Wet van 16 december 2010 houdende vaststelling van de Wet Belastingwet BES (Belastingwet BES)
Paragraaf 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische uitwisseling van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard
Paragraaf 5. Begrenzing van door de BES eilanden te verlenen bijstand
Paragraaf 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische uitwisseling van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard
Afdeling 3. Bijstand bij invordering
Titel 1. Algemene bepalingen
Titel 2. Identificatieverplichtingen
Titel 3. De uitwisseling van informatie
Hoofdstuk X. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 8.6a. Mededelingsplicht
In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kunnen belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen worden gehouden de inspecteur eigener beweging mededeling te doen van onjuistheden of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen die hun bekend zijn of zijn geworden.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het uiterste tijdstip en de wijze waarop de mededeling gedaan moet worden.
Bij algemene maatregel van bestuur kan het niet nakomen van de verplichting worden aangemerkt als een overtreding. Indien het niet nakomen van de verplichting is te wijten aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige, onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de verplichting niet is of zou zijn geheven.
Afdeling 3. Toekenning van bevoegdheden
Afdeling 4. Geheimhouding
Titel 4. Bestuurlijke boeten
Afdeling 1. Verzuim- en vergrijpboeten
Artikel 8.24b. Vergrijp niet, onjuist of onvolledig doen van aangifte
Indien het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige is te wijten dat met betrekking tot een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven, de aangifte niet, dan wel onjuist of onvolledig is gedaan, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem, gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag, een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van de in het tweede lid omschreven grondslag voor die bestuurlijke boete.
De grondslag voor de bestuurlijke boete wordt, voor zover een bedrag als gevolg van de opzet of grove schuld van de belastingplichtige niet is of zou zijn geheven, gevormd door:
- a. het bedrag van de aanslag; of
- b. indien verliezen ten onrechte in aanmerking zijn of worden genomen: het bedrag waarop de aanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met die verliezen.
Indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen en als gevolg daarvan geen aanslag kan worden vastgesteld, kan de inspecteur de bestuurlijke boete niettemin opleggen. De bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld zou zijn ontstaan indien geen verliezen in aanmerking zouden zijn genomen.
Afdeling 2. Voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
Titel 5. De invordering van bes belastingen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 3. Invordering in tweede aanleg
Afdeling 4. Bijzondere bepalingen voor de invordering
Paragraaf 1. Verhaalsrechten
Paragraaf 2. Uitstel van betaling en kwijtschelding
Paragraaf 3. Verrekening en verjaring
Afdeling 5. Aansprakelijkheid
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. Aansprakelijkheidsbepalingen
Titel 6. Bepalingen van strafrecht en strafvordering
Titel 7. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing en invordering
Artikel 8.83a. Meldingsplicht vastgoedbelasting
Voor de bepaling van de verschuldigde vastgoedbelasting is eenieder die:
- a. op enig moment van een onroerende zaak het genot verkrijgt krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verplicht binnen vier maanden na die verkrijging daarvan melding te doen bij de inspecteur;
- b. van een onroerende zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft, ter zake waarvan zich wijzigingen als bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, hebben voorgedaan, verplicht binnen vier maanden nadat die wijzigingen zich hebben voorgedaan hiervan melding te doen bij de inspecteur;
- c. bij het begin van een kalenderjaar van een onroerende zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft en binnen een jaar na afloop van dat kalenderjaar geen aanslag heeft ontvangen, verplicht hiervan melding te doen bij de inspecteur binnen vier maanden na afloop van dat jaar.
Ingeval meerdere personen of lichamen van een onroerende zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht hebben kan een van hen als vertegenwoordiger de meldingen doen.
De meldingen bevatten in ieder geval de volgende informatie:
- a. de naam, het adres en, indien personen of lichamen die het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de onroerende zaak hebben op de BES eilanden wonen, onderscheidenlijk zijn gevestigd, een al dan niet fiscaal identificatienummer van die personen, onderscheidenlijk lichamen;
- b. de datum waarop het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de onroerende zaak aanvangt;
- c. krachtens welk recht er het genot van de onroerende zaak is;
- d. het adres van de onroerende zaak; en
- e. een indicatieve waarde van de onroerende zaak, dan wel een indicatie van de wijziging van de waarde die zich die zich als gevolg van een wijziging van de onroerende zaak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft voorgedaan.
Ingeval de aanslag niet of tot een te laag bedrag is vastgesteld omdat niet tijdig is voldaan aan de meldingsplicht, kan de inspecteur gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag een bestuurlijke boete van ten hoogste 100 percent van het bedrag van de aanslag opleggen.
Artikel 8.87a. Indienen jaarrekening
Elk op de BES eilanden gevestigd lichaam is gehouden jaarlijks binnen negen maanden na afloop van het boekjaar een door de bestuurder van het lichaam gewaarmerkt afschrift van de jaarrekening, bestaande uit een balans, winst- en verliesrekening en toelichting op deze stukken, bij de inspecteur in te dienen. De eerste zin is eveneens van toepassing op een lichaam dat op grond van artikel 5.2 geacht wordt in Nederland te zijn gevestigd, alsmede op een lichaam dat niet op de BES eilanden is gevestigd en een onderneming drijft met behulp van een op de BES eilanden aanwezige vaste inrichting of met behulp van een op de BES eilanden woonachtige of gevestigde vaste vertegenwoordiger.
De jaarrekening wordt opgesteld volgens de bepalingen van artikel 15 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES, dan wel volgens soortgelijke buitenlandse regelingen. Onze Minister kan nadere regels geven voor de opstelling van de jaarrekening.
De inspecteur reikt tegen ontvangst van de jaarrekening een ontvangstbewijs uit.
De inspecteur kan onder door hem te stellen voorwaarden uitstel voor het indienen van de jaarrekening verlenen.
Titel 8. Rechtspleging
Afdeling 1. Bezwaar
Afdeling 2. Raad van beroep voor belastingzaken
Afdeling 3. Beroep
Afdeling 3a. Hoger beroep
Afdeling 4. Beroep op een ander college
Titel 9. Bepalingen van internationaal recht
Afdeling 1. Voorkoming van dubbele belasting
Paragraaf 3. Notificatie van stukken
Paragraaf 4. Onderzoek in het kader van te verlenen bijstand
Paragraaf 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische uitwisseling van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard
Paragraaf 5. Begrenzing van door de BES eilanden te verlenen bijstand
Paragraaf 6. Geheimhouding; gebruik van inlichtingen
Afdeling 3. Bijstand bij invordering
Hoofdstuk IX. Spaartegoeden
Titel 1. Algemene bepalingen
Titel 2. Identificatieverplichtingen
Titel 3. De uitwisseling van informatie
Hoofdstuk X. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7b.9. Transitieregels termijnen bij een verslagjaar dat eindigt vóór 31 maart 2025
Indien het overgangsjaar eindigt vóór 31 december 2024 of het verslagjaar eindigt vóór 31 maart 2025:
- a. worden, in afwijking van artikel 13.1, zevende lid, van de Wet minimumbelasting 2024 en artikel 7b.8, derde lid, de bijheffing-informatieaangifte en de kennisgeving met betrekking tot dat overgangsjaar of verslagjaar vóór 30 juni 2026 ingediend.
- b. verstrijkt de termijn voor het doen van aangifte, in afwijking van artikel 8.5, tweede lid, eerste zin, artikel 7b.2, tweede lid en artikel 7b.8, eerste lid, niet eerder dan 1 september 2026.
- c. is de belastingplichtige, in afwijking van artikel 8.11, eerste lid, artikel 7b.2, derde lid, en artikel 7b.8, tweede lid, gehouden vóór 1 september 2026 de belasting over dat overgangsjaar of verslagjaar overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen.
- d. vervalt de bevoegdheid tot naheffing, in afwijking van artikel 8.12, vierde lid, en artikel 7b.2, eerste en tweede lid, op 1 augustus 2031.
- e. vervalt de inlichtingenverplichting, bedoeld in artikel 7b.4, eerste lid, in afwijking van artikel 7b.4, derde en vierde lid, op 1 augustus 2031.
- f. vervalt, in afwijking van artikel 8.23, eerste lid, en artikel 7b.5, derde en vierde lid, de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van die artikelen op 1 augustus 2031.
- g. vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een vergrijpboete, bedoeld in artikel 7b.6, eerste lid, in afwijking van artikel 7b.6, derde en vierde lid, op 1 augustus 2031.
Hoofdstuk VIII. Formeel belastingrecht en invordering van bes belastingen
Titel 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Heffing bij wege van aanslag
Titel 3. Bijzondere bepalingen voor de belastingheffing
Afdeling 1. Vertegenwoordiging
Afdeling 2. Domiciliekeuze
Afdeling 3. Toekenning van bevoegdheden
Afdeling 4. Geheimhouding
Titel 4. Bestuurlijke boeten
Afdeling 1. Verzuim- en vergrijpboeten
Afdeling 2. Voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
Titel 5. De invordering van bes belastingen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 3. Invordering in tweede aanleg
Afdeling 4. Bijzondere bepalingen voor de invordering
Paragraaf 3. Verrekening en verjaring
Afdeling 5. Aansprakelijkheid
Paragraaf 2. Aansprakelijkheidsbepalingen
Titel 7. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing en invordering
Titel 8. Rechtspleging
Afdeling 1. Bezwaar
Afdeling 3. Beroep
Titel 9. Bepalingen van internationaal recht
Afdeling 2. Internationale bijstandsverlening
Paragraaf 2. Vormen van door de BES eilanden te verlenen bijstand
Paragraaf 3. Notificatie van stukken
Paragraaf 4. Onderzoek in het kader van te verlenen bijstand
Paragraaf 5. Begrenzing van door de BES eilanden te verlenen bijstand
Paragraaf 6. Geheimhouding; gebruik van inlichtingen
Afdeling 3. Bijstand bij invordering
Hoofdstuk IX. Spaartegoeden
Titel 1. Algemene bepalingen
Titel 2. Identificatieverplichtingen
Titel 3. De uitwisseling van informatie
Hoofdstuk X. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)