Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving)

Type AMvB
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-18
State In force
Source BWB
artikelen 934
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing waarden waarden
vluchtroute vluchtroute vluchtroute vluchtroute vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment uitgang van een beschermd subbrandcompartiment beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute extra beschermde vluchtroute veiligheidsvluchtroute veiligheidsvluchtroute tweede vluchtroute tweede vluchtroute tweede vluchtroute tweede vluchtroute tweede vluchtroute tijdelijk bouwwerk vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment extra beschermde vluchtroute
artikel 4.65 4.65 4.65 4.65 4.66 4.66 4.66 4.66 4.66 4.66 4.66 4.67 4.68 4.68 4.68 4.69 4.69 4.69 4.69 4.69 4.69 4.69 4.70 4.70 4.71 4.71 4.71 4.71 4.71 4.72 4.66 4.69
lid 1 2 3 4 1 2 3 4 5 6 7 * 1 2 3 1 2 3 4 5 6 7 1 2 1 2 3 4 5 * 1 en 2 6
[m] [m]
1 Woonfunctie Woonfunctie
a woonwagen 1 1 * 30
b andere woonfunctie 1 2 1 1 2 3 4 7 1 2 3 4 5 * 30
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie
a voor kinderopvang met bedgebied 1 2 1 2 6 1 6 7 1 1 2 3 4 * 30 5
b andere bijeenkomstfunctie 1 2 1 2 6 7 1 2 5 6 7 1 1 2 3 4 * 30 30
3 Celfunctie Celfunctie 2 1 2 3 6 7 * 1 6 7 1 1 2 3 4 * 22,5 22,5
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
a met bedgebied 1 2 1 2 3 6 * 1 6 7 1 1 2 3 4 * 30 20
b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 1 2 3 6 7 1 2 5 6 7 1 1 2 3 4 * 30 30
5 Industriefunctie Industriefunctie 1 2 1 2 3 4 7 1 2 5 6 7 1 1 2 3 4 * 30 30
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 1 2 3 6 7 1 2 5 6 7 1 1 2 3 4 * 30 30
7 Logiesfunctie Logiesfunctie 1 2 1 2 6 7 1 6 7 1 2 1 2 3 4 * 30 20
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 1 2 6 7 1 2 5 6 7 1 1 2 3 4 * 30 15
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 2 1 2 3 4 6 7 1 2 5 6 7 1 1 2 3 4 * 30 30
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 1 2 3 4 6 7 1 2 5 6 7 1 1 2 3 4 * 30 30
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie 1 2 1 2 3 4 7 1 2 5 6 7 1 1 2 3 4 * 30 30
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 3 5 3
b ander bouwwerk geen gebouw zijnde 1 4
Artikel 4.65. (vluchtroute)
1.

Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg.

2.

Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer van een celfunctie of van een nevengebruiksfunctie daarvan begint een vluchtroute die, al dan niet via een buitenruimte, leidt naar een ander brandcompartiment.

3.

Op elk punt van een rijbaan begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de buiten de wegtunnel gelegen openbare weg.

4.

Een bouwwerk geen gebouw zijnde heeft afhankelijk van zijn bestemming en grootte, voldoende en zodanig ingerichte vluchtroutes dat bij brand op doeltreffende en veilige wijze kan worden gevlucht.

Artikel 4.66. (vluchten naar de uitgang van een subbrandcompartiment)
1.

De gecorrigeerde loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan de in tabel 4.64 aangegeven afstand.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt bij een niet nader in te delen gebruiksgebied en bij een verblijfsruimte in plaats van de gecorrigeerde loopafstand uitgegaan van de loopafstand die niet groter is dan de in tabel 4.64 aangegeven afstand.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een afstand van ten hoogste 45 m.

4.

In afwijking van het eerste en tweede lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 30 m2 gebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een afstand van ten hoogste 60 m.

5.

De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand.

6.

Op elk punt van een voor personen bestemde vloer in een subbrandcompartiment begint ten minste een vluchtroute met een op die vluchtroute te overbruggen hoogteverschil naar een uitgang van het subbrandcompartiment van ten hoogste 4 m.

7.

Een subbrandcompartiment en een daarin gelegen verblijfsruimte voor meer dan 150 personen hebben ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt. De onderlinge afstand tussen de uitgangen is ten minste 5 m.

Artikel 4.67. (uitgang van een beschermd subbrandcompartiment)

Ten minste een uitgang van een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in artikel 4.58, tweede en derde lid:

  • a. is de uitgang van het subbrandcompartiment waarin het beschermde subbrandcompartiment ligt; of
  • b. is een uitgang waarbij een vluchtroute begint die niet door een verblijfsruimte, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte naar een uitgang van het subbrandcompartiment voert.
Artikel 4.68. (beschermde vluchtroute)
1.

Een vluchtroute waarop ten hoogste 37 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein.

2.

Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, heeft een loopafstand niet groter dan 30 m vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment tot de volgende uitgang op de vluchtroute. Dit is niet van toepassing voor zover de vluchtroute door een trappenhuis voert.

3.

Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein. Dit is niet van toepassing voor zover de vluchtroute door een andere wegtunnelbuis voert dan de wegtunnelbuis waar de vluchtroute begint.

Artikel 4.69. (extra beschermde vluchtroute)
1.

Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein.

2.

De in het eerste lid bedoelde vluchtroute voert niet langs een beweegbaar constructieonderdeel van een andere woonfunctie dan de woonfunctie waarin de vluchtroute begint. Dit geldt niet bij de toegang van een woonfunctie die recht tegenover de toegang ligt van de woonfunctie waarin de vluchtroute begint.

3.

De in het eerste lid bedoelde vluchtroute voert niet door een trappenhuis.

4.

Het tweede en derde lid gelden niet als de route door een trappenhuis voert, de uitgangen van de op die route aangewezen woonfuncties rechtstreeks aan het trappenhuis grenzen, op die route alleen woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan zijn aangewezen, en de uitgang van het trappenhuis rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein en:

  • a. er niet meer dan zes woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan voor personen bereikbaar zijn door het trappenhuis en geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 6 m boven het meetniveau; of
  • b. de totale gebruiksoppervlakte van de woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan die voor personen bereikbaar zijn door het trappenhuis:
  • 1°. ten hoogste 800 m2 is;
  • 2°. geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau; en
  • 3°. geen van die woonfuncties een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 150 m2.
5.

Een vluchtroute waarop meer dan 37 en ten hoogste 150 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein.

6.

In een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, is de loopafstand vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint tot het punt waar een tweede vluchtroute of een veiligheidsvluchtroute begint, of tot het aansluitende terrein niet groter dan de in tabel 4.64 aangegeven afstand.

7.

Een vluchtroute in een trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 8 m wordt overbrugd, is een extra beschermde vluchtroute.

Artikel 4.70. (veiligheidsvluchtroute)
1.

Een vluchtroute waarop meer dan 150 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een veiligheidsvluchtroute, tenzij die uitgang rechtstreeks grenst aan het aansluitende terrein.

2.

Een vluchtroute in een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 12,5 m wordt overbrugd, is een veiligheidsvluchtroute.

Artikel 4.71. (tweede vluchtroute)
1.

Als op een vluchtroute een tweede vluchtroute begint zijn de artikelen 4.68, 4.69, eerste tot en met zesde lid, en 4.70 niet van toepassing vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren.

2.

Buiten het brandcompartiment waarin de in het eerste lid bedoelde tweede vluchtroute begint, voeren de twee vluchtroutes niet door eenzelfde brandcompartiment.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren als:

  • a. die ruimte aan die uitgang van het subbrandcompartiment grenst;
  • b. de vluchtroutes in die ruimte beschermde vluchtroutes en voor zover deze buiten een brandcompartiment liggen extra beschermde vluchtroutes zijn;
  • c. de loopafstand in die ruimte gemeten over beide vluchtroutes ten hoogste 30 m is als de ruimte besloten is; en
  • d. de vluchtroutes in verschillende richtingen voeren.
4.

In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes door dezelfde ruimte voeren voor zover de vluchtroute een veiligheidsvluchtroute is.

5.

De in het vierde lid bedoelde veiligheidsvluchtroute voert alleen door een trappenhuis.

Artikel 4.72. (tijdelijk bouwwerk)

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.65 tot en met 4.71 van toepassing.

§ 4.2.11. Vluchtroutes: inrichting en capaciteit

Artikel 4.73. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk heeft vluchtroutes met een zodanige inrichting en capaciteit dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.73 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
inrichting vluchtroute: rookdoorgang wrd inrichting vluchtroute: rookdoorgang wrd inrichting vluchtroute: rookdoorgang wrd inrichting vluchtroute: rookdoorgang wrd inrichting vluchtroute: rookdoorgang wrd inrichting vluchtroute: wbdbo inrichting vluchtroute: permanente vuurlast inrichting vluchtroute: permanente vuurlast rooksluis rooksluis voorportaal lift voorportaal lift vrije doorgang van een vluchtroute vrije doorgang van een vluchtroute vrije doorgang van een vluchtroute vrije doorgang van een vluchtroute vluchtroute door niet besloten ruimte doorstroomcapaciteit zonder opvangcapaciteit doorstroomcapaciteit zonder opvangcapaciteit doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit tijdelijk bouwwerk
artikel artikel artikel 4.74 4.74 4.74 4.74 4.74 4.75 4.76 4.76 4.77 4.77 4.77a 4.77a 4.78 4.78 4.78 4.78 4.79 4.80 4.80 4.81 4.81 4.81 4.81 4.81 4.82
lid lid lid 1 2 3 4 5 * 1 2 1 2 1 2 1 2 3 4 * 1 2 1 2 3 4 5 *
1 Woonfunctie Woonfunctie
a woonwagen 1 * *
b andere woonfunctie 1 2 3 4 5 * 1 2 1 2 1 2 1 3 * *
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie
a voor kinderopvang met bedgebied 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
b andere bijeenkomstfunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 5 *
3 Celfunctie Celfunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie
a met bedgebied 1 2 3 4 5 * 2 1 1 4 * 1 1 2 3 4 *
b andere gezondheidszorgfunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
5 Industriefunctie Industriefunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
7 Logiesfunctie Logiesfunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie 1 2 3 4 5 * 2 1 1 * 1 1 2 3 4 *
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m 1 * 1 2 * 2
b ander bouwwerk geen gebouw zijnde * 2
Artikel 4.74. (inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang)
1.

De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, is Ra bepaald volgens NEN 6075.

2.

De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, is R200 bepaald volgens NEN 6075.

3.

De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert, is Ra bepaald volgens NEN 6075.

4.

De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitend besloten trappenhuis waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, is R200 bepaald volgens NEN 6075.

5.

De weerstand tegen rookdoorgang tussen de twee ruimten, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, is R200 bepaald volgens NEN 6075.

Artikel 4.75. (inrichting vluchtroute: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag)

Tussen de verschillende ruimten, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, is een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 30 minuten.

Artikel 4.76. (inrichting vluchtroute: permanente vuurlast)
1.

Per bouwlaag is de permanente vuurlast van een trappenhuis waardoor een beschermde of een extra beschermde vluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit dat trappenhuis rechtstreeks bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en het trappenhuis ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068. Bij de in rekening te brengen vuurlast van de dakconstructie op de bovenste bouwlaag van het trappenhuis waardoor geen veiligheidsvluchtroute voert, wordt een reductie van 50% toegepast. Dit is niet van toepassing op een trappenhuis als bedoeld in artikel 4.69, vierde lid.

2.

Per bouwlaag is de permanente vuurlast van een besloten ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit die ruimte rechtstreeks bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en de ruimte waardoor de veiligheidsvluchtroute voert ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068.

Artikel 4.77. (rooksluis)
1.

Een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 20 m wordt overbrugd, wordt in de vluchtrichting alleen bereikt door een afzonderlijke beschermde vluchtroute met een loopafstand van ten minste 2 m.

2.

Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het eerste lid bedoelde afzonderlijke vluchtroute.

Artikel 4.77a. (voorportaal lift)
1.

Een lifttoegang van een lift als bedoeld in artikel 4.189 in een woongebouw grenst aan een extra beschermde vluchtroute.

2.

Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het eerste lid bedoelde afzonderlijke vluchtroute.

Artikel 4.78. (inrichting vluchtroute: vrije doorgang)
1.

Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste 2,1 m. Dit is niet van toepassing voor zover de vluchtroute over een trap voert.

2.

In afwijking van het eerste lid heeft een beschermde vluchtroute, voor zover deze niet door een uitgang of over een trap voert, een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,2 m.

3.

Als op een trap in totaal meer dan 600 m2 vloeroppervlakte aan verblijfsgebied is aangewezen, is de breedte van de trap ten minste 1,2 m.

4.

Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in artikel 4.52, tweede lid, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze route voert niet over een trap of via een liftkooi.

Artikel 4.79. (inrichting vluchtroute: niet-besloten ruimte)

Een niet-besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert, heeft een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook en de toevoer van verse lucht dat die ruimte bij brand kan worden gebruikt om te vluchten en voor het verrichten van reddings- en bluswerkzaamheden.

Artikel 4.80. (doorstroomcapaciteit zonder opvangcapaciteit)
1.

De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute, uitgedrukt in personen, is ten minste het aantal personen dat op dat gedeelte is aangewezen. Bij de bepaling van de doorstroomcapaciteit wordt uitgegaan van:

  • a. 45 personen per meter vrije breedte van een trap bij het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en 90 personen per meter vrije breedte bij een hoogteverschil van ten hoogste 1 m, voor zover de aantrede van de trap ten minste 0,17 m bedraagt;
  • b. 90 personen per meter vrije breedte van een ruimte;
  • c. 90 personen per meter vrije breedte van een doorgang als zich in de doorgang een dubbele deur of vergelijkbaar beweegbaar constructieonderdeel bevindt met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden;
  • d. 110 personen per meter vrije breedte van een doorgang als zich in de doorgang een enkele deur of vergelijkbaar beweegbaar constructieonderdeel bevindt met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden; en
  • e. 135 personen per meter vrije breedte van een andere doorgang.
2.

De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute is zodanig, dat de op dat gedeelte aangewezen personen veilig kunnen vluchten.

Artikel 4.81. (doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit)
1.

Op een gedeelte van een vluchtroute, gelegen buiten het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint, kan van artikel 4.80 worden afgeweken als de personen die zijn aangewezen op dat gedeelte en eventueel daarop volgende gedeelten van de vluchtroute het aansluitende terrein kunnen bereiken binnen:

  • a. 30 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een veiligheidsvluchtroute is;
  • b. 20 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een extra beschermde vluchtroute is die in de vluchtrichting alleen wordt bereikt door een afzonderlijke ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert met een lengte van ten minste 2 m; of
  • c. 15 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een andere vluchtroute is.
2.

De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat het bedreigde subbrandcompartiment waarin een vluchtroute begint binnen 1 minuut na aanvang van het vluchten kan worden verlaten.

3.

De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat elke ruimte, maar geen trappenhuis, op dezelfde bouwlaag als het bedreigde subbrandcompartiment:

  • a. binnen 3,5 minuten na aanvang van het vluchten kan worden verlaten; of
  • b. binnen 6 minuten als:
  • 1°. de volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag of brandoverslag naar deze ruimte vanuit het bedreigde subbrandcompartiment ten minste 30 minuten is; en
  • 2°. de volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang naar deze ruimte vanuit het bedreigde subbrandcompartiment, of vanuit elke ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert die in de vluchtrichting uitkomt in deze ruimte, R200 is.
4.

Bij toepassing van het eerste tot en met derde lid gelden de volgende uitgangspunten:

  • a. berekeningen worden uitgevoerd in tijdstappen van 30 seconden;
  • b. bij het begin van het vluchten wordt aangenomen dat alle personen in het subbrandcompartiment zich nabij de uitgangen van dat compartiment bevinden en tegelijkertijd beginnen te vluchten;
  • c. vluchtroutes worden tijdens het vluchten alleen in een richting benut;
  • d. door doorgangen en over trappen voeren de vluchtroutes niet in tegenovergestelde richting;
  • e. bij samenkomende vluchtroutes wordt de beschikbare doorstroom- en opvangcapaciteit op de volgende wijze verdeeld:
  • 1°. bij samenkomst in een trappenhuis wordt 50% van de beschikbare capaciteit toegedeeld aan het bovengelegen deel van het trappenhuis. De resterende 50% wordt verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen op die bouwlaag tot het trappenhuis;
  • 2°. bij samenkomst in een ruimte, maar geen trappenhuis, wordt de capaciteit evenredig verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen tot die ruimte; en
  • 3°. als de beschikbare opvang- en doorstroomcapaciteit van de ruimte vanuit een of meer toegangen van die ruimte of het bovengelegen deel van het trappenhuis niet volledig wordt benut, wordt de restcapaciteit op de onder 1° en 2° beschreven wijze verdeeld over de resterende toegangen en het bovengelegen deel van het trappenhuis;
  • f. het hoogteverschil tussen bouwlagen in het trappenhuis is ten minste 2,1 m en ten hoogste 4 m;
  • g. de daalsnelheid is 30 seconden per bouwlaag voor zover de vluchtroute over een trap of door een trappenhuis voert;
  • h. de opvangcapaciteit van een trap is 0,5 persoon per trede, voor zover de breedte van de trap niet groter is dan 1,1 m;
  • i. de opvangcapaciteit van een trap is 0,9 persoon per trede per m breedte van die trede, voor zover de breedte van de trap groter is dan 1,1 m en de breedte van het tredevlak groter is dan 0,17 m;
  • j. de opvangcapaciteit van een vloer of hellingbaan is ten hoogste vier personen per m2 vrije vloeroppervlakte;
  • k. het gestelde in artikel 4.80, waarbij voor «personen» wordt gelezen: personen per minuut;
  • m. in afwijking van onderdeel l geldt het gestelde in artikel 4.216, derde lid, onverkort als in de ruimte voor de deur tijdens een tijdstap meer dan 37 personen aanwezig zijn;
  • n. brand ontstaat niet op twee of meer plaatsen tegelijk;
  • o. in ieder subbrandcompartiment kan brand ontstaan; en
  • p. de opvang- en doorstroomcapaciteit van vluchtroutes die door het bedreigde subbrandcompartiment voeren blijven buiten beschouwing.
5.

Bij toepassing van het vierde lid, onder j, geldt voor een bijeenkomstfunctie een opvangcapaciteit van ten hoogste twee personen per m2 vrije vloeroppervlakte als bij een tijdstap als bedoeld in het vierde lid, onder a, in een ruimte als bedoeld in het derde lid meer dan 200 personen aanwezig zijn en die ruimte niet door alle personen binnen 3,5 minuten kan worden verlaten.

Artikel 4.82. (tijdelijk bouwwerk)

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.80 en 4.81 van toepassing.

§ 4.2.12. Hulpverlening bij brand

Artikel 4.83. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk is zodanig dat hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.83 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
brandweerlift brandweerlift loopafstand loopafstand hulppost tijdelijk bouwwerk
artikel 4.84 4.84 4.85 4.85 4.86 4.87
lid 1 2 1 2 * *
1 Woonfunctie Woonfunctie 1 2 1 2 *
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie 1 1 2 *
3 Celfunctie Celfunctie 1 1 2 *
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie 1 1 2 *
5 Industriefunctie Industriefunctie 1 1 2 *
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie 1 1 2 *
7 Logiesfunctie Logiesfunctie 1 1 2 *
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie 1 1 2 *
9 Sportfunctie Sportfunctie 1 1 2 *
10 Winkelfunctie Winkelfunctie 1 1 2 *
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
a wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m *
b ander bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.84. (brandweerlift)
1.

Vanaf een lifttoegang van een brandweerlift is vanaf een verdieping de lifttoegang op de verdieping daarboven bereikbaar via een extra beschermde vluchtroute.

2.

Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het eerste lid bedoelde extra beschermde vluchtroute voor zover die voert door een ruimte die rechtstreeks grenst aan de lifttoegang.

Artikel 4.85. (loopafstand)
1.

De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een toegang van een trappenhuis is niet groter dan 75 m.

2.

De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een lifttoegang van een brandweerlift is niet groter dan 120 m.

Artikel 4.86. (hulppost)

Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die alleen voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m.

Artikel 4.87. (tijdelijk bouwwerk)

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 4.84 en 4.85 van toepassing.

§ 4.2.13. Hoge en ondergrondse gebouwen

Artikel 4.88. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven of lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zodanig ingericht dat het bouwwerk brandveilig is.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.89. (inrichting)
1.

Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven het meetniveau ligt:

  • b. voldoet aan de SBRCURnet Handreiking – Brandveiligheid in hoge gebouwen.
2.

Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zo ingericht dat het bouwwerk een zelfde mate van brandveiligheid heeft als beoogd met de paragrafen 4.2.2, 4.2.6, 4.2.7, 4.2.8, 4.2.9, 4.2.10, 4.2.11 en 4.2.12.

§ 4.2.14. Brand- en explosievoorschriftengebieden

Artikel 4.90. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk in een brandvoorschriftengebied of in een explosievoorschriftengebied is zodanig dat de gevolgen voor personen van het aan het voorschriftengebied verbonden risico op brand of explosie worden beperkt.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.90 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

gebruiksfunctie gebruiksfunctie gebruiksfunctie leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing leden van toepassing
brandwerendheid brandklasse gevel en vloeren brandklasse gevel en vloeren brandklasse gevel en vloeren brandklasse gevel en vloeren brandklasse dak brandklasse dak Vluchtroute Vluchtroute Vluchtroute Sterkte bij brand scherfwerking
artikel 4.91 4.92 4.92 4.92 4.92 4.93 4.93 4.94 4.94 4.94 4.95 4.96
lid * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
1 Woonfunctie Woonfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
2 Bijeenkomstfunctie Bijeenkomstfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
3 Celfunctie Celfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
4 Gezondheidszorgfunctie Gezondheidszorgfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
5 Industriefunctie Industriefunctie
a lichte industriefunctie
b andere industriefunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
6 Kantoorfunctie Kantoorfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
7 Logiesfunctie Logiesfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
8 Onderwijsfunctie Onderwijsfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
9 Sportfunctie Sportfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
10 Winkelfunctie Winkelfunctie * 1 2 3 4 1 2 1 2 3 * *
11 Overige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Bouwwerk geen gebouw zijnde
Artikel 4.91. (brandwerendheid)

Een uitwendige scheidingsconstructie van een brandcompartiment heeft voor zover die constructie in een brandvoorschriftengebied ligt een brandwerendheid van buiten naar binnen van ten minste 60 minuten, bepaald volgens NEN 6069. Bij het bepalen van de brandwerendheid wordt het in het brandvoorschriftengebied gelegen aansluitende terrein aangemerkt als een brandcompartiment en wordt uitgegaan van de in NEN-EN 13501-2 bedoelde buitenbrandkromme.

Artikel 4.92. (brandklasse buitenoppervlak)
1.

Een aan de buitenlucht grenzende zijde van een uitwendige scheidingsconstructie van een brandcompartiment voldoet, voor zover die constructie in een brandvoorschriftengebied ligt, aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1.

2.

In afwijking van het eerste lid voldoet een deur, een raam, een kozijn of een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1.

3.

Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen in elk vlak van de uitwendige scheidingsconstructie met een afmeting van 3 m bij 3 m, waarvoor volgens het eerste lid een eis geldt, is die eis niet van toepassing.

4.

Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de bovenzijde van een dak.

Artikel 4.93. (brandklasse dak)
1.

Een dak van een brandcompartiment is, voor zover dat dak in een brandvoorschriftengebied ligt, bedekt met constructieonderdelen waarvan de aan de buitenlucht grenzende zijde voldoet aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1.

2.

Op ten hoogste 5% van de oppervlakte van het dak is de eis van het eerste lid niet van toepassing.

Artikel 4.94. (vluchtroute)
1.

In een aan de buitenlucht grenzende zijde van een gedeeltelijk in een brandvoorschriftengebied gelegen bouwwerk is geen in het brandvoorschriftengebied gelegen doorgang waardoor een vluchtroute voert aanwezig.

2.

In een aan de buitenlucht grenzende zijde van een volledig in een brandvoorschriftengebied gelegen bouwwerk voert een vluchtroute door een van het hart van het voorschriftengebied afgekeerde doorgang.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een in meer dan één brandvoorschriftengebied gelegen bouwwerk voor elk brandvoorschriftengebied een vluchtroute door een uitgang van het bouwwerk die niet grenst aan een brandvoorschriftengebied of die is afgekeerd van het voorschriftengebied.

Artikel 4.95. (sterkte bij brand)

Voor een bouwwerk of een gedeelte daarvan dat is gelegen in een brandvoorschriftengebied, zijn de regels van paragraaf 4.2.2 van overeenkomstige toepassing waarbij een in een brandvoorschriftengebied gelegen buitenruimte een brandcompartiment is en wordt uitgegaan van een buitenbrandkromme volgens NEN-EN 13501-2.

Artikel 4.96. (scherfwerking)

In een explosievoorschriftengebied gelegen beglazing is zodanig dat bij een explosie letsel door scherfwerking wordt voorkomen.

§ 4.2.15. Aanvullende regels tunnelveiligheid

Artikel 4.97. (aansturingsartikel)
1.

Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.98. (verkeersveiligheid)
1.

Een buiten de bebouwde kom gelegen wegtunnel voor twee rijrichtingen heeft ten minste twee wegtunnelbuizen.

2.

Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft een rijbaanvloer met een helling van ten hoogste 1 : 20.

3.

Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft, voor een doelmatige doorgang voor wegvoertuigen, een vloer met een breedte van ten minste 7 m en een hoogte boven die breedte van ten minste 4,2 m.

§ 4.2.16. Inbraakwerendheid

Artikel 4.99. (aansturingsartikel)
1.

Een woonfunctie, anders dan een woonfunctie van een woonwagen, biedt weerstand tegen inbraak.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.100. (reikwijdte)

Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in een scheidingsconstructie van een niet-gemeenschappelijke ruimte die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm bedoelde weerstandsklasse 2.

Afdeling 4.3. Gezondheid

§ 4.3.1. Bescherming tegen geluid van buiten

Artikel 4.101. (aansturingsartikel)
1.

Een bouwwerk biedt in een verblijfsgebied bescherming tegen geluid van buiten.

2.

Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.101 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)