Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 december 2022, nr. 2022-0000261694, houdende regels met betrekking tot de besteding van gelden uit het Fonds voor een rechtvaardige transitie, opgericht bij Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad (Subsidieregeling JTF 2021–2027)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 613
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 2.17.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 6.000.000.

2.

De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.

Artikel 2.17.6. Aanvraagperiode en preadvies
1.

Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 16 oktober 2025 12.00 uur tot en met 16 april 2026 12.00 uur.

2.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.

3.

Voorafgaand aan de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt een preadvies gevraagd.

4.

Het preadvies geeft een advies over de mate waarin het project past binnen het doel van de subsidie.

5.

Een aanvraag voor een preadvies kan worden ingediend tot uiterlijk 4 weken voordat de projectaanvraag wordt ingediend.

6.

Een aanvraag voor een preadvies die wordt ingediend buiten de periode, bedoeld in het vijfde lid, wordt niet in behandeling genomen.

7.

Aanvragers ontvangen uiterlijk vier weken na afloop van de periode, bedoeld in het vijfde lid, het preadvies.

8.

Het preadvies wordt aangevraagd door middel van het aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.snn.nl/over-snn/.

Artikel 2.17.7. Hoogte subsidie
1.

De subsidie bedraagt 35 procent van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie wordt met 10 procentpunten verhoogd indien het project:

  • a. een samenwerkingsproject betreft, waarbij geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt; of
  • b. een samenwerkingsproject betreft bestaande uit een onderneming of één of meer kennisinstelling(en), waarbij de activiteiten van deze kennisinstelling(en) ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren, en waarbij een kennisinstelling ook door middel van inhuur betrokken kan zijn bij de samenwerking.
3.

De subsidie wordt nogmaals met 5 procentpunten verhoogd indien het project een samenwerkingsproject betreft tussen één of meer kennisinstelling(en) én een of meerdere ondernemingen die geen partnerondernemingen van elkaar of verbonden met elkaar zijn. Hierbij dienen de activiteiten van de kennisinstelling(en) ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten te dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren, én mag geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening nemen.

4.

In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan de hoogte van het subsidiepercentage per aanvrager worden beperkt, indien de regels van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en de de-minimisverordening daartoe aanleiding bieden.

5.

De subsidie bedraagt minimaal € 350.000 per project.

6.

De subsidie bedraagt maximaal € 1.000.000 per project en maximaal € 625.000 per projectpartner.

Artikel 2.17.8. Starttermijn en looptijd
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.

2.

Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na indiening van de aanvraag zijn verkregen.

3.

De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.

4.

Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, verlengen.

Artikel 2.17.9. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;
  • b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is; of
  • c. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
Artikel 2.17.10. Beoordelingscriteria
1.

Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid.

2.

Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel, genoemd in het eerste lid, maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:

  • a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 25 punten;
  • c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 20 punten;
  • d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten;
  • e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
  • f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
Artikel 2.17.11. Voorschot
1.

De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 30 procent van de verleende subsidie.

2.

De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid bedoelde verlening van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

3.

De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.

4.

In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.

5.

In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:

  • a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden binnen afzienbare termijn kan worden afgerond;
  • b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
  • c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming heeft.
Artikel 2.17.12. Subsidieaanvraag
1.

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
  • b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door de Minister van SZW aangeleverde vaste formats moeten worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften;
2.

Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.

Artikel 2.17.13. Staatssteun

Indien de subsidie staatssteun bevat dan dient het gerechtvaardigd te worden door:

  • a. de de-minimisverordening; of
  • b. de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.17.14. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond

Titel 3.2. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen

Titel 4.1. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Artikel 3.4.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 3.4.2. Doel subsidie

Vervallen

Artikel 3.4.3. Doelgroep

Vervallen

Artikel 3.4.4. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 3.4.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel 3.4.6. Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel 3.4.7. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 3.4.8. Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel 3.4.9. Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel 3.4.10. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 3.4.11. Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel 3.4.12. Voorschot

Vervallen

Artikel 3.4.13. Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel 3.4.14. Vervaltermijn

Vervallen

Titel 4.4. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Artikel 4.6.1. Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • –. TJTP Groot-Rijnmond: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groot-Rijnmond.
Artikel 4.6.2. Doel subsidie

Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het bevorderen van vernieuwing en versterking van de regionale economie met nieuwe, duurzame of circulaire industriële ketens en versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

Artikel 4.6.3. Doelgroep

De Staatssecretaris van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager van een project dat:

  • a. past binnen één van de in bijlage 3 opgenomen beschrijvingen;
  • b. wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en
  • c. past binnen de kaders van deze regeling.
Artikel 4.6.4. Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de prioritaire as 3, spoor 1 – het vernieuwen en versterken regionale economie met duurzame en/of circulaire industriële ketens of spoor 2 – het versnellen van transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie industriële ketens, van het Programma JTF 2021–2027.

Artikel 4.6.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 13.597.000.

2.

De Staatssecretaris van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.

Artikel 4.6.6. Aanvraagperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 oktober 2025 9.00 uur tot en met 31 december 2029 17.00 uur.

2.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Staatssecretaris van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het webportaal Externe link: https://start.jtf-webportal.nl/.

Artikel 4.6.7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.500.000 per project.

Artikel 4.6.8. Starttermijn en looptijd
1.

De projectactiviteiten in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.

2.

De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd.

Artikel 4.6.9. Beoordelingscriteria
1.

Aanvragen worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.

2.

Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid ten hoogste:

  • a. bijdrage aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 30 punten;
  • b. sociaaleconomische integraliteit: 20 punten;
  • c. technische en sociale innovatiegehalte: 15 punten;
  • d. economisch of financieel toekomstperspectief: 15 punten;
  • e. kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
  • f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
Artikel 4.6.10. Voorschot
1.

De Staatssecretaris van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidiabele projectkosten.

2.

De Staatssecretaris van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.

3.

In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

4.

De Staatssecretaris van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.

Artikel 4.6.11. Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 3 vervallen met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant

Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Titel 5.4. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1, 2 en 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Titel 6.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 6.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 6.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 6.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 7.1. Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Titel 7.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Titel 7.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Titel 7.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies

Titel 9.1. Algemene bepalingen

Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s

Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen

Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond

Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond

Artikel 9.2.3.2. EZK-cofinanciering Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
1.

De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.6.4.

2.

Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 2.500.000.

3.

Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 15 oktober 2025 9.00 uur.

Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond

Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen

Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen

Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering

Hoofdstuk 9a. Wijzigingen na vervaldatum subsidietitel

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid

Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.

Nr. Beoordelingscriteria Punten
A Bijdrage aan de doelstellingen van het Programma (minder dan 80% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 25
A1 Een nieuw economisch perspectief voor de regionale economie door impact op één of meer van de vier transities uit de regionale innovatiestrategie (RIS3) 10
A2 Versterking van de economische structuur van de regio 5
A3 Een klimaatneutrale Europese Unie in 2050 10
B De mate van sociaaleconomische integraliteit van het voorstel (minder dan 50% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 25
B1 Aantal opleidingsdagen in het project max 15
– voor MKB 0,5 punt per opleidingsdag max 15
– voor grootbedrijf 0,25 punt per opleidingsdag max 15
B2 Strategisch HR-beleid 5
B3 Samenwerking met opleidingsinstelling die verder strekt dan enkel de om-/ bijscholing in het project. 5
C Mate van technische en sociale innovatie 0
D Het economisch en/of financieel toekomstperspectief (minder dan 50% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 25
D1(i) In geval van nieuwvestiging of uitbreiding / diversificatie: aantal gecreëerde fte’s werkgelegenheid max 20
– grootbedrijf: 0,5 punt per fte max 20
– MKB: 1,0 punt per fte max 20
D1(ii) In geval van transformatie: aantal behouden fte’s werkgelegenheid max 20
– MKB: 1,0 punt per fte max 20
D2 Stuwend karakter van de onderneming 5
E De kwaliteit van het projectplan (minder dan 100% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 5
E1 De verplicht voorgeschreven bijlagen zijn bij de aanvraag gevoegd 5
F Mate waarin deze bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en maatschappelijke/sociale impact (minder dan 50% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 20
F1 Innovatiegericht karakter 10
F2 Impact op méér dan één sterke kennispositie uit de regionale innovatiestrategie RIS3 (crossover karakter) 5
F3 Een groen perspectief door verminderen afhankelijkheid fossiele brand- en grondstoffen 5
Totaal maximale punten 100

Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.

Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80 procent van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50 procent van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100 procent behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50 procent van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.

Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:

Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl). Meer specifiek moet een project bijdragen aan het Spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in Spoor 1 en Spoor 2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 4.1.3 en 4.6.3

Soort projecten

Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;

Bijlage 4. behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a

JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (Home :: Rotterdams Klimaatakkoord.)

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.

De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5.1a. Voorschot op basis van gerealiseerde projectactiviteiten
1.

In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:

  • a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
  • b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
2.

Het eerste lid is van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor:

  • a. titel 5.2, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 29 september 2023;
  • b. titel 5.3, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 29 september 2023.

Titel 5.4. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1, 2 en 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Artikel 6.1a. Voorschot op basis van gerealiseerde projectactiviteiten
1.

In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:

  • a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
  • b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
2.

Het eerste lid is van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor:

  • a. titel 6.1, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 31 maart 2023;
  • b. titel 6.1, zoals die luidde in de periode van 5 juni 2023 tot en met 7 juli 2023;
  • c. titel 6.3, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 29 september 2023.

Titel 6.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg

Artikel 7.1a. Voorschot op basis van gerealiseerde projectactiviteiten
1.

In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal

  • a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
  • b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
2.

Het eerste lid is van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor:

  • a. titel 7.1, zoals die luidde in de periode van 8 mei 2023 tot en met 22 mei 2023;
  • b. titel 7.1, zoals die luidde in de periode van 11 september 2023 tot en met 16 oktober 2023;
  • c. titel 7.3, zoals die luidde in de periode van 13 februari 2023 tot en met 29 september 2023.

Titel 7.1. Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Titel 7.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Titel 7.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Hoofdstuk 9. EZK-cofinanciering

Titel 9.1. Algemene bepalingen

Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s

Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen

Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond

Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant

Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg

Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering

Hoofdstuk 9a. Wijzigingen na vervaldatum subsidietitel

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Bijlage 4. behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a

Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.

Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 4.1.3 en 4.6.3

Soort projecten

De transitie naar een groene economie vindt plaats door zowel bestaande industriële ketens te verduurzamen (v.b. door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof) als nieuwe, duurzame ketens te realiseren (v.b. door het recyclen van afvalstromen uit andere sectoren voor toepassingen in de chemische industrie). Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Bijlage 4. behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a

JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl). Meer specifiek moet een project bijdragen aan het Spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in Spoor 1 en Spoor 2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.

De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 3.4. Steun aan financieringsinstrumenten voor een Sociaal Impact Fonds

Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond

Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond

Titel 4.4. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant

Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Titel 5.4. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1, 2 en 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 6.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg

Titel 7.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Titel 7.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Hoofdstuk 9. EZK-cofinanciering

Titel 9.1. Algemene bepalingen

Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s

Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen

Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond

Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond

Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant

Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen

Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg

Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering

Hoofdstuk 9a. Wijzigingen na vervaldatum subsidietitel

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid

Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.

Nr. Beoordelingscriteria Punten
A Bijdrage aan de doelstellingen van het Programma (minder dan 80% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 25
A1 Een nieuw economisch perspectief voor de regionale economie door impact op één of meer van de vier transities uit de regionale innovatiestrategie (RIS3) 10
A2 Versterking van de economische structuur van de regio 5
A3 Een klimaatneutrale Europese Unie in 2050 10
B De mate van sociaaleconomische integraliteit van het voorstel (minder dan 50% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 25
B1 Aantal opleidingsdagen in het project max 15
– voor MKB 0,5 punt per opleidingsdag max 15
– voor grootbedrijf 0,25 punt per opleidingsdag max 15
B2 Strategisch HR-beleid 5
B3 Samenwerking met opleidingsinstelling die verder strekt dan enkel de om-/ bijscholing in het project. 5
C Mate van technische en sociale innovatie 0
D Het economisch en/of financieel toekomstperspectief (minder dan 50% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 25
D1(i) In geval van nieuwvestiging of uitbreiding / diversificatie: aantal gecreëerde fte’s werkgelegenheid max 20
– grootbedrijf: 0,5 punt per fte max 20
– MKB: 1,0 punt per fte max 20
D1(ii) In geval van transformatie: aantal behouden fte’s werkgelegenheid max 20
– MKB: 1,0 punt per fte max 20
D2 Stuwend karakter van de onderneming 5
E De kwaliteit van het projectplan (minder dan 100% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 5
E1 De verplicht voorgeschreven bijlagen zijn bij de aanvraag gevoegd 5
F Mate waarin deze bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en maatschappelijke/sociale impact (minder dan 50% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie) 20
F1 Innovatiegericht karakter 10
F2 Impact op méér dan één sterke kennispositie uit de regionale innovatiestrategie RIS3 (crossover karakter) 5
F3 Een groen perspectief door verminderen afhankelijkheid fossiele brand- en grondstoffen 5
Totaal maximale punten 100

Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.

Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80 procent van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50 procent van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100 procent behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50 procent van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.

Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:

Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.

Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 4.1.3 en 4.6.3

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;

De transitie naar een groene economie vindt plaats door zowel bestaande industriële ketens te verduurzamen (v.b. door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof) als nieuwe, duurzame ketens te realiseren (v.b. door het recyclen van afvalstromen uit andere sectoren voor toepassingen in de chemische industrie). Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (Home :: Rotterdams Klimaatakkoord.)

JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.

De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)