Wet van 1 november 2012, houdende nieuwe regels omtrent aanbestedingen (Aanbestedingswet 2012)

Type Wet
Publication 2026-04-30
Laatst bijgewerkt 2026-05-01
State In force
Source BWB
artikelen 590
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De artikelen 2.103 en 2.104 zijn van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.

Afdeling 2a.4.3. Gunningsfase

§ 2a.4.3.1. Inschrijving

Artikel 2a.49

Artikel 2.108 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.

§ 2a.4.3.2. Gunningscriteria, abnormaal lage inschrijvingen en elektronische veiling

Artikel 2a.50
1.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven gunnen een concessieopdracht op basis van objectieve criteria en bewerkstelligen dat de inschrijvingen onder voorwaarden van daadwerkelijke mededinging worden beoordeeld waardoor een algeheel economisch voordeel voor de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan worden vastgesteld.

2.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven stellen gunningscriteria vast die verband houden met het voorwerp van de opdracht.

3.

De gunningscriteria kunnen onder meer sociale, innovatiegerelateerde of milieucriteria omvatten.

4.

De gunningscriteria gaan vergezeld van eisen die het mogelijk maken de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk te controleren.

5.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf somt de gunningscriteria op in afnemende volgorde van belangrijkheid.

6.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gaat na of de inschrijvingen daadwerkelijk voldoen aan de gunningscriteria.

7.

In afwijking van het vijfde lid kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, indien hij of zij een offerte ontvangt waarin een innovatieve oplossing met een uitzonderlijk hoog functioneel prestatieniveau wordt voorgesteld dat door een zorgvuldig handelende aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf niet kon worden voorzien, bij wijze van uitzondering de volgorde van de gunningscriteria wijzigen, zodat rekening kan worden gehouden met de nieuwe mogelijkheden die door de innovatieve oplossing worden geboden.

8.

In het in het zevende lid bedoelde geval stelt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf alle inschrijvers op de hoogte van de wijziging van de volgorde van de gunningscriteria en doet een nieuwe oproep tot het indienen van inschrijvingen, met inachtneming van de in artikel 2a.37 bedoelde termijnen.

9.

Indien de gunningscriteria zijn bekendgemaakt op het tijdstip van de bekendmaking van de concessieaankondiging, maakt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf bij toepassing van het achtste lid, een nieuwe concessieaankondiging bekend met inachtneming van de in artikel 2a.36, vermelde termijn.

10.

Wijziging van de volgorde van de gunningscriteria mag niet leiden tot discriminatie.

§ 2a.4.3.4. Gunningsbeslissing

Artikel 2a.51

Paragraaf 2.3.8.8 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.

§ 2a.4.3.5. Verslaglegging en bekendmaking

Artikel 2a.52
1.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat een concessieopdracht heeft gegund maakt de aankondiging van de gegunde concessieopdracht bekend met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen binnen 48 dagen na de gunning van die concessieopdracht.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gebruikt voor de mededeling van het resultaat van de procedure het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

3.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf kan de resultaten, bedoeld in het eerste lid, die gegunde concessieopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage IV bij richtlijn 2014/23/EU betreffen, per kwartaal bundelen. Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf daarvoor kiest, zendt hij de gebundelde resultaten binnen 48 dagen na het einde van elk kwartaal toe.

Hoofdstuk 2a.5. Wijziging van concessieopdrachten

Artikel 2a.53

Hoofdstuk 2.5 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met dien verstande dat:

  • a. waar in dit hoofdstuk naar deel 2 van deze wet wordt verwezen daarvoor telkens deel 2a dient te worden gelezen;

Deel 3. Speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor speciale-sectoropdrachten

Hoofdstuk 3.1. Reikwijdte

Afdeling 3.1.1. Toepassingsgebied

Artikel 3.3.a

Onder de toevoer van gas, warmte, elektriciteit of water naar vaste netten voor openbare dienstverlening als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2 en 3.3 wordt zowel de groothandel en kleinhandel hierin als de opwekking of productie daarvan begrepen met uitzondering van de winning van gas.

Afdeling 3.1.2. Toepassingsbereik

§ 3.1.2.1. Toepassingsbereik speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.9a

In afwijking van de artikelen 3.8 en 3.9 is het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor sociale en andere specifieke diensten, bedoeld in bijlage XVII van richtlijn 2014/25/EU, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 15, onderdeel c, van richtlijn 2014/25/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 3.9b
1.

Een wijziging van de bedragen, genoemd in artikel 15 van richtlijn 2014/25/EU, gaat voor de toepassing van de artikelen 3.8 tot en met 3.9a gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

2.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.9c
1.

Een speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging van een speciale-sectoropdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, bedoeld in artikel 3.73, of ingeval van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling als bedoeld in artikel 3.56, derde lid, in de uitnodiging tot inschrijving, of voor een of meer percelen inschrijvingen kunnen worden ingediend.

2.

Indien meerdere percelen aan dezelfde inschrijver kunnen worden gegund, kan een speciale-sectorbedrijf een speciale-sectoropdracht gunnen voor een combinatie van percelen of voor alle percelen, mits hij in de aankondiging van de speciale-sectoropdracht of in een uitnodiging als bedoeld in het eerste lid:

  • a. zich daartoe de mogelijkheid heeft voorbehouden, en
  • b. heeft aangegeven welke percelen of groepen van percelen kunnen worden gecombineerd.
3.

Onverminderd het eerste lid kan een speciale-sectorbedrijf het aantal aan één inschrijver te gunnen percelen beperken, mits het maximum aantal percelen per inschrijver in de aankondiging van de speciale-sectoropdracht is vermeld.

4.

In een geval als bedoeld in het derde lid vermeldt een speciale-sectorbedrijf in de aanbestedingsstukken de objectieve en niet-discriminerende regels die hij zal toepassen om te bepalen welke percelen zullen worden gegund indien de toepassing van de gunningscriteria zou leiden tot de gunning van meer percelen dan het maximum aantal aan dezelfde inschrijver.

§ 3.1.2.2. Aankoopcentrales en gezamenlijke aanbestedingen

Artikel 3.10a
1.

Twee of meer speciale-sectorbedrijven kunnen overeenkomen specifieke aanbestedingsprocedures gezamenlijk uit te voeren.

2.

Indien een volledige aanbestedingsprocedure gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van alle betrokken speciale-sectorbedrijven, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen op grond van deel 3 van deze wet.

3.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien een speciale-sectorbedrijf de procedure beheert en optreedt namens zichzelf en de andere betrokken speciale-sectorbedrijven.

4.

Indien een aanbestedingsprocedure niet volledig gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van de betrokken speciale-sectorbedrijven, zijn zij uitsluitend gezamenlijk verantwoordelijk voor de gezamenlijk uitgevoerde delen.

5.

In het geval, bedoeld in het vierde lid, is elk speciale-sectorbedrijf als enige verantwoordelijk voor het nakomen van zijn verplichtingen bij of krachtens deel 3 van deze wet met betrekking tot de delen die hij in eigen naam en voor eigen rekening uitvoert.

Artikel 3.10b
1.

Speciale-sectorbedrijven van verschillende lidstaten van de Europese Unie kunnen gezamenlijk een speciale-sectoropdracht plaatsen, een dynamisch aankoopsysteem exploiteren of een opdracht plaatsen in het kader van een raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem.

2.

In een geval als bedoeld in het eerste lid, sluiten de deelnemende speciale-sectorbedrijven een overeenkomst die het volgende bepaalt:

  • a. de verdeling van verantwoordelijkheden van de partijen en de relevante toepasselijke nationale bepalingen, en
  • b. de interne organisatie van de aanbestedingsprocedure, met inbegrip van het beheer van de procedure, de verdeling van de aan te besteden werken, leveringen of diensten en de sluiting van overeenkomsten,

tenzij deze elementen reeds zijn geregeld door een tussen de betrokken lidstaten van de Europese Unie gesloten internationale overeenkomst.

3.

De verdeling van verantwoordelijkheden en de toepasselijke nationale bepalingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden in de aanbestedingsstukken vermeld.

4.

In een geval als bedoeld in het eerste lid, voldoet een deelnemende speciale-sectorbedrijf aan zijn verplichtingen bij of krachtens deel 3 van deze wet indien hij werken, leveringen of diensten verwerft van een speciale-sectorbedrijf in een andere lidstaat van de Europese Unie die voor de aanbestedingsprocedure verantwoordelijk is.

5.

Nationale bepalingen van de lidstaat van de Europese Unie waar een aankoopcentrale is gevestigd, zijn van toepassing op het door die aankoopcentrale:

  • a. verschaffen van een gecentraliseerde aankoopactiviteit;
  • b. plaatsen van een speciale-sectoropdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem;
  • c. doen uitgaan van een nieuwe aankondiging in het kader van een raamovereenkomst.
6.

Indien speciale-sectorbedrijven uit verschillende lidstaten van de Europese Unie een gezamenlijke entiteit hebben opgericht, met inbegrip van een entiteit opgericht krachtens het recht van de Europese Unie, komen de deelnemende speciale-sectorbedrijven bij besluit van het bevoegde orgaan van de gezamenlijke organisatie overeen welke nationale aanbestedingsregels van toepassing zijn:

  • a. de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit zijn statutaire zetel heeft, of
  • b. de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit zijn activiteiten uitoefent.
7.

Een overeenkomst als bedoeld in het zesde lid kan:

  • a. voor onbepaalde tijd gelden indien de oprichtingsakte van de gezamenlijke entiteit daarin voorziet, of
  • b. beperkt zijn tot een bepaalde termijn, soorten opdrachten of tot één of meer individuele plaatsingen van opdrachten.
8.

Speciale-sectorbedrijven maken geen gebruik van een mogelijkheid als bedoeld in dit artikel met het oogmerk om zich te onttrekken aan voor hen dwingende publiekrechtelijke bepalingen overeenkomstig het recht van de Europese Unie.

§ 3.1.2.3. Afbakening samenstelling speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.10c
1.

Het speciale-sectorbedrijf plaatst een speciale-sectoropdracht die betrekking heeft op een combinatie van werken, leveringen of diensten waarop deel 3 van deze wet van toepassing is, overeenkomstig de bepalingen die passen bij het hoofdvoorwerp van de betrokken speciale-sectoropdracht.

2.

In het geval van een gemengde speciale-sectoropdracht als bedoeld in het eerste lid, die ten dele betrekking heeft op diensten als bedoeld in paragraaf 3.2.1.8 en ten dele op andere diensten, of een gemengde speciale-sectoropdracht als bedoeld in het eerste lid, die ten dele betrekking heeft op diensten en ten dele op leveringen, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de hoogst geraamde waarde van de respectievelijke diensten of leveringen.

Artikel 3.10d
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten die zowel onderdelen omvatten waarop deel 3 van deze wet van toepassing is als onderdelen waarop dat deel niet van toepassing is.

2.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is in verschillende onderdelen, gelden de bepalingen die van toepassing zijn op het hoofdvoorwerp van de desbetreffende opdracht.

3.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is in verschillende onderdelen, kan het speciale-sectorbedrijf voor de afzonderlijke onderdelen van die opdracht afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.

4.

Het speciale-sectorbedrijf dat voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van die afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

5.

Indien het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst, is deel 3 van deze wet van toepassing op die opdracht, tenzij in artikel 3.10f anders is bepaald, ongeacht de waarde van de onderdelen waarop bij afzonderlijke plaatsing andere bepalingen van toepassing zouden zijn, en ongeacht de bepalingen die bij afzonderlijke plaatsing voor die onderdelen hadden gegolden.

6.

Indien de algemene opdracht onderdelen bevat van speciale-sectoropdrachten voor leveringen, werken en diensten en van concessieopdrachten, wordt de opdracht geplaatst overeenkomstig deel 3 van deze wet, mits de geraamde waarde van het deel van de opdracht dat een onder deel 3 vallende opdracht vormt, berekend overeenkomstig afdeling 3.1.3, ten minste gelijk is aan het in artikel 3.8 bedoelde bedrag.

Artikel 3.10e
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan speciale-sectoropdrachten die op verschillende activiteiten betrekking hebben plaatsen door middel van:

  • a. een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten;
  • b. meerdere speciale-sectoropdrachten die ieder op een afzonderlijke activiteit betrekking hebben.
2.

Het speciale-sectorbedrijf mag zich bij de keuze tussen het plaatsen van een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten of meerdere speciale-sectoropdrachten voor afzonderlijke activiteiten, niet laten leiden door het oogmerk de opdracht of opdrachten buiten de reikwijdte van deze wet of de Aanbestedingswet op defensie-en veiligheidsgebied te laten vallen.

3.

Het speciale-sectorbedrijf bepaalt de wettelijke voorschriften die van toepassing zijn op een plaatsing van een speciale-sectoropdracht voor een afzonderlijke activiteit aan de hand van de kenmerken van die afzonderlijke activiteit.

4.

Op de plaatsing van een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn de wettelijke voorschriften van toepassing die op de activiteit van toepassing zijn waarvoor de speciale-sectoropdracht in hoofdzaak bestemd is.

5.

Bij de plaatsing van een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, waarvoor niet objectief valt vast te stellen voor welke activiteit de opdracht in hoofdzaak bestemd is:

  • a. is deel 2 van deze wet op de plaatsing van die opdracht van toepassing indien op een van de activiteiten waarvoor de opdracht bestemd is deel 2 en op de andere activiteit deel 2a of 3 van deze wet of geen van die delen van toepassing is;
  • b. is deel 3 van deze wet op de plaatsing van die opdracht van toepassing indien op een van de activiteiten waarvoor de opdracht bestemd is deel 3 en op de andere activiteit deel 2a van deze wet van toepassing is;
  • c. is deel 3 van deze wet op de plaatsing van die opdracht van toepassing indien op een van de activiteiten waarvoor de opdracht bestemd is deel 3 en op de andere activiteiten geen van de delen 2, 2a of 3 van toepassing is.
6.

Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing, indien sprake is van verschillende activiteiten waarvan er een of meer zijn waarop de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied of artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.

Artikel 3.10f
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten die onderdelen omvatten waarop deel 3 van deze wet van toepassing is en onderdelen waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is.

2.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is, kan de opdracht:

  • a. zonder toepassing van deze wet worden geplaatst indien zij onderdelen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of,
  • b. indien onderdeel a niet van toepassing is, overeenkomstig de bepalingen van de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied worden geplaatst.
3.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is, kan het speciale-sectorbedrijf voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.

4.

Het speciale-sectorbedrijf dat voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van die afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

5.

Indien het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst, worden de toepasselijke bepalingen vastgesteld op grond van de volgende criteria:

  • a. indien een bepaald onderdeel van de opdracht onder artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, kan de opdracht zonder toepassing van deze wet worden geplaatst, mits de plaatsing van één opdracht op objectieve gronden gerechtvaardigd is;
  • b. indien een bepaald onderdeel van de opdracht onder de bepalingen van de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied valt, kan de opdracht overeenkomstig die wet worden geplaatst, mits de plaatsing van één algemene opdracht op objectieve gronden gerechtvaardigd is.
6.

Het vijfde lid, onderdeel a, is van toepassing op opdrachten waarop zowel onderdeel a als onderdeel b van dat lid van toepassing zijn.

7.

Het speciale-sectorbedrijf plaatst een opdracht als bedoeld in het eerste lid evenwel niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deel 3 van deze wet of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.

Artikel 3.10g
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten als bedoeld in artikel 3.10e, eerste lid, onderdeel a, plaatsen overeenkomstig de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, indien die wet van toepassing is op een van die activiteiten en op een andere activiteit deel 3 van deze wet.

2.

Het speciale-sectorbedrijf kan een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten als bedoeld in artikel 3.10e, eerste lid, onderdeel a, plaatsen zonder toepassing van deel 3 van deze wet, indien op een van die activiteiten artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is en op een andere activiteit deel 3 van deze wet.

3.

Het speciale-sectorbedrijf kan een speciale-sectoropdracht die voldoet aan het eerste lid zonder toepassing van deel 3 van deze wet plaatsen, indien die opdracht een activiteit bevat waarop deel 3 van deze wet van toepassing is, een activiteit waarop de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is en daarnaast tevens activiteiten of onderdelen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.

4.

Voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid geldt dat de plaatsing van een algemene speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten objectief gerechtvaardigd dient te zijn en niet tot doel heeft een of meer opdrachten van de toepasselijkheid van deel 3 van deze wet uit te zonderen.

Afdeling 3.1.3. Raming van de waarde

§ 3.1.3.1. Algemene bepalingen

§ 3.1.3.2. De raming van speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.12a

Artikel 2.15a is van overeenkomstige toepassing op een speciale-sectorbedrijf dat uit afzonderlijke operationele eenheden bestaat.

Artikel 3.16a

De artikelen 3.15, tweede lid, en 3.16, tweede lid, zijn niet van toepassing op:

  • a. opdrachten voor werken waarvan de geraamde waarde niet meer bedraagt dan € 1.000.000, exclusief omzetbelasting,
  • b. opdrachten voor diensten of leveringen waarvan de geraamde waarde niet meer bedraagt dan € 80.000, exclusief omzetbelasting,

mits de totale geraamde waarde van de onder a of b bedoelde percelen gezamenlijk niet meer bedraagt dan 20% van de totale waarde van alle percelen.

§ 3.1.3.3. De raming van dynamische aankoopsystemen, innovatiepartnerschappen en prijsvragen

Afdeling 3.1.4. Uitgezonderde speciale-sectoropdrachten en prijsvragen

Artikel 3.23a
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten die door een aanbestedende dienst aan een andere rechtspersoon wordt gegund, indien:

  • a. de aanbestedende dienst op die rechtspersoon toezicht uitoefent zoals op zijn eigen diensten of indien een andere rechtspersoon dan de aanbestedende dienst op die rechtspersoon toezicht uitoefent, waarbij de aanbestedende dienst toezicht houdt op de andere rechtspersoon zoals op zijn eigen diensten,
  • b. meer dan 80% van de activiteiten van de gecontroleerde rechtspersoon wordt uitgeoefend in de vorm van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende dienst of door andere, door diezelfde aanbestedende dienst gecontroleerde rechtspersonen, en
  • c. er geen directe participatie van privékapitaal is in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van vormen van participatie van privékapitaal die geen controle of blokkerende macht inhouden, die vereist zijn krachtens nationale regelgeving welke verenigbaar is met het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en door middel waarvan geen beslissende invloed kan worden uitgeoefend op de gecontroleerde rechtspersoon.
2.

In afwijking van de artikelen 3.8 en 3.9 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten, indien een gecontroleerde rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid die tevens een aanbestedende dienst is, een speciale-sectoropdracht gunt aan de aanbestedende dienst die hem controleert of aan een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende dienst wordt gecontroleerd, mits er geen directe participatie van privékapitaal is in de rechtspersoon aan wie de speciale-sectoropdracht wordt gegund, met uitzondering van vormen van participatie die geen controle of blokkerende macht inhouden, die vereist zijn krachtens nationale regelgeving welke verenigbaar is met het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en door middel waarvan geen beslissende invloed kan worden uitgeoefend op de gecontroleerde rechtspersoon.

3.

Een aanbestedende dienst oefent op een rechtspersoon toezicht uit zoals op zijn eigen diensten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien hij zowel op strategische doelstellingen als op belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent.

4.

Het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, wordt bepaald op basis van de gemiddelde omzet of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf, zoals de kosten die door de betrokken rechtspersoon of de aanbestedende dienst zijn gemaakt met betrekking tot diensten, leveringen en werken, over de laatste drie jaren voorafgaand aan de gunning van de speciale-sectoropdracht.

5.

Indien de gemiddelde totale omzet of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf als bedoeld in het vierde lid, over de laatste drie jaren niet beschikbaar of niet langer relevant is in verband met de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van die rechtspersoon of aanbestedende dienst of in verband met een reorganisatie van zijn activiteiten, kan door middel van bedrijfsprognoses worden aangetoond dat de berekening van de activiteit aannemelijk is.

Artikel 3.23b
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten die door een aanbestedende dienst aan een andere rechtspersoon wordt gegund, indien:

  • a. de aanbestedende dienst samen met andere aanbestedende diensten op die rechtspersoon toezicht uitoefent zoals op hun eigen diensten,
  • b. meer dan 80% van de activiteiten van de gecontroleerde rechtspersoon de uitvoering van de taken behelst die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende diensten of door andere, door diezelfde aanbestedende diensten gecontroleerde rechtspersonen, en
  • c. er geen directe participatie van privékapitaal is in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van vormen van participatie van privékapitaal die geen controle of blokkerende macht inhouden, die vereist zijn krachtens nationale regelgeving welke verenigbaar is met het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en door middel waarvan geen beslissende invloed kan worden uitgeoefend op de gecontroleerde rechtspersoon.
2.

Aanbestedende diensten worden geacht op een rechtspersoon gezamenlijk toezicht uit te oefenen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien:

  • a. de besluitvormingsorganen van de gecontroleerde rechtspersoon zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende diensten, waarbij individuele vertegenwoordigers verscheidende of alle deelnemende aanbestedende diensten kunnen vertegenwoordigen,
  • b. deze aanbestedende diensten in staat zijn gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon, en
  • c. de gecontroleerde rechtspersoon geen belangen nastreeft die in strijd zijn met de belangen van de controlerende aanbestedende diensten.
3.

Op het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 3.23a, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.23c
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende diensten worden gegund, indien:

  • a. de speciale-sectoropdracht voorziet in of uitvoering geeft aan samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende diensten om te bewerkstelligen dat de openbare diensten die zij moeten uitvoeren, worden verleend met het oog op de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen,
  • b. de invulling van die samenwerking berust uitsluitend op overwegingen in verband met het openbaar belang, en
  • c. de deelnemende aanbestedende diensten op de open markt niet meer dan 20% van de onder die samenwerking vallende activiteiten voor hun rekening nemen.
2.

Op het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, is artikel 3.23a, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3.2. Procedures voor het plaatsen van speciale-sectoropdrachten

Afdeling 3.2.1. Algemene procedures

§ 3.2.1.1. Algemeen

§ 3.2.1.2. Openbare procedure

§ 3.2.1.3. Niet-openbare procedure

§ 3.2.1.4. Concurrentiegerichte dialoog

Artikel 3.34a

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure van de concurrentiegerichte dialoog toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

  • a. maakt een aankondiging van de speciale-sectoropdracht bekend;
  • b. toetst of een gegadigde voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde eisen of de erkenningsregeling;
  • c. beoordeelt de niet-afgewezen gegadigden aan de hand van de door de het speciale-sectorbedrijf gestelde selectiecriteria;
  • d. nodigt de geselecteerde gegadigden uit tot deelneming aan de dialoog;
  • e. houdt met de geselecteerde gegadigden een dialoog met het doel te bepalen welke middelen geschikt zijn om zo goed mogelijk aan de behoeften van het speciale-sectorbedrijf te voldoen en maakt een keuze welke oplossing of oplossingen aan zijn behoeften kunnen voldoen;
  • f. verzoekt de deelnemers aan de dialoog hun inschrijving in te dienen;
  • g. toetst of de inschrijvingen voldoen aan de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossing of oplossingen;
  • h. beoordeelt de geldige inschrijvingen aan de hand van het gunningscriterium de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding en de door het speciale-sectorbedrijf gestelde nadere criteria, bedoeld in artikel 2.115;
  • i. deelt de gunningsbeslissing mee;
  • j. kan de overeenkomst sluiten;
  • k. maakt de aankondiging van de gegunde opdracht bekend.

§ 3.2.1.5. Onderhandelingsprocedure met aankondiging

§ 3.2.1.6. Procedure van het innovatiepartnerschap

Artikel 3.35a

Het speciale-sectorbedrijf kan de procedure van het innovatiepartnerschap toepassen voor een speciale-sectoropdracht die is gericht op de ontwikkeling en aanschaf van een innovatief product of werk of een innovatieve dienst welke niet reeds op de markt beschikbaar is.

Artikel 3.35b

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure van het innovatiepartnerschap toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

  • a. maakt een aankondiging van de speciale-sectoropdracht bekend;
  • b. toetst of een gegadigde voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde eisen of de erkenningsregeling;
  • c. beoordeelt de niet-afgewezen gegadigden aan de hand van de door het speciale-sectorbedrijf gestelde selectiecriteria;
  • d. nodigt de geselecteerde gegadigden uit tot het doen van een eerste inschrijving;
  • e. onderhandelt met de inschrijvers over hun eerste en daaropvolgende inschrijvingen, met uitzondering van de definitieve inschrijving, om de inhoud ervan te verbeteren, met dien verstande dat niet wordt onderhandeld over de gunningscriteria en de minimumeisen;
  • f. beoordeelt de definitieve inschrijvingen aan de hand van door het speciale-sectorbedrijf gestelde minimumeisen en het door hem gestelde gunningscriterium van de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, en de nadere criteria, bedoeld in artikel 2.115;
  • g. deelt de gunningsbeslissing mee;
  • h. kan de overeenkomst sluiten;
  • i. maakt de aankondiging van de gegunde speciale-sectoropdracht bekend.

§ 3.2.1.7. Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging

§ 3.2.1.8. Bijzondere voorschriften betreffende het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor sociale en andere specifieke diensten

Afdeling 3.2.3. Bijzondere procedures

§ 3.2.3.1. Procedure van een prijsvraag

§ 3.2.3.2. Procedure voor het sluiten van een raamovereenkomst

§ 3.2.3.3. Procedure voor een dynamisch aankoopsysteem

Hoofdstuk 3.3. Regels voor speciale-sectoropdrachten inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning

Afdeling 3.3.1. Algemeen

Artikel 3.50a
1.

Een samenwerkingsverband van ondernemers kan zich inschrijven of zich als gegadigde opgeven.

2.

Een speciale-sectorbedrijf verlangt voor het indienen van een inschrijving of een verzoek tot deelneming van een samenwerkingsverband van ondernemers niet dat het samenwerkingsverband van ondernemers een bepaalde rechtsvorm heeft.

3.

Een speciale-sectorbedrijf kan bepalen op welke wijze een samenwerkingsverband aan de bij en krachtens deze wet gestelde criteria en eisen voor erkenning en kwalitatieve selectie dient te voldoen, mits deze eisen op objectieve gronden berusten en proportioneel zijn.

4.

Een speciale-sectorbedrijf kan aan een samenwerkingsverband andere eisen dan aan individuele deelnemers stellen wat betreft de uitvoering van een speciale-sectoropdracht, mits deze eisen op objectieve gronden berusten en proportioneel zijn.

5.

Een speciale-sectorbedrijf kan van een samenwerkingsverband waaraan de speciale-sectoropdracht wordt gegund, eisen dat het een bepaalde rechtsvorm aanneemt, indien dit voor de goede uitvoering van de speciale-sectoropdracht noodzakelijk is.

Artikel 3.50b
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan ondernemers bij de inschrijvingsprocedure de mogelijkheid bieden om andere dan elektronische middelen te gebruiken in een geval als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van richtlijn 2014/25/EU.

2.

Een wijziging van artikel 40, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van richtlijn 2014/25/EU gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3.50c
1.

Een speciale-sectorbedrijf verstrekt nadere inlichtingen over de aanbestedingsstukken uiterlijk tien dagen voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen, mits het verzoek om inlichtingen tijdig voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen is gedaan.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de in dat lid bedoelde termijn in geval van toepassing van de openbare procedure, waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 2.74, vier dagen.

Afdeling 3.3.2. Aankondigingen

§ 3.3.2.1. Periodieke indicatieve aankondiging en aankondigingen betreffende het bestaan van een erkenningsregeling

§ 3.3.2.2. Aankondiging

§ 3.3.2.3. Termijnen

Artikel 3.60a
1.

Een speciale-sectorbedrijf verlengt de termijn voor het indienen van inschrijvingen met vijf dagen indien aan een ondernemer eisen zijn gesteld die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die het speciale-sectorbedrijf gedurende de aanbestedingsprocedure beschikbaar stelt te beschermen, of bij toepassing van artikel 3.50, tweede lid, of artikel 3.50b.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing in een geval als bedoeld in het artikel 3.59, vierde lid, en artikel 3.60c.

Artikel 3.60b
1.

Een speciale-sectorbedrijf verlengt de termijnen voor het indienen van de inschrijvingen zodanig dat alle betrokken ondernemers van alle nodige informatie voor de opstelling van de inschrijvingen kennis kunnen nemen, indien:

  • a. inschrijvingen slechts kunnen worden gedaan na een bezoek van de locatie,
  • b. inschrijvingen slechts kunnen worden gedaan na inzage ter plaatste van de documenten waarop de aanbestedingsstukken steunen,
  • c. de tijdig aangevraagde aanvullende informatie, die van betekenis is voor het opstellen van de inschrijvingen, niet uiterlijk tien dagen of, in een geval als bedoeld in artikel 3.60c, niet uiterlijk vier dagen voor de voor het indienen van de inschrijvingen gestelde termijn is verstrekt, of
  • d. de aanbestedingsstukken aanzienlijk gewijzigd zijn.
2.

In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, dient de duur van de verlenging evenredig te zijn aan het belang van de informatie of wijziging.

Artikel 3.60c

In het geval van een urgente situatie, die door het speciale-sectorbedrijf naar behoren is onderbouwd, waarin de in artikel 3.59, eerste lid, bepaalde termijn voor inschrijving niet in acht kan worden genomen, kan een speciale-sectorbedrijf een termijn hiervoor vaststellen van ten minste 15 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de speciale-sectoropdracht.

Artikel 3.60d

Een speciale-sectorbedrijf kan de termijn voor het indienen van de inschrijvingen, bedoeld in artikel 3.59, eerste lid, met vijf dagen verkorten, indien hij erin toestemt dat inschrijvingen langs elektronische weg worden ingediend.

Afdeling 3.3.3. Bestek

§ 3.3.3.1. Technische specificaties

§ 3.3.3.2. Onderaanneming, bijzondere voorwaarden, voorbehouden opdracht en varianten

Afdeling 3.3.4. Eigen verklaring

Afdeling 3.3.5. Uitsluiting en selectie

Artikel 3.65a
1.

Een ondernemer kan zich in het geval dat een speciale-sectorbedrijf eisen stelt aan zijn economische en financiële draagkracht of aan zijn technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid, voor een bepaalde opdracht beroepen op de draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen.

2.

Indien de eisen met betrekking tot technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid onderwijs- en beroepskwalificaties betreffen van de dienstverlener, de aannemer of het leidinggevend personeel van de ondernemer of relevante beroepservaring, kan de ondernemer hiervoor een beroep doen op de kwalificaties en ervaring van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, mits die de werken of diensten zelf verrichten waarvoor die kwalificaties of ervaring vereist zijn.

3.

Een ondernemer die zich op de draagkracht of capaciteit van andere entiteiten beroept, toont ten behoeve van het speciale-sectorbedrijf aan dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de speciale-sector opdracht benodigde middelen, en in het geval hij erkend is op grond van een erkenningsregeling gedurende de gehele geldigheidsduur daarvan.

4.

Onder dezelfde voorwaarden als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

5.

Het speciale-sectorbedrijf kan eisen dat, indien een ondernemer zich beroept op de financiële en economische draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, zowel de ondernemer als die andere natuurlijke personen of rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de desbetreffende speciale-sectoropdracht.

6.

Het speciale-sectorbedrijf toetst of de draagkracht of bekwaamheid van een natuurlijke persoon of rechtspersoon waarop een ondernemer zich beroept, valt onder een door het speciale-sectorbedrijf gestelde uitsluitingsgrond en of deze natuurlijke persoon of rechtspersoon voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde geschiktheidseisen met betrekking tot de financiële en economische draagkracht of de technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid.

7.

De artikelen 2.92, vijfde en zesde lid, en 2.95, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3.4. Erkenningsregeling

Afdeling 3.4.1. Deelname en toepassing

Artikel 3.66a
1.

Een speciale-sectorbedrijf dat een aankondiging doet inzake het bestaan van een regeling voor de erkenning van ondernemers, selecteert bij het volgen van een procedure tot plaatsing van een speciale-sectoropdracht voor werken, leveringen of diensten waarop die erkenningsregeling betrekking heeft, uitsluitend inschrijvers en deelnemers die volgens deze regeling erkend zijn.

2.

Een procedure als bedoeld in het eerste lid betreft een niet-openbare procedure, een concurrentiegerichte dialoog, een innovatiepartnerschap, een onderhandelingsprocedure met aankondiging, of een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging in de gevallen, bedoeld in de artikelen 3.36 tot en met 3.38.

Afdeling 3.4.2. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Afdeling 3.4.3. Gunningsfase

§ 3.4.3.1. Inschrijving

Artikel 3.71a

Bij toepassing van de niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog, het innovatiepartnerschap, of de onderhandelingsprocedure met aankondiging nodigt het speciale-sectorbedrijf de niet-uitgesloten en niet-afgewezen gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uit tot inschrijving, tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelingen.

Artikel 3.71b
1.

De uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 3.71a, vermeldt het internetadres waar de aanbestedingsstukken rechtstreeks toegankelijk zijn.

2.

In afwijking van het eerste lid bevat de uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 3.71a, een exemplaar van de aanbestedingsstukken in een geval als bedoeld in artikel 3.57, vierde of vijfde lid, waarbij de aanbestedingsstukken nog niet vrij, rechtstreeks, volledig en kosteloos beschikbaar zijn.

3.

De uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 3.71a, bevat de informatie, bedoeld in bijlage XIII van richtlijn 2014/25/EU.

§ 3.4.3.1a. Concurrentiegerichte dialoog en elektronische catalogus

Artikel 3.73a

De paragrafen 2.3.8.2a en 2.3.8.3 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten, met dien verstande dat in artikel 2.109d, onderdeel a, voor «aankondiging van een overheidsopdracht» wordt gelezen: de aankondiging van een speciale-sectoropdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, bedoeld in artikel 3.73 of, ingeval van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling als bedoeld in artikel 3.56, derde lid, in de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling.

§ 3.4.3.2. Gunningscriteria, abnormaal lage inschrijving, elektronische veiling en innovatiepartnerschap

Artikel 3.74a
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan bij de openbare procedure, de niet-openbare procedure en de onderhandelingsprocedure met aankondiging, de gunningsbeslissing vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien:

  • a. hij dit heeft gemeld in de aankondiging van de speciale-sectoropdracht, in de uitnodiging, bedoeld in artikel 3.73 of in de uitnodiging tot inschrijving volgend op een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling,
  • b. hij in de aanbestedingsstukken ten minste de informatie heeft opgenomen met betrekking tot de elektronische veiling, genoemd in bijlage VII van richtlijn 2014/25/EU, en
  • c. de inhoud van de aanbestedingsstukken, met name de technische specificaties, nauwkeurig kan worden opgesteld.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor de aanbesteding van werken of diensten die intellectuele prestaties tot voorwerp van de opdracht hebben.

§ 3.4.3.3. Gunningsbeslissing

§ 3.4.3.4. Verslaglegging en bekendmaking

§ 3.4.3.5. Bewaarplicht gedurende de looptijd van de speciale-sectoropdracht

Hoofdstuk 3.5. Overige voorschriften voor de procedures met betrekking tot de raamovereenkomst, het dynamisch aankoopsysteem en de prijsvraag

Artikel 3.80a

De afdelingen 2.4.2 en 2.4.5, met uitzondering van de artikelen 2.146 en 2.148, zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Artikel 3.80b
1.

Een ondernemer kan bij de instelling van een dynamisch aankoopsysteem een verzoek tot toelating indienen.

2.

De termijn voor het indienen van een verzoek tot toelating als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten minste dertig dagen en in geen geval minder dan 15 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de speciale-sectoropdracht of, wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging, bedoeld in artikel 3.73, eerste lid.

3.

Het speciale-sectorbedrijf deelt een ondernemer als bedoeld in het eerste lid zo snel mogelijk mee dat hij is toegelaten tot het dynamisch aankoopsysteem of dat zijn verzoek tot toelating is afgewezen.

Artikel 3.80c
1.

Het speciale-sectorbedrijf nodigt alle tot het dynamisch aankoopsysteem toegelaten ondernemers uit om voor een specifieke speciale-sectoropdracht die binnen dat dynamisch aankoopsysteem wordt geplaatst een inschrijving in te dienen. De artikelen 2.105, eerste lid, en 2.106, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien het dynamisch aankoopsysteem is ingedeeld in categorieën van werken, producten of diensten, nodigt het speciale-sectorbedrijf, in afwijking van het eerste lid, alle ondernemers die zijn toegelaten tot de categorie waarop de desbetreffende speciale-sectoropdracht betrekking heeft, uit om een inschrijving in te dienen.

3.

De termijn voor het indienen van een inschrijving bedraagt ten minste tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

4.

Artikel 2.74a is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in het tweede lid van dat artikel bepaalde termijn bij een speciale-sectoropdracht binnen het dynamisch aankoopsysteem tien dagen bedraagt.

5.

Het speciale-sectorbedrijf kan de speciale-sectoropdracht gunnen aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend op grond van de gunningscriteria die zijn vermeld in de aankondiging van de speciale-sectoropdracht binnen het dynamisch aankoopsysteem, in de uitnodiging, bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, of in een uitnodiging tot inschrijving volgend op een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling. Deze criteria kunnen gepreciseerd worden in de uitnodiging voor alle tot het dynamisch aankoopsysteem toegelaten ondernemers.

Hoofdstuk 3.6. Wijziging van speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.80d

Hoofdstuk 2.5 is, met uitzondering van de artikelen 2.163d, eerste lid, onderdeel d, tweede en derde lid, en 2.163e, eerste lid, onderdeel c, van overeenkomstige toepassing op een speciale-sectoropdracht, met dien verstande dat:

  • a. waar in dit hoofdstuk naar deel 2 van deze wet wordt verwezen daarvoor telkens deel 3 dient te worden gelezen;

Deel 4. Overige bepalingen

Hoofdstuk 4.1. Gedragsverklaring aanbesteden

Afdeling 4.1.1. Algemene bepalingen

Afdeling 4.1.2. Toetsingscriteria

Afdeling 4.1.3. Beoordeling

Hoofdstuk 4.2. Nadere uitvoeringsregels

Afdeling 4.2.1. Nadere regels ter uitvoering van de richtlijnen

Artikel 4.12a
1.

Een aanbestedende dienst verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek processen-verbaal als bedoeld in artikel 2.132.

2.

Een speciale-sectorbedrijf verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek te bewaren passende informatie als bedoeld in artikel 3.77, eerste en tweede lid.

3.

Onze Minister gebruikt de in het eerste lid bedoelde processen-verbaal uitsluitend voor het opstellen van een toezichtsrapport als bedoeld in artikel 83, derde lid, van richtlijn 2014/24/EU en de in het tweede lid bedoelde informatie uitsluitend voor het opstellen van een toezichtsrapport als bedoeld in artikel 99, derde lid, van richtlijn 2014/25/EU.

4.

Artikel 2.57, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op aan Onze Minister verstrekte processen-verbaal of informatie.

Afdeling 4.2.2. Het elektronische systeem voor aanbestedingen

Artikel 4.14a

Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens die noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, en die verband houdt met het faciliteren van het gebruiken van het systeem.

Hoofdstuk 4.3. Vernietigbaarheid en boete

Afdeling 4.3.1. Vernietigbaarheid

Afdeling 4.3.2. Boete

Hoofdstuk 4.4. Arbitrage en klachten

Hoofdstuk 4.5. Evaluatiebepalingen

Hoofdstuk 4.6. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)