Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 20 juni 2002 houdende Wet op het onderwijstoezicht

61 versions · 2025-01-01
2025-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2024-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2023-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2022-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2022-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
2021-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 3
2021-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2021-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 15
2020-04-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2019-02-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-07-28
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2018-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-05-25
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2018-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2017-07-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2016-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 24
2015-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-03-04
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2015-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 24, 24
2014-01-06
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2014-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-10-01
Wet op het onderwijstoezicht
2013-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 15, 15
2013-07-04
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2013-06-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2013-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-11-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 13
2012-07-01
Wet op het onderwijstoezicht
2012-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2011-02-17
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2011-01-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-10-10
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2010-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2010-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2009-10-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20

Wijzigingen op 2009-10-01

@@ -100,7 +100,7 @@
- c. onderwijsdeelnemers, ten behoeve van een instelling met taken belaste personen, besturen, ouders, op instellingen ingestelde klachtencommissies en op instellingen aangestelde vertrouwenspersonen, die geconfronteerd worden met een geval van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld, psychisch geweld, discriminatie of radicalisering als bedoeld onder a of b.
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2008-06-13&g=2008-06-13), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
2. Naast zijn taken, voortvloeiend uit [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2009-10-01&g=2009-10-01), heeft de vertrouwensinspecteur ten behoeve van de in het eerste lid genoemde personen en organen de volgende taken:
- a. het fungeren als aanspreekpunt,
@@ -116,7 +116,7 @@
5. De vertrouwensinspecteur is bevoegd zonder toestemming van degene die het betreft bijzondere gegevens als bedoeld in [artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=16) te verwerken met betrekking tot de personen, bedoeld in het eerste lid, indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering kan worden afgeleid.
6. De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2008-06-13&g=2008-06-13), worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen.
6. De vertrouwensinspecteur verstrekt de door hem verzamelde gegevens niet aan derden. In het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2009-10-01&g=2009-10-01), worden slechts geabstraheerde gegevens opgenomen.
7. In afwijking van het zesde lid is de vertrouwensinspecteur bevoegd rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie vallende instanties in kennis te stellen van een geval of vermoeden van een geval van psychisch geweld, fysiek geweld, discriminatie of radicalisering:
@@ -166,7 +166,7 @@
##### Artikel 11. Periodiek kwaliteitsonderzoek
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2008-06-13&g=2008-06-13) bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks het onderwijs aan elke instelling, behoudens bijzondere omstandigheden. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de kwaliteit van het onderwijs.
1. Ter uitvoering van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2009-10-01&g=2009-10-01) bedoelde taken onderzoekt de inspectie jaarlijks het onderwijs aan elke instelling, behoudens bijzondere omstandigheden. Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de kwaliteit van het onderwijs.
2. De inspectie verricht het onderzoek aan de hand van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en, indien het betreft een instelling voor primair of voortgezet onderwijs, de aspecten van kwaliteit, te weten
@@ -202,11 +202,11 @@
##### Artikel 12. Aansluiting bij zelfevaluatie instelling
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-06-13&g=2008-06-13), uit van de uitkomsten van een evaluatie van de kwaliteit door of vanwege de instelling, waaronder worden verstaan de uitkomsten van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door of vanwege de instelling als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21), [artikel 24, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24), en het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.3.6).
1. De inspectie gaat bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2009-10-01&g=2009-10-01), uit van de uitkomsten van een evaluatie van de kwaliteit door of vanwege de instelling, waaronder worden verstaan de uitkomsten van het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door of vanwege de instelling als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=12), [artikel 21 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=21), [artikel 24, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=24), en het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.3.6).
2. De uitkomsten van een evaluatie, bedoeld in het eerste lid, zijn richtinggevend voor het oordeel van de inspectie indien:
- a. alle aspecten van kwaliteit die de inspectie bij haar oordeel betrekt, zoals neergelegd in een toezichtskader als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2008-06-13&g=2008-06-13), daarin aan de orde komen,
- a. alle aspecten van kwaliteit die de inspectie bij haar oordeel betrekt, zoals neergelegd in een toezichtskader als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2009-10-01&g=2009-10-01), daarin aan de orde komen,
- b. de wijze van uitvoering en de hoedanigheid van de evaluatie voldoende betrouwbaar zijn, en
@@ -216,7 +216,7 @@
##### Artikel 13. Toezichtskader
1. De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-06-13&g=2008-06-13), vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
1. De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2009-10-01&g=2009-10-01), vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
2. Alvorens een toezichtskader vast te stellen of te wijzigen voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen.
@@ -230,9 +230,9 @@
##### Artikel 15. Incidenteel onderzoek
1. Naast het periodieke kwaliteitsonderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-06-13&g=2008-06-13), kan de inspectie uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van het onderwijs onderscheidenlijk, indien het een exameninstelling betreft, van de externe legitimering waaronder mede wordt verstaan naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschiften.
2. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2008-06-13&g=2008-06-13) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
1. Naast het periodieke kwaliteitsonderzoek, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2009-10-01&g=2009-10-01), kan de inspectie uit eigen beweging dan wel op aanwijzing van Onze Minister incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van het onderwijs onderscheidenlijk, indien het een exameninstelling betreft, van de externe legitimering waaronder mede wordt verstaan naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschiften.
2. De artikelen 20 en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2009-10-01&g=2009-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
### Hoofdstuk 3a. Toezicht regionaal expertisecentrum
@@ -252,7 +252,7 @@
Vervallen
### Hoofdstuk 3b. Toezicht externe kwaliteitsbewaking examinering beroepsopleidingen
### Hoofdstuk 3b. Toezicht College voor examens
##### Artikel 16. Reikwijdte
@@ -270,25 +270,25 @@
##### Artikel 18. Onderzoek hoger onderwijs
1. De inspectie voert de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2008-06-13&g=2008-06-13) bedoelde taken uit door onderzoek naar de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 11, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-06-13&g=2008-06-13), en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2008-06-13&g=2008-06-13) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De inspectie voert de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2009-10-01&g=2009-10-01) bedoelde taken uit door onderzoek naar de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 11, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2009-10-01&g=2009-10-01), en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2009-10-01&g=2009-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 19. Incidenteel onderzoek hoger onderwijs
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2008-06-13&g=2008-06-13), kan de inspectie incidenteel onderzoek verrichten naar:
1. Naast het onderzoek, bedoeld in [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=4&artikel=18&z=2009-10-01&g=2009-10-01), kan de inspectie incidenteel onderzoek verrichten naar:
- a. aspecten van de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs in zijn geheel, en
- b. de naleving door instellingen van de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 6.5, eerste lid onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5), en [6.10, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.10).
2. De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2008-06-13&g=2008-06-13) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2008-06-13&g=2008-06-13) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
2. De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2009-10-01&g=2009-10-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2009-10-01&g=2009-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.
### Hoofdstuk 5. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
##### Artikel 20. Vaststelling van inspectierapporten
1. De inspectie legt haar oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-06-13&g=2008-06-13), vast in een inspectierapport.
1. De inspectie legt haar oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in [artikel 11, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2009-10-01&g=2009-10-01), vast in een inspectierapport.
2. Indien de inspectie oordeelt dat een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift niet is nageleefd, vermeldt zij dit in het rapport.
@@ -324,7 +324,7 @@
##### Artikel 24. Raad van advies inzake de inspectie
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2008-06-13&g=2008-06-13) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2008-06-13&g=2008-06-13).
1. Er is een Raad van advies inzake de inspectie die tot taak heeft de inspectie bij te staan in de waarborging van een zorgvuldige en professionele uitoefening van het toezicht. De raad adviseert de inspecteur-generaal onderscheidenlijk het hoofd inspectie gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de uitoefening van het toezicht, in het bijzonder over de uitvoering van de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2009-10-01&g=2009-10-01) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=6&artikel=22&z=2009-10-01&g=2009-10-01).
2. De raad bestaat uit drie leden, die worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De benoeming geschiedt voor de tijd van ten hoogste vier jaar. De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.
@@ -400,7 +400,7 @@
##### Artikel 15b. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
[Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2008-06-13&g=2008-06-13) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2008-06-13&g=2008-06-13) zijn van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2009-10-01&g=2009-10-01) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2009-10-01&g=2009-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 4. Toezicht hoger onderwijs
@@ -416,7 +416,7 @@
##### Artikel 15c. Uitoefening van het toezicht
1. [Artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2008-06-13&g=2008-06-13) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de inspectie het onderzoek tevens verricht aan de hand van aspecten van kwaliteit, te weten:
1. [Artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2009-10-01&g=2009-10-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de inspectie het onderzoek tevens verricht aan de hand van aspecten van kwaliteit, te weten:
- a. coördinatie van de ambulante begeleiding,
@@ -430,19 +430,25 @@
- f. toepassing van de indicatiecriteria, bedoeld in [artikel 28c, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28c), door de commissie voor de indicatiestelling.
2. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2008-06-13&g=2008-06-13), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2008-06-13&g=2008-06-13), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2008-06-13&g=2008-06-13) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2008-06-13&g=2008-06-13) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2009-10-01&g=2009-10-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2009-10-01&g=2009-10-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2009-10-01&g=2009-10-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=3&artikel=15&z=2009-10-01&g=2009-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15d. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2008-06-13&g=2008-06-13) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2008-06-13&g=2008-06-13) zijn van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=20&z=2009-10-01&g=2009-10-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&hoofdstuk=5&artikel=21&z=2009-10-01&g=2009-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15e. Reikwijdte
Vervallen
##### Artikel 15f. Toezicht externe kwaliteitsbewaking
Vervallen
Dit hoofdstuk is van toepassing op het College voor examens, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor examens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025364&artikel=2).
##### Artikel 15f. Toezicht College voor examens
1. De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor examens en op de naleving van de bij of krachtens de [Wet College voor examens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025364) en de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) gegeven voorschriften.
2. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie Onze Minister onder meer voorstellen een voorziening te treffen als bedoeld in [artikel 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495&artikel=23), indien:
- a. is gebleken dat de kwaliteit van het functioneren van het College voor examens onvoldoende is geweest, of
- b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens de [Wet College voor examens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025364) is bepaald.
### Hoofdstuk 6. Kwaliteit van de uitoefening van het toezicht
2008-06-13
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-02-27
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2008-01-01
Wet op het onderwijstoezicht
2007-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-07-19
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 15, 18, 19, 20
2006-03-08
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2005-12-30
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2005-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2005-03-15
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-12-22
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2004-08-01
Wet op het onderwijstoezicht
2004-02-13
Wet op het onderwijstoezicht — art. 6
2003-08-01
Wet op het onderwijstoezicht — arts. 6, 6
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht — art. 1
2002-09-01
Wet op het onderwijstoezicht
original version Tekst op deze datum