Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Art. 41 lid 1 BBO: werkgever verschaft de toezichthouder(s) en de direct toezichthouder(s) alle door hen gewenste informatie met betrekking tot de in dienst zijnde werkzame buitengewoon opsporingsambtenaar.
Art. 42 BBO: werkgever zendt terstond een afschrift van een klacht over het optreden van een buitengewoon opsporingsambtenaar betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.
Bij de afhandeling van de klacht neemt de werkgever het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van die bevoegdheden in acht.
Partijen komen verder overeen (ruimte voor andere afspraken)
De betreffende boa's zijn hierbij bevoegd om te handhaven binnen het volgende gebied (geografisch): ...
Het bevoegd gezag van de regio ... en (indien van toepassing) de regio (...) is d.d. akkoord gegaan met deze overeenkomst.
De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de 2 betrokken partijen
op elk moment opgezegd worden.
Dit opzeggen gebeurt schriftelijk bij de regionaal coördinator BOA van de desbetreffende eenheid van de politie ....(betreffende politie-eenheid)
Plaats en datum
| Partij I | partij II |
| Naam werkgever | naam werkgever |
Gezien en akkoord: de betrokken toezichthouders en direct toezichthouders
Bijlage J. Aanvraagprocedure opsporingsbevoegdheid
C. Aanvraag individuele akte ex artikel 142, lid 1 onder a en/of c Wetboek van Strafvordering en van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
Inleiding
Bijlage L. Handelingsperspectief gevaarzetting
Gevolgen voor de boa
De hiervoor omschreven klachtenprocedure is primair gericht op het functioneren van het bestuursorgaan. Indien wordt geoordeeld dat een klacht gegrond is, dan kan dat gevolgen hebben voor de betrokken boa. De disciplinaire c.q. tuchtrechtelijke weg die kan worden gevolgd valt buiten de reguliere klachtenprocedure en wordt in deze beleidsregels buiten beschouwing gelaten.
Het te handhaven feit betreft enkel die gevallen, waarbij geen sprake is van te verwachten gevaarzetting, oftewel een te verwachten gevaarlijke, escalerende of gewelddadige setting.
Uit gesprekken met verschillende partners, waaronder het OM, de politie, de VNG en de G4-gemeenten, bleek er behoefte te zijn aan een nadere invulling van de term gevaarzetting. Dit handelingsperspectief komt aan deze behoefte tegemoet. Met behulp van voorbeelden wordt inzichtelijk gemaakt in welke omstandigheden boa’s een taak hebben en wanneer er een taak is voor de politie. Het handelingsperspectief is richtinggevend, omdat situaties in de praktijk kunnen verschillen door de specifieke plaatselijke context. Het handelingsperspectief is bedoeld voor alle partijen die onderdeel uitmaken van de lokale driehoek en boa’s zelf. Het fungeert als afwegingskader voor de werkgever bij de inzet van boa’s.
Taak boa Domein I (Openbare ruimte)
Het te handhaven feit betreft enkel die gevallen, waarbij op voorhand geen sprake is van een te gevaarlijke, escalerende of gewelddadige setting (gevaarzetting). Dit neemt niet weg dat de toekenning van geweldmiddelen op basis van deze feiten mogelijk is, afhankelijk van de totale beoordeling van de criteria in paragraaf 3.2. Criteria toekenning bevoegdheid, kopje Criteria toekenning geweldmiddelen en de omstandigheden van het geval.
Gevaarzetting en handhaving van de openbare orde
Boa’s zijn opgeleid voor handhaving in een context met een minimale gevaarzetting. Gevaarzetting is een combinatie van gevaar, risico en blootstelling. Gevaar gaat over de schade en het gevolg dat kan ontstaan, bijvoorbeeld door geweld of schadelijke stoffen. Het risico betreft de mate van waarschijnlijkheid dat het gevaar verwezenlijkt wordt in combinatie met de blootstelling. Daar waar handhaving van leefbaarheidsfeiten niet plaats kan vinden als gevolg van een te grote gevaarzetting voor de boa, verandert het werk in een politietaak (handhaven openbare orde). Bij grootschalige gewelddadigheden waardoor de openbare orde en algemene veiligheid wordt aangetast, is het de taak van de politie om de orde – desnoods met geweld – te herstellen. Het belang van het herstellen van de orde weegt op dat moment zwaarder dan het opsporingsbelang. Boa’s zijn niet bevoegd, uitgerust en opgeleid voor de uitvoering van deze aan de politie wettelijk opgedragen taak. Zij hebben slechts beperkte mogelijkheden en bevoegdheden om in escalerende situaties gewenst gedrag af te dwingen. De boa’s hebben in deze gevallen slechts een signalerende rol en dienen de politie in te schakelen.
Risico-inschatting bij inzet boa
De beperking van gevaar is onlosmakelijk gekoppeld aan de inzet van de boa. Een nauwgezette – proactieve en preventieve – benadering van de opgedragen taken en werkzaamheden beperkt risico’s en vergoot daarmee de veiligheid van de boa. Het is belangrijk dat voorafgaand aan de inzet van boa's een goede risico-inschatting wordt gemaakt, omdat het enorm lastig is uit een reeds geëscaleerde situatie terug te treden. Het risico op escalatie of gevaarzetting kan per plaats, tijd en beschikbare informatie sterk verschillen. Het is daarom uitdrukkelijk niet de bedoeling de inzet van boa’s op voorhand op een bepaald tijdstip of bepaalde plaats te beperken. Rekening houdend met gevaarzetting is het is niet de tijd of plaats, maar zijn het juist de omstandigheden en de eventueel beschikbare informatie die bepalen of boa’s nog kunnen worden ingezet. Die omstandigheden worden beschreven in de escalatieladder waarbij het risico op escalatie en de gevaarzetting geleidelijk toeneemt. Door inzicht te geven in escalatie verhogende factoren, kan bij de inzet van boa's een betere risico inschatting worden gemaakt.
Afstemming politie in handhavingsarrangement
De handhavingspraktijk is weerbarstig waarbij de risico's niet altijd voorzienbaar zijn. Eenvoudige situaties kunnen immers op elk moment van de dag en op elke plaats plotseling escaleren tot verschillende vormen van ordeverstoringen. Escalatie van een situatie verloopt doorgaans via een proces waarin verschillende fases en factoren zijn te onderscheiden. Door het vroegtijdig signaleren en herkennen van deze fases en factoren, en daarnaar te handelen, kan worden voorkomen dat boa's tijdens de uitvoering van hun handhavingstaken alsnog in risicovolle situaties belanden. Het is daarbij belangrijk dat er goede afstemming is tussen politie en boa's over het moment en de wijze waarop boa’s terugtreden. Dergelijke afspraken over de inzet van boa’s worden vastgelegd in het handhavingsarrangement.
De beperking van gevaar is onlosmakelijk gekoppeld aan de inzet van de boa. Een nauwgezette – proactieve en preventieve – benadering van de opgedragen taken en werkzaamheden beperkt risico’s en vergoot daarmee de veiligheid van de boa. Het is belangrijk dat voorafgaand aan de inzet van boa's een goede risico-inschatting wordt gemaakt, omdat het enorm lastig is uit een reeds geëscaleerde situatie terug te treden. Het risico op escalatie of gevaarzetting kan per plaats, tijd en beschikbare informatie sterk verschillen. Het is daarom uitdrukkelijk niet de bedoeling de inzet van boa’s op voorhand op een bepaald tijdstip of bepaalde plaats te beperken. Rekening houdend met gevaarzetting is het is niet de tijd of plaats, maar zijn het juist de omstandigheden en de eventueel beschikbare informatie die bepalen of boa’s nog kunnen worden ingezet. Die omstandigheden worden beschreven in de escalatieladder waarbij het risico op escalatie en de gevaarzetting geleidelijk toeneemt. Door inzicht te geven in escalatie verhogende factoren, kan bij de inzet van boa's een betere risico inschatting worden gemaakt.
3.3. Betrouwbaarheid
3.4. De bekwaamheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar
3.5. Toezicht op boa's
4.3. Aanvraagprocedure
5. De domeinen
6.1. Inzetcriterium
6.3. Inhuur
7.1. Algemeen
10. Domein V Werk, inkomen en zorg
11.2. Politieboa’s
11.4. Domeinlijst VI. Generieke opsporing
Bijlage A. Politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen
Regeling Toetsing Geweldbeheersing Buitengewoon opsporingsambtenaar
Bijlage E. Examenplan Milieu, welzijn en infrastructuur
T= Theorietoets
P= Praktijktoets
| Examen-onderdeel | Onderwerpen | Onderwerpen | Toets-vorm |
|---|---|---|---|
| 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) | 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) | 1. Wettelijke Kaders Milieu generiek (WKMg) | T |
| 1.1 Strafrecht algemeen | 1.1 Strafrecht algemeen | 1.1 Strafrecht algemeen | |
| 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv | 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv | 1.2 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in WvSv | |
| 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO | 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO | 1.3 Functioneren boa in relatie tot bepaalde in BBO | |
| 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners | 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners | 1.4 Samenwerking met politie en ketenpartners | |
| 1.5 Opsporen van strafbare feiten | 1.5 Opsporen van strafbare feiten | 1.5 Opsporen van strafbare feiten | |
| 1.6 Nederlands strafrecht | 1.6 Nederlands strafrecht | 1.6 Nederlands strafrecht | |
| 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf | 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf | 1.7 Integriteit ambtsmisdrijf | |
| 1.8 Strafbaar feit | 1.8 Strafbaar feit | 1.8 Strafbaar feit | |
| 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten | 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten | 1.9 Vormen van deelneming aan strafbare feiten | |
| 1.10 Jeugdige personen | 1.10 Jeugdige personen | 1.10 Jeugdige personen | |
| 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) | 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) | 1.11 Dwangmiddelen (m.u.v. verhoor) | |
| 1.12 Identiteitsbewijzen | 1.12 Identiteitsbewijzen | 1.12 Identiteitsbewijzen | |
| 1.13 Verhoor | 1.13 Verhoor | 1.13 Verhoor | |
| 1.14 Proces-verbaal | 1.14 Proces-verbaal | 1.14 Proces-verbaal | |
| 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar | 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar | 1.15 Wetboek van Strafrecht, artikelen in relatie tot de ambtenaar | |
| 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen | 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen | 1.16 Wetboek van Strafrecht, overtredingen | |
| 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) | 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) | 2. Wettelijke Kaders Milieu specifiek (WKMs) | T |
| 2.1 Aanhouding en verhoor | 2.1 Aanhouding en verhoor | 2.1 Aanhouding en verhoor | |
| 2.2 Wet op de economische delicten | 2.2 Wet op de economische delicten | 2.2 Wet op de economische delicten | |
| 2.3 Sfeerovergangen | 2.3 Sfeerovergangen | 2.3 Sfeerovergangen | |
| 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten | 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten | 2.4 Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten | |
| 2.5 Informatieregime | 2.5 Informatieregime | 2.5 Informatieregime | |
| 3. Sanctionerend optreden | 3. Sanctionerend optreden | 3. Sanctionerend optreden | P |
| – | Ziet toe op orde en veiligheid | Ziet toe op orde en veiligheid | |
| – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden | – Bereidt een surveillance voor – Surveilleert, houdt toezicht en signaleert (on)regelmatigheden | ||
| – | Treedt op bij incidenten en calamiteiten* | Treedt op bij incidenten en calamiteiten* | |
| – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. | – Treedt corrigerend op – Treedt sanctionerend op – Handelt opgelegde sancties administratief af * Onderdeel van het examen is het opstellen van een (mini) proces-verbaal. | ||
| 4. Nog nader in te vullen | 4. Nog nader in te vullen | 4. Nog nader in te vullen | P |
Bijlage F. Examenplan Onderwijs
| Examen-onderdeel | Onderwerpen | Toets-vorm |
|---|---|---|
| 1. Wettelijke Kaders Onderwijs generiek (WKOg) | 1. Wettelijke Kaders Onderwijs generiek (WKOg) | T |
| – Algemene wettelijke kaders | – Algemene wettelijke kaders | |
| – Samenwerking met de politie | – Samenwerking met de politie | |
| – Opsporen strafbare feiten | – Opsporen strafbare feiten | |
| – Ambtsmisdrijf | – Ambtsmisdrijf | |
| – Toepasselijkheid Nederlands strafrecht | – Toepasselijkheid Nederlands strafrecht | |
| – Strafbaar feit | – Strafbaar feit | |
| – Jeugdige personen | – Jeugdige personen | |
| – Dwangmiddelen | – Dwangmiddelen | |
| – Verhoor | – Verhoor | |
| – Wetboek van Strafrecht | – Wetboek van Strafrecht | |
| 2. Wettelijke Kaders Onderwijs specifiek (WKOs) | 2. Wettelijke Kaders Onderwijs specifiek (WKOs) | T |
| – Algemene wet bestuursrecht (Awb) | – Algemene wet bestuursrecht (Awb) | |
| – Leerplichtwet (LPW) | – Leerplichtwet (LPW) | |
| – Leerplichtwet (LPW) en leerplichtregeling 1995 | – Leerplichtwet (LPW) en leerplichtregeling 1995 | |
| – Leerplichtwet (LPW) en besluit trekkende bevolking | – Leerplichtwet (LPW) en besluit trekkende bevolking | |
| – Handleiding strafrechtelijke aanpakl schoolverzuim | – Handleiding strafrechtelijke aanpakl schoolverzuim | |
| 3. Sanctionerend optreden | 3. Sanctionerend optreden | P |
| – Bestudeert dossier – Verhoort verdachte – Schrijft proces-verbaal | – Bestudeert dossier – Verhoort verdachte – Schrijft proces-verbaal | |
| 4. Afhandeling en netwerk | 4. Afhandeling en netwerk | P |
| – Bereidt zich voor – Licht casus toe (in rechtbank) | – Bereidt zich voor – Licht casus toe (in rechtbank) |
Bijlage G. Examenplan openbaar vervoer
2. Examenplan boa OV Permanente Her- en Bijscholing (PHB)
Bijlage H. Ontheffing bekwaamheidseis
Bijlage J. Aanvraagprocedure opsporingsbevoegdheid
Documenten bij aanvraag
Aanvulling Domein 1
Bijlage K. Klachtafhandeling
Rol van de toezichthouder
Bijlage L. Handelingsperspectief gevaarzetting
Inleiding
In 2021 heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid een verkenning uitgevoerd naar het leefbaarheidscriterium. Op basis van deze verkenning is het leefbaarheidscriterium vervangen door het inzetcriterium. In het inzetcriterium is, aangevuld met de Kamerbrief over de rol van de boa (Kamerstukken II 2025/26, 36 395, nr. 22), onder de criteria met betrekking tot de uitvoerbaarheid opgenomen:
Uit gesprekken met verschillende partners, waaronder het OM, de politie, de VNG en de G4-gemeenten, bleek er behoefte te zijn aan een nadere invulling van de term gevaarzetting. Dit handelingsperspectief komt aan deze behoefte tegemoet. Met behulp van voorbeelden wordt inzichtelijk gemaakt in welke omstandigheden boa’s een taak hebben en wanneer er een taak is voor de politie. Het handelingsperspectief is richtinggevend, omdat situaties in de praktijk kunnen verschillen door de specifieke plaatselijke context. Het handelingsperspectief is bedoeld voor alle partijen die onderdeel uitmaken van de lokale driehoek en boa’s zelf. Het fungeert als afwegingskader voor de werkgever bij de inzet van boa’s.
Taak boa Domein I (Openbare ruimte)
De boa is een functionaris die uit hoofde van zijn taak, in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag, in overeenstemming met de geldende rechtsregels en met behulp van de hem daartoe beschikbaar gestelde bevoegdheden en middelen, zorgt voor de opsporing van strafbare feiten alsmede met de voorbereiding van de eventuele vervolging van deze feiten. Daartoe heeft een boa die werkzaam is in domein I (openbare ruimte) een breed pakket aan bevoegdheden waarmee het lokale veiligheidsbeleid – gericht op de aanpak van overlast en kleine ergernissen en andere feiten die de leefbaarheid aantasten – binnen de openbare ruimte kan worden gehandhaafd. In het inzetcriterium wordt de taak van de boa afgebakend. Het inzetcriterium is terug te vinden in paragraaf 6.1.
Gevaarzetting en handhaving van de openbare orde
Boa’s zijn opgeleid voor handhaving in een context met een minimale gevaarzetting. Gevaarzetting is een combinatie van gevaar, risico en blootstelling. Gevaar gaat over de schade en het gevolg dat kan ontstaan, bijvoorbeeld door geweld of schadelijke stoffen. Het risico betreft de mate van waarschijnlijkheid dat het gevaar verwezenlijkt wordt in combinatie met de blootstelling. Daar waar handhaving van leefbaarheidsfeiten niet plaats kan vinden als gevolg van een te grote gevaarzetting voor de boa, verandert het werk in een politietaak (handhaven openbare orde). Bij grootschalige gewelddadigheden waardoor de openbare orde en algemene veiligheid wordt aangetast, is het de taak van de politie om de orde – desnoods met geweld – te herstellen. Het belang van het herstellen van de orde weegt op dat moment zwaarder dan het opsporingsbelang. Boa’s zijn niet bevoegd, uitgerust en opgeleid voor de uitvoering van deze aan de politie wettelijk opgedragen taak. Zij hebben slechts beperkte mogelijkheden en bevoegdheden om in escalerende situaties gewenst gedrag af te dwingen. De boa’s hebben in deze gevallen slechts een signalerende rol en dienen de politie in te schakelen.
Risico-inschatting bij inzet boa
Afstemming politie in handhavingsarrangement
De handhavingspraktijk is weerbarstig waarbij de risico's niet altijd voorzienbaar zijn. Eenvoudige situaties kunnen immers op elk moment van de dag en op elke plaats plotseling escaleren tot verschillende vormen van ordeverstoringen. Escalatie van een situatie verloopt doorgaans via een proces waarin verschillende fases en factoren zijn te onderscheiden. Door het vroegtijdig signaleren en herkennen van deze fases en factoren, en daarnaar te handelen, kan worden voorkomen dat boa's tijdens de uitvoering van hun handhavingstaken alsnog in risicovolle situaties belanden. Het is daarbij belangrijk dat er goede afstemming is tussen politie en boa's over het moment en de wijze waarop boa’s terugtreden. Dergelijke afspraken over de inzet van boa’s worden vastgelegd in het handhavingsarrangement.
Hieronder is een richtinggevend handelingsperspectief in de vorm van een escalatieladder opgenomen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)