Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Type Beleidsregel
Publication 2026-05-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
kennis vaardigheden elementen
1.0 Toezichthouder Aanspreken als toezichthouder Discretionaire bevoegdheid Observatie Weet methode ‘de staan’ te hanteren Verdachte aanspreken/ grenzen aangeven Herkennen wanneer boa- vaardigheden moeten worden ingezet Op juiste manier inzetten van de discretionaire bevoegdheid in de praktijk Inschatten observatie, doel, handelen, effect
Kent de verschillen van rollen in houding als – Algemeen medewerker OV – Toezichthouder OV – Boa OV Fysieke afstandbepaling Spreekstijl/argumenteren Professionaliteit vs persoonlijke mening Uitoefenen toezicht Kan vaststellen of sprake is van een overtreding Kan reiziger aanspreken vanuit rol toezichthouder
Aanpassen aan situatie Taal Houding Stijl
Handelen naar afspraak Kan afspraken maken en naar plan handelen
2.0 Staande houden, aanhouden en proces-verbaal Kan als boa proces-verbaal aanzeggen Aanzeggen proces-verbaal Gevolgen aanzeggen Proces-verbaal/ Proces-verbaal gesprek
Proces-verbaal uitschrijven Kan alle elementen van het proces verbaal in de praktijk toepassen tijdens het uitschrijven. Kan een verdachte proces verbaal aanzeggen Kan de verdachte op zakelijke en correcte wijze verhoren
Staande houden Kan de verdachte in de praktijk staande houden en kent de wettelijke verplichtingen van de verdachte en kan die ook toepassen. Kan de verdachte uitleggen wat staande houden inhoudt in basis en onder druk Kan een verdachte vragen naar zijn persoonsgegevens in basis en onder druk
Aanhouden Kan de verdachte in de praktijk aanhouden en kent zijn verplichtingen hierbij in de praktijk. Kan de verdachte uitleggen wat aanhouden inhoudt. In basis en onder druk
Gedoogplicht verdachte Kan verdachte behandelen passend op de situatie en is in staat te handelen vanuit de wetenschap dat de verdachte niet hoeft mee te werken aan de eigen veroordeling
3.0 Assertiviteit Assertiviteit Kan de verdachte assertief te woord staan en weet welke gedragshulpmiddelen hem ten dienst zijn. Kan het verschil benoemen tussen assertief en agressief gedrag en herkent de gevolgen hiervan in de praktijk als boa
4.0 Agressie Onderscheid in vormen agressie – Instrumenteel – Emotioneel – Pathologisch Kan de verschillende vormen van agressie herkennen Is in staat adequaat te reageren op verschillende vormen van agressie
Kan omgaan met groepen Kan in groepen optreden Kan groepsgedrag analyseren Is in staat een keuze te maken m.b.t. het optreden naar/in groepen Kan het effect van zijn handelen en het (mogelijke) gevolg daarvan op zijn omgeving inschatten/bepalen
Standvastigheid Weet voet bij stuk te houden
5.0 Valse identiteitsgegevens Onderzoek naar ‘echtheid’ identiteitsgegevens Kan de verdachte op een effectieve manier testen op de juistheid van zijn gegevens Weet hoe hij inzage in het identiteitsbewijs kan vorderen in de praktijk
6.0 Ambtsdwang Omgang ambtsdwang Kan in de praktijk ambtsdwang herkennen en de gedragsvaardigheden en de kennis toepassen die nodig zijn om professioneel met ambtsdwang om te kunnen gaan
7.0 Belediging Omgang belediging Kan in de praktijk belediging herkennen en de gedragsvaardigheden en de kennis toepassen die nodig zijn om professioneel met belediging om te kunnen gaan.
8.0 Omkoping Omgang omkoping Kan in de praktijk omkoping herkennen en de gedragsvaardigheden en de kennis toepassen die nodig zijn om professioneel om te gaan met omkoping en dit af te wenden
9.0 Andere strafbare feiten van een boa Omgang strafbare feiten van een boa Kan in de praktijk de andere strafbare feiten van een boa herkennen en de gedragsvaardigheden en de kennis toepassen die nodig zijn om professioneel om te gaan met de andere strafbare feiten van een Boa en dit af te wenden
10.0 Subsidiariteit Kennis rationele emotiviteits theorie (RET) Kan in de praktijk de subsidiariteit op een effectieve manier toepassen d.m.v. boa kennis gecombineerd met de ret
11.0 Proportionaliteit Kennis rationele emotiviteits theorie Kan in de praktijk de proportionaliteit op een effectieve manier toepassen d.m.v. Boa kennis gecombineerd met de ret
12.0 Wederspannigheid Kennis rationele emotiviteits theorie Kan in de praktijk wederspannigheid herkennen en hier op een professionele manier mee omgaan door toepassing van de ret
Ondersteunende vaardigheden, geen verplicht onderdeel Assistentie aanvragen Kan assistentie aanvragen bij de meldkamer in basis en onder druk Kan de meldkamer voorzien van de juiste informatie ten behoeve van een assistentieaanvraag
Samenwerken Is in staat samen te werken met collega’s en hulpverlenende instanties
Aangifte Kan een persoon met aangifte op de juiste wijze afhandelen of begeleiden

Bijlage H. Ontheffing bekwaamheidseis

Uitschuifbare wapenstok

Het gebruik van het vuurwapen is uitsluitend toegestaan indien de boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de RTGB.

Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar

De termijn waarbinnen na de uitdiensttreding uit de executieve functie de aanvraag om te worden aangesteld als boa moet worden ingediend, is vijf jaar. Deze éénmalige en maximaal vijf jaar geldende ontheffing wordt geacht te zijn ingegaan op de dag waarop de aanvrager uit de executieve dienst is getreden.

Regeling Toetsing Geweldbeheersing Buitengewoon opsporingsambtenaar

Het is de verantwoordelijkheid van de examencommissie om mogelijke vrijstellingen te verlenen. Hierbij dient zij een weloverwogen en onderbouwde vergelijking te maken op grond van compatibiliteit van exameneisen en opleidingsniveau (wordt er geëxamineerd wat belangrijk is én wat een juiste indicatie geeft wat betreft niveau, inhoud en complexiteit).

Beperkte opsporingsbevoegdheden

Boa-werkgevers kunnen een beroep doen op de volgende ontheffingsmogelijkheden (bij basisbekwaamheidseis of verzwaard boa-examen):

Discretionaire ontheffing

De boa openbaar vervoer maakt in de basisbekwaamheid OV een verzwaard examen theorie en praktijk ten opzichte van het examenplan boa basisbekwaamheid. Voor de theorietoets maakt de boa ov naast alle eindtermen uit het examenplan basisbekwaamheid ook toetsvragen uit de hoofdtaak openbaar vervoer. Voor de praktijktoets wordt een volledige combibon op basis van Wp2000 opgemaakt.

P= Praktijktoets

Vrijstelling voor (examenonderdelen) eerste PHB

3. Gedragsspecifieke leerdoelen Boa OV

P= Praktijktoets

Bijlage I. Voorbeeld inhoud samenwerkingsconvenant

Partij I: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partij II: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partijen komen overeen de taken, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar, onder eindverantwoordelijkheid te brengen van partij I.

Het betreft de volgende artikelen:

Art. 9 lid 1 BBO: werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte in etc.

Art. 41 lid 1 BBO: werkgever verschaft de toezichthouder(s) en de direct toezichthouder(s) alle door hen gewenste informatie met betrekking tot de in dienst zijnde werkzame buitengewoon opsporingsambtenaar.

Art. 42 BBO: werkgever zendt terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een buitengewoon opsporingsambtenaar betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.

Bij de afhandeling van de klacht neemt de werkgever het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van die bevoegdheden in acht.

Partijen komen verder overeen (ruimte voor andere afspraken)

De betreffende boa's zijn hierbij bevoegd om te handhaven binnen het volgende gebied (geografisch): ...

Het bevoegd gezag van de regio ... en (indien van toepassing) de regio (...) is d.d. akkoord gegaan met deze overeenkomst.

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de 2 betrokken partijen

op elk moment opgezegd worden.

Dit opzeggen gebeurt schriftelijk bij de regionaal coördinator BOA van de desbetreffende eenheid van de politie ....(betreffende politie-eenheid)

Plaats en datum

Partij I partij II
Naam werkgever naam werkgever

Gezien en akkoord: de betrokken toezichthouders en direct toezichthouders

Bijlage J. Aanvraagprocedure opsporingsbevoegdheid

In individuele gevallen kan bij een eerste aanvraag ontheffing van de basisbekwaamheidseis worden verleend. Justis wint bij een ontheffingsverzoek zo nodig advies in bij Stichting ExTH. Deze stichting is verantwoordelijk voor het waarborgen van een gelijkwaardig niveau van bekwaamheid bij vergelijking van de exameneisen (opleidingen). Op de website van ExTH, de Politieacademie en de Koninklijke Marechaussee is aangegeven of een afgeronde opleiding gelijk kan worden gesteld aan het boa-getuigschrift. Tweejaarlijks stemt ExTH met genoemde opleiders af of lopende opleidingen nog in aanmerking komen voor een ontheffing en of nieuwe opleidingen gelijk kunnen worden gesteld aan het boa-getuigschrift.

De termijn waarbinnen na de uitdiensttreding uit de executieve functie de aanvraag om te worden aangesteld als boa moet worden ingediend, is vijf jaar. Deze éénmalige en maximaal vijf jaar geldende ontheffing wordt geacht te zijn ingegaan op de dag waarop de aanvrager uit de executieve dienst is getreden.

Beperkte opsporingsbevoegdheden

Vrijstelling voor (examenonderdelen) eerste PHB

B. Aanvraag individuele akte van opsporingsbevoegdheid o.b.v. een categoriale aanwijzing

ExTH is verantwoordelijk voor het vaststellen van inhoudelijke bekwaamheid. Justis is verantwoordelijk voor het verstrekken van de akte van opsporingsbevoegdheid op basis van de overgelegde bewijzen en kan ontheffing verlenen op basis van door ExTH goedgekeurde vrijstellingen. Voor collectief vastgestelde vrijstellingsregelingen wordt verwezen naar de website van Justis en van ExTH.

Bijlage K. Klachtafhandeling

A. Aanvraag categoriale aanwijzing

Deze ontheffingsmogelijkheid bestaat alleen in geval van buitengewone omstandigheden en voor reeds in dienst zijnde boa’s, dus uitdrukkelijk niet voor nieuwe aanvragen tot aanstelling als boa.

Procedure

In Domein 1 (Openbare Ruimte) geldt een afwijkende procedure voor zover het gaat om een aanvraag van gemeenten tot uitbreiding van het aantal boa’s. Hier vindt de toetsing op noodzaak plaats in de lokale driehoek. Als bewijs van deze toetsing, dient zo mogelijk het verslag van het overleg in de lokale driehoek met de aanvraag te worden meegezonden.

Een aanvraag om ontheffing van de bekwaamheidseis kan voor één, voor alle of voor een deel van de bij een werkgever in dienst zijnde boa’s worden gedaan. Op basis van de aanvraag wordt bij afzonderlijke beschikking dan wel bij categoriale aanwijzing een besluit genomen. Een aanvraag om ontheffing kan tegelijkertijd met de aanvraag voor een categoriale aanwijzing of voor de titel opsporingsbevoegdheid van de aanstaande boa worden ingediend. Dienst Justis kan bij ontheffingsverzoeken advies inwinnen bij Stichting ExTH met het oog op het waarborgen van een gelijkwaardig niveau van bekwaamheid.

A. Aanvraag categoriale aanwijzing

In verband met de wens om te komen tot lastenverlichting is ook het beleid ten aanzien van categoriale aanvragen gewijzigd. Een boa-werkgever kan reeds vanaf 5 boa's een categoriale aanvraag doen. Indien de boa's in verschillende domeinen zitten kan dit ook worden aangegeven binnen één categoriale aanvraag.

Documenten bij aanvraag

Artikel 42 van het BBO schrijft voor dat de werkgever van een boa terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een boa betreffende de uitoefening van zijn bevoegdheden als boa aan de toezichthouder en direct toezichthouder stuurt. Het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van de bevoegdheden wordt in acht genomen door de werkgever bij de afhandeling van de klacht.

Documenten bij aanvraag

*Voor een stage dient een stage-overeenkomst te worden overlegd. Voor inhuur dient een overeenkomst met de uitlenende partij te worden overlegd.

Bijlage L

Vervallen

Voor de politiemedewerkers die vanuit de reorganisatie Politiewet 2012 als boa een deel van een executieve politiefunctie gaan vervullen, wordt bij schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 10, zesde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) bevestigd met welke taken binnen de functie de medewerker belast wordt.

Gebruik van geweld

De veiligheidsfouillering bestaat uit het met de hand aftasten van de kleding van de betrokkene en het onderzoeken van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren. Het gaat daarbij om het zoeken naar gevaarlijke voorwerpen. De bevoegdheid om de veiligheidsfouillering toe te passen wordt, evenals de geweldsbevoegdheid, gerelateerd aan de toe te kennen of toegekende opsporingsbevoegdheid.

Gebruik van geweld

Deze bepaling bevat zowel de vervoersfouillering als de insluitingsfouillering. Meestal gaat het bij de vervoersfouillering om een verdachte die wordt vervoerd naar het politiebureau, maar de bepaling geldt jegens elke persoon die door de boa wordt vervoerd. Deze bevoegdheid maakt fouillering ook mogelijk als er geen aantoonbare dreiging is. De insluitingsfouillering betreft de bevoegdheid om personen te fouilleren die in een politiecel worden ingesloten. Beide bevoegdheden kunnen ook aan boa’s worden toegekend.

Een boa kan worden uitgerust met een wapenstok. Op dit moment zijn in het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2018 voor het geweldsmiddel korte wapenstok, twee verschillende soorten wapenstokken aangewezen. Gelet op het verschil van de impact van deze twee verschillende soorten wapenstokken worden boa’s waarop deze beleidsregels van toepassing zijn in beginsel niet uitgerust met de uitschuifbare wapenstok van het merk Bonowi, type EKA Camlock maar met de korte wapenstok van het merk Hazeleger Synterials Verenigde bedrijven B.V.

Het dragen van handboeien door een boa op het moment dat aan hem niet de bevoegdheid tot het gebruik van de handboeien is toegekend, is niet toegestaan. Hoewel het slechts dragen van handboeien niet wettelijk is verboden, wordt het niet wenselijk geacht dat boa's aan wie niet de bevoegdheid is toegekend de handboeien daadwerkelijk te gebruiken, deze zichtbaar dragen. Het zichtbaar dragen van handboeien kan enerzijds gezien worden als 'passief gebruik' in het kader van de taakuitoefening, anderzijds kan het dragen van handboeien leiden tot het actieve onbevoegde gebruik ervan.

Bij de toekenning gelden de criteria a. tot en met c. zoals beschreven in paragraaf 3.2. De toekenning van de bevoegdheid om een wapenstok te gebruiken is in sterke mate afhankelijk van de in redelijkheid te verwachten kans dat de boa bij de vervulling van zijn functie met (bedreiging met) geweld wordt geconfronteerd en de ernst van dat geweld. Het gebruik van de korte wapenstok van het merk Hazeleger Synterials Verenigde bedrijven B.V. is uitsluitend toegestaan indien de boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de RTGB. De opleiding, training en toetsing is toegesneden op dit merk wapenstok.

Een boa kan worden uitgerust met een wapenstok. Op dit moment zijn in het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2018 voor het geweldmiddel korte wapenstok, twee verschillende soorten wapenstokken aangewezen. Gelet op het verschil van de impact van deze twee verschillende soorten wapenstokken worden boa’s waarop deze beleidsregels van toepassing zijn in beginsel niet uitgerust met de uitschuifbare wapenstok van het merk Bonowi, type EKA Camlock maar met de korte wapenstok van het merk Hazeleger Synterials Verenigde bedrijven B.V.

Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Bijlage C. Examenplan basisbekwaamheid

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Hoofdtaken Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Toets-vorm
I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING
1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen.
1.1 Staat, regering en zijn bestuur 1.1 Staat, regering en zijn bestuur T
1.2 Provincies en gemeenten 1.2 Provincies en gemeenten T
1.3 Centrale wetgeving 1.3 Centrale wetgeving T
1.4 Decentrale wetgeving 1.4 Decentrale wetgeving T
1.5 Strafrecht algemeen 1.5 Strafrecht algemeen T
2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader.
2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering 2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering T
2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar 2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar T
2.3 Samenwerking met de politie 2.3 Samenwerking met de politie T
2.4 Opsporen van strafbare feiten 2.4 Opsporen van strafbare feiten T
3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering.
3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften 3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften T
3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven 3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven T
II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN
4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten.
4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen 4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen T
4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte 4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte T
4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht 4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht T
5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is.
5.1 Legaliteitsbeginsel 5.1 Legaliteitsbeginsel T
5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet 5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet T
5.3 Een feit als strafbaar feit 5.3 Een feit als strafbaar feit T
5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf 5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf T
5.5 Deelnemen aan strafbare feiten 5.5 Deelnemen aan strafbare feiten T
5.6 Samenloop van strafbare feiten 5.6 Samenloop van strafbare feiten T
5.7 Jeugdige personen 5.7 Jeugdige personen T
6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen.
6.1 De verdachte 6.1 De verdachte T
6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden 6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden T
6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid 6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid T
6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit 6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit T
6.5 In beslag nemen van voorwerpen 6.5 In beslag nemen van voorwerpen T
6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen 6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen T
III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN
7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting.
7.1 Functie van het proces-verbaal 7.1 Functie van het proces-verbaal T
7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal 7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal T
7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting 7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting P
8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan.
8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie 8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie T
8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad 8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad T
8.3. De organisatie van de rechtspraak 8.3. De organisatie van de rechtspraak T
8.4. De rechterlijke beslissing 8.4. De rechterlijke beslissing T
9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie – Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie P
10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren – Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren P

Bijlage D. Examenplan Openbare ruimte

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht T
1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa
1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen
2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving T
2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV
2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994
2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit
2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen
2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet
2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet
2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer
2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer
2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten
2.12 Waterwet 2.12 Waterwet 2.12 Waterwet
2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming
2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet
2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten P
Treedt op bij incidenten en calamiteiten Treedt op bij incidenten en calamiteiten
– Verleent hulp – Verleent hulp
Voert dienstverlenende werkzaamheden uit* Voert dienstverlenende werkzaamheden uit*
– Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage. – Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage.

Bijlage C. Examenplan basisbekwaamheid

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Hoofdtaken Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Kennis- of vaardigheidselementen (basisbekwaamheid) Toets-vorm
I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING I. HET FUNCTIONEREN BINNEN EN ALS ONDERDEEL VAN DE ORGANEN VAN STRAFRECHTSPLEGING
1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen. 1. Staatsinrichting en wetgeving algemeen.
1.1 Staat, regering en zijn bestuur 1.1 Staat, regering en zijn bestuur T
1.2 Provincies en gemeenten 1.2 Provincies en gemeenten T
1.3 Centrale wetgeving 1.3 Centrale wetgeving T
1.4 Decentrale wetgeving 1.4 Decentrale wetgeving T
1.5 Strafrecht algemeen 1.5 Strafrecht algemeen T
2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader. 2. Functioneren binnen het voor zijn opsporingstaak vastgesteld wettelijk kader.
2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering 2.1 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering T
2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar 2.2 De boa functioneert overeenkomstig het daartoe bepaalde in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar T
2.3 Samenwerking met de politie 2.3 Samenwerking met de politie T
2.4 Opsporen van strafbare feiten 2.4 Opsporen van strafbare feiten T
3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering. 3. Handelen naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering.
3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften 3.1 De boa handelt op grond van kennis van afgelegde eden of beloften T
3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven 3.2 De boa onthoudt zich van ambtsmisdrijven T
II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN II. HET OPSPOREN VAN STRAFBARE FEITEN
4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten. 4. Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten.
4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen 4.1 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. eigen bevindingen T
4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte 4.2 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van aangifte T
4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht 4.3 Verzamelen en/of ontvangen van gegevens m.b.t. mogelijk strafbare feiten n.a.v. het doen van een klacht T
5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is. 5. Beoordelen of de verzamelde en/of ontvangen informatie strafrechtelijk relevant is.
5.1 Legaliteitsbeginsel 5.1 Legaliteitsbeginsel T
5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet 5.2 Toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet T
5.3 Een feit als strafbaar feit 5.3 Een feit als strafbaar feit T
5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf 5.4 Poging tot misdrijf en voorbereiding van een misdrijf T
5.5 Deelnemen aan strafbare feiten 5.5 Deelnemen aan strafbare feiten T
5.6 Samenloop van strafbare feiten 5.6 Samenloop van strafbare feiten T
5.7 Jeugdige personen 5.7 Jeugdige personen T
6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen. 6. Een onderzoek instellen om bewijsmateriaal te verzamelen.
6.1 De verdachte 6.1 De verdachte T
6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden 6.2 Rechtmatig toepassen van de opsporingsbevoegdheden T
6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid 6.3 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke vrijheid T
6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit 6.4 Toepassen van dwangmiddelen t.a.v. de persoonlijke integriteit T
6.5 In beslag nemen van voorwerpen 6.5 In beslag nemen van voorwerpen T
6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen 6.6 Betreden/binnentreden van plaatsen T
III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN III. DE AFHANDELING VAN OPGESPOORDE STRAFBARE FEITEN
7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. 7. Een proces-verbaal opmaken dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting.
7.1 Functie van het proces-verbaal 7.1 Functie van het proces-verbaal T
7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal 7.2 Wettelijke eisen t.a.v. proces-verbaal T
7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting 7.3 Opstellen van een (mini) proces-verbaal naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting P
8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan. 8. Een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt informeren over de mogelijke gevolgen daarvan.
8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie 8.1. De organisatie en de taken van het openbaar ministerie T
8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad 8.2. De procureur-generaal bij de Hoge Raad T
8.3. De organisatie van de rechtspraak 8.3. De organisatie van de rechtspraak T
8.4. De rechterlijke beslissing 8.4. De rechterlijke beslissing T
9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen. 9. Signaleert en acteert adequaat bij constatering van onregelmatigheden en overtredingen.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie – Voorbereiden op de werkzaamheden – Sanctionerend optreden – Zorgdragen voor acceptatie van de opgelegde sanctie P
10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders. 10. Waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders.
– Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren – Voorbereiden op de werkzaamheden – Toezicht houden en signaleren P

Bijlage D. Examenplan Openbare ruimte

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht 1. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 1 (WKPV 1): Strafrecht T
1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa 1.1 Bevoegdheden boa
1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.2 Wetboek van Strafrecht - artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen 1.3 Wetboek van Strafrecht - overtredingen
2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving 2. Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid 2 (WKPV 2): Milieu, APV en bijzondere wetgeving T
2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV 2.1 Awb en APV
2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994 2.2 Wegenverkeerswet 1994
2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit 2.4 Vuurwerkbesluit
2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2.5 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen 2.6 Wet op de kansspelen
2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet 2.7 Tabakswet en Drank- en Horecawet
2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet 2.8 Winkeltijdenwet
2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer 2.9 Besluit personenvervoer
2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer 2.10 Wet personenvervoer
2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten 2.11 Wet op de economische delicten
2.12 Waterwet 2.12 Waterwet 2.12 Waterwet
2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming 2.13 Wet bodembescherming
2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet 2.14 Visserijwet
2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer 2.15 Wet milieubeheer
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein Ziet toe op orde en veiligheid in het publieke domein
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten 4. Dienstverlening en calamiteiten P
Treedt op bij incidenten en calamiteiten Treedt op bij incidenten en calamiteiten
– Verleent hulp – Verleent hulp
Voert dienstverlenende werkzaamheden uit* Voert dienstverlenende werkzaamheden uit*
– Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage. – Informeert en verwijst mensen – Voert (ondersteunende) administratieve werkzaamheden uit – Geeft voorlichting – Creëert en gebruikt een netwerk * Onderdeel van het examen is het opstellen van rapportage.

Bijlage E. Examenplan Milieu, welzijn en infrastructuur

T= Theorietoets

P= Praktijktoets

Examen-onderdeel Onderwerpen Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) T
1.1 Strafrecht algemeen 1.1 Strafrecht algemeen 1.1 Strafrecht algemeen
1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv
1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO
1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners
1.5 Opsporen van strafbare feiten 1.5 Opsporen van strafbare feiten 1.5 Opsporen van strafbare feiten
1.6 Nederlands strafrecht 1.6 Nederlands strafrecht 1.6 Nederlands strafrecht
1.7 Integriteit ambtsmisdrijf 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf
1.8 Strafbaar feit 1.8 Strafbaar feit 1.8 Strafbaar feit
1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten
1.10 Jeugdige personen 1.10 Jeugdige personen 1.10 Jeugdige personen
1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor)
1.12 Identiteitsbewijzen 1.12 Identiteitsbewijzen 1.12 Identiteitsbewijzen
1.13 Verhoor 1.13 Verhoor 1.13 Verhoor
1.14 Proces-verbaal 1.14 Proces-verbaal 1.14 Proces-verbaal
1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar
1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen
2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) T
2.1 Aanhouding en verhoor 2.1 Aanhouding en verhoor 2.1 Aanhouding en verhoor
2.2 Wet op de economische delicten 2.2 Wet op de economische delicten 2.2 Wet op de economische delicten
2.3 Sfeerovergangen 2.3 Sfeerovergangen 2.3 Sfeerovergangen
2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten
2.5 Informatieregime 2.5 Informatieregime 2.5 Informatieregime
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
Ziet toe op orde en veiligheid Ziet toe op orde en veiligheid
– Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden
Treedt op bij incidenten en calamiteiten* Treedt op bij incidenten en calamiteiten*
– Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal.
4. Nog nader in te vullen 4. Nog nader in te vullen 4. Nog nader in te vullen P

Bijlage F. Examenplan Onderwijs

Examen-onderdeel Onderwerpen Toets-vorm
1. Wettelijke Kaders Onderwijs generiek (WKOg) 1. Wettelijke Kaders Onderwijs generiek (WKOg) T
– Algemene wettelijke kaders – Algemene wettelijke kaders
– Samenwerking met de politie – Samenwerking met de politie
– Opsporen strafbare feiten – Opsporen strafbare feiten
– Ambtsmisdrijf – Ambtsmisdrijf
– Toepasselijkheid Nederlands strafrecht – Toepasselijkheid Nederlands strafrecht
– Strafbaar feit – Strafbaar feit
– Jeugdige personen – Jeugdige personen
– Dwangmiddelen – Dwangmiddelen
– Verhoor – Verhoor
Wetboek van Strafrecht Wetboek van Strafrecht
2. Wettelijke Kaders Onderwijs specifiek (WKOs) 2. Wettelijke Kaders Onderwijs specifiek (WKOs) T
Algemene wet bestuursrecht (Awb) Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Leerplichtwet (LPW) Leerplichtwet (LPW)
Leerplichtwet (LPW) en leerplichtregeling 1995 Leerplichtwet (LPW) en leerplichtregeling 1995
Leerplichtwet (LPW) en besluit trekkende bevolking Leerplichtwet (LPW) en besluit trekkende bevolking
– Handleiding strafrechtelijke aanpakl schoolverzuim – Handleiding strafrechtelijke aanpakl schoolverzuim
3. Sanctionerend optreden 3. Sanctionerend optreden P
– Bestudeert dossier – Verhoort verdachte – Schrijft proces-verbaal – Bestudeert dossier – Verhoort verdachte – Schrijft proces-verbaal
4. Afhandeling en netwerk 4. Afhandeling en netwerk P
– Bereidt zich voor – Licht casus toe (in rechtbank) – Bereidt zich voor – Licht casus toe (in rechtbank)

Het gebruik van uitrustingsstukken

2. Examenplan boa OV Permanente Her- en Bijscholing (PHB)

Boa-werkgevers kunnen een beroep doen op de volgende ontheffingsmogelijkheden (bij basisbekwaamheidseis of verzwaard boa-examen):

Gelijkwaardige opleiding

Bijlage I. Voorbeeld inhoud samenwerkingsconvenant

Partij I: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partij II: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partijen komen overeen de taken, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar, onder eindverantwoordelijkheid te brengen van partij I.

Het betreft de volgende artikelen:

Art. 9 lid 1 BBO: werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte in etc.

Art. 41 lid 1 BBO: werkgever verschaft de toezichthouder(s) en de direct toezichthouder(s) alle door hen gewenste informatie met betrekking tot de in dienst zijnde werkzame buitengewoon opsporingsambtenaar.

Art. 42 BBO: werkgever zendt terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een buitengewoon opsporingsambtenaar betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.

Bij de afhandeling van de klacht neemt de werkgever het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van die bevoegdheden in acht.

Partijen komen verder overeen (ruimte voor andere afspraken)

De betreffende boa's zijn hierbij bevoegd om te handhaven binnen het volgende gebied (geografisch): ...

Het bevoegd gezag van de regio ... en (indien van toepassing) de regio (...) is d.d. akkoord gegaan met deze overeenkomst.

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de 2 betrokken partijen

op elk moment opgezegd worden.

Dit opzeggen gebeurt schriftelijk bij de regionaal coördinator BOA van de desbetreffende eenheid van de politie ....(betreffende politie-eenheid)

Plaats en datum

Partij I partij II
Naam werkgever naam werkgever

Gezien en akkoord: de betrokken toezichthouders en direct toezichthouders

Bijlage J. Aanvraagprocedure opsporingsbevoegdheid

Semi-permanente ontheffing

Tijdelijke ontheffing

Tijdelijke ontheffing

Bijlage K. Klachtafhandeling

Discretionaire ontheffing

Voorbeelden van deze functies zijn de teleservicemedewerkers bij de politie (de functie beperkt zich tot het (telefonisch) aannemen van aangiftes, zonder daderindicatie, zonder dat getuigen worden gehoord en gericht op relatief eenvoudige strafbare feiten) dan wel functies waarbij de boa geen contact heeft met het publiek en waarbij de opsporingsbevoegdheid slechts marginaal nodig is voor de werkzaamheden (functies waarbij door een boa slechts technische processen-verbaal worden opgemaakt zonder dat getuigen of verdachten behoeven te worden gehoord).

Discretionaire ontheffing

In verband met de wens om te komen tot lastenverlichting is ook het beleid ten aanzien van categoriale aanvragen gewijzigd. Een boa-werkgever kan reeds vanaf 5 boa's een categoriale aanvraag doen. Indien de boa's in verschillende domeinen zitten kan dit ook worden aangegeven binnen één categoriale aanvraag.

B. Aanvraag individuele akte van opsporingsbevoegdheid o.b.v. een categoriale aanwijzing

Overigens zijn er ook andere instanties waar een klacht kan worden ingediend over de wijze waarop een privaatrechtelijke organisatie een klacht over haar boa heeft behandeld, bijvoorbeeld bij de OV-Ombudsman waar het gaat om boa’s van openbaarvervoerbedrijven.

Klachtenprocedure

In hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de procedure beschreven die moet worden gevolgd bij het indienen van een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan. Voorts bevat dit hoofdstuk regels over het indienen van een klacht bij een ombudsman.

Documenten bij aanvraag

*Voor een stage dient een stage-overeenkomst te worden overlegd. Voor inhuur dient een overeenkomst met de uitlenende partij te worden overgelegd.

Bijlage K. Klachtafhandeling

De door de Stichting ExTH ingestelde examencommissie bewaakt de kwaliteit van de examens (zie examenplan).

6.5. Domeinlijst I. Openbare ruimte

7. Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur

Een milieuboa is in hoofdzaak belast met de opsporing van (economische) milieudelicten. De milieuboa is doorgaans primair toezichthouder op grond van één of meer milieuwetten en treedt in voorkomende gevallen op als boa. Hierdoor vervullen de meeste milieuboa's een schakelfunctie tussen het bestuur, particuliere organisaties, het OM (i.c. het Functioneel Parket) en de politie.

8.3. Bekwaamheidseis Domein III Onderwijs

8. Domein III Onderwijs

De boa Milieu, welzijn en infrastructuur kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel beschikken over handboeien, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen.

8.2. Inhuur

9.3. Bekwaamheidseis Domein IV Openbaar Vervoer

9.4. Domeinlijst IV. Openbaar vervoer

De boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien en/of wapenstok. De ingehuurde boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien.

9.2. Inhuur

9.3. Bekwaamheidseis Domein IV Openbaar Vervoer

10.3. Domeinlijst V. Werk, inkomen en zorg

Een nieuwe boa behaalt eerst de boa basisbekwaamheid OV (het boa OV-getuigschrift). Dit is een verzwaard examen. De eindtermen van het algemene boa basis examen maken onverkort deel uit van het examen boa basisbekwaamheid OV en is aangevuld met OV-eindtermen. Daarna doorloopt de boa Openbaar Vervoer de permanente her- en bijscholing.

11.1. Algemeen

10.1. Algemeen

11. Generieke opsporing

11.1. Algemeen

De opsporingsbevoegdheid dient zich te beperken tot hetgeen noodzakelijk is voor een goede uitoefening van de betreffende functie en het daaraan gekoppelde takenpakket. Deze functie inclusief taakomschrijving dient vooraf door de boa werkgever - in gevallen tevens de direct toezichthouder - te zijn afgestemd met de toezichthouder. Deze afstemming geldt alleen bij een individuele aanvraag en niet bij een individuele aanvraag onder werking van een categoriaal besluit. De toezichthouder ziet erop toe dat de betreffende functie past binnen het boa beleid; functies voor ondersteunende, administratieve, technische, of zeer specialistische taken.

Bijlage A. Politiebevoegdheden en geweldsmiddelen

Veiligheidsfouillering

Voor de politiemedewerkers die vanuit de reorganisatie Politiewet 2012 als boa een deel van een executieve politiefunctie gaan vervullen, wordt bij schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 10, zesde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) bevestigd met welke taken binnen de functie de medewerker belast wordt.

Geweldsmiddelen

De bevoegdheid om deze fouilleervormen toe te passen wordt, evenals de geweldsbevoegdheid, gerelateerd aan de toe te kennen of toegekende opsporingsbevoegdheid.

De bevoegdheid om deze fouilleervormen toe te passen wordt, evenals de geweldsbevoegdheid, gerelateerd aan de toe te kennen of toegekende opsporingsbevoegdheid.

Artikel 7 eerste lid Politiewet 2012 bevat de bevoegdheid tot het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen (hier: handboeien). Een boa kan worden aangewezen om handboeien te gebruiken. Bij de beslissing omtrent het al dan niet toekennen, gelden dezelfde criteria als voor de toekenning van de politiebevoegdheden, te weten a. tot en met d. zoals beschreven in paragraaf 3.2. Daarnaast dient een boa ook bevoegd te zijn om geweld te gebruiken (artikel 7, eerste lid Politiewet 2012). De toekenning van de bevoegdheid om handboeien te gebruiken is in sterke mate afhankelijk van de in redelijkheid te verwachten kans dat de boa bij de vervulling van zijn functie met (dreiging met) geweld wordt geconfronteerd. Het gebruik van de handboeien is uitsluitend toegestaan indien de boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de RTGB.

Geweldmiddelen

Ten aanzien van de nazorg na gebruik van pepperspray wordt verwezen naar de toelichting bij de artikelen 12a, tweede lid, 12b en 12c Ai. In artikel 2, derde lid, onder d, van het Besluit bewapening en uitrusting politie, gelezen in samenhang met het krachtens artikel 15, derde lid, van dat besluit vastgestelde Regeling nazorgmiddelen pepperspray is bepaald dat de met pepperspray bewapende ambtenaren dienen te beschikken over de voorgeschreven middelen voor het kunnen verlenen van een adequate nazorg. Dit is van overeenkomstige toepassing op boa's die beschikken over pepperspray.

Bij de beoordeling of er sprake is van noodzaak tot bewapening met een uitschuifbare wapenstok worden, naast de in paragraaf 3.2 beschreven criteria a. tot en met c. (waaraan bij de korte wapenstok van het merk Hazeleger Synterials Verenigde bedrijven B.V. wordt getoetst) en de criteria bij de pepperspray, aanvullend de volgende criteria gehanteerd.

Vuurwapen

Bijlage G. Eindtermen boa openbaar vervoer

Gedragsspecifieke leerdoelen:

kennis vaardigheden elementen
1.0 Toezichthouder Aanspreken als toezichthouder Discretionaire bevoegdheid Observatie Weet methode ‘de staan’ te hanteren Verdachte aanspreken/ grenzen aangeven Herkennen wanneer boa- vaardigheden moeten worden ingezet Op juiste manier inzetten van de discretionaire bevoegdheid in de praktijk Inschatten observatie, doel, handelen, effect
Kent de verschillen van rollen in houding als – Algemeen medewerker OV – Toezichthouder OV – Boa OV Fysieke afstandbepaling Spreekstijl/argumenteren Professionaliteit vs persoonlijke mening Uitoefenen toezicht Kan vaststellen of sprake is van een overtreding Kan reiziger aanspreken vanuit rol toezichthouder
Aanpassen aan situatie Taal Houding Stijl
Handelen naar afspraak Kan afspraken maken en naar plan handelen
2.0 Staande houden, aanhouden en proces-verbaal Kan als boa proces-verbaal aanzeggen Aanzeggen proces-verbaal Gevolgen aanzeggen Proces-verbaal/ Proces-verbaal gesprek
Proces-verbaal uitschrijven Kan alle elementen van het proces verbaal in de praktijk toepassen tijdens het uitschrijven. Kan een verdachte proces verbaal aanzeggen Kan de verdachte op zakelijke en correcte wijze verhoren
Staande houden Kan de verdachte in de praktijk staande houden en kent de wettelijke verplichtingen van de verdachte en kan die ook toepassen. Kan de verdachte uitleggen wat staande houden inhoudt in basis en onder druk Kan een verdachte vragen naar zijn persoonsgegevens in basis en onder druk
Aanhouden Kan de verdachte in de praktijk aanhouden en kent zijn verplichtingen hierbij in de praktijk. Kan de verdachte uitleggen wat aanhouden inhoudt. In basis en onder druk
Gedoogplicht verdachte Kan verdachte behandelen passend op de situatie en is in staat te handelen vanuit de wetenschap dat de verdachte niet hoeft mee te werken aan de eigen veroordeling
3.0 Assertiviteit Assertiviteit Kan de verdachte assertief te woord staan en weet welke gedragshulpmiddelen hem ten dienst zijn. Kan het verschil benoemen tussen assertief en agressief gedrag en herkent de gevolgen hiervan in de praktijk als boa
4.0 Agressie Onderscheid in vormen agressie – Instrumenteel – Emotioneel – Pathologisch Kan de verschillende vormen van agressie herkennen Is in staat adequaat te reageren op verschillende vormen van agressie
Kan omgaan met groepen Kan in groepen optreden Kan groepsgedrag analyseren Is in staat een keuze te maken m.b.t. het optreden naar/in groepen Kan het effect van zijn handelen en het (mogelijke) gevolg daarvan op zijn omgeving inschatten/bepalen
Standvastigheid Weet voet bij stuk te houden
5.0 Valse identiteitsgegevens Onderzoek naar ‘echtheid’ identiteitsgegevens Kan de verdachte op een effectieve manier testen op de juistheid van zijn gegevens Weet hoe hij inzage in het identiteitsbewijs kan vorderen in de praktijk
6.0 Ambtsdwang Omgang ambtsdwang Kan in de praktijk ambtsdwang herkennen en de gedragsvaardigheden en de kennis toepassen die nodig zijn om professioneel met ambtsdwang om te kunnen gaan
7.0 Belediging Omgang belediging Kan in de praktijk belediging herkennen en de gedragsvaardigheden en de kennis toepassen die nodig zijn om professioneel met belediging om te kunnen gaan.
8.0 Omkoping Omgang omkoping Kan in de praktijk omkoping herkennen en de gedragsvaardigheden en de kennis toepassen die nodig zijn om professioneel om te gaan met omkoping en dit af te wenden
9.0 Andere strafbare feiten van een boa Omgang strafbare feiten van een boa Kan in de praktijk de andere strafbare feiten van een boa herkennen en de gedragsvaardigheden en de kennis toepassen die nodig zijn om professioneel om te gaan met de andere strafbare feiten van een Boa en dit af te wenden
10.0 Subsidiariteit Kennis rationele emotiviteits theorie (RET) Kan in de praktijk de subsidiariteit op een effectieve manier toepassen d.m.v. boa kennis gecombineerd met de ret
11.0 Proportionaliteit Kennis rationele emotiviteits theorie Kan in de praktijk de proportionaliteit op een effectieve manier toepassen d.m.v. Boa kennis gecombineerd met de ret
12.0 Wederspannigheid Kennis rationele emotiviteits theorie Kan in de praktijk wederspannigheid herkennen en hier op een professionele manier mee omgaan door toepassing van de ret
Ondersteunende vaardigheden, geen verplicht onderdeel Assistentie aanvragen Kan assistentie aanvragen bij de meldkamer in basis en onder druk Kan de meldkamer voorzien van de juiste informatie ten behoeve van een assistentieaanvraag
Samenwerken Is in staat samen te werken met collega’s en hulpverlenende instanties
Aangifte Kan een persoon met aangifte op de juiste wijze afhandelen of begeleiden

Bijlage H. Ontheffing bekwaamheidseis

Surveillancehond

Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

Tijdelijke ontheffing

Boa-werkgevers kunnen een beroep doen op de volgende ontheffingsmogelijkheden (bij basisbekwaamheidseis of verzwaard boa-examen):

Bijlage I. Voorbeeld inhoud samenwerkingsconvenant

Partij I: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partij II: gegevens werkgever en welke boa's het betreffen (personalia, functie, boa akten)

Partijen komen overeen de taken, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar, onder eindverantwoordelijkheid te brengen van partij I.

Het betreft de volgende artikelen:

Art. 9 lid 1 BBO: werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte in etc.

Art. 41 lid 1 BBO: werkgever verschaft de toezichthouder(s) en de direct toezichthouder(s) alle door hen gewenste informatie met betrekking tot de in dienst zijnde werkzame buitengewoon opsporingsambtenaar.

Art. 42 BBO: werkgever zendt terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een buitengewoon opsporingsambtenaar betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.

Bij de afhandeling van de klacht neemt de werkgever het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van die bevoegdheden in acht.

Partijen komen verder overeen (ruimte voor andere afspraken)

De betreffende boa's zijn hierbij bevoegd om te handhaven binnen het volgende gebied (geografisch): ...

Het bevoegd gezag van de regio ... en (indien van toepassing) de regio (...) is d.d. akkoord gegaan met deze overeenkomst.

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de 2 betrokken partijen

op elk moment opgezegd worden.

Dit opzeggen gebeurt schriftelijk bij de regionaal coördinator BOA van de desbetreffende eenheid van de politie ....(betreffende politie-eenheid)

Plaats en datum

Partij I partij II
Naam werkgever naam werkgever

Gezien en akkoord: de betrokken toezichthouders en direct toezichthouders

Bijlage J. Aanvraagprocedure opsporingsbevoegdheid

De geldigheidsduur van de ontheffing is maximaal vijf jaren na de datum waarop de betreffende opleiding is afgerond c.q. het betreffende diploma is behaald. Daarna dient het reguliere boa-examen te worden afgelegd, dan wel te worden deelgenomen aan het aanvullende opleidingstraject van het domein of het (eigen) scholingstraject van de werkgever. Tevens kan een éénmalige en maximaal vijf jaar geldende ontheffing worden toegekend aan een (nieuw) voorgedragen functionaris, die beschikt over een diploma dat recht geeft op een ontheffing, maar deze langer dan vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag heeft behaald. Hierbij geldt de voorwaarde dat deze functionaris enige tijd daarvoor een executieve functie bij de politie of een functie als opsporingsambtenaar bij de Koninklijke Marechaussee heeft vervuld.

Het is de verantwoordelijkheid van de examencommissie om mogelijke vrijstellingen te verlenen. Hierbij dient zij een weloverwogen en onderbouwde vergelijking te maken op grond van compatibiliteit van exameneisen en opleidingsniveau (wordt er geëxamineerd wat belangrijk is én wat een juiste indicatie geeft wat betreft niveau, inhoud en complexiteit).

Semi-permanente ontheffing

Bijlage K. Klachtafhandeling

Documenten bij aanvraag

Rol van de toezichthouder

Bijlage L

Vervallen

Het OM is toezichthouder op de boa's, dat wil zeggen de hoofdofficieren van Justitie van de arrondissementsparketten, het Functioneel Parket (FP), Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) en het Landelijk Parket (LP). Artikel 38 van het BBO stelt dat de toezichthouder er op toe ziet dat de boa zijn taak bij de opsporing naar behoren vervult en de opsporingsbevoegdheden alsmede de politiebevoegdheden op juiste wijze uitoefent. De toezichthouder ziet eveneens toe op een goede invulling van haar adviestaak en de samenwerking met de politie.

4. Overig

4.1. Veilige publieke taak

4.3. Aanvraagprocedure

5. De domeinen

De domeinen bevatten maximale opsporingspakketten. De boa in bezoldigde dienst kan formeel beschikken over alle opsporingsbevoegdheden binnen het betreffende domein. Met het oog op nut en noodzaak wordt er echter van uitgegaan dat de boa-werkgever het pakket aan opsporingsbevoegdheden koppelt aan de taakomschrijving van zijn boa's. Het gebruik van opsporingsbevoegdheden dient immers altijd gekoppeld te zijn aan de vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. Daarom dient de boa-werkgever middels het aanvraagformulier de taakomschrijving te beschrijven en daarbij de gewenste opsporingsbevoegdheden binnen een domein aan te kruisen.

6.1. Inzetcriterium

6. Domein I Openbare ruimte

6.3. Inhuur

De boa’s Openbare ruimte dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.15Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen.

7. Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur

6.5. Domeinlijst I. Openbare ruimte

7.2. Inhuur

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)