Circulaire van de Minister-President van 18 november 1992

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 261
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Indien een minister het wenselijk acht bij de voorlegging van een wetsvoorstel aan de Afdeling advisering van de Raad van State de bijzondere aandacht van de Afdeling advisering te vragen voor een bepaald aspect van het voorstel, geschiedt dit in de brief aan de Koningin waarbij verzocht wordt het voorstel bij de Afdeling advisering aanhangig te maken.

Aanwijzing 266

Vervallen

Aanwijzing 267

Vervallen

Aanwijzing 268

Bij een adviesaanvraag aan de Afdeling advisering van de Raad van State over een voorstel van wet worden de volgende adviezen over dat voorstel die door het ministerie zijn ontvangen, aan de Afdeling advisering toegezonden, tenzij het advies is gepubliceerd of bekend is dat de Afdeling daarover reeds beschikt:

  • a. adviezen van de Europese Commissie;
  • b). adviezen van adviescolleges;
  • c. adviezen van belangrijke organisaties van belanghebbenden indien kennisneming ervan kan dienen tot een beter inzicht in de in het voorstel van wet en de toelichting vervatte beleidskeuzen;
  • d. overige adviezen waarnaar in de memorie van toelichting wordt verwezen;
  • e. overige adviezen, waarvan de minister de toezending wenselijk acht.
Aanwijzing 269

Vervallen

Aanwijzing 270

Vervallen

Aanwijzing 271

Indien aan de Afdeling advisering van de Raad van State bij de aanhangigmaking van een voorstel van wet om een spoedbehandeling van de op dat voorstel betrekking hebbende adviesaanvraag wordt verzocht, geschiedt dit in rechtstreeks schriftelijk contact tussen de eerst-verantwoordelijke bewindspersoon en de Vicepresident van de Raad van State. Met het vragen van dergelijke spoedbehandelingen wordt grote terughoudendheid betracht.

Aanwijzing 271a
1.

Het vragen van een spoedbehandeling kan slechts worden gedaan met machtiging van de ministerraad.

2.

Een voorstel om een spoedbehandeling te vragen wordt door de eerst-verantwoordelijke bewindspersoon aan de ministerraad gedaan in een afzonderlijke brief die tevens een motivering bevat.

Aanwijzing 271b

Het vragen van een spoedbehandeling wordt zoveel mogelijk beperkt tot gevallen waarin:

  • a. een implementatietermijn van een internationale regeling of bindende EU-rechtshandeling is of dreigt te worden overschreden;
  • b. een andere fatale termijn is of dreigt te worden overschreden;
  • c. het achterwege laten van een spoedbehandeling substantiële budgettaire gevolgen zou hebben;
  • d. door een spoedbehandeling de noodzaak tot het verlenen van terugwerkende kracht aan de regeling wordt voorkomen of minder dringend wordt;
  • e. sprake is van een urgent herstel van een gebrek in de regelgeving.
Aanwijzing 272

Vervallen

Aanwijzing 272a

Indien tijdens de adviesprocedure bij de Afdeling advisering van de Raad van State blijkt dat aan de voortzetting van de behandeling van een wetsvoorstel geen behoefte meer bestaat, bevordert de eerstverantwoordelijke bewindspersoon, daartoe gemachtigd door de ministerraad (van het Koninkrijk), dat de adviesaanvraag wordt ingetrokken.

Aanwijzing 273

Vervallen

Aanwijzing 274

In het nader rapport aan de Koningin inzake een voorstel van wet wordt een gehele of gedeeltelijke weergave van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State achterwege gelaten, tenzij deze noodzakelijk is voor het betoog. Het nader rapport volgt de indeling in genummerde onderdelen van het advies van de Afdeling.

Aanwijzing 275
1.

Indien op grond van artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State publicatie van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State inzake een voorstel van wet achterwege blijft, wordt aan het begin van de memorie van toelichting in de marge de volgende zin opgenomen:

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat(artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State).

Aanwijzing 276

Indien een advies van de Afdeling advisering van de Raad van State ingrijpende kritiek op de inhoud of de vormgeving van een wetsvoorstel bevat, wordt het wetsvoorstel opnieuw in de ministerraad aan de orde gesteld.

Aanwijzing 276a
1.

Indien naar aanleiding van een negatief advies van de Afdeling advisering van de Raad van State besloten wordt een wetsvoorstel niet in te dienen bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, wordt voor de slotformule van het nader rapport het volgende model gevolgd:

Daartoe gemachtigd door de ministerraad (van het Koninkrijk) moge ik U (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van/voor ...,) in overweging geven het hierbij gevoegde voorstel van (rijks)wet overeenkomstig het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) niet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (, de Staten vanAruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten) te zenden en goed te vinden dat het onderhavige nader rapport tezamen met het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) en het voorstel van (rijks)wet en de daarbij behorende memorie van toelichting zoals deze aan de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) zijn voorgelegd, openbaar wordt gemaakt.

2.

Indien om andere redenen het voornemen bestaat om een wetsvoorstel niet in te dienen, worden in het nader rapport deze redenen uiteengezet. Voor de slotformule van het nader rapport wordt het volgende model gevolgd:

Daartoe gemachtigd door de ministerraad (van het Koninkrijk) moge ik U (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van/voor ...,) verzoeken goed te vinden dat het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) buiten verdere behandeling wordt gelaten en dat het onderhavige nader rapport tezamen met het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) en het voorstel van (rijks)wet en de daarbij behorende memorie van toelichting zoals deze aan de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) zijn voorgelegd, openbaar wordt gemaakt.

Aanwijzing 277
1.

Indien in een wetsvoorstel waarover de Afdeling advisering van de Raad van State advies heeft uitgebracht, vóór de indiening ingrijpende wijzigingen worden aangebracht die niet het gevolg zijn van het advies van de Afdeling advisering, wordt de Afdeling over deze wijzigingen gehoord.

2.

Indien in een ingediend wetsvoorstel door de regering ingrijpende wijzigingen worden aangebracht, wordt de Afdeling advisering over deze wijzigingen gehoord, tenzij dringende redenen zich daartegen verzetten.

3). De aanwijzingen 262, 263, 265, 268, 271, 271a, 271b, 272a, 274, 275, 276 en 276a zijn van overeenkomstige toepassing op de advisering door de Afdeling advisering over een nota van wijziging.

Aanwijzing 278

Over een bij amendement voorgestelde ingrijpende wijziging van een wetsvoorstel wordt de Afdeling advisering van de Raad van State alleen gehoord, indien de minister of staatssecretaris daaraan met het oog op zijn oordeelsvorming over het amendement behoefte gevoelt.

Aanwijzing 279
1.

De aanwijzingen 262, 263, 265, 268, 271, 271a, 271b, 274, 276 en 277, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State over ontwerpen van algemene maatregel van bestuur.

2.

Aanwijzing 275 is van overeenkomstige toepassing op de publicatie van het advies van de Afdeling advisering bij een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de daar genoemde zin in de marge van de laatste bladzijde van het besluit wordt opgenomen.

Aanwijzing 280

Een ontwerp voor een algemene maatregel van bestuur wordt in beginsel niet eerder ter advisering aan de Afdeling advisering van de Raad van State voorgelegd, dan nadat het wetsvoorstel dat aan de algemene maatregel van bestuur ten grondslag ligt, door de Tweede Kamer is aanvaard.

Aanwijzing 281

Vervallen

Aanwijzing 282

Vervallen

Aanwijzing 282a
1.

Indien naar aanleiding van een negatief advies van de Afdeling advisering van de Raad van State het voornemen bestaat een algemene maatregel van bestuur niet voor bekrachtiging in aanmerking te brengen, wordt voor de slotformule van het nader rapport het volgende model gevolgd:

Daartoe gemachtigd door de ministerraad (van het Koninkrijk) moge ik U (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van/voor ...,) in overweging geven het hierbij gevoegde ontwerp-besluit overeenkomstig het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) niet te bekrachtigen en goed te vinden dat het onderhavige nader rapport tezamen met het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) en het ontwerp-besluit en de daarbij behorende nota van toelichting, zoals deze aan de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) zijn voorgelegd, openbaar wordt gemaakt.

2.

Indien om andere redenen het voornemen bestaat om een algemene maatregel van bestuur niet voor bekrachtiging in aanmerking te brengen, worden in het nader rapport deze redenen uiteengezet. Voor de slotformule van het nader rapport wordt het volgende model gevolgd:

Daartoe gemachtigd door de ministerraad (van het Koninkrijk) moge ik U (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van/voor ...,) verzoeken goed te vinden dat het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) buiten verdere behandeling wordt gelaten en dat het onderhavige nader rapport tezamen met het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) en het ontwerp-besluit en de daarbij behorende toelichting, zoals deze aan de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) zijn voorgelegd, openbaar wordt gemaakt.

§ 6.2a. Bekrachtiging van algemene maatregelen van bestuur

Aanwijzing 282b

Aan het Kabinet der Koningin worden met het oog op de bekrachtiging van een algemene maatregel van bestuur de volgende stukken toegezonden:

  • a. het nader rapport;
  • b. een afschrift van het nader rapport;
  • c. het originele exemplaar van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State;
  • d. indien de tekst van het ontwerp-besluit of van de nota van toelichting afwijkt van de tekst die aan de Afdeling advisering is voorgelegd: het van de Afdeling advisering terug ontvangen exemplaar van het besluit onderscheidenlijk de nota van toelichting;
  • e. het te bekrachtigen ontwerp-besluit met nota van toelichting en eventuele bijlagen bij de nota van toelichting.

§ 6.3. Parlementaire behandeling van regeringsvoorstellen van wet

Aanwijzing 283
1.

Aan het Kabinet der Koningin worden met het oog op de indiening van een wetsvoorstel de volgende stukken gezonden:

  • a. het nader rapport;
  • b. een afschrift van het nader rapport;
  • c. het originele exemplaar van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State;
  • d. indien de tekst van het wetsvoorstel of van de memorie van toelichting afwijkt van de tekst die aan de Afdeling advisering is voorgelegd: het van de Afdeling advisering terug ontvangen exemplaar van het wetsvoorstel onderscheidenlijk de memorie van toelichting;
  • e. het in te dienen wetsvoorstel met memorie van toelichting en eventuele bijlagen bij de memorie van toelichting.
2.

Tenzij het advies van de Afdeling advisering instemmend luidt of uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat en in het nader rapport geen nieuwe punten worden besproken, worden bovendien de volgende stukken meegezonden:

  • a. een afschrift van het advies van de Afdeling advisering;
  • b. een tweede afschrift van het nader rapport.
Aanwijzing 284

Vervallen

Aanwijzing 285

Vervallen

Aanwijzing 286

Vervallen

Aanwijzing 287

Vervallen

Aanwijzing 288

Vervallen

Aanwijzing 289

Vervallen

Aanwijzing 290

Vervallen

Aanwijzing 291

De in aanwijzing 268 bedoelde adviezen over voorstellen van wet worden aan de Tweede Kamer toegezonden.

Aanwijzing 292

Vervallen

Aanwijzing 293

Bij het opstellen van verslagen wordt zoveel mogelijk de indeling en de volgorde van de memorie van toelichting gevolgd. De nota naar aanleiding van het verslag volgt zoveel mogelijk de indeling en de volgorde van het verslag. Vragen worden slechts herhaald voor zover het nodig is om ze aan te duiden.

Aanwijzing 293a

De beantwoording van een verslag van de Tweede Kamer vindt zo veel mogelijk plaats binnen eenzelfde termijn als die welke de kamercommissie heeft genomen voor het uitbrengen van het verslag, waarbij als aanvangsdatum geldt de datum van de koninklijke boodschap.

Aanwijzing 294

Leden van de Tweede Kamer die een amendement willen voorstellen, kunnen het betrokken ministerie bijstand verzoeken bij het formuleren van amendementen. Deze bijstand wordt zoveel mogelijk verleend.

Aanwijzing 295

Vervallen

Aanwijzing 296

Een memorie van antwoord op een voorlopig verslag van de Eerste Kamer wordt uiterlijk veertien dagen vóór de beoogde datum van openbare behandeling van het desbetreffende wetsvoorstel bij de Eerste Kamer ingediend. In spoedeisende gevallen kan hiervan in overleg met de griffie van de Eerste Kamer worden afgeweken.

Aanwijzing 297
1.

Intrekking van een bij de Tweede of de Eerste Kamer aanhangig wetsvoorstel geschiedt bij brief van de minister, daartoe gemachtigd door de Koningin.

2.

Is het wetsvoorstel aanhangig bij de Eerste Kamer, dan wordt ook aan de voorzitter van de Tweede Kamer mededeling gedaan van de intrekking.

§ 6.4. Behandeling van initiatiefvoorstellen van wet

Aanwijzing 298

Leden van de Tweede Kamer die een initiatiefvoorstel van wet aanhangig willen maken, kunnen de betrokken minister bijstand verzoeken bij het formuleren daarvan. Deze bijstand wordt zoveel mogelijk verleend.

Aanwijzing 299

Vervallen

Aanwijzing 300
1.

Ministers geven zowel bij de schriftelijke als bij de mondelinge behandeling van een initiatiefvoorstel alle inlichtingen en adviezen die van hen worden gevraagd en waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat. Bij de mondelinge behandeling zijn de ministers steeds aanwezig.

2.

Ministers maken ook eigener beweging, zowel in de schriftelijke als in de mondelinge fase, alle opmerkingen die zij dienstig achten om te komen tot een goed wetgevingsproduct.

3.

Ook tijdens de parlementaire behandeling van een initiatief-voorstel wordt desgewenst aan de initiatiefnemers zoveel mogelijk en zo snel mogelijk ambtelijke bijstand van juridische en wetgevingstechnische aard verleend.

Aanwijzing 301

Ministers dragen er zorg voor dat zij in voorkomende gevallen over initiatiefvoorstellen kunnen spreken namens het kabinet. Daartoe stellen zij deze tijdig in de ministerraad aan de orde.

Aanwijzing 302
1.

Zo spoedig mogelijk, doch niet later dan drie maanden na aanneming van een initiatiefvoorstel door de Eerste Kamer doet de betrokken minister mededeling aan de Staten-Generaal omtrent de besluitvorming aangaande het al dan niet bekrachtigen van het voorstel, of, indien een besluit nog niet is genomen, van de stand van zaken daaromtrent en van het tijdstip waarop nieuwe mededelingen als vorenbedoeld zullen worden gedaan.

2). In het algemeen wordt over een door de Staten-Generaal aangenomen initatiefvoorstel door de regering geen advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd, tenzij niet-bekrachtiging wordt overwogen.

§ 6.5. Koninklijke besluiten waarover de Raad van State niet wordt gehoord

Aanwijzing 303

Vervallen

Hoofdstuk 7. Verdragen

§ 6.5. Koninklijke besluiten waarover de Raad van State niet wordt gehoord

Aanwijzing 304
1.

Onder verdrag wordt verstaan: iedere op schrift gestelde overeenkomst die volgens volkenrechtelijke criteria voor de staat verbindend is.

2.

In verdragen wordt het Koninkrijk der Nederlanden als zodanig aangeduid als partij bij het verdrag.

Aanwijzing 305
1.

De regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij de totstandbrenging van verdragen die deze landen kunnen raken en bij de ter zake te volgen procedures.

2.

De Afdeling Verdragen van de Directie Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken onderhoudt de contacten hierover met de Gevolmachtigde Ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Aanwijzing 306
1.

Over de voorbereiding en goedkeuring van verdragen, over het tot uitdrukking brengen van instemming door een verdrag gebonden te worden en over het voornemen een verdrag op te zeggen of al dan niet te verlengen, wordt met het oog op de coördinatie ter verzekering van een consistent verdragsbeleid in een zo vroeg mogelijk stadium contact gezocht met de Afdeling Verdragen van de Directie Juridische Zaken.

2.

In gevallen dat het initiatief met betrekking tot verdragen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken ligt, zoekt de Afdeling Verdragen van de Directie Juridische Zaken op haar beurt in een zo vroeg mogelijk stadium daarover contact met eventuele andere betrokken ministeries.

3.

Over de voorbereiding en goedkeuring van verdragen, over het tot uitdrukking brengen van instemming door een verdrag gebonden te worden en over het voornemen een verdrag op te zeggen of al dan niet te verlengen, wordt eveneens contact gezocht met de onderdelen van andere ministeries die bemoeienis hebben met het onderwerp waarop het verdrag of een onderdeel daarvan betrekking heeft of met onderwerpen die door het verdrag worden geraakt.

Aanwijzing 307
1.

Bij de voorbereiding van en de onderhandelingen over een verdrag wordt tijdig en zorgvuldig aandacht besteed aan de gevolgen voor de nationale wetgeving.

2.

Zij die deelnemen aan de voorbereiding van of de onderhandelingen over een verdrag dragen er zorg voor dat de centrale wetgevingsafdelingen van de betrokken ministeries daarbij in een zo vroeg mogelijk stadium worden ingeschakeld.

3.

De onderhandelingsdelegaties nemen in hun verslag datgene op wat van belang is voor de implementatie en voor de parlementaire goedkeuring.

Aanwijzing 308

De opstelling van de authentieke Nederlandse tekst van een verdrag of van de Nederlandse vertaling geschiedt door of onder verantwoordelijkheid van de Afdeling Verdragen van de Directie Juridische Zaken.

§ 7.2. Voorbereiding en implementatie van besluiten van volkenrechtelijke organisaties

Aanwijzing 309

Regeringsvertegenwoordigers die zitting hebben in een orgaan van een volkenrechtelijke organisatie dat besluiten neemt die de lidstaten van die organisatie binden, dragen er zorg voor dat, indien besluiten in voorbereiding zijn die het regeringsbeleid betreffen of anderszins van groot belang zijn, de ontwerpen voor deze besluiten voorwerp van overleg vormen tussen de betrokken ministeries en in de ministerraad aan de orde worden gesteld.

Aanwijzing 310
1.

Bij de voorbereiding van besluiten van volkenrechtelijke organisaties wordt aandacht besteed aan de gevolgen voor de nationale wetgeving.

2.

Wanneer een het Koninkrijk bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie tot stand is gekomen dat voor zijn uitvoering wettelijke voorschriften vereist, worden deze zo spoedig mogelijk en binnen de eventueel voorgeschreven termijn tot stand gebracht.

3.

Indien het besluit bepalingen bevat die een ieder kunnen verbinden en niet verenigbaar zijn met binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften, worden onverwijld maatregelen getroffen tot aanpassing van de desbetreffende wettelijke voorschriften.

Aanwijzing 310a
1.

Indien een verdrag een instantie aanwijst die bindende besluiten kan nemen, zonder dat die instantie kan worden aangemerkt als orgaan van een volkenrechtelijke organisatie in de zin van de artikelen 92, 93 en 94 van de Grondwet, of zonder dat duidelijkheid bestaat over deze vraag, wordt in het wetsvoorstel tot goedkeuring van het verdrag een machtigingsbepaling opgenomen, inhoudende dat de besluiten die door deze instantie worden genomen, geen goedkeuring van de Staten-Generaal behoeven.

2.

In het in het eerste lid bedoelde geval wordt het verdrag steeds goedgekeurd bij wet.

§ 7.3. Voorbereiding van wetgeving inzake goedkeuring en implementatie

Aanwijzing 311
1.

Bij de voorbereiding van de parlementaire goedkeuring van een verdrag wordt onderzocht in hoeverre de naleving door het Koninkrijk wettelijke voorschriften vereist.

2.

Indien tot stand te brengen voorschriften bij wet moeten worden vastgesteld, wordt het desbetreffende wetsvoorstel in beginsel gelijktijdig met het wetsvoorstel tot goedkeuring van het verdrag bij de Tweede Kamer ingediend. Overwogen kan worden de goedkeuring en uitvoering van het verdrag in één wet te regelen.

Aanwijzing 311a
1.

De uitdrukkelijke goedkeuring van verdragen die krachtens een territorialiteitsbepaling of naar hun aard binnen het Koninkrijk alleen voor Nederland gelden, geschiedt niet bij rijkswet, maar bij wet.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de goedkeuring van verdragen waarbij medegelding voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten weliswaar mogelijk is, maar waarbij reeds bij de indiening van het goedkeuringswetsvoorstel definitief is vastgesteld dat het verdrag niet mede voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten zal worden goedgekeurd.

Aanwijzing 312

Voor een voorstel van (rijks)wet tot goedkeuring van een verdrag wordt het volgende model gevolgd:

Goedkeuring van het op … te … tot stand gekomen verdrag …

Wij Beatrix, (enz.)

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het op … te … tot stand gekomen verdrag … ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal behoeft, alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden gebonden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State (van het Koninkrijk) gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, (de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde), hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

Het op … te … tot stand gekomen verdrag …, waarvan de … tekst (en de vertaling in het Nederlands) is (zijn) geplaatst in Tractatenblad …, wordt goedgekeurd voor (het Europese/Caribische deel van) Nederland/ voor Aruba / voor Curaçao/ voor Sint Maarten / voor het gehele Koninkrijk.

(Eventueel: Artikel 2

Goedgekeurd wordt dat bij de binding van het Koninkrijk aan het in artikel 1 genoemde verdrag voor (het Europese/Caribische deel van) Nederland/ voor Aruba / voor Curaçao/ voor Sint Maarten / voor het gehele Koninkrijk het volgende voorbehoud wordt gemaakt: … (tekst eventueel voorbehoud).)

Artikel 2 (3)

Deze (rijks)wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen (enz.)

Aanwijzing 313
1.

Een wetsvoorstel tot goedkeuring van een verdrag wordt voorzien van een memorie van toelichting.

2.

Een voorstel tot stilzwijgende goedkeuring van een verdrag gaat vergezeld van een toelichtende nota.

3.

Toelichtingen op verdragen worden beperkt tot hetgeen voor een goed begrip nodig is. In voorkomend geval wordt daarin aangegeven dat wijziging van een bijlage die een integrerend onderdeel vormt van het verdrag en waarvan de inhoud van uitvoerende aard is ten opzichte van de bepalingen van het verdrag zelf, geen parlementaire goedkeuring behoeft, tenzij de Staten-Generaal zich het recht daartoe voorbehouden.

4.

Indien een verdrag gevolgen heeft voor de nationale regelgeving wordt dit in de toelichting besproken. Bij de binding van het Koninkrijk te maken voorbehouden en af te leggen verklaringen die geen voorbehouden inhouden, worden eveneens in de toelichting besproken.

5.

In de toelichting op een verdrag dat niet voor het Koninkrijk als geheel wordt gesloten, worden de redenen beschreven om aan dat verdrag wel of geen gelding of medegelding voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba te verlenen.

§ 7.4. Behandeling in de ministerraad

Aanwijzing 314
1.

Met betrekking tot verdragen worden in de ministerraad gelijktijdig aan de orde gesteld de ondertekening of totstandbrenging op andere wijze en de eventuele voorlopige toepassing, alsook de parlementaire goedkeuringsstukken, tenzij het noodzakelijk wordt geacht dat eerst alleen de totstandkoming aan de orde wordt gesteld.

2.

Indien de Minister van Buitenlandse Zaken het verdrag niet zelf ondertekent, verleent hij aan diegene die ondertekent een volmacht tot ondertekening of zorgt hij dat er een koninklijke volmacht komt.

3.

Bij de beraadslaging over de totstandbrenging van een verdrag spreekt de ministerraad (van het Koninkrijk) zich erover uit of het verdrag Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland al dan niet raakt.

§ 7.5. Bewaring en bekendmaking

Aanwijzing 315

Originele ondertekende exemplaren van bilaterale verdragen en gewaarmerkte afschriften van multilaterale verdragen dienen aan de Afdeling Verdragen van de Directie Juridische Zaken te worden gezonden ter deponering in het archief der verdragen, dat door het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt beheerd.

Aanwijzing 316

Teksten van besluiten van volkenrechtelijke organisaties en verdragsrechtelijke gegevens worden met het oog op de bekendmaking aan de Afdeling Verdragen van de Directie Juridische Zaken toegezonden.

Aanwijzing 317

Wanneer een verdrag is ondertekend, wordt overleg gevoerd met de Afdeling Verdragen van de Directie Juridische Zaken over toezending van de tekst aan het parlement.

§ 7.5. Bewaring en bekendmaking

Aanwijzing 318

In spoedgevallen kan een voorstel tot goedkeuring van een verdrag bij de Afdeling advisering van de Raad van State aanhangig worden gemaakt, voordat ondertekening van het verdrag heeft plaatsgevonden, mits de besluitvorming in de ministerraad over de tekst van het verdrag, de toelichting daarop en de overige voor de goedkeuring door de Staten-Generaal noodzakelijke stukken is afgerond.

Aanwijzing 319
1.

Voor de brief aan de Koningin waarbij een minister een verdrag aanbiedt met het oog op stilzwijgende goedkeuring met het verzoek dit bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk aanhangig te maken, wordt het volgende model gevolgd:

Aan de Koningin

Verdrag … (naam van het verdrag met plaats en datum en Tractatenbladnummer indien mogelijk)

Daartoe gemachtigd door de ministerraad van het Koninkrijk bied ik Uwe Majesteit (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van …,) de tekst van bovengenoemd verdrag aan. Dit verdrag gaat vergezeld van een toelichtende nota. (Over de tekst van dit verdrag is overeenstemming bereikt met ... (aanduiding van de wederpartij(en)) en het zal binnenkort tot stand worden gebracht.)

Het verdrag behoeft de goedkeuring van de Staten-Generaal alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden gebonden.

In verband hiermee neemt de Minister van Buitenlandse Zaken zich voor het verdrag ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten.

Ik moge U verzoeken het verdrag aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter advisering voor te leggen en de Afdeling advisering te machtigen haar advies rechtstreeks aan mij te doen toekomen (en afschrift van het advies toe te zenden aan mijn bovenvermelde ambtgenoot).

De Minister van/voor ...

2.

Indien een verdrag niet mede zal gelden voor een of meerdere landen van het Caribische deel van het Koninkrijk, wordt het volgende model gevolgd:

Aan de Koningin

Verdrag … (naam van het verdrag met plaats en datum en Tractatenbladnummer indien mogelijk)

Daartoe gemachtigd door de ministerraad (van het Koninkrijk) bied ik Uwe Majesteit (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van …,) de tekst van bovengenoemd verdrag aan. Dit verdrag gaat vergezeld van een toelichtende nota. (Over de tekst van dit verdrag is overeenstemming bereikt met ... (aanduiding van de wederpartij(en)) en het zal binnenkort tot stand worden gebracht.)

Het verdrag behoeft de goedkeuring van de Staten-Generaal alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden gebonden.

De ministerraad (van het Koninkrijk) heeft vastgesteld dat het verdrag niet zal gelden voor voor Nederland / voor Aruba / voor Curaçao / voor Sint Maarten en evenmin/maar wel voor Nederland / voor Aruba/ voor Curaçao/ voor Sint Maarten anderszins raakt in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.

In verband hiermee neemt de Minister van Buitenlandse Zaken zich voor het verdrag ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens/doch niet over te leggen aan de Staten van Aruba/ Curaçao/ Sint Maarten.

Ik moge U verzoeken het verdrag aan de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) ter advisering voor te leggen en de Afdeling advisering te machtigen haar advies rechtstreeks aan mij te doen toekomen (en afschrift van het advies toe te zenden aan mijn bovenvermelde ambtgenoot).

De Minister van/voor ...

Aanwijzing 320

Voor de brief aan de Koningin waarbij een minister een voorstel van wet tot goedkeuring van een verdrag aanbiedt met het verzoek dit bij de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) aanhangig te maken, wordt het volgende model gevolgd:

Aan de Koningin

Voorstel van (rijks)wet, houdende goedkeuring van … (naam van het verdrag met plaats en datum en Tractatenbladnummer indien mogelijk)

Daartoe gemachtigd door de ministerraad (van het Koninkrijk) bied ik Uwe Majesteit (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van/voor …,) het bovenvermelde voorstel van (rijks)wet aan. Het voorstel gaat vergezeld van een memorie van toelichting en van de tekst van het verdrag waarop het voorstel betrekking heeft.

(Eventueel: De ministerraad (van het Koninkrijk) heeft vastgesteld dat het verdrag niet zal gelden voor voor Nederland / voor Aruba / voor Curaçao / voor Sint Maarten en evenmin/maar wel voor Nederland / voor Aruba / voor Curaçao / voor Sint Maarten anderszins raakt in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.)

Ik moge U verzoeken het voorstel aan de Raad van State (van het Koninkrijk) ter advisering voor te leggen en de Afdeling advisering van de Raad te machtigen haar advies rechtstreeks aan mij te doen toekomen (en afschrift van het advies toe te zenden aan mijn bovenvermelde ambtgenoot).

De Minister van/voor …

Aanwijzing 321

Indien ten aanzien van een ter stilzwijgende goedkeuring aan de Staten-Generaal overgelegd verdrag de wens te kennen is gegeven dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring zal worden onderworpen en de Afdeling advisering van de Raad van State niet opnieuw gehoord wordt, wordt voor de brief waarbij een minister het desbetreffende voorstel van (rijks)wet aan de Koningin voorlegt, het volgende model gevolgd:

Aan de Koningin

Voorstel van (rijks)wet, houdende goedkeuring van . . . (naam van het verdrag met plaats en datum en Tractatenbladnummer)

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van ..., nr. …, machtigde Uwe Majesteit de Minister van Buitenlandse Zaken het verdrag waarop het bovenvermelde voorstel van (rijks)wet betrekking heeft, met het oog op stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de beide kamers der Staten-Generaal en aan de Staten van Aruba/ Curaçao/Sint Maarten.

Bij brieven van … heeft de Minister van Buitenlandse Zaken vervolgens het verdrag overgelegd (Kamerstukken II ...).

Op … hebben … leden van de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de wens te kennen gegeven dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal zal worden onderworpen.

In verband hiermee bied ik U (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van ...,) het hierbovenvermelde voorstel van (rijks)wet aan.

Op grond van artikel 19, onder b, van de Wet op de Raad van State kan het horen van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) achterwege blijven aangezien de Afdeling advisering al gehoord is in het kader van de stilzwijgende goedkeuringsprocedure.

Ik moge U derhalve verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van (rijks)wet en de memorie van toelichting rechtstreeks aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (, de Staten van Aruba/ Curaçao/Sint Maarten) te zenden.

De Minister van/voor . . .

Aanwijzing 322

Indien zich in het in aanwijzing 321 bedoelde geval geen nieuwe omstandigheden hebben voorgedaan, wordt in de memorie van toelichting geen extra toelichting gegeven en wordt daarvoor het volgende model gevolgd:

Op ... (datum) gaven … (aantal) leden van de (Eerste)(Tweede) Kamer der Staten-Generaal, overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de wens te kennen dat het op . . . te . . . tot stand gekomen Verdrag …, overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal (en de Staten van Aruba/ Curaçao/ Sint Maarten) bij brieven van ..., Kamerstukken …, aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal zal worden onderworpen. Het onderhavige voorstel van (rijks)wet strekt daartoe.

Ter toelichting verwijzen wij naar de toelichtende nota die bij bovengenoemde brieven was gevoegd.

De Minister van . . .

Aanwijzing 323

Voor het nader rapport inzake stilzwijgende goedkeuring van een verdrag wordt het volgende model gevolgd:

Aan de Koningin

Verdrag ... (vermelding van de naam van het verdrag met plaats en datum van sluiting)

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van ..., nr. ..., machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) zijn advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd ..., nr. ..., bied ik U hierbij aan. Het verdrag geeft de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen (of: bespreking van de bezwaren of opmerkingen).

Ik moge U (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van/voor ...,) verzoeken de Minister van Buitenlandse Zaken te machtigen gevolg te geven aan zijn voornemen het verdrag vergezeld van de (gewijzigde) toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (en tevens over te leggen aan de Staten van Aruba/ Curaçao/ Sint Maarten).

De Minister van/voor ...

§ 7.7. Parlementaire goedkeuring en totstandbrenging van de binding

Aanwijzing 324

Aan het Kabinet der Koningin worden met het oog op de verkrijging van de machtiging tot overlegging van een verdrag ter stilzwijgende goedkeuring de volgende stukken gezonden:

  • a. het nader rapport;
  • b. een afschrift van het nader rapport;
  • c. het originele exemplaar van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State;
  • d. indien de tekst van de toelichtende nota afwijkt van de tekst die aan de Afdeling advisering is voorgelegd: het van de Afdeling advisering terug ontvangen exemplaar van de toelichtende nota;
  • e. de tekst van het verdrag met de toelichtende nota en eventuele bijlagen daarbij.
Aanwijzing 325

Aan het Kabinet van de Koningin worden met het oog op de indiening van een wetsvoorstel tot goedkeuring van een verdrag de stukken gezonden, bedoeld in aanwijzing 283, en voorts een exemplaar van het Tractatenblad met de tekst van het verdrag.

Aanwijzing 326
1.

In geval van stilzwijgende goedkeuring van een verdrag wordt dit, na daartoe van de Koningin verkregen machtiging, door de Minister van Buitenlandse Zaken overgelegd aan de beide kamers van de Staten-Generaal en, indien het verdrag Aruba, Curaçao, Sint Maarten of al die landen raakt, gelijktijdig aan de Staten van de betrokken landen. Daarbij worden meegezonden:

  • a. een Tractatenblad met de tekst van het verdrag;
  • b. de toelichtende nota en eventuele bijlagen daarbij.
2.

Tenzij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State instemmend luidt, of uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat en in het nader rapport geen nieuwe punten worden besproken, worden tevens de volgende stukken toegezonden:

  • a. een afschrift van het nader rapport;
  • b. een afschrift van het advies van de Afdeling advisering;
  • c. een stuk waarin de teksten zijn opgenomen van die gedeelten uit de aan de Afdeling advisering voorgelegde toelichtende nota, die na voorlegging aan de Afdeling zijn gewijzigd.
Aanwijzing 326a
1.

Voor overlegging van een verdrag aan de beide kamers der Staten-Generaal ter stilzwijgende goedkeuring wordt een zodanig tijdstip gekozen dat ten minste tweederde van de in artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen bedoelde termijn buiten een reces van de kamers valt.

2.

Indien het eerste lid niet in acht genomen kan worden, wordt dit bij de overlegging uitdrukkelijk en gemotiveerd vermeld.

Aanwijzing 327

Voordat de Minister van Buitenlandse Zaken, na verkregen parlementaire goedkeuring, de binding van het Koninkrijk aan een verdrag tot stand doet brengen, vergewist de Afdeling Verdragen van de Directie Juridische Zaken zich ervan bij de medebetrokken ministeries en in voorkomend geval bij de Gevolmachtigde Ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten dat er geen bezwaar bestaat tegen de totstandbrenging van de binding.

Aanwijzing 327a

Vervallen

Hoofdstuk 8. Voorbereiding en implementatie van communautaire regelgeving

§ 8.1. Begripsbepaling

Aanwijzing 328

Onder implementatie wordt in dit hoofdstuk verstaan: de uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen in het nationale recht door middel van het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften.

§ 7.6. Advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State

Aanwijzing 329

De hoofdstukken 2 tot en met 7 zijn van toepassing op de voorbereiding en totstandkoming van regelgeving ter implementatie van bindende EU-rechtshandelingen, voor zover hiervan niet wordt afgeweken in dit hoofdstuk.

Aanwijzing 330

Indien de te implementeren bindende EU-rechtshandeling tevens geldt voor de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, wordt hier rekening mee gehouden bij de vaststelling van het toepassingsbereik van de implementatieregeling.

Aanwijzing 331

Bij implementatie worden in de implementatieregeling geen andere regels opgenomen dan voor de implementatie noodzakelijk zijn.

Aanwijzing 332

Bepalingen uit bindende EU-rechtshandelingen die verplichten tot feitelijk handelen, worden niet geïmplementeerd.

Aanwijzing 333

Bij implementatie wordt zoveel mogelijk aangesloten bij instrumenten waarin de bestaande regelgeving reeds voorziet.

§ 8.3. Procedures bij implementatie

Aanwijzing 334

Bij de afweging op welk niveau van regeling implementatie dient plaats te vinden, komt, onverminderd de aanwijzingen 23 en 24, delegatie van regelgevende bevoegdheid eerder in aanmerking naarmate:

  • a. de te implementeren bindende EU-rechtshandeling de Nederlandse wetgever bij de uitvoering minder ruimte laat voor het maken van keuzen van beleidsinhoudelijke aard;
  • b. de te implementeren bindende EU-rechtshandeling gedetailleerder van aard is;
  • c. de termijn waarbinnen volgens de te implementeren bindende EU-rechtshandeling de implementatie moet geschieden korter is;
  • d. vaker verwacht mag worden dat in de toekomst de te implementeren bindende EU-rechtshandelingen wijzigingen zal ondergaan;
  • e. in het bestaande systeem van regelgeving waarin de implementatieregeling een plaats zal krijgen, vaker is gekozen voor delegatie van regelgevende bevoegdheid.
Aanwijzing 335

Bepalingen van een EU-verordening worden niet in nationale regelingen overgenomen, tenzij daarvoor een bijzondere reden bestaat.

Aanwijzing 336
1.

Het verwijzen naar een bepaling van bindende EU-rechtshandelingen zoals deze met inbegrip van toekomstige wijzigingen zal luiden (dynamische verwijzing), geschiedt door de enkele verwijzing in de tekst van de implementatieregeling naar de tekst van de Europese bepaling.

2.

Bij een dynamische verwijzing naar bepalingen van een EU-richtlijn wordt afzonderlijk aangegeven vanaf welk tijdstip wijzigingen van de desbetreffende bepalingen doorwerken in het Nederlandse recht. Hiervoor wordt in de implementatieregeling het volgende model gebruikt:

Een wijziging van ... (aanduiding van [de bepaling uit] de EU-richtlijn waarnaar is verwezen) gaat voor de toepassing van ... (aanduiding van de nationale regeling of de nationale bepaling waarin de verwijzing is opgenomen) gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.

3.

Indien het gewenst is dat een ander tijdstip kan worden gekozen, wordt aan het model, onder vervanging van de punt aan het slot door een komma, de volgende zinsnede toegevoegd:

tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

4.

Het verwijzen naar een bepaling van een bindende EU-rechtshandelingzoals die op een bepaald moment luidt (statische verwijzing), geschiedt door verwijzing naar de tekst van die bepaling volgens de volgende voorbeelden:

Richtlijn 2010/11/EU van de Commissie van 9 februari 2010 tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde warfarine als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen (PbEU 2010, L 37), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld.

Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG 1998, L 204), zoals deze laatstelijk gewijzigd is bij Richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998 (PbEG 1998, L 217).

§ 8.3. Procedures bij implementatie

Aanwijzing 337

In de eerste alinea van de toelichting bij een implementatieregeling wordt vermeld:

  • a. dat de regeling strekt tot implementatie, met een verwijzing naar de bindende EU-rechtshandeling overeenkomstig aanwijzing 89;
  • b. de uiterste datum waarop de implementatie moet zijn gerealiseerd;
  • c. een verwijzing naar het onderdeel van de toelichting waarin de transponeringstabel is opgenomen.
Aanwijzing 338
1.

De toelichting bij een regeling ter implementatie van een bindende EU-rechtshandeling bevat een transponeringstabel waaruit blijkt of en hoe de afzonderlijke bepalingen van de desbetreffende bindende EU-rechtshandeling zijn of worden geïmplementeerd. De transponeringstabel bevat een verwijzing naar de desbetreffende bindende EU-rechtshandeling overeenkomstig aanwijzing 89.

2.

Indien een bepaling uit de desbetreffende bindende EU-rechtshandeling ruimte laat voor, dan wel verplicht tot het maken van beleidskeuzes, wordt dit in de transponeringstabel aangegeven en wordt verwezen naar de passages in de toelichting waarin de door de regering gemaakte keuzes worden toegelicht.

3.

Indien een bepaling uit een bindende EU-rechtshandeling geen implementatie behoeft, wordt dit vermeld in de transponeringstabel. Hierbij wordt aangegeven wat de reden daarvan is, en wordt indien noodzakelijk verwezen naar de passages in de toelichting waar daar nader op wordt ingegaan.

4.

De transponeringstabel maakt onderdeel uit van de toelichting van de bij de bindende EU-rechtshandeling horende implementatieregeling(en).

Aanwijzing 339
1.

Indien een bindende EU-rechtshandeling implementatie behoeft en aan deze verplichting reeds uitvoering wordt gegeven door middel van bestaand recht, doet de eerstverantwoordelijke bewindspersoon onverwijld na het van kracht worden van de desbetreffende bindende EU-rechtshandeling mededeling in de Staatscourant van:

  • a. de te implementeren bindende EU-rechtshandeling;
  • b. de bestaande nationale regelingen door middel waarvan reeds aan de te implementeren bindende EU-rechtshandeling wordt voldaan;
  • c. de datum met ingang waarvan de te implementeren regeling in de Nederlandse rechtsorde van toepassing is dan wel vanaf welk tijdstip wijzigingen van de desbetreffende bepalingen van de bindende EU-rechtshandeling doorwerken in het Nederlandse recht;
2.

De mededeling kan achterwege blijven indien de implementatie geen materiële wijziging teweegbrengt in het geldende recht en de implementatie door middel van de bestaande nationale regelingen langs andere weg reeds genoegzaam is bekendgemaakt.

Aanwijzing 340
1.

Zij die deelnemen aan de voorbereiding van of de onderhandelingen over bindende EU-rechtshandelingendragen er zorg voor dat de (centrale) wetgevingsafdelingen van de betrokken ministeries daarbij worden ingeschakeld.

2.

De inschakeling vindt plaats in een zo vroeg mogelijk stadium, doch uiterlijk bij de invulling van het in aanwijzing 341 bedoelde formulier.

Aanwijzing 340a

Bij implementatie van een EG-verordening wordt steeds bezien of ontheffingsbepalingen in nationale wetgeving op het terrein van de verordening ongewijzigd kunnen worden toegepast dan wel aanpassing behoeven.

Aanwijzing 340b
1.

In nationale regelingen worden de instellingen, de besluiten en de lid-staten van de Europese Unie alsmede hun grondgebied als volgt aangeduid:

  • a. de Raad van de Europese Unie;
  • b. de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
  • c. het Europees Parlement;
  • d. het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen;
  • e. EG-besluit, EG-richtlijn en EG-verordening;
  • f. lid-staten van de Europese Unie;
2.

Indien het EU-besluit tevens geldt voor de Europese Economische Ruimte (EER), worden in afwijking van het eerste lid, onder f en g, de betrokken staten respectievelijk hun grondgebied aangeduid als:

  • a. de lidstaten van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
  • b. de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is.

§ 8.5. Vormgeving van regelingen met communautaire aspecten

Aanwijzing 341
1.

Met betrekking tot een aan Nederland toegezonden voorstel voor een bindende EU-rechtshandeling vult het eerstverantwoordelijke ministerie op verzoek van de Werkgroep beoordeling nieuwe Commissievoorstellen het daarvoor bestemde fiche in.

2.

Indien meer ministeries bij de uitvoering van de desbetreffende bindende EU-rechtshandeling zijn betrokken, geschiedt de invulling in overeenstemming met die ministeries.

3.

De invulling geschiedt door of in overeenstemming met de (centrale) wetgevingsafdeling van het voor de implementatie eerst verantwoordelijke ministerie.

4.

De ingevulde formulieren berusten bij het secretariaat van de Werkgroep beoordeling nieuwe Commissievoorstellen.

Aanwijzing 342
1.

Bij nieuwe voorstellen voor bindende EU-rechtshandelingen wordt door de eerstverantwoordelijke minister steeds bezien of er aanleiding is om ten behoeve van de bepaling van het Nederlandse standpunt adviescolleges en representatieve organisaties van belanghebbenden te raadplegen die de regering zou horen indien het regeringsvoorstellen betrof.

2.

In beginsel wordt over het ontwerp van een implementatieregeling geen advies gevraagd of extern overleg gevoerd en wordt een zodanig ontwerp niet voorgepubliceerd, ter inzage gelegd of anderszins extern bekendgemaakt.

Aanwijzing 343
1.

Indien vereist, wordt van een voorstel voor een EU-richtlijn door of in overeenstemming met de (centrale) wetgevingsafdeling van het eerstverantwoordelijke ministerie een implementatieplan opgesteld, zo nodig samen met andere betrokken ministeries.

2.

Het implementatieplan wordt binnen twee maanden na vaststelling van de desbetreffende EU-richtlijn bij de ICER-I ingediend, of, in het geval van de gewone wetgevingsprocedure met meer lezingen, binnen twee maanden na de mededeling van de Raad van de Europese Unie, bedoeld in artikel 294, vijfde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

3.

Het implementatieplan geeft zo gedetailleerd mogelijk weer op welke wijze de betrokken EU-richtlijn zal worden geïmplementeerd. Indien de kans groot is dat de uiteindelijke EU-richtlijn op voor de wijze van implementatie wezenlijke punten zal afwijken van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, wordt dit in het implementatieplan aangegeven met zo mogelijk een omschrijving van de mogelijke alternatieven voor de implementatie.

4.

Het eerstverantwoordelijke ministerie verwerkt de gegevens van het implementatieplan in het door het Ministerie van Buitenlandse Zaken beheerde elektronische voortgangssysteem.

Aanwijzing 344
1.

Indien voor implementatie van een bindende EU-rechtshandeling een algemene maatregel van bestuur nodig is, wordt het ontwerp daarvoor ten minste 9 maanden voor afloop van de implementatietermijn aan de ministerraad voorgelegd.

2.

Indien voor implementatie van een bindende EU-rechtshandeling een wet nodig is, wordt een voorstel daarvoor ten minste 18 maanden voor afloop van de implementatietermijn aan de ministerraad voorgelegd.

3.

In afwijking van het eerste of het tweede lid wordt het ontwerp respectievelijk het voorstel zo snel mogelijk doch uiterlijk 2 maanden na vaststelling van de bindende EU-rechtshandeling aan de ministerraad voorgelegd, indien de implementatietermijn bij vaststelling korter is dan 9 respectievelijk 18 maanden.

§ 8.5. Vormgeving van regelingen met EU-aspecten

Aanwijzing 345
1.

Bij de voorbereiding en vaststelling van implementatieregelingen beziet het eerstverantwoordelijke ministerie steeds of Europese verplichtingen ertoe noodzaken de Europese Commissie van het ontwerp van de implementatieregeling dan wel van de vastgestelde implementatieregeling in kennis te stellen.

2.

De notificatie van regelingen ter implementatie van EU-richtlijnen geschiedt elektronisch via het daartoe bestemde notificatiesysteem van de Europese Commissie.

3.

De notificatie van regelingen ter implementatie van andere soorten bindende EU-rechtshandelingen geschiedt schriftelijk aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, die de gegevens doorzendt aan de Europese Commissie en in voorkomende gevallen tevens aan de Raad van de Europese Unie.

4.

Door middel van de notificatie wordt de Europese Commissie in kennis gesteld van:

  • a. de daartoe voorgenomen of vastgestelde implementatieregelingen en de bijbehorende transponeringstabel(len);
  • b. de bestaande nationale regelingen die reeds aan de te implementeren bindende EU-rechtshandeling voldoen;
  • c. de datum met ingang waarvan de te implementeren bindende EU-rechtshandeling in de Nederlandse rechtsorde van toepassing is, of met ingang waarvan de effectieve werking ervan verzekerd is.
Aanwijzing 345a

Vervallen

Aanwijzing 346
1.

In gevallen waarin een besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen de verplichting bevat om de Commissie in kennis te stellen van de voorgenomen of vastgestelde nationale regelingen die strekken tot implementatie van dat besluit, stelt de eerstverantwoordelijke minister de Minister van Buitenlandse Zaken onverwijld in kennis van:

  • a. de daartoe voorgenomen of vastgestelde implementatieregelingen en de bijbehorende transponeringstabel(len);
  • b. de bestaande nationale regelingen waarmee reeds aan het te implementeren besluit wordt voldaan en de bijbehorende transponeringstabel;
  • c. de datum met ingang waarvan de te implementeren EU-regeling in de Nederlandse rechtsorde van toepassing is, of met ingang waarvan de effectieve werking ervan verzekerd is.
2.

Voor de inkennisstelling van een vastgestelde regeling ter implementatie van EG-richtlijnen wordt gebruikgemaakt van het daartoe bestemde elektronische notificatiesysteem van de Commissie. Dit geschiedt per individuele implementatieregeling door de voor die regeling verantwoordelijke minister.

3.

De inkennisstelling van een vastgestelde regeling in andere gevallen van implementatie dan genoemd in het tweede lid, geschiedt per brief. Hierbij wordt het volgende model als uitgangspunt genomen:

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

t.a.v. de Directie Integratie Europa

Hierbij verzoek ik u een brief met de navolgende inhoud en bijlagen door te geleiden naar het Secretariaat-Generaal van de Commissie van de Europese Gemeenschappen/ en het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Unie.

‘Ter uitvoering van artikel ... van de verordening (EG) nr. ... /kaderbesluit …/…/JBZ van de Raad van de Europese Unie/het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie/de Commissie van de Europese Gemeenschappen van ... tot/betreffende ... (PbEU L ...), deelt de Nederlandse regering U mede dat genoemd(e) verordening/kaderbesluit volledig/gedeeltelijk is geïmplementeerd door middel van ..., gepubliceerd in ....

Een afschrift van de officiële publicatie van de desbetreffende regeling(en) alsmede (een) transponeringstabel(len) is/zijn bijgevoegd. Met de regeling(en) is naar de mening van de Nederlandse regering de betrokken verordening/het betrokken kaderbesluit volledig/wat betreft de artikelen ... geïmplementeerd met ingang van….’.

Gaarne ontvang ik een afschrift van de uitgaande brief ten behoeve van het Ministerie van ... (directie/afdeling ...) (en het Ministerie van ... (directie/afdeling ...)).

4.

De Minister van Buitenlandse Zaken zendt de gegevens door aan de Commissie, en in voorkomende gevallen tevens aan de Raad. Bij een inkennisstelling per brief geschiedt dit via de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Europese Unie te Brussel.

Aanwijzing 347

Indien een besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen implementatie behoeft en hiervoor geen nieuwe regeling tot stand behoeft te worden gebracht, doet de eerstverantwoordelijke bewindspersoon onverwijld na het van kracht worden van dat besluit mededeling in de Staatscourant van:

  • a. het te implementeren besluit;
  • b. de bestaande nationale regelingen die reeds aan het te implementeren besluit voldoen;
  • c. de datum met ingang waarvan de te implementeren regeling in de Nederlandse rechtsorde van toepassing is.
Aanwijzing 10a
1.

Indien het noodzakelijk is de mogelijkheid te bieden dat in een lagere regeling bij wijze van experiment van een hogere wordt afgeweken, wordt in de hogere regeling bepaald op welke onderdelen van de hogere regeling de mogelijkheid tot afwijking betrekking heeft. In de lagere regeling wordt vermeld van welke onderdelen van de hogere regeling wordt afgeweken.

2.

Van een wet in formele zin wordt slechts afgeweken bij algemene maatregel van bestuur. Voor zover de experimenteerregeling nadere gedetailleerde uitwerking behoeft, kan de delegatiegrondslag met inachtneming van aanwijzing 26 voorzien in subdelegatie.

Aanwijzing 10b
1.

De wettelijke regeling die de grondslag biedt voor een experimentele regeling of een experiment bepaalt de maximale geldingsduur van de op basis daarvan vast te stellen experimentele regelingen of uit te voeren experimenten.

2.

In de toelichting bij een experimentele regeling wordt aangegeven hoe evaluatie van de regeling plaatsvindt. Indien een experimentele regeling een evaluatiebepaling bevat wordt het volgende model als uitgangspunt genomen:

‘Onze Minister van/voor ... zendt (in overeenstemming met Onze Minister van/voor ...) drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel .../dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting van die maatregel/dit besluit, anders dan als experiment.’

§ 2.2. Algemeen verbindende voorschriften

§ 2.3. Delegatie en mandaat van regelgevende bevoegdheid

§ 2.4. Parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving

§ 2.5. Beleidsregels

§ 2.6. Harmonisatie

Hoofdstuk 3. Algemene aspecten van vormgeving

§ 3.1. Algemene terminologische punten

Aanwijzing 71a
1.

Voor de aanduiding van bedragen in euro’s wordt het euroteken ‘€’ gebruikt.

2.

Voor de aanduiding van bedragen in de munteenheden van de Caribische delen van het Koninkrijk worden de NEN/ISO-aanduidingen gebruikt:

  • –. Aruba (de Arubaanse florin): AWG;
  • –. Curaçao en Sint Maarten (de Nederlands-Antilliaanse gulden): ANG;
  • –. Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de dollar): USD.

§ 3.2. Aanduiding van ministers en staatssecretarissen

§ 3.3. Aanhaling en verwijzing

Aanwijzing 92a
1.

Indien een regeling verwijst naar normen die niet in de Nederlandse taal zijn gesteld en op overtreding van die normen een strafrechtelijke of bestraffende bestuursrechtelijke sanctie is gesteld, worden die normen in het Nederlands vertaald.

2.

De vertaling wordt in de Staatscourant geplaatst. Indien de vertaalde normen slechts van belang zijn voor een kleine groep personen of de kenbaarheid van de vertaling op een andere wijze voldoende is verzekerd voor alle belanghebbenden, kan de vertaling worden gepubliceerd in een ander van overheidswege verkrijgbaar gesteld publicatieblad of door middel van terinzagelegging. Van deze wijze van publicatie wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op normen die worden vertaald krachtens de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.

§ 3.4. Hoofdletters

§ 3.4. Hoofdletters

Hoofdstuk 4. Bijzondere bestanddelen van regelingen

§ 4.1. Opschrift

§ 4.2. Aanhef

§ 4.3. Considerans

§ 4.5. Citeertitel

§ 4.6a. Koppeling van overheidsprestaties aan juiste inschrijving in GBA

§ 5.1. Begripsbepalingen

Aanwijzing 130c

Indien een publiekrechtelijke regeling voorziet in het ontstaan van enigerlei recht dat zich naar zijn aard leent voor overgang op anderen, wordt die overgang óf uitgesloten óf geregeld.

§ 5.2. Caribisch Nederland

§ 5.3. Adviescolleges

Aanwijzing 131c
1.

Voor zover een regeling, die niet strekt tot implementatie van bindende EU-rechtshandelingen, eisen stelt aan goederen, keuringen of diensten, wordt tevens een clausule van wederzijdse erkenning opgenomen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op regelingen die uitsluitend gelden in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3.

Voor een clausule van wederzijdse erkenning worden de volgende modellen als uitgangspunt genomen:

(Goederen)

Met ..... (aanduiding van de desbetreffende goederen) als bedoeld in deze wet/dit besluit/deze regeling worden gelijkgesteld (desbetreffende goederen) die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend Verdrag, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

(Keuringen)

Met een ..... (aanduiding van het desbetreffende document) als bedoeld in deze wet/dit besluit/deze regeling wordt gelijkgesteld een verklaring van goedkeuring, afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke verklaring is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd.

(Diensten)

Met de beroepseisen ter zake van…..(aanduiding van de desbetreffende dienst) als bedoeld in deze wet/dit besluit/deze regeling worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

§ 5.4. Zelfstandige bestuursorganen

§ 4.9. Sancties

§ 4.10. Bestuursrechtelijke rechtsbescherming

§ 5.8a. Openbaarheid van overheidsinformatie

§ 4.12a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba

§ 5.10. Sancties

§ 4.15. Inwerkingtreding

§ 5.12. Doorberekening van toelatings- en handhavingskosten

§ 4.16. Tijdelijke regelingen

§ 4.19. Slotformulier

§ 5.16. Tijdelijke regelingen

§ 4.20. Ondertekening

§ 4.21. Toelichting

Hoofdstuk 5. Wijziging en intrekking van regelingen

§ 5.1. Wijziging van regelingen

Aanwijzing 229

Bij complexe wijzigingsvoorstellen wordt ter verduidelijking van de voorgestelde wijzigingen in een wet of algemene maatregel van bestuur, een vergelijkend overzicht van de te wijzigen bepalingen en de voorgestelde bepalingen aan de Raad van State, respectievelijk aan de Tweede en Eerste Kamer gezonden.

Aanwijzing 232

Het beëindigen van de gelding van een gehele regeling wordt aangeduid met het werkwoord "intrekken", het schrappen van een artikel of ander onderdeel van een regeling met het werkwoord " vervallen"

Voorbeelden:

  • -. De Wet rampenplannen wordt ingetrokken.
  • -. Artikel 25, tweede lid, vervalt.
Aanwijzing 236
1.

De nummering van bij wijziging ingevoegde artikelen geschiedt door toevoeging aan bestaande artikelnummers van a, b enzovoort.

2.

Een eenmaal aangevangen wijze van nummering wordt voortgezet.

Aanwijzing 237

Bij wijziging van regelingen waarvan de leden van de artikelen niet zijn genummerd, kan alsnog nummering plaatsvinden, maar alleen indien de leden van alle artikelen van een hoofdstuk, titel, afdeling of paragraaf worden genummerd.

§ 7.3. Advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State

§ 7.2. Notificatie van ontwerpregelingen

§ 7.3. Advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State

Aanwijzing 248a

Een nota van wijziging met inhoudelijke betekenis die tijdens de schriftelijke behandeling van een wetsvoorstel wordt ingediend, wordt ter toetsing voorgelegd aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Hoofdstuk 6. Procedures

Aanwijzing 256a
1.

In de toelichting bij ontwerpregelingen worden door het eerstverantwoordelijke ministerie in daarvoor in aanmerking komende gevallen de gevolgen van de regeling voor decentrale overheden uiteengezet.

2.

De wijze waarop dit aspect is verantwoord in de toelichting bij de regeling wordt getoetst door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Aanwijzing 258

Vervallen

§ 6.1 a. Notificatie

§ 8.1. Verdragen

Aanwijzing 277a

Vervallen

Aanwijzing 277b

Vervallen

§ 9.1. Begripsbepaling en toepassingsbereik

§ 6.3. Parlementaire behandeling van regeringsvoorstellen van wet

§ 7.1. Voorbereiding van verdragen

§ 7.2. Voorbereiding en implementatie van besluiten van volkenrechtelijke organisaties

Hoofdstuk 7. Verdragen

§ 7.1. Voorbereiding van verdragen

§ 7.2. Voorbereiding en implementatie van besluiten van volkenrechtelijke organisaties

§ 7.2. Voorbereiding en implementatie van besluiten van volkenrechtelijke organisaties

§ 7.4. Behandeling in de ministerraad

§ 7.5. Bewaring en bekendmaking

§ 7.6. Advisering door de Raad van State

§ 8.1. Begripsbepaling

Hoofdstuk 8. Voorbereiding en implementatie van EU-regelgeving

§ 8.2. Voorbereiding van EU-regelgeving

§ 8.2. Algemene uitgangspunten bij implementatie

Aanwijzing 337a

Bepalingen uit EU-regelingen die verplichten tot feitelijk handelen, worden niet geïmplementeerd.

§ 8.5. Vormgeving van regelingen met EU-aspecten

§ 8.6. Kennisgeving van (ontwerp-)implementatieregelingen aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen

Aanwijzing 5a

Voor het normeren van gedragingen, handelingen of bevoegdheden worden algemeen verbindende voorschriften, interne regelingen of beleidsregels gebruikt.

§ 2.2. Algemeen verbindende voorschriften

§ 2.3. Delegatie en mandaat van regelgevende bevoegdheid

Aanwijzing 33a
    1. In een hogere regeling wordt niet toegestaan dat daarvan bij lagere regeling wordt afgeweken.
    1. Het eerste lid is niet van toepassing op:
  • a. afwijkende regelingen die bij wijze van experiment worden ingevoerd;
  • b. afwijkende regelingen ten behoeve van noodsituaties.

§ 2.4. Parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving

§ 2.5. Beleidsregels

§ 3.1. Algemene terminologische punten

Hoofdstuk 3. Algemene aspecten van vormgeving

§ 3.1. Algemene terminologische punten

§ 3.2. Aanduiding van ministers en staatssecretarissen

§ 3.3. Aanhaling en verwijzing

§ 3.5. Indeling

Hoofdstuk 4. Bijzondere bestanddelen van regelingen

§ 4.1. Opschrift

§ 4.2. Aanhef

§ 4.4. Inwerkingtreding

§ 4.4. Begripsbepalingen

§ 4.5. Adviescolleges en interdepartementale commissies

§ 4.6. Bekendmaking

§ 4.6. Toekenning van bestuursbevoegdheden

Aanwijzing 130ab
1.

Indien bevoegdheden aan gemeenten en provincies of aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden toegekend:

  • a. wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, het vaststellen van de kaders van het beleid en het nemen van een besluit dat een sterke democratische legitimatie nodig heeft, in beginsel toegekend aan de gemeenteraad of de eilandsraad dan wel provinciale staten.
  • b. wordt de bevoegdheid tot het vaststellen of uitvoeren van beleid en het vaststellen van besluiten, niet zijnde algemeen verbindende voorschriften, in beginsel toegekend aan het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege dan wel gedeputeerde staten.
2.

De termen gemeentebestuur, eilandsbestuur en provinciebestuur worden vermeden. De term gemeente of provincie wordt uitsluitend gehanteerd als aanduiding van de rechtspersoon gemeente of provincie of het gebied van de gemeente of provincie.

3.

De term openbare lichamen, als aanduiding van de rechtspersonen openbaar lichaam Bonaire, openbaar lichaam Sint Eustatius of openbaar lichaam Saba of als aanduiding van het gebied van die openbare lichamen, wordt uitsluitend gebruikt, indien uit de regeling volgt dat de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bedoeld zijn.

§ 4.9. Toelichting

§ 4.6B. Overgang van rechten krachten publiekrecht

§ 4.7. Hardheidsclausules

§ 4.7A. Wederzijdse erkenning van goederen, keuringen en diensten

§ 4.8. Toezicht en opsporing

§ 4.9. Sancties

§ 4.10. Bestuursrechtelijke rechtsbescherming

§ 4.11. Informatievoorziening

§ 5.7. Regels betreffende goederen, keuringen en diensten

Aanwijzing 163a
1.

Indien het wenselijk is kosten voor toelating door te berekenen, wordt het volgende model als uitgangspunt genomen:

  • a. voor de afgifte van documenten:
    1. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van de vergunning / de ontheffing / het diploma / de concessie (etc.) en van de overige documenten die bij of krachtens deze wet worden afgegeven (, alsmede van duplicaten en gewaarmerkte afschriften van deze documenten), worden ten laste gebracht van de aanvrager van het document.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)