Wet van 1 november 2012, houdende nieuwe regels omtrent aanbestedingen (Aanbestedingswet 2012)

Type Wet
Publication 2026-04-30
Laatst bijgewerkt 2026-05-01
State In force
Source BWB
artikelen 590
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

Artikel 2.74a is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in het tweede lid van dat artikel bepaalde termijn bij een overheidsopdracht binnen het dynamisch aankoopsysteem tien dagen bedraagt.

5.

De aanbestedende dienst kan de overheidsopdracht gunnen aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend op grond van de gunningscriteria die zijn vermeld in de aankondiging van de overheidsopdracht waarbij het dynamische aankoopsysteem wordt ingesteld. Deze criteria kunnen gepreciseerd worden in de uitnodiging, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.149
1.

De aanbestedende dienst informeert de Europese Commissie over:

  • a. wijziging van de looptijd van een dynamisch aankoopsysteem met gebruikmaking van het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier waarmee de aankondiging met betrekking tot de instelling van het dynamisch aankoopsysteem is gedaan;
  • b. de beëindiging van een dynamisch aankoopsysteem met gebruikmaking van het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier voor een aankondiging van de gegunde overheidsopdracht.
2.

De aanbestedende dienst die gebruik maakt van een dynamisch aankoopsysteem, brengt aan de betrokken ondernemers geen kosten in rekening.

Afdeling 2.4.3. Bijzondere voorschriften betreffende de bouw van een complex sociale woningen

Artikel 2.150

Vervallen

Afdeling 2.4.4. Bijzondere voorschriften voor concessieovereenkomsten voor openbare werken

Artikel 2.151

Vervallen

Artikel 2.152

Vervallen

Artikel 2.153

Vervallen

Artikel 2.154

Vervallen

Artikel 2.155

Vervallen

Artikel 2.156

Vervallen

Afdeling 2.4.5. Voorschriften betreffende de procedure van een prijsvraag

Artikel 2.157

Een aanbestedende dienst stelt de voorschriften met betrekking tot een prijsvraag vast overeenkomstig deze afdeling en stelt deze voorschriften ter beschikking aan belangstellende ondernemers.

Artikel 2.158
1.

De aanbestedende dienst die een prijsvraag wil uitschrijven, maakt zijn voornemen hiertoe bekend in een aankondiging van een prijsvraag met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

De aanbestedende dienst maakt voor de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, gebruik van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld op het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

Indien de aanbestedende dienst voornemens is een vervolgopdracht voor diensten te gunnen met toepassing van artikel 2.34 vermeldt de aanbestedende dienst dit in de aankondiging van de prijsvraag.

Artikel 2.159
1.

Bij een prijsvraag met een beperkt aantal deelnemers stelt de aanbestedende dienst duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast.

2.

De aanbestedende dienst waarborgt dat in alle gevallen met het aantal kandidaten dat wordt uitgenodigd om aan de prijsvraag deel te nemen een daadwerkelijke mededinging wordt gewaarborgd.

Artikel 2.160
1.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat de jury bestaat uit natuurlijke personen die onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag.

2.

Een aanbestedende dienst die van de deelnemers aan een prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie eist, waarborgt dat ten minste een derde van de juryleden dezelfde kwalificatie of een gelijkwaardige kwalificatie heeft.

Artikel 2.161
1.

De jury is onafhankelijk.

2.

De jury onderzoekt de projecten op basis van door de gegadigden anoniem voorgelegde ontwerpen en op grond van de criteria die in de aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld.

3.

De jury stelt een door haar leden ondertekend verslag op met de door haar op basis van de merites van elk project vastgestelde rangorde van de projecten, vergezeld van haar opmerkingen en eventuele punten die verduidelijking behoeven.

4.

De jury eerbiedigt de anonimiteit van gegadigden totdat het oordeel van de jury bekend is gemaakt.

5.

De jury kan gegadigden zo nodig uitnodigen om door de jury in haar notulen vermelde vragen te beantwoorden teneinde duidelijkheid te verschaffen omtrent bepaalde aspecten van de projecten.

6.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat van de dialoog tussen de leden van de jury en de gegadigden volledige notulen worden opgesteld.

Artikel 2.162

De jury neemt na afloop van de voor het indienen van plannen en ontwerpen gestelde termijn kennis van de inhoud daarvan.

Artikel 2.163
1.

De aanbestedende dienst die een prijsvraag heeft uitgeschreven maakt een aankondiging betreffende de resultaten van de prijsvraag bekend met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

Indien openbaarmaking van de gegevens over de uitslag van de prijsvraag de toepassing van de wet in de weg zou staan, met het openbaar belang in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen van een onderneming zou kunnen schaden of afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen dienstverleners zou kunnen doen, behoeft de aanbestedende dienst deze gegevens niet mee te delen.

3.

Artikel 2.64 is van toepassing op de aankondiging, bedoeld in het eerste lid.

Deel 3. Speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor speciale-sectoropdrachten

Hoofdstuk 3.1. Reikwijdte

Afdeling 3.1.1. Toepassingsgebied

Artikel 3.1
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op:

  • a. het beschikbaar stellen of exploiteren van vaste netten, bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van gas of warmte;
  • b. de gas- of warmtetoevoer naar netten als bedoeld in onderdeel a.
2.

De toevoer van gas of warmte naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf dan wel een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien:

  • a. de productie van gas of warmte door het in de aanhef bedoelde overheidsbedrijf, bedrijf of de instelling het onvermijdelijke resultaat is van de uitoefening van een andere activiteit dan een activiteit als bedoeld in het eerste lid of in de artikelen 3.2, 3.3, 3.4, 3.5 of 3.6, en
  • b. de toevoer naar het voor openbare dienstverlening bestemde net tot doel heeft deze productie op economisch verantwoorde wijze te exploiteren en niet meer bedraagt dan 20% van de omzet van het in de aanhef bedoelde overheidsbedrijf, bedrijf of instelling, berekend over het gemiddelde van de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.
Artikel 3.2
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op:

  • a. het beschikbaar stellen of exploiteren van vaste netten, bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van elektriciteit;
  • b. de elektriciteitstoevoer naar netten als bedoeld in onderdeel a.
2.

De toevoer van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf dan wel een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien:

  • a. de productie van elektriciteit door het in de aanhef bedoelde overheidsbedrijf, bedrijf of instelling geschiedt omdat het verbruik van die elektriciteit noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan een activiteit als bedoeld in het eerste lid, of in de artikelen 3.1, 3.3, 3.4, 3.5 of 3.6, en
  • b. de toevoer naar het voor openbare dienstverlening bestemde net uitsluitend van het eigen verbruik van het betrokken bedrijf of de betrokken instelling afhangt en niet meer bedraagt dan 30% van de totale energieproductie van het bedrijf of de instelling, berekend over het gemiddelde van de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.
Artikel 3.3
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op:

  • a. het beschikbaar stellen of exploiteren van vaste netten, bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van drinkwater;
  • b. de drinkwatertoevoer naar netten als bedoeld in onderdeel a.
2.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is tevens van toepassing op opdrachten of prijsvragen die worden geplaatst onderscheidenlijk uitgeschreven door een speciale-sectorbedrijf dat een activiteit als bedoeld in het eerste lid uitoefent en die verband houden met:

  • a. waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage, indien de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan 20 % van de totale hoeveelheid water die door middel van deze projecten, bevloeiing of drainage beschikbaar komt of
  • b. met de afvoer of behandeling van afvalwater.
3.

De toevoer van drinkwater naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf dan wel een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling bij bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien:

  • a. de productie van drinkwater door het in de aanhef bedoelde overheidsbedrijf, bedrijf of de instelling geschiedt omdat het verbruik van dat drinkwater noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, 3.4, 3.5 of 3.6 en
  • b. de toevoer naar het voor openbare dienstverlening bestemde net uitsluitend van het eigen verbruik van het betrokken bedrijf of de betrokken instelling afhangt en niet meer bedraagt dan 30% van de totale drinkwaterproductie van het bedrijf of de instelling, berekend over het gemiddelde van de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.
Artikel 3.4

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op het beschikbaar stellen of exploiteren van netten, bestemd voor de openbare dienstverlening op het gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus, autobus of kabel onder door of vanwege de staat, een provincie of een gemeente gestelde voorwaarden.

Artikel 3.5
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op het aanbieden van postdiensten.

2.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is tevens van toepassing op:

  • a. beheer van postdiensten; of
  • b. diensten die betrekking hebben op zendingen van stukken die niet kunnen worden aangemerkt als postzendingen,

indien dit beheer of deze diensten worden aangeboden door een speciale-sectorbedrijf dat postdiensten aanbiedt.

Artikel 3.6

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op activiteiten met betrekking tot de exploitatie van een geografisch gebied met het doel aan lucht-, zee- of riviervervoerders luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere aanlandingsfaciliteiten beschikbaar te stellen.

Artikel 3.7

Vervallen

Afdeling 3.1.2. Toepassingsbereik

Artikel 3.8

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten waarvan de geraamde waarde, exclusief omzetbelasting, gelijk is aan of hoger is dan:

  • a. het bedrag, genoemd in artikel 15, onderdeel b, van richtlijn 2014/25/EU voor speciale-sectoropdrachten voor werken;
  • b. het bedrag, genoemd in artikel 15, onderdeel a, van richtlijn 2014/25/EU voor speciale-sectoropdrachten voor leveringen en voor diensten.
Artikel 3.9

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op door speciale-sectorbedrijven uit te schrijven prijsvragen voor diensten waarvan de geraamde waarde van de opdracht of het totale bedrag aan prijzengeld en betalingen aan deelnemers gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 15, onderdeel a, van richtlijn 2014/25/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 3.10
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan leveringen of diensten inkopen van een aankoopcentrale mits de aankoopcentrale het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet voor speciale-sectorbedrijven met betrekking tot die opdracht naleeft.

2.

Een speciale-sectorbedrijf kan werken, leveringen of diensten verkrijgen:

  • a. via een speciale-sectoropdracht die door een aankoopcentrale wordt gegund,
  • b. door gebruik te maken van een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem of
  • c. door gebruik te maken van een raamovereenkomst die is gesloten door een aankoopcentrale,

mits de aankoopcentrale het bij of krachtens deel 3 van deze wet voor speciale-sectorbedrijven bepaalde met betrekking tot die speciale-sectoropdracht naleeft.

3.

Aanbestedingsactiviteiten die door een aankoopcentrale worden verricht met het oog op het verrichten van gecentraliseerde aankoopactiviteiten worden aangemerkt als aanbestedingsactiviteiten voor de uitoefening van een werkzaamheid waarop de artikelen 3.1 tot en met 3.6 van toepassing zijn.

4.

In de in het eerste en tweede lid bedoelde gevallen heeft het desbetreffende speciale-sectorbedrijf voldaan aan de voor hem geldende verplichtingen op grond van deel 3 van deze wet.

5.

Onverminderd het vierde lid is een speciale-sectorbedrijf verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen op grond van deel 3 van deze wet voor de delen die hij zelf verricht, zoals:

  • a. het plaatsen van een opdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem dat door een aankoopcentrale wordt geëxploiteerd;
  • b. het doen uitgaan van een nieuwe aankondiging op grond van een raamovereenkomst die door een aankoopcentrale is gesloten.
6.

Een speciale-sectorbedrijf kan een speciale-sectoropdracht voor diensten betreffende gecentraliseerde aankoopactiviteiten, met inbegrip van aanvullende aankoopactiviteiten, aan een aankoopcentrale gunnen zonder toepassing van de procedures bij of krachtens deel 3 van deze wet.

7.

Indien een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem door andere speciale-sectorbedrijven mag worden gebruikt, wordt dit vermeld in de aankondiging voor de instelling van het dynamisch aankoopsysteem.

8.

Voor alle aanbestedingsprocedures van een aankoopcentrale worden elektronische communicatiemiddelen gebruikt.

9.

Op aanbestedingsactiviteiten van een aankoopcentrale die als gecentraliseerde aankoopactiviteiten zijn aan te merken, is artikel 3.23 niet van toepassing.

Afdeling 3.1.3. Raming van de waarde

§ 3.1.3.1. Algemene bepalingen

Artikel 3.11
1.

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van de voorgenomen speciale-sectoropdracht of prijsvraag overeenkomstig de artikelen 3.12 tot en met 3.19.

2.

Artikel 2.14 is van overeenkomstige toepassing.

§ 3.1.3.2. De raming van speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.12
1.

De waarde van een speciale-sectoropdracht wordt geraamd naar de waarde op het tijdstip van verzending van de aankondiging van die speciale-sectoropdracht of, indien niet in een aankondiging is voorzien, naar de waarde op het tijdstip waarop de procedure voor de gunning door het speciale-sectorbedrijf wordt ingeleid.

2.

Het speciale-sectorbedrijf baseert de berekening van de geraamde waarde van een speciale-sectoropdracht op het totale bedrag, exclusief omzetbelasting, met inbegrip van opties en verlengingen van het contract, zoals uitdrukkelijk vermeld in de aanbestedingsstukken.

3.

Het speciale-sectorbedrijf gaat bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst uit van de geraamde waarde van alle voor de duur van de raamovereenkomst voorgenomen speciale-sectoropdrachten.

4.

Indien het speciale-sectorbedrijf voorziet in prijzengeld of betalingen aan gegadigden of inschrijvers, berekent hij deze door in de geraamde waarde van de opdracht.

Artikel 3.13

Artikel 2.16 is van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een speciale-sectoropdracht voor werken.

Artikel 3.14

Artikel 2.17 is van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een speciale-sectoropdracht voor diensten als bedoeld in dat artikel.

Artikel 3.15
1.

Indien een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten kan leiden tot speciale-sectoropdrachten die in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt het speciale-sectorbedrijf de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag.

2.

Indien de samengestelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in de artikelen 3.8, eerste lid, onderdelen a of b, of 3.9a, bedoelde bedrag, is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

Artikel 3.16
1.

Indien een voorgenomen verkrijging van homogene leveringen kan leiden tot speciale-sectoropdrachten die in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt het speciale-sectorbedrijf de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag voor de raming.

2.

Indien de samengetelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in artikel 3.8, onderdeel a of b, bedoelde bedrag, past het speciale-sectorbedrijf het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde toe op de plaatsing van elk perceel.

Artikel 3.17

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van speciale-sectoropdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huurkoop of huurkoop van producten met overeenkomstige toepassing van de in artikel 2.20, onderdelen a en b, bedoelde grondslag.

Artikel 3.18

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van speciale-sectoropdrachten voor leveringen of voor diensten die met een zekere regelmaat worden verricht of die het speciale-sectorbedrijf gedurende een bepaalde periode wil hernieuwen, met overeenkomstige toepassing van de in artikel 2.21, onderdelen a of b, bedoelde grondslag.

Artikel 3.19

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van speciale-sectoropdrachten die zowel leveringen als diensten betreffen op basis van de totale waarde van de leveringen en diensten gezamenlijk, ongeacht het respectieve aandeel ervan, en met de waarde van plaatsing en installatie daarin begrepen.

§ 3.1.3.3. De raming van dynamisch aankoopsystemen en prijsvragen

Artikel 3.20
1.

De artikelen 3.12 tot en met 3.19 zijn van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een dynamisch aankoopsysteem, een innovatiepartnerschap of een uit te reiken prijs.

2.

In aanvulling op het eerste lid:

  • a. gaat het speciale-sectorbedrijf bij de berekening van de waarde van een dynamisch aankoopsysteem uit van de geraamde waarde van alle voor de totale duur van het dynamisch aankoopsysteem voorgenomen speciale-sectoropdrachten;
  • b. gaat het speciale-sectorbedrijf bij de berekening van de waarde van een innovatiepartnerschap uit van de geraamde maximale waarde van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten die zullen plaatsvinden in alle stadia van het voorgenomen partnerschap, alsmede van de leveringen, diensten of werken die aan het einde van het voorgenomen partnerschap zullen worden ontwikkeld en verworven;
  • c. berekent het speciale-sectorbedrijf dat voorziet in prijzengeld of betalingen aan gegadigden of inschrijvers deze door in de geraamde waarde;
  • d. wordt, indien het speciale-sectorbedrijf in de voorschriften van de prijsvraag niet uitsluit dat gunning van de speciale-sectoropdracht geschiedt volgens de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging met toepassing van artikel 3.38, aanhef, eerste lid, onderdeel e, bij de bepaling van het totale bedrag van het prijzengeld of de vergoeding aan de deelnemers de waarde meegerekend van de speciale-sectoropdracht die later kan worden gegund.

Afdeling 3.1.4. Uitgezonderde speciale-sectoropdrachten en prijsvragen

Artikel 3.21
1.

De artikelen 3.1 tot en met 3.6 zijn niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in die artikelen:

  • a. die van het toepassingsgebied van richtlijn 2014/25/EU zijn uitgezonderd op grond van een uitvoeringshandeling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 35, derde lid, onderdeel a, van die richtlijn, of
  • b. ten aanzien van welke de Europese Commissie binnen de termijn, genoemd in artikel 35, derde lid, onderdeel b, van richtlijn 2014/25/EU geen uitvoeringshandeling over de toepassing van artikel 34, eerste lid, van die richtlijn heeft vastgesteld.
2.

Een speciale-sectorbedrijf kan de Europese Commissie verzoeken te bepalen dat artikel 34, eerste lid, van richtlijn 2014/25/EU van toepassing is. Het speciale-sectorbedrijf doet mededeling van het verzoek aan Onze Minister.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een vastgestelde uitvoeringshandeling, onderdeel a, dan wel van het niet vaststellen van een uitvoeringshandeling binnen de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijn.

Artikel 3.22
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor diensten:

  • a. die door speciale-sectorbedrijven op het gebied van defensie en veiligheid worden geplaatst en die vallen onder de reikwijdte van artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
  • b. die geheim zijn verklaard of waarvan de uitvoering overeenkomstig de geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met bijzondere veiligheidsmaatregelen gepaard moet gaan dan wel indien de bescherming van de wezenlijke belangen van het land zulks vereist en de wezenlijke belangen van veiligheid van het land niet met minder ingrijpende maatregelen kunnen worden gewaarborgd;
  • c. waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn waarvoor andere, internationale procedurevoorschriften gelden en die worden geplaatst op grond van een internationale overeenkomst of afspraak tussen het Koninkrijk der Nederlanden en een of meer derde landen of deelgebieden daarvan overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, betreffende:
  • 1°. werken of leveringen die bestemd zijn voor gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een werk door de ondertekenende staten;
  • 2°. diensten die bestemd zijn voor gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten;
  • d. waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn waarvoor andere, internationale procedurevoorschriften gelden en die worden geplaatst op grond van een in verband met de legering van strijdkrachten gesloten internationale overeenkomst of regeling betreffende ondernemingen in Nederland of in een derde land;
  • e. waarvoor andere procedurevoorschriften gelden en die worden geplaatst volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie;
  • f. waarvoor andere procedurevoorschriften van een internationale organisatie of internationale financiële instelling gelden en die volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd;
  • g. waarvoor andere procedurevoorschriften gelden en die worden geplaatst op grond van een juridisch instrument dat internationaalrechtelijke verplichtingen schept, overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, betreffende:
  • 1°. werken of leveringen die bestemd zijn voor gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een werk door de ondertekenende staten;
  • 2°. diensten die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten.
2.

Een speciale-sectorbedrijf brengt een internationale overeenkomst of afspraak en een juridisch instrument als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of g, ter kennis van de Europese Commissie.

3.

Indien een speciale-sectoropdracht of prijsvraag voor het grootste deel door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling wordt gefinancierd, komen de partijen overeen welke procedure wordt toegepast.

Artikel 3.23
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op:

  • a. speciale-sectoropdrachten die worden geplaatst voor wederverkoop of verhuur aan derden, indien het speciale-sectorbedrijf niet een bijzonder of uitsluitend recht bezit om het voorwerp van de opdracht te verkopen of te verhuren en het anderen vrijstaat dit voorwerp te verkopen of te verhuren op dezelfde voorwaarden als het speciale-sectorbedrijf;
  • b. speciale-sectoropdrachten en prijsvragen die worden geplaatst onderscheidenlijk uitgeschreven buiten het grondgebied van de Europese Unie in omstandigheden waarbij geen sprake is van fysieke exploitatie van een net of van fysieke exploitatie van een geografisch gebied binnen de Europese Unie.
2.

Het speciale-sectorbedrijf doet de Europese Commissie op haar verzoek mededeling van de categorieën van producten en activiteiten die het ingevolge het eerste lid, onderdeel a, of de opdrachten en prijsvragen die het ingevolge het eerste lid, onderdeel b, als uitgesloten beschouwt.

3.

Het speciale-sectorbedrijf wijst de Europese Commissie bij de mededeling, bedoeld in het tweede lid, op alle gevoelige commerciële informatie en verzoekt de Europese Commissie daarmee rekening te houden.

Artikel 3.24
1.

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten door het speciale-sectorbedrijf bij een met dat bedrijf verbonden onderneming, of door een gemeenschappelijke onderneming, uitsluitend bestaande uit speciale-sectorbedrijven, bij een onderneming die met een van de betrokken speciale-sectorbedrijven is verbonden, indien:

  • a. voor speciale-sectoropdrachten voor diensten ten minste 80% van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle diensten die zij de laatste drie jaar heeft verleend, afkomstig is van het verlenen van diensten aan het speciale-sectorbedrijf of ondernemingen waarmee zij is verbonden;
  • b. voor speciale-sectoropdrachten voor leveringen, ten minste 80% van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle leveringen die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van leveringen aan het speciale-sectorbedrijf of ondernemingen waarmee zij verbonden is;
  • c. voor speciale-sectoropdrachten voor werken, ten minste 80% van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle werken die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van werken aan het speciale-sectorbedrijf ondernemingen waarmee zij verbonden is.
2.

Indien in verband met de datum van oprichting of de aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming geen gegevens beschikbaar zijn omtrent de omzet in de drie jaren, voorafgaande aan het plaatsen van de opdracht, voldoet de verbonden onderneming aan de in het eerste lid bedoelde eis indien zij aannemelijk kan maken dat die omzet in de komende periode wordt behaald.

3.

Indien dezelfde of soortgelijke werken, leveringen of diensten worden verricht door meer dan één onderneming die verbonden is met het speciale-sectorbedrijf waarmee zij een economische groep vormen, wordt het in het eerste lid bedoelde percentage berekend op grond van de totale omzet van deze verbonden ondernemingen, afkomstig van die werken, leveringen of diensten.

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder verbonden onderneming verstaan:

  • a. een onderneming waarvan de jaarrekening is geconsolideerd met die van het speciale-sectorbedrijf overeenkomstig de voorschriften van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182), of
  • b. ingeval het speciale-sectorbedrijf niet onder de in onderdeel a bedoelde richtlijn valt, een onderneming:
  • 1°. waarop het speciale-sectorbedrijf direct of indirect overheersende invloed kan uitoefenen,
  • 2°. die een overheersende invloed op een speciale-sectorbedrijf kan uitoefenen, of
  • 3°. die, gezamenlijk met het speciale-sectorbedrijf, is onderworpen aan de overheersende invloed van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
5.

Overheersende invloed als bedoeld in het vierde lid wordt vermoed indien een speciale-sectorbedrijf, al dan niet rechtstreeks, ten aanzien van die onderneming:

  • a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal bezit,
  • b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de onderneming uitgegeven aandelen zijn verbonden, of
  • c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan benoemen.
Artikel 3.25
1.

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten:

  • a. door een gemeenschappelijke onderneming, uitsluitend bestaande uit speciale-sectorbedrijven, bij een van die speciale-sectorbedrijven, of
  • b. door een speciale-sectorbedrijf bij een gemeenschappelijke onderneming waarvan zij zelf deel uitmaakt, indien die gemeenschappelijke onderneming is opgericht om de desbetreffende activiteit uit te oefenen gedurende ten minste drie jaar en de oprichtingsakte van die onderneming bepaalt dat de speciale-sectorbedrijven waaruit zij bestaat, ten minste drie jaar deel zullen uitmaken van die onderneming.
Artikel 3.26

Het speciale-sectorbedrijf doet de Europese Commissie op haar verzoek mededeling van de toepassing van de artikelen 3.24 en 3.25 met betrekking tot:

  • a. de namen van de betrokken ondernemingen of gemeenschappelijke ondernemingen;
  • b. de aard en de waarde van de desbetreffende speciale-sectoropdrachten;
  • c. de gegevens die de Europese Commissie nodig acht voor het bewijs dat de betrekkingen tussen het speciale-sectorbedrijf en de onderneming of de gemeenschappelijke onderneming bij welke de opdrachten worden geplaatst, aan de eisen, bedoeld in de artikelen 3.24 en 3.25, voldoen.
Artikel 3.27

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten voor diensten:

  • a. betreffende de verwerving of huur, ongeacht de financiële modaliteiten ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende rechten hierop;
  • b. van arbitrage en bemiddeling;
  • c. op financieel gebied betreffende de uitgifte, aankoop, verkoop of overdracht van effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of andere financiële instrumenten en door de centrale banken verleende diensten en activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees stabiliteitsmechanisme;
  • d. inzake arbeidsovereenkomsten;
  • e. voor onderzoek en ontwikkeling, met uitzondering van opdrachten die vallen onder de CPV-codes, genoemd in artikel 32, aanhef, van richtlijn 2014/25/EU en waarvan de resultaten in hun geheel aan het speciale-sectorbedrijf toekomen voor gebruik ervan bij de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, mits de dienstverrichting geheel door het speciale-sectorbedrijf wordt betaald;
  • f. op juridisch gebied betreffende:
  • 1°. de vertegenwoordiging in rechte van een cliënt in een arbitrage- of bemiddelingsprocedure in een lidstaat van de Europese Unie, in een derde land of voor een internationale arbitrage- of bemiddelingsinstantie of, in een procedure voor een rechter of overheidsinstantie van een lidstaat van de Europese Unie of van een derde land of voor een internationale rechter of instantie door een persoon die gerechtigd is deze werkzaamheden uit te oefenen onder de benaming advocaat of een daarmee overeenkomstige benaming in een lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland;
  • 2°. advies dat wordt gegeven ter voorbereiding van de procedures, bedoeld onder 1°, of indien er concrete aanwijzingen zijn en er een grote kans bestaat dat over de kwestie waarop het advies betrekking heeft, een dergelijke procedure zal worden gevoerd, mits het advies is gegeven door een persoon die gerechtigd is deze werkzaamheden uit te oefenen onder de benaming advocaat of een daarmee overeenkomstige benaming in een lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland;
  • 3°. het waarmerken en voor echt verklaren van documenten door een notaris;
  • 4°. de juridische dienstverlening door trustees of aangewezen voogden, of andere juridische dienstverlening waarbij de aanbieders door een rechterlijke instantie van de betrokken lidstaat van de Europese Unie, of van rechtswege, aangewezen zijn om specifieke taken te verrichten onder toezicht van die rechterlijke instanties;
  • 5°. andere juridische diensten die in de betrokken lidstaat van de Europese Unie al dan niet incidenteel verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag;
  • g. betreffende leningen, al dan niet in samenhang met de uitgifte, de aankoop, de verkoop of de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten;
  • h. betreffende civiele verdediging, civiele bescherming en risicopreventie die worden verleend door non-profitorganisaties en -verenigingen en die vallen onder de CPV-codes, genoemd in artikel 21, onderdeel h, van richtlijn 2014/25/EU met uitzondering van ziekenvervoer per ambulance;
  • i. opdrachten betreffende zendtijd of betreffende de levering van programma’s als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van richtlijn 2010/13/EU of van radiomateriaal, die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van richtlijn 2010/13/EU of van radio-omroepdiensten.
Artikel 3.28

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten voor diensten die door een speciale-sectorbedrijf worden gegund aan een ander speciale-sectorbedrijf of een samenwerkingsverband van speciale-sectorbedrijven op basis van een uitsluitend recht dat aan dat andere speciale-sectorbedrijf of het desbetreffende samenwerkingsverband is verleend, mits dit uitsluitend recht verenigbaar is met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 3.29

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor de aankoop van water door een speciale-sectorbedrijf dat een activiteit als bedoeld in artikel 3.3 uitoefent.

Artikel 3.30

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor de levering van energie of brandstof voor energieopwekking door een speciale-sectorbedrijf dat een activiteit als bedoeld in artikel 3.1 of artikel 3.2 uitoefent.

Artikel 3.30a

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten of prijsvragen voor diensten waarop:

Artikel 3.31

Vervallen

Hoofdstuk 3.2. Procedures voor het plaatsen van speciale-sectoropdrachten

Afdeling 3.2.1. Openbare en niet-openbare procedure en onderhandelingsprocedure met aankondiging

Artikel 3.32

Het speciale-sectorbedrijf past voor het plaatsen van een opdracht één van de procedures in deze afdeling, al dan niet na marktconsultatie toe.

Artikel 3.33

Het speciale-sectorbedrijf dat de openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

  • a. maakt een aankondiging van de speciale-sectoropdracht bekend;
  • b. toetst of een inschrijver voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde eisen of de erkenningsregeling;
  • c. toetst of de inschrijvingen voldoen aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde technische specificaties, eisen en normen;
  • d. beoordeelt de geldige inschrijvingen aan de hand van het door het speciale-sectorbedrijf gestelde gunningscriterium, bedoeld in artikel 2.114 en de nadere criteria, bedoeld in artikel 2.115;
  • e. deelt de gunningsbeslissing mee;
  • f. kan de overeenkomst sluiten;
  • g. maakt de aankondiging van de gegunde opdracht bekend.
Artikel 3.34

Het speciale-sectorbedrijf dat de niet-openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

  • a. maakt een aankondiging van de speciale-sectoropdracht bekend;
  • b. toetst of een gegadigde voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde eisen of de erkenningsregeling;
  • c. nodigt de niet-uitgesloten of niet-afgewezen gegadigden uit om een inschrijving in te dienen;
  • d. toetst of de inschrijvingen voldoen aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde technische specificaties, eisen en normen;
  • e. beoordeelt de geldige inschrijvingen aan de hand van het door het speciale-sectorbedrijf gestelde gunningscriterium en de nadere criteria, bedoeld in artikel 2.115;
  • f. deelt de gunningsbeslissing mee;
  • g. kan de overeenkomst sluiten;
  • h. maakt de aankondiging van de gegunde opdracht bekend.
Artikel 3.35

Het speciale-sectorbedrijf dat de onderhandelingsprocedure met aankondiging toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

  • a. maakt een aankondiging van de speciale-sectoropdracht bekend;
  • b. toetst of een gegadigde voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde objectieve criteria of de erkenningsregeling;
  • c. toetst of een niet uitgesloten gegadigde voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde geschiktheidseisen;
  • d. kan met de niet-uitgesloten of niet-afgewezen gegadigden in overleg treden;
  • e. nodigt de niet uitgesloten of niet afgewezen gegadigden uit tot inschrijving;
  • f. toetst of de inschrijvingen voldoen aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde technische specificaties, eisen en normen;
  • g. kan met de inschrijvers in overleg treden;
  • h. kan de inschrijvers vragen de inschrijving aan te vullen of een nieuwe inschrijving te doen;
  • i. beoordeelt de geldige inschrijvingen aan de hand van het door het speciale-sectorbedrijf gestelde gunningscriterium, bedoeld in artikel 2.114, en de nadere criteria, bedoeld in artikel 2.115;
  • j. onderhandelt met de inschrijvers;
  • k. deelt de gunningsbeslissing mee;
  • l. kan de overeenkomst sluiten;
  • m. maakt de aankondiging van de gegunde opdracht bekend.

Afdeling 3.2.2. Uitzonderingen op de toepassing van de openbare en niet openbare procedure en de onderhandelingsprocedure met aankondiging

§ 3.2.2.1. Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging

Artikel 3.36
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen indien:

  • a. bij toepassing van de openbare of niet-openbare procedure, de onderhandelingsprocedure met aankondiging, de concurrentiegerichte dialoog of het innovatiepartnerschap geen of geen geschikte inschrijvingen of geen of geen geschikte verzoeken tot deelneming zijn ingediend en de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd;
  • b. een opdracht uitsluitend ten behoeve van onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling wordt geplaatst en zonder winstoogmerk dan wel de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken, voor zover de plaatsing van een dergelijke opdracht niet verhindert dat een aankondiging wordt gedaan voor latere opdrachten die dit doel in het bijzonder beogen;
  • c. de speciale-sectoropdracht slechts door een bepaalde ondernemer kan worden verricht, omdat:
  • 1°. de aanbesteding als doel heeft het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of een unieke artistieke prestatie,
  • 2°. mededinging om technische redenen ontbreekt, of
  • 3°. uitsluitende rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten, moeten worden beschermd en geen redelijk alternatief of substituut bestaat;
  • d. voor zover zulks strikt noodzakelijk is, ingeval de termijnen van de niet-openbare procedure, de openbare procedure of de onderhandelingsprocedure met aankondiging wegens dwingende spoed niet in acht kunnen worden genomen als gevolg van gebeurtenissen die door het speciale-sectorbedrijf niet konden worden voorzien en niet aan het speciale-sectorbedrijf zijn te wijten.
2.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt:

  • a. een inschrijving ongeschikt geacht indien zij niet relevant is voor de speciale-sectoropdracht, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, kennelijk niet voorziet in de in de aanbestedingsstukken omschreven behoeften en eisen van het speciale-sectorbedrijf;
  • b. een verzoek tot deelneming ongeschikt geacht indien de betrokken onderneming overeenkomstig artikel 3.65, derde tot en met vijfde lid, moet of kan worden uitgesloten of niet aan de selectiecriteria, bedoeld in artikel 3.65, tweede lid, voldoet.
3.

Het eerste lid, onderdeel c, onder 2° en 3° is uitsluitend van toepassing indien er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de aanbesteding.

Artikel 3.37

Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen voor door de oorspronkelijke leverancier verrichte aanvullende leveringen die bestemd zijn:

  • a. voor gedeeltelijke vernieuwing van gebruikte leveringen of installaties, of
  • b. voor de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, indien verandering van leverancier het speciale-sectorbedrijf ertoe zou verplichten apparatuur aan te schaffen met andere technische eigenschappen die niet verenigbaar zijn met de technische eigenschappen van reeds geleverde apparatuur of zich bij gebruik en onderhoud van de aan te schaffen apparatuur onevenredige technische moeilijkheden voordoen.
Artikel 3.38
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen:

  • a. ingeval van opdrachten voor werken of diensten, indien het gaat om nieuwe werken of diensten bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken of diensten die door hetzelfde speciale-sectorbedrijf worden opgedragen aan de aannemer die belast is geweest met een eerdere opdracht, mits:
  • 1°. deze werken of diensten overeenstemmen met een basisproject en dit project het voorwerp vormde van een eerste opdracht die na een aankondiging werd gegund,
  • 2°. het speciale-sectorbedrijf bij het basisproject waarvoor de oorspronkelijke opdracht is gegund de omvang van de aanvullende werken of diensten en de voorwaarden waaronder deze worden gegund, vermeldde,
  • 3°. het speciale-sectorbedrijf reeds in de aankondiging van de aanbesteding van het basisproject vermeld heeft dat een procedure zonder voorafgaande aankondiging kan worden toegepast, en
  • 4°. het speciale-sectorbedrijf hierbij het totale voor de volgende werken of diensten geraamde bedrag in aanmerking neemt voor de toepassing van afdeling 3.1.3;
  • b. voor op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen,
  • c. voor gelegenheidsaankopen, indien zich gedurende zeer korte tijd een bijzonder voordelige gelegenheid tot aankopen voordoet en de te betalen prijs aanzienlijk lager ligt dan normaal op de markt het geval is,
  • d. voor de aankoop van leveringen of diensten tegen bijzonder gunstige voorwaarden bij een leverancier die definitief zijn handelsactiviteit stopzet, bij curatoren of vereffenaars van een faillissement of een vonnis of bij de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of een in andere nationale regelgeving bestaande vergelijkbare procedure, of
  • e. indien de opdracht voor diensten voortvloeit uit een overeenkomstig het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde georganiseerde prijsvraag en volgens de toepasselijke voorschriften aan de winnaar of aan één van de winnaars van die prijsvraag dient te worden gegund.
2.

Bij toepassing van het eerste lid, onderdeel e, worden alle winnaars van de prijsvraag tot deelneming aan de onderhandelingen uitgenodigd.

Artikel 3.39

Het speciale-sectorbedrijf dat de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepast doorloopt de in artikel 3.35, onderdelen g tot en met m, genoemde stappen.

§ 3.2.2.2. Bijzondere voorschriften betreffende het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor B-diensten

Artikel 3.40

Het speciale-sectorbedrijf kan voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage XVII van richtlijn 2014/24/EU de procedure voor sociale en andere specifieke diensten toepassen.

Artikel 3.41
1.

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure voor sociale en andere specifieke diensten toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

  • a. maakt van een speciale-sectoropdracht een periodieke indicatieve aankondiging, een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, of een aankondiging als bedoeld in artikel 3.56, eerste lid, bekend;
  • b. toetst of de inschrijvingen voldoen aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde technische specificaties, eisen en normen;
  • c. kan de overeenkomst sluiten;
  • d. maakt de aankondiging van de gegunde speciale-sectoropdracht bekend.
2.

Bij de toepassing van de procedure voor sociale en andere specifieke diensten zijn uitsluitend artikel 3.50b, de paragrafen 3.3.2.1, met uitzondering van artikel 3.51, tweede lid, 3.3.3.1 en 3.4.3.4 van toepassing en is paragraaf 2.3.1.2, met uitzondering van artikel 2.52a, tweede lid, en afdeling 2.3.4 van overeenkomstige toepassing.

3.

Het speciale-sectorbedrijf maakt bij het doen van enige aankondiging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gebruik van de daarvoor bestemde formulieren die beschikbaar zijn gesteld door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

Afdeling 3.2.3. Bijzondere procedures

§ 3.2.3.1. Procedure van een prijsvraag

Artikel 3.42

Een speciale-sectorbedrijf past voor het uitschrijven van een prijsvraag de procedure van een prijsvraag toe.

Artikel 3.43
1.

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure van een prijsvraag toepast, doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

  • a. maakt een aankondiging van de prijsvraag bekend;
  • b. toetst of een deelnemer voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde objectieve criteria of erkenningsregeling;
  • c. stelt een jury in.
2.

De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde jury:

  • a. onderzoekt de ingediende, geanonimiseerde plannen of ontwerpen;
  • b. nodigt desgewenst deelnemers uit tot het beantwoorden van vragen;
  • c. bepaalt haar oordeel;
  • d. stelt een verslag op met daarin de rangorde van de deelnemers.
3.

Het speciale-sectorbedrijf maakt het oordeel van de jury bekend, voor zover deze tot een oordeel is gekomen, en maakt de resultaten van de prijsvraag bekend.

§ 3.2.3.2. Procedure voor het sluiten van een raamovereenkomst

Artikel 3.44

Een speciale-sectorbedrijf dat een raamovereenkomst wil sluiten, past daartoe de openbare, de niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog, de onderhandelingsprocedure met aankondiging, het innovatiepartnerschap of, indien dat op grond van artikelen 3.36 tot en met 3.38 is toegestaan, de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toe.

Artikel 3.45

Vervallen

Artikel 3.46

Een speciale-sectorbedrijf maakt geen oneigenlijk gebruik van een raamovereenkomst, met als gevolg dat de mededinging zou worden beperkt, verhinderd of vervalst.

§ 3.2.3.3. Procedure voor een dynamisch aankoopsysteem

Artikel 3.47
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan een dynamisch aankoopsysteem instellen voor het doen van gangbare aankopen van werken, leveringen of diensten, waarvan de kenmerken wegens de algemene beschikbaarheid op de markt voldoen aan zijn behoeften.

2.

Het speciale-sectorbedrijf past daartoe de niet-openbare procedure toe, met uitzondering van de fase van inschrijving.

Artikel 3.48

Een speciale-sectorbedrijf dat een dynamisch aankoopsysteem instelt doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

  • a. maakt een aankondiging van de speciale-sectoropdracht bekend;
  • b. toetst of een gegadigde voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde objectieve criteria;
  • c. beoordeelt de niet-uitgesloten gegadigden aan de hand van de door het speciale-sectorbedrijf gestelde eisen;
  • d. laat de niet-uitgesloten en niet-afgewezen gegadigden toe tot het dynamisch aankoopsysteem.
Artikel 3.49

Een speciale-sectorbedrijf dat een speciale-sectoropdracht wil plaatsen binnen een dynamisch aankoopsysteem:

  • a. nodigt, met overeenkomstige toepassing van artikel 2.148, eerste onderscheidenlijk tweede lid, de toegelaten ondernemers uit een inschrijving in te dienen;

Hoofdstuk 3.3. Regels voor speciale-sectoropdrachten inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning

Afdeling 3.3.1. Algemeen

Artikel 3.50
1.

Afdeling 2.3.1, met uitzondering van de artikelen 2.51, vijfde lid, 2.52, derde tot en met zevende lid, en 2.52a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Artikel 2.57a is van overeenkomstige toepassing op informatie die het speciale-sectorbedrijf beschikbaar stelt met betrekking tot het gebruik van een erkenningsregeling, ongeacht of dit is vermeld in de aankondiging, bedoeld in artikel 3.56, derde lid, inzake het bestaan van een erkenningsregeling.

3.

Tot te bewaren passende informatie als bedoeld in artikel 3.77, eerste lid, wordt tevens gerekend de vermelding van passende maatregelen als bedoeld in artikel 2.51, eerste en tweede lid, ter voorkoming van vervalsing van mededinging.

Afdeling 3.3.2. Aankondigingen

§ 3.3.2.1. Periodieke indicatieve aankondiging en aankondigingen betreffende het bestaan van een erkenningsregeling

Artikel 3.51
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan zijn voornemen met betrekking tot geplande aanbestedingen bekend maken door middel van een periodieke indicatieve aankondiging die door de Europese Commissie of door het speciale-sectorbedrijf zelf via zijn kopersprofiel wordt verspreid.

2.

Een periodieke indicatieve aankondiging bevat de informatie, bedoeld in bijlage VI, deel A, afdeling I.

3.

Artikel 2.59 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.52

Een speciale-sectorbedrijf zendt de periodieke indicatieve aankondiging met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen toe aan de Europese Commissie.

Artikel 3.53
1.

In afwijking van artikel 3.52 kan het speciale-sectorbedrijf de periodieke indicatieve aankondiging ook bekend maken op zijn kopersprofiel.

2.

Artikel 2.61, derde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.54
1.

De periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, is ten hoogste 12 maanden te rekenen vanaf de datum van waarop deze aankondiging voor bekendmaking is verzonden naar het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een periodieke indicatieve aankondiging als bedoeld in artikel 3.56, vierde lid.

Artikel 3.55
1.

Indien een speciale-sectorbedrijf een regeling voor de erkenning van ondernemers als bedoeld in artikel 3.66 wil invoeren, stelt hij met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen aangaande deze regeling een aankondiging op, waarin het doel van de regeling en de wijze waarop inzage in de regeling kan worden verkregen, worden aangegeven.

2.

Een speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling de geldigheidsduur van de erkenningsregeling.

3.

Het speciale-sectorbedrijf stelt langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen de Europese Commissie op de hoogte:

  • a. van een beëindiging van de erkenningsregeling met gebruikmaking van het formulier voor aankondiging van een gegunde speciale-sectoropdracht;
  • b. van een andere wijziging van de erkenningsregeling met gebruikmaking van het formulier tot aankondiging inzake het bestaan van erkenningsregeling.

§ 3.3.2.2. Aankondiging

Artikel 3.56
1.

Paragraaf 2.3.2.2, met uitzondering van de artikelen 2.62, vierde lid, onderdeel c, 2.63 en 2.66, is van overeenkomstige toepassing op een speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een speciale-sectoropdracht te gunnen, met dien verstande dat in artikel 2.62, vierde lid, onderdeel b, voor bijlage XIV van richtlijn 2014/24/EU wordt gelezen: bijlage XVII van richtlijn 2014/25/EU.

2.

Het speciale-sectorbedrijf geeft in de aankondiging of in de uitnodiging tot inschrijving aan welke bewijsmiddelen met betrekking tot de gestelde eisen en de technische specificaties, eisen en normen hij van de ondernemer verlangt.

3.

Als aankondiging als bedoeld in het eerste lid kan het speciale-sectorbedrijf volstaan met een aankondiging betreffende het bestaan van een erkenningsregeling of een periodieke indicatieve aankondiging, indien die laatste:

  • a. specifiek verwijst naar werken, leveringen of diensten waarop de opdracht betrekking heeft;
  • b. vermeldt dat de opdracht zal worden gegund door middel van een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met aankondiging en belangstellende ondernemers verzoekt hun belangstelling schriftelijk kenbaar te maken;
  • c. naast de in bijlage VI, deel A, afdeling I, bedoelde informatie tevens de informatie, bedoeld in deel A, afdeling II, van die bijlage bevat;
  • d. tussen de 35 dagen en twaalf maanden voor de uitnodiging tot deelneming wordt verzonden.
4.

Voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage XVII van richtlijn 2014/25/EU, kan het speciale-sectorbedrijf als aankondiging als bedoeld in het eerste lid volstaan met een bij herhaling bekend gemaakte aankondiging betreffende het bestaan van een erkenningsregeling of een periodieke indicatieve aankondiging, indien die laatste vermeldt:

  • a. het soort diensten waarop de speciale-sectoropdracht betrekking heeft;
  • b. dat de speciale-sectoropdracht wordt gegund zonder verdere bekendmaking;
  • c. dat ondernemers hun belangstelling schriftelijk kenbaar moeten maken.
5.

Het derde lid is niet van toepassing indien de speciale-sectoropdracht een opdracht als bedoeld in dat lid betreft, waarop de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging kan worden toegepast.

Artikel 3.57
1.

Het speciale-sectorbedrijf biedt met elektronische middelen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot de aanbestedingsstukken vanaf de datum van bekendmaking van de aankondiging of vanaf de datum van verzending van de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, bedoeld in artikel 3.73.

2.

Indien de aankondiging bestaat uit een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling wordt de toegang, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk geboden, maar uiterlijk vanaf de datum waarop de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling is verzonden.

3.

Het speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging het internetadres waar de aanbestedingsstukken toegankelijk zijn.

4.

Indien het speciale-sectorbedrijf in afwijking van het eerste lid geen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot de aanbestedingsstukken langs elektronische weg biedt in een geval als bedoeld in artikel 3.50b, kan het speciale-sectorbedrijf in de aankondiging aangeven dat de aanbestedingsstukken zullen worden toegezonden per post of via een andere geschikte vervoerder, of per post of via een andere geschikte vervoerder en langs elektronische weg.

5.

Indien het speciale-sectorbedrijf in afwijking van het eerste lid geen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot bepaalde aanbestedingsstukken langs elektronische weg biedt omdat hij voornemens is eisen te stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die hij gedurende de aanbestedingsprocedure beschikbaar stelt te beschermen, vermeldt het speciale-sectorbedrijf in de aankondiging, in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, bedoeld in artikel 3.73, of in de aanbestedingsstukken indien de aankondiging bestaat uit een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, welke eisen hij ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van die informatie stelt en hoe toegang kan worden verkregen tot de betrokken documenten.

6.

In een geval als bedoeld in het vierde en vijfde lid stelt het speciale-sectorbedrijf de aanbestedingsstukken op enigerlei wijze kosteloos ter beschikking.

7.

Indien het speciale-sectorbedrijf de aanbestedingsstukken voor de speciale-sectoropdracht ook op andere wijze dan ter uitvoering van het eerste lid beschikbaar stelt, kan het speciale-sectorbedrijf de kosten voor die wijze van verstrekking in rekening brengen bij degenen die om die andere wijze van verstrekking van de aanbestedingsstukken hebben gevraagd.

§ 3.3.2.3. Termijnen

Artikel 3.58

Een speciale-sectorbedrijf stelt de termijn voor het indienen van verzoeken tot deelneming of inschrijvingen vast met inachtneming van het voorwerp van de opdracht, de voor de voorbereiding van het verzoek of de inschrijving benodigde tijd en de in deze paragraaf gestelde regels omtrent termijnen.

Artikel 3.59
1.

Voor openbare procedures bedraagt de termijn voor het indienen van de inschrijvingen ten minste 45 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging.

2.

Voor niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures met aankondiging, de concurrentiegerichte dialoog en het innovatiepartnerschap bedraagt de termijn voor het indienen van een verzoek tot deelneming ten minste 30 dagen en in geen geval minder dan 15 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)