Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 april 2010, nr. WJZ/204802 (8258), houdende regels voor de subsidiëring van cultuuruitingen (Regeling op het specifiek cultuurbeleid)
33 versions
· 2025-08-21
2025-08-21
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2024-06-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2023-11-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2023-07-06
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2023-03-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2022-09-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2021-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2020-09-08
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 2 más
2020-06-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2020-06-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2020-02-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 12 más
2020-01-31
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 17 más
2019-11-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2019-06-25
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 13 más
2019-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2018-07-18
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2018-04-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2017-04-11
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 15 más
2016-09-20
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 6 más
2016-06-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Wijzigingen op 2016-06-04
@@ -96,7 +96,7 @@
##### Artikel 2.2. Aanvraagtermijnen
Om in aanmerking te komen voor een instellingssubsidie, dient de instelling overeenkomstig de aanvraagtermijn in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2016-01-15&g=2016-01-15) een subsidieaanvraag in.
Om in aanmerking te komen voor een instellingssubsidie, dient de instelling overeenkomstig de aanvraagtermijn in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2016-06-04&g=2016-06-04) een subsidieaanvraag in.
##### Artikel 2.3. In te dienen documenten
@@ -168,7 +168,7 @@
4. Als de subsidie met toepassing van het eerste of tweede lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig die bijstelling worden gewijzigd.
5. Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2016-01-15&g=2016-01-15) kan bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een bedrag worden toegevoegd, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden in het jaar 2015 onderscheidenlijk 2016.
5. Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2016-06-04&g=2016-06-04) kan bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een bedrag worden toegevoegd, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden in het jaar 2015 onderscheidenlijk 2016.
#### § 2.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
@@ -214,7 +214,7 @@
- f. de samenstelling van het bestuur, de directie en, indien van toepassing, van de Raad van Toezicht, inclusief data van aan- en aftreden;
- g. voor zover de verplichting tot het aansluiten bij een code als bedoeld in [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2016-01-15&g=2016-01-15) aan de subsidie is verbonden: de wijze waarop het bestuur toepassing heeft gegeven aan die code;
- g. voor zover de verplichting tot het aansluiten bij een code als bedoeld in [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2016-06-04&g=2016-06-04) aan de subsidie is verbonden: de wijze waarop het bestuur toepassing heeft gegeven aan die code;
- h. de uitvoering van de [Wet normering topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032249);
@@ -226,9 +226,9 @@
3. Voorts bevat het bestuursverslag een beknopte inzichtelijke kwalitatieve beschrijving van de verrichte activiteiten in het afgelopen jaar.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2016-01-15&g=2016-01-15) van toepassing. Het bestuur van de subsidieontvanger ondertekent het bestuursverslag.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2016-01-15&g=2016-01-15), [2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2016-01-15&g=2016-01-15) van toepassing.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2016-06-04&g=2016-06-04) van toepassing. Het bestuur van de subsidieontvanger ondertekent het bestuursverslag.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2016-06-04&g=2016-06-04), [2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2016-06-04&g=2016-06-04) van toepassing.
##### Artikel 2.16. Bestemmingsfonds OCW
@@ -236,7 +236,7 @@
2. Een toevoeging of onttrekking als bedoeld in het eerste lid, geschiedt naar rato van het aandeel subsidie in de totale baten van de instelling.
3. Een toevoeging of onttrekking als bedoeld in het eerste lid, wordt toegelicht in de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15), en [2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
3. Een toevoeging of onttrekking als bedoeld in het eerste lid, wordt toegelicht in de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04), en [2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
4. De minister kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste of het tweede lid.
@@ -266,7 +266,7 @@
1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van zijn beleid.
2. Als bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2016-01-15&g=2016-01-15) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie te overleggen.
2. Als bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2016-06-04&g=2016-06-04) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie te overleggen.
##### Artikel 2.21. Code
@@ -284,9 +284,9 @@
##### Artikel 2.23. Aanvraag voor vaststelling van subsidie
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een jaarrekening en een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15). Het bestuursverslag geeft een toelichting op het vierde jaar van de subsidie.
2. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15), van overeenkomstige toepassing.
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een jaarrekening en een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04). Het bestuursverslag geeft een toelichting op het vierde jaar van de subsidie.
2. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 2.24. Aanvraag voor vaststelling van subsidie onder € 125.000
@@ -328,7 +328,7 @@
1. Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie stelt de minister de subsidie binnen 22 weken vast.
2. Tegelijkertijd met de vaststelling van de subsidie neemt de minister een besluit over de besteding van het bedrag van het bestemmingsfonds OCW, bedoeld in [artikel 2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2016-01-15&g=2016-01-15) of [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.3&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
2. Tegelijkertijd met de vaststelling van de subsidie neemt de minister een besluit over de besteding van het bedrag van het bestemmingsfonds OCW, bedoeld in [artikel 2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2016-06-04&g=2016-06-04) of [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.3&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
##### Artikel 2.30. Terugvordering
@@ -342,15 +342,15 @@
##### Artikel 4.1. Toepassing
[Paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2016-01-15&g=2016-01-15) is niet van toepassing op de verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen.
[Paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2016-06-04&g=2016-06-04) is niet van toepassing op de verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen.
##### Artikel 4.2. Indiening van de begroting
1. Een fonds dient uiterlijk op 1 februari in het jaar voorafgaand aan de aanvang van de subsidieperiode van vier kalenderjaren een begroting en een beleidsplan in.
2. Op de begroting is [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2016-01-15&g=2016-01-15) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2016-01-15&g=2016-01-15) is van overeenkomstige toepassing op de fondsen bij de indiening van de begroting.
2. Op de begroting is [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2016-06-04&g=2016-06-04) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2016-06-04&g=2016-06-04) is van overeenkomstige toepassing op de fondsen bij de indiening van de begroting.
4. Een fonds stelt zijn beleidsplan op aan de hand van het voor het desbetreffende fonds door de minister bekendgemaakte beleidskader.
@@ -362,7 +362,7 @@
2. De minister kan voorschriften verbinden aan het toevoegen of onttrekken van middelen aan het bestemmingsfonds OCW. Hij maakt deze bekend op de website www.cultuursubsidie.nl.
3. Toevoegingen of onttrekkingen aan het bestemmingsfonds OCW worden toegelicht in de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15), en [2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
3. Toevoegingen of onttrekkingen aan het bestemmingsfonds OCW worden toegelicht in de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04), en [2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
#### § 4.3. Subsidievaststelling
@@ -390,7 +390,7 @@
1. Een aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.
2. Op het activiteitenplan is [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2016-01-15&g=2016-01-15) van overeenkomstige toepassing.
2. Op het activiteitenplan is [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2016-06-04&g=2016-06-04) van overeenkomstige toepassing.
3. De begroting behelst een overzicht van de geraamde baten en lasten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
@@ -398,9 +398,9 @@
5. Indien de minister hierom verzoekt, verstrekt de aanvrager tevens een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.
6. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2016-01-15&g=2016-01-15) is van overeenkomstige toepassing.
7. In afwijking van het eerste lid gaat een subsidieaanvraag voor reeds verrichte activiteiten vergezeld van een verslag van de aard, duur en omvang van de gerealiseerde activiteiten en een jaarrekening of financieel verslag. Op de jaarrekening of het financieel verslag zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2016-01-15&g=2016-01-15), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15), onderscheidenlijk [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2016-01-15&g=2016-01-15) van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2016-06-04&g=2016-06-04) is van overeenkomstige toepassing.
7. In afwijking van het eerste lid gaat een subsidieaanvraag voor reeds verrichte activiteiten vergezeld van een verslag van de aard, duur en omvang van de gerealiseerde activiteiten en een jaarrekening of financieel verslag. Op de jaarrekening of het financieel verslag zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2016-06-04&g=2016-06-04), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-06-04&g=2016-06-04), onderscheidenlijk [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2016-06-04&g=2016-06-04) van overeenkomstige toepassing.
#### § 3.2.2. Dans
@@ -412,17 +412,17 @@
3. Een beschikking tot subsidieverlening vermeldt de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, het subsidiebedrag en de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn afgerond.
4. Indien de minister op een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.3&z=2016-01-15&g=2016-01-15), beslist tot subsidieverstrekking, stelt hij de subsidie zonder voorafgaande verlening vast.
4. Indien de minister op een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.3&z=2016-06-04&g=2016-06-04), beslist tot subsidieverstrekking, stelt hij de subsidie zonder voorafgaande verlening vast.
5. In gevallen waarbij de minister besluit tot subsidieverstrekking zonder daarvoor een financiële of inhoudelijke verantwoording noodzakelijk te achten, kan hij, onverminderd het vierde lid, de subsidie zonder voorafgaande verlening vaststellen.
##### Artikel 5.5. Weigeringsgronden
[Artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2016-01-15&g=2016-01-15) is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van projectsubsidies.
[Artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2016-06-04&g=2016-06-04) is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van projectsubsidies.
##### Artikel 5.6. Voorschotten en betaling
1. [Artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2016-01-15&g=2016-01-15) is van overeenkomstige toepassing op de bevoorschotting van projectsubsidies.
1. [Artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2016-06-04&g=2016-06-04) is van overeenkomstige toepassing op de bevoorschotting van projectsubsidies.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een verleend subsidiebedrag dat minder dan € 25.000 bedraagt bij de subsidieverlening in één keer als voorschot betaald.
@@ -430,9 +430,9 @@
##### Artikel 5.7. Overeenkomstige verplichtingen
1. De verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.12&z=2016-01-15&g=2016-01-15), [2.13, tweede tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13&z=2016-01-15&g=2016-01-15), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [2.17 tot en met 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.17&z=2016-01-15&g=2016-01-15), zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een verleende projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt.
2. De minister kan bij de verlening van een projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt, [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2016-01-15&g=2016-01-15) toepassen.
1. De verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.12&z=2016-06-04&g=2016-06-04), [2.13, tweede tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13&z=2016-06-04&g=2016-06-04), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [2.17 tot en met 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.17&z=2016-06-04&g=2016-06-04), zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een verleende projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt.
2. De minister kan bij de verlening van een projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt, [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2016-06-04&g=2016-06-04) toepassen.
##### Artikel 5.8. Publicaties en auteursrecht
@@ -450,25 +450,25 @@
3. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan de minister, indien aannemelijk is dat:
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2016-01-15&g=2016-01-15), zijn verricht; of
- b. voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2016-01-15&g=2016-01-15), niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2016-06-04&g=2016-06-04), zijn verricht; of
- b. voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2016-06-04&g=2016-06-04), niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
#### § 5.5. Subsidievaststelling
##### Artikel 5.10. Aanvraag
1. De ontvanger van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, dient binnen 13 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2016-01-15&g=2016-01-15), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
1. De ontvanger van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, dient binnen 13 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2016-06-04&g=2016-06-04), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag tot vaststelling door een subsidieontvanger die tevens een instellingssubsidie ontvangt, geschieden door verantwoording van de subsidie met de:
- a. bescheiden die vergezeld gaan van de aanvraag tot vaststelling van de instellingssubsidie, of
- b. periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15),
- b. periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04),
voor zover de verantwoording van de subsidie daarin voldoende inzichtelijk is.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid en de activiteiten van de projectsubsidie zijn afgerond in het eerste, tweede of derde jaar van de subsidieperiode van de instellingssubsidie, geschiedt de aanvraag tot vaststelling uiterlijk met de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15), over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de projectsubsidie is verleend, zijn afgerond.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid en de activiteiten van de projectsubsidie zijn afgerond in het eerste, tweede of derde jaar van de subsidieperiode van de instellingssubsidie, geschiedt de aanvraag tot vaststelling uiterlijk met de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04), over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de projectsubsidie is verleend, zijn afgerond.
4. In afwijking van het eerste lid en onverminderd het tweede en derde lid, kan de minister bij de subsidieverlening bepalen dat de ontvanger van een subsidie die twee of meer jaren bestrijkt, jaarlijks voor een in de beschikking tot verlening van de subsidie op te nemen datum een aanvraag tot vaststelling indient.
@@ -480,23 +480,23 @@
3. Het activiteitenverslag beschrijft de aard, duur en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend. De minister kan een model vaststellen voor het activiteitenverslag op de website www.cultuursubsidie.nl.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15), van overeenkomstige toepassing.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2016-01-15&g=2016-01-15), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15), van overeenkomstige toepassing.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04), van overeenkomstige toepassing.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2016-06-04&g=2016-06-04), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-06-04&g=2016-06-04), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.12. Financieel verslag
1. Het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger. Het financieel verslag sluit aan op de indeling van de begroting, die voorafgaand aan de subsidieverlening is overgelegd. Belangrijke verschillen tussen financieel verslag en begroting worden toegelicht.
2. Op het financieel verslag is [artikel 2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15), van overeenkomstige toepassing.
2. Op het financieel verslag is [artikel 2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-06-04&g=2016-06-04), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.13. Vaststelling
1. Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie stelt de minister de subsidie binnen 22 weken vast.
2. Indien het verleende subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie binnen 22 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2016-01-15&g=2016-01-15), ambtshalve vast.
3. Met betrekking tot terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten is [artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2016-01-15&g=2016-01-15) van overeenkomstige toepassing.
2. Indien het verleende subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie binnen 22 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2016-06-04&g=2016-06-04), ambtshalve vast.
3. Met betrekking tot terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten is [artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2016-06-04&g=2016-06-04) van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
@@ -522,7 +522,7 @@
##### Artikel 6.11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010, met uitzondering van [artikel 6.5, onderdeel C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.5&z=2016-01-15&g=2016-01-15), dat in werking treedt met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010, met uitzondering van [artikel 6.5, onderdeel C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.5&z=2016-06-04&g=2016-06-04), dat in werking treedt met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.
##### Artikel 6.12. Citeertitel
@@ -1906,7 +1906,7 @@
1. Een aanvraag voor instellingssubsidie voor de jaren 2017 tot en met 2020 op grond van dit hoofdstuk wordt ontvangen na 30 november 2015 en uiterlijk ontvangen op 1 februari 2016 om 17:00 uur.
2. Onverminderd de [artikelen 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.3&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.6&z=2016-01-15&g=2016-01-15) dienen instellingen, bedoeld in [artikel 3.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2016-01-15&g=2016-01-15), tevens de jaarrekeningen van de instelling over de jaren 2013, 2014 en 2015 in. Deze zijn voorzien van een accountantsverklaring als bedoeld in [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
2. Onverminderd de [artikelen 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.3&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.6&z=2016-06-04&g=2016-06-04) dienen instellingen, bedoeld in [artikel 3.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2016-06-04&g=2016-06-04), tevens de jaarrekeningen van de instelling over de jaren 2013, 2014 en 2015 in. Deze zijn voorzien van een accountantsverklaring als bedoeld in [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
3. In afwijking van het tweede lid wordt de jaarrekening over het jaar 2015 voor 1 april 2016 door de minister ontvangen.
@@ -1918,7 +1918,7 @@
2. Een subsidieaanvraag voor een instellingssubsidie wordt bij voorkeur elektronisch ingediend. De elektronische indiening geschiedt via de website www.cultuursubsidie.nl. Bij verzending van de aanvraag per post wordt de aanvraag gestuurd naar postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.
3. Een aanvraag om subsidie als bedoeld in [artikel 3.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-01-15&g=2016-01-15), kan tevens worden aangemerkt als een aanvraag op grond van artikel 3.8, derde lid.
3. Een aanvraag om subsidie als bedoeld in [artikel 3.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-06-04&g=2016-06-04), kan tevens worden aangemerkt als een aanvraag op grond van artikel 3.8, derde lid.
##### Artikel 3.4. Wijze verdeling beschikbare middelen
@@ -1926,17 +1926,17 @@
2. Indien na beoordeling van alle aanvragen een bepaald beschikbaar bedrag niet geheel wordt verleend, kan de minister het resterende bedrag toevoegen aan een ander subsidieplafond binnen die paragraaf onderscheidenlijk afdeling.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op [paragraaf 3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
3. Het tweede lid is niet van toepassing op [paragraaf 3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
##### Artikel 3.5. Weigeringsgronden
1. Aan een instelling als bedoeld in [afdeling 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2&z=2016-01-15&g=2016-01-15) – met uitzondering van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-01-15&g=2016-01-15), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.17&z=2016-01-15&g=2016-01-15), – en [artikel 3.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.35&z=2016-01-15&g=2016-01-15) wordt geen subsidie op grond van dit hoofdstuk verleend indien de eigen inkomsten van de instelling gemiddeld over de jaren 2013, 2014 en 2015 minder dan 23,5 procent bedragen van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van:
1. Aan een instelling als bedoeld in [afdeling 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2&z=2016-06-04&g=2016-06-04) – met uitzondering van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-06-04&g=2016-06-04), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.17&z=2016-06-04&g=2016-06-04), – en [artikel 3.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.35&z=2016-06-04&g=2016-06-04) wordt geen subsidie op grond van dit hoofdstuk verleend indien de eigen inkomsten van de instelling gemiddeld over de jaren 2013, 2014 en 2015 minder dan 23,5 procent bedragen van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van:
- a. subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566); en
- b. het deel van de subsidie van een orkest dat verhoudingsgewijs bestemd is voor begeleidende activiteiten om niet.
2. Aan een instelling als bedoeld in de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-01-15&g=2016-01-15), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2016-01-15&g=2016-01-15), [3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2016-01-15&g=2016-01-15) wordt geen subsidie op grond van dit hoofdstuk verleend indien de eigen inkomsten van de instelling gemiddeld over de jaren 2013, 2014 en 2015 minder dan 19,5 procent bedragen van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566).
2. Aan een instelling als bedoeld in de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-06-04&g=2016-06-04), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2016-06-04&g=2016-06-04), [3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2016-06-04&g=2016-06-04) wordt geen subsidie op grond van dit hoofdstuk verleend indien de eigen inkomsten van de instelling gemiddeld over de jaren 2013, 2014 en 2015 minder dan 19,5 procent bedragen van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van die instelling, met uitzondering van subsidies verstrekt op grond van de [Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013566).
3. Indien een instelling die subsidie aanvraagt de rechtsopvolger of feitelijke opvolger is van een instelling die in de jaren 2013, 2014 en 2015 subsidie van bestuursorganen ontving ten behoeve van de exploitatie van die instelling, wordt het percentage eigen inkomsten van de aanvrager vastgesteld aan de hand van de gegevens van die verdwenen onderscheidenlijk aanvankelijk gesubsidieerde instelling.
@@ -1950,7 +1950,7 @@
- b. bepaalde bedragen beschouwen als onderdeel van de subsidies ten behoeve van de exploitatie van die instelling, indien die bedragen onderdeel uitmaakten van een beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van die exploitatie en deze beschikking later is ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger is gewijzigd op grond van [artikel 4:48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:48) of [artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:50).
7. Indien een instelling in het jaar 2013, 2014 of 2015 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid grotendeels niet in staat is geweest publieksactiviteiten te ontplooien, kan de minister in ieder geval het eerste of het tweede lid buiten toepassing laten als bedoeld in [artikel 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.1&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
7. Indien een instelling in het jaar 2013, 2014 of 2015 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid grotendeels niet in staat is geweest publieksactiviteiten te ontplooien, kan de minister in ieder geval het eerste of het tweede lid buiten toepassing laten als bedoeld in [artikel 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.1&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
8. Aan een instelling wordt tevens geen subsidie verleend op grond van dit hoofdstuk, indien aan de instelling voor het jaar 2014 subsidie is verstrekt voor de exploitatie van die instelling en subsidie uitsluitend is verstrekt afkomstig uit middelen van de begrotingsstaat, met uitzondering van de artikelen 14 en 15, behorende bij de Wet van 10 december 2014, houdende vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2015 (Stb. 2015, 4).
@@ -1972,7 +1972,7 @@
1. Indien in de navolgende afdelingen een maximum is gesteld aan het aantal instellingen waaraan per regio of kernpunt subsidie kan worden verstrekt, en geen van de subsidieaanvragen ingediend voor die regio of dat kernpunt voldoet aan alle daarvoor in deze regeling gestelde vereisten, kan de minister niettemin aan ten hoogste het voor de betreffende regio of kernpunt gestelde aantal instellingen subsidie verstrekken, voor zover het met deze regeling te dienen doel van geografische spreiding naar zijn oordeel in onvoldoende mate zou worden bereikt ingeval van het niet verstrekken van subsidie.
2. Het eerste lid vindt in ieder geval geen toepassing, voor zover een aanvraag naar het oordeel van de minister in onvoldoende mate beantwoordt aan het criterium, bedoeld in [artikel 3.6, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.6&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
2. Het eerste lid vindt in ieder geval geen toepassing, voor zover een aanvraag naar het oordeel van de minister in onvoldoende mate beantwoordt aan het criterium, bedoeld in [artikel 3.6, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.6&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
##### Artikel 3.8. Algemeen theater
@@ -2004,7 +2004,7 @@
##### Artikel 3.9. Jeugdtheater
1. De minister kan aan een instelling een instellingssubsidie of een aanvullend bedrag naast subsidie op grond van [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-01-15&g=2016-01-15) verstrekken voor het verzorgen van repertoire op het terrein van de podiumkunsten voor de jeugd tot 18 jaar, indien de instelling:
1. De minister kan aan een instelling een instellingssubsidie of een aanvullend bedrag naast subsidie op grond van [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-06-04&g=2016-06-04) verstrekken voor het verzorgen van repertoire op het terrein van de podiumkunsten voor de jeugd tot 18 jaar, indien de instelling:
- a. een substantieel deel van haar voorstellingen realiseert op een podium; en
@@ -2012,17 +2012,17 @@
2. Voor subsidie op grond van dit artikel komen ten hoogste negen instellingen in aanmerking, met dien verstande dat er per regio aan tenminste één instelling en aan ten hoogste één instelling per gemeente subsidie wordt versterkt.
3. Indien een instelling een subsidieaanvraag indient voor zowel subsidie op grond van [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-01-15&g=2016-01-15) als op grond van dit artikel dan wordt dit duidelijk in de aanvraag vermeld.
3. Indien een instelling een subsidieaanvraag indient voor zowel subsidie op grond van [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-06-04&g=2016-06-04) als op grond van dit artikel dan wordt dit duidelijk in de aanvraag vermeld.
##### Artikel 3.10. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 2.670.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.8, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 1.600.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 585.000.
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 2.670.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.8, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 1.600.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 585.000.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is ten hoogste 110 procent van het daar genoemde bedrag beschikbaar voor ten hoogste één instelling die zich internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau.
@@ -2040,7 +2040,7 @@
##### Artikel 3.12. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2016-01-15&g=2016-01-15) is voor instellingen gezamenlijk jaarlijks ten hoogste € 1.600.000 beschikbaar, met een maximum van € 533.000 per instelling.
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.11&z=2016-06-04&g=2016-06-04) is voor instellingen gezamenlijk jaarlijks ten hoogste € 1.600.000 beschikbaar, met een maximum van € 533.000 per instelling.
##### Artikel 3.13. Dans
@@ -2070,15 +2070,15 @@
##### Artikel 3.14. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 6.950.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 6.510.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 2.810.000; en
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 1.650.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 6.950.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 6.510.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 2.810.000; en
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.13, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 1.650.000.
##### Artikel 3.15. Symfonieorkesten
@@ -2088,7 +2088,7 @@
- b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt in de regio of het verzorgingsgebied waarin zij haar standplaats heeft;
- c. ten minste eenmaal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-01-15&g=2016-01-15) of [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-01-15&g=2016-01-15);
- c. ten minste eenmaal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-06-04&g=2016-06-04) of [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-06-04&g=2016-06-04);
- d. een beleid voert dat talentontwikkeling bevordert; en
@@ -2100,41 +2100,41 @@
De minister kan een instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteiten het begeleiden van operaproducties en het verzorgen van symfonisch aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.15, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15);
- a. voldoet aan [artikel 3.15, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04);
- b. in aanvulling op haar activiteiten een relevante seizoensprogrammering aanbiedt van symfonische concerten in het verzorgingsgebied van de gemeente Haarlem; en
- c. ten minste zes maal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
- c. ten minste zes maal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
##### Artikel 3.17. Subsidie symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten voor dans
De minister kan een instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het begeleiden van dansproducties, indien de instelling:
- a. beschikbaar is voor de begeleiding van de producties van een instelling die een instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.13, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-01-15&g=2016-01-15); en
- b. ten minste eenmaal per jaar beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.13, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-01-15&g=2016-01-15);
- a. beschikbaar is voor de begeleiding van de producties van een instelling die een instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.13, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-06-04&g=2016-06-04); en
- b. ten minste eenmaal per jaar beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een instellingssubsidie ontvangt op grond van [artikel 3.13, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.13&z=2016-06-04&g=2016-06-04);
voor zover de begeleiding in de basisbezetting van haar orkest om niet plaatsvindt, en niet meer dan een redelijke prijs in rekening wordt gebracht voor de kosten die verband houden met een aanvullende bezetting bij repertoire waarbij een basisbezetting naar algemeen gangbare artistieke maatstaven niet volstaat.
##### Artikel 3.18. Subsidie symfonieorkest met aanbod van pop en jazz muziek
De minister kan een instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één pop en jazz orkest met een symfonische bezetting, indien de instelling voldoet aan [artikel 3.15, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
De minister kan een instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één pop en jazz orkest met een symfonische bezetting, indien de instelling voldoet aan [artikel 3.15, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
##### Artikel 3.19. Subsidieplafonds symfonieorkesten
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.15 tot en met 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15), in de regio Noord: € 6.090.000;
- b. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15), in de regio Oost, gemeente Den Haag en de gemeente Rotterdam gezamenlijk en de regio Zuid: € 7.110.000;
- c. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-01-15&g=2016-01-15), in de gemeente Amsterdam: € 6.320.000;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.16&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 10.160.000;
- e. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.17&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 3.550.000; en
- f. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.18&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 3.000.000.
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.15 tot en met 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04), in de regio Noord: € 6.090.000;
- b. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04), in de regio Oost, gemeente Den Haag en de gemeente Rotterdam gezamenlijk en de regio Zuid: € 7.110.000;
- c. voor een instelling, bedoeld in [artikel 3.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.15&z=2016-06-04&g=2016-06-04), in de gemeente Amsterdam: € 6.320.000;
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.16&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 10.160.000;
- e. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.17&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 3.550.000; en
- f. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.18&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 3.000.000.
2. In afwijking van het eerste lid, onder a, b of c, is ten hoogste 110 procent van het daar genoemde bedrag beschikbaar voor ten hoogste één instelling die zich:
@@ -2150,7 +2150,7 @@
- b. zich richt op een groot landelijk publieksbereik;
- c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instellingen, bedoeld in [artikel 3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-01-15&g=2016-01-15), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert en coördinerende activiteiten op dit gebied uitvoert; en
- c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instellingen, bedoeld in [artikel 3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-06-04&g=2016-06-04), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert en coördinerende activiteiten op dit gebied uitvoert; en
- d. zich internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau.
@@ -2160,31 +2160,31 @@
1. De minister kan een instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Oost en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.20, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-01-15&g=2016-01-15);
- a. voldoet aan [artikel 3.20, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-06-04&g=2016-06-04);
- b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt; en
- c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instelling, bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-01-15&g=2016-01-15), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
- c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instelling, bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-06-04&g=2016-06-04), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan een instellingssubsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Zuid en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
- a. voldoet aan [artikel 3.20, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-01-15&g=2016-01-15);
- a. voldoet aan [artikel 3.20, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-06-04&g=2016-06-04);
- b. haar activiteiten geografisch in ieder geval in haar regio op een geconcentreerde wijze spreidt;
- c. samenwerkt met andere instellingen die opera-aanbod verzorgen; en
- d. een beleid voert dat, in samenwerking met een instelling als bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-01-15&g=2016-01-15), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
- d. een beleid voert dat, in samenwerking met een instelling als bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-06-04&g=2016-06-04), en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
##### Artikel 3.22. Subsidieplafonds opera
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 24.420.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 3.550.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 1.020.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.20&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 24.420.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 3.550.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 1.020.000.
### Afdeling 3.3. Musea
@@ -2214,15 +2214,15 @@
##### Artikel 3.25. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.23&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.24&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.23&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 500.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.23&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 3.180.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.23&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 200.000; en
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.24&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 650.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.23&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.24&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.23&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 500.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.23&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 3.180.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.23&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 200.000; en
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.5&artikel=3.24&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 650.000.
##### Artikel 3.26. Musea
@@ -2236,15 +2236,15 @@
##### Artikel 3.28. Subsidieplafonds
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-01-15&g=2016-01-15), gezamenlijk: € 58.650.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 790.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 1.490.000.
2. Aan een instelling aan welke een vierjaarlijkse instellingssubsidie is verleend voor de jaren 2013 tot en met 2016, verleent de minister op grond van [artikel 3.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-01-15&g=2016-01-15), niet minder dan 90% van de subsidie voor de activiteiten, genoemd in artikel 3.26, eerste lid, die aan de instelling is verleend in die periode.
1. Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.27&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-06-04&g=2016-06-04), gezamenlijk: € 58.650.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 790.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.27&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 1.490.000.
2. Aan een instelling aan welke een vierjaarlijkse instellingssubsidie is verleend voor de jaren 2013 tot en met 2016, verleent de minister op grond van [artikel 3.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-06-04&g=2016-06-04), niet minder dan 90% van de subsidie voor de activiteiten, genoemd in artikel 3.26, eerste lid, die aan de instelling is verleend in die periode.
### Afdeling 3.4. Beeldende kunst
@@ -2256,7 +2256,7 @@
##### Artikel 3.30. Rangorde
1. Ten behoeve van de beslissing aan welke instellingen instellingssubsidie wordt verleend, maakt de minister een rangorde van de instellingen die voor subsidie in aanmerking komen op grond van [artikel 3.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-01-15&g=2016-01-15).
1. Ten behoeve van de beslissing aan welke instellingen instellingssubsidie wordt verleend, maakt de minister een rangorde van de instellingen die voor subsidie in aanmerking komen op grond van [artikel 3.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&artikel=3.26&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
2. In de rangorde hebben instellingen die op grond van [artikel 2.8 van de Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521&artikel=2.8) zijn belast voorrang.
@@ -2282,7 +2282,7 @@
##### Artikel 3.32. Subsidieplafond presentatie-instellingen
1. Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn voor instellingen als bedoeld in het tweede lid gezamenlijk jaarlijks ten hoogste € 2.560.000 beschikbaar, met een maximum van € 530.000 per instelling.
1. Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn voor instellingen als bedoeld in het tweede lid gezamenlijk jaarlijks ten hoogste € 2.560.000 beschikbaar, met een maximum van € 530.000 per instelling.
2. Aan een instelling als bedoeld in het eerste lid en indien de instelling in de periode 2013 tot en met 2016 subsidie heeft ontvangen, verleent de minister niet minder dan 90% van de subsidie zoals die was verleend in de genoemde periode.
@@ -2292,7 +2292,7 @@
##### Artikel 3.34. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.33&z=2016-01-15&g=2016-01-15) is jaarlijks voor een instelling per deelnemer ten hoogste € 50.000 beschikbaar en is in totaal jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 4.300.000 beschikbaar.
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.33&z=2016-06-04&g=2016-06-04) is jaarlijks voor een instelling per deelnemer ten hoogste € 50.000 beschikbaar en is in totaal jaarlijks ten hoogste een bedrag van € 4.300.000 beschikbaar.
### Afdeling 3.5. Film
@@ -2332,13 +2332,13 @@
##### Artikel 3.37. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.35&z=2016-01-15&g=2016-01-15) en [3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.36&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.35, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.35&z=2016-01-15&g=2016-01-15), gezamenlijk: € 2.570.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.35&z=2016-01-15&g=2016-01-15) € 910.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.36&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 5.150.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.35&z=2016-06-04&g=2016-06-04) en [3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.36&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor instellingen als bedoeld in [artikel 3.35, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.35&z=2016-06-04&g=2016-06-04), gezamenlijk: € 2.570.000;
- b. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.35&z=2016-06-04&g=2016-06-04) € 910.000; en
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.36&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 5.150.000.
##### Artikel 3.38. Ondersteunende instellingen
@@ -2352,7 +2352,7 @@
##### Artikel 3.39. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.38&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
Voor subsidieverstrekking op grond van [artikel 3.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.38&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in het eerste lid: € 1.870.000;
@@ -2420,15 +2420,15 @@
##### Artikel 3.46. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.39 tot en met 3.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.39&z=2016-01-15&g=2016-01-15) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.42&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 5.060.000;
- b. voor een instelling als bedoel in [artikel 3.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.43&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 930.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.44&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 580.000; en
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.45&z=2016-01-15&g=2016-01-15): € 720.000.
Voor subsidieverstrekking op grond van de [artikelen 3.39 tot en met 3.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.6&artikel=3.39&z=2016-06-04&g=2016-06-04) zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
- a. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.42&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 5.060.000;
- b. voor een instelling als bedoel in [artikel 3.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.43&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 930.000;
- c. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.44&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 580.000; en
- d. voor een instelling als bedoeld in [artikel 3.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.8&artikel=3.45&z=2016-06-04&g=2016-06-04): € 720.000.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
@@ -2446,786 +2446,802 @@
#### § 5.3. Subsidieverlening
#### § 5.3. Subsidieverlening
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 5.5. Subsidievaststelling
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ib. , als bedoeld in artikel 4.4 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
### Inleiding
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
### 1.4. Accountantsproducten
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven controleverklaring, naar OCW. Daarbij kan het bestuur aangeven hoe het heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
De accountant laat zich bij zijn werkzaamheden leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS).
Dit onderdeel bevat nadere aanwijzingen voor de inrichting van de accountantscontrole en bestaat uit de volgende onderdelen
### 2.2.1. Verslaggevingscriteria
### 2.2.3. Het bestuursverslag
### MODELLEN VOOR DE VERANTWOORDING
### Doelstelling
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Vaste activa
Het voorgeschreven model IIF bestaat in grote lijnen uit een gecombineerde kostensoorten- en kostenplaatsenoverzicht. De in model IIC opgenomen baten en lasten van het huidig boekjaar neemt u over in model IIF, in de kolom **Totaal**. U rekent vervolgens de baten en lasten uit de kolom **Totaal** toe aan de in het model opgenomen kostenplaatsen; de vijf hoofdfuncties.
### D. Presentatie-instellingen
### Opzet voor model IIE (Musea)
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-11-01&g=2011-11-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 1.2. Uitgangspunten
### B. Internationale Festivals
Volledige teksten van de geldende wet- en regelgeving zijn onder andere te vinden via www.wetten.nl.
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
Dit controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door het NIvRA (nu: NBA) uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007). De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor het cultuurbeleidsterrein. Voor de controle van de jaarrekening is in dit controleprotocol een verplichte tekst voor de controleverklaring opgenomen. De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS).
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### 2.2.1. Balans
**– Activiteitenlasten**
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
### 2.3. Het bestuursverslag
### Rapportage
### Doelstelling
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-11-01&g=2011-11-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2.1. Definities
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.1. Balans
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### Verantwoordelijkheid van de accountant
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-11-01&g=2011-11-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1. Algemene uitgangspunten
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
### Overige aangelegenheden
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2012-06-05&g=2012-06-05) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
– De controlecriteria
### 2.1. Definities
– De verslaggevingscriteria
### 2.2.1. Balans
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
– De controlecriteria
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
– De verslaggevingscriteria
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### Verklaring betreffende de jaarrekening
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Activiteitenlasten**
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Voorts stelt de accountant vast dat indien het fonds subsidieverplichtingen voor de volgende vierjaarlijkse subsidieperiode heeft aangegaan, in de desbetreffende beschikkingen een voorbehoud is gemaakt voor het verkrijgen van subsidie van het ministerie van OCW. Daarnaast stelt hij vast dat deze subsidieverplichtingen niet ten laste van de exploitatierekening zijn gebracht maar in de toelichting zijn opgenomen als ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
De accountant werkt deze toetspunten uit in de opzet en de uitvoering van zijn controle.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De accountant stelt vast dat het fonds geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
**– WOPT**
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Doelstelling
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Overige aangelegenheden
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Dit controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door de NBA (destijds NIvRA) uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007). De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor de OCW-situatie. Voor de controle van de jaarrekening is in dit controleprotocol een verplichte tekst voor de controleverklaring opgenomen. De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS).
### 1.5. Wet- en regelgeving
Bij de Rsc is in [bijlage IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2012-09-18&g=2012-09-18) het Controleprotocol Cultuursubsidies Instellingen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de controleverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden.
### 2.1. Algemeen
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### Doelstelling
### Rapportage
### Toelichting op de modellen
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet – en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Baten
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
### Lasten
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-12-23&g=2011-12-23) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### G. Musea
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1.2. Referentiekader
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen met een belang groter dan de voorgeschreven toleranties. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Voor de strekking van het accountantsoordeel geldt de volgende tolerantietabel:
Projectsubsidies kunnen in de jaarrekening worden verantwoord. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert, in geval de projectsubsidies € 125.000 te boven gaan, de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties van de bovenstaande tabel moeten worden toegepast. Als deze toleranties worden overschreden, maar de grens voor de jaarrekeningcontrole niet, heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. In dat geval is sprake van uitzonderingsrapportage in het rapport van bevindingen.
### Doelstelling
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
### Algemeen
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
### Voorzieningen
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-12-23&g=2011-12-23), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.3. Accountantsproducten
### 1.5. Wet- en regelgeving
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.2.1. Balans
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door de instelling worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. De instelling dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2.2. Exploitatierekening
### Doelstelling
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-12-23&g=2011-12-23), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Oordeel
### 1.4. Procedure controleprotocol
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2. Controle op de verantwoording
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2012-09-18&g=2012-09-18) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door het fonds worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. Het fonds dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
**– Overige lasten**
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
Wij hebben de in dit [verslag] [rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomenjaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.1De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op winst gerichte rechtspersonen.Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
<<Plaats>>, <<datum>>
<<Naam accountant>>
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.11. Aanvullende aanvraagronde
##### Artikel 3.47. Indieningstermijn en reikwijdte
In afwijking van [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2016-06-04&g=2016-06-04), kunnen aanvragen om subsidie op grond van de volgende artikelen tevens tussen het tijdstip van inwerkingtreding van de Regeling aanvullende aanvraagronde culturele basisinfrastructuur 2017–2020 en voor 11 juli 2016 om 17:00 uur worden ontvangen:
- a. [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-06-04&g=2016-06-04), voor zover de instelling in het kernpunt gemeente Utrecht is gevestigd, en
- b. [artikel 3.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
##### Artikel 3.48. Bijzondere bepaling algemeen theater
In afwijking van [artikel 3.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-06-04&g=2016-06-04), kan de minister één instelling in het kernpunt gemeente Utrecht subsidie verstrekken voor zover aan die instelling subsidie wordt verstrekt op basis van een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.47&z=2016-06-04&g=2016-06-04).
##### Artikel 3.49. Bijzondere bepaling presentatie instelling
In afwijking van [artikel 3.31, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.31&z=2016-06-04&g=2016-06-04), is voor één aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.47&z=2016-06-04&g=2016-06-04), ten hoogste € 225.000 beschikbaar.
##### Artikel 3.50. Specifieke weigeringsgrond
Onverminderd [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2016-06-04&g=2016-06-04) komen aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in [artikel 3.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.47&z=2016-06-04&g=2016-06-04), slechts voor subsidie in aanmerking voor zover na beoordeling van de aanvragen ingediend in de eerdere periode, bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2016-06-04&g=2016-06-04), het beschikbare bedrag voor de desbetreffende activiteiten niet geheel wordt verleend.
##### Artikel 3.51. Specifieke weigeringsgrond
Onverminderd [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-12-19&g=2013-12-19) komen aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in [artikel 3.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19), slechts voor subsidie in aanmerking voor zover na beoordeling van de aanvragen ingediend in de eerdere periode, bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19), het beschikbare bedrag voor de desbetreffende activiteiten niet geheel wordt verleend.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 4.3. Subsidievaststelling
#### § 4.3. Subsidievaststelling
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 5.3. Subsidieverlening
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-06-04&g=2016-06-04), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
### Uitgangspunten voor de verantwoording
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
### Model IIE voor de categoriale en functionele exploitatierekening (Musea)
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### Wetgeving en richtlijnen
### Baten
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-06-05&g=2012-06-05), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.2. Jaarrekening per post
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
### Rapportage
### Verantwoordelijkheid van de accountant
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-06-05&g=2012-06-05), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2. Controle op de verantwoording
### 1.5. Wet- en regelgeving
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.1.2. Referentiekader
De jaarlijkse verantwoording van het fonds voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
### Rapportage
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag. **(alleen van toepassing bij jaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van <<naam project>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.12. Bijzondere bijstelling bedragen
##### Artikel 3.52. Aanvullend bedrag loon-/prijspeil 2011–2012
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van dit hoofdstuk kan bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een bedrag worden toegevoegd, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden in het jaar 2011 onderscheidenlijk 2012.
##### Artikel 3.53. Aanvullend bedrag specifieke arbeidsvoorwaarden
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.37&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.41&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.43&z=2013-12-19&g=2013-12-19) kunnen bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een of meer bedragen worden toegevoegd als tegemoetkoming in de kosten van een of meer door de minister te bepalen specifieke arbeidsvoorwaarden.
##### Artikel 3.54. Aanvullend bedrag vervanging en verbetering huisvesting
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van dit hoofdstuk kan aan de volgende instellingen, al dan niet in afwijking van het desbetreffende subsidieplafond, bij de verlening een bedrag worden toegevoegd in verband met vervangingen en verbeteringen aan de huisvesting:
- a. een instelling waarmee de Staat der Nederlanden een overeenkomst heeft voor de huur van een gebouw en de Staat als verhuurder de urgentie van de vervanging of verbetering heeft erkend en de door de verhuurder en instelling opgestelde offerte door de minister is goedgekeurd; of
- b. een instelling waaraan op grond van [afdeling 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&z=2013-12-19&g=2013-12-19) subsidie wordt verleend en waaraan in de periode daaraan voorafgaand op grond van [artikel 4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) subsidie is verleend en voor zover die vervangingen of verbeteringen voortbouwen op vervangingen of verbeteringen waarvoor ook in de voorafgaande periode subsidie is verleend.
##### Artikel 3.55. Tussentijds aanvullend bedrag vervanging en verbetering huisvesting
Het bedrag van een vierjaarlijkse instellingssubsidie die is verleend aan een instelling waarmee de Staat der Nederlanden een overeenkomst heeft voor de huur van een gebouw kan tussentijds worden bijgesteld in verband met vervangingen of verbeteringen aan de huisvesting, al dan niet in afwijking van het desbetreffende subsidieplafond, voor zover de Staat der Nederlanden als verhuurder de urgentie van de vervanging of verbetering heeft erkend en de door de verhuurder en instelling opgestelde offerte door de minister is goedgekeurd.
##### Artikel 3.56. Hoogte aanvullende bedragen
1. Een op grond van [artikel 3.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.53&z=2013-12-19&g=2013-12-19) toe te voegen bedrag wordt berekend aan de hand van een door de minister vast te stellen percentage van het na de beoordeling van de aanvraag te verlenen subsidiebedrag.
2. Een op grond van de [artikelen 3.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.54&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.55&z=2013-12-19&g=2013-12-19) toe te voegen bedrag is gelijk aan de daadwerkelijke kosten die voor de vervanging of verbetering van de huisvesting door de instelling worden gemaakt.
3. Ingeval van toepassing van [artikel 3.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.52&z=2013-12-19&g=2013-12-19) kan de minister bepalen welk deel van de subsidie in aanmerking wordt genomen voor toevoeging in verband met de ontwikkeling van het prijspeil onderscheidenlijk van de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden.
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.5. Subsidievaststelling
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 5.5. Subsidievaststelling
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 5.5. Subsidievaststelling
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 6.4. Slotbepalingen
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in artikel 2.28 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
### Model III voor de prestatieverantwoording (4)
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure controleprotocol
### Accountantsproducten
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verantwoordelijkheid van de accountant
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.1.2. Referentiekader
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verklaring betreffende de jaarrekening
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Oordeel
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
<<Plaats>>, <<datum>>
<<Naam accountant>>
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in artikel 4.4 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.1. Begripsbepalingen
### 2.1.3. Omgaan met afwijkingen (fouten en onzekerheden, foutdefinities)
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Oordeel
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.5. Wet- en regelgeving
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 2.2. Getrouwheid
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.1.4. Controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
### 2.3. Financiële rechtmatigheid
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.2. Podiumkunsten
#### § 3.2.2. Productiehuizen
#### § 3.2.3. Dans
#### § 3.2.4. Muziek en muziektheater
### Afdeling 3.3. Musea
### Afdeling 3.4. Beeldende kunst
### Afdeling 3.6. Letteren
### Afdeling 3.7. Creatieve industrie (architectuur, vormgeving en nieuwe media)
### Afdeling 3.8. Bovensectorale ondersteunende instellingen
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.1. Algemeen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in artikel 2.28 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.9. Aanvullende aanvraagronde
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in artikel 2.28 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage Ib. , als bedoeld in artikel 4.4 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
### Inleiding
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
### 1.4. Accountantsproducten
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven controleverklaring, naar OCW. Daarbij kan het bestuur aangeven hoe het heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
De accountant laat zich bij zijn werkzaamheden leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS).
Dit onderdeel bevat nadere aanwijzingen voor de inrichting van de accountantscontrole en bestaat uit de volgende onderdelen
### 2.2.1. Verslaggevingscriteria
### 2.2.3. Het bestuursverslag
### MODELLEN VOOR DE VERANTWOORDING
### Doelstelling
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Vaste activa
Het voorgeschreven model IIF bestaat in grote lijnen uit een gecombineerde kostensoorten- en kostenplaatsenoverzicht. De in model IIC opgenomen baten en lasten van het huidig boekjaar neemt u over in model IIF, in de kolom **Totaal**. U rekent vervolgens de baten en lasten uit de kolom **Totaal** toe aan de in het model opgenomen kostenplaatsen; de vijf hoofdfuncties.
### D. Presentatie-instellingen
### Opzet voor model IIE (Musea)
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-11-01&g=2011-11-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
### 1.2. Uitgangspunten
### B. Internationale Festivals
Volledige teksten van de geldende wet- en regelgeving zijn onder andere te vinden via www.wetten.nl.
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
Dit controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door het NIvRA (nu: NBA) uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007). De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor het cultuurbeleidsterrein. Voor de controle van de jaarrekening is in dit controleprotocol een verplichte tekst voor de controleverklaring opgenomen. De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS).
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### 2.2.1. Balans
**– Activiteitenlasten**
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
### 2.3. Het bestuursverslag
### Rapportage
### Doelstelling
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-11-01&g=2011-11-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2.1. Definities
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.1. Balans
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### Verantwoordelijkheid van de accountant
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-11-01&g=2011-11-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1. Algemene uitgangspunten
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
### Overige aangelegenheden
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2012-06-05&g=2012-06-05) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
– De controlecriteria
### 2.1. Definities
– De verslaggevingscriteria
### 2.2.1. Balans
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
– De controlecriteria
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
– De verslaggevingscriteria
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
### Verklaring betreffende de jaarrekening
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Activiteitenlasten**
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Voorts stelt de accountant vast dat indien het fonds subsidieverplichtingen voor de volgende vierjaarlijkse subsidieperiode heeft aangegaan, in de desbetreffende beschikkingen een voorbehoud is gemaakt voor het verkrijgen van subsidie van het ministerie van OCW. Daarnaast stelt hij vast dat deze subsidieverplichtingen niet ten laste van de exploitatierekening zijn gebracht maar in de toelichting zijn opgenomen als ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
De accountant werkt deze toetspunten uit in de opzet en de uitvoering van zijn controle.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
De accountant stelt vast dat het fonds geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
**– WOPT**
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Doelstelling
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Overige aangelegenheden
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
Het bestuur van de <<entiteit>> is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij een vierjaarlijkse instellingssubsidie)**, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-06-04&g=2016-06-04), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Dit controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door de NBA (destijds NIvRA) uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007). De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor de OCW-situatie. Voor de controle van de jaarrekening is in dit controleprotocol een verplichte tekst voor de controleverklaring opgenomen. De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS).
### 1.5. Wet- en regelgeving
Bij de Rsc is in [bijlage IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2012-09-18&g=2012-09-18) het Controleprotocol Cultuursubsidies Instellingen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de controleverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden.
### 2.1. Algemeen
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
### Doelstelling
### Rapportage
### Toelichting op de modellen
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet – en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
### Baten
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
### Lasten
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2011-12-23&g=2011-12-23) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### G. Musea
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1.2. Referentiekader
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen met een belang groter dan de voorgeschreven toleranties. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Voor de strekking van het accountantsoordeel geldt de volgende tolerantietabel:
Projectsubsidies kunnen in de jaarrekening worden verantwoord. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert, in geval de projectsubsidies € 125.000 te boven gaan, de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties van de bovenstaande tabel moeten worden toegepast. Als deze toleranties worden overschreden, maar de grens voor de jaarrekeningcontrole niet, heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. In dat geval is sprake van uitzonderingsrapportage in het rapport van bevindingen.
### Doelstelling
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
### Algemeen
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
### Voorzieningen
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-12-23&g=2011-12-23), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.3. Accountantsproducten
### 1.5. Wet- en regelgeving
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.2.1. Balans
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door de instelling worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. De instelling dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2.2. Exploitatierekening
### Doelstelling
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2011-12-23&g=2011-12-23), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Oordeel
### 1.4. Procedure controleprotocol
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2. Controle op de verantwoording
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2012-09-18&g=2012-09-18) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door het fonds worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. Het fonds dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
**– Overige lasten**
### 2.3. Het bestuursverslag
### Doelstelling
Wij hebben de in dit [verslag] [rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomenjaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december <<jaartal>> en de exploitatierekening over <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Ingevolge [artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig [Titel 9 Boek 2 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) en het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] is opgesteld, en of de in [artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=392) vereiste gegevens zijn toegevoegd.1De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op winst gerichte rechtspersonen.Tevens vermelden wij dat het bestuursverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in [artikel 2:391 lid 4 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=391). **(alleen van toepassing bij vierjaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verantwoordelijkheid van de accountant
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).** **(alleen opnemen indien van toepassing)**
<<Plaats>>, <<datum>>
<<Naam accountant>>
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
<<Naam opdrachtgever>> is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. <<Naam opdrachtgever>> is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. <<Naam opdrachtgever>> is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van het financieel verslag en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.11. Aanvullende aanvraagronde
##### Artikel 3.47. Indieningstermijn en reikwijdte
In afwijking van [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19), kunnen aanvragen om subsidie op grond van de volgende artikelen tevens tussen het tijdstip van inwerkingtreding van de Regeling aanvullende aanvraagronde culturele basisinfrastructuur 2013–2016 en voor 16 juli 2012 om 16:00 uur worden ontvangen:
- a. [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19), voor zover de instelling:
- 1°. het verzorgingsgebied van de gemeente Den Haag bestrijkt; of
- 2°. de regio Noord bestrijkt;
- b. [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.14&z=2013-12-19&g=2013-12-19), voor zover de instelling haar standplaats in de regio Zuid heeft;
- c. [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
##### Artikel 3.48. Bijzondere bepaling jeugdtheater
1. In afwijking van [artikel 3.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19), kan de minister aan twee instellingen in een gemeente subsidie verstrekken voor zover aan een van die instellingen subsidie wordt verstrekt op basis van een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
2. In afwijking van [artikel 3.11, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.11&z=2013-12-19&g=2013-12-19), is voor een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19), een aanvullend bedrag van ten hoogste € 500.000 per instelling beschikbaar, voor zover die instelling naast subsidie op basis van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.47, onderdeel a, ook subsidie ontvangt op grond van [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19) op basis van een aanvraag die is ontvangen binnen de termijn, bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19).
##### Artikel 3.49. Bijzondere bepaling symfonieorkest regio Zuid
In afwijking van [artikel 3.17, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.17&z=2013-12-19&g=2013-12-19), is voor een aanvraag als bedoeld in [artikel 3.47, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19), ten hoogste € 7 miljoen beschikbaar indien de instelling de rechtsopvolger of feitelijke opvolger is van twee of meer instellingen die ieder afzonderlijk in de jaren 2009 tot en met 2012 een kwalitatief en breed repertoire aan symfonisch aanbod verzorgen.
##### Artikel 3.50. Bijzondere bepaling symfonieorkest met begeleidingsactiviteiten voor dans
In afwijking van [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.3&artikel=3.16&z=2013-12-19&g=2013-12-19) kan subsidieverstrekking op grond van dat artikel tevens plaatsvinden aan meer dan één instelling die een aanvraag indient als bedoeld in [artikel 3.47, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19), voor zover naar het oordeel van de minister sprake is van een geschikte verdeling van het totaal van de subsidiabele activiteiten over de aanvragen.
##### Artikel 3.51. Specifieke weigeringsgrond
Onverminderd [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.5&z=2013-12-19&g=2013-12-19) komen aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in [artikel 3.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.11&artikel=3.47&z=2013-12-19&g=2013-12-19), slechts voor subsidie in aanmerking voor zover na beoordeling van de aanvragen ingediend in de eerdere periode, bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.1&artikel=3.2&z=2013-12-19&g=2013-12-19), het beschikbare bedrag voor de desbetreffende activiteiten niet geheel wordt verleend.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 4.3. Subsidievaststelling
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 5.3. Subsidieverlening
#### § 5.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 5.5. Subsidievaststelling
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Uitgangspunten voor de verantwoording
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
### Model IIE voor de categoriale en functionele exploitatierekening (Musea)
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2012-06-05&g=2012-06-05) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### Wetgeving en richtlijnen
### Baten
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-06-05&g=2012-06-05), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.2. Jaarrekening per post
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
### Rapportage
### Verantwoordelijkheid van de accountant
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-06-05&g=2012-06-05), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
### 2. Controle op de verantwoording
### 1.5. Wet- en regelgeving
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
### 2.1.2. Referentiekader
De jaarlijkse verantwoording van het fonds voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
### Rapportage
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de <<entiteit>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de <<entiteit>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van <<naam entiteit>> per 31 december <<jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag. **(alleen van toepassing bij jaarlijkse instellingssubsidie)**
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Aan: <<Naam opdrachtgever>>
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor <<naam project>> van <<naam opdrachtgever>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<tijdvak>> gecontroleerd.
### Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van het financieel verslag en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van <<Naam opdrachtgever>>. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door <<Naam opdrachtgever>> gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van <<naam project>> inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen].
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten over <jaartal> voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen] zijn vermeld.
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.12. Bijzondere bijstelling bedragen
##### Artikel 3.52. Aanvullend bedrag loon-/prijspeil 2011–2012
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van dit hoofdstuk kan bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een bedrag worden toegevoegd, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden in het jaar 2011 onderscheidenlijk 2012.
##### Artikel 3.53. Aanvullend bedrag specifieke arbeidsvoorwaarden
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.1&artikel=3.10&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.2&artikel=3.12&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.2¶graaf=3.2.4&artikel=3.21&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3.29&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.32&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.5&artikel=3.33&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.7&artikel=3.37&z=2013-12-19&g=2013-12-19), [3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.9&artikel=3.41&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.10&artikel=3.43&z=2013-12-19&g=2013-12-19) kunnen bij de verlening, al dan niet in afwijking van de desbetreffende subsidieplafonds, een of meer bedragen worden toegevoegd als tegemoetkoming in de kosten van een of meer door de minister te bepalen specifieke arbeidsvoorwaarden.
##### Artikel 3.54. Aanvullend bedrag vervanging en verbetering huisvesting
Aan de bedragen van de subsidies die worden verleend op grond van dit hoofdstuk kan aan de volgende instellingen, al dan niet in afwijking van het desbetreffende subsidieplafond, bij de verlening een bedrag worden toegevoegd in verband met vervangingen en verbeteringen aan de huisvesting:
- a. een instelling waarmee de Staat der Nederlanden een overeenkomst heeft voor de huur van een gebouw en de Staat als verhuurder de urgentie van de vervanging of verbetering heeft erkend en de door de verhuurder en instelling opgestelde offerte door de minister is goedgekeurd; of
- b. een instelling waaraan op grond van [afdeling 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.3&z=2013-12-19&g=2013-12-19) subsidie wordt verleend en waaraan in de periode daaraan voorafgaand op grond van [artikel 4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) subsidie is verleend en voor zover die vervangingen of verbeteringen voortbouwen op vervangingen of verbeteringen waarvoor ook in de voorafgaande periode subsidie is verleend.
##### Artikel 3.55. Tussentijds aanvullend bedrag vervanging en verbetering huisvesting
Het bedrag van een vierjaarlijkse instellingssubsidie die is verleend aan een instelling waarmee de Staat der Nederlanden een overeenkomst heeft voor de huur van een gebouw kan tussentijds worden bijgesteld in verband met vervangingen of verbeteringen aan de huisvesting, al dan niet in afwijking van het desbetreffende subsidieplafond, voor zover de Staat der Nederlanden als verhuurder de urgentie van de vervanging of verbetering heeft erkend en de door de verhuurder en instelling opgestelde offerte door de minister is goedgekeurd.
##### Artikel 3.56. Hoogte aanvullende bedragen
1. Een op grond van [artikel 3.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.53&z=2013-12-19&g=2013-12-19) toe te voegen bedrag wordt berekend aan de hand van een door de minister vast te stellen percentage van het na de beoordeling van de aanvraag te verlenen subsidiebedrag.
2. Een op grond van de [artikelen 3.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.54&z=2013-12-19&g=2013-12-19) en [3.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.55&z=2013-12-19&g=2013-12-19) toe te voegen bedrag is gelijk aan de daadwerkelijke kosten die voor de vervanging of verbetering van de huisvesting door de instelling worden gemaakt.
3. Ingeval van toepassing van [artikel 3.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&afdeling=3.12&artikel=3.52&z=2013-12-19&g=2013-12-19) kan de minister bepalen welk deel van de subsidie in aanmerking wordt genomen voor toevoeging in verband met de ontwikkeling van het prijspeil onderscheidenlijk van de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden.
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 5.3. Subsidieverlening
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.5. Subsidievaststelling
#### § 5.2. Subsidie op aanvraag en ambtshalve
#### § 5.3. Subsidieverlening
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in artikel 2.28 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
### Model III voor de prestatieverantwoording (4)
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2012-09-18&g=2012-09-18) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.6. Procedure controleprotocol
### Accountantsproducten
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verantwoordelijkheid van de accountant
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2012-09-18&g=2012-09-18), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.1.2. Referentiekader
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verklaring betreffende de jaarrekening
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
### Oordeel
### Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Cultuursubsidies [Instellingen] [Fondsen]. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
### Oordeel
### Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### Overige aangelegenheden
Het financieel verslag van <<naam opdrachtgever>> en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor <<naam opdrachtgever>> ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
<<Plaats>>, <<datum>>
<<Naam accountant>>
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in artikel 4.4 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.1. Begripsbepalingen
### 2.1.3. Omgaan met afwijkingen (fouten en onzekerheden, foutdefinities)
### 5. Model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
### Verklaring betreffende het financieel verslag
### Oordeel
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.5. Wet- en regelgeving
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 2.2. Getrouwheid
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2013-12-19&g=2013-12-19), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 2.1.4. Controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
### 2.3. Financiële rechtmatigheid
### 4. Model controleverklaring bij de jaarrekening over een (vier)jaarlijkse instellingssubsidie
### Verantwoordelijkheid van het bestuur
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 3.2. Podiumkunsten
#### § 3.2.2. Productiehuizen
#### § 3.2.3. Dans
#### § 3.2.4. Muziek en muziektheater
### Afdeling 3.3. Musea
### Afdeling 3.4. Beeldende kunst
### Afdeling 3.6. Letteren
### Afdeling 3.7. Creatieve industrie (architectuur, vormgeving en nieuwe media)
### Afdeling 3.8. Bovensectorale ondersteunende instellingen
### Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan fondsen op grond van [artikel 4c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c)
#### § 4.1. Indiening van bescheiden
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 4.3. Subsidievaststelling
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
#### § 5.1. Algemeen
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.2. Overgangsbepalingen
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in artikel 2.28 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2016-01-15&g=2016-01-15), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Vervallen
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2016-01-15
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 6 más
2015-11-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2013-12-19
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 2013, 1 y 53 más
2013-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 1, 2 y 44 más
2012-09-18
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 2013, 2 y 89 más
2012-06-05
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 1, 2 y 85 más
2011-12-23
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2013, 2013 y 79 m
2011-11-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2013, 2013 y 80 m
2011-02-17
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 1 y 15 más
2010-11-17
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2010-07-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2, 125 y 158 más
2010-04-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 1, 2, 2 y 18 más
2010-04-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
original version
Tekst op deze datum