Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 20 juni 2002 houdende Wet op het onderwijstoezicht

61 versions · 2025-01-01
2025-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2024-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2023-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2022-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2022-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
2021-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 3
2021-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2019-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-07-28
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-05-25
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2016-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2015-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-03-04
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-01-06
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2014-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-10-01
Wet op het onderwijstoezicht
2013-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-07-04
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2013-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2013-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-11-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2012-07-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2011-02-17
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2011-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-10-10
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2010-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2009-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-06-13
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-02-27
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-01-01
Wet op het onderwijstoezicht

Wijzigingen op 2008-01-01

@@ -38,19 +38,19 @@
- e. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs,
- f. instelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling en waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 176e, eerste lid, en 176g, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 162h, eerste lid, en 162j, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en 118n, eerste lid, en 118p, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
- f. instelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling en waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de [artikelen 176e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=176e), en [176g, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=176g), [162h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=162h), en [162j, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=162j), en [118n, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=118n), en [118p, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=118p),
- g. exameninstelling: instelling als bedoeld in [artikel 1.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.6.1),
- h. vervallen,
- i. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling,
- h. regionaal expertisecentrum: regionaal expertisecentrum als bedoeld in [artikel 28b van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28b), waaronder begrepen de commissie voor de indicatiestelling die door het regionaal expertisecentrum in stand wordt gehouden,
- i. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling, en met dien verstande dat waar het het toezicht op de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum betreft hieronder wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28b),
- j. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, student of extraneus in de zin van een onderwijswet,
- k. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers,
- l. maatregel: maatregel als bedoeld in [artikel 1d van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=1d), [artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs](onbekend), [artikel 146a van de Wet op de expertisecentra](onbekend), de [artikelen 104a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=104a) en [261a van de Wet op het voortgezet onderwijs](onbekend) en de [artikelen 6.1.5a](onbekend) en [6.2.3a van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.3a),
- l. maatregel: maatregel als bedoeld in [artikel 1d van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=1d), [artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=164a), [artikel 146a van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=146a), de [artikelen 104a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=104a) en [261a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=261a) en de [artikelen 6.1.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.5a) en [6.2.3a van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.3a),
- m. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt.
@@ -68,11 +68,11 @@
2. Het toezicht omvat de volgende taken:
- a. het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs op basis van het verrichten van onderzoek naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en naar andere aspecten van kwaliteit,
- b. het bij de uitoefening van de onder a bedoelde taak bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs, onder meer door het voeren van overleg met het bestuur, het personeel van de instelling, en zo nodig, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente en gedeputeerde staten van de provincie,
- c. het rapporteren over de ontwikkeling van het onderwijs, in het bijzonder over de kwaliteit daarvan,
- a. het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs en van de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum op basis van het verrichten van onderzoek naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en naar andere aspecten van kwaliteit,
- b. het bij de uitoefening van de onder a bedoelde taak bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs en van de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum, onder meer door het voeren van overleg met het bestuur, het personeel van de instelling dan wel van het regionaal expertisecentrum, en zo nodig, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente en gedeputeerde staten van de provincie,
- c. het rapporteren over de ontwikkeling van het onderwijs en van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum, in het bijzonder over de kwaliteit daarvan,
- d. het verrichten van andere bij of krachtens de wet aan de inspectie opgedragen taken.
@@ -98,7 +98,7 @@
- c. onderwijsdeelnemers, ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, besturen, ouders, op instellingen ingestelde klachtencommissies en op instellingen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering als bedoeld onder a of b.
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-08-01&g=2007-08-01), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2008-01-01&g=2008-01-01), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
- a. het fungeren als aanspreekpunt,
@@ -114,7 +114,7 @@
5. De vertrouwensinspecteur is bevoegd zonder toestemming van degene die het betreft bijzondere gegevens als bedoeld in [artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=16) te verwerken met betrekking tot de personen, bedoeld in het eerste lid, indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering kan worden afgeleid.
6. De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2007-08-01&g=2007-08-01), worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen.
6. De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2008-01-01&g=2008-01-01), worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen.
7. In afwijking van het zesde lid is de vertrouwensinspecteur bevoegd rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie vallende instanties in kennis te stellen van een geval of vermoeden van een geval van psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering:
@@ -164,7 +164,7 @@
##### Artikel 11. Periodiek kwaliteitsonderzoek
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-08-01&g=2007-08-01) bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks het onderwijs aan elke instelling, behoudens bijzondere omstandigheden. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de kwaliteit van het onderwijs.
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2008-01-01&g=2008-01-01) bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks het onderwijs aan elke instelling, behoudens bijzondere omstandigheden. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de kwaliteit van het onderwijs.
2. De inspectie verricht het onderzoek aan de hand van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en, indien het betreft een instelling voor primair of voortgezet onderwijs, de aspecten van kwaliteit, te weten
@@ -200,11 +200,11 @@
##### Artikel 12. Aansluiting bij zelfevaluatie instelling
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2007-08-01&g=2007-08-01), uit van de uitkomsten van een evaluatie van de kwaliteit door of vanwege de instelling, waaronder worden verstaan de uitkomsten van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door of vanwege de instelling als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21), [artikel 24, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24), en het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.3.6).
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-01-01&g=2008-01-01), uit van de uitkomsten van een evaluatie van de kwaliteit door of vanwege de instelling, waaronder worden verstaan de uitkomsten van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door of vanwege de instelling als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21), [artikel 24, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24), en het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.3.6).
2. De uitkomsten van een evaluatie, bedoeld in het eerste lid, zijn richtinggevend voor het oordeel van de inspectie indien:
- a. alle aspecten van kwaliteit die de inspectie bij haar oordeel betrekt, zoals neergelegd in een toezichtskader als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2007-08-01&g=2007-08-01), daarin aan de orde komen,
- a. alle aspecten van kwaliteit die de inspectie bij haar oordeel betrekt, zoals neergelegd in een toezichtskader als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2008-01-01&g=2008-01-01), daarin aan de orde komen,
- b. de wijze van uitvoering en de hoedanigheid van de evaluatie voldoende betrouwbaar zijn, en
@@ -214,7 +214,7 @@
##### Artikel 13. Toezichtskader
1. De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2007-08-01&g=2007-08-01), vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
1. De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-01-01&g=2008-01-01), vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
2. Alvorens een toezichtskader vast te stellen of te wijzigen voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen.
@@ -228,11 +228,11 @@
##### Artikel 15. Incidenteel onderzoek
1. Naast het periodieke kwaliteitsonderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2007-08-01&g=2007-08-01), kan de inspectie uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van het onderwijs onderscheidenlijk, indien het een exameninstelling betreft, van de externe legitimering waaronder mede wordt verstaan naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschiften.
2. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2007-08-01&g=2007-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
### Hoofdstuk 3a. Toezicht externe kwaliteitsbewaking examinering beroepsopleidingen
1. Naast het periodieke kwaliteitsonderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-01-01&g=2008-01-01), kan de inspectie uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van het onderwijs onderscheidenlijk, indien het een exameninstelling betreft, van de externe legitimering waaronder mede wordt verstaan naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschiften.
2. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2008-01-01&g=2008-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
### Hoofdstuk 3a. Toezicht regionaal expertisecentrum
##### Artikel 14a
@@ -250,153 +250,195 @@
Vervallen
### Hoofdstuk 3b. Toezicht externe kwaliteitsbewaking examinering beroepsopleidingen
##### Artikel 16. Reikwijdte
Dit hoofdstuk is van toepassing op het accreditatieorgaan, bedoeld in [artikel 5a.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=5a.2), de in [artikel 1.8 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.8) bedoelde universiteiten, hogescholen en de Open Universiteit en op de universiteiten en hogescholen die krachtens [artikel 6.9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.9) zijn aangewezen.
##### Artikel 17. Toezicht accreditatie
1. De inspectie houdt toezicht op het accreditatieorgaan, bedoeld in [artikel 5a.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=5a.2), de accreditatie, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel s, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), en de toets nieuwe opleiding, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel t , van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1).
2. De inspectie kan Onze minister voorstellen een voorziening te treffen in het geval het accreditatieorgaan zijn taak verwaarloost, indien:
- a. is gebleken dat de kwaliteit van de accreditatie en de toets nieuwe opleiding door het accreditatieorgaan onvoldoende is of is geweest, of
- b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet en de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682) is bepaald.
##### Artikel 18. Onderzoek hoger onderwijs
1. De inspectie voert de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2008-01-01&g=2008-01-01) bedoelde taken uit door onderzoek naar de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 11, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-01-01&g=2008-01-01), en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2008-01-01&g=2008-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 19. Incidenteel onderzoek hoger onderwijs
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2008-01-01&g=2008-01-01), kan de inspectie incidenteel onderzoek verrichten naar:
- a. aspecten van de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs in zijn geheel, en
- b. de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2008-01-01&g=2008-01-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2008-01-01&g=2008-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
### Hoofdstuk 5. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
##### Artikel 20. Vaststelling van inspectierapporten
1. De inspectie legt haar oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-01-01&g=2008-01-01), vast in een inspectierapport.
2. Indien de inspectie oordeelt dat een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift niet is nageleefd, vermeldt zij dit in het rapport.
3. Alvorens een rapport vast te stellen, stelt de inspectie het bestuur in de gelegenheid van het ontwerp-rapport kennis te nemen en daarover overleg te voeren.
4. Indien in het overleg geen overeenstemming is bereikt over door het bestuur gewenste wijzigingen van het ontwerp-rapport, wordt de zienswijze van het bestuur in een bijlage bij het inspectierapport opgenomen.
5. De inspectie zendt het inspectierapport na vaststelling daarvan onverwijld aan het bestuur.
##### Artikel 21. Openbaarmaking van inspectierapporten
1. De inspectie maakt een inspectierapport in de vijfde week na vaststelling daarvan openbaar.
2. Tevens verstrekt de inspectie een inspectierapport op verzoek. De inspectie kan een vergoeding van kosten vragen overeenkomstig een door haar vast te stellen tarief voor de afgifte van een inspectierapport.
3. De inspectie verstrekt een inspectierapport niet eerder dan nadat het op grond van het eerste lid openbaar is gemaakt.
### Hoofdstuk 5. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
##### Artikel 22. Verantwoorde toezichtsuitoefening
De inspectie draagt zorg voor een verantwoorde uitoefening van het toezicht.
##### Artikel 23. Klachtadviesprocedure en -commissie
1. Er is een klachtadviescommissie belast met de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van de inspectie. Op de behandeling van en advisering over klachten is de in [afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=9.1.3) geregelde procedure van toepassing.
2. De klachtadviescommissie bestaat uit ten minste drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de inspectie. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
3. De voorzitter en leden zijn afzonderlijk of gezamenlijk deskundig op het gebied van onderwijs, in het bijzonder op het gebied van de vrijheid van richting en inrichting, toezicht en klachtbehandeling.
4. De klachtadviescommissie bepaalt haar eigen werkwijze.
##### Artikel 24. Raad van advies inzake de inspectie
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2008-01-01&g=2008-01-01) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2008-01-01&g=2008-01-01).
2. De raad bestaat uit drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
3. De voorzitter en leden zijn afzonderlijk of gezamenlijk deskundig op het gebied van onderwijs, kwaliteitszorg en toezicht.
4. De raad bepaalt zijn eigen werkwijze.
### Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen
##### Artikel 25. Wijziging van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628)
Wijzigt de Leerplichtwet 1969.
##### Artikel 26. Wijziging van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420)
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
##### Artikel 27. Wijziging van de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549)
Wijzigt de Wet op de expertisecentra.
##### Artikel 28. Wijziging van de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399)
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
##### Artikel 29. Wijziging van de [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625)
Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.
##### Artikel 30. Wijziging van de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821)
Wijzigt de Wet op de erkende onderwijsinstellingen.
##### Artikel 31. Wijziging van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453)
Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.
##### Artikel 32. Wijziging van de [Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438)
Wijzigt de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
##### Artikel 33. Afstemming met andere wetsvoorstellen
a.Wijzigt deze wet.
b.Wijzigt deze wet.
c.Wijzigt kamerstuk 26935.
d.Wijzigt deze wet.
c.Wijzigt kamerstuk 27728.
### Hoofdstuk 8. Slot- en overgangsbepalingen
##### Artikel 34. Evaluatie
Onze Minister zendt binnen vijf jaren na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
##### Artikel 35. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 36. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het onderwijstoezicht.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15a. Reikwijdte
Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum.
##### Artikel 15b. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
[Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2008-01-01&g=2008-01-01) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2008-01-01&g=2008-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 4. Toezicht hoger onderwijs
##### Artikel 16. Reikwijdte
Dit hoofdstuk is van toepassing op het accreditatieorgaan, bedoeld in [artikel 5a.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=5a.2), de in [artikel 1.8 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.8) bedoelde universiteiten, hogescholen en de Open Universiteit en op de universiteiten en hogescholen die krachtens [artikel 6.9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.9) zijn aangewezen.
##### Artikel 17. Toezicht accreditatie
1. De inspectie houdt toezicht op het accreditatieorgaan, bedoeld in [artikel 5a.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=5a.2), de accreditatie, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel s, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), en de toets nieuwe opleiding, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel t , van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1).
2. De inspectie kan Onze minister voorstellen een voorziening te treffen in het geval het accreditatieorgaan zijn taak verwaarloost, indien:
- a. is gebleken dat de kwaliteit van de accreditatie en de toets nieuwe opleiding door het accreditatieorgaan onvoldoende is of is geweest, of
- b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet en de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682) is bepaald.
##### Artikel 18. Onderzoek hoger onderwijs
1. De inspectie voert de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-08-01&g=2007-08-01) bedoelde taken uit door onderzoek naar de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 11, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2007-08-01&g=2007-08-01), en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2007-08-01&g=2007-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 19. Incidenteel onderzoek hoger onderwijs
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2007-08-01&g=2007-08-01), kan de inspectie incidenteel onderzoek verrichten naar:
- a. aspecten van de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs in zijn geheel, en
- b. de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2007-08-01&g=2007-08-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2007-08-01&g=2007-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
### Hoofdstuk 5. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
##### Artikel 20. Vaststelling van inspectierapporten
1. De inspectie legt haar oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2007-08-01&g=2007-08-01), vast in een inspectierapport.
2. Indien de inspectie oordeelt dat een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift niet is nageleefd, vermeldt zij dit in het rapport.
3. Alvorens een rapport vast te stellen, stelt de inspectie het bestuur in de gelegenheid van het ontwerp-rapport kennis te nemen en daarover overleg te voeren.
4. Indien in het overleg geen overeenstemming is bereikt over door het bestuur gewenste wijzigingen van het ontwerp-rapport, wordt de zienswijze van het bestuur in een bijlage bij het inspectierapport opgenomen.
5. De inspectie zendt het inspectierapport na vaststelling daarvan onverwijld aan het bestuur.
##### Artikel 21. Openbaarmaking van inspectierapporten
1. De inspectie maakt een inspectierapport in de vijfde week na vaststelling daarvan openbaar.
2. Tevens verstrekt de inspectie een inspectierapport op verzoek. De inspectie kan een vergoeding van kosten vragen overeenkomstig een door haar vast te stellen tarief voor de afgifte van een inspectierapport.
3. De inspectie verstrekt een inspectierapport niet eerder dan nadat het op grond van het eerste lid openbaar is gemaakt.
### Hoofdstuk 4. Toezicht hoger onderwijs
### Hoofdstuk 6. Kwaliteit van de uitoefening van het toezicht
##### Artikel 22. Verantwoorde toezichtsuitoefening
De inspectie draagt zorg voor een verantwoorde uitoefening van het toezicht.
##### Artikel 23. Klachtadviesprocedure en -commissie
1. Er is een klachtadviescommissie belast met de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van de inspectie. Op de behandeling van en advisering over klachten is de in [afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=9.1.3) geregelde procedure van toepassing.
2. De klachtadviescommissie bestaat uit ten minste drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de inspectie. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
3. De voorzitter en leden zijn afzonderlijk of gezamenlijk deskundig op het gebied van onderwijs, in het bijzonder op het gebied van de vrijheid van richting en inrichting, toezicht en klachtbehandeling.
4. De klachtadviescommissie bepaalt haar eigen werkwijze.
##### Artikel 24. Raad van advies inzake de inspectie
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2007-08-01&g=2007-08-01) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2007-08-01&g=2007-08-01).
2. De raad bestaat uit drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
3. De voorzitter en leden zijn afzonderlijk of gezamenlijk deskundig op het gebied van onderwijs, kwaliteitszorg en toezicht.
4. De raad bepaalt zijn eigen werkwijze.
### Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen
##### Artikel 25. Wijziging van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628)
Wijzigt de Leerplichtwet 1969.
##### Artikel 26. Wijziging van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420)
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
##### Artikel 27. Wijziging van de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549)
Wijzigt de Wet op de expertisecentra.
##### Artikel 28. Wijziging van de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399)
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
##### Artikel 29. Wijziging van de [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625)
Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.
##### Artikel 30. Wijziging van de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821)
Wijzigt de Wet op de erkende onderwijsinstellingen.
##### Artikel 31. Wijziging van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453)
Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.
##### Artikel 32. Wijziging van de [Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438)
Wijzigt de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
##### Artikel 33. Afstemming met andere wetsvoorstellen
a.Wijzigt deze wet.
b.Wijzigt deze wet.
c.Wijzigt kamerstuk 26935.
d.Wijzigt deze wet.
c.Wijzigt kamerstuk 27728.
### Hoofdstuk 8. Slot- en overgangsbepalingen
##### Artikel 34. Evaluatie
Onze Minister zendt binnen vijf jaren na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
##### Artikel 35. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 36. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het onderwijstoezicht.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15a. Reikwijdte
##### Artikel 15c. Uitoefening van het toezicht
1. [Artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-01-01&g=2008-01-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de inspectie het onderzoek tevens verricht aan de hand van aspecten van kwaliteit, te weten:
- a. coördinatie van de ambulante begeleiding,
- b. ondersteuning van de ouders,
- c. organisatie van de commissie voor de indicatiestelling door het regionaal expertisecentrum,
- d. onafhankelijkheid van de commissie voor de indicatiestelling,
- e. duur van de indicatieprocedure en
- f. toepassing van de indicatiecriteria, bedoeld in [artikel 28c, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28c), door de commissie voor de indicatiestelling.
2. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2008-01-01&g=2008-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2008-01-01&g=2008-01-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2008-01-01&g=2008-01-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2008-01-01&g=2008-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15d. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2008-01-01&g=2008-01-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2008-01-01&g=2008-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15e. Reikwijdte
Dit hoofdstuk is van toepassing op de uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking bij de examinering van beroepsopleidingen, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 4, paragraaf 1b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&paragraaf=1b) door het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 7.4.9a, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.4.9a).
##### Artikel 15b. Toezicht externe kwaliteitsbewaking
##### Artikel 15f. Toezicht externe kwaliteitsbewaking
1. De inspectie houdt toezicht op het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 7.4.9a, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.4.9a) door het beoordelen van het functioneren van dat Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen op basis van het verrichten van onderzoek naar de naleving van de bij of krachtens die wet gegeven voorschriften.
@@ -406,10 +448,6 @@
- b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet en de [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625) is bepaald.
### Hoofdstuk 4. Toezicht hoger onderwijs
### Hoofdstuk 5. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
### Hoofdstuk 6. Kwaliteit van de uitoefening van het toezicht
### Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen
2007-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-07-19
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-03-08
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2005-12-30
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2005-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2005-03-15
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-12-22
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2004-02-13
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2003-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 1
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
original version Tekst op deze datum