Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee
Artikel 40. Toepasselijkheid van de andere afdelingen van deze Bijlage
De andere afdelingen van deze Bijlage die niet onverenigbaar zijn met deze afdeling, zijn van toepassing op de Kamer.
Bij de uitoefening van haar functies met betrekking tot adviezen laat de Kamer zich leiden door de bepalingen van deze Bijlage betreffende de procedure voor het Hof, voorzover de Kamer deze als toepasselijk erkent.
AFDELING 5. WIJZIGINGEN
Artikel 41. Wijzigingen
Wijzigingen op deze Bijlage, niet zijnde wijzigingen op afdeling 4, kunnen alleen overeenkomstig artikel 313 worden aangenomen of bij consensus op een overeenkomstig dit Verdrag bijeengeroepen conferentie.
Wijzigingen op afdeling 4 kunnen alleen overeenkomstig artikel 314 worden aangenomen.
Het Hof kan zodanige wijzigingen van dit Statuut als het nodig acht, door middel van schriftelijke mededelingen aan de Staten die Partij zijn ter overweging voorleggen, en wel overeenkomstig het eerste en tweede lid.
Artikel 1. Opening van de procedure
Onder voorbehoud van de bepalingen van Deel XV kan iedere partij bij een geschil door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij of partijen bij het geschil het geschil onderwerpen aan de in deze Bijlage voorziene arbitrageprocedure. De kennisgeving gaat vergezeld van een uiteenzetting van de vordering en de gronden waarop deze is gebaseerd.
Artikel 2. Lijst van scheidsmannen
Er wordt een lijst van scheidsmannen opgesteld en bijgehouden door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Elke Staat die Partij is, is bevoegd vier scheidsmannen aan te wijzen, die ieder ervaring in scheepvaartzaken dienen te hebben en, wat onpartijdigheid, deskundigheid en integriteit betreft, in hoog aanzien dienen te staan. De namen van de aldus aangewezen personen vormen de lijst.
Indien het aantal scheidsmannen door een Staat die Partij is, aangewezen en op de lijst voorkomend op enig tijdstip kleiner is dan vier, is die Staat bevoegd om de noodzakelijke aanvullende aanwijzingen te verrichten.
De naam van een scheidsman blijft op de lijst totdat deze is afgevoerd door de Staat die Partij is die de aanwijzing verrichtte, met dien verstande dat deze scheidsman zitting blijft hebben in elk scheidsgerecht waarin hij is benoemd tot de beëindiging van de procedure voor dat scheidsgerecht.
Artikel 3. Samenstelling van het scheidsgerecht
Met het oog op de in deze Bijlage voorziene procedure wordt het scheidsgerecht als volgt samengesteld, tenzij de partijen anderszins overeenkomen:
- a. Onder voorbehoud van letter g, bestaat het scheidsgerecht uit vijf leden.
- b. De partij die de procedure begint benoemt een lid, dat bij voorkeur wordt gekozen van de in artikel 2 van deze Bijlage bedoelde lijst en dat de nationaliteit van die partij kan bezitten. De benoeming wordt in de in artikel 1 van deze Bijlage genoemde kennisgeving opgenomen.
- c. De andere partij bij het geschil benoemt binnen 30 dagen na ontvangst van de in artikel 1 van deze Bijlage bedoelde kennisgeving een lid, dat bij voorkeur wordt gekozen van de lijst en dat de nationaliteit van die partij kan bezitten. Indien de benoeming niet binnen die termijn geschiedt, kan de partij die de procedure begint binnen twee weken na afloop van die termijn verzoeken de benoeming overeenkomstig letter e te verrichten.
- d. De drie andere leden worden benoemd in onderlinge overeenstemming tussen de partijen. Zij worden bij voorkeur van de lijst gekozen en bezitten de nationaliteit van derde Staten, tenzij de partijen anderszins overeenkomen. De partijen bij het geschil benoemen de Voorzitter van het scheidsgerecht uit deze drie leden. Indien de partijen binnen 60 dagen na ontvangst van de in artikel 1 van deze Bijlage bedoelde kennisgeving geen overeenstemming kunnen bereiken over de benoeming van een of meer van de leden van het scheidsgerecht die in overeenstemming moeten worden benoemd of over de benoeming van de Voorzitter, wordt/worden de overblijvende benoeming of benoemingen verricht overeenkomstig letter e op verzoek van een partij bij het geschil. Dit verzoek wordt gedaan binnen twee weken na afloop van de hiervoor genoemde termijn van 60 dagen.
- e. Tenzij de partijen overeenkomen dat de benoemingen krachtens de letters c en d worden verricht door een persoon of een derde staat, gekozen door de partijen, verricht de Voorzitter van het Internationale Hof voor het Recht van de Zee de noodzakelijke benoemingen. Indien de Voorzitter verhinderd is dit te doen of de nationaliteit bezit van een van de partijen bij het geschil, wordt de benoeming verricht door het in dienstjaren oudste lid van het Internationale Hof voor het Recht van de Zee dat aanwezig is en niet de nationaliteit bezit van een van de partijen. De in deze letter bedoelde benoemingen worden verricht door een keuze van de in artikel 2 van deze Bijlage genoemde lijst binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van het verzoek en in overleg met de partijen. De aldus benoemde leden mogen niet dezelfde nationaliteit bezitten, noch in dienst zijn van een van de partijen bij het geschil, hun gewone verblijfplaats hebben op het grondgebied daarvan of de nationaliteit daarvan bezitten.
- f. Elke vacature wordt vervuld op de voor de oorspronkelijke benoeming voorgeschreven wijze.
- g. De partijen die hetzelfde belang hebben benoemen gezamenlijk en in onderlinge overeenstemming een lid van het scheidsgerecht. Wanneer diverse partijen verschillende belangen hebben of het er niet over eens kunnen worden of zij gelijke belangen hebben, benoemt ieder van hen een lid van het scheidsgerecht. Het aantal van de door de partijen ieder voor zich benoemde leden van het scheidsgerecht dient altijd één minder te zijn dan het aantal van de door de partijen gezamenlijk te benoemen leden van het scheidsgerecht.
- h. Het bepaalde in de letters a tot en met f wordt zo ver als mogelijk toegepast op de geschillen waarbij meer dan twee partijen zijn betrokken.
Artikel 4. Functies van het scheidsgerecht
Een ingevolge artikel 3 van deze Bijlage ingesteld scheidsgerecht oefent zijn functies uit overeenkomstig deze Bijlage en de andere bepalingen van dit Verdrag.
Artikel 5. Procedure
Tenzij de partijen bij het geschil anderszins overeenkomen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast, waarbij aan iedere partij de mogelijkheid wordt gegeven om te worden gehoord en haar zaak toe te lichten.
Artikel 6. Verplichtingen van de partijen bij het geschil
De partijen bij het geschil vergemakkelijken de taak van het scheidsgerecht en dienen in het bijzonder, overeenkomstig hun wetten en met gebruikmaking van alle tot hun beschikking staande middelen:
- a. het scheidsgerecht te voorzien van alle documenten, faciliteiten en inlichtingen in verband met de zaak; en
- b. wanneer dat noodzakelijk is, het scheidsgerecht in staat te stellen getuigen of deskundigen op te roepen en te aanhoren en de plaatsen te bezoeken die een verband hebben met de zaak.
Artikel 7. Kosten
Tenzij het scheidsgerecht anders besluit vanwege de bijzondere omstandigheden van de zaak, worden de kosten van het scheidsgerecht, met inbegrip van de bezoldiging van de leden, gedragen door de partijen bij het geschil in gelijke delen.
Artikel 8. Vereiste meerderheid voor beslissingen
De beslissingen van het scheidsgerecht worden genomen bij meerderheid van de leden. De afwezigheid of onthouding van minder dan de helft van de leden vormt geen beletsel voor het scheidsgerecht om een beslissing te nemen. Wanneer de stemmen staken, geeft de stem van de Voorzitter de doorslag.
Artikel 9. Niet-verschijning
Wanneer een van de partijen bij het geschil niet verschijnt voor het scheidsgerecht of haar middelen niet doet gelden, kan de andere partij het scheidsgerecht verzoeken de zaak voort te zetten en een uitspraak te doen. De afwezigheid van een partij of het feit dat een partij haar middelen niet doet gelden vormt geen beletsel voor de voortgang van de procedure. Alvorens een uitspraak te doen moet het scheidsgerecht zich ervan verzekeren niet alleen dat het bevoegd is in het geschil, maar ook dat de vordering feitelijk en rechtens gegrond is.
Artikel 10. Uitspraak
De uitspraak van het scheidsgerecht strekt zich niet verder uit dan het onderwerp van het geschil en is met redenen omkleed. De uitspraak vermeldt de namen van de leden die eraan hebben deelgenomen en de datum ervan. Ieder lid van het scheidsgerecht kan een individuele of afwijkende mening aan de uitspraak toevoegen.
Artikel 11. Definitieve aard van de uitspraak
De uitspraak is definitief en er is geen beroep tegen mogelijk, tenzij de partijen bij het geschil van te voren een beroepsprocedure zijn overeengekomen. De uitspraak wordt nagekomen door alle partijen bij het geschil.
Artikel 12. Uitlegging of uitvoering van de uitspraak
Elke onenigheid die tussen de partijen bij het geschil kan ontstaan betreffende de uitlegging of wijze van uitvoering van de uitspraak kan door elk der partijen ter beslissing worden voorgelegd aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan. In dat geval wordt elke in het scheidsgerecht ontstane vacature vervuld op de wijze, voorzien voor de oorspronkelijke benoeming van de leden van het scheidsgerecht.
Een dergelijke onenigheid kan aan een ander hof of een ander scheidsgerecht worden voorgelegd krachtens artikel 287, indien alle partijen bij het geschil dit overeenkomen.
Artikel 13. Toepassing op andere lichamen dan de Staten die Partij zijn
Deze Bijlage is mutatis mutandis van toepassing op elk geschil waarbij andere lichamen zijn betrokken dan de Staten die Partij zijn.
Artikel 1. Opening van de procedure
Onder voorbehoud van het bepaalde in Deel XV kan iedere partij bij een geschil met betrekking tot de uitlegging of toepassing van de artikelen van dit Verdrag betreffende (1) de visserij, (2) de bescherming en het behoud van het mariene milieu, (3) het wetenschappelijk zeeonderzoek of (4) de scheepvaart, met inbegrip van de verontreiniging door schepen en door storten, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij of partijen bij het geschil, het geschil onderwerpen aan de in deze Bijlage voorziene bijzondere arbitrageprocedure. De kennisgeving gaat vergezeld van een uiteenzetting van de vordering en de gronden waarop deze is gebaseerd.
Artikel 2. Lijst van deskundigen
Er wordt een lijst van deskundigen opgesteld en bijgehouden voor elk van de volgende gebieden: (1) visserij, (2) bescherming en behoud van het mariene milieu, (3) wetenschappelijk zeeonderzoek en (4) scheepvaart, met inbegrip van de verontreiniging door schepen en door storten.
Op het gebied van de visserij wordt de lijst van deskundigen opgesteld en bijgehouden door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, op het gebied van de bescherming en het behoud van het mariene milieu door het Milieuprogramma van de Verenigde Naties, op het gebied van het wetenschappelijk zeeonderzoek door de Intergouvernementele Oceanografische Commissie, op het gebied van de scheepvaart, met inbegrip van de verontreiniging door schepen en door storten, door de Internationale Maritieme Organisatie, of in elk van deze gevallen door het passende orgaan waaraan de Organisatie, het Programma of de Commissie deze functie heeft overgedragen.
Iedere Staat die Partij is, is bevoegd twee deskundigen op elk gebied aan te wijzen, van wie de deskundigheid, wat de juridische, wetenschappelijke of technische aspecten van dat gebied betreft, vaststaat en algemeen is erkend, en die wat onpartijdigheid en integriteit aangaat, in hoog aanzien staan. De namen van de aldus op elk gebied aangewezen personen vormen de lijst.
Indien het aantal deskundigen door een Staat die Partij is aangewezen en op de lijst voorkomend op enig tijdstip kleiner is dan twee, is die Staat bevoegd de noodzakelijke aanvullende aanwijzingen te verrichten.
De naam van een deskundige blijft op de lijst totdat deze is afgevoerd door de Staat die Partij is die de aanwijzing verrichtte, met dien verstande dat deze deskundige zitting blijft hebben in elk bijzonder scheidsgerecht waarin hij is benoemd tot de beëindiging van de procedure voor dat scheidsgerecht.
Artikel 3. Samenstelling van het bijzondere scheidsgerecht
Met het oog op de in deze Bijlage voorziene procedure wordt het bijzondere scheidsgerecht als volgt samengesteld, tenzij de partijen anderszins overeenkomen:
- a. Onder voorbehoud van letter g, bestaat het bijzondere scheidsgerecht uit vijf leden.
- b. De partij die de procedure begint benoemt twee leden, die bij voorkeur worden gekozen van de in artikel 2 van deze Bijlage genoemde lijst of lijsten die betrekking heeft/hebben op het onderwerp van het geschil en van wie een de nationaliteit van die partij kan bezitten. De benoeming wordt in de in artikel 1 van deze Bijlage bedoelde kennisgeving opgenomen.
- c. De andere partij bij het geschil benoemt binnen 30 dagen na ontvangst van de in artikel 1 van deze Bijlage genoemde kennisgeving twee leden, die bij voorkeur worden gekozen van de lijst of lijsten die betrekking heeft/hebben op het onderwerp van het geschil en van wie een de nationaliteit van die partij kan bezitten. Indien de benoemingen niet binnen die termijn geschieden, kan de partij die de procedure begint binnen twee weken na afloop van die termijn verzoeken de benoemingen overeenkomstig letter e te verrichten.
- d. De partijen bij het geschil benoemen in onderlinge overeenstemming de Voorzitter van het bijzondere scheidsgerecht, die bij voorkeur wordt gekozen van de in aanmerking komende lijst en de nationaliteit van een derde Staat bezit, tenzij de partijen anderszins overeenkomen. Indien de partijen binnen 30 dagen na ontvangst van de in artikel 1 van deze Bijlage bedoelde kennisgeving geen overeenstemming kunnen bereiken over de benoeming van de Voorzitter, wordt de benoeming verricht overeenkomstig letter e op verzoek van een partij bij het geschil. Zulk een verzoek wordt gedaan binnen twee weken na afloop van de bovengenoemde periode van 30 dagen.
- e. Tenzij de partijen overeenkomen dat de benoeming wordt verricht door een persoon of een derde Staat, gekozen door de partijen, verricht de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties binnen 30 dagen na ontvangst van een verzoek ingevolge de letters c en d de noodzakelijke benoemingen. De in deze letter bedoelde benoemingen worden verricht uit de in aanmerking komende lijst of lijsten van deskundigen, bedoeld in artikel 2 van deze Bijlage en in overleg met de partijen bij het geschil en de desbetreffende internationale organisatie. De aldus benoemde leden mogen niet dezelfde nationaliteit bezitten, noch in dienst zijn van een van de partijen bij het geschil, hun gewone verblijfplaats hebben op het grondgebied daarvan of de nationaliteit daarvan bezitten.
- f. Elke vacature wordt vervuld op de voor de oorspronkelijke benoeming voorgeschreven wijze.
- g. De partijen die hetzelfde belang hebben benoemen gezamenlijk en in onderlinge overeenstemming twee leden van het scheidsgerecht. Wanneer diverse partijen verschillende belangen hebben of het er niet over eens kunnen worden of zij gelijke belangen hebben, benoemt ieder van hen een lid van het scheidsgerecht.
- h. Het bepaalde in de letters a tot en met f wordt zo ver als mogelijk toegepast op de geschillen waarbij meer dan twee partijen zijn betrokken.
Artikel 4. Algemene bepalingen
De artikelen 4 tot en met 13 van Bijlage VII zijn mutatis mutandis van toepassing op de bijzondere-arbitrageprocedure overeenkomstig deze Bijlage.
Artikel 5
De partijen bij een geschil betreffende de uitlegging of toepassing van de bepalingen van dit Verdrag betreffende (1) visserij, (2) bescherming en behoud van het mariene milieu, (3) wetenschappelijk zeeonderzoek, of (4) scheepvaart, met inbegrip van de verontreiniging door schepen of door storting, kunnen te allen tijde overeenkomen, te verzoeken om instelling van een bijzonder scheidsgerecht overeenkomstig artikel 3 van deze Bijlage, voor het verrichten van een onderzoek en vaststellen van de feiten die aanleiding zijn voor het geschil.
Tenzij de partijen anders overeenkomen, worden de feitelijke bevindingen van het bijzondere scheidsgerecht, handelend overeenkomstig het eerste lid, beschouwd als definitief tussen de partijen.
Indien alle partijen bij het geschil zulks verzoeken, kan het bijzondere scheidsgerecht aanbevelingen doen die, zonder de kracht van een beslissing te hebben, alleen de grondslag vormen voor een hernieuwd onderzoek door de partijen van de vraagstukken die aanleiding waren voor het geschil.
Onder voorbehoud van het tweede lid, handelt het bijzondere scheidsgerecht overeenkomstig de bepalingen van deze Bijlage, tenzij de partijen anderszins overeenkomen.
Artikel 1. Gebezigde uitdrukkingen
Voor de toepassing van artikel 305 en van deze Bijlage betekent „internationale organisatie” een intergouvernementele organisatie, samengesteld uit Staten, waaraan de Lid-Staten bevoegdheden hebben overgedragen over onderwerpen welke door dit Verdrag worden geregeld, met inbegrip van de bevoegdheid verdragen te sluiten betreffende die onderwerpen.
Artikel 2. Ondertekening
Een internationale organisatie kan dit Verdrag ondertekenen, indien een meerderheid van de Lid-Staten ervan dit Verdrag heeft ondertekend. Op het moment van ondertekening legt een internationale organisatie een verklaring af, waarin de door dit Verdrag geregelde onderwerpen worden opgesomd met betrekking waartoe aan die organisatie de bevoegdheid is overgedragen door de Lid-Staten ervan die dit Verdrag hebben ondertekend, en de aard en de omvang van die bevoegdheid worden omschreven.
Artikel 3. Formele bevestiging en toetreding
Een internationale organisatie kan haar akte van formele bevestiging of toetreding nederleggen, indien een meerderheid van de Lid-Staten ervan hun akten van bekrachtiging of toetreding nederlegt of heeft nedergelegd.
De door de internationale organisatie nedergelegde akten bevatten de toezeggingen en verklaringen die in de artikelen 4 en 5 van deze Bijlage worden vereist.
Artikel 4. Mate van deelneming en rechten en verplichtingen
De akte van formele bevestiging of toetreding van een internationale organisatie bevat de toezegging de rechten en verplichtingen van de Staten krachtens dit Verdrag te aanvaarden betreffende de onderwerpen met betrekking waartoe de bevoegdheid eraan is overgedragen door de Lid-Staten ervan die Partij zijn bij dit Verdrag.
Een internationale organisatie is Partij bij dit Verdrag in de mate van haar bevoegdheid overeenkomstig de verklaringen, mededelingen en kennisgevingen, bedoeld in artikel 5 van deze Bijlage.
Een internationale organisatie oefent de rechten uit en komt de verplichtingen na, die de Lid-Staten ervan die Partij zijn bij dit Verdrag, anders krachtens dit Verdrag zouden hebben betreffende de onderwerpen met betrekking waartoe de bevoegdheid eraan is overgedragen door die Lid-Staten. De Lid-Staten van die internationale organisatie oefenen geen bevoegdheden uit die zij eraan hebben overgedragen.
De deelneming door een internationale organisatie brengt in geen geval een grotere vertegenwoordiging met zich mee dan die waarop de Lid-Staten ervan die Partij zijn bij dit Verdrag, anders recht zouden hebben, met inbegrip van de rechten ter zake van besluitvorming.
De deelneming door een internationale organisatie geeft in geen geval rechten krachtens dit Verdrag aan Lid-Staten van de organisatie die geen Partij zijn bij dit Verdrag.
In het geval van strijdigheid tussen de verplichtingen van een internationale organisatie krachtens dit Verdrag en haar verplichtingen krachtens de overeenkomst tot oprichting van die organisatie of enige daarop betrekking hebbende akte gaan de verplichtingen krachtens dit Verdrag voor.
Artikel 5. Verklaringen, kennisgevingen en mededelingen
De akte van formele bevestiging of toetreding van een internationale organisatie bevat een verklaring waarin de door dit Verdrag geregelde onderwerpen worden opgesomd, met betrekking waartoe aan die organisatie de bevoegdheid is overgedragen door de Lid-Staten ervan die Partij zijn bij dit Verdrag.
Een Lid-Staat van een internationale organisatie legt op het moment waarop deze dit Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt of op het moment waarop de organisatie haar akte van formele bevestiging of toetreding nederlegt, welke van de twee het laatste is, een verklaring af waarin de door dit Verdrag geregelde onderwerpen worden opgesomd, met betrekking waartoe deze de bevoegdheid aan die organisatie heeft overgedragen.
De Staten die Partij zijn, die Lid-Staten zijn van een internationale organisatie die Partij is bij dit Verdrag, worden geacht de bevoegdheid te hebben over alle door dit Verdrag geregelde onderwerpen, met betrekking waartoe die Staten niet uitdrukkelijk hebben verklaard, kennis gegeven of medegedeeld krachtens dit artikel, dat overdracht van bevoegdheid heeft plaatsgevonden.
De internationale organisatie en de Lid-Staten ervan die Partij zijn bij dit Verdrag, geven de depositaris van dit Verdrag terstond kennis van elke wijziging in de verdeling van de bevoegdheden, vermeld in de verklaringen op grond van het eerste en tweede lid, met inbegrip van nieuwe overdrachten van bevoegdheid.
Elke Staat die Partij is kan een internationale organisatie en de Lid-Staten ervan die Partij zijn bij dit Verdrag verzoeken aan te geven wie van hen de bevoegdheid heeft met betrekking tot een specifiek probleem dat zich heeft voorgedaan. De organisatie en de betrokken Lid-Staten geven de gevraagde inlichtingen binnen een redelijke tijd. De internationale organisatie en de Lid-Staten kunnen deze inlichtingen ook uit eigen beweging geven.
In de verklaringen, kennisgevingen en mededelingen krachtens dit artikel worden de aard en de omvang van de overgedragen bevoegdheden omschreven.
Artikel 6. Aansprakelijkheid
Partijen die bevoegdheid hebben op grond van artikel 5 van deze Bijlage zijn aansprakelijk voor de niet-nakoming van de verplichtingen, voortvloeiend uit dit Verdrag en voor elke andere schending ervan.
Elke Staat die Partij is kan een internationale organisatie of de Lid-Staten ervan die Partij zijn bij dit Verdrag verzoeken aan te geven wie aansprakelijk is in een bepaald geval. De organisatie en de betrokken Lid-Staten geven deze inlichtingen. Indien zij dit niet binnen een redelijke tijd doen of tegenstrijdige inlichtingen geven, zijn zij gezamenlijk en hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 7. Regeling van geschillen
Op het moment van nederlegging van haar akte van formele bevestiging of van toetreding, of op enig tijdstip daarna, staat het een internationale organisatie vrij door middel van een schriftelijke verklaring een of meer van de wijzen van regeling van geschillen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag te kiezen, genoemd in artikel 287, eerste lid, letters a, c of d.
Deel XV is mutatis mutandis van toepassing op elk geschil tussen Partijen bij dit Verdrag, waarvan een of meer internationale organisaties zijn.
Wanneer een internationale organisatie en een of meer van de Lid-Staten ervan gezamenlijk partij zijn bij een geschil, of partijen in hetzelfde belang zijn, wordt de organisatie geacht dezelfde procedure voor de regeling van geschillen te hebben aanvaard als de Lid-Staten; in het geval dat een Lid-Staat op grond van artikel 287 uitsluitend het Internationale Gerechtshof heeft gekozen, worden de organisatie en de betrokken Lid-Staat geacht arbitrage in overeenstemming met Bijlage VII te hebben aanvaard, tenzij de partijen bij het geschil anderszins overeenkomen.
Artikel 8. Toepasselijkheid van Deel XVII
Deel XVII is mutatis mutandis van toepassing op internationale organisaties, behoudens met betrekking tot het volgende:
- a. de akte van formele bevestiging of van toetreding van een internationale organisatie wordt niet in aanmerking genomen bij de toepassing van artikel 308, eerste lid;
- b.
- (i). een internationale organisatie heeft uitsluitende handelingsbevoegdheid met betrekking tot de toepassing van de artikelen 312 tot en met 315, in de mate dat deze krachtens artikel 5 van deze Bijlage bevoegdheid heeft over het gehele, door de wijziging bestreken terrein;
- (ii). wanneer een internationale organisatie krachtens artikel 5 van deze Bijlage de bevoegdheid heeft over het gehele, door de wijziging bestreken terrein, wordt de akte van formele bevestiging of toetreding daarvan beschouwd als de akte van bekrachtiging of toetreding van elk van de Lid-Staten die Partij zijn bij dit Verdrag voor de toepassing van artikel 316, eerste, tweede en derde lid;
- (iii). de akte van formele bevestiging of van toetreding van een internationale organisatie wordt niet in aanmerking genomen bij de toepassing van artikel 316, eerste en tweede lid, met betrekking tot alle andere wijzigingen;
- c).
- (i). een internationale organisatie kan dit Verdrag niet overeenkomstig artikel 317 opzeggen indien een van de Lid-Staten ervan Partij is bij dit Verdrag en de organisatie de in artikel 1 van deze Bijlage genoemde voorwaarden blijft vervullen;
- (ii). een internationale organisatie dient dit Verdrag op te zeggen wanneer geen van de Lid-Staten ervan meer Partij is bij dit Verdrag of de internationale organisatie niet langer de in artikel 1 van deze Bijlage genoemde voorwaarden vervult. Deze opzegging wordt onmiddellijk van kracht.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned Plenipotentiaries, being duly authorized thereto, have signed this Convention.
DONE at Montego Bay, this tenth day of December, one thousand nine hundred and eighty-two.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)