Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 17 juni 2013, houdende regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)
20 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Warmtewet
2025-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2024-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2022-10-01
Warmtewet
2022-03-02
Warmtewet — arts. 24, 45
2021-10-09
Warmtewet — arts. 24, 45
2020-10-25
Warmtewet
2020-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2019-07-01
Warmtewet
2019-01-01
Warmtewet
2017-01-01
Warmtewet — arts. 24, 45
Wijzigingen op 2017-01-01
@@ -6,6 +6,8 @@
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2013/325 gesteld op 1 november 2013.
### Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
##### Artikel 1
@@ -30,7 +32,7 @@
- i. **producent:** een persoon die zich bezighoudt met de productie van warmte;
- j. **vergunninghouder:** de houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2016-07-01&g=2016-07-01);
- j. **vergunninghouder:** de houder van een vergunning als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- k. **representatieve organisatie:** een rechtspersoon die de belangen vertegenwoordigt van producenten, leveranciers of verbruikers in de warmtesector;
@@ -62,11 +64,11 @@
3. Ten aanzien van de levering van warmte brengt de leverancier ten hoogste in rekening:
- a. de maximumprijs, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2016-07-01&g=2016-07-01),
- b. de redelijke kosten voor het ter beschikking stellen van de warmtewisselaar, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2016-07-01&g=2016-07-01), en
- c. het tarief voor de meting van het warmteverbruik, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
- a. de maximumprijs, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2017-01-01&g=2017-01-01),
- b. de redelijke kosten voor het ter beschikking stellen van de warmtewisselaar, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en
- c. het tarief voor de meting van het warmteverbruik, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
4. Een leverancier onthoudt zich van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid jegens zijn verbruikers.
@@ -166,9 +168,9 @@
##### Artikel 8a
1. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2016-07-01&g=2016-07-01), baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2016-07-01&g=2016-07-01), op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.
2. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2016-07-01&g=2016-07-01), op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.
1. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.
2. Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.
3. De kostenverdeelsystematiek, bedoeld in het tweede lid, gaat uit van een binnen de technische en financiële mogelijkheden zo nauwkeurig mogelijke benadering van het werkelijke aandeel van het verbruik van de individuele verbruiker.
@@ -226,7 +228,7 @@
- b. de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;
- c. de vergunninghouder de opgedragen voorzieningen, bedoeld in [artikel 12b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12b&z=2016-07-01&g=2016-07-01), niet treft;
- c. de vergunninghouder de opgedragen voorzieningen, bedoeld in [artikel 12b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12b&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet treft;
- d. de vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
@@ -248,7 +250,7 @@
2. De vergunninghouder publiceert een jaarrekening en een jaarverslag. Het jaarverslag bevat betrouwbare en op een inzichtelijke wijze vorm gegeven informatie over de door de vergunninghouder bij verbruikers in rekening gebrachte prijs en omtrent de integrale kosten en opbrengsten die verband houden met de levering van warmte. De in het jaarverslag opgenomen informatie is voorzien van een accountantsverklaring.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste en tweede lid en [artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste en tweede lid en [artikel 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
#### § 2.3. Noodvoorziening
@@ -322,7 +324,7 @@
1. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2016-07-01&g=2016-07-01), [5, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2016-07-01&g=2016-07-01), [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2016-07-01&g=2016-07-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2016-07-01&g=2016-07-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=4&artikel=17&z=2016-07-01&g=2016-07-01) en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=10&artikel=40&z=2016-07-01&g=2016-07-01) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [5, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=4&artikel=17&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=10&artikel=40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
3. De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in [artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48), een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
@@ -338,7 +340,7 @@
##### Artikel 20
1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2016-07-01&g=2016-07-01), alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
1. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
2. Het verschuldigde bedrag kan worden ingevorderd bij dwangbevel.
@@ -360,7 +362,7 @@
##### Artikel 24
1. In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2016-07-01&g=2016-07-01), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2016-07-01&g=2016-07-01), of [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2016-07-01&g=2016-07-01) en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.
1. In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.
2. Op verzoek van een representatieve organisatie kan het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevelen dat een inbreuk door de leverancier die de inbreuk maakt wordt gestaakt.
@@ -378,6 +380,98 @@
##### Artikel 44
Vervallen
##### Artikel 45
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 46
Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.
#### Paragraaf 2:. Tarieven
##### Artikel 29
Vervallen
##### Artikel 30
Vervallen
##### Artikel 31
Vervallen
#### Paragraaf 3:. Lozing van restwarmte
##### Artikel 32
Vervallen
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
##### Artikel 33
Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.
##### Artikel 34
Wijzigt de Gaswet.
##### Artikel 35
Vervallen
##### Artikel 36
Wijzigt de boeken 5, 6, 7 en 8 van het Burgerlijk Wetboek.
##### Artikel 37
Wijzigt de Mededingingswet.
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 38
Voor de toepassing van de [Belemmeringenwet Verordeningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001865) en de [Belemmeringenwet Privaatrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001936) worden werken, die worden of zijn uitgevoerd ten behoeve van de levering van warmte, aangemerkt als openbare werken van algemeen nut.
##### Artikel 39
1. Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd de productie en levering van warmte in het belang van de energievoorziening aan regels te binden.
2. Het eerste lid laat onverlet de bevoegdheden van provinciale staten en gemeenteraden bij aanleg, herstel, uitbreiding of vernieuwing van netten.
##### Artikel 40
Een leverancier meldt zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt:
- a. de naam en het adres van de leverancier, en
- b. een beschrijving van de door leverancier te exploiteren warmtenetten waarbij in ieder geval het aantal verbruikers en het aantal aan verbruikers geleverde gigajoules is opgenomen.
##### Artikel 41
1. Het in [artikel 2 van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=2) bedoelde energierapport geeft mede richting aan van rijkswege te nemen beslissingen in de periode, bedoeld in dat artikel, voor zover daarbij het belang van het betrouwbaar, duurzaam, milieuhygiënisch en doelmatig functioneren van de warmtevoorziening in beschouwing moet of kan worden genomen.
2. Het energierapport bevat in ieder geval een overzicht van de prijsontwikkelingen met betrekking tot levering van warmte.
##### Artikel 42
1. Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 43
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastuctuur en Milieu, aan een producent eisen stellen met betrekking tot het nuttig gebruik van restwarmte. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld; deze kunnen tevens betrekking hebben op het instellen van een heffing ter zake van lozing van restwarmte dan wel op een verbod daarvan.
##### Artikel 44
1. Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het verslag. Het verslag bevat in ieder geval een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de wet met betrekking tot de prijsstelling van warmte.
@@ -388,188 +482,92 @@
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2016-07-01&g=2016-07-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2014-08-01&g=2014-08-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 46
Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.
#### Paragraaf 2:. Tarieven
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 25
1. Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening voor warmte uit hernieuwbare bronnen. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen op een daarbij aangegeven rekening voor hernieuwbare bronnen, indien een Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de productiemeetgegevens overlegt.
##### Artikel 26
Onze Minister kan de taken, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=25&z=2017-01-01&g=2017-01-01), mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.
##### Artikel 27
Een meetbedrijf stelt op verzoek van een producent vast of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van warmte uit hernieuwbare energiebronnen alsmede of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de warmte uit hernieuwbare energiebronnen die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een warmtenet ingevoed.
##### Artikel 28
Een garantie van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid warmte is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.
##### Artikel 29
Vervallen
##### Artikel 30
Vervallen
##### Artikel 31
Vervallen
#### Paragraaf 3:. Lozing van restwarmte
##### Artikel 32
Vervallen
1. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
2. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:
- a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;
- b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
- c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
- d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen of deze kunnen verhandelen;
- e. de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
##### Artikel 33
Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.
##### Artikel 34
Wijzigt de Gaswet.
##### Artikel 35
Vervallen
##### Artikel 36
Wijzigt de boeken 5, 6, 7 en 8 van het Burgerlijk Wetboek.
##### Artikel 37
Wijzigt de Mededingingswet.
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 38
Voor de toepassing van de [Belemmeringenwet Verordeningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001865) en de [Belemmeringenwet Privaatrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001936) worden werken, die worden of zijn uitgevoerd ten behoeve van de levering van warmte, aangemerkt als openbare werken van algemeen nut.
##### Artikel 39
1. Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd de productie en levering van warmte in het belang van de energievoorziening aan regels te binden.
2. Het eerste lid laat onverlet de bevoegdheden van provinciale staten en gemeenteraden bij aanleg, herstel, uitbreiding of vernieuwing van netten.
##### Artikel 40
Een leverancier meldt zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt:
- a. de naam en het adres van de leverancier, en
- b. een beschrijving van de door leverancier te exploiteren warmtenetten waarbij in ieder geval het aantal verbruikers en het aantal aan verbruikers geleverde gigajoules is opgenomen.
##### Artikel 41
1. Het in [artikel 2 van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=2) bedoelde energierapport geeft mede richting aan van rijkswege te nemen beslissingen in de periode, bedoeld in dat artikel, voor zover daarbij het belang van het betrouwbaar, duurzaam, milieuhygiënisch en doelmatig functioneren van de warmtevoorziening in beschouwing moet of kan worden genomen.
2. Het energierapport bevat in ieder geval een overzicht van de prijsontwikkelingen met betrekking tot levering van warmte.
##### Artikel 42
1. Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2016-07-01&g=2016-07-01) vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
2. Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
##### Artikel 43
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastuctuur en Milieu, aan een producent eisen stellen met betrekking tot het nuttig gebruik van restwarmte. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld; deze kunnen tevens betrekking hebben op het instellen van een heffing ter zake van lozing van restwarmte dan wel op een verbod daarvan.
##### Artikel 44
1. Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het verslag. Het verslag bevat in ieder geval een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de wet met betrekking tot de prijsstelling van warmte.
3. De Autoriteit Consument en Markt is belast met de uitvoering van de evaluatie.
##### Artikel 45
1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Het koninklijk besluit waardoor [artikel 7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2014-08-01&g=2014-08-01), in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 46
Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 25
1. Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening voor warmte uit hernieuwbare bronnen. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
3. Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen op een daarbij aangegeven rekening voor hernieuwbare bronnen, indien een Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de productiemeetgegevens overlegt.
##### Artikel 26
Onze Minister kan de taken, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=25&z=2016-07-01&g=2016-07-01), mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.
##### Artikel 27
Een meetbedrijf stelt op verzoek van een producent vast of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van warmte uit hernieuwbare energiebronnen alsmede of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de warmte uit hernieuwbare energiebronnen die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een warmtenet ingevoed.
##### Artikel 28
Een garantie van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid warmte is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.
##### Artikel 29
1. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.
2. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:
- a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;
- b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
- c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen;
- d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen of deze kunnen verhandelen;
- e. de vaststelling, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&hoofdstuk=8&artikel=27&z=2016-07-01&g=2016-07-01).
##### Artikel 8b
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
- a. de inrichting van energiekostenramingen en facturen inzake het verbruik van warmte,
- b. de frequentie van facturen inzake het verbruik van warmte,
- c. het verstrekken van gegevens over het verbruik van warmte,
- d. degenen die de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c, verstrekken, welke regels kunnen verschillen per categorie van ontvangers van de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c,
- e. het op verzoek van een afnemer toesturen van facturen, factureringsinformatie en energiekostenramingen, eventueel langs elektronische weg,
- f. de kosten van toegang tot meetgegevens en van facturatie en
- g. degenen die om de informatie, bedoeld in onderdeel e, kunnen verzoeken.
#### § 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders
#### § 2.3. Noodvoorziening
### Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking
### Hoofdstuk 4. Handhaving
### Hoofdstuk 5. Bijdragen
### Hoofdstuk 6. Geschillenbeslechting
### Hoofdstuk 7. Beroep
### Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8b
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
- a. de inrichting van energiekostenramingen en facturen inzake het verbruik van warmte,
- b. de frequentie van facturen inzake het verbruik van warmte,
- c. het verstrekken van gegevens over het verbruik van warmte,
- d. degenen die de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c, verstrekken, welke regels kunnen verschillen per categorie van ontvangers van de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c,
- e. het op verzoek van een afnemer toesturen van facturen, factureringsinformatie en energiekostenramingen, eventueel langs elektronische weg,
- f. de kosten van toegang tot meetgegevens en van facturatie en
- g. degenen die om de informatie, bedoeld in onderdeel e, kunnen verzoeken.
#### § 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders
#### § 2.3. Noodvoorziening
### Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking
### Hoofdstuk 4. Handhaving
### Hoofdstuk 5. Bijdragen
### Hoofdstuk 6. Geschillenbeslechting
### Hoofdstuk 7. Beroep
### Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong
### Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2016-07-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2015-07-01
Warmtewet
2015-04-03
Warmtewet — arts. 24, 45
2015-01-01
Warmtewet
2014-08-01
Warmtewet — arts. 24, 45
2014-03-15
Warmtewet — arts. 1, 5, 7 y 8 más
2014-01-25
Warmtewet — arts. 24, 45
2014-01-01
Warmtewet — art. 23
2014-01-01
Warmtewet
original version
Tekst op deze datum