Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving)

Type AMvB
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-18
State In force
Source BWB
artikelen 934
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 4.164. (afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte)
1.

Een verblijfsgebied heeft een vloeroppervlakte van ten minste 5 m2.

2.

Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een breedte van ten minste 1,8 m.

3.

In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 m2 en een breedte van ten minste 3 m.

4.

Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben ten minste de in tabel 4.162 aangegeven hoogte boven de vloer.

§ 4.5.1. Algemeen

Artikel 4.165. (aansturingsartikel)
1.

Een woonfunctie heeft voldoende toiletruimte.

2.

Als voor een woonfunctie in tabel 4.165 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden
aanwezigheid toiletruimte aanwezigheid toiletruimte aanwezigheid toiletruimte afmetingen toiletruimte afmetingen toiletruimte afmetingen toiletruimte
artikel 4.166 4.166 4.166 4.167 4.167 4.167
lid 1 2 3 1 2 2
1 Woonfunctie Woonfunctie [m]
a woonwagen 1 2 3 1 2 2,1
b andere woonfunctie 1 2 3 1 2 2,3
Artikel 4.166. (aanwezigheid toiletruimte)
1.

Een woonfunctie heeft een toiletruimte.

2.

Op een toiletruimte zijn niet meer dan vijf woonfuncties aangewezen.

3.

Op een toiletruimte zijn alleen woonfuncties of een nevengebruiksfunctie daarvan aangewezen.

Artikel 4.167. (afmetingen toiletruimte)
1.

Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.166 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,9 m x 1,2 m.

2.

Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste lid heeft boven die vloer ten minste de in tabel 4.165 aangegeven hoogte.

§ 4.5.4. Badruimte

Artikel 4.168. (aansturingsartikel)
1.

Een woonfunctie heeft voldoende badruimte.

2.

Als voor een woonfunctie in tabel 4.168 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden
aanwezigheid badruimte Afmetingen badruimte Afmetingen badruimte Afmetingen badruimte afmetingen badruimte
artikel 4.169 4.170 4.170 4.170 4.170
lid * 1 2 3 3
1 Woonfunctie Woonfunctie [m]
a woonwagen * 1 2 3 2,1
b andere woonfunctie * 1 2 3 2,3
Artikel 4.169. (aanwezigheid badruimte)

Een woonfunctie heeft een badruimte.

Artikel 4.170. (afmetingen badruimte)
1.

Een badruimte als bedoeld in artikel 4.169 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 m2 en een breedte van ten minste 0,8 m.

2.

Een badruimte als bedoeld in artikel 4.169 die is samengevoegd met een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.166 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 m2 en een breedte van ten minste 0,9 m.

3.

Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft boven die vloer ten minste de in tabel 4.168 aangegeven hoogte.

§ 4.5.5. Buitenberging

Artikel 4.171. (aansturingsartikel)
1.

Een woonfunctie, anders dan een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, heeft een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen.

2.

Als voor een woonfunctie in tabel 4.171 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen regenwerend
artikel 4.172 4.172 4.173
lid 1 2 3 *
1 Woonfunctie Woonfunctie
a voor zorg
b voor studenten
c andere woonfunctie 1 2 3 *
Artikel 4.172. (aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen)
1.

Een woonfunctie heeft als nevengebruiksfunctie een niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 5 m2 en een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte boven de vloer van ten minste 2,3 m.

2.

In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2 de bergruimte gemeenschappelijk zijn als de vloeroppervlakte van de bergruimte ten minste 1,5 m2 per woonfunctie bedraagt.

3.

Een bergruimte als bedoeld in dit artikel is vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte. Een hoogteverschil groter dan 0,02 m op ten minste een route tussen de toegang van de bergruimte en het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte wordt overbrugd door een lift of een hellingbaan.

Artikel 4.173. (regenwerend)

De uitwendige scheidingsconstructie van een bergruimte als bedoeld in artikel 4.172 is, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend.

§ 4.5.6. Buitenruimte

Artikel 4.174. (aansturingsartikel)
1.

Een woonfunctie, anders dan een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, heeft een rechtstreeks bereikbare buitenruimte.

2.

Als voor een woonfunctie in tabel 4.174 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing
aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid
artikel 4.175 4.175
lid 1 2
1 Woonfunctie Woonfunctie
a voor studenten
b andere woonfunctie 1 2
Artikel 4.175. (aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid)
1.

Een woonfunctie heeft een niet-gemeenschappelijke buitenruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 4 m2 en een breedte van ten minste 1,5 m, die rechtstreeks bereikbaar is vanuit een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van die woonfunctie.

2.

In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2 de buitenruimte gemeenschappelijk zijn als de vloeroppervlakte aan buitenruimte ten minste 1 m2 per op die buitenruimte aangewezen woonfunctie bedraagt, met een minimum van 4 m2 en een breedte van ten minste 1,3 m. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via gemeenschappelijke ruimten.

§ 4.5.7. Opstelplaatsen

Artikel 4.176. (aansturingsartikel)
1.

Een woonfunctie heeft opstelplaatsen voor een aanrecht, een kooktoestel, een verwarmingstoestel en een warmwatertoestel.

2.

Als voor een woonfunctie in tabel 4.176 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
aanwezigheid opstelplaats aanwezigheid opstelplaats aanwezigheid opstelplaats afmetingen opstelplaats afmetingen opstelplaats
artikel 4.177 4.177 4.177 4.178 4.178
lid 1 2 3 1 2
1 Woonfunctie Woonfunctie
a voor zorg 2 3
b andere woonfunctie 1 2 3 1 2
Artikel 4.177. (aanwezigheid opstelplaats)
1.

Een woonfunctie heeft in ten minste een verblijfsgebied een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel.

2.

Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een verwarmingstoestel, waarvan de afmetingen zijn afgestemd op het te plaatsen toestel. Dit geldt niet als de gebruiksfunctie wordt aangesloten op een publieke voorziening voor verwarming.

3.

Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een warmwatertoestel, waarvan de afmetingen zijn afgestemd op het te plaatsen toestel. Dit geldt niet als de gebruiksfunctie wordt aangesloten op een publieke voorziening voor warm water.

Artikel 4.178. (afmetingen opstelplaats)
1.

Een opstelplaats voor een aanrecht als bedoeld in artikel 4.177, eerste lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 0,6 m.

2.

Een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.177, eerste lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,6 m x 0,6 m.

Afdeling 4.6. Toegankelijkheid

§ 4.6.1. Bereikbaarheid, algemeen

Artikel 4.179. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft ruimten die voldoende bereikbaar zijn.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.179 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden waarden
vrije doorgang: doorgang vrije doorgang: doorgang vrije doorgang: verkeersroute vrije doorgang: verkeersroute vrije doorgang: verkeersroute vrije doorgang: verkeersroute vrije doorgang: verkeersroute hoofdtoegang hoofdtoegang overbrugging van hoogteverschillen overbrugging van hoogteverschillen overbrugging van hoogteverschillen overbrugging van hoogteverschillen overbrugging van hoogteverschillen overbrugging van hoogteverschillen overbrugging van hoogteverschillen vrije doorgang: doorgang vrije doorgang: verkeersroute
artikel 4.180 4.180 4.181 4.181 4.181 4.181 4.181 4.181a 4.181a 4.182 4.182 4.182 4.182 4.182 4.182 4.182 4.180 4.181
lid 1 2 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 5 6 7 1 en 2 1
1 Woonfunctie Woonfunctie [m] [m]
a. woonwagen 1 2 1 2,1 2,1
b. andere woonfunctie 1 2 1 2 3 4 5 1 2 1 2 3 4 5 6 2,3 2,3
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie
a. voor alcoholgebruik 1 2 1 1 7 2,1 2,1
b. voor het aanschouwen van sport, voor film, 1 2 1 1 7 2,1 2,1
voor muziek of voor theater
c. andere bijeenkomstfunctie 1 2 1 2,1 2,1
3 Celfunctie Celfunctie 1 2 1 2,1 2,1
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie 1 2 1 1 7 2,1 2,1
5 Industriefunctie Industriefunctie
a. lichte industriefunctie
b. andere industriefunctie 1 2 1 2,1 2,1
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 1 2,1 2,1
7 Logiesfunctie Logiesfunctie 1 2 1 2,1 2,1
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 1 2,1 2,1
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 2 1 2,1 2,1
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 1 1 7 2,1 2,1
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.180. (vrije doorgang: doorgang)
1.

Een doorgang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de in tabel 4.179 aangegeven vrije hoogte. Dit geldt voor een doorgang naar:

  • a. een verblijfsgebied;
  • b. een verblijfsruimte;
  • g. een ruimte voor het bereiken van een lift als bedoeld in artikel 4.189.

Dit geldt ook voor een doorgang op een route vanaf het aansluitende terrein naar een in dit lid bedoelde ruimte.

2.

Een lifttoegang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een tussen de onderdelen van de bouwconstructie gemeten hoogte van ten minste de in tabel 4.179 aangegeven vrije hoogte.

Artikel 4.181. (vrije doorgang: verkeersroute)
1.

Een verkeersroute die begint bij een doorgang als bedoeld in artikel 4.180 loopt door een ruimte met een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de in tabel 4.179 aangegeven vrije hoogte. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert.

2.

Als de in het eerste lid bedoelde ruimte een gemeenschappelijke verkeersruimte is, is de vrije breedte ten minste 1,2 m. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert.

3.

Een hoofdtoegang van een woongebouw, ontsluit een gemeenschappelijke verkeersruimte die bij die toegang over een lengte van ten minste 1,5 m een vrije doorgang heeft met een breedte van ten minste 1,5 m.

4.

Aan een doorgang van een liftschacht grenst een ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 1,5 m.

5.

In aanvulling op het tweede lid heeft een gemeenschappelijke verkeersruimte over een lengte van 1,5 m een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,5 m. Dit geldt niet als een rolstoelgebruiker vanuit die verkeersruimte zonder te keren het aansluitende terrein kan bereiken.

Artikel 4.182. (overbrugging van hoogteverschillen)
1.

Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van een hoofdtoegang van een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m.

2.

Bij een hoofdtoegang van een woonfunctie is een hoogteverschil op de route tussen een niet-gemeenschappelijke vloer en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein of de gemeenschappelijke verkeersruimte is niet groter dan 1 m.

3.

Bij ten minste een toegang van een niet-gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 4.175, eerste lid, is een hoogteverschil op de route tussen ten minste een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied en de aangrenzende vloer van de buitenruimte, groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan.

4.

Bij ten minste een toegang van een buitenberging als bedoeld in artikel 4.172 is een hoogteverschil op de route tussen de vloer van de buitenberging en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein, groter dan 0,02 m, overbrugd door een hellingbaan.

5.

Op ten minste een route tussen ten minste een uitgang van een woonfunctie en een gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 4.175, tweede lid, is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een lift of een hellingbaan.

6.

Een woongebouw waarin de vloer ter plaatse van de toegang van een woonfunctie hoger ligt dan 3 m boven het meetniveau, heeft op elke bouwlaag een opstelplaats voor een lift, met een liftkooi met een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 2,05 m.

7.

Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van een hoofdtoegang van een gebruiksfunctie, gelegen in een gebouw zonder een toegankelijkheidssector, en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m.

§ 4.6.2. Toegankelijkheidssector

Artikel 4.183. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft ruimten die voldoende toegankelijk zijn voor personen met een functiebeperking.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.183 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden waarden waarden
toegankelijkheidssector: aanwezigheid toegankelijkheidssector: aanwezigheid toegankelijkheidssector: aanwezigheid toegankelijkheidssector: aanwezigheid toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte algemeen toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte algemeen toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte specifieke ruimten toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte specifieke ruimten toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte specifieke ruimten toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte specifieke ruimten toegankelijkheidssector: bereikbaarheid toegankelijkheidssector: bereikbaarheid toegankelijkheidssector: bereikbaarheid toegankelijkheidssector: bereikbaarheid toegankelijkheidssector: bereikbaarheid toegankelijkheidssector: hoogteverschillen lift: afmetingen en loopafstand lift: afmetingen en loopafstand lift: afmetingen en loopafstand toegankelijkheidssector: aanwezigheid toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte algemeen toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten
artikel 4.184 4.184 4.184 4.184 4.185 4.185 4.186 4.186 4.186 4.186 4.186 4.186 4.187 4.187 4.187 4.187 4.188 4.188 4.188 4.188 4.188 4.189 4.190 4.190 4.190 4.184 4.185 4.186
lid 1 2 3 4 1 2 1 2 3 4 5 6 1 2 3 4 1 2 3 4 5 * 1 2 3 3 1 4
1 Woonfunctie Woonfunctie [m2] [%] [n]
a woonwagen
b voor zorg met een g.o. > 500 m2 1 2 1 3 6 2 3 4 1 2 3 4 5 * 1 2 3
c andere woonfunctie 1 1 2 3 4 5 * 1 2 3
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie
a voor alcoholgebruik 3 4 1 3 2 1 2 3 * 1 250 80
b voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater. 3 4 1 3 2 1 2 3 * 1 250 40
c andere bijeenkomstfunctie 3 1 2 3 2 1 2 3 * 1 250 80
3 Celfunctie Celfunctie 3 1 3 4 6 2 3 4 1 2 3 * 1 400 40 300
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
a met bedgebied 3 1 3 4 5 2 3 4 1 2 3 * 1 250 80 300
b andere gezondheidszorgfunctie 3 1 3 4 5 2 1 2 3 * 1 250 80 300
5 Industriefunctie Industriefunctie
a lichte industriefunctie
b andere industriefunctie 3 1 3 2 1 2 3 * 1 400 40
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 3 1 3 4 2 1 2 3 * 1 400 40 300
7 Logiesfunctie Logiesfunctie
a in een logiesgebouw 3 1 2 3 6 1 2 3 4 1 2 3 * 1 250
b andere logiesfunctie 3 1 3 6 1 2 3 4 1 2 3 * 1 400 40
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 3 1 3 4 2 1 2 3 * 1 400 100 1.050
9 Sportfunctie Sportfunctie 3 1 3 2 1 2 3 * 1 400 40
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 3 1 3 2 1 2 3 * 1 250 60
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.184. (toegankelijkheidssector: aanwezigheid)
1.

Een woongebouw heeft een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als:

  • a. de vloer van een verblijfsgebied in het woongebouw hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau; of
  • b. het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 m2 die hoger ligt dan 1,5 m boven het meetniveau.
2.

Een woonfunctie voor zorg met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2 heeft een toegankelijkheidssector.

3.

Een gebruiksfunctie heeft een toegankelijkheidssector als de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie, samen met de gebruiksoppervlakte van andere in hetzelfde gebouw gelegen gebruiksfuncties waarvoor deze regel geldt, groter is dan de in tabel 4.183 aangegeven oppervlakte.

4.

Een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik met een gebruiksoppervlakte van meer dan 150 m2 heeft een toegankelijkheidssector.

Artikel 4.185. (toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte algemeen)
1.

In een gebouw met een toegankelijkheidssector ligt ten minste het in tabel 4.183 aangegeven percentage van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector.

2.

Voor zover de in het eerste lid bedoelde gebruiksfunctie een nevengebruiksfunctie van een kantoor- of industriefunctie is, ligt, in afwijking van het eerste lid, ten minste 40% van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van die gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector.

Artikel 4.186. (toegankelijkheidssector: aanwezigheid specifieke ruimten)
1.

In een toegankelijkheidssector ligt een verblijfsgebied.

2.

In een logiesgebouw met een toegankelijkheidssector ligt ten minste 5% van de logiesverblijven, op een geheel getal naar boven afgerond, in een toegankelijkheidssector.

3.

In een toegankelijkheidssector ligt een integraal toegankelijke toiletruimte.

4.

Op een in het derde lid bedoelde toiletruimte zijn niet meer personen aangewezen dan het in tabel 4.183 aangegeven aantal.

5.

Een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied met toegankelijkheidssector heeft ten minste een integraal toegankelijke badruimte per 500 m2 vloeroppervlakte aan bedgebied, op een geheel getal naar boven afgerond.

6.

Een gebruiksfunctie met een toegankelijkheidssector heeft een aantal integraal toegankelijke badruimten van ten minste de getalswaarde van het aantal aanwezige badruimten gedeeld door 20, op een geheel getal naar boven afgerond.

Artikel 4.187. (toegankelijkheidssector: vloeroppervlakte specifieke ruimten)
1.

In een in artikel 4.186, eerste lid, bedoeld verblijfsgebied is ten minste een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 14 m2 bij een breedte van ten minste 3,2 m.

2.

Een integraal toegankelijke toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,65 m x 2,2 m.

3.

Een integraal toegankelijke badruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 m x 1,8 m.

4.

Een integraal toegankelijke badruimte die is samengevoegd met een toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 m x 2,2 m.

Artikel 4.188. (toegankelijkheidssector: bereikbaarheid)
1.

Een ruimte die in een toegankelijkheidssector ligt, is rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitende terrein of langs een verkeersroute die alleen door een toegankelijkheidssector voert.

2.

Ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector is rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitend terrein en is een hoofdtoegang van het gebouw.

3.

Een verkeersroute in een toegankelijkheidssector loopt door een ruimte met een vrije breedte van ten minste 1,2 m en een vrije hoogte van ten minste 2,1 m.

4.

Een verkeersroute als bedoeld in het eerste lid voert niet door een niet-gemeenschappelijke ruimte van een andere gebruiksfunctie.

5.

De toegang van een woonfunctie gelegen in een woongebouw met een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.184, eerste lid, grenst aan een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector.

Artikel 4.189. (toegankelijkheidssector: hoogteverschillen)

Op ten minste een route tussen een punt in een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een lift of een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen een op die route gelegen hoofdtoegang van de toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m.

Artikel 4.190. (lift: afmetingen en loopafstand)
1.

De kooi van een lift als bedoeld in artikel 4.189 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 1,35 m.

2.

In afwijking van het eerste lid heeft de kooi van een lift in een woongebouw met meer dan zes woonfuncties een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 2,05 m.

3.

De loopafstand tussen de toegang van een woonfunctie en de toegang van ten minste een lift als bedoeld in artikel 4.189 is ten hoogste 90 m. Als het tweede lid van toepassing is, wordt de loopafstand bepaald tussen de toegang van de woonfunctie en de toegang van ten minste een in het tweede lid bedoelde lift.

§ 4.6.3. Bereikbaarheid van een bouwwerk

Artikel 4.191. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is vanaf de openbare weg voldoende toegankelijk voor personen met een functiebeperking.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.191 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
bereikbaarheid van een gebouw bereikbaarheid van een gebouw bereikbaarheid van een gebouw bereikbaarheid van een gebouw bereikbaarheid van een gebouw bereikbaarheid van een gebouw
artikel 4.192 4.192 4.192 4.192 4.192 4.192
lid 1 2 3 4 5 6
1 Woonfunctie Woonfunctie
a. woonwagen
b. voor zorg met een g.o. > 500 m2 1 6
d woonfunctie gelegen in woongebouw 1 2 6
c. andere woonfunctie 3 6
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie
a. voor alcoholgebruik 1 4 6
b. voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater 1 4 6
c. andere bijeenkomstfunctie 1 6
3 Celfunctie Celfunctie 1 6
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie 1 4 6
5 Industriefunctie Industriefunctie
a. lichte industriefunctie
b. andere industriefunctie 1 6
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 6
7 Logiesfunctie Logiesfunctie 1 6
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 6
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 6
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 4 6
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie 5 6
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.192. (bereikbaarheid van een gebouw)
1.

Een hoofdtoegang van een gebouw met een toegankelijkheidssector grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad of steiger voert met:

  • a. een breedte van ten minste 1,1 m; en
  • b. bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m:
  • i. bij een verhard pad: een helling die voldoet aan artikel 4.30; en
2.

Een hoofdtoegang van een woongebouw zonder toegankelijkheidssector grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met:

  • a. een breedte van ten minste 1,1 m; en
  • b. bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan artikel 4.30.
3.

Een hoofdtoegang van een woonfunctie als bedoeld in artikel 4.182, tweede lid, die niet gelegen is in een woongebouw, grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met:

  • a. een breedte van ten minste 0,85 m; en
  • b. bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan artikel 4.30.
4.

Een hoofdtoegang van een gebruiksfunctie in een gebouw zonder toegankelijkheidssector, die rechtstreeks bereikbaar is vanaf het aansluitende terrein, grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met:

  • a. een breedte van ten minste 1,1 m; en
  • b. bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan artikel 4.30.
5.

De toegang van een buitenberging of de toegang van de gemeenschappelijk verkeersruimte naar een buitenberging als bedoeld in artikel 4.172, derde lid, grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met:

  • a. een breedte van ten minste 1,1 m; en
  • b. bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan artikel 4.30.
6.

Een doorgang waardoor een in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde route voert, heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een vrije hoogte van ten minste 2 m.

Afdeling 4.7. Bouwwerkinstallaties

§ 4.7.1. Verlichting

Artikel 4.193. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden gebruikt en verlaten.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.193 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
verlichting verlichting verlichting verlichting verlichting noodverlichting noodverlichting noodverlichting noodverlichting noodverlichting aansluiting op voorziening voor elektriciteit verduisterde ruimte
artikel 4.194 4.194 4.194 4.194 4.194 4.195 4.195 4.195 4.195 4.195 4.196 4.197
lid 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 * *
1 Woonfunctie Woonfunctie 4 *
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 4 1 3 5 * *
3 Celfunctie Celfunctie 1 4 1 3 5 * *
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie 1 4 1 3 5 * *
5 Industriefunctie Industriefunctie
a lichte industriefunctie 4 *
b andere industriefunctie 1 4 1 3 5 * *
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 4 1 3 5 * *
7 Logiesfunctie Logiesfunctie
a in een logiesgebouw 1 4 1 3 5 * *
b andere logiesfunctie 1 4 1 3 5 *
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 4 1 3 5 * *
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 4 1 3 5 * *
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 4 1 3 5 * *
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
a voor het personenvervoer 2 3 4 2 3 5 * *
b voor het stallen van motorvoertuigen 2 4 2 3 5 * *
c andere overige gebruiksfunctie 4 * *
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 4 5 3 4 5 *
b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 4 3 5 * *
Artikel 4.194. (verlichting)
1.

Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.

2.

Een onder het meetniveau gelegen functieruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.

3.

Een overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m2 heeft in een boven het meetniveau gelegen functieruimte een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.

4.

Een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.

5.

Een wegtunnelbuis heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux en een voorziening die een uit oogpunt van verkeersveiligheid voldoende geleidelijke overgang van daglicht naar kunstlicht waarborgt.

Artikel 4.195. (noodverlichting)
1.

Een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert, hebben noodverlichting.

2.

Een onder het meetniveau gelegen functieruimte als bedoeld in artikel 4.194, tweede lid, heeft noodverlichting.

3.

Een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, heeft noodverlichting.

4.

Een wegtunnelbuis heeft noodverlichting.

5.

Noodverlichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op de vloer en het tredevlak gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.

Artikel 4.196. (aansluiting op voorziening voor elektriciteit)

Een verlichtingsinstallatie als bedoeld in de artikelen 4.194 en 4.195 is aangesloten op een in artikel 4.199 bedoelde voorziening voor elektriciteit.

Artikel 4.197. (verduisterde ruimte)

Een ruimte bestemd om te worden verduisterd tijdens het gebruik door meer dan 50 personen heeft zodanige voorzieningen dat tijdens de verduistering een redelijke oriëntatie mogelijk is.

§ 4.7.2. Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie

Artikel 4.198. (aansturingsartikel)
1.

Bij een bouwwerk met een voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie is die voorziening veilig zodat er geen sprake kan zijn van ongevallen zoals elektrocutie, verstikking, brandwonden of verwonding door explosies.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.199. (voorziening voor elektriciteit)
1.

Een voorziening voor elektriciteit voldoet aan:

  • a. NEN 1010 bij lage spanning; en
  • b. NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522 bij hoge spanning.
2.

In aanvulling op het eerste lid, aanhef en onder a, voldoen laadpunten voor elektrische voertuigen in een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen aan mode 3 of mode 4 als bedoeld in NEN 1010.

Artikel 4.200. (voorziening voor gas)
1.

Een voorziening voor gas voldoet aan:

  • a. NEN 1078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar; en
  • b. NEN-EN 15001-1 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar.
2.

Een bouwwerk met een aansluiting op het distributienet voor gas heeft, voor die aansluiting, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768.

§ 4.7.3. Watervoorziening

Artikel 4.201. (aansturingsartikel)
1.

Bij een bouwwerk met een voorziening voor drinkwater of warmwater is die voorziening zodanig dat de gezondheid niet nadelig kan worden beïnvloed als gevolg van het vrijkomen, ontstaan of ontwikkelen van gevaarlijke stoffen of biologische agentia in drinkwater of warmwater.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.202. (drinkwatervoorziening)

Een voorziening voor drinkwater voldoet aan NEN 1006.

Artikel 4.203. (warmwatervoorziening)

Een voorziening voor warmwater voldoet aan NEN 1006.

§ 4.7.4. Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater

Artikel 4.204. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater waarmee het water zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kan worden afgevoerd.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.204 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)