Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 17 juni 2013, houdende regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)
20 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Warmtewet
2025-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2024-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2022-10-01
Warmtewet
2022-03-02
Warmtewet — arts. 24, 45
2021-10-09
Warmtewet — arts. 24, 45
2020-10-25
Warmtewet
Wijzigingen op 2020-10-25
@@ -86,13 +86,13 @@
- i. een individuele aansluiting heeft van maximaal 100 kilowatt, of
- ii. een centrale aansluiting heeft van meer dan 100 kilowatt, warmte levert aan een verbruiker als bedoeld onder i en tevens:
- ii. een centrale aansluiting heeft, warmte levert aan een verbruiker als bedoeld onder i en tevens:
- 1°. optreedt als verhuurder voor een verbruiker als bedoeld onder i, of
- 2°. een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm is waarbij een verbruiker als bedoeld onder i is aangesloten;
- –. **vergunninghouder:** de houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- –. **vergunninghouder:** de houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2020-10-25&g=2020-10-25);
- –. **verhuurder:** een eigenaar van een voor verhuur bestemde woonruimte of bedrijfsruimte in Nederland, of degene die door die eigenaar gevolmachtigd is namens hem op te treden;
@@ -122,15 +122,15 @@
3. Ten aanzien van de levering van warmte brengt de leverancier ten hoogste in rekening:
- a. de maximumprijs voor de levering van warmte, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- b. het maximumtarief voor het in gebruik nemen van de afleverset voor warmte, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- c. de eenmalige aansluitbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- d. het tarief voor afsluiting, bedoeld in [artikel 4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en
- e. het tarief voor de meting van het warmteverbruik door middel van individuele meters, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), de redelijke kosten voor de meting van het warmteverbruik door middel van individuele warmtekostenverdelers als bedoeld in [artikel 8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), of de redelijke kosten voor het berekenen van het warmteverbruik door middel van een kostenverdeelsystematiek, als bedoeld in artikel 8a, tweede lid.
- a. de maximumprijs voor de levering van warmte, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-10-25&g=2020-10-25);
- b. het maximumtarief voor het in gebruik nemen van de afleverset voor warmte, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-10-25&g=2020-10-25);
- c. de eenmalige aansluitbijdrage, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=6&z=2020-10-25&g=2020-10-25);
- d. het tarief voor afsluiting, bedoeld in [artikel 4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4a&z=2020-10-25&g=2020-10-25), en
- e. het tarief voor de meting van het warmteverbruik door middel van individuele meters, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-10-25&g=2020-10-25), de redelijke kosten voor de meting van het warmteverbruik door middel van individuele warmtekostenverdelers als bedoeld in [artikel 8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8a&z=2020-10-25&g=2020-10-25), of de redelijke kosten voor het berekenen van het warmteverbruik door middel van een kostenverdeelsystematiek, als bedoeld in artikel 8a, tweede lid.
4. Een leverancier onthoudt zich van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid jegens zijn verbruikers.
@@ -218,17 +218,9 @@
Het tarief kan verschillen voor verschillende categorieën en aanvullende functionaliteiten van afleversets voor warmte
2. Een leverancier heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn aan verbruikers en voor iedere eenheid een individuele meter ter beschikking wordt gesteld door middel van verhuur die het actuele warmteverbruik kan weergeven en die informatie kan geven over de tijd waarin sprake was van daadwerkelijk verbruik, wanneer:
- a. een verbruiker hierom vraagt, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of financieel niet redelijk is;
- b. een bestaande meter wordt vervangen, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of niet kostenefficiënt is in verhouding tot de geraamde potentiële besparingen op lange termijn;
- c. een nieuwe aansluiting wordt gemaakt in een nieuw gebouw;
- d. een gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd.
3. Indien een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is door een leverancier aan een verbruiker ter beschikking wordt gesteld, kan die verbruiker deze meter weigeren. In dat geval wordt door de leverancier een niet op afstand uitleesbare meter ter beschikking gesteld.
2. Een leverancier heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn aan een verbruiker een individuele meter ter beschikking wordt gesteld door middel van verhuur die het actuele warmteverbruik kan weergeven.
3. Indien een meetinrichting wordt geïnstalleerd, is deze op afstand uitleesbaar.
4. Een leverancier leest meetgegevens van een verbruiker, die beschikt over een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is, niet op afstand uit indien de verbruiker hierom verzoekt.
@@ -248,17 +240,39 @@
9. Indien een gebouw waarin zich meerdere woon- of bedrijfsruimtes bevinden verwarmd wordt met behulp van een centrale productieinstallatie voor warmte die zich in het betreffende gebouw of in een nabij gelegen gebouw of bouwwerk bevindt, meet de leverancier de hoeveelheid warmte die de centrale installatie produceert.
10. Een leverancier installeert een meter bij een afleverset voor warmte.
11. In afwijking van het tweede lid, installeert een leverancier tevens een individuele meter om het warmteverbruik te meten in iedere eenheid in een appartementengebouw of iedere eenheid in een multifunctioneel gebouw die warmte ontvangt uit een warmtenet waar dat technisch haalbaar en kostenefficiënt is.
12. Als de installatie van een individuele meter niet technisch haalbaar of niet kostenefficiënt is, installeert een leverancier waar dat kostenefficiënt is individuele warmtekostenverdelers.
13. Als de installatie van individuele warmtekostenverdelers niet kostenefficiënt is, hanteert een leverancier een andere kostenefficiënte methode voor de meting van het warmteverbruik.
14. De installatie van een individuele meter om het warmteverbruik te meten als bedoeld in het elfde tot en met dertiende lid is in elk geval technisch haalbaar en kostenefficiënt indien:
- a. een bestaande meter wordt vervangen;
- b. een nieuwe aansluiting wordt gemaakt in een nieuw gebouw;
- c. een gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop wordt bepaald in welke andere situaties de installatie van een individuele meter om het warmteverbruik te meten technisch haalbaar of kostenefficiënt is, onderscheidenlijk installatie van individuele kostenverdelers kostenefficiënt is.
##### Artikel 8a
1. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.
2. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.
1. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-10-25&g=2020-10-25), baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-10-25&g=2020-10-25), op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.
2. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-10-25&g=2020-10-25), op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.
3. De kostenverdeelsystematiek, bedoeld in het tweede lid, gaat uit van een binnen de technische en financiële mogelijkheden zo nauwkeurig mogelijke benadering van het werkelijke aandeel van het verbruik van de individuele verbruiker.
4. In afwijking van het derde lid kunnen als onderdeel van de kostenverdeelsystematiek kosten van verbruik in het gemeenschappelijk belang en redelijke kosten voor uitvoering van de kostenverdeelsystematiek zelf aan individuele verbruikers worden toegerekend.
5. Indien een onroerende zaak, die is gebouwd voor inwerkingtreding van dit lid, bestaat uit meerdere woon -of bedrijfsruimten kan de leverancier het individueel warmtegebruik van de verbruiker, zoals gemeten op grond van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01) of [artikel 8a, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), corrigeren aan de hand van correctiefactoren die door de leverancier zijn vastgesteld met inachtname van de daarvoor gangbare technische normen voor:
4. In afwijking van het derde lid kunnen als onderdeel van de kostenverdeelsystematiek aan individuele verbruikers worden toegerekend:
- a. kosten van verbruik in het gemeenschappelijk belang;
- b. redelijke kosten voor de uitvoering van de kostenverdeelsystematiek zelf in een appartementengebouw of in een multifunctioneel gebouw indien dit door een ander dan de leverancier geschiedt.
5. Indien een onroerende zaak, die is gebouwd voor inwerkingtreding van dit lid, bestaat uit meerdere woon -of bedrijfsruimten kan de leverancier het individueel warmtegebruik van de verbruiker, zoals gemeten op grond van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-10-25&g=2020-10-25) of [artikel 8a, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8a&z=2020-10-25&g=2020-10-25), corrigeren aan de hand van correctiefactoren die door de leverancier zijn vastgesteld met inachtname van de daarvoor gangbare technische normen voor:
- a. de ligging van woonruimten, en
@@ -276,6 +290,8 @@
11. Indien bestaande technische voorzieningen als bedoeld in het zesde lid worden vervangen, zorgt de leverancier dat de nieuwe voorzieningen van een type zijn waarvan een onafhankelijke deskundige aan de hand van daarvoor gangbare technische normen de deugdelijkheid heeft vastgesteld.
12. In dit artikel wordt onder een verbruiker mede verstaan een eindgebruiker als bedoeld in artikel 10bis, eerste lid, eerste alinea van [richtlijn 2012/27](32012L0027)/EU het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van [Richtlijnen 2009/125/EG](32009L0125) en [2010/30](32010L0030)/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen [2004/8/EG](32004L0008) en [2006/32/EG](32006L0032) (PbEU 2012, L315).
#### § 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders
##### Artikel 9
@@ -316,7 +332,7 @@
- b. de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;
- c. de vergunninghouder de opgedragen voorzieningen, bedoeld in [artikel 12b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12b&z=2020-01-01&g=2020-01-01), niet treft;
- c. de vergunninghouder de opgedragen voorzieningen, bedoeld in [artikel 12b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12b&z=2020-10-25&g=2020-10-25), niet treft;
- d. de vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
@@ -348,7 +364,7 @@
4. De in het bestuursverslag opgenomen informatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a en b, is voorzien van een accountantsverklaring.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste, tweede en derde lid en [artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste, tweede en derde lid en [artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-10-25&g=2020-10-25).
#### § 2.3. Noodvoorziening
@@ -408,7 +424,7 @@
##### Artikel 15
De Autoriteit Consument en Markt is belast met taken ter uitvoering van deze wet en het toezicht op de naleving van deze wet, met uitzondering van [artikel 3d, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3d&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
De Autoriteit Consument en Markt is belast met taken ter uitvoering van deze wet en het toezicht op de naleving van deze wet, met uitzondering van [artikel 3d, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3d&z=2020-10-25&g=2020-10-25).
##### Artikel 16
@@ -422,7 +438,7 @@
1. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [5, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=4&artikel=17&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [21, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=6&artikel=21&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=10&artikel=40&z=2020-01-01&g=2020-01-01) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-10-25&g=2020-10-25), [4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4a&z=2020-10-25&g=2020-10-25), [5, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-10-25&g=2020-10-25), [5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5a&z=2020-10-25&g=2020-10-25), [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2020-10-25&g=2020-10-25), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2020-10-25&g=2020-10-25), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=4&artikel=17&z=2020-10-25&g=2020-10-25), [21, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=6&artikel=21&z=2020-10-25&g=2020-10-25) en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=10&artikel=40&z=2020-10-25&g=2020-10-25) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
3. De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in [artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48), een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
@@ -434,7 +450,7 @@
##### Artikel 20
1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2020-01-01&g=2020-01-01), alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2020-10-25&g=2020-10-25), alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
2. Het verschuldigde bedrag kan worden ingevorderd bij dwangbevel.
@@ -476,7 +492,7 @@
##### Artikel 24
1. In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-01-01), of [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.
1. In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-10-25&g=2020-10-25), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2020-10-25&g=2020-10-25), of [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-10-25&g=2020-10-25) en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.
2. Op verzoek van een representatieve organisatie kan het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevelen dat een inbreuk door de leverancier die de inbreuk maakt wordt gestaakt.
@@ -500,7 +516,7 @@
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-01-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2020-10-25&g=2020-10-25), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 46
@@ -576,9 +592,9 @@
##### Artikel 42
1. Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01) vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
2. Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
1. Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2020-10-25&g=2020-10-25) vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2020-10-25&g=2020-10-25).
2. Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2020-10-25&g=2020-10-25).
##### Artikel 43
@@ -608,13 +624,13 @@
1. Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening voor warmte uit hernieuwbare bronnen. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening voor warmte uit hernieuwbare bronnen. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2020-10-25&g=2020-10-25).
3. Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen op een daarbij aangegeven rekening voor hernieuwbare bronnen, indien een Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de productiemeetgegevens overlegt.
##### Artikel 26
Onze Minister kan de taken, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=25&z=2020-01-01&g=2020-01-01), mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.
Onze Minister kan de taken, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=25&z=2020-10-25&g=2020-10-25), mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.
##### Artikel 27
@@ -638,7 +654,7 @@
- d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen of deze kunnen verhandelen;
- e. de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
- e. de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2020-10-25&g=2020-10-25).
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
@@ -664,7 +680,7 @@
- g. degenen die om de informatie, bedoeld in onderdeel e, kunnen verzoeken en
- h. de termijn waarbinnen een nota als bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wordt verstrekt.
- h. de termijn waarbinnen een nota als bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-10-25&g=2020-10-25), wordt verstrekt.
#### § 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders
@@ -690,7 +706,7 @@
##### Artikel 42a
[Artikel 3c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3c&z=2020-01-01&g=2020-01-01) is niet van toepassing op een overeenkomst die is gesloten is voor inwerkingtreding van dat artikel.
[Artikel 3c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3c&z=2020-10-25&g=2020-10-25) is niet van toepassing op een overeenkomst die is gesloten is voor inwerkingtreding van dat artikel.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
@@ -710,7 +726,7 @@
- c. tevens een vereniging van eigenaars is waarbij meerdere verenigingen van eigenaars of daarmee vergelijkbare rechtsvormen als bedoeld in onderdeel b zijn aangesloten
2. In afwijking van het eerste lid zijn de [artikelen 8, tweede tot en met vierde, zesde, zevende en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8a&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van toepassing op leveranciers als bedoeld in het eerste lid.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de [artikelen 8, tweede tot en met vierde, zesde, zevende en negende tot en met veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-10-25&g=2020-10-25), en [8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8a&z=2020-10-25&g=2020-10-25) van toepassing op leveranciers als bedoeld in het eerste lid.
#### § 1.3. Experimenten
@@ -784,29 +800,29 @@
- ii. de leverancier toestemming te geven zorg te dragen voor de afsluiting van de verbruiker van het inpandig leidingstelsel.
2. Wanneer zich een storing als bedoeld in [artikel 3a, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voordoet in het inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar:
- a. ontvangt de verbruiker een compensatie als bedoeld in [artikel 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), van de leverancier, en
2. Wanneer zich een storing als bedoeld in [artikel 3a, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3a&z=2020-10-25&g=2020-10-25), voordoet in het inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar:
- a. ontvangt de verbruiker een compensatie als bedoeld in [artikel 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3a&z=2020-10-25&g=2020-10-25), van de leverancier, en
- b. vergoedt de gebouweigenaar de leverancier de kosten van de op grond van onderdeel a aan de verbruiker betaalde compensatie, tenzij de gebouweigenaar en de leverancier op grond van het eerste lid, onderdeel a, afspraken hebben gemaakt over het onderhoud van het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker daarop die tot gevolg hebben dat de leverancier verantwoordelijk is voor het onderhoud van het inpandig leidingstelsel en de individuele aansluiting van de verbruiker daarop.
##### Artikel 4a
1. Indien een leverancier een aansluiting afsluit van een warmtenet of een inpandig leidingstelsel of gedeeltelijk afsluit van een systeem als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), brengt hij daarvoor ten hoogste een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen tarief in rekening.
1. Indien een leverancier een aansluiting afsluit van een warmtenet of een inpandig leidingstelsel of gedeeltelijk afsluit van een systeem als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-10-25&g=2020-10-25), brengt hij daarvoor ten hoogste een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen tarief in rekening.
2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, kan verschillen voor verschillende situaties, afhankelijk van de voor die situaties benodigde inspanning van de leverancier.
3. Indien de afsluiting van een inpandig leidingstelsel, bedoeld in [artikel 3d, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3b&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wordt uitgevoerd door de gebouweigenaar die eigenaar is van het inpandig leidingstelsel waarop de binneninstallatie van de verbruiker is aangesloten betaalt de leverancier de gebouweigenaar het tarief, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de afsluiting van een inpandig leidingstelsel, bedoeld in [artikel 3d, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3b&z=2020-10-25&g=2020-10-25), wordt uitgevoerd door de gebouweigenaar die eigenaar is van het inpandig leidingstelsel waarop de binneninstallatie van de verbruiker is aangesloten betaalt de leverancier de gebouweigenaar het tarief, bedoeld in het eerste lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
- a. de berekening van de hoogte van het tarief voor afsluiting van een aansluiting van een warmtenet of een inpandig leidingstelsel in de verschillende situaties bedoeld in het tweede lid;
- b. de kosten die een leverancier in rekening kan brengen voor het gedeeltelijk afsluiten van een aansluiting op systemen als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
- b. de kosten die een leverancier in rekening kan brengen voor het gedeeltelijk afsluiten van een aansluiting op systemen als bedoeld in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-10-25&g=2020-10-25).
##### Artikel 5a
1. In afwijking van [artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), kunnen een leverancier en een verbruiker overeenkomen dat aan de verbruiker een prijs in rekening wordt gebracht voor de levering van warmte die afwijkt van de maximumprijs, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), indien de leverancier de verbruiker aantoonbaar een aanbod voor levering van warmte heeft gedaan dat in ieder geval de mogelijkheid bevat om warmte geleverd te krijgen tegen ten hoogste de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
1. In afwijking van [artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2020-10-25&g=2020-10-25), kunnen een leverancier en een verbruiker overeenkomen dat aan de verbruiker een prijs in rekening wordt gebracht voor de levering van warmte die afwijkt van de maximumprijs, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2020-10-25&g=2020-10-25), indien de leverancier de verbruiker aantoonbaar een aanbod voor levering van warmte heeft gedaan dat in ieder geval de mogelijkheid bevat om warmte geleverd te krijgen tegen ten hoogste de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld waaraan het aanbod, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.
@@ -829,3 +845,11 @@
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 45a
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt [artikel 8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2020-10-25&g=2020-10-25), te luiden:
Meetinrichtingen zijn op afstand uitleesbaar, tenzij dit niet kostenefficiënt is.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2020-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2019-07-01
Warmtewet
2019-01-01
Warmtewet
2017-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2016-07-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2015-07-01
Warmtewet
2015-04-03
Warmtewet — arts. 24, 45
2015-01-01
Warmtewet
2014-08-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2014-03-15
Warmtewet — arts. 1, 5, 7 y 8 más
2014-01-25
Warmtewet — arts. 24, 45
2014-01-01
Warmtewet — art. 23
2014-01-01
Warmtewet
original version
Tekst op deze datum