Circulaire van de Minister-President van 18 november 1992

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 261
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Ingeval krachtens het eerste en het tweede lid registergoederen overgaan, doet Onze Minister van Financiën de overgang van die registergoederen onverwijld inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.

(Artikel ..)

Archiefbescheiden van ..... (naam dienstonderdeel) betreffende zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan ..... (naam zelfstandig bestuursorgaan), voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Aanwijzing 124w
1.

Indien van belang wordt bij wet bepaald op welke wijze de op het moment van instelling van een zelfstandig bestuursorgaan dat geen onderdeel uitmaakt van de rechtspersoon de Staat der Nederlanden, lopende wettelijke procedures en rechtsgedingen, respectievelijk onderzoeken door de Nationale ombudsman worden afgehandeld.

2.

Hiervoor wordt het volgende model gebruikt:

    1. In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij .....(naam dienstonderdeel) is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet .....(naam dienst waarvan het zelfstandig bestuursorgaan deel uitmaakt, dan wel zelfstandig bestuursorgaan) in de plaats van de Staat dan wel Onze Minister.
    1. In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan (naam dienstonderdeel), treedt .....(naam zelfstandig bestuursorgaan) op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van Onze Minister.
Aanwijzing 124x
1.

Over een ontwerp voor een regeling als bedoeld in aanwijzing 124d en een voornemen daartoe wordt in een vroegtijdig stadium overleg gepleegd met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën.

2.

Ingevolge artikel 96 van de Comptabiliteitswet 2001 wordt hierover tevens overleg gevoerd met de Algemene Rekenkamer.

Aanwijzing 124ij

In de wet wordt de volgende bepaling opgenomen:

Onze Minister van (..) zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van .....(aanduiding zelfstandig bestuursorgaan).

Aanwijzing 124z

Deze paragraaf is niet van toepassing op universiteiten en hogescholen die hun grondslag vinden in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

§ 4.6. Toekenning van bestuursbevoegdheden

Aanwijzing 125
1.

Voor een besluit waarbij een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt voor een categorie van gevallen, wordt de term "vrijstelling" gebruikt.

2.

Voor een beschikking waarbij in een individueel geval een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt, wordt de term "ontheffing" gebruikt.

3.

Voor een beschikking waarbij een bepaalde handeling wordt toegestaan, wordt de term "vergunning" gebruikt.

4.

Voor een beschikking waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of instelling aan bepaalde eisen voldoet, wordt de term "erkenning" gebruikt.

Aanwijzing 126
1.

Voor de voor de inwerkingtreding van een besluit van een bestuursorgaan vereiste toestemming van een ander bestuursorgaan wordt de term "goedkeuring" gebruikt.

2.

Voor de voor het nemen van een besluit door een bestuursorgaan vereiste toestemming van een ander bestuursorgaan wordt de term "verklaring van geen bezwaar" gebruikt.

Aanwijzing 127

Indien de bevoegdheid wordt toegekend om bij het verlenen van een vrijstelling, ontheffing of vergunning een begrenzing naar tijd of plaats dan wel anderszins aan te brengen, wordt de term "beperking" gebruikt.

Aanwijzing 128
1.

Indien wordt beoogd de verplichtingen van een belanghebbende die hem bij het geven van een beschikking zijn opgelegd, door middel van straffen te handhaven, wordt deze strafbaarstelling uitdrukkelijk geregeld.

2.

Voor dergelijke en andere bij het geven van een beschikking op te leggen verplichtingen wordt de term "voorschriften" gebruikt.

Aanwijzing 129

Indien intrekking of wijziging van een op een regeling berustende beschikking mogelijk moet zijn, wordt de bevoegdheid daartoe uitdrukkelijk geregeld.

Aanwijzing 130

De gronden die kunnen of moeten leiden tot het intrekken of wijzigen van een beschikking, worden in de regeling gespecificeerd.

Aanwijzing 130a

In een wet wordt geen delegatie van bestuursbevoegdheden aan ondergeschikten mogelijk gemaakt.

§ 4.7. Hardheidsclausules

Aanwijzing 130b
1.

Indien in een regeling wordt voorzien in een aanspraak op een prestatie van de overheid, waarbij de adresgegevens van de aanvrager en andere betrokkenen van belang zijn voor het recht op of de omvang van de prestatie en de verstrekking van een onjuist adres de aanvrager of andere betrokkenen voordeel kan opleveren, wordt overwogen om het geldend kunnen maken van de aanspraak te koppelen aan een juiste inschrijving van betrokkene in een gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

2.

Voor de koppeling wordt het volgende model als uitgangspunt genomen:

    1. Een aanvraag wordt slechts in behandeling genomen, indien het in de aanvraag vermelde adres van de aanvrager (, van zijn echtgenoot, (geregistreerd) partner of van een kind) overeenstemt met het woonadres dat van de betrokkene is opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

§ 4.7. Hardheidsclausules

Aanwijzing 131
1.

In een regeling wordt geen hardheidsclausule opgenomen tenzij er aanleiding is om te verwachten dat, gelet op het doel en de strekking van de regeling, de toepassing van de regeling kan leiden tot onbillijkheden van overwegende aard in niet precies te voorziene gevallen of groepen van gevallen.

2.

In een regeling wordt geen hardheidsclausule opgenomen voor situaties waarin het buiten toepassing laten of het afwijken van de regeling nadelige effecten heeft of in het algemeen kan hebben voor derden-belanghebbenden.

3.

Indien in een regeling een hardheidsclausule wordt opgenomen, wordt zo concreet en nauwkeurig mogelijk aangegeven op welke onderdelen van de regeling de clausule van toepassing is.

Aanwijzing 131a

Voor het opnemen van een hardheidsclausule wordt het volgende model als uitgangspunt genomen:

..... (aanduiding bestuursorgaan) kan artikel ..... buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van ..... (aanduiding doel of strekking van de regeling) zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Aanwijzing 131b

Indien de toepassing van een hardheidsclausule voor bepaalde gevallen voldoende is uitgekristalliseerd en daardoor een bestendig karakter heeft gekregen, wordt dit bestendige beleid in een algemeen verbindend voorschrift neergelegd.

§ 4.7B. Regels betreffende diensten

Aanwijzing 132
1.

De werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om na te gaan of voorschriften worden nageleefd, worden aangeduid als "toezicht op de naleving" van die voorschriften.

2.

De werkzaamheden ter vaststelling in concrete gevallen of een strafbaar feit is gepleegd op basis van een redelijk vermoeden dat dit het geval is, worden aangeduid als "opsporing" van die feiten.

Aanwijzing 133

Voor de regeling van de aanwijzing van toezichthouders worden de volgende modellen gebruikt:

  • a. bij aanwijzing van toezichthouders bij de wet: Met het toezicht op de naleving van ... (aanduiding desbetreffende voorschriften) zijn belast ... (aanduiding ambtenaren of andere personen).
  • b. bij aanwijzing van toezichthouders krachtens de wet:
    1. Met het toezicht op de naleving van ... (aanduiding desbetreffende voorschriften) zijn belast de bij besluit van ... (aanduiding bestuursorgaan) aangewezen ambtenaren/personen.
    1. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Aanwijzing 134

Voor het uitsluiten van toezichtsbevoegdheden wordt het volgende model gebruikt:

De toezichthouder beschikt niet over de bevoeghe(i)d)en), genoemd in (de) artikel(en) ... van de Algemene wet bestuursrecht.

Aanwijzing 135

Vervallen

Aanwijzing 136

Indien het in bijzondere gevallen wenselijk wordt geacht ook anderen dan de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen algemene opsporingsambtenaren te belasten met de opsporing van bepaalde strafbare feiten die geen economisch delict zijn, wordt daarvoor het volgende model gebruikt:

1.

Met de opsporing van de bij artikel ... strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering / artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES, belast ... (aanduiding ambtenaren). Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht / de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

2.

Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Aanwijzing 137

Vervallen

Aanwijzing 138

Aan buitengewone opsporingsambtenaren worden in beginsel naast de hun op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten toekomende bevoegdheden geen bijzondere opsporingsbevoegdheden toegekend.

Aanwijzing 138a
1.

Het regelen van de mogelijkheid om bij de uitoefening van een bevoegdheid de assistentie van de politie in te roepen, geschiedt overeenkomstig het volgende model:

Zo nodig ... (omschrijving bevoegdheid) met behulp van de sterke arm.

2.

Indien het de bedoeling is taken of bevoegdheden slechts op te dragen aan ambtenaren van politie die executieve werkzaamheden verrichten, worden de daarmee te belasten ambtenaren aangeduid als: de ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.

3.

Indien het de bedoeling is ook ander politiepersoneel taken of bevoegdheden op te dragen, worden de daarmee te belasten ambtenaren aangeduid als: de ambtenaar van politie.

§ 5.4. Zelfstandige bestuursorganen

Aanwijzing 139

Als bestuursrechtelijke sancties worden met name de volgende mogelijkheden overwogen: intrekken of schorsen van een beschikking, opleggen van een last onder bestuursdwang, opleggen van een last onder dwangsom of opleggen van een bestuurlijke boete.

Aanwijzing 140

Indien intrekking of schorsing van een beschikking bij wijze van sanctie mogelijk moet zijn, wordt de bevoegdheid daartoe uitdrukkelijk geregeld.

Aanwijzing 141

De gronden die kunnen of moeten leiden tot het intrekken of schorsen van een beschikking bij wijze van sanctie, worden in de regeling gespecificeerd.

Aanwijzing 142

Voor het verlenen van de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang/ een last onder dwangsom wordt het volgende model gebruikt:

... (aanduiding bestuursorgaan) is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang/dwangsom ter handhaving van ... (aanduiding desbetreffende verplichtingen).

Aanwijzing 143
1.

Voor het vaststellen van een maximale bestuurlijke boetehoogte die aansluit bij de boetecategorieën in het Wetboek van Strafrecht, wordt het volgende model gebruikt:

De op grond van ... vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de ... categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht / artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.

2.

Indien oplegging van een zeer hoge maximale bestuurlijke boete aan ondernemingen noodzakelijk is vanwege de afschrikwekkende werking of grote financiële belangen, en de maximale bestuurlijke boete ofwel aansluit bij de hoogste boetecategorie in het Wetboek van Strafrecht, ofwel, indien dit een hoger boetebedrag oplevert, gerelateerd wordt aan de omzet van de desbetreffende onderneming, wordt het volgende model gebruikt:

De op grond van ... vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht / artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.

Aanwijzing 144

Door sancties te handhaven bepalingen worden zo nauwkeurig mogelijk geformuleerd.

Aanwijzing 145

Ten aanzien van elk strafbaar feit dat door een wet in het leven wordt geroepen of dat krachtens een wet bij lagere regeling in het leven kan worden geroepen, wordt in de wet aangegeven of het een misdrijf of een overtreding is. Daarvoor wordt het volgende model gebruikt:

De in artikel ... strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.

De in (of krachtens) artikel ... strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

Aanwijzing 146
1.

Indien de omschrijving van een strafbaar feit aan een lagere regeling wordt overgelaten, wordt in de wet aangegeven welke straf kan worden opgelegd.

2.

De geldboete die ten hoogste kan worden opgelegd, wordt aangegeven door het noemen van een van de geldboetecategorieën, vermeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, onderscheidenlijk artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.

Voorbeeld bij het tweede lid: Overtreding van artikel 9b wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

3.

Voor de strafbaarstelling van een feit dat niet alleen met een geldboete maar ook met een vrijheidsstraf wordt bedreigd, wordt het volgende model gebruikt:

Overtreding van artikel ..... wordt gestraft met gevangenisstraf (hechtenis) van ten hoogste ..... of geldboete van de ..... categorie.

Aanwijzing 147
1.

Indien in een wet omschreven strafbare feiten economische delicten zijn, wordt de wet in de alfabetische rangschikking in artikel 1 of 1a van de Wet op de economische delicten ingevoegd.

2.

Bij aanwijzing van economische delicten dienen de artikelen van de betrokken regeling waarvan overtreding een economisch delict oplevert, te worden opgesomd; zo nodig dienen ook de afzonderlijke leden te worden genoemd.

3.

De aanwijzing van economische delicten wordt overeenkomstig het volgende voorbeeld geformuleerd:

In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd:

de Wet op de weerkorpsen en de particuliere beveiligingsorganisaties, de artikelen 6, 8, tweede lid, 9, derde lid, en 10, eerste lid;

4.

Indien de Wet op de economische delicten wordt gewijzigd in verband met de wijziging van een wet die reeds economische delicten bevat, wordt de wijziging overeenkomstig de volgende voorbeelden geformuleerd:

§ 5.5. Toekenning en terminologie van bestuursbevoegdheden

Aanwijzing 148
1.

Indien een wet aan een bestuursorgaan de bevoegdheid toekent besluiten te nemen, dient, behoudens in bijzondere gevallen, voor belanghebbenden de mogelijkheid te bestaan tot het instellen van beroep en hoger beroep bij een administratieve rechter. Het voorgaande geldt niet met betrekking tot besluiten, inhoudende algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels.

2.

Voor alle belanghebbenden wordt in dezelfde beroepsmogelijkheden voorzien.

Aanwijzing 149

In een bijzondere regeling wordt buiten de gevallen waarin een beroepsregeling reeds bestaat, geen beroep bij een administratieve rechter opengesteld tegen feitelijke handelingen.

Aanwijzing 150
1.

Bij het openstellen van beroep bij een administratieve rechter wordt aangesloten bij de bestaande competentieverdeling.

2.

Voor alle voor beroep en hoger beroep vatbare besluiten op grond van één wet wordt beroep en hoger beroep bij dezelfde administratieve rechter opengesteld, tenzij daardoor onvoldoende wordt aangesloten bij de bestaande competentieverdeling.

3.

Naast de bestaande gerechten worden geen nieuwe organen met administratieve rechtspraak belast.

Aanwijzing 221
1.

Bij de voordracht tot een voorstel van wet of een algemene maatregel van bestuur "mede namens" andere bewindspersonen wordt de memorie of de nota van toelichting bij voorkeur alleen door de eerstverantwoordelijke bewindspersoon ondertekend.

2). De medebetrokkenheid van een of meer andere bewindspersonen wordt in dat geval in de toelichting tot uitdrukking gebracht.

Aanwijzing 152

Voor het openstellen van beroep in één instantie wordt het volgende model gebruikt:

Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State / de Centrale Raad van Beroep / het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Aanwijzing 153
1.

Indien de besluitvorming uiteenvalt in een reeks achtereenvolgende besluiten, wordt overwogen of het uit een oogpunt van concentratie van rechtsbescherming aanbeveling verdient te bepalen dat de desbetreffende administratiefrechtelijke voorzieningen slechts openstaan tegen het laatste besluit in deze reeks.

2.

In dat geval wordt tevens bepaald dat daarbij ook de voorafgaande besluiten kunnen worden betrokken.

Aanwijzing 151

Vervallen

Aanwijzing 155

Administratief beroep wordt slechts opengesteld, indien:

  • a. sprake is van een niet in overwegende mate gebonden besluit, en
  • b. het belang van de eenheid van beleid of van sturing door een hoger bestuursorgaan op een beleidsterrein waarvoor dit orgaan medeverantwoordelijkheid draagt, niet afdoende door andere bestuursinstrumenten kan worden verzekerd.
Aanwijzing 156

Tegen besluiten van bestuursorganen wordt, tenzij daarvoor een bijzondere reden bestaat, geen administratief beroep opengesteld bij een ander orgaan van hetzelfde openbare lichaam.

Aanwijzing 157

Vervallen

Aanwijzing 228

Bij wijziging van een regeling kunnen bestaande bepalingen strekkende tot wijziging van andere regelingen en andere uitgewerkte bepalingen van die regeling vervallen.

Aanwijzing 229

Bij complexe wijzigingsvoorstellen wordt ter verduidelijking van de voorgestelde wijzigingen in een wet of algemene maatregel van bestuur, een vergelijkend overzicht van de te wijzigen bepalingen en de voorgestelde bepalingen aan de Afdeling advisering van de Raad van State, respectievelijk aan de Tweede en Eerste Kamer gezonden.

Aanwijzing 160
1.

Bij het openstellen van beroep wordt overwogen of er gronden zijn om een regeling op te nemen, anders dan de hoofdregel van artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht, betreffende de opschorting van de werking van een besluit.

2.

Voor een zodanige regeling wordt het volgende model als uitgangspunt genomen:

De werking van het besluit wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

§ 4.11. Informatievoorziening

Aanwijzing 161

Indien voor de uitvoering van een regeling gegevens van burgers, bedrijven of instellingen nodig zijn, wordt voor de omschrijving van de daaraan ten grondslag liggende begrippen zoveel mogelijk verwezen naar of aangesloten bij de definities uit de wetten inzake de basisregistraties.

Aanwijzing 162

Indien voor de uitvoering van een regeling de beschikbaarheid of uitwisseling van informatie tussen overheidsorganisaties van betekenis is, wordt in een aparte informatieparagraaf in de toelichting aandacht besteed aan de wijze waarop de informatievoorziening organisatorisch en technisch is ingericht.

§ 5.8. Informatievoorziening en gegevensverwerking

Aanwijzing 163

Bij de opneming in een regeling van bepalingen over het doorberekenen van kosten voor toelating of voor preventieve of repressieve handhaving van voorschriften, wordt het toetsingskader voor doorberekening van toelatings- en handhavingskosten `Maat houden' (Stcrt. 2000, 90) in acht genomen.

§ 4.13. Evaluatiebepaling

Aanwijzing 164

Indien het wenselijk is te bepalen dat een wet eenmalig of periodiek wordt geëvalueerd, of over de uitvoering daarvan verslag wordt gedaan, wordt het volgende model als uitgangspunt genomen:

Onze Minister van/voor ...... zendt (in overeenstemming met Onze Minister van/voor ...... ) binnen ...... jaar na de inwerkingtreding van deze wet (, en vervolgens telkens na ...... jaar,) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk (of nadere omlijning van aspecten of onderdelen van de wet).

§ 5.9. Toezicht op de naleving en opsporing

Aanwijzing 165

Bij een nieuwe regeling of wijziging van een regeling wordt overwogen of overgangsbepalingen noodzakelijk zijn.

Aanwijzing 166
1.

Een nieuwe regeling is niet slechts van toepassing op hetgeen na haar inwerkingtreding voorvalt, doch ook op hetgeen bij haar inwerkingtreding bestaat, zoals bestaande rechtsposities en verhoudingen (onmiddellijke werking).

2.

Indien beoogd wordt af te wijken van het eerste lid, wordt dit uitdrukkelijk bepaald.

Aanwijzing 167
1.

Aan een regeling wordt slechts terugwerkende kracht verleend, indien daarvoor een bijzondere reden bestaat.

2.

Door het verlenen van terugwerkende kracht aan een regeling worden de in die regeling voorziene rechtsgevolgen gerekend te zijn ingetreden vanaf een nader aangeduid tijdstip voorafgaande aan de inwerkingtreding van die regeling.

3.

Aan belastende regelingen wordt, behoudens in uitzonderlijke gevallen, geen terugwerkende kracht toegekend.

4.

Bij een regeling mag een feit dat vóór haar inwerkingtreding is geschied, niet strafbaar of zwaarder strafbaar worden gesteld.

Aanwijzing 168
1.

Het verlenen van terugwerkende kracht geschiedt niet door middel van een fictief tijdstip van inwerkingtreding.

2.

Voor het verlenen van terugwerkende kracht wordt een van de volgende modellen gebruikt:

A. Deze wet/Dit besluit/Deze regeling treedt in werking...... en werkt terug tot en met ......

B. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.

3.

Indien dit voor de duidelijkheid van de beoogde rechtsgevolgen van terugwerkende kracht nodig is, worden meer gespecificeerde bepalingen opgenomen.

Aanwijzing 169

Een nieuwe regeling kan een daarvoor geldende regeling blijvend (eerbiedigende werking) of voor een bepaalde periode (uitgestelde werking) van toepassing laten op nader aangeduide feiten of verhoudingen.

Aanwijzing 170

Bij het verlenen van eerbiedigende of uitgestelde werking dient duidelijk uit de regeling te blijken welke rechtsgevolgen beoogd worden.

Aanwijzing 171

In geval van nieuwe regels voor procedures en bevoegdheden van organen ter zake van geschillen dient met betrekking tot de zaken die voor de inwerkingtreding van deze regels aanhangig zijn gemaakt, uitdrukkelijk in de regeling te worden bepaald of het oude dan wel het nieuwe recht van toepassing is.

Voorbeeld: zie artikel 172 Pachtwet.

§ 4.14. Overgangsrecht

Aanwijzing 172

Een regeling voorziet in haar inwerkingtreding.

Aanwijzing 173
1.

Het tijdstip van inwerkingtreding van een wet of een algemene maatregel van bestuur wordt zodanig geregeld dat dit blijkt uit het Staatsblad waarin de regeling is geplaatst of af te leiden is uit een ander Staatsblad.

2.

Het tijdstip van inwerkingtreding wordt niet afhankelijk gesteld van de inwerkingtreding van een verdrag of van een andere niet uit het Staatsblad blijkende gebeurtenis.

Aanwijzing 173a

Indien twee of meer wetten of twee of meer algemene maatregelen van bestuur op hetzelfde tijdstip in werking treden, is voor de volgorde van inwerkingtreding bepalend:

  • a. de datum van vaststelling (ondertekening door de Koningin) van de regeling;
  • b. indien de datum van vaststelling van beide wetten of algemene maatregelen van bestuur dezelfde is: de datum van uitgifte van het Staatsblad;
  • c. indien de datum van vaststelling en de datum van uitgifte van beide wetten of algemene maatregelen van bestuur dezelfde zijn: het volgnummer van het Staatsblad.
Aanwijzing 174
1.

Een wet of een algemene maatregel van bestuur treedt in werking met ingang van 1 januari of 1 juli.

2.

Een ministeriële regeling treedt in werking met ingang van 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober.

3.

De termijn tussen de publicatiedatum van een wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling en het tijdstip van inwerkingtreding is minimaal twee maanden. Indien een regeling direct relevant is voor medeoverheden, is deze termijn minimaal drie maanden.

4.

Uitzondering op de vaste verandermomenten of de minimuminvoeringstermijn is mogelijk voor zover:

  • a. dit, gelet op de doelgroep of de jaarindeling, aanmerkelijke ongewenste private of publieke voor- of nadelen voorkomt;
  • b. het spoed- of noodregelgeving betreft;
  • c. het reparatieregelgeving betreft;
  • d. het implementatie van bindende EU-rechtshandelingen, verdragen of andere besluiten van volkenrechtelijke organisaties betreft.
5.

In de toelichting bij een regeling wordt de uitzonderingsgrond gemotiveerd.

Aanwijzing 175
1.

Het tijdstip van inwerkingtreding van een regeling ligt in ieder geval na het tijdstip van de feitelijke verkrijgbaarstelling van het betrokken publicatieblad.

2). De datum van bekendmaking van een koninklijk besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een wet of een algemene maatregel van bestuur ligt in ieder geval vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de betrokken wet of algemene maatregel van bestuur.

Aanwijzing 176

De inwerkingtreding van bepalingen betreffende inwerkingtreding en de bekendmaking van een regeling, vaststelling van een citeertitel en delegatie van regelgevende bevoegdheid wordt niet geregeld. Deze bepalingen gelden vanaf het tijdstip van totstandkoming van de regeling.

Aanwijzing 177

Een koninklijk besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een wet of een algemene maatregel van bestuur voorziet niet in zijn eigen inwerkingtreding.

Aanwijzing 178
1.

Voor de inwerkingtredingsbepaling van een wet wordt het volgende model gebruikt:

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2.

Voor de inwerkingtredingsbepaling van een algemene maatregel van bestuur wordt een van de volgende modellen gebruikt:

  • A. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari/1 juli 2010.
  • B. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
3.

Voor de inwerkingtredingsbepaling van een ministeriële regeling wordt het volgende model gebruikt:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari/1 april/1 juli/1 oktober 2010.

Aanwijzing 179

Vervallen

Aanwijzing 180

Zo nodig kan voor de inwerkingtredingsbepaling van een regeling ook een van de volgende modellen worden gebruikt:

  • A. Deze wet/Dit besluit/Deze regeling treedt in werking ... (als aanwijzing 178) met uitzondering van de artikelen (hoofdstukken) ..., die in werking treden ... (als aanwijzing 178).
  • B. Deze wet/Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop de artikelen (hoofdstukken) ... in werking treden.
  • C. De artikelen (hoofdstukken) van deze wet/dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen (hoofdstukken) of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
  • D. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.
  • E. Deze wet/Dit besluit/Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. Indien het Staatsblad/de Staatscourant waarin deze wet/dit besluit/deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2009, treedt zij/het/zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad/de Staatscourant waarin zij/het/zij wordt geplaatst, en werkt zij/het/zij terug tot en met 1 januari 2010.
  • F. Deze wet/Dit besluit/Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop ... (andere wet of ander besluit) in werking treedt.
  • G. Indien het bij koninklijke boodschap van .... (datum) ingediende voorstel van wet (opschrift en Kamerstuknummer) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt deze wet/dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.
  • H. Deze wet/Dit besluit/Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de ..... kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad/de Staatscourant waarin zij/het/zij wordt geplaatst.
  • I. Deze wet/Dit besluit/Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad/de Staatscourant waarin zij/het/zij wordt geplaatst.

§ 4.16. Tijdelijke regelingen

Aanwijzing 181

Voor het regelen van de werkingsduur van een tijdelijke regeling worden de volgende voorbeelden als uitgangspunt genomen:

  • A. Deze wet/Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.
  • B. Dit besluit/Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 en vervalt met ingang van 1 januari 2015.
  • C. Deze wet/Dit besluit/Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 en vervalt op een bij koninklijk besluit/door Onze Minister (van/voor ......)/door de Minister (van/voor ......) te bepalen tijdstip.
Aanwijzing 182

De tijdelijkheid van een regeling wordt in het opschrift en de citeertitel tot uitdrukking gebracht.

Voorbeelden:

  • a. Wet van 5 oktober 1984 tot verlening van een uitkering met het oog op de koopkrachtontwikkeling in 1984 aan personen die alleen dan wel te zamen met een of meer anderen over niet meer dan een minimuminkomen beschikken.
  • b. Wet van 18 juni 1987, houdende voorlopige voorziening inzake geschillen waarvan de beslissing aan de Kroon is opgedragen (Tijdelijke wet Kroongeschillen).
  • c. Wet van 10 januari 1985, houdende verbod tot vestiging en uitbreiding van varkens- en pluimveehouderijbedrijven in Nederland dan wel bepaalde delen daarvan (Interimwet beperking varkens- en pluimveehouderijen).
Aanwijzing 183
1.

Indien het gewenst is tijdelijk van een bestaande regeling af te wijken, geschiedt dit ofwel in de vorm van een zelfstandige afwijkende regeling ofwel in de vorm van een wijziging van de regeling met tijdelijke werking.

2.

In een wijzigingsregeling met tijdelijke werking wordt aangegeven hoe de gewijzigde regeling luidt na het vervallen van de tijdelijke wijziging.

§ 4.17. Citeertitel

Aanwijzing 184
1.

Een regeling heeft een citeertitel, tenzij aan aanhaling van de regeling in de praktijk geen behoefte zal bestaan.

2.

Een wijzigingsregeling heeft slechts in bijzondere gevallen een citeertitel.

3.

Indien naar verwachting de behoefte zal bestaan een regeling veelvuldig met een afkorting aan te halen, wordt in de toelichting op de bepaling tot vaststelling van de citeertitel een aanbeveling gegeven voor de te gebruiken afkorting.

Aanwijzing 185
1.

Een citeertitel wordt kernachtig geformuleerd en bevat geen afkortingen tenzij dit onvermijdelijk is.

2.

Een bepaling tot vaststelling van een citeertitel wordt overeenkomstig het volgende voorbeeld geformuleerd:

Deze wet wordt aangehaald als: Handelsregisterwet.

3.

Slechts het eerste woord van een citeertitel wordt met een hoofdletter geschreven.

4.

In een citeertitel wordt alleen een jaartal opgenomen indien daartoe behoefte bestaat ter onderscheiding van de betrokken regeling van een andere regeling. In dat geval kan in een wet of een algemene maatregel van bestuur de volgende formulering worden gebruikt: met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij/het zal worden geplaatst.

5.

In de citeertitel van rijksregelingen wordt tot uitdrukking gebracht dat het een rijksregeling betreft.

6.

In de citeertitel van een regeling die uitsluitend voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldt, wordt door de toevoeging ‘BES’ tot uitdrukking gebracht dat het een regeling voor die eilanden betreft. Deze toevoeging blijft achterwege, indien de eilanden reeds voluit in de citeertitel worden genoemd.

§ 4.18. Bekendmaking

Aanwijzing 186
1.

In een regeling, houdende algemeen verbindende voorschriften, worden geen bepalingen opgenomen over de plaatsing in het Staatsblad of de Staatscourant van de regeling zelf of daarop berustende algemeen verbindende voorschriften.

2.

Een regeling schrijft, behoudens in uitzonderlijke gevallen, niet voor dat op grond van de regeling genomen besluiten in het Staatsblad worden geplaatst.

Aanwijzing 186a

Regelingen worden na hun vaststelling zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.

Aanwijzing 187

Vervallen

Aanwijzing 188

Een wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling kan bepalen dat een daarbij behorende bijlage wordt bekendgemaakt door terinzagelegging, indien:

  • a. de bijlage niet geschikt is voor publicatie in het Staatsblad of de Staatscourant, en
  • b. de kenbaarheid voor de direct bij de regeling betrokken personen daarmee voldoende verzekerd is.
Aanwijzing 189

Vervallen

Aanwijzing 190

Indien in een regeling normen die niet van publiekrechtelijke aard zijn van toepassing worden verklaard, wordt, tenzij de kenbaarheid van deze normen voor alle betrokkenen voldoende verzekerd is, bekendmaking van de normen in de Staatscourant voorgeschreven. Aanwijzing 188 is van overeenkomstige toepassing.

Aanwijzing 191

Vervallen

Aanwijzing 192

Indien het wenselijk is aan een regeling een inhoudsopgave toe te voegen, wordt deze bij de bekendmaking van de regeling achter de regeling opgenomen.

§ 4.17. Citeertitel

Aanwijzing 193

Voor het slotformulier van een (rijks)wet wordt het volgende model gebruikt:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad (, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten) zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Aanwijzing 194

Voor het slotformulier van een algemene maatregel van (rijks)bestuur wordt het volgende model gebruikt:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad (, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten) zal worden geplaatst.

Aanwijzing 195

Voor het slotformulier van een koninklijk (rijks)besluit van regelende aard, niet zijnde een algemene maatregel van bestuur, en van een koninklijk (rijks)besluit betreffende de inwerkingtreding van een (rijks)wet of een algemene maatregel van (rijks)bestuur wordt het volgende model gebruikt:

Onze Minister van/voor ... is belast met de uitvoering van dit besluit dat (met de daarbij behorende nota van toelichting) in het Staatsblad (, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten) zal worden geplaatst.

Aanwijzing 196
1.

Voor het slotformulier van een ministeriële regeling wordt het volgende model gebruikt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

2.

Indien sprake is van een ministeriële rijksregeling, wordt het volgende model gebruikt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten worden geplaatst.

Aanwijzing 197

Vervallen

Aanwijzing 198

Vervallen

Aanwijzing 199
1.

Indien een bij een (rijks)wet behorende bijlage door terinzagelegging wordt bekendgemaakt, wordt voor het slotformulier het volgende model gebruikt:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad (, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten) zal worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage(n) ..., die ter inzage wordt/worden gelegd bij ..., en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

2.

Indien een bij een algemene maatregel van (rijks)bestuur behorende bijlage door terinzagelegging wordt bekendgemaakt, wordt voor het slotformulier het volgende model gebruikt:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad (, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten) zal worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage(n) ..., die ter inzage wordt/worden gelegd bij .....

3.

Indien een bij een ministeriële (rijks)regeling behorende bijlage door terinzagelegging wordt bekendgemaakt, wordt voor het slotformulier het volgende model gebruikt:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant (, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten) worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage(n) ..., die ter inzage wordt/worden gelegd bij ....

Aanwijzing 200

De aanwijzingen 196 en 199 zijn van overeenkomstige toepassing op andere regelingen dan wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen.

§ 4.20. Ondertekening

Aanwijzing 201
1.

Het aantal medeondertekenaars van een regeling wordt zoveel mogelijk beperkt.

2.

Een regeling wordt slechts ondertekend door de bewindspersoon of bewindspersonen die belast is of zijn met de behartiging van een belang dat de betrokken regeling beoogt te dienen.

3.

Indien de uitvoering van de regeling geheel of in belangrijke mate geschiedt door ambtenaren die ressorteren onder een andere bewindspersoon dan de ondertekenaar of ondertekenaars krachtens het tweede lid, wordt medeondertekening door die andere bewindspersoon overwogen. Hetzelfde geldt indien de regeling deel gaat uitmaken van een regeling die onder een andere bewindspersoon ressorteert.

4.

Een coördinerende minister kan in gevallen waarin hij niet primair verantwoordelijk is voor de regeling, medeondertekenen, indien die regeling in betekenende mate raakt aan het beleidsterrein waarvoor de coördinerende verantwoordelijkheid geldt.

5.

Indien een regeling mede wijziging van een regeling betreft die primair onder verantwoordelijkheid van een andere bewindspersoon valt, wordt medeondertekening door die andere bewindspersoon overwogen.

Aanwijzing 202

Een wet of een koninklijk besluit wordt ondertekend door alle voordragende personen, ook al zijn de voordracht en het eventuele nader rapport slechts van één bewindspersoon, mede namens de anderen, uitgegaan.

Aanwijzing 203
1.

De ondertekening van een wet door een bewindspersoon brengt niet mee dat die bewindspersoon ook alle uitvoeringsregelingen mede moet voordragen en ondertekenen.

2.

Het niet ondertekenen van een wet door een bewindspersoon sluit niet uit dat die bewindspersoon als daartoe aanleiding is een of meer uitvoeringsregelingen mede ondertekent.

Aanwijzing 204

Bij een koninklijk besluit tot inwerkingtreding van een regeling kan worden volstaan met voordracht en ondertekening door één bewindspersoon.

Aanwijzing 205
1.

Ondertekeningen worden geplaatst in deze volgorde:

  • a. de Minister-President;
  • b. de in het bijzonder bij de zaak betrokken minister(s) of staatssecretaris(sen).
2.

Bij gelijke mate van betrokkenheid is de volgorde van de hoofdstukken van de rijksbegroting bepalend.

3.

De Vice-Minister-President wordt alleen als zodanig aangeduid indien hij ondertekent als vervanger van de Minister-President. Hij wordt dan als eerste vermeld.

Aanwijzing 206

De Minister-President tekent als "De Minister-President, Minister van Algemene Zaken" tenzij hij uitsluitend tekent als hoofd van zijn ministerie. In dat geval tekent hij als "De Minister van Algemene Zaken".

Aanwijzing 207

Vervallen

Aanwijzing 208

Een minister die een andere minister bij tijdelijke afwezigheid vervangt, tekent als "De Minister van/voor ...... a.i.,".

Aanwijzing 208a
1.

Bij een wijziging in de portefeuilleverdeling, een naamswijziging van een ministerie of het vervallen van een functie in het kabinet, wordt de aanduiding van de ondertekenende bewindspersoon in de tijdens de parlementaire behandeling van een voorstel van wet in te dienen stukken en in de vastgestelde wet dienovereenkomstig aangepast.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een algemene maatregel van bestuur.

Aanwijzing 209
1.

Een nota naar aanleiding van het verslag aan de Tweede Kamer en een memorie van antwoord en een nota naar aanleiding van het eindverslag aan de Eerste Kamer worden bij voorkeur alleen ondertekend door de eerstverantwoordelijke bewindspersoon.

2.

De medebetrokkenheid van een of meer andere bewindspersonen wordt in dat geval in de nota tot uitdrukking gebracht.

Aanwijzing 210

Een bij een regeling behorende bijlage die bekend wordt gemaakt door terinzagelegging, wordt gewaarmerkt door daarop te vermelden:

‘Deze bijlage behoort bij ... (wet/besluit/regeling)’. De bijlage wordt voorzien van ondertekening door het vaststellende orgaan of, in het geval van een wet of een algemene maatregel van bestuur, door de eerstverantwoordelijke minister of staatssecretaris.

§ 6.1. Algemene uitgangspunten

Aanwijzing 211
1.

Een wetsvoorstel wordt voorzien van een memorie van toelichting.

2.

Een algemene maatregel van bestuur of een ander koninklijk besluit van regelende aard wordt voorzien van een nota van toelichting.

3.

Een ministeriële regeling wordt voorzien van een toelichting, tenzij dit gelet op de inhoud van de regeling niet nodig is.

Aanwijzing 212

De toelichting bevat een verantwoording van de regeling. Daarbij komen, voor zover ter zake, in ieder geval de volgende punten aan de orde:

  • a. de doelstellingen die worden nagestreefd en de te verwachten (neven)effecten van de regeling, waaronder de mogelijke gevolgen voor de positie van vrouwen en etnische minderheden alsmede voor de verwerking van persoonsgegevens en voor de informatievoorziening van de rijksoverheid;
  • b. de noodzaak tot overheidsinterventie bezien in relatie tot het zelfregulerend vermogen in de betrokken sector of sectoren;
  • c. de overwogen varianten;
  • d. de uitvoerings- en handhavingsaspecten van de regeling, zoals de keuze van het handhavingsstelsel en de mate waarin te verwachten is dat de toepassing van de regeling aanleiding geeft tot conflicten;
  • e. de lasten voor de overheid, waaronder de lasten verbonden aan de handhaving en rechtsbescherming en de lasten voor burgers, bedrijven en instellingen;
  • f. de wijze waarop recht is gedaan aan het primaat van de wetgever, alsmede een motivering van de keuze van de overheidslaag waaraan bevoegdheden zijn toegedeeld;
  • g. de verhouding tot andere wetgeving en tot bestaande en komende internationale regelingen en bindende EU-rechtshandelingen;
  • h. de positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de wijze waarop rekening is gehouden met eventuele factoren waardoor die eilanden zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland.
Aanwijzing 213
1.

Indien voor de totstandkoming van een regeling een bijzondere procedure wettelijk is voorgeschreven, wordt aan het volgen daarvan in de toelichting aandacht geschonken.

2.

In de toelichting wordt vermeld welke adviescolleges en organisaties van belanghebbenden ten aanzien van de regeling zijn gehoord.

3.

Indien op hoofdpunten in een regeling wordt afgeweken van een krachtens wettelijk voorschrift uitgebracht advies, wordt de reden hiervan in de toelichting gemotiveerd.

Aanwijzing 214

De toelichting wordt niet gebruikt voor het stellen van nadere regels.

Aanwijzing 215
1.

Indien een wetsvoorstel financiële gevolgen voor het Rijk bevat, wordt in een afzonderlijk onderdeel van de memorie van toelichting dan wel in een bijlage bij de memorie van toelichting aangegeven in welke omvang daaraan hogere of lagere uitgaven of ontvangsten zullen zijn verbonden.

2.

In het in het eerste lid bedoelde overzicht wordt een onderscheid gemaakt tussen programma- en uitvoeringskosten.

3.

Indien op grond van compenserende maatregelen per saldo geen budgettair effect te verwachten valt van een wetsvoorstel, dienen eveneens de bruto financiële gevolgen in de memorie van toelichting te worden vermeld.

4.

Indien een wetsvoorstel geen financiële gevolgen heeft, dient dit uitdrukkelijk uit de memorie van toelichting te blijken.

5.

In de memorie van toelichting wordt tevens aangegeven of respectievelijk in hoeverre de financiële gevolgen begrepen zijn in de laatst ingediende begroting onderscheidenlijk in de ramingen voor de vier op het begrotingsjaar volgende jaren.

6.

Indien een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling leidt tot financiële gevolgen voor het Rijk wordt daaraan zo nodig in de nota van toelichting, onderscheidenlijk in de toelichting aandacht geschonken.

Aanwijzing 216
1.

Indien een wetsvoorstel leidt tot financiële gevolgen voor decentrale overheden, wordt dit aangegeven in een afzonderlijk onderdeel van de memorie van toelichting. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de uitvoering van artikel 105, derde lid, van de Provinciewet, artikel 108, derde lid, van de Gemeentewet of artikel 136, derde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, respectievelijk artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet of artikel 87 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2.

Tevens wordt aangegeven via welke bekostigingswijze de in het eerste lid bedoelde financiële gevolgen kunnen worden opgevangen.

3.

Indien een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling leidt tot financiële gevolgen voor decentrale overheden, wordt daaraan zo nodig in de nota van toelichting, onderscheidenlijk in de toelichting aandacht geschonken.

Aanwijzing 217
1.

De toelichting wordt verdeeld in een algemeen en in een artikelsgewijs gedeelte, indien dit de toegankelijkheid bevordert.

2.

Onderdelen van een toelichting worden genummerd, indien dit met het oog op verwijzing wenselijk is.

Aanwijzing 218
1.

In een toelichting wordt heldere en bondige taal gebruikt en een logische indeling gevolgd.

2.

De paragrafen 3.1, 3.3 en 3.4 van deze aanwijzingen zijn voor de formulering van een toelichting van overeenkomstige toepassing, voor zover zij verenigbaar zijn met de aard van een toelichting.

Aanwijzing 219

Verwijzing in een toelichting naar andere stukken geschiedt door een nauwkeurige aanduiding van de vindplaats.

Aanwijzing 220

Bij het redigeren van een nota van toelichting bij een algemene maatregel van bestuur of een toelichting bij een ministeriële regeling wordt ervan uitgegaan dat de betrokken regeling al is vastgesteld.

Aanwijzing 221
1.

Bij de voordracht tot een voorstel van wet of een algemene maatregel van bestuur "mede namens" andere bewindspersonen wordt de memorie of de nota van toelichting bij voorkeur alleen door de eerstverantwoordelijke bewindspersoon ondertekend.

2). De medebetrokkenheid van een of meer andere bewindspersonen wordt in dat geval in de toelichting tot uitdrukking gebracht.

Aanwijzing 222
1.

Een memorie van toelichting, een toelichting op een nota van wijziging, een nota van toelichting en een toelichting op een ministeriële regeling worden ondertekend.

2.

Een memorie van toelichting, in voorkomend geval een toelichting op een nota van wijziging en een nota van toelichting worden ondertekend na de behandeling van het betrokken voorstel in de ministerraad en voordat het aan het Kabinet der Koningin wordt toegezonden voor advies van de Afdeling advisering van de Raad van State.

Hoofdstuk 5. Wijziging en intrekking van regelingen

§ 5.1. Wijziging van regelingen

Aanwijzing 223

Wijziging van een regeling geschiedt door een regeling van gelijke orde.

Aanwijzing 223a

Indien een regeling strekt tot wijziging van een aantal regelingen, kunnen de wijzigingsbepalingen worden geplaatst:

  • a. in alfabetische volgorde van de te wijzigen regelingen;
  • b. in volgorde naar het eerstverantwoordelijke ministerie waaronder de te wijzigen regelingen ressorteren;
  • c. in volgorde naar omvang of aard van de wijziging.
Aanwijzing 224

Indien het voornemen bestaat in een regeling een omvangrijke wijziging aan te brengen, wordt overwogen de regeling in te trekken en een nieuwe regeling vast te stellen.

Aanwijzing 225

Indien de vaststelling van een nieuwe regeling een groot aantal wijzigingen in bestaande regelingen nodig maakt, wordt overwogen deze wijzigingen in een afzonderlijke regeling onder te brengen.

Aanwijzing 226

Het opschrift en de aanhef van een regeling worden niet gewijzigd.

Aanwijzing 154

Vervallen

Aanwijzing 228

Bij wijziging van een regeling kunnen bestaande bepalingen strekkende tot wijziging van andere regelingen en andere uitgewerkte bepalingen van die regeling worden geschrapt.

Aanwijzing 229

Bij complexe wijzigingsvoorstellen wordt ter verduidelijking van de voorgestelde wijzigingen in een wet of algemene maatregel van bestuur, een vergelijkend overzicht van de te wijzigen bepalingen en de voorgestelde bepalingen aan de Raad van State, respectievelijk aan de Tweede en Eerste Kamer gezonden.

Aanwijzing 230

Bij wijziging van een regeling wordt de formule "laatstelijk gewijzigd bij ......" niet in het lichaam van de wijzigingsregeling opgenomen.

Aanwijzing 158

Vervallen

Aanwijzing 159

Vervallen

Aanwijzing 233
1.

Vervanging van een tekst in een regeling wordt vorm gegeven met de uitdrukking, "wordt vervangen door:" of, voor zover dit taalkundig mogelijk is, met de uitdrukking "komt te luiden:".

2.

Het te vervangen tekstgedeelte wordt tussen aanhalingstekens geplaatst. Dit gebeurt niet met de nieuwe tekst, tenzij dit voor de duidelijkheid nodig is.

3.

Indien een artikel of onderdeel daarvan wordt vervangen, begint de nieuwe tekst met de aanduiding van het artikel of het onderdeel.

Voorbeelden:

  • a. In artikel 5, derde lid, wordt "Omroepraad" vervangen door: Mediaraad.
  • b. Artikel 7 komt te luiden: Artikel 7 Regels over snelheidsbegrenzingen kunnen slechts worden gegeven bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
  • c. Artikel 18, derde lid, komt te luiden:
3.

De in het eerste lid, onder a, bedoelde deskundigen worden door Onze Minister aangewezen.

Aanwijzing 234
1.

Een regeling die slechts betrekking heeft op wijziging of intrekking van een of meer bestaande regelingen, wordt ingedeeld in artikelen met Romeinse cijfers.

2.

Indien een nieuwe regeling tevens strekt tot wijziging van bestaande regelingen, worden ook de wijzigingsbepalingen genummerd met Arabische cijfers.

3.

In een omvangrijke aanpassings- of invoeringsregeling waarin regelingen van verschillende ministeries worden gewijzigd, kan voor een andere nummering worden gekozen.

Aanwijzing 235
1.

In een wijzigingsregeling en in slotbepalingen van een nieuwe regeling wordt voor iedere te wijzigen regeling een artikel gebruikt.

2.

Binnen een afzonderlijk artikel worden de verschillende wijzigingen van een regeling aangeduid met hoofdletters.

3.

In het geval, bedoeld in het tweede lid, worden de verschillende wijzigingen in een artikel van een regeling aangeduid met Arabische cijfers of kleine letters.

Voorbeeld:

Artikel I

Het Besluit Raad voor de Kunst 1977 wordt als volgt gewijzigd:

  • A. In artikel 3, tweede lid, onderdeel b, wordt de zinsnede "bedoeld in het derde lid van artikel 16 van de wet" vervangen door: bedoeld in artikel 17a van de wet.
  • B. De artikelen 5 en 6 vervallen.
Aanwijzing 236
1.

De nummering van bij wijziging ingevoegde artikelen geschiedt door toevoeging aan bestaande artikelnummers van a, b enzovoort.

2.

Een eenmaal aangevangen wijze van nummering wordt voortgezet.

Aanwijzing 237

Bij wijziging van regelingen waarvan de leden van de artikelen niet zijn genummerd, kan alsnog nummering plaatsvinden, maar alleen indien de leden van alle artikelen van een hoofdstuk, titel, afdeling of paragraaf worden genummerd.

Aanwijzing 238
1.

Bij wijziging van regelingen worden artikelen, boeken, delen, hoofdstukken, titels, afdelingen en paragrafen niet vernummerd, tenzij dit noodzakelijk is.

2.

De leden van een artikel, alsmede de met een letter aangeduide artikelonderdelen worden wel vernummerd, onderscheidenlijk opnieuw geletterd, tenzij daartegen overwegend bezwaar bestaat.

3). Het vernummeren of invoegen van een artikellid geschiedt overeenkomstig de volgende voorbeelden:

  • A). Het eerste tot en met derde lid worden vernummerd tot tweede tot en met vierde lid.
  • B). Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2) ...

4). Het wijzigen van de aanduiding van een artikelonderdeel of het invoegen of toevoegen van een artikelonderdeel geschiedt overeenkomstig de volgende voorbeelden:

  • A).
  • 1)). De onderdelen c tot en met f worden geletterd d tot en met g.
  • 2)). Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: c) ....
  • B). Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: e) ....
  • C). In onderdeel c vervalt ”, of”. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door “, of” wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: e) ....

5). Het toevoegen van een of meer leden aan een artikel dat nog niet uit leden bestaat, geschiedt overeenkomstig het volgende voorbeeld:

  • 1)). Voor de tekst wordt de aanduiding ’1.’ geplaatst.
  • 2)). Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2 ....

6). Het wijzigen van een uit leden bestaand artikel tot een artikel dat niet uit leden bestaat, geschiedt overeenkomstig het volgende voorbeeld:

Het tweede lid alsmede de aanduiding ’1.’ voor het eerste lid vervallen.

7.

Indien een lid of onderdeel in één wijzigingsregeling zowel wordt gewijzigd als vernummerd of anders geletterd, wordt dat lid of onderdeel ten behoeve van die wijziging aangeduid met de nieuwe nummering onderscheidenlijk lettering, met toevoeging van de vermelding ‘(nieuw)’.

Aanwijzing 239

In een overgangsbepaling ter zake van een wijziging van een voorschrift wordt verwezen naar het gewijzigde voorschrift en niet naar de wijzigingsbepaling.

§ 5.2. Intrekking van regelingen

Aanwijzing 240

Bij vervanging van een regeling door een nieuwe regeling wordt de oude regeling uitdrukkelijk ingetrokken.

Aanwijzing 241
1.

Intrekking van een regeling geschiedt door een regeling van gelijke orde.

2.

Intrekking door een regeling van hogere orde komt alleen in aanmerking, indien de in te trekken lagere regeling niet wordt vervangen door een lagere regeling van gelijke orde.

Aanwijzing 242

Intrekking van een regeling geschiedt overeenkomstig het volgende voorbeeld:

De Vuurwapenwet 1919 wordt ingetrokken.

Aanwijzing 243

Intrekking van een regeling brengt mee dat de op die regeling gebaseerde uitvoeringsregelingen van rechtswege vervallen, tenzij voor die regelingen een nieuwe wettelijke grondslag in het leven wordt geroepen of een grondslag bestaat in een andere regeling.

Aanwijzing 244
1.

Een regeling die terstond is uitgewerkt nadat zij in werking is getreden, wordt niet ingetrokken.

2.

Evenmin wordt in een dergelijke regeling voorzien in het vervallen van de regeling.

Aanwijzing 245
1.

Het intrekken van een regeling waarbij wijzigingen in een andere regeling zijn aangebracht, maakt die wijzigingen niet ongedaan.

2.

Een ingetrokken regeling of een vervallen bepaling herleeft niet door intrekking van de regeling, krachtens welke zij is ingetrokken of vervallen.

§ 5.3. Publicatie van tekst van gewijzigde regelingen

Aanwijzing 246
1.

Na wijziging van een regeling wordt geen integrale tekst van die regeling in het Staatsblad of de Staatscourant geplaatst.

2.

In afwijking van het eerste lid kan een integrale tekst worden geplaatst, indien het gewenst is tevens tot vernummering van de gehele gewijzigde regeling over te gaan, of de tekst van de gewijzigde regeling die in oude spelling is geformuleerd, over te brengen naar de geldende spelling. In die gevallen wordt daartoe een bepaling opgenomen in de wijzigingsregeling. Deze bepaling luidt overeenkomstig het volgende model:

De tekst van ...... (aanduiding van de betrokken wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling) wordt in het Staatsblad/de Staatscourant geplaatst.

3.

Ingeval van vernummering wordt aan het model, bedoeld in het tweede lid, toegevoegd:

Voor de plaatsing in het Staatsblad/de Staatscourant stelt Onze/de Minister (van/voor...) de nummering van de artikelen (, hoofdstukken en paragrafen) van …… (aanduiding van de betrokken regeling) opnieuw vast en brengt hij de in deze wet/dit besluit/deze regeling voorkomende aanhalingen van de artikelen (, hoofdstukken en paragrafen) met de nieuwe nummering in overeenstemming.

4.

Ingeval van overbrenging in de geldende spelling wordt aan het model, bedoeld in het tweede lid, toegevoegd:

Voor de plaatsing in het Staatsblad/de Staatscourant wordt de tekst door Onze/de Minister (van/voor...) overgebracht in de geldende spelling.

Aanwijzing 247

Vervallen

§ 7.2. Notificatie van ontwerpregelingen

Aanwijzing 248
1.

Door de regering gewenste veranderingen in door haar ingediende voorstellen van wet krijgen de vorm van een nota van wijziging.

2.

Het opstellen van een nota van wijziging geschiedt overeenkomstig de aanwijzingen 231 tot en met 233 en 236.

3). In het opschrift worden een tweede, derde en volgende nota van wijziging als zodanig aangeduid.

4.

De aanhef van een nota van wijziging luidt: Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

5.

Een nota van wijziging wordt niet ingedeeld in artikelen. De onderdelen worden met Arabische cijfers of hoofdletters aangeduid. Een eventuele verdere onderverdeling geschiedt met de letters a, b, c enzovoort.

Aanwijzing 249

Indien de regering een ingediend amendement overneemt, blijft de indiening van een nota van wijziging ter zake achterwege.

Aanwijzing 250

Tijdens de behandeling van een wetsvoorstel door de Tweede Kamer wordt geen wijziging aangebracht in de nummering van de artikelen, tenzij dit onvermijdelijk is.

Aanwijzing 251
1.

Indien er de voorkeur aan wordt gegeven dat de (eerst)verantwoordelijke bewindspersoon en niet de voorzitter van de Tweede Kamer zorg draagt voor een doorlopende nummering van een wet, wordt dit bepaald overeenkomstig het volgende model:

Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad stelt Onze Minister van/voor ... de nummering van de artikelen (, hoofdstukken en paragrafen) van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen (, hoofdstukken en paragrafen) met de nieuwe nummering in overeenstemming.

2.

In dat geval geschiedt de vaststelling van de nieuwe nummering en het daarmee in overeenstemming brengen van de desbetreffende aanhalingen bij een door de betrokken bewindspersoon vastgesteld en ondertekend besluit overeenkomstig het volgende model:

De Minister van/voor ... /de Staatssecretaris van ...,

Gelet op artikel ... (bepaling overeenkomstig het in het eerste lid gegeven voorbeeld);

Besluit:

Enig artikel

Overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage wordt de nummering van de artikelen (, hoofdstukken en paragrafen) van de ... (citeertitel van de wet) opnieuw vastgesteld en worden de in die wet voorkomende aanhalingen van de artikelen (, hoofdstukken en paragrafen) met de nieuwe nummering in overeenstemming gebracht.

Aanwijzing 252

Indien het gewenst is ten aanzien van een wetsvoorstel tijdens of na de behandeling in de Eerste Kamer maar voor de bekrachtiging door de Koningin een wijzigingsvoorstel in te dienen, wordt dit voorstel geformuleerd overeenkomstig het volgende model:

Artikel I

Indien het bij koninklijke boodschap van ...... (datum) ingediende voorstel van wet ...... (opschrift en Kamerstuknummer) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd: ......

Aanwijzing 253
1.

Een nota van wijziging wordt van een toelichting voorzien.

2.

Betreft het een nota van wijziging die tegelijk met een nota naar aanleiding van het verslag wordt ingediend, dan kan ter toelichting worden volstaan met een verwijzing naar een bepaald gedeelte van de nota naar aanleiding van het verslag.

Aanwijzing 253a
1.

Een nota van wijziging wordt niet ondertekend, de toelichting op een nota van wijziging wel.

2.

De toelichting op een nota van wijziging wordt bij voorkeur alleen ondertekend door de eerstverantwoordelijke bewindspersoon. De medebetrokkenheid van een of meer andere bewindspersonen wordt in dat geval in de toelichting tot uitdrukking gebracht.

Hoofdstuk 6. Procedures

§ 5.3. Publicatie van tekst van gewijzigde regelingen

Aanwijzing 254
1.

Wegens de primaire verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie voor de toetsing van wetgeving op rechtsstatelijke en bestuurlijke kwaliteit, met inbegrip van de constitutionele, Europeesrechtelijke en internationaalrechtelijke toetsing van wetgeving, worden de volgende stukken, voordat zij ter behandeling aan de ministerraad of een onderraad worden aangeboden, ter toetsing aan de Directie Wetgeving van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voorgelegd:

  • a. voorstellen van wet;
  • b. ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur;
  • c. ingrijpende nota’s van wijziging op een wetsvoorstel;
  • d. een voorstel van wet of ontwerp van een algemene maatregel van bestuur en het nader rapport daarbij, ingeval het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State daarop ingrijpende kritiek op inhoud of vormgeving bevat.
2.

Wegens de verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het beheer van de Grondwet werkt het Ministerie van Veiligheid en Justitie bij de constitutionele toetsing van wetgeving samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

3.

Wegens de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken voor de eenheid van de uitleg van het internationale en Europese recht werkt het Ministerie van Veiligheid en Justitie bij de internationaalrechtelijke en Europeesrechtelijke toetsing van wetgeving samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

4.

Het voorleggen, bedoeld in het eerste lid, geschiedt dusdanig tijdig, dat er voldoende ruimte is voor reëel overleg over alternatieve mogelijkheden, indien de Directie Wetgeving dat noodzakelijk acht.

Aanwijzing 255

Vervallen

Aanwijzing 256
1.

In de toelichting bij ontwerpregelingen worden door het eerstverantwoordelijke ministerie in daarvoor in aanmerking komende gevallen de gevolgen van de regeling voor het bedrijfsleven, het milieu en de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid gekwantificeerd.

2.

De wijze waarop de genoemde aspecten in de toelichting bij de regeling zijn weergegeven, wordt getoetst door de Ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van Infrastructuur en Milieu en van Veiligheid en Justitie.

Aanwijzing 257

Vervallen

Aanwijzing 258

Vervallen

Aanwijzing 259

Bij de voorbereiding van regelingen worden de onderdelen van andere ministeries betrokken die bemoeienis hebben met het te regelen onderwerp of een onderdeel daarvan of met onderwerpen die door de regeling worden geraakt.

Aanwijzing 260
1.

Bij de voorbereiding van regelingen die koninkrijksaangelegenheden betreffen, vindt overleg plaats met de kabinetten van de Gevolmachtigde Ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt van contacten met de kabinetten van de Gevolmachtigde Ministers op de hoogte gehouden.

2.

Het eerste lid is eveneens van toepassing bij de voorbereiding van regelingen ten aanzien waarvan concordantie is voorgeschreven.

Aanwijzing 261

Bij de aanhangigmaking van een wetsvoorstel of een ontwerp voor een algemene maatregel van bestuur bij de ministerraad worden de Algemene aanwijzingen inzake aangelegenheden van de ministerraad en onderraden in acht genomen.

§ 7.4. Parlementaire behandeling van regeringsvoorstellen van wet

Aanwijzing 261a
1.

Bij de voorbereiding van regelingen beziet het voor de regeling eerstverantwoordelijke ministerie steeds of EU- of andere internationale verplichtingen ertoe noodzaken het ontwerp van de regeling te notificeren aan een instelling van de Europese Unie of van een andere internationale organisatie.

2.

Bij de bepaling van het tijdstip van vaststelling van de regeling wordt in voorkomend geval de voorgeschreven standstillperiode in acht genomen dan wel stilzwijgende of uitdrukkelijke goedkeuring van de desbetreffende instelling afgewacht.

Aanwijzing 261b
1.

Indien in een regeling voorschriften worden vastgesteld die ingevolge een EU- of andere internationale verplichting in ontwerp zijn genotificeerd aan een instelling van de Europese Unie of van een andere internationale organisatie, wordt dat vermeld in het algemeen deel van de toelichting bij die regeling, onder verwijzing naar de desbetreffende EU- of internationale verplichting.

2.

Voor de vermelding wordt het volgende model als uitgangspunt genomen:

Het voorstel van wet/Het ontwerp-besluit/De ontwerp-regeling is op ... (datum notificatie) ingevolge ... (aanduiding verplichting) voorgelegd aan ... (aanduiding instelling). Naar aanleiding van de reacties van ... (aanduiding instelling of andere betrokkenen) wordt het volgende opgemerkt. ... (reactie of doorgevoerde aanpassingen).

§ 6.2. Advisering door de Raad van State

Aanwijzing 262

Aan de Afdeling advisering van de Raad van State worden geen voorstellen van wet voorgelegd, ten aanzien waarvan de beleidsvoorbereiding en de besluitvorming in de ministerraad nog niet is afgerond.

Aanwijzing 263
1.

Indien over een voorstel van wet advies moet worden gevraagd aan de Europese Commissie, kan het voorstel in spoedeisende gevallen aan de Afdeling advisering van de Raad van State worden voorgelegd alvorens het advies is ontvangen. Daarbij wordt aan de Afdeling advisering mededeling gedaan van de eventuele adviestermijn waaraan de Europese Commissie is gebonden.

2.

Zodra de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken zonder dat advies van de Europese Commissie is ontvangen, stelt de betrokken minister de Afdeling advisering hiervan in kennis.

Aanwijzing 264

Vervallen

Aanwijzing 265

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)