Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 20 juni 2002 houdende Wet op het onderwijstoezicht

61 versions · 2025-01-01
2025-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2024-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2023-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2022-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2022-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
2021-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 3
2021-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2019-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-07-28
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-05-25
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2016-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2015-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-03-04
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-01-06
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2014-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-10-01
Wet op het onderwijstoezicht
2013-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-07-04
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2013-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13

Wijzigingen op 2013-06-01

@@ -140,7 +140,7 @@
- c. onderwijsdeelnemers, ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, besturen, ouders, op instellingen ingestelde klachtencommissies en op instellingen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering als bedoeld onder a of b.
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
- a. het fungeren als aanspreekpunt,
@@ -156,7 +156,7 @@
5. De vertrouwensinspecteur is bevoegd zonder toestemming van degene die het betreft bijzondere gegevens als bedoeld in [artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=16) te verwerken met betrekking tot de personen, bedoeld in het eerste lid, indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering kan worden afgeleid.
6. De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen.
6. De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2013-06-01&g=2013-06-01), worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen.
7. In afwijking van het zesde lid is de vertrouwensinspecteur bevoegd rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie vallende instanties in kennis te stellen van een geval of vermoeden van een geval van psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering:
@@ -182,7 +182,7 @@
##### Artikel 9. Bevoegdheden
1. Bij de uitoefening van de taken van de inspectie zijn, voorzover deze niet het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, sub 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), gegeven voorschriften betreffen, de [artikelen 5:12 tot en met 5:17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:12) en [5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) van overeenkomstige toepassing.
1. Bij de uitoefening van de taken van de inspectie zijn, voorzover deze niet het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, sub 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2013-06-01&g=2013-06-01), gegeven voorschriften betreffen, de [artikelen 5:12 tot en met 5:17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:12) en [5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) van overeenkomstige toepassing.
2. De bevoegdheden, bedoeld in de artikelen genoemd in het eerste lid, worden uitgeoefend door daartoe door Onze Minister aangewezen personen.
@@ -196,13 +196,13 @@
##### Artikel 10. Reikwijdte
1. De [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn niet van toepassing op de instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in de [artikelen 1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.9), [1.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.12) en [1.12a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.12a).
1. De [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn niet van toepassing op de instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in de [artikelen 1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.9), [1.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.12) en [1.12a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.12a).
2. Hoofdstuk 3 is niet van toepassing op de uitvoering van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens [hoofdstuk 1, afdelingen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&afdeling=3) en [6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&afdeling=6).
##### Artikel 11. Regulier onderzoek basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks met inachtneming van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01) het onderwijs aan elke instelling. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de kwaliteit van het onderwijs aan de instelling en over de naleving van wettelijke voorschriften door de instelling.
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks met inachtneming van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-06-01&g=2013-06-01) het onderwijs aan elke instelling. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de kwaliteit van het onderwijs aan de instelling en over de naleving van wettelijke voorschriften door de instelling.
2. De inspectie verricht het onderzoek aan de hand van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en, indien het betreft een instelling als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), aan de hand van de volgende aspecten van kwaliteit, te weten:
@@ -210,7 +210,7 @@
- b. voortgang in de ontwikkeling van leerlingen,
- c. het gevoerde personeelsbeleid, voor zover daar op grond van [artikel 6a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=6a&z=2013-01-01&g=2013-01-01), aanleiding toe bestaat.
- c. het gevoerde personeelsbeleid, voor zover daar op grond van [artikel 6a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=6a&z=2013-06-01&g=2013-06-01), aanleiding toe bestaat.
3. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, een redelijk vermoeden voortvloeit dat de kwaliteit tekortschiet, stelt de inspectie nader onderzoek in, waarbij tevens de oorzaken van het tekortschieten worden onderzocht. Dit nader onderzoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), mede aan de hand van een of meer van de volgende aspecten van kwaliteit, te weten:
@@ -244,13 +244,13 @@
##### Artikel 12. Toezicht op basis van verantwoording
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), uit van openbare verantwoordingsinformatie over de resultaten en de kwaliteit van het onderwijs, de financiële situatie van de instelling en de wijze waarop de professionaliteit van de instelling en het bestuur is gewaarborgd.
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uit van openbare verantwoordingsinformatie over de resultaten en de kwaliteit van het onderwijs, de financiële situatie van de instelling en de wijze waarop de professionaliteit van de instelling en het bestuur is gewaarborgd.
2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, is richtinggevend voor het oordeel van de inspectie, indien deze voldoende actueel en betrouwbaar is.
##### Artikel 13. Toezichtskader
1. De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
1. De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-06-01&g=2013-06-01), vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
2. Alvorens een toezichtskader vast te stellen of te wijzigen voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen.
@@ -258,15 +258,15 @@
##### Artikel 14. Informeren van Onze Minister
1. Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs ernstig of langdurig tekortschiet dan wel de naleving van voorschriften als bedoeld in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2013-01-01&g=2013-01-01) tekortschiet, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen.
1. Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs ernstig of langdurig tekortschiet dan wel de naleving van voorschriften als bedoeld in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2013-06-01&g=2013-06-01) tekortschiet, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen.
2. De inspectie stelt het bestuur van de betreffende instelling in kennis van haar voorstellen aan Onze Minister.
##### Artikel 15. Specifiek onderzoek basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), kan de inspectie ter uitvoering van haar taken, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister specifiek onderzoek verrichten.
2. [Artikel 11, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is van overeenkomstige toepassing. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet.
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-06-01&g=2013-06-01), kan de inspectie ter uitvoering van haar taken, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister specifiek onderzoek verrichten.
2. [Artikel 11, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-06-01&g=2013-06-01), is van overeenkomstige toepassing. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet.
### Hoofdstuk 3a. Toezicht regionaal expertisecentrum
@@ -308,7 +308,7 @@
##### Artikel 20. Vaststelling van inspectierapporten
1. De inspectie legt haar oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), dan wel [artikel 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2013-01-01&g=2013-01-01), vast in een inspectierapport.
1. De inspectie legt haar oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-06-01&g=2013-06-01), dan wel [artikel 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12a&z=2013-06-01&g=2013-06-01), vast in een inspectierapport.
2. Indien de inspectie oordeelt dat een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift niet is nageleefd, vermeldt zij dit in het rapport.
@@ -344,7 +344,7 @@
##### Artikel 24. Raad van advies inzake de inspectie
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2013-06-01&g=2013-06-01).
2. De raad bestaat uit ten minste drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
@@ -420,7 +420,7 @@
##### Artikel 15b. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
[Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 3a. Toezicht regionaal expertisecentrum
@@ -436,7 +436,7 @@
##### Artikel 15c. Uitoefening van het toezicht
1. [Artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de inspectie het onderzoek tevens verricht aan de hand van aspecten van kwaliteit, te weten:
1. [Artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-06-01&g=2013-06-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de inspectie het onderzoek tevens verricht aan de hand van aspecten van kwaliteit, te weten:
- a. coördinatie van de ambulante begeleiding,
@@ -450,11 +450,11 @@
- f. toepassing van de indicatiecriteria, bedoeld in [artikel 28c, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28c), door de commissie voor de indicatiestelling.
2. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15d. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15e. Reikwijdte
@@ -484,9 +484,9 @@
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. **basisregister onderwijs:** basisregister onderwijs als bedoeld in [artikel 24b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24b&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- b. **meldingsregister relatief verzuim:** meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in [artikel 24h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=3&artikel=24h&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- a. **basisregister onderwijs:** basisregister onderwijs als bedoeld in [artikel 24b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24b&z=2013-06-01&g=2013-06-01);
- b. **meldingsregister relatief verzuim:** meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in [artikel 24h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=3&artikel=24h&z=2013-06-01&g=2013-06-01);
- c. **startkwalificatie:** startkwalificatie als bedoeld in [artikel 1, onderdeel f, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=1).
@@ -614,9 +614,9 @@
12. Aan de instellingen en organen, genoemd in het eerste tot en met het elfde lid, wordt geen rechtstreekse toegang tot het basisregister verleend.
13. Onze Minister verstrekt uit het basisregister onderwijs geen persoonsgebonden nummer van een leerling, deelnemer, student of extraneus ter uitvoering van [artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
14. Uit het basisregister worden aan het meldingsregister relatief verzuim toegevoegd de persoonsgebonden nummers van de leerlingen en deelnemers, bedoeld in [artikel 24c, eerste lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24c&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met van elke leerling of deelnemer de naam, het geslacht, de geboortedatum, het adres en het gegeven of betrokkene al dan niet beschikt over een startkwalificatie.
13. Onze Minister verstrekt uit het basisregister onderwijs geen persoonsgebonden nummer van een leerling, deelnemer, student of extraneus ter uitvoering van [artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107), tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.
14. Uit het basisregister worden aan het meldingsregister relatief verzuim toegevoegd de persoonsgebonden nummers van de leerlingen en deelnemers, bedoeld in [artikel 24c, eerste lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24c&z=2013-06-01&g=2013-06-01), met van elke leerling of deelnemer de naam, het geslacht, de geboortedatum, het adres en het gegeven of betrokkene al dan niet beschikt over een startkwalificatie.
15. De toevoeging, bedoeld in het veertiende lid, gebeurt op het moment van de kennisgeving, bedoeld in [artikel 21a, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=21a), of de opgave, bedoeld in [artikel 8.1.8a, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=8.1.8a), [artikel 47b, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=47b) en [artikel 28a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=28a).
@@ -646,7 +646,7 @@
- a. de gegevens van de leerlingen en deelnemers, bedoeld in [artikel 21a, eerste, tweede en zesde lid, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=21a), [artikel 8.1.8a, eerste en vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=8.1.8a), [artikel 47b, eerste en vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=47b) en [artikel 28a, eerste en vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=28a).
- b. de gegevens, bedoeld in [artikel 24f, veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24f&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
- b. de gegevens, bedoeld in [artikel 24f, veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24f&z=2013-06-01&g=2013-06-01).
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden in het meldingsregister relatief verzuim bewaard gedurende het schooljaar waarin de kennisgeving, bedoeld in [artikel 21a, eerste en tweede lid, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=21a), of de opgave, bedoeld in [artikel 8.1.8a, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=8.1.8a), [artikel 47b, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=47b) en [artikel 28a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=28a), is gedaan en het daaropvolgende schooljaar.
@@ -654,21 +654,21 @@
1. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels omtrent de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van gegevens uit het meldingsregister relatief verzuim.
2. De functionaris voor de gegevensbescherming, bedoeld in [artikel 24g, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24g&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is tevens belast met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het meldingsregister relatief verzuim.
2. De functionaris voor de gegevensbescherming, bedoeld in [artikel 24g, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24g&z=2013-06-01&g=2013-06-01), is tevens belast met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het meldingsregister relatief verzuim.
##### Artikel 24k. Het verstrekken van gegevens
1. Uit het meldingsregister relatief verzuim kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan de betrokkene en diens wettelijke vertegenwoordiger.
2. Uit het meldingsregister relatief verzuim worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van de taken, bedoeld in [artikel 24h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=3&artikel=24h&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen van de leerlingen of deelnemers, bedoeld in [artikel 24i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=3&artikel=24i&z=2013-01-01&g=2013-01-01), op wie zij betrekking hebben, niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
2. Uit het meldingsregister relatief verzuim worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van de taken, bedoeld in [artikel 24h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=3&artikel=24h&z=2013-06-01&g=2013-06-01).
3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen van de leerlingen of deelnemers, bedoeld in [artikel 24i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=3&artikel=24i&z=2013-06-01&g=2013-06-01), op wie zij betrekking hebben, niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede en derde lid.
5. Uit het meldingsregister relatief verzuim worden kosteloos gegevens verstrekt aan burgemeester en wethouders, het hoofd, bedoeld in [artikel 21a van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=21a), en het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 8.1.8a van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=8.1.8a), [artikel 47b van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=47b) en [artikel 28a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=28a), voor zover dat bij wet is vereist of toegestaan.
6. Onze Minister verstrekt uit het meldingsregister relatief verzuim geen persoonsgebonden nummers ter uitvoering van [artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
6. Onze Minister verstrekt uit het meldingsregister relatief verzuim geen persoonsgebonden nummers ter uitvoering van [artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107), tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.
### Hoofdstuk 6a. Het basisregister onderwijs en het meldingsregister relatief verzuim
@@ -692,13 +692,13 @@
##### Artikel 15h. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
1. De [artikelen 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [8, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 4, tweede lid, onder »instellingen» wordt verstaan «kindercentra en peuterspeelzalen als bedoeld in de [artikelen 1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1), en [2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=2.1)» en dat in artikel 9, eerste lid, onder «het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften» wordt verstaan: het toezicht op de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de bij of krachtens de [Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) gegeven voorschriften omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie.
1. De [artikelen 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=7&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [8, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2013-06-01&g=2013-06-01), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 4, tweede lid, onder »instellingen» wordt verstaan «kindercentra en peuterspeelzalen als bedoeld in de [artikelen 1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1), en [2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=2.1)» en dat in artikel 9, eerste lid, onder «het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften» wordt verstaan: het toezicht op de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de bij of krachtens de [Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) gegeven voorschriften omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie.
2. De inspectie houdt toezicht op de naleving van de afspraken onderwijsachterstandenbeleid, bedoeld in [artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=167).
##### Artikel 15i. Uitoefening van het toezicht
1. De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in [artikel 15h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3c&artikel=15h&z=2013-01-01&g=2013-01-01), aan de hand van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de [Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) vastgestelde bepalingen, te weten:
1. De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in [artikel 15h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3c&artikel=15h&z=2013-06-01&g=2013-06-01), aan de hand van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de [Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) vastgestelde bepalingen, te weten:
- a. de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie,
@@ -716,13 +716,13 @@
3. Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie uit eigen beweging incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de [Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) vastgestelde bepalingen.
4. [Artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «andere betrokkenen» in ieder geval wordt verstaan: vertegenwoordigers van houders van kindercentra en peuterspeelzalen als bedoeld in de [artikelen 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1) en [2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=2.1).
5. De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in [artikel 15h, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3c&artikel=15h&z=2013-01-01&g=2013-01-01), op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente of op verzoek van Onze Minister. Het college van burgemeester en wethouders dient een dergelijk verzoek in op eigen initiatief of als een partij als bedoeld in [artikel 167, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=167) aan het college hierom verzoekt.
4. [Artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-06-01&g=2013-06-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «andere betrokkenen» in ieder geval wordt verstaan: vertegenwoordigers van houders van kindercentra en peuterspeelzalen als bedoeld in de [artikelen 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1) en [2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=2.1).
5. De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in [artikel 15h, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3c&artikel=15h&z=2013-06-01&g=2013-06-01), op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente of op verzoek van Onze Minister. Het college van burgemeester en wethouders dient een dergelijk verzoek in op eigen initiatief of als een partij als bedoeld in [artikel 167, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=167) aan het college hierom verzoekt.
##### Artikel 15j. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 20, tweede lid, onder «een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift» wordt verstaan «een bij of krachtens een onderwijswet of een bij of krachtens de [Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) gegeven voorschrift omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie» en dat in het derde en vierde lid onder «het bestuur» moet worden verstaan: de houder van een kindercentrum of peuterspeelzaal als bedoeld in de [artikelen 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1) en [2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=2.1).
De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=23&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 20, tweede lid, onder «een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift» wordt verstaan «een bij of krachtens een onderwijswet of een bij of krachtens de [Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017) gegeven voorschrift omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie» en dat in het derde en vierde lid onder «het bestuur» moet worden verstaan: de houder van een kindercentrum of peuterspeelzaal als bedoeld in de [artikelen 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1) en [2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=2.1).
##### Artikel 15k. Informeren van het college van burgemeester en wethouders
@@ -744,7 +744,7 @@
##### Artikel 24k1. Niet bekostigd onderwijs
De [artikelen 24h tot en met 24k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=3&artikel=24h&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zien mede op beroepsopleidingen ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan [artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.4.1), opleidingen educatie ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan [artikel 1.4a.1, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.4a.1), en scholen die zijn aangewezen op grond van [artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=56).
De [artikelen 24h tot en met 24k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=3&artikel=24h&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zien mede op beroepsopleidingen ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan [artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.4.1), opleidingen educatie ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan [artikel 1.4a.1, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.4a.1), en scholen die zijn aangewezen op grond van [artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=56).
### Hoofdstuk 6b. Het diplomaregister hoger onderwijs, beroepsonderwijs, voortgezet (algemeen volwassenen)onderwijs, NT2 en inburgering
@@ -766,13 +766,13 @@
##### Artikel 12a. Onderzoek hoger onderwijs
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid, onderdelen b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie met inachtneming van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01) de naleving van de wettelijke voorschriften en de financiële rechtmatigheid bij instellingen voor hoger onderwijs, als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
2. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie ontwikkelingen in het stelsel van hoger onderwijs.
3. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedoelde taken kan de inspectie in incidentele gevallen onderzoek verrichten op aanwijzing van de minister dan wel uit eigen beweging onder door Onze Minister te stellen voorwaarden. Dit onderzoek kan mede de kwaliteit van het onderwijs omvatten.
4. [Artikel 11, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is van overeenkomstige toepassing. De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet.
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid, onderdelen b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie met inachtneming van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-06-01&g=2013-06-01) de naleving van de wettelijke voorschriften en de financiële rechtmatigheid bij instellingen voor hoger onderwijs, als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2013-06-01&g=2013-06-01).
2. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), bedoelde taken onderzoekt de inspectie ontwikkelingen in het stelsel van hoger onderwijs.
3. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), bedoelde taken kan de inspectie in incidentele gevallen onderzoek verrichten op aanwijzing van de minister dan wel uit eigen beweging onder door Onze Minister te stellen voorwaarden. Dit onderzoek kan mede de kwaliteit van het onderwijs omvatten.
4. [Artikel 11, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2013-06-01&g=2013-06-01), is van overeenkomstige toepassing. De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet.
##### Artikel 15l. Reikwijdte
@@ -780,11 +780,11 @@
##### Artikel 15m. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
De [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=9&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15n. Uitoefening van het toezicht
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedoelde taken, onderzoekt de inspectie jaarlijks de kwaliteit van de uitoefening van de wettelijke taken door de kenniscentra, bedoeld in de [artikelen 1.5.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.5.2) en [10b4 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b4).
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-06-01&g=2013-06-01), bedoelde taken, onderzoekt de inspectie jaarlijks de kwaliteit van de uitoefening van de wettelijke taken door de kenniscentra, bedoeld in de [artikelen 1.5.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.5.2) en [10b4 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b4).
2. Indien de inspectie naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, oordeelt dat de kwaliteit tekortschiet, verricht zij na een door haar aangegeven termijn onderzoek naar de verbeteringen die het kenniscentrum heeft gerealiseerd.
@@ -792,7 +792,7 @@
4. Bij de uitvoering van een onderzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid, kan de inspectie onafhankelijke deskundigen betrekken.
5. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2013-06-01&g=2013-06-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2013-06-01&g=2013-06-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2013-06-01&g=2013-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 4. Toezicht hoger onderwijs
@@ -820,15 +820,15 @@
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. **diplomaregister:** diplomaregister, bedoeld in [artikel 24m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24m&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- b. **diplomagegevens:** gegevens, bedoeld in [artikel 24o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24o&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- a. **diplomaregister:** diplomaregister, bedoeld in [artikel 24m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24m&z=2013-06-01&g=2013-06-01);
- b. **diplomagegevens:** gegevens, bedoeld in [artikel 24o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24o&z=2013-06-01&g=2013-06-01);
- c. **betrokkene:** degene op wie een diplomagegeven betrekking heeft;
- d. **derde:** derde als bedoeld in [artikel 1, onderdeel g, van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=1);
- e. **waardedocument:** een getuigschrift, diploma, cijferlijst of certificaat als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- e. **waardedocument:** een getuigschrift, diploma, cijferlijst of certificaat als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01);
- f. **College voor examens:** College voor examens, genoemd in [artikel 2 van de Wet College voor examens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025364&artikel=2), of één van diens rechtsvoorgangers, genoemd in [artikel 12 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025364&artikel=12), op het gebied van staatsexamens;
@@ -844,11 +844,11 @@
- a. de betrokkene;
- b. de instelling of school, bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01), of de school of afdeling voor voortgezet speciaal onderwijs, waarbij de betrokkene is ingeschreven of minder dan vijf jaar voor de gegevensverstrekking was ingeschreven;
- c. de instelling of school, bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01), of het College voor examens, waarbij de betrokkene minder dan vijf jaar voor de gegevensverstrekking een waardedocument heeft behaald;
- d. een instelling of school als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01), of het College voor examens, voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de aanmelding, inschrijving of examinering van de betrokkene;
- b. de instelling of school, bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01), of de school of afdeling voor voortgezet speciaal onderwijs, waarbij de betrokkene is ingeschreven of minder dan vijf jaar voor de gegevensverstrekking was ingeschreven;
- c. de instelling of school, bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01), of het College voor examens, waarbij de betrokkene minder dan vijf jaar voor de gegevensverstrekking een waardedocument heeft behaald;
- d. een instelling of school als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01), of het College voor examens, voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de aanmelding, inschrijving of examinering van de betrokkene;
- e. overheidsinstanties, voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van hun publieke taak;
@@ -858,7 +858,7 @@
##### Artikel 24n. Reikwijdte diplomaregister
Behoudens [artikel 24r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24r&z=2013-01-01&g=2013-01-01) omvat het diplomaregister gegevens over:
Behoudens [artikel 24r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24r&z=2013-06-01&g=2013-06-01) omvat het diplomaregister gegevens over:
- a. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde propedeutische examens van uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen hoger beroepsonderwijs en met goed gevolg afgelegde afsluitende examens van uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen hoger onderwijs, met uitzondering van de programma’s, bedoeld in [artikel 7.8a, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.8a), die op of na 1 januari 1996 zijn afgegeven door instellingen als bedoeld in de onderdelen a, b, c en g van de [bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](onbekend);
@@ -912,29 +912,29 @@
2. Indien de organisatie die het document heeft uitgereikt, constateert dat de gegevens van de betrokkene in het diplomaregister overeenkomen met de gegevens waarover zij beschikt of indien zij niet meer over de diplomagegevens van betrokkene beschikt, deelt zij dit elektronisch mee aan Onze Minister en deelt Onze Minister dit elektronisch mee aan de betrokkene. Indien de organisatie niet meer over de diplomagegevens van de betrokkene beschikt, kan de betrokkene op vertoon van het originele waardedocument aan Onze Minister verzoeken om de gegevens in het diplomaregister te verbeteren.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de gegevens, bedoeld in [artikel 24o, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24o&z=2013-01-01&g=2013-01-01), die zijn overgenomen uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de gegevens, bedoeld in [artikel 24o, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24o&z=2013-06-01&g=2013-06-01), die zijn overgenomen uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
##### Artikel 24q. Het verstrekken van diplomagegevens
1. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan betrokkene.
2. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling of school als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of aan een school of afdeling voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, indien betrokkene is ingeschreven of was ingeschreven bij die instelling, school of afdeling. Op grond van de eerste volzin kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt die zijn behaald voor onderwijs van die instelling, school of afdeling.
3. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling of school als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of aan het College voor examens indien betrokkene een waardedocument heeft behaald bij die instelling, die school of dat college. Op grond van de eerste volzin kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt van waardedocumenten die zijn afgegeven door die instelling, die school of dat college.
4. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling of school als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of aan het College voor examens ten behoeve van de aanmelding, inschrijving of examinering van betrokkene.
2. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling of school als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01) of aan een school of afdeling voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, indien betrokkene is ingeschreven of was ingeschreven bij die instelling, school of afdeling. Op grond van de eerste volzin kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt die zijn behaald voor onderwijs van die instelling, school of afdeling.
3. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling of school als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01) of aan het College voor examens indien betrokkene een waardedocument heeft behaald bij die instelling, die school of dat college. Op grond van de eerste volzin kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt van waardedocumenten die zijn afgegeven door die instelling, die school of dat college.
4. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan een instelling of school als bedoeld in [artikel 24n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01) of aan het College voor examens ten behoeve van de aanmelding, inschrijving of examinering van betrokkene.
5. Op grond van het vierde lid kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt van:
- a. de waardedocumenten, bedoeld in [artikel 24n, onder a tot en met d en f tot en met k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01), indien het betreft een instelling als bedoeld in artikel 24n, onder a, i, j of k,
- b. de waardedocumenten, bedoeld in [artikel 24n, onder b, c, f, g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01), indien het betreft een instelling als bedoeld in artikel 24n, eerste lid, onder b,
- c. de waardedocumenten, bedoeld in [artikel 24n, onder c, f, g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01), indien het betreft een school, instelling of afdeling als bedoeld in artikel 24n, eerste lid, onder c, f of g,
- d. de waardedocumenten, bedoeld in [artikel 24n, onder c, d, f, g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-01-01&g=2013-01-01), indien het betreft het College voor examens.
6. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan Onze Minister en de inspectie voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun wettelijke taken. Voor zover het betreft het gebruik door Onze Minister voor de begrotings- en beleidsvoorbereiding, worden de diplomagegevens op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. [Artikel 24f, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24f&z=2013-01-01&g=2013-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
- a. de waardedocumenten, bedoeld in [artikel 24n, onder a tot en met d en f tot en met k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01), indien het betreft een instelling als bedoeld in artikel 24n, onder a, i, j of k,
- b. de waardedocumenten, bedoeld in [artikel 24n, onder b, c, f, g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01), indien het betreft een instelling als bedoeld in artikel 24n, eerste lid, onder b,
- c. de waardedocumenten, bedoeld in [artikel 24n, onder c, f, g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01), indien het betreft een school, instelling of afdeling als bedoeld in artikel 24n, eerste lid, onder c, f of g,
- d. de waardedocumenten, bedoeld in [artikel 24n, onder c, d, f, g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24n&z=2013-06-01&g=2013-06-01), indien het betreft het College voor examens.
6. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan Onze Minister en de inspectie voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun wettelijke taken. Voor zover het betreft het gebruik door Onze Minister voor de begrotings- en beleidsvoorbereiding, worden de diplomagegevens op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. [Artikel 24f, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6a&paragraaf=2&artikel=24f&z=2013-06-01&g=2013-06-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
7. Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan:
@@ -964,7 +964,7 @@
##### Artikel 24t. Informatie over gegevensverstrekking
1. Onze Minister houdt gedurende twintig jaren volgend op de verstrekking van gegevens uit het diplomaregister met uitzondering van de verstrekking op grond van [artikel 24q, eerste lid of zesde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24q&z=2013-01-01&g=2013-01-01), aantekening van de verstrekking, tenzij de verstrekking van gegevens in de genoemde periode anderszins is te herleiden uit het diplomaregister.
1. Onze Minister houdt gedurende twintig jaren volgend op de verstrekking van gegevens uit het diplomaregister met uitzondering van de verstrekking op grond van [artikel 24q, eerste lid of zesde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6b&artikel=24q&z=2013-06-01&g=2013-06-01), aantekening van de verstrekking, tenzij de verstrekking van gegevens in de genoemde periode anderszins is te herleiden uit het diplomaregister.
2. Onze Minister deelt aan de betrokkene mede of hem betreffende gegevens gedurende twintig jaren voorafgaande aan het verzoek uit het diplomaregister zijn verstrekt aan een overheidsorgaan, een onderwijsinstelling of een andere derde. Onze Minister kan volstaan met een in algemene termen gestelde mededeling omtrent de verstrekkingen.
2013-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-11-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2012-07-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2011-02-17
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2011-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-10-10
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2010-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2009-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-06-13
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-02-27
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2007-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-07-19
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-03-08
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2005-12-30
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2005-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2005-03-15
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-12-22
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2004-02-13
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2003-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 1
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
original version Tekst op deze datum