Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving)

Type AMvB
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-18
State In force
Source BWB
artikelen 934
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
capaciteit spuivoorziening capaciteit spuivoorziening capaciteit spuivoorziening plaats van de opening tijdelijk bouwwerk
artikel 4.131 4.131 4.131 4.132 4.133
lid 1 2 3 * *
1 Woonfunctie Woonfunctie 1 2 * *
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie
a voor kinderopvang 1 2 3 * *
b andere bijeenkomstfunctie
3 Celfunctie Celfunctie
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
5 Industriefunctie Industriefunctie
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie
7 Logiesfunctie Logiesfunctie
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie
a voor basisonderwijs 1 2 * *
b andere onderwijsfunctie
9 Sportfunctie Sportfunctie
10 Winkelfunctie Winkelfunctie
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.131. (capaciteit spuivoorziening)
1.

Een verblijfsgebied heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 6 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van dat gebied. In een uitwendige scheidingsconstructie van dat gebied zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd.

2.

Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van die ruimte. In een uitwendige scheidingsconstructie van die ruimte zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een raam, of een deur die grenst aan een tot de woonfunctie behorende buitenruimte.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid kan de bedoelde capaciteit worden gerealiseerd met een in artikel 4.122 bedoelde voorziening voor luchtverversing.

Artikel 4.132. (plaats van de opening)

Een opening van een spuivoorziening als bedoeld in artikel 4.131, eerste lid, ligt op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

Artikel 4.133. (tijdelijk bouwwerk)

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.131 en 4.132 van toepassing.

§ 4.3.8. Afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht

Artikel 4.134. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk met een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas, waarmee een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.134 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
aanwezigheid aanwezigheid capaciteit: afvoer van rookgas capaciteit: afvoer van rookgas capaciteit: toevoer van verbrandingslucht capaciteit: toevoer van verbrandingslucht capaciteit: toevoer van verbrandingslucht plaats van de uitmonding plaats van de uitmonding plaats van de uitmonding plaats van de uitmonding plaats van de uitmonding plaats van de uitmonding plaats van de instroomopening plaats van de instroomopening plaats van de instroomopening thermisch comfort rookdoorlatendheid tijdelijk bouwwerk
artikel 4.135 4.135 4.136 4.136 4.137 4.137 4.137 4.138 4.138 4.138 4.138 4.138 4.138 4.139 4.139 4.139 4.140 4.141 4.142
lid 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
1 Woonfunctie Woonfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
3 Celfunctie Celfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
5 Industriefunctie Industriefunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * *
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
7 Logiesfunctie Logiesfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 1 2 1 2 3 1 2 3 4 5 6 1 2 3 * * *
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie 1 2 1 2 1 3 1 2 3 4 5 6 2 3 * *
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.135. (aanwezigheid)
1.

Een ruimte met een verbrandingstoestel heeft voorzieningen voor de afvoer van rookgas en de toevoer van verbrandingslucht. Een kooktoestel met een nominale belasting van niet meer dan 15 kW, gelegen in een verblijfsruimte, blijft hierbij buiten beschouwing.

2.

Een open verbrandingstoestel is niet opgesteld in een toiletruimte of een badruimte.

Artikel 4.136. (capaciteit: afvoer van rookgas)
1.

Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een verbrandingstoestel heeft een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens de toestelspecificaties voor een doeltreffende verbranding benodigde afvoercapaciteit.

2.

Rookgas stroomt, bepaald volgens NEN 2757, vanaf een verbrandingstoestel naar de uitmonding van de voorziening voor de afvoer van rookgas. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing.

Artikel 4.137. (capaciteit: toevoer van verbrandingslucht)
1.

Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens de toestelspecificaties voor een doeltreffende verbranding benodigde toevoercapaciteit.

2.

Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW heeft een zodanige capaciteit dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden.

3.

De volgens NEN 1087 bepaalde richting van de luchtstroming voor de toevoer van verbrandingslucht gaat vanuit de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht naar het verbrandingstoestel. Bij de bepaling van de stromingsrichting blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing.

Artikel 4.138. (plaats van de uitmonding)
1.

De volgens NEN 2757 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor rookgas is ter plaatse van een instroomopening van een voorziening voor luchtverversing als bedoeld in artikel 4.122 niet groter dan aangegeven in tabel 4.138. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen voorzieningen en belemmeringen buiten beschouwing.

soort afvoer verdunningsfactor
Afvoervoorziening voor rookgas bij gasgestookte toestellen 0,01
Afvoervoorziening voor rookgas bij toestellen met andere brandstoffen 0,0015
Afvoervoorziening voor luchtverversing 0,01
2.

Een niet boven het dakvlak gelegen uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas ligt:

  • a. op een afstand van ten minste 1 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten langszij aan de uitwendige scheidingsconstructie van een gebruiksfunctie; en
  • b. op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie.
3.

Een boven het dakvlak gelegen uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas voor een niet-gasgestookt verbrandingstoestel ligt op een afstand van ten minste 1 m van de bouwwerkperceelsgrens.

4.

Een uitmonding van een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een verbrandingstoestel voor vaste brandstoffen ligt boven het dakvlak.

5.

Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt bij het bepalen van de in het tweede en derde lid bedoelde afstand uitgegaan van de afstand tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

6.

Een uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas, gelegen boven een constructieonderdeel of het aansluitende terrein, ligt, ter voorkoming van gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening door ophoping van vuil of sneeuw, ten minste 0,3 m boven de bovenzijde van dat constructieonderdeel of dat terrein.

Artikel 4.139. (plaats van de instroomopening)
1.

Bij toevoer van verbrandingslucht via een verblijfsgebied is de volgens NEN 1087 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor luchtverversing en van een afvoervoorziening voor rookgas, ter plaatse van een in de uitwendige scheidingsconstructie gelegen instroomopening voor verbrandingslucht, niet groter dan genoemd in tabel 4.138. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen afvoervoorzieningen en belemmeringen buiten beschouwing.

2.

Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht ligt op een afstand van ten minste 2 m van de bouwwerkperceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit is niet van toepassing op een in een dak gelegen instroomopening. Als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.

3.

Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht, gelegen boven een constructieonderdeel of het aansluitende terrein, ligt, ter voorkoming van gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening door ophoping van vuil of sneeuw, ten minste 0,3 m boven de bovenzijde van dat constructieonderdeel of dat terrein.

Artikel 4.140. (thermisch comfort)

De toevoer van verbrandingslucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s.

Artikel 4.141. (rookdoorlatendheid)

Het inwendig oppervlak van een afvoervoorziening voor rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 2757 bepaalde doorlatendheid die niet groter is dan de doorlatendheid, aangegeven in tabel 4.141.

soort rookgasafvoer toegestane doorlatendheid
Een overdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757 0,006 x 10-3 m3/s per m2 inwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 200 Pa
Een onderdrukvoorziening als bedoeld in NEN 2757 3 x 10-3 m3/s per m2 inwendig oppervlak, gemeten bij een drukverschil van 40 Pa
Artikel 4.142. (tijdelijk bouwwerk)

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.135 tot en met 4.141 van toepassing.

§ 4.3.9. Bescherming tegen ratten en muizen

Artikel 4.143. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is zodanig dat het binnendringen van ratten en muizen wordt tegengegaan.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.143 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
openingen openingen openingen rattenscherm rattenscherm rattenscherm
artikel 4.144 4.144 4.144 4.145 4.145 4.145
lid 1 2 3 1 2 3
1 Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie
a woonwagen woonwagen 1 2 3
b andere woonfunctie andere woonfunctie 1 2 3 1 2 3
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 2 3 1 2 3
3 Celfunctie Celfunctie Celfunctie 1 2 3 1 2 3
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 1 2 3
5 Industriefunctie Industriefunctie Industriefunctie
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 3 1 2 3
7 Logiesfunctie Logiesfunctie Logiesfunctie
a in een logiesbouw in een logiesbouw 1 2 3 1 2 3
b andere logiesfunctie andere logiesfunctie 1 2 3
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 3 1 2 3
9 Sportfunctie Sportfunctie Sportfunctie 1 2 3 1 2 3
10 Winkelfunctie Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 3 1 2 3
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.144. (openingen)
1.

Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit is niet van toepassing op een afsluitbare opening en een uitmonding van:

  • a. een afvoervoorziening voor luchtverversing;
  • b. een afvoervoorziening voor rookgas; en
  • c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater.
2.

In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor op grond van afdeling 11.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving beschermde diersoorten.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is.

Artikel 4.145. (rattenscherm)
1.

Een gebruiksfunctie heeft ter plaatse van een uitwendige scheidingsconstructie een scherm tot een vanaf het aansluitende terrein gemeten diepte van ten minste 0,6 m. Het scherm heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is.

3.

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op een scheidingsconstructie van een technische ruimte als zich, ter plaatse van de inwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen die ruimte en een andere ruimte van de gebruiksfunctie, een scherm als bedoeld in het eerste lid bevindt.

§ 4.3.10. Daglicht

Artikel 4.146. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is zodanig dat daglicht in voldoende mate kan toetreden.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.146 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden waarden
daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte daglichtoppervlakte
artikel 4.147 4.147 4.147 4.147 4.147 4.147 4.147 4.147 4.147 4.147
lid 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2
[%] [m2]
1 Woonfunctie Woonfunctie 1 2 3 10 0,5
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie
a voor kinderopvang 1 2 3 4 5 5 0,5
b andere bijeenkomstfunctie
3 Celfunctie Celfunctie 1 2 3 4 6 3 0,2
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 7 5 0,5
5 Industriefunctie Industriefunctie
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 3 4 2,5 0,5
7 Logiesfunctie Logiesfunctie
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 3 4 8 5 0,5
9 Sportfunctie Sportfunctie
10 Winkelfunctie Winkelfunctie
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.147. (daglichtoppervlakte)
1.

Een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte in m2 waarvan de getalswaarde niet kleiner is dan de getalswaarde van het in tabel 4.146 aangegeven deel van de vloeroppervlakte in m2 van dat verblijfsgebied.

2.

Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de in tabel 4.146 aangegeven oppervlakte.

3.

Bij het bepalen van de equivalente daglichtoppervlakte:

  • a. blijven buiten het bouwwerkperceel gelegen belemmeringen buiten beschouwing;
  • b. blijven daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie die op een loodrecht op het projectievlak van die openingen gemeten afstand van minder dan 2 m vanaf de bouwwerkperceelsgrens liggen, buiten beschouwing, waarbij als het bouwwerkperceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand wordt aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen; en
  • c. is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057, voor elk te onderscheiden segment niet kleiner dan 20°.
4.

Het eerste en tweede lid gelden niet voor een bouwwerk of een gedeelte daarvan voor de landsverdediging of de bescherming van de bevolking.

5.

Het eerste en tweede lid gelden niet voor een bedgebied dat niet ook is bestemd voor spelactiviteiten.

6.

In afwijking van het eerste lid en tweede lid kan in een celeenheid of andere ruimte voor het insluiten van personen worden volstaan met het waarneembaar zijn van de dag- en nachtcyclus.

7.

Het eerste en tweede lid gelden alleen voor een bedgebied.

8.

Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde vloeroppervlakte van een verblijfsgebied blijft een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 m2 buiten beschouwing. Op een dergelijke verblijfsruimte is het tweede lid niet van toepassing.

Afdeling 4.4. Duurzaamheid

§ 4.4.1. Energiezuinigheid

Artikel 4.148. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is bijna energieneutraal.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in de tabellen 4.148A of 4.148B regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden waarden waarden
bijna energieneutraal bijna energieneutraal bijna energieneutraal bijna energieneutraal afbakening maatwerkvoorschriften minimumwaarde aandeel hernieuwbare energie afbakening maatwerkvoorschriften minimumwaarde aandeel hernieuwbare energie bijna energieneutraal bijna energieneutraal bijna energieneutraal
artikel artikel artikel 4.149 4.149 4.149 4.149 4.149a 4.149a 4.149b 4.149b 4.149b 4 4 4
lid lid lid 1 2 3 4 * * 1 2 3 1 1 1
Energiebehoefte Primair fossiel energiegebruik Aandeel hernieuwbare energie
[kWh/m2/jr] [kWh/m2/jr] [%]
(1) geldt als Als/Ag ≤ 1,83
(2) geldt als Als/Ag > 1,83 en ≤ 3,0
(3) geldt als Als/Ag > 3,0
(4) geldt als Als/Ag ≤ 1,5
(5) geldt als Als/Ag > 1,5 en ≤ 3,0
(6) geldt als Als/Ag ≤ 1,8
(7) geldt als Als/Ag > 1,8
1 Woonfunctie Woonfunctie
a woongebouw 1 3 4 * * 1 2 3 (1) 65 50 40
(2) 55 + 30 x (Als/Ag – 1,5)
(3) 100 + 50 x (Als/Ag – 3,0)
b woonwagen 1 3 100 + 30 x (Als/Ag – 2,0) 60 50
c drijvend bouwwerk na 2018 1 3 80 + 30 x (Als/Ag – 1,5) 50 50
gerealiseerde ligplaats
d drijvend bouwwerk andere ligplaats 1 3 80 + 30 x (Als/Ag – 1,5) 70 50
e andere woonfunctie 1 3 4 1 2 3 (4) 55 30 50
(5) 55 + 30 x (Als/Ag – 1,5)
(3) 100 + 50 x (Als/Ag – 3,0)
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie
a voor kinderopvang 1 2 (6) 160 70 40
(7) 160 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
b andere bijeenkomstfunctie 1 2 (6) 90 60 30
(7) 90 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
3 Celfunctie Celfunctie 1 2 (6) 160 120 30
(7) 160 + 35 x (Als/Ag – 1,8)
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
a met bedgebied 1 2 350 130 30
b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 (6) 90 50 40
(7) 90 + 35 x (Als/Ag – 1,8)
5 Industriefunctie Industriefunctie
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 (6) 90 40 30
(7) 90 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
7 Logiesfunctie Logiesfunctie
a in een logiesgebouw 1 2 (6) 100 130 40
(7) 100 + 35 x (Als/Ag – 1,8)
b andere logiesfunctie 1 2 4 (4) 55 40 50
(5) 55 + 30 x (Als/Ag – 1,5)
(3) 100 + 50 x (Als/Ag – 3,0)
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 (6) 190 70 40
(7) 190 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 2 (6) 40 90 30
(7) 40 + 15 x (Als/Ag – 1,8)
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 (6) 70 60 30
(7) 70 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie
--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---
thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmteweerstand thermische isolatie, warmtedoorgangscoëfficiënt
artikel artikel artikel artikel 4.152 4.152 4.152 4.152 4.152 4.152 4.152 4.152 4.152 4.152 4.153
lid lid lid lid 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1
1 Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie
a. woonwagen woonwagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
b. andere woonfunctie andere woonfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
3 Celfunctie Celfunctie Celfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
a. met bedgebied met bedgebied 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
b. andere gezondheidszorgfunctie andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
5 Industriefunctie Industriefunctie Industriefunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
7 Logiesfunctie Logiesfunctie Logiesfunctie
a. in een logiesgebouw in een logiesgebouw 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
b. andere logiesfunctie andere logiesfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
9 Sportfunctie Sportfunctie Sportfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
10 Winkelfunctie Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.149. (bijna energieneutraal)
1.

Een gebruiksfunctie heeft, bepaald volgens NTA 8800, een energiebehoefte en een primair fossiel energiegebruik van ten hoogste de in tabel 4.148A aangegeven waarden en een aandeel hernieuwbare energie van tenminste de in die tabel aangegeven waarde.

2.

In afwijking van het eerste lid worden bij een gebouw of een gedeelte daarvan, dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties niet van dezelfde soort, waarvoor volgens het eerste lid een eis geldt, bepaald volgens NTA 8800, de waarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en hernieuwbare energie naar gebruiksoppervlak gewogen. Bij het bepalen van die waarden wordt per gebruiksfunctie uitgegaan van de in tabel 4.148A aangegeven waarden.

3.

Bij toepassing van dit artikel gelden voor een nevengebruiksfunctie van de woonfunctie de eisen aan de woonfunctie.

4.

Bij toepassing van dit artikel op een gebruiksfunctie in een gebouw of een gedeelte daarvan, met een naar gebruiksoppervlak gewogen gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit van 180 kJ/m2K of minder, bepaald volgens NTA 8800, worden de in tabel 4.148A aangegeven maximumwaarden voor energiebehoefte verhoogd met 5 kWh/m2.jr.

Artikel 4.149a. (afbakening maatwerkvoorschriften minimumwaarde aandeel hernieuwbare energie)

Een maatwerkvoorschrift over de minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie bij een woongebouw kan alleen inhouden dat als gevolg van locatiegebonden omstandigheden niet aan de minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie hoeft te worden voldaan, waarbij dat blijkt uit de Leidraad afwijking eis hernieuwbare energie woongebouwen (nieuwbouw).

Artikel 4.149b. (voorkomen oververhitting)
1.

Een woonfunctie heeft, bepaald volgens paragraaf 5.7 van NTA 8800, een waarde voor oververhitting van ten hoogste 1,20 voor iedere rekenzone en oriëntatie.

2.

Als de hoogst berekende waarde voor oververhitting bij een niet in een woongebouw gelegen woonfunctie meer dan 1,20 is, wordt met een berekening aangetoond dat het totaal aantal gewogen overschrijdingsuren in elke verblijfsruimte van die woonfunctie op jaarbasis niet meer dan 450 is.

3.

Als in een woongebouw bij een of meer woonfuncties binnen dat woongebouw de hoogst berekende waarde voor oververhitting meer dan 1,20 is, wordt bij de woonfunctie met de hoogst berekende waarde voor oververhitting met een berekening aangetoond dat het aantal gewogen overschrijdingsuren in elke verblijfsruimte van die woonfunctie op jaarbasis niet meer dan 450 is.

Artikel 4.150

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2023/426.

Artikel 4.151

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2019/501.

Artikel 4.152. (thermische isolatie: warmteweerstand)
1.

Een onderdeel van een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende verticale uitwendige constructies van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde.

2.

In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een gemiddelde warmteweerstand van ten minste 3,7 m2•K/W.

3.

Een onderdeel van een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructies van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde.

4.

In afwijking van het derde lid, tweede volzin, heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een gemiddelde warmteweerstand van ten minste 4,5 m2•K/W.

5.

Een onderdeel van een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende constructies die de scheiding vormen tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde.

6.

Een onderdeel van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en de grond of het water, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende uitwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en de grond of het water, met inbegrip van de op die constructies aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B gegeven waarde.

7.

In afwijking van het eerste, tweede en zesde lid heeft de uitwendige scheidingsconstructie van het drijflichaam van een drijvend bouwwerk een volgens NTA 8800 bepaalde gemiddelde warmteweerstand van ten minste 3,7m2•K/W en bij een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W.

8.

Een onderdeel van een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een ruimte die niet wordt verwarmd of die alleen wordt verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van personen heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand vande onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende inwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een ruimte die niet wordt verwarmd of die alleen wordt verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van personen is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B gegeven waarde.

9.

Het eerste tot en met achtste lid zijn niet van toepassing op een oppervlakte aan scheidingsconstructies waarvan de getalswaarde niet groter is dan 2% van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie.

10.

Het eerste, derde, vijfde, zesde, en het achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op scheidingsconstructies van een functiegebied.

Artikel 4.153. (thermische isolatie: warmtedoorgangscoëfficiënt)
1.

Ramen, deuren en kozijnen in een in artikel 4.152 bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2 W/m2•K. De gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt van de ramen, deuren en kozijnen in de in artikel 4.152 bedoelde scheidingsconstructies van een bouwwerk is, bepaald volgens de in het derde lid gegeven methode, ten hoogste 1,65 W/m2•K.

2.

Met ramen, deuren en kozijnen gelijk te stellen constructieonderdelen in een in artikel 4.152 bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 1,65 W/m2•K.

3.

De gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend met de formule:

waarin wordt verstaan onder:

x: het aantal ramen, deuren en kozijnen van het bouwwerk;

Un: de warmtedoorgangscoëfficiënt van een raam, deur of kozijn bepaald volgens NTA 8800;

An: het geprojecteerde oppervlak van een raam, deur of kozijn bepaald volgens NTA 8800; en

At: het totale geprojecteerde oppervlak van alle ramen, deuren en kozijnen van het bouwwerk.

Artikel 4.154. (luchtvolumestroom)
1.

De volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van een gebruiksfunctie is niet groter dan 0,2 m3/s.

2.

In afwijking van het eerste lid heeft een gebouw of een gedeelte daarvan dat op niet meer dan een bouwwerkperceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties waarvoor volgens het eerste lid een eis aan de luchtvolumestroom geldt, een volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van de gebruiksfuncties die niet groter is dan 0,2 m3/s.

Artikel 4.155. (gebruiksfunctie met een lage energievraag)
1.

Op een gebruiksfunctie die niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen zijn de artikelen 4.149 tot en met 4.154 niet van toepassing.

2.

Op een gebruiksfunctie waarbij de in artikel 4.149, eerste lid, bedoelde waarde ten hoogste 1% bedraagt van de maximum waarde voor primair fossiel energiegebruik zijn de artikelen 4.149 tot en met 4.154 niet van toepassing.

Artikel 4.156. (tijdelijk bouwwerk)
1.

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 4.152 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het eerste lid, tweede volzin, het derde lid, tweede volzin, het vijfde lid, tweede volzin, het zesde lid, tweede volzin, het zevende lid en het achtste lid, tweede volzin, en met dien verstande dat de warmteweerstand ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde is.

2.

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 4.153 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het eerste lid, tweede volzin, en met dien verstande dat de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste de in tabel 4.148B aangegeven waarde is.

3.

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 4.154 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.157. (begripsbepaling)

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder woongebouw ook verstaan: gebouw of gedeelte daarvan met alleen woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan, waarin meer dan een woonfunctie ligt die niet is aangewezen op een gemeenschappelijke verkeersroute.

§ 4.4.2. Milieuprestatie

Artikel 4.158. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is zodanig dat de belasting van het milieu door de in het bouwwerk toe te passen materialen wordt beperkt.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.158 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

Gebruiksfunctie Leden van toepassing Leden van toepassing Leden van toepassing Leden van toepassing Leden van toepassing Leden van toepassing Leden van toepassing Leden van toepassing Leden van toepassing
milieuprestatie milieuprestatie milieuprestatie milieuprestatie milieuprestatie milieuprestatie gebruiksoppervlakte uitkomst uitkomst
artikel 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159 4.159
lid 1 2 3 4 5 1 3, a 3, b 3, b
1 Woonfunctie
a. in een woongebouw 1 2 3 4 1,6 60 m2
b. woonwagen
c. andere woonfunctie 1 2 3 4 1,6 80 m2
2 Bijeenkomstfunctie 1 2 4 1,85
3 Celfunctie 1 2 4 1,85
4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 4 1,85
5 Industriefunctie 1 2 4 5 1,85
6 Kantoorfunctie 1 2 3 4 1,55 2,5 2,5
7 Logiesfunctie 1 2 4 1,85
8 Onderwijsfunctie 1 2 4 1,85
9 Sportfunctie 1 2 4 1,85
10 Winkelfunctie 1 2 4 1,85
11 Overige gebruiksfunctie 1 2 4 5 1,8
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.159. (milieuprestatie)
1.

Voor een gebruiksfunctie geldt een milieuprestatie-eis van ten hoogste de in tabel 4.158 aangegeven waarde, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken.

2.

Bij een nevengebruiksfunctie kan in plaats van de milieuprestatie-eis die geldt voor die nevengebruiksfunctie worden volstaan met de milieuprestatie-eis die geldt voor de gebruiksfunctie ten dienste waarvan die nevengebruiksfunctie staat.

3.

In plaats van de milieuprestatie-eis, bedoeld in het eerste lid, geldt een soepelere milieuprestatie-eis berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels als:

  • a. de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie kleiner is dan de in de tabel 4.158 aangegeven gebruiksoppervlakte; of
  • b. de uitkomst van het delen van de verliesoppervlakte van het gebouw door de gebruiksoppervlakte van het gebouw groter is dan de in tabel 4.158 aangegeven waarde.
4.

In afwijking van het eerste lid geldt voor een gebruiksfunctie van een gebouw, dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties een milieuprestatie-eis van ten hoogste de gewogen milieuprestatie-eis, bepaald volgens de volgende formule

waarin wordt verstaan onder:

mpgwaarde:gewogen: gewogen milieuprestatie-eis;

mpgwaarde:functie: de milieuprestatie-eis, bedoeld in het eerste lid, of de soepelere milieuprestatie- eis, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld in overeenstemming met de bij ministeriële regeling gestelde regels; en

g.o.functie: gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie.

5.

Dit artikel is niet van toepassing op een gebouw met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50 m2.

Artikel 4.160

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2023/426.

§ 4.4.3. Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen

Artikel 4.160a. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft voldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.160b. (laadpunten voor elektrische voertuigen, voorbekabeling en leidingdoorvoeren)
1.

Een gebouw, anders dan een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan vijf parkeervakken, heeft:

  • a. ten minste één laadpunt voor elke vijf parkeervakken;
  • b. voorbekabeling voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken; en
  • c. leidingdoorvoeren voor het resterende aantal parkeervakken voor laadpunten voor elektrische voertuigen, elektrische fietsen en andere voertuigen van categorie L als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 168/2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60).
2.

Een gebouw als bedoeld in het eerste lid met een kantoorfunctie heeft, in afwijking van onderdeel a van dat lid, ten minste één laadpunt voor elke twee parkeervakken.

3.

Een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan drie parkeervakken, heeft:

  • a. ten minste één laadpunt;
  • b. voorbekabeling voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken; en
  • c. leidingdoorvoeren voor het resterende aantal parkeervakken voor laadpunten voor elektrische voertuigen, elektrische fietsen en andere voertuigen van categorie L als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 168/2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60).
4.

Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op een gebouw dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen.

5.

De voorbekabeling en leidingdoorvoeren, bedoeld in het eerste en tweede lid, onder b en c, zijn zodanig gedimensioneerd dat gelijktijdig en efficiënt gebruik van de laadpunten mogelijk is.

6.

Een laadpunt is geschikt voor slim laden.

§ 4.4.4. Systeem voor gebouwautomatisering en -controle

Artikel 4.160c. (aansturingsartikel)
1.

Een gebouw, anders dan een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, dat is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen, met een verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW of een airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW heeft een systeem voor gebouwautomatisering en -controle.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.160d. (systeem voor gebouwautomatisering en -controle)

Het systeem voor gebouwautomatisering en -controle, bedoeld in artikel 4.160c, eerste lid, is in staat:

  • a. het energieverbruik permanent te controleren, bij te houden, te analyseren en de bijsturing ervan mogelijk te maken;
  • b. de energie-efficiëntie van het gebouw te toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen op te sporen, en de beheerder van de voorzieningen of technische bouwsystemen te informeren over de mogelijkheden om de energie-efficiëntie te verbeteren;
  • c. communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk te maken, en interoperabel te zijn met technische bouwsystemen van verschillende soorten eigendomstechnologieën, toestellen en fabrikanten; en
  • d. de binnenluchtkwaliteit te monitoren.
Artikel 4.160e. (overgangsrecht)

De artikelen 4.160c en 4.160d zijn niet van toepassing tot en met 31 december 2025.

Afdeling 4.5. Bruikbaarheid

§ 4.5.1. Algemeen

Artikel 4.161. (afbakening maatwerkregels bruikbaarheid)

Met een maatwerkregel kunnen alleen gebieden of categorieën woonfuncties worden aangewezen waarbij kan worden afgeweken van een regel in deze afdeling, waarbij afwijken alleen versoepelen kan inhouden.

§ 4.4.5. Systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen

Artikel 4.162. (aansturingsartikel)
1.

Een woonfunctie heeft een verblijfsgebied dat bruikbaar is voor de voor de woonfunctie kenmerkende activiteiten.

2.

Als voor een woonfunctie in tabel 4.162 regels zijn aangewezen, wordt voor die woonfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden waarden
aanwezigheid aanwezigheid afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte aanwezigheid afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte
artikel 4.163 4.163 4.164 4.164 4.164 4.164 4.163 4.164
lid 1 2 1 2 3 4 1 4
[m2] [m]
1 Woonfunctie Woonfunctie
a woonwagen 1 2 1 2 3 4 18 2,2
b voor studenten 1 2 1 2 3 4 15 2,6
c andere woonfunctie 1 2 1 2 3 4 18 2,6
Artikel 4.163. (aanwezigheid)
1.

Een woonfunctie heeft ten minste de in tabel 4.162 aangegeven vloeroppervlakte aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied.

2.

Ten minste 55% van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is verblijfsgebied.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)