Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Type Beleidsregel
Publication 2026-05-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Hoofdtaken Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Toets-vorm
I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING
1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen.
1.1 Staat, regering en zijn bestuur 1.1 Staat, regering en zijn bestuur T
1.2 Provincies en gemeenten 1.2 Provincies en gemeenten T
1.3 Centrale wetgeving 1.3 Centrale wetgeving T
1.4 Decentrale wetgeving 1.4 Decentrale wetgeving T
1.5 Strafrecht algemeen 1.5 Strafrecht algemeen T
2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader.
2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering 2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering T
2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar 2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar T
2.3 Samenwerking met de politie 2.3 Samenwerking met de politie T
2.4 Opsporen van strafbare feiten 2.4 Opsporen van strafbare feiten T
3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering.
3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften 3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften T
3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven 3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven T
II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN
4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten.
4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen 4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen T
4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte 4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte T
4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht 4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht T
5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is.
5.1 Legaliteitsbeginsel 5.1 Legaliteitsbeginsel T
5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet 5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet T
5.3 Een feit als strafbaar feit 5.3 Een feit als strafbaar feit T
5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf 5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf T
5.5 Deelnemen aan strafbare feiten 5.5 Deelnemen aan strafbare feiten T
5.6 Samenloop van strafbare feiten 5.6 Samenloop van strafbare feiten T
5.7 Jeugdige personen 5.7 Jeugdige personen T
6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen.
6.1 De verdachte 6.1 De verdachte T
6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden 6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden T
6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid 6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid T
6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit 6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit T
6.5 In beslag nemen van voorwerpen 6.5 In beslag nemen van voorwerpen T
6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen 6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen T
III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN
7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting.
7.1 Functie van het proces-verbaal 7.1 Functie van het proces-verbaal T
7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal 7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal T
7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting 7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting P
8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan.
8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie 8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie T
8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad 8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad T
8.3. De organisatie van de rechtspraak 8.3. De organisatie van de rechtspraak T
8.4. De rechterlijke beslissing 8.4. De rechterlijke beslissing T
9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie – Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie P
10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren – Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren P

Bijlage D. Examenplan Openbare ruimte

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht T
1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa
1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen
2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving T
2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV
2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994
2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit
2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen
2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet
2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet
2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer
2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer
2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten
2.12 Waterwet 2.12 Waterwet 2.12 Waterwet
2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming
2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet
2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten P
Treedt op bij incidenten en calamiteiten Treedt op bij incidenten en calamiteiten
– Verleent hulp – Verleent hulp
Voert dienstverlenende werkzaamheden uit* Voert dienstverlenende werkzaamheden uit*
– Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage. – Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage.

Bijlage E. Examenplan Milieu, welzijn en infrastructuur

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) T
1.1 Strafrecht algemeen 1.1 Strafrecht algemeen 1.1 Strafrecht algemeen
1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv
1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO
1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners
1.5 Opsporen van strafbare feiten 1.5 Opsporen van strafbare feiten 1.5 Opsporen van strafbare feiten
1.6 Nederlands strafrecht 1.6 Nederlands strafrecht 1.6 Nederlands strafrecht
1.7 Integriteit ambtsmisdrijf 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf
1.8 Strafbaar feit 1.8 Strafbaar feit 1.8 Strafbaar feit
1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten
1.10 Jeugdige personen 1.10 Jeugdige personen 1.10 Jeugdige personen
1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor)
1.12 Identiteitsbewijzen 1.12 Identiteitsbewijzen 1.12 Identiteitsbewijzen
1.13 Verhoor 1.13 Verhoor 1.13 Verhoor
1.14 Proces-verbaal 1.14 Proces-verbaal 1.14 Proces-verbaal
1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen
2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) T
2.1 Aanhouding en verhoor 2.1 Aanhouding en verhoor 2.1 Aanhouding en verhoor
2.2 Wet op de economische delicten 2.2 Wet op de economische delicten 2.2 Wet op de economische delicten
2.3 Sfeerovergangen 2.3 Sfeerovergangen 2.3 Sfeerovergangen
2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten
2.5 Informatieregime 2.5 Informatieregime 2.5 Informatieregime
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid Ziet toe op orde en veiligheid
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Nog nader in te vullen 4. Nog nader in te vullen 4. Nog nader in te vullen P

Bijlage C. Examenplan basisbekwaamheid

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Hoofdtaken Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Toets-vorm
I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING
1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen.
1.1 Staat, regering en zijn bestuur 1.1 Staat, regering en zijn bestuur T
1.2 Provincies en gemeenten 1.2 Provincies en gemeenten T
1.3 Centrale wetgeving 1.3 Centrale wetgeving T
1.4 Decentrale wetgeving 1.4 Decentrale wetgeving T
1.5 Strafrecht algemeen 1.5 Strafrecht algemeen T
2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader.
2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering 2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering T
2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar 2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar T
2.3 Samenwerking met de politie 2.3 Samenwerking met de politie T
2.4 Opsporen van strafbare feiten 2.4 Opsporen van strafbare feiten T
3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering.
3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften 3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften T
3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven 3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven T
II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN
4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten.
4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen 4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen T
4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte 4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte T
4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht 4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht T
5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is.
5.1 Legaliteitsbeginsel 5.1 Legaliteitsbeginsel T
5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet 5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet T
5.3 Een feit als strafbaar feit 5.3 Een feit als strafbaar feit T
5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf 5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf T
5.5 Deelnemen aan strafbare feiten 5.5 Deelnemen aan strafbare feiten T
5.6 Samenloop van strafbare feiten 5.6 Samenloop van strafbare feiten T
5.7 Jeugdige personen 5.7 Jeugdige personen T
6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen.
6.1 De verdachte 6.1 De verdachte T
6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden 6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden T
6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid 6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid T
6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit 6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit T
6.5 In beslag nemen van voorwerpen 6.5 In beslag nemen van voorwerpen T
6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen 6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen T
III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN
7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting.
7.1 Functie van het proces-verbaal 7.1 Functie van het proces-verbaal T
7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal 7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal T
7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting 7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting P
8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan.
8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie 8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie T
8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad 8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad T
8.3. De organisatie van de rechtspraak 8.3. De organisatie van de rechtspraak T
8.4. De rechterlijke beslissing 8.4. De rechterlijke beslissing T
9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie – Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie P
10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren – Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren P

Bijlage B. Taken direct toezichthouder

Bijlage E. Examenplan Milieu, welzijn en infrastructuur

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) T
1.1 Strafrecht algemeen 1.1 Strafrecht algemeen 1.1 Strafrecht algemeen
1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv
1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO
1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners
1.5 Opsporen van strafbare feiten 1.5 Opsporen van strafbare feiten 1.5 Opsporen van strafbare feiten
1.6 Nederlands strafrecht 1.6 Nederlands strafrecht 1.6 Nederlands strafrecht
1.7 Integriteit ambtsmisdrijf 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf
1.8 Strafbaar feit 1.8 Strafbaar feit 1.8 Strafbaar feit
1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten
1.10 Jeugdige personen 1.10 Jeugdige personen 1.10 Jeugdige personen
1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor)
1.12 Identiteitsbewijzen 1.12 Identiteitsbewijzen 1.12 Identiteitsbewijzen
1.13 Verhoor 1.13 Verhoor 1.13 Verhoor
1.14 Proces-verbaal 1.14 Proces-verbaal 1.14 Proces-verbaal
1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen
2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) T
2.1 Aanhouding en verhoor 2.1 Aanhouding en verhoor 2.1 Aanhouding en verhoor
2.2 Wet op de economische delicten 2.2 Wet op de economische delicten 2.2 Wet op de economische delicten
2.3 Sfeerovergangen 2.3 Sfeerovergangen 2.3 Sfeerovergangen
2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten
2.5 Informatieregime 2.5 Informatieregime 2.5 Informatieregime
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid Ziet toe op orde en veiligheid
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Nog nader in te vullen 4. Nog nader in te vullen 4. Nog nader in te vullen P

Bij de toekenning gelden de criteria a. tot en met c. zoals beschreven in paragraaf 3.2. De toekenning van de bevoegdheid om een wapenstok te gebruiken is in sterke mate afhankelijk van de in redelijkheid te verwachten kans dat de boa bij de vervulling van zijn functie met (bedreiging met) geweld wordt geconfronteerd en de ernst van dat geweld. Het gebruik van de korte wapenstok van het merk Hazeleger Synterials Verenigde bedrijven B.V. is uitsluitend toegestaan indien de boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de RTGB. De opleiding, training en toetsing is toegesneden op dit merk wapenstok.

Pepperspray

Bij besluit van 19 februari 2005 (Stb. 2005, 110) is de Ai gewijzigd. Deze wijziging houdt onder meer in dat het mogelijk is boa's met pepperspray uit te rusten. Bij de toekenning gelden de criteria a. tot en met c. zoals beschreven in paragraaf 3.2. Daarnaast gelden de volgende criteria.

Ten aanzien van de nazorg na gebruik van pepperspray wordt verwezen naar de toelichting bij de artikelen 12a, tweede lid, 12b en 12c Ai. In artikel 2, derde lid, onder d, van het Besluit bewapening en uitrusting politie, gelezen in samenhang met het krachtens artikel 15, derde lid, van dat besluit vastgestelde Regeling nazorgmiddelen pepperspray is bepaald dat de met pepperspray bewapende ambtenaren dienen te beschikken over de voorgeschreven middelen voor het kunnen verlenen van een adequate nazorg. Dit is van overeenkomstige toepassing op boa's die beschikken over pepperspray.

De Minister van Justitie en Veiligheid kan in bijzondere omstandigheden, middels de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, afwijken van hetgeen in de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar is bepaald. Hij betrekt hierbij alle relevante omstandigheden in zijn beoordeling en dient te bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die maken dat het handelen overeenkomstig de Beleidsregels gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de Beleidsregels te dienen doelen. In dat geval wordt een gemotiveerd verzoek daartoe door de direct toezichthouder, dat is afgestemd met de toezichthouder, voorgelegd aan het ministerie van Justitie en Veiligheid, Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s.

De uitschuifbare stok van het merk Bonowi, type EKA Camlock is zwaarder en langer dan de korte wapenstok van het merk Hazeleger Synterials Verenigde bedrijven B.V. en kan indien nodig ongezien worden gedragen. Vanwege de mate van pijn die kan worden toegediend en de kans op letsel van meer dan geringe betekenis dat kan worden toegebracht, is de uitschuifbare wapenstok qua impact in het geweldsspectrum boven het geweldmiddel pepperspray geplaatst. Bij een grotere gevaarzetting verdient het de voorkeur om de boa niet direct met een uitschuifbare wapenstok maar eerst met een combinatie van de korte wapenstok van het merk Hazeleger Synterials Verenigde bedrijven B.V. en de pepperspray uit te rusten.

Bij de beoordeling of er sprake is van noodzaak tot bewapening met een uitschuifbare wapenstok worden, naast de in paragraaf 3.2 beschreven criteria a. tot en met c. (waaraan bij de korte wapenstok van het merk Hazeleger Synterials Verenigde bedrijven B.V. wordt getoetst) en de criteria bij de pepperspray, aanvullend de volgende criteria gehanteerd.

De Minister van Justitie en Veiligheid kan in bijzondere omstandigheden, middels de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, afwijken van hetgeen in de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar is bepaald. Hij betrekt hierbij alle relevante omstandigheden in zijn beoordeling en dient te bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die maken dat het handelen overeenkomstig de Beleidsregels gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de Beleidsregels te dienen doelen. In dat geval wordt een gemotiveerd verzoek daartoe door de direct toezichthouder, dat is afgestemd met de toezichthouder, voorgelegd aan het ministerie van Justitie en Veiligheid, Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s.

Bij bewapening met een uitschuifbare wapenstok dient de boa eveneens met de pepperspray te zijn bewapend. De opleiding, training en toetsing is toegesneden op de uitschuifbare wapenstok van het merk van het merk Bonowi, type EKA Camlock waarmee de boa, na toekenning, wordt bewapend. Het gebruik van de uitschuifbare wapenstok is uitsluitend toegestaan indien de boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de RTGB.

In de Regeling politiehonden wordt het kader aangegeven met betrekking tot de keuring en de keuringseisen voor de combinatie. De keuringseisen zijn opgenomen in het keuringsreglement politiesurveillancehond (een bijlage bij voornoemde regeling). Evenals bij de toekenning van de hierboven beschreven geweldsmiddelen is ook de toekenning van de bevoegdheid om een politiesurveillancehond in te zetten in sterke mate afhankelijk van de in redelijkheid te verwachten kans dat de boa bij de vervulling van zijn functie met geweld of de dreiging met geweld wordt geconfronteerd.

Bij de beoordeling of er sprake is van noodzaak tot bewapening met een vuurwapen worden, naast de in paragraaf 3.2 beschreven criteria a. tot en met c. aanvullend de volgende criteria gehanteerd.

Semi-permanente ontheffing

Ten aanzien van de boa's werkzaam in domein VI, tevens zijnde ambtenaren van politie (politieboa's), is voor wat betreft het toekennen van bewapening niet de Rwm van toepassing, maar het Besluit bewapening en uitrusting politie. Het toekennen van de korte wapenstok, pepperspray en vuurwapen aan politieboa's geschiedt door de Minister van Justitie en Veiligheid (art. 6, eerste lid, van het Besluit bewapening en uitrusting politie) en valt daarmee buiten de reikwijdte van deze beleidsregels. Voor de toekenning van handboeien is eveneens het Besluit bewapening en uitrusting politie van toepassing (art.6, zesde lid onder a).

Het formele kader voor de toekenning van de bevoegdheid tot gebruik van een politiesurveillancehond wordt bepaald door de artikelen 15 en 37, tweede lid, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren en hoofdstuk 2 van het Besluit bewapening en uitrusting politie en de daarop gebaseerde Regeling politiehonden. Het inzetten van een politiesurveillancehond is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij de surveillancedienst (artikel 15, eerste lid, onder a, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren). De geleider dient in het bezit te zijn van certificaat. Een keuringscommissie verstrekt aan de geleider een certificaat op naam van de combinatie van de geleider en de politiesurveillancehond, indien die combinatie onder leiding van die geleider aan de keuringseisen heeft voldaan.

In de Regeling politiehonden wordt het kader aangegeven met betrekking tot de keuring en de keuringseisen voor de combinatie. De keuringseisen zijn opgenomen in het keuringsreglement politiesurveillancehond (een bijlage bij voornoemde regeling). Evenals bij de toekenning van de hierboven beschreven geweldmiddelen is ook de toekenning van de bevoegdheid om een politiesurveillancehond in te zetten in sterke mate afhankelijk van de in redelijkheid te verwachten kans dat de boa bij de vervulling van zijn functie met geweld of de dreiging met geweld wordt geconfronteerd.

Het gebruik van uitrustingsstukken

Op het moment dat er wijzigingen plaatsvinden in de uitrustingsstukken van de politie dan gelden deze wijzigingen tevens voor de boa’s voor zover zij daarover de beschikking hebben. Op het moment dat er wijzigingen plaatsvinden in de bewapening en munitie die door de politie wordt gebruikt, dan wordt door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s de afweging gemaakt of deze wijzigingen ook voor de boa’s moeten gelden. Op deze wijze wordt zowel zoveel mogelijk eenduidigheid in bewapening en uitrustingsstukken als zorgvuldige besluitvorming nagestreefd.

Ten aanzien van de boa's werkzaam in domein VI, tevens zijnde ambtenaren van politie (politieboa's), is voor wat betreft het toekennen van bewapening niet de Rwm van toepassing, maar het Besluit bewapening en uitrusting politie. Het toekennen van de korte wapenstok, pepperspray en vuurwapen aan politieboa's geschiedt door de Minister van Justitie en Veiligheid (art. 6, eerste lid, van het Besluit bewapening en uitrusting politie) en valt daarmee buiten de reikwijdte van deze beleidsregels. Voor de toekenning van handboeien is eveneens het Besluit bewapening en uitrusting politie van toepassing (art.6, zesde lid onder a).

Daarnaast kan ontheffing van de basisbekwaamheidseis worden verleend aan politieambtenaren of opsporingsambtenaren van de Koninklijke Marechaussee die naast hun functie de functie van boa als nevenfunctie hebben, doch die langer dan vijf jaren geleden het betreffende diploma hebben behaald. Voor deze ontheffing wordt als voorwaarde gesteld dat de betrokkene in executieve dienst

De volgende taken van de direct toezichthouder zijn bedoeld als richtlijnen. Deze lijst is niet uitputtend bedoeld.

Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar

ExTH is verantwoordelijk voor het vaststellen van inhoudelijke bekwaamheid. Justis is verantwoordelijk voor het verstrekken van de akte van opsporingsbevoegdheid op basis van de overgelegde bewijzen en kan ontheffing verlenen op basis van door ExTH goedgekeurde vrijstellingen. Voor collectief vastgestelde vrijstellingsregelingen wordt verwezen naar de website van Justis en van ExTH.

Voor toekenning van deze ontheffing moet voldaan zijn aan de onderstaande voorwaarden.

Boa-werkgevers kunnen een beroep doen op de volgende ontheffingsmogelijkheden (bij basisbekwaamheidseis of verzwaard boa-examen):

Gelijkwaardige opleiding

In individuele gevallen kan bij een eerste aanvraag ontheffing van de basisbekwaamheidseis worden verleend. Justis wint bij een ontheffingsverzoek zo nodig advies in bij Stichting ExTH. Deze stichting is verantwoordelijk voor het waarborgen van een gelijkwaardig niveau van bekwaamheid bij vergelijking van de exameneisen (opleidingen). Op de website van ExTH, de Politieacademie en de Koninklijke Marechaussee is aangegeven of een afgeronde opleiding gelijk kan worden gesteld aan het boa-getuigschrift. Tweejaarlijks stemt ExTH met genoemde opleiders af of lopende opleidingen nog in aanmerking komen voor een ontheffing en of nieuwe opleidingen gelijk kunnen worden gesteld aan het boa-getuigschrift.

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

1. Examenplan boa basisbekwaamheid OV

T= Theorietoets

Vrijstelling voor (examenonderdelen) eerste PHB

De boa openbaar vervoer maakt in de basisbekwaamheid OV een verzwaard examen theorie en praktijk ten opzichte van het examenplan boa basisbekwaamheid. Voor de theorietoets maakt de boa ov naast alle eindtermen uit het examenplan basisbekwaamheid ook toetsvragen uit de hoofdtaak openbaar vervoer. Voor de praktijktoets wordt een volledige combibon op basis van Wp2000 opgemaakt.

Deze examens kunnen worden afgenomen zowel voor de Boa openbaar vervoer als voor de Boa ProRail

Bijlage I. Voorbeeld inhoud samenwerkingsconvenant

Partij I: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partij II: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partijen komen overeen de taken, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar, onder eindverantwoordelijkheid te brengen van partij I.

Het betreft de volgende artikelen:

Art. 9 lid 1 BBO: werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte in etc.

Art. 41 lid 1 BBO: werkgever verschaft de toezichthouder(s) en de direct toezichthouder(s) alle door hen gewenste informatie met betrekking tot de in dienst zijnde werkzame buitengewoon opsporingsambtenaar.

Art. 42 BBO: werkgever zendt terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een buitengewoon opsporingsambtenaar betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.

Bij de afhandeling van de klacht neemt de werkgever het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van die bevoegdheden in acht.

Partijen komen verder overeen (ruimte voor andere afspraken)

De betreffende boa's zijn hierbij bevoegd om te handhaven binnen het volgende gebied (geografisch): ...

Het bevoegd gezag van de regio ... en (indien van toepassing) de regio (...) is d.d. akkoord gegaan met deze overeenkomst.

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de 2 betrokken partijen

op elk moment opgezegd worden.

Dit opzeggen gebeurt schriftelijk bij de regionaal coördinator BOA van de desbetreffende eenheid van de politie ....(betreffende politie-eenheid)

Plaats en datum

Partij I partij II
Naam werkgever naam werkgever

Gezien en akkoord: de betrokken toezichthouders en direct toezichthouders

Bijlage J. Aanvraagprocedure opsporingsbevoegdheid

Deze examens kunnen worden afgenomen zowel voor de Boa openbaar vervoer als voor de Boa ProRail

3. Gedragsspecifieke leerdoelen Boa OV

Gedragsspecifieke leerdoelen staan in het Kwalificatiedossier publieke veiligheid crebo 23322, profieldeel P3-K1 voor domein IV.

Tijdelijke ontheffing

Tijdelijke ontheffing

Gelijkwaardige opleiding

In individuele gevallen kan bij een eerste aanvraag ontheffing van de basisbekwaamheidseis worden verleend. Justis wint bij een ontheffingsverzoek zo nodig advies in bij Stichting ExTH. Deze stichting is verantwoordelijk voor het waarborgen van een gelijkwaardig niveau van bekwaamheid bij vergelijking van de exameneisen (opleidingen). Op de website van ExTH, de Politieacademie en de Koninklijke Marechaussee is aangegeven of een afgeronde opleiding gelijk kan worden gesteld aan het boa-getuigschrift. Tweejaarlijks stemt ExTH met genoemde opleiders af of lopende opleidingen nog in aanmerking komen voor een ontheffing en of nieuwe opleidingen gelijk kunnen worden gesteld aan het boa-getuigschrift.

Beperkte opsporingsbevoegdheden

Vrijstelling voor (examenonderdelen) eerste PHB

Bij de (nieuwe) aanvraag moet een kopie van het besluit waarin de aanvrager uit executieve dienst is ontslagen, worden gevoegd.

Discretionaire ontheffing

ExTH is verantwoordelijk voor het vaststellen van inhoudelijke bekwaamheid. Justis is verantwoordelijk voor het verstrekken van de akte van opsporingsbevoegdheid op basis van de overgelegde bewijzen en kan ontheffing verlenen op basis van door ExTH goedgekeurde vrijstellingen. Voor collectief vastgestelde vrijstellingsregelingen wordt verwezen naar de website van Justis en van ExTH.

Een boa kan bij de desbetreffende examencommissie, belegd bij ExTH, een vrijstellingsverzoek voor een examenonderdeel indienen. Deze boa is daarbij zelf verantwoordelijk voor de onderbouwing van het verzoek en het aanleveren van de ondersteunende documenten. Informatie over het vrijstellingsverzoek en de benodigde documenten is te vinden op de website www.ExTH.nl.

Bijlage K. Klachtafhandeling

Procedure

Deze ontheffing van de bekwaamheidseis kan ook aan individuele boa’s worden toegekend, bijvoorbeeld als zij deelnemen aan het scholingsprogramma bij een werkgever die over een semi-permanente ontheffing beschikt.

Aan werkgevers met een uitgebreid eigen scholingstraject kan een zogenaamde semi-permanente ontheffing van de bekwaamheidseis worden verleend. De werkgever voorziet in dit geval in een eigen opleiding, afgesloten met een examen dat in eigen beheer wordt afgenomen.

Aanvulling Domein 1

Deze ontheffing van de bekwaamheidseis kan ook aan individuele boa’s worden toegekend, bijvoorbeeld als zij deelnemen aan het scholingsprogramma bij een werkgever die over een semi-permanente ontheffing beschikt.

Conform artikel 6, eerste lid, van het BBO dient een aanvraag tot verlenging of wijziging van de titel van opsporingsbevoegdheid uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de geldigheidsduur te worden ingediend.

Onder de tijdelijke ontheffing wordt verstaan een ontheffing die voor een bepaalde periode kan worden verleend teneinde de werkgever in staat te stellen om de bij hem in dienst zijnde boa’s bij te scholen en in staat te stellen om het vereiste examen af te leggen.

A. Aanvraag categoriale aanwijzing

Op basis van de door de werkgever aangedragen gegevens en het advies van de toezichthouder en de direct toezichthouder wordt besloten tot het al dan niet verlenen van ontheffing. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Indien de uitoefening van de opsporingsbevoegdheid zodanig beperkt en gering van omvang is dat in verhouding daarmee het behalen van het examen een onevenredige belasting vormt, kan door de werkgever van de boa een verzoek om ontheffing worden gedaan.

B. Aanvraag individuele akte van opsporingsbevoegdheid o.b.v. een categoriale aanwijzing

Op basis van de door de werkgever aangedragen gegevens en het advies van de toezichthouder en de direct toezichthouder wordt besloten tot het al dan niet verlenen van ontheffing. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Op basis van de aangedragen gegevens en zo nodig in te winnen advies van de toezichthouder en direct toezichthouder kan worden besloten tot het al dan niet verlenen van ontheffing. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Aan personen die niet beschikken over een geldig diploma of getuigschrift kan in uitzonderlijke gevallen ontheffing van de bekwaamheidseis worden verleend. Gezien het belang dat wordt gehecht aan het basiskennisniveau van elke boa kan slechts om ontheffing van de bekwaamheidseis worden verzocht in het volgende geval.

Indien een persoon vanwege bepaalde redenen het examen niet heeft behaald dan wel niet heeft kunnen deelnemen aan het examen kan door de werkgever van de boa een verzoek om ontheffing worden gedaan. Daarbij moet gemotiveerd worden aangegeven dat het noodzakelijk is dat deze persoon over opsporingsbevoegdheid blijft beschikken en dat hij om bepaalde redenen het examen niet heeft behaald c.q. het onmogelijk was om deel te nemen aan het examen. Een dergelijk verzoek kan alleen worden gedaan bij een aanvraag tot verlenging van de opsporingsbevoegdheid.

Op basis van de aangedragen gegevens en zo nodig in te winnen advies van de toezichthouder en direct toezichthouder kan worden besloten tot het al dan niet verlenen van ontheffing. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Procedure

Aanvragen om ontheffing van de bekwaamheidseis dienen door de werkgever bij de Dienst Justis te worden ingediend.

Registratie en rapportage

Als er een klacht wordt ingediend over een boa, moet bij de behandeling van de klacht ook rekening worden gehouden met artikel 42 BBO. Indien een klacht betrekking heeft op de uitoefening van bevoegdheden als boa, dan verplicht artikel 42, eerste lid, BBO de werkgever om direct een afschrift van de klacht aan de toezichthouder en de direct toezichthouder te zenden.

Inleiding

Conform artikel 6, eerste lid, van het BBO dient een aanvraag tot verlenging of wijziging van de titel van opsporingsbevoegdheid uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de geldigheidsduur te worden ingediend.

Bijlage L

Hieronder volgen een aantal uitgangspunten waaraan voldaan moet worden door de gemeente indien zij digitaal wil handhaven op categorie C borden.

  • •. Flitspalen (HGV)) dienen te worden geplaatst vanuit leefbaarheidsproblematiek of met het oog op het tegengaan van overlast en op de bescherming van het milieu en de natuur. De gemeente dient een schriftelijk verzoek in bij het lokale parket. In dit verzoek worden de problemen t.a.v. leefbaarheid/overlast/milieu en natuur onderbouwd bij voorkeur met cijfers (politiemutaties, overlastmeldingen bij de gemeente of de resultaten van een leefbaarheidsonderzoek in de omgeving);
  • •. In de aanvraag dient ook aandacht te zijn voor een toets op proportionaliteit (zijn er andere minder ingrijpende wijzen zoals aanpassing van bebording). Een camera is een ultimum remedium en geen eerste keus;
  • •. Handhaving op categorie C borden door boa’s vanuit verkeersveiligheid is niet toegestaan.

Naast bovenstaande strategische uitgangspunten gelden de volgende technische/juridische randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden voor de handhaving met flitspalen (HGV) kan plaatsvinden:

  • •. De bedoelde camera’s mogen alleen voor handhaving C borden (gesloten verklaringen) gebruikt worden en niet voor andere doeleinden;
  • •. Op de foto moeten het kenteken van het voertuig, de contouren van het voertuig, datum en tijdstip en het C bord goed zichtbaar zijn, zowel bij dag als bij nacht;
  • •. Op de foto moet zichtbaar zijn dat het voertuig het bord is gepasseerd;
  • •. De zgn. ‘no hits’ (voertuigen die geen overtreding hebben begaan) moeten zo spoedig mogelijk (binnen 72 uur) verwijderd worden uit het systeem;
  • •. Er moet een zgn. pardontijd ingesteld worden als tussen bepaalde venstertijden gehandhaafd wordt. Hiermee wordt bedoeld dat om discussies over de exacte tijd te voorkomen, pas 5 minuten na ingaan van het tijdstip dat de geslotenverklaring van toepassing is wordt gehandhaafd. Omgekeerd geldt hetzelfde: 5 minuten voor het einde van het tijdvak waarin het verbod geldt, stopt de handhaving;
  • •. Voor de handhaving kan starten moeten de foto’s door het parket CVOM (B&S) worden goedgekeurd. Dit om uitval en overbelasting in de keten te voorkomen.
  • •. Daarnaast dient de gemeente zelf contact op te nemen met het CJIB m.b.t. de eventueel door hen gestelde eisen aan bijvoorbeeld de interfaces, het datatransport en de databeveiliging. De verwerking van de overtredingen vindt bij het CJIB plaats. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te toetsen onder welke voorwaarden de verwerking kan plaatsvinden.
  • •. Alle kosten voor aanschaf en beheer worden volledig door de gemeente gedragen.
  • •. De gemeente dient er zelf zorg voor te dragen dat een overtreder de overtredingsfoto bij de gemeente kan opvragen. De gemeente dient hier een aparte voorziening voor te treffen.
  • •. De opsporingsinstantie moet de digitale opnames gedurende een periode van 5 jaar bewaren.

Indien een gemeente door middel van een flitspaal (HGV) wil handhaven dient zij een plan van aanpak te schrijven waarin alle bovengenoemde strategische uitgangspunten en aan de technische en juridische randvoorwaarden dient te worden voldaan. Dit plan van aanpak dient in de lokale driehoek te worden afgestemd.

In het kort ziet het traject van een verzoek te mogen handhaven met een flitspaal (HGV) tot de start van de handhaving er als volgt uit:

  • •. De gemeente (wegbeheerder) stelt plan van aanpak op.
  • •. Het plan van aanpak wordt besproken in de lokale driehoek.
  • •. Het arrondissementsparket geeft akkoord op plan van aanpak van de gemeente. Ten aanzien van de verwerving zorgt de gemeente voor afstemming met het parket CVOM (afdeling B&S).
  • •. Voor handhaving kan starten dient de gemeente de foto uit de flitspaal ter goedkeuring voorgelegd te hebben bij het parket CVOM.
  • •. Bij akkoord van het parket CVOM kan handhaving starten.

2. De buitengewoon opsporingsambtenaar

De uitvoering en de handhaving van met name bijzondere wetgeving en verordeningen van provincies, gemeenten en waterschappen, is opgedragen aan een scala aan publiekrechtelijke en aan een beperkt aantal privaatrechtelijke organisaties. Indien nodig kan aan werknemers1Onder de term ‘werknemers’ vallen ook de personen die onder de uitzonderingen genoemd in hoofdstuk 3.1 vallen en dus strikt genomen geen werknemer zijn. van zo’n organisatie opsporingsbevoegdheid worden toegekend. Zij zijn dan boa. Daarvoor is nodig dat betrokkene beschikt over een titel van opsporingsbevoegdheid, over de vereiste bekwaamheid en betrouwbaarheid, en over een akte van beëdiging (zie artikel 2 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna ook: BBO). De titel van opsporingsbevoegdheid wordt verleend door de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 142 eerste lid, onder a en b, en derde lid van het Wetboek van Strafvordering of bij of krachtens een bijzondere wet of (decentrale) verordening. Voor economische delicten wordt de titel verleend door de Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met de minister wie het aangaat, op grond van artikel 17, eerste lid, onder 2°, van de Wet op de Economische Delicten.

3. Eisen aan boa's

Gelet op de grote impact die het gebruik van opsporingsbevoegdheid en geweldmiddelen op burgers en ondernemingen kan hebben blijven deze bevoegdheden een privilege dat voorbehouden is aan de overheid. Dit betekent dat boa’s in beginsel in bezoldigde dienst moeten zijn van een publiekrechtelijk rechtspersoon of een privaatrechtelijk rechtspersoon die voldoet aan de navolgende voorwaarden:

3.2. Criteria toekenning bevoegdheden

Conform het BBO wordt een titel van opsporingsbevoegdheid verleend dan wel verlengd indien daartoe noodzaak bestaat en de boa betrouwbaar en bekwaam is.5De bevoegdheid tot het opsporen van de in de akte van beëdiging vermelde strafbare feiten is gebonden aan een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar en kan steeds met vijf jaar worden verlengd. In het laatste geval zal door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opnieuw worden getoetst op noodzakelijkheid, betrouwbaarheid en bekwaamheid voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden.Er is voldaan aan het noodzaakcriterium wanneer naar het oordeel van de Minister van Justitie en Veiligheid, de opsporingsbevoegdheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de betreffende persoon of de dienst waarbij deze werkzaam is, en een beroep op de politie voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden bezwaarlijk, niet mogelijk of niet wenselijk is. 6Artikel 4, lid 1 BBO. Over de noodzaak voor toekenning van (extra) opsporingsbevoegdheid wordt door de boa-werkgever advies gevraagd aan de direct toezichthouder en toezichthouder als bedoeld in artikel 1, vierde lid, BBO. Zie ook paragraaf 3.5 Toezicht op boa’s.

3.3. Betrouwbaarheid

In gevallen waarin tijdelijk onderzocht dient te worden of andere of zwaardere bewapening noodzakelijk is voor boa’s, kan door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, gehoord de adviezen van de toezichthouder en de direct toezichthouder, voor een bepaalde periode in afwijking van criterium a) een geweldmiddel worden toegekend, mits voldaan wordt aan de criteria b) tot en met d).

3.4. De bekwaamheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar

De betrouwbaarheid wordt periodiek getoetst. Dit is in elk geval iedere vijf jaar bij een aanvraag voor verlenging van de titel van opsporingsbevoegdheid. Het is mogelijk om frequenter te toetsen, of om in incidentele gevallen gericht informatie op te vragen.

3.5. Toezicht op boa's

Bij de verlenging van de titel van opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6 van het BBO wordt getoetst of de boa tijdig heeft voldaan aan alle tot aan het moment van aanvraag van de verlenging verplichte bekwaamheidseisen.

4. Overig

Bij een lokale, regionale boa-werkgever, zonder landelijk werkterrein, is de hoofdofficier van Justitie van het parket waarbinnen de boa-werkgever is gevestigd de toezichthouder. Bij een boa-werkgever met een bovenregionaal, of landelijk werkterrein kan in overleg met de direct toezichthouder, toezichthouder en eventueel andere betrokken partijen worden besloten dat de hoofdofficier van een aangewezen parket, bijvoorbeeld het landelijk parket, als toezichthouder wordt aangewezen.

4.1. Veilige publieke taak

De direct toezichthouder en toezichthouder vervullen een belangrijke adviserende en toetsende rol binnen het stelsel. Om deze taak effectief te kunnen vervullen is het noodzakelijk dat zij worden voorzien van de informatie die – op basis van de bepalingen genoemd in het BBO en deze beleidsregels – aan hen dient te worden verstrekt. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om jaarverslagen, maar ook klachten, integriteitsschendingen en geweldsmeldingen die bij de (direct) toezichthouders dienen te worden gemeld.

4.3. Aanvraagprocedure

Boa’s mogen een volledig proces-verbaal opmaken voor onderzoeken in het kader van de artikelen van het Wetboek van Strafrecht die zijn opgenomen in onderdelen 16 onder Domein I, 14 onder Domein II, 3 onder Domein III, 8 onder Domein IV en 6 onder Domein V in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

5. De domeinen

Dit geldt ook voor aanvragen voor toekenning van politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen. Aan de toekenning van geweldsmiddelen aan boa's kunnen nadere voorwaarden worden verbonden.

6. Domein I Openbare ruimte

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de boa bevoegdheden aanwendt die buiten zijn taakomschrijving vallen. De enige uitzondering hierbij vormen de toegevoegde strafrechtartikelen waarvoor de boa een proces-verbaal van bevindingen kan opmaken indien hij wordt geconfronteerd met agressie en geweld tijdens de uitvoering van zijn taken (zie ook hiervoor onder 4.1). Indien een boa gaat handhaven op feiten welke buiten zijn taakomschrijving vallen, dient in eerste instantie de boa-werkgever de boa hier op aan te spreken. In overleg met de direct toezichthouder en eventueel de toezichthouder kan worden bepaald hoe een en ander verder wordt afgehandeld.

6.2. Inhuur

Overgangsbeleid uitsluitend voor boa’s die voor 1 juli 2015 feitelijk in 2 domeinen werkzaam waren

6.3. Bekwaamheidseis domein I Openbare ruimte

Voor nieuwe aanvragen van aktes ingediend vanaf 1 juli 2015 en de verlengingen van die aktes geldt het uitgangspunt dat een boa maar in 1 domein werkzaam kan zijn. Uitzondering hierop zijn boa’s die in een tweede domein als vrijwilliger werkzaam zijn voor een private organisatie die een functie uitoefenen met specifieke en beperkte taken waarmee een zwaarwegend maatschappelijk belang is gemoeid. Het gaat hier om dezelfde groep die onder de uitzondering valt op de hoofdregel dat een boa in bezoldigde overheidsdienst dient te zijn.

6.4. Bekwaamheidseis domein I Openbare ruimte

Boa’s kunnen handhaven op de in onderdeel 10 van Domein I, derde paragraaf, van de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemde verkeersovertredingen, als in een gedeeld handhavingsarrangement de voorwaarden waaronder de handhaving zal plaatsvinden zijn besproken. Een handhavingsarrangement maakt inzichtelijk wanneer, door wie, met welk juridisch instrumentarium en met welke consequenties wordt opgetreden.

7. Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur

Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Openbare ruimte beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing.

7.2. Inhuur

In Bijlage D is een overzicht opgenomen van de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpen. In de laatste kolom is aangeven of het betreffende examenonderdeel met een theorietoets (T) of een praktijktoets (P) geëxamineerd wordt. Voor verdere uitwerking van de examenonderdelen: zie www.exth.nl/examens/phb-domein-i/.

7.1. Algemeen

De boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan tevens optioneel beschikken over handboeien, wapenstok en/of pepperspray. De ingehuurde boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien.

7.2. Inhuur

De boa Milieu, welzijn en infrastructuur is de boa die de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor een belangrijk deel moet handhaven. Voor een deel zijn boa’s van onder andere gemeenten en provincies nu aangesteld bij regionale uitvoeringsdiensten (ook wel omgevingsdiensten) ten behoeve van de handhaving van onder meer milieuregelgeving. Om deze reden is de boa milieu, welzijn en infrastructuur niet alleen bevoegd om te handhaven op artikel 1 en 1a van de Wet op de economische delicten (WED), maar tevens op de complete wetten die in artikel 1 en 1a van de WED worden genoemd en krachtens deze wetten geldende regelgeving voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de taak.

7.2. Inhuur

Een overheidsorgaan of particuliere werkgever kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten voor de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens kan worden overgegaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

7.3. Toezicht

Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moeten de certificaten van de 4 modules nog geldig zijn. Een certificaat van een module van het traject van permanente her- en bijscholing is vijf jaar geldig. De akte van opsporingsbevoegdheid wordt voor de duur van vijf jaar afgegeven. Indien een boa gedurende de looptijd van zijn akte wil overstappen naar een andere werkgever of een nieuw domein en hij nog niet 4 modules heeft behaald, wordt de nieuwe akte verleend voor de resterende geldigheidsduur van de akte die eerder op basis van 4 modules (of het getuigschrift boa) is afgegeven.

7.5. Domeinlijst II. Milieu, welzijn en infrastructuur

Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

8.1. Algemeen

Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

8.1. Algemeen

Onder het domein Onderwijs vallen de leerplichtambtenaren. Zij zijn primair belast met het handhaven van de leerplichtwet en alle andere daar aan gerelateerd relevante wet- en regelgeving. Gelet op het specialistische karakter van deze functie en het feit dat er voor de uitoefening van deze functie door de werkgever veelal een hogere opleiding wordt verlangd, rechtvaardigt deze functie een apart domein.

9.3. Bekwaamheidseis Domein IV Openbaar Vervoer

In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen.

8.4. Domeinlijst III. Onderwijs

De volgorde van de modules van een traject van permanente her- en bijscholing is niet bepalend bij de aanvraag om verlenging van de akte danwel bij de aanvraag om een nieuwe akte. Zo kunnen modules die zijn behaald in een ander domein (ook al zijn deze domeinspecifiek), meetellen bij de aanvraag om verlenging van de akte dan wel een nieuwe akte. Voorwaarde is dat bij de aanvraag 4 verschillende modules – waarvan niet meer dan twee theorie – kunnen worden overgelegd die niet ouder zijn dan vijf jaar.

9. Domein IV Openbaar Vervoer

Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

9. Domein IV Openbaar Vervoer

Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

9.2. Inhuur

Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

9.3. Bekwaamheidseis Domein IV Openbaar Vervoer

Indien de boa Openbaar Vervoer beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing.

10.1. Algemeen

De boa voor de strafrechtelijke handhaving op het gebied van werk, inkomen, belastingen en sociale zaken.

11.3. Bekwaamheidseis domein VI Generieke opsporing

De boa Werk, inkomen en zorg kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien.

11.1. Algemeen

Het domein Generieke opsporing is de vreemde eend in de bijt. Dit is niet een domein ontstaan vanuit de inhoud, maar een soort van restcategorie bestaande uit boa’s die veelal algemene opsporingsbevoegdheid hadden. Plaatsing in het domein generieke opsporing vindt alleen dan plaats indien geen van de overige vijf toereikend is voor een adequate taakuitoefening door de boa. De Minister van Justitie en Veiligheid bepaalt door middel van deze beleidsregels welke boa's onder dit domein worden gebracht.

Bijlage A. Politiebevoegdheden en geweldsmiddelen

Politiebevoegdheden

De boa generieke opsporing is de boa werkzaam bij of voor een landelijke overheidsinstantie en heeft als werkgever de korpschef van de politie, de hoofdofficier van Justitie van een parket, de commandant van de Koninklijke Marechaussee; de directeur van de rijksrecherche, de directeur van het CJIB of - indien deze niet onder een ander domein te plaatsen is - de directeur van een landelijke (inspectie)dienst.

Gebruik van geweld

De boa-werkgever kan middels het aanvraagformulier aangeven welke opsporingsbevoegdheden zijn gewenst voor de taakuitvoering van zijn boa's. Ook dit geldt overigens alleen bij individuele aanvragen en niet bij een individuele aanvraag onder werking van een categoriaal besluit.

Vervoersfouillering en insluitingsfouillering

In het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) is bij een aantal functies in het Domein Uitvoering aanwijzing als boa voorzien. Een aanwijzing als boa kan worden gecombineerd met een aanstelling in één van de hierna genoemde politiefuncties. Voor de vrijwillige ambtenaar van de politie is de aanwijzing als boa mogelijk indien de vrijwilliger werkzaamheden verricht die behoren tot een van de hierna genoemde politiefuncties, te weten:

De functies in de hiervoor opgenomen lijst waarop boa’s kunnen worden aangesteld, betreffen administratief-technische functies. Daarnaast zijn bij de politie boa’s werkzaam in functies voor de uitvoering van de politietaak (executieve functies). In beginsel geldt dat een executieve functie wordt verricht door een medewerker aangesteld voor de uitvoering van de politietaak (executieve aanstelling), terwijl bedoelde boa’s werkzaam in een executieve functie een AT-aanstelling hebben. Op grond van de volgende regelingen van de korpschef van politie kunnen die medewerkers toch in een executieve functie werkzaam zijn:

Geweldsmiddelen

Het merendeel van de diensten wiens boa’s vallen binnen het domein generieke opsporing beschikt over een eigen opleiding ten behoeve van hun overige werknemers die zich (op grond van artikel 141 Wetboek van Strafvordering) bezig houden met de strafrechtelijke handhaving. Het is de verantwoordelijkheid van de boa-werkgever om zijn boa’s generieke opsporing aanvullend op te leiden voor hun specifieke taak. Net als voor alle andere boa’s geldt dat de politieboa’s slechts bevoegd zijn voor die feiten die vallen binnen hun taakomschrijving mits wetgeving in formele zin zich hier niet tegen verzet en de boa voldoende bekwaam is om voor die feiten op te treden.

Politiebevoegdheden

Vervoersfouillering en insluitingsfouillering

Deze bepaling bevat zowel de vervoersfouillering als de insluitingsfouillering. Meestal gaat het bij de vervoersfouillering om een verdachte die wordt vervoerd naar het politiebureau, maar de bepaling geldt jegens elke persoon die door de boa wordt vervoerd. Deze bevoegdheid maakt fouillering ook mogelijk als er geen aantoonbare dreiging is. De insluitingsfouillering betreft de bevoegdheid om personen te fouilleren die in een politiecel worden ingesloten. Beide bevoegdheden kunnen ook aan boa’s worden toegekend.

Bijlage B. Taken direct toezichthouder

Het dragen van handboeien door een boa op het moment dat aan hem niet de bevoegdheid tot het gebruik van de handboeien is toegekend, is niet toegestaan. Hoewel het slechts dragen van handboeien niet wettelijk is verboden, wordt het niet wenselijk geacht dat boa's aan wie niet de bevoegdheid is toegekend de handboeien daadwerkelijk te gebruiken, deze zichtbaar dragen. Het zichtbaar dragen van handboeien kan enerzijds gezien worden als 'passief gebruik' in het kader van de taakuitoefening, anderzijds kan het dragen van handboeien leiden tot het actieve onbevoegde gebruik ervan.

Handboeien

Wapenstok

Pepperspray

Bijlage B. Taken direct toezichthouder

Bijlage G. Eindtermen boa openbaar vervoer

Gedragsspecifieke leerdoelen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)