rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomen jaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Als u subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. U neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie neemt u op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijk lopend met de afschrijvingstermijn van de investering.
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies Fondsen. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Vlottende activa
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel **)
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Van OCW ontvangen subsidievoorschotten komen in mindering op de post ‘Vordering subsidie OCW’. Als toelichting daarbij meldt u het kenmerk van de subsidiebeschikkingen.
### Eigen vermogen
<<Plaats>>, <<datum>>
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
* **De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op op winst gerichte rechtspersonen.**
### Algemeen
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Bij deze post staat het u vrij subposten te gebruiken naar eigen inzicht. Volg bij het treffen van voorzieningen de bepalingen in [artikel 374 BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=374) en tevens de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 252. Deze richtlijn geeft aan terughoudend te zijn in het treffen van voorzieningen, vooral waar het gaat om voorzieningen voor meer algemene bedrijfsrisico’s.
### Subsidieverplichtingen
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
Wij hebben de bijgaande financiële verantwoording betreffende het project (naam project) van (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) over ...(periode/jaar) gecontroleerd.
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opstellen van de financiële verantwoording in overeenstemming met de voorwaarden en regelgeving van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de bestedingen die zijn opgenomen in de financiele verantwoording. Dit houdt in dat deze bestedingen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is ten slotte verantwoordelijk voor een zodanig interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de financiële verantwoording en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Zie voor deze posten de toelichting bij de post ‘Vordering subsidie OCW’ in de paragraaf ‘Vlottende activa’, hiervoor. In de toelichting wordt het verloop van deze posten aangegeven in relatie tot de gematchte bijdrage OCW in de exploitatierekening. Zie verder ook de toelichting bij de post ‘Subsidie OCW’ in de paragraaf ‘Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening’, hierna.
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de financiële verantwoording op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies Fondsen. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de financiële verantwoording geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de financiële verantwoording. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste professionele oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de financiële verantwoording een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen van de financiële verantwoording door de entiteit, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het opstellen van de financiële verantwoording.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
Naar ons oordeel is de financiële verantwoording betreffende het project (naam project) van (naam entiteit) over (verantwoordingsperiode), in alle van materieel belang zijnde aspecten, juist en rechtmatig en in overeenstemming met de voorwaarden en regelgeving zoals genoemd in de beschikking van (datum, kenmerk) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
### Beperking in gebruik en verspreidingskring
De financiële verantwoording is opgesteld voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met als doel ... (naam entiteit(en) in staat te stellen te voldoen aan de voorwaarden en regelgeving van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Hierdoor is de financiële verantwoording mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. De financiële verantwoording met onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam entiteit(en) en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.
### **Verklaring betreffende het financieel verslag**
<<Naam accountant>>
### 1. Algemene uitgangspunten
Aandachtspunt:
### Saldo bijzondere baten en lasten
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### Controleprotocol cultuursubsidies instellingen
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 1.5. Wet- en regelgeving
<<Naam accountant>>
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van de instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen.
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van de instelling worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2012-06-05&g=2012-06-05) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
– De verslaggevingscriteria
De jaarlijkse verantwoording van de instelling voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een jaarlijkse instellingssubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een jaarrekening en een activiteitenverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
– De verslaggevingscriteria
### 2.2.1. Balans
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
De accountant stelt vast dat de instelling een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
### 2.1.2. Referentiekader
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
De accountant stelt vast dat de instelling geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Indirecte opbrengsten**
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
**– Activiteitenlasten**
### 2.3. Het bestuursverslag
### 2.2.1. Balans
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
### 2.2.2. Exploitatierekening
De accountant stelt integraal vast of de opgave van de instelling op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
**– Activiteitenlasten**
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Overige aangelegenheden
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag. **(alleen van toepassing bij jaarlijkse instellingssubsidie)**
### 1.3. Accountantsproducten
<<Plaats>>, <<datum>>
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verklaring betreffende het financieel verslag
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van <<naam project>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.1. Doelstelling
<<Plaats>>, <<datum>>
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
De prestatieverantwoording van het fonds geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van het fonds worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
De prestatieverantwoording van het fonds geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
Het fonds stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 6.2a. Overgangsrecht vierjaarlijkse instellingssubsidies onder € 125.000
1. Bij de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), kan de ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt, in plaats van een jaarrekening een financieel verslag als bedoeld in [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19) indienen.
2. In afwijking van [artikel 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.24&z=2013-12-19&g=2013-12-19) dient een ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt, een jaarrekening als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2013-12-19&g=2013-12-19) of een financieel verslag als bedoeld in [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19) in, alsmede een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19) dat betrekking heeft op het vierde jaar van de subsidie. Op het bestuursverslag is artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19) is niet van toepassing op een ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt.
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 (inclusief musea en sectorinstituten)
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie
De jaarlijkse verantwoording voor vierjaarlijkse instellingssubsidies bestaat uit twee onderdelen: de jaarrekening (inclusief prestatieverantwoording) en het bestuursverslag. Daarnaast voegt de accountant een aantal accountantsproducten toe.
### Jaarrekening
De jaarrekening, als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Rsc), omvat de volgende onderdelen:
### Bestuursverslag
Voorts bevat het bestuursverslag:
### Accountantsproducten
Bij de Rsc is in [bijlage IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2011-02-17&g=2011-02-17) het Controleprotocol Cultuursubsidies Instellingen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de accountantsverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden. Op ontvangers van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende bedrag minder dan € 125.000 bedraagt, is een ander regime van toepassing. Zie daarvoor [artikel 6.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=6.2a&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### Verantwoording voor instellingen met een jaarlijkse subsidie
Als u naast de jaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen in hoofdstuk 4 ‘verantwoording projectsubsidie’.
### Jaarlijkse subsidie OCW kleiner dan € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) kleiner is dan € 125.000, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling enkel een activiteitenverslag. Voor een toelichting op de inhoud van het activiteitenverslag: zie volgende paragraaf.
### Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) € 125.000 of meer bedraagt, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende verantwoordingsstukken:
### Verantwoording projectsubsidie
Aandachtspunten:
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening, bestuursverslag of activiteitenverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
In beide gevallen geldt als voorwaarde dat de activiteiten van het project afzonderlijk herkenbaar moeten zijn.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
### Wetgeving en richtlijnen
[Artikel 2.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2011-02-17&g=2011-02-17), van de Rsc, laat aan de minister ruimte om bepalingen van [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) of onderdelen daarvan buiten toepassing te verklaren op bepaalde instellingen of categorieën van instellingen. Op basis van deze bevoegdheid zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=1), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=10), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=14), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=15) en [16 van Boek 2 Titel 9 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=16) niet van toepassing op de jaarlijkse verantwoording. [Afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=7) is van toepassing met dien verstande dat het jaarverslag bij vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt vervangen door een bestuursverslag conform [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Rsc.
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Vaste activa
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost Sponsoring onder de Langlopende schulden. Het is voor musea niet toegestaan collectieonderdelen te activeren.
### Vlottende activa
Alleen variabele voorbereidingslasten voor een activiteit (Onderhanden werk) die plaatsvindt in een op het verslagjaar volgend boekjaar, kunnen worden geactiveerd. Het is niet toegestaan personeelslasten en andere vaste lasten te activeren.
### Eigen vermogen
Het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen (hierna: handboek) is bedoeld voor rechtspersonen (zowel aangewezen als niet aangewezen instellingen) die op grond van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen in de periode 2009–2012. Daarnaast geldt dit handboek voor rechtspersonen die alleen een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. Als uw instelling een van dergelijke subsidies ontvangt, dient u over de besteding van de subsidie jaarlijks verantwoording aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) af te leggen. Dit is een verplichting die geldt voor ieder boekjaar waarvoor subsidie is verleend. Hoofdstuk 5 ‘wetgeving en richtlijnen’ van dit handboek verwijst naar de kaders waarbinnen deze verantwoordingsverplichting bestaat.
### Aankoopfondsen (musea)
De aankoopfondsen krijgen een afzonderlijke vermelding en maken geen deel uit van het eigen vermogen.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### **Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie**
U dient binnen dertien weken na het eerste, tweede en derde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode, over het betreffende boekjaar de verantwoording digitaal aan te leveren. De verantwoording over het vierde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode dient u tussen acht en dertien weken na afloop van het betreffende boekjaar digitaal aan te leveren.
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### 1. Algemene uitgangspunten
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### 1. Algemene uitgangspunten
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van de instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen.
### **Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie**
In het verantwoordingsproces wordt een onderscheid gemaakt tussen instellingen die een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen en instellingen die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangen (aangewezen- én niet aangewezen instellingen). Op de verantwoording van vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt in dit hoofdstuk verder ingegaan. Voor de verantwoording door instellingen die een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van dit handboek.
### Bestuursverslag
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Ad 1. De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een controleverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Van de accountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven controletolerantie tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. De verklaring heeft geen betrekking op de in een jaarrekening opgenomen prestatieverantwoording (Regeling op het specifiek cultuurbeleid, [artikel 2.27, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19)). Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde "WG-verklaring" af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van het fonds worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
### **Verantwoording projectsubsidie**
Ad 3. De jaarrekening is tevens voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen over de prestatieverantwoording (Regeling op het specifiek cultuurbeleid, [artikel 2.27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19)). De prestatieverantwoording geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2013–2016. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in NV COS 4400.
### 1.6. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2013 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2016 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.7. Dossiervorming
Voor de documentatie van verrichte controlewerkzaamheden, de bevindingen en de conclusie daarbij gelden de eisen zoals genoemd in Standaard 230. In het controledossier van de instellingsaccountant dient per aandachtspunt van het controleprotocol **minimaal** aanwezig te zijn: de uitgevoerde werkzaamheden, de identificatie van het gecontroleerde stuk (opschrift, totaalsaldo) of een kopie van de laatste pagina, de bevindingen en de conclusie. Indien bijvoorbeeld proceduretests zijn uitgevoerd, dan zijn niet kopieën van de inkoopfacturen in het dossier aanwezig, maar wel een lijst met factuurnummers en van items waarop de facturen zijn gecontroleerd.
### 2. De controleverklaring bij de financiële verantwoording
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarlijkse verantwoording van de instelling voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van de instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen.
### 2.1.2. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole
Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat voor zover het de naleving van de wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.
### Sica
Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door de instelling moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten, die betrekking hebben op rechtmatigheid geldt dat correctie veelal niet mogelijk is omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.
### Wetgeving en richtlijnen
De volgende wet- en regelgeving is van toepassing op de verantwoording:
### Model IIA voor de categoriale exploitatierekening
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2013–2016. De accountant stelt vast dat de jaarrekening aan deze eisen voldoet. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### Wetgeving en richtlijnen
De accountant stelt vast dat de instelling geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Model IIA voor de categoriale exploitatierekening
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2&z=2013-12-19&g=2013-12-19), onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2013–2016. Als de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit bij wijze van uitzonderingsrapportage op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.3. Financiële rechtmatigheid
De accountant stelt vast of de instelling de subsidie van OCW rechtmatig heeft verkregen en besteed. Het referentiekader voor het accountantsoordeel over de financiële rechtmatigheid wordt gevormd door de relevante categorieën van wet- en regelgeving (paragraaf 1.3). Indien een financiële transactie, naar het oordeel van de accountant, met het bovenstaande in strijd is, merkt hij het totale bedrag van de financiële transactie als een fout in de verantwoording aan.
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Zij zijn:
### Model IIC voor de categoriale exploitatierekening
(Overige instellingen waaronder presentatie-instellingen, sectorinstituten, postacademische instellingen, ontwikkelinstellingen).
### Model IID voor de categoriale exploitatierekening (Musea)
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
De aankoopfondsen krijgen een afzonderlijke vermelding en maken geen deel uit van het eigen vermogen.
### Algemeen
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies Fondsen. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Algemeen
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet – en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies Fondsen zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
<<Plaats>>, <<datum>>
### Algemeen
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### G. Musea
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de financiële verantwoording. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste professionele oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de financiële verantwoording een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
### Toelichting op model III voor de prestatieverantwoording
Naar ons oordeel is de financiële verantwoording betreffende het project (naam project) van (naam entiteit) over (verantwoordingsperiode), in alle van materieel belang zijnde aspecten, juist en rechtmatig en in overeenstemming met de voorwaarden en regelgeving zoals genoemd in de beschikking van (datum, kenmerk) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
### Beperking in gebruik en verspreidingskring
De financiële verantwoording is opgesteld voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met als doel ... (naam entiteit(en) in staat te stellen te voldoen aan de voorwaarden en regelgeving van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Hierdoor is de financiële verantwoording mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. De financiële verantwoording met onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam entiteit(en) en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.
### Toelichting op model III voor de prestatieverantwoording
<<Naam accountant>>
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen 2013-2016
**mei 2013**
### Inhoudsopgave
(Toneelgezelschappen, dansgezelschappen, operagezelschappen en orkesten)
### 1.1. Begripsbepalingen
In dit controleprotocol wordt verstaan onder:
### 1.2. Doelstelling van het controleprotocol
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### F. Sectorinstituten
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-02-17&g=2011-02-17), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.4. Accountantsproducten
Van de accountant van het fonds worden de volgende producten verwacht:
### 1.4. Procedure controleprotocol
Het fonds stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven controleverklaring, naar OCW. Daarbij kan het bestuur aangeven hoe het heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.5. Controlecriteria
Uw fonds dient jaarlijks verantwoording af te leggen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) over de besteding van de subsidie. Dit is een verplichting die geldt voor ieder boekjaar waarvoor subsidie is verleend.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarlijkse verantwoording van het fonds voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
### 2.1. Algemeen
– De controlecriteria
### Modellen voor de verantwoording
– De verslaggevingscriteria
### 2.1.3. Omgaan met afwijkingen (fouten en onzekerheden, foutdefinities)
Van een onzekerheid in de controle is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.
### 2.2. Jaarrekening per post
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
### 2.2.1. Verslaggevingscriteria
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2013–2016. De accountant stelt vast dat de jaarrekening aan deze eisen voldoet. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.2.2. [WNT](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249) getrouwheid
De accountant stelt, aan de hand van de administratie van de instelling integraal vast of de opgave in de toelichting van de jaarrekening van de instelling op grond van de [Wet normering en bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249) (WNT) juist en volledig is. Indien dit niet het geval is, geeft de accountant een ander dan goedkeurend getrouwheidsoordeel af en vermeldt hij de ontbrekende informatie in zijn verklaring. Hiervoor geldt een rapportagetolerantie van 0%. Daarbij zijn de volgende artikelen van de WNT van bijzonder belang: [artikel 1.7, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249&artikel=1.7), [artikel 4.1, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249&artikel=4.1), [artikel 4.2, lid 1 tot en met 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249&artikel=4.2) en [artikel 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249&artikel=7.5).
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
De accountant stelt vast of het fonds de subsidie van OCW rechtmatig heeft verkregen en besteed. Het referentiekader voor het accountantsoordeel over de financiële rechtmatigheid wordt gevormd door de relevante categorieën van wet- en regelgeving (paragraaf 1.3). Indien een financiële transactie, naar het oordeel van de accountant, met het bovenstaande in strijd is, merkt hij het totale bedrag van de financiële transactie als een fout in de verantwoording aan.
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Rapportage
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet – en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet – en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet – en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Verklaring betreffende de jaarrekening
Wij hebben de in dit [verslag] [rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomenjaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet – en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies Fondsen zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.* Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Subsidieverplichtingen
<<Naam accountant>>
### Oordeel
****Indien niet wordt voldaan aan de WNT vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.**
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Baten
<<Plaats>>, <<datum>>
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
<<Plaats>>, <<datum>>
### Lasten
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van <<naam project>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### 1.2. Uitgangspunten
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
<<Plaats>>, <<datum>>
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
De prestatieverantwoording van de instelling geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-02-17&g=2011-02-17), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2. Controle op de verantwoording
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 2. Controle op de verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2012-09-18&g=2012-09-18) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
### 2.2.2. Exploitatierekening
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.2. Jaarrekening per post
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
De accountant stelt vast dat de instelling een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
### Doelstelling
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De accountant stelt vast dat de instelling geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
**– WOPT**
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verklaring betreffende de jaarrekening
Wij hebben de in dit [verslag] [rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomenjaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
### Doelstelling
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.1De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op winst gerichte rechtspersonen.Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
<<Naam accountant>>
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
<<Naam accountant>>
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van het fonds verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen. Het rechtmatigheidsbegrip houdt bij een fonds in het bijzonder in, dat het fonds de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen juist toepast en daarover verantwoording aflegt.
### 1. Algemene uitgangspunten
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de cultuurfondsen (hierna te noemen ‘fonds’) die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van het fonds een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van het fonds, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 1.2. Uitgangspunten
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van het fonds verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen. Het rechtmatigheidsbegrip houdt bij een fonds in het bijzonder in, dat het fonds de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen juist toepast en daarover verantwoording aflegt.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening
### Verantwoordelijkheid van de accountant
### 1.1. Doelstelling
### 1.4. Procedure controleprotocol
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
### 2.2.2. Exploitatierekening
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### Afdeling 3.1. Algemene bepalingen
##### Artikel 3.1. Definities
1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- **Brabantstad:** gemeente Den Bosch, gemeente Eindhoven of gemeente Tilburg;
- **grote gemeente:** gemeente Amsterdam, gemeente Rotterdam of gemeente Den Haag;
- **kernpunt:** gemeente Groningen, gemeente Arnhem, gemeente Utrecht, gemeente Maastricht, gemeente Den Haag, gemeente Rotterdam, gemeente Amsterdam of Brabantstad;
- **podium:** voorziening in een gebouw die bestemd of geschikt is voor de presentatie van podiumkunsten;
- 1°. Noord: provincies Groningen, Friesland en Drenthe;
- 2°. Oost: provincies Overijssel en Gelderland;
- 3°. Midden: provincies Flevoland en Utrecht; of
- 4°. Zuid: provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg;
- **standplaats:** gemeente waar de instelling haar huisvesting heeft en in de lokale culturele infrastructuur is ingebed.
2. Onder eigen inkomsten worden in dit hoofdstuk de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:
- a. publieksinkomsten; en
- b. overige inkomsten zijnde:
- 1°. directe opbrengsten: sponsorinkomsten en overige inkomsten;
- 2°. indirecte opbrengsten; en
- 3°. overige bijdragen.
3. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
- a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
- b. overige bijdragen uit publieke middelen;
- c. rentebaten;
- d. bijdragen in natura; en
- e. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
##### Artikel 3.2. Indieningstermijn aanvraag en in te dienen bescheiden
1. Een aanvraag voor vierjaarlijkse instellingssubsidie voor de jaren 2013 tot en met 2016 op grond van dit hoofdstuk wordt ontvangen na 30 november 2011 en uiterlijk ontvangen op 1 februari 2012 om 17:00 uur.
2. Onverminderd de [artikelen 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.3&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.6&z=2013-12-19&g=2013-12-19) dienen instellingen, bedoeld in [artikel 3.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-12-19&g=2013-12-19), tevens de jaarrekeningen van de instelling over de jaren 2010 en 2011 in. Deze zijn voorzien van een accountantsverklaring als bedoeld in [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
3. In afwijking van het eerste lid wordt de jaarrekening over het jaar 2011 voor 1 april 2012 door de minister ontvangen.
4. De jaarrekening over het jaar 2010 gaat niet bij de aanvraag voor zover de instelling er redelijkerwijs van uit kan gaan dat deze al in het bezit van de minister is.
##### Artikel 3.3. Wijze van indiening
1. Voor de indiening van een aanvraag voor vierjaarlijkse instellingssubsidie wordt gebruik gemaakt van het hiervoor bestemde aanvraagformulier dat wordt bekend gemaakt op de website www.cultuursubsidie.nl.
2. Een subsidieaanvraag voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie wordt bij voorkeur elektronisch ingediend. De elektronische indiening geschiedt via de website www.cultuursubsidie.nl. Bij verzending van de aanvraag per post wordt de aanvraag gestuurd naar postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.
3. Bij elektronische indiening van de aanvraag wordt een ondertekende afdruk van de laatste pagina van het formulier per post gezonden naar het adres, bedoeld in het tweede lid. Als tijdstip van indiening van de aanvraag geldt de datum waarop de ondertekende pagina is ontvangen.
4. Een aanvraag om subsidie als bedoeld in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19), of [artikel 3.29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-12-19&g=2013-12-19), kan tevens worden aangemerkt als een aanvraag op grond van artikel 3.9, derde lid, onderscheidenlijk artikel 3.29, tweede lid.
##### Artikel 3.4. Wijze verdeling beschikbare middelen
1. De minister beslist gelijktijdig op alle aanvragen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de bij of krachtens de wet gestelde regels.
2. Indien na beoordeling van alle aanvragen een bepaald beschikbaar bedrag niet geheel wordt verleend, kan de minister het resterende bedrag toevoegen aan een ander subsidieplafond binnen die paragraaf onderscheidenlijk afdeling.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op [paragraaf 3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
##### Artikel 3.5. Weigeringsgronden
1. Aan een instelling als bedoeld in [afdeling 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19), met uitzondering van [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-12-19&g=2013-12-19), en de [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-12-19&g=2013-12-19) wordt geen subsidie op grond van dit hoofdstuk verleend indien de eigen inkomsten van de instelling gemiddeld over de jaren 2010 en 2011 minder dan 17,5 procent bedragen van het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van
- a. subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566); en
- b. het deel van de subsidie van een orkest dat verhoudingsgewijs bestemd is voor begeleidende activiteiten om niet.
2. Indien een instelling die subsidie aanvraagt de rechtsopvolger of feitelijke opvolger is van een instelling die in de jaren 2010 en 2011 subsidie van bestuursorganen ontving ten behoeve van de exploitatie van die instelling, wordt het percentage eigen inkomsten van de aanvrager vastgesteld aan de hand van de gegevens van die verdwenen onderscheidenlijk aanvankelijk gesubsidieerde instelling.
3. Indien bij een instelling die subsidie aanvraagt sprake is van fusie van twee of meer instellingen die in de jaren 2010 en 2011 subsidie voor de exploitatie van bestuursorganen ontvingen, wordt het percentage eigen inkomsten van de aanvrager vastgesteld aan de hand van het totaal van eigen inkomsten in verhouding tot het totaal van ontvangen subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die gefuseerde instellingen in 2010 en 2011.
4. Van fusie als bedoeld in het derde lid is sprake indien de te fuseren instellingen bij de aanvraag om subsidie een voorstel tot fusie als bedoeld in [artikel 312 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=312) overleggen en de fusie voor 1 september 2012 tot stand is gekomen en uiterlijk van kracht wordt met ingang van 1 januari 2013.
5. De minister kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten:
- a. bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die het karakter vertoont van oneigenlijk gebruik van deze regeling; of
- b. bepaalde bedragen beschouwen als onderdeel van de subsidies ten behoeve van de exploitatie van die instelling, indien die bedragen onderdeel uitmaakten van een beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van die exploitatie en deze beschikking later is ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger is gewijzigd op grond van [artikel 4:48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:48) of [artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:50).
6. Indien een instelling in het jaar 2010 of 2011 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid grotendeels niet in staat is geweest publieksactiviteiten te ontplooien, kan de minister in ieder geval het eerste lid buiten toepassing laten als bedoeld in [artikel 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.1&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
7. Aan een instelling wordt tevens geen subsidie verleend op grond van dit hoofdstuk, indien aan de instelling voor het jaar 2011 subsidie is verstrekt voor de exploitatie van die instelling en subsidie uitsluitend is verstrekt afkomstig uit middelen van de begrotingsstaat, met uitzondering van artikel 14, behorende bij de Wet van 3 februari 2011, houdende vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2011 (Stb. 78).
##### Artikel 3.6. Algemene beoordelingscriteria
Bij de beoordeling van aanvragen voor subsidie houdt de minister onder meer rekening met:
- a. artistieke kwaliteit;
- b. ondernemerschap;
- c. publieksbereik van de instelling;
- d. het voeren van een beleid dat educatie en participatie van de jeugd bevordert;
- e. aanbod of collectie van nationaal of internationaal belang;
- f. geografische spreiding.
##### Artikel 3.7. Afwijking in verband met geografische spreiding
1. Indien in de navolgende afdelingen een maximum is gesteld aan het aantal instellingen waaraan per regio of kernpunt subsidie kan worden verstrekt, en geen van de subsidieaanvragen ingediend voor die regio of dat kernpunt voldoet aan alle daarvoor in deze regeling gestelde vereisten, kan de minister niettemin aan ten hoogste het voor de betreffende regio of kernpunt gestelde aantal instellingen subsidie verstrekken, voor zover het met deze regeling te dienen doel van geografische spreiding naar zijn oordeel in onvoldoende mate zou worden bereikt ingeval van het niet verstrekken van subsidie.
2. Het eerste lid vindt in ieder geval geen toepassing, voor zover een aanvraag naar het oordeel van de minister in onvoldoende mate beantwoordt aan het criterium, bedoeld in [artikel 3.6, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.6&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
##### Artikel 3.8. Subsidieverplichting
1. Een instelling die op grond van [afdeling 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19), met uitzondering van de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-12-19&g=2013-12-19), of [artikel 3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-12-19&g=2013-12-19) subsidie ontvangt, behaalt gedurende de subsidieperiode ten minste 21,5 procent eigen inkomsten van het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van:
- a. subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566); en
- b. het deel van de subsidie van een orkest dat verhoudingsgewijs bestemd is voor begeleidende activiteiten om niet.
2. Een instelling die op grond van [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-12-19&g=2013-12-19) of [artikel 3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-12-19&g=2013-12-19) subsidie ontvangt, behaalt gedurende de subsidieperiode ten minste 17,5 procent eigen inkomsten van het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566).
3. Een instelling maakt bij de aanvraag om subsidie in het activiteitenplan aannemelijk dat zij aan de subsidieverplichting in het eerste onderscheidenlijk tweede lid zal voldoen.
4. Onverminderd [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), maakt een instelling als bedoeld in [artikel 3.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-12-19&g=2013-12-19), in het bestuursverslag dat wordt ingediend over het eerste, tweede en derde jaar van de vierjaarlijkse periode waarvoor subsidie is verleend, inzichtelijk hoe de instelling gedurende die periode een jaarlijkse groei zal behalen van gemiddeld één procentpunt eigen inkomsten van het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van:
- a. subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566); en
- b. het deel van de subsidie van een orkest dat verhoudingsgewijs bestemd is voor begeleidende activiteiten om niet.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op een instelling, indien die instelling over de jaren van de subsidieperiode waarover de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), is afgelegd, gemiddeld ten minste vier procent meer eigen inkomsten behaalt dan op die instelling van toepassing is op grond van het eerste onderscheidenlijk tweede lid.
6. [Artikel 3.5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-12-19&g=2013-12-19), is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 3.2. Podiumkunsten
#### § 3.2.1. Theater
##### Artikel 3.9. Algemeen theater
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van theatervoorstellingen, indien de instelling:
- a. de beschikking heeft over een podium of een podium bespeelt, dat minimaal 400 zitplaatsen heeft in haar standplaats;
- b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert;
- c. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één maker of een groep van makers van theater; en
- d. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan op grond van het eerste lid aan ten hoogste vier grote instellingen in de kernpunten subsidie verstrekken, waarvan ten hoogste twee instellingen hun standplaats hebben in de grote gemeenten, voor zover de instelling:
- a. per jaar ten minste drie producties bestemd voor een podium met ten minste 400 zitplaatsen uitvoert; en
- b. een beleid voert dat doorstroming van talent naar de grote zaal bevordert.
3. De minister kan op grond van het eerste lid aan ten hoogste vier middelgrote instellingen in de kernpunten subsidie verstrekken, waarvan niet meer dan één instelling haar standplaats heeft in de grote gemeenten, voor zover de instelling ten minste per jaar één productie bestemd voor een podium met ten minste 400 zitplaatsen uitvoert.
4. De minister kan op grond van het eerste lid subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Noord en haar theatervoorstellingen in de Friese taal verzorgt.
5. Per kernpunt verstrekt de minister op grond van dit artikel aan niet meer dan één instelling subsidie.
##### Artikel 3.10. Jeugdtheater
1. De minister kan aan een instelling een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een aanvullend bedrag naast subsidie op grond van [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19) verstrekken voor het verzorgen van repertoire op het terrein van de podiumkunsten voor de jeugd tot 18 jaar, indien de instelling:
- a. een substantieel deel van haar voorstellingen realiseert op een podium; en
- b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert.
2. Voor subsidie op grond van dit artikel komen ten hoogste acht instellingen in aanmerking, met dien verstande dat per gemeente aan ten hoogste één instelling subsidie wordt verstrekt.
3. Indien een instelling een subsidieaanvraag indient voor zowel subsidie op grond van [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19) als op grond van dit artikel dan wordt dit duidelijk in de aanvraag vermeld.
##### Artikel 3.11. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 2,5 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 1,5 miljoen;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 500.000.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is ten hoogste 110 procent van het daar genoemde bedrag beschikbaar voor ten hoogste één instelling die zich internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau.
##### Artikel 3.12. Dans
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling die haar standplaats in een kernpunt heeft en met als kernactiviteit het verzorgen van dansrepertoire, indien de instelling:
- a. de beschikking heeft over een podium of een podium bespeelt, dat minimaal 400 zitplaatsen heeft in de regio of de gemeente waar de instelling haar standplaats heeft;
- b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert;
- c. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één maker of een groep van makers van dans; en
- d. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
2. Aan ten hoogste vier instellingen wordt subsidie verstrekt, waarvan:
- a. één instelling voorziet in een voor Nederland onderscheidend grootschalig repertoire op het gebied van ballet in een internationale context en zich richt op een groot landelijk publieksbereik;
- b. één instelling voorziet in de verzorging van grootschalig, onderscheidend modern dansaanbod in een internationale context;
- c. één instelling voorziet in de productie en distributie van grootschalig, onderscheidend dansaanbod en in de productie en distributie van jeugddans; en
- d. één instelling die voorziet in de productie en distributie van grootschalig, onderscheidend dansaanbod.
3. Per kernpunt verstrekt de minister op grond van dit artikel aan niet meer dan één instelling subsidie.
##### Artikel 3.13. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.12, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 6,33 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.12, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 5,92 miljoen;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.12, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 2,5 miljoen;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.12, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 1,5 miljoen.
#### § 3.2.3. Muziek en muziektheater
##### Artikel 3.14. Symfonieorkesten
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van symfonisch aanbod, indien de instelling:
- a. een breed repertoire aanbiedt;
- b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt in de regio of het verzorgingsgebied waarin zij haar standplaats heeft;
- c. ten minste eenmaal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-12-19&g=2013-12-19) of [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.19&z=2013-12-19&g=2013-12-19); en
- d. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan op grond van het eerste lid aan ten hoogste vijf instellingen subsidie verstrekken, waarvan er:
- a. steeds één haar standplaats heeft in de regio Noord, de regio Oost, de regio Zuid, de gemeente Amsterdam; en
- b. één het verzorgingsgebied van de gemeenten Rotterdam en Den Haag bestrijkt.
3. In afwijking van het tweede lid kan de minister aan meer dan vijf instellingen subsidie verstrekken indien in de regio Oost, de regio Zuid of het verzorgingsgebied van de gemeenten Den Haag en Rotterdam twee instellingen in die regio onderscheidenlijk dat verzorgingsgebied een volwaardig symfonisch aanbod verzorgen en beide instellingen voldoende aanvullende financiering realiseren.
##### Artikel 3.15. Symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten primair voor opera
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteiten het begeleiden van operaproducties en het verzorgen van symfonisch aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.14, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-12-19&g=2013-12-19);
- b. in aanvulling op haar activiteiten een relevante seizoensprogrammering aanbiedt van ten minste twaalf symfonische concerten in het verzorgingsgebied van de gemeente Haarlem;
- c. ten minste zes maal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-12-19&g=2013-12-19); en
- d. ten minste twee maal in de subsidieperiode om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.12, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
##### Artikel 3.16. Subsidie symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten voor dans
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het begeleiden van dansproducties, indien de instelling:
- a. beschikbaar is voor de begeleiding van de producties van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.12, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19); en
- b. ten minste eenmaal per jaar beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.12, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19);
voor zover de begeleiding in de basisbezetting van haar orkest om niet plaatsvindt, en niet meer dan een redelijke prijs in rekening wordt gebracht voor de kosten die verband houden met een aanvullende bezetting bij repertoire waarbij een basisbezetting naar algemeen gangbare artistieke maatstaven niet volstaat.
##### Artikel 3.17. Subsidieplafonds symfonieorkesten
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.14 tot en met 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-12-19&g=2013-12-19) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen, bedoeld in [artikel 3.14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 6 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 10 miljoen; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 3,5 miljoen.
2. In afwijking van het eerste lid, onder a, is ten hoogste 110 procent van het daar genoemde bedrag beschikbaar voor ten hoogste één instelling die zich:
- a. internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau; en
- b. profileert op de relevante internationale concertpodia.
3. Indien twee instellingen voldoen aan [artikel 3.14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-12-19&g=2013-12-19), is voor die instellingen gezamenlijk jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 6 miljoen beschikbaar.
4. Het bedrag, bedoeld in het derde lid, bedraagt jaarlijks voor de twee instellingen gezamenlijk ten hoogste € 7 miljoen, indien die instellingen:
- a. gericht zijn op structurele samenwerking tijdens en na de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd; en
- b. gezamenlijk een plan indienen voor de verzorging van een volwaardig symfonisch aanbod in die regio of dat verzorgingsgebied.
##### Artikel 3.18. Grootschalig opera-aanbod
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats in een kernpunt heeft en met als kernactiviteit het verzorgen van grootschalig opera-aanbod, indien de instelling:
- a. een breed repertoire aanbiedt;
- b. zich richt op een groot landelijk publieksbereik;
- c. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert en coördinerende activiteiten op dit gebied uitvoert; en
- d. zich internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau.
##### Artikel 3.19. Overig opera-aanbod
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Oost en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.18, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-12-19&g=2013-12-19);
- b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt; en
- c. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Zuid en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.18, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-12-19&g=2013-12-19);
- b. haar activiteiten geografisch in ieder geval in haar regio op een geconcentreerde wijze spreidt;
- c. samenwerkt met andere instellingen die opera-aanbod verzorgen; en
- d. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
##### Artikel 3.20. Subsidieplafonds opera
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.19&z=2013-12-19&g=2013-12-19) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 24,04 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.19&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 3,5 miljoen;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.19&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 1 miljoen.
#### § 3.2.4. Festival
##### Artikel 3.21. Festival
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats in een kernpunt heeft en als kernactiviteit de presentatie van actueel of vernieuwend, grootschalig aanbod in een internationale context op het terrein van theater, dans, opera en muziek, waaronder symfonisch repertoire, indien de activiteiten van de instelling:
- a. er mede op gericht zijn een platform te bieden voor internationale uitwisseling tussen vakgenoten;
- b. jaarlijks of tweejaarlijks gedurende een in de tijd beperkte periode plaatsvinden; en
- c. niet zijn aan te merken als activiteiten van één specifieke schouwburg, concertzaal of andere organisatie die zich primair richt op de presentatie van cultuuruitingen.
##### Artikel 3.22. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 2.99 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.3. Musea
##### Artikel 3.23. Musea
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het beheer en behoud van een collectie van cultureel erfgoed, indien de instelling:
- a. in de subsidieperiode ten minste een gelijk aantal bezoeken behaalt ten opzichte van de jaren 2009 tot en met 2012;
- b. in de subsidieperiode ten minste een gelijk aantal bezoeken van scholieren in het primair en voortgezet onderwijs in schoolverband behaalt ten opzichte van de jaren 2009–2012;
- c. een beleid voert om het aantal unieke bezoekers van de website van de instelling in de subsidieperiode te verhogen ten opzichte van de jaren 2009–2012; en
- d. indien van toepassing, een beleid voert om de registratieachterstand van de collectie weg te werken.
2. Indien een instelling niet voldoet aan [artikel 3.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-12-19&g=2013-12-19), en de instelling met de Staat der Nederlanden gedurende de looptijd van de subsidieperiode een overeenkomst heeft voor het beheer van museale voorwerpen als bedoeld in [artikel 1, onderdeel c, van de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020583&artikel=1), die aan het Rijk toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, kan de minister een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken voor slechts het beheer en behoud van de collectie.
##### Artikel 3.24. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit kunsthistorische documentatie.
##### Artikel 3.25. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.24&z=2013-12-19&g=2013-12-19) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor de instellingen, bedoeld in [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-12-19&g=2013-12-19), gezamenlijk: € 142 miljoen;
- b. voor de instelling, bedoeld in [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.24&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 5,09 miljoen.
2. Aan een instelling aan welke de minister tevens een vierjaarlijkse instellingssubsidie heeft verleend voor de jaren 2009 tot en met 2012 verleent de minister op grond van deze afdeling niet meer subsidie dan in die periode, tenzij de minister het wenselijk acht dat de instelling specifieke nieuwe activiteiten ontplooit.
##### Artikel 3.26. Specifieke weigeringsgrond
1. Een instelling komt niet voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie op grond van deze afdeling in aanmerking indien de instelling in de vier jaar voorafgaand aan de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd, subsidie voor het beheer en behoud van haar collectie van cultureel erfgoed ontvangt of heeft ontvangen en subsidie uitsluitend verstrekt is door een ander bestuursorgaan dan de minister.
2. Onder subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan subsidie voor een afgerond geheel van activiteiten, dat beperkt is in de tijd.
##### Artikel 3.27. Rangorde
1. Ten behoeve van de beslissing aan welke instellingen vierjaarlijkse instellingssubsidie wordt verleend, maakt de minister een rangorde van de instellingen die voor subsidie in aanmerking komen op grond van [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
2. In de rangorde hebben instellingen waarmee de Staat der Nederlanden gedurende de looptijd van de vierjaarlijkse instellingssubsidie een overeenkomst heeft voor het beheer van museale voorwerpen als bedoeld in [artikel 1, onderdeel c, van de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020583&artikel=1), die aan het Rijk toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, voorrang op andere instellingen.
##### Artikel 3.28. Subsidieverplichting
1. Onverminderd [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-12-19&g=2013-12-19), geeft een instelling waaraan op grond van [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-12-19&g=2013-12-19) subsidie is verleend jaarlijks in het bestuursverslag, bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.23, tweede lid, inzicht in:
- a. het aantal objecten van de collectie dat is geregistreerd, gedigitaliseerd en ontsloten;
- b. het aantal geconserveerde en gerestaureerde objecten van de collectie;
- c. het aantal objecten uit legaten en schenkingen dat door de instelling is aanvaard op eigen naam of namens de Staat der Nederlanden; en
- d. het aantal objecten dat zichtbaar is voor het algemene publiek.
2. Indien een instelling voor een wetenschappelijke functie subsidie ontvangt, geeft de instelling tevens in het bestuursverslag inzicht over het desbetreffende jaar in:
- a. het aantal wetenschappelijke publicaties van de instelling;
- b. het aantal verrichte wetenschappelijke onderzoeken al dan niet in samenwerking met een onderzoeksinstelling; en
- c. behaalde wetenschappelijke prijzen, citaten van wetenschappelijk onderzoek van de instelling en de onderzoeksallianties die zijn aangegaan met universiteiten.
### Afdeling 3.4. Beeldende kunst
##### Artikel 3.29. Presentatie-instellingen
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling die haar standplaats in een grote gemeente of een regio heeft en als kernactiviteit de presentatie van een vernieuwend of experimenteel aanbod van hedendaagse beeldende kunst in een internationale context, indien de instelling:
- a. beschikt over een ruimte die geschikt is voor het tonen van de presentaties;
- b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert;
- c. een toonaangevende programmering verzorgt;
- d. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één of enkele artistiek leiders; en
- e. niet overwegend gericht is op het beheer en behoud van een collectie van cultureel erfgoed.
2. De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste twee instellingen subsidie.
3. Tevens kan de minister op grond van het eerste lid aan ten hoogste vier andere instellingen subsidie verstrekken, waarvan ten hoogste twee instellingen hun standplaats in de grote gemeenten hebben, indien die instellingen eveneens over een groot internationaal netwerk beschikken.
4. Op grond van dit artikel wordt aan ten hoogste één instelling per grote gemeente subsidie verstrekt.
##### Artikel 3.30. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling die haar standplaats in een kernpunt heeft en met als kernactiviteit het verzorgen van een begeleidingsprogramma op het terrein van beeldende kunst, dat een vervolg is op een bachelor- of masteropleiding op het gebied van de kunst, indien de instelling een internationaal toonaangevend programma verzorgt en ten minste tien deelnemers begeleidt.
##### Artikel 3.31. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-12-19&g=2013-12-19) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in het tweede lid: € 200.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in het derde lid: € 500.000.
2. Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2013-12-19&g=2013-12-19) is jaarlijks voor een instelling per deelnemer ten hoogste € 50.000 beschikbaar en is in totaal jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 2,5 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.5. Film
##### Artikel 3.32. Festivals
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de presentatie van actueel of vernieuwend aanbod in een internationale context op het terrein van art housefilms en aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de presentatie van actueel of vernieuwend aanbod in een internationale context op het terrein van documentaires, indien de activiteiten van de instelling:
- a. een groot publiek bereiken;
- b. er mede op gericht zijn een platform te bieden voor internationale uitwisseling tussen vakgenoten;
- c. jaarlijks of tweejaarlijks gedurende een in de tijd beperkte periode plaatsvinden; en
- d. een aantoonbare impuls leveren aan het aanbod en de regionale spreiding van films in het commerciële en niet-commerciële bioscoopcircuit.
2. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de presentatie van actueel of vernieuwend aanbod op het terrein van de Nederlandse film, indien de activiteiten van de instelling:
- a. een groot publiek bereiken;
- b. er mede op gericht zijn een platform te bieden voor uitwisseling tussen vakgenoten; en
- c. jaarlijks of tweejaarlijks gedurende een in de tijd beperkte periode plaatsvinden.
##### Artikel 3.33. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verrichten van ondersteunende activiteiten op het terrein van de film, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. behoud, beheer en ontsluiting van collecties;
- b. ontwikkeling en verspreiding van leermateriaal voor het onderwijs en verzorging van klassenvoorstellingen; en
- c. internationale promotie en versterking van de internationale marktpositie van de Nederlandse filmsector.
##### Artikel 3.34. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2013-12-19&g=2013-12-19) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor de instellingen, bedoeld in [artikel 3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-12-19&g=2013-12-19), gezamenlijk: € 2,42 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 6,68 miljoen.
### Afdeling 3.6. Letteren
##### Artikel 3.35. Ondersteunende instellingen
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de landelijke coördinatie van de leesbevordering en literatuureducatie.
2. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de landelijke bemiddeling tussen schrijvers, scholen en bibliotheken voor het geven van lezingen over en rond het werk van die schrijvers ter bevordering van het lezen.
3. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de landelijke ondersteuning van bijzondere journalistieke projecten die leiden tot journalistieke producten of andere non-fictie werken.
##### Artikel 3.36. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.35&z=2013-12-19&g=2013-12-19) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in het eerste lid: € 1,83 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in het tweede lid: € 640.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in het derde lid: € 390.000.
### Afdeling 3.7. Creatieve industrie (architectuur, vormgeving en nieuwe media)
##### Artikel 3.37. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verrichten van ondersteunende activiteiten op het terrein van architectuur, vormgeving en nieuwe media, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. behoud, beheer en ontsluiting van collecties op het terrein van architectuur;
- b. internationale promotie en versterking van de internationale marktpositie van de Nederlandse architectuur-, vormgeving- en nieuwe mediasector;
- c. kennisontwikkeling en kennisspreiding;
- d. volgen en stimuleren van multidisciplinaire ontwikkelingen; en
- e. bevorderen van culturele, maatschappelijke en economische meerwaarde van de architectuur-, vormgeving- en nieuwe mediasector.
##### Artikel 3.38. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze afdeling is jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 7,81 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.8. Bibliotheken
##### Artikel 3.39. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verrichten van ondersteunende activiteiten op het terrein van de openbare bibliotheken, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. afstemming en coördinatie;
- b. informatie en reflectie;
- c. vertegenwoordiging en promotie; en
- d. instandhouding van een bibliotheekvoorziening voor zowel leesgehandicapten als varenden.
##### Artikel 3.40. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze afdeling is jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 14,44 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.9. Amateurkunst en cultuureducatie
##### Artikel 3.41. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verrichten van ondersteunende activiteiten op het terrein van amateurkunst en cultuureducatie, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. professionalisering van de educatiefunctie in de culturele sector;
- b. landelijke informatie- en netwerkfunctie voor zowel amateurkunst als cultuureducatie; en
- c. onderzoek en monitoring voor zowel amateurkunst als cultuureducatie.
##### Artikel 3.42. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze afdeling is jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 4,76 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.10. Bovensectorale ondersteunende instellingen
##### Artikel 3.43. Internationaal cultuurbeleid
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de coördinatie van de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. de coördinatie van internationale sectoroverschrijdende activiteiten;
- b. het stimuleren van de mobiliteit van kunstenaars en instellingen; en
- c. voorlichting over en ondersteuning van subsidieprogramma’s van de Europese Unie.
##### Artikel 3.44. Digitalisering erfgoed
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de digitalisering van erfgoed, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op een duurzame nationale infrastructuur voor digitaal erfgoed.
##### Artikel 3.45. Onderzoek en statistiek
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verzamelen en verspreiden van kennis en informatie over kunst en cultuur in beleid en praktijk, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. het bevorderen en faciliteren van onderzoek over de productie, distributie en afname van kunst en cultuur en over het nationale en internationale kunst- en cultuurbeleid; en
- b. het bevorderen en faciliteren van meningsvorming over de productie, distributie en afname van kunst en cultuur en over het nationale en internationale kunst- en cultuurbeleid.
##### Artikel 3.46. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.43 tot en met 3.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.43&z=2013-12-19&g=2013-12-19) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.43&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 880.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.44&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 570.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.45&z=2013-12-19&g=2013-12-19): € 710.000.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 4.3. Subsidievaststelling
##### Artikel 4.4. Eisen aan de in te dienen bescheiden voor fondsen
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 5.3. Subsidieverlening
#### § 4.3. Subsidievaststelling
#### § 5.5. Subsidievaststelling
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 5.5. Subsidievaststelling
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2011-12-23&g=2011-12-23) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Inleiding
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
### 1.4. Accountantsproducten
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven controleverklaring, naar OCW. Daarbij kan het bestuur aangeven hoe het heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
De accountant laat zich bij zijn werkzaamheden leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS).
Dit onderdeel bevat nadere aanwijzingen voor de inrichting van de accountantscontrole en bestaat uit de volgende onderdelen
### 2.2.1. Verslaggevingscriteria
### 2.2.3. Het bestuursverslag
### MODELLEN VOOR DE VERANTWOORDING
### Doelstelling
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Vaste activa
Het voorgeschreven model IIF bestaat in grote lijnen uit een gecombineerde kostensoorten- en kostenplaatsenoverzicht. De in model IIC opgenomen baten en lasten van het huidig boekjaar neemt u over in model IIF, in de kolom **Totaal**. U rekent vervolgens de baten en lasten uit de kolom **Totaal** toe aan de in het model opgenomen kostenplaatsen; de vijf hoofdfuncties.
### D. Presentatie-instellingen
### Opzet voor model IIE (Musea)
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-11-01&g=2011-11-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 1.2. Uitgangspunten
### B. Internationale Festivals
Volledige teksten van de geldende wet- en regelgeving zijn onder andere te vinden via www.wetten.nl.
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
Dit controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door het NIvRA (nu: NBA) uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007). De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor het cultuurbeleidsterrein. Voor de controle van de jaarrekening is in dit controleprotocol een verplichte tekst voor de controleverklaring opgenomen. De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS).
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### 2.2.1. Balans
**– Activiteitenlasten**
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
### 2.3. Het bestuursverslag
### Rapportage
### Doelstelling
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-11-01&g=2011-11-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2.1. Definities
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.1. Balans
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### Verantwoordelijkheid van de accountant
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-11-01&g=2011-11-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1. Algemene uitgangspunten
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
### Overige aangelegenheden
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2012-06-05&g=2012-06-05) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
– De controlecriteria
### 2.1. Definities
– De verslaggevingscriteria
### 2.2.1. Balans
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
– De controlecriteria
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
– De verslaggevingscriteria
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### Verklaring betreffende de jaarrekening
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Activiteitenlasten**
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Voorts stelt de accountant vast dat indien het fonds subsidieverplichtingen voor de volgende vierjaarlijkse subsidieperiode heeft aangegaan, in de desbetreffende beschikkingen een voorbehoud is gemaakt voor het verkrijgen van subsidie van het ministerie van OCW. Daarnaast stelt hij vast dat deze subsidieverplichtingen niet ten laste van de exploitatierekening zijn gebracht maar in de toelichting zijn opgenomen als ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
De accountant werkt deze toetspunten uit in de opzet en de uitvoering van zijn controle.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De accountant stelt vast dat het fonds geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
**– WOPT**
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Doelstelling
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Overige aangelegenheden
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Dit controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door de NBA (destijds NIvRA) uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007). De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor de OCW-situatie. Voor de controle van de jaarrekening is in dit controleprotocol een verplichte tekst voor de controleverklaring opgenomen. De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS).
### 1.5. Wet- en regelgeving
Bij de Rsc is in [bijlage IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2012-09-18&g=2012-09-18) het Controleprotocol Cultuursubsidies Instellingen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de controleverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden.
### 2.1. Algemeen
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### Doelstelling
### Rapportage
### Toelichting op de modellen
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet – en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Baten
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
### Lasten
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-12-23&g=2011-12-23) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### G. Musea
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1.2. Referentiekader
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen met een belang groter dan de voorgeschreven toleranties. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Voor de strekking van het accountantsoordeel geldt de volgende tolerantietabel:
Projectsubsidies kunnen in de jaarrekening worden verantwoord. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert, in geval de projectsubsidies € 125.000 te boven gaan, de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties van de bovenstaande tabel moeten worden toegepast. Als deze toleranties worden overschreden, maar de grens voor de jaarrekeningcontrole niet, heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. In dat geval is sprake van uitzonderingsrapportage in het rapport van bevindingen.
### Doelstelling
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
### Algemeen
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
### Voorzieningen
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-12-23&g=2011-12-23), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.3. Accountantsproducten
### 1.5. Wet- en regelgeving
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.2.1. Balans
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door de instelling worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. De instelling dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2.2. Exploitatierekening
### Doelstelling
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-12-23&g=2011-12-23), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Oordeel
### 1.4. Procedure controleprotocol
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2. Controle op de verantwoording
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2012-09-18&g=2012-09-18) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door het fonds worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. Het fonds dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
**– Overige lasten**
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
Wij hebben de in dit [verslag] [rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomenjaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.1De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op winst gerichte rechtspersonen.Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
<<Plaats>>, <<datum>>
<<Naam accountant>>
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.11. Aanvullende aanvraagronde
##### Artikel 3.47. Indieningstermijn en reikwijdte
In afwijking van [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19), kunnen aanvragen om subsidie op grond van de volgende artikelen tevens tussen het tijdstip van inwerkingtreding van de Regeling aanvullende aanvraagronde culturele basisinfrastructuur 2013–2016 en voor 16 juli 2012 om 16:00 uur worden ontvangen:
- a. [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19), voor zover de instelling:
- 1°. het verzorgingsgebied van de gemeente Den Haag bestrijkt; of
- 2°. de regio Noord bestrijkt;
- b. [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-12-19&g=2013-12-19), voor zover de instelling haar standplaats in de regio Zuid heeft;
- c. [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
##### Artikel 3.48. Bijzondere bepaling jeugdtheater
1. In afwijking van [artikel 3.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19), kan de minister aan twee instellingen in een gemeente subsidie verstrekken voor zover aan een van die instellingen subsidie wordt verstrekt op basis van een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
2. In afwijking van [artikel 3.11, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.11&z=2013-12-19&g=2013-12-19), is voor een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19), een aanvullend bedrag van ten hoogste € 500.000 per instelling beschikbaar, voor zover die instelling naast subsidie op basis van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.47, onderdeel a, ook subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19) op basis van een aanvraag die is ontvangen binnen de termijn, bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
##### Artikel 3.49. Bijzondere bepaling symfonieorkest regio Zuid
In afwijking van [artikel 3.17, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.17&z=2013-12-19&g=2013-12-19), is voor een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19), ten hoogste € 7 miljoen beschikbaar indien de instelling de rechtsopvolger of feitelijke opvolger is van twee of meer instellingen die ieder afzonderlijk in de jaren 2009 tot en met 2012 een kwalitatief en breed repertoire aan symfonisch aanbod verzorgen.
##### Artikel 3.50. Bijzondere bepaling symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten voor dans
In afwijking van [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-12-19&g=2013-12-19) kan subsidieverstrekking op grond van dat artikel tevens plaatsvinden aan meer dan één instelling die een aanvraag indient als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19), voor zover naar het oordeel van de minister sprake is van een geschikte verdeling van het totaal van de subsidiabele activiteiten over de aanvragen.
##### Artikel 3.51. Specifieke weigeringsgrond
Onverminderd [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-12-19&g=2013-12-19) komen aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in [artikel 3.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19), slechts voor subsidie in aanmerking voor zover na beoordeling van de aanvragen ingediend in de eerdere periode, bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19), het beschikbare bedrag voor de desbetreffende activiteiten niet geheel wordt verleend.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 4.3. Subsidievaststelling
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 5.3. Subsidieverlening
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 5.5. Subsidievaststelling
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Uitgangspunten voor de verantwoording
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
### Model IIE voor de categoriale en functionele exploitatierekening (Musea)
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### Wetgeving en richtlijnen
### Baten
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-06-05&g=2012-06-05), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.2. Jaarrekening per post
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
### Rapportage
### Verantwoordelijkheid van de accountant
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-06-05&g=2012-06-05), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2. Controle op de verantwoording
### 1.5. Wet- en regelgeving
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.1.2. Referentiekader
De jaarlijkse verantwoording van het fonds voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
### Rapportage
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag. **(alleen van toepassing bij jaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van <<naam project>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.12. Bijzondere bijstelling bedragen
##### Artikel 3.52. Aanvullend bedrag loon-/prijspeil 2011–2012
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van dit hoofdstuk kan bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een bedrag worden toegevoegd, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden in het jaar 2011 onderscheidenlijk 2012.
##### Artikel 3.53. Aanvullend bedrag specifieke arbeidsvoorwaarden
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.37&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.41&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.43&z=2013-12-19&g=2013-12-19) kunnen bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een of meer bedragen worden toegevoegd als tegemoetkoming in de kosten van een of meer door de minister te bepalen specifieke arbeidsvoorwaarden.
##### Artikel 3.54. Aanvullend bedrag vervanging en verbetering huisvesting
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van dit hoofdstuk kan aan de volgende instellingen, al dan niet in afwijking van het desbetreffende subsidieplafond, bij de verlening een bedrag worden toegevoegd in verband met vervangingen en verbeteringen aan de huisvesting:
- a. een instelling waarmee de Staat der Nederlanden een overeenkomst heeft voor de huur van een gebouw en de Staat als verhuurder de urgentie van de vervanging of verbetering heeft erkend en de door de verhuurder en instelling opgestelde offerte door de minister is goedgekeurd; of
- b. een instelling waaraan op grond van [afdeling 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&z=2013-12-19&g=2013-12-19) subsidie wordt verleend en waaraan in de periode daaraan voorafgaand op grond van [artikel 4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) subsidie is verleend en voor zover die vervangingen of verbeteringen voortbouwen op vervangingen of verbeteringen waarvoor ook in de voorafgaande periode subsidie is verleend.
##### Artikel 3.55. Tussentijds aanvullend bedrag vervanging en verbetering huisvesting
Het bedrag van een vierjaarlijkse instellingssubsidie die is verleend aan een instelling waarmee de Staat der Nederlanden een overeenkomst heeft voor de huur van een gebouw kan tussentijds worden bijgesteld in verband met vervangingen of verbeteringen aan de huisvesting, al dan niet in afwijking van het desbetreffende subsidieplafond, voor zover de Staat der Nederlanden als verhuurder de urgentie van de vervanging of verbetering heeft erkend en de door de verhuurder en instelling opgestelde offerte door de minister is goedgekeurd.
##### Artikel 3.56. Hoogte aanvullende bedragen
1. Een op grond van [artikel 3.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.53&z=2013-12-19&g=2013-12-19) toe te voegen bedrag wordt berekend aan de hand van een door de minister vast te stellen percentage van het na de beoordeling van de aanvraag te verlenen subsidiebedrag.
2. Een op grond van de [artikelen 3.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.54&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.55&z=2013-12-19&g=2013-12-19) toe te voegen bedrag is gelijk aan de daadwerkelijke kosten die voor de vervanging of verbetering van de huisvesting door de instelling worden gemaakt.
3. Ingeval van toepassing van [artikel 3.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.52&z=2013-12-19&g=2013-12-19) kan de minister bepalen welk deel van de subsidie in aanmerking wordt genomen voor toevoeging in verband met de ontwikkeling van het prijspeil onderscheidenlijk van de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 5.3. Subsidieverlening
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in artikel 2.28 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
##### Artikel 5.1. Reikwijdte
De artikelen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de verstrekking van projectsubsidies voor zover voor de subsidie geen specifieke regeling bestaat.
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
##### Artikel 5.2. Subsidieverstrekking
1. De minister kan op aanvraag een projectsubsidie verstrekken.
2. De minister kan ambtshalve aan een fonds een projectsubsidie verstrekken.
##### Artikel 5.3. In te dienen documenten
1. Een aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.
2. Op het activiteitenplan is [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van overeenkomstige toepassing.
3. De begroting behelst een overzicht van de geraamde baten en lasten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
4. De begroting bevat een postgewijze toelichting.
5. Indien de minister hierom verzoekt, verstrekt de aanvrager tevens een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.
6. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
7. In afwijking van het eerste lid gaat een subsidieaanvraag voor reeds verrichte activiteiten vergezeld van een verslag van de aard, duur en omvang van de gerealiseerde activiteiten en een jaarrekening of financieel verslag. Op de jaarrekening of het financieel verslag zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01), onderscheidenlijk [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van overeenkomstige toepassing.
#### § 3.2.2. Dans
##### Artikel 5.4. Beslistermijn en de beschikking
1. De minister beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
2. De termijn, genoemd in het eerste lid, bedraagt 22 weken, indien de minister over de aanvraag advies inwint of een nader onderzoek naar de aanvraag instelt. Indien toepassing wordt gegeven aan de vorige volzin, doet de minister hiervan mededeling aan de aanvrager.
3. Een beschikking tot subsidieverlening vermeldt de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, het subsidiebedrag en de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn afgerond.
4. Indien de minister op een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), beslist tot subsidieverstrekking, stelt hij de subsidie zonder voorafgaande verlening vast.
5. In gevallen waarbij de minister besluit tot subsidieverstrekking zonder daarvoor een financiële of inhoudelijke verantwoording noodzakelijk te achten, kan hij, onverminderd het vierde lid, de subsidie zonder voorafgaande verlening vaststellen.
##### Artikel 5.5. Weigeringsgronden
[Artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van projectsubsidies.
##### Artikel 5.6. Voorschotten en betaling
1. [Artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de bevoorschotting van projectsubsidies.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een verleend subsidiebedrag dat minder dan € 25.000 bedraagt bij de subsidieverlening in één keer als voorschot betaald.
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
##### Artikel 5.7. Overeenkomstige verplichtingen
1. De verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [2.13, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [2.17 tot en met 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.17&z=2013-01-01&g=2013-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een verleende projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt.
2. De minister kan bij de verlening van een projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt, [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2013-01-01&g=2013-01-01) toepassen.
##### Artikel 5.8. Publicaties en auteursrecht
1. Indien een gesubsidieerd project leidt tot een publicatie, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en de subsidieverstrekker van het project zijn geweest.
2. Indien de subsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in [artikel 10, onder 1, van de Auteurswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&artikel=10), draagt de subsidieontvanger er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk.
3. De subsidieontvanger vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties.
##### Artikel 5.9. Verplichtingen bij subsidies van minder dan € 25.000
1. Dit artikel is slechts van toepassing op een ontvanger van een subsidie die minder dan € 25.000 bedraagt.
2. Op verzoek van de minister toont de subsidieontvanger aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De subsidieontvanger toont dit zoveel mogelijk aan de hand van concrete en meetbare eenheden aan.
3. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan de minister, indien aannemelijk is dat:
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), zijn verricht; of
- b. voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
#### § 5.5. Subsidievaststelling
##### Artikel 5.10. Aanvraag
1. De ontvanger van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, dient binnen 13 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag tot vaststelling door een subsidieontvanger die tevens een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt, geschieden door verantwoording van de subsidie met de:
- a. bescheiden die vergezeld gaan van de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of vierjaarlijkse instellingssubsidie, of
- b. periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01),
voor zover de verantwoording van de subsidie daarin voldoende inzichtelijk is.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid en de activiteiten van de projectsubsidie zijn afgerond in het eerste, tweede of derde jaar van de subsidieperiode van de vierjaarlijkse instellingssubsidie, geschiedt de aanvraag tot vaststelling uiterlijk met de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de projectsubsidie is verleend, zijn afgerond.
4. In afwijking van het eerste lid en onverminderd het tweede en derde lid, kan de minister bij de subsidieverlening bepalen dat de ontvanger van een subsidie die twee of meer jaren bestrijkt, jaarlijks voor een in de beschikking tot verlening van de subsidie op te nemen datum een aanvraag tot vaststelling indient.
##### Artikel 5.11. In te dienen bescheiden
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een activiteitenverslag of bestuursverslag.
2. Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie tevens vergezeld van een jaarrekening of financieel verslag.
3. Op het activiteitenverslag is [artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.25&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van overeenkomstige toepassing.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van overeenkomstige toepassing.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.12. Financieel verslag
1. Het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger. Het financieel verslag sluit aan op de indeling van de begroting, die voorafgaand aan de subsidieverlening is overgelegd. Belangrijke verschillen tussen financieel verslag en begroting worden toegelicht.
2. Op het financieel verslag is [artikel 2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.13. Vaststelling
1. Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie stelt de minister de subsidie binnen 22 weken vast.
2. Indien het verleende subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie binnen 22 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), ambtshalve vast.
3. Met betrekking tot terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten is [artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 6.1. Algemeen
##### Artikel 6.1. Hardheidsclausule
De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen of onderdelen daarvan buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
##### Artikel 6.2. Overgangsrecht
1. Aanvragen ingediend op grond van de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155) waar nog niet op is beslist op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling worden beschouwd als aanvragen ingediend op grond van deze regeling.
2. De bepalingen krachtens deze regeling die betrekking hebben op de vaststelling en de daarmee verbonden wettelijke verplichtingen zijn van toepassing op de subsidies verleend krachtens de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155), met dien verstande dat de minister binnen zes maanden beslist op de aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie die in 2008 is verleend. In afwijking van de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en [5.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedraagt de termijn, genoemd in die artikelen, vier maanden voor subsidies die zijn verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. In afwijking van [artikel 2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2013-01-01&g=2013-01-01), dient de ontvanger van een subsidie die is verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling binnen 4 maanden na afloop van de subsidieperiode een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
3. De bevoorschotting van besluiten genomen op grond van de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155), vindt plaats overeenkomstig die regeling.
4. Bezwaar- en beroepsprocedures met betrekking tot besluiten genomen op grond van de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155), vinden plaats overeenkomstig die regeling.
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
##### Artikel 6.10. Intrekking
De [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155) wordt ingetrokken.
##### Artikel 6.11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010, met uitzondering van [artikel 6.5, onderdeel C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), dat in werking treedt met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.
##### Artikel 6.12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 (inclusief musea en sectorinstituten)
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen (hierna: handboek) is bedoeld voor rechtspersonen (zowel aangewezen als niet aangewezen instellingen) die op grond van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen. Daarnaast geldt dit handboek voor rechtspersonen die alleen een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. Als uw instelling een van dergelijke subsidies ontvangt, dient u over de besteding van de subsidie jaarlijks verantwoording aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) af te leggen. Dit is een verplichting die geldt voor ieder boekjaar waarvoor subsidie is verleend. Hoofdstuk 5 ‘wetgeving en richtlijnen’ van dit handboek verwijst naar de kaders waarbinnen deze verantwoordingsverplichting bestaat.
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie
In het verantwoordingsproces wordt een onderscheid gemaakt tussen instellingen die een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen en instellingen die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangen (aangewezen- én niet aangewezen instellingen). Op de verantwoording van vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt in dit hoofdstuk verder ingegaan. Voor de verantwoording door instellingen die een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van dit handboek.
U dient binnen dertien weken na het eerste, tweede en derde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode, over het betreffende boekjaar de verantwoording digitaal aan te leveren. De verantwoording over het vierde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode dient u tussen acht en dertien weken na afloop van het betreffende boekjaar digitaal aan te leveren.
Als u naast de vierjaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen in hoofdstuk 4 ‘verantwoording projectsubsidie’.
De jaarlijkse verantwoording voor vierjaarlijkse instellingssubsidies bestaat uit twee onderdelen: de jaarrekening (inclusief prestatieverantwoording) en het bestuursverslag. Daarnaast voegt de accountant een aantal accountantsproducten toe.
### Jaarrekening
De jaarrekening, als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Rsc), omvat de volgende onderdelen:
### Bestuursverslag
Het bestuursverslag is zakelijk van aard en wordt ondertekend door het bestuur. Al dan niet in aanvulling op elementen die zijn voorgeschreven in de RJ 640, bevat het bestuursverslag een toelichting op de volgende onderwerpen:
Voorts bevat het bestuursverslag:
### Model III voor de prestatieverantwoording (4)
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure controleprotocol
### Accountantsproducten
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
### Verantwoording voor instellingen met een jaarlijkse subsidie
Bij de verantwoording van jaarlijkse instellingssubsidies wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies tot € 125.000 en subsidies vanaf € 125.000 (zie hierna).
De verantwoording van de jaarlijkse instellingssubsidie dient u tussen acht en dertien weken na afloop van het betreffende boekjaar digitaal aan te leveren.
Als u naast de jaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen in hoofdstuk 4 ‘verantwoording projectsubsidie’.
### Jaarlijkse subsidie OCW kleiner dan € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) kleiner is dan € 125.000, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling enkel een activiteitenverslag. Voor een toelichting op de inhoud van het activiteitenverslag: zie volgende paragraaf.
### Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) € 125.000 of meer bedraagt, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende verantwoordingsstukken:
### Verantwoording projectsubsidie
Voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie geldt in beginsel de termijn genoemd in het eerste lid van [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc. Het tweede lid van dit artikel geeft u, als ontvanger van een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie, echter de mogelijkheid in plaats daarvan uw aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie tegelijk in te dienen met de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of met de jaarlijkse verantwoording over uw vierjaarlijkse instellingssubsidie. U doet dit bij de verantwoording over het jaar waarin de activiteiten van het project, volgens de beschikking waarmee de projectsubsidie is verleend, uiterlijk worden afgerond.
Voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie geldt in beginsel de termijn genoemd in het eerste lid van [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Rsc. Het tweede lid van dit artikel geeft u, als ontvanger van een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie, echter de mogelijkheid in plaats daarvan uw aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie tegelijk in te dienen met de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of met de jaarlijkse verantwoording over uw vierjaarlijkse instellingssubsidie. U doet dit bij de verantwoording over het jaar waarin de activiteiten van het project, volgens de beschikking waarmee de projectsubsidie is verleend, uiterlijk worden afgerond.
Aandachtspunten:
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening, bestuursverslag of activiteitenverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd € 25.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000, dan dient u een aanvraag tot subsidievaststelling in vergezeld van een activiteitenverslag. Zie voor de inhoud van het activiteitenverslag hoofdstuk 3 bij **Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000**.
U kunt voor het project een afzonderlijk activiteitenverslag indienen, maar het is ook toegestaan deze op te nemen in:
In beide gevallen geldt als voorwaarde dat de activiteiten van het project afzonderlijk herkenbaar moeten zijn.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
U dient na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van een eindverantwoording die bestaat uit een activiteitenverslag (zie hoofdstuk 3 bij **Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000**) en een financieel verslag ([artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-07-01&g=2010-07-01) Rsc). Het financieel verslag:
U dient na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van een eindverantwoording die bestaat uit een activiteitenverslag (zie hoofdstuk 3 bij **Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000**) en een financieel verslag ([artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2011-02-17&g=2011-02-17) Rsc). Het financieel verslag:
In plaats van de hiervoor genoemde wijze van verantwoorden is het ook toegestaan om de verantwoording over de projectsubsidie op te nemen in de jaarlijkse verantwoording over uw instellingssubsidie. Dat betekent het volgende:
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
### Wetgeving en richtlijnen
De volgende wet- en regelgeving is van toepassing op de verantwoording:
U vindt de eerste vier documenten op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl of www.wetten.nl.
Krachtens [artikel 2.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Rsc, is [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) overeenkomstig van toepassing op deze verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening.
Krachtens [artikel 2.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2011-02-17&g=2011-02-17), van de Rsc, is [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) overeenkomstig van toepassing op deze verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening.
### Sica
### Modellen voor de verantwoording
### Toelichting op de modellen
### Toelichting op model I voor de balans
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Vaste activa
Als u subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. U neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie neemt u op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijk lopend met de afschrijvingstermijn van de investering.
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost Sponsoring onder de Langlopende schulden. Het is voor musea niet toegestaan collectieonderdelen te activeren.
### Vlottende activa
Alleen variabele voorbereidingslasten voor een activiteit (Onderhanden werk) die plaatsvindt in een op het verslagjaar volgend boekjaar, kunnen worden geactiveerd. Het is niet toegestaan personeelslasten en andere vaste lasten te activeren.
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
Over de bestemming van de, aan het einde van de betreffende subsidieperiode resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’, zal bij de vaststelling van de subsidie van de betreffende subsidieperiode een beslissing worden genomen.
### Aankoopfondsen (musea)
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen (hierna: handboek) is bedoeld voor rechtspersonen (zowel aangewezen als niet aangewezen instellingen) die op grond van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen in de periode 2009–2012. Daarnaast geldt dit handboek voor rechtspersonen die alleen een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. Als uw instelling een van dergelijke subsidies ontvangt, dient u over de besteding van de subsidie jaarlijks verantwoording aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) af te leggen. Dit is een verplichting die geldt voor ieder boekjaar waarvoor subsidie is verleend. Hoofdstuk 5 ‘wetgeving en richtlijnen’ van dit handboek verwijst naar de kaders waarbinnen deze verantwoordingsverplichting bestaat.
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Controleprotocol cultuursubsidies instellingen
Het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen (hierna: handboek) is bedoeld voor rechtspersonen (zowel aangewezen als niet aangewezen instellingen) die op grond van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen in de periode 2009–2012. Daarnaast geldt dit handboek voor rechtspersonen die alleen een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. Als uw instelling een van dergelijke subsidies ontvangt, dient u over de besteding van de subsidie jaarlijks verantwoording aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) af te leggen. Dit is een verplichting die geldt voor ieder boekjaar waarvoor subsidie is verleend. Hoofdstuk 5 ‘wetgeving en richtlijnen’ van dit handboek verwijst naar de kaders waarbinnen deze verantwoordingsverplichting bestaat.
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van instellingen die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een jaarlijkse instellingssubsidie vanaf € 125.000, een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van de instelling een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van de instelling, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### Jaarrekening
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van de instelling worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
De prestatieverantwoording van de instelling geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### Toelichting op model III voor de prestatieverantwoording
### Jaarrekening
De jaarrekening, als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Rsc), omvat de volgende onderdelen:
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) € 125.000 of meer bedraagt, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende verantwoordingsstukken:
### Verantwoording projectsubsidie
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### Jaarlijkse subsidie OCW kleiner dan € 125.000
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1. Definities
Bij de verantwoording van jaarlijkse instellingssubsidies wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies tot € 125.000 en subsidies vanaf € 125.000 (zie hierna).
### **Verantwoording projectsubsidie**
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verantwoordelijkheid van de accountant
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording cultuursubsidies fondsen 2009–2012
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
Aandachtspunten:
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door de instelling worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. De instelling dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening, bestuursverslag of activiteitenverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
### SICA
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
De accountant stelt vast dat de instelling een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### SICA
**– Activiteitenlasten**
### Model I voor de balans (voor alle instellingen)
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
### Model IIB voor de categoriale exploitatierekening
**– WOPT**
De accountant stelt integraal vast of de opgave van de instelling op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
(Podiumkunsten: toneelgezelschap, productiehuis, orkest, operagezelschap, jeugdgezelschap, dansgezelschap)
Het is niet toegestaan van model IIA af te wijken behalve voor musea en sectorinstituten. Voor deze twee typen instellingen gelden specifieke varianten (model IIB, IIC en IID). Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Model III voor de prestatieverantwoording (1)
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
Voor de verdeling van baten en lasten over de vijf hoofdfuncties gebruikt u verdeelsleutels. De controleerbaarheid ten aanzien van het gebruik van deze verdeelsleutels staat voorop. U formuleert uw eigen verdeelsleutels, beschrijft en onderbouwt ze in de jaarrekening en hanteert ze consistent over de jaren heen.
### Model III voor de prestatieverantwoording (1)
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
Bij het maken van onderscheid tussen algemene reserve, bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen volgt u de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 640 (640.305-313). De resultaatbestemming, dit is de wijze waarop het exploitatieresultaat aan een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds wordt toegerekend en/of op een andere wijze wordt aangewend, voorziet u van een toelichting.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verklaring betreffende de jaarrekening
Wij hebben de in dit [verslag] [rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomenjaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Als u subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. U neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie neemt u op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijklopend met de afschrijvingstermijn van de investering.
### Aankoopfondsen (musea)
### Vlottende activa
### Toelichting op de modellen IIA t/m F voor de categoriale en/of functionele exploitatierekening
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Oordeel
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### Opzet voor model IIE (Musea)
Het voorgeschreven model IIE bestaat in grote lijnen uit een gecombineerde kostensoorten- en kostenplaatsen overzicht. De in model IID opgenomen baten en lasten van het huidig boekjaar neemt u over in model IIE, in de kolom **Totaal**. U rekent vervolgens de baten en lasten uit de kolom **Totaal** toe aan de in het model opgenomen kostenplaatsen; de museale functies. Daarbij houdt u rekening met de omschrijvingen van de museale functies, zoals vermeld in de **Toelichting op model IIE – definities van museale functies**, hierna. Het saldo van de kolom **Algemeen beheer** rekent u ook toe aan de overige functies (zie de pijl in het model).
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.1De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op winst gerichte rechtspersonen.Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Toelichting op de modellen IIA t/m F voor de categoriale en/of functionele exploitatierekening
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
<<Plaats>>, <<datum>>
<<Naam accountant>>
Het voorgeschreven model IIE bestaat in grote lijnen uit een gecombineerde kostensoorten- en kostenplaatsen overzicht. De in model IID opgenomen baten en lasten van het huidig boekjaar neemt u over in model IIE, in de kolom **Totaal**. U rekent vervolgens de baten en lasten uit de kolom **Totaal** toe aan de in het model opgenomen kostenplaatsen; de museale functies. Daarbij houdt u rekening met de omschrijvingen van de museale functies, zoals vermeld in de **Toelichting op model IIE – definities van museale functies**, hierna. Het saldo van de kolom **Algemeen beheer** rekent u ook toe aan de overige functies (zie de pijl in het model).
Voor de verdeling van baten en lasten over de museale functies gebruikt u verdeelsleutels. De controleerbaarheid ten aanzien van het gebruik van deze verdeelsleutels staat voorop. U formuleert uw eigen verdeelsleutels, beschrijft en onderbouwt ze in de jaarrekening en hanteert ze consistent over de jaren heen. U kiest zoveel mogelijk voor objectieve gronden. Baten en lasten die niet zijn toe te rekenen aan de museale functies vermeldt u in de kolom **Algemeen Beheer**.
### Opzet voor model IIF (Sectorinstituten)
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
Voor de verdeling van baten en lasten over de vijf hoofdfuncties gebruikt u verdeelsleutels. De controleerbaarheid ten aanzien van het gebruik van deze verdeelsleutels staat voorop. U formuleert uw eigen verdeelsleutels, beschrijft en onderbouwt ze in de jaarrekening en hanteert ze consistent over de jaren heen.
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
Zorg ervoor dat cijfers in de kolom **Begroting** overeenstemmen met de meerjarenbegroting die de minister heeft goedgekeurd of in geval van andere dan trendmatige wijzigingen op die begroting, de meest recente begroting. In dat laatste geval geeft u een toelichting op de wijzigingen op de oorspronkelijke begroting.
### Baten
Bij deze post wordt onderscheid gemaakt tussen Opbrengsten, Subsidies en Bijdragen. Onder Subsidies worden de subsidies van overheden en publieke fondsen begrepen. Onder Bijdragen verantwoordt u de inkomsten uit private fondsen.
### Subsidieverplichtingen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
Onder bijdragen van private partijen waarvan bedrijven verantwoordt u alle contributies, schenkingen, donaties of legaten en bijdragen van vriendenverenigingen van bedrijven. Deze bijdragen hoeft u verder niet te specificeren.
### Toelichting op model IIE – definities van museale functies
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
### C. Productiehuizen
<<Plaats>>, <<datum>>
### E. Overige instellingen
Deze functies zijn onderverdeeld in zes taakgebieden. Hieronder treft u daarvan een korte omschrijving ten behoeve van de toerekening van baten en lasten in model IIE.
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
Volg bij de kwantitatieve verantwoording van uw activiteiten de indeling volgens de eerder bij model IIF genoemde vijf hoofdfuncties. Vermeld de specifieke activiteiten die binnen uw instituut worden verricht op de wijze zoals opgenomen in uw activiteitenplan of prestatieoverzicht. Vermeld indien mogelijk ook het bereik in termen van aantal bezoekers, gebruikers of deelnemers.
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de cultuurfondsen (hierna te noemen ‘fonds’) die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van het fonds een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van het fonds, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
Wanneer de resultaten in het boekjaar naar soort en omvang afwijken van uw planning (= kolom **Voorgenomen activiteiten**), voorziet u de verschillen van een toelichting. In het bestuursverslag geeft u een reflectie op het resultaat en ziet u vooruit naar de mogelijke consequenties voor toekomstige activiteiten.
### Podiumkunstinstellingen A
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van het fonds verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen. Het rechtmatigheidsbegrip houdt bij een fonds in het bijzonder in, dat het fonds de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen juist toepast en daarover verantwoording aflegt.
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.3. Accountantsproducten
### D. Presentatie-instellingen
### E. Overige instellingen
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
### F. Sectorinstituten
Volg bij de kwantitatieve verantwoording van uw activiteiten de indeling volgens de eerder bij model IIF genoemde vijf hoofdfuncties. Vermeld de specifieke activiteiten die binnen uw instituut worden verricht op de wijze zoals opgenomen in uw activiteitenplan of prestatieoverzicht. Vermeld indien mogelijk ook het bereik in termen van aantal bezoekers, gebruikers of deelnemers.
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
Rapporteer de stand van zaken met betrekking tot de volgende onderwerpen uit het prestatieoverzicht: registratiegraad, registratiekwaliteit, collectieplan, veiligheidsplan en uw eigen prestatieafspraken.
### Onderdelen van de verantwoording
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
Het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen (hierna: handboek) is bedoeld voor de volgende fondsen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangen:
### 2.1. Definities
Hoofdstuk 3 ‘wetgeving en richtlijnen’ van dit handboek verwijst naar de kaders waarbinnen deze verantwoordingsverplichting bestaat.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in artikel 4.4 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.1. Begripsbepalingen
### 2.1.3. Omgaan met afwijkingen (fouten en onzekerheden, foutdefinities)
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Oordeel
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.5. Wet- en regelgeving
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
De verantwoording van uw fonds dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid).
### Uitgangspunten voor de verantwoording
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
### Onderdelen van de verantwoording
### Toelichting op model I voor de balans
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
### 2.1.2. Referentiekader
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost ‘Sponsoring’ onder de Langlopende schulden.
Het bestuursverslag is zakelijk van aard en wordt ondertekend door het bestuur. Al dan niet in aanvulling op elementen die zijn voorgeschreven in de RJ 640, bevat het bestuursverslag een toelichting op de volgende onderwerpen:
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
### Verantwoording projectsubsidie
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### 2.2. Jaarrekening per post
### Wetgeving en richtlijnen
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
Voorts stelt de accountant vast dat indien het fonds subsidieverplichtingen voor de volgende vierjaarlijkse subsidieperiode heeft aangegaan, in de desbetreffende beschikkingen een voorbehoud is gemaakt voor het verkrijgen van subsidie van het ministerie van OCW. Daarnaast stelt hij vast dat deze subsidieverplichtingen niet ten laste van de exploitatierekening zijn gebracht maar in de toelichting zijn opgenomen als ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
De accountant werkt deze toetspunten uit in de opzet en de uitvoering van zijn controle.
### 2.2.2. Exploitatierekening
De accountant stelt vast dat het fonds geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
**– WOPT**
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
De volgende wet- en regelgeving is van toepassing op de verantwoording:
U vindt de eerste vier documenten op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl of www.wetten.nl.
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
### Vaste activa
Als u subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. U neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie neemt u op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijk lopend met de afschrijvingstermijn van de investering.
### Toelichting op de modellen
### Toelichting op model I voor de balans
U splitst de post ‘Totaal vorderingen’ in de posten ‘Vordering subsidie OCW’, ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ en ‘Overige vorderingen’.
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 2.2. Getrouwheid
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.1.4. Controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
### 2.3. Financiële rechtmatigheid
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Als u subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. U neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie neemt u op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijk lopend met de afschrijvingstermijn van de investering.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Vlottende activa
U splitst de post ‘Totaal vorderingen’ in de posten ‘Vordering subsidie OCW’, ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ en ‘Overige vorderingen’.
### 1. Algemene uitgangspunten
De post ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ geeft de geclausuleerde vordering op OCW aan. Deze vordering vervangt de door OCW verstrekte garantie naar aanleiding van de liquiditeitsuitname in 2002 en kan worden ingeroepen als de continuïteit van de door OCW goedgekeurde activiteiten in gevaar komt.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Van OCW ontvangen subsidievoorschotten komen in mindering op de post ‘Vordering subsidie OCW’. Als toelichting daarbij meldt u het kenmerk van de subsidiebeschikkingen.
### Eigen vermogen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
Aan het einde van de vierjaarlijkse periode wordt het restant van de balansposten ‘Nog te verlenen subsidies’ en ‘Nog te realiseren beheerslasten’ verantwoord in het ‘Bestemmingsfonds OCW’. Over de bestemming van de resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’ zal bij de vaststelling van de subsidie van de betreffende subsidieperiode een beslissing worden genomen. Dit betekent dat subsidieverplichtingen voor de volgende subsidieperiode niet mogen worden aangegaan ten laste van deze resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’.
### Algemeen
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Bij deze post staat het u vrij subposten te gebruiken naar eigen inzicht. Volg bij het treffen van voorzieningen de bepalingen in [artikel 374 BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=374) en tevens de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 252. Deze richtlijn geeft aan terughoudend te zijn in het treffen van voorzieningen, vooral waar het gaat om voorzieningen voor meer algemene bedrijfsrisico’s.
### Subsidieverplichtingen
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag. **(alleen van toepassing bij jaarlijkse instellingssubsidie)**
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Algemeen
<<Naam accountant>>
Zie voor deze posten de toelichting bij de post ‘Vordering subsidie OCW’ in de paragraaf ‘Vlottende activa’, hiervoor. In de toelichting wordt het verloop van deze posten aangegeven in relatie tot de gematchte bijdrage OCW in de exploitatierekening. Zie verder ook de toelichting bij de post ‘Subsidie OCW’ in de paragraaf ‘Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening’, hierna.
Zorg ervoor dat cijfers in de kolom **Begroting** overeenstemmen met de meerjarenbegroting die de minister heeft goedgekeurd. Het kan voorkomen dat in de loop van de subsidieperiode substantiële wijzigingen in de jaarbegroting optreden ten opzichte van de meerjarenbegroting. In dat geval hanteert u de meest recente jaarbegroting als referentiepunt en licht u de belangrijkste afwijkingen van de door de minister goedgekeurde meerjarenbegroting toe. Kleine afwijkingen op de laatst goedgekeurde begroting als gevolg van inflatie behoeven niet te worden toegelicht. Voor een goed inzicht licht u de verschillen tussen uw begroting en de realisatie toe.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
<<Plaats>>, <<datum>>
### 1. Algemene uitgangspunten
Aandachtspunt:
### Saldo bijzondere baten en lasten
Hier verantwoordt u baten en lasten uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die door hun aard, omvang of incidentele karakter apart moeten worden gepresenteerd en toegelicht (bijvoorbeeld boekwinst of -verlies bij afstoting van materiële vaste activa, vrijval van voorziening, lasten uit reorganisatie). Volg daarbij de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ 270).
### **Verklaring betreffende het financieel verslag**
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### 1. Algemene uitgangspunten
Aandachtspunt:
### Saldo bijzondere baten en lasten
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### Controleprotocol cultuursubsidies instellingen
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 1.5. Wet- en regelgeving
<<Naam accountant>>
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van de instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen.
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van de instelling worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2012-06-05&g=2012-06-05) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
– De verslaggevingscriteria
De jaarlijkse verantwoording van de instelling voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een jaarlijkse instellingssubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een jaarrekening en een activiteitenverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
– De verslaggevingscriteria
### 2.2.1. Balans
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
De accountant stelt vast dat de instelling een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
### 2.1.2. Referentiekader
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
De accountant stelt vast dat de instelling geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Indirecte opbrengsten**
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
**– Activiteitenlasten**
### 2.3. Het bestuursverslag
### 2.2.1. Balans
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
### 2.2.2. Exploitatierekening
De accountant stelt integraal vast of de opgave van de instelling op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
**– Activiteitenlasten**
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Overige aangelegenheden
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag. **(alleen van toepassing bij jaarlijkse instellingssubsidie)**
### 1.3. Accountantsproducten
<<Plaats>>, <<datum>>
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verklaring betreffende het financieel verslag
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van <<naam project>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.1. Doelstelling
<<Plaats>>, <<datum>>
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
De prestatieverantwoording van het fonds geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van het fonds worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
De prestatieverantwoording van het fonds geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
Het fonds stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 6.2a. Overgangsrecht vierjaarlijkse instellingssubsidies onder € 125.000
1. Bij de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), kan de ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt, in plaats van een jaarrekening een financieel verslag als bedoeld in [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01) indienen.
2. In afwijking van [artikel 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.24&z=2013-01-01&g=2013-01-01) dient een ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt, een jaarrekening als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of een financieel verslag als bedoeld in [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01) in, alsmede een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01) dat betrekking heeft op het vierde jaar van de subsidie. Op het bestuursverslag is artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is niet van toepassing op een ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt.
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 (inclusief musea en sectorinstituten)
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie
De jaarlijkse verantwoording voor vierjaarlijkse instellingssubsidies bestaat uit twee onderdelen: de jaarrekening (inclusief prestatieverantwoording) en het bestuursverslag. Daarnaast voegt de accountant een aantal accountantsproducten toe.
### Jaarrekening
De jaarrekening, als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Rsc), omvat de volgende onderdelen:
### Bestuursverslag
Voorts bevat het bestuursverslag:
### Accountantsproducten
Bij de Rsc is in [bijlage IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2011-02-17&g=2011-02-17) het Controleprotocol Cultuursubsidies Instellingen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de accountantsverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden. Op ontvangers van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende bedrag minder dan € 125.000 bedraagt, is een ander regime van toepassing. Zie daarvoor [artikel 6.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=6.2a&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### Verantwoording voor instellingen met een jaarlijkse subsidie
Als u naast de jaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen in hoofdstuk 4 ‘verantwoording projectsubsidie’.
### Jaarlijkse subsidie OCW kleiner dan € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) kleiner is dan € 125.000, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling enkel een activiteitenverslag. Voor een toelichting op de inhoud van het activiteitenverslag: zie volgende paragraaf.
### Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) € 125.000 of meer bedraagt, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende verantwoordingsstukken:
### Verantwoording projectsubsidie
Aandachtspunten:
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening, bestuursverslag of activiteitenverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
In beide gevallen geldt als voorwaarde dat de activiteiten van het project afzonderlijk herkenbaar moeten zijn.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
### Wetgeving en richtlijnen
[Artikel 2.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2011-02-17&g=2011-02-17), van de Rsc, laat aan de minister ruimte om bepalingen van [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) of onderdelen daarvan buiten toepassing te verklaren op bepaalde instellingen of categorieën van instellingen. Op basis van deze bevoegdheid zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=1), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=10), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=14), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=15) en [16 van Boek 2 Titel 9 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=16) niet van toepassing op de jaarlijkse verantwoording. [Afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=7) is van toepassing met dien verstande dat het jaarverslag bij vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt vervangen door een bestuursverslag conform [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Rsc.
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Vaste activa
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost Sponsoring onder de Langlopende schulden. Het is voor musea niet toegestaan collectieonderdelen te activeren.
### Vlottende activa
Alleen variabele voorbereidingslasten voor een activiteit (Onderhanden werk) die plaatsvindt in een op het verslagjaar volgend boekjaar, kunnen worden geactiveerd. Het is niet toegestaan personeelslasten en andere vaste lasten te activeren.
### Eigen vermogen
Het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen (hierna: handboek) is bedoeld voor rechtspersonen (zowel aangewezen als niet aangewezen instellingen) die op grond van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen in de periode 2009–2012. Daarnaast geldt dit handboek voor rechtspersonen die alleen een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. Als uw instelling een van dergelijke subsidies ontvangt, dient u over de besteding van de subsidie jaarlijks verantwoording aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) af te leggen. Dit is een verplichting die geldt voor ieder boekjaar waarvoor subsidie is verleend. Hoofdstuk 5 ‘wetgeving en richtlijnen’ van dit handboek verwijst naar de kaders waarbinnen deze verantwoordingsverplichting bestaat.
### Aankoopfondsen (musea)
De aankoopfondsen krijgen een afzonderlijke vermelding en maken geen deel uit van het eigen vermogen.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### **Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie**
U dient binnen dertien weken na het eerste, tweede en derde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode, over het betreffende boekjaar de verantwoording digitaal aan te leveren. De verantwoording over het vierde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode dient u tussen acht en dertien weken na afloop van het betreffende boekjaar digitaal aan te leveren.
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### 1. Algemene uitgangspunten
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van de instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen.
### **Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie**
In het verantwoordingsproces wordt een onderscheid gemaakt tussen instellingen die een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen en instellingen die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangen (aangewezen- én niet aangewezen instellingen). Op de verantwoording van vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt in dit hoofdstuk verder ingegaan. Voor de verantwoording door instellingen die een jaarlijkse instellingssubsidie ontvangen wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van dit handboek.
### Bestuursverslag
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
### **Verantwoording projectsubsidie**
Als u naast de jaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen in hoofdstuk 4 ‘verantwoording projectsubsidie’.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarlijkse verantwoording van de instelling voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een jaarlijkse instellingssubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een jaarrekening en een activiteitenverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
### F. Sectorinstituten
Door de invoering van de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking (het Uniform Subsidiekader) wordt voor wat betreft de verantwoordingseisen onderscheid gemaakt tussen subsidies kleiner dan € 25.000, subsidies vanaf € 25.000 tot € 125.000 en subsidies vanaf € 125.000. De bijzonderheden voor elk van deze categorieën zijn onder de volgende kopjes in dit handboek verder uitgewerkt.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-02-17&g=2011-02-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### **Verantwoording projectsubsidie**
Voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie geldt in beginsel de termijn genoemd in het eerste lid van [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Rsc. Het tweede lid van dit artikel geeft u, als ontvanger van een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie, echter de mogelijkheid in plaats daarvan uw aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie tegelijk in te dienen met de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of met de jaarlijkse verantwoording over uw vierjaarlijkse instellingssubsidie. U doet dit bij de verantwoording over het jaar waarin de activiteiten van het project, volgens de beschikking waarmee de projectsubsidie is verleend, uiterlijk worden afgerond.
### Wetgeving en richtlijnen
Het financieel verslag gaat vergezeld van een controleverklaring.
### Sica
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304.
### Wetgeving en richtlijnen
De volgende wet- en regelgeving is van toepassing op de verantwoording:
### Model IIA voor de categoriale exploitatierekening
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Wetgeving en richtlijnen
De accountant stelt vast dat de instelling geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Model IIA voor de categoriale exploitatierekening
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
### SICA
(Overige instellingen waaronder presentatie-instellingen, sectorinstituten, postacademische instellingen, ontwikkelinstellingen).
### Model IIA voor de categoriale exploitatierekening
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
### Model IIC voor de categoriale exploitatierekening
(Overige instellingen waaronder presentatie-instellingen, sectorinstituten, postacademische instellingen, ontwikkelinstellingen).
### Model IID voor de categoriale exploitatierekening (Musea)
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
De aankoopfondsen krijgen een afzonderlijke vermelding en maken geen deel uit van het eigen vermogen.
### Algemeen
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Algemeen
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag. **(alleen van toepassing bij jaarlijkse instellingssubsidie)**
### Algemeen
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### G. Musea
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Toelichting op model III voor de prestatieverantwoording
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van <<naam project>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
Algemene opmerking ten opzichte van het boeken van baten:
### Toelichting op model III voor de prestatieverantwoording
Voorwaardelijke (subsidie)verplichtingen worden hier opgenomen (zie de toelichting in de paragraaf Subsidieverplichtingen, hiervoor), waaronder de verplichtingen aangegaan in het laatste jaar van de subsidieperiode met betrekking tot de jaren van de nieuwe subsidieperiode.
### Toelichting op model IIE – definities van museale functies
<<Naam accountant>>
### Podiumkunstinstellingen A
(Toneelgezelschappen, dansgezelschappen, operagezelschappen en orkesten)
### 1. Algemene uitgangspunten
Om inzicht te verwerven in de aard, omvang en bereik van uw activiteiten, specificeert u de door uw instelling verrichte activiteiten en het bereik (bezoekers, gebruikers of deelnemers) in het boekjaar volgens het voor uw instelling relevante deel van model III voor de prestatieverantwoording.
### D. Presentatie-instellingen
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### F. Sectorinstituten
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-02-17&g=2011-02-17), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording cultuursubsidies fondsen 2009–2012
Het fonds stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
### Handboek verantwoording cultuursubsidies fondsen 2009–2012
Uw fonds dient jaarlijks verantwoording af te leggen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) over de besteding van de subsidie. Dit is een verplichting die geldt voor ieder boekjaar waarvoor subsidie is verleend.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarlijkse verantwoording van het fonds voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
### Doel van de verantwoording
– De controlecriteria
### Modellen voor de verantwoording
– De verslaggevingscriteria
### Accountantsproducten
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door het fonds worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. Het fonds dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2. Jaarrekening per post
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
### Eigen vermogen
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
**– Overige lasten**
### Modellen voor de verantwoording
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
### Rapportage
De post ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ geeft de geclausuleerde vordering op OCW aan. Deze vordering vervangt de door OCW verstrekte garantie naar aanleiding van de liquiditeitsuitname in 2002 en kan worden ingeroepen als de continuïteit van de door OCW goedgekeurde activiteiten in gevaar komt.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verklaring betreffende de jaarrekening
Wij hebben de in dit [verslag] [rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomenjaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Subsidieverplichtingen
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### Voorzieningen
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.1De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op winst gerichte rechtspersonen.Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Baten
<<Plaats>>, <<datum>>
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Lasten
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van <<naam project>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### 1.2. Uitgangspunten
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
<<Plaats>>, <<datum>>
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
De prestatieverantwoording van de instelling geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-02-17&g=2011-02-17), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2. Controle op de verantwoording
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 2. Controle op de verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2012-09-18&g=2012-09-18) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
### 2.2.2. Exploitatierekening
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.2. Jaarrekening per post
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
De accountant stelt vast dat de instelling een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
### Doelstelling
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De accountant stelt vast dat de instelling geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
**– WOPT**
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verklaring betreffende de jaarrekening
Wij hebben de in dit [verslag] [rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomenjaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
### Doelstelling
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.1De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op winst gerichte rechtspersonen.Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
<<Naam accountant>>
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
<<Naam accountant>>
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van het fonds verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen. Het rechtmatigheidsbegrip houdt bij een fonds in het bijzonder in, dat het fonds de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen juist toepast en daarover verantwoording aflegt.
### 1. Algemene uitgangspunten
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de cultuurfondsen (hierna te noemen ‘fonds’) die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van het fonds een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van het fonds, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 1.2. Uitgangspunten
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van het fonds verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen. Het rechtmatigheidsbegrip houdt bij een fonds in het bijzonder in, dat het fonds de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen juist toepast en daarover verantwoording aflegt.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
### 1.1. Doelstelling
### 1.4. Procedure controleprotocol
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
### 2.2.2. Exploitatierekening
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### Afdeling 3.1. Algemene bepalingen
##### Artikel 3.1. Definities
1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- **Brabantstad:** gemeente Den Bosch, gemeente Eindhoven of gemeente Tilburg;
- **grote gemeente:** gemeente Amsterdam, gemeente Rotterdam of gemeente Den Haag;
- **kernpunt:** gemeente Groningen, gemeente Arnhem, gemeente Utrecht, gemeente Maastricht, gemeente Den Haag, gemeente Rotterdam, gemeente Amsterdam of Brabantstad;
- **podium:** voorziening in een gebouw die bestemd of geschikt is voor de presentatie van podiumkunsten;
- 1°. Noord: provincies Groningen, Friesland en Drenthe;
- 2°. Oost: provincies Overijssel en Gelderland;
- 3°. Midden: provincies Flevoland en Utrecht; of
- 4°. Zuid: provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg;
- **standplaats:** gemeente waar de instelling haar huisvesting heeft en in de lokale culturele infrastructuur is ingebed.
2. Onder eigen inkomsten worden in dit hoofdstuk de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:
- a. publieksinkomsten; en
- b. overige inkomsten zijnde:
- 1°. directe opbrengsten: sponsorinkomsten en overige inkomsten;
- 2°. indirecte opbrengsten; en
- 3°. overige bijdragen.
3. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
- a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
- b. overige bijdragen uit publieke middelen;
- c. rentebaten;
- d. bijdragen in natura; en
- e. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
##### Artikel 3.2. Indieningstermijn aanvraag en in te dienen bescheiden
1. Een aanvraag voor vierjaarlijkse instellingssubsidie voor de jaren 2013 tot en met 2016 op grond van dit hoofdstuk wordt ontvangen na 30 november 2011 en uiterlijk ontvangen op 1 februari 2012 om 17:00 uur.
2. Onverminderd de [artikelen 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.3&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.6&z=2013-01-01&g=2013-01-01) dienen instellingen, bedoeld in [artikel 3.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), tevens de jaarrekeningen van de instelling over de jaren 2010 en 2011 in. Deze zijn voorzien van een accountantsverklaring als bedoeld in [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
3. In afwijking van het eerste lid wordt de jaarrekening over het jaar 2011 voor 1 april 2012 door de minister ontvangen.
4. De jaarrekening over het jaar 2010 gaat niet bij de aanvraag voor zover de instelling er redelijkerwijs van uit kan gaan dat deze al in het bezit van de minister is.
##### Artikel 3.3. Wijze van indiening
1. Voor de indiening van een aanvraag voor vierjaarlijkse instellingssubsidie wordt gebruik gemaakt van het hiervoor bestemde aanvraagformulier dat wordt bekend gemaakt op de website www.cultuursubsidie.nl.
2. Een subsidieaanvraag voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie wordt bij voorkeur elektronisch ingediend. De elektronische indiening geschiedt via de website www.cultuursubsidie.nl. Bij verzending van de aanvraag per post wordt de aanvraag gestuurd naar postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.
3. Bij elektronische indiening van de aanvraag wordt een ondertekende afdruk van de laatste pagina van het formulier per post gezonden naar het adres, bedoeld in het tweede lid. Als tijdstip van indiening van de aanvraag geldt de datum waarop de ondertekende pagina is ontvangen.
4. Een aanvraag om subsidie als bedoeld in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-01-01&g=2013-01-01), of [artikel 3.29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-01-01&g=2013-01-01), kan tevens worden aangemerkt als een aanvraag op grond van artikel 3.9, derde lid, onderscheidenlijk artikel 3.29, tweede lid.
##### Artikel 3.4. Wijze verdeling beschikbare middelen
1. De minister beslist gelijktijdig op alle aanvragen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de bij of krachtens de wet gestelde regels.
2. Indien na beoordeling van alle aanvragen een bepaald beschikbaar bedrag niet geheel wordt verleend, kan de minister het resterende bedrag toevoegen aan een ander subsidieplafond binnen die paragraaf onderscheidenlijk afdeling.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op [paragraaf 3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
##### Artikel 3.5. Weigeringsgronden
1. Aan een instelling als bedoeld in [afdeling 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met uitzondering van [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en de [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-01-01&g=2013-01-01) wordt geen subsidie op grond van dit hoofdstuk verleend indien de eigen inkomsten van de instelling gemiddeld over de jaren 2010 en 2011 minder dan 17,5 procent bedragen van het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van
- a. subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566); en
- b. het deel van de subsidie van een orkest dat verhoudingsgewijs bestemd is voor begeleidende activiteiten om niet.
2. Indien een instelling die subsidie aanvraagt de rechtsopvolger of feitelijke opvolger is van een instelling die in de jaren 2010 en 2011 subsidie van bestuursorganen ontving ten behoeve van de exploitatie van die instelling, wordt het percentage eigen inkomsten van de aanvrager vastgesteld aan de hand van de gegevens van die verdwenen onderscheidenlijk aanvankelijk gesubsidieerde instelling.
3. Indien bij een instelling die subsidie aanvraagt sprake is van fusie van twee of meer instellingen die in de jaren 2010 en 2011 subsidie voor de exploitatie van bestuursorganen ontvingen, wordt het percentage eigen inkomsten van de aanvrager vastgesteld aan de hand van het totaal van eigen inkomsten in verhouding tot het totaal van ontvangen subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die gefuseerde instellingen in 2010 en 2011.
4. Van fusie als bedoeld in het derde lid is sprake indien de te fuseren instellingen bij de aanvraag om subsidie een voorstel tot fusie als bedoeld in [artikel 312 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=312) overleggen en de fusie voor 1 september 2012 tot stand is gekomen en uiterlijk van kracht wordt met ingang van 1 januari 2013.
5. De minister kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten:
- a. bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die het karakter vertoont van oneigenlijk gebruik van deze regeling; of
- b. bepaalde bedragen beschouwen als onderdeel van de subsidies ten behoeve van de exploitatie van die instelling, indien die bedragen onderdeel uitmaakten van een beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van die exploitatie en deze beschikking later is ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger is gewijzigd op grond van [artikel 4:48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:48) of [artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:50).
6. Indien een instelling in het jaar 2010 of 2011 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid grotendeels niet in staat is geweest publieksactiviteiten te ontplooien, kan de minister in ieder geval het eerste lid buiten toepassing laten als bedoeld in [artikel 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.1&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
7. Aan een instelling wordt tevens geen subsidie verleend op grond van dit hoofdstuk, indien aan de instelling voor het jaar 2011 subsidie is verstrekt voor de exploitatie van die instelling en subsidie uitsluitend is verstrekt afkomstig uit middelen van de begrotingsstaat, met uitzondering van artikel 14, behorende bij de Wet van 3 februari 2011, houdende vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2011 (Stb. 78).
##### Artikel 3.6. Algemene beoordelingscriteria
Bij de beoordeling van aanvragen voor subsidie houdt de minister onder meer rekening met:
- a. artistieke kwaliteit;
- b. ondernemerschap;
- c. publieksbereik van de instelling;
- d. het voeren van een beleid dat educatie en participatie van de jeugd bevordert;
- e. aanbod of collectie van nationaal of internationaal belang;
- f. geografische spreiding.
##### Artikel 3.7. Afwijking in verband met geografische spreiding
1. Indien in de navolgende afdelingen een maximum is gesteld aan het aantal instellingen waaraan per regio of kernpunt subsidie kan worden verstrekt, en geen van de subsidieaanvragen ingediend voor die regio of dat kernpunt voldoet aan alle daarvoor in deze regeling gestelde vereisten, kan de minister niettemin aan ten hoogste het voor de betreffende regio of kernpunt gestelde aantal instellingen subsidie verstrekken, voor zover het met deze regeling te dienen doel van geografische spreiding naar zijn oordeel in onvoldoende mate zou worden bereikt ingeval van het niet verstrekken van subsidie.
2. Het eerste lid vindt in ieder geval geen toepassing, voor zover een aanvraag naar het oordeel van de minister in onvoldoende mate beantwoordt aan het criterium, bedoeld in [artikel 3.6, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.6&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
##### Artikel 3.8. Subsidieverplichting
1. Een instelling die op grond van [afdeling 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met uitzondering van de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-01-01&g=2013-01-01), of [artikel 3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-01-01&g=2013-01-01) subsidie ontvangt, behaalt gedurende de subsidieperiode ten minste 21,5 procent eigen inkomsten van het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van:
- a. subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566); en
- b. het deel van de subsidie van een orkest dat verhoudingsgewijs bestemd is voor begeleidende activiteiten om niet.
2. Een instelling die op grond van [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of [artikel 3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-01-01&g=2013-01-01) subsidie ontvangt, behaalt gedurende de subsidieperiode ten minste 17,5 procent eigen inkomsten van het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566).
3. Een instelling maakt bij de aanvraag om subsidie in het activiteitenplan aannemelijk dat zij aan de subsidieverplichting in het eerste onderscheidenlijk tweede lid zal voldoen.
4. Onverminderd [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), maakt een instelling als bedoeld in [artikel 3.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), in het bestuursverslag dat wordt ingediend over het eerste, tweede en derde jaar van de vierjaarlijkse periode waarvoor subsidie is verleend, inzichtelijk hoe de instelling gedurende die periode een jaarlijkse groei zal behalen van gemiddeld één procentpunt eigen inkomsten van het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van:
- a. subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566); en
- b. het deel van de subsidie van een orkest dat verhoudingsgewijs bestemd is voor begeleidende activiteiten om niet.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op een instelling, indien die instelling over de jaren van de subsidieperiode waarover de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is afgelegd, gemiddeld ten minste vier procent meer eigen inkomsten behaalt dan op die instelling van toepassing is op grond van het eerste onderscheidenlijk tweede lid.
6. [Artikel 3.5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 3.2. Podiumkunsten
#### § 3.2.1. Theater
##### Artikel 3.9. Algemeen theater
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van theatervoorstellingen, indien de instelling:
- a. de beschikking heeft over een podium of een podium bespeelt, dat minimaal 400 zitplaatsen heeft in haar standplaats;
- b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert;
- c. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één maker of een groep van makers van theater; en
- d. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan op grond van het eerste lid aan ten hoogste vier grote instellingen in de kernpunten subsidie verstrekken, waarvan ten hoogste twee instellingen hun standplaats hebben in de grote gemeenten, voor zover de instelling:
- a. per jaar ten minste drie producties bestemd voor een podium met ten minste 400 zitplaatsen uitvoert; en
- b. een beleid voert dat doorstroming van talent naar de grote zaal bevordert.
3. De minister kan op grond van het eerste lid aan ten hoogste vier middelgrote instellingen in de kernpunten subsidie verstrekken, waarvan niet meer dan één instelling haar standplaats heeft in de grote gemeenten, voor zover de instelling ten minste per jaar één productie bestemd voor een podium met ten minste 400 zitplaatsen uitvoert.
4. De minister kan op grond van het eerste lid subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Noord en haar theatervoorstellingen in de Friese taal verzorgt.
5. Per kernpunt verstrekt de minister op grond van dit artikel aan niet meer dan één instelling subsidie.
##### Artikel 3.10. Jeugdtheater
1. De minister kan aan een instelling een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een aanvullend bedrag naast subsidie op grond van [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) verstrekken voor het verzorgen van repertoire op het terrein van de podiumkunsten voor de jeugd tot 18 jaar, indien de instelling:
- a. een substantieel deel van haar voorstellingen realiseert op een podium; en
- b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert.
2. Voor subsidie op grond van dit artikel komen ten hoogste acht instellingen in aanmerking, met dien verstande dat per gemeente aan ten hoogste één instelling subsidie wordt verstrekt.
3. Indien een instelling een subsidieaanvraag indient voor zowel subsidie op grond van [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) als op grond van dit artikel dan wordt dit duidelijk in de aanvraag vermeld.
##### Artikel 3.11. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 2,5 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 1,5 miljoen;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 500.000.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is ten hoogste 110 procent van het daar genoemde bedrag beschikbaar voor ten hoogste één instelling die zich internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau.
##### Artikel 3.12. Dans
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling die haar standplaats in een kernpunt heeft en met als kernactiviteit het verzorgen van dansrepertoire, indien de instelling:
- a. de beschikking heeft over een podium of een podium bespeelt, dat minimaal 400 zitplaatsen heeft in de regio of de gemeente waar de instelling haar standplaats heeft;
- b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert;
- c. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één maker of een groep van makers van dans; en
- d. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
2. Aan ten hoogste vier instellingen wordt subsidie verstrekt, waarvan:
- a. één instelling voorziet in een voor Nederland onderscheidend grootschalig repertoire op het gebied van ballet in een internationale context en zich richt op een groot landelijk publieksbereik;
- b. één instelling voorziet in de verzorging van grootschalig, onderscheidend modern dansaanbod in een internationale context;
- c. één instelling voorziet in de productie en distributie van grootschalig, onderscheidend dansaanbod en in de productie en distributie van jeugddans; en
- d. één instelling die voorziet in de productie en distributie van grootschalig, onderscheidend dansaanbod.
3. Per kernpunt verstrekt de minister op grond van dit artikel aan niet meer dan één instelling subsidie.
##### Artikel 3.13. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.12, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 6,33 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.12, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 5,92 miljoen;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.12, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 2,5 miljoen;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.12, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 1,5 miljoen.
#### § 3.2.3. Muziek en muziektheater
##### Artikel 3.14. Symfonieorkesten
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van symfonisch aanbod, indien de instelling:
- a. een breed repertoire aanbiedt;
- b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt in de regio of het verzorgingsgebied waarin zij haar standplaats heeft;
- c. ten minste eenmaal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.19&z=2013-01-01&g=2013-01-01); en
- d. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan op grond van het eerste lid aan ten hoogste vijf instellingen subsidie verstrekken, waarvan er:
- a. steeds één haar standplaats heeft in de regio Noord, de regio Oost, de regio Zuid, de gemeente Amsterdam; en
- b. één het verzorgingsgebied van de gemeenten Rotterdam en Den Haag bestrijkt.
3. In afwijking van het tweede lid kan de minister aan meer dan vijf instellingen subsidie verstrekken indien in de regio Oost, de regio Zuid of het verzorgingsgebied van de gemeenten Den Haag en Rotterdam twee instellingen in die regio onderscheidenlijk dat verzorgingsgebied een volwaardig symfonisch aanbod verzorgen en beide instellingen voldoende aanvullende financiering realiseren.
##### Artikel 3.15. Symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten primair voor opera
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteiten het begeleiden van operaproducties en het verzorgen van symfonisch aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.14, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- b. in aanvulling op haar activiteiten een relevante seizoensprogrammering aanbiedt van ten minste twaalf symfonische concerten in het verzorgingsgebied van de gemeente Haarlem;
- c. ten minste zes maal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01); en
- d. ten minste twee maal in de subsidieperiode om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.12, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
##### Artikel 3.16. Subsidie symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten voor dans
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het begeleiden van dansproducties, indien de instelling:
- a. beschikbaar is voor de begeleiding van de producties van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.12, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01); en
- b. ten minste eenmaal per jaar beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.12, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
voor zover de begeleiding in de basisbezetting van haar orkest om niet plaatsvindt, en niet meer dan een redelijke prijs in rekening wordt gebracht voor de kosten die verband houden met een aanvullende bezetting bij repertoire waarbij een basisbezetting naar algemeen gangbare artistieke maatstaven niet volstaat.
##### Artikel 3.17. Subsidieplafonds symfonieorkesten
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.14 tot en met 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen, bedoeld in [artikel 3.14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 6 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 10 miljoen; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 3,5 miljoen.
2. In afwijking van het eerste lid, onder a, is ten hoogste 110 procent van het daar genoemde bedrag beschikbaar voor ten hoogste één instelling die zich:
- a. internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau; en
- b. profileert op de relevante internationale concertpodia.
3. Indien twee instellingen voldoen aan [artikel 3.14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is voor die instellingen gezamenlijk jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 6 miljoen beschikbaar.
4. Het bedrag, bedoeld in het derde lid, bedraagt jaarlijks voor de twee instellingen gezamenlijk ten hoogste € 7 miljoen, indien die instellingen:
- a. gericht zijn op structurele samenwerking tijdens en na de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd; en
- b. gezamenlijk een plan indienen voor de verzorging van een volwaardig symfonisch aanbod in die regio of dat verzorgingsgebied.
##### Artikel 3.18. Grootschalig opera-aanbod
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats in een kernpunt heeft en met als kernactiviteit het verzorgen van grootschalig opera-aanbod, indien de instelling:
- a. een breed repertoire aanbiedt;
- b. zich richt op een groot landelijk publieksbereik;
- c. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert en coördinerende activiteiten op dit gebied uitvoert; en
- d. zich internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau.
##### Artikel 3.19. Overig opera-aanbod
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Oost en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.18, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt; en
- c. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Zuid en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.18, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- b. haar activiteiten geografisch in ieder geval in haar regio op een geconcentreerde wijze spreidt;
- c. samenwerkt met andere instellingen die opera-aanbod verzorgen; en
- d. een beleid voert dat, bij voorkeur in samenwerking met derden, talentontwikkeling bevordert.
##### Artikel 3.20. Subsidieplafonds opera
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.19&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.18&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 24,04 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.19&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 3,5 miljoen;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.19&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 1 miljoen.
#### § 3.2.4. Festival
##### Artikel 3.21. Festival
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats in een kernpunt heeft en als kernactiviteit de presentatie van actueel of vernieuwend, grootschalig aanbod in een internationale context op het terrein van theater, dans, opera en muziek, waaronder symfonisch repertoire, indien de activiteiten van de instelling:
- a. er mede op gericht zijn een platform te bieden voor internationale uitwisseling tussen vakgenoten;
- b. jaarlijks of tweejaarlijks gedurende een in de tijd beperkte periode plaatsvinden; en
- c. niet zijn aan te merken als activiteiten van één specifieke schouwburg, concertzaal of andere organisatie die zich primair richt op de presentatie van cultuuruitingen.
##### Artikel 3.22. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 2.99 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.3. Musea
##### Artikel 3.23. Musea
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het beheer en behoud van een collectie van cultureel erfgoed, indien de instelling:
- a. in de subsidieperiode ten minste een gelijk aantal bezoeken behaalt ten opzichte van de jaren 2009 tot en met 2012;
- b. in de subsidieperiode ten minste een gelijk aantal bezoeken van scholieren in het primair en voortgezet onderwijs in schoolverband behaalt ten opzichte van de jaren 2009–2012;
- c. een beleid voert om het aantal unieke bezoekers van de website van de instelling in de subsidieperiode te verhogen ten opzichte van de jaren 2009–2012; en
- d. indien van toepassing, een beleid voert om de registratieachterstand van de collectie weg te werken.
2. Indien een instelling niet voldoet aan [artikel 3.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en de instelling met de Staat der Nederlanden gedurende de looptijd van de subsidieperiode een overeenkomst heeft voor het beheer van museale voorwerpen als bedoeld in [artikel 1, onderdeel c, van de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020583&artikel=1), die aan het Rijk toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, kan de minister een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken voor slechts het beheer en behoud van de collectie.
##### Artikel 3.24. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit kunsthistorische documentatie.
##### Artikel 3.25. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.24&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor de instellingen, bedoeld in [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), gezamenlijk: € 142 miljoen;
- b. voor de instelling, bedoeld in [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.24&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 5,09 miljoen.
2. Aan een instelling aan welke de minister tevens een vierjaarlijkse instellingssubsidie heeft verleend voor de jaren 2009 tot en met 2012 verleent de minister op grond van deze afdeling niet meer subsidie dan in die periode, tenzij de minister het wenselijk acht dat de instelling specifieke nieuwe activiteiten ontplooit.
##### Artikel 3.26. Specifieke weigeringsgrond
1. Een instelling komt niet voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie op grond van deze afdeling in aanmerking indien de instelling in de vier jaar voorafgaand aan de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd, subsidie voor het beheer en behoud van haar collectie van cultureel erfgoed ontvangt of heeft ontvangen en subsidie uitsluitend verstrekt is door een ander bestuursorgaan dan de minister.
2. Onder subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan subsidie voor een afgerond geheel van activiteiten, dat beperkt is in de tijd.
##### Artikel 3.27. Rangorde
1. Ten behoeve van de beslissing aan welke instellingen vierjaarlijkse instellingssubsidie wordt verleend, maakt de minister een rangorde van de instellingen die voor subsidie in aanmerking komen op grond van [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
2. In de rangorde hebben instellingen waarmee de Staat der Nederlanden gedurende de looptijd van de vierjaarlijkse instellingssubsidie een overeenkomst heeft voor het beheer van museale voorwerpen als bedoeld in [artikel 1, onderdeel c, van de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020583&artikel=1), die aan het Rijk toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, voorrang op andere instellingen.
##### Artikel 3.28. Subsidieverplichting
1. Onverminderd [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), geeft een instelling waaraan op grond van [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.23&z=2013-01-01&g=2013-01-01) subsidie is verleend jaarlijks in het bestuursverslag, bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.23, tweede lid, inzicht in:
- a. het aantal objecten van de collectie dat is geregistreerd, gedigitaliseerd en ontsloten;
- b. het aantal geconserveerde en gerestaureerde objecten van de collectie;
- c. het aantal objecten uit legaten en schenkingen dat door de instelling is aanvaard op eigen naam of namens de Staat der Nederlanden; en
- d. het aantal objecten dat zichtbaar is voor het algemene publiek.
2. Indien een instelling voor een wetenschappelijke functie subsidie ontvangt, geeft de instelling tevens in het bestuursverslag inzicht over het desbetreffende jaar in:
- a. het aantal wetenschappelijke publicaties van de instelling;
- b. het aantal verrichte wetenschappelijke onderzoeken al dan niet in samenwerking met een onderzoeksinstelling; en
- c. behaalde wetenschappelijke prijzen, citaten van wetenschappelijk onderzoek van de instelling en de onderzoeksallianties die zijn aangegaan met universiteiten.
### Afdeling 3.4. Beeldende kunst
##### Artikel 3.29. Presentatie-instellingen
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling die haar standplaats in een grote gemeente of een regio heeft en als kernactiviteit de presentatie van een vernieuwend of experimenteel aanbod van hedendaagse beeldende kunst in een internationale context, indien de instelling:
- a. beschikt over een ruimte die geschikt is voor het tonen van de presentaties;
- b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert;
- c. een toonaangevende programmering verzorgt;
- d. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één of enkele artistiek leiders; en
- e. niet overwegend gericht is op het beheer en behoud van een collectie van cultureel erfgoed.
2. De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste twee instellingen subsidie.
3. Tevens kan de minister op grond van het eerste lid aan ten hoogste vier andere instellingen subsidie verstrekken, waarvan ten hoogste twee instellingen hun standplaats in de grote gemeenten hebben, indien die instellingen eveneens over een groot internationaal netwerk beschikken.
4. Op grond van dit artikel wordt aan ten hoogste één instelling per grote gemeente subsidie verstrekt.
##### Artikel 3.30. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan een instelling die haar standplaats in een kernpunt heeft en met als kernactiviteit het verzorgen van een begeleidingsprogramma op het terrein van beeldende kunst, dat een vervolg is op een bachelor- of masteropleiding op het gebied van de kunst, indien de instelling een internationaal toonaangevend programma verzorgt en ten minste tien deelnemers begeleidt.
##### Artikel 3.31. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in het tweede lid: € 200.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in het derde lid: € 500.000.
2. Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.30&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is jaarlijks voor een instelling per deelnemer ten hoogste € 50.000 beschikbaar en is in totaal jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 2,5 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.5. Film
##### Artikel 3.32. Festivals
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de presentatie van actueel of vernieuwend aanbod in een internationale context op het terrein van art housefilms en aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de presentatie van actueel of vernieuwend aanbod in een internationale context op het terrein van documentaires, indien de activiteiten van de instelling:
- a. een groot publiek bereiken;
- b. er mede op gericht zijn een platform te bieden voor internationale uitwisseling tussen vakgenoten;
- c. jaarlijks of tweejaarlijks gedurende een in de tijd beperkte periode plaatsvinden; en
- d. een aantoonbare impuls leveren aan het aanbod en de regionale spreiding van films in het commerciële en niet-commerciële bioscoopcircuit.
2. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de presentatie van actueel of vernieuwend aanbod op het terrein van de Nederlandse film, indien de activiteiten van de instelling:
- a. een groot publiek bereiken;
- b. er mede op gericht zijn een platform te bieden voor uitwisseling tussen vakgenoten; en
- c. jaarlijks of tweejaarlijks gedurende een in de tijd beperkte periode plaatsvinden.
##### Artikel 3.33. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verrichten van ondersteunende activiteiten op het terrein van de film, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. behoud, beheer en ontsluiting van collecties;
- b. ontwikkeling en verspreiding van leermateriaal voor het onderwijs en verzorging van klassenvoorstellingen; en
- c. internationale promotie en versterking van de internationale marktpositie van de Nederlandse filmsector.
##### Artikel 3.34. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor de instellingen, bedoeld in [artikel 3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-01-01&g=2013-01-01), gezamenlijk: € 2,42 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 6,68 miljoen.
### Afdeling 3.6. Letteren
##### Artikel 3.35. Ondersteunende instellingen
1. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de landelijke coördinatie van de leesbevordering en literatuureducatie.
2. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de landelijke bemiddeling tussen schrijvers, scholen en bibliotheken voor het geven van lezingen over en rond het werk van die schrijvers ter bevordering van het lezen.
3. De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de landelijke ondersteuning van bijzondere journalistieke projecten die leiden tot journalistieke producten of andere non-fictie werken.
##### Artikel 3.36. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.35&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in het eerste lid: € 1,83 miljoen;
- b. voor een instelling als bedoeld in het tweede lid: € 640.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in het derde lid: € 390.000.
### Afdeling 3.7. Creatieve industrie (architectuur, vormgeving en nieuwe media)
##### Artikel 3.37. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verrichten van ondersteunende activiteiten op het terrein van architectuur, vormgeving en nieuwe media, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. behoud, beheer en ontsluiting van collecties op het terrein van architectuur;
- b. internationale promotie en versterking van de internationale marktpositie van de Nederlandse architectuur-, vormgeving- en nieuwe mediasector;
- c. kennisontwikkeling en kennisspreiding;
- d. volgen en stimuleren van multidisciplinaire ontwikkelingen; en
- e. bevorderen van culturele, maatschappelijke en economische meerwaarde van de architectuur-, vormgeving- en nieuwe mediasector.
##### Artikel 3.38. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze afdeling is jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 7,81 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.8. Bibliotheken
##### Artikel 3.39. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verrichten van ondersteunende activiteiten op het terrein van de openbare bibliotheken, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. afstemming en coördinatie;
- b. informatie en reflectie;
- c. vertegenwoordiging en promotie; en
- d. instandhouding van een bibliotheekvoorziening voor zowel leesgehandicapten als varenden.
##### Artikel 3.40. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze afdeling is jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 14,44 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.9. Amateurkunst en cultuureducatie
##### Artikel 3.41. Ondersteunende instelling
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verrichten van ondersteunende activiteiten op het terrein van amateurkunst en cultuureducatie, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. professionalisering van de educatiefunctie in de culturele sector;
- b. landelijke informatie- en netwerkfunctie voor zowel amateurkunst als cultuureducatie; en
- c. onderzoek en monitoring voor zowel amateurkunst als cultuureducatie.
##### Artikel 3.42. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze afdeling is jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 4,76 miljoen beschikbaar.
### Afdeling 3.10. Bovensectorale ondersteunende instellingen
##### Artikel 3.43. Internationaal cultuurbeleid
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de coördinatie van de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. de coördinatie van internationale sectoroverschrijdende activiteiten;
- b. het stimuleren van de mobiliteit van kunstenaars en instellingen; en
- c. voorlichting over en ondersteuning van subsidieprogramma’s van de Europese Unie.
##### Artikel 3.44. Digitalisering erfgoed
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit de digitalisering van erfgoed, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op een duurzame nationale infrastructuur voor digitaal erfgoed.
##### Artikel 3.45. Onderzoek en statistiek
De minister kan een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het verzamelen en verspreiden van kennis en informatie over kunst en cultuur in beleid en praktijk, indien de activiteiten van de instelling gericht zijn op:
- a. het bevorderen en faciliteren van onderzoek over de productie, distributie en afname van kunst en cultuur en over het nationale en internationale kunst- en cultuurbeleid; en
- b. het bevorderen en faciliteren van meningsvorming over de productie, distributie en afname van kunst en cultuur en over het nationale en internationale kunst- en cultuurbeleid.
##### Artikel 3.46. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.43 tot en met 3.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.43&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.43&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 880.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.44&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 570.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.45&z=2013-01-01&g=2013-01-01): € 710.000.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 4.3. Subsidievaststelling
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 5.3. Subsidieverlening
#### § 4.3. Subsidievaststelling
#### § 5.5. Subsidievaststelling
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 5.5. Subsidievaststelling
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2011-12-23&g=2011-12-23) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Inleiding
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
### Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening, bestuursverslag of activiteitenverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
– De verslaggevingscriteria
### Model IIB voor de categoriale exploitatierekening
### Model IIE voor de categoriale en functionele exploitatierekening (Musea)
### MODELLEN VOOR DE VERANTWOORDING
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Vaste activa
Het voorgeschreven model IIF bestaat in grote lijnen uit een gecombineerde kostensoorten- en kostenplaatsenoverzicht. De in model IIC opgenomen baten en lasten van het huidig boekjaar neemt u over in model IIF, in de kolom **Totaal**. U rekent vervolgens de baten en lasten uit de kolom **Totaal** toe aan de in het model opgenomen kostenplaatsen; de vijf hoofdfuncties.
### D. Presentatie-instellingen
### Opzet voor model IIE (Musea)
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-11-01&g=2011-11-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 1.2. Uitgangspunten
### B. Internationale Festivals
Het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen (hierna: handboek) is bedoeld voor de volgende fondsen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) een vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangen:
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van het fonds worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
De prestatieverantwoording van het fonds geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### 2.2.1. Balans
**– Activiteitenlasten**
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
### 2.3. Het bestuursverslag
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
### Doelstelling
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-11-01&g=2011-11-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2.1. Definities
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.1. Balans
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### Verantwoordelijkheid van de accountant
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-11-01&g=2011-11-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1. Algemene uitgangspunten
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
### Overige aangelegenheden
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2012-06-05&g=2012-06-05) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
– De controlecriteria
### 2.1. Definities
– De verslaggevingscriteria
### 2.2.1. Balans
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
– De controlecriteria
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
– De verslaggevingscriteria
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### Verklaring betreffende de jaarrekening
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Activiteitenlasten**
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Voorts stelt de accountant vast dat indien het fonds subsidieverplichtingen voor de volgende vierjaarlijkse subsidieperiode heeft aangegaan, in de desbetreffende beschikkingen een voorbehoud is gemaakt voor het verkrijgen van subsidie van het ministerie van OCW. Daarnaast stelt hij vast dat deze subsidieverplichtingen niet ten laste van de exploitatierekening zijn gebracht maar in de toelichting zijn opgenomen als ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
De accountant werkt deze toetspunten uit in de opzet en de uitvoering van zijn controle.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De accountant stelt vast dat het fonds geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
**– WOPT**
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Doelstelling
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Overige aangelegenheden
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.5. Wet- en regelgeving
Bij de Rsc is in [bijlage IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2012-09-18&g=2012-09-18) het Controleprotocol Cultuursubsidies Instellingen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de controleverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden.
### Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### Doelstelling
### Rapportage
### Toelichting op de modellen
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Baten
### Begrotingskolom (model IIA t/D)
### Lasten
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-12-23&g=2011-12-23) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### G. Musea
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1.2. Referentiekader
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
U dient binnen dertien weken na het eerste, tweede en derde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode, over het betreffende boekjaar de verantwoording digitaal aan te leveren. De verantwoording over het vierde jaar van de vierjaarlijkse subsidieperiode dient u tussen acht en dertien weken na afloop van het betreffende boekjaar digitaal aan te leveren.
### Wetgeving en richtlijnen
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
### Algemeen
### Vaste activa
### Voorzieningen
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-12-23&g=2011-12-23), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.3. Accountantsproducten
### 1.5. Wet- en regelgeving
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.2.1. Balans
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door de instelling worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. De instelling dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2.2. Exploitatierekening
### Doelstelling
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-12-23&g=2011-12-23), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Oordeel
### 1.4. Procedure controleprotocol
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2. Controle op de verantwoording
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2012-09-18&g=2012-09-18) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door het fonds worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. Het fonds dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
**– Overige lasten**
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
Wij hebben de in dit [verslag] [rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomenjaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.1De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op winst gerichte rechtspersonen.Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
<<Plaats>>, <<datum>>
<<Naam accountant>>
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.11. Aanvullende aanvraagronde
##### Artikel 3.47. Indieningstermijn en reikwijdte
In afwijking van [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), kunnen aanvragen om subsidie op grond van de volgende artikelen tevens tussen het tijdstip van inwerkingtreding van de Regeling aanvullende aanvraagronde culturele basisinfrastructuur 2013–2016 en voor 16 juli 2012 om 16:00 uur worden ontvangen:
- a. [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01), voor zover de instelling:
- 1°. het verzorgingsgebied van de gemeente Den Haag bestrijkt; of
- 2°. de regio Noord bestrijkt;
- b. [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-01-01&g=2013-01-01), voor zover de instelling haar standplaats in de regio Zuid heeft;
- c. [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
##### Artikel 3.48. Bijzondere bepaling jeugdtheater
1. In afwijking van [artikel 3.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01), kan de minister aan twee instellingen in een gemeente subsidie verstrekken voor zover aan een van die instellingen subsidie wordt verstrekt op basis van een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
2. In afwijking van [artikel 3.11, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is voor een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-01-01&g=2013-01-01), een aanvullend bedrag van ten hoogste € 500.000 per instelling beschikbaar, voor zover die instelling naast subsidie op basis van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.47, onderdeel a, ook subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01) op basis van een aanvraag die is ontvangen binnen de termijn, bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
##### Artikel 3.49. Bijzondere bepaling symfonieorkest regio Zuid
In afwijking van [artikel 3.17, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.17&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is voor een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-01-01&g=2013-01-01), ten hoogste € 7 miljoen beschikbaar indien de instelling de rechtsopvolger of feitelijke opvolger is van twee of meer instellingen die ieder afzonderlijk in de jaren 2009 tot en met 2012 een kwalitatief en breed repertoire aan symfonisch aanbod verzorgen.
##### Artikel 3.50. Bijzondere bepaling symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten voor dans
In afwijking van [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-01-01&g=2013-01-01) kan subsidieverstrekking op grond van dat artikel tevens plaatsvinden aan meer dan één instelling die een aanvraag indient als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-01-01&g=2013-01-01), voor zover naar het oordeel van de minister sprake is van een geschikte verdeling van het totaal van de subsidiabele activiteiten over de aanvragen.
##### Artikel 3.51. Specifieke weigeringsgrond
Onverminderd [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-01-01&g=2013-01-01) komen aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in [artikel 3.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-01-01&g=2013-01-01), slechts voor subsidie in aanmerking voor zover na beoordeling van de aanvragen ingediend in de eerdere periode, bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), het beschikbare bedrag voor de desbetreffende activiteiten niet geheel wordt verleend.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 4.3. Subsidievaststelling
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 5.3. Subsidieverlening
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 5.5. Subsidievaststelling
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Uitgangspunten voor de verantwoording
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
### Model IIE voor de categoriale en functionele exploitatierekening (Musea)
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### Wetgeving en richtlijnen
### Baten
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-06-05&g=2012-06-05), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.2. Jaarrekening per post
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
### Rapportage
### Verantwoordelijkheid van de accountant
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-06-05&g=2012-06-05), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2. Controle op de verantwoording
### 1.5. Wet- en regelgeving
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.1.2. Referentiekader
De jaarlijkse verantwoording van het fonds voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
### Rapportage
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag. **(alleen van toepassing bij jaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van <<naam project>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.12. Bijzondere bijstelling bedragen
##### Artikel 3.52. Aanvullend bedrag loon-/prijspeil 2011–2012
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van dit hoofdstuk kan bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een bedrag worden toegevoegd, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden in het jaar 2011 onderscheidenlijk 2012.
##### Artikel 3.53. Aanvullend bedrag specifieke arbeidsvoorwaarden
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.37&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.41&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.43&z=2013-01-01&g=2013-01-01) kunnen bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een of meer bedragen worden toegevoegd als tegemoetkoming in de kosten van een of meer door de minister te bepalen specifieke arbeidsvoorwaarden.
##### Artikel 3.54. Aanvullend bedrag vervanging en verbetering huisvesting
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van dit hoofdstuk kan aan de volgende instellingen, al dan niet in afwijking van het desbetreffende subsidieplafond, bij de verlening een bedrag worden toegevoegd in verband met vervangingen en verbeteringen aan de huisvesting:
- a. een instelling waarmee de Staat der Nederlanden een overeenkomst heeft voor de huur van een gebouw en de Staat als verhuurder de urgentie van de vervanging of verbetering heeft erkend en de door de verhuurder en instelling opgestelde offerte door de minister is goedgekeurd; of
- b. een instelling waaraan op grond van [afdeling 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&z=2013-01-01&g=2013-01-01) subsidie wordt verleend en waaraan in de periode daaraan voorafgaand op grond van [artikel 4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) subsidie is verleend en voor zover die vervangingen of verbeteringen voortbouwen op vervangingen of verbeteringen waarvoor ook in de voorafgaande periode subsidie is verleend.
##### Artikel 3.55. Tussentijds aanvullend bedrag vervanging en verbetering huisvesting
Het bedrag van een vierjaarlijkse instellingssubsidie die is verleend aan een instelling waarmee de Staat der Nederlanden een overeenkomst heeft voor de huur van een gebouw kan tussentijds worden bijgesteld in verband met vervangingen of verbeteringen aan de huisvesting, al dan niet in afwijking van het desbetreffende subsidieplafond, voor zover de Staat der Nederlanden als verhuurder de urgentie van de vervanging of verbetering heeft erkend en de door de verhuurder en instelling opgestelde offerte door de minister is goedgekeurd.
##### Artikel 3.56. Hoogte aanvullende bedragen
1. Een op grond van [artikel 3.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.53&z=2013-01-01&g=2013-01-01) toe te voegen bedrag wordt berekend aan de hand van een door de minister vast te stellen percentage van het na de beoordeling van de aanvraag te verlenen subsidiebedrag.
2. Een op grond van de [artikelen 3.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.54&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [3.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.55&z=2013-01-01&g=2013-01-01) toe te voegen bedrag is gelijk aan de daadwerkelijke kosten die voor de vervanging of verbetering van de huisvesting door de instelling worden gemaakt.
3. Ingeval van toepassing van [artikel 3.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.52&z=2013-01-01&g=2013-01-01) kan de minister bepalen welk deel van de subsidie in aanmerking wordt genomen voor toevoeging in verband met de ontwikkeling van het prijspeil onderscheidenlijk van de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 5.3. Subsidieverlening
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in artikel 2.28 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
### Model III voor de prestatieverantwoording (4)
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Inleiding
### Accountantsproducten
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verantwoordelijkheid van de accountant
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.1.2. Referentiekader
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verklaring betreffende de jaarrekening
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Oordeel
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
<<Plaats>>, <<datum>>
<<Naam accountant>>
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in artikel 4.4 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.2. Uitgangspunten
### 2.2. Jaarrekening per post
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Oordeel
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.5. Wet- en regelgeving
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2013-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 1, 2 y 44 más
2012-09-18
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 2013, 2 y 89 más
2012-06-05
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 1, 2 y 85 más
2011-12-23
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2013, 2013 y 79 m
2011-11-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2013, 2013 y 80 m
2011-02-17
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 1 y 15 más
2010-11-17
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2010-07-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2, 125 y 158 más
2010-04-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 1, 2, 2 y 18 más
2010-04-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
original version
Tekst op deze datum