Wijzigingsgeschiedenis

Wet ziekteverzekering BES

14 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet ziekteverzekering BES — art. 4
2025-07-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 4, 4, 4 y 3 más
2025-01-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 12, 15
2021-01-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 12, 15
2020-01-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 12, 15
2019-01-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 12, 15
2018-01-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 8, 12, 15
2017-10-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 8, 12, 15
2016-01-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 8, 12, 15
2015-01-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 8, 12, 15

Wijzigingen op 2015-01-01

@@ -100,7 +100,7 @@
##### Artikel 5
1. De werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, heeft recht op een uitkering in geld, ziekengeld genaamd, met ingang van de derde dag na die van de ziekmelding. Niettemin wordt over de dag van de ziekmelding en de twee daarop volgende dagen ziekengeld uitgekeerd, indien naar het oordeel van de behandelende geneeskundige de ziekte opneming in een ziekeninrichting noodzakelijk maakt. Het ziekengeld wordt over de bedoelde drie dagen eveneens uitgekeerd, indien de duur van de ziekte als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak langer dan drie dagen bedraagt, ook wanneer geen opneming in een ziekeninrichting noodzakelijk is geweest. Ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt dit recht twee jaar nadien, indien het betreft een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd, ongeacht het voortduren van de arbeidsovereenkomst. Voor een arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd vervalt dit recht na verloop van de periode waarvoor zij is aangegaan maar uiterlijk twee jaren na de dag van de ziektemelding wegens eenzelfde ziekteoorzaak. Indien een overeenkomst voor bepaalde tijd verlengd wordt, is het bepaalde met betrekking tot arbeidsovereenkomsten aangegaan voor onbepaalde tijd van toepassing. In geval van zwangerschap wordt de vrouwelijke arbeider geacht gedurende de duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in [artikel 1614ca van het Burgerlijk Wetboek BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028752&artikel=1614ca), arbeidsongeschikt te zijn.
1. De werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, heeft recht op een uitkering in geld, ziekengeld genaamd, met ingang van de derde dag na die van de ziekmelding. Niettemin wordt over de dag van de ziekmelding en de twee daarop volgende dagen ziekengeld uitgekeerd, indien naar het oordeel van de behandelende geneeskundige de ziekte opneming in een ziekeninrichting noodzakelijk maakt. Het ziekengeld wordt over de bedoelde drie dagen eveneens uitgekeerd, indien de duur van de ziekte als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak langer dan drie dagen bedraagt, ook wanneer geen opneming in een ziekeninrichting noodzakelijk is geweest. Ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt dit recht bij onafgebroken arbeidsongeschiktheid twee jaar nadien, indien het betreft een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd, ongeacht het voortduren van de arbeidsovereenkomst. Voor een arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd vervalt dit recht na verloop van de periode waarvoor zij is aangegaan maar uiterlijk twee jaren na de dag van de ziektemelding wegens eenzelfde ziekteoorzaak en onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende deze periode. Indien een overeenkomst voor bepaalde tijd verlengd wordt, is het bepaalde met betrekking tot arbeidsovereenkomsten aangegaan voor onbepaalde tijd van toepassing. In geval van zwangerschap wordt de vrouwelijke arbeider geacht gedurende de duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in [artikel 1614ca van het Burgerlijk Wetboek BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028752&artikel=1614ca), arbeidsongeschikt te zijn. Voor het bepalen van de onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende een periode worden tijdvakken van ongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
2. Het ziekengeld bedraagt per dag 80% van het loon per dag van de werknemer. Voor zover het loon per dag meer heeft bedragen dan een door Onze Minister vastgesteld bedrag blijft het bij de toepassing van de eerste zin buiten aanmerking.
@@ -188,11 +188,11 @@
8. De premie komt ten gunste van het Rijk.
9. Ten laste van het Rijk komen de door Onze Minister verstrekte uitkeringen, bedoeld in de [artikelen 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=5&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en alle kosten verbonden aan de uitvoering van deze wet.
9. Ten laste van het Rijk komen de door Onze Minister verstrekte uitkeringen, bedoeld in de [artikelen 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=5&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en alle kosten verbonden aan de uitvoering van deze wet.
##### Artikel 8a
Voor zover op grond van deze wet niet anders is bepaald is ten aanzien van de premieheffing en invordering op grond van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8&z=2013-07-01&g=2013-07-01) en de invordering daarvan [hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&hoofdstuk=VIII) van overeenkomstige toepassing.
Voor zover op grond van deze wet niet anders is bepaald is ten aanzien van de premieheffing en invordering op grond van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01) en de invordering daarvan [hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029244&hoofdstuk=VIII) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8b
@@ -286,7 +286,7 @@
1. Onze Minister is belast met de uitvoering van deze wet, met dien verstande, dat de heffing van de premie geschiedt door de inspecteur en de invordering daarvan door de ontvanger.
2. Een ieder is verplicht ten behoeve van de uitvoering op verzoek aan Onze Minister inlichtingen te verstrekken, desverlangd schriftelijk. De door Onze Minister verlangde inlichtingen moeten binnen een door Onze Minister te stellen termijn worden verstrekt. De verzekerde is verplicht uit eigen beweging aan Onze Minister inlichtingen te verstrekken waarvan de verzekerde redelijkerwijs kan vermoeden dat deze aanleiding kunnen geven tot verlies of beëindiging van het recht op uitkering op grond van [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=3&z=2013-07-01&g=2013-07-01). Ook is een ieder verplicht de door Onze Minister gegeven aanwijzingen ten behoeve van de uitvoering van deze wet op te volgen.
2. Een ieder is verplicht ten behoeve van de uitvoering op verzoek aan Onze Minister inlichtingen te verstrekken, desverlangd schriftelijk. De door Onze Minister verlangde inlichtingen moeten binnen een door Onze Minister te stellen termijn worden verstrekt. De verzekerde is verplicht uit eigen beweging aan Onze Minister inlichtingen te verstrekken waarvan de verzekerde redelijkerwijs kan vermoeden dat deze aanleiding kunnen geven tot verlies of beëindiging van het recht op uitkering op grond van [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=3&z=2015-01-01&g=2015-01-01). Ook is een ieder verplicht de door Onze Minister gegeven aanwijzingen ten behoeve van de uitvoering van deze wet op te volgen.
3. Bij niet naleving van de in tweede lid opgelegde verplichtingen door de verzekerde is Onze Minister bevoegd de te verstrekken tegemoetkomingen en vergoedingen op te schorten.
@@ -328,9 +328,9 @@
##### Artikel 14a
1. Op overtreding van [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=11&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de [artikelen 5, zesde lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=5&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [6, eerste lid, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=6&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [8h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8h&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [8i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8i&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=12&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en krachtens [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=13&z=2013-07-01&g=2013-07-01) wordt een boete geheven van de tweede categorie.
2. Onder het niet voldoen aan de verplichtingen, genoemd in [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=12&z=2013-07-01&g=2013-07-01), wordt mede verstaan het verstrekken van onjuiste inlichtingen.
1. Op overtreding van [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=11&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de [artikelen 5, zesde lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=5&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [6, eerste lid, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [8h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8h&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [8i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8i&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en krachtens [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=13&z=2015-01-01&g=2015-01-01) wordt een boete geheven van de tweede categorie.
2. Onder het niet voldoen aan de verplichtingen, genoemd in [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01), wordt mede verstaan het verstrekken van onjuiste inlichtingen.
3. Indien er sprake is van herhaling van eenzelfde overtreding binnen twee jaar wordt het maximum van de boetes, genoemd in het eerste lid, verdubbeld.
@@ -340,9 +340,9 @@
##### Artikel 15
1. Overtreding van [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=11&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de [artikelen 5, zesde lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=5&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [6, eerste lid, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=6&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [8h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8h&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [8i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8i&z=2013-07-01&g=2013-07-01), [12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=12&z=2013-07-01&g=2013-07-01), en op grond van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=13&z=2013-07-01&g=2013-07-01) wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de derde categorie.
2. Het opzettelijk, mondeling of schriftelijk verstrekken of doen verstrekken van inlichtingen als bedoeld in [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=12&z=2013-07-01&g=2013-07-01), die onjuist zijn alsmede het afleggen van een valse verklaring aan Onze Minister, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.
1. Overtreding van [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=11&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de [artikelen 5, zesde lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=5&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [6, eerste lid, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=6&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [8h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8h&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [8i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=8i&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en op grond van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=13&z=2015-01-01&g=2015-01-01) wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de derde categorie.
2. Het opzettelijk, mondeling of schriftelijk verstrekken of doen verstrekken van inlichtingen als bedoeld in [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028728&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01), die onjuist zijn alsmede het afleggen van een valse verklaring aan Onze Minister, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.
3. Het opzettelijk door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding bewegen van een werknemer om geen gebruik te maken van een hem op grond van deze wet toekomend recht wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie
2013-07-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 8, 12, 15
2012-01-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 8, 12, 15
2011-01-01
Wet ziekteverzekering BES — arts. 1, 1, 1 y 29 más
2010-10-10
Wet ziekteverzekering BES
original version Tekst op deze datum