Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Type Beleidsregel
Publication 2026-05-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

1. Inleiding

In de strafrechtelijke handhaving van de lokale veiligheid, leefbaarheid en de naleving van (specialistische) regels is een belangrijke rol weggelegd voor buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s). Het doel van het boa-beleid is om de kwaliteit van de strafrechtelijke handhaving door de boa’s te borgen en te verbeteren zodat boa’s deze belangrijke rol op een kwalitatief goede wijze kunnen invullen. Het boa-bestel vormt het kader waarbinnen deze professionalisering van de boa plaatsvindt. Deze Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar maken onderdeel uit van dit boa-bestel.

In verband met de door de praktijk geuite wens tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inhuur is een wijziging in deze Beleidsregels aangebracht in die zin dat inhuur nu mogelijk is in de domeinen I, III en IV. Waar de verhouding tussen politie en boa’s eerder werd gedefinieerd in termen van operationele regie is dat nu in navolging van landelijke afspraken gewijzigd in operationele samenwerking om zo het belang van goede samenwerking te benadrukken. Tevens zijn wijzigingen aangebracht in de systematiek van de permanente her- en bijscholing en is de tekst van domein II geactualiseerd. Als onderdeel daarvan is onder meer de verplichting tot het volgen van een vervolgopleiding in domein II komen te vervallen. Ten slotte zijn op diverse onderdelen verduidelijkingen en kleine correcties aangebracht. Deze wijzigingen treden in werking een dag na publicatie in de Staatscourant.

2. De buitengewoon opsporingsambtenaar

De Minister van Justitie en Veiligheid verleent een titel van opsporingsbevoegdheid indien de noodzaak voor (extra) opsporingsbevoegdheid is aangetoond en de betreffende persoon heeft voldaan aan de betrouwbaarheidseis en bekwaamheidseis. Deze toekenning geschiedt formeel tijdens de beëdiging van een persoon als boa door of namens de Minister van Justitie en Veiligheid.

De Minister van Justitie en Veiligheid kan bepalen dat een boa geweld of vrijheidsbeperkende middelen kan gebruiken en bevoegd is tot veiligheidsfouillering, vervoersfouillering en insluitingsfouillering (zie artikel 7, negende lid, Politiewet 2012), in deze beleidsregels aangeduid als politiebevoegdheden. Ook kunnen aan een boa vrijheidsbeperkende middelen of geweldmiddelen worden toegekend. Onder geweldmiddelen worden in deze beleidsregels verstaan: wapenstok, pepperspray, vuurwapen en surveillancehond (gecertificeerde diensthond). Onder vrijheidsbeperkende middelen worden in deze beleidsregels verstaan: handboeien2Het is niet uitgesloten dat een boa die werkzaam is in domein VI op grond van andere wet- en regelgeving tevens kan beschikken over andere vrijheidsbeperkende middelen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de politieboa (zie hiervoor bijlage A). Deze beleidsregels beperken zich tot handboeien..

Met het scala aan organisaties belast met de uitvoering en handhaving van een grote variëteit aan wettelijke regelingen is de diversiteit van boa's een gegeven. Niet alleen het werkveld van boa's is divers. Aangezien bevoegdheden op maat worden toegekend, variëren deze evenzeer. De boa heeft in de regel beperkte opsporingsbevoegdheid die is gerelateerd aan zijn functie en taakomschrijving. De boa wordt ingezet daar waar opsporing door de politie niet gewenst, vanwege prioritering, of niet mogelijk is vanwege onvoldoende deskundigheid of capaciteit bij de politie.

Een boa is dus in beginsel geen integrale handhaver met algemene opsporingsbevoegdheid die concurreert met de politie. Immers, de boa zou dan een vierjarige politieopleiding moeten hebben gevolgd om te beschikken over dezelfde bekwaamheid. De boa heeft een specifieke, afgebakende taak waarvoor hij gericht opgeleid kan worden.

Het bovenstaande in aanmerking genomen is een boa een functionaris die uit hoofde van zijn taak, in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag, in overeenstemming met de geldende rechtsregels en met behulp van de hem daartoe beschikbaar gestelde bevoegdheden en middelen, zorgdraagt voor de opsporing van strafbare feiten alsmede met de voorbereiding van de eventuele vervolging van deze feiten.

Het bovenstaande in aanmerking genomen is een boa een functionaris die uit hoofde van zijn taak, in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag, in overeenstemming met de geldende rechtsregels en met behulp van de hem daartoe beschikbaar gestelde bevoegdheden en middelen, zorgdraagt voor de opsporing van strafbare feiten alsmede met de voorbereiding van de eventuele vervolging van deze feiten.

3.1. In bezoldigde overheidsdienst

3.1. In bezoldigde overheidsdienst

De bezoldiging is het salaris of loon dat de boa krijgt van de overheidswerkgever in het kader van een publiekrechtelijke aanstelling (of een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst) en dat voortvloeit uit de inschaling van de boa. Een enkele onkostenvergoeding of andere financiële tegemoetkomingen worden dus niet opgevat als bezoldiging.

Op het hiervoor beschreven algemene uitgangspunt dat boa’s in (a) bezoldigde dienst moeten zijn van (b) een overheidsorgaan zijn vier uitzonderingen mogelijk.

Op het hiervoor beschreven algemene uitgangspunt dat boa’s in (a) bezoldigde dienst moeten zijn van (b) een overheidsorgaan zijn drie uitzonderingen mogelijk.

3.2. Criteria toekenning bevoegdheden

In Domein I Openbare Ruimte geldt een afwijkende procedure voor zover het gaat om een aanvraag van gemeenten tot uitbreiding van het aantal boa’s. Hier vindt de toetsing op noodzaak plaats in de lokale driehoek.7Kamerstukken II, 2012/13, 28 684 nr. 387, p. 7. Dit ziet alleen op boa’s in dienst van de gemeente, niet op boa’s in Domein I die in dienst van andere werkgevers zijn.

Het noodzaakcriterium wordt ook gehanteerd voor de toekenning van politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen.

Voor de toekenning van de politiebevoegdheden van artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 de toekenning van vrijheidsbeperkende middelen van artikel 7, eerste lid van de Politiewet 2012, gelden de volgende criteria:

Het toepassen van geweld met gebruik van een geweldmiddel is een bevoegdheid die in beginsel alleen toekomt aan de Staat. Als de noodzaak aannemelijk is voor een goede uitoefening van de taak van de boa kunnen onder voorwaarden geweldmiddelen worden toegekend aan de boa. Mede vanuit de doelstelling van de Wet wapens en munitie (hierna: Wwm) wordt een restrictief beleid gehanteerd. Het toekennen van geweldmiddelen aan een boa geschiedt slechts als de noodzaak hiertoe door de aanvrager aannemelijk is gemaakt en indien de bekwaamheid van de boa in de omgang met het betreffende wapen is aangetoond (zie ook artikel 5, eerste lid, Regeling wapens en munitie, hierna: Rwm).

Elke aanvraag tot het toekennen van geweldmiddelen wordt afzonderlijk beoordeeld aan de hand van de onderstaande criteria a) tot en met d). Geweldmiddelen kunnen slechts worden toegekend op basis van de bevoegdheden en taak van de boa zoals vastgelegd in de akte en kunnen slechts worden gebruikt volgens de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren. Het toekennen van een geweldmiddel gebeurt in het kader van een adequate en veilige taakuitvoering door de boa. Immers, om een taak goed uit te kunnen voeren, dient dit ook veilig te gebeuren. Geweldmiddelen kunnen onder meer worden ingezet voor de bescherming van de boa als hij onvoorzien (en ongewenst) in een situatie met gevaarzetting terechtkomt.

De minister betrekt bij zijn beoordeling de adviezen van de toezichthouder en de direct toezichthouder. Deze adviezen strekken zich uit over de hieronder genoemde criteria.

De criteria:

3.3. Betrouwbaarheid

De toekenning van geweldmiddelen geldt voor maximaal 5 jaar. Dat betekent dat deze ook voor een kortere periode kunnen worden toegekend. Voor tijdelijke toekenning moet net als voor de maximale duur van 5 jaar ook worden voldaan aan de criteria zoals opgenomen in deze paragraaf.

Een toekenning van geweldmiddelen in het kader van een pilot, zoals eerder beschreven is maximaal voor de duur van twee jaar.

In bijlage A staan de politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en de geweldmiddelen nader omschreven inclusief aanvullende toekenningseisen per geweldmiddel.

Daarnaast is het altijd mogelijk om de betrouwbaarheid tussentijds te toetsen. Mocht bij deze tussentijdse toetsing twijfels bestaan omtrent de betrouwbaarheid of blijken dat de boa niet meer betrouwbaar is, dan kan de bevoegdheid worden opgeschort of ingetrokken. Of de boa nog betrouwbaar is wordt vastgesteld aan de hand van de justitiële documentatie of politiële informatie afkomstig van de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Bij verstrekking van deze informatie kan advies worden gevraagd aan de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Ook feiten die (nog) niet tot strafrechtelijke vervolging hebben geleid worden meegenomen bij het bepalen of de boa nog betrouwbaar kan worden geacht.

Voordat iemand kan worden aangewezen als boa, wordt zijn betrouwbaarheid getoetst. Artikel 17 van het BBO bepaalt dat een persoon als betrouwbaar kan worden aangemerkt indien hij van onbesproken gedrag is.

3.4. De bekwaamheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar

Het oordeel over de betrouwbaarheid wordt zowel bij de initiële aanvraag als bij de verlengingsaanvraag in beginsel gebaseerd op de overgelegde Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) of in gevallen waarin dat vereist is met een VOG-politiegegevens (VOG-P). Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid op basis van de VOG of de VOG-P wordt justitiële en politiële informatie betrokken. Er is een specifiek screeningsprofiel voor (buitengewoon) opsporingsambtenaren aan de hand waarvan de screening plaatsvindt.8De screeningsprofielen voor het beoordelen van aanvragen ter verkrijging van een Verklaring Omtrent het Gedrag van natuurlijke personen en rechtspersonen zijn te vinden op https://www.justis.nl/producten/vog/vog-aanvragen/naar-welke-gegevens-wordt-gekeken/screeningsprofielen.aspx. Ter aanvulling op de VOG kan advies worden gevraagd aan de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Het uiteindelijke oordeel over de betrouwbaarheid van de boa baseert de Minister van Justitie en Veiligheid op de overgelegde VOG of VOG-P en, indien van toepassing, op eventuele aanvullende politiële informatie.

Daarnaast is het altijd mogelijk om de betrouwbaarheid tussentijds te toetsen. Mocht bij deze tussentijdse toetsing twijfels bestaan omtrent de betrouwbaarheid of blijken dat de boa niet meer betrouwbaar is, dan kan de bevoegdheid worden opgeschort of ingetrokken. Of de boa nog betrouwbaar is wordt vastgesteld aan de hand van de justitiële documentatie of politiële informatie afkomstig van de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Bij verstrekking van deze informatie kan advies worden gevraagd aan de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Ook feiten die (nog) niet tot strafrechtelijke vervolging hebben geleid worden meegenomen bij het bepalen of de boa nog betrouwbaar kan worden geacht.

Indien wordt vastgesteld dat bij de (beoogde) boa de betrouwbaarheid voor de uitvoering van opsporingsbevoegdheden niet (meer) aanwezig is, worden de betrokkene, zijn werkgever, de toezichthouder en de direct toezichthouder hiervan op de hoogte gesteld. Aan betrokkene wordt geen akte van beëdiging en titel van opsporingsbevoegdheid verleend. In het geval deze al aan hem waren verleend, vervalt de opsporingsbevoegdheid met ingang van de dag na de datum waarop is vastgesteld dat de betrouwbaarheid voor de uitvoering van opsporingsbevoegdheden niet meer aanwezig is. Wordt er overgegaan tot schorsing of intrekking van de opsporingsbevoegdheid, dan dienen de akte en legitimatiebewijzen door de werkgever te worden ingenomen en in bewaring worden gegeven bij de direct toezichthouder. Eventuele geweldmiddelen dienen zonder tussenkomst van anderen bij de direct toezichthouder in bewaring te worden gegeven.

Het getuigschrift boa is vijf jaar geldig. Indien men binnen één jaar na het behalen van het getuigschrift een titel van opsporingsbevoegdheid aanvraagt, dan geldt de aanwijzingsperiode van vijf jaar vanaf de datum die op de akte van beëdiging staat vermeld. Vraagt men later dan één jaar na het behalen van het getuigschrift als boa een titel van opsporingsbevoegdheid aan, dan geldt echter een maximale aanwijzingsperiode tot vijf jaar na de datum die op het getuigschrift staat vermeld.

Uit artikel 2 BBO volgt dat een boa slechts bevoegd kan zijn als hij bekwaam is. Artikel 16, eerste lid, BBO bepaalt dat iemand beschikt over bekwaamheid als hij de daarvoor vastgestelde basiskennis en vaardigheden bezit. Het tweede lid stelt dat ten aanzien van categorieën boa’s aanvullende bekwaamheidseisen kunnen worden gesteld in de vorm van een verzwaard examen of een opleidingsprogramma.

Het basisexamen en de permanente her- en bijscholing in domein I, II, III en IV worden geëxamineerd onder auspiciën van de Stichting Exameninstelling Toezicht en Handhaving (Stichting ExTH).

Indien men slaagt voor het algemene basisexamen buitengewoon opsporingsambtenaar ontvangt men een ‘getuigschrift boa’, ondertekend door de voorzitter van de Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar namens de Minister van Justitie en Veiligheid. De (beoogd) boa wordt op een aantal elementen getoetst om te bezien of hij over de basiskennis en basisvaardigheden beschikt. Het basisexamen moet in beginsel elke vijf jaar met goed gevolg worden afgelegd, tenzij in het domein sprake is van een systeem van permanente her- en bijscholing. Het examen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van de door de Stichting ExTH ingestelde Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar op basis van het door de Stichting ExTH opgestelde examenreglement. Dit reglement is gepubliceerd op www.exth.nl.

Het getuigschrift boa is vijf jaar geldig. Indien men binnen één jaar na het behalen van het getuigschrift een titel van opsporingsbevoegdheid aanvraagt, dan geldt de aanwijzingsperiode van vijf jaar vanaf de datum die op de akte van beëdiging staat vermeld. Vraagt men later dan één jaar na het behalen van het getuigschrift als boa een titel van opsporingsbevoegdheid aan, dan geldt echter een maximale aanwijzingsperiode tot vijf jaar na de datum die op het getuigschrift staat vermeld.

Bij overgang van de boa naar een nieuwe werkgever kan op aanvraag een nieuwe titel van opsporingsbevoegdheid worden verleend waarbij het getuigschrift zijn geldigheid behoudt. Ten aanzien van de duur van de nieuwe titel wordt uitgegaan van de resterende geldigheidsduur van de titel die eerder op basis van het nog geldige getuigschrift is verleend. Daarna moet de boa, voor de verlenging of vernieuwing van de titel van opsporingsbevoegdheid, opnieuw het getuigschrift behaald hebben (of, indien er in het domein sprake is van permanente her- en bijscholing, de bijbehorende certificaten). Indien een boa bij een overgang van werkgever ook overgaat naar een nieuw domein, dan dient de boa te voldoen aan de specifieke opleidingseisen van dit domein.

Indien in het domein sprake is van permanente her- en bijscholing geldt ten aanzien van het basisexamen boa het volgende. Het basisexamen geldt als basis in die zin dat hiermee enkel gedurende de geldigheid van het getuigschrift een akte kan worden verkregen. Na afloop van de geldigheid van het getuigschrift boa is het niet mogelijk opnieuw het basisexamen te doen en op basis daarvan een nieuwe akte aan te vragen. Voor verlenging van de akte of voor een nieuwe akte moet dan zijn voldaan aan de eis van permanente her- en bijscholing. Dit geldt ook voor boa’s die worden ingehuurd. Echter, wanneer een akte wordt aangevraagd en de laatste akte is langer dan vijf jaar geleden verlopen, wordt verondersteld dat de basis opnieuw moet worden aangeleerd en is het voor het verkrijgen van een nieuwe akte van opsporingsbevoegdheid noodzakelijk opnieuw het basisexamen boa af te leggen.

De boa dient zich bewust te zijn van het type rechtsregels bij de uitvoering en handhaving waarmee hij belast is. Kennis van een aantal begrippen uit het staatsrecht is daartoe vereist.

De boa dient te functioneren binnen de voor zijn opsporingstaak vastgestelde wettelijke kaders. Dit vereist deskundigheid betreffende de organisatie van het opsporingsapparaat en meer in het bijzonder betreffende de eigen positie daarbinnen.

De wettelijk voorgeschreven samenwerking met de politie verlangt enige kennis van de taken en de organisatie van de politie.

De boa moet handelen overeenkomstig de door hem afgelegde eed of belofte, en dient zich bewust te zijn van zijn publieke taak, onder meer door het proces-verbaal volledig en naar waarheid op te maken.

De boa dient de hem toegekende bevoegdheden binnen het opsporingsonderzoek juist toe te passen. Kennis van zijn strafvorderlijke bevoegdheden, de grondrechten waarop deze een inbreuk maken en de algemene bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht is daartoe noodzakelijk. Enkele begrippen uit het privaatrecht zijn binnen het kader van het toepassen van opsporingsbevoegdheden eveneens van betekenis. Hetzelfde geldt voor een aantal wettelijke regels die de boa dan wel zijn handelen beschermen.

Van de boa wordt verlangd dat hij opgespoorde strafbare feiten kan afhandelen middels het opmaken van een proces-verbaal dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. Kennis van de wettelijke eisen die aan het proces-verbaal worden gesteld, is onontbeerlijk. In dit verband dient een boa een verdachte adequaat te kunnen informeren over de mogelijke gevolgen van een proces-verbaal. Dit vergt voldoende vaardigheid in gespreks- en benaderingstechnieken en vereist enige kennis van de taken en de organisatie van de rechterlijke macht.

In bijlage C is het Examenplan Basisbekwaamheid opgenomen.

Voor veel boa’s zal verdieping en verbreding van de hierboven geformuleerde eisen noodzakelijk zijn om binnen het eigen werkverband adequaat te kunnen functioneren. De Minister van Justitie en Veiligheid kan op grond van artikel 16, tweede lid, BBO aanvullende bekwaamheidseisen stellen aan boa’s. De boa-werkgever kan tevens aanvullende eisen van vakbekwaamheid stellen aan de eigen boa’s en hen daarop (doen) examineren.

Alle boa’s dienen te voldoen aan de basisbekwaamheidseis zoals in de vorige paragraaf omschreven. Het kan evenwel wenselijk zijn dat bepaalde categorieën van boa’s voldoen aan aanvullende bekwaamheidseisen in verband met de complexiteit van de opsporing. Hierbij kan worden gedacht aan boa’s die werk uitvoeren dat specialistische kennis vereist of plaatsvindt in een relatief ingewikkelde handhavingsomgeving. Daarbij wordt de rol van de boa in de strafrechtelijke handhaving steeds groter en daarmee ook de wens om te komen tot een uniforme kwaliteit van de handhaving door de boa’s. Aanvullende bekwaamheidseisen die gesteld kunnen worden aan boa’s zijn onder andere de eis dat een verzwaard boa-examen dient te worden afgelegd, dan wel de eis dat een opleidingsprogramma moet worden doorlopen.

Bij het opleidingsprogramma is het mogelijk dat na het behalen van de basis-bekwaamheidseis een boa beëdigd wordt, zodat de boa gedurende het aanvullend opleidingsprogramma reeds gebruik kan maken van opsporingsbevoegdheden. Op die manier wordt duaal leren mogelijk.

De Minister van Justitie en Veiligheid bepaalt in welke gevallen een verzwaard examen dan wel een aanvullend opleidingsprogramma nodig is voor het verkrijgen van opsporingsbevoegdheden. Per domein is aangegeven of, en zo ja, welke aanvullende opleidingseisen gesteld zijn. De keuze om te komen tot aanvullende opleidingseisen en de invulling hiervan komt tot stand in nauw overleg met betrokken boa-werkgevers, direct toezichthouders en toezichthouders. Of wordt voldaan aan de aanvullende bekwaamheidseisen wordt bepaald door de examencommissie.

Een opleidingscommissie waarin toezichthouders, direct toezichthouders en werkgevers zijn afgevaardigd kan in het leven worden geroepen om namens de toezichthouder toe te zien op de inhoud en kwaliteit van een aanvullende opleiding.

Samengevat dient bij een aanvraag voor een titel van opsporingsbevoegdheid, dan wel een verlenging of wijziging hiervan, afhankelijk van welke bekwaamheidseisen gelden voor het betreffende domein, altijd te worden overgelegd:

De wijze waarop een buitengewoon opsporingsambtenaar binnen de eigen werkorganisatie dient te functioneren alsmede de persoonskenmerken en de beroepshouding en de voor het beroep benodigde kennis waarover hij dient te beschikken, zijn divers. Eén en ander is een verantwoordelijkheid van de werkgever van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Uitgangspunt is dat zowel bij een eerste aanvraag als bij een aanvraag tot verlenging van aanwijzing als boa aan de bekwaamheidseis moet worden voldaan. Ingevolge artikel 16, derde lid, van het BBO kan van de bekwaamheidseis ontheffing worden verleend, indien de bekwaamheid voor het uitoefenen van de opsporingsbevoegdheid op andere wijze blijkt. Voor alle ontheffingen geldt, dat boa’s hier niet automatisch ‘recht’ op hebben. De werkgever dient de ontheffing te allen tijde te ondersteunen en aan te vragen.

De ontheffingsgronden staan beschreven in bijlage H van deze beleidsregels. Eventuele specifieke ontheffingsgronden voor aanvullende opleidingen staan beschreven in de betreffende domeinen.

Tijdens het uitoefenen van zijn opsporingsbevoegdheden is de boa gehouden aan de regels van het Wetboek van Strafvordering en het BBO en voor economische delicten (ook) aan de Wet op de economische delicten. Indien hem politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen dan wel geweldmiddelen zijn toegekend, dient hij zich tevens te gedragen overeenkomstig de regels van de Politiewet 2012, de WWM alsmede de Ai. Artikel 4, onder b, Ai bepaalt dat het gebruik van een geweldmiddel of vrijheidsbeperkend middel slechts is toegestaan door een ambtenaar die in het gebruik van dat geweldmiddel of vrijheidsbeperkend middel is geoefend. Voorts bepaalt artikel 5 Rwm dat de boa slechts met een wapen kan worden uitgerust indien de noodzaak van het dragen van dat wapen aannemelijk wordt gemaakt en de bekwaamheid van de boa met het wapen is aangetoond. Daarbij moet de boa die één of meer politiebevoegdheden heeft ofwel politiebevoegdheden en een vrijheidsbeperkend middel of één of meer geweldmiddelen, voldoen aan de eisen zoals gesteld in de RTGB. In de RTGB worden regels gesteld inzake de toetsing van boa’s met betrekking tot geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de schietvaardigheid.9De regeling is te vinden op http://wetten.overheid.nl/BWBR0021973/2013-01-01. Voor inhoudelijke uitleg van de RTGB en het toetsingsschema wordt verwezen naar de toelichting op deze regeling.

3.5. Toezicht op boa's

De eisen voor de bekwaamheid zijn vastgelegd in de vorm van eindtermen, competentieprofielen of opleidingseisen. Wijzigingen ten aanzien van de regelgeving, de eindtermen, competentieprofielen of opleidingseisen kunnen worden opgenomen in de examens vanaf 6 maanden na de inwerkingtreding van de betreffende bepalingen of, indien bekendmaking voor inwerkingtreding plaatsvindt, minimaal 6 maanden na bekendmaking van de betreffende bepalingen. De eindtermen behoeven daarvoor niet te worden gewijzigd.

Omdat het onder andere mogelijk is om een volledig MBO-diploma te behalen met de opleiding Handhaver Toezicht en Veiligheid aan verschillende Regionale Opleidingscentra (ROC’s), is er de mogelijkheid om stage te lopen als boa. Immers voor het behalen van het diploma is het met goed gevolg afleggen van één of meerdere stages een verplicht onderdeel. De mogelijkheid om als boa stage te lopen geldt voor alle domeinen en kan ook in het kader van een re-integratie traject.

Het lopen van een stage met de status van buitengewoon opsporingsambtenaar is aan onderstaande randvoorwaarden gebonden:

Het OM is toezichthouder op de boa's, dat wil zeggen de hoofdofficieren van Justitie van de arrondissementsparketten, het Functioneel Parket (FP), Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) en het Landelijk Parket (LP). Artikel 38 van het BBO stelt dat de toezichthouder er op toe ziet dat de boa zijn taak bij de opsporing naar behoren vervult en de opsporingsbevoegdheden alsmede de politiebevoegdheden op juiste wijze uitoefent. De toezichthouder ziet eveneens toe op een goede invulling van haar adviestaak en de samenwerking met de politie.

De kwaliteit van de strafrechtelijke handhaving door de boa's dient te worden gemonitord door de toezichthouder en de direct toezichthouder. Dit om twee redenen:

Daar waar een boa opsporingshandelingen verricht, is hij voor dit optreden verantwoording verschuldigd aan de officier van justitie. Vanwege deze gezagsrelatie is er met betrekking tot de regeling van het toezicht over de boa gekozen een hoofdofficier van justitie als toezichthouder aan te stellen. De mogelijke aanwijzingen van de toezichthouder betreffen het functioneren van de boa in meer algemene zin, onder meer gerelateerd aan de eisen van de wet en het BBO.

In de uitoefening van het dagelijks toezicht op de boa met betrekking tot een juiste uitoefening van opsporingsbevoegdheden, een goede samenwerking met de politie, de naleving van de instructie en deels ook het onderricht, is voorzien met de benoeming van een direct toezichthouder: de korpschef van de nationale politie of, in een aantal gevallen, het hoofd van een Rijksdienst met boa’s.

4.1. Veilige publieke taak

4.1. Veilige publieke taak

De korpschef van de politie en sommige hoofden van Rijksdiensten met boa's zijn belast met het direct toezicht op boa's. Het gaat hierbij om taken die losstaan van de ondersteunende en bijstandsverlenende rol van de politie die berust op de Politiewet 2012. De direct toezichthouder voor boa's draagt zorg voor een goede uitvoering van zijn adviestaak en de afspraken ter borging en verbetering van de kwaliteit van de opsporing door de boa's.

Het BBO geeft taken en bevoegdheden aan de direct toezichthouder. Deze staan beschreven in bijlage B (Taken direct toezichthouder).

4.2. Landelijke opsporingsbevoegdheid

Bij niet-naleving van de bepalingen uit deze beleidsregels dan wel het bepaalde in het BBO stelt de (direct) toezichthouder de boa-werkgever hiervan op de hoogte. Wanneer het niet naleven van deze bepalingen blijft aanhouden, kan onze Minister, op advies van de direct toezichthouder en toezichthouder, één of meer van de bevoegdheden genoemd in deze beleidsregels intrekken dan wel opschorten. De toezichthouder(s) betracht(en) (grote) terughoudendheid bij het uitbrengen van een dergelijk advies. Opschorting is mogelijk voor de duur van drie maanden en kan met maximaal drie maanden worden verlengd.

4. Overig

Dit geldt ook voor aanvragen voor toekenning van politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. Aan de toekenning van geweldsmiddelen aan boa's kunnen nadere voorwaarden worden verbonden.

Geweld en agressie tegen boa’s worden niet getolereerd. In de praktijk betekent dit dat boa’s effectief moeten kunnen optreden als zij worden geconfronteerd met agressie en geweld tijdens de uitoefening van hun publieke taak. Elke boa beschikt daarom optioneel over extra (politie)bevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen voor de hieronder vermelde strafrechtartikelen, ten aanzien van onderdelen 16a onder Domein I, 14b onder Domein II, 3a onder Domein III, 8b onder Domein IV en 6a onder Domein V in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

Bij de verdenking van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 177, 179, 180, 181, 182, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder 3° van het Wetboek van Strafrecht kunnen boa’s een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen opmaken van het door een buitengewoon opsporingsambtenaar overkomen geweld. Indien het optreden van de politie redelijkerwijs niet kan worden afgewacht, zijn de (ter plaatse) bij de heterdaad situatie betrokken boa’s (ten tijde van het incident) bevoegd een aanhouding te doen als opsporingsambtenaar en daarbij gebruik te maken van de aan hen toegekende politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen. Het is – in verband met de onafhankelijkheid van het onderzoek – uitdrukkelijk niet de bedoeling dat een boa het volledige onderzoek in de onderhavige zaak gaat doen. Dit blijft een verantwoordelijkheid van de politie. De rol van slachtoffer en die van onderzoeker moeten gescheiden blijven. Het proces-verbaal van bevindingen zal in de praktijk altijd gepaard gaan met het doen van aangifte bij de politie van het geweld.

Boa’s mogen een volledig proces-verbaal opmaken voor onderzoeken in het kader van de artikelen van het Wetboek van Strafrecht die zijn opgenomen in onderdelen 16 onder Domein I, 14 onder Domein II, 3 onder Domein III, 8 onder Domein IV en 6 onder Domein V in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

4.2. Landelijke opsporingsbevoegdheid

Boa’s zijn landelijk opsporingsbevoegd, hierdoor kunnen afspraken worden gemaakt over de inzet van boa's op regionaal niveau. Aan de mogelijkheid om landelijk te werken worden voorwaarden gesteld. De boa onthoudt zich - zoals een politiefunctionaris - in principe van optreden buiten zijn gebied van aanstelling.10Zie artikel 6, tweede lid, van de Politiewet 2012. Hij mag alleen dan optreden buiten zijn eigen gebied, indien dat gebeurt in overleg met het bevoegde gezag (de lokale driehoek) en - indien van toepassing - in overleg met het bevoegd gezag van een eventueel ander gebied dan het gebied van aanstelling. Het is de taak van de toezichthouder en direct toezichthouder om het bevoegd gezag van de betreffende gebieden te informeren. Deze afstemming dient te worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Hierin moet staan welke partijen met elkaar gaan samenwerken, hoe wordt omgegaan met het gebruik van politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen, wie de direct toezichthouder en toezichthouder zijn en of het bevoegd gezag is geïnformeerd. Het is aan de betreffende partijen welke afspraken zij nog meer willen vaststellen in de overeenkomst (bijvoorbeeld aantal boa's). Bijlage I bevat een voorbeeld van een samenwerkingsovereenkomst die ten grondslag kan liggen aan een samenwerkingsverband.

Van de bespreking in het driehoeksoverleg wordt een verslag opgesteld. De werkgever draagt er vervolgens zorg voor dat het handhavingsarrangement, het veiligheidsplan en de overwegingen van de lokale driehoek m.b.t. inzet en veiligheid van de boa’s worden bijgesloten bij de aanvraag wanneer deze voor advies wordt toegestuurd aan de direct toezichthouder en toezichthouder. De direct toezichthouder en toezichthouder betrekken dit in hun uiteindelijke advies op de hiervoor bedoelde aanvraag. De toezichthouders kunnen gemotiveerd afwijken van de overwegingen van de lokale driehoek.

De boa-werkgever dient voor het doen van een aanvraag bij de dienst Justis eerst contact te zoeken met de direct toezichthouder en de toezichthouder om de noodzaak en de voorgenomen aanvraag te bespreken. De boa-werkgever stuurt de aanvraag samen met de adviezen van beide toezichthouders toe aan de dienst Justis.11Zie voor meer informatie en de aanvraagformulieren: https://www.justis.nl/producten/boa/boa-worden/akte-van-opsporingsbevoegdheid-aanvragen/index.aspx.

Dit geldt ook voor aanvragen voor toekenning van politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen. Aan de toekenning van geweldmiddelen aan boa's kunnen nadere voorwaarden worden verbonden.

Voor wat betreft de aanvraag van werkgevers tot de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s wier opsporingsbevoegdheid strekt tot de in domein I opgenomen strafbare feiten, zorgt de werkgever ervoor dat het voornemen tot het doen van deze aanvraag wordt geagendeerd in het driehoeksoverleg12Vanwege het specialistische karakter en om de onafhankelijkheid van die rol te waarborgen, is de taak van direct toezichthouder en toezichthouder binnen de politie en OM belegd bij daarvoor specifiek aangewezen afdelingen en functionarissen. In de lokale driehoek zijn politie en OM ook vertegenwoordigd, maar hun rol is daar anders dan die van de direct toezichthouder en toezichthouder. Die rol is namelijk voornamelijk gericht op het maken van afspraken over de inzet en uitvoering van de politietaak (politiechef) en het maken van afspraken over lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding (officier van justitie) (art. 13 Politiewet 2012)., bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012. De driehoek zal daarbij onder meer moeten kijken of de veiligheid van boa’s niet op andere manieren kan worden gewaarborgd en neemt daarbij onderstaande documenten mee in zijn overwegingen:

Van de bespreking in het driehoeksoverleg wordt een verslag opgesteld. De werkgever draagt er vervolgens zorg voor dat het handhavingsarrangement, het veiligheidsplan en de overwegingen van de lokale driehoek m.b.t. inzet en veiligheid van de boa’s worden bijgesloten bij de aanvraag wanneer deze voor advies wordt toegestuurd aan de direct toezichthouder en toezichthouder. De direct toezichthouder en toezichthouder betrekken dit in hun uiteindelijke advies op de hiervoor bedoelde aanvraag. De toezichthouders kunnen gemotiveerd afwijken van de overwegingen van de lokale driehoek.

In bijlage J wordt de aanvraagprocedure uiteengezet.

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de boa bevoegdheden aanwendt die buiten zijn taakomschrijving vallen. De enige uitzondering hierbij vormen de toegevoegde strafrechtartikelen waarvoor de boa een proces-verbaal van bevindingen kan opmaken indien hij wordt geconfronteerd met agressie en geweld tijdens de uitvoering van zijn taken (zie ook hiervoor onder 4.1). Indien een boa gaat handhaven op feiten welke buiten zijn taakomschrijving vallen, dient in eerste instantie de boa-werkgever de boa hier op aan te spreken. In overleg met de direct toezichthouder en eventueel de toezichthouder kan worden bepaald hoe een en ander verder wordt afgehandeld.

De domeinlijsten zoals opgenomen in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar bestaan uit vijf inhoudelijke domeinen en een ‘restdomein’. De domeinen Openbare ruimte, Milieu, welzijn en infrastructuur, Onderwijs, Openbaar vervoer, Werk, inkomen en zorg en Generieke opsporing bieden een breed optioneel pakket aan opsporingsbevoegdheden, politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen.

6.1. Algemeen

6.1. Algemeen

Met behulp van de domeinbenadering is het mogelijk landelijk op uniforme wijze te werken aan professionalisering van de boa. In alle domeinen moeten de boa’s voldoen aan de basisbekwaamheid. In de eerste vier domeinen (Domein I Openbare Ruimte, Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur, Domein III Onderwijs en domein IV Openbaar Vervoer) is er sprake van permanente her- en bijscholing. Op deze wijze kan per domein worden geïnvesteerd in opsporingsvaardigheden en -competenties gericht op de specifieke behoeften binnen een domein.

6.2. Inhuur

Een boa kan in beginsel maar binnen één domein werkzaam zijn, onder andere vanwege de vereiste specifieke bekwaamheid voor een domein en met het oog op de inkadering van de buitengewone opsporingsbevoegdheid (het betreft geen algemene opsporingsbevoegdheid). Daarbij maakt het niet uit of het een ingehuurde boa betreft.

6. Domein I Openbare ruimte

Het was boa’s die bij de invoering van het domeinstelsel in 2010 feitelijk in twee domeinen werkzaam waren toegestaan deze werkzaamheden voort te zetten. Voor deze groep is het hebben van maximaal twee opsporingsakten toegestaan. Als voorwaarden worden hierbij gesteld dat:

Zo bleef het bijvoorbeeld mogelijk dat een parkeercontroleur in dienst van een gemeente, tevens boa Milieu, welzijn en infrastructuur is voor een landgoedeigenaar. Deze boa heeft een akte van beëdiging voor het domein Openbare ruimte en een akte van beëdiging voor het domein Milieu, welzijn en infrastructuur. De uitzondering gold alleen voor het blijven uitoefenen indien men bepaalde werkzaamheden al voor 1 januari 2010 verrichtte en sindsdien is blijven verrichten. Hierover kan onduidelijkheid ontstaan zijn, daarom is het overgangsbeleid verduidelijkt. Aktes die voor 1 juli 2015 verleend zijn, blijven na deze datum geldig, ook als het een tweede akte betreft in een ander domein. Deze aktes kunnen ook verlengd worden, ook als het een tweede akte betreft in een ander domein, voor zover het een verlenging betreft van een akte die voor 1 juli 2015 is verleend.

Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moeten de certificaten van de 4 modules nog geldig zijn. Een certificaat van een module van het traject van permanente her- en bijscholing is vijf jaar geldig. De akte van opsporingsbevoegdheid wordt voor de duur van vijf jaar afgegeven. Indien een boa gedurende de looptijd van zijn akte wil overstappen naar een andere werkgever of een nieuw domein en hij nog niet 4 modules heeft behaald, wordt de nieuwe akte verleend voor de resterende geldigheidsduur van de akte die eerder op basis van 4 modules (of het getuigschrift boa) is afgegeven.

Het inzetcriterium betekent voor verkeershandhaving dat het te handhaven feit in de openbare ruimte enkel ongemotoriseerd rijdend verkeer betreft, tenzij het gaat om feiten vallend onder onderdeel 10 van Domein I van de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaren, te weten de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting), RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones. Onder rijdend ongemotoriseerd verkeer worden rijdende voertuigen zónder kenteken verstaan.

De boa Openbare ruimte heeft een breed pakket aan bevoegdheden waarmee het lokale veiligheidsbeleid gericht op de aanpak van overlast, kleine ergernissen en andere feiten die de leefbaarheid aantasten binnen de openbare ruimte, kan worden gehandhaafd. Toekomstige uitbreidingen van de domeinlijst dienen te voldoen aan de onderstaande cumulatieve criteria van het inzetcriterium.

Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

Het inzetcriterium betekent voor verkeershandhaving dat het te handhaven feit in de openbare ruimte enkel ongemotoriseerd rijdend verkeer betreft, tenzij het gaat om feiten vallend onder onderdeel 10 van Domein I van de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaren, te weten de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting), RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones. Onder rijdend ongemotoriseerd verkeer worden rijdende voertuigen zónder kenteken verstaan.

6.4. Bekwaamheidseis domein I Openbare ruimte

Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Openbare ruimte beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing.

Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

6.4. Bekwaamheidseis domein I Openbare ruimte

7.1. Algemeen

In 2010 werden initiatieven ontwikkeld voor een verdergaande professionalisering van de boa Openbare ruimte. In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en andere betrokken partners zijn aanvullende bekwaamheidseisen ontwikkeld die per 1 oktober 2012 verplicht zijn gesteld. Ten aanzien hiervan is voor domein I een overgangstermijn van zes maanden vastgesteld , ten gevolge waarvan de aanvullende bekwaamheidseisen de facto per 1 april 2013 verplicht zijn gesteld. Boa’s Openbare ruimte die voor de eerste maal een akte van opsporingsbevoegdheid aanvragen behalen vanaf 1 april 2013 nog eenmaal het basisexamen, waarna zij een modulair opgebouwd traject van permanente her- en bijscholing zullen doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden. Boa’s Openbare ruimte die een akte van opsporingsbevoegdheid hebben die is afgegeven vóór 1 april 2013 dienen nog één maal het basisexamen te behalen voor de eerstkomende verlenging van hun akte. Na deze verlenging dient een modulair opgebouwd traject van permanente her- en bijscholing te worden doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden. Boa’s Openbare ruimte die verlenging van hun opsporingsbevoegdheid hebben gekregen op of na 1 april 2013, dienen vanaf dat moment van verlenging het traject van permanente her- en bijscholing te doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden.

De boa’s Openbare ruimte dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.15Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen.

Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moeten de certificaten van de 4 modules nog geldig zijn. Een certificaat van een module van het traject van permanente her- en bijscholing is vijf jaar geldig. De akte van opsporingsbevoegdheid wordt voor de duur van vijf jaar afgegeven. Indien een boa gedurende de looptijd van zijn akte wil overstappen naar een andere werkgever of een nieuw domein en hij nog niet 4 modules heeft behaald, wordt de nieuwe akte verleend voor de resterende geldigheidsduur van de akte die eerder op basis van 4 modules (of het getuigschrift boa) is afgegeven.

De volgorde van de modules van een traject van permanente her- en bijscholing is niet bepalend bij de aanvraag om verlenging van de akte danwel bij de aanvraag om een nieuwe akte. Zo kunnen modules die zijn behaald in een ander domein (ook al zijn deze domeinspecifiek), meetellen bij de aanvraag om verlenging van de akte dan wel een nieuwe akte. Voorwaarde is dat bij de aanvraag 4 verschillende modules – waarvan niet meer dan twee theorie – kunnen worden overgelegd die niet ouder zijn dan vijf jaar.

7.3. Bekwaamheidseis Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur

7.3. Toezicht

Naar aanleiding van de evaluatie opgeleverd in mei 2022 van een pilot16Lakerveld, J.A. van en Lindeboom, G,J.: Evaluatie van de inzet en het gebruik van de korte wapenstok door buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s); Plato/Ockham IPS; WODC 2022. met de korte wapenstok, gehouden in 10 gemeenten, is gebleken dat aanvullende eisen aan de opleiding en training van de deelnemende boa’s van grote toegevoegde waarde zijn. Op basis van de uitkomsten van deze pilot is derhalve besloten om de bekwaamheidseisen, die noodzakelijk waren voor deelname aan deze pilot, op te nemen in de deze beleidsregels.

De toekenning van een geweldmiddel aan een boa wiens opsporingsbevoegdheid strekt tot de in domein I opgenomen strafbare feiten geschiedt slechts indien wordt voldaan aan de volgende aanvullende bekwaamheidseisen:

Indien de (voornoemde) boa niet beschikt over het vereiste opleidingsniveau, kan worden volstaan met een relevante vervangende praktijkervaring van tenminste drie jaar.

De Stichting ExTH draagt zorg dat bij de permanente her- en bijscholing van de (voornoemde) boa tenminste de volgende elementen worden getoetst: gespreks- en benaderingstechnieken, conflictbeheersing, weerbaarheid, de-escalatie, oefencasussen en reflectie op praktijkgevallen.

De volgorde van de modules van een traject van permanente her- en bijscholing is niet bepalend bij de aanvraag om verlenging van de akte danwel bij de aanvraag om een nieuwe akte. Zo kunnen modules die zijn behaald in een ander domein (ook al zijn deze domeinspecifiek), meetellen bij de aanvraag om verlenging van de akte dan wel een nieuwe akte. Voorwaarde is dat bij de aanvraag 4 verschillende modules -waarvan 2 theorie en 2 praktijk- kunnen worden overgelegd die niet ouder zijn dan vijf jaar.

Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

7.4. Domeinlijst II. Milieu, welzijn en infrastructuur

Buiten de hierboven gespecificeerde groep boa's kunnen ook andere boa's en hun werkgevers in het domein Milieu, welzijn en infrastructuur worden opgenomen.

Een milieuboa is in hoofdzaak belast met de opsporing van (economische) milieudelicten. De milieuboa is doorgaans primair toezichthouder op grond van één of meer milieuwetten en treedt in voorkomende gevallen op als boa. Hierdoor vervullen de meeste milieuboa's een schakelfunctie tussen het bestuur, particuliere organisaties, het OM (i.c. het Functioneel Parket) en de politie.

Het domein voor de boa's die zich bezighouden met natuur en milieu, arbeidsinspectie, voedsel & waren controles, dierenwelzijn, openbare gezondheid en fysieke leefomgeving en infrastructuur (waaronder deelaspecten bouwen, wonen, monumenten, ruimte). Milieuboa's in de zin van deze beleidsregels zijn:

Buiten de hierboven gespecificeerde groep boa's kunnen ook andere boa's en hun werkgevers in het domein Milieu, welzijn en infrastructuur worden opgenomen.

7.3. Toezicht

7.3. Toezicht

Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Milieu, welzijn en infrastructuur beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing.

8.2. Inhuur

De boa’s Milieu, welzijn en infrastructuur dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.18Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen.

7.4. Bekwaamheidseis Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur

Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Milieu, welzijn en infrastructuur beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing.

De boa’s Milieu, welzijn en infrastructuur dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.18Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen.

Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moeten de certificaten van de 4 modules nog geldig zijn. Een certificaat van een module van het traject van permanente her- en bijscholing is vijf jaar geldig. De akte van opsporingsbevoegdheid wordt voor de duur van vijf jaar afgegeven. Indien een boa gedurende de looptijd van zijn akte wil overstappen naar een andere werkgever of een nieuw domein en hij nog niet 4 modules heeft behaald, wordt de nieuwe akte verleend voor de resterende geldigheidsduur van de akte die eerder op basis van 4 modules (of het getuigschrift boa) is afgegeven.

De volgorde van de modules van een traject van permanente her- en bijscholing is niet bepalend bij de aanvraag om verlenging van de akte danwel bij de aanvraag om een nieuwe akte. Zo kunnen modules die zijn behaald in een ander domein (ook al zijn deze domeinspecifiek), meetellen bij de aanvraag om verlenging van de akte dan wel een nieuwe akte. Voorwaarde is dat bij de aanvraag 4 verschillende modules – waarvan niet meer dan twee theorie – kunnen worden overgelegd die niet ouder zijn dan vijf jaar.

De door de Minister van Justitie en Veiligheid ingestelde examencommissie bewaakt de kwaliteit van de examens (zie examenplan).

In Bijlage E is een overzicht opgenomen van de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpen. In de laatste kolom is aangeven of het betreffende examenonderdeel met een theorietoets (T) of een praktijktoets (P) geëxamineerd wordt. Voor verdere uitwerking van de examenonderdelen: zie http://www.exth.nl/examens/phb-domein-ii-milieu/.

Gelet op de specifieke taak van inspectiediensten in de milieuhandhaving kunnen boa’s Milieu, welzijn en infrastructuur van een landelijke inspectiedienst voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de taak bij samenwerking met partners in de strafrechtelijke handhaving, beschikken over domeinoverschrijdende opsporingsbevoegdheden, tenzij de wet zich daartegen verzet.

8. Domein III Onderwijs

De landelijke bevoegdheid voor de boa Milieu, welzijn en infrastructuur kan eveneens de 12 mile zone, het continental plat en de Exclusieve Economische Zone omvatten.

Gelet op de specifieke taak van inspectiediensten in de milieuhandhaving kunnen boa’s Milieu, welzijn en infrastructuur van een landelijke inspectiedienst voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de taak bij samenwerking met partners in de strafrechtelijke handhaving, beschikken over domeinoverschrijdende opsporingsbevoegdheden, tenzij de wet zich daartegen verzet.

8.2. Inhuur

8. Domein III Onderwijs

Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

8.3. Bekwaamheidseis Domein III Onderwijs

Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Onderwijs beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing.

Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

8.3. Bekwaamheidseis Domein III Onderwijs

Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Onderwijs beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing.

De boa’s Onderwijs dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar.

In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen.

Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moeten de certificaten van de 4 modules nog geldig zijn. Een certificaat van een module van het traject van permanente her- en bijscholing is vijf jaar geldig. De akte van opsporingsbevoegdheid wordt voor de duur van vijf jaar afgegeven. Indien een boa gedurende de looptijd van zijn akte wil overstappen naar een andere werkgever of een nieuw domein en hij nog niet 4 modules heeft behaald , wordt de nieuwe akte verleend voor de resterende geldigheidsduur van de akte die eerder op basis van 4 modules (of het getuigschrift boa) is afgegeven.

8.4. Domeinlijst III. Onderwijs

De door de Stichting ExTH ingestelde examencommissie Onderwijs bewaakt de kwaliteit van de examens (zie examenplan).

In bijlage F is een overzicht van de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpen. In de laatste kolom is aangeven of het betreffende examenonderdeel met een theorietoets (T) of een praktijktoets (P) geëxamineerd wordt. Voor verdere uitwerking van de examenonderdelen: zie www.exth.nl/examens/phb-domein-iii/.

8.4. Domeinlijst III. Onderwijs

9.1. Algemeen

De boa Onderwijs kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien. Dit geldt ook voor de ingehuurde boa Onderwijs.

Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

9.1. Algemeen

De boa Openbaar Vervoer is in bezoldigde dienst van een openbaar vervoersbedrijf, dan wel een (ander) publiekrechtelijk rechtspersoon en is belast met de opsporing van strafbare feiten binnen het domein openbaar vervoer.

De bekwaamheidseis bestaat uit een verzwaard examen, het boa-Openbaar Vervoer examen (getuigschrift BOA OV), en - indien de boa openbaar vervoer beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen - de bekwaamheidseisen uit de RTGB.

10.3. Domeinlijst V. Werk, inkomen en zorg

Inhuur is in dit domein ook mogelijk voor de in paragraaf 3.1 bij de uitzonderingen onder 1. genoemde particuliere werkgevers. Omdat deze vervoerders vaak over de gemeentegrenzen opereren, gelden voor hen niet de voorwaarden die betrekking hebben op de lokale context. Omdat het voor hen tevens niet mogelijk is om boa’s als onbezoldigd ambtenaar aan te wijzen geldt ook deze voorwaarde niet. De voorwaarden waaraan voor inhuur dient te worden voldaan zijn voor vervoerders:

De boa’s Openbaar Vervoer dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar.

9.4. Domeinlijst IV. Openbaar vervoer

9.4. Domeinlijst IV. Openbaar vervoer

De boa’s Openbaar Vervoer dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar.

Bij het overstappen vanuit een ander domein kan de boa in aanvulling op de boa algemene basisbekwaamheid, de module Wet- en regelgeving (module 1 uit de PHB) volgen waarmee ook wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen voor domein IV Openbaar Vervoer (het behalen van een boa OV-getuigschrift).

De door de Stichting ExTH ingestelde examencommissie Openbaar Vervoer bewaakt de kwaliteit van de examens (zie examenplan).

In bijlage G is een examenplan van het boa OV basisexamen opgenomen en daarna de PHB voor domein IV. Hierin staan de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpen. In de laatste kolom is aangeven of het betreffende examenonderdeel met een theorietoets (T) of een praktijktoets (P) geëxamineerd wordt. Verder staat in deze bijlage ook een verwijzing naar het kwalificatiedossier Publieke veiligheid waar de gedragsspecifieke leerdoelen van de boa Openbaar Vervoer aan moeten voldoen.

9.4. Domeinlijst IV. Openbaar vervoer

Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

De boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien en/of wapenstok. De ingehuurde boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien.

Hieronder vallen onder andere alle regelingen die de gemeenten uitvoeren op het gebied van de sociale zekerheid zoals de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, Wet sociale werkvoorziening, Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Wet inburgering, en de Wet basisregistratie personen.

In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en eventueel andere betrokken partners wordt nader bekeken in hoeverre aanvullende bekwaamheidseisen verplicht dienen te worden gesteld en wat die aanvullende bekwaamheidseisen precies moeten zijn. Tot die tijd is het de verantwoordelijkheid van de boa-werkgever om zijn boa’s werk, inkomen en zorg aanvullend op te leiden voor hun specifieke taak. Indien de boa-werkgever kan voorzien in een opleiding voor de boa die voldoet aan de eisen welke worden gesteld aan de semi-permanente ontheffing (bijlage H) kan de boa ontheffing krijgen voor de basisbekwaamheid.

De boa voor de strafrechtelijke handhaving op het gebied van werk, inkomen, belastingen en sociale zaken.

Hieronder vallen onder andere alle regelingen die de gemeenten uitvoeren op het gebied van de sociale zekerheid zoals de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, Wet sociale werkvoorziening, Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Wet inburgering, en de Wet basisregistratie personen.

10.2. Bekwaamheidseis Domein V Werk, inkomen en zorg

De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift) en - indien de boa werk, inkomen en zorg beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen - de bekwaamheidseisen uit de RTGB.

In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en eventueel andere betrokken partners wordt nader bekeken in hoeverre aanvullende bekwaamheidseisen verplicht dienen te worden gesteld en wat die aanvullende bekwaamheidseisen precies moeten zijn. Tot die tijd is het de verantwoordelijkheid van de boa-werkgever om zijn boa’s werk, inkomen en zorg aanvullend op te leiden voor hun specifieke taak. Indien de boa-werkgever kan voorzien in een opleiding voor de boa die voldoet aan de eisen welke worden gesteld aan de semi-permanente ontheffing (bijlage H) kan de boa ontheffing krijgen voor de basisbekwaamheid.

10.3. Domeinlijst V. Werk, inkomen en zorg

Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

De boa Werk, inkomen en zorg kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien.

De boa generieke opsporing is de boa werkzaam bij of voor een landelijke overheidsinstantie en heeft als werkgever de korpschef van de politie, de hoofdofficier van Justitie van een parket, de commandant van de Koninklijke Marechaussee; de directeur van de rijksrecherche, de directeur van het CJIB of - indien deze niet onder een ander domein te plaatsen is - de directeur van een landelijke (inspectie)dienst.

Bijlage A. Politiebevoegdheden en geweldsmiddelen

Gebruik van geweld

Politiebevoegdheden

De opsporingsbevoegdheid dient zich te beperken tot hetgeen noodzakelijk is voor een goede uitoefening van de betreffende functie en het daaraan gekoppelde takenpakket. Deze functie inclusief taakomschrijving dient vooraf door de boa werkgever - in gevallen tevens de direct toezichthouder - te zijn afgestemd met de toezichthouder. Deze afstemming geldt alleen bij een individuele aanvraag en niet bij een individuele aanvraag onder werking van een categoriaal besluit. De toezichthouder ziet erop toe dat de betreffende functie past binnen het boa beleid; functies voor ondersteunende, administratieve, technische, of zeer specialistische taken.

Veiligheidsfouillering

De functies in de hiervoor opgenomen lijst waarop boa’s kunnen worden aangesteld, betreffen administratief-technische functies. Daarnaast zijn bij de politie boa’s werkzaam in functies voor de uitvoering van de politietaak (executieve functies). In beginsel geldt dat een executieve functie wordt verricht door een medewerker aangesteld voor de uitvoering van de politietaak (executieve aanstelling), terwijl bedoelde boa’s werkzaam in een executieve functie een AT-aanstelling hebben. Op grond van de volgende regelingen van de korpschef van politie kunnen die medewerkers toch in een executieve functie werkzaam zijn:

Binnen de politieorganisatie kunnen medewerkers en vrijwillige ambtenaren, die zijn aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie (AT-aanstelling) worden aangewezen als boa met het oog op het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden. Voor de boa’s in dienst bij de politie blijft uitdrukkelijk gelden dat deze in beginsel ondersteunende, administratief- technische of specialistische taken uitvoeren.

Geweldsmiddelen

Vervoersfouillering en insluitingsfouillering

De medewerkers die vallen onder het bij 1 en 2 genoemde overgangsbeleid bevinden zich in een afgebakende groep. Het bij 1 genoemde overgangsbeleid betreft medewerkers met een AT-aanstelling die in het kader van de reorganisatie Politiewet 2012 per 1 juli 2016 op een executieve functie zijn geplaatst en die daarna niet alsnog aan de vereisten voor een executieve aanstelling hebben kunnen voldaan. Zij voeren slechts een deel van de executieve functie uit en zolang zij in die functie werkzaam blijven en onder het overgangsbeleid vallen, kunnen zij die werkzaamheden met een aanwijzing als boa verrichten. Het onder 2 genoemde overgangsbeleid betreft medewerkers die bij de invoering van de executieve politieambtenaar met een specifieke inzetbaarheid per 1 juli 2019 niet executief aangesteld konden worden en hun AT-aanstelling hebben behouden. Zolang zij dezelfde functie uitoefenen en onder het overgangsbeleid vallen, kunnen ook zij hun werkzaamheden met een aanwijzing als boa verrichten. Voor beide regelingen geldt dat geen nieuwe medewerkers met een AT-aanstelling in de executieve functies geplaatst kunnen worden.

Dit is anders voor de bij 3 genoemde beleidsregel. Deze beleidsregel is tot stand gekomen omdat is gebleken dat voor bepaalde inzet op functies binnen de vakgebieden Beveiliging en Gebiedsgebonden Politiezorg (GGP) van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie een voltooide politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, van het Besluit algemene rechtspositie politie, niet nodig is. Alhoewel die inzet is opgenomen in executieve functies, kunnen de daarbij behorende werkzaamheden met een AT-aanstelling en een aanwijzing als boa worden verricht. In genoemde beleidsregel is opgenomen voor welke inzet de uitzondering geldt. Bij een doorontwikkeling van het functiegebouw zal bekeken worden binnen welke functies die werkzaamheden opgenomen kunnen worden en welke opsporingsbevoegdheid daarvoor nodig is.

Handboeien18Handboeien zijn volgens de Bewapeningsregeling politie en de WWM geen geweldsmiddel, maar worden in de RTGB wel als geweldsmiddel beschouwd. Voor de toekenning van handboeien aan boa's worden derhalve dezelfde criteria gehanteerd als voor de toekenning van de overige geweldsmiddelen.

De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift) en - indien de boa generieke opsporing beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen - de bekwaamheidseisen uit de RTGB.

Handboeien18Handboeien zijn volgens de Bewapeningsregeling politie en de WWM geen geweldsmiddel, maar worden in de RTGB wel als geweldsmiddel beschouwd. Voor de toekenning van handboeien aan boa's worden derhalve dezelfde criteria gehanteerd als voor de toekenning van de overige geweldsmiddelen.

De boa Generieke opsporing kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over vrijheidsbeperkende middelen, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen.

Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

Politiebevoegdheden

De boa Generieke opsporing kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over vrijheidsbeperkende middelen, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen.

Artikel 7 lid 1 Politiewet 2012 bevat de bevoegdheid geweld te gebruiken: De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik hiervan verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.'. Onder geweld wordt verstaan: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken (artikel 1 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna:Ai)). Onder het aanwenden van geweld wordt verstaan: het gebruiken van geweld, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van een geweldmiddel (artikel 1, vierde lid, onder b en c, Ai). Het slechts vastpakken van een verdachte valt niet onder het aanwenden van geweld. Het duwen in een bepaalde richting of het met kracht tegenhouden van een verdachte valt wel onder het aanwenden van geweld. De geweldsbevoegdheid wordt gerelateerd aan de toe te kennen of toegekende opsporingsbevoegdheid.

Politiebevoegdheden

Artikel 7 lid 3 Politiewet 2012 luidt: De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen en het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de ambtenaar zelf of van derden, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

Artikel 7 lid 1 Politiewet 2012 bevat de bevoegdheid geweld te gebruiken: De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik hiervan verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.'. Onder geweld wordt verstaan: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken (artikel 1 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna:Ai)). Onder het aanwenden van geweld wordt verstaan: het gebruiken van geweld, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van een geweldmiddel (artikel 1, vierde lid, onder b en c, Ai). Het slechts vastpakken van een verdachte valt niet onder het aanwenden van geweld. Het duwen in een bepaalde richting of het met kracht tegenhouden van een verdachte valt wel onder het aanwenden van geweld. De geweldsbevoegdheid wordt gerelateerd aan de toe te kennen of toegekende opsporingsbevoegdheid.

Veiligheidsfouillering

Artikel 7 lid 3 Politiewet 2012 luidt: De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen en het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de ambtenaar zelf of van derden, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

De veiligheidsfouillering bestaat uit het met de hand aftasten van de kleding van de betrokkene en het onderzoeken van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren. Het gaat daarbij om het zoeken naar gevaarlijke voorwerpen. De bevoegdheid om de veiligheidsfouillering toe te passen wordt, evenals de geweldsbevoegdheid, gerelateerd aan de toe te kennen of toegekende opsporingsbevoegdheid.

Bijlage B. Taken direct toezichthouder

Artikel 7 lid 4 Politiewet 2012 luidt: De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd een te vervoeren of in te sluiten persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vormen, alsmede daartoe de voorwerpen te onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert.

Handboeien

Geweldsmiddelen

Vrijheidsbeperkende middelen

Bijlage C. Examenplan basisbekwaamheid

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)