Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving)

Type AMvB
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-18
State In force
Source BWB
artikelen 934
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Een afscheiding als bedoeld in artikel 3.15 heeft tot een hoogte van 0,6 m boven de vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan, geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de in tabel 3.14 aangegeven waarde.

2.

De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in artikel 3.15, is niet groter dan 0,1 m.

§ 3.2.4. Veilig overbruggen van hoogteverschillen

Artikel 3.18. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft op een vluchtroute voorzieningen voor het veilig overbruggen van hoogteverschillen door personen.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 3.19. (voorziening bij hoogteverschil)
1.

Een hoogteverschil van meer dan 0,22 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert, wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. Dit geldt ook voor een hoogteverschil tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein.

2.

Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het eerste lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m.

Artikel 3.20. (afmetingen trap)

Een trap als bedoeld in artikel 3.19 voldoet aan de in tabel 3.20 aangegeven afmetingen.

Minimum breedte van de trap 0,7 m
Minimum vrije hoogte boven de trap 1,9 m
Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede 0,13 m
Maximum hoogte van een optrede 0,22 m
Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten van de trap 0,2 m
Artikel 3.21. (trapbordes)

Een trap als bedoeld in artikel 3.19 sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.

Artikel 3.22. (leuning)

Een trap als bedoeld in artikel 3.19 waarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3, heeft, voor zover een hoogteverschil is overbrugd van meer dan 1,5 m, aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m.

Artikel 3.23. (afmetingen hellingbaan)

Een hellingbaan als bedoeld in artikel 3.19 heeft een breedte van ten minste 0,7 m en een helling van ten hoogste 1:10.

Artikel 3.24. (hellingbaanbordes)

Een hellingbaan als bedoeld in artikel 3.19 sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.

§ 3.2.5. Beweegbare constructieonderdelen

Artikel 3.25. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructieonderdelen dat deze geen gevaar veroorzaken bij het gebruik van een aangrenzende openbare ruimte.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regel in deze paragraaf.

Artikel 3.26. (beweegbaar constructieonderdeel: gevarenzone)
1.

Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg.

2.

Het eerste lid geldt niet voor een deur van een ruimte met een vloeroppervlakte van minder dan 0,5 m2.

§ 3.2.6. Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie

Artikel 3.27. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 3.28. (stookplaats)
1.

Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, als:

  • a. op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m2; of
  • b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C.
2.

Bij toepassing van het eerste lid kan in plaats van onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, worden uitgegaan van brandklasse A1, of A1fl, bepaald volgens NEN-EN 13501-1.

Artikel 3.29. (rookgasafvoer)
1.

Materiaal van een voorziening voor de afvoer van rookgas en materiaal dat in de nabijheid van die voorziening is toegepast, waarin een volgens NEN 8062 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 90 °C:

  • a. voldoet aan brandklasse A1 volgens NEN-EN 13501-1; of
  • b. is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een samenstel van een voorziening voor de afvoer van rookgas en materiaal in de nabijheid daarvan dat voldoet aan NEN 6062.

§ 3.2.7. Beperking van het ontwikkelen van brand en rook

Artikel 3.30. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is zodanig dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.30 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden waarden waarden waarden waarden waarden
zijde grenzend aan de zijde grenzend aan de zijde grenzend aan de zijde grenzend aan de zijde grenzend aan de zijde grenzend aan de
binnenlucht binnenlucht binnenlucht buitenlucht buitenlucht buitenlucht
binnenoppervlak binnenoppervlak binnenoppervlak binnenoppervlak binnenoppervlak buitenoppervlak buitenoppervlak buitenoppervlak beloopbaar vlak beloopbaar vlak beloopbaar vlak vrijgestelde oppervlakte vrijgestelde oppervlakte toepassing Euroklassen extra beschermde vluchtroute beschermde route overig extra beschermde vluchtroute beschermde route overig
artikel 3.31 3.31 3.31 3.31 3.31 3.32 3.32 3.32 3.33 3.33 3.33 3.34 3.34 3.35 3.31 3.31 3.31 3.32 3.32 3.32
lid 1 2 3 4 5 1 2 3 1 2 3 1 2 * 1 1 1 1 1 1
[brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse] [brandklasse]
1 Woonfunctie Woonfunctie
a in een woongebouw 1 2 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 2 4 2 2 4
b andere woonfunctie 1 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 4 4 2 4 4
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 4 4 2 4 4
3 Celfunctie Celfunctie 1 3 4 5 1 2 3 1 2 3 1 * 1 1 4 1 1 4
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
a met bedgebied 1 2 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 2 4 2 4 4
b andere gezondheidszorgfunctie 1 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 4 4 2 4 4
5 Industriefunctie Industriefunctie 1 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 4 4 2 4 4
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 4 4 2 4 4
7 Logiesfunctie Logiesfunctie
a in een logiesgebouw 1 2 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 2 4 2 4 4
b andere logiesfunctie 1 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 4 4 2 4 4
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 4 4 2 4 4
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 4 4 2 4 4
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 3 5 1 2 3 1 2 3 1 * 2 4 4 2 4 4
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
a tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer 3 1 2 3 1 2 3 2 * 2 4 4
b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 3 1 2 3 2 * 2 4 4
Artikel 3.31. (binnenoppervlak)
1.

Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht heeft een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de in tabel 3.30 aangegeven brandklasse en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m-1.

2.

In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een beschermde route voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m-1.

3.

In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m-1.

4.

In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een celeenheid een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m-1.

5.

In afwijking van het eerste lid voldoet het beweegbare deel van een deur in een inwendige scheidingsconstructie op een route tussen:

  • a. een gebruiksgebied, een toiletruimte of een badruimte en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert; en
  • b. een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte;

aan brandklasse 4, bepaald volgens NEN 6065.

Artikel 3.32. (buitenoppervlak)
1.

Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht heeft een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de in tabel 3.30 aangegeven brandklasse.

2.

In afwijking van het eerste lid hebben een deur, een raam, een kozijn of een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting die voldoet aan brandklasse 4.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op de bovenzijde van een dak.

Artikel 3.33. (beloopbaar vlak)
1.

In afwijking van artikel 3.31 geldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan die grenst aan de binnenlucht een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T3 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m-1.

2.

In afwijking van artikel 3.32 geldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan die grenst aan de buitenlucht een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T3.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan waarover een extra beschermde vluchtroute voert een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T1.

Artikel 3.34. (vrijgestelde oppervlakte)
1.

Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte, waarvoor volgens de artikelen 3.31 tot en met 3.33 een eis geldt, is die eis niet van toepassing.

2.

Voor bouwwerken geen gebouw zijnde is op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen, waarvoor volgens de artikelen 3.31 tot en met 3.33 een eis geldt, die eis niet van toepassing.

Artikel 3.35. (toepassing Euroklassen)

Bij toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.33 kan in plaats van:

  • a. brandklasse 1, bepaald volgens NEN 6065, worden uitgegaan van brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1;
  • b. brandklasse 2, bepaald volgens NEN 6065, in een besloten ruimte worden uitgegaan van brandklasse B en in een niet-besloten ruimte van brandklasse C, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1;
  • c. brandklasse 3, bepaald volgens NEN 6065, worden uitgegaan van brandklasse C, bepaald volgens NEN-EN 13501-1;
  • d. brandklasse 4, bepaald volgens NEN 6065, worden uitgegaan van brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1;
  • e. brandklasse T1, bepaald volgens NEN 1775, worden uitgegaan van brandklasse Cfl, bepaald volgens NEN-EN 13501-1;
  • f. brandklasse T3, bepaald volgens NEN 1775, worden uitgegaan van brandklasse Dfl, bepaald volgens NEN-EN 13501-1; en
  • g. een rookproductie met een rookdichtheid van ten hoogste 10 m-1 of 5,4 m-1, bepaald volgens NEN 6066, worden uitgegaan van rookklasse s2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1.

§ 3.2.8. Beperking van uitbreiding van brand

Artikel 3.36. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is zodanig dat de uitbreiding van brand:

  • a. naar bouwwerken op andere percelen beperkt blijft; en
  • b. geen gevaar oplevert voor het vluchten en hulpverlening bij brand.
2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.36 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden
brandcompartiment: ligging brandcompartiment: ligging brandcompartiment: ligging brandcompartiment: ligging brandcompartiment: ligging brandcompartiment: ligging brandcompartiment: ligging brandcompartiment: omvang brandcompartiment: omvang brandcompartiment: omvang brandcompartiment: omvang brandcompartiment: omvang brandcompartiment: omvang brandcompartiment: omvang brandcompartiment: omvang opvangcompartiment opvangcompartiment wbdbo: niveau van eisen wbdbo: niveau van eisen wbdbo: bepalingsmethode wbdbo: bepalingsmethode brandcompartiment: omvang
artikel 3.37 3.37 3.37 3.37 3.37 3.37 3.37 3.38 3.38 3.38 3.38 3.38 3.38 3.38 3.38 3.39 3.39 3.40 3.40 3.41 3.41 3.38
lid 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 1 2 1 2 1
[m2]
1 Woonfunctie Woonfunctie
a woonwagen 1 2 2 1 2
b andere woonfunctie 1 3 1 3 5 6 7 1 1 2 2.000
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 3 1 3 7 8 1 1 2 2.000
3 Celfunctie Celfunctie 1 3 1 3 7 1 1 1 2 2.000
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
a met bedgebied 1 3 1 3 7 2 1 1 2 2.000
b andere gezondheidszorgfunctie 1 3 1 3 7 1 1 2 2.000
5 Industriefunctie Industriefunctie
a lichte industriefunctie voor het houden van dieren 1 3 4 5 6 7 1 3 7 1 1 2 3.000
b andere lichte industriefunctie 1 3 4 5 6 7 1 3 1 1 2 3.000
c andere industriefunctie 1 3 4 5 1 3 1 1 2 3.000
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 3 1 3 7 8 1 1 2 2.000
7 Logiesfunctie Logiesfunctie 1 3 1 3 7 1 1 2 1.000
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 3 1 3 7 1 1 2 3.000
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 3 1 3 7 1 1 2 3.000
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 3 1 3 7 8 1 1 2 2.000
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie 1 3 4 5 6 1 3 7 8 1 1 2 3.000
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 4 1 1 2
b ander bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 3.37. (brandcompartiment: ligging)
1.

Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. Dit is niet van toepassing op:

  • a. een toiletruimte;
  • b. een badruimte;
  • c. een liftschacht, als de constructieonderdelen aan de binnenzijde van de schacht voldoen aan een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting die voldoet aan klasse 2 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m-1, of aan brandklasse B en rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1; en
  • d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 100 m2, niet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 160 kW.
2.

Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m ligt in een brandcompartiment.

3.

In afwijking van het eerste lid voert een extra beschermde vluchtroute niet door een brandcompartiment.

4.

Een niet-besloten gebruiksgebied ligt in een brandcompartiment.

5.

Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een gebruiksfunctie of gebruiksfuncties van dezelfde soort, met een totale gebruiksoppervlakte van niet meer dan 3.000 m2 en een vuurbelasting niet groter dan 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090.

6.

Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een gebruiksfunctie of gebruiksfuncties van dezelfde soort, met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m2.

7.

Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie met een permanente vuurbelasting niet groter dan 200 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090.

Artikel 3.38. (brandcompartiment: omvang)
1.

Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de in tabel 3.36 aangegeven oppervlakte.

2.

In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en nevengebruiksfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2.

3.

Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een bouwwerkperceel.

4.

Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een wegtunnelbuis.

5.

In een brandcompartiment liggen ten hoogste een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan.

6.

In afwijking van het vijfde lid is een gemeenschappelijk verblijfsgebied toegestaan, als dat verblijfsgebied een afzonderlijk brandcompartiment is.

7.

Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 100 m2 is een afzonderlijk brandcompartiment.

8.

Bij een brandcompartiment van een industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 2.000 m2 is het eerste lid niet van toepassing op een of meer in dat brandcompartiment gelegen nevengebruiksfuncties.

Artikel 3.39. (opvangcompartiment)
1.

In afwijking van artikel 3.38, eerste lid, is de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment met een of meer celeenheden ten hoogste 1.000 m2 en niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw.

2.

Een brandcompartiment met bedgebied voor bedgebonden patiënten is niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van de bouwlaag waarop dit brandcompartiment ligt.

Artikel 3.40. (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: niveau van eisen)
1.

De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert is ten minste 20 minuten.

2.

De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment is ten minste 20 minuten of de afstand tussen een brandcompartiment en een ander brandcompartiment is ten minste 5 m.

Artikel 3.41. (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: bepalingsmethode)
1.

De in artikel 3.40 bedoelde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag wordt bepaald volgens NEN 6068.

2.

Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend bouwwerkperceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere bouwwerkperceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Als het bouwwerkperceel grenst aan:

  • a. een openbare weg;
  • b. openbaar water;
  • c. openbaar groen; of
  • d. een perceel daarvan dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen;

vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel.

§ 3.2.9. Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook

Artikel 3.42. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is zodanig dat uitbreiding van brand en verspreiding van rook in verdergaande mate wordt beperkt dan bepaald in paragraaf 3.2.8 zodat veilig kan worden gevlucht.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.42 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden
subbrandcompartiment: ligging subbrandcompartiment: ligging subbrandcompartiment: ligging beschermd subbrandcompartiment: ligging beschermd subbrandcompartiment: ligging beschermd subbrandcompartiment: ligging beschermd subbrandcompartiment: ligging beschermd subbrandcompartiment: omvang beschermd subbrandcompartiment: omvang beschermd subbrandcompartiment: omvang beschermd subbrandcompartiment: omvang beschermd subbrandcompartiment: omvang beschermd subbrandcompartiment: omvang beschermd subbrandcompartiment: omvang subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang beschermd subbrandcompartiment: wbdbo beschermd subbrandcompartiment: omvang
artikel 3.43 3.43 3.43 3.44 3.44 3.44 3.44 3.45 3.45 3.45 3.45 3.45 3.45 3.45 3.46 3.47 3.47 3.45
lid 1 2 3 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 7 * 1 2 1
[m2]
1 Woonfunctie Woonfunctie
a voor zorg met een g.o. > 1.000 m2 1 2 3 1 1 2 * 1 200
b woonwagen 1 2 *
c andere woonfunctie 1 2 3 1 1 * 1 1.000
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 2 3 *
3 Celfunctie Celfunctie 1 2 3 3 3 * 1 2
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
a met bedgebied 1 2 3 2 4 5 * 1 2
b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 *
5 Industriefunctie Industriefunctie 1 2 3 *
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 3 *
7 Logiesfunctie Logiesfunctie 1 2 3 4 1 6 7 * 1 1.000
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 3 *
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 2 3 *
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 3 *
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie 1 2 3 *
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 2 3 *
b ander bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 3.43. (subbrandcompartiment: ligging)
1.

Een brandcompartiment is ingedeeld in een of meer subbrandcompartimenten of ruimten waardoor een beschermde route voert.

2.

Een beschermde route ligt niet in het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint.

3.

In afwijking van het eerste lid kan een verblijfsgebied voor bewaking buiten een subbrandcompartiment liggen als:

  • a. constructieonderdelen in dat gebied voldoen aan de eisen die artikel 3.31 stelt aan constructieonderdelen die grenzen aan de binnenlucht in een ruimte waardoor een beschermde route voert; en
  • b. aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen die artikel 6.14 stelt aan aankleding in een ruimte waardoor een beschermde route voert.
Artikel 3.44. (beschermd subbrandcompartiment: ligging)
1.

Een verblijfsruimte ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

2.

Een bedruimte ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

3.

Een celeenheid ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

4.

Een logiesverblijf ligt in een beschermd subbrandcompartiment.

Artikel 3.45. (beschermd subbrandcompartiment: omvang)
1.

Een beschermd subbrandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte van ten hoogste de in tabel 3.42 aangegeven oppervlakte.

2.

In afwijking van het eerste lid heeft een beschermd subbrandcompartiment met alleen gezamenlijke ruimten een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m2.

3.

Een celeenheid is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment.

4.

Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat alleen een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m2.

5.

Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vierde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten, heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m2 zonder bewaking en ten hoogste 1.000 m2 bij permanente bewaking.

6.

Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment.

7.

Een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is een afzonderlijk subbrandcompartiment.

Artikel 3.46. (subbrandcompartiment: weerstand tegen rookdoorgang)

De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten.

Artikel 3.47. (beschermd subbrandcompartiment: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag)
1.

De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in artikel 3.44 naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten.

2.

Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, bedoeld in het eerste lid, blijft onder een deur een oppervlak van niet meer dan 0,02 m2 bij een hoogte van niet meer dan 0,05 m, gemeten vanaf de vloer, buiten beschouwing.

§ 3.2.10. Vluchtroutes: verloop

Artikel 3.48. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft zodanige vluchtroutes dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.48 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden
vluchtroute vluchtroute vluchtroute vluchtroute vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment beschermde route beschermde route extra beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute veiligheidsroute veiligheidsroute tweede vluchtroute tweede vluchtroute tweede vluchtroute vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment
artikel 3.49 3.49 3.49 3.49 3.50 3.50 3.50 3.51 3.51 3.52 3.52 3.52 3.53 3.53 3.54 3.54 3.54 3.50
lid 1 2 3 4 1 2 3 1 2 1 2 3 1 2 1 2 3 1
[m]
1 Woonfunctie Woonfunctie 1 1 1 1 1 1 2 3 45
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 60
3 Celfunctie Celfunctie 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 75
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie 1 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 75
5 Industriefunctie Industriefunctie 1 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 75
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 75
7 Logiesfunctie Logiesfunctie 1 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 75
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 60
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 75
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 75
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie 1 2 1 3 2 2 3 2 1 2 3 75
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 3 2 1
b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 4
Artikel 3.49. (vluchtroute)
1.

Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg.

2.

Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer van een celfunctie of van een nevengebruiksfunctie daarvan begint een vluchtroute die, al dan niet via een buitenruimte, leidt naar een ander brandcompartiment.

3.

Op elk punt van een rijbaan begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de buiten de wegtunnel gelegen openbare weg.

4.

Een bouwwerk geen gebouw zijnde heeft, afhankelijk van zijn bestemming en grootte, voldoende en zodanig ingerichte vluchtroutes dat bij brand op doeltreffende en veilige wijze kan worden gevlucht.

Artikel 3.50. (vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment)
1.

De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan de in tabel 3.48 aangegeven afstand.

2.

De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand.

3.

Een subbrandcompartiment en een daarin gelegen verblijfsruimte voor meer dan 225 personen hebben ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt.

Artikel 3.51. (beschermde route)
1.

Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde route, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein.

2.

Een vluchtroute waarop ten hoogste 60 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde route, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein.

Artikel 3.52. (extra beschermde vluchtroute)
1.

Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2 aan woonfuncties is aangewezen, is een extra beschermde vluchtroute.

2.

Een vluchtroute waarop meer dan 60 en ten hoogste 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij dat compartiment rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein.

3.

Een vluchtroute in een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 12,5 m wordt overbrugd, is een extra beschermde vluchtroute.

Artikel 3.53. (veiligheidsroute)
1.

Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 1.500 m2 aan woonfuncties is aangewezen, is een veiligheidsroute.

2.

Een vluchtroute waarop meer dan 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een veiligheidsroute, tenzij dat compartiment rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein.

Artikel 3.54. (tweede vluchtroute)
1.

Als op een vluchtroute een tweede vluchtroute begint, zijn de artikelen 3.51, 3.52, eerste en tweede lid, en 3.53 niet van toepassing vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren.

2.

In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren als:

  • a. de ruimte grenst aan de uitgang van het subbrandcompartiment;
  • b. de vluchtroutes in de ruimte naar verschillende uitgangen voeren; en
  • c. als de ruimte een besloten ruimte is, de loopafstand in die ruimte gemeten over beide vluchtroutes ten hoogste 30 m is en ten hoogste 70 m als de vluchtroutes in die ruimte beschermde routes zijn.
3.

In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren voor zover de vluchtroute een veiligheidsroute is.

§ 3.2.11. Vluchtroutes: inrichting

Artikel 3.55. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft vluchtroutes met een zodanige inrichting dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.55 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden waarden
inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang inrichting vluchtroute: wbdbo inrichting vluchtroute: permanente vuurbelasting inrichting vluchtroute: vrije doorgang inrichting vluchtroute: vrije doorgang inrichting vluchtroute: niet- besloten ruimte breedte hoogte
artikel 3.56 3.57 3.58 3.59 3.59 3.60 3.59 3.59
lid * * * 1 2 * 1 1
[m] [m]
1 Woonfunctie Woonfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
3 Celfunctie Celfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
a met bedgebied * * * 1 2 * 0,5 1,7
b andere gezondheidszorgfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
5 Industriefunctie Industriefunctie * * * 1 * 0,5 1,7
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
7 Logiesfunctie Logiesfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
9 Sportfunctie Sportfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
10 Winkelfunctie Winkelfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie * * * 1 * 0,5 1,7
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m * * 1 * 0,7 1,9
b ander bouwwerk geen gebouw zijnde *
Artikel 3.56. (inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang)

De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang tussen een besloten ruimte waardoor een beschermde route of extra beschermde vluchtroute voert en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte is ten minste 20 minuten.

Artikel 3.57. (inrichting vluchtroute: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag)

Tussen de verschillende ruimten, bedoeld in artikel 3.54, eerste lid, is een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 20 minuten.

Artikel 3.58. (inrichting vluchtroute: permanente vuurlast)

Het product van de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurlast en de netto-vloeroppervlakte van een ruimte waardoor een veiligheidsroute voert is per bouwlaag ten hoogste 7.000 MJ.

Artikel 3.59. (inrichting vluchtroute: vrije doorgang)
1.

Een ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft een vrije doorgang met ten minste de in tabel 3.55 aangegeven breedte en hoogte.

2.

Een ruimte waardoor een vluchtroute voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in artikel 3.39, tweede lid, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze vluchtroute voert niet over een trap of door een liftkooi.

Artikel 3.60. (inrichting vluchtroute: niet-besloten ruimte)

Een niet-besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook en de toevoer van verse lucht dat die ruimte tijdens brand kan worden gebruikt om te vluchten en voor het verrichten van reddings- en bluswerkzaamheden.

§ 3.2.12. Wegtunnels: hulpverlening bij brand

Artikel 3.61. (aansturingsartikel)
1.

Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regel in deze paragraaf.

Artikel 3.62. (hulppost wegtunnel)

Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die alleen voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m.

Afdeling 3.3. Gezondheid

§ 3.3.1. Wering van vocht

Artikel 3.63. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft scheidingsconstructies waarmee de vorming van allergenen door vocht in verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 3.63 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
wering van vocht van buiten wering van vocht van buiten wering van vocht van buiten wateropname
artikel 3.64 3.64 3.64 3.65
lid 1 2 3 *
1 Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie 1 2 3 *
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 2 3 *
3 Celfunctie Celfunctie Celfunctie 1 2 3 *
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 *
5 Industriefunctie Industriefunctie Industriefunctie *
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 3 *
7 Logiesfunctie Logiesfunctie Logiesfunctie 1 2 3 *
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 3 *
9 Sportfunctie Sportfunctie Sportfunctie 1 2 3 *
10 Winkelfunctie Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 3 *
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 3.64. (wering van vocht van buiten)
1.

Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, een toiletruimte of een badruimte is, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)