Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 december 2022, nr. 2022-0000261694, houdende regels met betrekking tot de besteding van gelden uit het Fonds voor een rechtvaardige transitie, opgericht bij Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad (Subsidieregeling JTF 2021–2027)
Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;
Bijlage 4. behorende bij artikel 4.2.3
JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond Over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl) Meer specifiek moet een project bijdragen aan het spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in spoor 1/2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord Home :: Rotterdams Klimaatakkoord; https://www.rotterdamsklimaatakkoord.nl/.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2.8.1. Begripsomschrijvingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. kennisintensieve industriële waardecirkel: samenhangende en vernieuwende industriële activiteiten die leiden tot een circulaire waardeketen gericht op het verminderen van het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen, door het behoud van de waarde van producten en afgedankte productonderdelen en materialen en de inzet van biobased grondstoffen;
- –. strategisch project: een project of programma dat significant bijdraagt aan het versterken en vergroenen van het industrieel ecosysteem in de regio en aan de ontwikkeling van groene of circulaire waardeketens met als doel maatschappelijke én economische gevolgen van de transitie op te kunnen vangen;
- –. TJTP: Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, opgenomen in de bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027.
Artikel 2.8.2. Doel subsidie
Doel van subsidie op basis van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het TJTP. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een strategisch project en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.
Artikel 2.8.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een strategisch project aan:
- a. een rechtspersoon;
- b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
- c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
Artikel 2.8.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor:
- a. strategische productieve investeringen, gericht op:
- 1°. het vestigen van een productiefaciliteit waarmee kansen worden benut voor realisatie van een strategische grondstofhub voor hernieuwbare koolstof in de JTF-regio;
- 2°. de vestiging van als strategisch aan te merken ‘net zero’ maakindustriebedrijven, producenten van technologieën die belangrijk zijn voor het realiseren van de Europese klimaatdoelstellingen;
- b. een strategisch project gericht op het op- en uitbouwen van een kennisintensieve industriële waardecirkel met noordelijke impact.
In aanvulling op het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor her-, om- of bijscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbonden aan de uitvoering van het strategisch project en het gebruiken onderscheidenlijk bedienen van de investeringen in het project.
Artikel 2.8.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 25.000.000.
Indien in het subsidieplafond middelen uit EZK-cofinanciering zijn opgenomen, wordt een aanvraag onder deze titel eveneens beschouwd als een aanvraag voor EZK-cofinanciering op grond van Hoofdstuk 9.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
Artikel 2.8.6. Aanvraag en preadvies
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 20 oktober 2023 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024 17.00 uur.
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Voorafgaand aan de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een preadvies gevraagd aan de deskundigencommissie.
Het preadvies geeft een advies over de mate waarin het project past binnen het doel van de subsidie.
Een aanvraag voor een preadvies kan worden ingediend vanaf 2 oktober 2023 9.00 uur tot en met 31 mei 2024 17.00 uur.
Het preadvies wordt aangevraagd door middel van het format dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.8.7. Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
In aanvulling hierop geldt dat de hoogte van het subsidiepercentage per aanvrager kan worden beperkt, indien de regels van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en de de-minimisverordening daartoe nopen.
De subsidie bedraagt minimaal € 7.500.000 per strategisch project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid.
De subsidie bedraagt maximaal € 15.000.000 per strategisch project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid.
Het in het vierde lid genoemde bedrag is exclusief kosten van her-, bij- en omscholing en kan worden opgehoogd met kosten van her-, bij- en omscholing als bedoeld in artikel 2.8.4, tweede lid, met een subsidiebedrag van maximaal € 1.000.000 per project.
Artikel 2.8.8. Subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, komen kosten van investeringen alleen voor subsidie in aanmerking, voor zover deze:
- a. worden geactiveerd op de balans;
- b. niet hoger zijn dan de taxatiewaarde; en
- c. niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen.
In afwijking van artikel 1.11 komen voor kosten van her, bij- en omscholing uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a. andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
- b. in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
In aanvulling op artikel 1.15, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
- a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft verkregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
- b. investeringen in niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
- c. immateriële vaste activa als omschreven in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- d. zelfstandige investeringen in gebouwgebonden duurzame energie-opwekkers;
- e. kosten van investeringen waarvoor onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag;
- f. kosten van training en opleiding waarvoor verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag.
Artikel 2.8.9. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen.
Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld.
De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid verlengen.
Artikel 2.8.10. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;
- b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins, obstakelvrij is;
- c. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 48 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht;
- d. bij aanvragen als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel a, de subsidiabele kosten minder dan € 100.000.000 bedragen;
- e. bij aanvragen als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel b, de subsidiabele kosten minder dan € 20.000.000 bedragen.
Artikel 2.8.11. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel a, uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel b, uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste en tweede lid ten hoogste:
- a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 40 punten;
- b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 15 punten;
- c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 15 punten;
- d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 15 punten;
- d. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
- e. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
Artikel 2.8.12. Voorschot
De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten een voorschot van 10 procent van de verleende subsidie.
De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31. In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
In afwijking van het derde lid kan voor een project als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel b, een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
- a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
- b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
- c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming of van één of meer leden van het consortium heeft.
Artikel 2.8.13. Subsidieaanvraag
In aanvulling op artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier genoemde documenten als bijlagen;
- c. het preadvies van de deskundigencommissie.
Artikel 2.8.14. Staatssteun
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.8.15. Vervaltermijn
Deze titel en artikel 9.2.1.4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Titel 2.9. Steun aan arbeidsmarkttransitie 2.0
Artikel 2.9.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen-Emmen;
- –. TJTP: Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
- –. werkingsgebied: de JTF-regio Groningen-Emmen, zoals bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.
Artikel 2.9.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP uit te voeren ten aanzien van de arbeidsmarktontwikkelingen die nodig zijn voor de verschillende transities.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 3 van het TJTP voor het toekomstbestendig maken van de beroepsbevolking.
Projecten dragen ertoe bij dat de aankomende en huidige beroepsbevolking beschikt over de juiste digitale, sociale en technische vaardigheden om de transformatie van de economie en de klimaattransitie mogelijk te maken.
Artikel 2.9.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
- a. een rechtspersoon;
- b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
- c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
Artikel 2.9.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die:
- a. de beroepsbevolking en de potentiële beroepsbevolking stimuleren tot scholing, ontwikkeling van vaardigheden en een leven lang ontwikkelen;
- b. erop zijn gericht de leercultuur van de beroepsbevolking en bedrijven te stimuleren, met inbegrip van sociale innovatie en strategisch personeelsbeleid in het mkb;
- c. om-, na- of bijscholing van deelnemers;
- d. de startpositie van jongeren op de door transities veranderende arbeidsmarkt versterken;
- e. de positie van werkzoekenden op de door transities veranderende arbeidsmarkt versterken; of
- f. de uitstroom van opleidingen beter laten aansluiten op de vraag.
Projecten zijn gericht op activiteiten of de ontwikkeling van activiteiten en arrangementen die bijdragen aan de ontwikkeling en loopbanen van de beroepsbevolking of de potentiële beroepsbevolking of aan de leercultuur binnen bedrijven.
Projecten worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten leiden voor deelnemers in het werkingsgebied tot het duurzaam behouden of verkrijgen van betaald werk dan wel het versterken van een duurzame arbeidspositie.
Artikel 2.9.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 28.500.000.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
Artikel 2.9.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 9 oktober 2023 9.00 uur tot en met 12 juni 2026 17.00 uur.
Artikel 2.9.7. Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
De subsidie bedraagt ten hoogste € 5.000.000 per project.
Artikel 2.9.8. Subsidiabele kosten
Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:
- a. worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;
- b. zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
- c. zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
- d. zijn gemaakt na 22 maart 2022;
- e. niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.9.9. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen.
Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld.
De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid verlengen.
Artikel 2.9.10. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;
- b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 100.000;
- c. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;
- d. de verklaring van aanvrager ontbreekt dat de projectactiviteiten niet uit reguliere geldstromen ten behoeve van het onderwijs kunnen worden gedekt; of
- e. de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.
Artikel 2.9.11. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van het eerste lid van dat artikel.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
- a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 2021–2027: 45 punten;
- b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
- c. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
- d. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
Artikel 2.9.12. Voorschot
De Minister van SZW verleent op aanvraag, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.
De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
Artikel 2.9.13. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
De aanvraag wordt ingediend bij het SNN via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.9.14. Staatssteun
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.9.15. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond
Titel 2.11
Titel 3.2. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen
Titel 3.3. Scholingsvouchers
Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond
Titel 4.1. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond
Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 6.1. Steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 6.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 6.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 6.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Artikel 6.4.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de regio Zeeuws-Vlaanderen met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone van Vlissingen-Oost.
Artikel 6.4.2. Doel subsidie
Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan spoor 1, 2 en 3 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen prioriteit 4 van spoor 1, 2 of 3 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen Oost uit het Programma JTF 2021–2027 en dragen bij aan de transitie naar een duurzame chemie door:
- a. vernieuwing en versterking van de regionale economie;
- b. investeringen in technologie, systemen en infrastructuur; of
- c. ondersteuning van een wendbare en weerbare beroepsbevolking ten behoeve van een toekomstbestendige arbeidsmarkt.
Artikel 6.4.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
- a. een rechtspersoon;
- b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
- c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
Artikel 6.4.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een of meer van de volgende acties:
- a. productieve investeringen die leiden tot economische diversificatie, modernisering en reconversie;
- b. investeringen in onderzoek, innovatie en digitalisering en de haalbaarheid hiervan, binnen de thema’s groene waterstof en biobased en circulaire chemie;
- c. investeringen in technologie, systemen en infrastructuur gericht op de aanleg van het regionale netwerk voor groene waterstof en verbindingen met andere regio’s, investeringen in lokale elektrificatie en het uitwisselen van warmte via warmtenetten, voor zover er sprake is van warmte uit hernieuwbare bronnen;
- d. bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
- e. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken van een baan;
- f. andere activiteiten dan genoemd in de onderdelen d en e op het gebied van onderwijs en sociale inclusie.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone Vlissingen-Oost.
Artikel 6.4.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 3.698.070 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 28 mei 2025.
Het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is tot en met 31 augustus 2025 uitsluitend beschikbaar voor aanvragen met betrekking tot Spoor 3 arbeidsmarkt gerelateerde projecten.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst overeenkomstig artikel 1.18.
De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 31 juli 2026.
Artikel 6.4.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend van 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 15 juni 2026 17.00 uur.
Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
Artikel 6.4.7. Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
Artikel 6.4.8. Niet- subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 6.4.9. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van de aanvraag zijn verkregen.
De uitvoering van het project is voor 30 juni 2029 voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
Artikel 6.4.10. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag; of
- b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan:
- 1°. € 500.000 voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, eerste lid, onderdelen a en b;
- 2°. € 1.000.000 voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, eerste lid, onderdeel c;
- 3°. € 200.000 voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 6.4.4, eerste lid, onderdelen d, e en f.
Artikel 6.4.10*. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, tweede en derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel ten hoogste de volgende hoeveelheid punten toe:
- a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
- b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 15 punten;
- c. voor de mate van waarin het project technisch en sociaal innovatief is: 15 punten;
- d. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 15 punten;
- e. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
- f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
Artikel 6.4.11. Voorschot
De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
- a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
- b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
Artikel 6.4.12. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Artikel 6.4.13. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg
Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Artikel 7.1.13*. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 7.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies
Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant
Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s
Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen
Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond
Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond
Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant
Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen
Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg
Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid
Scoretabel beoordelingscriteria
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.
Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80% van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50% van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100% behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50% van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.
Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:
Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.
Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.
Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.
Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’
Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;
De transitie naar een groene economie vindt plaats door zowel bestaande industriële ketens te verduurzamen (v.b. door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof) als nieuwe, duurzame ketens te realiseren (v.b. door het recyclen van afvalstromen uit andere sectoren voor toepassingen in de chemische industrie). Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.
De openstelling voor spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (Home :: Rotterdams Klimaatakkoord.)
Bijlage 4. behorende bij artikel 4.2.3
JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond Over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl) Meer specifiek moet een project bijdragen aan het spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in spoor 1/2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord Home :: Rotterdams Klimaatakkoord; https://www.rotterdamsklimaatakkoord.nl/.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Titel 2.10. Energiearmoede JTF
Titel 2.12. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering digitalisering en robotisering
Artikel 2.12.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. TJTP: territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
- –. Operationeel programma JTF Groningen-Emmen: prioriteit 1, Groningen-Emmen van het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma JTF 2021–2027.
Artikel 2.12.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP en het Operationeel programma JTF Groningen-Emmen uit te voeren ten aanzien van een subsidie-instrument dat nodig is voor de digitale transitie en robotisering van de productieomgeving van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, leiden tot extra investeringen in digitalisering en robotisering door het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
Artikel 2.12.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan bestuursorganen voor een project.
Artikel 2.12.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor het opzetten en uitvoeren van een stimuleringsregeling ten behoeve van digitalisering en robotisering van de productieomgeving van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
Artikel 2.12.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 10.000.000.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
Artikel 2.12.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 16 januari 2024 09.00 uur tot en met 16 februari 2024 17.00 uur.
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.12.7. Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 55 procent van de subsidiabele kosten.
De subsidie bedraagt ten hoogste € 10.000.000 per project.
Artikel 2.12.8. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
De uitvoering van het project is uiterlijk 1 januari 2029 voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 2.12.9. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van de JTF-regio Groningen-Emmen;
- b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 5.000.000;
- c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of
- d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 1 januari 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
Artikel 2.12.10. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, e en f van het eerste lid van dat artikel.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid:
- a. voor criterium a maximaal 55 punten;
- b. voor criterium c maximaal 15 punten;
- c. voor criterium e maximaal 15 punten;
- d. voor criterium f maximaal 15 punten.
Artikel 2.12.11. Voorschot
De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.
De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31.
In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
- a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
- b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
- c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de subsidieaanvrager heeft.
Artikel 2.12.12. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Artikel 2.12.13. Staatssteun
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door:
- a. de artikelen 18 en 29 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of
- b. de de-minimisverordening.
Artikel 2.12.14. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Titel 2.13. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering toekomstgericht en strategisch personeelsbeleid
Artikel 2.13.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. TJTP: territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
- –. Operationeel programma JTF Groningen-Emmen: prioriteit 3, Groningen-Emmen van het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma JTF 2021–2027.
Artikel 2.13.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP en het Operationeel programma JTF Groningen-Emmen uit te voeren ten aanzien van een subsidie-instrument dat nodig is voor toekomstgericht en strategisch personeelsbeleid van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend leiden tot een toekomstgericht en strategisch personeelsbeleid van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
Artikel 2.13.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan bestuursorganen voor een project.
Artikel 2.13.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor het opzetten en uitvoeren van een stimuleringsregeling ten behoeve van toekomstgericht strategisch personeelsbeleid van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
Artikel 2.13.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
Artikel 2.13.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 16 januari 2024 09.00 uur tot en met 16 februari 2024 17.00 uur.
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.13.7. Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 55 procent van de subsidiabele kosten.
De subsidie bedraagt ten hoogste € 5.000.000 per project.
Artikel 2.13.8. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
De uitvoering van het project is uiterlijk 1 januari 2029 voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 2.13.9. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van de JTF-regio Groningen-Emmen;
- b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 2.500.000;
- c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of
- d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 1 januari 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
Artikel 2.13.10. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, e en f van het eerste lid van dat artikel.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid:
- a. voor criterium a maximaal 55 punten;
- b. voor criterium c maximaal 15 punten;
- c. voor criterium e maximaal 15 punten;
- d. voor criterium f maximaal 15 punten.
Artikel 2.13.11. Voorschot
De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.
De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31.
In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
- a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
- b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
- c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de subsidieaanvrager heeft.
Artikel 2.13.12. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Artikel 2.13.13. Staatssteun
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door:
- a. de artikelen 18, 29 en 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of
- b. de de-minimisverordening.
Artikel 2.13.14. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond
Titel 3.2. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen
Titel 3.3. Scholingsvouchers
Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond
Titel 4.1. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond
Titel 4.3. Scholingsvouchers
Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant
Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Artikel 5.4.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. TJTP West-Noord-Brabant: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio West-Noord-Brabant met de titel Territorial Just Transition Plan van de COROP-regio West-Noord-Brabant.
Artikel 5.4.2. Doel subsidie
Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan spoor 1, 2 en 3 van het TJTP West-Noord-Brabant.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen prioriteit 5, spoor 1, 2 of 3, van het TJTP West-Noord-Brabant uit het Programma JTF 2021–2027 en dragen bij aan:
- a. innovatie ten behoeve van de energie- en grondstoffentransitie in de chemie en industrie, en daarmee aan vernieuwing en versterking van de regionale economie;
- b. het versnellen van transitie met investeringen in technologie, energiesystemen en infrastructuur nodig om te komen tot toekomstbestendige banen in de groene chemie; of
- c. het bereiken van een meer wendbare en weerbare beroepsbevolking.
Artikel 5.4.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
- a. een rechtspersoon;
- b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
- c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
Artikel 5.4.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een of meer van de volgende activiteiten:
- a. productieve investeringen;
- b. investeringen in en bij de oprichting van nieuwe bedrijven;
- c. onderzoek en innovatie;
- d. digitalisering;
- e. investeringen in technologie, systemen en infrastructuur;
- f. voorbereidende planvorming en processen tot investeringen als bedoeld in onderdeel e;
- g. bij- en omscholing;
- h. andere activiteiten op het gebied van onderwijs en sociale inclusie.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bestaan uit een of meer van de volgende activiteiten:
- a. onderzoek en innovatie gericht op:
- 1°. circulaire chemie, grondstoffen of materialen;
- 2°. biobased chemie, grondstoffen of materialen en de eiwittransitie ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie; of
- 3°. duurzame product- en procesinnovaties ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie.
- b. economische diversificatie en baancreatie in de circulaire of biobased chemie of economie;
- c. digitale innovatie die nodig is voor de transitie van energie, industrie en naar groene chemie; of
- d. bevordering van de circulaire economie.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en f, bestaan uit een of meer van de volgende activiteiten:
- a. elektrificatie van processen in de industrie en de chemische industrie;
- b. lokale CO2-infrastructuur;
- c. groene waterstof; of
- d. overige systemen en technologie ten behoeve van duurzame energievoorziening in de groene chemie.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, zijn gericht op werkenden, werkzoekenden of jongeren.
Onverminderd het vierde lid, zijn de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, gericht op een of meer van de volgende activiteiten:
- a. leven lang ontwikkelen in de techniek;
- b. ontwikkeling van benodigde kennis en vaardigheden en digitale kennis en vaardigheden voor werken in de groene chemie en energie;
- c. het ondersteunen van transitiepaden van werk-naar-werk door om- en bijscholing;
- d. bredere bekendheid van werken in de groene chemie; of
- e. het ontwikkelen en toevoegen van opleidingsaanbod en opleidingsinstituten ten behoeve van werken in de groene chemie.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, worden verricht in of ten behoeve van het gebied bestaande uit de volgende gemeenten in de JTF-regio West-Noord-Brabant:
- a. Bergen op Zoom;
- b. Steenbergen;
- c. Moerdijk;
- d. Drimmelen; of
- e. Geertruidenberg.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied West-Noord-Brabant.
Artikel 5.4.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 3.698.070 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 28 mei 2025.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 31 juli 2026.
Artikel 5.4.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 15 juni 2026 17.00 uur.
Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
Artikel 5.4.7. Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten per project.
Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
Artikel 5.4.8. Niet- subsidiabele kosten
In afwijking vanartikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)