Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 17 juni 2013, houdende regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)
20 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Warmtewet
2025-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2024-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2022-10-01
Warmtewet
2022-03-02
Warmtewet — arts. 24, 45
2021-10-09
Warmtewet — arts. 24, 45
2020-10-25
Warmtewet
2020-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2019-07-01
Warmtewet
2019-01-01
Warmtewet
2017-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2016-07-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2015-07-01
Warmtewet
2015-04-03
Warmtewet — arts. 24, 45
2015-01-01
Warmtewet
2014-08-01
Warmtewet — arts. 24, 45
Wijzigingen op 2014-08-01
@@ -30,11 +30,25 @@
- i. **producent:** een persoon die zich bezighoudt met de productie van warmte;
- j. **vergunninghouder:** de houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2014-03-15&g=2014-03-15);
- j. **vergunninghouder:** de houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2014-08-01&g=2014-08-01);
- k. **representatieve organisatie:** een rechtspersoon die de belangen vertegenwoordigt van producenten, leveranciers of verbruikers in de warmtesector;
- l. **verhuurder:** een toegelaten instelling als bedoeld in [artikel 70, eerste lid, van de Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&artikel=70), dan wel een eigenaar van ten minste 25 voor verhuur bestemde woongelegenheden in Nederland, of degene die door die eigenaar gevolmachtigd is namens hem op te treden.
- l. **verhuurder:** een toegelaten instelling als bedoeld in [artikel 19, eerste lid, van de Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&artikel=19), dan wel een eigenaar van ten minste 25 voor verhuur bestemde woongelegenheden in Nederland, of degene die door die eigenaar gevolmachtigd is namens hem op te treden;
- m. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- n. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- o. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- p. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- q. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- r. **bindende gedragslijn:** een zelfstandige last die niet wegens een overtreding wordt opgelegd;
- s. **zelfstandige last:** de enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen, bedoeld in [artikel 5:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:2), ter bevordering van de naleving van wettelijke voorschriften.
### Hoofdstuk 2. Levering van warmte
@@ -48,11 +62,11 @@
3. Ten aanzien van de levering van warmte brengt de leverancier ten hoogste in rekening:
- a. de maximumprijs, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2014-03-15&g=2014-03-15),
- b. de redelijke kosten voor het ter beschikking stellen van de warmtewisselaar, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2014-03-15&g=2014-03-15), en
- c. het tarief voor de meting van het warmteverbruik, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2014-03-15&g=2014-03-15).
- a. de maximumprijs, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2014-08-01&g=2014-08-01),
- b. de redelijke kosten voor het ter beschikking stellen van de warmtewisselaar, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2014-08-01&g=2014-08-01), en
- c. het tarief voor de meting van het warmteverbruik, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2014-08-01&g=2014-08-01).
4. Een leverancier onthoudt zich van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid jegens zijn verbruikers.
@@ -92,7 +106,7 @@
##### Artikel 5
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt de maximumprijs vast die een leverancier ten hoogste zal berekenen voor de levering van warmte. Het besluit tot vaststelling van een maximumprijs wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt de maximumprijs vast die een leverancier ten hoogste zal berekenen voor de levering van warmte. Van het besluit tot vaststelling van een maximumprijs wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. De maximumprijs:
@@ -152,9 +166,9 @@
##### Artikel 8a
1. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2014-03-15&g=2014-03-15), baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-03-15&g=2014-03-15), op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.
2. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-03-15&g=2014-03-15), op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.
1. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2014-08-01&g=2014-08-01), baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-08-01&g=2014-08-01), op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.
2. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-08-01&g=2014-08-01), op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.
3. De kostenverdeelsystematiek, bedoeld in het tweede lid, gaat uit van een binnen de technische en financiële mogelijkheden zo nauwkeurig mogelijke benadering van het werkelijke aandeel van het verbruik van de individuele verbruiker.
@@ -166,7 +180,7 @@
7. Op daartoe strekkend verzoek van één of meer verbruikers laat de leverancier de werking van de warmtekostenverdelers controleren door een onafhankelijke, voor zowel verbruiker als leverancier aanvaardbare deskundige. De toedeling van de kosten van dit onderzoek tussen verbruikers en leverancier vindt plaats op basis van de conclusie van het onderzoek.
8. Indien de verbruiker of verbruikers en de leverancier niet tot overeenstemming komen over de keuze van een voor beiden aanvaardbare deskundige dan kan de Nederlandse Mededingingsautoriteit worden gevraagd om deze aan te wijzen.
8. Indien de verbruiker of verbruikers en de leverancier niet tot overeenstemming komen over de keuze van een voor beiden aanvaardbare deskundige dan kan de Autoriteit Consument en Markt worden gevraagd om deze aan te wijzen.
9. De leverancier verleent aan het onderzoek de nodige medewerking.
@@ -212,7 +226,7 @@
- b. de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;
- c. de vergunninghouder de opgedragen voorzieningen, bedoeld in [artikel 12b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12b&z=2014-03-15&g=2014-03-15), niet treft;
- c. de vergunninghouder de opgedragen voorzieningen, bedoeld in [artikel 12b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12b&z=2014-08-01&g=2014-08-01), niet treft;
- d. de vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
@@ -234,7 +248,7 @@
2. De vergunninghouder publiceert een jaarrekening en een jaarverslag. Het jaarverslag bevat betrouwbare en op een inzichtelijke wijze vorm gegeven informatie over de door de vergunninghouder bij verbruikers in rekening gebrachte prijs en omtrent de integrale kosten en opbrengsten die verband houden met de levering van warmte. De in het jaarverslag opgenomen informatie is voorzien van een accountantsverklaring.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste en tweede lid en [artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-03-15&g=2014-03-15).
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste en tweede lid en [artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-08-01&g=2014-08-01).
#### § 2.3. Noodvoorziening
@@ -288,19 +302,13 @@
##### Artikel 14
1. [Artikel 13, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2014-03-15&g=2014-03-15), is van overeenkomstige toepassing op de Autoriteit Consument en Markt voor zover zij inlichtingen en gegevens nodig heeft voor de uitvoering van haar taken op grond van deze wet.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan van een gasbedrijf als bedoeld in [artikel 1, onderdeel j, van de Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011440&artikel=1) verlangen dat deze hem inzage geeft in gegevens en bescheiden, onderscheidenlijk hem gegevens en inlichtingen verstrekt, die zij nodig heeft voor de uitvoering van deze wet.
Vervallen
### Hoofdstuk 4. Handhaving
##### Artikel 15
1. De Autoriteit Consument en Markt is belast met taken ter uitvoering van deze wet en het toezicht op de naleving van deze wet.
2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren.
3. Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
De Autoriteit Consument en Markt is belast met taken ter uitvoering van deze wet en het toezicht op de naleving van deze wet.
##### Artikel 16
@@ -308,25 +316,13 @@
##### Artikel 17
1. De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende aanwijzing geven in verband met de naleving van deze wet.
2. Van een beschikking als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Gegevens die ingevolge [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) niet voor verstrekking in aanmerking komen, worden niet ter inzage gelegd.
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van deze wet.
##### Artikel 18
1. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
2. Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de Autoriteit Consument en Markt.
3. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom vervalt vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
4. Indien de Autoriteit Consument en Markt vaststelt dat een overtreding, bedoeld in het eerste lid, is begaan, maakt zij daarvan een rapport op.
5. [Afdeling 5.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=5.4.2) is van overeenkomstige toepassing.
6. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-03-15&g=2014-03-15), [5, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2014-03-15&g=2014-03-15), [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2014-03-15&g=2014-03-15), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2014-03-15&g=2014-03-15), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2014-03-15&g=2014-03-15), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=4&artikel=17&z=2014-03-15&g=2014-03-15) en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=10&artikel=40&z=2014-03-15&g=2014-03-15) alsmede [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450.000, of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
7. De berekening van de netto-omzet, bedoeld in het zesde lid, geschiedt op de voet van [artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=377).
2. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-08-01&g=2014-08-01), [5, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2014-08-01&g=2014-08-01), [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2014-08-01&g=2014-08-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2014-08-01&g=2014-08-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=4&artikel=17&z=2014-08-01&g=2014-08-01) en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=10&artikel=40&z=2014-08-01&g=2014-08-01) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
##### Artikel 19
@@ -340,7 +336,7 @@
##### Artikel 20
1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2014-03-15&g=2014-03-15), alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2014-08-01&g=2014-08-01), alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
2. Het verschuldigde bedrag kan worden ingevorderd bij dwangbevel.
@@ -358,11 +354,11 @@
##### Artikel 23
Een representatieve organisatie wordt geacht belanghebbende te zijn bij besluiten genomen op grond van deze wet.
Een representatieve organisatie wordt geacht belanghebbende te zijn bij besluiten, niet zijnde beschikkingen, genomen op grond van deze wet.
##### Artikel 24
1. In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-03-15&g=2014-03-15), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2014-03-15&g=2014-03-15), of [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2014-03-15&g=2014-03-15) en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.
1. In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2014-08-01&g=2014-08-01), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2014-08-01&g=2014-08-01), of [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2014-08-01&g=2014-08-01) en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.
2. Op verzoek van een representatieve organisatie kan het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevelen dat een inbreuk door de leverancier die de inbreuk maakt wordt gestaakt.
@@ -460,9 +456,9 @@
##### Artikel 42
1. Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2014-03-15&g=2014-03-15) vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2014-03-15&g=2014-03-15).
2. Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2014-03-15&g=2014-03-15).
1. Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2014-08-01&g=2014-08-01) vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2014-08-01&g=2014-08-01).
2. Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2014-08-01&g=2014-08-01).
##### Artikel 43
@@ -480,7 +476,7 @@
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2014-03-15&g=2014-03-15), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2014-08-01&g=2014-08-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 46
2014-03-15
Warmtewet — arts. 1, 5, 7 y 8 más
2014-01-25
Warmtewet — arts. 24, 45
2014-01-01
Warmtewet — art. 23
2014-01-01
Warmtewet
original version
Tekst op deze datum