Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 20 juni 2002 houdende Wet op het onderwijstoezicht

61 versions · 2025-01-01
2025-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2024-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2023-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2022-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15

Wijzigingen op 2022-08-01

@@ -28,7 +28,7 @@
- –. [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549),
- –. [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399),
- –. [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212),
- –. [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625),
@@ -50,13 +50,11 @@
- –. [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280)
- –. [Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284)
- –. [Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395), of
- –. [Wet sociale kanstrajecten jongeren BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028506)
- e. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs, waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de [artikelen 174, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=174), en [176, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=176), [154, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=154), en [155, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=155), en [118n, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=118n), en [118p, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=118p),
- e. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs, waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de [artikelen 174, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=174), en [176, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=176), [154, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=154), en [155, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=155), en [7.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=7.29), en [7.32, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=7.32),
- f. voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in de [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1),
@@ -64,21 +62,21 @@
- h. instelling voor hoger onderwijs: een instelling als bedoeld in [artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.2),
- i. samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=1) en [artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=1),
- i. samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=1) en [artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=1.1),
- ia. Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven: de rechtspersoon, bedoeld in [1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.5.1),
- j. regionaal expertisecentrum: regionaal expertisecentrum als bedoeld in [artikel 28b van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28b), waaronder begrepen de commissie voor de indicatiestelling die door het regionaal expertisecentrum in stand wordt gehouden,
- k. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) of de [Leerplichtwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030281) betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling, en met dien verstande dat waar het het toezicht op de uitoefening van de taken van het samenwerkingsverband betreft hieronder wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 18a, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=18a) en [artikel 17a, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=17a),
- k. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) of de [Leerplichtwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030281) betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling, en met dien verstande dat waar het het toezicht op de uitoefening van de taken van het samenwerkingsverband betreft hieronder wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 18a, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=18a) en [artikel 2.47, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.47),
- l. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, vavo-student, mbo-student, ho-student of extraneus als bedoeld in een onderwijswet,
- l1. mbo-student: student als bedoeld in[artikel 1.1.1, onderdeel n2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.1.1),
- l1. mbo-student: student als bedoeld in[artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.1.1),
- l2. ho-student: degene die hoger onderwijs volgt als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1),
- l3. vavo-student: vavo-student als bedoeld in [artikel 1.1.1, onderdeel n4, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.1.1),
- l3. vavo-student: vavo-student als bedoeld in [artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.1.1),
- m. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers,
@@ -108,7 +106,7 @@
- b. het bevorderen van:
- 1°. de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan en het bestuur van instellingen als bedoeld in de onderwijswetten met uitzondering van de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682) voor zover het niet betreft het onderzoek bedoeld in [artikel 12a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2022-04-01&g=2022-04-01),
- 1°. de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan en het bestuur van instellingen als bedoeld in de onderwijswetten met uitzondering van de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682) voor zover het niet betreft het onderzoek bedoeld in [artikel 12a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2022-08-01&g=2022-08-01),
- 2°. de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de samenwerkingsverbanden,
@@ -124,11 +122,11 @@
2. Onze Minister kan de inspectie mandaat verlenen om:
- a. de bekostiging voor ten hoogste vijftien procent in te houden of geheel of gedeeltelijk op te schorten, op grond van [artikel 155 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=155), [artikel 123 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=123), [artikel 133 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=133), [artikel 104 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=104), [artikel 184 van de Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284&artikel=184), [artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=11.1), [artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=10.2), [artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=15.1) of [artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020685&artikel=38);
- a. de bekostiging voor ten hoogste vijftien procent in te houden of geheel of gedeeltelijk op te schorten, op grond van [artikel 155 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=155), [artikel 123 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=123), [artikel 133 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=133), [artikel 10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=10.1), [artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=11.1), [artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=10.2), [artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=15.1) of [artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020685&artikel=38);
- b. een subsidie lager vast te stellen, te wijzigen, of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen op grond van de [afdelingen 4.2.5 tot en met 4.2.7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.2.5);
- c. bij of krachtens de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549), de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de [Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284), de [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625), de [Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395) of de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682) correcties aan te brengen of bedragen in mindering te brengen op de bekostiging;
- c. bij of krachtens de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549), de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212), de [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625), de [Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395) of de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682) correcties aan te brengen of bedragen in mindering te brengen op de bekostiging;
- d. voor zover het niet de enige opleiding in zijn soort betreft, een waarschuwing als bedoeld in de [artikelen 6.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.5), [6.1.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.5b), [6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.3), [6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.3b) en [6.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.3.2) en de [artikelen 6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.2.3), [6.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.2.4) en [6.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.3.1) te geven, of een besluit als bedoeld in de [artikelen 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.4), [6.1.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.5b), [6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.2), [6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.3b) en [6.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.3.2) en de [artikelen 6.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.2.1), [6.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.2.4) en [6.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.3.1) te nemen;
@@ -160,7 +158,7 @@
- c. onderwijsdeelnemers, ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, besturen, ouders, op instellingen ingestelde klachtencommissies en op instellingen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering als bedoeld onder a of b.
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
- a. het fungeren als aanspreekpunt,
@@ -176,7 +174,7 @@
5. De vertrouwensinspecteur is bevoegd bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in [paragraaf 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&paragraaf=3.1) onderscheidenlijk [paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&paragraaf=3.2) te verwerken met betrekking tot de personen, bedoeld in het eerste lid, indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering kan worden afgeleid.
6. De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2022-04-01&g=2022-04-01), worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen.
6. De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2022-08-01&g=2022-08-01), worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen.
7. In afwijking van het zesde lid is de vertrouwensinspecteur bevoegd rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Veiligheid en Justitie vallende instanties in kennis te stellen van een geval of vermoeden van een geval van psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering:
@@ -204,7 +202,7 @@
##### Artikel 9. Bevoegdheden
1. Bij de uitoefening van de taken van de inspectie zijn, voorzover deze niet het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, sub 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-04-01&g=2022-04-01), gegeven voorschriften betreffen, de [artikelen 5:12 tot en met 5:17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:12) en [5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) van overeenkomstige toepassing.
1. Bij de uitoefening van de taken van de inspectie zijn, voorzover deze niet het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, sub 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-08-01&g=2022-08-01), gegeven voorschriften betreffen, de [artikelen 5:12 tot en met 5:17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:12) en [5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) van overeenkomstige toepassing.
2. De bevoegdheden, bedoeld in de artikelen genoemd in het eerste lid, worden uitgeoefend door daartoe door Onze Minister aangewezen personen.
@@ -224,13 +222,13 @@
##### Artikel 10. Reikwijdte
De [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn niet van toepassing op de instellingen voor hoger onderwijs.
De [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zijn niet van toepassing op de instellingen voor hoger onderwijs.
##### Artikel 11. Regulier onderzoek basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks met inachtneming van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-04-01&g=2022-04-01) het onderwijs aan elke instelling. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de naleving van wettelijke voorschriften door de instelling en maakt zij aan de instelling haar bevindingen bekend over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan de instelling.
2. De inspectie verricht het onderzoek aan de hand van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en, indien het betreft een instelling als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), aan de hand van de volgende indicatoren:
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks met inachtneming van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) het onderwijs aan elke instelling. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de naleving van wettelijke voorschriften door de instelling en maakt zij aan de instelling haar bevindingen bekend over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan de instelling.
2. De inspectie verricht het onderzoek aan de hand van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en, indien het betreft een instelling als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) of de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212), aan de hand van de volgende indicatoren:
- a. schoolplan,
@@ -240,9 +238,9 @@
- d. informatie uit de jaarstukken, met inbegrip van het financieel jaarverslag,
- e. beschikbare signalen over mogelijke knelpunten, waaronder het gevoerde personeelsbeleid, voor zover daar op grond van [artikel 6a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=6a&z=2022-04-01&g=2022-04-01), aanleiding toe bestaat.
3. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, een redelijk vermoeden voortvloeit dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften, stelt de inspectie nader onderzoek in, waarbij tevens de oorzaken van het tekortschieten worden onderzocht. Dit nader onderzoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de Wet op de [expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549), de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) of de [Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284), aan de hand van het schoolplan.
- e. beschikbare signalen over mogelijke knelpunten, waaronder het gevoerde personeelsbeleid, voor zover daar op grond van [artikel 6a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=6a&z=2022-08-01&g=2022-08-01), aanleiding toe bestaat.
3. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, een redelijk vermoeden voortvloeit dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften, stelt de inspectie nader onderzoek in, waarbij tevens de oorzaken van het tekortschieten worden onderzocht. Dit nader onderzoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de Wet op de [expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) of de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212), aan de hand van het schoolplan.
4. Indien de inspectie naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, oordeelt dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften verricht zij na ten hoogste één jaar onderzoek naar de verbeteringen die de instelling heeft gerealiseerd.
@@ -252,35 +250,35 @@
7. Het tweede lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing op de instellingen, bedoeld in de [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625) of de [Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395).
8. De inspectie bezoekt ten minste elke vier jaar een representatief aantal van de onder een bestuur ressorterende instellingen. Bij dit periodiek instellingsbezoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549), de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) of de [Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284), het onderzoek aan de hand van het schoolplan.
8. De inspectie bezoekt ten minste elke vier jaar een representatief aantal van de onder een bestuur ressorterende instellingen. Bij dit periodiek instellingsbezoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) of de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212), het onderzoek aan de hand van het schoolplan.
##### Artikel 12. Onderzoek op basis van verantwoording
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2022-04-01&g=2022-04-01) uit van openbare verantwoordingsinformatie over de resultaten en de kwaliteit van het onderwijs, de financiële situatie van de instelling en de wijze waarop de professionaliteit van de instelling en het bestuur is gewaarborgd.
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2022-08-01&g=2022-08-01) uit van openbare verantwoordingsinformatie over de resultaten en de kwaliteit van het onderwijs, de financiële situatie van de instelling en de wijze waarop de professionaliteit van de instelling en het bestuur is gewaarborgd.
2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, is richtinggevend voor het oordeel van de inspectie, indien deze voldoende actueel en betrouwbaar is.
##### Artikel 13. Onderzoekskaders
1. Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie kaders vast waarin de werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en voor de toepassing van de artikelen [11a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11a&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [11b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11b&z=2022-04-01&g=2022-04-01) is vastgelegd. In de kaders wordt onderscheid aangebracht tussen de in[artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), bedoelde taken.
2. Voorafgaand aan de voordracht, bedoeld in het eerste lid, voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen. Ten behoeve van het in de vorige volzin bedoelde overleg brengt de inspectie onderscheid aan tussen de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), bedoelde taken, en vermeldt zij, voor zover het de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a bedoelde taak betreft, welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften van toepassing zijn. De inspectie maakt van het overleg een verslag, dat door Onze Minister aan de Staten-Generaal wordt gezonden.
1. Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie kaders vast waarin de werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en voor de toepassing van de artikelen [11a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11a&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [11b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11b&z=2022-08-01&g=2022-08-01) is vastgelegd. In de kaders wordt onderscheid aangebracht tussen de in[artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde taken.
2. Voorafgaand aan de voordracht, bedoeld in het eerste lid, voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen. Ten behoeve van het in de vorige volzin bedoelde overleg brengt de inspectie onderscheid aan tussen de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde taken, en vermeldt zij, voor zover het de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a bedoelde taak betreft, welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften van toepassing zijn. De inspectie maakt van het overleg een verslag, dat door Onze Minister aan de Staten-Generaal wordt gezonden.
3. Een kader, bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
##### Artikel 14. Informeren van Onze Minister
1. Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in [artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=10a), [artikel 19a van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=19a) en [artikel 23a1, eerste of vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23a1) dan wel de instelling tekortschiet in de naleving van andere wettelijke voorschriften, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen.
2. De inspectie informeert Onze Minister indien de leerresultaten ernstig en langdurig tekortschieten als bedoeld in [artikel 10a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=10a) of [artikel 23a1, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23a1), en uit het onderzoek naar de kwaliteitsverbeteringen, bedoeld in [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-04-01&g=2022-04-01), blijkt dat na één jaar sprake is van onvoldoende verbeteringen.
1. Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in [artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=10a), [artikel 19a van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=19a) en [artikel 2.94, eerste of derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.94) dan wel de instelling tekortschiet in de naleving van andere wettelijke voorschriften, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen.
2. De inspectie informeert Onze Minister indien de leerresultaten ernstig en langdurig tekortschieten als bedoeld in [artikel 10a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=10a) of [artikel 2.94, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.94), en uit het onderzoek naar de kwaliteitsverbeteringen, bedoeld in [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-08-01&g=2022-08-01), blijkt dat na één jaar sprake is van onvoldoende verbeteringen.
3. De inspectie stelt het bestuur van de betreffende instelling in kennis van haar voorstellen aan Onze Minister.
##### Artikel 15. Specifiek onderzoek basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-04-01&g=2022-04-01), kan de inspectie ter uitvoering van haar taken, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister specifiek onderzoek verrichten.
2. [Artikel 11, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-04-01&g=2022-04-01), is van overeenkomstige toepassing. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet.
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-08-01&g=2022-08-01), kan de inspectie ter uitvoering van haar taken, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister specifiek onderzoek verrichten.
2. [Artikel 11, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-08-01&g=2022-08-01), is van overeenkomstige toepassing. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet.
### Hoofdstuk 3a. Toezicht regionaal expertisecentrum
@@ -322,9 +320,9 @@
##### Artikel 20. Vaststelling van inspectierapporten
1. De inspectie legt haar oordelen en bevindingen naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-04-01&g=2022-04-01), dan wel [artikel 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2022-04-01&g=2022-04-01), vast in een inspectierapport. In het inspectierapport wordt onderscheid aangebracht tussen oordelen op grond van de in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), bedoelde taak en bevindingen op grond van de in artikel, eerste lid, onderdeel b, bedoelde taak.
2. De inspectie vermeldt ten aanzien van de in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), bedoelde taak, op welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften haar oordeel betrekking heeft. Indien de inspectie oordeelt dat een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift niet is nageleefd, vermeldt zij dit in het rapport.
1. De inspectie legt haar oordelen en bevindingen naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-08-01&g=2022-08-01), dan wel [artikel 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2022-08-01&g=2022-08-01), vast in een inspectierapport. In het inspectierapport wordt onderscheid aangebracht tussen oordelen op grond van de in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde taak en bevindingen op grond van de in artikel, eerste lid, onderdeel b, bedoelde taak.
2. De inspectie vermeldt ten aanzien van de in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde taak, op welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften haar oordeel betrekking heeft. Indien de inspectie oordeelt dat een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift niet is nageleefd, vermeldt zij dit in het rapport.
3. Alvorens een rapport vast te stellen, stelt de inspectie het bestuur in de gelegenheid van het ontwerp-rapport kennis te nemen en daarover overleg te voeren.
@@ -332,13 +330,13 @@
5. De inspectie zendt het inspectierapport na vaststelling daarvan onverwijld aan het bestuur.
6. Het inspectierapport waarin de inspectie tot het oordeel komt dat de kwaliteit van het onderwijs of de opleiding zeer zwak is, als bedoeld in [artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=10a), [artikel 19a van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=19a), [artikel 23a1, eerste of vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23a1), en de [artikelen 6.1.4b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.4b) en [6.2.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.2a) geldt na vaststelling als een besluit in de zin van de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537).
6. Het inspectierapport waarin de inspectie tot het oordeel komt dat de kwaliteit van het onderwijs of de opleiding zeer zwak is, als bedoeld in [artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=10a), [artikel 19a van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=19a), [artikel 2.94, eerste en derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.94), en de [artikelen 6.1.4b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.4b) en [6.2.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.2a) geldt na vaststelling als een besluit in de zin van de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537).
##### Artikel 21. Openbaarmaking van inspectierapporten
1. De inspectie maakt een inspectierapport in de vijfde week na vaststelling daarvan openbaar.
2. Indien voor de vijfde week na vaststelling van het inspectierapport, bedoeld in [artikel 20, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2022-04-01&g=2022-04-01), wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in [artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:81), wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan.
2. Indien voor de vijfde week na vaststelling van het inspectierapport, bedoeld in [artikel 20, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2022-08-01&g=2022-08-01), wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in [artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:81), wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan.
3. Tevens verstrekt de inspectie een inspectierapport op verzoek. De inspectie kan een vergoeding van kosten vragen overeenkomstig een door haar vast te stellen tarief voor de afgifte van een inspectierapport.
@@ -362,7 +360,7 @@
##### Artikel 24. Raad van advies inzake de inspectie
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2022-04-01&g=2022-04-01).
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
2. De raad bestaat uit ten minste drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
@@ -420,7 +418,7 @@
##### Artikel 34. Evaluatie register vrijstellingen en vervangende leerplicht
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van [paragraaf 4 van hoofdstuk 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=4&z=2022-04-01&g=2022-04-01) van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de realisatie van de volgende doelstellingen van het register vrijstellingen en vervangende leerplicht:
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van [paragraaf 4 van hoofdstuk 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de realisatie van de volgende doelstellingen van het register vrijstellingen en vervangende leerplicht:
- a. verbetering van de handhaving van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) door de leerplichtambtenaar;
@@ -444,7 +442,7 @@
##### Artikel 15b. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
[Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [artikel 8, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2022-04-01&g=2022-04-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [artikel 8, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2022-08-01&g=2022-08-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 3a. Toezicht regionaal expertisecentrum
@@ -460,21 +458,21 @@
##### Artikel 15c. Uitoefening van het toezicht
1. [Artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-04-01&g=2022-04-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de inspectie het onderzoek tevens verricht aan de hand van de volgende indicatoren:
- a. het al dan niet voldoen aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het ondersteuningsplan, bedoeld in [artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=18a) en [artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=17a),
1. [Artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-08-01&g=2022-08-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de inspectie het onderzoek tevens verricht aan de hand van de volgende indicatoren:
- a. het al dan niet voldoen aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het ondersteuningsplan, bedoeld in [artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=18a) en [artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.47),
- b. het aantal leerplichtige jongeren wonend in het gebied van het samenwerkingsverband dat niet is ingeschreven bij een school als bedoeld in de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628),
- c. het aantal leerplichtige leerlingen van scholen in het samenwerkingsverband dat het onderwijs aan de school waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken zonder geldige reden niet meer volgt, en
- d. de wijze waarop een samenwerkingsverband zorg draagt voor de kwaliteit van het onderwijs aan een orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld in [artikel 18a, lid 10a, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=18a) en [artikel 17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=17a).
2. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
- d. de wijze waarop een samenwerkingsverband zorg draagt voor de kwaliteit van het onderwijs aan een orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld in [artikel 18a, lid 10a, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=18a) en [artikel 2.47, twaalfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.47).
2. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15d. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
De [artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2022-04-01&g=2022-04-01), en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15e. Reikwijdte
@@ -482,7 +480,7 @@
##### Artikel 15f. Toezicht College voor toetsen en examens
1. De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor toetsen en examens en op de naleving van de bij of krachtens de [Wet College voor toetsen en examens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025364), de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) en de [Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284) gegeven voorschriften.
1. De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor toetsen en examens en op de naleving van de bij of krachtens de [Wet College voor toetsen en examens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025364) en de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212) gegeven voorschriften.
2. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie Onze Minister onder meer voorstellen een voorziening te treffen als bedoeld in [artikel 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495&artikel=23), indien:
@@ -570,13 +568,13 @@
##### Artikel 15h. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
1. De [artikelen 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=7&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [8, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2022-04-01&g=2022-04-01), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 4, tweede lid, onder «instellingen» wordt verstaan «kindercentra als bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1)» en dat in artikel 9, eerste lid, onder «het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften» wordt verstaan: het toezicht op de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de bij of krachtens de [Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) gegeven voorschriften omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie.
1. De [artikelen 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=7&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [8, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 4, tweede lid, onder «instellingen» wordt verstaan «kindercentra als bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1)» en dat in artikel 9, eerste lid, onder «het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften» wordt verstaan: het toezicht op de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de bij of krachtens de [Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) gegeven voorschriften omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie.
2. De inspectie houdt toezicht op de naleving van de afspraken onderwijsachterstandenbeleid, bedoeld in [artikel 160 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=160).
##### Artikel 15i. Uitoefening van het toezicht
1. De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in [artikel 15h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3c&artikel=15h&z=2022-04-01&g=2022-04-01), aan de hand van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie in kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de [Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) vastgestelde bepalingen, te weten:
1. De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in [artikel 15h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3c&artikel=15h&z=2022-08-01&g=2022-08-01), aan de hand van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie in kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de [Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) vastgestelde bepalingen, te weten:
- a. de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie,
@@ -594,13 +592,13 @@
3. Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie uit eigen beweging incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van de voorschoolse educatie in kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de [Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) vastgestelde bepalingen.
4. [Artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2022-04-01&g=2022-04-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «andere betrokkenen» in ieder geval wordt verstaan: vertegenwoordigers van houders van kindercentra als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1).
5. De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in [artikel 15h, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3c&artikel=15h&z=2022-04-01&g=2022-04-01), op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente of op verzoek van Onze Minister. Het college van burgemeester en wethouders dient een dergelijk verzoek in op eigen initiatief of als een partij als bedoeld in [artikel 160, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=160) aan het college hierom verzoekt.
4. [Artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2022-08-01&g=2022-08-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «andere betrokkenen» in ieder geval wordt verstaan: vertegenwoordigers van houders van kindercentra als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1).
5. De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in [artikel 15h, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3c&artikel=15h&z=2022-08-01&g=2022-08-01), op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente of op verzoek van Onze Minister. Het college van burgemeester en wethouders dient een dergelijk verzoek in op eigen initiatief of als een partij als bedoeld in [artikel 160, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=160) aan het college hierom verzoekt.
##### Artikel 15j. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
De [artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=23&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 20, tweede lid, onder «een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift» wordt verstaan «een bij of krachtens een onderwijswet of een bij of krachtens de Wet kinderopvang gegeven voorschrift omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie» en dat in het derde en vierde lid onder «het bestuur» moet worden verstaan: de houder van een kindercentrum als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1).
De [artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=23&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 20, tweede lid, onder «een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift» wordt verstaan «een bij of krachtens een onderwijswet of een bij of krachtens de Wet kinderopvang gegeven voorschrift omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie» en dat in het derde en vierde lid onder «het bestuur» moet worden verstaan: de houder van een kindercentrum als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1).
##### Artikel 15k. Informeren van het college van burgemeester en wethouders
@@ -644,13 +642,13 @@
##### Artikel 12a. Onderzoek hoger onderwijs
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie met inachtneming van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01) de naleving van de wettelijke voorschriften en de financiële rechtmatigheid bij instellingen voor hoger onderwijs.
2. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 4° en onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie ontwikkelingen in het stelsel van hoger onderwijs.
3. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 4° en onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), bedoelde taken kan de inspectie naar aanleiding van signalen van buitenaf die mogelijk kunnen leiden tot gevolgen op stelselniveau in incidentele gevallen onderzoek verrichten op aanwijzing van de Minister dan wel uit eigen beweging onder door Onze Minister te stellen voorwaarden.
4. [Artikel 11, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-04-01&g=2022-04-01), is van overeenkomstige toepassing. De [artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2022-04-01&g=2022-04-01), en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet.
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie met inachtneming van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01) de naleving van de wettelijke voorschriften en de financiële rechtmatigheid bij instellingen voor hoger onderwijs.
2. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 4° en onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie ontwikkelingen in het stelsel van hoger onderwijs.
3. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 4° en onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde taken kan de inspectie naar aanleiding van signalen van buitenaf die mogelijk kunnen leiden tot gevolgen op stelselniveau in incidentele gevallen onderzoek verrichten op aanwijzing van de Minister dan wel uit eigen beweging onder door Onze Minister te stellen voorwaarden.
4. [Artikel 11, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2022-08-01&g=2022-08-01), is van overeenkomstige toepassing. De [artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet.
##### Artikel 15l. Reikwijdte
@@ -658,11 +656,11 @@
##### Artikel 15m. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
De [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [artikel 8, eerste tot en met derde lid,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [artikel 8, eerste tot en met derde lid,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15n. Uitoefening van het toezicht
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-04-01&g=2022-04-01), bedoelde taken, onderzoekt de inspectie jaarlijks de kwaliteit van de uitoefening van de wettelijke taken door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in de [artikelen 1.5.1 van de Wet educatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.5.1) en [10b4 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b4).
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde taken, onderzoekt de inspectie jaarlijks de kwaliteit van de uitoefening van de wettelijke taken door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in de [artikelen 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.5.1) en [2.107 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.107).
2. Indien de inspectie naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, oordeelt dat de kwaliteit tekortschiet, verricht zij na een door haar aangegeven termijn onderzoek naar de verbeteringen die de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven heeft gerealiseerd.
@@ -670,7 +668,7 @@
4. Bij de uitvoering van een onderzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid, kan de inspectie onafhankelijke deskundigen betrekken.
5. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2022-04-01&g=2022-04-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2022-04-01&g=2022-04-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2022-04-01&g=2022-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 4. Toezicht hoger onderwijs
@@ -740,29 +738,29 @@
##### Artikel 11a. **Toezicht op nieuwe instellingen voor aanvang bekostiging**
1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de beschikking waarin is vermeld dat de bekostiging een aanvang zal nemen, bedoeld in [artikel 79, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=79), [artikel 86, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=86), [artikel 66, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=66), doch uiterlijk vier maanden voorafgaande aan de aanvang van de bekostiging, toont het bevoegd gezag bij de inspectie aan dat het ten aanzien van die instelling kan voldoen aan de vereisten met betrekking tot:
- a. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in [artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=3), [artikel 3 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=3) en [artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=33),
- b. de voorschriften omtrent onderwijstijd gesteld op grond van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399),
- c. de voorbereiding op het schoolplan, bedoeld in [artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21) en [artikel 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24), en
- d. de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in de [artikelen 17a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=17a) en [17b van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=17b), de [artikelen 28g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28g) en [28h van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28h) en de [artikelen 24d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24d) en [24e van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24e).
2. De inspectie kan indien het bepaalde in het eerste lid daartoe aanleiding geeft overleg voeren met het bevoegd gezag van de instelling. Naar aanleiding van dit overleg kan de inspectie besluiten dat het bepaalde in [artikel 11b, tweede tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11b&z=2022-04-01&g=2022-04-01), van overeenkomstige toepassing is, met dien verstande dat in afwijking van het derde lid bij het opstellen van de risicoanalyse het schoolplan niet wordt betrokken, en in afwijking van het vierde lid de risicoanalyse wordt opgesteld binnen drie maanden na het overleg, bedoeld in de eerste volzin.
1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de beschikking waarin is vermeld dat de bekostiging een aanvang zal nemen, bedoeld in [artikel 79, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=79), [artikel 72, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=72), [artikel 86, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=86), [artikel 4.5, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=4.5), doch uiterlijk vier maanden voorafgaande aan de aanvang van de bekostiging, toont het bevoegd gezag bij de inspectie aan dat het ten aanzien van die instelling kan voldoen aan de vereisten met betrekking tot:
- a. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in [artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=3), [artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=3), [artikel 3 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=3) en [artikel 7.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=7.11),
- b. de voorschriften omtrent onderwijstijd gesteld op grond van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212),
- c. de voorbereiding op het schoolplan, bedoeld in [artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21) en [artikel 2.88 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.88), en
- d. de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in de [artikelen 17a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=17a) en [17b van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=17b), de [artikelen 28g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28g) en [28h van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28h) en [artikel 3.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=3.1).
2. De inspectie kan indien het bepaalde in het eerste lid daartoe aanleiding geeft overleg voeren met het bevoegd gezag van de instelling. Naar aanleiding van dit overleg kan de inspectie besluiten dat het bepaalde in [artikel 11b, tweede tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11b&z=2022-08-01&g=2022-08-01), van overeenkomstige toepassing is, met dien verstande dat in afwijking van het derde lid bij het opstellen van de risicoanalyse het schoolplan niet wordt betrokken, en in afwijking van het vierde lid de risicoanalyse wordt opgesteld binnen drie maanden na het overleg, bedoeld in de eerste volzin.
##### Artikel 11b. **Toezicht op nieuwe instellingen**
1. Binnen een maand na aanvang van de bekostiging van een instelling, bedoeld in [artikel 75, vierde of vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=75), [artikel 87 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=87) en [artikel 69, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=69), verstrekt de instelling aan de inspectie gegevens met betrekking tot:
- a. het schoolplan, bedoeld in [artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21) en [artikel 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24),
- b. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in [artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=3), [artikel 3 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=3) en [artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=33),
- c. het voldoen aan de voorschriften omtrent onderwijstijd die gelden op grond van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), en
- d. het voldoen aan de voorschriften omtrent de scheiding van toezicht en bestuur, de inrichting en de inhoud van het intern toezicht die gelden op grond van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399).
1. Binnen een maand na aanvang van de bekostiging van een instelling, bedoeld in [artikel 75, vierde of vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=75), [artikel 75, vierde lid, van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=75), [artikel 87 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=87) en [artikel 4.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=4.7), verstrekt de instelling aan de inspectie gegevens met betrekking tot:
- a. het schoolplan, bedoeld in [artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 15 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=15), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21) en [artikel 2.88 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.88),
- b. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in [artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=3), [artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=3), [artikel 3 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=3) en [artikel 7.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=7.11),
- c. het voldoen aan de voorschriften omtrent onderwijstijd die gelden op grond van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), en
- d. het voldoen aan de voorschriften omtrent de scheiding van toezicht en bestuur, de inrichting en de inhoud van het intern toezicht die gelden op grond van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212).
2. De inspectie oefent toezicht uit door middel van het opstellen van een risicoanalyse indien:
@@ -778,7 +776,7 @@
6. Indien de instelling twee maanden na het opstellen van de risicoanalyse nog steeds in gebreke is ten aanzien van de naleving van het eerste lid, onderdelen a tot en met d, kunnen de maatregelen worden genomen die door de in het eerste lid, aanhef, genoemde onderwijswetten worden mogelijk gemaakt.
7. Nadat het bevoegd gezag van een niet uit de openbare kas bekostigde bijzondere school overeenkomstig [artikel 5 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=5) of [artikel 54 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=54) aan Onze Minister kennis heeft gegeven van de oprichting van de school, besluit de inspectie zo spoedig mogelijk na de aanvang van het onderwijs of deze onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=1).
7. Nadat het bevoegd gezag van een niet uit de openbare kas bekostigde bijzondere school overeenkomstig [artikel 5 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=5), [artikel 5 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=5) of [artikel 3.27 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=3.27) aan Onze Minister kennis heeft gegeven van de oprichting van de school, besluit de inspectie zo spoedig mogelijk na de aanvang van het onderwijs of deze onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=1) of [artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, van de Leerplichtwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030281&artikel=1).
### Hoofdstuk 3d. Toezicht Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
2022-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
2021-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 3
2021-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2019-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-07-28
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-05-25
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2016-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2015-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-03-04
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-01-06
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2014-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-10-01
Wet op het onderwijstoezicht
2013-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-07-04
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2013-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2013-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-11-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2012-07-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2011-02-17
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2011-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-10-10
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2010-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2009-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-06-13
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-02-27
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2007-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-07-19
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-03-08
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2005-12-30
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2005-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2005-03-15
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-12-22
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2004-02-13
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2003-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 1
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
original version Tekst op deze datum