Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 april 2010, nr. WJZ/204802 (8258), houdende regels voor de subsidiëring van cultuuruitingen (Regeling op het specifiek cultuurbeleid)
33 versions
· 2025-08-21
2025-08-21
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2024-06-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2023-11-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2023-07-06
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5, 6
2023-03-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2022-09-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2021-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2020-09-08
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 2 más
2020-06-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2020-06-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 7 más
2020-02-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 12 más
2020-01-31
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 17 más
2019-11-12
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2019-06-25
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 13 más
2019-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2018-07-18
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2018-04-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2017-04-11
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 5 y 15 más
2016-09-20
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 6 más
2016-06-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2016-01-15
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 5, 5 y 6 más
2015-11-04
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
2013-12-19
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 2013, 1 y 53 más
2013-01-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 1, 2 y 44 más
2012-09-18
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2013, 2013, 2 y 89 más
2012-06-05
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 1, 2 y 85 más
2011-12-23
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2013, 2013 y 79 m
2011-11-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2013, 2013 y 80 m
2011-02-17
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 1 y 15 más
2010-11-17
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2, 2, 2 y 3 más
Wijzigingen op 2010-11-17
@@ -104,7 +104,7 @@
1. Om in aanmerking te komen voor een jaarlijkse instellingssubsidie, dient de instelling uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het betreffende kalenderjaar een subsidieaanvraag in.
2. Om in aanmerking te komen voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie, dient de instelling overeenkomstig de aanvraagtermijn in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2010-07-01&g=2010-07-01) een subsidieaanvraag in.
2. Om in aanmerking te komen voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie, dient de instelling overeenkomstig de aanvraagtermijn in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=3&z=2010-11-17&g=2010-11-17) een subsidieaanvraag in.
3. De minister kan in bijzondere gevallen een te laat ingediende aanvraag voor een jaarlijkse instellingssubsidie in behandeling nemen.
@@ -230,9 +230,9 @@
3. Voorts bevat het bestuursverslag een inzichtelijke kwalitatieve beschrijving in kort bestek van de verrichte activiteiten in het afgelopen jaar.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van toepassing. Het bestuur van de subsidieontvanger ondertekent het bestuursverslag.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van toepassing.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van toepassing. Het bestuur van de subsidieontvanger ondertekent het bestuursverslag.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17), [2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-11-17) en [2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van toepassing.
##### Artikel 2.16. Bestemmingsfonds OCW
@@ -262,7 +262,7 @@
1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van zijn beleid.
2. Als bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2010-07-01&g=2010-07-01) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie te overleggen.
2. Als bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2010-11-17&g=2010-11-17) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie te overleggen.
##### Artikel 2.21. Code
@@ -282,9 +282,9 @@
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie die € 125.000 of meer bedraagt, gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een jaarrekening.
2. In afwijking van het eerste lid gaat de aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie in plaats van een activiteitenverslag vergezeld van een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01). Het bestuursverslag geeft een toelichting op het vierde jaar van de subsidie.
3. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid gaat de aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie in plaats van een activiteitenverslag vergezeld van een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17). Het bestuursverslag geeft een toelichting op het vierde jaar van de subsidie.
3. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 2.24. Aanvraag voor vaststelling van subsidie onder € 125.000
@@ -312,23 +312,23 @@
2. De jaarrekening van een ontvanger van vierjaarlijkse instellingssubsidie is tevens voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen over de prestatieverantwoording.
3. In de verklaring, bedoeld in het eerste lid, doet de accountant een uitspraak over de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger overeenkomstig de controleprotocollen opgenomen in de bij deze regeling gevoegde [bijlagen IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2010-07-01&g=2010-07-01) onderscheidenlijk [IIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIb&z=2010-07-01&g=2010-07-01) met gebruikmaking van de bij die bijlagen opgenomen modellen voor accountantsverklaringen.
3. In de verklaring, bedoeld in het eerste lid, doet de accountant een uitspraak over de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger overeenkomstig de controleprotocollen opgenomen in de bij deze regeling gevoegde [bijlagen IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2010-11-17&g=2010-11-17) onderscheidenlijk [IIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIb&z=2010-11-17&g=2010-11-17) met gebruikmaking van de bij die bijlagen opgenomen modellen voor accountantsverklaringen.
4. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op een in de jaarrekening opgenomen prestatieverantwoording.
##### Artikel 2.28. Eisen aan de in te dienen documenten
Het bestuursverslag, het activiteitenverslag en de jaarrekening, waaronder de prestatieverantwoording, voldoen aan de eisen, genoemd in de bij deze regeling gevoegde [bijlage IA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
Het bestuursverslag, het activiteitenverslag en de jaarrekening, waaronder de prestatieverantwoording, voldoen aan de eisen, genoemd in de bij deze regeling gevoegde [bijlage IA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2010-11-17&g=2010-11-17).
##### Artikel 2.29. Vaststelling
1. Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie stelt de minister de subsidie binnen 22 weken vast.
2. Tegelijkertijd met de vaststelling van de subsidie neemt de minister een besluit over de besteding van het bedrag van het bestemmingsfonds OCW, bedoeld in [artikel 2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
2. Tegelijkertijd met de vaststelling van de subsidie neemt de minister een besluit over de besteding van het bedrag van het bestemmingsfonds OCW, bedoeld in [artikel 2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2010-11-17&g=2010-11-17).
##### Artikel 2.30. Terugvordering
1. Onverminderd [artikel 2.29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.29&z=2010-07-01&g=2010-07-01), is de subsidieontvanger na de subsidievaststelling verplicht een teveel aan ontvangen voorschot onverwijld terug te betalen, tenzij de minister tot verrekening op andere wijze heeft besloten.
1. Onverminderd [artikel 2.29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.29&z=2010-11-17&g=2010-11-17), is de subsidieontvanger na de subsidievaststelling verplicht een teveel aan ontvangen voorschot onverwijld terug te betalen, tenzij de minister tot verrekening op andere wijze heeft besloten.
2. Bij terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten is de subsidieontvanger verplicht de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Tevens kan de minister in dat geval de verschuldigde wettelijke rente vorderen.
@@ -340,17 +340,17 @@
##### Artikel 4.1. Toepassing
[Paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is niet van toepassing op de verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan aangewezen instellingen en fondsen.
[Paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2010-11-17&g=2010-11-17) is niet van toepassing op de verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan aangewezen instellingen en fondsen.
##### Artikel 4.2. Indiening van de begroting
1. Aangewezen instellingen en fondsen dienen uiterlijk zes maanden voor aanvang van de subsidieperiode van vier kalenderjaren een begroting in.
2. Op de begroting is [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Op de begroting is [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de minister hier om verzoekt, verstrekt de aanvrager tevens een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.
4. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is van overeenkomstige toepassing op de aangewezen instellingen en fondsen bij de indiening van de begroting.
4. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2010-11-17&g=2010-11-17) is van overeenkomstige toepassing op de aangewezen instellingen en fondsen bij de indiening van de begroting.
#### § 4.2. Verplichtingen van de subsidieontvanger
@@ -372,7 +372,7 @@
##### Artikel 4.4. Eisen aan de in te dienen bescheiden voor fondsen
In afwijking van [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-07-01&g=2010-07-01) voldoen het bestuursverslag, de jaarrekening en de prestatieverantwoording van fondsen aan de eisen, genoemd in de bij deze regeling gevoegde [bijlage IB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2010-07-01&g=2010-07-01).
In afwijking van [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-11-17&g=2010-11-17) voldoen het bestuursverslag, de jaarrekening en de prestatieverantwoording van fondsen aan de eisen, genoemd in de bij deze regeling gevoegde [bijlage IB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2010-11-17&g=2010-11-17).
### Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies
@@ -394,7 +394,7 @@
1. Een aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.
2. Op het activiteitenplan is [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Op het activiteitenplan is [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van overeenkomstige toepassing.
3. De begroting behelst een overzicht van de geraamde baten en lasten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
@@ -402,9 +402,9 @@
5. Indien de minister hierom verzoekt, verstrekt de aanvrager tevens een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.
6. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is van overeenkomstige toepassing.
7. In afwijking van het eerste lid gaat een subsidieaanvraag voor reeds verrichte activiteiten vergezeld van een verslag van de aard, duur en omvang van de gerealiseerde activiteiten en een jaarrekening of financieel verslag. Op de jaarrekening of het financieel verslag zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), onderscheidenlijk [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.7&z=2010-11-17&g=2010-11-17) is van overeenkomstige toepassing.
7. In afwijking van het eerste lid gaat een subsidieaanvraag voor reeds verrichte activiteiten vergezeld van een verslag van de aard, duur en omvang van de gerealiseerde activiteiten en een jaarrekening of financieel verslag. Op de jaarrekening of het financieel verslag zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-11-17), onderscheidenlijk [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van overeenkomstige toepassing.
#### § 5.3. Subsidieverlening
@@ -416,17 +416,17 @@
3. Een beschikking tot subsidieverlening vermeldt de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, het subsidiebedrag en de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn afgerond.
4. Indien de minister op een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.3&z=2010-07-01&g=2010-07-01), beslist tot subsidieverstrekking, stelt hij de subsidie zonder voorafgaande verlening vast.
4. Indien de minister op een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.3&z=2010-11-17&g=2010-11-17), beslist tot subsidieverstrekking, stelt hij de subsidie zonder voorafgaande verlening vast.
5. In gevallen waarbij de minister besluit tot subsidieverstrekking zonder daarvoor een financiële of inhoudelijke verantwoording noodzakelijk te achten, kan hij, onverminderd het vierde lid, de subsidie zonder voorafgaande verlening vaststellen.
##### Artikel 5.5. Weigeringsgronden
[Artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van projectsubsidies.
[Artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2010-11-17&g=2010-11-17) is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van projectsubsidies.
##### Artikel 5.6. Voorschotten en betaling
1. [Artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2010-07-01&g=2010-07-01) is van overeenkomstige toepassing op de bevoorschotting van projectsubsidies.
1. [Artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2010-11-17&g=2010-11-17) is van overeenkomstige toepassing op de bevoorschotting van projectsubsidies.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een verleend subsidiebedrag dat minder dan € 25.000 bedraagt bij de subsidieverlening in één keer als voorschot betaald.
@@ -434,9 +434,9 @@
##### Artikel 5.7. Overeenkomstige verplichtingen
1. De verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.12&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [2.13, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13&z=2010-07-01&g=2010-07-01), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2010-07-01&g=2010-07-01) en [2.17 tot en met 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.17&z=2010-07-01&g=2010-07-01), zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een verleende projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt.
2. De minister kan bij de verlening van een projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt, [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2010-07-01&g=2010-07-01) toepassen.
1. De verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.12&z=2010-11-17&g=2010-11-17), [2.13, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13&z=2010-11-17&g=2010-11-17), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2010-11-17&g=2010-11-17) en [2.17 tot en met 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.17&z=2010-11-17&g=2010-11-17), zijn van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een verleende projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt.
2. De minister kan bij de verlening van een projectsubsidie die € 25.000 of meer bedraagt, [artikel 2.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.21&z=2010-11-17&g=2010-11-17) toepassen.
##### Artikel 5.8. Publicaties en auteursrecht
@@ -454,25 +454,25 @@
3. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan de minister, indien aannemelijk is dat:
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2010-07-01&g=2010-07-01), zijn verricht; of
- b. voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2010-07-01&g=2010-07-01), niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2010-11-17&g=2010-11-17), zijn verricht; of
- b. voor de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2010-11-17&g=2010-11-17), niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
#### § 5.5. Subsidievaststelling
##### Artikel 5.10. Aanvraag
1. De ontvanger van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, dient binnen 13 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2010-07-01&g=2010-07-01), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
1. De ontvanger van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt, dient binnen 13 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2010-11-17&g=2010-11-17), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag tot vaststelling door een subsidieontvanger die tevens een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie ontvangt, geschieden door verantwoording van de subsidie met de:
- a. bescheiden die vergezeld gaan van de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of vierjaarlijkse instellingssubsidie, of
- b. periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01),
- b. periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17),
voor zover de verantwoording van de subsidie daarin voldoende inzichtelijk is.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid en de activiteiten van de projectsubsidie zijn afgerond in het eerste, tweede of derde jaar van de subsidieperiode van de vierjaarlijkse instellingssubsidie, geschiedt de aanvraag tot vaststelling uiterlijk met de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01), over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de projectsubsidie is verleend, zijn afgerond.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid en de activiteiten van de projectsubsidie zijn afgerond in het eerste, tweede of derde jaar van de subsidieperiode van de vierjaarlijkse instellingssubsidie, geschiedt de aanvraag tot vaststelling uiterlijk met de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17), over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de projectsubsidie is verleend, zijn afgerond.
4. In afwijking van het eerste lid en onverminderd het tweede en derde lid, kan de minister bij de subsidieverlening bepalen dat de ontvanger van een subsidie die twee of meer jaren bestrijkt, jaarlijks voor een in de beschikking tot verlening van de subsidie op te nemen datum een aanvraag tot vaststelling indient.
@@ -482,25 +482,25 @@
2. Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie tevens vergezeld van een jaarrekening of financieel verslag.
3. Op het activiteitenverslag is [artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.25&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van overeenkomstige toepassing.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van overeenkomstige toepassing.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Op het activiteitenverslag is [artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.25&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van overeenkomstige toepassing.
4. Op het bestuursverslag is [artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van overeenkomstige toepassing.
5. Op de jaarrekening zijn de [artikelen 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17), met uitzondering van het vierde lid, en [2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.12. Financieel verslag
1. Het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger. Het financieel verslag sluit aan op de indeling van de begroting, die voorafgaand aan de subsidieverlening is overgelegd. Belangrijke verschillen tussen financieel verslag en begroting worden toegelicht.
2. Op het financieel verslag is [artikel 2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Op het financieel verslag is [artikel 2.27, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.13. Vaststelling
1. Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie stelt de minister de subsidie binnen 22 weken vast.
2. Indien het verleende subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie binnen 22 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2010-07-01&g=2010-07-01), ambtshalve vast.
3. Met betrekking tot terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten is [artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Indien het verleende subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie binnen 22 weken na de datum, bedoeld in [artikel 5.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.4&z=2010-11-17&g=2010-11-17), ambtshalve vast.
3. Met betrekking tot terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten is [artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
@@ -516,7 +516,7 @@
1. Aanvragen ingediend op grond van de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155) waar nog niet op is beslist op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling worden beschouwd als aanvragen ingediend op grond van deze regeling.
2. De bepalingen krachtens deze regeling die betrekking hebben op de vaststelling en de daarmee verbonden wettelijke verplichtingen zijn van toepassing op de subsidies verleend krachtens de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155), met dien verstande dat de minister binnen zes maanden beslist op de aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie die in 2008 is verleend. In afwijking van de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01), en [5.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2010-07-01&g=2010-07-01), bedraagt de termijn, genoemd in die artikelen, vier maanden voor subsidies die zijn verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. In afwijking van [artikel 2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2010-07-01&g=2010-07-01), dient de ontvanger van een subsidie die is verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling binnen 4 maanden na afloop van de subsidieperiode een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. De bepalingen krachtens deze regeling die betrekking hebben op de vaststelling en de daarmee verbonden wettelijke verplichtingen zijn van toepassing op de subsidies verleend krachtens de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155), met dien verstande dat de minister binnen zes maanden beslist op de aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie die in 2008 is verleend. In afwijking van de [artikelen 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17), en [5.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2010-11-17&g=2010-11-17), bedraagt de termijn, genoemd in die artikelen, vier maanden voor subsidies die zijn verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. In afwijking van [artikel 2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.22&z=2010-11-17&g=2010-11-17), dient de ontvanger van een subsidie die is verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling binnen 4 maanden na afloop van de subsidieperiode een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
3. De bevoorschotting van besluiten genomen op grond van de [Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007155), vindt plaats overeenkomstig die regeling.
@@ -532,7 +532,7 @@
##### Artikel 6.11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010, met uitzondering van [artikel 6.5, onderdeel C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.5&z=2010-07-01&g=2010-07-01), dat in werking treedt met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010, met uitzondering van [artikel 6.5, onderdeel C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.5&z=2010-11-17&g=2010-11-17), dat in werking treedt met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.
##### Artikel 6.12. Citeertitel
@@ -582,7 +582,7 @@
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
Bij de Rsc is in [bijlage IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2010-07-01&g=2010-07-01) het Controleprotocol Cultuursubsidies Instellingen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de accountantsverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden.
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
### Verantwoording voor instellingen met een jaarlijkse subsidie
@@ -604,7 +604,7 @@
Voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie geldt in beginsel de termijn genoemd in het eerste lid van [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc. Het tweede lid van dit artikel geeft u, als ontvanger van een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie, echter de mogelijkheid in plaats daarvan uw aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie tegelijk in te dienen met de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of met de jaarlijkse verantwoording over uw vierjaarlijkse instellingssubsidie. U doet dit bij de verantwoording over het jaar waarin de activiteiten van het project, volgens de beschikking waarmee de projectsubsidie is verleend, uiterlijk worden afgerond.
Door de invoering van de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking (het Uniform Subsidiekader) wordt voor wat betreft de verantwoordingseisen onderscheid gemaakt tussen subsidies kleiner dan € 25.000, subsidies vanaf € 25.000 tot € 125.000 en subsidies vanaf € 125.000. De bijzonderheden voor elk van deze categorieën zijn onder de volgende kopjes in dit handboek verder uitgewerkt.
Voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie geldt in beginsel de termijn genoemd in het eerste lid van [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Rsc. Het tweede lid van dit artikel geeft u, als ontvanger van een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie, echter de mogelijkheid in plaats daarvan uw aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie tegelijk in te dienen met de aanvraag tot vaststelling van de jaarlijkse instellingssubsidie of met de jaarlijkse verantwoording over uw vierjaarlijkse instellingssubsidie. U doet dit bij de verantwoording over het jaar waarin de activiteiten van het project, volgens de beschikking waarmee de projectsubsidie is verleend, uiterlijk worden afgerond.
Aandachtspunten:
@@ -624,7 +624,7 @@
U dient na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van een eindverantwoording die bestaat uit een activiteitenverslag (zie hoofdstuk 3 bij **Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000**) en een financieel verslag ([artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-07-01&g=2010-07-01) Rsc). Het financieel verslag:
Het financieel verslag gaat vergezeld van een accountantsverklaring.
U dient na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van een eindverantwoording die bestaat uit een activiteitenverslag (zie hoofdstuk 3 bij **Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000**) en een financieel verslag ([artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-11-17&g=2010-11-17) Rsc). Het financieel verslag:
In plaats van de hiervoor genoemde wijze van verantwoorden is het ook toegestaan om de verantwoording over de projectsubsidie op te nemen in de jaarlijkse verantwoording over uw instellingssubsidie. Dat betekent het volgende:
@@ -638,7 +638,7 @@
Krachtens [artikel 2.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Rsc, is [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) overeenkomstig van toepassing op deze verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening.
[Artikel 2.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Rsc, laat aan de minister ruimte om bepalingen van [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) of onderdelen daarvan buiten toepassing te verklaren op bepaalde instellingen of categorieën van instellingen. Op basis van deze bevoegdheid zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=1), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=10), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=14), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=15) en [16 van Boek 2 Titel 9 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=16) niet van toepassing op de jaarlijkse verantwoording. [Afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=7) is van toepassing met dien verstande dat het jaarverslag bij vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt vervangen door een bestuursverslag conform [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc.
Krachtens [artikel 2.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van de Rsc, is [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) overeenkomstig van toepassing op deze verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening.
### Sica
@@ -790,13 +790,13 @@
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
Bij de Rsc is in [bijlage IIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIb&z=2010-07-01&g=2010-07-01) het Controleprotocol Cultuursubsidies Fondsen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de accountantsverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden.
De jaarlijkse verantwoording wordt conform [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Rsc door uw accountant voorzien van de volgende producten:
### Verantwoording projectsubsidie
Voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie geldt in beginsel de termijn genoemd in het eerste lid van [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc. Het tweede lid van dit artikel geeft u, als ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, echter de mogelijkheid in plaats daarvan uw aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie tegelijk in te dienen met de jaarlijkse verantwoording over uw vierjaarlijkse subsidie. U doet dit bij de verantwoording over het jaar waarin de activiteiten van het project, volgens de beschikking waarmee de projectsubsidie is verleend, uiterlijk worden afgerond.
Door de invoering van de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking (het Uniform Subsidiekader) wordt voor wat betreft de verantwoordingseisen onderscheid gemaakt tussen subsidies kleiner dan € 25.000, subsidies vanaf € 25.000 tot € 125.000 en subsidies vanaf € 125.000. De bijzonderheden voor elk van deze categorieën zijn onder de volgende kopjes in dit handboek verder uitgewerkt.
Voor het indienen van een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie geldt in beginsel de termijn genoemd in het eerste lid van [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.10&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Rsc. Het tweede lid van dit artikel geeft u, als ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, echter de mogelijkheid in plaats daarvan uw aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie tegelijk in te dienen met de jaarlijkse verantwoording over uw vierjaarlijkse subsidie. U doet dit bij de verantwoording over het jaar waarin de activiteiten van het project, volgens de beschikking waarmee de projectsubsidie is verleend, uiterlijk worden afgerond.
Aandachtspunten:
@@ -810,33 +810,737 @@
Het activiteitenverslag ([artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.25&z=2010-07-01&g=2010-07-01) Rsc) is vormvrij en beschrijft de aard, duur en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend.
Het activiteitenverslag ([artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.25&z=2010-11-17&g=2010-11-17) Rsc) is vormvrij en beschrijft de aard, duur en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
U dient na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van een eindverantwoording die bestaat uit een activiteitenverslag (zie voor een toelichting op de inhoud van het activiteitenverslag de vorige paragraaf) en een financieel verslag ([artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-07-01&g=2010-07-01) Rsc). Het financieel verslag:
U dient na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van een eindverantwoording die bestaat uit een activiteitenverslag (zie voor een toelichting op de inhoud van het activiteitenverslag de vorige paragraaf) en een financieel verslag ([artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-11-17&g=2010-11-17) Rsc). Het financieel verslag:
In plaats van de hiervoor genoemde wijze van verantwoorden is het ook toegestaan om de verantwoording over de projectsubsidie op te nemen in de jaarlijkse verantwoording over uw instellingssubsidie. Dat betekent het volgende:
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
### Wetgeving en richtlijnen
De volgende wet- en regelgeving is van toepassing op de verantwoording:
U vindt de eerste vier documenten op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl of www.wetten.nl.
Krachtens [artikel 2.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Rsc, is [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) overeenkomstig van toepassing op deze verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening.
Krachtens [artikel 2.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van de Rsc, is [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) overeenkomstig van toepassing op deze verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening.
### Modellen voor de verantwoording
### Toelichting op de modellen
### Toelichting op model I voor de balans
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Vaste activa
Als u subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. U neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie neemt u op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijk lopend met de afschrijvingstermijn van de investering.
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost ‘Sponsoring’ onder de Langlopende schulden.
### Vlottende activa
U splitst de post ‘Totaal vorderingen’ in de posten ‘Vordering subsidie OCW’, ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ en ‘Overige vorderingen’.
Voor de post ‘Vordering subsidie OCW’ geldt het volgende: u neemt afzonderlijk de toegezegde, nog niet ontvangen (meerjarige) subsidies van OCW op (inclusief toegezegd subsidies voor beheerslasten), zoals vermeld in de subsidiebeschikking en de wijzigingen (inclusief aanvullende subsidieverlening en loon- en prijsbijstellingen) daarop. Eventuele (beperkende) voorwaarden genoemd in de subsidiebeschikking, zoals bijvoorbeeld goedkeuring van de begroting van het ministerie van OCW door de wetgever, dient u te vermelden in de toelichting.
De post ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ geeft de geclausuleerde vordering op OCW aan. Deze vordering vervangt de door OCW verstrekte garantie naar aanleiding van de liquiditeitsuitname in 2002 en kan worden ingeroepen als de continuïteit van de door OCW goedgekeurde activiteiten in gevaar komt.
Tegenover de ‘Vordering subsidie OCW’ verantwoordt u de posten ‘Nog te verlenen subsidies’ en ‘Nog te realiseren beheerslasten’, beiden over de gehele subsidieperiode. Dit betekent dat subsidieverplichtingen voor de volgende subsidieperiode niet mogen worden aangegaan ten laste van deze twee laatst genoemde posten. Verder maakt u bij deze posten een onderscheid in een kortlopend en een langlopend deel. Het bedrag van de ‘Nog te realiseren beheerslasten’ bepaalt u op basis van het verhoudingspercentage zoals opgenomen in uw meerjarenbegroting.
Van OCW ontvangen subsidievoorschotten komen in mindering op de post ‘Vordering subsidie OCW’. Als toelichting daarbij meldt u het kenmerk van de subsidiebeschikkingen.
### Eigen vermogen
Bij het maken van onderscheid tussen algemene reserve, bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen volgt u de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 640 (640.305–313).
Tenzij hierover afwijkende afspraken zijn gemaakt, dient u jaarlijks de rentebaten minus rentelasten en/of de baten uit lager vastgestelde subsidies toe te voegen aan het ‘Bestemmingsfonds OCW’. De resultaatbestemming, dit is de wijze waarop het exploitatieresultaat aan een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds wordt toegerekend en/of op een andere wijze wordt aangewend, voorziet u van een toelichting.
Aan het einde van de vierjaarlijkse periode wordt het restant van de balansposten ‘Nog te verlenen subsidies’ en ‘Nog te realiseren beheerslasten’ verantwoord in het ‘Bestemmingsfonds OCW’. Over de bestemming van de resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’ zal bij de vaststelling van de subsidie van de betreffende subsidieperiode een beslissing worden genomen. Dit betekent dat subsidieverplichtingen voor de volgende subsidieperiode niet mogen worden aangegaan ten laste van deze resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’.
Aandachtspunten:
### Voorzieningen
Bij deze post staat het u vrij subposten te gebruiken naar eigen inzicht. Volg bij het treffen van voorzieningen de bepalingen in [artikel 374 BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=374) en tevens de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 252. Deze richtlijn geeft aan terughoudend te zijn in het treffen van voorzieningen, vooral waar het gaat om voorzieningen voor meer algemene bedrijfsrisico’s.
### Subsidieverplichtingen
Onder ‘Subsidieverplichtingen’ neemt u de subsidies op die u in het boekjaar hebt verleend, voor zover deze subsidies nog niet zijn betaald. Van een subsidieverplichting is sprake indien u het besluit tot verlening van een (meerjarig) subsidie schriftelijk heeft meegedeeld aan de subsidieontvanger. Het betreft hier dus een in rechte afdwingbare subsidieverplichting.
In de toelichting geeft u het verloop aan tussen de beginstand en de eindstand van de subsidieverplichtingen aan subsidieontvangers. Hierbij wordt tenminste onderscheid gemaakt in de mutaties in verband met verleende subsidies, vastgestelde subsidies en betalingen op verleende subsidies.
Aandachtspunten:
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
Zie voor deze posten de toelichting bij de post ‘Vordering subsidie OCW’ in de paragraaf ‘Vlottende activa’, hiervoor. In de toelichting wordt het verloop van deze posten aangegeven in relatie tot de gematchte bijdrage OCW in de exploitatierekening. Zie verder ook de toelichting bij de post ‘Subsidie OCW’ in de paragraaf ‘Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening’, hierna.
### Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Voorwaardelijke (subsidie)verplichtingen worden hier opgenomen (zie de toelichting in de paragraaf Subsidieverplichtingen, hiervoor), waaronder de verplichtingen aangegaan in het laatste jaar van de subsidieperiode met betrekking tot de jaren van de nieuwe subsidieperiode.
### Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model II af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften. Aan de batenkant wordt onderscheid gemaakt tussen opbrengsten en subsidies/bijdragen. Onder die laatste categorie worden de subsidies van andere overheden en/of bijdragen van particulieren begrepen. Opbrengsten kunnen worden beschouwd als eigen inkomsten. De lasten worden onderscheiden naar beheerslasten (overhead) en activiteitenlasten. Voor een nadere uitleg van genoemde posten, zie hieronder.
### Begrotingskolom
Zorg ervoor dat cijfers in de kolom **Begroting** overeenstemmen met de meerjarenbegroting die de minister heeft goedgekeurd. Het kan voorkomen dat in de loop van de subsidieperiode substantiële wijzigingen in de jaarbegroting optreden ten opzichte van de meerjarenbegroting. In dat geval hanteert u de meest recente jaarbegroting als referentiepunt en licht u de belangrijkste afwijkingen van de door de minister goedgekeurde meerjarenbegroting toe. Kleine afwijkingen op de laatst goedgekeurde begroting als gevolg van inflatie behoeven niet te worden toegelicht. Voor een goed inzicht licht u de verschillen tussen uw begroting en de realisatie toe.
### Baten
Bij deze post wordt onderscheid gemaakt tussen Opbrengsten, Subsidies en Bijdragen. De Opbrengsten worden gesplitst naar Directe en Indirecte opbrengsten.
### Lasten
Onder de lasten maakt u onderscheid naar beheerslasten en activiteitenlasten.
Aandachtspunt:
### Saldo bijzondere baten en lasten
Hier verantwoordt u baten en lasten uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die door hun aard, omvang of incidentele karakter apart moeten worden gepresenteerd en toegelicht (bijvoorbeeld boekwinst of -verlies bij afstoting van materiële vaste activa, vrijval van voorziening, lasten uit reorganisatie). Volg daarbij de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ 270).
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleprotocol cultuursubsidies instellingen
### 1. Algemene uitgangspunten
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van instellingen die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een jaarlijkse instellingssubsidie vanaf € 125.000, een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van de instelling een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van de instelling, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van de instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen.
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van de instelling worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
De prestatieverantwoording van de instelling geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1. Definities
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarlijkse verantwoording van de instelling voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een jaarlijkse instellingssubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een jaarrekening en een activiteitenverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
– De verslaggevingscriteria
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door de instelling worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. De instelling dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
De accountant stelt vast dat de instelling een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
De accountant stelt vast dat de instelling een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Activiteitenlasten**
De accountant stelt vast dat de instelling geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
De accountant stelt vast dat de instelling geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
**– WOPT**
De accountant stelt integraal vast of de opgave van de instelling op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
### Doelstelling
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Rapportage
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model accountantsverklaring bij de jaarrekening over een (vier) jaarlijkse instellingssubsidie
Aan: het bestuur van de Stichting .....
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende de jaarrekening**
Wij hebben de in dit rapport op pagina ... tot en met pagina ... opgenomenjaarrekening 20xx van de Stichting ..... te ..... bestaande uit de balans per 31 december 20xx en de exploitatierekening over 20xx met de toelichting gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij vierjarige instellingssubsidies)** beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen.Tevens is het bestuur van de stichting verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het controleprotocol cultuursubsidies instellingen. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de stichting. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de stichting heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting ..... per 31 december 20xx en van het resultaat over 20xx in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen en voldoet aan de bepalingen van de subsidiebeschikking(en).
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 20xx voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies instellingen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het bestuursverslag voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening **(alleen van toepassing bij vierjarige instellingssubsidies)**.
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).***
Plaats, datum
Naam accountantsorganisatie
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
* indien van toepassing
### 5. Model accountantsverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
Aan: **(naam opdrachtgever)**
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende het financieel verslag**
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor **(naam project)** van **(naam opdrachtgever**) te (**statutaire vestigingsplaats**) over (**tijdvak**) gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever**
**(Naam opdrachtgever)** is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen. Tevens is **(naam opdrachtgever**) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, zodanig dat dit geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het controleprotocol cultuursubsidies instellingen. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van **(naam opdrachtgever)**. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die **(naam opdrachtgever)** heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van **(naam project)** in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies instellingen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### **Overige aspecten- beperking in het gebruik (en verspreidingskring)**
Het financieel verslag van **(naam opdrachtgever)** en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor **(naam opdrachtgever)** ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Plaats, datum
Naam accountantsorganisatie
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
### 1. Algemene uitgangspunten
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de cultuurfondsen (hierna te noemen ‘fonds’) die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van het fonds een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van het fonds, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van het fonds verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen. Het rechtmatigheidsbegrip houdt bij een fonds in het bijzonder in, dat het fonds de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen juist toepast en daarover verantwoording aflegt.
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van het fonds worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
De prestatieverantwoording van het fonds geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
Het fonds stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1. Definities
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarlijkse verantwoording van het fonds voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
– De verslaggevingscriteria
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door het fonds worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. Het fonds dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Activiteitenlasten**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
Voorts stelt de accountant vast dat indien het fonds subsidieverplichtingen voor de volgende vierjaarlijkse subsidieperiode heeft aangegaan, in de desbetreffende beschikkingen een voorbehoud is gemaakt voor het verkrijgen van subsidie van het ministerie van OCW. Daarnaast stelt hij vast dat deze subsidieverplichtingen niet ten laste van de exploitatierekening zijn gebracht maar in de toelichting zijn opgenomen als ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
De accountant werkt deze toetspunten uit in de opzet en de uitvoering van zijn controle.
**– Overige lasten**
De accountant stelt vast dat het fonds geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
De accountant stelt vast dat het fonds geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
**– WOPT**
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
### Doelstelling
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Rapportage
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model accountantsverklaring bij de jaarrekening over een vierjaarlijkse instellingssubsidie
Aan: het bestuur van de Stichting .....
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende de jaarrekening**
Wij hebben de in dit rapport op pagina ... tot en met pagina ... opgenomenjaarrekening 20xx van de Stichting ..... te ..... bestaande uit de balans per 31 december 20xx en de exploitatierekening over 20xx met de toelichting gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.Tevens is het bestuur van de stichting verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het controleprotocol cultuursubsidies fondsen. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de stichting. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de stichting heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting ..... per 31 december 20xx en van het resultaat over 20xx inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen en voldoet aan de bepalingen van de subsidiebeschikking(en).
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 20xx voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies fondsen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het bestuursverslag voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening.
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).***
Plaats, datum
Naam accountantsorganisatie
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
* indien van toepassing
### 5. Model accountantsverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
Aan: **(naam opdrachtgever)**
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende het financieel verslag**
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor **(naam project)** van **(naam opdrachtgever**) te (**statutaire vestigingsplaats**) over (**tijdvak**) gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever**
**(Naam opdrachtgever)** is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Tevens is **(naam opdrachtgever**) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, zodanig dat dit geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het controleprotocol cultuursubsidies fondsen. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van **(naam opdrachtgever)**. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die **(naam opdrachtgever)** heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### Oordeel
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van **(naam project)** inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies fondsen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### **Overige aspecten- beperking in het gebruik (en verspreidingskring)**
Het financieel verslag van **(naam opdrachtgever)** en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor **(naam opdrachtgever)** ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Plaats, datum
Naam accountantsorganisatie
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 6.2a. Overgangsrecht vierjaarlijkse instellingssubsidies onder € 125.000
1. Bij de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17), kan de ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt, in plaats van een jaarrekening een financieel verslag als bedoeld in [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-11-17&g=2010-11-17) indienen.
2. In afwijking van [artikel 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.24&z=2010-11-17&g=2010-11-17) dient een ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt, een jaarrekening als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17) of een financieel verslag als bedoeld in [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-11-17&g=2010-11-17) in, alsmede een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17) dat betrekking heeft op het vierde jaar van de subsidie. Op het bestuursverslag is artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-11-17) is niet van toepassing op een ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt.
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 (inclusief musea en sectorinstituten)
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie
De jaarlijkse verantwoording voor vierjaarlijkse instellingssubsidies bestaat uit twee onderdelen: de jaarrekening (inclusief prestatieverantwoording) en het bestuursverslag. Daarnaast voegt de accountant een aantal accountantsproducten toe.
### Jaarrekening
De jaarrekening, als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Rsc), omvat de volgende onderdelen:
### Bestuursverslag
Voorts bevat het bestuursverslag:
### Accountantsproducten
Bij de Rsc is in [bijlage IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2010-11-17&g=2010-11-17) het Controleprotocol Cultuursubsidies Instellingen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de accountantsverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden. Op ontvangers van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende bedrag minder dan € 125.000 bedraagt, is een ander regime van toepassing. Zie daarvoor [artikel 6.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=6.2a&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### Verantwoording voor instellingen met een jaarlijkse subsidie
Als u naast de jaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen in hoofdstuk 4 ‘verantwoording projectsubsidie’.
### Jaarlijkse subsidie OCW kleiner dan € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) kleiner is dan € 125.000, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling enkel een activiteitenverslag. Voor een toelichting op de inhoud van het activiteitenverslag: zie volgende paragraaf.
### Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) € 125.000 of meer bedraagt, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende verantwoordingsstukken:
### Verantwoording projectsubsidie
Aandachtspunten:
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening, bestuursverslag of activiteitenverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
In beide gevallen geldt als voorwaarde dat de activiteiten van het project afzonderlijk herkenbaar moeten zijn.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
### Wetgeving en richtlijnen
[Artikel 2.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van de Rsc, laat aan de minister ruimte om bepalingen van [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) of onderdelen daarvan buiten toepassing te verklaren op bepaalde instellingen of categorieën van instellingen. Op basis van deze bevoegdheid zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=1), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=10), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=14), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=15) en [16 van Boek 2 Titel 9 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=16) niet van toepassing op de jaarlijkse verantwoording. [Afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=7) is van toepassing met dien verstande dat het jaarverslag bij vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt vervangen door een bestuursverslag conform [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Rsc.
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Vaste activa
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost Sponsoring onder de Langlopende schulden. Het is voor musea niet toegestaan collectieonderdelen te activeren.
### Vlottende activa
Alleen variabele voorbereidingslasten voor een activiteit (Onderhanden werk) die plaatsvindt in een op het verslagjaar volgend boekjaar, kunnen worden geactiveerd. Het is niet toegestaan personeelslasten en andere vaste lasten te activeren.
### Eigen vermogen
Over de bestemming van de, aan het einde van de betreffende subsidieperiode resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’, zal bij de vaststelling van de subsidie van de betreffende subsidieperiode een beslissing worden genomen.
### Aankoopfondsen (musea)
De aankoopfondsen krijgen een afzonderlijke vermelding en maken geen deel uit van het eigen vermogen.
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model IIA af te wijken behalve voor musea en sectorinstituten. Voor deze twee typen instellingen gelden specifieke varianten (model IIB, IIC en IID). Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Opzet voor model IIC (voor musea)
Voor de verdeling van baten en lasten over de museale functies gebruikt u verdeelsleutels. De controleerbaarheid ten aanzien van het gebruik van deze verdeelsleutels staat voorop. U formuleert uw eigen verdeelsleutels, beschrijft en onderbouwt ze in de jaarrekening en hanteert ze consistent over de jaren heen. Zoveel mogelijk kiest u voor objectieve gronden. Baten en lasten die niet zijn toe te rekenen aan de museale functies vermeldt u in de kolom **Algemeen Beheer**.
### Opzet voor model IID (voor sectorinstituten)
Voor de verdeling van baten en lasten over de vijf hoofdfuncties gebruikt u verdeelsleutels. De controleerbaarheid ten aanzien van het gebruik van deze verdeelsleutels staat voorop. U formuleert uw eigen verdeelsleutels, beschrijft en onderbouwt ze in de jaarrekening en hanteert ze consistent over de jaren heen.
### Begrotingskolom (model IIA en IIB)
Zorg ervoor dat cijfers in de kolom **Begroting** overeenstemmen met de meerjarenbegroting die de minister heeft goedgekeurd of in geval van andere dan trendmatige wijzigingen op die begroting, de meest recente begroting. In dat laatste geval geeft u een toelichting op de wijzigingen op de oorspronkelijke begroting.
### Baten
Onder **Bijdragen uit private middelen** vermeldt u alle bijdragen van private fondsen, alsook contributies, schenkingen, donaties of legaten en bijdragen van vriendenstichtingen. Van de bijdrage die u ontvangt van het VSB-fonds maakt u een afzonderlijke vermelding onder **Bijdragen van VSB-fonds**.
### Lasten
Onder de lasten maakt u onderscheid naar beheerslasten en activiteitenlasten.
### Toelichting op model IIC – definities van museale functies
Deze functies zijn onderverdeeld in zes taakgebieden. Hieronder treft u daarvan een korte omschrijving ten behoeve van de toerekening van baten en lasten in model IIC.
### Algemeen
Wanneer de resultaten in het boekjaar naar soort en omvang afwijken van uw planning (= kolom **Voorgenomen activiteiten**), voorziet u de verschillen van een toelichting. In het bestuursverslag geeft u een reflectie op het resultaat en ziet u vooruit naar de mogelijke consequenties voor toekomstige activiteiten.
### A. Podiumkunstinstellingen
(Toneelgezelschappen, dansgezelschappen, operagezelschappen en orkesten)
### E. Overige instellingen
Instellingen, zoals postacademiale en ontwikkelinstellingen, die niet tot een van de genoemde categorieën kunnen worden gerekend kunnen hun kwantitatieve gegevens verantwoorden onder categorie **E. Overige instellingen**. Voor zover niet in specifieke activiteitensoorten is voorzien voegt u deze toe onder **6. Anders, nl......**
### F. Sectorinstituten
Volg bij de kwantitatieve verantwoording van uw activiteiten de indeling volgens de eerder bij model IID genoemde vijf hoofdfuncties. Vermeld de specifieke activiteiten die binnen uw instituut worden verricht op de wijze zoals opgenomen in uw activiteitenplan of prestatieoverzicht. Vermeld indien mogelijk ook het bereik in termen van aantal bezoekers, gebruikers of deelnemers.
### G. Musea
Rapporteer de stand van zaken met betrekking tot de volgende onderwerpen uit het prestatieoverzicht: registratiegraad, registratiekwaliteit, collectieplan, veiligheidsplan en uw eigen prestatieafspraken.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording cultuursubsidies fondsen 2009–2012
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor rechtspersonen die op grond van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw fonds dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid).
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### Onderdelen van de verantwoording
Als u naast de vierjaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen bij **Verantwoording projectsubsidie**, hierna.
### De jaarrekening
De jaarrekening, als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Rsc), omvat de volgende onderdelen:
### Bestuursverslag
Voorts bevat het bestuursverslag:
### Accountantsproducten
Bij de Rsc is in [bijlage IIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIb&z=2010-11-17&g=2010-11-17) het Controleprotocol Cultuursubsidies Fondsen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de accountantsverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden.
### Verantwoording projectsubsidie
Aandachtspunten:
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening of bestuursverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
U kunt voor het project een afzonderlijk activiteitenverslag indienen, maar het is ook toegestaan deze op te nemen in het bestuursverslag van uw fonds onder voorwaarde dat de activiteiten van het project afzonderlijk herkenbaar zijn.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
U dient na afloop van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van een eindverantwoording die bestaat uit een activiteitenverslag (zie voor een toelichting op de inhoud van het activiteitenverslag de vorige paragraaf) en een financieel verslag ([artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-07-01&g=2010-07-01) Rsc). Het financieel verslag:
Het financieel verslag gaat vergezeld van een accountantsverklaring.
In plaats van de hiervoor genoemde wijze van verantwoorden is het ook toegestaan om de verantwoording over de projectsubsidie op te nemen in de jaarlijkse verantwoording over uw instellingssubsidie. Dat betekent het volgende:
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
### Wetgeving en richtlijnen
De volgende wet- en regelgeving is van toepassing op de verantwoording:
U vindt de eerste vier documenten op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl of www.wetten.nl.
Krachtens [artikel 2.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Rsc, is [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) overeenkomstig van toepassing op deze verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening.
[Artikel 2.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Rsc, laat aan de minister ruimte om bepalingen van [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) of onderdelen daarvan buiten toepassing te verklaren op bepaalde instellingen of categorieën van instellingen. Op basis van deze bevoegdheid zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=1), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=10), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=14), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=15) en [16 van Boek 2 Titel 9 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=16) niet van toepassing op de jaarlijkse verantwoording. [Afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=7) is van toepassing met dien verstande dat het jaarverslag bij vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt vervangen door een bestuursverslag conform [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Rsc.
### Modellen voor de verantwoording
### Toelichting op de modellen
### Toelichting op model I voor de balans
[Artikel 2.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van de Rsc, laat aan de minister ruimte om bepalingen van [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) of onderdelen daarvan buiten toepassing te verklaren op bepaalde instellingen of categorieën van instellingen. Op basis van deze bevoegdheid zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=1), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=10), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=14), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=15) en [16 van Boek 2 Titel 9 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=16) niet van toepassing op de jaarlijkse verantwoording. [Afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=7) is van toepassing met dien verstande dat het jaarverslag bij vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt vervangen door een bestuursverslag conform [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Rsc.
### Algemeen
@@ -844,30 +1548,14 @@
### Vaste activa
Als u subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. U neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie neemt u op onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijk lopend met de afschrijvingstermijn van de investering.
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost ‘Sponsoring’ onder de Langlopende schulden.
### Vlottende activa
U splitst de post ‘Totaal vorderingen’ in de posten ‘Vordering subsidie OCW’, ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ en ‘Overige vorderingen’.
Voor de post ‘Vordering subsidie OCW’ geldt het volgende: u neemt afzonderlijk de toegezegde, nog niet ontvangen (meerjarige) subsidies van OCW op (inclusief toegezegd subsidies voor beheerslasten), zoals vermeld in de subsidiebeschikking en de wijzigingen (inclusief aanvullende subsidieverlening en loon- en prijsbijstellingen) daarop. Eventuele (beperkende) voorwaarden genoemd in de subsidiebeschikking, zoals bijvoorbeeld goedkeuring van de begroting van het ministerie van OCW door de wetgever, dient u te vermelden in de toelichting.
De post ‘Voorwaardelijke vordering OCW’ geeft de geclausuleerde vordering op OCW aan. Deze vordering vervangt de door OCW verstrekte garantie naar aanleiding van de liquiditeitsuitname in 2002 en kan worden ingeroepen als de continuïteit van de door OCW goedgekeurde activiteiten in gevaar komt.
Tegenover de ‘Vordering subsidie OCW’ verantwoordt u de posten ‘Nog te verlenen subsidies’ en ‘Nog te realiseren beheerslasten’, beiden over de gehele subsidieperiode. Dit betekent dat subsidieverplichtingen voor de volgende subsidieperiode niet mogen worden aangegaan ten laste van deze twee laatst genoemde posten. Verder maakt u bij deze posten een onderscheid in een kortlopend en een langlopend deel. Het bedrag van de ‘Nog te realiseren beheerslasten’ bepaalt u op basis van het verhoudingspercentage zoals opgenomen in uw meerjarenbegroting.
Van OCW ontvangen subsidievoorschotten komen in mindering op de post ‘Vordering subsidie OCW’. Als toelichting daarbij meldt u het kenmerk van de subsidiebeschikkingen.
### Eigen vermogen
Bij het maken van onderscheid tussen algemene reserve, bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen volgt u de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 640 (640.305–313).
Tenzij hierover afwijkende afspraken zijn gemaakt, dient u jaarlijks de rentebaten minus rentelasten en/of de baten uit lager vastgestelde subsidies toe te voegen aan het ‘Bestemmingsfonds OCW’. De resultaatbestemming, dit is de wijze waarop het exploitatieresultaat aan een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds wordt toegerekend en/of op een andere wijze wordt aangewend, voorziet u van een toelichting.
Aan het einde van de vierjaarlijkse periode wordt het restant van de balansposten ‘Nog te verlenen subsidies’ en ‘Nog te realiseren beheerslasten’ verantwoord in het ‘Bestemmingsfonds OCW’. Over de bestemming van de resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’ zal bij de vaststelling van de subsidie van de betreffende subsidieperiode een beslissing worden genomen. Dit betekent dat subsidieverplichtingen voor de volgende subsidieperiode niet mogen worden aangegaan ten laste van deze resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’.
Aandachtspunten:
### Voorzieningen
@@ -876,10 +1564,6 @@
### Subsidieverplichtingen
Onder ‘Subsidieverplichtingen’ neemt u de subsidies op die u in het boekjaar hebt verleend, voor zover deze subsidies nog niet zijn betaald. Van een subsidieverplichting is sprake indien u het besluit tot verlening van een (meerjarig) subsidie schriftelijk heeft meegedeeld aan de subsidieontvanger. Het betreft hier dus een in rechte afdwingbare subsidieverplichting.
In de toelichting geeft u het verloop aan tussen de beginstand en de eindstand van de subsidieverplichtingen aan subsidieontvangers. Hierbij wordt tenminste onderscheid gemaakt in de mutaties in verband met verleende subsidies, vastgestelde subsidies en betalingen op verleende subsidies.
Aandachtspunten:
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
@@ -890,8 +1574,6 @@
Voorwaardelijke (subsidie)verplichtingen worden hier opgenomen (zie de toelichting in de paragraaf Subsidieverplichtingen, hiervoor), waaronder de verplichtingen aangegaan in het laatste jaar van de subsidieperiode met betrekking tot de jaren van de nieuwe subsidieperiode.
### Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model II af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften. Aan de batenkant wordt onderscheid gemaakt tussen opbrengsten en subsidies/bijdragen. Onder die laatste categorie worden de subsidies van andere overheden en/of bijdragen van particulieren begrepen. Opbrengsten kunnen worden beschouwd als eigen inkomsten. De lasten worden onderscheiden naar beheerslasten (overhead) en activiteitenlasten. Voor een nadere uitleg van genoemde posten, zie hieronder.
@@ -906,19 +1588,13 @@
### Lasten
Onder de lasten maakt u onderscheid naar beheerslasten en activiteitenlasten.
Aandachtspunt:
### Saldo bijzondere baten en lasten
Hier verantwoordt u baten en lasten uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die door hun aard, omvang of incidentele karakter apart moeten worden gepresenteerd en toegelicht (bijvoorbeeld boekwinst of -verlies bij afstoting van materiële vaste activa, vrijval van voorziening, lasten uit reorganisatie). Volg daarbij de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ 270).
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleprotocol cultuursubsidies instellingen
### 1. Algemene uitgangspunten
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.1. Doelstelling
@@ -926,20 +1602,10 @@
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van de instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen.
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van de instelling worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
De prestatieverantwoording van de instelling geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.4. Procedure controleprotocol
@@ -948,32 +1614,18 @@
### 1.5. Wet- en regelgeving
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1. Definities
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarlijkse verantwoording van de instelling voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een jaarlijkse instellingssubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een jaarrekening en een activiteitenverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een instelling die een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2010-11-17&g=2010-11-17) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan de instelling opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
– De verslaggevingscriteria
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
@@ -984,56 +1636,24 @@
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door de instelling worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. De instelling dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
De accountant stelt vast dat de instelling een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Activiteitenlasten**
De accountant stelt vast dat de instelling geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of de instelling toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
**– WOPT**
De accountant stelt integraal vast of de opgave van de instelling op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Doelstelling
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Rapportage
@@ -1058,28 +1678,140 @@
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het controleprotocol cultuursubsidies instellingen. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de stichting. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de stichting heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting ..... per 31 december 20xx en van het resultaat over 20xx in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen en voldoet aan de bepalingen van de subsidiebeschikking(en).
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 20xx voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies instellingen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het bestuursverslag voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening **(alleen van toepassing bij vierjarige instellingssubsidies)**.
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).***
Plaats, datum
Naam accountantsorganisatie
* indien van toepassing
### 5. Model accountantsverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
Aan: **(naam opdrachtgever)**
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende het financieel verslag**
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor **(naam project)** van **(naam opdrachtgever**) te (**statutaire vestigingsplaats**) over (**tijdvak**) gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever**
**(Naam opdrachtgever)** is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen. Tevens is **(naam opdrachtgever**) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, zodanig dat dit geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies instellingen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### **Overige aspecten- beperking in het gebruik (en verspreidingskring)**
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-11-17), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de cultuurfondsen (hierna te noemen ‘fonds’) die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van het fonds een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van het fonds, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 1.2. Uitgangspunten
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
Het fonds stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2010-11-17&g=2010-11-17) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door het fonds worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. Het fonds dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2.1. Balans
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-11-17) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Doelstelling
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Rapportage
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model accountantsverklaring bij de jaarrekening over een vierjaarlijkse instellingssubsidie
Aan: het bestuur van de Stichting .....
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende de jaarrekening**
Wij hebben de in dit rapport op pagina ... tot en met pagina ... opgenomenjaarrekening 20xx van de Stichting ..... te ..... bestaande uit de balans per 31 december 20xx en de exploitatierekening over 20xx met de toelichting gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.Tevens is het bestuur van de stichting verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 20xx voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies fondsen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
* indien van toepassing
### 5. Model accountantsverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
@@ -1096,19 +1828,15 @@
### **Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever**
**(Naam opdrachtgever)** is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen. Tevens is **(naam opdrachtgever**) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, zodanig dat dit geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
**(Naam opdrachtgever)** is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Tevens is **(naam opdrachtgever**) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, zodanig dat dit geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het controleprotocol cultuursubsidies instellingen. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van **(naam opdrachtgever)**. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die **(naam opdrachtgever)** heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van **(naam project)** in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies instellingen zijn vermeld.
### Oordeel
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies fondsen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
@@ -1116,734 +1844,6 @@
### **Overige aspecten- beperking in het gebruik (en verspreidingskring)**
Het financieel verslag van **(naam opdrachtgever)** en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor **(naam opdrachtgever)** ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Plaats, datum
Naam accountantsorganisatie
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-07-01&g=2010-07-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Controleprotocol cultuursubsidies fondsen
### 1. Algemene uitgangspunten
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de cultuurfondsen (hierna te noemen ‘fonds’) die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van het fonds een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van het fonds, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 1.2. Uitgangspunten
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.
De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van het fonds verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen. Het rechtmatigheidsbegrip houdt bij een fonds in het bijzonder in, dat het fonds de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen juist toepast en daarover verantwoording aflegt.
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een accountantsverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 4 toegevoegde modeltekst. Bij de controle van een financieel verslag van een projectsubsidie maakt de accountant gebruik van de als onderdeel 5 toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van het fonds worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).
De prestatieverantwoording van het fonds geeft een inzichtelijk kwantitatief overzicht van de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. De prestatieverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening en wordt opgesteld volgens model III van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. De accountant toetst de beheersingsmaatregelen van het proces van totstandkoming van de prestatiegegevens, zoals uitgewerkt in onderdeel 3 van dit controleprotocol. De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% van de totale subsidie van OCW. Indien de accountant, bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit controleprotocol, tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in een rapport van bevindingen. Dit rapport van bevindingen heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage en is vormvrij.
Het fonds stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
Voor de accountantscontrole is de specifieke wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) relevant die in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012 op de verantwoording van de cultuurinstellingen van toepassing is verklaard.
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 2. Controle op de verantwoording
### 2.1. Definities
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarlijkse verantwoording van het fonds voor het ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een vierjaarlijkse instellingssubsidie indient, bestaat uit een jaarrekening en een bestuursverslag. De verantwoording van een fonds dat een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie vanaf € 125.000 indient, bestaat uit een activiteitenverslag of een bestuursverslag en een financieel verslag of een jaarrekening.
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2010-07-01&g=2010-07-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
– De controlecriteria
De minister van OCW gaat er van uit dat de accountant zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de VGC (Verordening GedragsCode) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). De accountant betrekt de eventueel in de subsidiebeschikking aan het fonds opgenomen aanwijzingen en vereisten in zijn controle.
– De verslaggevingscriteria
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door het fonds worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. Het fonds dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2. Jaarrekening per post
### 2.2.1. Balans
**– Kortlopende schulden/vooruit ontvangen projectsubsidies**
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
**– Indirecte opbrengsten**
De accountant stelt vast dat het fonds een kostendekkende vergoeding in rekening brengt in de situaties als bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.19&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid .
Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds om kostendekkende afspraken te maken. Van de accountant wordt geen marktonderzoek verlangd. De accountant beoordeelt wel of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn hanteert om deze vergoedingen te berekenen.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Activiteitenlasten**
De accountant stelt vast dat de door het fonds verantwoorde subsidies rechtmatig zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de door de minister goedgekeurde reglementen en regelingen. De essentie is dat de subsidieontvangers van een fonds zich houden aan deze reglementen en regelingen en dat het fonds die regels consequent toepast bij het subsidiëren van de activiteiten van de subsidieontvanger. Ook stelt de accountant vast dat het fonds in voorkomende gevallen het eigen sanctiebeleid ten uitvoer brengt, indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden. De controle van de accountant bevat op dit onderdeel van de financiële verantwoording van een fonds minimaal de volgende toetspunten:
Voorts stelt de accountant vast dat indien het fonds subsidieverplichtingen voor de volgende vierjaarlijkse subsidieperiode heeft aangegaan, in de desbetreffende beschikkingen een voorbehoud is gemaakt voor het verkrijgen van subsidie van het ministerie van OCW. Daarnaast stelt hij vast dat deze subsidieverplichtingen niet ten laste van de exploitatierekening zijn gebracht maar in de toelichting zijn opgenomen als ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’.
De accountant werkt deze toetspunten uit in de opzet en de uitvoering van zijn controle.
**– Overige lasten**
De accountant stelt vast dat het fonds geen hoger bedrag betaalt aan een organisatie in de situaties als bedoeld in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.18&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De accountant beoordeelt of het fonds toereikende procedures hanteert en een bestendige gedragslijn volgt om deze vergoedingen te bepalen. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
**– Projectsubsidies vanaf € 125.000**
Projectsubsidies vanaf € 125.000 worden bij voorkeur verantwoord in de jaarrekening. Indien in de subsidiebeschikking expliciete voorwaarden zijn gesteld aan de besteding van de subsidie is sprake van een geoormerkte subsidie. De accountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van de geoormerkte subsidie. Voor de toepassing van de tabel in 2.1.3 geldt hier als omvangsbasis het totaalbedrag van de geoormerkte subsidies.
Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen
**– WOPT**
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-07-01&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 3. Het onderzoek naar de verantwoording van de prestatiegegevens
### Doelstelling
De prestatiegegevens dienen te voldoen aan de onderstaande eisen. Zij zijn:
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het onderzoek omvat de volgende specifieke werkzaamheden:
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Rapportage
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model accountantsverklaring bij de jaarrekening over een vierjaarlijkse instellingssubsidie
Aan: het bestuur van de Stichting .....
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende de jaarrekening**
Wij hebben de in dit rapport op pagina ... tot en met pagina ... opgenomenjaarrekening 20xx van de Stichting ..... te ..... bestaande uit de balans per 31 december 20xx en de exploitatierekening over 20xx met de toelichting gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.Tevens is het bestuur van de stichting verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het controleprotocol cultuursubsidies fondsen. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de stichting. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de stichting heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting ..... per 31 december 20xx en van het resultaat over 20xx inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen en voldoet aan de bepalingen van de subsidiebeschikking(en).
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 20xx voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies fondsen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het bestuursverslag voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening.
**Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens).***
Plaats, datum
Naam accountantsorganisatie
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
* indien van toepassing
### 5. Model accountantsverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
Aan: **(naam opdrachtgever)**
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende het financieel verslag**
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor **(naam project)** van **(naam opdrachtgever**) te (**statutaire vestigingsplaats**) over (**tijdvak**) gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever**
**(Naam opdrachtgever)** is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Tevens is **(naam opdrachtgever**) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, zodanig dat dit geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het controleprotocol cultuursubsidies fondsen. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van **(naam opdrachtgever)**. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die **(naam opdrachtgever)** heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### Oordeel
Naar ons oordeel geeft het financieel verslag een getrouw beeld van de baten en lasten van **(naam project)** inovereenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies fondsen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### **Overige aspecten- beperking in het gebruik (en verspreidingskring)**
Het financieel verslag van **(naam opdrachtgever)** en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor **(naam opdrachtgever)** ter verantwoording aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Plaats, datum
Naam accountantsorganisatie
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 6.2a. Overgangsrecht vierjaarlijkse instellingssubsidies onder € 125.000
1. Bij de periodieke verslaglegging, bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-07-01), kan de ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt, in plaats van een jaarrekening een financieel verslag als bedoeld in [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-11-17&g=2010-07-01) indienen.
2. In afwijking van [artikel 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.24&z=2010-11-17&g=2010-07-01) dient een ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt, een jaarrekening als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-07-01) of een financieel verslag als bedoeld in [artikel 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2010-11-17&g=2010-07-01) in, alsmede een bestuursverslag als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-07-01) dat betrekking heeft op het vierde jaar van de subsidie. Op het bestuursverslag is artikel 2.15, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-07-01) is niet van toepassing op een ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie, waarvan het verleende subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt.
#### § 6.3. Wijziging van andere regelingen
#### § 6.4. Slotbepalingen
## Bijlage Ia. , als bedoeld in [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.28&z=2010-11-17&g=2010-07-01) van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012 (inclusief musea en sectorinstituten)
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor instellingen die op grond van [artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4c) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw instelling dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid). Daarnaast bieden de gegevens van instellingen belangrijke beleidsinformatie m.b.t. ontwikkelingen in de sector.
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### Verantwoording voor instellingen met een vierjaarlijkse subsidie
De jaarlijkse verantwoording voor vierjaarlijkse instellingssubsidies bestaat uit twee onderdelen: de jaarrekening (inclusief prestatieverantwoording) en het bestuursverslag. Daarnaast voegt de accountant een aantal accountantsproducten toe.
### Jaarrekening
De jaarrekening, als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Rsc), omvat de volgende onderdelen:
### Bestuursverslag
Voorts bevat het bestuursverslag:
### Accountantsproducten
Bij de Rsc is in [bijlage IIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIa&z=2010-11-17&g=2010-07-01) het Controleprotocol Cultuursubsidies Instellingen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de accountantsverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden.
### Verantwoording voor instellingen met een jaarlijkse subsidie
Als u naast de jaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen in hoofdstuk 4 ‘verantwoording projectsubsidie’.
### Jaarlijkse subsidie OCW kleiner dan € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) kleiner is dan € 125.000, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling enkel een activiteitenverslag. Voor een toelichting op de inhoud van het activiteitenverslag: zie volgende paragraaf.
### Jaarlijkse subsidie OCW vanaf € 125.000
Als het van OCW ontvangen jaarlijkse subsidiebedrag (exclusief eventuele projectsubsidies) € 125.000 of meer bedraagt, dan voegt u bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende verantwoordingsstukken:
### Verantwoording projectsubsidie
Aandachtspunten:
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening, bestuursverslag of activiteitenverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
In beide gevallen geldt als voorwaarde dat de activiteiten van het project afzonderlijk herkenbaar moeten zijn.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
### Wetgeving en richtlijnen
[Artikel 2.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-07-01), van de Rsc, laat aan de minister ruimte om bepalingen van [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) of onderdelen daarvan buiten toepassing te verklaren op bepaalde instellingen of categorieën van instellingen. Op basis van deze bevoegdheid zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=1), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=10), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=14), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=15) en [16 van Boek 2 Titel 9 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=16) niet van toepassing op de jaarlijkse verantwoording. [Afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=7) is van toepassing met dien verstande dat het jaarverslag bij vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt vervangen door een bestuursverslag conform [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-07-01) van de Rsc.
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Vaste activa
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost Sponsoring onder de Langlopende schulden. Het is voor musea niet toegestaan collectieonderdelen te activeren.
### Vlottende activa
Alleen variabele voorbereidingslasten voor een activiteit (Onderhanden werk) die plaatsvindt in een op het verslagjaar volgend boekjaar, kunnen worden geactiveerd. Het is niet toegestaan personeelslasten en andere vaste lasten te activeren.
### Eigen vermogen
Over de bestemming van de, aan het einde van de betreffende subsidieperiode resterende middelen in het ‘Bestemmingsfonds OCW’, zal bij de vaststelling van de subsidie van de betreffende subsidieperiode een beslissing worden genomen.
### Aankoopfondsen (musea)
De aankoopfondsen krijgen een afzonderlijke vermelding en maken geen deel uit van het eigen vermogen.
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model IIA af te wijken behalve voor musea en sectorinstituten. Voor deze twee typen instellingen gelden specifieke varianten (model IIB, IIC en IID). Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Opzet voor model IIC (voor musea)
Voor de verdeling van baten en lasten over de museale functies gebruikt u verdeelsleutels. De controleerbaarheid ten aanzien van het gebruik van deze verdeelsleutels staat voorop. U formuleert uw eigen verdeelsleutels, beschrijft en onderbouwt ze in de jaarrekening en hanteert ze consistent over de jaren heen. Zoveel mogelijk kiest u voor objectieve gronden. Baten en lasten die niet zijn toe te rekenen aan de museale functies vermeldt u in de kolom **Algemeen Beheer**.
### Opzet voor model IID (voor sectorinstituten)
Voor de verdeling van baten en lasten over de vijf hoofdfuncties gebruikt u verdeelsleutels. De controleerbaarheid ten aanzien van het gebruik van deze verdeelsleutels staat voorop. U formuleert uw eigen verdeelsleutels, beschrijft en onderbouwt ze in de jaarrekening en hanteert ze consistent over de jaren heen.
### Begrotingskolom (model IIA en IIB)
Zorg ervoor dat cijfers in de kolom **Begroting** overeenstemmen met de meerjarenbegroting die de minister heeft goedgekeurd of in geval van andere dan trendmatige wijzigingen op die begroting, de meest recente begroting. In dat laatste geval geeft u een toelichting op de wijzigingen op de oorspronkelijke begroting.
### Baten
Onder **Bijdragen uit private middelen** vermeldt u alle bijdragen van private fondsen, alsook contributies, schenkingen, donaties of legaten en bijdragen van vriendenstichtingen. Van de bijdrage die u ontvangt van het VSB-fonds maakt u een afzonderlijke vermelding onder **Bijdragen van VSB-fonds**.
### Lasten
Onder de lasten maakt u onderscheid naar beheerslasten en activiteitenlasten.
### Toelichting op model IIC – definities van museale functies
Deze functies zijn onderverdeeld in zes taakgebieden. Hieronder treft u daarvan een korte omschrijving ten behoeve van de toerekening van baten en lasten in model IIC.
### Algemeen
Wanneer de resultaten in het boekjaar naar soort en omvang afwijken van uw planning (= kolom **Voorgenomen activiteiten**), voorziet u de verschillen van een toelichting. In het bestuursverslag geeft u een reflectie op het resultaat en ziet u vooruit naar de mogelijke consequenties voor toekomstige activiteiten.
### A. Podiumkunstinstellingen
(Toneelgezelschappen, dansgezelschappen, operagezelschappen en orkesten)
### E. Overige instellingen
Instellingen, zoals postacademiale en ontwikkelinstellingen, die niet tot een van de genoemde categorieën kunnen worden gerekend kunnen hun kwantitatieve gegevens verantwoorden onder categorie **E. Overige instellingen**. Voor zover niet in specifieke activiteitensoorten is voorzien voegt u deze toe onder **6. Anders, nl......**
### F. Sectorinstituten
Volg bij de kwantitatieve verantwoording van uw activiteiten de indeling volgens de eerder bij model IID genoemde vijf hoofdfuncties. Vermeld de specifieke activiteiten die binnen uw instituut worden verricht op de wijze zoals opgenomen in uw activiteitenplan of prestatieoverzicht. Vermeld indien mogelijk ook het bereik in termen van aantal bezoekers, gebruikers of deelnemers.
### G. Musea
Rapporteer de stand van zaken met betrekking tot de volgende onderwerpen uit het prestatieoverzicht: registratiegraad, registratiekwaliteit, collectieplan, veiligheidsplan en uw eigen prestatieafspraken.
## Bijlage Ib. , als bedoeld in [artikel 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=4.4&z=2010-11-17&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### Handboek verantwoording cultuursubsidies fondsen 2009–2012
Deze publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat op de websites www.rijksoverheid.nl, www.cultuursubsidie.nl en www.wetten.nl.
### Inleiding
Rapportage van de besteding van ontvangen projectsubsidies vindt bij voorkeur plaats door middel van uw reguliere jaarverantwoording. Voor rechtspersonen die op grond van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4a) en [4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904&artikel=4b) subsidie ontvangen geldt het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen.
### Doel van de verantwoording
De verantwoording van uw fonds dient om na te gaan of de subsidie is besteed aan het doel waarvoor deze is verstrekt. Ook wordt nagegaan of aan de eisen uit wetgeving is voldaan en of de subsidievoorwaarden zijn nageleefd (rechtmatigheid).
### Uitgangspunten voor de verantwoording
Uitgangspunten voor de verantwoording van de subsidie(s) zijn uw geaccordeerde prestatieoverzicht en meerjarenbegroting en de door de minister van OCW verleende subsidie(s).
### Onderdelen van de verantwoording
Als u naast de vierjaarlijkse instellingssubsidie een (of meer) projectsubsidie(s) heeft ontvangen, dan dient u tevens rekening te houden met de aanwijzingen bij **Verantwoording projectsubsidie**, hierna.
### De jaarrekening
De jaarrekening, als bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Rsc), omvat de volgende onderdelen:
### Bestuursverslag
Voorts bevat het bestuursverslag:
### Accountantsproducten
Bij de Rsc is in [bijlage IIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=IIb&z=2010-11-17&g=2010-07-01) het Controleprotocol Cultuursubsidies Fondsen opgenomen. Onderdeel van dit protocol is het verplichte model voor de accountantsverklaring. Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, voegt u dat bij uw jaarverantwoording. Het rapport van feitelijke bevindingen bij de prestatieverantwoording dient altijd opgemaakt en bijgevoegd te worden.
### Verantwoording projectsubsidie
Aandachtspunten:
### Projectsubsidie kleiner dan € 25.000
Als een projectsubsidie over de gehele looptijd kleiner is dan € 25.000 zal de minister de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 22 weken na afloop van de (in de beschikking tot subsidieverlening vermelde) datum waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk zijn afgerond. Dit betekent dat u geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen en over het project ook geen specifieke verantwoording of toelichting in uw jaarrekening of bestuursverslag hoeft op te nemen. De minister kan u echter verzoeken aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden.
### Projectsubsidie vanaf € 25.000 tot € 125.000
U kunt voor het project een afzonderlijk activiteitenverslag indienen, maar het is ook toegestaan deze op te nemen in het bestuursverslag van uw fonds onder voorwaarde dat de activiteiten van het project afzonderlijk herkenbaar zijn.
### Projectsubsidie vanaf € 125.000
Een afzonderlijke accountantsverklaring bij het project is in dit geval niet nodig.
### Wetgeving en richtlijnen
[Artikel 2.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.26&z=2010-11-17&g=2010-07-01), van de Rsc, laat aan de minister ruimte om bepalingen van [BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) of onderdelen daarvan buiten toepassing te verklaren op bepaalde instellingen of categorieën van instellingen. Op basis van deze bevoegdheid zijn de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=1), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=10), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=12), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=14), [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=15) en [16 van Boek 2 Titel 9 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=16) niet van toepassing op de jaarlijkse verantwoording. [Afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=7) is van toepassing met dien verstande dat het jaarverslag bij vierjaarlijkse instellingssubsidies wordt vervangen door een bestuursverslag conform [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-07-01) van de Rsc.
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model I af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.
### Vaste activa
U kunt activa verkregen uit sponsoring activeren. De daarvoor verkregen sponsoring neemt u, analoog aan de hierboven beschreven methode, op als subpost ‘Sponsoring’ onder de Langlopende schulden.
### Vlottende activa
Van OCW ontvangen subsidievoorschotten komen in mindering op de post ‘Vordering subsidie OCW’. Als toelichting daarbij meldt u het kenmerk van de subsidiebeschikkingen.
### Eigen vermogen
Aandachtspunten:
### Voorzieningen
Bij deze post staat het u vrij subposten te gebruiken naar eigen inzicht. Volg bij het treffen van voorzieningen de bepalingen in [artikel 374 BW 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=374) en tevens de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 252. Deze richtlijn geeft aan terughoudend te zijn in het treffen van voorzieningen, vooral waar het gaat om voorzieningen voor meer algemene bedrijfsrisico’s.
### Subsidieverplichtingen
Aandachtspunten:
### Nog te verlenen subsidies en Nog te realiseren beheerslasten
Zie voor deze posten de toelichting bij de post ‘Vordering subsidie OCW’ in de paragraaf ‘Vlottende activa’, hiervoor. In de toelichting wordt het verloop van deze posten aangegeven in relatie tot de gematchte bijdrage OCW in de exploitatierekening. Zie verder ook de toelichting bij de post ‘Subsidie OCW’ in de paragraaf ‘Toelichting op model II voor de functionele exploitatierekening’, hierna.
### Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Voorwaardelijke (subsidie)verplichtingen worden hier opgenomen (zie de toelichting in de paragraaf Subsidieverplichtingen, hiervoor), waaronder de verplichtingen aangegaan in het laatste jaar van de subsidieperiode met betrekking tot de jaren van de nieuwe subsidieperiode.
### Algemeen
Het is niet toegestaan van model II af te wijken. Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften. Aan de batenkant wordt onderscheid gemaakt tussen opbrengsten en subsidies/bijdragen. Onder die laatste categorie worden de subsidies van andere overheden en/of bijdragen van particulieren begrepen. Opbrengsten kunnen worden beschouwd als eigen inkomsten. De lasten worden onderscheiden naar beheerslasten (overhead) en activiteitenlasten. Voor een nadere uitleg van genoemde posten, zie hieronder.
### Begrotingskolom
Zorg ervoor dat cijfers in de kolom **Begroting** overeenstemmen met de meerjarenbegroting die de minister heeft goedgekeurd. Het kan voorkomen dat in de loop van de subsidieperiode substantiële wijzigingen in de jaarbegroting optreden ten opzichte van de meerjarenbegroting. In dat geval hanteert u de meest recente jaarbegroting als referentiepunt en licht u de belangrijkste afwijkingen van de door de minister goedgekeurde meerjarenbegroting toe. Kleine afwijkingen op de laatst goedgekeurde begroting als gevolg van inflatie behoeven niet te worden toegelicht. Voor een goed inzicht licht u de verschillen tussen uw begroting en de realisatie toe.
### Baten
Bij deze post wordt onderscheid gemaakt tussen Opbrengsten, Subsidies en Bijdragen. De Opbrengsten worden gesplitst naar Directe en Indirecte opbrengsten.
### Lasten
Aandachtspunt:
### Saldo bijzondere baten en lasten
Hier verantwoordt u baten en lasten uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die door hun aard, omvang of incidentele karakter apart moeten worden gepresenteerd en toegelicht (bijvoorbeeld boekwinst of -verlies bij afstoting van materiële vaste activa, vrijval van voorziening, lasten uit reorganisatie). Volg daarbij de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ 270).
## Bijlage IIa. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-07-01), van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van instellingen die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een jaarlijkse instellingssubsidie vanaf € 125.000, een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van de instelling een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van de instelling, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 1.2. Uitgangspunten
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
De instelling stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ia&z=2010-11-17&g=2010-07-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 5 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door de instelling worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. De instelling dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2.1. Balans
Indien de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
De accountant stelt integraal vast of de opgave van de instelling op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die de instelling niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Doelstelling
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Rapportage
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model accountantsverklaring bij de jaarrekening over een (vier) jaarlijkse instellingssubsidie
Aan: het bestuur van de Stichting .....
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende de jaarrekening**
Wij hebben de in dit rapport op pagina ... tot en met pagina ... opgenomenjaarrekening 20xx van de Stichting ..... te ..... bestaande uit de balans per 31 december 20xx en de exploitatierekening over 20xx met de toelichting gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag **(alleen van toepassing bij vierjarige instellingssubsidies)** beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen.Tevens is het bestuur van de stichting verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 20xx voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies instellingen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
* indien van toepassing
### 5. Model accountantsverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
Aan: **(naam opdrachtgever)**
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende het financieel verslag**
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor **(naam project)** van **(naam opdrachtgever**) te (**statutaire vestigingsplaats**) over (**tijdvak**) gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever**
**(Naam opdrachtgever)** is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Instellingen. Tevens is **(naam opdrachtgever**) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, zodanig dat dit geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies instellingen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### **Overige aspecten- beperking in het gebruik (en verspreidingskring)**
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
## Bijlage IIb. , als bedoeld in [artikel 2.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.27&z=2010-11-17&g=2010-07-01), van de regeling op het specifiek cultuurbeleid
### 1.1. Doelstelling
Dit controleprotocol heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording (jaarrekening of financieel verslag) van de cultuurfondsen (hierna te noemen ‘fonds’) die krachtens de [Wet op het specifiek cultuurbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005904) een vierjaarlijkse instellingssubsidie of een projectsubsidie vanaf € 125.000 ontvangen. De Minister van OCW verlangt van de accountant van het fonds een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de financiële verantwoording. Daarnaast verlangt de Minister dat de werkzaamheden van de accountant zich uitstrekken tot de prestatieverantwoording van het fonds, die onderdeel is van de jaarrekening. Het controleprotocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd. Het controleprotocol is als bijlage opgenomen bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 1.2. Uitgangspunten
Dit controleprotocol is opgesteld met de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007) als basis en wordt afgestemd met de werkgroep COPRO van het NIVRA.
### 1.3. Accountantsproducten
Het fonds stuurt het rapport van feitelijke bevindingen en het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven accountantsverklaring, naar OCW. Daarbij kan worden aangegeven hoe het bestuur heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.
### 1.4. Procedure controleprotocol
Dit controleprotocol geldt voor de cultuursubsidies vanaf 2009 en zal tot en met het verantwoordingsjaar 2012 of tot nader order van toepassing zijn. Het controleprotocol is afgestemd met vertegenwoordigers uit het gesubsidieerde cultuurveld.
### 1.5. Wet- en regelgeving
In deze subsidierelatie is verder de volgende algemene regelgeving van toepassing:
### 1.6. Procedure ontoereikende accountantscontrole
Deze procedureregeling beschrijft de maatregelen vanuit OCW in het geval uit een onderzoek als bedoeld in [artikel 43a van de Comptabiliteitswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013891&artikel=43a) tekortkomingen in de accountantscontrole blijken. De tekst van de procedureregeling is te vinden via cfi.nl/public/controleprotocol.
### 2.1.1. De jaarlijkse verantwoording
De jaarrekening omvat de balans en de exploitatierekening met de daarbij behorende toelichtingen, alsmede de prestatieverantwoording. Het bestuursverslag, de jaarrekening en het activiteitenverslag voldoen aan de eisen genoemd in [bijlage 1B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&bijlage=Ib&z=2010-11-17&g=2010-07-01) bij de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
### 2.1.2. Referentiekader
Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek ([Boek 2 Titel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9)), de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 3 van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.
### 2.1.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een betrouwbaarheid van 95 procent de uitspraak kan doen dat in de financiële verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties.
### 2.1.4. Omgaan met fouten (foutdefinities)
Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid van de baten en de lasten. Geconstateerde fouten die wel invloed hebben, moeten voor zover mogelijk door het fonds worden gecorrigeerd. Het betreft hier fouten als gevolg van onrechtmatige besteding van de subsidie. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de financiële rechtmatigheid gelden de toleranties die in het schema staan. Het fonds dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1 % van de totale subsidie van OCW, die niet zijn gecorrigeerd, in het rapport van bevindingen. Hij vermeldt daarbij de aard en de omvang van de geconstateerde fouten. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de financiële rechtmatigheid betreft. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.
### 2.2.1. Balans
De accountant stelt vast dat een aan het eind van een jaar nog niet besteed deel van een projectsubsidie op de balans is opgenomen als vooruit ontvangen subsidie, zoals aangegeven in RJ 221 ‘onderhanden projecten in opdracht van derden’, met name 221.304. Indien de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### 2.2.2. Exploitatierekening
De accountant stelt integraal vast of de opgave van het fonds op grond van de [Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019562) (WOPT) juist en volledig is. De accountant neemt geconstateerde fouten op in zijn rapport van bevindingen. In aanvulling hierop neemt de accountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.
### 2.3. Het bestuursverslag
De accountant stelt vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en alle elementen bevat die zijn voorgeschreven in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027597&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.15&z=2010-11-17&g=2010-07-01) van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en in hoofdstuk 2, onder ‘bestuursverslag’ van het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen 2009–2012. Als de accountant tekortkomingen constateert die het fonds niet herstelt, neemt hij dit op in zijn rapport van bevindingen.
### Doelstelling
Ordelijk wil zeggen opgezet in overeenstemming met de in de administratieve organisatie en interne controle vastgelegde procedures en functionerend in overeenstemming daarmee. Controleerbaar wil zeggen dat de beschikbare informatie de controlerende instanties van een organisatie in staat stelt om de besluitvorming en de administratieve verwerking hiervan te beoordelen en op werking te toetsen. Deugdelijk betreft de mate waarin de totstandkoming voldoet aan de daaraan te stellen technische en systeemgerichte eisen.
### Uit te voeren specifieke werkzaamheden
Het behoort niet tot de taak van de accountant om de prestatiegegevens opnieuw te meten en te onderzoeken, om daarmee ook een uitspraak te doen over de uitkomsten van het proces. Het beoordelen van deze uitkomsten vormt geen onderdeel van de taak van de accountant.
### Rapportage
De accountant meldt zijn onderzoeksbevindingen in een rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in COS 4400.
### 4. Model accountantsverklaring bij de jaarrekening over een vierjaarlijkse instellingssubsidie
Aan: het bestuur van de Stichting .....
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende de jaarrekening**
Wij hebben de in dit rapport op pagina ... tot en met pagina ... opgenomenjaarrekening 20xx van de Stichting ..... te ..... bestaande uit de balans per 31 december 20xx en de exploitatierekening over 20xx met de toelichting gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van het bestuur**
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuursverslag beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen.Tevens is het bestuur van de stichting verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### **Oordeel**
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 20xx voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies fondsen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
* indien van toepassing
### 5. Model accountantsverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie
Aan: **(naam opdrachtgever)**
### **Accountantsverklaring**
**Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap**
### **Verklaring betreffende het financieel verslag**
Wij hebben het bijgevoegde financieel verslag over de besteding van de projectsubsidie voor **(naam project)** van **(naam opdrachtgever**) te (**statutaire vestigingsplaats**) over (**tijdvak**) gecontroleerd.
### **Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever**
**(Naam opdrachtgever)** is verantwoordelijk voor het opmaken van het financieel verslag dat de baten en lasten van het project getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het activiteitenverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Cultuursubsidies Fondsen. Tevens is **(naam opdrachtgever**) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verslag verantwoorde baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in het financieel verslag van baten en lasten, zodanig dat dit geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
### **Verantwoordelijkheid van de accountant**
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
### Oordeel
Voorts zijn wij van oordeel dat de in dit financieel verslag verantwoorde baten en lasten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol cultuursubsidies fondsen zijn vermeld.
### **Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties**
Verder melden wij dat het activiteitenverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met het financieel verslag.
### **Overige aspecten- beperking in het gebruik (en verspreidingskring)**
Naam externe accountant en ondertekening met die naam
Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2010-07-01
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 2009, 2, 125 y 158 más
2010-04-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid — arts. 1, 2, 2 y 18 más
2010-04-29
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
original version
Tekst op deze datum