Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666113, op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over het elektriciteitssysteem (Systeemcode elektriciteit 2026)

Type ZBO-regeling
Publication 2026-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 390
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

De systeembeheerders controleren mede op basis van de ingediende prognoses als bedoeld in deartikelen 12.11, achtste en negende lid, 12.12, zevende en achtste lid, 12.13, zesde en zevende lid, 12.14, zesde en zevende lid, 12.15 zevende, achtste en negende lid, 12.17, zevende, achtste en negende lid, of transportproblemen te verwachten zijn. De systeembeheerders hanteren daarbij bedrijfsvoeringscriteria voor de veilig toelaatbare transporten.

2.

In geval van koppeling tussen twee distributiesystemen controleren beide betrokken systeembeheerders of er fysieke congestie te verwachten is.

3.

Indien in de operationele planning (dagelijkse voorbereiding) de systeembeheerder in zijn systeem een transportprobleem constateert, treft de systeembeheerder maatregelen om het transportprobleem tegen de laagst mogelijke kosten op te lossen. De systeembeheerder:

  • a. bepaalt de te nemen maatregelen en verifieert de effectiviteit van deze maatregelen door een (loadflow)analyse uit te voeren op de betrouwbaarheid van het transport van elektriciteit;
  • b. maakt bij het oplossen gebruik van het hem overeenkomstig artikel 9.1, tweede en derde lid, ter beschikking gestelde vermogen of het op grond van artikel 9.1, eerste lid, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van bijlage 6, vijfde lid, inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken;
  • c. stuurt, indien de maatregelen als bedoeld in onderdeel b niet afdoende zijn om het transportprobleem op te heffen, verzoeken aan de desbetreffende aangeslotenen om meer respectievelijk minder te produceren of af te nemen en geeft aan waar en hoelang de gevraagde acties duren; en
  • d. zorgt ervoor dat de onbalans ten gevolge van de maatregel wordt opgeheven, door per onbalansverrekeningsperiode per afgeroepen bieding dan wel opgedragen capaciteitsvermindering elders een gelijke tegengestelde hoeveelheid vermogen af te roepen voor dezelfde onbalansverrekeningsperiode. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig artikel 9.1, tweede en derde lid, ter beschikking gestelde vermogen of het op grond van artikel 9.1, eerste lid ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van bijlage 6 inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken.
4.

Indien na het oplossen van het transportprobleem de mogelijkheid bestaat dat in hetzelfde systeem opnieuw één of meer transportproblemen optreden, kan de systeembeheerder van dat systeem, in afwijking van de artikelen 7.4, eerste lid, 7.5, eerste lid, 7.6, eerste lid en 7.7, eerste lid, restricties opleggen aan aangeslotenen of balanceringsverantwoordelijken.

5.

De restrictie, bedoeld in het vierde lid, houdt in dat de systeembeheerder, gedurende de tijd waarvoor de restrictie geldt, wijzigingen van prognoses als bedoeld in de artikelen 12.11, negende lid, 12.12, achtste lid, 12.13, zevende lid, 12.14, zevende lid, 12.15, achtste lid, en 12.17, achtste lid, niet accepteert indien deze leiden tot nieuwe transportproblemen. In dat geval worden wijzigingen van prognoses als bedoeld in artikel 9.18, vierde en vijfde lid eveneens niet geaccepteerd.

6.

De systeembeheerder publiceert de afroep van de maatregel als bedoeld in het vierde lid op de in artikel 7.17 bedoelde website.

7.

In de communicatie als bedoeld in het vijfde lid, wordt aangegeven:

  • a. de richting waarvoor de restrictie geldt;
  • b. de specifieke markttijdseenheid waarvoor de restrictie geldt;
  • c. de plaats (systeem); en
  • d. de acties die de systeembeheerder reeds heeft genomen om het transportprobleem op te lossen gedurende de specifieke markttijdseenheden waarvoor de marktrestrictie geldt en de hierbij gerealiseerde volumes redispatch.
8.

De in het vierde lid genoemde restrictie wordt met onmiddellijke ingang opgeheven zodra de noodzaak daartoe niet meer aanwezig is.

9.

Indien de restrictie opgeheven is, meldt de systeembeheerder dit zo spoedig mogelijk aan alle betrokkenen met een bericht op de in artikel 7.17 bedoelde website.

10.

De systeembeheerder die een maatregel, als bedoeld in het derde lid, treft, verzorgt de administratieve afhandeling daarvan, waaronder begrepen de financiële afrekening op basis van de biedingen zoals genoemd in de artikelen 9.1 en 9.42.

11.

Indien een systeembeheerder een bieding ontvangt van een aangeslotene in het systeemgebied van een andere systeembeheerder, wisselen de betrokken systeembeheerders de ten behoeve van de verificatie en financiële afrekening benodigde gegevens uit, waaronder begrepen de op grond van paragraaf 12.2 en artikel 9.18 door of namens de aangeslotene aangeleverde gegevens en de in artikel 9.1, zesde lid, onderdeel a bedoelde gegevens. De systeembeheerders dragen onderling zorg voor een correcte financiële afwikkeling.

Artikel 9.12
1.

Indien in de uitvoering of de actuele bedrijfsvoering een transportprobleem ontstaat, hanteert de systeembeheerder de procedure als genoemd in artikel 9.11, derde en tiende lid.

2.

De systeembeheerder is bevoegd om in de actuele bedrijfsvoering, na het verstrijken van het tijdstip als bedoeld in bijlage 7, tweede lid, onderdeel d, belasting af te schakelen of om aangeslotenen opdracht te geven om meer of minder af te nemen of in te voeden, gericht op het beperken of voorkomen van:

  • a. een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing; of
  • b. het ontstaan van schade aan het systeem of delen daarvan.
3.

In geval van dreigende grootschalige storingen is de systeembeheerder bevoegd om belasting af te schakelen of om aangeslotenen, niet zijnde systeembeheerders, opdracht te geven om meer of minder te produceren of om een gekoppelde distributiesysteembeheerder te verplichten de hoeveelheid te transporteren werkzaam vermogen of blindvermogen te verminderen.

4.

In geval van een onverwachte onderbreking van de transportdienst die haar oorzaak vindt in het systeem van de systeembeheerder, kan de systeembeheerder de transportdienst hervatten zonder de aangeslotene voorafgaand te waarschuwen.

5.

In geval van dreigende grootschalige storingen heeft de transmissiesysteembeheerder voorrang boven de overige systeembeheerders ten aanzien van het aanspreken van producenten ten behoeve van productieverschuivingen of andere beschikbare middelen.

6.

De systeembeheerders spreken met elkaar af wie de koppelverbinding sluit.

§ 9.2. Congestiemanagement

Artikel 9.13
1.

Systeembeheerders passen in het betreffende congestiegebied congestiemanagement toe overeenkomstig het in artikel 7.20, eerste lid, genoemde onderzoek.

2.

Congestiemanagement in een bepaald gebied eindigt op het moment dat er geen sprake meer is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit in het desbetreffende gebied zoals aangekondigd in artikel 7.18, eerste lid.

3.

Het einde van congestiemanagement in een bepaald gebied zal door de systeembeheerder ten minste één week voor het daadwerkelijke einde worden gepubliceerd via de in artikel 7.17 bedoelde website. Deze publicatie bevat ten minste de volgende gegevens:

  • a. een aanduiding van het desbetreffende congestiegebied;
  • b. de datum waarop congestiemanagement niet meer van kracht zal zijn; en
  • c. de onderbouwing van de beëindiging van congestiemanagement.
4.

Aangeslotenen in het congestiegebied, die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, stellen de systeembeheerder op de hoogte van de benodigde gegevens om vergoeding voor niet-marktgebaseerde redispatch, als bedoeld in artikel 9.14, tweede lid, uit te kunnen voeren overeenkomstig artikel 13, zevende lid, van Verordening (EU) 2019/943.

Artikel 9.14
1.

Systeembeheerders verkrijgen congestiebeheersdiensten door de volgende producten aan te kopen:

  • a. bieding redispatch overeenkomstig bijlage 7; of
  • b. capaciteitssturing overeenkomstig bijlage 6.
2.

In aanvulling op het eerste lid geldt dat, als de congestiebeheersdiensten als bedoeld in het eerste lid, in de dagelijkse voorbereiding en de dagelijkse uitvoering de voorziene fysieke congestie niet in voldoende mate oplossen, de systeembeheerder niet-marktgebaseerde redispatch toepast op de in het congestiegebied aanwezige elektriciteitsproductie-eenheden en elektriciteitsopslageenheden, volgens de richtlijnen die daarvoor in artikel 13 van Verordening (EU) 2019/943 zijn opgenomen.

3.

De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde diensten kunnen door de systeembeheerder voor langere tijd worden gecontracteerd bij congestiebeheersdienstverleners. De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde diensten kunnen door de systeembeheerder voor langere tijd worden gecontracteerd bij aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners. Voor deze contracten geldt een prijs die niet hoger is dan in het normaal economisch verkeer gebruikelijk.

Artikel 9.15
1.

De systeembeheerders verlenen gezamenlijk aan een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap, niet zijnde een systeembeheerder, op aanvraag een erkenning als congestiebeheersdienstverlener. Een natuurlijke persoon, rechtspersoon dan wel vennootschap kan slechts voor één erkenning als congestiebeheersdienstverlener in aanmerking komen.

2.

De transmissiesysteembeheerder beheert een register waarin de in het eerste lid bedoelde erkenningen worden geregistreerd.

3.

De congestiebeheersdienstverlener heeft het recht om congestiebeheersdiensten aan te bieden:

  • a. namens een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, een elektriciteitsopslageenheid met een capaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW of een verbruiksinstallatie met een capaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW;
  • b. in het geval van een bieding redispatch overeenkomstig bijlage 7, namens een groep van één of meer aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, een elektriciteitsopslageenheid met een capaciteit kleiner dan 1 MW of een verbruiksinstallatie met een capaciteit kleiner dan 1 MW;
  • c. in het geval van een capaciteitssturing overeenkomstig bijlage 6, namens een groep van één of meer aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid of een verbruiksinstallatie; en
4.

De aanvraag voor een erkenning als congestiebeheersdienstverlener wordt schriftelijk en ondertekend door een bevoegd persoon ingediend bij de transmissiesysteembeheerder volgens een door de systeembeheerders gezamenlijk uit te geven model.

5.

Een erkenning als congestiebeheersdienstverlener wordt verleend nadat:

  • a. de aanvrager met succes het pre-kwalificatieproces voor het leveren van ten minste één product op grond van bijlagen 6 en 7 heeft afgerond; en
  • b. de systeembeheerder zich ervan heeft vergewist dat de aanvrager beschikt over de deskundigheid en over de technische, administratieve en organisatorische faciliteiten die vereist zijn om als congestiebeheersdienstverlener te kunnen optreden.
6.

De systeembeheerders stellen gezamenlijk de criteria op voor de vereisten als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b. Deze criteria worden gepubliceerd op de in artikel 7.17 bedoelde website.

7.

De systeembeheerders stellen pre-kwalificatiecriteria op voor elk van de op grond van bijlagen 6 en 7 te leveren congestiebeheersdiensten.

8.

Een erkenning als congestiebeheersdienstverlener wordt ingetrokken wanneer een congestiebeheersdienstverlener zijn verplichtingen jegens een of meer systeembeheerders niet nakomt, nadat de systeembeheerders de congestiebeheersdienstverlener hierop heeft geattendeerd en de congestiebeheersdienstverlener in staat is gesteld om alsnog te voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in het zesde lid.

9.

De systeembeheerders stellen gezamenlijk de omstandigheden, criteria en procedures op die leiden tot de intrekking van een erkenning als congestiebeheersdienstverlener. Deze omstandigheden, criteria en procedures worden gepubliceerd op de in artikel 7.17 bedoelde website.

Artikel 9.16
1.

De systeembeheerders publiceren het volledige overzicht van specificaties voor de producten op grond van bijlage 6 en 7, inclusief procedures en pre-kwalificatiecriteria op de in artikel 7.17 bedoelde website.

2.

De systeembeheerder geeft in de productspecificaties als bedoeld in het eerste lid ten minste aan hoe de verrekening zal plaatsvinden en op welke termijn. Deze verrekening zal gebaseerd zijn op ten minste de volgende gegevens:

  • a. per onbalansverrekeningsperiode, het volume van biedingen redispatch per richting en de prijs van de geaccepteerde bieding bij producten op grond van bijlage 7;
  • b. de hoeveelheid capaciteitssturing en de sturing voor de beperking bij producten op grond van bijlage 6.
Artikel 9.17
1.

Een congestiebeheersdienstverlener die namens een aangeslotene of een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in bijlage 7, dan wel namens een aangeslotene of een groep van aangeslotenen wil bijdragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig de specificaties in bijlage 6, dient de aansluiting of de groep van bij die aangeslotenen horende aansluitingen bij de systeembeheerder te pre-kwalificeren.

2.

Een groep van aansluitingen bestaat uit één of meer aansluitingen.

3.

Ten behoeve van de pre-kwalificatie van een groep van aansluitingen deelt de congestiebeheersdienstverlener de systeembeheerder de EAN-codes mee van de in de groep deelnemende aansluitingen. Elke aansluiting die deel uitmaakt van een groep van aansluitingen voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:

  • a. de aansluiting maakt niet reeds deel uit van een andere groep van dezelfde of een andere congestiebeheersdienstverlener;
  • b. de allocatiemethode heeft de waarde:
  • 1°. “telemetrie”; of
  • 2°. “slimme-meter-allocatie”.
  • c. indien de congestiebeheersdienstverlener met een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in bijlage 7, is de maximumcapaciteit van een met de aansluiting aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid kleiner dan 1 MW; en
  • d. indien de congestiebeheersdienstverlener met een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in bijlage 7, is de capaciteit van een met de aansluiting aangesloten verbruiksinstallatie kleiner dan 1 MW.
4.

In aanvulling op het derde lid geldt de voorwaarde dat:

  • a. voor elke aansluiting waarbij de maximumcapaciteit van de aangesloten productie-eenheid of de capaciteit van de aangesloten verbruiksinstallatie kleiner is dan 1 MW en die deel uitmaakt van de groep in het aansluitingenregister van de systeembeheerder dezelfde balanceringsverantwoordelijke vermeld staat; en
  • b. indien de congestiebeheersdienstverlener met een groep van aansluitingen biedingen wil doen als bedoeld in artikel 9.29, vierde lid, elke aansluiting deel uitmaakt van het desbetreffende congestiegebied.
5.

Ten behoeve van de prekwalificatie van een aansluiting deelt de congestiebeheersdienstverlener de systeembeheerder de EAN-code mee van de aansluiting. Voor de aansluiting geldt dat:

  • a. de maximumcapaciteit van een met de aansluiting aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid of de capaciteit van een met de aansluiting aangesloten verbruiksinstallatie groter is dan of gelijk is aan 1 MW; en
  • b. de aansluiting niet reeds bij een andere of dezelfde congestiebeheersdienstverlener is vermeld.
6.

De systeembeheerder beoordeelt mede op basis van het derde, vierde en vijfde lid of de congestiebeheersdienstverlener gerechtigd is met die aansluiting of groep van aansluitingen biedingen te doen overeenkomstig bijlage 7, dan wel met die aansluiting of groep van aansluitingen bij te dragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig de specificaties in bijlage 6.

7.

De systeembeheerder informeert de betrokken balanceringsverantwoordelijke over de opname van een aansluiting waarvoor hij balanceringsverantwoordelijkheid uitoefent in een portfolio van een congestiebeheersdienstverlener.

8.

De congestiebeheersdienstverlener geeft mutaties in de groepssamenstelling onverwijld door aan de systeembeheerder.

9.

De systeembeheerder voert bij elke hem op grond van het achtste lid doorgegeven mutatie opnieuw de beoordeling als bedoeld in het zesde lid uit en stelt de congestiebeheersdienstverlener op de hoogte van het resultaat.

10.

De systeembeheerder voert bij elke wijziging op grond van de processen van de Informatiecode elektriciteit en gas van de in het aansluitingenregister vastgelegde gegevens van een van de aansluitingen in een groep opnieuw de beoordeling als bedoeld in het zesde lid uit en stelt de congestiebeheersdienstverlener op de hoogte van het resultaat.

Artikel 9.18
1.

In afwijking van artikel 12.10 geldt voor de uitvoering van de regeling in de artikelen 9.25 tot en met 9.34 zonder uitzondering een grenswaarde van 1 MW voor de in de artikelen 12.12 en 12.14 bedoelde gegevensuitwisseling.

2.

In aanvulling op artikel 12.12, zevende en achtste lid en artikel 12.14, zesde en zevende lid, geldt voor aansluitingen die deelnemen aan een groep van aansluitingen als bedoeld in artikel 9.17 dat de gegevens als bedoeld in artikel 12.12, zevende en achtste lid en artikel 12.14, zesde en zevende lid, tevens geaggregeerd per groep worden aangeleverd door de congestiebeheersdienstverlener indien de congestiebeheersdienstverlener bijdraagt aan het oplossen van fysieke congestie op grond van bijlage 7 of op grond van bijlage 6 waarbij, met inachtneming van bijlage 6, zesde lid, onderdeel a, inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt is afgesproken.

3.

In afwijking van artikel 12.12, achtste lid en artikel 12.14, zevende lid geldt voor de uitvoering van de regeling in de artikelen 9.25 tot en met 9.34 dat wijzigingen van de ter beschikking gestelde prognoses direct na het bekend worden van die wijziging aan de systeembeheerder ter beschikking worden gesteld indien de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit dan wel van het maximaal af te nemen vermogen, of indien de wijziging groter is dan 1 MW.

4.

Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het tweede lid ter beschikking gestelde geaggregeerde prognose van de hoeveelheid van het systeem af te nemen vermogen dan wel op het systeem in te voeden vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de systeembeheerder ter beschikking gesteld indien die wijzigingen groter zijn dan 1 MW.

5.

Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het eerste en het tweede lid ter beschikking gestelde gegevens worden direct na het bekend worden van die wijziging ter beschikking gesteld van de systeembeheerder indien die wijziging wordt geïnitieerd door het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig artikel 9.29, vierde lid, dan wel artikel 9.33, vierde lid.

Artikel 9.19
1.

Indien de CG-aangeslotene afwijkt van de op grond van artikel 9.18 en paragraaf 12.2 aangeleverde gegevens, berekent de systeembeheerder voor het verschil tussen die gegevens en de daadwerkelijk uitgewisselde energie op de desbetreffende aansluiting dan wel groep van aansluitingen per onbalansverrekeningsperiode een prijs per MWh, hierna te noemen de congestie-nietleveringsprijs.

2.

De congestie-nietleveringsprijs is ten hoogste gelijk aan, indien het in het eerste lid bedoelde verschil tussen de op grond van artikel 9.18 en paragraaf 12.2 aangeleverde gegevens en de daadwerkelijk uitgewisselde energie het karakter heeft van:

  • a. het invoeden van energie, de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode geldende landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter invoeden aangevuld met de financiële ondersteuning die de CG-aangeslotene op basis van het geproduceerde elektriciteitsvolume ontvangt. Indien de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode geldende landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter invoeden negatief is, dan bedraagt de congestie-nietleveringprijs € 0,00;
  • b. het afnemen van energie, de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter afnemen dan wel de geldende day-aheadclearingprijs indien deze hoger is;
  • c. het afnemen van energie en indien de fallback procedure is toegepast, bedoeld in artikel 44 van Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM), de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter afnemen dan wel de geldende referentie biedzone prijs indien deze hoger is.
3.

De systeembeheerder kan de inkoopkosten voor de additionele behoefte aan flexibiliteit die ontstaat als gevolg van niet-levering door een CG-aangeslotene, op de CG-aangeslotene verhalen. De systeembeheerder verschaft de CG-aangeslotene een onderbouwing van deze kosten.

4.

De systeembeheerder brengt ten hoogste de hoogste van de op het tweede en derde lid gebaseerde vergoeding in rekening.

5.

De verrekening van de congestie-nietleveringsprijs of de additionele kosten, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt gelijktijdig plaats met de verrekening, bedoeld in artikel 9.16, tweede lid.

Artikel 9.20. [gereserveerd]

–

Artikel 9.21. [gereserveerd]

–

Artikel 9.22. [gereserveerd]

–

Artikel 9.23. [gereserveerd]

–

Artikel 9.24. [gereserveerd]

–

§ 9.2.1. Nadere voorwaarden voor marktgebaseerd congestiemanagement met inzet van de middelen benoemd in artikel 9.14

Artikel 9.25
1.

Deze paragraaf bevat de uitvoeringsregels voor congestiemanagement met inzet van de middelen als benoemd in artikel 9.14.

2.

De aangeslotene kan de uitvoering van de regeling van deze paragraaf overdragen aan een congestiebeheersdienstverlener.

3.

Een congestiebeheersdienstverlener dient voor elke aansluiting of groep van aansluitingen waarmee hij biedingen overeenkomstig bijlage 7 wil doen, dan wel waarmee hij wil bijdragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig bijlage 6 daartoe op grond van artikel 9.17 gerechtigd te zijn.

Artikel 9.26

Indien de systeembeheerder vermoedt dat één of meer bij het biedproces betrokken aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners uitzonderlijk afwijkende biedingen overeenkomstig de specificaties bijlage 7 doen waardoor het biedproces als bedoeld in artikel 9.29 mogelijk ondoelmatig verloopt, meldt de systeembeheerder dit vermoeden aan de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel 9.27
1.

Voor de uitvoering van de regeling van deze paragraaf kan de systeembeheerder nadere voorwaarden stellen aan de mate waarin de overeenkomstig artikel 9.18 aan te leveren gegevens overeenkomen met de realisatie alvorens biedingen overeenkomstig bijlage 7 van of namens de desbetreffende aangeslotene(n) te accepteren.

2.

De systeembeheerder publiceert op de in artikel 7.17 bedoelde website per congestiegebied het tijdstip waarop overeenkomstig artikel 9.29, vijfde lid, biedingen ten uiterste afgeroepen worden.

Artikel 9.28
1.

De systeembeheerder voert dagelijks de procedure uit zoals beschreven in artikel 9.29.

2.

De systeembeheerder kan voorafgaand aan de procedure zoals beschreven in artikel 9.29 gebruik maken van het vermogen dat aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners overeenkomstig de specificaties in bijlage 6 ter beschikking hebben gesteld ten behoeve van het oplossen van fysieke congestie.

Artikel 9.29
1.

Mede op basis van de gegevens die de systeembeheerder ontvangt op grond van artikel 9.18 en paragraaf 12.2 bepaalt de systeembeheerder of de van toepassing zijnde operationele veiligheidsgrenzen de volgende dag in het congestiegebied kunnen worden gehandhaafd.

2.

De systeembeheerder publiceert uiterlijk om 15:30 uur voor welke tijdsblokken de volgende dag hij biedingen verwacht.

3.

De in het tweede lid bedoelde biedingen worden uiterlijk 16:00 uur bij de systeembeheerder ingediend.

4.

De systeembeheerder brengt de benodigde capaciteit in overeenstemming met de beschikbare capaciteit met behulp van

  • b. met behulp van het op grond van artikel 9.1, eerste lid, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van bijlage 6 inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken; of
  • c. niet-marktgebaseerde redispatch van elektriciteitsproductie-eenheden indien de middelen benoemd in onderdelen a en b niet toereikend zijn.
5.

Aangeslotenen en congestiebeheersdienstverleners waarvan een bieding overeenkomstig het vierde lid is afgeroepen, ontvangen hiervan uiterlijk op het overeenkomstig artikel 9.27, tweede lid, gepubliceerde tijdstip bericht.

6.

De systeembeheerder roept per onbalansverrekeningsperiode per afgeroepen bieding dan wel opgedragen capaciteitsvermindering dan wel per opgedragen niet-marktgebaseerde redispatch een gelijke hoeveelheid vermogen af buiten het congestiegebied. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig artikel 9.1, tweede en derde lid, ter beschikking gestelde vermogen of met behulp van het op grond van artikel 9.1, eerste lid, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van bijlage 6 inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken.

7.

Onverminderd het bepaalde in artikel 9.11, vierde lid, volgt de systeembeheerder bij wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde gegevens de stappen, bedoeld in het eerste, vierde, vijfde en zesde lid.

Artikel 9.30

De systeembeheerder publiceert maandelijks op de website, bedoeld in artikel 7.17, het in de voorgaande maand afgeroepen vermogen per dag. De systeembeheerder maakt daarbij onderscheid tussen vermogen op grond van bijlage 6, ingezet voor het sluiten van de day-aheadmarkt en het overeenkomstig artikel 9.29, vierde lid, ingezette vermogen. Tevens zal de systeembeheerder aangeven wanneer bij de selectie van een energie- of capaciteitssturing andere redenen dan kosteneffectiviteit een rol hebben gespeeld en deze keuze motiveren.

§ 9.2.2. Nadere voorwaarden voor congestiemanagement met inzet van capaciteitssturing en niet-marktgebaseerde redispatch

Artikel 9.31
1.

Deze paragraaf bevat de uitvoeringsregels voor congestiemanagement met inzet van capaciteitssturing en niet-marktgebaseerde redispatch.

2.

Een congestiebeheersdienstverlener dient voor elke aansluiting of groep van aansluitingen waarmee hij bijdraagt aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig bijlage 6, daartoe op grond van artikel 9.17 gerechtigd te zijn.

3.

De systeembeheerder maakt bij de uitvoering van congestiemanagement overeenkomstig deze paragraaf uitsluitend gebruik van capaciteitssturing overeenkomstig bijlage 6 en van niet-marktgebaseerde redispatch toegepast op de in het congestiegebied aanwezige elektriciteitsproductie-eenheden, en de in het congestiegebied aanwezige verbruiksinstallaties volgens de richtlijnen die daarvoor in artikel 13 van Verordening (EU) 2019/943 zijn opgenomen.

4.

Bij het uitvoeren van congestiemanagement overeenkomstig deze paragraaf werkt de systeembeheerder op volgorde:

  • a. van kosteneffectiviteit op grond van artikel 9.32 verschuldigde vergoeding; en
  • b. van toerbeurtsgewijze toewijzing, waarbij de systeembeheerder een ondergrens stelt aan het gecontracteerd transportvermogen voor afname en voor invoeding van in aanmerking komende aansluitingen.
5.

De systeembeheerder publiceert de in het vierde lid, onderdeel b, bedoelde ondergrens van te voren op de in artikel 7.17 bedoelde website.

6.

Indien het congestiegebied een systeem van een andere systeembeheerder omvat, maken de betrokken systeembeheerders, onverminderd artikel 9.1, zevende lid, afspraken over de uitwisseling van de voor de uitvoering van deze paragraaf benodigde gegevens en indien nodig over de uitvoering van deze paragraaf.

Artikel 9.32
1.

Voor het uitvoeren van een overeenkomstig artikel 9.33, vijfde lid, opgedragen beperking betaalt de systeembeheerder een vergoeding overeenkomstig artikel 13, zevende lid, van Verordening (EU) 2019/943. De aangeslotene overlegt daartoe bewijsstukken aan de systeembeheerder.

2.

De financiële verrekening, bedoeld in het eerste lid, vindt uiterlijk 30 dagen na afloop van de desbetreffende kalendermaand plaats.

3.

Als uitzondering op het tweede lid geldt dat de financiële verrekening, bedoeld in het eerste lid, voor de vergoeding financiële ondersteuning die zou zijn ontvangen zonder de opgedragen beperking plaatsvindt na afloop van het desbetreffende kalenderjaar, en uiterlijk 60 dagen nadat de aangeslotene de informatie over de definitief vastgestelde financiële ondersteuning aan de systeembeheerder heeft verstrekt.

Artikel 9.33
1.

De systeembeheerder voert dagelijks de procedure zoals beschreven in het tweede tot en met het zesde lid uit.

2.

De systeembeheerder kan voorafgaand aan de procedure zoals beschreven in dit artikel gebruik maken van het vermogen dat aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners overeenkomstig de specificaties in bijlage 6 ter beschikking hebben gesteld ten behoeve van het oplossen van fysieke congestie.

3.

Mede op basis van de gegevens die de systeembeheerder ontvangt op grond van artikel 9.18 en paragraaf 12.2 bepaalt de systeembeheerder of de van toepassing zijnde operationele veiligheidsgrenzen de volgende dag in het congestiegebied kunnen worden gehandhaafd.

4.

De systeembeheerder publiceert uiterlijk om 15:30 uur of de volgende dag in (een deel van) het congestiegebied congestie verwacht wordt.

5.

De systeembeheerder draagt met in achtneming van artikel 9.31 aangeslotenen op hoeveel zij per onbalansverrekeningsperiode de volgende dag meer of minder dienen in te voeden dan wel te verbruiken.

6.

De systeembeheerder roept per onbalansverrekeningsperiode per opgedragen actie overeenkomstig het vijfde lid een gelijke hoeveelheid vermogen af buiten het congestiegebied. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig artikel 9.1 ter beschikking gestelde vermogen.

7.

Onverminderd het bepaalde in artikel 9.11, vierde lid, volgt de systeembeheerder bij wijzigingen van de in het derde lid bedoelde gegevens de stappen, bedoeld in het vijfde en zesde lid.

Artikel 9.34
1.

Indien een aangeslotene drie keer de opdracht van de systeembeheerder overeenkomstig artikel 9.33, vijfde lid, niet nakomt, is de systeembeheerder gerechtigd de aansluiting fysiek aan te passen teneinde de capaciteit van de aansluiting in overeenstemming te brengen met de capaciteit die ten maximale toegestaan kan worden teneinde de operationele veiligheidsgrenzen te waarborgen.

2.

De in het eerste lid bedoelde aanpassing wordt bij het beëindigen van congestiemanagement, bedoeld in artikel 9.17, tweede lid, ongedaan gemaakt.

§ 9.3. Voorwaarden met betrekking tot de systeemontwerp- en bedrijfsvoeringscriteria

Artikel 9.35
1.

De systeembeheerder past de vrijstellingen voor productie uit artikel 3.5 , onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.7, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit toe indien de op grond van deze vrijstellingen aan te sluiten of aangesloten productie afkomstig is van elektriciteitsproductie-eenheden die, overeenkomstig artikel 3.13, dertiende lid, automatisch, voldoende snel en selectief kunnen worden afgeschakeld of afgeregeld zonder dat ook verbruik mee wordt afgeschakeld, behoudens verbruik dat gerelateerd is aan die elektriciteitsproductie-eenheid.

2.

In aanvulling op het eerste lid geldt dat de systeembeheerder de vrijstellingen voor productie uit artikel 3.5, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit toepast indien de op grond van deze vrijstellingen aan te sluiten of aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid tevens voldoet aan de eisen van artikel 13.22, onafhankelijk van de grootte van de maximumcapaciteit van de aan te sluiten elektriciteitsproductie-eenheid.

3.

De systeembeheerder kan bij het toepassen van de vrijstellingen voor productie uit artikel 3.5, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.8 , eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit gebruik maken van de in artikel 13, zesde lid, en artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) bedoelde interface of de in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/631 bedoelde regelbaarheid.

4.

Het systeemontwerp wordt ten minste getoetst aan:

  • b. de criteria met betrekking tot kortsluitvastheid, bedoeld in hoofdstuk 3 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) en toegepast in hoofdstuk 2 en artikel 8.9, vierde lid;
  • c. de criteria met betrekking tot de spannings- en blindvermogenshuishouding als bedoeld in paragraaf 9.4;
  • d. de isolatiecoördinatie van systemen met spanningsniveau hoger dan 1 kV als bedoeld in NEN-EN-IEC 60071;
  • g. de criteria met betrekking tot dynamische stabiliteit van de hoogspanningssystemen, bedoeld in hoofdstuk 6 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO).
5.

De systeembeheerder en de aangeslotene kunnen gezamenlijk overeenkomen dat de systeembeheerder de aansluiting afschakelt of afregelt, in plaats van alleen de elektriciteitsproductie-eenheid, indien de aangeslotene er mee instemt dat in dat geval ook eventueel verbruik maximaal tien minuten wordt afgeschakeld of afgeregeld.

6.

Indien na het optreden van een uitvalsituatie als bedoeld in artikel 3.5, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.8 eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit aangeslotenen gezamenlijk overeenkomen de afschakeling of afregeling uit te ruilen, dienen zij hiertoe een verzoek in bij de systeembeheerder. De systeembeheerder zal een verzoek hiertoe niet op onredelijke gronden weigeren.

Artikel 9.36

De in artikel 3.11, zesde lid, en artikel 3.15, eerste lid, bedoelde extra apparatuur waarmee het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid op afstand te sturen is, kan worden toegepast voor het op afstand sturen van het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid voor andere doeleinden dan frequentiestabiliteit. Voor zover die toepassing niet al in deze code is bepaald, maken de systeembeheerder en de aangeslotene afspraken over de specifieke toepassing.

§ 9.4. Voorwaarden met betrekking tot de spannings- en blindvermogenshuishouding

Artikel 9.37
1.

De systeembeheerder bepaalt voor de automatische spanningsregeling van de elektriciteitsproductie-eenheid als bedoeld in artikel 3.13, vijfde lid, de instelling van de helling, de referentiewaarde en de helling van de overgang tussen twee referentiewaarden.

2.

Indien een elektriciteitsproductie-eenheid niet bijdraagt aan de blindvermogenshuishouding in de normale toestand, moet de referentiewaarde binnen 15 minuten na constatering van een afwijking naar een uitwisseling van 0 Mvar worden teruggebracht, tenzij anders is overeengekomen.

3.

De transmissie- of distributiesysteembeheerder past bij de verwerving van blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand de inkoopprocedure toe die is opgenomen in bijlage 8.

4.

De transmissie- of distributiesysteembeheerder contracteert voor het inkopen van blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand uitsluitend aangeslotenen op het door hem beheerde systeem of een daarop aangesloten gesloten systeem.

5.

De transmissiesysteembeheerder kan, bij behoefte aan blindvermogen voor stationaire spanningsregeling dat geleverd kan worden door een aangeslotene op het distributiesysteem, de distributiesysteembeheerder verzoeken de desbetreffende aangeslotene voor hem te contracteren. De distributiesysteembeheerder heeft het recht dit verzoek af te wijzen.

Artikel 9.38
1.

De systeembeheerder is verantwoordelijk voor de spannings- en blindvermogenshuishouding in het eigen systeem.

2.

Het blindvermogensbereik op het samenstel van alle aan de systeemkoppeling gerelateerde overdrachtspunten op één locatie oftewel per onderstation is als volgt gespecificeerd:

  • a. regionale systemen importeren uit het bovenliggende systeem maximaal 48% van de grootste waarde van de maximale import- en exportcapaciteit;
  • b. bij import of export van werkzaam vermogen van meer dan 25% van de importcapaciteit exporteren zij naar het bovenliggende systeem niet meer dan 10% van de grootste waarde van de maximale import- en exportcapaciteit.
3.

Op grond van het tweede lid komt het blindvermogensbereik overeen met het groene gebied in onderstaand P/Q-diagram.

4.

Bij import of export van werkzaam vermogen van niet meer dan 25% van de maximale importcapaciteit is het toegestaan dat regionale systemen maximaal 10% van de grootste waarde van de maximale import- en exportcapaciteit exporteren naar het bovenliggende systeem indien dit geen aantoonbare knelpunten veroorzaakt in een van beide systemen; in geval van aantoonbare hinder treden beide systeembeheerders met elkaar in overleg en stellen een gezamenlijke analyse op met als doel maatregelen vast te stellen waarmee voldaan kan worden aan het gespecificeerde blindvermogensbereik.

5.

Indien het blindvermogensbereik niet voldoet aan het tweede en vierde lid, voeren de betrokken systeembeheerders achtereenvolgens de volgende stappen uit:

  • a. zij stellen vast of één van beide systeembeheerders knelpunten constateert met betrekking tot bijvoorbeeld spanningseisen of blindvermogenshuishouding;
  • b. indien knelpunten zijn geconstateerd, worden in beide betrokken systemen de reeds aanwezige stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen ingezet met als doel te voldoen aan het gespecificeerde blindvermogensbereik;
  • c. indien de inzet van de reeds aanwezige stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen onvoldoende is om aan het gespecificeerde blindvermogensbereik te voldoen, verzoeken beide betrokken systeembeheerders de producenten waarmee zij een overeenkomst tot levering of opname van blindvermogen hebben, om blindvermogen te compenseren met als doel te voldoen aan het gespecificeerde blindvermogensbereik;
  • d. Indien door toepassing van de in onderdeel b of c bedoelde maatregelen de knelpunten onvoldoende kunnen worden weggenomen, voeren de betrokken systeembeheerders een gezamenlijke analyse uit die leidt tot het voldoen aan het gespecificeerde blindvermogensbereik door middel van:
  • 1°. aanvullende overeenkomsten met producenten tot levering of opname van blindvermogen;
  • 2°. investering in nieuwe stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen; of
  • 3°. investering in systeemverzwaring;
6.

Een overeengekomen afwijking van het in het tweede en vierde lid gespecificeerde blindvermogensbereik wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.

7.

De transmissiesysteembeheerder coördineert de regeling van de trapstanden van de transformatoren van systemen met een spanningsniveau groter dan of gelijk aan 110 kV naar systemen met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV.

8.

Het eerste tot en met zevende lid is tevens van toepassing op gesloten systemen aangesloten op een spanning hoger dan 35 kV. In deze leden dient dan in plaats van ‘de systeembeheerders gelezen te worden ‘de beheerder van het gesloten systeem en de systeembeheerder’.

§ 9.5. Voorwaarden met betrekking tot training

Artikel 9.39
1.

De systeembeheerder stelt een draaiboek op en organiseert trainingen met de systeembeheerders van de met zijn systeem gekoppelde systemen en met de systeembeheerders van de op zijn systeem aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan 60 MW teneinde grootschalige storingen effectief te voorkomen en te herstellen.

2.

Het in het eerste lid bedoelde draaiboek bevat tenminste de procedures, de oefeningen, de uit te wisselen informatie en de andere benodigde middelen teneinde grootschalige storingen effectief te voorkomen en te herstellen.

3.

De transmissiesysteembeheerder coördineert de in het eerste lid bedoelde activiteiten en stelt jaarlijks een evaluatie op, die tot uitdrukking brengt in welke mate maatregelen zijn getroffen teneinde grootschalige storingen effectief te voorkomen en te herstellen.

4.

De aangeslotene met een elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan 60 MW werken mee aan de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde activiteiten.

§ 9.6. Voorwaarden met betrekking tot de niet-beschikbaarheidscoördinatie

Artikel 9.40
1.

Afhankelijk van de systeemsituatie en de omvang van de productiecapaciteit, zullen de beheerders van op een systeem met een spanningsniveau van 110 kV of 150 kV aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden, en de systeembeheerders alsmede systeembeheerders onderling, hun onderhoudsplannen schriftelijk afstemmen en wijzigen, waarbij beoogd wordt de voorzieningszekerheid te waarborgen.

2.

Indien één of beide partijen onderhoudsplannen dienen te fixeren, bijvoorbeeld ten gevolge van een contractuele overeenkomst of afspraak met een derde partij, wordt een planning bindend verklaard vanaf de door die omstandigheden bepaalde datum en schriftelijk bevestigd naar de andere partij.

3.

Indien een partij na een bindend verklaring, alsnog van de planning wil afwijken, zal de andere partij daar zoveel als mogelijk aan tegemoet komen, door bijvoorbeeld het verschuiven of verwisselen van reeds gepland onderhoud over andere elektriciteitsproductie-eenheden en transmissiesysteemonderdelen.

Artikel 9.41
1.

Indien voor een overeenkomstig artikel 99 van Verordening 2017/1485 (GL SO) ingediende planning een afwijking wordt ingediend overeenkomstig artikel 100 van Verordening 2017/1485 (GL SO) en deze afwijking tot extra kosten leidt, zullen deze kosten gedragen worden door de veroorzakende partij, waarbij de andere partij al het mogelijke zal doen om de extra kosten te beperken.

2.

Indien een afwijking van een bindende planning als bedoeld in artikel 9.40 tot extra kosten leidt, zullen deze kosten gedragen worden door de veroorzakende partij, waarbij de andere partij al het mogelijke zal doen om de extra kosten te beperken.

§ 9.7. Voorwaarden met betrekking tot de belasting-frequentieregeling en reserves

Artikel 9.42

Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1, derde lid, stellen aangeslotenen, niet zijnde systeembeheerders, en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, met een gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding van meer dan 60 MW dagelijks het vermogen dat minder kan worden afgenomen, respectievelijk meer of minder kan worden ingevoed, ter beschikking aan de transmissiesysteembeheerder door middel van het aanwijzen van een balanceringsdienstverlener, of in het geval van groepen aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten één of meerdere balanceringsdienstverleners, om biedingen voor balanceringsenergie uit automatische frequentieherstelreserves of noodvermogen in te dienen.

Artikel 9.43

Vervallen

Artikel 9.44

Vervallen

Artikel 9.45
1.

De systeembeheerders beschikken over onderling afgestemde afschakelplannen en herstelplannen. Deze plannen liggen ter inzage bij de systeembeheerder.

2.

De in artikel 25 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) bedoelde afschakeling geschiedt handmatig en wordt, in geval van een door de transmissiesysteembeheerder aan een andere systeembeheerder opgedragen afschakeling, telefonisch opgedragen.

3.

De transmissiesysteembeheerder kondigt een opdracht tot afschakeling tevoren aan en verstrekt daarbij een toelichting.

4.

Indien de situatie dermate spoedeisend is dat de transmissiesysteembeheerder een opdracht tot afschakeling niet van tevoren kan aankondigen, licht hij de opdracht en de reden voor het achterwege laten van een voorafgaande aankondiging achteraf alsnog toe.

5.

Tenzij de transmissiesysteembeheerder een tijdsperiode noemt waarbinnen de opdracht tot afschakeling moet zijn uitgevoerd, wordt de opdracht onverwijld uitgevoerd nadat zij is verstrekt.

6.

Indien een of meer andere systeembeheerders opdracht tot afschakeling is gegeven, ontvangt de transmissiesysteembeheerder een telefonische terugmelding van hetgeen door de andere systeembeheerder of systeembeheerders is gedaan ter uitvoering van de opdracht.

Artikel 9.46
1.

De transmissiesysteembeheerder contracteert de initiële FCR-verplichting overeenkomstig de eisen die aan hem gesteld zijn ten aanzien van het contracteren van energie en vermogen op een marktconforme, transparante en non-discriminatoire wijze.

2.

Bij het contracteren van de in het eerste lid bedoelde initiële FCR-verplichting neemt de transmissysteembeheerder de methodologie op basis van artikel 33 van Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB) betreffende de samenwerking tussen meerdere Europese transmissiesysteembeheerders om reservecapaciteit gezamenlijk in te kopen en uit te wisselen in acht.

3.

De transmissiesysteembeheerder maakt een gedetailleerde beschrijving van het contracteringsmechanisme, de administratieve en technische eisen en regels waaraan voldaan moet worden om deel te kunnen nemen alsook de resultaten van het contracteren (inclusief prijsinformatie) via zijn openbare website publiek. Tevens zal verdere relevante informatie tijdig via deze website beschikbaar worden gemaakt, waaronder maar niet beperkt tot tijdschema’s.

Artikel 9.47
1.

De transmissiesysteembeheerder publiceert op zijn website een verwijzing naar de informatie die Entso-E op zijn website publiceert aangaande het onbalansnettingsproces en de uitwisseling van balanceringsenergie via het Europese platform voor de uitwisseling van balanceringenergie uit automatische frequentieherstelreserves als bedoeld in artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB), waaronder:

  • a. welke participanten deelnemen in onbalansnettingsovereenkomst, bedoeld in artikel 122 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO), en per wanneer zij participant zijn;
  • b. de actuele omvang van de onbalansnettingvermogensuitwisseling;
  • c. de actuele omvang van de uitwisseling balanceringsenergie uit automatische frequentieherstelreserves.
2.

De transmissiesysteembeheerder heeft tot taak de energiebalans met het buitenland te bewaken, in voorkomend geval te herstellen en verwerft het daarvoor benodigde vermogen.

Artikel 9.48
1.

De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor de komende dimensioneringsperiode de reservecapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen die verwacht wordt ten minste nodig te zijn op basis van de hoogste uitkomst van de volgende drie methoden:

  • a. een deterministische methode, namelijk door voor zowel de positieve als de negatieve richting afzonderlijk de grootst mogelijke uitval vast te stellen, die kan worden veroorzaakt door een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid, een verbruiksinstallatie, een HVDC-systeem of een verbinding binnen het landelijk hoogspanningsnet;
  • b. een stochastische methode, namelijk door voor zowel de positieve als de negatieve richting afzonderlijk vast te stellen wat de benodigde reserves waren geweest om in 99% van de tijd de onbalansen van het LFC-blok op te kunnen lossen gedurende de periode van een volledig jaar dat niet eerder is geëindigd dan een half jaar voorafgaand aan de berekeningsdatum;
  • c. een probabilistische methode, namelijk door voorspellingen te doen als bedoeld in het tweede lid, die kunnen leiden tot significante onbalansen van het LFC-blok.
2.

Voor de toepassing van de probabilistische methode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, maakt de transmissiesysteembeheerder voorspellingen van onder andere:

  • a. de voorspellingsfout voor de productie uit windenergie, afgeleid van de voorspellingsfout van de weersverwachting voor wind;
  • b. de voorspellingsfout voor de productie uit zonne-energie, afgeleid van de voorspellingsfout van de weersverwachting voor zon;
  • c. de verwachte impact van de uitval van HVDC-systemen, gebaseerd op historische gegevens met betrekking tot ongeplande uitval;
  • d. de verwachte impact van de uitval van thermische productie-eenheden op het net van de transmissiesysteembeheerder, gebaseerd op historische gegevens met betrekking tot ongeplande uitval.
3.

De transmissiesysteembeheerder kan de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde reservecapaciteit verminderen:

  • a. met een deel van het volume frequentieherstelreserves dat op grond van een overeenkomst met een transmissiesysteembeheerder van een aangrenzend LFC-blok wordt gedeeld, onder de in artikel 157, tweede lid, onderdelen j en k, en deel IV, Titel 8 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) bedoelde voorwaarden;
  • b. met een deel van het te verwachten volume aan vrijwillige biedingen automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen, mits dit deel met voldoende zekerheid voor de gehele contractperiode beschikbaar is.
4.

De transmissiesysteembeheerder bepaalt de verdeling van de verwachte benodigde reservecapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen als bedoeld in het eerste lid, na eventuele vermindering op basis van het derde lid, als volgt:

  • a. voor automatische frequentieherstelreserves ten minste een hoeveelheid die ertoe leidt dat:
  • 1°. de positieve automatische frequentieherstelreserves groter zijn dan het 0,5e percentiel van het verschil tussen de eenminuutgemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van automatische frequentieherstelreserves, en de vijftienminutengemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van frequentieherstelreserves van het LFC-blok van hetzelfde kwartier;
  • 2°. de negatieve automatische frequentieherstelreserves groter zijn dan het 99,5e percentiel van het verschil tussen de eenminuutgemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van automatische frequentieherstelreserves, en de vijftienminutengemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van frequentieherstelreserves van het LFC-blok van hetzelfde kwartier;
  • b. voor noodvermogen voor het deel dat resteert na de onder a bepaalde hoeveelheid automatische frequentieherstelreserves in mindering te hebben gebracht op de overeenkomstig het eerste en derde lid vastgestelde totale benodigde hoeveelheid reservecapaciteit.
5.

De transmissiesysteembeheerder kan de overeenkomstig het vierde lid, onderdeel a, vastgestelde hoeveelheid reservecapaciteit automatische frequentieherstelreserves bijstellen indien operationele omstandigheden dit vereisen.

6.

De transmissiesysteembeheerder hanteert de door hem vast te stellen fallback-waarden, indien hij om technische redenen niet in staat is om overeenkomstig het eerste lid de totale benodigde hoeveelheid reservecapaciteit te bepalen.

§ 9.8. Voorwaarden met betrekking tot de nood- en hersteltoestand

Artikel 9.49
1.

De transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerders dragen er zorg voor dat de mogelijkheid om bij lage frequentie automatisch verbruik te ontkoppelen, als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, vanaf 18 december 2022 geactiveerd wordt bij de volgende frequentiedrempelwaardes en met de bijbehorende gespecificeerde hoeveelheden:

  • a. bij 49,0 Hz een hoeveelheid nettoverbruik ter grootte van 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting;
  • b. bij 48,8 Hz aanvullend op de in onderdeel a bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting;
  • c. bij 48,6 Hz aanvullend op de in onderdeel a en b bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting;
  • d. bij 48,4 Hz aanvullend op de in onderdeel a tot en met c bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting;
  • e. bij 48,2 Hz aanvullend op de in onderdeel a tot en met d bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting;
  • f. bij 48,0 Hz aanvullend op de in onderdeel a tot en met e bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting.
2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op:

  • a. aangeslotenen die beschikken over een verbruiksinstallatie of een gesloten systeem, aangesloten op het transmissiesysteem, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) van toepassing is;
  • b. aangeslotenen die beschikken over een verbruiksinstallatie of een gesloten systeem, aangesloten op het transmissiesysteem, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) niet van toepassing is, maar waaromtrent de aangeslotene met de transmissiesysteembeheerder is overeengekomen om aan de uitvoering van dit artikel mee te werken.
3.

De transmissiesysteembeheerder bepaalt in 2020 en vervolgens tenminste eenmaal per vijf jaar voor elke in het eerste en tweede lid bedoelde aangeslotene en voor zichzelf het procentuele aandeel in de totale belasting:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)