Wet van 1 november 2012, houdende nieuwe regels omtrent aanbestedingen (Aanbestedingswet 2012)
De door de aanbestedende dienst aan te schaffen producten, diensten of werken voldoen aan het door de aanbestedende dienst met de partners afgesproken prestatieniveau en blijven onder de maximumkosten.
§ 2.3.8.8. Gunningsbeslissing
§ 2.3.8.9. Verslaglegging en bekendmaking
§ 2.3.8.10. Bewaarplicht gedurende de looptijd van de overheidsopdracht
Artikel 2.138a
De aanbestedende dienst bewaart ten minste gedurende de looptijd van de overheidsopdracht kopieën van de gesloten overeenkomsten met een waarde van ten minste:
- a. € 10.000.000 voor overheidsopdrachten voor werken;
- b. € 1.000.000 voor overheidsopdrachten voor leveringen of diensten.
Hoofdstuk 2.4. Voorschriften voor de bijzondere procedures
Afdeling 2.4.1. Bijzondere voorschriften bij het plaatsen van een overheidsopdracht via een raamovereenkomst
Afdeling 2.4.2. Bijzondere voorschriften voor het plaatsen van een overheidsopdracht via een dynamisch aankoopsysteem
Artikel 2.146a
Een ondernemer kan gedurende de looptijd van een dynamisch aankoopsysteem een verzoek tot toelating aan het dynamisch aankoopsysteem indienen.
De aanbestedende dienst beoordeelt het verzoek tot toelating binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek. Artikel 2.144, tweede lid, is van toepassing.
De aanbestedende dienst kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, verlengen tot vijftien werkdagen, in het bijzonder vanwege de noodzaak om aanvullende documentatie te bestuderen of om anderszins te controleren of aan de geschiktheidseisen wordt voldaan.
Onverminderd het derde lid kan de aanbestedende dienst, zolang de uitnodiging tot inschrijving voor de eerste specifieke overheidsopdracht nog niet is verzonden, de in het tweede lid bedoelde termijn verlengen met een in de aanbestedingsstukken te vermelden termijn, mits tijdens die verlenging geen uitnodiging tot inschrijving wordt gedaan.
Artikel 2.146, derde lid, is van toepassing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid.
Afdeling 2.4.3. Bijzondere voorschriften betreffende de bouw van een complex sociale woningen
Afdeling 2.4.4. Bijzondere voorschriften voor concessieovereenkomsten voor openbare werken
Afdeling 2.4.5. Voorschriften betreffende de procedure van een prijsvraag
Hoofdstuk 2.5. Wijziging van overheidsopdrachten
Artikel 2.163a
Een wijziging van een overheidsopdracht tijdens de looptijd ervan kan uitsluitend zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet plaatsvinden in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen.
Artikel 2.163b
Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien:
- a. het bedrag waarmee de wijziging gepaard gaat lager is dan:
- 1°. het toepasselijke bedrag, bedoeld in de artikelen 2.1 tot en met 2.6a, en
- 2°. 10% van de waarde van de oorspronkelijke overheidsopdracht voor leveringen en diensten of 15% van de waarde van de oorspronkelijke overheidsopdracht voor werken, en
- b. de wijziging de algemene aard van de overheidsopdracht niet wijzigt.
Indien een overheidsopdracht een indexeringsclausule bevat, wordt voor de berekening van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, het geactualiseerde bedrag als referentiewaarde gehanteerd.
Indien opeenvolgende wijzigingen van een overheidsopdracht worden doorgevoerd, wordt de waarde beoordeeld op basis van de netto cumulatieve waarde van die opeenvolgende wijzigingen.
Artikel 2.163c
Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien de wijziging, ongeacht de geldelijke waarde ervan, in de oorspronkelijke aanbestedingsstukken is opgenomen in duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige herzieningsclausules, waaronder prijsherzieningsclausules of opties.
Herzieningsclausules als bedoeld in het eerste lid:
- a. omschrijven de omvang en de aard van mogelijke wijzigingen of opties,
- b. omschrijven de voorwaarden waaronder deze kunnen worden gebruikt, en
- c. voorzien niet in wijzigingen of opties die de algemene aard van de opdracht kunnen veranderen.
Artikel 2.163d
Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien:
- a. door de oorspronkelijke opdrachtnemer te verrichten aanvullende werken, diensten of leveringen noodzakelijk zijn geworden,
- b. deze aanvullende werken, diensten of leveringen niet in de oorspronkelijke aanbestedingsstukken waren opgenomen,
- c. een verandering van opdrachtnemer:
- 1°. niet mogelijk is om economische of technische redenen, en
- 2°. tot aanzienlijk ongemak of aanzienlijke kostenstijgingen zou leiden voor de aanbestedende dienst, en
- d. de verhoging van de prijs niet meer bedraagt dan 50% van de waarde van de oorspronkelijke opdracht.
Indien een overheidsopdracht een indexeringsclausule bevat, wordt voor de berekening van de prijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, de geactualiseerde prijs als referentiewaarde gehanteerd.
Indien opeenvolgende wijzigingen van een overheidsopdracht worden doorgevoerd, geldt de beperking van het eerste lid, onderdeel d, voor de waarde van elke wijziging.
Een aanbestedende dienst voert geen opeenvolgende wijzigingen van een overheidsopdracht door met het oogmerk zich te onttrekken aan de toepassing van deel 2 van deze wet.
Een aanbestedende dienst maakt een wijziging van een overheidsopdracht die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, bekend door een aankondiging hiervan op het elektronische systeem voor aanbestedingen.
De in het vijfde lid bedoelde bekendmaking geschiedt door middel van een op het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gesteld formulier.
Artikel 2.163e
Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien:
- a. de behoefte aan wijziging het gevolg is van omstandigheden die een zorgvuldige aanbestedende dienst niet kon voorzien,
- b. de wijziging geen verandering in de algemene aard van de opdracht meebrengt, en
- c. de verhoging van de prijs niet meer bedraagt dan 50% van de waarde van de oorspronkelijke opdracht.
Artikel 2.163d, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.163f
Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien een nieuwe opdrachtnemer de opdrachtnemer aan wie de aanbestedende dienst de overheidsopdracht oorspronkelijk had gegund, vervangt ten gevolge van:
- a. een ondubbelzinnige herzieningsclausule als bedoeld in artikel 2.163c, of
- b. rechtsopvolging onder algemene of bijzondere titel in de positie van de aanvankelijke opdrachtnemer, ten gevolge van herstructurering van de onderneming, waaronder door overname, fusie, acquisitie of insolventie, door een andere ondernemer die voldoet aan de oorspronkelijk vastgestelde geschiktheidseisen, mits dit geen andere wezenlijke wijzigingen als bedoeld in artikel 2.163g, derde lid, in de opdracht meebrengt en dit niet gebeurt met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deel 2 van deze wet.
Artikel 2.163g
Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien de wijzigingen, ongeacht de waarde ervan, niet wezenlijk zijn.
Een wijziging van een overheidsopdracht is wezenlijk als bedoeld in het eerste lid, indien de overheidsopdracht hierdoor materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht.
Een wijziging van een overheidsopdracht is in ieder geval wezenlijk indien:
- a. de wijziging voorziet in voorwaarden die, als zij deel van de oorspronkelijke aanbestedingsprocedure hadden uitgemaakt, de toelating van andere dan de oorspronkelijk geselecteerde gegadigden of de gunning van de overheidsopdracht aan een andere inschrijver mogelijk zouden hebben gemaakt of bijkomende deelnemers aan de aanbestedingsprocedure zouden hebben aangetrokken,
- b. de wijziging het economische evenwicht van de overheidsopdracht ten gunste van de opdrachtnemer verandert op een wijze die niet is voorzien in de oorspronkelijke overheidsopdracht,
- c. de wijziging leidt tot een aanzienlijke verruiming van het toepassingsgebied van de overheidsopdracht, of
- d. een nieuwe opdrachtnemer in de plaats is gekomen van de opdrachtnemer aan wie de aanbestedende dienst de overheidsopdracht oorspronkelijk had gegund in een ander dan in artikel 2.163f bedoeld geval.
Deel 2a. Concessieopdrachten
Hoofdstuk 2a.1. Reikwijdte
Afdeling 2a.1.1. Toepassingsgebied
Artikel 2a.1
Het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet is van toepassing op het plaatsen van concessieopdrachten voor werken of diensten door een:
- a. aanbestedende dienst;
- b. speciale-sectorbedrijf.
Afdeling 2a.1.2. Toepassingsbereik
§ 2a.1.2.1. Toepassingsbereik concessieopdrachten
Artikel 2a.2
Het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet is van toepassing op het plaatsen van concessieopdrachten waarvan de geraamde waarde, exclusief omzetbelasting, gelijk is aan of hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, van richtlijn 2014/23/EU.
Een wijziging van het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, van richtlijn 2014/23/EU, gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.
Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 2a.3
Indien de waarde van een concessieopdracht op het tijdstip van de gunning meer dan 20% hoger is dan het geraamde bedrag, is voor de toepassing van artikel 2a.2, eerste lid, de geraamde waarde de waarde van de concessieopdracht op het tijdstip van de gunning.
§ 2a.1.2.2. Afbakening samengestelde opdrachten
Artikel 2a.4
Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf plaatst een concessieopdracht die betrekking heeft op een combinatie van werken of diensten waarop deel 2a van deze wet van toepassing is, overeenkomstig de bepalingen die gelden voor het hoofdvoorwerp van de desbetreffende opdracht.
In het geval van een gemengde concessieopdracht als bedoeld in het eerste lid, die ten dele betrekking heeft op sociale en andere specifieke diensten, genoemd in bijlage IV bij richtlijn 2014/23/EU en ten dele op andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de hoogst geraamde waarde van de desbetreffende diensten.
Artikel 2a.5
Dit artikel is van toepassing op opdrachten die zowel onderdelen omvatten waarop deel 2a van deze wet van toepassing is, als onderdelen waarop deel 2a van deze wet niet op van toepassing is.
Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is in verschillende onderdelen, gelden de bepalingen die van toepassing zijn op het hoofdvoorwerp van de desbetreffende opdracht.
Indien een opdracht als bedoeld in het vijfde lid zowel onderdelen bevat van een concessieopdracht als onderdelen van een overheidsopdracht waarop deel 2 van deze wet van toepassing is of onderdelen van een speciale-sectoropdracht waarop deel 3 van deze wet van toepassing is, wordt de gemengde opdracht gegund overeenkomstig de bepalingen van deel 2 respectievelijk deel 3 van deze wet.
Indien een opdracht als bedoeld in het tweede lid zowel onderdelen van een concessieopdracht voor diensten als van een overheidsopdracht voor leveringen omvat, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de hoogst geraamde waarde van de diensten respectievelijk de leveringen.
Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is in verschillende onderdelen, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf voor de afzonderlijke onderdelen van die opdracht afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.
De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat afzonderlijke opdrachten voor afzonderlijke onderdelen plaatst, past voor elk van de afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.
Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst, is deel 2a van deze wet van toepassing op die opdracht, ongeacht de waarde van de onderdelen waarop bij afzonderlijke plaatsing andere bepalingen van toepassing zouden zijn, en ongeacht de bepalingen die bij afzonderlijke plaatsing voor die onderdelen hadden gegolden, tenzij anders is bepaald in het derde lid of in artikel 2a.6.
Het eerste lid is niet van toepassing als op een onderdeel van een opdracht als bedoeld dat lid de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied of artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.
Artikel 2a.6
Dit artikel is van toepassing op opdrachten die onderdelen omvatten waarop deel 2a van deze wet van toepassing is, en onderdelen waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is.
Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is, kan de opdracht zonder toepassing van deze wet worden geplaatst indien die opdracht onderdelen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, waarbij de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf echter alsnog de keuze heeft om de opdracht te plaatsen overeenkomstig deel 2a van deze wet of overeenkomstig de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.
Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is in verschillende onderdelen, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.
De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van de afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.
Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst, worden de toepasselijke bepalingen vastgesteld op grond van de volgende criteria:
- a. indien een bepaald onderdeel van de opdracht onder artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, of op de verschillende onderdelen respectievelijk artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, kan de opdracht worden geplaatst zonder deel 2a van deze wet toe te passen, mits de gunning van één opdracht op objectieve gronden gerechtvaardigd is;
- b. indien op een bepaald onderdeel van de opdracht de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, kan de opdracht overeenkomstig deel 2a van deze wet of overeenkomstig de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied worden geplaatst, mits de gunning van één opdracht op objectieve gronden gerechtvaardigd is.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf plaatst een algemene opdracht evenwel niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deel 2a van deze wet of dienovereenkomstig de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.
In het geval van een opdracht die betrekking heeft op verscheidene activiteiten, waarbij op één onderdeel bijlage II van richtlijn 2014/23/EU of deel 3 van deze wet van toepassing is en op een ander onderdeel artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, worden de toepasselijke bepalingen bepaald op grond van artikel 2a.7, respectievelijk de artikelen 3.10e, eerste tot en met derde lid, 3.10g, 3.29 en 3.30.
Artikel 2a.7
Dit artikel is van toepassing op opdrachten van speciale-sectorbedrijven die onderdelen bevatten, genoemd in bijlage II van richtlijn 2014/23/EU, en andere onderdelen.
Het speciale-sectorbedrijf kan per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten plaatsen of één algemene opdracht plaatsen.
Het speciale-sectorbedrijf dat afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van de afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.
Onverminderd de artikelen 2a.4 en 2a.5, zijn het zevende en achtste lid van toepassing indien het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst.
Indien op een van de in het eerste lid bedoelde activiteiten artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, is artikel 2a.8 van toepassing.
Het speciale-sectorbedrijf plaatst een algemene opdracht niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deze wet.
Indien de verschillende onderdelen van een opdracht betrekking hebben op meerdere activiteiten, wordt de opdracht geplaatst overeenkomstig de bepalingen die passen bij het hoofdvoorwerp van de betrokken opdracht.
In het geval van opdrachten waarbij niet objectief valt vast te stellen op welke activiteit de opdracht in hoofdzaak betrekking heeft, worden de toepasselijke bepalingen vastgesteld op grond van de volgende criteria:
- a. de opdracht wordt geplaatst overeenkomstig de bepalingen van deel 2a van deze wet die van toepassing zijn op door de aanbestedende dienst geplaatste concessieopdrachten, indien op een van de activiteiten waarop de opdracht betrekking heeft, de bepalingen van deel 2a van deze wet betreffende door aanbestedende diensten geplaatste concessieopdrachten van toepassing zijn, en op de andere activiteit de bepalingen van deel 2a van deze wet van toepassing zijn betreffende door speciale-sectorbedrijven geplaatste concessieopdrachten;
- b. de opdracht wordt overeenkomstig deel 2 van deze wet geplaatst, indien op een van de activiteiten waarop de opdracht betrekking heeft, deel 2a van deze wet van toepassing is en op de andere activiteit deel 2 van deze wet van toepassing is;
- c. de opdracht wordt overeenkomstig deel 2a van deze wet geplaatst, indien op een van de activiteiten waarop de opdracht betrekking heeft, deel 2a van deze wet van toepassing is en op de andere activiteit noch deel 2, deel 2a of deel 3 van deze wet van toepassing is.
Artikel 2a.8
Dit artikel is van toepassing op opdrachten van speciale-sectorbedrijven die onderdelen bevatten, genoemd in bijlage II van richtlijn 2014/23/EU, en onderdelen waar defensie- of veiligheidsaspecten aan verbonden zijn.
Het speciale-sectorbedrijf kan per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten plaatsen of één algemene opdracht plaatsen.
Het speciale-sectorbedrijf dat een afzonderlijke opdracht plaatst, past voor elk van de afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.
Onverminderd artikel 2a.6, is het zesde lid van toepassing indien het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst.
Het speciale-sectorbedrijf plaatst één algemene opdracht of afzonderlijke opdrachten evenwel niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deze wet of van de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.
In het geval van een opdracht die betrekking heeft op een activiteit waarop deel 2a van toepassing is en een andere activiteit waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, of waarop Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, kan het speciale-sectorbedrijf:
- a. een opdracht plaatsen zonder deel 2a van deze wet toe te passen wanneer die activiteit valt onder artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of
- b. een opdracht plaatsen in overeenstemming met hetzij deel 2a van deze wet, hetzij de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied in de gevallen waarin die activiteit valt onder die wet.
Het zesde lid laat de in de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied voorziene drempelwaarden en uitzonderingen onverlet.
Opdrachten als bedoeld in het zesde lid met zowel activiteiten die vallen onder bijlage II van richtlijn 2014/23/EU als activiteiten waarop de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, die daarnaast aanbestedingen of andere onderdelen bevatten waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, kunnen worden gegund zonder deze wet toe te passen.
Voor de toepassing van het zesde tot en met achtste lid geldt dat de plaatsing van een algemene opdracht voor meerdere activiteiten objectief gerechtvaardigd dient te zijn en niet tot doel heeft een of meer opdrachten van de toepasselijkheid van deel 2a van deze wet uit te zonderen.
Afdeling 2a.1.3. Raming van de waarde
§ 2a.1.3.1. Algemene bepalingen
Artikel 2a.9
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van de voorgenomen concessieopdracht overeenkomstig de artikelen 2a.5 tot en met 2a.7.
Artikel 2.14 is van overeenkomstige toepassing.
§ 2a.1.3.2. De raming van concessieopdrachten
Artikel 2a.10
De waarde van een concessieopdracht wordt geraamd naar de waarde op het tijdstip van verzending van de aankondiging van die concessieopdracht of, indien een aankondiging niet is vereist, naar de waarde op het tijdstip waarop de procedure voor de gunning door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf wordt ingeleid.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf baseert de berekening van de geraamde waarde van een concessieopdracht op de tijdens de looptijd van de overeenkomst te behalen omzet van de concessiehouder, exclusief omzetbelasting, als tegenprestatie voor de werken of diensten die het voorwerp uitmaken van de opdracht met inbegrip van de bijkomende leveringen die in het kader van deze werken en diensten worden verricht.
Artikel 2a.11
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf raamt waarde van de concessieopdracht volgens een objectieve methode die wordt gespecificeerd in de aanbestedingsstukken.
Bij de berekening van de geraamde waarde van de concessieopdracht houdt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in voorkomend geval met name rekening met:
- a. de waarde van elke vorm van optie en eventuele verlenging van de looptijd van de concessieopdracht;
- b. de inkomsten uit de betaling van andere honoraria en boeten door de gebruikers van de werken of diensten dan die welke worden geïnd namens de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf;
- c. de betalingen of financiële voordelen, in welke vorm dan ook, die door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf of een andere overheidsinstantie worden verstrekt aan de concessiehouder, met inbegrip van compensatie voor de nakoming van een openbare dienstverplichting en door de overheid verstrekte investeringssubsidies;
- d. de waarde van subsidies of andere financiële voordelen, in welke vorm dan ook, van derden voor de uitvoering van de concessieopdracht;
- e. de inkomsten uit de verkoop van activa die deel van de concessieopdracht uitmaken;
- f. de waarde van alle leveringen en diensten die door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aan de concessiehouder ter beschikking worden gesteld, mits deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werken of de verlening van de diensten;
- g. alle prijzengelden voor of de betalingen aan gegadigden of inschrijvers.
Artikel 2a.12
Indien een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten kan leiden tot concessieopdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag.
Indien de samengestelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in artikel 2a.2, eerste lid, bedoelde bedrag, is het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde van toepassing op de plaatsing van elk perceel.
Afdeling 2a.1.4. Uitgezonderde concessieopdrachten
Artikel 2a.13
In afwijking van de artikelen 2a.1 tot en met 2a.3 is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op concessieopdrachten die worden geplaatst door een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf:
- a. waarvoor andere procedurevoorschriften gelden en die worden geplaatst op grond van een juridisch instrument dat internationaalrechtelijke verplichtingen schept, overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, betreffende:
- 1°. leveringen of werken die bestemd zijn voor gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een werk door de ondertekenende staten;
- 2°. diensten die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten;
- b. waarvoor andere procedurevoorschriften gelden en die worden geplaatst volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie.
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten die door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf worden geplaatst in overeenstemming met door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling bepaalde aanbestedingsregels, indien de concessieopdrachten volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd.
In het geval van een concessieopdracht die voor het grootste deel mede door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling gefinancierd wordt, komen de partijen overeen welke aanbestedingsprocedure wordt toegepast.
Het eerste tot en met het derde lid is niet van toepassing op een concessieopdracht waarop de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is.
Artikel 2a.14
In afwijking van de artikelen 2a.1 tot en met 2a.3 is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op concessieopdrachten voor diensten die worden gegund aan een aanbestedende dienst, of aan een samenwerkingsverband van aanbestedende diensten, op basis van een uitsluitend recht.
In afwijking van de artikelen 2a.1 tot en met 2a.3 is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op concessieopdrachten voor diensten die aan een ondernemer worden gegund op basis van een uitsluitend recht, mits dit uitsluitend recht verenigbaar is met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en met rechtshandelingen van de Europese Unie tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften betreffende de toegang tot de markt die van toepassing zijn op in bijlage II van richtlijn 2014/23/EU bedoelde activiteiten.
In afwijking van het tweede lid, is artikel 2a.52 van toepassing, indien de in dat lid bedoelde sectorale Uniewetgeving niet in sectorspecifieke transparantieverplichtingen voorziet.
Artikel 2a.15
In afwijking van de artikelen 2a.1 tot en met 2a.3 is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op concessieopdrachten op het gebied van defensie en veiligheid als bedoeld in de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied waarvoor specifieke procedurevoorschriften van toepassing zijn:
- a. uit hoofde van een tussen het Koninkrijk der Nederlanden al dan niet tezamen met een of meer lidstaten van de Europese Unie en één of meer derde landen gesloten internationale overeenkomst of regeling;
- b. uit hoofde van een in verband met de legering van strijdkrachten gesloten internationale overeenkomst of regeling die betrekking heeft op ondernemingen in een lidstaat of in een derde land;
- c. van een internationale organisatie die aankopen doet voor eigen doeleinden of op concessieopdrachten die door een lidstaat overeenkomstig deze voorschriften moeten worden gegund.
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is van toepassing op de plaatsing van concessies op het gebied van defensie en veiligheid, bedoeld in de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, met uitzondering van:
- a. concessieopdrachten waarbij de toepassing van de regels van deel 2a een lidstaat ertoe zou verplichten informatie te verstrekken waarvan de openbaarmaking naar zijn opvatting strijdig is met zijn wezenlijke veiligheidsbelangen, of indien de aanbesteding en de uitvoering van de opdracht geheim zijn verklaard of gepaard moeten gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op voorwaarde dat de lidstaat heeft vastgesteld dat de betrokken essentiële belangen niet kunnen worden gewaarborgd met minder ingrijpende maatregelen, zoals die als bedoeld in derde lid;
- b. concessieopdrachten die worden geplaatst in het kader van een samenwerkingsprogramma als bedoeld in artikel 13, onderdeel c, van richtlijn 2009/81/EG;
- c. concessieopdrachten die door een regering aan een andere regering gegund zijn voor werken en diensten die betrekking hebben op de levering van militair materiaal of gevoelig materiaal, of werken en diensten specifiek bedoeld voor militaire diensten, of gevoelige werken en gevoelige diensten;
- d. concessieopdrachten gegund in een derde land, wanneer strijdkrachten zijn ingezet buiten het grondgebied van de Europese Unie, als de operationele omstandigheden vereisen dat de overeenkomsten worden gesloten met ondernemers die in het operatiegebied zijn gevestigd;
- e. concessieopdrachten die anderszins krachtens deel 2a zijn vrijgesteld.
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten die niet anderszins op grond van het tweede lid zijn uitgezonderd, voor zover de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van een lidstaat niet kan worden gewaarborgd door minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld door eisen te stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in een aanbestedingsprocedure overeenkomstig deel 2a van deze wet beschikbaar stelt.
Artikel 2a.16
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten voor diensten:
- a. betreffende de verwerving of huur, ongeacht de financiële modaliteiten ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten hierop;
- b. betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de coproductie van programma’s als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van richtlijn 2010/13/EU en radiomateriaal bestemd voor audiovisuele mediadiensten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van richtlijn 2010/13/EU of radio-omroepdiensten, die worden gegund door aanbieders van audiovisuele mediadiensten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van richtlijn 2010/13/EU of radio-omroepdiensten, of opdrachten betreffende zendtijd of betreffende de levering van programma’s die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten;
- c. betreffende arbitrage- en bemiddeling;
- d. betreffende een van de hierna genoemde rechtskundige diensten:
- 1°. de vertegenwoordiging in rechte van een cliënt in een arbitrage- of bemiddelingsprocedure in een lidstaat van de Europese Unie, in een derde land of voor een internationale arbitrage- of bemiddelingsinstantie, in een procedure voor een rechter of overheidsinstantie van een lidstaat van de Europese Unie of een derde land of voor een internationale rechter of instantie door een persoon die gerechtigd is deze werkzaamheden uit te oefenen onder de benaming advocaat of een daarmee overeenkomstige benaming in een lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland;
- 2°. advies dat wordt gegeven ter voorbereiding van de procedures, bedoeld in onderdeel 1, of indien er concrete aanwijzingen zijn en er een grote kans bestaat dat over de kwestie waarop het advies betrekking heeft, een dergelijke procedure zal worden gevoerd, mits het advies is gegeven door een persoon die gerechtigd is deze werkzaamheden uit te oefenen onder de benaming advocaat of een daarmee overeenkomstige benaming in een lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland;
- 3°. het waarmerken en voor echt verklaren van documenten door een notaris;
- 4°. de juridische dienstverlening door trustees of aangewezen voogden, of andere juridische dienstverlening waarbij de aanbieders door een rechterlijke instantie van de betrokken lidstaat van de Europese Unie, of van rechtswege, aangewezen zijn om specifieke taken te verrichten onder toezicht van die rechterlijke instanties;
- 5°. andere juridische diensten die in de betrokken lidstaat van de Europese Unie al dan niet incidenteel verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag;
- e. op financiële gebied betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop of de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en door de centrale banken verleende diensten en operaties die worden uitgevoerd met de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees Stabiliteitsmechanisme;
- f. betreffende leningen, al dan niet in samenhang met de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten;
- g. betreffende civiele verdediging, civiele bescherming en risicopreventie die worden verleend door non-profitorganisaties en -verenigingen en die vallen onder de CPV-codes, genoemd in artikel 10, achtste lid, onderdeel g, van richtlijn 2014/23/EU met uitzondering van ziekenvervoer per ambulance;
- h. betreffende politieke campagnes die vallen onder de CPV-codes, genoemd in artikel 10, achtste lid, onderdeel h, van richtlijn 2014/23/EU, indien gegund door een politieke partij in het kader van een verkiezingscampagne.
Artikel 2a.17
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten voor loterijen, die vallen onder de CPV-code, genoemd in artikel 10, negende lid, van richtlijn 2014/23/EU, en die door de staat aan een ondernemer zijn gegund op basis van een uitsluitend recht.
De toekenning van een uitsluitend recht als bedoeld in het eerste lid, wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 2a.18
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten die speciale-sectorbedrijven gunnen voor de uitoefening van hun activiteiten in een derde land, in omstandigheden waarbij er geen fysieke exploitatie is van een net of van een geografisch gebied binnen de Europese Unie.
Artikel 2a.19
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten die in hoofdzaak tot doel hebben om een aanbestedende dienst, niet zijnde speciale-sectorbedrijf, in staat te stellen openbare communicatienetten beschikbaar te stellen of te exploiteren of aan het publiek één of meer elektronische communicatiediensten te verlenen.
Artikel 2a.20
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op:
- a. de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van drinkwater;
- b. de drinkwatertoevoer aan deze netten.
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op een concessieopdracht indien deze verband houdt met een in het eerste lid genoemde activiteit en betreft:
- a. waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage voor zover de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan 20% van de totale hoeveelheid water die door middel van deze projecten of deze bevloeiings- of drainage-installaties ter beschikking wordt gesteld, of
- b. de afvoer of behandeling van afvalwater.
Artikel 2a.21
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van concessieopdrachten:
- a. door een speciale-sectorbedrijf bij een met dat bedrijf verbonden onderneming, of
- b. door een gemeenschappelijke onderneming, uitsluitend bestaande uit speciale-sectorbedrijven, bij een onderneming die met een van de betrokken speciale-sectorbedrijven is verbonden, indien ten minste 80% van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming in de drie jaar voorafgaand aan het plaatsen van de opdracht heeft behaald, afkomstig is van het verrichten van dergelijke werken of diensten voor het speciale-sectorbedrijf, of aan andere ondernemingen waarmee zij is verbonden.
Indien in verband met de datum van oprichting of de aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming geen gegevens beschikbaar zijn omtrent de omzet in de drie jaren, voorafgaande aan het plaatsen van de opdracht, voldoet de verbonden onderneming aan de in het eerste lid bedoelde eis indien zij aannemelijk kan maken dat die omzet in de komende periode wordt behaald.
Indien dezelfde of soortgelijke werken of diensten door verschillende met het speciale-sectorbedrijf verbonden ondernemingen waarmee zij een combinatie van ondernemingen vormt worden verricht, wordt het in het eerste lid bedoelde percentage berekend op grond van de totale omzet van deze verbonden ondernemingen, afkomstig van die werken of diensten.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder verbonden onderneming verstaan:
- a. een onderneming waarvan de jaarrekening is geconsolideerd met die van het speciale-sectorbedrijf overeenkomstig de voorschriften van richtlijn 2013/34/EU, of
- b. ingeval het speciale-sectorbedrijf niet onder de in onderdeel a bedoelde richtlijn valt, een onderneming:
- 1°. waarop het speciale-sectorbedrijf direct of indirect overheersende invloed kan uitoefenen,
- 2°. die een overheersende invloed op het speciale-sectorbedrijf kan uitoefenen, of
- 3°. die, tezamen met het speciale-sectorbedrijf, is onderworpen aan de overheersende invloed van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
Artikel 2a.22
Onverminderd het bepaalde in artikel 2a.25 en mits de gemeenschappelijke onderneming is opgericht om de betrokken activiteit gedurende een periode van ten minste drie jaar uit te oefenen en het instrument tot oprichting van die gemeenschappelijke onderneming bepaalt dat de speciale-sectorbedrijven waaruit zij bestaat, daar deel van uitmaken voor ten minste dezelfde termijn, is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op het plaatsen van concessieopdrachten die:
- a. door een gemeenschappelijke onderneming, uitsluitend bestaande uit speciale-sectorbedrijven voor de uitoefening van de in bijlage II van richtlijn 2014/23 EU bedoelde activiteiten, zijn gegund aan een van deze speciale-sectorbedrijven;
- b. door een speciale-sectorbedrijf zijn gegund aan een gemeenschappelijke onderneming waarvan zij zelf deel uitmaakt.
Artikel 2a.23
Het speciale-sectorbedrijf doet de Europese Commissie op haar verzoek mededeling van de toepassing van de artikelen 2a.21, eerste lid, en vierde lid, onderdeel b, en 2a.22 met betrekking tot:
- a. de namen van de betrokken ondernemingen of gemeenschappelijke ondernemingen;
- b. de aard en de waarde van de desbetreffende speciale-sectoropdrachten;
- c. de gegevens die de Europese Commissie nodig acht voor het bewijs dat de betrekkingen tussen het speciale-sectorbedrijf en de onderneming of de gemeenschappelijke onderneming bij welke de opdrachten worden geplaatst, aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2a.21 en 2a.22, voldoen.
Artikel 2a.24
Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op door speciale-sectorbedrijven gegunde concessieopdrachten wanneer is vastgesteld dat de activiteit rechtstreeks blootstaat aan concurrentie overeenkomstig artikel 3.21.
Artikel 2a.25
Met betrekking tot het plaatsen van concessieopdrachten zijn voor aanbestedende diensten de artikelen 2.24a tot en met 2.24c van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2a.26
Artikel 2.24, aanhef en onderdeel g, is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.
Hoofdstuk 2a.2. Procedures voor het plaatsen van concessieopdrachten
Afdeling 2a.2.1. Algemeen
Artikel 2a.27
De looptijd van een concessieopdracht wordt door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf geraamd op basis van de gevraagde werken of diensten.
Voor concessieopdrachten die langer duren dan vijf jaar, wordt de maximale looptijd beperkt tot de periode waarin van een concessiehouder redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij de investeringen die hij heeft gedaan voor de exploitatie van de werken of diensten, samen met een rendement op geïnvesteerde vermogen, kan terug verdienen, rekening houdend met de investeringen die nodig zijn om de contractuele doelstellingen te halen.
Voor de berekening, bedoeld in het tweede lid, worden zowel de initiële investeringen als de investeringen tijdens de looptijd van de opdracht in aanmerking genomen.
Artikel 2a.28
Concessieopdrachten worden gegund op basis van de door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf overeenkomstig artikel 2a.50 vastgestelde gunningscriteria, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
- a. de inschrijving voldoet aan de minimumeisen die, voor zover van toepassing, door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf zijn vastgesteld,
- b. de inschrijver voldoet aan de in artikel 2a.46 bedoelde voorwaarden voor deelneming, en
- c. de inschrijver is niet uitgesloten van deelneming aan de gunningsprocedure overeenkomstig de artikelen 2a.43 en 2a.44.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf verstrekt:
- a. in de concessieaankondiging: een beschrijving van de concessieopdracht en de voorwaarden voor deelneming;
- b. in de concessieaankondiging, in de uitnodiging tot indiening van een inschrijving of in andere aanbestedingsstukken: een beschrijving van de gunningscriteria en, voor zover van toepassing, de minimumeisen waaraan voldaan moet worden.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan het aantal gegadigden of het aantal inschrijvers tot een passend aantal beperken, op voorwaarde dat dit geschiedt op transparante wijze en op basis van objectieve criteria, waarbij het aantal gegadigden dat wordt uitgenodigd, voldoende dient te zijn om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf deelt alle gegadigden en inschrijvers de beschrijving van de voorgenomen organisatie van de procedure mee, alsook een indicatief tijdschema voor de voltooiing ervan.
Elke wijziging wordt aan alle gegadigden en inschrijvers meegedeeld, en voor zover zij betrekking heeft op de elementen die in de concessieaankondiging openbaar worden gemaakt, aan alle ondernemers bekendgemaakt.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf waarborgt een passende documentatie van de belangrijkste stappen van de procedure op de manier die hij geschikt acht, met inachtneming van artikel 2a.33.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan met de gegadigden en inschrijvers onderhandelingen voeren waarbij het voorwerp van de overeenkomst, de gunningscriteria en de minimumeisen zoals omschreven in de aanbestedingsstukken in de loop van de onderhandelingen niet worden gewijzigd.
Afdeling 2a.2.2. Sociale en andere specifieke diensten
Artikel 2a.29
Concessieopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten die zijn opgenomen in bijlage IV van richtlijn 2014/23/EU en waarop deel 2a van deze wet van toepassing is, zijn voor wat betreft de bepalingen uit deel 2a en deel 4 van deze wet, uitsluitend onderworpen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 2a.30, tweede lid, 2a.33, 2a.49, 2a.50, 2a.51, 4.15 en 4.16.
Hoofdstuk 2a.3. Regels voor concessieopdrachten inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning
Artikel 2a.30
Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf mag de procedure die tot de keuze van een concessiehouder leidt, naar eigen inzicht organiseren, mits deel 2a van deze wet daarbij in acht wordt genomen.
Artikel 2.81, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met dien verstande dat voor bijlage X van richtlijn 2014/24/EU vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht wordt gelezen: bijlage X van richtlijn 2014/23/EU vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht.
Artikel 2a.31
Afdeling 2.3.1 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met uitzondering van artikel 2.51, vijfde lid.
Afdeling 2a.3.2. Aankondigingen
Artikel 2a.32
Paragraaf 2.3.2.2, met uitzondering van artikel 2.63, is van overeenkomstige toepassing op een aanbestedende dienst die of een speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een concessieopdracht te gunnen.
Artikel 2a.33
De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een concessieopdracht te gunnen maakt hiertoe een aankondiging van de concessieopdracht bekend.
De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een concessieopdracht voor sociale en andere specifieke diensten, bedoeld in bijlage IV van richtlijn 2014/23/EU, te plaatsen, maakt zijn of haar voornemen bekend door middel van de bekendmaking van een vooraankondiging.
De bekendmaking van een aankondiging als bedoeld in het eerste lid en van een vooraankondiging als bedoeld in het tweede lid, geschiedt langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gebruikt voor de bekendmaking van de concessieaankondiging of de concessievooraankondiging het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.
Het eerste lid is niet van toepassing indien het werk of de dienst alleen door een bepaalde ondernemer kan worden verricht omdat:
- a. de concessieopdracht als doel heeft het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of een unieke artistieke prestatie,
- b. mededinging om technische redenen ontbreekt, of
- c. uitsluitende rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten, moeten worden beschermd.
Het vijfde lid, onderdelen b en c, is uitsluitend van toepassing indien er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de concessiegunning.
In afwijking van het eerste lid behoeft de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf niet een nieuwe aankondiging bekend te maken indien er als reactie op een eerdere aanbestedingsprocedure geen verzoeken tot deelneming, inschrijvingen, geschikte verzoeken tot deelneming of geschikte inschrijvingen zijn ingediend, mits de initiële voorwaarden van de concessieopdracht niet wezenlijk worden gewijzigd en aan de Europese Commissie een verslag wordt toegezonden indien zij daarom verzoekt.
Voor de toepassing van het zevende lid wordt een inschrijving ongeschikt bevonden indien zij niet relevant is voor de concessieopdracht, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, klaarblijkelijk niet voorziet in de behoeften en eisen van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, zoals omschreven in de aanbestedingsstukken.
Voor de toepassing van het zevende lid wordt een verzoek tot deelneming ongeschikt bevonden indien:
- a. de betrokken gegadigde overeenkomstig de artikelen 2a.43, eerste en derde lid, 2a.44, eerste en tweede lid, en 2a.45, kan of moet worden uitgesloten, of niet voldoet aan de uit hoofde van artikel 2a.46, door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf bepaalde geschiktheidseisen en selectiecriteria;
- b. het verzoek tot deelneming een inschrijving bevat die ongeschikt is in de zin van het achtste lid.
Artikel 2a.34
Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf stelt de termijn voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming of inschrijvingen vast met inachtneming van de complexiteit van de opdracht, de voor de voorbereiding van de verzoeken tot deelneming of de inschrijvingen benodigde tijd en de in deze paragraaf gestelde regels omtrent termijnen.
Artikel 2a.35
Indien het verzoek tot deelneming of de inschrijving slechts na een bezichtiging ter plaatse, of na inzage ter plaatse van de documenten die ter ondersteuning dienen van de stukken voor de gunning van de concessieopdracht kan worden gedaan, verlengt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de termijn voor het indienen van de verzoeken tot deelneming of de inschrijvingen zodanig dat alle betrokken ondernemers van alle nodige informatie voor de opstelling van de verzoeken tot deelneming of inschrijvingen kennis kunnen nemen.
In de in het eerste lid bedoelde gevallen zijn de termijnen in elk geval langer dan in de artikelen 2a.36 en 2a.37 genoemde termijnen.
Artikel 2a.36
De termijn voor de ontvangst van verzoeken tot deelneming, al dan niet met inschrijvingen voor de concessieopdracht, bedraagt 30 dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de concessieopdracht.
Artikel 2a.37
Indien de procedure verloopt in opeenvolgende fasen bedraagt de termijn voor ontvangst van eerste inschrijvingen ten minste 22 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot het doen van een inschrijving.
Artikel 2a.38
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan de termijn voor ontvangst van inschrijvingen met vijf dagen verlengen indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aanvaardt dat de inschrijvingen krachtens artikel 2a.31 met andere dan elektronische middelen kunnen worden ingediend.
Afdeling 2a.3.3. Bestek
§ 2a.3.3.1. Technische specificaties
Artikel 2a.39
Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf neemt in de aanbestedingsstukken de technische en functionele specificaties op, waarin de door hem voor een werk, dienst of levering voorgeschreven kenmerken zijn opgenomen.
Specificaties als bedoeld in het eerste lid kunnen ook verwijzen naar het specifieke proces van productie dan wel verrichting of verlening van de gevraagde werken of diensten, voor zover zij verband houden met het voorwerp van de opdracht en in verhouding staan tot de waarde en de doelstellingen daarvan.
Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf verwijst in de technische en functionele eisen niet naar een bepaald fabrikaat, een bepaalde herkomst of een bijzondere werkwijze die kenmerkend is voor de producten of diensten van een bepaalde ondernemer, een merk, een octrooi of een type, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of uitgesloten, tenzij dit door het voorwerp van de opdracht gerechtvaardigd is.
Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf doet een verwijzing als bedoeld in het derde lid vergezeld gaan van de woorden «of gelijkwaardig».
Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf wijst een inschrijving niet af omdat de aangeboden werken, leveringen of diensten niet voldoen aan de technische en functionele eisen waarnaar is verwezen, indien de inschrijver in zijn inschrijving tot voldoening van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de technische en functionele eisen.
§ 2a.3.3.2. Onderaanneming, bijzondere voorwaarden, voorbehouden opdrachten
Artikel 2a.40
Artikel 2.79 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.
Artikel 2a.41
Artikel 2.82 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met dien verstande dat in artikel 2.82, tweede lid, voor aankondiging wordt gelezen: aankondiging of, in het geval van concessieopdracht voor diensten als bedoeld in artikel 2a.29 de vooraankondiging.
Afdeling 2a.3.4. Eigen verklaring
Artikel 2a.42
Afdeling 2.3.4 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.
Afdeling 2a.3.5. Uitsluiting
Artikel 2a.43
De artikelen 2.86 en 2.86a zijn van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten van aanbestedende diensten.
Speciale-sectorbedrijven die niet tevens aanbestedende dienst zijn, kunnen de in artikel 2.86, eerste tot en met derde lid, genoemde uitsluitingsgronden als selectiecriteria opnemen bij de procedure voor de gunning van een concessieopdracht.
Bij de toepassing van het tweede lid, zijn de artikelen 2.86a en 2.88, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2a.44
Artikel 2.87 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel f.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan een inschrijver of gegadigde tevens uitsluiten van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf jegens de ondernemer heeft vastgesteld dat deze in het geval van een concessieopdracht op het gebied van defensie en veiligheid als bedoeld in Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied niet de betrouwbaarheid heeft vertoond die nodig is om risico’s voor de veiligheid van de lidstaat uit te sluiten.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf betrekt bij de toepassing van het tweede lid uitsluitend het niet vertonen van de in dat onderdeel bedoelde betrouwbaarheid welke zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving heeft voorgedaan.
Artikel 2a.45
Voor de toepassing van uitsluitingsgronden als bedoeld in de artikelen 2a.43 en 2a.44, is artikel 2.87a van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2a.4. Geschiktheidseisen en selectiecriteria
Afdeling 2a.4.1. Geschiktheidseisen
Artikel 2a.46
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf beoordeelt of aan de voorwaarden voor deelneming is voldaan wat betreft de:
- a. beroepsbekwaamheid,
- b. technische bekwaamheid en
- c. financiële en economische draagkracht van de gegadigden of inschrijvers.
De beoordeling op grond van het eerste lid vind plaats op basis van eigen verklaringen en referenties die als bewijs moeten worden overgelegd overeenkomstig de eisen van de concessieaankondiging.
De in het tweede lid bedoelde eisen zijn niet discriminerend en dienen in verhouding te staan tot het voorwerp van de concessieopdracht.
Alle deelnemingsvoorwaarden houden verband met en staan in verhouding tot de noodzaak ervoor te zorgen dat de concessiehouder de concessieopdracht kan uitvoeren, rekening houdend met het voorwerp van de opdracht en de doelstelling om voor daadwerkelijke mededinging te zorgen.
Artikel 2a.47
Een ondernemer kan zich voor een bepaalde concessieopdracht beroepen op de beroepsbekwaamheid, technische bekwaamheid en financiële en economische draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen. Een ondernemer toont in dat geval bij de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aan dat hij gedurende de concessieperiode zal kunnen beschikken over die noodzakelijke middelen van die natuurlijke personen of rechtspersonen.
De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan eisen dat, indien een ondernemer zich beroept op de financiële draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, de ondernemer en die natuurlijke personen of rechtspersonen gezamenlijk instaan voor de uitvoering van de opdracht.
Onder de voorwaarden, genoemd in het eerste en tweede lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of van andere natuurlijke personen of rechtspersonen.
Artikel 2a.48
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)