Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2017-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 911
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
7.

Na de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie kan de Commissie namens de Gemeenschap de toewijzing van middelen herzien in het licht van behoeften en prestaties van de betrokken ACS-staat.

Artikel 6. Deelnemers

1.

Regionale samenwerking heeft betrekking op activiteiten waarbij betrokken zijn:

  • a. twee of meer ACS-staten dan wel alle ACS-staten, evenals ontwikkelingslanden die geen ACS-staat zijn en die aan deze activiteiten deelnemen, en/of
  • b. een regionale instantie waarvan ten minste twee ACS-staten lid zijn en waarvan ook landen die geen ACS-staat zijn lid mogen zijn.
2.

Bij regionale samenwerking kunnen ook landen en gebieden overzee en ultraperifere gebieden betrokken zijn. De voor de deelneming van deze gebieden benodigde kredieten vormen een aanvulling op de kredieten die in het kader van de Overeenkomst aan de ACS-staten worden toegekend.

Artikel 7. Regionale programma's

De betrokken ACS-staten besluiten over de definitie van geografische regio's. Regionale integratieprogramma's dienen zo veel mogelijk overeen te stemmen met de programma's van bestaande regionale organisaties die naar economische integratie streven. Wanneer de ledenbestanden van verschillende relevante regionale organisaties elkaar overlappen, moeten integratieprogramma's in beginsel betrekking hebben op het gecombineerde ledental van die organisaties. In dit verband verstrekt de Gemeenschap specifieke steun voor regionale programma's aan ACS-staten die hebben toegezegd met de EU over overeenkomsten inzake economisch partnerschap te onderhandelen.

Artikel 8. Regionale programmering

1.

De programmering vindt plaats op het niveau van elke regio. Aan de programmering ligt een gedachtewisseling ten grondslag tussen de Commissie en een regionale organisatie met een passend mandaat, of bij ontbreken van een dergelijk mandaat, de nationale ordonnateurs van de landen in de regio. Waar nuttig kan in het kader van de programmering ook overleg worden gepleegd met in aanmerking komende niet-overheidsactoren.

2.

Voor de toepassing hiervan houdt programmering in:

  • a. formulering en ontwikkeling van een regionale ondersteunende strategie (ROS) op basis van de ontwikkelingsdoelstellingen en -strategieën van de regio voor de middellange termijn;
  • b. een duidelijke indicatie van de kant van de Gemeenschap van de indicatieve toewijzing van middelen waarover de regio gedurende een periode van vijf jaar kan beschikken, alsmede andere nuttige inlichtingen;
  • c. opstelling en goedkeuring van een regionaal indicatief programma (RIP) voor de tenuitvoerlegging van de ROS; en
  • d. een evaluatieproces voor de ROS, het RIP en de voor elke regio toegewezen middelen.
3.

De ROS wordt opgesteld door de Commissie en een regionale organisatie met een passend mandaat, in samenwerking met de ACS-staten in de betrokken regio. Met de ROS wordt een prioriteitsrangorde aangebracht in de activiteiten en wordt de eigen plaatselijke inbreng in de ondersteunde programma's versterkt. De ROS omvat de volgende standaardonderdelen:

  • a. een analyse van de politieke, economische en sociale achtergrond van de regio;
  • b. een beoordeling van het regionale economische integratieproces en het proces van integratie in de wereldeconomie en van de vooruitzichten daarvoor;
  • c. een overzicht van de regionale strategieën en prioriteiten en van de te verwachten financieringsvereisten;
  • d. een overzicht van relevante activiteiten van andere externe partners in de regionale samenwerking; en
  • e. een overzicht van de specifieke EU-bijdrage tot de verwezenlijking van de doeleinden van de regionale samenwerking en integratie, die zoveel mogelijk een aanvulling moeten zijn op de activiteiten die gefinancierd worden door de ACS-staten zelf en door andere externe partners, met name de EU-lidstaten.

Artikel 9. Toewijzing van middelen

1.

Aan het begin van elke periode waarop het Financieel Protocol betrekking heeft, krijgt elke regio van de Gemeenschap een indicatie van de omvang van de middelen waarvoor de regio in een periode van vijf jaar in aanmerking komt. Deze indicatieve toewijzing wordt gebaseerd op een schatting van de behoeften en van de voortgang en vooruitzichten van het regionale samenwerkings- en integratieproces. Om op toereikende schaal te kunnen opereren en de efficiency te versterken, kunnen regionale en nationale fondsen worden gecombineerd voor het financieren van regionale activiteiten met een duidelijke nationale component.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 in verband met de evaluaties kan de Gemeenschap de toewijzing van de betrokken regio verhogen, teneinde rekening te houden met nieuwe behoeften of uitzonderlijke prestaties.

Artikel 10. Regionaal Indicatief Programma

1.

Op basis van bovengenoemde toewijzing van middelen wordt door een regionale organisatie met een passend mandaat, of bij ontbreken van een dergelijk mandaat, door de nationale ordonnateurs van de landen in de regio, een ontwerp voor een regionaal indicatief programma opgesteld. Het programmaontwerp bepaalt met name het volgende:

  • a. de sectoren en onderwerpen waarop de communautaire steun wordt geconcentreerd;
  • b. de meest geschikte maatregelen en acties voor de verwezenlijking van de voor die sectoren aangegeven doelstellingen; en
  • c. programma’s en projecten waarmee deze doeleinden moeten worden verwezenlijkt, als die duidelijk zijn geïdentificeerd, alsmede een indicatie van de middelen die voor elk van deze onderdelen zullen worden ingezet en een tijdschema voor de uitvoering.
2.

De regionale indicatieve programma's worden door de Gemeenschap en de betrokken ACS-staten in onderling overleg vastgesteld.

Artikel 11. Evaluatieproces

De financiële samenwerking tussen elke ACS-regio en de Gemeenschap dient zo flexibel te zijn, dat activiteiten voortdurend kunnen worden bijgesteld om aan de doelstellingen te beantwoorden en rekening kan worden gehouden met eventuele veranderingen in economische situatie, prioriteiten en doelstellingen van de betrokken regio. Tussentijds en aan het einde van de looptijd van het protocol wordt een evaluatie uitgevoerd om het regionale indicatieve programma aan te passen aan de veranderende omstandigheden en correcte tenuitvoerlegging te waarborgen. Na de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie kan de Gemeenschap de toewijzing van middelen herzien in het licht van behoeften en prestaties.

Artikel 12. Intra-ACS-samenwerking

1.

Bij aanvang van elke periode waarop het Financieel Protocol betrekking heeft, geeft de Gemeenschap de ACS-Raad van Ministers een indicatie van de voor regionale activiteiten uitgetrokken middelen die gereserveerd zijn voor activiteiten die vele of alle ACS-staten ten goede komen. Dergelijke activiteiten hoeven niet gebonden te zijn aan de geografische ligging.

2.

De Gemeenschap kan de toewijzing voor de intra-ACS-samenwerking verhogen, teneinde rekening te houden met nieuwe behoeften om het effect van de intra-ACS-activiteiten te verbeteren.

Artikel 13. Financieringsverzoeken

1.

Verzoeken om financiering van regionale programma’s worden ingediend door:

  • a. een regionaal lichaam of een regionale organisatie met een passend mandaat, of
  • b. een subregionaal lichaam of een subregionale organisatie met een passend mandaat, of een ACS-staat in de betrokken regio in de programmeringsfase, mits de activiteit in het RIP is aangegeven.
2.

Verzoeken om financiering van intra-ACS-programma’s worden ingediend door:

  • a. ten minste drie regionale lichamen of organisaties met een passend mandaat, die tot verschillende geografische regio’s behoren, of door ten minste twee ACS-staten van elk van deze drie regio’s, of
  • b. de ACS-Raad van Ministers of door het ACS-Comité van Ambassadeurs, of
  • c. internationale organisaties, zoals de Afrikaanse Unie, die activiteiten uitvoeren die bijdragen tot de verwezenlijking van de doeleinden van regionale samenwerking en integratie, mits het ACS-Comité van Ambassadeurs daartoe toestemming heeft verleend.

Artikel 14. Uitvoeringsprocedures

1.

Vervallen.

2.

Vervallen.

3.

De activiteiten voor regionale samenwerking, met inbegrip van de intra-ACS-samenwerking, worden, met inachtneming van de hiervoor relevante doelstellingen en kenmerken, uitgevoerd volgens de voor de financiële en technische samenwerking vastgestelde procedures, indien zij daaronder vallen.

4.

Onder voorbehoud van het bepaalde in de leden 5 en 6 sluiten de Commissie en een van de in artikel 13 bedoelde instanties voor elk regionaal programma en project dat uit het Fonds wordt gefinancierd:

  • a. hetzij een financieringsovereenkomst, overeenkomstig artikel 17; in dit geval wijst de betrokken instantie een regionale ordonnateur aan, wiens taken mutatis mutandis overeenkomen met die van de nationale ordonnateur;
  • b. hetzij een subsidieovereenkomst in de zin van artikel 19 bis, naargelang de aard van de activiteit en wanneer een van de betrokken instanties die met de realisatie van het programma of het project belast is, geen ACS-staat is.
5.

Voor de uit het Fonds gefinancierde programma’s en projecten waarvoor een financieringsverzoek is ingediend door de in artikel 13, lid 2, onder c, bedoelde internationale organisaties wordt een subsidieovereenkomst opgesteld.

6.

De uit het Fonds gefinancierde programma’s en projecten waarvoor een financieringsverzoek is ingediend door de ACS-Raad van Ministers of het ACS-Comité van Ambassadeurs, worden uitgevoerd hetzij door het ACS-secretariaat dat in voorkomend geval een financieringsovereenkomst sluit met de Commissie overeenkomstig artikel 17, hetzij door de Commissie, naargelang de aard van de activiteit.

HOOFDSTUK 3. ONDERZOEK EN FINANCIERING

Artikel 15. Identificatie, voorbereiding en onderzoek van programma’s en projecten

1.

De door de betrokken ACS-staat ingediende programma’s en projecten worden gezamenlijk onderzocht. Het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering stelt richtsnoeren en criteria op voor de beoordeling van programma’s en projecten. De programma’s en projecten zijn doorgaans meerjarig en kunnen een reeks beperkte activiteiten op een bepaald gebied omvatten.

2.

De dossiers van de opgestelde en ter financiering voorgelegde programma’s en projecten dienen alle gegevens te bevatten die voor het onderzoek van deze programma’s en projecten nodig zijn of, indien deze programma’s en projecten nog niet volledig omschreven zijn, met het oog op het onderzoek een beknopte beschrijving te bevatten.

3.

Bij het onderzoek van programma’s en projecten wordt de eis inzake nationale personele middelen in acht genomen en wordt een strategie opgezet voor een betere benutting van deze middelen. Bovendien wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken en beperkingen van elke ACS-staat.

4.

Programma’s en projecten die worden uitgevoerd door niet-overheidsactoren die overeenkomstig deze Overeenkomst voor financiering in aanmerking komen, kunnen door de Commissie alleen worden onderzocht. Overeenkomstig artikel 19 bis kunnen voor deze programma’s en projecten rechtstreeks subsidieovereenkomsten worden opgesteld tussen de Commissie en de niet-overheidsactoren. Het onderzoek dient in overeenstemming te zijn met artikel 4, lid 1, onder d), betreffende het soort actoren, het feit of zij voor steun in aanmerking komen en het soort activiteiten die ondersteund worden. Bij monde van het hoofd van de delegatie stelt de Commissie de nationale ordonnateur in kennis van de aldus toegekende subsidies.

Artikel 16. Financieringsvoorstel en financieringsbesluit

1.

De conclusies van het onderzoek worden samengevat in een financieringsvoorstel waarvan de definitieve versie wordt opgesteld door de Commissie in nauwe samenwerking met de betrokken ACS-staat.

2.

Vervallen.

3.

Vervallen.

4.

De Commissie deelt namens de Gemeenschap haar financieringsbesluit aan de betrokken ACS-staat mede binnen 90 dagen na de datum van opstelling van de definitieve versie van het financieringsvoorstel.

5.

Indien het financieringsvoorstel niet door de Commissie namens de Gemeenschap wordt goedgekeurd, wordt de betrokken ACS-staat onmiddellijk op de hoogte gesteld van de redenen van dit besluit. In dat geval kunnen de vertegenwoordigers van de betrokken ACS-staat binnen 60 dagen na de kennisgeving verzoeken:

  • a. het probleem voor te leggen aan het bij deze Overeenkomst ingestelde ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering, of
  • b. door de vertegenwoordigers van de Gemeenschap te worden gehoord.
6.

Nadat de vertegenwoordigers zijn gehoord, wordt door de Commissie namens de Gemeenschap een definitief besluit genomen om het financieringsvoorstel aan te nemen dan wel af te wijzen; alvorens dit besluit wordt genomen, kan de betrokken ACS-staat aan de Commissie alle gegevens meedelen die hij voor volledige kennis van zaken noodzakelijk acht.

Artikel 17. Financieringsovereenkomst

1.

Tenzij in deze Overeenkomst anders bepaald, wordt voor ieder uit het Fonds gefinancierd programma of project een financieringsovereenkomst tussen de Commissie en de betrokken ACS-staat opgesteld.

2.

De financieringsovereenkomst tussen de Commissie en de betrokken ACS-staat wordt binnen 60 dagen na het besluit van de Commissie namens de Gemeenschap opgesteld. In de financieringsovereenkomst:

  • a. worden met name de financiële bijdrage van de Gemeenschap, de financieringsregelingen en -voorwaarden en de algemene en specifieke bepalingen voor het betrokken programma of project gespecificeerd, en
  • b. worden toereikende voorzieningen getroffen voor de dekking van onvoorzien hogere kosten en uitgaven.
3.

Resterende bedragen die worden geconstateerd bij de afsluiting van programma’s en projecten, komen de betrokken ACS-staat of -staten toe.

Artikel 18. Kostenoverschrijding

1.

Zodra de uit hoofde van de financieringsovereenkomst beschikbare financiering dreigt te worden overschreden, stelt de nationale ordonnateur de Commissie daarvan in kennis en verzoekt hij haar vooraf in te stemmen met de maatregelen die hij denkt te treffen om deze kostenoverschrijding te dekken, hetzij door het programma of project in te perken, hetzij door een beroep te doen op nationale of andere niet-communautaire middelen.

2.

Indien het niet mogelijk is het programma of project in te perken of de overschrijding uit andere hulpbronnen te financieren, kan de Commissie namens de Gemeenschap op met redenen omkleed verzoek van de nationale ordonnateur besluiten tot aanvullende financiering uit de middelen van het nationaal indicatief programma.

Artikel 19. Financiering met terugwerkende kracht

1.

Om te zorgen dat projecten snel van start kunnen gaan en om perioden van stilstand tussen opeenvolgende projecten en vertragingen te voorkomen, kunnen de ACS-staten wanneer het onderzoek van het project afgerond is en voordat het financieringsbesluit is genomen, activiteiten voorfinancieren in verband met voorbereidende en seizoensgebonden werkzaamheden, bestelling van uitrusting met een lange levertijd en bepaalde lopende verrichtingen. Dergelijke uitgaven moeten geschieden conform de procedures van deze Overeenkomst.

2.

Uitgaven zoals bedoeld in lid 1 moeten worden opgenomen in het financieringsvoorstel en laat het financieringsbesluit van de Commissie namens de Gemeenschap onverlet.

3.

Uitgaven die door een ACS-staat uit hoofde van dit artikel zijn verricht, worden na de ondertekening van de financieringsovereenkomst met terugwerkende kracht in het kader van het programma of project gefinancierd.

HOOFDSTUK 4. UITVOERING

Artikel 19 bis. Wijze van uitvoering

1.

De uit het meerjarige financiële kader voor samenwerking gefinancierde programma's en projecten, worden in hoofdzaak door de volgende methoden uitgevoerd:

  • a. gunning van opdrachten;
  • b. toekenning van subsidies;
  • c. uitvoering in eigen beheer;
  • d. directe uitbetalingen in de vorm van begrotingssteun, steun voor sectorale programma’s, steun voor schuldverlichting en steun om de negatieve effecten van exogene kortetermijnschokken, waaronder fluctuaties van de exportopbrengsten, te reduceren.
2.

In deze bijlage zijn opdrachten overeenkomsten onder bezwarende titel die schriftelijk worden gesloten om tegen een prijs de levering van roerende goederen, de uitvoering van werken of de verrichting van diensten te verkrijgen.

3.

Subsidies in de zin van deze bijlage zijn rechtstreekse financiële bijdragen, bij wijze van schenking verleend voor de financiering van:

  • a. een actie die moet bijdragen tot de verwezenlijking van een in het kader van deze Overeenkomst passende doelstelling of een programma of project dat dienovereenkomstig is goedgekeurd, of
  • b. de werking van een orgaan dat een dergelijke doelstelling nastreeft.

Subsidies zijn het voorwerp van een schriftelijke overeenkomst.

Artikel 19 ter. Aanbestedingen met een schorsingsclausule

Om te zorgen dat projecten snel van start kunnen gaan, kunnen de ACS-staten of de bevoegde organisatie of instantie op regionaal of intra-ACS-niveau in alle gevallen waarin dit gerechtvaardigd is, in overleg met de Commissie, zodra het onderzoek van het project afgerond is en voordat het financieringsbesluit is genomen, voor alle typen opdrachten aanbestedingen uitschrijven waarin een schorsingsclausule is opgenomen. Deze bepaling moet worden vermeld in het financieringsvoorstel.

Artikel 20. Voorwaarden om deel te nemen

Behoudens indien overeenkomstig artikel 22 een uitzondering is toegestaan en onverminderd het bepaalde in artikel 26, gelden de volgende regels:

    1. de deelname aan aanbestedingen en aan procedures voor de toekenning van subsidies uit het Fonds staat open voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen van de ACS-staten en de lidstaten van de Gemeenschap;
    1. leveringen en materialen die zijn verkregen uit hoofde van een uit het Fonds gefinancierde overeenkomst moeten van oorsprong zijn uit een staat die krachtens punt 1 mag deelnemen. In dit verband wordt de definitie van ,producten van oorsprong’ beoordeeld aan de hand van de relevante internationale overeenkomsten en worden leveringen van oorsprong uit de landen en gebieden overzee aangemerkt als leveringen van oorsprong uit de Gemeenschap;
    1. de deelname aan aanbestedingen en aan procedures voor de toekenning van subsidies uit het Fonds staat open voor internationale organisaties;
    1. wanneer de financiering betrekking heeft op een transactie die door een internationale organisatie wordt uitgevoerd, staat deelname aan aanbestedingen en aan procedures voor de toekenning van subsidies open voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen die krachtens punt 1 mogen deelnemen, en voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen die krachtens het reglement van die organisatie mogen deelnemen, waarbij alle donoren op gelijke voet moeten worden behandeld. Dezelfde regels gelden voor leveringen en materialen;
    1. wanneer de financiering betrekking heeft op een transactie die in het kader van een regionaal initiatief wordt uitgevoerd, staat de deelname aan aanbestedingen en de procedures voor de toekenning van subsidies open voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen die krachtens punt 1 mogen deelnemen, en voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen van de staten die aan het betrokken initiatief deelnemen. Dezelfde regels gelden voor leveringen en materialen;
    1. wanneer de financiering betrekking heeft op een transactie die door een derde staat wordt medegefinancierd, staat de deelname aan aanbestedingen en de procedures voor de toekenning van subsidies open voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen die krachtens lid 1 mogen deelnemen, en voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen die krachtens de regelgeving van die derde staat mogen deelnemen. Dezelfde regels gelden voor leveringen en materialen.

Artikel 21. Deelname op gelijke voorwaarden

De ACS-staten en de Commissie treffen de nodige maatregelen voor een zo ruim mogelijke deelname, op gelijke voorwaarden, aan aanbestedingen van opdrachten voor werken, leveringen en diensten; dit betreft onder meer:

  • a. erop toezien dat aanbestedingen via het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, de staatsbladen van alle ACS-staten en alle andere geschikte media bekend worden gemaakt;
  • b. uitsluiting van discriminerende praktijken en technische specificaties die ruime deelname op gelijke voorwaarden kunnen verhinderen;
  • c. bevordering van samenwerking tussen ondernemingen uit de lidstaten en de ACS-staten;
  • d. erop toezien dat alle gunningscriteria in het aanbestedingsdossier zijn vermeld; en
  • e. erop toezien dat de gekozen inschrijving voldoet aan de voorwaarden en criteria van het aanbestedingsdossier.

Artikel 22. Uitzonderingen

1.

In uitzonderingsgevallen die deugdelijk gemotiveerd zijn, staat de deelname aan aanbestedingen en de procedures voor de toekenning van subsidies die door de Gemeenschap worden gefinancierd, op gemotiveerd verzoek van de betrokken ACS-staten, toch open voor natuurlijke personen of rechtspersonen uit derde landen die niet mogen deelnemen uit hoofde van artikel 20. De betrokken ACS-staten verstrekken de Commissie voor elk geval de noodzakelijke gegevens om over deze uitzonderingsgevallen een besluit te nemen, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan:

  • a. de geografische ligging van de betrokken ACS-staat;
  • b. het concurrentievermogen van aannemers, leveranciers en adviseurs uit de lidstaten en de ACS-staten;
  • c. vermijding van buitensporige stijging van de uitvoeringskosten van de overeenkomsten;
  • d. vervoersproblemen en vertragingen in verband met levertijden of soortgelijke problemen;
  • e. de meest geschikte en aan de lokale omstandigheden optimaal aangepaste technologie;
  • f. bijzonder dringende gevallen;
  • g. de beschikbaarheid van goederen en diensten op de betrokken markten.
2.

De regels voor de gunning van opdrachten van de Bank zijn van toepassing op de projecten die door de Investeringsfaciliteit worden gefinancierd.

Artikel 23. Aanbesteding

1.

Om de algemene voorschriften voor aanbesteding en preferenties voor door het EOF gefinancierde activiteiten te vereenvoudigen, worden opdrachten gegund door middel van openbare of niet-openbare aanbesteding, door middel van kaderovereenkomsten of onderhandse overeenkomsten of in eigen beheer, en wel als volgt:

  • a. openbare internationale aanbesteding – publicatie van een bericht van aanbesteding overeenkomstig het bepaalde in de Overeenkomst;
  • b. openbare plaatselijke aanbesteding – publicatie van een bericht van aanbesteding in uitsluitend de begunstigde ACS-staat;
  • c. niet-openbare internationale aanbesteding – hierbij nodigt de aanbestedende dienst een beperkt aantal gegadigden uit deel te nemen aan de oproep tot inschrijving na publicatie van een vooraankondiging;
  • d. onderhandse aanbesteding – een vereenvoudigde procedure zonder publicatie van een bericht van aanbesteding, waarbij de aanbestedende dienst een beperkt aantal gegadigden uitnodigt een aanbieding in te dienen; en
  • e. uitvoering in eigen beheer – opdrachten worden uitgevoerd door overheidsinstanties of semi-overheidsinstanties en -diensten van de betrokken begunstigde staten.
2.

Uit het Fonds gefinancierde opdrachten worden gegund volgens onderstaande bepalingen:

  • a. Opdrachten voor leveringen met een waarde van:
  • i. meer dan 5 miljoen euro worden gegund via openbare internationale aanbesteding;
  • ii. meer dan 300.000 euro doch niet meer dan 5 miljoen euro worden gegund via openbare plaatselijke aanbesteding; en
  • iii. minder dan 300.000 euro worden onderhands gegund – een vereenvoudigde procedure zonder publicatie van een bericht van aanbesteding.
  • b. Opdrachten voor werken met een waarde van:
  • i. meer dan 150.000 euro worden gegund via openbare internationale aanbesteding;
  • ii. meer dan 30.000 euro doch niet meer dan 150.000 euro worden gegund via openbare plaatselijke aanbesteding; en
  • iii. minder dan 30.000 euro worden onderhands gegund – een vereenvoudigde procedure zonder publicatie van een bericht van aanbesteding.
  • c. Opdrachten voor diensten met een waarde van:
  • i. meer dan 200.000 euro worden gegund via niet-openbare internationale aanbesteding met publicatie van een bericht van aanbesteding; en
  • ii. minder dan 200.000 euro worden onderhands gegund via een vereenvoudigde procedure of een kaderovereenkomst.
3.

Opdrachten voor werken, leveringen en diensten met een waarde van 5000 euro of minder kunnen worden geplaatst zonder aanbesteding.

4.

Voor niet-openbare aanbestedingen wordt in overleg met het hoofd van de delegatie, in voorkomend geval na een voorafgaande selectie met publicatie van een bericht van aanbesteding, door de betrokken ACS-staat of ACS-staten een shortlist van gegadigden opgesteld.

5.

Bij onderhandse aanbestedingen kan de ACS-staat alle noodzakelijk geachte besprekingen voeren met gegadigden op de shortlist die hij overeenkomstig de artikelen 20 tot en met 22 heeft opgesteld en de opdracht gunnen aan de inschrijver van zijn keuze.

De ACS-staten kunnen de Commissie verzoeken rechtstreeks of door bemiddeling van haar bevoegde instantie in hun naam over opdrachten voor diensten te onderhandelen en de overeenkomsten vast te stellen, te sluiten en ten uitvoer te leggen.

Artikel 24. Uitvoering in eigen beheer

1.

Bij uitvoering in eigen beheer worden programma’s en projecten uitgevoerd door overheidsinstellingen of semi-overheidsinstellingen van de betrokken staat of staten of door de rechtspersoon die voor de uitvoering van de activiteit verantwoordelijk is.

2.

De Gemeenschap draagt in de uitgaven van de betrokken diensten bij door het verschaffen van ontbrekende uitrusting en/of materieel en/of middelen waarmee het nodige aanvullende personeel kan worden aangeworven, zoals deskundigen uit de betrokken ACS-staten of andere ACS-staten. De bijdrage van de Gemeenschap dekt slechts de kosten van aanvullende maatregelen en tijdelijke uitgaven voor de uitvoering die uitsluitend verband houden met het betrokken project.

3.

De programmaramingen waarbij activiteiten in eigen beheer worden uitgevoerd, moeten voldoen aan de communautaire regels, procedures en standaarddocumenten van de Commissie die van toepassing zijn op het ogenblik waarop de betrokken programmaramingen worden goedgekeurd.

Artikel 25. Opdrachten voor spoedhulp

De uitvoering van opdrachten voor spoedhulp moet afgestemd zijn op de urgentie van de situatie. Daartoe kan de ACS-staat voor alle operaties die betrekking hebben op spoedhulp met instemming van het hoofd van de delegatie toestemming geven tot:

  • a. het sluiten van onderhandse overeenkomsten;
  • b. de uitvoering van opdrachten in eigen beheer;
  • c. tenuitvoerlegging via gespecialiseerde instellingen; en
  • d. rechtstreekse uitvoering door de Commissie.

Artikel 26. Preferenties

1.

Om optimaal gebruik van de fysieke en menselijke middelen van de ACS-staten mogelijk te maken, worden maatregelen getroffen om zo breed mogelijke deelname van natuurlijke personen en rechtspersonen uit de ACS-staten aan de uitvoering van door het Fonds gefinancierde opdrachten te bevorderen. Hiertoe geldt het volgende:

  • a. bij opdrachten voor werken van minder dan 5 miljoen EUR wordt aan inschrijvers uit ACS-staten bij het vergelijken van inschrijvingen van gelijkwaardige economische, technische en administratieve kwaliteiteen preferentie van 10% toegekend, mits ten minste een vierde van het kapitaal en een vierde van het leidinggevend personeel van oorsprong zijn uit een of meer ACS-staten;
  • b. bij opdrachten voor leveringen, ongeacht het bedrag, wordt aan inschrijvers uit ACS-staten die leveringen aanbieden waarvoor ten minste 50% van de contractwaarde van ACS-oorsprong is, bij het vergelijken van inschrijvingen van gelijkwaardige economische, technische en administratieve kwaliteit een preferentie van 15 % toegekend;
  • c. bij opdrachten voor diensten wordt bij het vergelijken van inschrijvingen van gelijkwaardige economische en technische kwaliteit voorrang gegeven aan:
  • i. deskundigen, instellingen of adviesbureaus uit ACS-staten, mits aan de bekwaamheidseisen is voldaan;
  • ii. aanbiedingen van een onderneming uit de ACS die individueel of in een consortium deelneemt met Europese partners, en
  • iii. aanbiedingen van Europese inschrijvers met onderaannemers of deskundigen uit de ACS;
  • d. gekozen inschrijvers geven, indien zij gebruikmaken van onderaannemers, voorrang aan natuurlijke personen en ondernemingen uit de ACS-staten die in staat zijn de opdracht op het vereiste niveau uit te voeren, en
  • e. de ACS-staat kan in de aanbesteding aan gegadigden de bijstand aanbieden van andere ondernemingen, deskundigen of adviseurs uit de ACS die in gezamenlijk overleg zijn gekozen. Deze samenwerking kan gestalte krijgen in de vorm van een gezamenlijke onderneming of onderaanneming of ook in die van opleiding van het personeel bij de werkzaamheden.
2.

Indien twee inschrijvingen op grond van bovengenoemde criteria gelijkwaardig worden bevonden, wordt de voorkeur gegeven:

  • a. aan de inschrijving van de inschrijver uit een ACS-staat, of
  • b. indien een dergelijke inschrijving ontbreekt:
  • i. aan de inschrijving die optimaal gebruik van de fysieke en menselijke middelen van de ACS-staten mogelijk maakt;
  • ii. aan de inschrijving die ondernemingen of natuurlijke personen uit de ACS-staten de beste mogelijkheden voor onderaanneming biedt, of
  • iii. aan een consortium van natuurlijke personen of ondernemingen uit de ACS-staten en de Gemeenschap.

Artikel 27. Gunning van opdrachten

1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 24, gunt de ACS-staat de opdracht:

  • a. aan de inschrijver wiens aanbieding conform het aanbestedingsdossier is bevonden;
  • b. in het geval van opdrachten voor werken of leveringen, aan de inschrijver die de voordeligste aanbieding heeft gedaan, beoordeeld aan de hand van met name de volgende criteria:
  • i. de prijs en de operationele en onderhoudskosten;
  • ii. de kwalificaties en de garanties die de inschrijver biedt en de technische kwaliteiten van de aanbieding, met inbegrip van het voorstel van de inschrijver voor service in de ACS-staat; en
  • iii. de aard van de opdracht, de voorwaarden en termijnen van uitvoering en de aanpassing aan plaatselijke omstandigheden;
  • c. in het geval van opdrachten voor diensten, aan de inschrijver die de voordeligste aanbieding heeft ingediend, beoordeeld aan de hand van onder andere de prijs, de technische kwaliteiten van de aanbieding, de organisatie en de methode die worden voorgesteld voor de levering van diensten, alsmede de bekwaamheid, de onafhankelijkheid en de beschikbaarheid van het voorgestelde personeel.
2.

Indien twee aanbiedingen op grond van bovengenoemde criteria gelijkwaardig worden bevonden, wordt de voorkeur gegeven:

  • a. aan de aanbieding van de inschrijver uit een ACS-staat; of
  • b. indien een dergelijke inschrijving ontbreekt:
  • i. aan de aanbieding die optimaal gebruik van de materiële en menselijke middelen van de ACS-staten mogelijk maakt;
  • ii. aan de aanbieding die ondernemingen of natuurlijke personen uit de ACS-staten de beste mogelijkheden voor onderaanneming biedt; of
  • iii. aan een consortium van natuurlijke personen of ondernemingen uit de ACS-staten en de Gemeenschap.

Artikel 28. Algemene voorschriften voor opdrachten

1.

De gunning van door het Fonds gefinancierde opdrachten geschiedt overeenkomstig deze bijlage en de procedures die, op aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering als bedoeld in de Overeenkomst, tijdens de eerste vergadering na de ondertekening van de Overeenkomst bij besluit van de Raad van Ministers zullen worden vastgesteld. Deze procedures dienen in overeenstemming te zijn met de bepalingen van deze bijlage en de voorschriften van de Gemeenschap voor opdrachten in de samenwerking met derde landen.

2.

In afwachting van de goedkeuring van deze procedures zijn de huidige EOF-voorschriften van toepassing, zoals deze vervat zijn in de algemene voorschriften en algemene voorwaarden voor opdrachten.

Artikel 29. Algemene voorwaarden voor opdrachten

De uitvoering van door het Fonds gefinancierde opdrachten voor werken, leveringen en diensten geschiedt:

  • a. volgens de algemene voorwaarden van toepassing op door het Fonds gefinancierde overeenkomsten die tijdens de eerste vergadering na de ondertekening van deze Overeenkomst op aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering als bedoeld in deze Overeenkomst, bij besluit van de Raad van Ministers zullen worden aangenomen; of
  • b. voor medegefinancierde projecten en programma's of wanneer een uitzonderingsbepaling is gemaakt voor uitvoering door derden, of in geval van een versnelde procedure, of in andere relevante gevallen, volgens andere algemene voorwaarden die door de betrokken ACS-staat en de Gemeenschap zijn overeengekomen, en wel:
  • i. de algemene voorwaarden voor overheidsopdrachten krachtens de nationale wetgeving van de betrokken ACS-staat of de praktijken die in deze staat op het gebied van internationale opdrachten zijn toegelaten; of
  • ii. andere internationale algemene voorwaarden op het gebied van opdrachten.

Artikel 30. Geschillenbeslechting

Geschillen tussen de overheidsinstanties van een ACS-staat en een aannemer, leverancier of dienstverlener bij de uitvoering van een uit het Fonds gefinancierde overeenkomst worden beslecht:

  • a. in geval van een nationale opdracht volgens de nationale wetgeving van de betrokken ACS-staat; en
  • b. in geval van een transnationale overeenkomst:
  • i. indien de partijen bij de overeenkomst zulks overeenkomen, overeenkomstig de nationale wetgeving van de betrokken ACS-staat of de gebruikelijke praktijk van die staat voor internationale overeenkomsten; of
  • ii. door arbitrage overeenkomstig de procesvoorschriften die tijdens de eerste vergadering na de ondertekening van de Overeenkomst op aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering, bij besluit van de Raad van Ministers zullen worden vastgesteld.

Artikel 31. Belasting- en douaneregelingen

1.

De ACS-staten passen op de door de Gemeenschap gefinancierde overeenkomsten een belasting- en douaneregeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegepast op de meest begunstigde staten of de internationale ontwikkelingsorganisaties waarmee zij betrekkingen onderhouden. Voor de bepaling van de meestbegunstigingsbehandeling blijven de door de betrokken ACS-staat ten opzichte van andere ACS-staten of andere ontwikkelingslanden toegepaste regelingen buiten beschouwing.

2.

Onder voorbehoud van bovenstaande bepalingen wordt de volgende regeling toegepast op de door de Gemeenschap gefinancierde opdrachten:

  • a. op de opdrachten worden geen in de begunstigde ACS-staat bestaande of aldaar in te voeren zegel- en registratierechten of fiscale heffingen van gelijke werking toegepast; deze opdrachten worden echter volgens de in de ACS-staat geldende wetten geregistreerd, en voor deze registratie kan een bedrag worden geheven dat in overeenstemming is met de verleende dienst;
  • b. winsten en/of inkomens die voortvloeien uit de uitvoering van de opdrachten zijn belastbaar volgens de nationale belastingregeling van de betrokken ACS-staat, indien de natuurlijke of rechtspersonen die deze winsten en/of inkomens hebben gerealiseerd, in deze ACS-staat over een vaste vestiging beschikken of indien de uitvoeringsduur van de opdrachten meer dan zes maanden bestrijkt;
  • c. ondernemingen die professioneel materieel moeten invoeren met het oog op de uitvoering van opdrachten voor werken komen desgevraagd voor de regeling voor tijdelijke invoer met vrijstelling in aanmerking, zoals deze is geregeld in de nationale wetgeving voor genoemd materieel in de begunstigde ACS-staat;
  • d. professioneel materieel, nodig voor de uitvoering van de in een opdracht voor diensten omschreven taken, wordt in de begunstigde ACS-staat of -staten overeenkomstig de nationale wetgeving ingevoerd met vrijstelling van belastingen, invoerrechten, douanerechten en andere heffingen van gelijke werking, voorzover deze belastingen, rechten en heffingen niet een beloning voor verrichte diensten vormen;
  • e. de invoer in het kader van de uitvoering van een opdracht voor leveringen wordt in de begunstigde ACS-staat met vrijstelling van douanerechten, invoerrechten, belastingen of fiscale rechten van gelijke werking toegelaten. Opdrachten voor leveringen die van oorsprong zijn uit de betrokken ACS-staat worden gegund op basis van de prijs af fabriek, vermeerderd met de fiscale rechten die in voorkomend geval in de ACS-staat op deze leveringen van toepassing zijn;
  • f. de aankoop van brandstoffen, smeermiddelen en bindmiddelen met koolwaterstof alsook in het algemeen van alle producten die in het kader van een opdracht voor werken worden gebruikt, wordt geacht op de lokale markt te zijn geschied; hierop is de belastingregeling krachtens de in de begunstigde ACS-staat geldende nationale wetgeving van toepassing; en
  • g. invoer van persoonlijke bagage en voorwerpen voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik door andere dan ter plaatse aangeworven natuurlijke personen die belast zijn met de uitvoering van de in een opdracht voor diensten omschreven taken alsmede door de leden van hun gezin, geschiedt overeenkomstig de nationale wetgeving die van kracht is in de begunstigde ACS-staat met vrijdom van douanerechten of invoerrechten, belastingen en andere fiscale rechten van gelijke werking.
3.

Niet in bovenstaande bepalingen inzake belasting- en douaneregelingen genoemde aangelegenheden blijven onderworpen aan de nationale wetgeving van de betrokken ACS-staat.

HOOFDSTUK 5. FOLLOW-UP EN EVALUATIE

Artikel 32. Doelstellingen

De follow-up en de evaluatie hebben ten doel de ontwikkelingsactiviteiten (voorbereiding en uitvoering en daaropvolgende acties) op onafhankelijke wijze te evalueren ten einde de doeltreffendheid van lopende en toekomstige ontwikkelingsactiviteiten te verbeteren.

Artikel 33. Modaliteiten

1.

Zonder afbreuk te doen aan de evaluaties die worden uitgevoerd door de ACS-staten of de Commissie, worden deze werkzaamheden door de ACS-staat (staten) en de Gemeenschap gezamenlijk verricht. Het ACS-EG-Comité voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering ziet erop toe dat de gezamenlijke activiteiten in het kader van de follow-up en evaluatie gezamenlijk worden uitgevoerd. Om het ACS-EG-Comité voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering bij te staan, worden de gezamenlijke follow-up en evaluaties door de Commissie en het Secretariaat-generaal van de ACS voorbereid en uitgevoerd en zij brengen daarover verslag uit aan het comité. Het comité stelt, bij de eerste bijeenkomst na de ondertekening van de overeenkomst, de werkwijze vast waardoor het gezamenlijke karakter van de werkzaamheden wordt gewaarborgd en keurt jaarlijks het werkprogramma goed.

2.

De activiteiten in het kader van de follow-up en evaluatie moeten met name:

  • a. regelmatige en onafhankelijke beoordelingen van de activiteiten van het fonds verschaffen door de bereikte resultaten met de doelstellingen te vergelijken en aldus
  • b. de ACS-staten en de Commissie en de gemeenschappelijke instellingen in staat stellen de opgedane ervaring te gebruiken bij het ontwerp en de uitvoering van het toekomstig beleid en toekomstige activiteiten.

HOOFDSTUK 6. FUNCTIONARISSEN DIE MET HET BEHEER EN DE UITVOERING VAN DE MIDDELEN VAN HET FONDS ZIJN BELAST

Artikel 34. Commissie

1.

De Commissie verzekert de financiële uitvoering van de uit het Fonds gefinancierde activiteiten die uit het Fonds worden gefinancierd, met uitsluiting van de Investeringsfaciliteit en de rentesubsidies, hoofdzakelijk aan de hand van de volgende beheersmethoden:

  • a. gecentraliseerd;
  • b. gedecentraliseerd.
2.

De Commissie zorgt in beginsel via gedecentraliseerd beheer voor de financiële uitvoering van de middelen van het Fonds.

In dat geval worden de uitvoeringstaken door de ACS-staten overeenkomstig artikel 35 verricht.

3.

Om te zorgen voor de financiële uitvoering van de middelen van het Fonds delegeert de Commissie de uitvoeringsbevoegdheden binnen haar diensten. De Commissie stelt de ACS-staten en het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering in kennis van deze delegatie.

Artikel 35. Nationale ordonnateur

1.

De regering van elke ACS-staat wijst een nationale ordonnateur aan die haar vertegenwoordigt bij alle transacties voor rekening van het door de Commissie en de Bank beheerde Fonds. De nationale ordonnateur wijst een of meer plaatsvervangende nationale ordonnateurs aan voor het geval hij zijn taken niet kan verrichten en brengt de Commissie hiervan op de hoogte. De nationale ordonnateur kan, wanneer de voorwaarden inzake institutionele capaciteit en gezond financieel beheer vervuld zijn, zijn taken in verband met de uitvoering van de betrokken programma’s en projecten delegeren aan de dienst die binnen de nationale administratie verantwoordelijk is. Hij stelt Commissie in kennis van de delegaties die hij verricht.

Wanneer de Commissie bekend is met problemen in het verloop van de procedures voor het beheer van de middelen van het Fonds, neemt zij met de nationale ordonnateur contact op teneinde deze problemen te verhelpen; zij neemt alle passende maatregelen.

De nationale ordonnateur draagt als enige de financiële verantwoordelijkheid voor de uitvoeringstaken die hem zijn toevertrouwd.

In het kader van het gedecentraliseerde beheer van de middelen van het Fonds en onder voorbehoud van de aanvullende bevoegdheden die aan de Commissie kunnen worden toegekend, heeft de nationale ordonnateur de volgende taken:

  • a. hij is belast met de coördinatie, de programmering, de follow-up en de jaarlijkse evaluaties, de tussentijdse evaluaties en de eindevaluatie van de uitvoering van de samenwerking, evenals met de donorcoördinatie;
  • b. hij is, in nauwe samenwerking met de Commissie, belast met de voorbereiding, de indiening en het onderzoek van de programma’s en projecten;
  • c. hij bereidt de aanbestedingsdossiers voor en in voorkomend geval de documenten voor de oproepen tot het indienen van voorstellen;
  • d. alvorens oproepen tot het indienen van inschrijvingen en in voorkomend geval oproepen tot het indienen van voorstellen te doen, legt hij de aanbestedingsdossiers en in voorkomend geval de documenten voor de oproepen tot het indienen van voorstellen ter goedkeuring aan de Commissie voor;
  • e. hij doet, in nauwe samenwerking met de Commissie, oproepen tot het indienen van inschrijvingen en in voorkomend geval oproepen tot het indienen van voorstellen;
  • f. hij neemt de inschrijvingen en in voorkomend geval de voorstellen in ontvangst en bezorgt de Commissie een kopie van de inschrijvingen, zit voor bij de opening daarvan en stelt het resultaat van de opening vast binnen de geldigheidstermijn van de inschrijvingen, rekening houdend met de voor de goedkeuring van het contract vereiste termijn;
  • g. hij nodigt de Commissie uit voor de opening van de inschrijvingen en in voorkomend geval de voorstellen en deelt haar het resultaat van de opening van de inschrijvingen en voorstellen mee, ter goedkeuring van de voorstellen inzake de gunning van opdrachten en de toekenning van subsidies;
  • h. hij legt de Commissie de contracten en programmaramingen ter goedkeuring voor evenals de toegevoegde clausules;
  • i. hij ondertekent de door de Commissie goedgekeurde contracten en toegevoegde clausules;
  • j. hij zorgt voor de betaalbaarstellingen en verstrekt de betalingsopdrachten binnen de grenzen van de hem toegekende kredieten;
  • k. hij neemt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden alle vereiste aanpassingsmaatregelen voor een in economisch en technisch opzicht bevredigende uitvoering van de goedkeurde programma’s en projecten.
2.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beslist de nationale ordonnateur, met kennisgeving aan de Commissie, over:

  • a. kleine technische wijzigingen en aanpassingen van de programma’s en projecten voorzover deze geen wijziging brengen in de gekozen technische oplossingen en voorzover zij binnen de voorzieningen voor aanpassingen blijven die in de financieringsovereenkomst zijn opgenomen;
  • b. wijziging van de plaats van uitvoering om technische, economische of sociale redenen in geval van meervoudige programma’s en projecten;
  • c. toepassing of kwijtschelding van boeten wegens tijdslimietoverschrijding;
  • d. akten betreffende ontheffing van borgtochten;
  • e. aankopen op de plaatselijke markt, ongeacht de oorsprong;
  • f. gebruik van bouwmateriaal en -werktuigen die niet van oorsprong uit de lidstaten of de ACS-staten zijn en waarvoor in de lidstaten en de ACS-staten geen vergelijkbare productie bestaat;
  • g. onderaannemingen;
  • h. definitieve opleveringen, mits de Commissie aanwezig is bij de voorlopige oplevering en de desbetreffende processen-verbaal voor gezien tekent en zo nodig tevens bij de definitieve oplevering, met name wanneer bij de voorlopige oplevering zodanige aanmerkingen zijn gemaakt dat aanzienlijke correcties nodig zijn;
  • i. aanwerving van consulenten en andere deskundigen voor technische bijstand.

Artikel 36. Hoofd van de delegatie

1.

De Commissie wordt in elke ACS-staat of in elke regionale groep die daarom uitdrukkelijk verzoekt, met de goedkeuring van de betrokken ACS-staat of -staten, vertegenwoordigd door een delegatie die onder de leiding staat van het hoofd van de delegatie. Indien een hoofd van de delegatie wordt aangesteld bij een groep ACS-staten, worden passende maatregelen getroffen. Het hoofd van de delegatie vertegenwoordigt de Commissie op alle gebieden die onder haar bevoegdheid vallen en bij al haar activiteiten.

2.

Het hoofd van de delegatie is de primaire gesprekspartner van de ACS-staten en instanties die uit hoofde van de Overeenkomst voor financiering in aanmerking komen. Hij werkt nauw samen met de nationale ordonnateur.

3.

Het hoofd van de delegatie ontvangt de nodige instructies en bevoegdheden om alle activiteiten in het kader van de Overeenkomst vlot te laten verlopen.

4.

Hij brengt op gezette tijden de nationale autoriteiten op de hoogte van activiteiten van de Gemeenschap die rechtstreeks van belang kunnen zijn voor de samenwerking tussen de Gemeenschap en de ACS-staten.

Artikel 37. Betalingen

1.

Voor het verrichten van betalingen in de nationale valuta van de ACS-staten kunnen in de ACS-staten door en op naam van de Commissie in de valuta van één van de lidstaten of in euro uitgedrukte rekeningen worden geopend bij een gezamenlijk door de ACS-staat en de Commissie gekozen nationale financiële overheids- of semi-overheidsinstelling, die de functie van nationale betalingsgemachtigde uitoefent.

2.

De nationale betalingsgemachtigde ontvangt geen vergoeding voor de door hem verleende diensten en over de deposito’s is geen rente verschuldigd. De lokale rekeningen worden, op basis van een raming van de toekomstige liquiditeitsbehoeften en voldoende tijdig om verplichting tot vóórfinanciering door de ACS-staten en vertragingen bij de betalingen te voorkomen, door de Gemeenschap van middelen voorzien in de valuta van een van de lidstaten of in euro.

3.

Vervallen.

4.

De betalingen worden door de Commissie uitgevoerd overeenkomstig de regels die door de Gemeenschap en de Commissie zijn vastgesteld, eventueel nadat de nationale ordonnateur de betaalbaarstelling en de betalingsopdracht heeft verricht.

5.

Vervallen.

6.

De procedures inzake betaalbaarstelling, betalingsopdrachten en betaling van de uitgaven moeten zijn afgewikkeld binnen een termijn van ten hoogste 90 dagen na de vervaldag. Uiterlijk 45 dagen vóór de vervaldag geeft de nationale ordonnateur opdracht tot betaling en stelt hij het hoofd van de delegatie daarvan in kennis.

7.

Claims inzake betalingsachterstand komen ten laste van de eigen middelen van de betrokken ACS-staat of -staten en van de Commissie, elk voor het deel van de achterstand waarvoor zij overeenkomstig bovengenoemde procedures verantwoordelijk zijn.

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE HANDELSREGELINGEN

Artikel 1

Producten van oorsprong uit de ACS-staten worden in de Gemeenschap vrij van douanerechten en heffingen van gelijke werking ingevoerd.

  • a. Voor producten van oorsprong uit de ACS-staten: neemt de Gemeenschap de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij voor een gunstiger behandeling in aanmerking komen dan dezelfde producten uit derde landen waarop de meestbegunstigingsclausule van toepassing is.
  • –. die in bijlage I bij het Verdrag zijn vermeld en die onder een gemeenschappelijke marktordening vallen in de zin van artikel 34 van het Verdrag, of
  • –. waarop, bij invoer in de Gemeenschap, bijzondere voorschriften van toepassing zijn die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid,
  • b. Indien de ACS-staten, tijdens de toepassing van deze overeenkomst, verzoeken dat nieuwe lijnen landbouwproductie of landbouwproducten die bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet voor bijzondere regelingen in aanmerking kwamen, toch voor deze regelingen in aanmerking komen, zal de Gemeenschap deze verzoeken in overleg met de ACS-staten onderzoeken.
  • c. In afwijking van het bovenstaande zal de Gemeenschap, gezien de bijzondere betrekkingen en de bijzondere aard van de ACS-EG-samenwerking, de verzoeken van ACS-staten voor een preferentiële toegang voor hun landbouwproducten tot de markt van de Gemeenschap per geval onderzoeken en zal zij haar besluiten ten aanzien van deze met redenen omklede verzoeken zo mogelijk binnen vier maanden, en in ieder geval binnen zes maanden, na de indiening mededelen. In het kader van punt a neemt de Gemeenschap haar besluiten met name onder verwijzing naar concessies aan derde landen die ontwikkelingslanden zijn. Zij houdt rekening met de mogelijkheden die het op de markt brengen van producten buiten het normale seizoen biedt.
  • d. De onder a bedoelde regelingen treden in werking op het tijdstip waarop deze overeenkomst in werking treedt en blijven van toepassing tijdens de duur van de in artikel 37, lid 1, bedoelde voorbereidingsperiode. Echter, indien de Gemeenschap, tijdens deze periode:
  • –. de gemeenschappelijke marktordening of bijzondere voorschriften uit hoofde van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid op een of meer producten van toepassing verklaart, behoudt zij zich het recht voor de invoerregeling voor deze producten van oorsprong uit de ACS-staten aan te passen, na overleg in de Raad van Ministers. In dit geval is het bepaalde onder a van toepassing;
  • –. de gemeenschappelijke marktordening voor een bepaald product of de bijzondere voorschriften uit hoofde van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid wijzigt, behoudt zij zich het recht voor de regeling voor dat product van oorsprong uit de ACS-staten te wijzigen, na overleg in de Raad van Ministers. In dit geval neemt de Gemeenschap maatregelen om ervoor te zorgen dat het product van oorsprong uit de ACS-staten een behandeling verkrijgt die vergelijkbaar is met de eerder verkregen behandeling en die gunstiger is ten opzichte van het product uit derde landen dat voor de meestbegunstigingsclausule in aanmerking komt.
  • e. Wanneer de Gemeenschap voornemens is een preferentiële overeenkomst met derde landen te sluiten, deelt zij dit aan de ACS-staten mede. Overleg zal plaatsvinden indien de ACS-staten hierom verzoeken ten einde hun belangen te beschermen.

Artikel 2

1.

De Gemeenschap past geen kwantitatieve beperkingen of maatre-gelen van gelijke werking bij invoer van producten van oorsprong uit de ACS-staten.

2.

Lid 1 vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, het behoud van niet-vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen, indien deze maatregelen gepaard gaan met beperkingen op de binnenlandse productie of het binnenlandse verbruik, of uit hoofde van de bescherming van de industriële en commerciële eigendom.

3.

Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel in het algemeen vormen.

Wanneer de tenuitvoerlegging van de in lid 2 bedoelde maatregelen tegen de belangen van een of meer ACS-staten indruist, wordt op verzoek van deze ACS-staten overleg gepleegd om tot een bevredigende oplossing te komen.

Artikel 3

1.

Wanneer nieuwe maatregelen of maatregelen die zijn voorzien in programma's van de Gemeenschap ter harmonisering van de wetgevingen met het oog op de vereenvoudiging van het goederenverkeer nadelige gevolgen kunnen hebben voor een of meer ACS-staten stelt de Gemeenschap, alvorens zij dergelijke maatregelen neemt, de ACS-staten hiervan via de Raad van Ministers in kennis.

2.

Om het de Gemeenschap mogelijk te maken de belangen van de betrokken ACS-staat in aanmerking te nemen, wordt op verzoek van deze ACS-staat overleg gepleegd om tot een bevredigende oplossing te komen.

Artikel 4

1.

Wanneer de bestaande wetgeving van de Gemeenschap ter vereenvoudiging van het goederenverkeer nadelige gevolgen heeft voor een of meer ACS-staten of wanneer deze nadelige gevolgen door de interpretatie, de toepassing of het beheer van deze wetgeving ontstaan, wordt op verzoek van deze ACS-staat of -staten overleg gepleegd om tot een bevredigende oplossing te komen.

2.

Met het oog op het vinden van een bevredigende oplossing kunnen de ACS-staten ook andere problemen aan de Raad van Ministers voorleggen die verband houden met het goederenverkeer en die het gevolg kunnen zijn van maatregelen die de lidstaten hebben genomen of voornemens zijn te nemen.

3.

Ter bevordering van een doelmatig overleg stellen de betrokken instellingen van de Gemeenschap de Raad van Ministers zoveel mogelijk van dergelijke maatregelen in kennis.

Artikel 5

1.

Van de ACS-staten wordt niet geëist dat zij, ten aanzien van de invoer van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, verplichtingen op zich nemen die overeenstemmen met de verplichtingen die de Gemeenschap op grond van deze bijlage op zich heeft genomen ten aanzien van de invoer van producten van oorsprong uit de ACS-staten.

  • a. In hun handel met de Gemeenschap maken de ACS-staten geen onderscheid tussen de lidstaten en geven zij de Gemeenschap geen minder gunstige behandeling dan die van de meestbegunstigde natie.
  • b. De onder a bedoelde behandeling van de meestbegunstigde natie is niet van toepassing op de handel of de economische betrekkingen tussen de ACS-staten of tussen een of meer ACS-staten en andere ontwikkelingslanden.

Artikel 6

Elke Partij bij de overeenkomst deelt haar douanetarieven binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan de Raad van Ministers mede. Elke Partij bij de overeenkomst deelt ook wijzigingen op de douanetarieven mede zodra deze in werking treden.

Artikel 7

1.

Voor de toepassing van deze bijlage worden het begrip „product van oorsprong” en de methoden van administratieve samenwerking in verband hiermede in het hieraan gehechte Protocol 1 omschreven.

2.

De Raad van Ministers kan wijzigingen in Protocol 1 aanbrengen.

3.

Wanneer het begrip „product van oorsprong” voor een bepaald product niet overeenkomstig de leden 1 en 2 is omschreven, blijft elke Partij bij de overeenkomst haar eigen regels toepassen.

Artikel 8

1.

Wanneer een product in dermate toegenomen hoeveelheden en op zulke voorwaarden in de Gemeenschap wordt ingevoerd dat de binnenlandse producenten van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product hierdoor schade lijden of dreigen te lijden of dat een economische sector hierdoor ernstig verstoord is geraakt of dreigt te raken of dat hierdoor problemen zijn ontstaan of dreigen te ontstaan die de economische situatie van een regio ernstig kunnen verstoren, kan de Gemeenschap overeenkomstig de in artikel 9 omschreven procedures passende maatregelen nemen.

2.

De Gemeenschap verbindt zich ertoe geen andere middelen aan te wenden voor protectionistische doeleinden of ter belemmering van de structurele ontwikkeling. De Gemeenschap neemt geen vrijwaringsmaatregelen van gelijke werking.

3.

Vrijwaringsmaatregelen worden beperkt tot die maatregelen die de handel tussen de Partijen bij de overeenkomst, ter bevordering van de doelstellingen van deze overeenkomst, het minst verstoren. Deze maatregelen mogen niet ingrijpender zijn dan strikt noodzakelijk is om de problemen op te lossen die zich hebben voorgedaan.

4.

Bij het nemen van vrijwaringsmaatregelen wordt rekening gehouden met de bestaande omvang van de uitvoer vanuit het (de) betrokken ACS-sta(a)t(en) naar de Gemeenschap en de ontwikkelingsmogelijkheden van deze uitvoer. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de belangen van de minstontwikkelde insulaire of niet aan zee grenzende ACS-staten.

Artikel 9

1.

Voordat de vrijwaringsclausule wordt toegepast, vindt overleg plaats, zowel bij de vaststelling als bij de verlenging van vrijwaringsmaatregelen. De Gemeenschap zal de ACS-staten alle informatie verstrekken die voor dit overleg noodzakelijk is alsmede de gegevens waaruit kan worden opgemaakt in welke mate de invoer van een bepaald product uit een ACS-staat de in artikel 8, lid 1, bedoelde gevolgen heeft gehad.

2.

Zodra het overleg heeft plaatsgevonden treden de vrijwaringsmaatregelen of de tussen de betrokken ACS-staten en de Gemeenschap overeengekomen regelingen in werking.

3.

Het in de leden 1 en 2 bedoelde voorafgaande overleg verhindert niet dat de Gemeenschap, overeenkomstig artikel 8, lid 1, onmiddellijk besluiten neemt wanneer dit op grond van bijzondere factoren noodzakelijk is.

4.

Om het onderzoek naar factoren die de markt kunnen verstoren te vereenvoudigen, wordt een statistisch toezicht ingesteld op de invoer van bepaalde ACS-producten in de Gemeenschap.

5.

De Partijen bij de overeenkomst plegen regelmatig overleg teneinde bevredigende oplossingen te vinden voor problemen die uit de toepassing van de vrijwaringsclausule kunnen voortvloeien.

6.

Op het voorafgaand overleg, het geregelde overleg en het toezicht als bedoeld in de leden 1 tot en met 5 zijn de regels van toepassing die zijn opgenomen in het hieraan gehechte Protocol 2.

Artikel 10

De Raad van Ministers onderzoekt op verzoek van een betrokken Partij bij de overeenkomst de economische en sociale gevolgen van de toepassing van de vrijwaringsclausule.

Artikel 11

Wanneer vrijwaringsmaatregelen worden vastgesteld, gewijzigd of ingetrokken, wordt bijzondere aandacht geschonken aan de belangen van de minstontwikkelde, niet aan zee grenzende en insulaire ACS-staten.

Artikel 12

De Partijen bij de overeenkomst informeren en raadplegen elkaar om ervoor te zorgen dat deze bijlage daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd.

Naast de gevallen waarvoor, bij de leden 2 tot en met 9, specifiek in overleg is voorzien, vindt overleg, op verzoek van de Gemeenschap of van de ACS-staten, met name ook plaats in de volgende gevallen:

    1. wanneer de Partijen bij de overeenkomst voornemens zijn handelsmaatregelen te treffen die de belangen van een of meer partijen bij deze overeenkomst kunnen schaden, delen zij dit mede aan de Raad van Ministers. Op verzoek van de betrokken Partijen bij de overeenkomst vindt overleg plaats ten einde rekening te houden met de belangen van de verschillende partijen;
    1. indien de ACS-staten, tijdens de geldigheidsduur van de bijlage, van oordeel zijn dat de in lid 1, onder 2 a, bedoelde landbouwproducten die niet onder een bijzondere regeling vallen, eveneens voor deze bijzondere regeling in aanmerking dienen te komen, kan in de Raad van Ministers overleg worden gepleegd;
    1. wanneer een Partij bij de overeenkomst van oordeel is dat de bestaande voorschriften van een andere Partij bij de overeenkomst of de interpretatie, de toepassing of het beheer van die voorschriften een belemmeringen vormen voor het goederenverkeer;
    1. wanneer de Gemeenschap vrijwaringsmaatregelen neemt op grond van artikel 8 van deze bijlage, kan op verzoek van de betrokken Partijen bij de overeenkomst in de Raad van Ministers overleg over deze maatregelen worden gepleegd, met name om erop toe te zien dat aan de voorwaarden van lid 8, onder 3, is voldaan. Dit overleg moet binnen drie maanden zijn beëindigd.

HOOFDSTUK 2. BIJZONDERE VERBINTENISSEN INZAKE SUIKER, RUND- EN KALFSVLEES

Artikel 13

1.

Overeenkomstig artikel 25 van de op 28 februari 1975 ondertekende ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé en Protocol 3 bij die overeenkomst, heeft de Gemeenschap zich er voor onbepaalde tijd toe verbonden, onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, bepaalde hoeveelheden rietsuiker, ruw of wit, van oorsprong uit de ACS-staten die rietsuiker produceren en exporteren en die zich ertoe verbonden hebben deze hoeveelheden aan de Gemeenschap te leveren, tegen gegarandeerde prijzen aan te kopen en in te voeren.

2.

De voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van bovengenoemd artikel 25 zijn in het in lid 1 genoemde Protocol 3 opgenomen. De tekst van het Protocol is als Protocol 3 bij deze bijlage gevoegd.

3.

Artikel 8 van deze bijlage is in het kader van genoemd Protocol niet van toepassing.

4.

Voor de toepassing van artikel 8 van genoemd Protocol kunnen de instellingen die op grond van deze overeenkomst zijn opgericht tijdens de geldigheidsduur van deze overeenkomst worden gebruikt.

5.

Artikel 8, lid 2, van genoemd Protocol is van toepassing indien de werking van deze overeenkomst wordt opgeschort.

6.

De verklaringen in de bijlagen XIII, XXI en XXII van de Slotakte bij de op 28 februari 1975 ondertekende ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé worden opnieuw bevestigd en de daarin vervatte bepalingen blijven van toepassing. Deze verklaringen zijn als dusdanig aan Protocol 3 gehecht.

7.

Dit artikel en Protocol 3 zijn niet van toepassing op de betrekkingen tussen de ACS-staten en de Franse overzeese departementen.

Artikel 14

De bijzondere verbintenis inzake rund- en kalfsvlees, als in het hieraan gehechte Protocol 4 omschreven, is van toepassing.

HOOFDSTUK 3. SLOTBEPALINGEN

Artikel 15

De aan deze bijlage gehechte Protocollen maken deel uit van deze bijlage.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a. „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
  • b. „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
  • c. „product”: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
  • d. „goederen”: zowel materialen als producten;
  • e. „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
  • f. „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voorzover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
  • g. „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in het betrokken gebied is betaald;
  • h. „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g, welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
  • i. „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van de in de Gemeenschap, de ACS-staten of de landen en gebieden overzee (LGO's) ingevoerde materialen uit derde landen;
  • j. „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit Protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;
  • k. „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
  • l. „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;
  • m. „gebieden”: ook de territoriale wateren.

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 2. Algemene voorwaarden

1.

Voor de toepassing van de bepalingen inzake de samenwerking op het gebied van de handel van bijlage V worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit de ACS-staten:

  • a. geheel en al in de ACS-staten verkregen producten in de zin van artikel 3 van dit Protocol;
  • b. in de ACS-staten verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de ACS-staten een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 4 van dit Protocol.
2.

Voor de toepassing van lid 1 worden de gebieden van de ACS-staten als één gebied beschouwd.

Product van oorsprong die gemaakt zijn van materialen die geheel en al zijn verkregen in twee of meer ACS-staten of die daar een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, worden geacht van oorsprong te zijn uit de ACS-staat waar de laatste be- of verwerking heeft plaatsgevonden, mits deze be- of verwerking ingrijpender was dan de in artikel 5 van dit Protocol genoemde be- of verwerkingen.

Artikel 3. Geheel en al verkregen producten

1.

Als geheel en al verkregen in de ACS-staten, de Gemeenschap of de in bijlage III genoemde landen en gebieden, hierna „de LGO's” genoemd, worden beschouwd:

  • a. aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen producten;
  • b. aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
  • c. aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
  • d. producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
  • e. voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
  • f. producten van de zeevisserij en andere door hun schepen buiten de territoriale wateren uit de zee gewonnen producten;
  • g. producten uitsluitend uit de onder f bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
  • h. aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
  • i. afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;
  • j. producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
  • k. goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a tot en met j bedoelde producten zijn vervaardigd.
2.

De termen „hun schepen” en „hun fabrieksschepen” in lid 1, onder f en g, zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen:

  • a. die in een lidstaat van de Gemeenschap, een ACS-staat of een LGO zijn ingeschreven of geregistreerd;
  • b. die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap, van een ACS-staat of van een LGO voeren;
  • c. die voor ten minste 50 procent toebehoren aan onderdanen van staten die partij zijn bij de Overeenkomst, of van een LGO, of aan een onderneming die haar hoofdkantoor in een van deze staten of een LGO heeft en waarvan de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raad onderdanen zijn van staten die partij zijn bij de overeenkomst, of van een LGO, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan staten die partij zijn bij de overeenkomst of aan openbare lichamen of onderdanen van deze staten of van een LGO;
  • d. waarvan de bemanning, kapitein en officieren inbegrepen, voor ten minste 50% bestaat uit onderdanen van staten die partij zijn bij de overeenkomst of van een LGO.
3.

Onverminderd lid 2 erkent de Gemeenschap, op verzoek van een ACS-staat, op de volgende voorwaarden dat door die ACS-staat gehuurde of geleasde vaartuigen als „zijn vaartuigen” worden beschouwd waarmee in de exclusieve economische zone visserijactiviteiten worden beoefend:

  • –. de ACS-staat heeft de Gemeenschap aangeboden over een visserijovereenkomst te onderhandelen en de Gemeenschap heeft dit aanbod niet aanvaard;
  • –. ten minste 50% van de bemanning, kapitein en officieren inbegrepen, bestaan uit onderdanen van staten die partij zijn bij de overeenkomst of van een LGO;
  • –. het huur- of leasecontract is door het ACS-EG-Comité Douanesamenwerking aanvaard als een geschikte wijze om het vermogen van de betrokken ACS-staat te ontwikkelen om voor eigen rekening te vissen, met name indien de betrokken ACS-staat op grond van dit contract gedurende een beduidende periode verantwoordelijk is voor het nautische en commerciële beheer van het te zijner beschikking geplaatste vaartuig.

Artikel 4. Toereikende bewerking of verwerking

1.

Voor de toepassing van dit Protocol worden niet geheel en al verkregen producten geacht in de ACS-staten, de Gemeenschap of de LGO's een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan, wanneer aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II is voldaan.

Deze voorwaarden geven voor alle onder de Overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen bij de vervaardiging van deze producten moeten ondergaan en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Hieruit volgt dat wanneer een product de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met de niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan kunnen zijn gebruikt.

2.

In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt:

  • a. wanneer de totale waarde ervan niet meer dan 15% bedraagt van de prijs af fabriek van het product;
  • b. wanneer een in de lijst vermelde maximumwaarde voor niet van oorsprong zijnde materialen door de toepassing van dit lid niet wordt overschreden.
3.

De leden 1 en 2 zijn van toepassing behoudens het bepaalde in artikel 5.

Artikel 5. Ontoereikende bewerking of verwerking

1.

Onverminderd lid 2, worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 4 is voldaan:

  • a. behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren (luchten, uitspreiden, drogen, koelen, in water zetten waaraan zout, zwaveldioxide of andere producten zijn toegevoegd, verwijderen van beschadigde gedeelten en soortgelijke behandelingen);
  • b. eenvoudige behandelingen zoals stofvrij maken, zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van sets van artikelen), wassen, verven en snijden;
  • c.
  • i. veranderen van verpakkingen, splitsen en samenvoegen van colli;
  • ii. eenvoudig verpakken in flessen, zakken, etuis, dozen of blikken, bevestigen op kaartjes of plankjes, enz., en alle andere eenvoudige handelingen in verband met de opmaak;
  • d. het aanbrengen van merken, etiketten en soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op hun verpakkingen;
  • e. eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten, indien een of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de voorwaarden van dit Protocol om als producten van oorsprong uit een ACS-staat, de Gemeenschap of de LGO's te worden beschouwd;
  • f. eenvoudig samenvoegen van delen tot een volledig product;
  • g. twee of meer van de onder a tot en met f vermelde behandelingen tezamen;
  • h. het slachten van dieren.
2.

Alle be- en verwerkingen die een product in hetzij de ACS-staten, de Gemeenschap of LGO's heeft ondergaan worden tezamen genomen om te bepalen of deze ontoereikend zijn in de zin van lid 1.

Artikel 6. Cumulatie van de oorsprong

1.

Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap of de LGO's worden beschouwd van oorsprong te zijn uit de ACS-staten indien zij in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits zij evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die ingrijpender is dan de in artikel 5 genoemde be- of verwerkingen.

2.

Be- en verwerkingen die in de Gemeenschap of de LGO's zijn verricht worden geacht in de ACS-staten te zijn verricht wanneer de materialen in de ACS-staten een verdere be- of verwerking ondergaan.

3.

Onder voorbehoud van de leden 4, 5, 6, 7 en 8 worden materialen van oorsprong uit Zuid-Afrika als van oorsprong uit de ACS-staten beschouwd wanneer zij zijn opgenomen in een aldaar verkregen product. Zij behoeven geen toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan.

4.

Producten die op grond van lid 3 de oorsprong hebben verkregen worden uitsluitend als producten van oorsprong uit de ACS-staten beschouwd wanneer de aldaar toegevoegde waarde hoger is dan de waarde van de gebruikte materialen van oorsprong uit Zuid-Afrika. Indien dit niet het geval is, worden de betrokken producten als producten van oorsprong uit Zuid-Afrika beschouwd. Bij het bepalen van de oorsprong wordt geen rekening gehouden met materialen van oorsprong uit Zuid-Afrika die in de ACS-staten een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan.

5.

De in lid 3 bedoelde cumulatie kan eerst na drie jaar worden toegepast voor de in bijlage XI genoemde producten en eerst na zes jaar voor de in bijlage XII genoemde producten vanaf de voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake Handel, Ontwikkeling en Samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika. De in lid 3 bedoelde cumulatie is niet van toepassing op de in bijlage XIII bedoelde producten.

6.

Onverminderd lid 5 kan de in lid 3 bedoelde cumulatie op verzoek van de ACS-staten worden toegepast voor de in de bijlagen XI en XII genoemde producten. Het ACS-EG-Comité van Ambassadeurs neemt hierover, op verzoek van ACS-staten, per product een besluit, op grond van een door het ACS-EG-Comité Douanesamenwerking overeenkomstig artikel 37 opgesteld verslag. Bij het onderzoek van de verzoeken wordt rekening gehouden met het risico van een ontwijking van de handelsbepalingen van de Overeenkomst inzake Handel, Ontwikkeling en Samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika.

7.

De in lid 3 bedoelde cumulatie is uitsluitend van toepassing op de in bijlage XIV genoemde producten wanneer de rechten op deze producten in het kader van de Overeenkomst inzake Handel, Ontwikkeling en Samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika zijn afgeschaft. De Europese Commissie maakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend op welke datum aan de voorwaarden van dit lid is voldaan.

8.

De in lid 3 bedoelde cumulatie kan uitsluitend worden toegepast wanneer de gebruikte Zuid-Afrikaanse materialen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit Protocol de oorsprong hebben verkregen. De ACS-staten verstrekken de Gemeenschap de gegevens over de overeenkomsten en de desbetreffende oorsprongsregels die met Zuid-Afrika zijn gesloten. De Europese Commissie maakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend op welke datum de ACS-staten aan de verplichtingen van dit lid hebben voldaan.

9.

Onverminderd de leden 5, 6 en 7 worden be- en verwerkingen in Zuid-Afrika beschouwd in een andere lidstaat van de Zuid-Afrikaanse Douane-unie te zijn verricht wanneer de materialen in die andere lidstaat van de Zuid-Afrikaanse Douane-unie een verdere be- of verwerking hebben ondergaan.

10.

Onverminderd de leden 5, 6 en 7 worden be- en verwerkingen in Zuid-Afrika, op verzoek van de ACS-staten, beschouwd in de ACS-staten te zijn verricht, wanneer de materialen in een ACS-staat een verdere be- of verwerking hebben ondergaan in het kader van een overeenkomst ter bevordering van de regionale economische integratie.

Tenzij een van de partijen vraagt dat de kwestie voor een besluit aan de ACS-EG-Raad van Ministers wordt voorgelegd, neemt het ACS-EG-Comité Douanesamenwerking, overeenkomstig artikel 37, besluiten over verzoeken van de ACS-staten.

11.

Op verzoek van de ACS-staten worden materialen van oorsprong uit een naburig ontwikkelingsland dat geen ACS-staat is, maar tot een samenhangend geografisch gebied behoort, als materialen van oorsprong uit de ACS-staten beschouwd wanneer zij in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Deze materialen behoeven geen toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan, mits:

  • –. de be- of verwerking in de ACS-staat ingrijpender is dan de in artikel 5 vermelde be- en verwerkingen. Producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld moeten echter in de ACS-staat ten minste een be- of verwerking hebben ondergaan waardoor het verkregen product onder een andere post wordt ingedeeld dan de post waaronder de materialen zijn ingedeeld die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt en die van oorsprong zijn uit het ontwikkelingsland dat geen ACS-staat is. Voor de in bijlage XI bij dit Protocol opgesomde producten zijn uitsluitend de in kolom 3 vermelde be- en verwerkingen van toepassing, ongeacht het feit of het verkregen product onder een andere post wordt ingedeeld;
  • –. de ACS-staten, de Gemeenschap en de andere betrokken landen een overeenkomst hebben gesloten die in adequate administratieve procedures voorziet, om de correcte toepassing van dit lid zeker te stellen.

Dit lid is niet van toepassing op tonijnproducten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 3 of 16 van het geharmoniseerd systeem, rijstproducten van de GS-code 1006 en de textielproducten die in bijlage X bij dit Protocol zijn opgesomd.

Dit Protocol is van toepassing om te bepalen of producten van oorsprong zijn uit een ontwikkelingsland dat geen ACS-staat is.

Tenzij een van de partijen vraagt dat de kwestie voor een besluit aan de ACS-EG-Raad van Ministers wordt voorgelegd, neemt het ACS-EG-Comité Douanesamenwerking, overeenkomstig artikel 37, besluiten over verzoeken van de ACS-staten.

Artikel 7. Determinerende eenheid

1.

De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit Protocol is het product dat bij het vaststellen van de indeling in de nomenclatuur volgens het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt beschouwd.

Hieruit volgt dat:

  • –. wanneer een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, volgens het geharmoniseerde systeem onder één enkele post wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt;
  • –. wanneer een zending uit een aantal eendere producten bestaat die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit Protocol afzonderlijk moet worden genomen.
2.

Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.

Artikel 8. Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel 9. Stellen of assortimenten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)