Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 17 juni 2013, houdende regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)

20 versions · 2026-01-01
2025-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45

Wijzigingen op 2025-01-01

@@ -104,7 +104,7 @@
- 2°. een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm is waarbij een verbruiker als bedoeld onder i is aangesloten;
- –. **vergunninghouder:** de houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- –. **vergunninghouder:** de houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- –. **verhuurder:** een eigenaar van een voor verhuur bestemde woonruimte of bedrijfsruimte in Nederland, of degene die door die eigenaar gevolmachtigd is namens hem op te treden;
@@ -132,15 +132,15 @@
3. Ten aanzien van de levering van warmte brengt de leverancier ten hoogste in rekening:
- a. de maximumprijs voor de levering van warmte, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- b. het maximumtarief voor het in gebruik nemen van de afleverset voor warmte, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- c. de eenmalige aansluitbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- d. het tarief voor afsluiting, bedoeld in [artikel 4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en
- e. het tarief voor de meting van het warmteverbruik door middel van individuele meters, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2024-01-01&g=2024-01-01), de redelijke kosten voor de meting van het warmteverbruik door middel van individuele warmtekostenverdelers als bedoeld in [artikel 8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of de redelijke kosten voor het berekenen van het warmteverbruik door middel van een kostenverdeelsystematiek, als bedoeld in artikel 8a, tweede lid.
- a. de maximumprijs voor de levering van warmte, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- b. het maximumtarief voor het in gebruik nemen van de afleverset voor warmte, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- c. de eenmalige aansluitbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- d. het tarief voor afsluiting, bedoeld in [artikel 4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en
- e. het tarief voor de meting van het warmteverbruik door middel van individuele meters, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2025-01-01&g=2025-01-01), de redelijke kosten voor de meting van het warmteverbruik door middel van individuele warmtekostenverdelers als bedoeld in [artikel 8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), of de redelijke kosten voor het berekenen van het warmteverbruik door middel van een kostenverdeelsystematiek, als bedoeld in artikel 8a, tweede lid.
4. Een leverancier onthoudt zich van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid jegens zijn verbruikers.
@@ -180,7 +180,7 @@
2. De maximumprijs kan per aflevertemperatuur verschillen en:
- a. is gebaseerd op de integrale kosten die een verbruiker zou moeten maken voor het verkrijgen van dezelfde hoeveelheid warmte bij het gebruik van gas als energiebron. Deze kosten worden bepaald met de rendementsmethode;
- a. is gebaseerd op de kosten die een verbruiker zou moeten maken voor het verkrijgen van dezelfde hoeveelheid warmte bij het gebruik van gas als energiebron, waarbij bepaalde kosten geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing kunnen worden gelaten. Deze kosten worden bepaald met de rendementsmethode;
- b. is opgebouwd uit een gebruiksafhankelijk deel, uitgedrukt in een bedrag in euro per gigajoule, en een gebruiksonafhankelijk deel uitgedrukt in een bedrag in euro.
@@ -210,7 +210,7 @@
##### Artikel 7
1. De Autoriteit Consument en Markt verzamelt, analyseert en bewerkt inlichtingen en gegevens met betrekking tot de ontwikkeling van de rendementen in de warmteleveringsmarkt. De Autoriteit Consument en Markt brengt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na twee jaar aan Onze Minister verslag uit van de monitoring.
1. De Autoriteit Consument en Markt verzamelt, analyseert en bewerkt inlichtingen en gegevens met betrekking tot de ontwikkeling van de rendementen behaald door leveranciers en de kosten en opbrengsten per soort warmtenet. De Autoriteit Consument en Markt brengt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na twee jaar aan Onze Minister verslag uit van de monitoring.
2. De Autoriteit Consument en Markt toetst of het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement.
@@ -276,9 +276,9 @@
##### Artikel 8a
1. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2024-01-01&g=2024-01-01), baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.
2. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.
1. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2025-01-01&g=2025-01-01), baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.
2. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.
3. De kostenverdeelsystematiek, bedoeld in het tweede lid, gaat uit van een binnen de technische en financiële mogelijkheden zo nauwkeurig mogelijke benadering van het werkelijke aandeel van het verbruik van de individuele verbruiker.
@@ -288,7 +288,7 @@
- b. redelijke kosten voor de uitvoering van de kostenverdeelsystematiek zelf in een appartementengebouw of in een multifunctioneel gebouw indien dit door een ander dan de leverancier geschiedt.
5. Indien een onroerende zaak, die is gebouwd voor inwerkingtreding van dit lid, bestaat uit meerdere woon -of bedrijfsruimten kan de leverancier het individueel warmtegebruik van de verbruiker, zoals gemeten op grond van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2024-01-01&g=2024-01-01) of [artikel 8a, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), corrigeren aan de hand van correctiefactoren die door de leverancier zijn vastgesteld met inachtname van de daarvoor gangbare technische normen voor:
5. Indien een onroerende zaak, die is gebouwd voor inwerkingtreding van dit lid, bestaat uit meerdere woon -of bedrijfsruimten kan de leverancier het individueel warmtegebruik van de verbruiker, zoals gemeten op grond van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2025-01-01&g=2025-01-01) of [artikel 8a, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), corrigeren aan de hand van correctiefactoren die door de leverancier zijn vastgesteld met inachtname van de daarvoor gangbare technische normen voor:
- a. de ligging van woonruimten, en
@@ -348,7 +348,7 @@
- b. de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;
- c. de vergunninghouder de opgedragen voorzieningen, bedoeld in [artikel 12b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=12b&z=2024-01-01&g=2024-01-01), niet treft;
- c. de vergunninghouder de opgedragen voorzieningen, bedoeld in [artikel 12b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=12b&z=2025-01-01&g=2025-01-01), niet treft;
- d. de vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
@@ -368,7 +368,7 @@
1. De vergunninghouder voert een afzonderlijke boekhouding met betrekking tot de levering van warmte en, indien van toepassing, voor de levering van koude.
2. De vergunninghouder publiceert een jaarrekening en een bestuursverslag overeenkomstig [titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9).
2. De vergunninghouder publiceert een jaarrekening en een bestuursverslag overeenkomstig [titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9), met uitzondering van de [artikelen 395a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=395a), [396](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=396), [397](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=397) en [403 van deze titel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=403).
3. Het bestuursverslag, bedoeld in het tweede lid, bevat tevens betrouwbare en op een inzichtelijke wijze vorm gegeven informatie over:
@@ -380,7 +380,7 @@
4. De in het bestuursverslag opgenomen informatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a en b, is voorzien van een accountantsverklaring.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste, tweede en derde lid en [artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste, tweede en derde lid en [artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
#### § 2.3. Noodvoorziening
@@ -434,245 +434,433 @@
##### Artikel 14
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt regulatorische accountingregels vast gericht op de van een leverancier of de groep waartoe deze behoort te verkrijgen noodzakelijke gegevens voor de uitvoering van de bij of krachtens [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01) gegeven bevoegdheden en de regulering van tarieven op basis van kosten.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan een leverancier of de groep waartoe het behoort verzoeken informatie op grond van de regulatorische accountingregels te verstrekken. De leverancier verstrekt de informatie binnen de in het verzoek gestelde termijn.
3. De informatie, bedoeld in het tweede lid, is gecontroleerd door een registeraccountant indien de Autoriteit Consument en Markt daarom heeft verzocht.
### Hoofdstuk 4. Handhaving
##### Artikel 15
De Autoriteit Consument en Markt is belast met taken ter uitvoering van deze wet en het toezicht op de naleving van deze wet, met uitzondering van [artikel 3d, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3d&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 16
De Autoriteit Consument en Markt kan bij een producent, leverancier of verbruiker metingen verrichten of doen verrichten. De producent, leverancier of verbruiker gedoogt dat de metingen in zijn leidingen, installaties of hulpmiddelen worden verricht.
##### Artikel 17
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van deze wet.
##### Artikel 18
1. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [5, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=4&artikel=17&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [21, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=6&artikel=21&z=2025-01-01&g=2025-01-01) en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=10&artikel=40&z=2025-01-01&g=2025-01-01) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
3. De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in [artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48), een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
##### Artikel 19
Vervallen
### Hoofdstuk 5. Bijdragen
##### Artikel 20
1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=10&z=2025-01-01&g=2025-01-01), alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
2. Het verschuldigde bedrag kan worden ingevorderd bij dwangbevel.
##### Artikel 21
1. Een netbeheerder en een leverancier die van diens warmtenet gebruik maakt treden op verzoek van een producent in overleg met die producent over toegang tot het warmtenet ten behoeve van transport van warmte.
2. Na ontvangst van een verzoek geeft de netbeheerder de verzoeker inzicht in:
- a. de beschikbare transportcapaciteit op het net;
- b. in voorkomend geval de tarieven die worden gehanteerd voor het transport van de warmte;
- c. technische kenmerken van het net, waaronder de druk en het debiet, en
- d. transportprofiel dat inzicht geeft in de benodigde transportcapaciteit op verschillende momenten.
3. Na ontvangst van een verzoek geeft de leverancier de verzoeker inzicht in:
- a. het afnameprofiel en de jaarlijkse afname op het betreffende warmtenet, en
- b. de vraag naar warmte en de hoeveelheid daarvan waarvoor productiecapaciteit beschikbaar is.
4. Een netbeheerder doet een verzoeker als bedoeld in het eerste lid uit eigener beweging of op diens verzoek een deugdelijk gemotiveerde schriftelijke beslissing toekomen over het verlenen van toegang tot het warmtenet.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de eisen waaraan een verzoek als bedoeld in het eerste lid ten minste moet voldoen, de termijn waarbinnen de informatie, bedoeld in het tweede en derde lid, moet zijn verschaft en de termijn waarbinnen het overleg, bedoeld in het eerste lid, wordt gestart.
### Hoofdstuk 6. Geschillenbeslechting
##### Artikel 22
Vervallen
### Hoofdstuk 4. Handhaving
##### Artikel 15
De Autoriteit Consument en Markt is belast met taken ter uitvoering van deze wet en het toezicht op de naleving van deze wet, met uitzondering van [artikel 3d, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3d&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
##### Artikel 16
De Autoriteit Consument en Markt kan bij een producent, leverancier of verbruiker metingen verrichten of doen verrichten. De producent, leverancier of verbruiker gedoogt dat de metingen in zijn leidingen, installaties of hulpmiddelen worden verricht.
##### Artikel 17
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van deze wet.
##### Artikel 18
1. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [5, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=4&artikel=17&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [21, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=6&artikel=21&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=10&artikel=40&z=2024-01-01&g=2024-01-01) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
3. De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in [artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48), een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
##### Artikel 19
##### Artikel 23
Een representatieve organisatie wordt geacht belanghebbende te zijn bij besluiten, niet zijnde beschikkingen, genomen op grond van deze wet.
##### Artikel 24
1. In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01), of [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01) en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.
2. Op verzoek van een representatieve organisatie kan het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevelen dat een inbreuk door de leverancier die de inbreuk maakt wordt gestaakt.
3. Het College kan eveneens worden verzocht degene die de inbreuk maakt te veroordelen tot het openbaar maken of openbaar laten maken van de beschikking, zulks op een door het College te bepalen wijze en op kosten van de door het College aan te geven partij of partijen.
4. Geschillen terzake de tenuitvoerlegging van de in het eerste en tweede lid bedoelde veroordelingen worden bij uitsluiting door het College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist.
### Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong
#### Paragraaf 1:. Subsidie
##### Artikel 43
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastuctuur en Milieu, aan een producent eisen stellen met betrekking tot het nuttig gebruik van restwarmte. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld; deze kunnen tevens betrekking hebben op het instellen van een heffing ter zake van lozing van restwarmte dan wel op een verbod daarvan.
##### Artikel 44
Vervallen
##### Artikel 45
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 46
Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.
#### Paragraaf 2:. Tarieven
##### Artikel 29
Vervallen
##### Artikel 30
Vervallen
##### Artikel 31
Vervallen
#### Paragraaf 3:. Lozing van restwarmte
##### Artikel 32
Vervallen
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
##### Artikel 33
Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.
##### Artikel 34
Wijzigt de Gaswet.
##### Artikel 35
Vervallen
##### Artikel 36
Wijzigt de boeken 5, 6, 7 en 8 van het Burgerlijk Wetboek.
##### Artikel 37
Wijzigt de Mededingingswet.
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 38
Werken die worden of zijn uitgevoerd ten behoeve van de levering van warmte worden aangemerkt als openbare werken van algemeen nut.
##### Artikel 39
1. Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd de productie en levering van warmte in het belang van de energievoorziening aan regels te binden.
2. Het eerste lid laat onverlet de bevoegdheden van provinciale staten en gemeenteraden bij aanleg, herstel, uitbreiding of vernieuwing van netten.
##### Artikel 40
Een leverancier meldt zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt:
- a. de naam en het adres van de leverancier, en
- b. een beschrijving van de door leverancier te exploiteren warmtenetten waarbij in ieder geval het aantal verbruikers en het aantal aan verbruikers geleverde gigajoules is opgenomen.
##### Artikel 41
1. Het in [artikel 2 van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=2) bedoelde energierapport geeft mede richting aan van rijkswege te nemen beslissingen in de periode, bedoeld in dat artikel, voor zover daarbij het belang van het betrouwbaar, duurzaam, milieuhygiënisch en doelmatig functioneren van de warmtevoorziening in beschouwing moet of kan worden genomen.
2. Het energierapport bevat in ieder geval een overzicht van de prijsontwikkelingen met betrekking tot levering van warmte.
##### Artikel 42
1. Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2025-01-01&g=2025-01-01) vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=10&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
2. Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 43
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastuctuur en Milieu, aan een producent eisen stellen met betrekking tot het nuttig gebruik van restwarmte. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld; deze kunnen tevens betrekking hebben op het instellen van een heffing ter zake van lozing van restwarmte dan wel op een verbod daarvan.
##### Artikel 44
1. Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het verslag. Het verslag bevat in ieder geval een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de wet met betrekking tot de prijsstelling van warmte.
3. De Autoriteit Consument en Markt is belast met de uitvoering van de evaluatie.
##### Artikel 45
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2014-08-01&g=2014-08-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 46
Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 25
1. Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen.
2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening voor garanties van oorsprong. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
3. Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen op een daarbij aangegeven rekening voor garanties van oorsprong, indien een Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de productiemeetgegevens overlegt.
##### Artikel 26
Onze Minister kan de taken, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=25&z=2025-01-01&g=2025-01-01), mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.
##### Artikel 27
Een meetbedrijf stelt op verzoek van een producent vast of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van thermische energie uit hernieuwbare bronnen alsmede of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de thermische energie uit hernieuwbare bronnen die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een net voor thermische energie ingevoed.
##### Artikel 28
Een garantie van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid thermische energie is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.
##### Artikel 29
1. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen.
2. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:
- a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;
- b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen of deze kunnen verhandelen;
- e. de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- f. het meten van de hoeveelheid, bedoeld in [artikel 25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=25&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8b
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
- a. de inrichting van energiekostenramingen en facturen inzake het verbruik van warmte,
- b. de frequentie van facturen inzake het verbruik van warmte,
- c. het verstrekken van gegevens over het verbruik van warmte,
- d. degenen die de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c, verstrekken, welke regels kunnen verschillen per categorie van ontvangers van de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c,
- e. het op verzoek van een afnemer toesturen van facturen, factureringsinformatie en energiekostenramingen, eventueel langs elektronische weg,
- f. de kosten van toegang tot meetgegevens en van facturatie;
- g. degenen die om de informatie, bedoeld in onderdeel e, kunnen verzoeken en
- h. de termijn waarbinnen een nota als bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), wordt verstrekt.
#### § 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders
#### § 2.3. Noodvoorziening
### Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking
### Hoofdstuk 4. Handhaving
### Hoofdstuk 5. Bijdragen
##### Artikel 20
1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=10&z=2024-01-01&g=2024-01-01), alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
2. Het verschuldigde bedrag kan worden ingevorderd bij dwangbevel.
##### Artikel 21
1. Een netbeheerder en een leverancier die van diens warmtenet gebruik maakt treden op verzoek van een producent in overleg met die producent over toegang tot het warmtenet ten behoeve van transport van warmte.
2. Na ontvangst van een verzoek geeft de netbeheerder de verzoeker inzicht in:
- a. de beschikbare transportcapaciteit op het net;
- b. in voorkomend geval de tarieven die worden gehanteerd voor het transport van de warmte;
- c. technische kenmerken van het net, waaronder de druk en het debiet, en
- d. transportprofiel dat inzicht geeft in de benodigde transportcapaciteit op verschillende momenten.
3. Na ontvangst van een verzoek geeft de leverancier de verzoeker inzicht in:
- a. het afnameprofiel en de jaarlijkse afname op het betreffende warmtenet, en
- b. de vraag naar warmte en de hoeveelheid daarvan waarvoor productiecapaciteit beschikbaar is.
4. Een netbeheerder doet een verzoeker als bedoeld in het eerste lid uit eigener beweging of op diens verzoek een deugdelijk gemotiveerde schriftelijke beslissing toekomen over het verlenen van toegang tot het warmtenet.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de eisen waaraan een verzoek als bedoeld in het eerste lid ten minste moet voldoen, de termijn waarbinnen de informatie, bedoeld in het tweede en derde lid, moet zijn verschaft en de termijn waarbinnen het overleg, bedoeld in het eerste lid, wordt gestart.
### Hoofdstuk 6. Geschillenbeslechting
##### Artikel 22
Vervallen
### Hoofdstuk 4. Handhaving
##### Artikel 23
Een representatieve organisatie wordt geacht belanghebbende te zijn bij besluiten, niet zijnde beschikkingen, genomen op grond van deze wet.
##### Artikel 24
1. In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.
2. Op verzoek van een representatieve organisatie kan het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevelen dat een inbreuk door de leverancier die de inbreuk maakt wordt gestaakt.
3. Het College kan eveneens worden verzocht degene die de inbreuk maakt te veroordelen tot het openbaar maken of openbaar laten maken van de beschikking, zulks op een door het College te bepalen wijze en op kosten van de door het College aan te geven partij of partijen.
4. Geschillen terzake de tenuitvoerlegging van de in het eerste en tweede lid bedoelde veroordelingen worden bij uitsluiting door het College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist.
### Hoofdstuk 7. Beroep
### Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong
#### Paragraaf 1:. Subsidie
##### Artikel 43
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastuctuur en Milieu, aan een producent eisen stellen met betrekking tot het nuttig gebruik van restwarmte. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld; deze kunnen tevens betrekking hebben op het instellen van een heffing ter zake van lozing van restwarmte dan wel op een verbod daarvan.
##### Artikel 44
Vervallen
##### Artikel 45
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 46
Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.
#### Paragraaf 2:. Tarieven
##### Artikel 29
Vervallen
##### Artikel 30
Vervallen
##### Artikel 31
Vervallen
#### Paragraaf 3:. Lozing van restwarmte
##### Artikel 32
Vervallen
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
##### Artikel 33
Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.
##### Artikel 34
Wijzigt de Gaswet.
##### Artikel 35
Vervallen
##### Artikel 36
Wijzigt de boeken 5, 6, 7 en 8 van het Burgerlijk Wetboek.
##### Artikel 37
Wijzigt de Mededingingswet.
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 38
Werken die worden of zijn uitgevoerd ten behoeve van de levering van warmte worden aangemerkt als openbare werken van algemeen nut.
##### Artikel 39
1. Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd de productie en levering van warmte in het belang van de energievoorziening aan regels te binden.
2. Het eerste lid laat onverlet de bevoegdheden van provinciale staten en gemeenteraden bij aanleg, herstel, uitbreiding of vernieuwing van netten.
##### Artikel 40
Een leverancier meldt zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt:
- a. de naam en het adres van de leverancier, en
- b. een beschrijving van de door leverancier te exploiteren warmtenetten waarbij in ieder geval het aantal verbruikers en het aantal aan verbruikers geleverde gigajoules is opgenomen.
##### Artikel 41
1. Het in [artikel 2 van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=2) bedoelde energierapport geeft mede richting aan van rijkswege te nemen beslissingen in de periode, bedoeld in dat artikel, voor zover daarbij het belang van het betrouwbaar, duurzaam, milieuhygiënisch en doelmatig functioneren van de warmtevoorziening in beschouwing moet of kan worden genomen.
2. Het energierapport bevat in ieder geval een overzicht van de prijsontwikkelingen met betrekking tot levering van warmte.
##### Artikel 42
1. Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2024-01-01&g=2024-01-01) vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=10&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
2. Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
##### Artikel 43
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastuctuur en Milieu, aan een producent eisen stellen met betrekking tot het nuttig gebruik van restwarmte. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld; deze kunnen tevens betrekking hebben op het instellen van een heffing ter zake van lozing van restwarmte dan wel op een verbod daarvan.
##### Artikel 44
1. Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het verslag. Het verslag bevat in ieder geval een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de wet met betrekking tot de prijsstelling van warmte.
3. De Autoriteit Consument en Markt is belast met de uitvoering van de evaluatie.
##### Artikel 45
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2014-08-01&g=2014-08-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 46
Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 25
1. Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen.
2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening voor garanties van oorsprong. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
3. Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen op een daarbij aangegeven rekening voor garanties van oorsprong, indien een Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de productiemeetgegevens overlegt.
##### Artikel 26
Onze Minister kan de taken, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=25&z=2024-01-01&g=2024-01-01), mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.
##### Artikel 27
Een meetbedrijf stelt op verzoek van een producent vast of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van thermische energie uit hernieuwbare bronnen alsmede of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de thermische energie uit hernieuwbare bronnen die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een net voor thermische energie ingevoed.
##### Artikel 28
Een garantie van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid thermische energie is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.
##### Artikel 29
1. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen.
2. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:
- a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;
- b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen of deze kunnen verhandelen;
- e. de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- f. het meten van de hoeveelheid, bedoeld in [artikel 25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=25&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
##### Artikel 42a
[Artikel 3c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3c&z=2025-01-01&g=2025-01-01) is niet van toepassing op een overeenkomst die is gesloten is voor inwerkingtreding van dat artikel.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 1.1. Begripsbepalingen
##### Artikel 1a
1. Deze wet is van toepassing op levering van warmte aan verbruikers, met uitzondering van levering van warmte door een leverancier die:
- a. tevens optreedt als verhuurder voor de verbruiker aan wie hij warmte levert ten behoeve van de door hem aan de verbruiker verhuurde woon- of bedrijfsruimte;
- b. tevens de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm is waarbij:
- i. de verbruiker aan wie warmte geleverd wordt als lid is aangesloten, of
- ii. een verhuurder als bedoeld in onderdeel a als lid is aangesloten, of
- c. tevens een vereniging van eigenaars is waarbij meerdere verenigingen van eigenaars of daarmee vergelijkbare rechtsvormen als bedoeld in onderdeel b zijn aangesloten
2. In afwijking van het eerste lid zijn de [artikelen 8, tweede tot en met vierde, zesde, zevende en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8a&z=2025-01-01&g=2025-01-01) en [8b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8b&z=2025-01-01&g=2025-01-01) van toepassing op leveranciers als bedoeld in het eerste lid.
#### § 1.3. Experimenten
### Hoofdstuk 2. Levering van warmte
#### § 2.1. Algemene bepalingen ten aanzien van de levering van warmte
##### Artikel 3a
1. De leverancier keert aan een verbruiker een compensatie uit bij een ernstige storing in de levering van warmte waarvan de oorzaak gelegen is in:
- a. het warmtenet van de leverancier of de netbeheerder;
- b. de afleverset voor warmte, indien deze het eigendom is van de leverancier;
- c. de aansluiting, of
- d. het inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar.
2. De leverancier is niet verplicht tot het uitkeren van een compensatie als bedoeld in het eerste lid, indien de storing, bedoeld in dat lid:
- a. het gevolg is van een extreme situatie die niet aan de leverancier of netbeheerder kan worden toegerekend, of
- b. minder dan 24 uur duurt en in een periode van 12 maanden voorafgaand aan de storing zich geen storingen hebben voorgedaan in:
- i. hetzelfde warmtenet van de leverancier of de netbeheerder,
- ii. dezelfde afleverset voor warmte, indien deze het eigendom is van de leverancier;
- iii. dezelfde aansluiting, of
- iv. hetzelfde inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. het bestaan van een ernstige storing als bedoeld in het eerste lid;
- b. de hoogte van de compensatie bij een ernstige storing in de levering van warmte als bedoeld in het eerste lid, die voor storingen van verschillende tijdsduur verschillend kan worden vastgesteld;
- c. het moment van aanvang en beëindiging van de verplichting tot het betalen van compensatie bij een ernstige storing in de levering van warmte als bedoeld in het eerste lid, en
- d. het bestaan van een extreme situatie die niet aan de leverancier of verbruiker kan worden toegerekend als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
##### Artikel 3b
1. Verbruikers kunnen geschillen die voortvloeien uit een overeenkomst tot levering van warmte, onverminderd de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, voorleggen aan een onafhankelijke geschillencommissie.
2. De procedure bij de geschillencommissie, bedoeld in het eerste lid, dient snel, transparant, eenvoudig en goedkoop te zijn.
##### Artikel 3c
1. Een overeenkomst tot levering van warmte kan door een verbruiker door middel van een opzegging worden ontbonden.
2. Aan een opzegging hoeft door de leverancier geen gevolg te worden gegeven in gevallen waarin:
- a. het technisch niet mogelijk is de levering van warmte aan die verbruiker geheel te beëindigen, of
- b. beëindiging van de levering leidt tot aanzienlijk blijvend nadeel voor een andere verbruiker.
3. Een leverancier reageert schriftelijk op een opzegging als bedoeld in het eerste lid, en motiveert daarin in voorkomend geval waarom de beëindiging niet kan plaatsvinden.
##### Artikel 3d
1. Een gebouweigenaar die eigenaar is van een inpandig leidingstelsel dat wordt gebruikt voor het leveren van warmte aan verbruikers is verplicht:
- a. het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker op het inpandig leidingstelsel zodanig te onderhouden dat betrouwbare levering van warmte gewaarborgd is, tenzij de gebouweigenaar en de leverancier hierover andere afspraken maken, en
- b. medewerking te verlenen aan het verzoek van een leverancier om een verbruiker die is aangesloten op zijn inpandig leidingstelsel af te sluiten van het inpandig leidingstelsel door:
- i. zorg te dragen voor de afsluiting van de verbruiker van het inpandig leidingstelsel, of
- ii. de leverancier toestemming te geven zorg te dragen voor de afsluiting van de verbruiker van het inpandig leidingstelsel.
2. Wanneer zich een storing als bedoeld in [artikel 3a, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), voordoet in het inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar:
- a. ontvangt de verbruiker een compensatie als bedoeld in [artikel 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), van de leverancier, en
- b. vergoedt de gebouweigenaar de leverancier de kosten van de op grond van onderdeel a aan de verbruiker betaalde compensatie, tenzij de gebouweigenaar en de leverancier op grond van het eerste lid, onderdeel a, afspraken hebben gemaakt over het onderhoud van het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker daarop die tot gevolg hebben dat de leverancier verantwoordelijk is voor het onderhoud van het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker daarop.
##### Artikel 4a
1. Indien een leverancier een aansluiting afsluit van een warmtenet of een inpandig leidingstelsel of gedeeltelijk afsluit van een systeem als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01), brengt hij daarvoor ten hoogste een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen tarief in rekening.
2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, kan verschillen voor verschillende situaties, afhankelijk van de voor die situaties benodigde inspanning van de leverancier.
3. Indien de afsluiting van een inpandig leidingstelsel, bedoeld in [artikel 3d, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3b&z=2025-01-01&g=2025-01-01), wordt uitgevoerd door de gebouweigenaar die eigenaar is van het inpandig leidingstelsel waarop de binneninstallatie van de verbruiker is aangesloten betaalt de leverancier de gebouweigenaar het tarief, bedoeld in het eerste lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
- a. de berekening van de hoogte van het tarief voor afsluiting van een aansluiting van een warmtenet of een inpandig leidingstelsel in de verschillende situaties bedoeld in het tweede lid;
- b. de kosten die een leverancier in rekening kan brengen voor het gedeeltelijk afsluiten van een aansluiting op systemen als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 5a
1. In afwijking van [artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), kunnen een leverancier en een verbruiker overeenkomen dat aan de verbruiker een prijs in rekening wordt gebracht voor de levering van warmte die afwijkt van de maximumprijs, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01), indien de leverancier de verbruiker aantoonbaar een aanbod voor levering van warmte heeft gedaan dat in ieder geval de mogelijkheid bevat om warmte geleverd te krijgen tegen ten hoogste de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld waaraan het aanbod, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.
#### § 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders
#### § 2.3. Noodvoorziening
### Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking
### Hoofdstuk 5. Bijdragen
### Hoofdstuk 6. Overleg over toegang voor producenten tot warmtenetten
### Hoofdstuk 7. Beroep
### Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
@@ -680,226 +868,42 @@
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8b
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
- a. de inrichting van energiekostenramingen en facturen inzake het verbruik van warmte,
- b. de frequentie van facturen inzake het verbruik van warmte,
- c. het verstrekken van gegevens over het verbruik van warmte,
- d. degenen die de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c, verstrekken, welke regels kunnen verschillen per categorie van ontvangers van de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c,
- e. het op verzoek van een afnemer toesturen van facturen, factureringsinformatie en energiekostenramingen, eventueel langs elektronische weg,
- f. de kosten van toegang tot meetgegevens en van facturatie;
- g. degenen die om de informatie, bedoeld in onderdeel e, kunnen verzoeken en
- h. de termijn waarbinnen een nota als bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), wordt verstrekt.
#### § 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders
#### § 2.3. Noodvoorziening
### Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking
### Hoofdstuk 4. Handhaving
### Hoofdstuk 5. Bijdragen
### Hoofdstuk 6. Geschillenbeslechting
### Hoofdstuk 7. Beroep
### Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong
##### Artikel 45a
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2025-01-01&g=2025-01-01), te luiden:
Meetinrichtingen zijn op afstand uitleesbaar, tenzij dit niet kostenefficiënt is.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 24a
In afwijking van [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1&z=2025-01-01&g=2025-01-01) wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:
- –. **leverancier:** natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich bezighoudt met de levering van thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- –. **meetbedrijf:** natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich bezig houdt met het collecteren, valideren en vaststellen van meetgegevens betreffende thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- –. **producent:** natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich bezighoudt met de productie van thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- –. **verbruiker:** natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie uitsluitend voor eigen verbruik thermische energie uit hernieuwbare bronnen wordt geleverd.
##### Artikel 28a
Een leverancier zorgt ervoor dat als bewijs van levering van thermische energie uit hernieuwbare bronnen aan een in Nederland gevestigde verbruiker, binnen één maand na de levering een corresponderende hoeveelheid garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen van een Nederlandse rekening voor garanties van oorsprong wordt afgeboekt.
##### Artikel 28b
1. Garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen uitgegeven door een onafhankelijke instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met in Nederland uitgegeven garanties van oorsprong, worden daarmee gelijkgesteld.
2. Garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen uitgegeven door een onafhankelijke instantie in een derde land, die naar aard en strekking overeenkomen met in Nederland uitgegeven garanties van oorsprong, worden niet erkend, behalve indien de Europese Unie daarvoor een overeenkomst heeft afgesloten met het derde land en de energie rechtstreeks uit dat land wordt ingevoerd of uitgevoerd.
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 45b
Deze wet en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van dit artikel, zijn van toepassing ten behoeve van de door Onze Minister op grond van deze wet uitgegeven garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen zoals bedoeld in deze wet voor de inwerkingtreding van dit artikel.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 42a
[Artikel 3c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3c&z=2024-01-01&g=2024-01-01) is niet van toepassing op een overeenkomst die is gesloten is voor inwerkingtreding van dat artikel.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 1.1. Begripsbepalingen
##### Artikel 1a
1. Deze wet is van toepassing op levering van warmte aan verbruikers, met uitzondering van levering van warmte door een leverancier die:
- a. tevens optreedt als verhuurder voor de verbruiker aan wie hij warmte levert ten behoeve van de door hem aan de verbruiker verhuurde woon- of bedrijfsruimte;
- b. tevens de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm is waarbij:
- i. de verbruiker aan wie warmte geleverd wordt als lid is aangesloten, of
- ii. een verhuurder als bedoeld in onderdeel a als lid is aangesloten, of
- c. tevens een vereniging van eigenaars is waarbij meerdere verenigingen van eigenaars of daarmee vergelijkbare rechtsvormen als bedoeld in onderdeel b zijn aangesloten
2. In afwijking van het eerste lid zijn de [artikelen 8, tweede tot en met vierde, zesde, zevende en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8a&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [8b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8b&z=2024-01-01&g=2024-01-01) van toepassing op leveranciers als bedoeld in het eerste lid.
#### § 1.3. Experimenten
### Hoofdstuk 2. Levering van warmte
#### § 2.1. Algemene bepalingen ten aanzien van de levering van warmte
##### Artikel 3a
1. De leverancier keert aan een verbruiker een compensatie uit bij een ernstige storing in de levering van warmte waarvan de oorzaak gelegen is in:
- a. het warmtenet van de leverancier of de netbeheerder;
- b. de afleverset voor warmte, indien deze het eigendom is van de leverancier;
- c. de aansluiting, of
- d. het inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar.
2. De leverancier is niet verplicht tot het uitkeren van een compensatie als bedoeld in het eerste lid, indien de storing, bedoeld in dat lid:
- a. het gevolg is van een extreme situatie die niet aan de leverancier of netbeheerder kan worden toegerekend, of
- b. minder dan 24 uur duurt en in een periode van 12 maanden voorafgaand aan de storing zich geen storingen hebben voorgedaan in:
- i. hetzelfde warmtenet van de leverancier of de netbeheerder,
- ii. dezelfde afleverset voor warmte, indien deze het eigendom is van de leverancier;
- iii. dezelfde aansluiting, of
- iv. hetzelfde inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. het bestaan van een ernstige storing als bedoeld in het eerste lid;
- b. de hoogte van de compensatie bij een ernstige storing in de levering van warmte als bedoeld in het eerste lid, die voor storingen van verschillende tijdsduur verschillend kan worden vastgesteld;
- c. het moment van aanvang en beëindiging van de verplichting tot het betalen van compensatie bij een ernstige storing in de levering van warmte als bedoeld in het eerste lid, en
- d. het bestaan van een extreme situatie die niet aan de leverancier of verbruiker kan worden toegerekend als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
##### Artikel 3b
1. Verbruikers kunnen geschillen die voortvloeien uit een overeenkomst tot levering van warmte, onverminderd de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, voorleggen aan een onafhankelijke geschillencommissie.
2. De procedure bij de geschillencommissie, bedoeld in het eerste lid, dient snel, transparant, eenvoudig en goedkoop te zijn.
##### Artikel 3c
1. Een overeenkomst tot levering van warmte kan door een verbruiker door middel van een opzegging worden ontbonden.
2. Aan een opzegging hoeft door de leverancier geen gevolg te worden gegeven in gevallen waarin:
- a. het technisch niet mogelijk is de levering van warmte aan die verbruiker geheel te beëindigen, of
- b. beëindiging van de levering leidt tot aanzienlijk blijvend nadeel voor een andere verbruiker.
3. Een leverancier reageert schriftelijk op een opzegging als bedoeld in het eerste lid, en motiveert daarin in voorkomend geval waarom de beëindiging niet kan plaatsvinden.
##### Artikel 3d
1. Een gebouweigenaar die eigenaar is van een inpandig leidingstelsel dat wordt gebruikt voor het leveren van warmte aan verbruikers is verplicht:
- a. het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker op het inpandig leidingstelsel zodanig te onderhouden dat betrouwbare levering van warmte gewaarborgd is, tenzij de gebouweigenaar en de leverancier hierover andere afspraken maken, en
- b. medewerking te verlenen aan het verzoek van een leverancier om een verbruiker die is aangesloten op zijn inpandig leidingstelsel af te sluiten van het inpandig leidingstelsel door:
- i. zorg te dragen voor de afsluiting van de verbruiker van het inpandig leidingstelsel, of
- ii. de leverancier toestemming te geven zorg te dragen voor de afsluiting van de verbruiker van het inpandig leidingstelsel.
2. Wanneer zich een storing als bedoeld in [artikel 3a, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voordoet in het inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar:
- a. ontvangt de verbruiker een compensatie als bedoeld in [artikel 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), van de leverancier, en
- b. vergoedt de gebouweigenaar de leverancier de kosten van de op grond van onderdeel a aan de verbruiker betaalde compensatie, tenzij de gebouweigenaar en de leverancier op grond van het eerste lid, onderdeel a, afspraken hebben gemaakt over het onderhoud van het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker daarop die tot gevolg hebben dat de leverancier verantwoordelijk is voor het onderhoud van het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker daarop.
##### Artikel 4a
1. Indien een leverancier een aansluiting afsluit van een warmtenet of een inpandig leidingstelsel of gedeeltelijk afsluit van een systeem als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), brengt hij daarvoor ten hoogste een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen tarief in rekening.
2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, kan verschillen voor verschillende situaties, afhankelijk van de voor die situaties benodigde inspanning van de leverancier.
3. Indien de afsluiting van een inpandig leidingstelsel, bedoeld in [artikel 3d, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=3b&z=2024-01-01&g=2024-01-01), wordt uitgevoerd door de gebouweigenaar die eigenaar is van het inpandig leidingstelsel waarop de binneninstallatie van de verbruiker is aangesloten betaalt de leverancier de gebouweigenaar het tarief, bedoeld in het eerste lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
- a. de berekening van de hoogte van het tarief voor afsluiting van een aansluiting van een warmtenet of een inpandig leidingstelsel in de verschillende situaties bedoeld in het tweede lid;
- b. de kosten die een leverancier in rekening kan brengen voor het gedeeltelijk afsluiten van een aansluiting op systemen als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
##### Artikel 5a
1. In afwijking van [artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), kunnen een leverancier en een verbruiker overeenkomen dat aan de verbruiker een prijs in rekening wordt gebracht voor de levering van warmte die afwijkt van de maximumprijs, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), indien de leverancier de verbruiker aantoonbaar een aanbod voor levering van warmte heeft gedaan dat in ieder geval de mogelijkheid bevat om warmte geleverd te krijgen tegen ten hoogste de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld waaraan het aanbod, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.
#### § 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders
#### § 2.3. Noodvoorziening
### Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking
### Hoofdstuk 5. Bijdragen
### Hoofdstuk 6. Overleg over toegang voor producenten tot warmtenetten
### Hoofdstuk 7. Beroep
### Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 45a
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=8&z=2024-01-01&g=2024-01-01), te luiden:
Meetinrichtingen zijn op afstand uitleesbaar, tenzij dit niet kostenefficiënt is.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 24a
In afwijking van [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:
- –. **leverancier:** natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich bezighoudt met de levering van thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- –. **meetbedrijf:** natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich bezig houdt met het collecteren, valideren en vaststellen van meetgegevens betreffende thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- –. **producent:** natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich bezighoudt met de productie van thermische energie uit hernieuwbare bronnen;
- –. **verbruiker:** natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie uitsluitend voor eigen verbruik thermische energie uit hernieuwbare bronnen wordt geleverd.
##### Artikel 28a
Een leverancier zorgt ervoor dat als bewijs van levering van thermische energie uit hernieuwbare bronnen aan een in Nederland gevestigde verbruiker, binnen één maand na de levering een corresponderende hoeveelheid garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen van een Nederlandse rekening voor garanties van oorsprong wordt afgeboekt.
##### Artikel 28b
1. Garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen uitgegeven door een onafhankelijke instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met in Nederland uitgegeven garanties van oorsprong, worden daarmee gelijkgesteld.
2. Garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen uitgegeven door een onafhankelijke instantie in een derde land, die naar aard en strekking overeenkomen met in Nederland uitgegeven garanties van oorsprong, worden niet erkend, behalve indien de Europese Unie daarvoor een overeenkomst heeft afgesloten met het derde land en de energie rechtstreeks uit dat land wordt ingevoerd of uitgevoerd.
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 45b
Deze wet en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van dit artikel, zijn van toepassing ten behoeve van de door Onze Minister op grond van deze wet uitgegeven garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen zoals bedoeld in deze wet voor de inwerkingtreding van dit artikel.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2024-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2022-03-02
Warmtewet — arts. 24, 45
2021-10-09
Warmtewet — arts. 24, 45
2020-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2017-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2016-07-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2015-04-03
Warmtewet — arts. 24, 45
2014-08-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2014-03-15
Warmtewet — arts. 1, 5, 7 y 8 más
2014-01-25
Warmtewet — arts. 24, 45
2014-01-01
2014-01-01
Warmtewet
original version Tekst op deze datum