Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 20 juni 2002 houdende Wet op het onderwijstoezicht
61 versions
· 2025-01-01
2025-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2024-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2023-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2022-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2022-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
2021-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 3
2021-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2019-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-07-28
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-05-25
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2016-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2015-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-03-04
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-01-06
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2014-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-10-01
Wet op het onderwijstoezicht
2013-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-07-04
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2013-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2013-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-11-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2012-07-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2011-02-17
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2011-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-10-10
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2010-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2009-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-06-13
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-02-27
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2007-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-07-19
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-03-08
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
Wijzigingen op 2006-03-08
@@ -74,7 +74,7 @@
- a. het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs op basis van het verrichten van onderzoek naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en naar andere aspecten van kwaliteit,
- b. het bij de uitoefening van de onder a bedoelde taak bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs, onder meer door het voeren van overleg met het bestuur, het personeel van de instelling, en zo nodig, de besturen van gemeente en provincie,
- b. het bij de uitoefening van de onder a bedoelde taak bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs, onder meer door het voeren van overleg met het bestuur, het personeel van de instelling, en zo nodig, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente en gedeputeerde staten van de provincie,
- c. het rapporteren over de ontwikkeling van het onderwijs, in het bijzonder over de kwaliteit daarvan,
@@ -102,7 +102,7 @@
- c. onderwijsdeelnemers, ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, besturen, ouders, op instellingen ingestelde klachtencommissies en op instellingen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik of seksuele intimidatie dan wel van fysiek geweld of psychisch geweld als bedoeld onder a of b.
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2005-12-30&g=2005-12-30), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-03-08&g=2006-03-08), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
- a. het fungeren als aanspreekpunt,
@@ -156,7 +156,7 @@
##### Artikel 11. Periodiek kwaliteitsonderzoek
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2005-12-30&g=2005-12-30) bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks het onderwijs aan elke instelling, behoudens bijzondere omstandigheden. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de kwaliteit van het onderwijs.
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-03-08&g=2006-03-08) bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks het onderwijs aan elke instelling, behoudens bijzondere omstandigheden. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de kwaliteit van het onderwijs.
2. De inspectie verricht het onderzoek aan de hand van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en, indien het betreft een instelling voor primair of voortgezet onderwijs, de aspecten van kwaliteit, te weten
@@ -192,11 +192,11 @@
##### Artikel 12. Aansluiting bij zelfevaluatie instelling
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2005-12-30&g=2005-12-30), uit van de uitkomsten van een evaluatie van de kwaliteit door of vanwege de instelling, waaronder worden verstaan de uitkomsten van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door of vanwege de instelling als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21), [artikel 24, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24), en het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.3.6).
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2006-03-08&g=2006-03-08), uit van de uitkomsten van een evaluatie van de kwaliteit door of vanwege de instelling, waaronder worden verstaan de uitkomsten van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door of vanwege de instelling als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21), [artikel 24, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24), en het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.3.6).
2. De uitkomsten van een evaluatie, bedoeld in het eerste lid, zijn richtinggevend voor het oordeel van de inspectie indien:
- a. alle aspecten van kwaliteit die de inspectie bij haar oordeel betrekt, zoals neergelegd in een toezichtskader als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2005-12-30&g=2005-12-30), daarin aan de orde komen,
- a. alle aspecten van kwaliteit die de inspectie bij haar oordeel betrekt, zoals neergelegd in een toezichtskader als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2006-03-08&g=2006-03-08), daarin aan de orde komen,
- b. de wijze van uitvoering en de hoedanigheid van de evaluatie voldoende betrouwbaar zijn, en
@@ -206,7 +206,7 @@
##### Artikel 13. Toezichtskader
1. De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2005-12-30&g=2005-12-30), vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
1. De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2006-03-08&g=2006-03-08), vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
2. Alvorens een toezichtskader vast te stellen of te wijzigen voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen.
@@ -220,9 +220,9 @@
##### Artikel 15. Incidenteel onderzoek
1. Naast het periodieke kwaliteitsonderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2005-12-30&g=2005-12-30), kan de inspectie uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van het onderwijs onderscheidenlijk, indien het een exameninstelling betreft, van de externe legitimering waaronder mede wordt verstaan naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschiften.
2. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2005-12-30&g=2005-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
1. Naast het periodieke kwaliteitsonderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2006-03-08&g=2006-03-08), kan de inspectie uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van het onderwijs onderscheidenlijk, indien het een exameninstelling betreft, van de externe legitimering waaronder mede wordt verstaan naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschiften.
2. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2006-03-08&g=2006-03-08) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
### Hoofdstuk 3a. Toezicht externe kwaliteitsbewaking examinering beroepsopleidingen
@@ -260,25 +260,25 @@
##### Artikel 18. Onderzoek hoger onderwijs
1. De inspectie voert de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2005-12-30&g=2005-12-30) bedoelde taken uit door onderzoek naar de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 11, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2005-12-30&g=2005-12-30), en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2005-12-30&g=2005-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De inspectie voert de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-03-08&g=2006-03-08) bedoelde taken uit door onderzoek naar de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 11, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2006-03-08&g=2006-03-08), en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2006-03-08&g=2006-03-08) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 19. Incidenteel onderzoek hoger onderwijs
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2005-12-30&g=2005-12-30), kan de inspectie incidenteel onderzoek verrichten naar:
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2006-03-08&g=2006-03-08), kan de inspectie incidenteel onderzoek verrichten naar:
- a. aspecten van de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs in zijn geheel, en
- b. de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2005-12-30&g=2005-12-30) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2005-12-30&g=2005-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
2. De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2006-03-08&g=2006-03-08) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2006-03-08&g=2006-03-08) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
### Hoofdstuk 5. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
##### Artikel 20. Vaststelling van inspectierapporten
1. De inspectie legt haar oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2005-12-30&g=2005-12-30), vast in een inspectierapport.
1. De inspectie legt haar oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2006-03-08&g=2006-03-08), vast in een inspectierapport.
2. Indien de inspectie oordeelt dat een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift niet is nageleefd, vermeldt zij dit in het rapport.
@@ -314,7 +314,7 @@
##### Artikel 24. Raad van advies inzake de inspectie
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2005-12-30&g=2005-12-30) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2005-12-30&g=2005-12-30).
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2006-03-08&g=2006-03-08) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2006-03-08&g=2006-03-08).
2. De raad bestaat uit drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
2005-12-30
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2005-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2005-03-15
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-12-22
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2004-02-13
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2003-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 1
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
original version
Tekst op deze datum