Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Akte, betreffende de voorwaarden voor de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen
Het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek storten het bedrag van respectievelijk 91 339 340 Ecu en 12 040 186 Ecu, overeenkomende met hun aandeel in het kapitaal dat door de Lid-Staten op 1 januari 1986 is gestort, in vijf gelijke halfjaarlijkse termijnen die telkens vervallen op 30 april en 31 oktober. De eerste termijn dient te worden voldaan op de eerstvolgende van de twee genoemde data na de datum van toetreding.
Wat betreft het gedeelte dat op de datum van toetreding nog moet worden gestort uit hoofde van de kapitaalsverhoging en waartoe op 15 juni 1981 en 11 juni 1985 is besloten, zullen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek naar evenredigheid deelnemen volgens het tijdschema dat voor de kapitaalsverhogingen is vastgesteld.
De bedragen die moeten worden gestort uit hoofde van lid 1 en van het nog te storten gedeelte van de kapitaalsverhoging waartoe op 15 juni 1981 is besloten, stemmen overeen met de aandelen in het kapitaal die de nieuwe Lid-Staten moeten storten, berekend volgens de bepalingen van artikel 5 van het Protocol betreffende de statuten van de Bank, waarin het door de Lid-Staten te storten percentage werd vastgesteld op 10,17857639% van het geplaatste kapitaal vóór de in lid 2 bedoelde kapitaalsverhoging van 11 juni 1985.
Artikel 9
Het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek dragen op de in artikel 8, lid 1, bedoelde data bij tot het reservefonds, de aanvullende reserve, de met reserves gelijk te stellen voorzieningen, alsmede het nog naar de reserves en voorzieningen over te boeken saldo van de verlies- en winstrekening, zoals deze zijn vastgesteld op 31 december van het jaar voorafgaande aan de toetreding en zoals deze voorkomen in de balans van de Bank, een en ander voor bedragen respectievelijk
Artikel 10
De in de artikelen 8 en 9 van dit Protocol bedoelde stortingen worden door het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek verricht in hun vrij over te maken nationale valuta.
Voor de berekening van de te storten bedragen wordt de koers voor de omrekening tussen de Ecu en de peseta respectievelijk de escudo gebruikt, die geldt op de laatste werkdag van de maand voorafgaande aan de betrokken stortingen. Deze berekeningswijze wordt ook gebruikt voor de aanpassing van het kapitaal als bedoeld in artikel 7 van het Protocol betreffende de statuten van de Bank, welke aanpassing ook van toepassing zal zijn op de reeds door het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek verrichte stortingen.
Artikel 11
Onmiddellijk bij de toetreding vult de Raad van Gouverneurs de Raad van Bewind aan door de benoeming van twee bewindvoerders aangewezen door het Koninkrijk Spanje en één bewindvoerder aangewezen door de Portugese Republiek, alsmede een plaatsvervanger aangewezen in onderlinge overeenstemming door het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek.
De ambtsperiode van de aldus benoemde bewindvoerders en plaatsvervanger loopt af aan het einde van de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs tijdens welke het jaarverslag over het boekjaar 1987 wordt behandeld.
Artikel 12
Binnen drie maanden na de toetreding benoemt de Raad van Gouverneurs op voorstel van de Raad van Bewind de in artikel 7 van dit Protocol bedoelde zesde vice-president.
De ambtsperiode van de aldus benoemde vice-president loopt af aan het einde van de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs tijdens welke het jaarverslag over het boekjaar 1987 wordt behandeld.
Artikel 1
De produkten van oorsprong uit de Canarische Eilanden of Ceuta en Melilla, alsmede de produkten van herkomst uit derde landen die op de Canarische Eilanden of in Ceuta en Melilla worden ingevoerd in het kader van de regelingen die aldaar op die produkten van toepassing zijn, worden bij het in het vrije verkeer brengen op het douanegebied van de Gemeenschap niet beschouwd als goederen die voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 9 en 10 van het EEG-Verdrag, noch als goederen in het vrije verkeer in de zin van het EGKS-Verdrag.
Het douanegebied van de Gemeenschap omvat niet de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla.
Behoudens andersluidende bepalingen in dit Protocol, zijn de besluiten van de Instellingen van de Gemeenschap op het gebied van de douanewetgeving voor het handelsverkeer met derde landen onder dezelfde voorwaarden van toepassing op het handelsverkeer tussen het douanegebied van de Gemeenschap enerzijds en de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla anderzijds.
Behoudens andersluidende bepalingen in dit Protocol zijn de autonome of conventionele besluiten van de Instellingen van de Gemeenschap betreffende de gemeenschappelijke handelspolitiek welke rechtstreeks verband houden met de invoer of de uitvoer van goederen, niet van toepassing op de Canarische Eilanden en op Ceuta en Melilla.
Behoudens andersluidende bepalingen in de Toetredingsakte, met inbegrip van dit Protocol, past de Gemeenschap in haar handelsverkeer met de Canarische Eilanden en met Ceuta en Melilla voor de produkten die onder bijlage II van het EEG-Verdrag vallen, de algemene regeling toe welke zij toepast ten aanzien van derde landen.
Artikel 2
Onder voorbehoud van de artikelen 3 en 4 van dit Protocol, geldt voor de produkten van oorsprong uit de Canarische Eilanden en uit Ceuta en Mililia, wanneer zij op het douanegebied van de Gemeenschap in het vrije verkeer worden gebracht, een vrijstelling van douanerechten onder de voorwaarden neergelegd in de leden 2 en 3.
In het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap, wordt de in lid 1 bedoelde vrijstelling van douanerechten met ingang van 1 januari 1986 toegekend.
Wat de rest van het douanegebied van de Gemeenschap betreft, worden de douanerechten bij invoer van produkten van oorsprong uit de Canarische Eilanden of uit Ceuta en Melilla afgeschaft volgens hetzelfde ritme en onder dezelfde voorwaarden als bedoeld in de artikelen 30, 31 en 32 van de Toetredingsakte.
In afwijking van de leden 1 en 2 geldt voor tabaksfabrikaten van post 24.02 van het gemeenschappelijk douanetarief die op de Canarische Eilanden zijn vervaardigd, op het douanegebied van de Gemeenschap een vrijstelling van douanerechten in het kader van tariefcontingenten.
Deze contingenten worden door de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen geopend en verdeeld, waarbij als referentiegrondslag het gemiddelde van de drie meest gunstige van de vijf laatste jaren waarvoor statistieken beschikbaar zijn, wordt genomen. De Raad besluit op een zodanig tijdstip dat opening en verdeling van deze contingenten op 1 januari 1986 mogelijk is.
Ten einde te voorkomen dat deze regeling in een of meer Lid-Staten economische moeilijkheden veroorzaakt vanwege het feit dat de ingevoerde tabaksfabrikaten naar een andere Lid-Staat worden doorgezonden, stelt de Commissie na raadpleging van de Lid-Staten alle noodzakelijke methoden van administratieve samenwerking vast.
Artikel 3
Voor visserijprodukten van de posten 03.01, 03.02, 03.03, 05.15 A, 16.04, 16.05 en 23.01 B van het gemeenschappelijk douanetarief van oorsprong uit de Canarische Eilanden of uit Ceuta en Melilla, geldt onderstaande regeling in het kader van tariefcontingenten berekend per produkt en op de grondslag van het gemiddelde van de in de jaren 1982, 1983 en 1984 werkelijk afgezette hoeveelheden, onderscheidenlijk met als bestemming het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap enerzijds en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling anderzijds.
- -. Wanneer de produkten worden binnengebracht in het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap, komen zij in aanmerking voor vrijstelling van douanerechten. Deze produkten mogen niet worden beschouwd als produkten die in dit deel van Spanje in het vrije verkeer zijn in de zin van artikel 10 van het EEG-Verdrag, wanneer zij naar een andere Lid-Staat worden doorgezonden;
- -. Wanneer deze produkten in het vrije verkeer worden gebracht in de rest van het douanegebied van de Gemeenschap, komen zij in aanmerking voor een geleidelijke verlaging van de douanerechten volgens hetzelfde ritme en onder dezelfde voorwaarden als bedoeld in artikel 173 van de Toetredingsakte, mits de hand wordt gehouden aan de referentieprijzen.
Voor de in lid 1 bedoelde visserijprodukten geldt met ingang van 1 januari 1993 en voor bereidingen en conserven van sardinen van post 16.04 D van het gemeenschappelijk douanetarief met ingang van 1 januari 1996 een vrijstelling van douanerechten in het gehele douanegebied van de Gemeenschap in het kader van tariefcontingenten berekend per produkt en op de grondslag van de in de jaren 1982, 1983 en 1984 werkelijk afgezette produkten in het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap of uitgevoerd naar de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. Het in het vrije verkeer brengen van de op douanegebied van de Gemeenschap binnengebrachte produkten in het kader van deze tariefcontingenten is onderworpen aan het in acht nemen van de regels waarin de gemeenschappelijke ordening van de markten voorziet, en met name aan het in acht nemen van de referentieprijzen.
De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, jaarlijks de bepalingen vast betreffende de opening en de verdeling van de contingenten op de wijze bepaald in de leden 1 en 2. Voor 1986 besluit de Raad op een zodanig tijdstip dat opening en verdeling van de contingenten op 1 januari 1986 mogelijk is.
Artikel 4
Voor landbouwprodukten vermeld in bijlage A en van oorsprong uit de Canarische Eilanden, geldt, onder de voorwaarden van dit artikel wanneer zij in het douanegebied van de Gemeenschap in het vrije verkeer worden gebracht, vrijstelling van douanerechten in het kader van tariefcontingenten berekend op de grondslag van het gemiddelde van de in de jaren 1982, 1983 en 1984 werkelijk afgezette hoeveelheden, onderscheidenlijk met als bestemming het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap enerzijds en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling anderzijds:
- a). de volgende regeling geldt tot en met 31 december 1995 voor de hierboven bedoelde produkten die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen en tot en met 31 december 1992 voor de overige hierboven bedoelde produkten:
- -. in het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap geldt een vrijstelling van de douanerechten zonder toepassing, in voorkomend geval, van het stelsel van referentieprijzen;
- -. in de rest van het douanegebied van de Gemeenschap gelden dezelfde voorwaarden als die welke zijn vastgesteld voor dezelfde produkten van herkomst uit het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap, met inachtneming evenwel van het stelsel van referentieprijzen, voor zover er referentieprijzen van toepassing zijn.
- b). Met ingang van 1 januari 1996 geldt voor de hierboven bedoelde produkten die onder Verordening (EEG) nr. 1035/72 vallen en met ingang van 1 januari 1993 voor de overige hierboven bedoelde produkten een vrijstelling van douanerechten in het gehele douanegebied van de Gemeenschap, met inachtneming evenwel van het stelsel van referentieprijzen voor zover er referentieprijzen van toepassing zijn.
De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen tijdig de bepalingen vast die er toe strekken opening en verdeling van deze contingenten vanaf 1 januari 1986 mogelijk te maken.
- a). In afwijking van lid 1 geldt voor bananen van post 08.01 B van het gemeenschappelijk douanetarief van oorsprong uit de Canarische Eilanden, wanneer zij in het vrije verkeer worden gebracht in het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap, vrijstelling van douanerechten. De onder bovengenoemde regeling ingevoerde bananen kunnen niet worden beschouwd als bananen die zich in dit gedeelte van Spanje in het vrije verkeer bevinden in de zin van artikel 10 van het EEG-Verdrag, wanneer zij naar een andere Lid-Staat worden doorgezonden.
- b). Tot en met 31 december 1995 kan het Koninkrijk Spanje voor de onder a) bedoelde bananen die uit de andere Lid-Staten worden ingevoerd, de kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking handhaven die het onder het voordien geldende nationale stelsel op de invoer van deze produkten toepaste.
In afwijking van lid 2 van artikel 76 van de Toetredingsakte en tot de invoering van een gemeenschappelijke marktordening voor dit produkt, kan het Koninkrijk Spanje, voor zover zulks strikt noodzakelijk is voor handhaving van de nationale ordening, kwantitatieve invoerbeperkingen handhaven voor de onder a) bedoelde bananen, ingevoerd uit derde landen.
Artikel 5
Indien de toepassing van de in artikel 2, lid 2, bedoelde regeling zou leiden tot een aanmerkelijke groei van de invoer van bepaalde produkten van oorsprong uit de Canarische Eilanden of uit Ceuta en Melilla, waardoor producenten in de Gemeenschap schade kunnen leiden, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de toegang van deze produkten tot het douanegebied van de Gemeenschap aan bijzondere voorwaarden onderwerpen.
Indien, vanwege het niet toepassen van de gemeenschappelijke handelspolitiek en van het gemeenschappelijk douanetarief op de invoer van grondstoffen of van gedeeltelijk veredelde produkten op de Canarische Eilanden of in Ceuta en Melilla, de invoer van een produkt van oorsprong uit de Canarische Eilanden of uit Ceuta en Melilla ernstig nadeel veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor een produktieve activiteit die in een of meer Lid-Staten wordt uitgeoefend, kan de Commissie, op verzoek van een Lid-Staat of op eigen initiatief, passende maatregelen nemen.
Artikel 6
Voor produkten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap geldt bij invoer op de Canarische Eilanden of in Ceuta en Melilla vrijstelling van douanerechten en van heffingen van gelijke werking, onder de voorwaarden neergelegd in de leden 2 en 3.
De op de Canarische Eilanden en in Ceuta en Melilla bestaande douanerechten en de op de Canarische Eilanden bestaande heffing die bekend staat als „arbitrio insular - tarifa general”, worden geleidelijk afgeschaft ten aanzien van produkten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap, volgens hetzelfde ritme en onder dezelfde voorwaarden als voorgeschreven in de artikelen 30, 31 en 32 van de Toetredingsakte.
De heffing van de Canarische Eilanden die bekend staat als „arbitrio insular - tarifa especial”, wordt ten aanzien van produkten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap op 1 maart 1986 afgeschaft.
Deze heffing kan evenwel worden gehandhaafd bij de invoer van de produkten vermeld in de lijst die voorkomt in bijlage B, en wel ten belope van 90% van het naast elk van deze produkten in genoemde lijst vermelde recht, en op voorwaarde dat dit verlaagde recht op eenvormige wijze wordt toegepast op alle invoer van de betrokken produkten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap in zijn geheel. Genoemde heffing wordt uiterlijk op 1 januari 1993 afgeschaft, behalve indien de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit tot verlenging aan de hand van de ontwikkeling van de economische situatie op de Canarische Eilanden voor elk van de betrokken produkten.
Het bedrag van deze heffing mag op geen enkel tijdstip hoger zijn dan het peil van het Spaanse douanetarief zoals aangepast met het oog op de geleidelijke invoering van het gemeenschappelijk douanetarief.
Artikel 7
De douanerechten en heffingen van gelijke werking als deze rechten alsmede de regeling voor het handelsverkeer die worden toegepast op de invoer op de Canarische Eilanden en in Ceuta en Melilla van goederen van herkomst uit een derde land, mogen niet minder gunstig zijn dan die welke door de Gemeenschap worden toegepast overeenkomstig haar internationale verbintenissen of haar preferentiële regelingen ten opzichte van dit derde land, onder het voorbehoud dat dit derde land de invoer van herkomst uit de Canarische Eilanden en uit Ceuta en Melilla op dezelfde wijze behandelt als de invoer uit de Gemeenschap. De regeling die bij invoer op de Canarische Eilanden en in Ceuta en Melilla wordt toegepast ten aanzien van goederen van herkomst uit dit derde land, mag evenwel niet gunstiger zijn dan de regeling die wordt toegepast ten aanzien van de invoer van produkten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap.
Artikel 8
De regeling die van toepassing is op het goederenverkeer tussen de Canarische Eilanden enerzijds en Ceuta en Melilla anderzijds is tenminste even gunstig als die welke uit hoofde van artikel 6 van toepassing is.
Artikel 9
Op voorstel van de Commissie stelt de Raad vóór 1 maart 1986 met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de voorschriften voor de toepassing van dit Protocol vast en met name de oorsprongregels die van toepassing zijn in het handelsverkeer bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 6 en 8, met inbegrip van de bepalingen betreffende de identificatie van de produkten van oorsprong en de controle van de oorsprong.
Deze regels zullen met name bepalingen bevatten inzake het merken en/of etiketteren van produkten, de voorwaarden voor het registreren van vaartuigen, de toepassing van de regel van cumulatie van oorsprong voor visserijprodukten, alsmede bepalingen om de oorsprong van de produkten te kunnen vaststellen.
Tot en met 28 februari 1986 blijven van toepassing:
- -. in het handelsverkeer tussen het douanegebied van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling enerzijds en de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla anderzijds: de oorsprongregels bedoeld in de Overeenkomst van 1970 tussen de Europese Economische Gemeenschap en Spanje;
- -. in het handelsverkeer tussen het gedeelte van Spanje dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap enerzijds en de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla anderzijds: de oorsprongregels die zijn vervat in de nationale bepalingen die op 31 december 1985 gelden.
Artikel 1
Behoudens voor de produkten die onder Bijlage II van het EEG-Verdrag vallen, passen Spanje en Portugal, onder voorbehoud van de bepalingen van het onderhavige protocol, in hun handelsverkeer de behandeling toe die is overeengekomen tussen elk hunner enerzijds en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling anderzijds, zoals deze is omschreven in titel II, hoofdstuk 1 en titel III, hoofdstuk 1, van het vierde deel van de Toetredingsakte.
Het Koninkrijk Spanje past op produkten van oorsprong uit Portugal die onder de hoofdstukken 25 tot en met 99 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen, met uitzondering van de produkten waarop de Verordeningen (EEG) nr. 2783/75, nr. 3033/80 en nr. 3035/80 van toepassing zijn, dezelfde regeling toe als die welke de Gemeenschap in haar huidige samenstelling ten opzichte van Portugal toepast - inzonderheid wat betreft de afschaffing van douanerechten en heffingen van gelijke werking, alsmede van kwantitatieve beperkingen bij in- en uitvoer en maatregelen van gelijke werking - op goederen die onder het EEG-Verdrag vallen en die in Portugal voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 9 en 10 van dat Verdrag, alsmede op goederen die onder het EGKS-Verdrag vallen en overeenkomstig dat Verdrag in Portugal in het vrije verkeer zijn.
Op de produkten van oorsprong uit Spanje die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 99 van het gemeenschappelijk douanetarief, met uitzondering van de produkten waarop de Verordeningen (EEG) nr. 2783/75, nr. 3033/80 en nr. 3035/80 van toepassing zijn, past de Portugese Republiek dezelfde regeling toe als die welke zij toepast ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.
De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vóór 1 maart 1986 de oorsprongregels vast die van toepassing zijn op het handelsverkeer tussen Spanje en Portugal.
Artikel 2
Voor de toepassing van artikel 48 van de Toetredingsakte ten aanzien van de produkten die voorkomen in de lijst in bijlage A, vindt de in lid 3 van genoemd artikel bedoelde afschaffing van de exclusieve rechten tot invoer in Spanje plaats door de geleidelijke opening met ingang van 1 maart 1986 van invoercontingenten voor produkten van oorsprong uit Portugal. De volumes van de contingenten voor 1986 worden in genoemde lijst vermeld.
Het Koninkrijk Spanje vergroot de volumes van de contingenten onder de in voornoemde bijlage vermelde voorwaarden. De in percentages uitgedrukte verhogingen worden bij elk contingent opgeteld en de volgende verhoging wordt berekend op het aldus verkregen totaalcijfer.
Artikel 3
In afwijking van artikel 1 voert het Koninkrijk Spanje voor produkten van oorsprong uit Portugal welke voorkomen in bijlage B, van 1 maart 1986 toten met 31 december 1990 tarief plafonds in met vrijstelling van rechten. Wanneer deze plafonds worden bereikt, kan het Koninkrijk Spanje tot het einde van het lopende kalenderjaar opnieuw douanerechten invoeren die gelijk zijn aan die welke het op dat tijdstip toepast ten aanzien van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.
De plafonds voor 1986 worden in bijlage B vermeld en het jaarlijkse ritme van de geleidelijke verhoging is als volgt:
- -. 1987: 10%
- -. 1988: 12%
- -. 1989: 14%
- -. 1990: 16%.
De verhoging wordt bij elk contingent opgeteld en de volgende verhoging wordt berekend op het aldus verkregen totaalcijfer.
De in lid 1 bedoelde regeling van tariefplafonds is in 1990 ook van toepassing op de in bijlage C vermelde textielprodukten.
Het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek kunnen de invoer van de in bijlage B vermelde produkten tot en met 31 december 1990 aan een voorafgaand toezicht onderwerpen, zulks uitsluitend voor statistische doeleinden.
Het Koninkrijk Spanje kan de invoer van de in bijlage C vermelde produkten in 1990 aan een voorafgaand toezicht onderwerpen, zulks uitsluitend voor statistische doeleinden.
De invoer van bovenbedoelde produkten mag in ieder geval geen vertraging oplopen ten gevolge van de toepassing van dit statistische toezicht.
Artikel 4
Tot en met 31 december 1990 kan het Koninkrijk Spanje, uitsluitend voor statistische doeleinden, een voorafgaand toezicht instellen op de invoer van de volgende produkten van oorsprong uit Portugal:
| Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief | Omschrijving |
|---|---|
| 47.01 | Papierstof |
| 48.01 | Papier en karton, cellulosewatten daaronder begrepen, op rollen of in bladen |
De invoer van bovenbedoelde produkten mag in ieder geval geen vertraging oplopen ten gevolge van de toepassing van dit statistische toezicht.
De Portugese Republiek kan, onder de in lid 1 bedoelde voorwaarden en binnen de aldaar vermelde termijn, op de in lid 1 bedoelde produkten van oorsprong uit Spanje een voorafgaand toezicht bij invoer toepassen, zulks uitsluitend voor statistische doeleinden.
Artikel 5
Tot en met 31 december 1988 kan de Portugese Republiek, uitsluitend voor statistische doeleinden, een voorafgaand toezicht instellen op de invoer van de volgende produkten van oorsprong uit Spanje:
- a). produkten die onder het EGKS-Verdrag vallen;
- b).
| Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief | Omschrijving |
|---|---|
| 73.14 | IJzerdraad en staaldraad, ook indien overtrokken, met uitzondering van geïsoleerd draad voor het geleiden van elektriciteit |
| 73.15 | Gelegeerd staal en koolstofdraad, in de vormen aangeduid in de posten 73.06 tot en met 73.14: |
| A. Koolstofstaal: | |
| ex VIII. Draad, ook indien overtrokken, met uitzondering van geïsoleerd draad voor het geleiden van elektriciteit: | |
| - niet bekleed | |
| 73.18 | Buizen en pijpen (ook indien niet afgewerkt), van ijzer of van staal, met uitzondering van de artikelen bedoeld bij de post 73.19 |
De invoer van bovenbedoelde produkten mag in ieder geval geen vertraging oplopen ten gevolge van de toepassing van dit statistische toezicht.
De twee partijen kunnen in onderling overleg deze regeling van statistisch toezicht uiterlijk tot en met 31 december 1990 verlengen. Indien zij geen overeenstemming bereiken kan de Commissie, op verzoek van een dezer Staten, besluiten deze regeling te verlengen, indien zij ernstige verstoringen op de Portugese markt vaststelt.
De Portugese Republiek kan tot en met 31 december 1992, onder de in lid 1, tweede alinea, gestelde voorwaarden, uitsluitend voor statistische doeleinden, een voorafgaand toezicht instellen op de invoer van de volgende produkten van oorsprong uit Spanje:
| Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief | Omschrijving |
|---|---|
| 22.02 | Limonade (gearomatiseerd mineraalwater en gearomatiseerd spuitwater daaronder begrepen) en andere alcoholvrije dranken, met uitzondering van de vruchten groentesappen bedoeld bij post 20.07 |
| 22.03 | Bier |
Het Koninkrijk Spanje kan tot en met 31 december 1992, onder de in lid 1, tweede alinea, gestelde voorwaarden, uitsluitend voor statistische doeleinden, een voorafgaand toezicht instellen op de invoer van de in bijlage VII van de Toetredingsakte vermelde produkten en gedistilleerde dranken van post 22.09 C van het gemeenschappelijk douantarief, van oorsprong uit Portugal.
Artikel 6
Tot en met 31 december 1990 plegen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, voor de in artikel 4 bedoelde produkten, overleg in geval van plotselinge en belangrijke wijzigingen in hun traditionele handelsstromen, zulks binnen ten hoogste vijf werkdagen nadat een van deze Lid-Staten daarom heeft verzocht, om de situatie te bespreken en overeenstemming over eventuele maatregelen te bereiken.
Tot en met 31 december 1988 plegen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, voor de in artikel 5, lid 1, bedoelde produkten, overleg in geval van plotselinge en belangrijke wijzigingen van de invoer in Portugal van produkten van oorsprong uit Spanje, zulks binnen ten hoogste vijf werkdagen nadat het verzoek door het Koninkrijk Spanje is ontvangen, om de situatie te bespreken en overeenstemming over eventuele maatregelen te bereiken.
Indien het in de leden 1 en 2 bedoelde overleg niet leidt tot overeenstemming tussen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, stelt de Commissie, met inachtneming van de criteria betreffende de vrijwaringsclausule vermeld in artikel 379 van de Toetredingsakte, via een spoedprocedure de vrijwaringsmaatregelen vast die zij noodzakelijk acht, waarbij zij tevens de toepassingsvoorwaarden en -voorschriften bepaalt.
Artikel 7
Indien de in de artikelen 72 en 240 van de Toetredingsakte bedoelde compenserende bedragen of het in artikel 270 bedoelde mechanisme van compenserende bedragen in het handelsverkeer tussen Spanje en Portugal worden toegepast op een of meer van de basisprodukten die geacht worden te zijn gebruikt bij de vervaardiging van goederen die vallen onder Verordening (EEG) mr. 3033/80 van de Raad van 11 november 1980 tot vaststelling van de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde goederen, verkregen door verwerking van landbouwprodukten, worden de toepasselijke overgangsmaatregelen vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 53 en 213 van voornoemde Akte. De in het handelsverkeer tussen Spanje en Portugal toepasselijke compenserende bedragen worden geheven of toegekend door de Staat waar de prijzen van de betrokken landbouwbasisprodukten het hoogst zijn.
Het douanerecht dat het vaste element vormt van de belasting die op de toetredingsdatum van toepassing is bij invoer in Portugal van herkomst uit Spanje en vice versa van goederen die onder Verordening (EEG) nr. 3033/80 vallen, wordt vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 53 en 213 van de Toetredingsakte.
Indien voor de in bijlage XIX bij voornoemde Akte vermelde produkten het douanerecht dat het vaste element vormt van de door Portugal toegepaste belasting bij invoer van herkomst uit Spanje, berekend overeenkomstig voornoemde bepalingen, lager is dan de in die bijlage vermeld rechten, zijn laatstgenoemde rechten evenwel van toepassing.
Indien dit douanerecht voor deze produkten hoger is dan het douanerecht dat het vaste element vormt van de door Portugal toegepaste belasting bij invoer uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, is laatstgenoemd recht van toepassing.
De vorige alinea is niet van toepassing op chocolade en andere voedingsmiddelen, welke cacao bevatten van post 18.06 van het gemeenschappelijk douanetarief. Ten aanzien van deze produkten mag het vaste element van de door Portugal toegepaste belasting bij invoer van herkomst uit Spanje niet hoger zijn dan 30%.
Artikel 8
Met inachtneming van de geldende voorschriften en met name van die betreffende communautair douanevervoer, stelt de Commissie de methoden van administratieve samenwerking vast om te waarborgen dat de in het onderhavige protocol vermelde behandeling inderdaad wordt toegepast op goederen die aan de gestelde voorwaarden voldoen.
Deze methoden omvatten met name maatregelen om te waarborgen dat de goederen waarop voornoemde behandeling in Spanje of Portugal is toegepast, wanneer zij worden doorgezonden naar de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, dezelfde behandeling krijgen als die welke zou zijn toegepast indien zij rechtstreeks zouden zijn ingevoerd.
Tot en met 28 februari 1986 blijven de regelingen die momenteel gelden voor de handelsbetrekkingen tussen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, van toepassing in het handelsverkeer tussen Spanje en Portugal.
De Commissie stelt de bepalingen vast die met ingang van 1 maart 1986 van toepassing zijn in het handelsverkeer tussen Spanje en Portugal in goederen die in Spanje of Portugal zijn verkregen en bij de vervaardiging waarvan de volgende produkten zijn gebruikt:
- -. produkten die niet onderworpen zijn geweest aan de douanerechten en heffingen van gelijke werking die in Spanje of in Portugal op deze produkten van toepassing waren, of die een gehele of gedeeltelijke terugbetaling van deze rechten of heffingen hebben genoten;
- -. landbouwprodukten die niet voldoen aan de voorwaarden om in Spanje of Portugal tot het vrije verkeer te worden toegelaten.
Bij het vaststellen van deze bepalingen houdt de Commissie rekening met de voorschriften in de Toetredingsakte inzake de afschaffing van de douanerechten tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Spanje en Portugal en inzake de geleidelijke toepassing door het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek van het gemeenschappelijk douanetarief en van de bepalingen betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Artikel 9
Behoudens andersluidende bepalingen in de Toetredingsakte en het onderhavige protocol, zijn de geldende bepalingen inzake douanewetgeving met betrekking tot het handelsverkeer met derde landen onder dezelfde voorwaarden van toepassing in het handelsverkeer tussen Spanje en Portugal zolang in dit handelsverkeer douanerechten worden geheven.
Voor de bepaling van de douanewaarde in het handelsverkeer tussen Spanje en Portugal, alsmede in het handelsverkeer met derde landen tot en met:
- -. 31 december 1992 voor industriële produkten en
- -. 31 december 1995 voor landbouwprodukten,
is het in aanmerking te nemen douanegebied het douanegebied omschreven in de op 31 december 1985 in het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek geldende wetgeving.
Met ingang van 1 maart 1986 passen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek in hun handelsverkeer de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief en van het eengemaakte EGKS-tarief toe.
Artikel 10
De Portugese Republiek past in het kader van haar handelsverkeer met de Canarische Eilanden en Ceuta en Melilla de specifieke regelingen toe die dienaangaande zijn overeengekomen tussen de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en het Koninkrijk Spanje en die zijn neergelegd in protocol nr. 2.
Artikel 11
Onverminderd artikel 1, lid 2, tweede alinea, stelt de Commissie onmiddellijk bij de toetreding alle toepassingsmaatregelen vast die noodzakelijk zouden kunnen blijken met het oog op de tenuitvoerlegging van het onderhavige protocol, inzonderheid de toepassingsvoorschriften betreffende het in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde toezicht.
1
Er wordt een specifieke regeling ingesteld voor het verrichten van activiteiten ter aanvulling van visserijactiviteiten door vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat van de Gemeenschap voeren in de wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van een derde land vallen in het kader van de bij visserijovereenkomsten tussen de Gemeenschap en de betrokken derde landen ingestelde tegenprestaties.
2
De activiteiten die beschouwd kunnen worden als aanvulling op visserijactiviteiten onder de voorwaarden en binnen de grenzen nader aangegeven in de leden 3 en 4 hebben betrekking op:
- -. de behandeling op het grondgebied van het betrokken derde land van de vangsten die door schepen die de vlag van een Lid-Staat van de Gemeenschap voeren zijn gedaan in de wateren van dit derde land uit hoofde van de visserijactiviteiten die voortvloeien uit de uitvoering van een visserijovereenkomst, ten einde deze produkten op de markt van de Gemeenschap te brengen onder de tariefposten van hoofdstuk 03 van het gemeenschappelijk douanetarief;
- -. de aanvoer, de overlading aan boord van een vaartuig dat de vlag van een Lid-Staat van de Gemeenschap voert en die plaatsvindt in het kader van door een dergelijke overeenkomst voorziene activiteiten, van visserijprodukten van hoofdstuk 03 van het gemeenschappelijk douanetarief, met het oog op het vervoer en de eventuele bewerking van deze produkten ten einde deze op de markt van de Gemeenschap te brengen.
3
Het invoeren in de Gemeenschap van produkten die het voorwerp zijn geweest van de in lid 2 bedoelde activiteiten, vindt plaats met gedeeltelijke of gehele schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief of onder een bijzondere heffingsregeling, onder de voorwaarden en binnen de aanvullende grenzen die jaarlijks worden vastgesteld in het kader van de omvang van de vangstmogelijkheden die voortvloeien uit de betrokken overeenkomsten en de daarbij behorende uitvoeringsbepalingen.
4
De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, vóór 1 maart 1986 de algemene voorschriften voor de toepassing van deze regeling en inzonderheid de criteria voor de verdeling van de betrokken hoeveelheden vast.
De aanpassingen van deze regeling die in het licht van de opgedane ervaring nodig zouden kunnen blijken, worden volgens dezelfde procedure vastgesteld.
De wijze van toepassing van deze regeling alsmede de betrokken hoeveelheden worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3796/81.
De bijdragen van de nieuwe Lid-Staten aan het vermogen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal worden als volgt vastgesteld:
het Koninkrijk Spanje: 54400000 Ecu
de Portugese Republiek: 2475000 Ecu.
De storting van deze bijdragen vindt plaats:
Elk gedeelte wordt gestort in vrij convertibele nationale munt van elk der nieuwe Lid-Staten.
1
Het Koninkrijk Spanje opent met ingang van 1 januari 1986 jaarlijks tariefcontingenten voor de invoer van automobielen voor personenvervoer, met explosiemotor of met verbrandingsmotor, met uitzondering van touringcars en autobussen, van post 87.02 A I b) van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. Het douanerecht dat binnen de grenzen van dit tariefcontingent van toepassing is, bedraagt 17,4%. Het contingent vervalt op 31 december 1988.
Het basisvolume van het tariefcontingent bedraagt 32 000 automobielen. Het wordt op 1 januari 1987 op 36 000 eenheden en op 1 januari 1988 op 40000 eenheden gebracht.
2
De jaarlijkse volumes worden in twee gedeelten gesplitst.
De eerste gedeelten worden onderverdeeld in vier categorieën met de volgende cilinderinhoud:
- -. minder dan 1 275 kubieke centimeter,
- -. 1 275 tot en met 1 990 kubieke centimeter,
- -. meer dan 1 990 tot en met 2600 kubieke centimeter,
- -. meer dan 2600 kubieke centimeter.
De tweede gedeelten vormen de reserves.
De eerste gedeelten worden als volgt verdeeld:
- a). voor 1986: 28000 eenheden waarvan: 3 000 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van minder dan 1275 kubieke centimeter, 13000 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van 1 275 tot en met 1 990 kubieke centimeter, 11 000 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 1 990 tot en met 2600 kubieke centimeter, 1 000 eenheden voor de categorie met een cilinder inhoud van meer dan 2600 kubieke centimeter;
- b). voor 1987: 32000 eenheden waarvan: 3 400 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van minder dan I 275 kubieke centimeter, 14850 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van 1 275 tot en met 1990 kubieke centimeter, 12600 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 1 990 tot en met 2 600 kubieke centimeter, 1 150 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 2600 kubieke centimeter;
- c). voor 1988: 36000 eenheden waarvan 3 850 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van minder dan 1275 kubieke centimeter, 16700 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van 1 275 tot en met 1990 kubieke centimeter, 14150 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 1990 tot en met 2600 kubieke centimeter. 1 300 eenheden voor de categorie met een cilinderinhoud van meer dan 2600 kubieke centimeter.
De jaarlijkse reserve van 4000 voertuigen voor elk van de jaren 1986, 1987 en 1988 dekt de invoer van voertuigen ongeacht de cilinderinhoud. Tot deze reserve worden evenwel uitsluitend automobielen van oorsprong uit Italië en het Verenigd Koninkrijk toegelaten, zulks naar rato van 2000 voertuigen voor elk dezer Lid-Staten.
3
De bepalingen inzake beheer en toepassing van het jaarlijks tariefcontingent dienen met name de waarborg te bieden dat alle in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gebouwde automobielen gelijkelijk en zonder onderbreking toegang tot deze contingenten hebben en dat het voor deze contingenten bepaalde invoerrecht zonder onderbreking wordt toegepast ten aanzien van alle producenten van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling totdat het contingent is uitgeput. Voorts moeten deze bepalingen zodanig zijn dat het contingent aan het einde van elk jaar volledig is benut.
Jaarlijks onderzoeken het Koninkrijk Spanje en de Commissie op 1 oktober gezamenlijk de mate waarin van het jaarlijkse tariefcontingent gebruik is gemaakt.
4
Het Koninkrijk Spanje stelt de Commissie op 15 maart, 15 mei, 15 juli, 15 september, 15 november en 15 januari van elk jaar in kennis van:
- -. de staat van uitputting van elk deel van het contingent,
- -. de eventuele toename van de volumes van de verschillende delen, door opneming uit de reserve,
- -. terugstorting in de reserve,
- -. de stand van de reserve,
- -. andere gegevens die de Commissie noodzakelijk acht.
5
Alvorens het Koninkrijk Spanje overgaat tot tenuitvoerlegging van bepalingen ter toepassing van dit protocol, in welke vorm dan ook, met inbegrip van decreten, richtlijnen en administratieve instructies, moeten deze bepalingen aan de Commissie worden voorgelegd, ten einde haar in staat te stellen na te gaan of zij verenigbaar zijn met het Verdrag, de Toetredingsakte en, in het bijzonder, dit Protocol. Het Koninkrijk Spanje stelt de Commissie in kennis van elke wijziging van deze bepalingen.
1
De in artikel 43 bedoelde contingenten zijn globaal en staan zonder discriminatie open voor alle huidige Lid-Staten. Zij staan zonder beperking open voor alle ondernemers.
2
De contingenten worden aan het begin van het kalenderjaar in één enkel gedeelte geopend.
Het Koninkrijk Spanje kan deze contingenten evenwel in twee gelijke gedeelten openen, waarbij het tweede gedeelte aan het begin van het tweede halfjaar wordt geopend. In dat geval wordt het overschot van het eerste gedeelte overgedragen naar het tweede gedeelte ten einde de hand te houden aan het totale jaarlijkse bedrag.
3
Het Koninkrijk Spanje stelt de Commissie jaarlijks of halfjaarlijks in kennis van de opening van de contingenten en maakt deze officieel bekend.
4
De termijn voor de indiening van een aanvraag om een vergunning bedraagt ten minste vier weken te rekenen vanaf de bekendmaking of de kennisgeving; wanneer deze termijn is verstreken, verleent het Koninkrijk Spanje de vergunningen uiterlijk binnen twintig werkdagen.
5
De invoervergunning is ten minste zes maanden geldig.
6
Het Koninkrijk Spanje verschaft de Commissie halfjaarlijkse gegevens over de benutting van de contingenten.
1
Het Koninkrijk Spanje verbindt zich ertoe de Spaanse octrooiwetgeving onmiddellijk bij de toetreding verenigbaar te maken met de beginselen van het vrije verkeer van goederen en met het peil van de bescherming van de industriële eigendom dat in de Gemeenschap is bereikt, in het bijzonder inzake de regels voor contractuele licenties, gedwongen exclusieve licenties, de verplichting tot exploitatie van het octrooi alsmede het introductieoctrooi.
Te dien einde zal er een nauwe samenwerking tot stand worden gebracht tussen de diensten van de Commissie en de Spaanse autoriteiten; die samenwerking zal zich ook uitstrekken tot de problemen in verband met de overgang van de huidige Spaanse wetgeving naar de nieuwe wetgeving.
2
Het Koninkrijk Spanje zal in zijn nationale wetgeving een bepaling inzake de omkering van de bewijslast invoeren, overeenkomend met artikel 75 van het Verdrag van Luxemburg van 15 december 1975 (Gemeenschapsoctrooiverdrag).
Deze bepaling zal onmiddellijk bij de toetreding worden toegepast op de nieuwe werkwijzeoctrooien die vanaf de datum van toetreding worden gedeponeerd.
Op vóór die datum gedeponeerde octrooien zal deze bepaling uiterlijk op 7 oktober 1992 worden toegepast.
Deze bepaling geldt evenwel niet indien de rechtsvordering ter zake van inbreuk wordt ingesteld tegen de houder van een ander werkwijzeoctrooi voor de vervaardiging van hetzelfde produkt als het produkt dat het resultaat is van de werkwijze waarop de eiser een octrooi heeft, indien dit andere octrooi vóór de datum van toetreding is verleend. Het Koninkrijk Spanje zal echter met ingang van de datum van toetreding artikel 273 van zijn thans geldende octrooiwet intrekken.
In de gevallen waarin de omkering van de bewijslast niet van toepassing is, kan het Koninkrijk Spanje de bewijslast voor de inbreuk blijven leggen bij de octrooihouder. In al deze gevallen moet het Koninkrijk Spanje echter met ingang van 7 oktober 1992 in zijn wetgeving een gerechtelijke procedure opnemen, het zogenaamde „beschrijvende beslag”.
Onder beschrijvend beslag wordt in het kader van het in de voorgaande alinea's bedoelde systeem een procedure verstaan volgens welke iedere persoon die gerechtigd is een rechtsvordering ter zake van inbreuk in te stellen, bij een op zijn verzoek gedane rechterlijke uitspraak, kan verkrijgen dat een deurwaarder, bijgestaan door deskundigen, op de plaats waar de vermoedelijke inbreukmaker is gevestigd, overgaat tot een gedetailleerde beschrijving van de betwiste werkwijzen, met name door het maken van fotokopieën van technische documenten, al dan niet met zakelijk beslag. In deze rechterlijke uitspraak kan het betalen van een borgsom worden gelast, die bestemd is om aan de vermoedelijke inbreukmaker schadevergoeding toe te kennen wanneer door het beschrijvend beslag schade is veroorzaakt.
3
Het Koninkrijk Spanje zal tot het Verdrag van München van 5 oktober 1973 inzake het Europese Octrooi toetreden binnen de termijnen die nodig zijn om zich, uitsluitend voor chemische en farmaceutische produkten, te kunnen beroepen op de bepalingen van artikel 167 van genoemd Verdrag.
In dit verband, en er rekening mee houdend dat de door het Koninkrijk Spanje aangegane verbintenis onder 1. wordt nagekomen, verbinden de Lid-Staten van de Gemeenschap, als verdragsluitende partijen bij het Verdrag van München, zich ertoe, alles in het werk te stellen om ingeval het Koninkrijk Spanje overeenkomstig genoemd Verdrag een verzoek zou indienen, te zorgen voor een verlenging van de geldigheidsduur van het voorbehoud als bedoeld in voornoemd artikel 167, tot na 7 oktober 1987 en voor de in het Verdrag van München bedoelde maximumperiode. Indien geen verlenging van genoemd voorbehoud wordt verkregen, kan het Koninkrijk Spanje zich beroepen op artikel 174 van het Verdrag van München, met dien verstande dat het hoe dan ook uiterlijk op 7 oktober 1992 tot dit Verdrag toetreedt.
4
Bij het verstrijken van bovengenoemde uitzonderingsbepaling zal het Koninkrijk Spanje tot het Gemeenschapsoctrooiverdrag toetreden.
Het Koninkrijk Spanje kan zich op artikel 95, lid 4, van dit Verdrag beroepen met het oog op de louter technische aanpassingen die nodig zijn in verband met de toetreding van die Staat tot dit Verdrag, met dien verstande evenwel dat zulks in geen geval mag leiden tot uitstel van de toetreding van het Koninkrijk Spanje tot het Verdrag van Luxemburg tot na genoemde datum.
Artikel 1
Het Koninkrijk Spanje controleert onder de in de artikelen 2, 3 en 4 neergelegde voorwaarden tot en met 31 december 1989 de uitvoer naar de huidige Lid-Staten van de in de lijst in bijlage A bedoelde produkten op basis van de in die lijst vermelde hoeveelheden.
Artikel 2
De Gemeenschap en het Koninkrijk Spanje brengen voor de toepassingsduur van artikel 1 een administratieve samenwerking tot stand overeenkomstig bijlage B.
Artikel 3
Na voorafgaande kennisgeving aan de Commissie kan het Koninkrijk Spanje op haar uitvoer naar de huidige Lid-Staten van de in de lijst in bijlage A vermelde produkten de in bijlage C bedoelde flexibiliteitsbepalingen toepassen.
Artikel 4
De Commissie en de bevoegde instanties van het Koninkrijk Spanje plegen waar nodig overleg om te voorkomen dat zich situaties voordoen die vrijwaringsmaatregelen vergen.
Artikel 5
Indien de in bijlage A vermelde hoeveelheden zijn bereikt of indien plotselinge belangrijke afwijkingen ten opzichte van de traditionele handelsstromen worden geconstateerd voor de invoer in de huidige Lid-Staten van de in Bijlage B, paragraaf 1, vermelde produkten, stelt de Commissie, op verzoek van de betrokken Lid-Staat en volgens de in artikel 379, lid 2, van de Akte bedoelde spoedprocedure, de vrijwaringsmaatregelen vast die zij noodzakelijk acht.
Indien plotselinge belangrijke afwijkingen ten opzichte van de traditionele handelsstromen worden geconstateerd voor de invoer in Spanje van de in Bijlage B, paragraaf 9, vermelde produkten, stelt de Commissie, op verzoek van het Koninkrijk Spanje en volgens de in artikel 379, lid 2, van de Akte bedoelde spoedprocedure de vrijwaringsmaatregelen vast die zij noodzakelijk acht.
1
De herstructureringsplannen van de Spaanse ijzer- en staalondernemingen moeten ertoe leiden dat de productiecapaciteit van de Spaanse ijzer- en staalindustrie voor wat betreft warmgewalste EGKS-produkten aan het einde van de in artikel 52 bedoelde periode niet meer bedraagt dan 18 miljoen ton; zij moeten verenigbaar zijn met de vóór de datum van toetreding aangenomen laatste „Algemene doelstellingen staal”.
2
Onmiddellijk bij de toetreding onderzoeken de Commissie en de Spaanse Regering gezamenlijk de mate waarin de reeds door de Spaanse Regering goedgekeurde en officieel op 24 juli en 1 augustus 1984 aan de Commissie toegezonden plannen zijn uitgevoerd, alsmede de levensvatbaarheid van de ijzer- en staalondernemingen waarop deze plannen betrekking hebben.
3
Ingeval de levensvatbaarheid van deze ondernemingen aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding niet op bevredigende wijze zou zijn gewaarborgd, zal de Commissie, na het advies van de Spaanse Regering te hebben ingewonnen, aan het einde van het eerste jaar na de toetreding voorstellen deze plannen aan te vullen om te bereiken dat deze ondernemingen aan het slot van de looptijd van die plannen wel levensvatbaar zijn.
4
De Commissie en de Spaanse Regering zullen onmiddellijk bij de toetreding eveneens een onderzoek instellen naar de levensvatbaarheid van de ondernemingen waarvoor de in punt 2 bedoelde plannen niet voorzien in de uitkering van enigerlei steun na de toetreding. Ingeval de levensvatbaarheid van die ondernemingen niet op bevredigende wijze zou zijn gegarandeerd aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding, zal de Commissie, na het advies van de Spaanse Regering te hebben ingewonnen, aan het einde van het eerste jaar na de toetreding voorstellen voor herstructureringsmaatregelen doen om te bereiken dat deze ondernemingen uiterlijk aan het einde van bovengenoemde periode van drie jaar wel levensvatbaar zijn.
5
Eventuele steun voor de Spaanse ijzer- en staalindustrie in het kader van de aanvullende plannen als bedoeld in punt 3 of van de maatregelen als bedoeld in punt 4, zullen tevoren en uiterlijk aan het einde van het eerste jaar na de toetreding door de Spaanse Regering aan de Commissie worden meegedeeld. De Spaanse Regering legt haar projecten alleen met toestemming van de Commissie ten uitvoer.
De Commissie zal deze projecten beoordelen aan de hand van criteria en volgens de procedures die zijn omschreven in de bijlage bij dit protocol.
6
Gedurende de in artikel 52 van de Toetredingsakte bedoelde periode moeten de Spaanse leveranties van ijzer- en staalprodukten EGKS op de rest van de communautaire markt aan de volgende voorwaarden voldoen:
- a). de omvang van de Spaanse leveranties in de rest van de Gemeenschap gedurende het eerste jaar volgende op de toetreding zal door de Commissie, met instemming van de Spaanse Regering en na overleg met de Raad, worden vastgesteld tijdens het jaar dat aan de toetreding voorafgaat. Indien op de datum van toetreding op dit punt geen overeenstemming is bereikt, zal de omvang van de leveranties uiterlijk twee maanden na de toetreding door de Commissie, met instemming van de Raad, worden vastgesteld. Aangezien deze leveranties evenwel moeten worden vrijgemaakt zodra de overgangsregeling is verstreken, kan de omvang van deze leveranties, met het oog op een harmonische overgang, vóór het einde van genoemde regeling worden vergroot, waarbij het peil van het eerste jaar wordt beschouwd als een benedengrens. Elke verhoging vindt plaats aan de hand van:
- -. de mate waarin de Spaanse herstructureringsplannen voortgang vinden, rekening houdend met wezenlijke elementen betreffende het herstel van de levensvatbaarheid van de ondernemingen en de noodzakelijke maatregelen om deze levensvatbaarheid te bereiken, en
- -. maatregelen in de ijzer- en staalindustrie die na de toetreding in de Gemeenschap eventueel van kracht zijn, zodat Spanje niet minder gunstig wordt behandeld dan derde landen;
- b). de Spaanse Regering verbindt zich ertoe om onmiddellijk bij de toetreding onder haar eigen verantwoordelijkheid en in overleg met de Commissie een stelsel in te voeren voor de controle op de leveranties op de rest van de communautaire markt, zodat de stipte naleving van de kwantitatieve verbintenissen die zijn overeengekomen of vastgesteld uit hoofde van het bepaalde onder a), wordt gegarandeerd.
Dit stelsel moet verenigbaar zijn met andere marktregulerende maatregelen die eventueel worden genomen tijdens de drie jaar volgende op de datum van toetreding en mag de mogelijkheid om de overeengekomen hoeveelheden te leveren niet in gevaar brengen.
De Commissie stelt de Raad op gezette tijden in kennis van de betrouwbaarheid en de doelmatigheid van dit stelsel. Mocht het stelsel ongeschikt blijken te zijn dan treft de Commissie, met instemming van de Raad, passende maatregelen.
1
Alle specifieke of niet-specifieke steun ten behoeve van de ijzer- en staalindustrie, door de Spaanse Staat of uit staatsmiddelen gefinancierd in welke vorm dan ook, kan alleen verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt indien daarbij de in punt 2 aangegeven algemene regels in acht worden genomen en aan de bepalingen van de punten 3 tot en met 6 wordt voldaan. Deze steun wordt alleen ten uitvoer gelegd in overeenstemming met de in deze bijlage aangegeven procedures.
Het begrip steun omvat eveneens de steun die door lagere territoriale overheden wordt verleend, alsook de steunelementen die eventueel zijn vervat in de financieringsmaatregelen van de Spaanse Staat ten aanzien van de rechtstreeks of zijdelings door haar gecontroleerde ijzer- en staalondernemingen die niet in aanmerking komen voor het ter beschikking stellen van risicodragend kapitaal volgens de in een markteconomie normale vennootschapsgebruiken.
2
Steun die verleend wordt aan de Spaanse ijzer- en staalindustrie, kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde:
- -. dat de begunstigde onderneming of groep van ondernemingen een samenhangend en nauwkeurig omlijnd herstructureringsprogramma uitvoert dat de verschillende herstructureringselementen (modernisering, vermindering van capaciteiten en, in voorkomend geval, financiële herstructurering) omvat en geëigend is haar concurrentievermogen weer op peil te brengen en haar zoveel financiële levensvatbaarheid te geven dat zij onder normale marktomstandigheden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsregeling zonder steun kan functioneren;
- -. dat dit herstructureringsprogramma leidt tot een vermindering van de totale produktiecapaciteit van de begunstigde onderneming of groep van ondernemingen en de capaciteit niet verhoogt voor de verschillende categorieën produkten waarvoor de markt geen groei vertoont;
- -. dat het bedrag en de intensiteit van de aan ijzer- en staalondernemingen verleende steun geleidelijk worden verminderd;
- -. dat door de betrokken steun geen distorsies van de mededinging worden veroorzaakt en de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad;
- -. dat de betrokken steun uiterlijk 15 maanden na de toetreding wordt goedgekeurd en geen aanleiding geeft tot uitkeringen na het verstrijken van de overgangsregeling, met uitzondering van rentesubsidies of betalingen uit hoofde van garanties voor leningen welke vóór die datum hebben plaatsgevonden.
3
Steun ten behoeve van investeringen in de ijzer- en staalindustrie kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde:
- -. dat het betrokken investeringsprogramma vooraf aan de Commissie is gemeld, indien zulks overeenkomstig Beschikking nr. 3302/8l/EGKS van de Commissie van 18 november 1981 houdende voorschriften met betrekking tot de door de ondernemingen van de staalindustrie ter zake van hun investeringen te verstrekken inlichtingen of latere beschikkingen vereist is;
- -. dat het bedrag en de intensiteit van de steun worden gerechtvaardigd door de omvang van de herstructurering, met inachtneming van de structurele problemen van het gebied waar geïnvesteerd wordt, en beperkt blijven tot hetgeen daartoe noodzakelijk is;
- -. dat het investeringsprogramma voldoet aan de in punt 2 genoemde criteria en aan de „Algemene doelstellingen staal”, met inachtneming van een eventueel door de Commissie dienaangaande uitgebracht met redenen omkleed advies.
Bij de beoordeling van dergelijke steun houdt de Commissie rekening met de mate waarin het betrokken investeringsprogramma bijdraagt tot andere doelstellingen van de Gemeenschap, zoals innovatie, energiebesparing en bescherming van het milieu, met dien verstande dat de regels van punt 2 in acht moeten worden genomen.
4
Steun ter dekking van de normale kosten die voortvloeien uit het gedeeltelijk of volledig sluiten van installaties in de ijzer- en staalindustrie kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt.
De kosten die in aanmerking komen voor deze steun zijn de volgende:
- -. uitkeringen aan werknemers die zijn ontslagen of vervroegd gepensioneerd worden, voor zover deze uitkeringen niet vallen onder de steun uit hoofde van artikel 56, lid 1, onder c), of lid 2, onder b), van het Verdrag;
- -. schadeloosstellingen die verschuldigd zijn aan derden wegens de opzegging van overeenkomsten, met name inzake de levering van grondstoffen; uitgaven die het voor een ander industrieel gebruik geschikt maken van het terrein, de gebouwen en/of de infrastructuur van de gesloten installatie met zich brengt.
Sluitingssteun waarmee geen rekening kon worden gehouden in de uiterlijk binnen twaalf maanden na de toetreding aangemelde programma's kan, bij wijze van uitzondering in afwijking van het bepaalde in punt 5 van het Protocol nr. 10 en punt 2, vijfde streepje, van deze bijlage, na deze datum bij de Commissie worden aangemeld en na het verstrijken van een termijn van 15 maanden volgend op de toetreding worden goedgekeurd.
5
Steun ter vergemakkelijking van de werking van bepaalde ondernemingen of installaties kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde:
- -. dat deze steun onlosmakelijk deel uitmaakt van een herstructureringsprogramma als omschreven in punt 2, eerste streepje;
- -. dat deze steun geleidelijk althans eenmaal per jaar wordt verminderd;
- -. dat de intensiteit en het bedrag van de steun beperkt blijven tot hetgeen volstrekt noodzakelijk is voor de voortzetting van de werkzaamheden tijdens de herstructureringsperiode en gerechtvaardigd worden door de betekenis van de ondernomen herstructurering, rekening houdend met eventueel verleende investeringssteun.
Bij de beoordeling van dergelijke steun houdt de Commissie rekening met de problemen waarmede de betrokken eenheid of eenheden en het betrokken gebied of de betrokken gebieden te kampen hebben, alsmede met de neveneffecten van de steun voor de mededinging op andere markten dan de staalmarkt, met name de vervoermarkt.
6
Steun aan ijzer- en staalondernemingen ter dekking van haar kosten van research- en ontwikkelingsprojecten kan verenigbaar worden geacht met de goede werking van de gemeenschappelijke markt op voorwaarde dat een der doelstellingen van het betrokken research- en/of ontwikkelingsproject wordt gevormd door:
- -. een vermindering van de produktiekosten en met name energiebesparing of een produktiviteitsverbetering;
- -. een verbetering van de kwaliteit van het produkt;
- -. een verbetering van de prestaties van de ijzer- en staalprodukten of een uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden van staal;
- -. een verbetering van de arbeidsomstandigheden op het gebied van gezondheid en veiligheid.
Het totale bedrag van alle te dien einde verleende steun mag niet meer bedragen dan 50% van de voor steun in aanmerking komende kosten van het project. De voor steun in aanmerking komende kosten zijn de kosten die rechtstreeks verband houden met het betrokken project, met name met uitsluiting van alle uitgaven voor investeringen in produktiemethoden.
7
De Commissie wint, voordat zij haar standpunt bepaalt, bij de Lid-Staten advies in over de belangrijkste steunvoornemens waarvan zij door de Spaanse Regering in kennis is gesteld. Zij stelt alle Lid-Staten in kennis van het door haar inzake elk steunvoornemen ingenomen standpunt.
Indien de Commissie, na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, vaststelt dat een steunmaatregel niet verenigbaar is met het bepaalde in deze bijlage, stelt zij de Spaanse Regering daarvan bij beschikking in kennis. Artikel 88 van het Verdrag is van toepassing wanneer de Spaanse Regering genoemde beschikking niet naleeft.
8
De Spaanse Regering brengt de Commissie halfjaarlijks verslag uit over de in de voorgaande zes maanden verstrekte steun, over het gebruik dat daarvan is gemaakt en over de in deze periode bereikte resultaten op het gebied van de herstructurering. Deze verslagen moeten gegevens bevatten over alle financiële maatregelen welke door de Spaanse Staat of door de regionale of plaatselijke autoriteiten zijn genomen met betrekking tot ijzer- en staalondernemingen van de overheid. Zij moeten binnen twee maanden na het eind van elk halfjaar worden ingezonden in een door de Commissie aan te geven vorm.
Het eerste desbetreffende verslag zal betrekking hebben op gedurende het eerste halfjaar volgend op de toetreding verstrekte steun.
1
De Spaanse bedrijven zullen onmiddellijk bij de toetreding de bepalingen van het EGKS-Verdrag inzake prijzen (artikel 4, onder b), en de artikelen 60 tot en met 64) alsmede de desbetreffende besluiten toepassen.
2
In afwijking van punt 1 kunnen onderstaande bedrijven voor een zelfde produkt de volgende dubbele pariteitspunten handhaven:
| IJZER- EN STAALBEDRIJVEN | PARITEITSPUNTEN |
|---|---|
| - Altos Hornos de Vizcaya (geknipt plaatstaal van warmgewalste rollen, koudgewalste rollen en plaat, galvanisering) | Baracaldo (Vizacaya) en Lesaca (Navarra) |
| - Comercial Tetracero S.A | Gijón (Asturias), Torrejón de Ardoz (Madrid) |
| - José Ma. Aristrain S.A | Madrid, Factoria Olaberría (Guipüzcoa) |
| - Redondos Depositos Unidos S.A. (REDUNISA) | Gijón (Asturias), Teixeiro (Coruña) |
| Tetracero S.A | Gijón (Asturias), Torrejón de Ardoz (Madrid) |
| KOLENBEDRIJVEN | |
| - Empresa Nacional Carbonifera del Sur (steenkool) | Puertollano (C. Real), Peñarroya (Córdobal) |
| - Minera Martin Aznar (sub-bitumeuze steenkool) | Escucha (Teruel) |
| Castellote (Teruel) |
In elk geval moet de basisprijs van een zelfde produkt gelijk blijven, ongeacht het gekozen pariteitspunt.
Artikel 1
Onmiddellijk bij de toetreding wordt de kennis waarvan overeenkomstig artikel 13 van het EGA-Verdrag mededeling is gedaan aan de Lid-Staten, personen en ondernemingen, ter beschikking gesteld van het Koninkrijk Spanje, dat deze kennis onder de in voornoemd artikel bedoelde voorwaarden op beperkte wijze op zijn grondgebied verspreidt.
Onmiddellijk bij de toetreding stelt het Koninkrijk Spanje op het gebied van de kernenergie in Spanje verkregen en beperkt verspreide kennis ter beschikking van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, voor zover het geen strikt commerciële toepassingen betreft. De Commissie deelt deze kennis mede aan de ondernemingen van de Gemeenschap, onder de voorwaarden bedoeld in het in lid 1 vermelde artikel.
Deze gegevens betreffende hoofdzakelijk:
- -. kernfysica (lage en hoge energieën),
- -. stralingsbescherming,
- -. toepassing van isotopen, in het bijzonder van stabiele isotopen,
- -. onderzoekreactoren en daarvoor gebruikte splijtstoffen,
- -. onderzoek op het gebied van de splijtstof cyclus (meer in het bijzonder: winning en bewerking van arme uraniumertsen; optimalisering van splijtstofelementen voor energiereactoren).
Artikel 2
In de sectoren waarin het Koninkrijk Spanje kennis ter beschikking stelt van de Gemeenschap, verlenen de bevoegde instanties aan de Lid-Staten, personen en ondernemingen van de Gemeenschap op verzoek licenties tegen commerciële voorwaarden, indien zij uitsluitende rechten bezitten op in de Lid-Staten van de Gemeenschap verkregen octrooien en voor zover zij geen verplichting of verbintenis jegens derden hebben om een uitsluitende of gedeeltelijk uitsluitende licentie op de rechten op deze octrooien te verlenen of aan te bieden.
Ingeval er een uitsluitende of gedeeltelijk uitsluitende licentie is verleend, bevordert en vergemakkelijkt het Koninkrijk Spanje dat de houders van dergelijke licenties tegen commerciële voorwaarden sublicenties verlenen aan de Lid-Staten, personen en ondernemingen van de Gemeenschap.
Het verlenen van dergelijke uitsluitende of gedeeltelijk uitsluitende licenties geschiedt op normale commerciële grondslag.
Artikel 1
De Portugese Republiek controleert onder de in de artikelen 2, 3 en 4 neergelegde voorwaarden tot en met 31 december 1988 de uitvoer naar de huidige Lid-Staten en tot en met 31 december 1989 de uitvoer naar Spanje van de in de lijst van bijlage A bedoelde produkten op basis van de in die lijst vermelde hoeveelheden.
Op verzoek van een huidige Lid-Staat die van oordeel is dat de situatie zulks rechtvaardigt, verlengt de Commissie de toepassing van lid 1 met een jaar op basis van de hoeveelheden die voor 1989 in die lijst zijn vermeld.
De wederinvoer in de huidige Lid-Staten van textielprodukten na veredeling in Portugal, die plaatsvindt onder de in bijlage B neergelegde voorwaarden en op basis van de in die bijlage vastgestelde hoeveelheden, wordt niet afgeboekt op de in lid 1 bedoelde hoeveelheden.
Artikel 2
De Gemeenschap en de Portugese Republiek brengen voor de toepassingsduur van artikel 1 een administratieve samenwerking tot stand overeenkomstig bijlage C.
Artikel 3
De Portugese Republiek neemt passende maatregelen om het in acht nemen van de in artikel 1 bedoelde hoeveelheden te verzekeren en treft de in artikel 2 bedoelde maatregelen inzake administratieve samenwerking.
Artikel 4
Na voorafgaande kennisgeving aan de Commissie kan de Portugese Republiek op haar uitvoer naar de huidige Lid-Staten van de in de lijst in bijlage A vermelde produkten de in bijlage D bedoelde flexibiliteitsbepalingen toepassen.
Artikel 5
De Commissie en de bevoegde instanties van de Portugese Republiek plegen waar nodig overleg om te voorkomen dat zich situaties voordoen die vrijwaringsmaatregelen vergen.
Artikel 6
Indien de situatie zulks vergt, met name gelet op de ontwikkeling van het verbruik en de toename van de invoer in Portugal van textielprodukten uit een of meer andere Lid-Staten, plegen de Commissie en de bevoegde instanties van de Portugese Republiek op verzoek van de Portugese Republiek overleg, ten einde passende oplossingen te zoeken waardoor vrijwaringsmaatregelen kunnen worden vermeden.
Artikel 7
Indien de in bijlage A vermelde hoeveelheden zijn bereikt, stelt de Commissie, op verzoek van de betrokken Lid-Staat en volgens de in artikel 377, lid 2, van de Toetredingsakte bedoelde spoedprocedure, de vrijwaringsmaatregelen vast die zij noodzakelijk acht.
Artikel 1
De in de volgende artikelen omschreven regeling is van toepassing op de montage en de invoer van automobielen, ongeacht de soort van de motor, voor personenvervoer of voor goederenvervoer.
Artikel 2
Vanaf 1 januari 1986 opent de Portugese Republiek jaarlijks de in bijlage A vermelde invoercontingenten voor gemonteerde automobielen, hierna CBU genoemd, van oorsprong uit de andere Lid-Staten, met een brutogewicht van minder dan 3 500 kg.
De lijst in bijlage A kan door de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden gewijzigd.
Vanaf 1 januari 1986 opent de Portugese Republiek jaarlijks een invoercontingent voor CBU-automobielen, van oorsprong uit de andere Lid-Staten, met een brutogewicht van minder dan 3 500 kg, andere dan die vermeld in de lijst in bijlage A, volgens onderstaande regels:
| Tijdschema | Jaarlijkse contingenten |
|---|---|
| 1 januari 1986 | 440 eenheden |
| 1 januari 1987 | 550 eenheden |
Binnen dit contingent kan aan geen enkel merk meer dan een vierde van de vastgestelde hoeveelheid worden toegekend.
Elk merk heeft het recht om zich een minimumcontingent van 20 eenheden te zien worden toegekend.
Artikel 3
Vanaf 1 januari 1986 opent de Portugese Republiek jaarlijks invoercontingenten voor CBU-automobielen, van oorsprong uit de andere Lid-Staten, met een brutogewicht van meer dan 3 500 kg volgens onderstaande regels:
| Tijdschema | Jaarlijkse contingenten |
|---|---|
| 1 januari 1986 | 660 eenheden |
| 1 januari 1987 | 770 eenheden |
Artikel 4
Vanaf 1 januari 1986 opent de Portugese Republiek voor niet-geassembleerde automobielen, hierna CKD genoemd, met een brutogewicht van minder dan 2000 kg voor personenvervoer, een quotum per communautair merk, aan het begin van elk jaar, onder verwijzing naar de in 1985 toegekende basisquota die zijn opgenomen in bijlage B.
De quota per communautair merk worden jaarlijks bijgesteld. Te dien einde wordt daarop een correctiecoëfficiënt toegepast ten einde de prijsverhoging in Portugal en de ontwikkeling van de fabricageprijzen van CKD-automobielen te compenseren.
De som van alle quota per merk (communautair en niet communautair) wordt vastgesteld op de tegenwaarde, bij constante prijzen in escudo's, van 41500 automobielen voor 1986 en 44000 automobielen voor 1987.
De jaarlijkse quota per merk en alle elementen ter beoordeling daarvan worden voor 15 februari van elk jaar aan de Commissie medegedeeld.
Het gebruik van de quota per merk die zijn toegekend uit hoofde van de basisquota is vrij ten belope van 90% in 1986 en 93% in 1987. Het gebruik van het saldo van de quota per merk wordt afhankelijk gesteld van de uitvoer van automobielen of de bestanddelen daarvan op de grondslag van de in Portugal toegevoegde waarde van deze uitvoer.
Artikel 5
Voor exporteurs die het totaal van hun basisquota krachtens artikel 4 reeds hebben gebruikt, worden in de loop van het jaar aanvullende CKD-quota toegekend aan de hand van de in Portugal toegevoegde waarde van de uitgevoerde automobielen of bestanddelen van automobielen.
De toekenning van aanvullende quota geschiedt op de grondslag van de in bijlage C opgenomen coëfficiënten.
De Raad kan later, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, zo nodig een maximum voor elk merk vaststellen dat gelijk is aan een percentage van de som van de aan alle merken toegekende basisquota.
Artikel 6
De in de artikelen 4 en 5 vastgestelde quota kunnen worden gebruikt voor de invoer van CKD- en CBU-automobielen.
1
De Portugese Republiek verbindt zich ertoe haar octrooiwetgeving onmiddellijk bij de toetreding verenigbaar te maken met de beginselen van het vrije verkeer van goederen en met het peil van de bescherming van de industriële eigendom dat in de Gemeenschap is bereikt. De Portugese Republiek schaft met name onmiddellijk bij de toetreding artikel 8 van decreet nr. 27/84 van 18 januari 1984 af volgens welk artikel de houder van een in Portugal verleend octrooi verplicht is, om dit aan dit octrooi verbonden exclusieve recht te genieten, het geoctrooieerde produkt of het dank zij een geoctrooieerde werkwijze verkregen produkt op Portugees grondgebied te fabriceren.
Te dien einde zal er een nauwe samenwerking tot stand worden gebracht tussen de diensten van de Commissie en de Portugese autoriteiten; die samenwerking zal zich ook uitstrekken tot de problemen in verband met de overgang van de huidige Portugese wetgeving naar de nieuwe wetgeving.
2
De Portugese Republiek zal in haar nationale wetgeving een bepaling inzake de omkering van de bewijslast invoeren, overeenkomend met artikel 75 van het Verdrag van Luxemburg van 15 december 1975 (Gemeenschapsoctrooiverdrag).
Deze bepaling zal onmiddellijk bij de toetreding worden toegepast op de nieuwe werkwijzeoctrooien die vanaf de toetredingsdatum worden gedeponeerd.
Op vóór die datum gedeponeerde octrooien moet deze bepaling uiterlijk op 1 januari 1992 worden toegepast.
Deze bepaling geldt evenwel niet indien de rechtsvordering betreffende inbreuk wordt ingesteld tegen de houder van een ander werkwijzeoctrooi voor de vervaardiging van hetzelfde produkt als het produkt dat het resultaat is van de werkwijze waarop de eiser een octrooi heeft, indien dit andere octrooi vóór de datum van toetreding is verleend.
In de gevallen waarin de omkering van de bewijslast niet van toepassing is, kan de Portugese Republiek de bewijslast voor de inbreuk blijven leggen bij de octrooihouder.
In alle gevallen waarin de omkering van de bewijslast niet van toepassing is op 1 januari 1987, met inbegrip van het geval van octrooien die vóór de toetredingsdatum zijn gedeponeerd, voert de Portugese Republiek met ingang van die datum in haar wetgeving een gerechtelijke procedure in, het zogenaamde „beschrijvende beslag”.
Onder beschrijvend beslag wordt een procedure verstaan volgens welke iedere persoon die gerechtigd is een rechtsvordering ter zake van inbreuk in te stellen, bij een op zijn verzoek gedane rechterlijke uitspraak, kan verkrijgen dat een deurwaarder, bijgestaan door deskundigen, op de plaats waar de vermoedelijke inbreukmaker is gevestigd, overgaat tot een gedetailleerde beschrijving van de betwiste werkwijzen, met name door het maken van fotokopieën van technische documenten, al dan niet met zakelijk beslag. In deze rechterlijke uitspraak kan het betalen van een borgsom worden gelast, die bestemd is om aan de vermoedelijke inbreukmaker schadevergoeding toe te kennen wanneer door het beschrijvend beslag schade is veroorzaakt.
3
De Portugese Republiek zal op 1 januari 1992 tot het Verdrag van München van 5 oktober 1973 inzake het Europese Octrooi en tot het Verdrag van Luxemburg van 15 december 1975 (Gemeenschapsoctrooiverdrag) toetreden.
De Portugese Republiek kan zich op artikel 95, lid 4, van het Verdrag van Luxemburg beroepen met het oog op de louter technische aanpassingen die nodig zijn in verband met de toetreding van dat land tot dit Verdrag, met dien verstande evenwel dat zulks in geen geval mag leiden tot uitstel van de toetreding van de Portugese Republiek tot het Verdrag van Luxemburg tot na genoemde datum.
1
Vanaf de datum van toetreding mag, behoudens goedkeuring door de Commissie in het kader van een herstructureringsplan, geen steun worden verleend aan de Portugese ijzer- en staalindustrie. Het plan tot herstructurering van de Portugese ijzer- en staalindustrie moet verenigbaar zijn met de vóór de toetreding aangenomen laatste „Algemene doelstellingen staal”.
2
Onmiddellijk bij de toetreding onderzoeken de Commissie en de Portugese Regering gezamenlijk het door de Portugese Regering goedgekeurde en vóór 1 september 1985 officieel aan de Commissie toe te zenden plan, alsmede de levensvatbaarheid van de ijzer- en staalonderneming waarop dit plan betrekking heeft.
3
Ingeval de levensvatbaarheid van deze onderneming aan het einde van een periode van ten hoogste vijf jaar na de toetreding niet op bevredigende wijze zou zijn gewaarborgd, zal de Commissie, na het advies van de Portugese Regering te hebben ingewonnen, aan het einde van het eerste jaar na de toetreding voorstellen dit plan aan te vullen om te bereiken dat deze onderneming aan het slot van de looptijd van dat plan wel levensvatbaar is.
4
Eventuele steun voor de Portugese ijzer- en staalindustrie in het kader van het aanvullende plan als bedoeld in punt 3, zal tevoren en uiterlijk aan het einde van het eerste jaar na de toetreding door de Portugese Regering aan de Commissie worden meegedeeld. De Portugese Regering legt haar projecten alleen met toestemming van de Commissie ten uitvoer.
De Commissie zal deze projecten beoordelen aan de hand van criteria en volgens de procedures die zijn omschreven in de bijlage bij dit protocol.
5
Gedurende de in artikel 212 van de Toetredingsakte bedoelde periode moeten de Portugese leveranties van ijzer- en staalprodukten EGKS op de rest van de communautaire markt aan de volgende voorwaarden voldoen:
- a). de omvang van de Portugese leveranties in de rest van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling gedurende het eerste jaar volgende op de toetreding zal door de Commissie, met instemming van de Portugese Regering en na raadpleging van de Raad, worden vastgesteld tijdens het jaar dat aan de toetreding voorafgaat. Ongeacht de situatie mag de omvang van deze leveranties in geen geval lager zijn dan 80000 ton. Indien de Commissie en de Portugese Regering uiterlijk een maand voor de datum van toetreding geen overeenstemming hebben bereikt, mogen de door de Portugese ijzer- en staalindustrie tijdens het eerste kwartaal na de datum van toetreding te leveren hoeveelheden niet meer dan 20 000 ton bedragen. Indien op de datum van toetreding op dit punt geen overeenstemming is bereikt, zal de omvang van de leveranties uiterlijk twee maanden na de toetreding door de Commissie, met instemming van de Raad, worden vastgesteld. Aangezien deze leveranties evenwel moeten worden vrijgemaakt zodra de overgangsregeling is verstreken, kan de omvang van deze leveranties, met het oog op een harmonische overgang, vóór het einde van genoemde regeling worden vergroot, waarbij het peil van het eerste jaar wordt beschouwd als een benedengrens. Elke verhoging vindt plaats aan de hand van:
- -. de mate waarin het Portugese herstructureringsplan voortgang vindt, rekening houdend met wezenlijke elementen betreffende het herstel van de levensvatbareheid van de onderneming en de noodzakelijke maatregelen om deze levensvatbaarheid te bereiken,
- -. maatregelen in de ijzer- en staalindustrie die na de toetreding in de Gemeenschap eventueel van kracht zijn, zodat Portugal niet minder gunstig wordt behandeld dan derde landen, en
- -. de wijze waarop de leveranties van ijzer- en staalprodukten EGKS van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling aan Portugal zich ontwikkelen;
- b). de Portugese Regering verbindt zich ertoe om onmiddellijk bij de toetreding onder haar eigen verantwoordelijkheid en in overleg met de Commissie een stelsel in te voeren voor de controle op de leveranties op de rest van de communautaire markt, zodat de stipte naleving van de kwantitatieve verbintenissen die zijn overeengekomen of vastgesteld uit hoofde van het bepaalde onder a), wordt gegarandeerd.
Dit stelsel moet verenigbaar zijn met andere marktregulerende maatregelen die eventueel worden genomen tijdens de drie jaar volgende op de datum van toetreding en mag de mogelijkheid om de overeengekomen hoeveelheden te leveren niet in gevaar brengen.
De Commissie stelt de Raad op gezette tijden in kennis van de betrouwbaarheid en de doelmatigheid van dit stelsel. Mocht het stelsel ongeschikt blijken te zijn, dan treft de Commissie, met instemming van de Raad, passende maatregelen.
Artikel 1
Onmiddellijk bij de toetreding wordt de kennis waarvan overeenkomstig artikel 13 van het EGA-Verdrag mededeling is gedaan aan de Lid-Staten, personen en ondernemingen, ter beschikking gesteld van de Portugese Republiek, die deze kennis onder de in voornoemd artikel bedoelde voorwaarden op beperkte wijze op haar grondgebied verspreidt.
Onmiddellijk bij de toetreding stelt de Portugese Republiek op het gebied van de kernenergie in Portugal verkregen en beperkt verspreide kennis ter beschikking van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, voor zover het geen strikt commerciële toepassingen betreft. De Commissie deelt deze kennis mede aan de ondernemingen van de Gemeenschap, onder de voorwaarden bedoeld in het in lid 1 vermelde artikel.
Deze gegevens betreffen hoofdzakelijk:
- -. reactordynamica,
- -. stralingsbescherming,
- -. toepassing van nucleaire meettechnieken (op industrieel, landbouw-, archeologisch en geologisch gebied),
- -. atoomfysica (metingen van werkzame doorsneden, kanalisatietechnieken).
- -. winningsmetallurgie van uranium.
Artikel 2
In de sectoren waarin de Portugese Republiek kennis ter beschikking stelt van de Gemeenschap, verlenen de bevoegde instanties aan de Lid-Staten, personen en ondernemingen van de Gemeenschap op verzoek licenties tegen commerciële voorwaarden, indien zij uitsluitende rechten bezitten op in de Lid-Staten van de Gemeenschap verkregen octrooien en voor zover zij geen verplichting of verbintenis jegens derden hebben om een uitsluitende of gedeeltelijk uitsluitende licentie op de rechten op deze octrooien te verlenen of aan te bieden.
Ingeval er een uitsluitende of gedeeltelijk uitsluitende licentie is verleend, bevordert en vergemakkelijkt de Portugese Republiek dat de houders van dergelijke licenties tegen commerciële voorwaarden sublicenties verlenen aan de Lid-Staten, personen en ondernemingen van de Gemeenschap.
Het verlenen van dergelijke uitsluitende of gedeeltelijk uitsluitende licenties geschiedt op normale commerciële grondslag.
Artikel 1
De onderstaande regeling is vanaf 1 januari 1986 tot en met 31 december 1987 van toepassing op de montage en de invoer van automobielen, ongeacht de soort van de motor, voor personenvervoer of voor goederenvervoer.
Artikel 2
De Portugese Republiek opent jaarlijks invoercontingenten per merk voor de invoer in Portugal van gemonteerde automobielen, hierna CBU te noemen, van herkomst uit derde landen waarmee zij niet door overeenkomst is verbonden, met een brutogewicht van minder dan 3500 kilogram, ten belope van 15 eenheden per producent en per jaar voor merken voertuigen die niet in Portugal worden gemonteerd en, in het geval van de overige merken, ten belope van 2% van het aantal voertuigen van hetzelfde merk die in het voorafgaande jaar in Portugal zijn gemonteerd.
Artikel 3
De Portugese Republiek opent een algemeen jaarlijks contingent voor CBU-automobielen van herkomst uit derde landen waarmee zij niet door overeenkomst is verbonden, met een gewicht van meer dan 3500 kilogram, ten belope van 30 eenheden.
Artikel 4
De Portugese Republiek opent voor niet-geassembleerde automobielen, hierna CKD te noemen, met een brutogewicht van minder dan 2000 kilogram voor personenvervoer, aan het begin van elk jaar een quotum per merk, onder verwijzing naar de in 1985 verleende basisquota die in de bijlage staan.
De quota per merk worden jaarlijks bijgesteld. Daartoe wordt een aanpassingscoëfficiënt toegepast ten einde de verhoging van de prijzen in Portugal en de ontwikkeling van de fabricageprijzen van CKD-automobielen te compenseren.
Het gebruik van de bij wijze van basisquota toegekende quota per merk is voor 90% vrij in 1986 en voor 93% vrij in 1987. Het gebruik van het saldo van de quota per merk wordt afhankelijk gesteld van de uitvoer van automobielen of de bestanddelen daarvan op basis van de in Portugal toegevoegde waarde van deze uitvoer.
Artikel 5
Voor exporteurs die het totaal van hun basisquota krachtens artikel 4 reeds hebben gebruikt, worden in de loop van het jaar aanvullende CKD-quota toegekend aan de hand van de in Portugal toegevoegde waarde van de uitgevoerde automobielen of bestanddelen van automobielen.
De toekenning van aanvullende quota geschiedt op de grondslag van de in bijlage B opgenomen coëfficiënten.
Voor de in lid 1 bedoelde exporteurs is de mogelijkheid van aanvullende quota beperkt tot een globale waarde van ten hoogste 12% van het totaalbedrag van de CKD-basisquota voor de in bijlage A vermelde merken.
Artikel 6
De in de artikelen 4 en 5 vastgestelde quota kunnen worden gebruikt voor de invoer van CKD- of CBU-automobielen.
1
Vanaf de datum van toetreding zal ten gunste van Portugal en in overeenstemming met de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, een gemeenschappelijke actie ten uitvoer worden gelegd die een specifiek ontwikkelingsprogramma bevat dat is aangepast aan de bijzondere structurele verhoudingen in de Portugese landbouw. Dit programma met een totale looptijd van 10 jaar zal met name ten doel hebben een aanzienlijke verbetering van de produktie- en commercialisatievoorwaarden alsmede een verbetering van de structurele situatie van de Portugese landbouwsector in zijn geheel.
2
De Gemeenschap zal dit actieprogramma ten gunste van Portugal ten uitvoer leggen op soortgelijke wijze als de reeds in de Gemeenschap voor de meest achtergebleven gebieden bestaande acties. Dit programma zal zijn gericht op ontwikkeling van de infrastructuur ten plattelande, de landbouwvoorlichting en de mogelijkheden tot beroepsopleiding en zal bijdragen tot heroriëntatie van de produktie, met inbegrip van irrigatie, wanneer die noodzakelijk is, drainering en weideverbetering.
Bovendien zal de Gemeenschap dit programma zodanig ten uitvoer leggen, dat het meer specifiek beantwoordt aan de behoeften en de bijzondere situatie van Portugal. Dit programma zal met name nader te omschrijven maatregelen bevatten die ertoe strekken doeltreffend bij te dragen tot het stopzetten van activiteiten. Deze maatregelen mogen in geen geval minder gunstig zijn dan die waarvoor de Lid-Staten van de huidige Gemeenschap in aanmerking zijn gekomen en de voorwaarden om voor communautaire financiering in aanmerking te komen dienen te zijn aangepast aan het specifieke karakter van de Portugese situatie.
3
De Gemeenschap zal tot de wenselijke ontwikkeling van de landbouwstructuur in Portugal bijdragen, ten einde doelstellingen op korte, middellange en lange termijn te bereiken:
- a). op korte termijn, verbetering van de landbouwvoorlichting en de voorwaarden voor de bedrijfsvoering door een betere verdeling van de beschikbare middelen zonder dat zulks een wijziging van de omvang van de bedrijven of belangrijke rationaliseringsmaatregelen met zich brengt; voorts, voor zover mogelijk, verbetering van de inrichtingen voor verwerking en commercialisatie, rekening houdend met de bepalende of voorziene kenmerken van de landbouwproduktie;
- b). op middellange termijn, ontwikkeling van een goede infrastructuur en irrigatie van de gebieden voor droge cultures, stimulering van een beter gebruik van de bodem en het instellen en ontwikkelen van doeltreffende acties inzake voorlichting, onderwijs en onderzoek op landbouwgebied. In dit verband zou ook kunnen worden ingegaan op aspecten op langere termijn van veestapelverbetering, zoals controle op de prestatie en controles op de afstammelingen van mannelijke fokdieren;
- c). op lange termijn zal het hoofdzakelijk gaan om bevordering van de ruilverkaveling van verspreide bedrijven en vergroting van de bedrijven die thans niet levensvatbaar zijn. Ter zelfder tijd dient te worden getracht het gebrek in evenwicht in de leeftijdsopbouw van de landbouwbevolking te corrigeren door het stimuleren van pensionering van oudere bedrijfshoofden en, naar gelang het geval, door uitvoering van maatregelen gericht op het vergemakkelijken van de toegang van jongeren tot hetberoep onder voorwaarden die de levensvatbaarheid op lange termijn van hun bedrijf waarborgen.
4
De totale geraamde kosten ten laste van het Europees Oriëntatie en Garantiefonds voor de landbouw, afdeling Oriëntatie, voor de toepassing van het specifieke programma dat in het bijzonder de achtergebleven gebieden van Portugal omvat, daarbij inbegrepen die van de autonome gebieden van de Azoren en Madeira, liggen in de orde van grootte van 700 miljoen Ecu voor de looptijd van 10 jaar, dat wil zeggen in de orde van grootte van 70 miljoen Ecu per jaar.
5
De percentages voor communautaire financiering van de uitgaven die uit hoofde van het specifieke programma voor financiering in aanmerking komen, worden vastgesteld met inachtneming van de percentages die zijn, worden, of zullen worden toegepast op de meest achtergebleven gebieden van de Gemeenschap voor soortgelijke acties.
6
De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op de wijze bepaald in artikel 258 van de Toetredingsakte de toepassingsbepalingen van het specifieke programma vast.
7
De Commissie dient vóór 1 januari 1991 bij de Raad een verslag in ter evalutie van de uitvoering van het specifieke programma.
1
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)