Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2017-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 911
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap enerzijds, en de Overeenkomst van Georgetown tot oprichting van de groep van Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, anderzijds;

Vastbesloten samen te werken teneinde de doeleinden van uitroeiing van de armoede, duurzame ontwikkeling en geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie te verwezenlijken;

Vastbesloten door middel van hun samenwerking een aanmerkelijke bijdrage te leveren tot de economische, sociale en culturele ontwikkeling van de ACS-staten en tot lotsverbetering van hun volkeren, door hen te helpen de uitdaging van de globalisering het hoofd te bieden en het partnerschap tussen ACS en EU te intensiveren, teneinde de sociale dimensie van het globaliseringsproces te versterken;

Opnieuw bevestigende dat zij hun bijzondere betrekkingen een nieuw elan wensen te geven en ter versterking van hun partnerschap een brede geïntegreerde benadering tot stand wensen te brengen, gebaseerd op politieke dialoog, ontwikkelingssamenwerking en economische en handelsbetrekkingen;

Erkennende dat een politiek klimaat dat vrede, veiligheid en stabiliteit, eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat en goed bestuur waarborgt, een integrerend onderdeel van de ontwikkeling op lange termijn dient te zijn; erkennende dat de verantwoordelijkheid voor de totstandbrenging van een dergelijk klimaat allereerst berust bij de betrokken landen;

Erkennende dat een gezond en duurzaam economisch beleid een essentiële voorwaarde is voor ontwikkeling;

Verwijzende naar de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en herinnerende aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de conclusies van de Conferentie van Wenen van 1993 over de mensenrechten, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, de Overeenkomst inzake de rechten van het kind, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, de Verdragen van Genève van 1949 en andere instrumenten van het internationale humanitaire recht, het Verdrag betreffende de status van staatlozen (Genève 1954), het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Genève 1951) en het Protocol betreffende de status van vluchtelingen (New York 1967);

In aanmerking nemende het Verdrag inzake de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van de Raad van Europa, het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren en het Amerikaanse Verdrag inzake de rechten van de mens als positieve regionale bijdragen tot de eerbiediging van de mensenrechten in de Europese Unie en in de ACS-staten;

Opnieuw bevestigende dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren;

Overwegende dat de instelling en het effectief functioneren van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling voor vrede en internationale gerechtigheid zijn;

VERWIJZENDE naar de verklaringen van de successieve topontmoetingen van de staatshoofden en regeringsleiders van de ACS-staten;

OVERWEGENDE dat de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, zoals die zijn vastgelegd in de Millenniumverklaring die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2000 heeft vastgesteld, met name de uitroeiing van extreme armoede en honger, alsmede de ontwikkelingsdoelen en de beginselen die zijn overeengekomen op de Conferenties van de Verenigde Naties, een duidelijke visie bieden en aan de samenwerking tussen de ACS en de Europese Unie in het kader van deze Overeenkomst ten grondslag moeten liggen; Erkennende dat de EU en de ACS-staten een gezamenlijke inspanning moeten leveren om sneller vooruitgang te boeken met betrekking tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen;

INSTEMMENDE met de agenda voor de doeltreffendheid van hulp, die in Rome van start is gegaan, in Parijs is voortgezet en met de Actieagenda van Accra verder is ontwikkeld;

BIJZONDERE AANDACHT SCHENKENDE aan de verbintenissen die zijn aangegaan en de doelstellingen die zijn overeengekomen op grote VN-conferenties en andere internationale conferenties, en erkennende dat verdere maatregelen nodig zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen en de uitvoering van de actieprogramma's die in die fora zijn vastgesteld;

ZICH BEWUST van de ernstige wereldwijde milieuproblemen die klimaatverandering teweegbrengt, en diep bezorgd dat de kwetsbaarste bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden leven, met name de minst ontwikkelde landen en de kleine eilandstaten van de ACS, waar klimaatverschijnselen zoals stijging van de zeespiegel, kusterosie, overstromingen, droogte en woestijnvorming een bedreiging vormen voor de bestaansmiddelen van de bevolking en duurzame ontwikkeling;

Wensende de fundamentele arbeidsrechten te eerbiedigen, rekening houdende met de beginselen die in de desbetreffende verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie zijn neergelegd;

Wijzende op hun verbintenissen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie,

Hebben besloten deze overeenkomst te sluiten1[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEU 2000, L 317.]:

DEEL 1. ALGEMENE BEPALINGEN

TITEL I. DOELEINDEN, BEGINSELEN EN ACTOREN

HOOFDSTUK I. DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

Artikel 1. Doelstellingen van het partnerschap

De Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de ACS-staten anderzijds, hierna „de partijen” genoemd, sluiten deze Overeenkomst om de economische, culturele en maatschappelijke ontwikkeling van de ACS-staten te bevorderen en te versnellen, teneinde tot vrede en veiligheid bij te dragen en een stabiel en democratisch politiek klimaat te bevorderen.

De kern van het partnerschap wordt gevormd door de doelstelling armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te roeien, overeenkomstig de doelstellingen van duurzame ontwikkeling en geleidelijk integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie.

Deze doelstellingen en de internationale verbintenissen van de partijen, met inbegrip van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, liggen aan alle ontwikkelingsstrategieën ten grondslag; zij worden verwezenlijkt volgens een geïntegreerde benadering, die de politieke, economische, maatschappelijke, culturele en milieuaspecten van de ontwikkeling tegelijkertijd in aanmerking neemt. Het partnerschap biedt een samenhangend kader voor de ondersteuning van de ontwikkelingsstrategieën van elke ACS-staat.

Elementen van dit kader zijn duurzame economische groei, ontwikkeling van de particuliere sector, stimulering van de werkgelegenheid en verbetering van de toegang tot productiemiddelen. Steun wordt verleend ter bevordering van de eerbiediging van de rechten van het individu en de vervulling van basisbehoeften, de bevordering van sociale ontwikkeling en de vervulling van de voorwaarden voor rechtvaardige verdeling van de vruchten van de groei. Regionale en subregionale integratieprocessen die de integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie bevorderen, zowel wat handel als wat particuliere investeringen betreft, worden aangemoedigd en gesteund. Integrerende onderdelen van deze benadering zijn de opbouw van de capaciteit van de actoren van het ontwikkelingsproces en de verbetering van het institutionele kader dat vereist is voor sociale cohesie, voor het functioneren van een democratische samenleving en een markteconomie en voor het ontstaan van een actieve, georganiseerde civiele samenleving. De situatie van vrouwen en gendervraagstukken worden systematisch in aanmerking genomen op alle gebieden – politiek, economisch en sociaal. De beginselen van duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen en het milieu en de beheersing van klimaatverandering worden op elk niveau van het partnerschap geïntegreerd toegepast.

Artikel 2. Grondbeginselen

De samenwerking tussen ACS en EG, die gegrondvest is op een bindende rechtsregeling en gezamenlijke instellingen, wordt geleid door de internationaal overeengekomen agenda voor de doeltreffendheid van hulp, met als uitgangspunten eigen inbreng, onderlinge afstemming, harmonisatie, resultaatgericht beheer en wederzijdse verantwoording, en wordt uitgevoerd aan de hand van de volgende grondbeginselen:

  • –. gelijkheid van de partners en hun inbreng in de ontwikkelingsstrategieën: ter uitvoering van de doelstellingen van het partnerschap bepaalt iedere ACS-staat de ontwikkelingsstrategie voor zijn economie en zijn samenleving in volledige soevereiniteit, daarbij alle in artikel 9 genoemde essentiële en fundamentele elementen in aanmerking nemende; het partnerschap stimuleert de inbreng van de betrokken landen en volkeren in de eigen ontwikkelingsstrategie; de ontwikkelingspartners van de EU stemmen hun programma's af op deze strategieën;
  • –. deelname: naast de centrale overheid als belangrijkste partner, staat het partnerschap open voor de parlementen van de ACS-staten, de plaatselijke overheden in de ACS-staten en andere actoren, teneinde de integratie in de hoofdstroom van het politieke, economische en maatschappelijke leven te bevorderen van alle geledingen van de samenleving, waaronder de particuliere sector en organisaties van het maatschappelijk middenveld;
  • –. een centrale rol voor dialoog, de naleving van wederzijdse verplichtingen en verantwoording: de verplichtingen die de partijen in het kader van hun dialoog zijn aangegaan vormen een kernpunt van hun partnerschaps- en samenwerkingsbetrekkingen; de partijen werken nauw samen bij het bepalen en uitvoeren van de noodzakelijke donorafstemming en harmonisatie, teneinde bij deze processen een sleutelrol voor de ACS-staten te waarborgen;
  • –. differentiëring en regionalisering: de regelingen en prioriteiten voor samenwerking worden afgestemd op het ontwikkelingsniveau, de behoeften, de prestaties en de ontwikkelingsstrategie voor de lange termijn van de partner. De minst ontwikkelde landen krijgen een bijzondere behandeling. Rekening wordt gehouden met de kwetsbaarheid van niet aan zee grenzende en insulaire landen. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan regionale integratie, ook op continentale schaal.

Artikel 3. Verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst

Elke partij neemt, voor zover het bepaalde in de Overeenkomst haar aangaat, alle algemene of bijzondere maatregelen waardoor de nakoming van de uit de Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen kan worden gewaarborgd en het nastreven van de doelstellingen ervan kan worden vergemakkelijkt. De partijen zien af van maatregelen die deze doelstellingen in gevaar kunnen brengen.

HOOFDSTUK II. DE ACTOREN VAN HET PARTNERSCHAP

Artikel 4. Algemene benadering

De ACS-staten bepalen de beginselen, strategieën en modellen voor de ontwikkeling van hun economie en hun samenleving in volledige soevereiniteit. Zij stellen samen met de Gemeenschap de samenwerkingsprogramma's vast waarin de Overeenkomst voorziet. De partijen erkennen echter dat niet-overheidsactoren, nationale parlementen van de ACS-staten en plaatselijke gedecentraliseerde overheden in het ontwikkelingsproces een complementaire rol kunnen spelen en daartoe een bijdrage kunnen leveren, met name op nationaal en regionaal niveau. Niet-overheidsactoren, nationale parlementen van de ACS-staten en plaatselijke gedecentraliseerde overheden worden daartoe in voorkomend geval, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de Overeenkomst, op de volgende wijze bij het proces betrokken:

  • –. zij worden ingelicht en betrokken bij overleg over samenwerkingsbeleid en samenwerkingsstrategie, over samenwerkingsprioriteiten, met name op terreinen die hen aangaan of rechtstreeks betreffen, en over de politieke dialoog;
  • –. hun wordt op kritieke gebieden steun verleend ter versterking van hun capaciteiten en vermogens, met name ten aanzien van organisatie en representatie en de instelling van mechanismen voor overleg, met inbegrip van communicatielijnen en dialoog, alsmede ter bevordering van strategische allianties.

Niet-overheidsactoren en plaatselijke gedecentraliseerde overheden:

  • –. krijgen, waar nodig, op de voorwaarden als in de Overeenkomst vastgesteld, financiële middelen ter beschikking gesteld om het proces van plaatselijke ontwikkeling te steunen;
  • –. worden waar nodig betrokken bij de tenuitvoerlegging van samenwerkingsprojecten en -programma's op terreinen die hen aangaan of waarop zij een relatief voordeel hebben.

Artikel 5. Voorlichting

De samenwerking ondersteunt maatregelen ten behoeve van voorlichting over de belangrijkste aspecten van het partnerschap tussen ACS en EU. De samenwerking is bovendien gericht op:

  • –. aanmoediging van partnerschap en contacten tussen actoren in de ACS en in de EU;
  • –. versterking van netwerkvorming en uitwisseling van deskundigheid en ervaring onder de actoren.

Artikel 6. Definities

1.

De actoren van de samenwerking zijn:

  • a). overheden (plaatselijk, regionaal en nationaal), alsmede nationale parlementen van de ACS-staten;
  • b). regionale ACS-organisaties en de Afrikaanse Unie; voor de toepassing van deze Overeenkomst worden onder „regionale organisaties” en „het regionale niveau” tevens subregionale organisaties en het subregionale niveau verstaan;
  • c). buiten de overheid:
  • –. de particuliere sector;
  • –. de economische en sociale partners, onder andere vakbondsorganisaties;
  • –. de civiele samenleving in al haar verschijningsvormen, overeenkomstig de nationale kenmerken.
2.

Erkenning door de partijen van niet-overheidsactoren is afhankelijk van de mate waarin zij beantwoorden aan de behoeften van de bevolking, hun specifieke deskundigheid en het democratisch gehalte en de transparantie van hun organisatie en beheer.

Artikel 7. Capaciteitsopbouw

De bijdrage van de civiele samenleving tot het ontwikkelingsproces kan worden gestimuleerd door versterking van maatschappelijke organisaties en niet-gouvernementele organisaties zonder winstoogmerk op alle terreinen van de samenwerking. Dit houdt in dat:

  • –. de totstandkoming en ontwikkeling van dergelijke organisaties moet worden gestimuleerd;
  • –. regelingen moeten worden getroffen om dergelijke organisaties te betrekken bij de opzet, de uitvoering en de evaluatie van ontwikkelingsstrategieën en ontwikkelingsprogramma's.

TITEL II. DE POLITIEKE DIMENSIE

Artikel 8. Politieke dialoog

1.

De partijen gaan regelmatig een brede, evenwichtige en diepgaande politieke dialoog aan, die tot verbintenissen van beide zijden leidt.

2.

Het doel van deze dialoog is het uitwisselen van informatie, het bevorderen van het wederzijdse begrip en het vereenvoudigen van de totstandkoming van overeengekomen prioriteiten en gemeenschappelijke agendapunten, met name door te erkennen dat de verschillende aspecten van de betrekkingen tussen de partijen verband houden, met de diverse samenwerkingsterreinen waarin deze Overeenkomst voorziet. De dialoog dient het overleg tussen de partijen in internationale fora te vereenvoudigen en hun samenwerking te versterken, en een stelsel van effectief multilateralisme te bevorderen en in stand te houden. De dialoog moet tevens voorkomen dat situaties ontstaan waarin een partij het noodzakelijk acht een beroep te doen op de overlegprocedures van de artikelen 96 en 97.

3.

De dialoog heeft betrekking op alle doelstellingen van de Overeenkomst, alsmede alle vraagstukken van gemeenschappelijk, algemeen of regionaal belang, met inbegrip van vraagstukken betreffende regionale of continentale integratie. Door middel van de dialoog dragen de partijen bij tot vrede, veiligheid en stabiliteit, en bevorderen zij de totstandkoming van een stabiel en democratisch politiek klimaat. De dialoog omvat samenwerkingsstrategieën, waaronder de agenda voor de doeltreffendheid van hulp, en wereldwijde en sectorale beleidsvraagstukken, zoals milieu, klimaatverandering, gendervraagstukken, migratie en vraagstukken in verband met het cultureel erfgoed. De dialoog betreft voorts algemeen en sectoraal beleid van beide partijen dat van invloed kan zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van de ontwikkelingssamenwerking.

4.

De dialoog concentreert zich onder meer op specifieke politieke vraagstukken van gemeenschappelijk belang of van algemene betekenis voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst, zoals de wapenhandel, buitensporige militaire uitgaven, drugs, georganiseerde criminaliteit en kinderarbeid, alsook discriminatie op welke grond dan ook, zoals ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of sociale afkomst, vermogen, geboorte of andere status. In het kader van de dialoog wordt voorts regelmatig geëvalueerd welke de ontwikkelingen zijn ten aanzien van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur.

5.

Een op brede basis gestoeld beleid ter bevordering van de vrede en ter voorkoming, beheersing en oplossing van gewelddadige conflicten is een belangrijk onderdeel van de dialoog; het streven naar vrede en democratische stabiliteit dient bij de vaststelling van de prioriteitsgebieden voor de samenwerking volledig in aanmerking te worden genomen. Bij de dialoog in dit verband worden de relevante regionale ACS-organisaties en de Afrikaanse Unie, waar van toepassing, ten volle betrokken.

6.

De dialoog wordt op flexibele wijze gevoerd. De dialoog verloopt naargelang de behoefte formeel of informeel, en wordt gevoerd zowel binnen als buiten het institutionele kader, met inbegrip van de ACS-groep en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, in een passende vorm en op passend niveau, onder meer op nationaal, regionaal en continentaal niveau of voor de gehele ACS.

7.

Regionale organisaties en vertegenwoordigers van organisaties van het maatschappelijk middenveld worden bij de dialoog betrokken, alsook waar van toepassing de nationale parlementen van de ACS-staten.

8.

Waar dat passend is, en om situaties te vermijden waarin een partij het noodzakelijk acht een beroep te doen op de overlegprocedure van artikel 96, dient overeenkomstig de modaliteiten van bijlage VII, een systematische en geformaliseerde dialoog te worden gevoerd die betrekking heeft op de essentiële elementen.

Artikel 9. Essentiële elementen op het gebied van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat, en fundamenteel element met betrekking tot goed bestuur

1.

De samenwerking is gericht op duurzame ontwikkeling, waarin de mens, de stuwende kracht en voornaamste begunstigde ervan, centraal staat; dit houdt in dat alle rechten van de mens dienen te worden geëerbiedigd en bevorderd.

Eerbiediging van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, onder meer inhoudende eerbiediging van de fundamentele sociale rechten, op de rechtsstaat berustende democratie en transparant en verantwoordelijk bestuur, is een integrerend aspect van duurzame ontwikkeling.

2.

De partijen verwijzen naar hun internationale verplichtingen en verbintenissen betreffende de eerbiediging van de mensenrechten. Zij verklaren opnieuw bijzonder gewicht te hechten aan de waardigheid en de rechten van de mens, waarnaar individuen en volkeren rechtmatig streven. De mensenrechten zijn universeel, ondeelbaar en onderling verbonden. De partijen verbinden zich ertoe alle fundamentele vrijheden en mensenrechten te bevorderen en te beschermen, zowel burgerrechten en politieke rechten als economische, sociale en culturele rechten. In dit verband bevestigen de partijen opnieuw de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen.

De partijen verklaren dat democratisering, ontwikkeling en de bescherming van de fundamentele vrijheden onderling zijn verbonden en elkaar versterken. De democratische beginselen zijn universeel erkende beginselen die aan de organisatie van de staat ten grondslag liggen en daardoor de legitimiteit van zijn gezag, de wettigheid van zijn handelen, zoals dit zijn weerslag vindt in het constitutionele, wetgevende en regelgevende stelsel, alsmede het bestaan van mechanismen voor participatie waarborgen. Op basis van deze universeel erkende beginselen ontwikkelt ieder land zijn democratische cultuur.

De structuur van de overheid en de bevoegdheden van de verschillende machten moeten zijn gegrondvest op de rechtsstaat, wat met name het bestaan inhoudt van doeltreffende en toegankelijke juridische beroepsmogelijkheden, een onafhankelijk rechtsstelsel dat gelijkheid voor de wet waarborgt en een uitvoerende macht die volledig is ondergeschikt aan de wet.

De eerbiediging van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat, waarop het partnerschap tussen ACS en EU berust, liggen ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen, en zijn essentiële elementen van deze Overeenkomst.

3.

In het kader van een politiek en institutioneel klimaat dat de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat beschermt, wordt onder goed bestuur verstaan het transparante en verantwoordelijke beheer van menselijke en natuurlijke hulpbronnen en economische en financiële middelen ten behoeve van rechtvaardige en duurzame ontwikkeling. Goed bestuur houdt het bestaan in van duidelijke besluitvormingsprocedures bij de overheid, transparante en verantwoording verschuldigde instellingen, de voorrang van de wet bij het beheer en de verdeling van middelen en de opbouw van capaciteiten ten behoeve van het uitwerken en uitvoeren van maatregelen teneinde met name corruptie te voorkomen en te bestrijden.

Goed bestuur, waarop het partnerschap tussen ACS en EU berust, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen, en is een fundamenteel element van deze Overeenkomst. De partijen komen overeen dat ernstige gevallen van corruptie, met inbegrip van omkoping die tot dergelijke corruptie leidt, als bedoeld in artikel 97, een schending van dit element inhouden.

4.

Bevordering van de mensenrechten, democratiseringsprocessen, consolidatie van de rechtsstaat en goed bestuur worden door het partnerschap actief ondersteund.

Deze terreinen zijn een belangrijk onderwerp voor de politieke dialoog. In het kader van deze dialoog kennen de partijen bijzonder belang toe aan de veranderingen zoals die zich voordoen en de continuïteit van de bereikte vooruitgang. Bij deze regelmatige evaluatie wordt de economische, sociale, culturele en historische achtergrond van ieder land in aanmerking genomen.

Aan deze terreinen wordt tevens bijzondere aandacht geschonken bij de steun voor ontwikkelingsstrategieën. De Gemeenschap verleent steun voor politieke, institutionele en juridische hervormingen en voor het versterken van de capaciteit van openbare en particuliere actoren en de civiele samenleving in het kader van strategieën die door de betrokken staat en de Gemeenschap worden overeengekomen.

De beginselen die ten grondslag liggen aan de in dit artikel vastgestelde essentiële en fundamentele elementen zijn gelijkelijk van toepassing op enerzijds de ACS-staten en anderzijds de Europese Unie en haar lidstaten.

Artikel 10. Andere elementen van het politieke klimaat

1.

De partijen zijn van oordeel dat de volgende elementen bijdragen tot de instandhouding en consolidatie van een stabiel en democratisch politiek klimaat:

  • –. duurzame en rechtvaardige ontwikkeling, wat onder meer toegang tot productiemiddelen, essentiële diensten en justitie inhoudt;
  • –. sterkere betrokkenheid van de nationale parlementen van de ACS-staten, plaatselijke gedecentraliseerde overheden en een actieve, georganiseerde civiele samenleving en de particuliere sector.
2.

De partijen erkennen dat de beginselen van de sociale markteconomie, ondersteund door transparante concurrentieregels en gezond economisch en sociaal beleid, tot de verwezenlijking van doelstellingen van het partnerschap bijdragen.

Artikel 11. Vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing, respons op onstabiele situaties

1.

De partijen erkennen dat duurzame vrede en veiligheid niet mogelijk zijn zonder ontwikkeling en zonder terugdringing van de armoede en dat duurzame ontwikkeling niet mogelijk is zonder vrede en veiligheid. De partijen voeren een actief, veelomvattend en geïntegreerd beleid inzake vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing en menselijke veiligheid, en pakken onstabiele situaties aan in het kader van het partnerschap. Dit beleid wordt gebaseerd op het beginsel van eigen inbreng en richt zich met name op de opbouw van capaciteiten op nationaal, regionaal en continentaal vlak en op het voorkomen van gewelddadige conflicten in een vroeg stadium, door de onderliggende oorzaken, waaronder armoede, op gerichte wijze en met een passende combinatie van alle beschikbare instrumenten aan te pakken.

De partijen erkennen dat moet worden opgetreden tegen nieuwe of zich uitbreidende bedreigingen voor de veiligheid, zoals georganiseerde misdaad, piraterij en de smokkel van met name mensen, drugs en wapens. Ook moeten de gevolgen van mondiale problemen, zoals turbulentie op de internationale financiële markt, klimaatverandering en pandemieën, in aanmerking worden genomen.

De partijen onderstrepen de belangrijke rol van regionale organisaties bij vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing en bij het aanpakken van nieuwe of zich uitbreidende bedreigingen voor de veiligheid; in Afrika, heeft de Afrikaanse Unie een sleutelverantwoordelijkheid in dit verband.

2.

De onderlinge afhankelijkheid van veiligheid en ontwikkeling is het uitgangspunt van de activiteiten op het gebied van vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing, waarbij een combinatie van benaderingen voor de korte en lange termijn wordt toegepast, die verder gaat dan uitsluitend crisisbeheersing. De activiteiten voor de aanpak van nieuwe of zich uitbreidende bedreigingen voor de veiligheid bieden steun voor onder andere de wetshandhaving, met inbegrip van samenwerking op het gebied van grenscontroles, verbetering van de veiligheid van de internationale toeleveringsketen en versterking van de bescherming van lucht-, zee- en wegvervoer.

De activiteiten op het gebied van vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing houden met name in: steun voor de evenwichtige verdeling van politieke, economische, sociale en culturele kansen onder alle geledingen van de samenleving, steun voor versterking van de democratische legitimiteit en de effectiviteit van het bestuur, steun voor de totstandbrenging van effectieve instrumenten voor de vreedzame verzoening van groepsbelangen, steun voor de actieve betrokkenheid van vrouwen, steun voor het overbruggen van scheidslijnen tussen verschillende geledingen van de samenleving en steun voor een actieve en georganiseerde civiele samenleving. In dit verband wordt bijzondere aandacht gegeven aan de ontwikkeling van systemen voor vroegtijdige waarschuwing en mechanismen voor vredesopbouw waarmee wordt bijgedragen tot het voorkomen van conflicten.

3.

Andere relevante activiteiten in dit verband zijn onder meer: steun voor bemiddeling, onderhandelingen en verzoening, steun voor effectief regionaal beheer van gedeelde schaarse natuurlijke hulpbronnen, steun voor demobilisatie van voormalige strijdenden en hun reïntegratie in de samenleving, steun voor het aanpakken van het probleem van kindsoldaten en het geweld tegen vrouwen en kinderen. Er worden passende maatregelen getroffen om de militaire uitgaven en de wapenhandel tot een verantwoord niveau terug te brengen, onder meer door steun te verlenen ter bevordering en toepassing van overeengekomen gedragsnormen en gedragscodes, en om activiteiten die conflicten aanjagen tegen te gaan.

3 bis. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de bestrijding van antipersoneelmijnen en ontplofbare oorlogsresten en de aanpak van de illegale vervaardiging, de illegale overdracht, het illegale verkeer en de illegale accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, met inbegrip van de aanpak van ondeugdelijk beveiligde en beheerde voorraden en hun ongecontroleerde verspreiding.

De partijen komen overeen hun respectieve verplichtingen krachtens alle desbetreffende internationale verdragen en instrumenten te coördineren, na te komen en ten volle ten uitvoer te leggen, en daartoe op nationaal, regionaal en continentaal niveau samen te werken.

3 ter. De partijen komen tevens overeen samen te werken bij het voorkomen van activiteiten van huurlingen, overeenkomstig hun verplichtingen op grond van alle desbetreffende internationale verdragen en instrumenten en hun respectieve wet- en regelgeving.

4.

Teneinde onstabiele situaties op strategische en doeltreffende wijze aan te pakken, wisselen de partijen informatie uit en faciliteren zij een preventieve aanpak, waarbij diplomatieke middelen, beveiliging en ontwikkelingssamenwerking op samenhangende wijze worden ingezet. Zij bereiken overeenstemming over de beste manier om het vermogen van staten om hun kerntaken te vervullen te versterken en de politieke wil tot hervorming te stimuleren met inachtneming van het beginsel van eigen inbreng. In onstabiele situaties is politieke dialoog van bijzonder belang en moet deze verder worden uitgebouwd en versterkt.

5.

In gewelddadige conflictsituaties nemen de partijen alle passende maatregelen om escalatie van het geweld te voorkomen en de territoriale uitbreiding ervan te beperken, en een vreedzame beslechting van geschillen te bevorderen. In het bijzonder moet erop worden toegezien dat de voor samenwerking bestemde financiële middelen benut worden in overeenstemming met de beginselen en doelstellingen van de Overeenkomst, en moet worden voorkomen dat deze middelen voor offensieve doeleinden worden misbruikt.

6.

In postconflictsituaties nemen de partijen alle passende maatregelen om de situatie tijdens het overgangsproces te stabiliseren, teneinde het herstel van een niet-gewelddadige, stabiele en democratische situatie te bevorderen. De partijen zien toe op de totstandkoming van de noodzakelijke koppeling tussen noodmaatregelen, herstel en ontwikkelingssamenwerking.

7.

De partijen bevorderen het versterken van vrede en internationale gerechtigheid en bevestigen hun vastberadenheid om:

  • –. internationale criminaliteit te bestrijden overeenkomstig het internationale recht, met inachtneming van het Statuut van Rome.

De partijen streven ernaar maatregelen te nemen ten behoeve van de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome en daarmee samenhangende instrumenten.

Artikel 12. Coherentie van het Gemeenschapsbeleid en de impact daarvan op de uitvoering van de overeenkomst

De partijen verbinden zich ertoe de beleidscoherentie inzake ontwikkeling op doelgerichte, strategische en op partnerschap berustende wijze te bevorderen, onder andere door versterking van de dialoog op het gebied van beleidscoherentie inzake ontwikkeling. De Unie erkent dat de Unie met haar beleid op andere gebieden dan ontwikkeling steun kan verlenen aan de ontwikkelingsprioriteiten van de ACS-staten, overeenkomstig de doelstellingen van deze Overeenkomst. Op deze grondslag verbetert de Unie de samenhang van die beleidsgebieden teneinde de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken.

Onverminderd artikel 96 stelt de Gemeenschap, indien zij voornemens is bij de uitvoering van haar bevoegdheden een maatregel te nemen die, gelet op de doelstellingen van de Overeenkomst, van invloed kan zijn op de belangen van de ACS-staten, de ACS-groep daarvan tijdig in kennis. Met het oog hierop houdt de Commissie het secretariaat van de ACS-groep op de hoogte van geplande voorstellen en doet zij haar voorstellen voor maatregelen van deze aard tegelijkertijd aan dit secretariaat toekomen. Zo nodig kan ook op initiatief van de ACS-staten een verzoek om inlichtingen worden ingediend.

Op verzoek van deze staten vindt onverwijld overleg plaats opdat, voordat een definitief besluit wordt genomen, rekening kan worden gehouden met hun bezwaren ten aanzien van de gevolgen van deze maatregelen.

Na dit overleg kunnen de ACS-staten en de ACS-groep hun bezwaren bovendien schriftelijk aan de Gemeenschap zo vlug mogelijk kenbaar maken en voorstellen voor wijzigingen doen die aangeven hoe hun bezwaren ondervangen moeten worden.

Indien de Gemeenschap geen gevolg geeft aan de voorstellen van de ACS-staten, stelt zij de ACS-staten daar zo spoedig mogelijk van in kennis, onder opgave van redenen.

De ACS-groep wordt tevens, indien mogelijk tevoren, toereikende informatie verstrekt over de inwerkingtreding van deze besluiten.

Artikel 13. Migratie

1.

Betreffende migratie wordt in het kader van het partnerschap tussen EU en ACS een diepgaande dialoog gehouden.

De partijen bevestigen opnieuw dat zij krachtens het internationale recht gehouden zijn en zich ertoe verbonden hebben toe te zien op de eerbiediging van de mensenrechten en de bestrijding van alle vormen van discriminatie op grond van met name afkomst, geslacht, ras, taal en godsdienst.

2.

De partijen zijn het erover eens dat ten aanzien van migratie een partnerschap met zich meebrengt: billijke behandeling van onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven, integratiebeleid dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers, versterking van de bestrijding van discriminatie in het economische, sociale en culturele leven en ontwikkeling van maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat.

3.

Elke lidstaat past op werknemers die de nationaliteit van een ACS-staat bezitten en legaal in loondienst werkzaam zijn op zijn grondgebied, wat arbeidsvoorwaarden, beloning en ontslag betreft, een regeling toe waarbij geen discriminatie op grond van nationaliteit plaatsvindt ten opzichte van zijn eigen onderdanen. Elke ACS-staat past bovendien ten aanzien hiervan op werknemers die de nationaliteit van een lidstaat bezitten een vergelijkbare niet-discriminerende regeling toe.

4.

De partijen zijn van oordeel dat strategieën om de armoede te bestrijden, de levens- en arbeidsomstandigheden te verbeteren, werkgelegenheid te scheppen en scholingsmogelijkheden te ontwikkelen, op de lange termijn bijdragen tot normalisering van de migratiestromen.

De partijen houden in het kader van de ontwikkelingsstrategieën en de nationale en regionale programmering rekening met de structurele knelpunten die met de migratiestromen verband houden, teneinde de economische en sociale ontwikkeling van de gebieden waaruit de migranten afkomstig zijn te steunen en de armoede terug te dringen.

De Gemeenschap steunt door middel van nationale en regionale samenwerkingsprogramma's de opleiding van onderdanen van de ACS-staten, in hun land van herkomst, in een ander ACS-land of in lidstaat van de Europese Unie. Ten aanzien van opleiding in een lidstaat zien de partijen erop toe dat dergelijke opleidingen gericht zijn op de professionele integratie van de ACS-onderdanen in hun land van herkomst.

De partijen ontwikkelen samenwerkingsprogramma's teneinde de toegang voor studerenden uit de ACS-staten tot het onderwijs te vergemakkelijken, met name door gebruikmaking van nieuwe communicatietechnologieën.

  • a. In het kader van de politieke dialoog bespreekt de Raad van Ministers problemen die het gevolg zijn van illegale immigratie, teneinde waar toepasselijk tot middelen voor een preventiebeleid te komen.
  • b. In dit verband komen de partijen met name overeen erop toe te zien dat in het kader van alle procedures voor terugkeer van illegale immigranten naar hun land van herkomst de rechten en de waardigheid van het individu worden gerespecteerd. De autoriteiten verstrekken hun in verband hiermede de administratieve faciliteiten die voor hun terugkeer noodzakelijk zijn.
  • c. Voorts komen de partijen overeen:
  • i. iedere lidstaat van de Europese Unie verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van een ACS-staat verblijven op verzoek van die staat zonder verdere formaliteiten over te nemen; iedere ACS-staat verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie verblijven op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over te nemen. Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten en de ACS-staten hun onderdanen passende identiteitsdocumenten. Wat de lidstaten van de Europese Unie betreft zijn de verplichtingen van dit lid uitsluitend van toepassing op personen die voor de toepassing van het Gemeenschapsrecht geacht worden hun onderdanen te zijn overeenkomstig Verklaring nr. 2 bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie. Wat de ACS-staten betreft zijn de verplichtingen van dit lid uitsluitend van toepassing op personen die overeenkomstig het rechtsstelsel van het betrokken land geacht worden hun onderdanen te zijn.
  • ii. Op verzoek van een partij wordt overleg geopend met de ACS-staten teneinde in goed vertrouwen en met inachtneming van de desbetreffende regels van het internationale recht overeenkomsten bilaterale overeenkomsten te sluiten inzake specifieke verplichtingen op het gebied van de overname en terugkeer van hun onderdanen. Indien een partij zulks noodzakelijk acht, bevatten dergelijke overeenkomsten tevens regelingen voor de overname van onderdanen van derde landen en van stateloze personen. In die regelingen wordt bepaald welke categorieën personen onder de regelingen vallen, alsmede op welke wijze de overname en de terugkeer dienen te geschieden. De ACS-staten wordt passende steun verleend ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze regelingen.
6.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „partijen” verstaan: de Gemeenschap, elk van haar lidstaten en elke ACS-staat.

DEEL 2. INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel 14. Gezamenlijke instellingen

1.

De instellingen in het kader van deze Overeenkomst zijn de Raad van Ministers, het Comité van Ambassadeurs en de Paritaire Parlementaire Vergadering.

2.

De gezamenlijke instellingen, alsmede de instellingen die bij economische partnerschapsovereenkomsten zijn ingesteld, streven naar coördinatie, coherentie en complementariteit en doeltreffende wederzijdse informatieverstrekking, onverminderd de desbetreffende bepalingen van reeds bestaande of toekomstige economische partnerschapsovereenkomsten.

Artikel 15. De Raad van Ministers

1.

De Raad van Ministers bestaat uit de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds en een lid van de regering van elke ACS-staat anderzijds.

Het voorzitterschap van de Raad van Ministers wordt bij toerbeurt bekleed door een lid van de Raad van de Europese Unie en een lid van de regering van een ACS-staat.

De Raad van Ministers komt, op initiatief van de voorzitter, in de regel eenmaal per jaar bijeen, alsmede in alle gevallen wanneer zulks noodzakelijk wordt geacht, in een vorm en een geografische samenstelling die passend zijn voor de te bespreken vraagstukken. Dergelijke bijeenkomsten bieden de gelegenheid tot overleg op hoog niveau over aangelegenheden die voor de partijen van specifiek belang zijn, ter aanvulling van de werkzaamheden van het bij artikel 38 ingestelde Gemengd Ministerieel Handelscomité en het bij artikel 83 ingestelde ACS-EG-Comité voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering, die als input dienen voor de reguliere jaarlijkse bijeenkomsten van de Raad van Ministers.

2.

De Raad van Ministers heeft de volgende taken:

  • a. hij voert de politieke dialoog;
  • b. hij stelt beleidsrichtsnoeren vast en neemt de noodzakelijke besluiten voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de Overeenkomst, met name wat betreft ontwikkelingsstrategieën voor de specifieke gebieden die onder deze Overeenkomst vallen en alle andere relevante gebieden, alsmede wat betreft de procedures;
  • c. hij onderzoekt en vindt een oplossing voor problemen die de effectieve en efficiënte tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst kunnen belemmeren of de verwezenlijking van de doelstellingen ervan kunnen verhinderen;
  • d. hij ziet toe op de soepele werking van de overlegmechanismen.
3.

De Raad van Ministers neemt zijn besluiten bij overeenstemming tussen de partijen. De Raad van Ministers kan slechts geldig besluiten indien ten minste de helft van de leden van de Raad van de Europese Unie, één lid van de Commissie en twee derde van de leden die de regeringen van de ACS-staten vertegenwoordigen, aanwezig zijn. Ieder lid van de Raad van Ministers kan zich bij verhindering laten vertegenwoordigen. Het plaatsvervangend lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.

De Raad van Ministers kan besluiten nemen die voor de partijen bindend zijn en op de reguliere jaarlijkse bijeenkomsten of door middel van een schriftelijke procedure resoluties, aanbevelingen en adviezen formuleren. Hij brengt over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst jaarlijks verslag uit aan de Paritaire Parlementaire Vergadering. Hij bestudeert resoluties en aanbevelingen van de Paritaire Parlementaire Vergadering en neemt die in overweging.

De Raad van Ministers voert een permanente dialoog met de vertegenwoordigers van de sociale en economische partners en andere actoren van de civiele samenleving in de ACS en in de EU. Daartoe kan buiten de vergaderingen overleg worden gevoerd.

4.

De Raad van Ministers kan bevoegdheden delegeren aan het Comité van Ambassadeurs.

5.

De Raad van Ministers stelt binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vast.

Artikel 16. Het Comité van Ambassadeurs

1.

Het Comité van Ambassadeurs bestaat uit de Permanente Vertegenwoordigers van alle lidstaten bij de EU en een vertegenwoordiger van de Commissie enerzijds en het hoofd van de missie bij de EU van iedere ACS-staat anderzijds.

Het voorzitterschap van het Comité van Ambassadeurs wordt bij toerbeurt bekleed door de Permanente Vertegenwoordiger van een door de Gemeenschap aangewezen lidstaat en het hoofd van een missie die een door de ACS-staten aangewezen ACS-staat vertegenwoordigt.

2.

Het Comité staat de Raad van Ministers bij in de vervulling van zijn taken en voert alle opdrachten uit waarmee het Comité door de Raad van Ministers is belast. In dit verband volgt het de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst en de vooruitgang die bij de verwezenlijking van de daarin omschreven doelstellingen wordt geboekt.

Het Comité van Ambassadeurs komt regelmatig bijeen, met name om de zittingen van de Raad voor te bereiden, en bij elke andere noodzakelijk geachte gelegenheid.

3.

Het Comité stelt binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vast.

Artikel 17. De Paritaire Parlementaire Vergadering

1.

De Paritaire Parlementaire Vergadering bestaat uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de Europese Unie en vertegenwoordigers van de ACS-staten. De leden van de Paritaire Parlementaire Vergadering zijn enerzijds leden van het Europese Parlement en anderzijds Parlementsleden of, bij ontstentenis daarvan, andere vertegenwoordigers die door het parlement van iedere ACS-staat zijn aangewezen. Indien een ACS-staat geen parlement heeft, moet de deelneming van een vertegenwoordiger van die ACS-staat vooraf door de Paritaire Parlementaire Vergadering worden goedgekeurd.

2.

De taken van de Paritaire Parlementaire Vergadering als raadgevend lichaam zijn als volgt:

  • –. bevordering van de democratische processen door middel van dialoog en overleg;
  • –. bevordering van het wederzijds begrip tussen de volkeren van de Europese Unie en die van de ACS-staten en stimulering van de bekendheid met ontwikkelingsvraagstukken bij de bevolking;
  • –. bespreking van vraagstukken met betrekking tot ontwikkeling en het partnerschap tussen ACS en EU, zoals economische partnerschapsovereenkomsten, andere handelsregelingen, het Europees Ontwikkelingsfonds en landenstrategiedocumenten en regionale strategiedocumenten. Met het oog hierop doet de Commissie deze strategiedocumenten ter informatie toekomen aan de Paritaire Parlementaire Vergadering;
  • –. bespreking van het jaarverslag van de Raad van Ministers over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en aanneming van resoluties en formulering van aanbevelingen aan de Raad van Ministers met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst;
  • –. bevordering van institutionele ontwikkeling en versterking van de capaciteit van de nationale parlementen overeenkomstig artikel 33, lid 1, van deze Overeenkomst.
3.

De Paritaire Parlementaire Vergadering komt twee maal per jaar in voltallige vergadering bijeen, bij toerbeurt in de Europese Unie en in een ACS-staat. Teneinde de regionale integratie te versterken en de samenwerking tussen de nationale parlementen te bevorderen, worden op regionaal niveau bijeenkomsten tussen parlementsleden van de EU en de ACS-staten gehouden.

Bij de organisatie van deze bijeenkomsten op regionaal niveau worden de doelstellingen van artikel 14, lid 2, in aanmerking genomen.

4.

De Paritaire Parlementaire Vergadering stelt binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst haar reglement van orde vast.

DEEL 3. SAMENWERKINGSSTRATEGIEËN

Artikel 18

De samenwerkingsstrategieën worden gebaseerd op ontwikkelingsstrategieën en de economische en commerciële samenwerking; deze twee gebieden zijn onderling verbonden en vullen elkaar aan. De partijen zien erop toe dat de inspanningen op beide gebieden elkaar wederzijds versterken.

TITEL I. ONTWIKKELINGSSTRATEGIEËN

HOOFDSTUK I. ALGEMEEN KADER

Artikel 19. Principes en doelstellingen

1.

De centrale doelstelling van de ACS-EG-samenwerking is bestrijding en uiteindelijk uitroeiing van armoede; duurzame ontwikkeling; en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie. In deze context worden samenwerkingskader en richtlijnen afgestemd op de individuele omstandigheden in elke ACS-staat, en worden de lokale betrokkenheid bij de economische en sociale hervormingen en de integratie van de particuliere sector en actoren van de civiele samenleving in het ontwikkelingsproces bevorderd.

2.

Bij de samenwerking wordt uitgegaan van de conclusies van de conferenties van de Verenigde Naties en de op internationaal niveau overeengekomen doelstellingen, oogmerken en actieprogramma's, alsmede van de follow-up daarvan, als basis voor ontwikkelingsprincipes. Bij de samenwerking wordt mede uitgegaan van de doelstellingen van de internationale ontwikkelingssamenwerking; voorts wordt bijzondere aandacht geschonken aan de totstandbrenging van kwalitatieve en kwantitatieve voortgangsindicatoren. De partijen streven gezamenlijk naar snellere vooruitgang met betrekking tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

3.

Regering en niet-overheidsactoren in elke ACS-staat nemen het initiatief tot overleg over de ontwikkelingsstrategieën van het land en de steun van de gemeenschap daarvoor.

Artikel 20. Benadering

1.

De doelstellingen van de ACS-EG-ontwikkelingssamenwerking dienen te worden bereikt door middel van geïntegreerde strategieën waarvan de economische, maatschappelijke, culturele, institutionele en milieuelementen in de lokale gemeenschap geworteld zijn. De samenwerking vormt aldus een samenhangend kader op basis waarvan steun kan worden verleend ten behoeve van de eigen ontwikkelingsstrategieën van de ACS-staten, waarbij gezorgd dient te worden voor complementariteit en interactie tussen de verschillende elementen, met name op nationaal en regionaal niveau en tussen die niveaus. In deze context, en binnen het kader van het ontwikkelingsbeleid en de hervormingen van de ACS-staten, zijn de ACS-EG-samenwerkingsstrategieën op nationaal en waar van toepassing regionaal niveau gericht op:

  • a. de verwezenlijking van snelle en duurzame, werkgelegenheid creërende economische groei, de ontwikkeling van de particuliere sector, de bevordering van de werkgelegenheid, de verbetering van de toegang tot productieve economische activiteiten en hulpmiddelen;
  • aa. stimulering van regionale samenwerking en integratie;
  • b. de bevordering van de menselijke en maatschappelijke ontwikkeling, waarbij erop wordt toegezien dat in de voordelen van de groei door allen gelijkelijk wordt gedeeld en de gelijkheid van vrouwen en mannen wordt gestimuleerd;
  • c. de stimulering van de culturele waarden van gemeenschappen en specifieke interacties met economische, politieke en maatschappelijke elementen;
  • d. de bevordering van de institutionele hervormingen en opbouw, de versterking van de instellingen die nodig zijn voor de consolidering van de democratie, goed bestuur en de totstandkoming van efficiënte en concurrerende markteconomieën; alsmede de opbouw van de capaciteit voor ontwikkeling en partnerschap; en
  • e. de bevordering van de duurzaamheid en het herstel van het milieu, goede praktijken en het behoud van de natuurlijke hulpbronnen.
2.

Er dient systematisch op te worden toegezien dat de volgende thematische of algemene onderwerpen aan de orde worden gesteld op alle samenwerkingsgebieden: mensenrechten, gendervraagstukken, democratie, goed bestuur, milieuduurzaamheid, klimaatverandering, overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten en institutionele ontwikkeling en capaciteitsopbouw. Deze gebieden komen tevens in aanmerking voor steun van de Gemeenschap.

3.

De gedetailleerde teksten betreffende de doelstellingen en strategieën van de ontwikkelingssamenwerking, met name de sectorale beleidsvormen en strategieën, worden opgenomen in een compendium met operationele richtsnoeren voor specifieke samenwerkingsgebieden of -sectoren. Deze teksten kunnen worden herzien, gewijzigd en/of aangepast door de Raad van Ministers op basis van een aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering.

HOOFDSTUK I. ALGEMEEN KADER

DEEL I. ECONOMISCHE ONTWIKKELING

Artikel 21. Investeringen en ontwikkeling van de particuliere sector

1.

In het kader van de samenwerking wordt steun verleend voor de noodzakelijke economische en institutionele hervormingen en beleidslijnen op nationaal en/of regionaal niveau, die gericht zijn op de totstandbrenging van een gunstig klimaat voor investeringen en de ontwikkeling van een dynamische, levensvatbare en concurrerende particuliere sector. Voorts wordt in het kader van de samenwerking steun verleend ten behoeve van:

  • a. de bevordering van de dialoog en de samenwerking tussen de publieke en de particuliere sector;
  • b. de ontwikkeling van ondernemersvaardigheden en de bedrijfscultuur;
  • c. privatisering en hervorming van ondernemingen; en
  • d. ontwikkeling en modernisering van bemiddelings- en arbitragesystemen.
2.

Voorts wordt in het kader van de samenwerking steun verleend ter verbetering van de kwaliteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van financiële en niet-financiële diensten ten behoeve van particuliere ondernemingen, zowel formeel als informeel, door:

  • a. katalysering en benutting van binnenlandse en buitenlandse particuliere spaartegoeden ten behoeve van de financiering van particuliere ondernemingen door de ondersteuning van beleid gericht op de ontwikkeling van een moderne financiële sector, inclusief kapitaalmarkt, financiële instellingen en duurzame microfinancieringstransacties;
  • b. ontwikkeling en versterking van bedrijfsinstellingen en intermediaire organisaties, associaties, kamers van koophandel en lokale dienstverleners uit de particuliere sector die niet-financiële diensten ondersteunen en aanbieden aan ondernemingen, zoals professionele, technische, beheers-, opleidings- en commerciële-ondersteuningsdiensten; en
  • c. ondersteuning van instellingen, programma's, activiteiten en initiatieven die bijdragen tot de ontwikkeling en overdracht van technologieën, knowhow en goede praktijken met betrekking tot alle aspecten van de bedrijfsvoering.
3.

De samenwerking is gericht op de bevordering van de bedrijfsontwikkeling door de verlening van financiering, garantiefaciliteiten en technische ondersteuning gericht op de bevordering en ondersteuning van de oprichting, vestiging, uitbreiding, diversificatie, rehabilitatie, herstructurering, modernisering of privatisering van dynamische, levensvatbare en concurrerende ondernemingen in alle economische sectoren, alsmede van financiële tussenpersonen, zoals financieringsinstituten en venture-capitalinstellingen, en leasingbedrijven, door:

  • a. de totstandbrenging en/of versterking van financiële instrumenten in de vorm van investeringskapitaal;
  • b. de verbetering van de toegang tot essentiële input, zoals bedrijfsinformatie en advies- of technische bijstandsdiensten;
  • c. de stimulering van de exportactiviteiten, met name door capaciteitsopbouw op alle met de handel verband houdende gebieden; en
  • d. de bevordering van contacten, netwerken en samenwerking tussen bedrijven, met inbegrip van de overdracht van technologie en knowhow op nationaal, regionaal en ACS-EU-niveau, en partnerschappen met particuliere buitenlandse investeerders, voor zover die in overeenstemming zijn met de doelstellingen en richtlijnen van de ACS-EU-ontwikkelingssamenwerking.
4.

In het kader van de samenwerking wordt steun verleend voor de ontwikkeling van micro-ondernemingen door de verbetering van de toegang tot financiële en niet-financiële diensten; een passend beleids- en regelgevingskader voor hun ontwikkeling; en de verschaffing van opleiding en informatiediensten over goede praktijken op het gebied van microfinanciering.

5.

De steun voor investeringen en ontwikkeling van de particuliere sector omvat acties en initiatieven op macro-, meso- en micro-economisch niveau en bevordert het streven naar innovatieve financieringsmechanismen, waaronder het combineren en benutten van particuliere en openbare bronnen van ontwikkelingsfinanciering.

6.

De samenwerking ondersteunt investeringen van de openbare sector in basisinfrastructuur, die gericht zijn op ontwikkeling van de particuliere sector, economische groei en uitroeiing van de armoede.

Artikel 22. Macro-economische en structurele hervormingen en beleidslijnen

1.

De samenwerking is gericht op de ondersteuning van de ACS-staten bij:

  • a. de totstandbrenging van macro-economische groei en stabilisatie door middel van een streng fiscaal en monetair beleid, resulterend in de vermindering van de inflatie en de verbetering van het externe en fiscale evenwicht; de versterking van de fiscale discipline, de stimulering van de begrotingstransparantie en -efficiency en de verbetering van de kwaliteit, rechtvaardigheid en samenstelling van het fiscaal beleid; en
  • b. de tenuitvoerlegging van structureel beleid dat erop is gericht de rol van de verschillende actoren, in het bijzonder van de particuliere sector, te versterken en een voor een sterkere mobilisatie van binnenlandse middelen en de groei van bedrijfsleven, investeringen en werkgelegenheid bevorderlijk klimaat te creëren, en tevens is gericht op:
  • i. de liberalisering van de handels- en wisselkoersregimes en de convertibiliteit van de lopende rekening, daarbij rekening houdende met de specifieke omstandigheden van elk land;
  • ii. de versterking van de hervormingen van de arbeids- en productenmarkt;
  • iii. de stimulering van hervormingen van de financiële systemen, die bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling van een levensvatbare bancaire en non-bancaire sector, kapitaalmarkten en financiële diensten, inclusief microfinanciering;
  • iv. de verbetering van de kwaliteit van de particuliere en publieke diensten; en
  • v. de bevordering van de regionale samenwerking en geleidelijke integratie van het macro-economisch en monetair beleid.
2.

Bij de ontwikkeling van macro-economisch beleid en structurele aanpassingsprogramma's dient rekening te worden gehouden met de sociaal-politieke achtergrond en institutionele capaciteit van de betrokken staten; dit beleid en deze programma's dienen een positief effect te hebben op de armoedebestrijding en de toegang tot de sociale dienstverlening, en zijn gebaseerd op de volgende principes:

  • a. de ACS-staten zijn als eerste verantwoordelijk voor het analyseren van de op te lossen problemen en het opstellen en ten uitvoer leggen van de hervormingen;
  • b. steunprogramma's moeten worden afgestemd op de bijzondere situatie van elke ACS-staat; in deze programma's moet rekening worden gehouden met de maatschappelijke omstandigheden, de cultuur en het milieu van deze staten;
  • c. het recht van de ACS-staten om de koers van hun ontwikkelingsstrategieën en -prioriteiten te bepalen, wordt erkend en geëerbiedigd;
  • d. het tempo van de hervormingen moet realistisch zijn en verenigbaar met de capaciteiten en hulpbronnen van elke ACS-staat; en
  • e. de bevolking moet beter worden voorgelicht over de economische en maatschappelijke hervormingen en beleidslijnen.

Artikel 23. Economische en sectorale ontwikkeling

In het kader van de samenwerking dient steun te worden verleend voor duurzame beleidslijnen en institutionele hervormingen en voor de nodige investeringen voor een gelijke toegang tot economische activiteiten en productiemiddelen, in het bijzonder:

  • a). de ontwikkeling van opleidingssystemen die bijdragen tot de verhoging van de productiviteit in de formele en informele sector;
  • b). kapitaal, krediet, grond, met name wat eigendomsrechten en gebruik betreft;
  • c). de ontwikkeling van plattelandsstrategieën gericht op de totstandkoming van een kader voor participatieve gedecentraliseerde planning, toewijzing en beheer van hulpbronnen;
  • d). de ontwikkeling van strategieën ter verbetering van de landbouwproductie en -productiviteit in de ACS-staten door met name de noodzakelijke financiering te verstrekken voor landbouwonderzoek, landbouwinputs en -diensten, ondersteunende plattelandsinfrastructuur en risicovermindering en -beheersing. De steun omvat openbare en particuliere investeringen in de landbouw, stimulering van de ontwikkeling van landbouwbeleid en -strategieën, versterking van organisaties van landbouwers en de particuliere sector, beheer van natuurlijke hulpbronnen, en ontwikkeling en werking van de landbouwmarkten. De strategieën voor de landbouwproductie versterken het nationale en regionale beleid voor voedselzekerheid en de regionale integratie. De samenwerking in dit verband ondersteunt de inspanningen van de ACS-staten om de concurrentiepositie van hun grondstoffenexport te versterken en hun strategieën voor de grondstoffenexport aan te passen aan de ontwikkeling van de handelsvoorwaarden;
  • e). duurzame ontwikkeling van de watervoorraden op basis van de beginselen van geïntegreerd beheer van de watervoorraden, waardoor een rechtvaardige en duurzame verdeling van gemeenschappelijke watervoorraden over de verschillende soorten gebruik daarvan wordt gewaarborgd;
  • f). duurzame ontwikkeling van aquacultuur en visserij, met inbegrip van zowel de binnenvisserij als de mariene rijkdommen binnen de exclusieve economische zones van de ACS-staten;
  • g). economische en technologische infrastructuur en diensten, inclusief vervoer, telecommunicatiesystemen, communicatiediensten en ontwikkeling van de informatiemaatschappij;
  • h). ontwikkeling van een concurrerende industrie-, mijnbouw- en energiesector, inclusief stimulering van de betrokkenheid en ontwikkeling van de particuliere sector;
  • i). ontwikkeling van de handel, inclusief de bevordering van eerlijke handel;
  • j). ontwikkeling van het bedrijfsleven, de financiële sector en het bankwezen; en andere dienstensectoren;
  • k). ontwikkeling van het toerisme;
  • l). ontwikkeling van infrastructuur en diensten ten behoeve van wetenschap, technologie en onderzoek; inclusief stimulering, overdracht en toepassing van nieuwe technologieën;
  • m). versterking van de capaciteit in productieve sectoren, met name in de publieke en particuliere sector;
  • n). bevordering van traditionele kennis; en
  • o). ontwikkeling en tenuitvoerlegging van specifieke aanpassingsstrategieën ter vermindering van de gevolgen van het verlies van preferenties, zo mogelijk met inachtneming van de activiteiten onder a) tot en met n).

Artikel 24. Toerisme

De samenwerking is gericht op de duurzame ontwikkeling van de toeristenindustrie in de ACS-staten en -subregio's, waarbij het toenemende belang van deze sector voor de groei van de dienstensector in de ACS-staten en de toename van de internationale handel erkend wordt, alsmede het vermogen van de toeristenindustrie om andere sectoren van de economie te stimuleren en de rol die deze sector kan spelen bij de uitroeiing van armoede.

In het kader van de samenwerkingsprogramma's en -projecten worden de inspanningen van de ACS-staten ondersteund die gericht zijn op de totstandbrenging en verbetering van het juridische en institutionele kader en de hulpbronnen voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van duurzame beleidslijnen en programma's op het gebied van toerisme, alsmede, onder andere, de verbetering van de concurrentiepositie van deze sector, met name van het MKB, de ondersteuning en bevordering van investeringen, productontwikkeling, inclusief de ontwikkeling van de inheemse culturen in de ACS-staten, en versterking van de onderlinge banden tussen het toerisme en andere sectoren van de economie.

DEEL II. SOCIALE EN HUMANE ONTWIKKELING

Artikel 25. Sociale sectorale ontwikkeling

1.

In het kader van de samenwerking wordt steun verleend voor de inspanningen van de ACS-staten op het gebied van de ontwikkeling van algemene en sectorale beleidslijnen en hervormingen ter verbetering van de verspreiding en kwaliteit van, alsmede de toegang tot de sociale basisinfrastructuur en -diensten, waarbij rekening wordt gehouden met de lokale behoeften en specifieke eisen van de kwetsbaarste en minst bevoorrechte bevolkingsgroepen, teneinde de ongelijkheid wat betreft de toegang tot deze diensten te verminderen. Daarbij dient er in het bijzonder op te worden toegezien dat de overheidsuitgaven voor de sociale sectoren toereikend zijn. In deze context is de samenwerking gericht op:

  • a. de verbetering van onderwijs en opleiding op alle niveaus, waarbij gestreefd wordt naar erkenning van hogeronderwijskwalificaties, totstandbrenging van systemen voor kwaliteitsborging in het onderwijs, ook voor onderwijs dat online of met andere niet-conventionele middelen wordt gegeven, en opbouw van technische capaciteit en vaardigheden;
  • b. de verbetering van de stelsels voor gezondheidszorg, in het bijzonder de rechtvaardige toegang tot alomvattende en hoogwaardige gezondheidszorg, en voeding, de uitroeiing van honger en ondervoeding en het garanderen van de voedselvoorziening en de voedselzekerheid, onder meer door het ondersteunen van vangnetten;
  • c. de integratie van bevolkingsvraagstukken in de ontwikkelingsstrategieën, ter verbetering van de reproductieve gezondheidszorg, de eerstelijnsgezondheidszorg en de gezinsplanning; het voorkomen van verminking van de genitaliën bij vrouwen;
  • d. de bevordering van de bestrijding van:
  • –. hiv/aids, waarbij wordt toegezien op de bescherming van seksuele en reproductieve gezondheid en de rechten van vrouwen;
  • –. andere armoedegerelateerde ziekten, met name malaria en tuberculose;
  • e. de bevordering van de beschikbaarheid van drinkwater en de verbetering van de toegang tot veilig water en voldoende gezondheidszorg;
  • f. de verbetering van de beschikbaarheid van betaalbare en passende huisvesting voor alle bevolkingsgroepen door ondersteuning van goedkope, op de lagere-inkomensgroepen afgestemde huisvestingsprogramma's, alsmede verbetering van de stadsontwikkeling; en
  • g. de bevordering van participatieve methoden van sociale dialoog en de eerbiediging van de sociale basisrechten.
2.

In het kader van de samenwerking wordt voorts steun verleend voor capaciteitsopbouw op sociale gebieden, bijvoorbeeld ten behoeve van opleidingsprogramma's voor de ontwikkeling van sociaal beleid of met betrekking tot moderne beheersmethoden voor sociale projecten en programma's; beleid dat bevorderlijk is voor technologische innovatie en onderzoek; de opbouw van lokale knowhow en de bevordering van partnerschap; en de organisatie van rondetafelgesprekken op nationaal en/of regionaal niveau.

3.

In het kader van de samenwerking wordt de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van beleidslijnen en systemen voor sociale bescherming en veiligheid bevorderd en ondersteund, ter stimulering van de sociale cohesie en de bevordering van zelfhulp en solidariteit binnen de gemeenschap. De steun wordt onder andere geconcentreerd op de ontwikkeling van initiatieven gebaseerd op economische solidariteit, met name door het opzetten van socialeontwikkelingsfondsen die zijn afgestemd op de lokale behoeften en actoren.

Artikel 26. Jeugdzaken

In het kader van de samenwerking dient voorts steun te worden verleend voor de totstandbrenging van een samenhangend en omvattend beleid ter verwezenlijking van het potentieel van de jeugd met het doel deze beter te integreren in de samenleving en haar in staat te stellen zich volledig te ontplooien. In deze context wordt in het kader van de samenwerking steun verleend voor beleidslijnen, maatregelen en activiteiten gericht op:

  • a. de bescherming van de rechten van het kind en de jeugd, in het bijzonder van meisjes;
  • b. de bevordering van de vaardigheden, de energie, het streven naar innovatie en het potentieel van de jeugd, ter stimulering van de kansen van de jeugd op economisch, maatschappelijk en cultureel gebied en ter verbetering van de werkgelegenheidsvooruitzichten van de jeugd in de productieve sector;
  • c. de ondersteuning van instellingen binnen de lokale gemeenschap die kinderen de kans geven zich fysiek, psychologisch, maatschappelijk en economisch te ontplooien;
  • d. de herintegratie in de maatschappij van kinderen in postconflictsituaties door middel van rehabilitatieprogramma’s, en
  • e. bevordering van de actieve participatie van jonge burgers in het openbare leven en stimulering van de uitwisseling van studenten en de interactie van jeugdorganisaties uit de ACS en de Europese Unie.

Artikel 27. Cultuur en ontwikkeling

De samenwerking op cultureel gebied is gericht op:

  • a. de integratie van de culturele dimensie op alle niveaus van de ontwikkelingssamenwerking;
  • b. de erkenning, het behoud en de bevordering van culturele waarden en identiteiten, teneinde een interculturele dialoog mogelijk te maken;
  • c. de erkenning, het behoud en de bevordering van de waarde van cultureel erfgoed; de ondersteuning van de ontwikkeling van de capaciteit in deze sector;
  • d. de ontwikkeling van de culturele sector en de verbetering van de markttoegang voor culturele goederen en diensten;
  • e. de erkenning en ondersteuning van de rol van cultuuractoren en cultuurnetwerken en hun bijdrage aan duurzame ontwikkeling; en
  • f. de bevordering van de culturele dimensie in het onderwijs en de deelname van jongeren aan culturele activiteiten.

DEEL II. SOCIALE EN HUMANE ONTWIKKELING

Artikel 28. Algemene benadering

1.

In het kader van de samenwerking tussen EU en ACS wordt effectieve bijstand verleend ter verwezenlijking van de doelstellingen en prioriteiten van de ACS-staten in de context van regionale samenwerking en integratie.

2.

Overeenkomstig de in de artikelen 1 en 20 vastgestelde algemene doelstellingen beoogt de samenwerking tussen ACS en EU:

  • a). bevordering van vrede en stabiliteit en de preventie en oplossing van conflicten;
  • b). bevordering van economische ontwikkeling en economische samenwerking door opbouw van grotere markten, vrij verkeer van personen, goederen, diensten, kapitaal, arbeid en technologie tussen de ACS-staten, snellere diversifiëring van de economieën van de ACS-staten, bevordering en uitbreiding van het handelsverkeer tussen de ACS-staten onderling en met derde landen, en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie;
  • c). bevordering van het beheer van uitdagingen op het gebied van duurzame ontwikkeling met een transnationale dimensie door onder andere coördinatie en harmonisatie van regionaal samenwerkingsbeleid.
3.

In overeenstemming met de voorwaarden van artikel 58 biedt de samenwerking tevens ondersteuning voor interregionale en intra-ACS-samenwerking, waarbij bijvoorbeeld betrokken zijn:

  • a). een of meer regionale ACS-organisaties, ook op continentaal niveau;
  • b). Europese landen en gebieden overzee en ultraperifere regio’s;
  • c). ontwikkelingslanden die niet tot de ACS-groep behoren.

Artikel 29. ACS-EU-samenwerking ter ondersteuning van regionale samenwerking en integratie

1.

De samenwerking op het gebied van stabiliteit, vrede en conflictpreventie ondersteunt:

  • a). de bevordering en ontwikkeling van een regionale politieke dialoog op gebieden als conflictpreventie en -oplossing, mensenrechten en democratisering, uitwisseling, netwerkvorming en bevordering van de mobiliteit van de verschillende actoren van de ontwikkeling, met name de civiele samenleving;
  • b). de bevordering van regionale initiatieven en regionaal beleid inzake veiligheidsgerelateerde vraagstukken, zoals wapenbeheersing, bestrijding van drugs, georganiseerde misdaad, witwassen van geld, omkoping en corruptie.
2.

De samenwerking op het gebied van regionale economische integratie ondersteunt:

  • a). de betrokkenheid van de minst ontwikkelde ACS-staten bij de totstandbrenging van regionale markten en het delen in de voordelen daarvan;
  • b). de tenuitvoerlegging van beleid op het gebied van sectorale economische hervorming op regionaal niveau;
  • c). de liberalisering van handel en betalingen;
  • d). de stimulering van binnenlandse en buitenlandse grensoverschrijdende investeringen en andere initiatieven voor regionale of subregionale economische integratie;
  • e). de vermindering van de gevolgen van de netto-overgangskosten van de regionale integratie in de begrotingsmiddelen en op de betalingsbalans; en
  • f). infrastructuur, met name vervoer en communicatie, veiligheid daarvan en diensten, met inbegrip van de ontwikkeling van regionale kansen op het gebied van de informatie- en communicatietechnologieën (ICT).
3.

De samenwerking op het gebied van regionaal beleid inzake duurzame ontwikkeling ondersteunt de prioriteiten van de ACS-regio’s, en met name:

  • a). het milieu en het duurzame beheer van natuurlijke rijkdommen, waaronder water en energie, en de aanpak van klimaatverandering;
  • b). voedselzekerheid en landbouw;
  • c). gezondheid, onderwijs en opleiding;
  • d). onderzoek en technologische ontwikkeling; en
  • e). regionale initiatieven voor rampenparaatheid, vermindering van de gevolgen van rampen en wederopbouw na een ramp.

Artikel 30. Capaciteitsopbouw ter ondersteuning van regionale samenwerking en integratie binnen de ACS-groep

Teneinde de doeltreffendheid en doelmatigheid van het regionale beleid te versterken, is de samenwerking gericht op ontwikkeling en versterking van de capaciteit van:

  • a). instellingen en organisaties voor regionale integratie die door de ACS-staten zijn opgericht, of waarin ACS-staten participeren en die regionale samenwerking en integratie bevorderen;
  • b). de nationale regeringen en parlementen met betrekking tot vraagstukken op het gebied van regionale integratie; en
  • c). niet-overheidsactoren, met inbegrip van de particuliere sector.

DEEL IIII. REGIONALE SAMENWERKING EN INTEGRATIE

Artikel 31. Gendervraagstukken

De samenwerking draagt bij tot de versterking van beleidslijnen en programma's die de gelijkwaardige deelname van mannen en vrouwen aan alle aspecten van het politieke, economische, maatschappelijke en culturele leven beogen te verbeteren, te garanderen en te verruimen. De samenwerking draagt bij tot de verbetering van de toegang van vrouwen tot alle nodige hulpbronnen voor de volwaardige uitoefening van hun fundamentele rechten. In het kader van de samenwerking wordt met name een passend kader gecreëerd voor:

  • a. de integratie van gendervraagstukken en een genderbewuste benadering op alle niveaus van de ontwikkelingssamenwerking, inclusief macro-economische beleidslijnen, strategieën en maatregelen; en
  • b. de bevordering van de goedkeuring van specifieke positieve maatregelen ten gunste van vrouwen, zoals:
  • i. de bevordering van hun deelname aan de nationale en lokale politiek;
  • ii. de ondersteuning van vrouwenorganisaties;
  • iii. de toegang tot sociale basisdiensten, met name onderwijs en opleiding, gezondheidszorg en gezinsplanning;
  • iv. de toegang tot productiemiddelen, met name grond, krediet en arbeidsmarkt; en
  • v. de specifieke inachtneming van vrouwen bij verlening van noodhulp en rehabilitatiemaatregelen.

Artikel 32. Milieu en natuurlijke hulpbronnen

1.

De samenwerking op het gebied van milieubescherming en duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen is gericht op:

  • a. de integratie van het beginsel van duurzaam milieubeheer in alle aspecten van de ontwikkelingssamenwerking en de ondersteuning van de door de verschillende actoren ten uitvoer gelegde programma's en projecten;
  • b. de opbouw en/of versterking van de wetenschappelijke en technische, menselijke en institutionele capaciteit van alle actoren die een rol spelen op het gebied van de milieubescherming;
  • c. de ondersteuning van specifieke maatregelen en regelingen voor de aanpak van kritieke vraagstukken op het gebied van duurzaam milieubeheer en in verband met de huidige en toekomstige, regionale en internationale verplichtingen inzake delfstoffen en natuurlijke hulpbronnen, met name betreffende:
  • i. tropische bossen, watervoorraden, hulpbronnen van kustgebieden, mariene hulpbronnen en visbestanden, flora en fauna, bodem, biodiversiteit;
  • ii. bescherming van fragiele ecosystemen (bijvoorbeeld koraalrif);
  • iii. hernieuwbare energiebronnen, met name zonne-energie en energie-efficiency;
  • iv. duurzame plattelands- en stadsontwikkeling;
  • v. woestijnvorming, droogte en ontbossing;
  • vi. ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor stedelijke milieuproblemen; en
  • vii. bevordering van duurzaam toerisme;
  • d. de inachtneming van vraagstukken met betrekking tot vervoer en verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen.
2.

In het kader van de samenwerking dient tevens rekening te worden gehouden met:

  • a. de kwetsbaarheid van kleine insulaire ACS-staten, in het bijzonder gezien de dreiging van klimaatverandering;
  • b. de verslechtering van de problemen op het gebied van droogte en woestijnvorming van de minst ontwikkelde en niet aan zee grenzende ACS-staten; en
  • c. institutionele opbouw en capaciteitsopbouw.

Artikel 33. Institutionele ontwikkeling en capaciteitsopbouw

1.

In het kader van de samenwerking wordt systematisch aandacht besteed aan institutionele aspecten; in deze context wordt steun verleend ten behoeve van de inspanningen van de ACS-staten met het oog op de ontwikkeling en versterking van de structuren, instellingen en procedures die bijdragen tot:

  • a. de bevordering en ondersteuning van de democratie, de menselijke waardigheid, sociale rechtvaardigheid en pluralisme, rekening houdende met de diversiteit binnen de samenlevingen en tussen de samenlevingen onderling;
  • b. de bevordering en ondersteuning van de universele en volledige eerbiediging, inachtneming en bescherming van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden;
  • c. de ontwikkeling en versterking van de rechtsstaat; de verbetering van de toegang tot het rechtsapparaat, daarbij de vakkundigheid en onafhankelijkheid van de rechtsstelsels waarborgend; en
  • d. het garanderen van transparant en verantwoordelijk bestuur en beheer in alle overheidsinstellingen.
2.

De partijen werken samen bij de bestrijding van omkoping en corruptie op alle niveaus binnen hun samenlevingen.

3.

In het kader van de samenwerking worden de inspanningen van de ACS-staten ondersteund om hun overheidsinstellingen te ontwikkelen tot een positieve factor voor groei en ontwikkeling, en de efficiency en impact van de overheidsdiensten op het leven van de burgers aanmerkelijk te verbeteren. In deze context wordt in het kader van de samenwerking bijstand verleend bij de hervorming, rationalisering en modernisering van de overheidssector. Meer bepaald is de steun in het kader van de samenwerking gericht op:

  • a. de hervorming en modernisering van het ambtenarenapparaat;
  • b. juridische en justitiële hervormingen en de modernisering van de rechtsstelsels;
  • c. de verbetering en versterking van het beheer van de overheidsfinanciën en de begroting, teneinde de economische activiteiten in de ACS-staten verder te ontwikkelen en de belastingopbrengsten te vergroten, met volledige inachtneming van de soevereiniteit van de ACS-staten op dit gebied. Onder meer kunnen de volgende maatregelen worden genomen:
  • i). versterking van de capaciteit op het gebied van het beheer van de binnenlandse overheidsinkomsten, met inbegrip van de opbouw van een doeltreffend, efficiënt en duurzaam belastingstelsel;
  • ii). bevordering van de deelname aan internationale structuren en processen voor fiscale samenwerking, teneinde de verdere ontwikkeling van en de effectieve naleving van internationale normen te vergemakkelijken;
  • iii). ondersteuning van de toepassing van internationale goede praktijken op fiscaal gebied, waaronder transparantie en informatie-uitwisseling, in de ACS-staten die zich daartoe verbonden hebben;
  • d. het in een hoger tempo doorvoeren van de hervormingen van de bancaire en financiële sector;
  • e. de verbetering van het beheer van de overheidsmiddelen en de hervorming van de procedures voor overheidsopdrachten; en
  • f. politieke, administratieve, economische en financiële decentralisering.
4.

Voorts wordt in het kader van de samenwerking steun verleend voor het herstel en/of de verbetering van de kritische capaciteit van de overheidssector en de ondersteuning van de instellingen die nodig zijn in een markteconomie.

  • a. de ontwikkeling van de bekwaamheden op het gebied van wet- en regelgeving die nodig zijn voor het goed functioneren van een markteconomie, inclusief mededingingsbeleid en consumentenbeleid;
  • b. de verbetering van de capaciteit om beleid, vooral op economisch, sociaal of milieugebied of op het gebied van onderzoek, wetenschap, technologie en innovatie te analyseren, te plannen, te formuleren en ten uitvoer te leggen;
  • c. de modernisering, versterking en hervorming van de financiële en monetaire instellingen en de verbetering van de desbetreffende procedures;
  • d. de opbouw, op lokaal en gemeentelijk niveau, van de capaciteit die nodig is voor de tenuitvoerlegging van het decentraliseringsbeleid en de bevordering van de betrokkenheid van de bevolking bij het ontwikkelingsproces; en
  • e. de ontwikkeling van de capaciteit op andere kritieke gebieden, zoals:
  • i. internationale onderhandelingen; en
  • ii. beheer en coördinatie van externe hulp.
5.

De samenwerking omvat alle gebieden en sectoren en is gericht op de bevordering van de betrokkenheid daarbij van niet-overheidsactoren en de ontwikkeling van hun capaciteiten; alsmede op de versterking van de structuren voor informatie, dialoog en overleg tussen deze actoren en de nationale overheden, onder andere op regionaal niveau.

TITEL II. ECONOMISCHE EN COMMERCIELE SAMENWERKING

HOOFDSTUK I. DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

Artikel 34. Doelstellingen

1.

De economische en commerciële samenwerking heeft ten doel de soepele en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie te bevorderen, met inachtneming van hun politieke keuzen en ontwikkelingsprioriteiten, zodat hun duurzame ontwikkeling wordt gestimuleerd en wordt bijgedragen aan het een eind maken aan de armoede in de ACS-landen.

2.

Het uiteindelijk doel van economische en commerciële samenwerking is de ACS-staten in staat te stellen ten volle aan de internationale handel deel te nemen. In deze context wordt bijzondere aandacht besteed aan de noodzaak dat de ACS-staten actief aan de multilaterale handelsbesprekingen deelnemen. Gezien het huidige ontwikkelingsniveau van de ACS-landen moet de economische en commerciële samenwerking worden gericht op het de ACS-staten in staat stellen de uitdagingen van globalisering aan te kunnen en zich geleidelijk aan te passen aan de nieuwe voorwaarden van de internationale handel, zodat hun overgang naar de geliberaliseerde wereldeconomie wordt vergemakkelijkt. In dit verband wordt nauwe aandacht geschonken aan de kwetsbaarheid van vele ACS-staten door hun afhankelijkheid van grondstoffen of een klein aantal sleutelproducten, waaronder agro-industriële producten met toegevoegde waarde, en door het risico van het verlies van preferenties.

3.

Door middel van de in titel I bedoelde strategieën voor nationale en regionale ontwikkeling beoogt de economische en commerciële samenwerking daartoe de versterking van de productie-, aanbod- en handelscapaciteit van de ACS-landen en hun vermogen om investeringen aan te trekken. Voorts is deze samenwerking gericht op de totstandbrenging van een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen, de versterking van het handels- en investeringsbeleid van de ACS-landen, de vermindering van hun afhankelijkheid van grondstoffen, de bevordering van sterker gediversifieerde economieën en de verbetering van het vermogen van deze landen om alle met de handel verband houdende zaken af te handelen.

4.

De economische en commerciële samenwerking wordt in volledige overeenstemming met de bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), inclusief die met betrekking tot bijzondere en aan de omstandigheden aangepaste behandeling, uitgevoerd met inachtneming van de wederzijdse belangen van de partijen en hun respectieve ontwikkelingsniveaus. De samenwerking betreft tevens de gevolgen van het verlies van preferenties, in volledige overeenstemming met de multilaterale verbintenissen.

Artikel 35. Beginselen

1.

De economische en commerciële samenwerking is gebaseerd op een waarlijk, versterkt en strategisch partnerschap. Zij is voorts gebaseerd op een integrale aanpak, die voortbouwt op de sterke punten en het succes van de voorgaande ACS-EG-Overeenkomsten.

2.

De economische en commerciële samenwerking bouwt voort op regionale integratie-initiatieven van de ACS-staten. De samenwerking ter ondersteuning van regionale samenwerking en integratie, zoals bedoeld in titel I, en de economische en commerciële samenwerking versterken elkaar onderling. Ter versterking van het concurrentievermogen van de ACS-staten pakt de economische en commerciële samenwerking met name knelpunten aan de vraag- en de aanbodzijde aan, in het bijzonder koppeling van infrastructuur, diversificatie van de economie en maatregelen tot ontwikkeling van het handelsverkeer. Derhalve wordt passende aandacht geschonken aan de overeenkomstige maatregelen in de ontwikkelingsstrategieën van de ACS-staten en -regio's, die door de Gemeenschap worden gesteund, in het bijzonder door verlening van hulp voor handel.

3.

De economische en commerciële samenwerking houdt rekening met de verschillende ontwikkelingsbehoeften en -niveaus van de ACS-landen en -regio's. In deze context herbevestigen de partijen hun gehechtheid aan een bijzondere en aan de omstandigheden aangepaste behandeling voor alle ACS-landen en handhaving van de bijzondere behandeling van de minst ontwikkelde ACS-landen en aan het naar behoren rekening houden met de kwetsbaarheid van kleine, niet aan zee grenzende en insulaire landen.

HOOFDSTUK II. NIEUWE HANDELSREGELINGEN

Artikel 36. Modaliteiten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)